CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20201185371 3. Bijlage 2 Overzicht wijzigingen

gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen wijziging Huisvestingsverordening t.b.v. uitvoeren doelgroepenverordening2.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Overzicht wijzigingen Was/wordt tabel wijziging huisvestingsverordening 2020

Leeswijzer: - Als in een artikel veel is gewijzigd, dan worden zowel het gehele originele artikel, als het gehele gewijzigde artikel naast elkaar weergegeven. - Als alleen een onderdeel wijzigt, dan wordt alleen dit gewijzigde onderdeel weergegeven. - Ongewijzigde artikelen worden niet genoemd. - Geel = toegevoegd / Blauw = verwijderd De Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2017 (versie 1 mei 2019) wordt gewijzigd als volgt:

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen Bestaande tekst

Nieuwe tekst DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; Huurtoeslaggrens: De maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; Eengezinswoning: hieronder wordt verstaan een eindwoning, hoekwoning of tussenwoning; Huurtoeslaggrens: de maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag; Huurprijs: de prijs die bij huur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte; Liberalisatiegrens: Huurtoeslaggrens Middenhuurgrens: de maximale huurprijs bedraagt ten hoogste € 1007,- per maand (prijspeil 1-12019).

1/8

Middeldure huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs vanaf de grens zoals genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a. van de Wet op de huurtoeslag;

HOOFDSTUK 2. De huisvestingsvergunning Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Woonruimten in eigendom van woning1. De volgende woonruimten mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gecorporaties en overige verhuurders met geven wanneer daarvoor een huisvestingseen huurprijs beneden de huurtoeslagvergunning is verleend: grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, a. sociale huurwoningen in eigendom van onder a, van de Wet op de huurtoeslag de woningcorporaties; mogen enkel voor bewoning in gebruik b. sociale huurwoningen in eigendom van worden genomen of gegeven wanneer overige verhuurders; daarvoor een huisvestingsvergunning is c. sociale huurwoningen die opgenomen verleend. zijn in het bestemmingsplan; d. middeldure huurwoningen die opgenomen zijn het bestemmingsplan. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van eerste lid, onder a tot en met c, van de de Leegstandwet; Leegstandwet; b. onzelfstandige woonruimten; b. onzelfstandige woonruimten; c. bedrijfswoningen; c. bedrijfswoningen; d. studentenwoningen. d. studentenwoningen. Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Bestaande tekst Nieuwe tekst 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 10, Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweetweede lid, van de wet, komen voor een huisde lid, van de wet, komen voor een huisvesvestingsvergunning voor woonruimte in tingsvergunning voor woonruimte in aanmeraanmerking: king: a. meerderjarige woningzoekenden; a. meerderjarige woningzoekenden; b. woningzoekenden met een inkomen tot b. woningzoekenden in de particuliere huurde DAEB-norm voor woonruimte gesector met een inkomen lager dan € noemd onder artikel 2, eerste lid onder a 44.360 (prijspeil 2016). Deze inkomensen c; grens kan door Burgemeester en Wethouc. woningzoekenden met een inkomen laders overeenkomstig de ministeriële regeger dan € 44.360 (prijspeil 2016) voor ling op grond van artikel 10 lid 2 van de woonruimte genoemd onder artikel 2, Uitvoeringswet huurprijzenwet woonruimeerste lid onder b en c; te jaarlijks worden aangepast. d. woningzoekenden met een inkomen tot aan 1,5 maal de DAEB-norm genoemd onder artikel 2, eerste lid onder d.

2/8

2. De inkomensgrenzen, bedoeld in het eerste lid onder b en c, worden jaarlijks per 1 januari aangepast op dezelfde wijze als de aanpassing door de minister van de huurprijsgrens van de doelgroep. 3. De inkomensgrens, bedoeld in het eerste lid onder d, wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de CPI alle huishoudens jaar- op- jaarmethode. Artikel 6 Bekendmaking aanbod van woonruimte Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen 1. Het aanbod van de in artikel 2, lid 1 onder a en woonruimte in het bezit van de woningcorc aangewezen woonruimten wordt openbaar poraties wordt, na aftrek van de woningen bekendgemaakt door publicatie op het in de die via een direct aanbod aan urgenten uit regio gangbare platform dat door toegelaten artikel 9 zijn toebedeeld, voor ten minste instellingen voor de verdeling van sociale 75% openbaar bekend gemaakt door publihuurwoningen wordt gebruikt. catie op een digitaal platform. 2. In afwijking van het eerste lid wordt, na aftrek 2. De bekendmaking bevat in ieder geval: van de woningen die via een direct aanbod aan a. het adres en de huurprijs van de woonurgenten uit artikel 9 zijn toebedeeld, ten minruimte; ste 75% van het aanbod als bedoelt in artikel 2, b.

de mededeling dat de woonruimte niet lid 1 onder a, bekendgemaakt door publicatie voor bewoning in gebruik genomen mag op het digitale platform zoals genoemd in lid 1. worden als daarvoor geen huisvestings3. De bekendmaking bevat in ieder geval: vergunning is verleend, en a. het adres en de huurprijs van de woonruimc. indien van toepassing, de criteria en te; voorrangsregels voor het verlenen van de b. de mededeling dat de woonruimte niet voor benodigde huisvestingsvergunning. bewoning in gebruik genomen mag worden 3. Tot maximaal 25% van de in artikel 2 aanals daarvoor geen huisvestingsvergunning is gewezen woonruimte van woningcorporaverleend, en ties kan via een maatwerkregeling worden c. indien van toepassing, de criteria en voortoegewezen aan woningzoekenden. rangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning. 4. Tot maximaal 25% van de in artikel 2, lid 1 onder a aangewezen woonruimte, kan via een maatwerkregeling worden toegewezen aan woningzoekenden. Artikel 7a. Voorrang bij toewijzing van middenhuurwoningen Bestaande tekst Nieuwe tekst Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimten zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 onder d wordt voor maximaal 50% voorrang gegeven aan woningzoekenden die een woonruimte als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a achterlaten. Artikel 9 Voorrang bij urgentie Bestaande tekst Nieuwe tekst 3.

Tot de woningzoekenden bedoeld in het 3. Tot de woningzoekenden bedoeld in het twee-

3/8

tweede lid behoort de vergunninghouder die gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling gehuisvest moet worden en de woningzoekende uit artikel 12, derde lid van de wet: a. die verblijft in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband problemen van relationele aard of geweld zijn woonruimte heeft verlaten; b. die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, verleent of ontvangt en voldoet aan de volgende voorwaarden: i. de zorg wordt voor meer dan 8

uur per week geleverd en duurt langer dan 3 maanden; ii. de mantelzorgrelatie kan worden aangetoond met een verklaring van bijvoorbeeld een huisarts, wijkverpleegkundige of een andere sociaal-medische adviseur; iii. er zijn voor de mantelzorgontvanger en mantelzorger geen voorliggende voorzieningen waarmee de noodzaak tot verhuizen vervalt; iv. het woonprobleem kan niet worden opgelost door bijvoorbeeld: woningruil, doorstroming via een corporatie, huren in de vrije sector bij een hoger inkomen; v. de huurder zegt bij toewijzing van de nieuwe huurwoning de huurwoning die wordt achtergelaten op; vi. de mantelzorgontvanger is voor zijn participatie en zelfredzaamheid afhankelijk van de mantelzorger.

de lid behoort de vergunninghouder die gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling gehuisvest moet worden en de woningzoekende uit artikel 12, derde lid van de wet: a. die verblijft in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband problemen van relationele aard of geweld zijn woonruimte heeft verlaten; b. die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, verleent of ontvangt en voldoet aan de volgende voorwaarden: i. de zorg wordt voor meer dan 8 uur

per week geleverd en duurt langer dan 3 maanden; ii. de mantelzorgrelatie kan worden aangetoond met een verklaring van bijvoorbeeld een huisarts, wijkverpleegkundige of een andere sociaalmedische adviseur; iii. er zijn voor de mantelzorgontvanger en mantelzorger geen voorliggende voorzieningen waarmee de noodzaak tot verhuizen vervalt; iv. het woonprobleem kan niet worden opgelost door bijvoorbeeld: woningruil, doorstroming via een corporatie, huren in de vrije sector bij een hoger inkomen; v. de huurder zegt bij toewijzing van de nieuwe huurwoning de huurwoning die wordt achtergelaten op; vi. de mantelzorgontvanger is voor zijn participatie en zelfredzaamheid afhankelijk van de mantelzorger; vii. de mantelzorgontvanger of de mantelzorgverlener is woonachtig binnen ZuidKennemerland; viii. de afstand tussen de woning van de mantelzorgontvanger en de mantelzorgverlener is groter dan wat reëel en haalbaar is om adequate mantelzorg te kunnen verlenen.

4/8

TOELICHTING Verdeling van sociale huurwoningen Bestaande tekst Op het gebied van woonbeleid werken de acht gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond (hierna: de regio) samen. Deze verordening is daarom in samenwerking met de gemeenten in deze regio tot stand gekomen. De gemeenten hebben een zoveel mogelijk gelijkluidende verordening opgesteld met op onderdelen lokaal maatwerk. De regio kent geen gemeenschappelijk bestuursorgaan dat de verordening vast kan stellen. Dit is de bevoegdheid van de afzonderlijke raden. Uit bovenstaande onderzoeken is gebleken dat in deze regio de goedkope huurwoning een schaars goed is. Dit zijn alle huurwoningen met een huurprijs tot € 710,68 (prijspeil 2017). Voor het leeuwendeel zijn deze in eigendom en beheer bij woningcorporaties. Voor een deel is sprake van particuliere verhuur. Bij alle corporaties is een lange inschrijftijd benodigd om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning en is een trend waargenomen dat deze (zonder ingrepen) verder op zal lopen. Dit komt onder meer door: • De omvang van de doelgroep die een beroep zal doen op de sociale voorraad neemt toe en, tegelijkertijd, neemt volgens de plannen van corporaties uit 2013 de woningvoorraad in dit segment af door herstructureringsmaatregelen, verkoop en liberalisering van huurwoningen (zie tabel 5-1).

(In 2015 is een actualisatie gemaakt van de behoefte die niet tot gewijzigde conclusies heeft geleid.) • Het aantal alleenwonenden zal verder toenemen. De gezinsverdunning maakt dat er meer woningen nodig zullen zijn. • Voor veel jongeren en ZZP-ers is het verkrijgen van een hypotheek minder bereikbaar. Zij krijgen vaak geen vaste aanstelling meer, maar een flexcontract. Afgestudeerden eindigen met een studieschuld. Zij doen daarmee ook een toenemend beroep op de goedkope voorraad.

Nieuwe tekst Op het gebied van woonbeleid werken de acht gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond (hierna: de regio) samen. Deze verordening is daarom in samenwerking met de gemeenten in deze regio tot stand gekomen. De gemeenten hebben een zoveel mogelijk gelijkluidende verordening opgesteld met op onderdelen lokaal maatwerk. De regio kent geen gemeenschappelijk bestuursorgaan dat de verordening vast kan stellen. Dit is de bevoegdheid van de afzonderlijke raden. Uit bovenstaande onderzoeken is gebleken dat in deze regio de goedkope huurwoning een schaars goed is. Dit zijn alle huurwoningen met een huurprijs tot € 710,68 (prijspeil 2017). Voor het leeuwendeel zijn deze in eigendom en beheer bij woningcorporaties. Voor een deel is sprake van particuliere verhuur. Bij alle corporaties is een lange inschrijftijd benodigd om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning en is een trend waargenomen dat deze (zonder ingrepen) verder op zal lopen. Dit komt onder meer door: • De omvang van de doelgroep die een beroep zal doen op de sociale voorraad neemt toe en, tegelijkertijd, neemt volgens de plannen van corporaties uit 2013 de woningvoorraad in dit segment af door herstructureringsmaatregelen, verkoop en liberalisering van huurwoningen (zie tabel 5-1).

(In 2015 is een actualisatie gemaakt van de behoefte die niet tot gewijzigde conclusies heeft geleid.) • Het aantal alleenwonenden zal verder toenemen. De gezinsverdunning maakt dat er meer woningen nodig zullen zijn. • Voor veel jongeren en ZZP-ers is het verkrijgen van een hypotheek minder bereikbaar. Zij krijgen vaak geen vaste aanstelling meer, maar een flexcontract. Afgestudeerden eindigen met een studieschuld. Zij doen daarmee ook een toenemend beroep op de goedkope voorraad. Daarnaast heerst ook schaarste in het middensegment van de woningmarkt. Door een tekort aan betaalbare koopwoningen voor middeninkomens, is een steeds grotere groep woningzoekenden 5/8

aangewezen op de middeldure huurvoorraad. Volgens het onderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2019’ (WiMRA 2019) is de middensegment huurvoorraad in de regio ZuidKennemerland schaars (12% vrije sector huur, incl. dure huur) en is niet toereikend om de groep woningzoekenden met een middeninkomen (18%) in passende en betaalbare huisvesting te voorzien. Artikel 3 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Bestaande tekst Nieuwe tekst Volgens de wet komen voor een huisvestingsVolgens de wet komen voor een huisvestingsververgunning slechts in aanmerking woningzoegunning slechts in aanmerking woningzoekenden: kenden:  die de Nederlandse nationaliteit bezitten;  die de Nederlandse nationaliteit bezitten;  vreemdeling zijn en rechtmatig in Nederland  vreemdeling zijn en rechtmatig in Nederverblijven. land verblijven. De verordening bepaalt aanvullend dat de woningDe verordening bepaalt aanvullend dat de wozoekende: ningzoekende:  meerderjarig moet zijn (>18 jaar);  meerderjarig moet zijn (>18 jaar);  bij particuliere verhuur een lager inkomen  bij particuliere verhuur een lager inkomoet hebben dan € 44.360,- (prijspeil 2017); men moet hebben dan € 44.360,- (prijs bij middensegment huur een lager inkomen peil 2017).

moet hebben dan 1,5 maal de DAEB-norm Meerderjarigheid wordt voorgeschreven omdat minderjarigen in het algemeen nog deel uit maken vaneen gezin of in studentenhuisvesting of op kamers wonen.

Meerderjarigheid wordt voorgeschreven omdat minderjarigen in het algemeen nog deel uit maken vaneen gezin of in studentenhuisvesting of op kamers wonen.

De tweede voorwaarde is gesteld omdat particuliere verhuurders niet gebonden zijn aan de inkomensgrens, die voortvloeit uit de Europese regelgeving (€ 36.165,- in 2017). Om ruimte te bieden voor middeninkomens is deze grens voor de particuliere verhuurders ruimer gesteld dan de EU-grens en gekoppeld aan het inkomen, waarboven corporaties de huren extra mogen verhogen wegens goedkoop scheefwonen. Deze inkomensgrens kan door burgemeester en wethouders jaarlijks worden aangepast.

De tweede voorwaarde is gesteld omdat particuliere verhuurders niet gebonden zijn aan de inkomensgrens, die voortvloeit uit de Europese regelgeving (€ 36.165,- in 2017). Om ruimte te bieden voor middeninkomens is deze grens voor de particuliere verhuurders ruimer gesteld dan de EUgrens en gekoppeld aan het inkomen, waarboven corporaties de huren extra mogen verhogen wegens goedkoop scheefwonen. Deze inkomensgrens kan door burgemeester en wethouders jaarlijks worden aangepast.

De huurtoeslaggrens is gelijk aan de zogenaamde liberalisatiegrens en ligt per 1 januari 2015 op € 710,68. Voor woningen met een huur boven de liberalisatiegrens is de verhuurder niet gebonden aan puntenstelsel, maximale huur en maximale huurverhoging.

De derde voorwaarde is toegevoegd om middeninkomens in aanmerking te laten komen voor een middensegment huurwoning. Een inkomen tot 1,5 maal de DAEB norm (€ 39.055, prijspeil 2020) wordt beschouwd als middeninkomen.

Voor corporatiewoningen is in dit artikel geen

De huurtoeslaggrens is gelijk aan de zogenaamde liberalisatiegrens en ligt per 1 januari 2015 op 6/8

inkomensgrens opgenomen, omdat regels hierover al uit Europese regelgeving en de Woningwet 2015 volgen.

€ 710,68. Voor woningen met een huur boven de liberalisatiegrens is de verhuurder niet gebonden aan puntenstelsel, maximale huur en maximale huurverhoging. Voor corporatiewoningen is in dit artikel geen inkomensgrens opgenomen, omdat regels hierover al uit Europese regelgeving en de Woningwet 2015 volgen.

Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte Bestaande tekst Nieuwe tekst In dit artikel is opgenomen dat sociale huurwoningen zoals genoemd in artikel 2, lid 1, onder a. (in bezit van corporaties) en c. (opgenomen in het bestemmingsplan, vaak in bezit van particuliere verhuurders) via Woonservice aangeboden moeten worden. Voor deze categorie is het eenvoudiger om toewijzing via Woonservice te eisen, omdat die al voldoen aan een aantal belangrijke basisvoorwaarden (zoals de exploitatietermijn en hoogte van de huur) op basis waarvan de verhuurder zich gelijkwaardig gedraagt als een toegelaten instelling (woningcorporatie). De overige particuliere verhuurders (art.2, lid 1, sub b) is een diffuse groep die bestaat uit verhuurders van bestaande sociale huurwoningen, maar (in de toekomst) ook uit huurwoningen van verhuurders die nieuwe sociale huurwoningen na afloop van de afgesproken exploitatietermijn of op basis van andere afspraken in anterieure overeenkomst sociale huurwoningen verhuren. Deze partijen mogen via Woonservice aanbieden, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Op deze manier wordt gewaarborgd dat voor alle aanbieders en sociale huurwoningen op Woonservice dezelfde voorwaarden gelden. Met ‘het in de regio gangbare platform’ wordt Woonservice of het platform voor studentenwoningen (ROOM) bedoeld. Artikel 9 en 10 Voorrang bij urgentie Bestaande tekst

Nieuwe tekst Onder een redelijke en billijke afstand tussen de woning van de mantelzorgontvanger en mantelzorgverlener wordt verstaan:

7/8

 Reisafstand tot 5 km: bij 1 keer per dag hulpverlening.  Reisafstand tot 1 km: indien nachtelijke hulp nodig is.  Bij een voortdurende zorgvraag kan zorgvrager feitelijk niet alleen wonen. Een urgentie biedt dan geen oplossing.

Bron: Mezzo, Woonbeleid en mantelzorg, 2009

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273835/1