20210171773 3. Bijlage 2 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Haarlem
Tekst van het document
2
Uitspraak voorziet in de ontwikkeling van ouderenwoningen en dagelijkse voorzieningen. Ontwikkeling van Bij de uitwerking van dit het 10 minuten-netwerk gaat ten De omliggende Natura beleid moet kritisch koste van parkeerplaatsen. 2000-gebieden gekeken worden naar de Aangenomen wordt dat het in de Kennemerland-Zuid, omgang met zoekverkeer beleidsuitspraak gaat om de Noordhollands om zo de invloed op het realisatie van nieuwe woningen Versterken ’10Duinreservaat en Polder Natura 2000-gebied zoveel en voorzieningen die als (Significant) minuten-netwerk’ Westzaan kennen mogelijk te beperken. kleinverbruiker (max 40 m3 negatief effect is gericht op bewegen habitattypes die gevoelig Saldering met ander beleid gas/uur) aangemerkt wordt, te voorkomen. en ontmoeten zijn voor zoals gasloos bouwen of waardoor de woningen en stikstofdepositie. Bij een het voorschrijven of bedrijvigheid aardgasvrij zullen toename is er een kans faciliteren emissieloos 3 worden gerealiseerd . Hierdoor is op een significant vervoer voorkomt mogelijk geen sprake van extra negatief effect. een toename aan stikstofemissie door het gebruik stikstofdepositie. van de nieuwe panden. Let wel, als de bedrijvigheid niet als kleinverbruiker kan worden gezien en niet gasloos wordt
3
Per 1 juli 2018 is de Gaswet veranderd, waaronder de gasaansluitplicht. Nieuwe gebouwen krijgen geen gasaansluiting meer. De wetswijziging heeft invloed op de aanvragen voor bouwvergunningen na 30 juni 2018. Deze verandering geldt voor alle kleinverbruikers (max 40 m3 gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen [RVO, 2020]. Aangenomen wordt dat nieuwe bedrijvigheid en voorzieningen die binnen woonkerken worden gerealiseerd vallen onder de kleinverbruikers.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
47
aangelegd, dan is er mogelijk wél sprake van extra stikstofemissie. Door de realisatie van nieuwe dagelijkse voorzieningen en mogelijke toename van zoekverkeer (als gevolg van de opgeheven parkeerplaatsen) kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.
3
Uitspraak voorziet onder andere in het uitbreiden van bestaande voorzieningen en het creëren van autoluwe wandelgebieden. Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van voorzieningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt wordt, waardoor de voorzieningen De omliggende Natura aardgasvrij zullen worden 2000-gebieden gerealiseerd1. Hierdoor is geen Kennemerland-Zuid, sprake van extra stikstofemissie Noordhollands door het gebruik van de nieuwe Duinreservaat en Polder Ruimte voor sociaalpanden. Let wel, als de Westzaan kennen maatschappelijke voorzieningen niet als habitattypes die (zeer) hubs kleinverbruiker kunnen worden gevoelig zijn voor gezien en niet gasloos wordt stikstofdepositie. Bij een aangelegd, dan is er mogelijk wél toename is er een kans sprake van extra stikstofemissie. op een significant Door de realisatie van nieuwe negatief effect. voorzieningen en het instellen van autoluwe gebieden kunnen verkeerstromen veranderen en kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van gewijzigde verkeersstromen de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.
BH3405TPRP2104141528
48
Beleidsuitspraak
4
Binnenstedelijk verdichten en functies mengen
15-4-2021
Invloed op Natura 2000
Risico’s op negatief effect
Uitspraak voorziet onder andere in het uitbreiden van bestaande voorzieningen en woningaanbod en het creëren van autoluwe gebieden. Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van nieuwe woningen en voorzieningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt worden, waardoor de woningen en De omliggende Natura voorzieningen aardgasvrij zullen 2000-gebieden worden gerealiseerd1. Hierdoor is Kennemerland-Zuid, geen sprake van extra Noordhollands stikstofemissie door het gebruik Duinreservaat en Polder van de nieuwe panden. Let wel, Westzaan kennen als de nieuwe voorzieningen niet habitattypes die (zeer) als kleinverbruiker kunnen gevoelig zijn voor worden gezien en niet gasloos stikstofdepositie. Bij een worden aangelegd, dan is er toename is er een kans mogelijk wél sprake van extra op een significant stikstofemissie. negatief effect. Door de realisatie van nieuwe woningen en voorzieningen en het instellen van autoluwe gebieden kunnen verkeerstromen veranderen en kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)
Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van nieuwe routes en gewijzigde verkeersstromen en de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.
BH3405TPRP2104141528
49
Beleidsuitspraak
5
Versterken voorzieningenclusters
15-4-2021
Invloed op Natura 2000
Risico’s op negatief effect
Uitspraak voorziet onder andere in het uitbreiden van bestaande voorzieningen (bv uitbreiden winkelaanbod). Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van voorzieningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt worden, waardoor de voorzieningen De omliggende Natura aardgasvrij zullen worden 2000-gebieden gerealiseerd1. Hierdoor is geen Kennemerland-Zuid, sprake van extra stikstofemissie Noordhollands door het gebruik van de nieuwe Duinreservaat en Polder panden. Let wel, als de nieuwe Westzaan kennen voorzieningen niet als habitattypes die (zeer) kleinverbruiker kunnen worden gevoelig zijn voor gezien en niet gasloos worden stikstofdepositie. Bij een aangelegd, dan is er mogelijk wél toename is er een kans sprake van extra stikstofemissie. op een significant Door de realisatie van nieuwe negatief effect. voorzieningen kunnen verkeerstromen mogelijk veranderen en kan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden mogelijk verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)
Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van gewijzigde verkeersstromen om zo de invloed op het Natura 2000-gebied zoveel (Significant) mogelijk te beperken. negatief effect is Saldering met ander beleid te voorkomen. zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren van emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.
BH3405TPRP2104141528
50
Beleidsuitspraak
6
10
12
Invloed op Natura 2000
Risico’s op negatief effect
Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)
Uitspraak gaat in op het versterken van ecologische waarden in hotspots. Ook worden de recreatieve en ecologische verbindingen van de stad met de binnenduinrand versterkt. De omliggende Natura Bij de uitwerking van dit Door de versterking van de 2000-gebieden beleid moet kritisch verbindingen van de stad met de Kennemerland-Zuid, gekeken worden naar de binnenduinrand (deels gelegen Noordhollands ligging van (nieuwe) binnen Natura 2000-gebied) is er Duinreservaat en Polder recreatieve routes in en Versterken mogelijk sprake van een Westzaan kennen nabij Natura 2000-gebied. (Significant) ecologische hotspots toenemende recreatiedruk op habitattypes die (zeer) Door goede zonering, negatief effect is en ecologisch omliggende Natura 2000gevoelig zijn voor bebording en zo nodig te voorkomen. netwerk gebieden. Deze gebieden zijn betreding door recreatie. opwaardering van niet bijzonder gevoelig voor Bij een toename in de bestaande paden kan verstoring door recreanten en recreatiedruk is er een betreding van kwetsbare dergelijke, zeker niet wanneer kleine kans op een habitattypen voorkomen mensen zich aan geldende significant negatief effect. worden. regels houden. Negatieve effecten als gevolg van betreding (bijvoorbeeld door recreanten die van paden afgaan) zijn niet echter geheel uitgesloten
Instellen autoluwe gebieden
Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch Uitspraak heeft betrekking tot het De omliggende Natura gekeken worden naar de instellen van Stadscentrum en 2000-gebieden ligging van gewijzigde Schalkwijk Centrum als autoluw Kennemerland-Zuid, verkeersstromen en de gebied. Door het instellen van Noordhollands omgang met zoekverkeer autoluwe gebieden kunnen Duinreservaat en Polder om zo de invloed op het verkeerstromen mogelijk (Significant) Westzaan kennen Natura 2000-gebied zoveel veranderen en kan de negatief effect is habitattypes die (zeer) mogelijk te beperken. stikstofdepositie in omliggende te voorkomen. gevoelig zijn voor Saldering met ander beleid Natura 2000-gebieden mogelijk stikstofdepositie. Bij een zoals gasloos bouwen of verschuiven en/of toenemen. toename is er een kans het voorschrijven of Hierdoor zijn negatieve invloeden op een significant faciliteren van emissieloos op Natura 2000-gebieden niet negatief effect. vervoer voorkomt mogelijk uitgesloten. een toename aan stikstofdepositie.
Minder ruimte voor stilstaande auto’s
Beleidsuitspraak betreft de ontwikkeling van een deelmobiliteitshub aan de rand van stadsdeelcentra, het autoluw De omliggende Natura ontwikkelen van nieuwe wijken, 2000-gebieden met een lagere parkeernorm en Kennemerland-Zuid, een gefaseerde invoering van Noordhollands parkeerregulering. Door het Duinreservaat en Polder instellen van autoluwe gebieden Westzaan kennen kunnen verkeerstromen mogelijk habitattypes die (zeer) veranderen (als gevolg van gevoelig zijn voor zoekverkeer) en kan de stikstofdepositie. Bij een stikstofdepositie in omliggende toename is er een kans Natura 2000-gebieden mogelijk op een significant verschuiven en/of toenemen. negatief effect. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van gewijzigde verkeersstromen en de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren van emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.
BH3405TPRP2104141528
51
Beleidsuitspraak
Invloed op Natura 2000
Risico’s op negatief effect
Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid Eindbeoordeling (mitigatie)
Beleidsuitspraken 2045
3
6
De omliggende Natura Uitspraak heeft betrekking op de 2000-gebieden realisatie van warmtebronnen Kennemerland-Zuid, voor het voeden van het Noordhollands warmtenet. Te denken valt aan Duinreservaat en Polder het gebruik van thermische Westzaan kennen energie uit oppervlaktewater of habitattypes die (zeer) afvalwater. Ook wordt de Bij de uitwerking van het gevoelig zijn voor ontwikkeling van warmte- en beleid moet aandacht zijn verdroging. De afstand koudebronnen (WKO) mogelijk voor de invulling van de tot Polder Westzaan en Realiseren gemaakt. WKO’s. Er zijn systemen (Significant) Noordhollands warmtebronnen voor WKO’s kunnen bestaan uit een beschikbaar die niet in negatief effect is Duinreservaat is zodanig voeden warmtenet open systeem dat in verbinding open verbinding staan met te voorkomen. groot dat er een kleine staat met het grondwater. het grondwater. Negatieve kans is op een significant Negatieve invloeden op de effecten kunnen negatief effect door grondwaterkwaliteit en voorkomen worden. veranderingen in het grondwaterstanden (verdroging) grondwatersysteem. zijn niet uitgesloten en kunnen Deze kans is groter bij een groot invloedsgebied Natura 2000-gebied hebben. Negatieve invloeden op Kennemerland Zuid dat droogtegevoelig Natura 2000grenst aan de gemeente gebied zijn niet uitgesloten Haarlem.
Ontwikkelen Waarderpolder
15-4-2021
Uitspraak is gericht op het intensiveren van bedrijfsfuncties in de Waadepolder en het ontwikkelen van en gemend woon-werkprogramma in de Spaarnedriehoek. Aangenomen wordt dat het hier gaat om de ontwikkeling van nieuwe woningen die als kleinverbruiker (max 40 m3 gas/uur) aangemerkt worden, De omliggende Natura waardoor de woningen en 2000-gebieden voorzieningen aardgasvrij zullen Kennemerland-Zuid, worden gerealiseerd1. Voor de Noordhollands ontwikkeling van bedrijfsfuncties Duinreservaat en Polder wordt uit gegaan van functies die Westzaan kennen niet kunnen worden aangemerkt habitattypes die (zeer) as kleinverbruiker en daarmee gevoelig zijn voor niet aardgasvrij worden stikstofdepositie. Bij een gerealiseerd. Hierdoor is er toename is er een kans sprake van extra stikstofemissie. op een significant Daarnaast zal de intensivering negatief effect. van bedrijfsfuncties extra werknemers en dus transportbewegingen met zich meebrengen waardoor de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden mogelijk kan verschuiven en/of toenemen. Hierdoor zijn negatieve invloeden op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten.
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging van nieuwe verkeersroutes en de omgang met zoekverkeer om zo de invloed op het (Significant) Natura 2000-gebied zoveel negatief effect is mogelijk te beperken. te voorkomen. Saldering met ander beleid zoals gasloos bouwen of het voorschrijven of faciliteren emissieloos vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.
BH3405TPRP2104141528
52
8
Is het nieuwe beleid consistent?
De Omgevingsvisie Haarlem 2045 schetst een samenhangend, integraal beeld van de Haarlemse leefomgeving, de opgaven die er liggen, de ambities die de gemeente wil behalen en wat de gemeente aan nieuw beleid voorneemt om die ambities te behalen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat, is het van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is en niet conflicteert. Hierbij is het van belang dat dat de ene uitspraak voor nieuw beleid geen afbreuk doet aan een andere uitspraak, maar dat uitspraken elkaar juist versterken. Want alleen dan kun je spreken van integraal beleid dat in samenhang bijdraagt aan het verbeteren van leefomgevingskwaliteiten en het behalen van ambities. In dit OER zijn zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de onderlinge samenhang tussen beleidsuitspraken is beschouwd. De beleidsuitspraken zijn onderling met elkaar geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid.
8.1
Wijze van beoordeling
In de botsproeven zijn de beoordeelde uitspraken over nieuw beleid op systematische wijze onderling met elkaar geconfronteerd, zie bijlage A12. Vervolgens is per confrontatie beoordeeld of de beleidsuitspraken elkaar versterken of juist afbreuk doen aan elkaar. Op basis van de karakteristieken in onderstaande tabel is per confrontatie een beoordeling gegeven en ingevuld in de tabel zoals opgenomen in bijlage A12. In bijlage A13 is de onderbouwing bij elke gegeven beoordeling opgenomen. Tabel 8-1: Beoordelingskarakteristieken botsproeven. Beoordeling +
Kans op onderlinge synergie/versterking
-
Risico op onderlinge strijdigheid/afbreuk
+/-
Zowel kans op synergie als risico op strijdigheid
0
Geen kansen of risico’s
n.v.t.
8.2
Geen onderlinge relatie tussen uitspraken
Kansen voor synergie, risico’s op strijdigheden
Op basis van de uitgevoerde beoordeling zoals opgenomen in bijlage A12 is in onderstaande figuur een samenvattend beeld van de resultaten opgenomen. Per uitspraak zijn de opgetelde aantallen kansen en risico’s opgenomen. Het gaat om een rekenkundige optelling, het geeft daarmee een algemeen beeld hoeveel kansen en risico’s er geconstateerd zijn. Overall is er sprake van meer kansen op synergie dan risico’s op strijdigheid. Bij de volgende uitspraken is uitsluitend sprake van synergie: ontwikkeling Waarderpolder, benutten zonne-energie, instellen 30 km/uur binnen de bebouwde kom, realiseren logistieke hubs en isoleren bebouwing. De ontwikkeling van de Waarderpolder geeft bijvoorbeeld op verschillende vlakken kansen op synergie in de vorm van meekoppelkansen, bijvoorbeeld bij het realiseren van logistieke hubs, het isoleren van bebouwing en het benutten van zonne-energie bij nieuwbouw. Als we kijken naar andere uitspraken met veel kansen op synergie, dan vallen vooral op: beweegvriendelijker maken openbare ruimte, versterken 10-minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten, binnenstedelijk verdichten en functies mengen, ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs, instellen autoluwe gebieden, ruimte voor minder stilstaande auto’s, uitbreiden en versterken fiets- en voetgangersverbindingen en -voorzieningen en het hittebestendig maken van de leefomgeving.
Een voorbeeld is het beweegvriendelijk maken van de openbare ruimte. Dit biedt onder andere kansen op synergie met ruimte voor sociaal maatschappelijke hubs, binnenstedelijk verdichten en uitbreiden van 15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
53
functies, het instellen van autoluwe gebieden en minder ruimte voor auto’s in de straat. Onderdeel van al deze uitspraken is het verminderen van het aantal parkeerplaatsen en deze op een andere manier invullen. Voor bovengenoemde beleidsuitspraken geldt dat er naast kansen op synergie ook sprake is van risico’s op strijdigheid. Strijdigheden hangen met name samen met mogelijke conflicterende ruimteclaims. Een voorbeeld hiervan is het zowel willen verdichten (binnenstedelijk) als het versterken van ecologische hotspots en ecologische verbindingen en het uitbreiden en versterken van waterbuffercapaciteit. Gezien de beperkte vrije ruimte in Haarlem is het de vraag of er genoeg ruimte is om deze beleidsuitspraken allemaal in te passen. Dit vergt een uitgekiende inpassing bij realisatie van het nieuwe beleid. Uitspraken met overwegend risico’s op strijdigheid zijn ruimte voor elektriciteitsnetwerk en het uitbreiden en versterken van de waterbuffercapaciteit. Voor beide uitspraken geldt dat deze een ruimteclaim leggen op zowel de open ruimte als de ondergrond. Gevolg hiervan kan een conflicterende ruimteclaim zijn. Bijvoorbeeld bij de uitspraak gericht op het uitbreiden en versterken van de waterbuffercapaciteit.
Deze tonen strijdigheid met uitspraken zoals het versterken van het 10-minuten-netwerk gericht op bewegen en ontmoeten, binnenstedelijk verdichten en functies mengen, ruimte voor elektriciteitsnetwerk en het uitbreiden en versterken van fiets- en voetgangersverbindingen en voorzieningen. Het uitbreiden en versterken van waterbuffercapaciteit vraagt om voldoende ruimte, iets waar ook de andere uitspraken om vragen. Bij binnenstedelijk verdichten en functies en mengen zijn ook meerdere risico’s op conflicten te zien, al zijn het aantal kansen op synergie groter.
Figuur 8-1: Resultaten botsproeven beleidsuitspraken. 15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
54
9
Draagt het nieuwe beleid bij aan het halen van ambities?
9.1
Wijze van beoordeling
De mate waarin het nieuwe beleid bij kan dragen aan het behalen van ambities is als volgt beoordeeld. Per ambitie en daarbij beherende deelambitie is een koppeling gelegd met de daaraan gerelateerde beoordelingsaspecten zoals opgenomen in bijlage A2. Vervolgens is op basis van de bij de beoordelingsaspecten behorende kansen en risico’s op effecten zoals beschreven in hoofdstuk 6 beoordeeld in hoeverre het te verwachten is dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities. Dat is ook weer gedaan in termen van kansen en risico’s. Daarbij is gebruik gemaakt van het aangeven van smileys: Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van kansen op positieve effecten, en daarmee kans op bijdrage aan behalen ambitie. Op grond van de effectbeoordeling is overwegend geen sprake van kansen of risico’s of aantal kansen en risico’s zijn overwegend in evenwicht, en daarmee beperkt of geen kansen op bijdragen aan behalen ambitie. Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van risico’s op negatieve effecten, en daarmee risico’s op afbreuk aan de ambitie.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
55
9.2
Behalen van ambities: kansen en risico’s
1. Haarlem is klimaatadaptief Haarlem zal steeds meer te maken krijgen met extreme hitte, droogte en regenval. Haarlem heeft zich als doel gesteld om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit is het geval wanneer Haarlem op essentiële onderdelen kan blijven functioneren onder extremere weersomstandigheden die eens per 100 jaar voorkomen. Deelambities Hoeveelheid (aantal vierkante meters) water- en groenoppervlakte in de stad is vergroot (om extreme regen, droogte en hitte op te kunnen vangen) De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Aandeel verhard oppervlak in Haarlem is verminderd. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Hemelwater wordt verwerkt zonder overlast en schade. Polders beschikken hierbij over voldoende waterberging. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Of het voldoende is om hemelwater zonder enige vorm van overlast en/of schade te verwerken en/of dat polders over voldoende waterberging beschikken is afhankelijk van de exacte, daadwerkelijke hoeveelheid water en groen dat er bij gaat komen. Op loopafstand van iedere woning (300m) is een koele openbare toegankelijke plek gerealiseerd. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen.
Of binnen 300 meter van iedere woning een koele plek is gerealiseerd is afhankelijk van de exacte, daadwerkelijke koele plekken die er bij gaan komen. Haarlem maakt meer gebruik van natuurlijke oplossingen om koelingsbehoefte op te vangen. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. In de Haarlemse buurten zijn meer schaduwrijke plekken gerealiseerd. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Droogte leidt niet tot technische gebreken aan gebouwde en onbebouwde omgeving. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Of het voldoende is om technische gebreken aan gebouwde en onbebouwde omgeving tegen te gaan is afhankelijk van de exacte, daadwerkelijke maatregelen die schade t.g.v. droogte tegengaan. Gerelateerde beoordelingsaspecten
Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030
Autonome trend
Hitte
Droogte Wateroverlast
Omgevingsvisie 2030
2045
↘
↘
=
Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de gerelateerde beoordelingsaspecten hitte, droogte en water mag verwacht worden dat de omgevingsvisie bij positief bij kan dragen aan deze ambitie gericht op klimaatbestendigheid in 2050.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
56
2. Haarlem is energieneutraal De aarde warmt op en zal hiervoor de CO2-uitstoot moeten verlagen. Dat kan door minder gebruik te maken van fossiele brandstoffen als energiebron. Haarlem wil van het gas af, werken aan een circulaire economie en in belangrijke mate in eigen energiebehoefte voorzien Deelambities Voor het verwarmen van alle gebouwen wordt gebruik gemaakt van niet-fossiele energie bronnen. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of de omgevingsvisie leidt tot verwarming o.b.v. niet fossiele bronnen voor alle gebouwen, is afhankelijk van de daadwerkelijke omvang van niet-fossiele bronnen (aquathermie, geothermie) en de beschikbaarheid en mogelijke inzet daarvan. Alle gebouwen in Haarlem (zowel woningen als bedrijfspanden) beschikken ten minste over energielabel C. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen, vooral waar het woningen betreft. Aandeel gebruik duurzame energie door Haarlemse bedrijven is toegenomen. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Inwoners uit Haarlem verbruiken minder (fossiele) energie voor mobiliteit De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat faciliteiten voor elektrisch vervoer gevoed worden door niet-fossiele bronnen. Laadinfrastructuur (cq. meer laadpalen) in Haarlem is toegenomen.
De omgevingsvisie biedt beperkt kansen om hier positief aan bij te dragen. Gerelateerde beoordelingsaspecten
Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030
Autonome trend
Energieverbruik
Duurzame opwekking
Omgevingsvisie 2030
2045
↗
↗
Broeikasgassen
↗
Duurzame en slimme mobiliteit
↗
Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de hieraan gerelateerde beoordelingsaspecten duurzame opwekking, broeikasgassen en duurzame en slimme mobiliteit, mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie. Voor energieverbruik zijn overwegend risico’s op negatieve effecten voorzien, dat kan afbreuk doen aan het behalen van deze ambitie.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
57
3. Haarlem versterkt het sociaal weefsel in de stad De samenleving is de afgelopen decennia aan een aantal grote veranderingen onderworpen en veel van deze veranderingen zullen in de toekomst in een stroomversnelling raken. Globalisering, digitalisering, vergrijzing, sociaalmaatschappelijk veranderingen, tweedeling en aansluiting voorzieningen op inwonerssamenstelling. Haarlem werkt aan het versterken van het sociaal weefsel van de stad om te werken aan een inclusief en sociaal Haarlem. De stad heeft hiervoor voldoende ruimte nodig waar sociale netwerken kunnen ontstaan en kunnen worden onderhouden. Ook heeft iedereen de essentiële sociaalmaatschappelijke en onderwijsvoorzieningen in zijn of haar nabijheid nodig, zodat iedereen mee kan doen in de samenleving en er meer kansgelijkheid ontstaat Deelambities Iedere woning beschikt over een ontmoetingsplaats in de openbare ruimte op loopafstand (300m). De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of de omgevingsvisie leidt tot een ontmoetingsplaats in de openbare ruimte op loopafstand van iedere woning, is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid. Iedere woning beschikt over een sociaal-maatschappelijke voorzieningencluster op fietsafstand (2km). De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen.
Of de omgevingsvisie leidt tot een sociaal-maatschappelijke voorzieningencluster op fietsafstand van ieder woning, is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid. Fiets- en wandelverbindingen tussen aangrenzende stadsdelen zijn verbeterd. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. De openbare ruimte is voor alle doelgroepen, waaronder kinderen, ouderen en minder valide, veilig en toegankelijk. De omgevingsvisie voorziet in beleid ten aanzien van het (verkeers)veiliger maken van de openbare ruimte, vooral gericht op ouderen. Hiermee biedt het beleid kansen om positief bij te dragen deze ambitie. Voorzieningen in Haarlem zijn beter toegankelijk voor ouderen. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Divers woningaanbod voor alle generaties is gerealiseerd. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Gerelateerde beoordelingsaspecten
Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030
Autonome trend
Gezonde leefstijl en leefomgeving
Sociale cohesie in buurten
Omgevingsvisie 2030
2045
↗
=
Woningaanbod en behoefte
=
Voorzieningenaanbod en behoefte
=
Fiets
↗
Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de hieraan gerelateerde beoordelingsaspecten gezonde leefstijl en leefomgeving, sociale cohesie in buurten, woningaanbod en behoefte, voorzieningenaanbod en behoefte en fiets, mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
58
4. Haarlem is een aantrekkelijke woon- en werkstad voor iedereen Een aantrekkelijk woon- en werkstad is een stad waar men graag komt, waar voldoende geschikte en betaalbare ruimte is om te wonen en werken en waar de verhouding tussen het aantal inwoners en het aantal banen in de stad in balans is. Ook het type banen is van belang en draagt bij aan een kwalitatieve stad. Hiermee behoudt Haarlem een stedelijke dynamiek en veranderd niet in een primair woongebied. Deelambities Haarlem behoudt minimaal 0,43fte per inwoner. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of 0,43fte daadwerkelijk behouden blijft is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid. Haarlem beschikt over meer woon-werkgebieden in de stad. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Haarlem heeft meer verschillende type werkgebieden (mismatch opleidingsniveau in de stad vs. type arbeidsplaatsen verkleinen) De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Aantal passende banen binnen 30 minuten reistijd voor iedere Haarlemmer is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Haarlem beschermt haar erfgoed De omgevingsvisie laat zowel kansen als risico’s zien, het is daarmee sterk de vraag of aan deze ambitie bijgedragen wordt. Gerelateerde beoordelingsaspecten
Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030
Autonome trend
Inclusiviteit
Cultuurhistorie en erfgoed
Omgevingsvisie 2030
2045
↘
↘
Kwaliteit en kwantiteit werklocaties
↗
Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten
↘
Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij het hieraan gerelateerd beoordelingsaspect werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie. Voor inclusiviteit, cultuurhistorie en erfgoed en kwaliteit en kwantiteit werklocaties geldt dat er nagenoeg een gelijk aantal kansen als risico’s voorzien zijn het is daarmee sterk de vraag of aan alle onderdelen deze ambitie per saldo positief bijgedragen wordt.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
59
5. Haarlem is een gezonde stad voor mens en dier Haarlem wil de stad gezonder maken voor mens en dier om in te leven. Zowel de gezondheid van mensen als de staat van de biodiversiteit bevinden zich in een negatieve trend. De covid-pandemie laat nog eens extra goed zien hoe belangrijk een gezonde leefomgeving direct rond de woning van mensen is en gewaardeerd wordt. Het verbeteren van de luchtkwaliteit, versterken van de recreatiemogelijkheden, het beweegvriendelijk maken van de stad en natuurinclusief denk en werken zijn hierbij de opgaven. Het versterken van de biodiversiteit van de stad en het creëren van een gezonde veilige omgeving zijn hiervoor nodig Een gezonde stad is een stad die uitnodigt tot gezond gedrag en beschikt over een veilige gezonde omgeving voor mens en dier. De gezonde keuze is de makkelijke keuze. Deelambities In Haarlem vinden meer dagelijkse verplaatsingen plaats via actieve mobiliteitsvormen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Haarlem voldoet aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit In de huidige situatie wordt al voldaan aan de wettelijke normen. Landelijk beleid is dat gestreefd wordt naar het bereiken van de gezondheidsadvieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het is onzeker of die in Haarlem in 2030 behaald worden.
Geluidshinder van wegverkeer is verminderd De omgevingsvisie laat zowel kansen als risico’s zien, er is daarmee een risico dat de omgevingsvisie per saldo niet tot minder geluidhinder leidt. Het aantal verkeersongelukken in Haarlem is verminderd De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Aandeel binnenstedelijk groen is toegenomen/vergroot De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Ecologische hotspots in Haarlem zijn versterkt en zowel onderling als met het buitengebied beter verbonden. De omgevingsvisie voorziet in versterking van bestaande ecologische hotspots. Daarnaast zijn risico’s geconstateerd m.b.t. ecologische hotspots die samenhangen met beleidsuitspraken die daarmee kunnen conflicteren (beoordelingsaspect stadsnatuur). Dat maakt dat er risico is dat de omgevingsvisie per saldo afbreuk doet aan deze ambitie. Biodiversiteit in de stad is vergroot De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Ieder woning in Haarlem beschikt over een recreatieve voorziening op fietsafstand De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of daadwerkelijk elke woning een recreatieve voorziening op fietsafstand heeft is afhankelijk van de exacte invulling, omvang en doorwerking van het nieuwe beleid.
De intensiteit van het gebruik van de openbare ruimte voor sport en beweging is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030
Autonome trend
Luchtkwaliteit
Geluidhinder
Gerelateerde beoordelingsaspecten
Omgevingsvisie 2030
2045
↗
↗
Gezonde leefstijl en leefomgeving
↗
Mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving
=
Verkeersveiligheid
=
Stadsnatuur
↗
Beschermde soorten
=
Conclusie De omgevingsvisie kan voor de meeste onderdelen van deze ambitie positief bijdragen. Voor stadsnatuur (ecologische hotspots) is er risico op afbreuk, voor geluidhinder leidt de omgevingsvisie mogelijk niet tot vermindering van geluidhinder van wegverkeer.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
60
6. Haarlem is een bereikbare stad met een robuust netwerk Een duurzaam bereikbare stad met robuuste netwerken is een stad die beschikt over een mobiliteitssysteem waarin de verschillende modaliteiten en bijbehorende infrastructuurnetwerken op elkaar afgestemd zijn en waarbij efficiënt met de schaarse ruimte in de stad wordt omgegaan en waarbij gebruikt gemaakt wordt van hernieuwbare energie Deelambities De stedelijke bereikbaarheid per fiets, ov en voetganger is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Procentueel vinden meer verplaatsingen in Haarlem plaats te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. OV-capaciteit is toegenomen De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Verbindingen met het regionale fietsnetwerk zijn verbeterd. De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030
Autonome trend
Fiets
Duurzame en slimme mobiliteit
Gerelateerde beoordelingsaspecten
Omgevingsvisie 2030
2045
↗
↗
Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de hieraan gerelateerde beoordelingsaspecten fiets en duurzame en slimme mobiliteit, mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan deze ambitie.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
61
10
Hoe kan de leefomgeving verder verbeterd worden?
De effectbeoordeling in hoofdstuk 6 laat zien bij welke leefomgevingsaspecten het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en/of waar er ondanks het nieuwe beleid nog een tekortschietend kwaliteitsniveau te verwachten is. Voor die aspecten geven we in dit hoofdstuk mogelijkheden voor verdere verbetering, in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Voor Natura 2000-gebieden zijn de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 7 beschreven. Beoordelingsaspect Circulariteit
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
=
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid tot 2030 gericht op het mogelijk maken van binnenstedelijk verdichten en functies mengen, versterken van het 10-minuten netwerk gericht op bewegen en ontmoeten (specifiek het bouwen van woningen voor ouderen) en het versterken van voorzieningenclusters en de ontwikkeling van de Waarderpolder ook na 2030. Zonder specifieke randvoorwaarden en beleid leiden deze beleidsuitspraken tot een toename van de hoeveelheid (rest)afval. De omgevingsvisie gaat deels in op afvalscheiding, met name gericht op het hergebruik van specifieke reststromen zoals textiel, apparaten en batterijen. Om een toename van de hoeveelheid (rest)afval van zowel woningen als voorzieningen te voorkomen kunnen aan de voorkant randvoorwaarden gesteld worden. Er zijn verschillende randvoorwaarden mogelijk, deze randvoorwaarden kunnen opgenomen worden in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zoals circulair inkopen. Circulair inkopen betreft producten die bijvoorbeeld achteraf makkelijk te scheiden zijn of biologisch afbreekbaar zijn. Daarnaast kunnen er eisen gesteld worden horeca en evenementen door deze op te nemen in de vergunningseisen. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van herbruikbare materialen of het gebruik van één type materiaal in producten zodat scheiding niet nodig is.
Aan de achterkant kan de gemeente invloed uitoefenen door afvalinzameling te bundelen en daar eisen aan te stellen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Beleid omtrent circulariteit is nog in ontwikkeling. Er wordt onder andere gewerkt aan een grondstoffenplan, materialenpaspoort en een digitale grondstoffenhub. Inzet is om deze onderdelen onderdeel te laten worden van het Haarlems Civiel Planproces. Aanpassingen en aanscherpende eisen met betrekking tot de APV en vergunningen worden meegenomen richting onder andere het Omgevingsplan en beleid omtrent circulariteit. Beoordelingsaspect Externe veiligheid
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid gericht op binnenstedelijk verdichten en functies mengen en het bieden van ruimte voor elektriciteitsnetwerk tot 2030 en het realiseren van warmtebronnen voor het voeden van het warmtenet na 2030. Risico’s ten aanzien van binnenstedelijk verdichten kunnen gemitigeerd worden door bij ontwikkelingen rekening te houden met aanwezigheid van bronnen met een 10-6 risicocontour. Door nieuwe woningen buiten deze contour te plaatsen kunnen risico’s gereduceerd worden. Bij aanleg van nieuwe energievoorzieningen moeten mogelijke risico’s van tevoren in beeld gebracht worden, dit vergt zorgvuldige inpassing op basis van mogelijke risicocontouren. Een geothermiedoublet heeft risico op ‘blow-out’, daarvoor gelden technische eisen conform SodM. In samenwerking met de Veiligheidsregio kunnen randvoorwaarden opgesteld worden voor in het nieuwe beleid, bijvoorbeeld op het vlak van ruimtelijke inpassing. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbevelingen worden in verdere uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt in samenwerking met de VRK (Veiligheidsregio Zuid-Kennemerland).
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
62
Beoordelingsaspect Archeologie
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
=
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er met name als gevolg van nieuw beleid gericht op verschillende inpassing van energievoorzieningen (zoals een elektriciteitsnetwerk en warmtenet), het uitbreiden van en versterken van de waterbuffercapaciteit en het ontwikkelen van de Waarderpolder. Dit komt door graafwerkzaamheden die gerelateerd zijn aan deze uitspraken. Deze kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden in de bodem. Archeologische waarden zijn reeds door de Erfgoedwet beschermd. Om risico’s verder te mitigeren kunnen randvoorwaarden gesteld worden aan ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek en het hanteren van en maximale diepte van 50 centimeter bij graafwerkzaamheden. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbevelingen worden meegenomen in de totstandkoming van het Omgevingsplan. Beoordelingsaspect Stadsnatuur
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie voorziet in versterking van bestaande ecologische hotspots. Daarnaast zijn meerdere risico’s geconstateerd m.b.t. ecologische hotspots die samenhangen met beleidsuitspraken die daarmee kunnen conflicteren. Dat gaat dan om versterken voorzieningenclusters, ruimte voor elektriciteitsnetwerk, uitbreiden en versterken HOV-verbindingen, realiseren warmtebronnen voor warmtenet en ontwikkelen Waarderpolder. Geadviseerd wordt om aan deze beleidsuitspraken in vervolgbeleid randvoorwaarden te verbinden m.b.t. ontzien ecologische hotspots en natuurinclusief ontwikkelen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Randvoorwaarden met betrekking tot het ontzien van ecologische hotspots en natuurinclusief ontwikkelen krijgen een plek in het Omgevingsplan. Beoordelingsaspect Cultuurhistorie en erfgoed
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid bevat evenveel kansen op positieve effecten als risico’s of negatieve effecten. Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid gericht op het realiseren van een nieuwe HOV-verbinding tot 2030 en de ontwikkeling van de Waarderpolder ook na 2030. Met name in de Waarderpolder bestaan risico’s door aanwezigheid van zeer hoge cultuurhistorische waarden namelijk de Stelling van Amsterdam. Het realiseren van een nieuwe HOV-verbinding kan leiden tot eventuele aantasting van gebieden met cultuurhistorische waarden, dit is afhankelijk van de specifieke ligging van deze HOV-verbinding. Om risico’s te mitigeren en aantasting van cultuurhistorische waarden te voorkomen dienen cultuurhistorische waarden als randvoorwaarde opgenomen te worden in uitvoeringsprogramma’s die gerelateerd zijn aan stedelijke ontwikkeling. De omgevingsvisie omvat enkele aspecten die hier op aanhaken, zoals het terug laten komen van cultuurhistorische waarden in nieuwe bebouwing. Door dit een vast onderdeel te maken in gebiedsontwikkelingen kunnen cultuurhistorische waarden geborgd worden. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Het waarborgen van aanwezige cultuurhistorische waarden en dit onderdeel laten zijn van uitvoeringsprogramma’s wordt gerealiseerd door het een plek te geven in het Omgevingsplan.
Het Omgevingsplan gaat naar waarschijnlijkheid gebiedsgericht ontwikkeld worden, wat ruimte biedt om per gebied aparte randvoorwaarden te scheppen met betrekking tot cultuurhistorische waarden.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
63
Beoordelingsaspect
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
Verkeersveiligheid
=
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de gelijkblijvende autonome trend positief te beïnvloeden richting een verbeterende trend. Om uit het rode kwaliteitsniveau te komen is naar verwachting aanvullend beleid nodig, specifiek gericht op het terugdringen van verkeersongevallen. Daarbij kan gedacht worden aan het opstellen van een verkeersveiligheidsplan met een programma aan concrete uit te voeren maatregelen, gericht op het terugdringen van het aantal verkeersongevallen. Speerpunten daarin kunnen zijn aanpak van notoire verkeersveiligheidsknelpunten en beleid gericht op toenemende diversificatie op de weg en het fietspad (e-bikes, speed-pedelecs). Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbeveling nemen we mee in de herziening van het verkeersveiligheidsplan. Beoordelingsaspect Woningaanbod en behoefte
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
=
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Er zijn kansen op positieve effecten geconstateerd, waarmee er kansen zijn om de autonome gelijkblijvende trend positief te beïnvloeden. Of het voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen is afhankelijk van de hoeveelheid woningen die met binnenstedelijk verdichten gerealiseerd kunnen en gaan worden. Om daar nu zicht op te krijgen is nader onderzoek nodig naar de mogelijkheden van woningbouw door binnenstedelijk verdichten, hoeveel daar in mogelijk is in relatie tot de verwachten en te gewenste te faciliteren vraag en de impact op de leefomgeving en daarmee samenhangende conflicterende ruimteclaims. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Deze aanbeveling voor nader onderzoek wordt opgepakt in programmatische uitwerking van de Omgevingsvisie. Beoordelingsaspect Grondwater
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Het is niet te verwachten dat het voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Voorbeelden van maatregelen om de grondwaterstand te beïnvloeden zijn kunstmatige grondwaterverhoging en actief peilbeheer. Omdat maatregelen locatie specifiek zijn wordt aanbevolen een nadere analyse uit te voeren bij verdere uitwerking van het Omgevingsplan of uitvoeringsprogramma’s. Hiermee kunnen passende maatregelen uitgedacht worden. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Nadere analyse naar grondwaterstand en de beïnvloeding hiervan wordt opgepakt in de programmatische uitwerking van de omgevingsvisie. Dit biedt Haarlem de mogelijkheid om locatie specifieke maatregelen uit te werken/door te voeren. Beoordelingsaspect Hitte
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Het is onzeker of dat voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Om dit in beeld te krijgen is nadere analyse nodig van het nieuwe beleid in relatie tot het stedelijk hitte eiland effect. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Nadere analyse naar hittestress / hitte eiland effect wordt opgepakt in de programmatische uitwerking van de omgevingsvisie. Eén van de thematische programma’s die voortvloeit uit de omgevingsvisie betreft het programma klimaat en energie. De aanbevelingen met betrekking tot hitte worden daarin meegenomen.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
64
Beoordelingsaspect Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat meerdere kansen op positieve effecten zien. Dat biedt kansen om de negatieve autonome trend positief te beïnvloeden. Of daarmee uit het rode kwaliteitsniveau gekomen wordt is afhankelijk van de verdere uitwerking van het beleid en daaruit voortvloeiende kwantitatieve toename in aantal banen, in relatie tot de groei in aantal inwoners die richting 2045 op zal treden. Gezien de negatieve autonome trend en de voorziene groei van inwonersaantallen is er risico dat ook met het nieuwe beleid in 2045 nog sprake is van een rood kwaliteitsniveau. Dit vergt een afweging door de gemeente Haarlem of zij het nieuwe beleid in relatie tot de gestelde ambities voldoende acht of dat er alsnog ingezet wordt op meer werkgelegenheid (arbeidsplaatsen per 1000 inwoners). Waarbij meegewogen moet worden dat meer werkgelegenheid/arbeidsplaatsen risico’s/conflictering met zich mee kan brengen op het vlak van bijvoorbeeld gezondheid, milieukwaliteit, natuur en klimaat. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat Haarlem neemt bovenstaande aanbeveling mee in de uitwerking van de omgevingsvisie en de uitwerking van de onlangs vastgestelde Economische Visie. Of met de ingezette koers de negatieve autonome trend wordt gekeerd, moet gaan uitwijzen.
De aanwezige conflicterende belangen worden afgewogen bij eventuele extra inzet op realisatie van meer werkgelegenheid. Beoordelingsaspect
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
Duurzame opwekking
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Er zijn kansen op positieve effecten voorzien. Versterking van de positieve autonome trend is daarmee aannemelijk. Verdere versterking is na 2030 voorzien, met realisatie van het warmtesysteem dat gevoed wordt door duurzaam opgewekte energie (aquathermie, geothermie). Het is niet te verwachten dat dat voldoende gaat zijn om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Daarvoor is – naast het warmtesysteem – ook substantiële inzet nodig op verduurzaming van opwekking van elektriciteit, voor zowel woningen als bedrijven. Geadviseerd wordt om nader te onderzoeken welke inzet wanneer nodig is om tijdig de klimaatdoelen te behalen en daarmee uit het rode kwaliteitsniveau te komen en daar in verdere uitwerking concrete uitvoeringsstappen voor vast te stellen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat De bovenstaande aanbeveling wordt meegenomen in de programmatische uitwerking van de omgevingsvisie. Eén van de thematische programma’s die voortvloeit uit de omgevingsvisie betreft het programma klimaat en energie. Ook wordt gekeken of lopende programma’s op het gebied van Duurzaamheid en Energietransitie (hieronder vallen de Transitievisie Warmte en Actieplan Schone Energie) kunnen worden vervat in programma’s passend binnen de omgevingswet.
De programma’s worden geconcretiseerd in plannen, bijvoorbeeld een uitvoeringsplan energieneutrale stad. Beoordelingsaspect Broeikasgassen
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Hier zijn kansen op positieve effecten, maar ook meerdere risico’s op negatieve effecten geconstateerd. Versterking van de positieve autonome trend is mogelijk, het is onzeker of dat voldoende gaat zijn om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Geconstateerde risico’s hangen vooral samen met het mogelijk maken van meer woningen, bedrijven en voorzieningen. Het is aan te bevelen om daar specifieke voorwaarden of inpassings-/ontwerpeisen aan te verbinden m.b.t. klimaat/CO2 neutraliteit, ook voor het daaraan gerelateerde verkeer. Voor de bestaande bebouwde omgeving en verkeer en vervoer is de opgave om ‘uit het rood te komen’ (reductie uitstoot in lijn met doelen klimaatwet) fors. Het is aan te bevelen om daarvoor een transitieplan op te stellen met een concreet routepad met in te zetten maatregelen die nodig en mogelijk zijn om de klimaatdoelen te halen. Manier waarop gemeente Haarlem met aanbevelingen om gaat In Haarlem wordt momenteel gewerkt aan een programma klimaatadaptatie. Eén van de thematische programma’s die voortvloeit uit de omgevingsvisie betreft het programma klimaat en energie. De aanbeveling met betrekking tot het opstellen van een transitieplan en een concreet routepad wordt daar in meegenomen.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
65
11
Wat gebeurt er verder na dit OER?
11.1
Beleidscyclus omgevingsbeleid
De omgevingsvisie heeft een plek binnen de beleidscyclus voor omgevingsbeleid, conform de Omgevingswet. Onderstaande figuur geeft de beleidscyclus weer, en het werkt als volgt. 1) In de beleidsontwikkeling wordt de omgevingsvisie opgesteld, deze stap wordt met vaststelling van de Omgevingsvisie Haarlem 2045 voltooid; 2) In de beleidsdoorwerking worden de richtinggevende hoofdlijnen voor nieuwe uit de omgevingsvisie verder geconcretiseerd in uitvoeringsprogramma’s en andere instrumenten, zoals het omgevingsplan; 3) Tijdens de uitvoering worden de concrete besluiten en/of regels en ander instrumentarium toegepast; 4) In de terugkoppeling wordt door monitoring en evaluatie gereflecteerd op behaalde resultaten waarna deze op basis van hun betekenis input vormen voor een nieuwe beleidscyclus.
Figuur 11-1: Beleidscyclus [Aandeslagmetdeomgevingswet.nl, 2020].
11.2
Omgevingsprogramma’s en omgevingsplan
De omgevingsvisie vormt het afwegingskader voor verdere uitwerking in programma’s en plannen. Als eerste vervolgstop gaat de gemeente Haarlem de omgevingsvisie verder uitwerken in programma’s gericht op de uitvoering van de visie. Daarbij gaat het om thematische programma’s, gebiedsprogramma’s en zoneontwikkeling. Samen vormt dat het stedelijk omgevingsprogramma dat wordt opgenomen in het omgevingsplan Haarlem, zie onderstaande figuur 11-2. Het programma Klimaat en energie, programma Geluid, programma Wonen en Duurzame mobiliteit zijn voorbeelden van thematische programma’s die voortvloeien uit de omgevingsvisie en de Omgevingswet. Gekeken wordt of de lopende programma’s Duurzaamheid en Energietransitie kunnen worden opgenomen in programma’s van de omgevingswet. Het is de bedoeling dat de programma’s vervolgens verder worden geconcretiseerd in uitvoeringsplannen. 15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
66
Naast deze thematische programma’s heeft de gemeente ook het voornemen om programma’s gericht op gebieden op te stellen. Het gaat dan om gebieden waar verschillende opgaven samenkomen en zorgvuldige inpassing gevraagd is, zoals bijvoorbeeld de Spaarnedriehoek.
Figuur 11-2: Omgevingsvisie en vervolgbeleid.
Bij de uitwerking van de programma´s wordt de informatie over de leefomgeving zoals opgenomen in dit OER gebruikt en meegewogen. Belangrijk element daarin zijn de mitigerende maatregelen en adviezen voor verdere verbetering van de leefomgeving. Die worden gebruikt bij de invulling van de programma´s. Door conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen uit dit OER daarin mee te nemen en concreet een plek te geven, wordt geborgd dat het belang van de leefomgeving zo optimaal mogelijk meegenomen blijft worden. Hetzelfde geldt voor het omgevingsplan. Voor optimale borging is het van belang dat deze werkwijze van het betrekken van leefomgevingsinformatie, mitigerende maatregelen en verbeteradviezen uit dit OER verankerd wordt in het omgevingsbeleid, de beleidscyclus en de uitvoeringsstrategie.
11.3
Onzekerheden en monitoring
De Omgevingswet stelt monitoring en evaluatie van het beleid verplicht, om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Periodiek wordt er middels een terugkoppeling nieuwe input geleverd voor de beleidsontwikkeling wat kan leiden tot voortzetting of bijsturing van het beleid. Door monitoring en evaluatie ontstaat een gesloten beleidscyclus. De Omgevingsvisie Haarlem 2045 heeft geen vastgelegde looptijd. De gemeente wil de visie actueel houden door deze na een jaar (en vervolgens om het jaar) tegen het licht te houden en zo nodig aan te passen, en waar nodig ook het OER.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
67
Verder wil de gemeente een monitoringprogramma opzetten, aansluitend op het ‘Rad van de leefomgeving’ zoals opgenomen in dit OER. De daarin opgenomen indicatoren vormen dan het vertrekpunt. Nieuwe ontwikkelingen worden gespiegeld met de indicatoren uit het Rad van de leefomgeving om in beeld te krijgen in hoeverre ambities gehaald worden, kansen op verbetering mogelijk zijn of dat er risico´s op verslechtering zijn. Als ontwikkelingen in de kwaliteit van de leefomgeving aanleiding geven tot het hanteren van andere beoordelingscriteria dan wordt daarop ingespeeld. Geadviseerd wordt om de volgende stappen te doorlopen voor het monitoringprogramma ten behoeve van de beleidsevaluatie: • Stap 1: Welke ontwikkelingen hebben plaats gevonden sinds het vorige peil-/meetmoment? Dat kunnen ontwikkelingen zijn op het vlak van voortgang van uitvoering van het omgevingsbeleid, gemeentelijke of bovengemeentelijke projecten, autonome trends, wetenschappelijke inzichten en/of nieuwe wet- en regelgeving. • Stap 2: Vallen de gevolgen voor de leefomgeving van deze ontwikkelingen binnen de ambities van de omgevingsvisie, en/of doen zich (nieuwe) knelpunten of problemen voor? Hiervoor wordt aangesloten bij de in dit OER gehanteerde beoordelingssystematiek.
• Stap 3: Zijn er aanvullende maatregelen of ingrepen nodig om de gevolgen voor de leefomgeving acceptabel te houden of te krijgen? • Stap 4: Zijn de ambities van de omgevingsvisie nog realistisch en voldoen de gestelde kaders nog of zijn ze te ruim of juist te knellend? Is er aanleiding voor bijstellen van de bestuurlijke aanpak? • Stap 5: Geven ontwikkeling vanuit (omgevings)programma´s of het omgevingsplan aanleiding om de omgevingsvisie bij te stellen?
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
68
Begrippenlijst Ambitie (in omgevingsvisie)
Toestand van de leefomgeving die nagestreefd wordt.
Alternatieven
De mogelijke ‘manieren’ waarop het beleid gerealiseerd kan worden. Daarbij gaat het om andere manieren om de doelstellingen gekoppeld aan een bepaalde activiteit (in aanvaardbare mate) te behalen. De Wet milieubeheer stelt dat alleen de alternatieven die redelijkerwijs een rol kunnen spelen in de besluitvorming beschouwd moeten worden.
Autonome ontwikkeling
Ontwikkelingen (meestal op het gebied van de ruimtelijke ordening) die plaatsvinden op basis van ontwikkelingen waarover een besluit is genomen, ongeacht of één van de alternatieven uit het OER gerealiseerd worden.
Beoordelingskader
Set indicatoren waarmee beoordeeld wordt a) in hoeverre met het beoogde beleid (in dit geval vooral ontwikkelprincipes) de beleidsdoelen worden gehaald ('doelbereik') en b) wat de effecten van het beleid zijn op de leefomgeving.
Beleidsinstrument
Middel dat een overheid inzet om beleid uit te voeren, bijvoorbeeld: omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma, omgevingsvergunning, subsidieregeling.
Bevoegd gezag
Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer het besluit te nemen.
Commissie voor de m.e.r.
Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.
Effect (in planMER/OER)
Gevolg van beleid op de leefomgeving.
Inspraak
Mogelijkheid om informatie te krijgen en op basis daarvan een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.
Kennisgeving
Het openbaar maken van een voornemen om een m.e.r.-procedure te starten en of een m.e.r.-plichtig plan vast te stellen.
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de m.e.r.-procedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in het OER onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).
Omgevingsvisie
Plan waarin de gemeente het beleid voor de leefomgeving op lange termijn vastlegt.
Planm.e.r
M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een m.e.r. voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie.
15-4-2021
OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045
BH3405TPRP2104141528
69
PlanMER/OER
MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie. In deze NRD wordt met OER de planMER bedoeld.
Ter inzage leggen
Gedurende een bepaalde periode belanghebbende de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp-plan te reageren met een zienswijze.
Uitvoeringsprogramma
Programma waarin beleidsdoelstellingen (wat gaan we doen?) worden vertaald naar concrete acties en interventies (hoe gaan we dat doen?)