CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 7 bij bijlage 1 IDDS 250202 - A7332-07 Stikstofberekening Orionweg Haarlem rap1 v1 4 gecombineerd

commissie Ontwikkeling 8 januari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.30 uur Sociaal woningbouwproject Orionhof (FR)19.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem Opdrachtgever: Stichting Ymere

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

Datum Kenmerk Auteur Vrijgave

: : : :

12 juni 2025 A7332-07/JLA/rap1_v1 J.C. Langeweg MSc ing. N. Koops

Opdrachtgever

:

Stichting Ymere

© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

2/19

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................ 4 Wettelijk kader .............................................................................................................. 6

3.1 3.1.1. 3.1.2. 3.2 3.3

Beoordeling planvoornemen ...................................................................................... 7 Mobiele bronnen tijdens de sloop- en aanlegfase ......................................................... 8 Sloopfase (tijdelijk effect van 2 maanden – rekenjaar: 2026) ........................................ 9 Bouwfase (tijdelijk effect van 18 maanden – rekenjaren: 2026 & 2027) .................... 11 Gebruiksfase ................................................................................................................ 13 AERIUS-modellen ........................................................................................................ 16 Rekenresultaten en conclusie projecteffect ........................................................... 18 Bijlagen ....................................................................................................................... 19

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

3/19

Inleiding Het plangebied tussen de Orionweg en Helene Swarthstraat in Haarlem beoogt de realisatie van maximaal 85 appartementen in de sociale sector. Hiervoor worden de huidige gebouwen, bestaande uit 46 woningen, gesloopt. Het plan bestaat uit de onderstaande verdeling: Tabel 1: Beoogd woonprogramma Huur, appartement, sociale huur < 75 m2 bvo

73

Huur, appartement, sociale huur 75 – 100 m2 bvo

12

Voor het beoogde plan is een stikstofonderzoek nodig, omdat stikstofgevoelige Natura 2000gebieden in de omgeving liggen. Een stikstofberekening is uitgevoerd voor de sloop-, aanlegen gebruiksfase. Figuur 1 toont een globale afbakening van het plangebied.

Figuur 1: Globale afbakening plangebied (bron: QGIS)

Figuur 2 geeft een 3D-impressie van het planvoornemen weer.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

4/19

Figuur 2: Impressie dwarsprofiel toekomstige situatie (bron: IDDS)

Voor het beoogde plan is een stikstofonderzoek noodzakelijk vanwege de nabijheid van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De stikstofberekening voor de sloop-, bouw- en gebruiksfase, uitgevoerd met de AERIUS Calculator, toont aan dat het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. Daarom is er aanvullend onderzoek vereist volgens de Omgevingswet is het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering 2022-2023. In dit rapport wordt eerst het wettelijk kader behandeld. Vervolgens wordt het planvoornemen in hoofdstuk 3 beoordeeld. Hierin wordt uiteengezet welke uitgangspunten gehanteerd worden als input voor de AERIUS Calculator. Vervolgens worden de rekenresultaten in hoofdstuk 4 beschreven. De bijlagenlijst en literatuurlijst is in hoofdstuk 5 opgenomen.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

5/19

Wettelijk kader De Omgevingswet (Ow) is in werking getreden op 1 januari 2024 en bevat alle wetten en regels over onze leefomgeving. Specifiek voor de bescherming van soorten en natuurgebieden geeft de wet uitvoering aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor het aspect stikstof is de wetgeving rondom natuurgebieden relevant. De Ow regelt de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000) voor plannen en projecten. Voor projecten geldt onder de Ow een vergunningplicht (art. 5.1 lid 1) indien verslechterende of significant verstorende gevolgen niet uitgesloten kunnen worden (Bal art. 11.1), tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Onder de Omgevingswet is het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering 2022-2023 actief. In dit programma worden maatregelen opgesteld ter vermindering van stikstofdepositie op stikstof gevoelige habitats, rekening houdend met de verwachte sociaal economische effecten en de weging van de haalbaarheid en betaalbaarheid van de maatregelen. Ook worden tussentijdse doelstellingen opgenomen inclusief een inspanningsverplichting om tijdig te voldoen aan de volgende gestelde doelen: a. In 2025 dient op ten minste 40% van de stikstofgevoelige habitats de kritische depositiewaarde (KDW) niet meer te worden overschreden; b.

In 2030 dient op ten minste 50% van de stikstofgevoelige habitats de KDW niet meer te worden overschreden; en c. In 2035 dient op ten minste 74% van de stikstofgevoelige habitats de KDW niet meer te worden overschreden. Voor plannen en projecten waarbij werkzaamheden plaatsvinden met stikstofemissies als gevolg, is één van de manieren om aan te tonen dat verslechterende of significant verstorende gevolgen uitgesloten kunnen worden, een stikstofberekening. Onderliggende stikstofberekening is opgesteld met behulp van AERIUS Calculator versie 2024 en conform de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12. De voornaamste wijzigingen ten opzichte van de vorige Calculator is het toevoegen van koude start bij wegverkeer. Eventuele vervolgstappen Bij een stikstofdepositie uitkomst boven 0,00 mol/ha/jr, oftewel een mogelijke verslechtering, behoeft niet altijd een vergunning te worden aangevraagd. Verschillende vervolgstappen bestaan om te bepalen of een nieuwe ontwikkeling daadwerkelijk een verslechtering tot gevolg heeft en of hier een eventuele vergunningplicht voor geldt. De vervolgstap kan bestaan uit een ecologische voortoets of een passende beoordeling (al dan niet in combinatie met intern salderen).

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

6/19

Beoordeling planvoornemen In Tabel 1 zijn de nabijgelegen Natura 2000-gebieden met de bijhorende afstand tot het plangebied en de stikstofgevoeligheid beschreven. Tabel 1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natura 2000-gebied

Afstand tot het plangebied

Stikstofgevoeligheid

Kennemerland-Zuid

1,2 kilometer

Zeer gevoelig

Polder Westzaan

9,0 kilometer

Zeer gevoelig

Noordhollands Duinreservaat

9,7 kilometer

Zeer gevoelig

Beoordeeld wordt of als gevolg van het project de kwaliteit van het natuurlijke leefgebied of de habitat van soorten in een Natura 2000-gebied kan verslechteren. Met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS is de sloop-, aanleg- en gebruiksfase van het planvoornemen doorgerekend. Figuur 3 geeft het plangebied weer met de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden.

Figuur 3: Uitsnede rondom het plangebied met de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (bron: QGIS)

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

7/19

3.1

Mobiele bronnen tijdens de sloop- en aanlegfase

Bij het definiëren van de bronkenmerken voor mobiele werktuigen in de AERIUS Calculator wordt gekozen voor de sectorgroep Mobiele werktuigen en de specifieke sector Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning. Onder deze sectorgroep dient van de mobiele werktuigen de stageklasse te worden ingevoerd. Ook is het brandstofverbruik, het aantal draaiuren en het AdBlue verbruik per jaar benodigd. Brandstofverbruik Voor het brandstofverbruik wordt gebruik gemaakt van het Excel document ‘TNO(eijk)brandstofverbruik-spreadsheet_tot_2040’. Dit document is gepubliceerd op 6 mei 2024 en bevat de gemiddelden van brandstofverbruik in liters per uur afhankelijk van het gemiddelde belastingpercentage (35% tenzij anders aangegeven) en het vermogen (kW). AdBlue verbruik Het AdBlue verbruik is op basis van het ‘Eindrapport data onderzoek mobiele machines in Nederland’ (Dellaert, et al., 2021) berekend. In het eindrapport wordt uitgegaan van een verbruik van 7% AdBlue per liter diesel. Oftewel een fractie van 0,07 liter AdBlue per liter. In onderstaande berekening is uitgegaan van een fractie van 0,06 liter AdBlue voor mobiele werktuigen met een stageklasse IV en nieuwer, omdat het SCR-systeem in bouwwerktuigen pas optimaal werkt bij een warme motor.

Planning Overeenkomstig de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12 is rekening gehouden met het uitgangspunt dat de depositiebijdrage van een project wordt gemodelleerd over de aaneengesloten twaalf maanden waarin de depositie het hoogst is. Tabel 2 geeft een overzicht van de invoer van de aanleg- en gebruiksfase zoals ingevoerd per rekenjaar in de AERIUS Calculator. De aanlegfase is onderverdeeld in een sloopfase, waarbij werkmateriaal wordt gebruikt voor sloop- en bouwrijpmaakwerkzaamheden, en een bouwfase waarin de nieuwe ontwikkeling wordt gerealiseerd en woonrijp gemaakt. De huidige woningen zullen per december 2025 leeg zijn. In januari 2026 wordt direct gestart met de sloop van de panden. Dit zal naar schatting 1,5 á 2 maanden duren. Vervolgens wordt het terrein bouwrijp gemaakt en zal de bouw plaatsvinden. De totale bouwfase zal circa 18 maanden duren. Tabel 2: Invoer aanleg- en gebruiksfase per rekenjaar in de AERIUS Calculator Jaar

Fase

Termijn

Sloop

2 maanden

Aanleg

10 maanden

Aanleg

8 maanden

Gebruik

4 maanden

Gebruik

12 maanden

2026

2027

2028

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

8/19

Omdat er sprake moet zijn van een worst case scenario, is er voor het rekenjaar 2027 rekening gehouden met 4 maanden gebruiksfase ter aanvulling op de maximale bouwfase van 8 maanden. Zo is er sprake van de aaneengesloten twaalf maanden waarin de depositie het hoogst is. 3.1.1. Sloopfase (tijdelijk effect van 2 maanden – rekenjaar: 2026) Op basis van de planning en de werkzaamheden / input vanuit de opdrachtgever zijn de benodigde mobiele bronnen vastgesteld. In de onderstaande tabellen zijn de eigenschappen en gegevens van de mobiele bronnen weergegeven. De mobiele bronnen worden gemodelleerd in AERIUS op basis van het aantal draaiuren. Tabel 3: Benodigd materieel gedurende de sloopfase 2026

Bron

Bouwjaar

Type motor

kW

Stage klasse

Brandstof verbruik l/h

Draaiuren

Brandstof verbruik l/j

Ad Blue gebruik (6%) [liter/jaar]

Graafmachine

2014

Diesel

200

Stage IV

19,86

108

2.145

129

Hoogwerker

2017

Diesel

200

Stage IV

19,38

80

1.550

93

Rijdend verkeer tijdens de sloopfase De sloopactiviteiten zullen de volledige ontmanteling omvatten van alle bestaande constructies op het terrein, waarbij het totale bruto vloeroppervlak van deze gebouwen gezamenlijk 1.692 m 2 bedraagt. Het resultaat van de sloopwerkzaamheden wordt geschat op een maximum van 2.050 ton puinafval. Er wordt rekening gehouden met vrachtwagens met een laadvermogen van maximaal 25 kuub. Dit resulteert in de volgende aantallen vervoer voor de sloopfase: • •

2 vrachtauto’s per werkdag; en 12 personenbussen en -auto’s per werkdag.

Bij de planning is uitgegaan van 21 werkbare dagen per maand. Gelet op de doorlooptijd van 2 maanden voor de sloop is er rekening gehouden met de onderstaande inzet van wegverkeer. Tabel 4 geeft de calculatie van het totaal aantal bewegingen per categorie in de sloopfase weer. Tabel 4: Inzet verkeersbewegingen gedurende de gehele sloopfase Bron (verkeer)

Werkdagen sloopfase

Vrachtwagens (Zwaar verkeer) Personenbussen en auto’s

Voertuigen per werkdag

Totaal aantal voertuigen

Totaal aantal bewegingen

2

42 x 2 = 84

2 × 84 = 168

12

42 x 12 = 504

2 × 504 = 1.008

21 × 2 = 42

(Licht verkeer)

Worstcase is gekozen om de genoemde getallen in te voeren als jaargemiddelde. Aangezien de sloop feitelijk gezien een tijdelijk effect betreft, zal de emissie na de sloopfase stoppen. In de

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

9/19

paragraaf Gebruiksfase is een verantwoording voor de route van het rijdend verkeer en de filevorming opgenomen. Stationaire emissie verkeer Vrachtwagens die van en naar de projectlocatie rijden worden op locatie geladen en/of gelost, waarbij de motor regelmatig blijft draaien. Aansluitend bij de richtlijnen van bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12 is de emissie voor de vrachtwagens bepaald, bij stationair draaien. Per vrachtwagen wordt uitgegaan van een laad/lostijd van 15 minuten (= 1/4 uur). Dit is de gemiddelde tijd die nodig is om een vrachtwagen te legen of vol te zetten. Uitgegaan is van zwaar wegverkeer voor de laad- en losactiviteiten binnen het plangebied. Voor de invoering is gekozen om dit als los vlak in te voeren. De stationaire draaiuren zijn op basis van Tabel 4 bepaald. De resulterende gegevens zijn in Tabel 5 weergegeven en ingevoerd in AERIUS. Tabel 5: Emissie berekening stationaire draaiuren vrachtwagens sloopfase

Jaar

2026

Zwaar wegverkeer emissie stationair

Tijd stationair

Invoer in AERIUS

(gram per uur)

(in uren)

(kilogram per jaar)

91,03176 NOx

42 × ¼ = 10,5

0,9558335 NOx

0,8976 NH3

42 × ¼ = 10,5

0,0094248 NH3

Koude start wegverkeer TNO en PBL stellen jaarlijks een set generieke emissiefactoren vast voor het wegverkeer in Nederland. De huidige AERIUS Calculator houdt rekening met de bevindingen en de laatste wetenschappelijke inzichten. Hierdoor is de koude start nu expliciet een eigen categorie in het rekenmodel. De reden hiervoor is dat de katalysator van een motor bij een koude start niet optimaal werkt, waardoor tijdelijk sprake is van een hogere emissie. Conform de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12 wordt rekening gehouden met de volgende gegevens: • • • •

De koude start geldt enkel voor vertrekkend verkeer; Voertuigen die langer dan 2 uur met een stilstaande motor aanwezig zijn, tellen als koude start; Per situatie wordt gekeken of een lijn- of vlakbron beter aansluit bij de situatie; en Worstcase wordt rekening gehouden dat het effect van een koude start na gemiddeld 1 minuut is verdwenen.

De ingevoerde aantallen in Tabel 6 zijn afgeleid van de gegevens uit Tabel 4. Deze zijn conform de ‘Instructies gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12 gemodelleerd als vlakbron.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

10/19

Tabel 6: Aantal voertuigen met koude start gedurende de gehele sloopfase

Jaar

2026

Bron

Voertuigen met koude start

Zwaar verkeer

42

Licht verkeer

504

3.1.2. Bouwfase (tijdelijk effect van 18 maanden – rekenjaren: 2026 & 2027) Op basis van de planning en de werkzaamheden / input vanuit de opdrachtgever zijn de benodigde mobiele bronnen vastgesteld voor de bouwfase van het plan. Dit is op basis van de nodige werkzaamheden en toevoer van bouwmateriaal voor de realisatie van het bouwplan. De vervoersbewegingen voor het personeel zitten ook in de aantallen. De eerste werkzaamheden voor de nieuwbouw starten in maart 2026 en lopen door tot medio 2027. Hierbij volgt de bouw een logische volgorde bestaande uit: • • • •

Grondwerk inclusief fundering; Constructie opbouw; Ruwe afbouw; en Fijne afbouw.

Op basis van de planning en de benodigde mobiele bronnen, is de onderstaande tabel gebruikt als input voor de berekeningen. De mobiele bronnen worden op basis van het aantal draaiuren gemodelleerd in AERIUS. Tabel 7: Benodigd materieel gedurende de bouwfase 2026

Bouwjaar vanaf

Bron

Type motor

kW

Stageklasse

Brandstof verbruik [liter/uur]

Draaiuren

Brandstof Verbruik [liter/jaar]

Ad Blue gebruik (6%) [liter/jaar]

Hijskraan

2018

Diesel

110

Stage IV

10,82

560

6.059

364

Graafmachine

2018

Diesel

100

Stage IV

9,88

140

1.383

83

Boorstelling klein

2017

Diesel

140

Stage IV

13,73

100

1.315

82

Boorstelling groot

2017

Diesel

240

Stage IV

23,15

40

926

56

Truck mixer

2017

Diesel

240

Stage IV

23,15

80

1.852

111

Betonpomp

2017

Diesel

240

Stage IV

23,15

80

1.852

111

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

11/19

Tabel 8: Benodigd materieel gedurende de bouwfase 2027

Bouwjaar vanaf

Bron

Type motor

kW

Stageklasse

Brandstof verbruik [liter/uur]

Draaiuren

Brandstof Verbruik [liter/jaar]

Ad Blue gebruik (6%) [liter/jaar]

Hijskraan

2018

Diesel

110

Stage IV

10,82

200

2164

130

Graafmachine

2018

Diesel

100

Stage IV

9,88

100

988

59

Hoogwerker

2018

Diesel

200

Stage IV

10,82

100

1082

65

Trilplaat

2020

Benzine – 2 taks

24

-

-

-

40

-

Wegverkeer tijdens de aanlegfase Voor de aanleg van het appartementencomplex wordt gebruik gemaakt van diverse transportbewegingen voor de aan- en toevoer van bouwmateriaal, de mobiele bronnen en het personeel. Hiervoor is uitgegaan van onderstaande worstcase gegevens: • •

560 vrachtauto’s in totaal 15 bestelwagens/personenauto’s per dag.

Voor het aantal werkbare dagen is gerekend met (21 werkdagen per maand) 380 werkbare dagen gedurende 18 maanden. Tabel 9 geeft het totaal aantal bewegingen per categorie in de aanlegfase weer. In Tabel 10 is de verdeling per aanlegjaar weergegeven. Tabel 9: Inzet verkeersbewegingen gedurende de gehele aanlegfase Bron (verkeer)

Totaal aantal voertuigen

Totaal aantal bewegingen

Categorie

Vrachtwagens

560

1.120

Zwaar verkeer

Bestelwagen/ personenauto’s

5.700

11.400

Licht verkeer

Tabel 10: Inzet verkeersbewegingen gedurende de aanlegfase per rekenjaar

Jaar

2026 (10 maanden)

2027 (8 maanden)

Bron

Voertuigen

Bewegingen

Zwaar verkeer

311

622

Licht verkeer

3.166

6.332

Zwaar verkeer

249

498

Licht verkeer

2.534

5.068

Worstcase is gekozen om de genoemde getallen in te voeren als jaargemiddelde. Aangezien de bouw feitelijk gezien een tijdelijk effect betreft, zal de emissie na de aanlegfase stoppen. In de paragraaf gebruiksfase is een verantwoording voor de route van het rijdend verkeer en de filevorming opgenomen. Stationaire emissie rijdend verkeer Vrachtwagens die van en naar de projectlocatie rijden worden op locatie geladen en/of gelost,

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

12/19

waarbij de motor regelmatig blijft draaien. Aansluitend bij de richtlijnen van bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12 is de emissie voor de vrachtwagens bepaald, bij stationair draaien. Per vrachtwagen wordt uitgegaan van een laad/lostijd van 15 minuten (= 1/4 uur). Dit is de gemiddelde tijd die nodig is om een vrachtwagen te legen of vol te zetten. Uitgegaan is van zwaar wegverkeer voor de laad- en losactiviteiten binnen het plangebied. Voor de invoering is gekozen om dit als los vlak in te voeren. De stationaire draaiuren zijn op basis van Tabel 10 bepaald. De resulterende gegevens zijn in Tabel 11 weergegeven en ingevoerd in AERIUS. Tabel 11: Emissie berekening stationaire draaiuren vrachtwagens

Jaar

Zwaar wegverkeer emissie stationair

Tijd stationair

Invoer in AERIUS

(gram per uur)

(in uren)

(kilogram per jaar)

91,03176 NOx

311 × ¼ = 77,75

7,0777193 NOx

0,8976 NH3

311 × ¼ = 77,75

0,0697884 NH3

89,57712 NOx

249 × ¼ = 62,25

5,5761757 NOx

0,8976 NH3

249 × ¼ = 62,25

0,0558756 NH3

2026

2027

Koude start wegverkeer Conform de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ wordt bij de aanlegfase rekening gehouden met een koude start. Voor de verantwoording, wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1 Sloopfase. Voor de invoer in AERIUS wordt rekening gehouden met de onderstaande aantallen welke zijn afgeleid van Tabel 10. In Tabel 12 zijn de daadwerkelijke koude start weergegeven. Tabel 12: Aantal voertuigen met koude start gedurende de gehele aanlegfase

Jaar

2026

2027

3.2

Bron

Voertuigen met koude start

Zwaar verkeer

311

Licht verkeer

3.166

Zwaar verkeer

249

Licht verkeer

2.534

Gebruiksfase

Bij de berekening van de stikstofdepositie in de gebruiksfase is uitgegaan van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12, tenzij anders aangegeven. Sinds 2018 dienen nieuwe woningen gasloos te worden opgeleverd. De overige ruimten worden ook niet aangesloten op het gas. Wel zijn de verkeersgegevens gebruikt als invoergegevens voor het AERIUS-rekenmodel. Op grond van de CROW-publicatie ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ (september 2024) is uitgegaan van de onderstaande gegevens als input voor in de Calculator. Voor de verkeersbewegingen wordt uitgegaan van de norm per weekdag. Het vrachtverkeer naar en van woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is in de CROW-publicatie wel in cijfers verwerkt. De publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

13/19

parkeernormen’ (december 2018) hanteert een gemiddelde van 0,02 vrachtautobewegingen per woning per etmaal. Voor deze berekening is daarom uitgegaan van 0,02 middelzware verkeersbewegingen per woning per dag. Op basis van de omgevingsadressendichtheid van 3.166 adressen per km2 voor de wijk Te Zaanenkwartier wordt uitgegaan van een zeer stedelijk gebied. Gezien de ligging in een woonwijk en afstand van een stadscentrum wordt uitgegaan van rest bebouwde kom. De gegevens zijn weergegeven in Tabel 13 en zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator. N.b: voor deze berekening is gebruik gemaakt van de minimale norm voor de verkeersbewegingen per dag. De reden hiervoor is dat er in overleg met de gemeente wordt afgeweken in de parkeervraag. Voor dit project is er namelijk een reductie afgesproken in het realiseren van het aantal parkeerplaatsen ten behoeve van deze ontwikkeling. In totaal worden er twee parkeerkoffers gerealiseerd: links een (bestaande) parkeerkoffer met 26 plekken en rechts een nieuwe parkeerkoffer met 21 plekken. Er worden dus 47 parkeerplaatsen gerealiseerd welke deel ook openbaar toegankelijk zijn. Omdat er slechts sprake is van maximaal 47 parkeerplaatsen, is het niet noodzakelijk om uit te gaan van de CROW worst case norm voor de verkeersaantrekkende werking. Om die reden is er uitgegaan van de minimale normering.

Tabel 13: Verkeersgegevens voor AERIUS-berekening Functieaanduiding Huur, appartement, sociale huur < 75 m2 bvo Huur, appartement, sociale huur 75 – 100 m2 bvo Totaal

Norm Aantal verkeersbewegingen woningen per dag

Invoer in AERIUS verkeersbewegingen per dag

73

2,1

153,3

12

2,2

26,4

-

-

179,7 Licht verkeer: 178 Middelzwaar verkeer: 1,7

Verdeling categorie

Invoer in AERIUS verkeersbewegingen (4 maanden )

178 x 365 x

4 12

= 21.657 (licht) 4

1,7 * 365 x = 206 12 (middelzwaar)

Opgemerkt wordt dat vanwege de planologische realisatie sprake is van een toename van de verkeersbewegingen. De AERIUS-berekening gaat uit van het totale plan, niet het verschil met de bestaande situatie, omdat dit het feitelijke projecteffect bepaalt. Het verkeer maakt gebruik van de Orionweg om het plangebied te bereiken. Vanaf de Orionweg vertoont het verkeer geen verschil in rij- en stopgedrag ten opzichte van het overige verkeer. Dit voldoet aan de richtlijnen zoals vastgesteld in de richtlijnen ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12. Hieronder worden de routes beschreven, inclusief een verantwoording van het heersende verkeer. Verantwoording heersend verkeer en stagnatiefactor Om vast te stellen hoe het verkeer vanuit het plangebied opgaat in het heersende verkeer, is gebruik gemaakt van gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Hier zijn monitoringsgegevens van wegverkeer beschikbaar. Orionweg naar de Delftlaan Uit de gegevens van het CIMLK is de verkeersintensiteit bepaald op Orionweg. Op dit segment zijn de volgende gegevens bekend:

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

14/19

• • •

10.130 verkeersbewegingen licht verkeer per dag; 107 verkeersbewegingen middelzwaar verkeer per dag; en 24 verkeersbewegingen zwaar verkeer per dag.

Hieruit volgt dat: •

•

•

Een toename van 251 lichte verkeersbewegingen per dag in de gebruiksfase, zoals bepaald in Tabel 13, verhoudingswijs resulteren in een toename van circa (251 / 10.130 × 100% =) 2,48%; Een toename van circa 5 middelzware verkeersbewegingen per dag in de gebruiksfase, zoals bepaald in Tabel 13, verhoudingswijs resulteren in een toename van circa (5 / 107 × 100% =) 4,67%; en Een tijdelijke toename van 2 zware verkeersbewegingen per dag in de aanlegfase, zoals bepaald in paragraaf Bouw en sloopfase, resulteert verhoudingswijs in een toename van circa (2 / 24 × 100% =) 8,3%.

Aansluitend bij de richtlijnen van BIJ12 wordt het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld bij enkele procenten. Met bovengenoemde percentages wordt hier aan voldaan. Op dit segment geldt een percentage van 0% voor filevorming. Dit leidt tot een invoer in de AERIUS Calculator waarbij een percentage van 1% wordt gebruikt voor het berekenen van de filevorming.

Figuur 4: Uitsnede CIMLK

Koude start wegverkeer Conform de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ wordt bij de gebruiksfase rekening gehouden met een koude start. Voor de verantwoording, wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1 Sloopfase Voor de invoer in AERIUS wordt rekening gehouden met de onderstaande aantallen welke zijn afgeleid van Tabel 13. Opgemerkt wordt dat dit aantal enkel het vertrekkend verkeer is. In Tabel 14 zijn de daadwerkelijke koude start weergegeven.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

15/19

Tabel 14: Aantal voertuigen met koude start gedurende de gebruiksfase per dag en per 4 maanden Bron (verkeer)

Voertuigen met koude start

Licht verkeer

178 / 2 = 89

Middel zwaar verkeer

1,7 / 2 = 0,85

3.3

Voertuigen met koude start (4 maand) 89 x 365 x

4 12

maanden =

10.829 0,85 x 365 x

4 12

maanden

=103,4

AERIUS-modellen

De gegevens van de sloop- aanleg- en gebruiksfase zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator. Overeenkomstig de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12 is rekening gehouden met het uitgangspunt dat de depositiebijdrage van een project wordt gemodelleerd over de aaneengesloten twaalf maanden waarin de depositie het hoogst is. De AERIUS Calculator heeft de emissie en depositie van het plan berekend. De uitsneden zijn in Figuur 5, Figuur 6 en Figuur 7 opgenomen om weer te geven welke bronnen op welke locatie zijn voorzien. Tevens geven de figuren de resultaten van de berekening weer.

Figuur 5: Uitsnede AERIUS Calculator aanlegfase (2026)

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

16/19

Figuur 6: Uitsnede AERIUS Calculator bouwfase 2027 (+ 4 maanden gebruiksfase)

Figuur 7: Uitsnede AERIUS Calculator gebruiksfase 2028

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

17/19

Rekenresultaten en conclusie projecteffect Het projecteffect is berekend met behulp van de AERIUS Calculator versie 2024.2.3. Hierbij is een berekening gemaakt voor de uitstoot van de bouwmachines en het verkeer in de sloop-en aanlegfase en het verkeer in de gebruiksfase. De conclusie luidt dat stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden worden getroffen door de voorgenomen ontwikkeling aan het Orionweg in Haarlem. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt daarom een toename van de stikstofdepositie op in Natura 2000-gebieden in de sloopen aanlegfase. Uit de resultaten van de AERIUS Calculator volgt dat de volgende gebieden een toename in stikstofdepositie ervaren: •

Kennemerland-Zuid: o o

Grootste toename 0,02 mol N/ha/jaar in 2026 (tijdelijk effect); Grootste toename 0,02 mol N/ha/jaar in 2027 (tijdelijk effect).

Aangezien uit de analyse blijkt dat het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jr, geldt mogelijk een vergunningsplicht volgens Artikel 5.1, lid 1 (Ow). Voor de gebruiksfase is gebleken dat er geen toename van stikstofdepositie in Natura 2000gebieden optreedt. Vervolgonderzoek Een mogelijk vervolgstap is het uitvoeren van een ecologische voortoets stikstof. Omdat er in de gebruiksfase geen sprake is van een toename van stikstofdepositie, is het mogelijk om de tijdelijke toename van de bouwfase middels een ecologische voortoets te onderbouwen. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre het getroffen Natura 2000-gebied de beperkte toename van stikstofdepositie aan kan zonder dat er significante negatieve effecten optreden. Een andere stap is een onderzoek naar intern salderen (verschilberekening als onderdeel van een passende beoordeling). Opgemerkt wordt dat intern salderen sinds de uitspraak van de Raad van State op 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923) geldt als een mitigerende maatregel. Door die laatste wijziging geldt een vergunningsplicht en moet een passende beoordeling worden opgesteld als onderbouwing bij de vergunningsaanvraag.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

18/19

Bijlagen • • • • • •

Bijlage 1. AERIUS_projectberekening_Orionweg, Haarlem_Sloop-enbouwfase2026 Bijlage 2. AERIUS_extra_beoordeling_Orionweg, Haarlem_Sloop-enbouwfase2026 Bijlage 3. AERIUS_projectberekening_Orionweg, Haarlem_Bouwfase2027gebruiksfase Bijlage 4. AERIUS_extra_beoordeling_Orionweg, Haarlem_Bouwfase2027gebruiksfase Bijlage 5. AERIUS_projectberekening_Orionweg, Haarlem_Gebruiksfase Bijlage 6. AERIUS_extra_beoordeling_Orionweg, Haarlem_Gebruiksfase

Literatuurlijst •

TNO. (2024). AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12. (2024). Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024.

Stikstofberekening Orionweg, Haarlem

-

A7223-07/JLA/rap1_v1

19/19

Ecologische voortoets stikstofdepositie Orionweg, Haarlem

Rapport Ecologische voortoets stikstofdepositie

Locatie Kenmerk Datum

: : :

Orionweg, Haarlem A7332-03/JLE/rap1 30 juli 2025

Auteur Vrijgave

: :

de heer J. Lesger mevrouw B. van den Hoed MSc

Contactpersoon Email Telefoon

: : :

mevrouw B. van den Hoed bvdhoed@idds.nl 06 - 82366909

Opdrachtgever

:

Stichting Ymere

© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

2/53

Inhoud 1.1 1.2 1.3

Inleiding ........................................................................................................................ 4 Aanleiding ...................................................................................................................... 4 Doel van het onderzoek ................................................................................................. 4 Leeswijzer ...................................................................................................................... 5

2.1 2.2 2.3

Relevante wet- en regelgeving ................................................................................... 6 Omgevingswet ............................................................................................................... 6 Wettelijk kader stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ........................................... 7 Porthos uitspraak ........................................................................................................... 8

3.1 3.2 3.3

Voorgenomen activiteit en stikstofdepositie .......................................................... 10 Voorgenomen activiteit ................................................................................................ 10 Uitgangspunten en resultaten stikstofberekeningen .................................................... 10 Scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie ............................................... 13

4.1

Ecologische effecten van eenmalige en geringe depositietoenames .................. 15 Effecten van geringe en tijdelijke stikstofdeposities .................................................... 15

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Effectbeoordeling Kennemerland-Zuid ................................................................... 19 Kennemerland-Zuid ..................................................................................................... 19 H2120 Witte duinen ..................................................................................................... 20 H2130A Grijze duinen (kalkrijk) ................................................................................... 23 H2130B Grijze duinen (kalkarm) .................................................................................. 26 H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos........................................................... 29 H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos....................................................... 32 H2180Ao Duinbossen (droog), overig ......................................................................... 35 H2180C Duinbossen (binnenduinrand) ....................................................................... 38 H2190A Vochtige duinvalleien (open water) ................................................................ 41 H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) ...................................................................... 43 Lg12 Zoom, mantel en droogstruweel van de duinen .................................................

45 Cumulatieve effecten ................................................................................................... 48 Conclusie .................................................................................................................... 50 Gebruikte literatuur .................................................................................................... 51 Bijlagen ....................................................................................................................... 52

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

3/53

Inleiding 1.1

Aanleiding

Stichting Ymere is voornemens om aan de Orionweg en Helene Swarthstraat te Haarlem 46 woningen te slopen en maximaal 85 appartementen te realiseren. De werkzaamheden bestaan uit sloop en nieuwbouwwerkzaamheden. Het plangebied ligt in de nabijheid van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’. Tijdens de realisatiefase, die naar verwachting aanvangt in 2026, vindt een tijdelijke verhoging plaats van stikstofemissies. Deze emissies zorgen voor een tijdelijke verhoging van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid, zoals berekend in de stikstofrapportage met kenmerk A7332-07/JLA/rap1. In de volledige gebruiksfase vindt in 2028 op zichzelf geen depositie plaats. De stikstofberekening inclusief rapportage is opgenomen als bijlage. Aangezien enkel een depositie boven de huidige rekenkundige ondergrens in AERIUS (0,005 mol/ha/jaar) plaatsvindt in de sloop- en bouwfase, wordt zowel de sloop- en bouwfase als input gebruikt. Rekenjaar 2026 waarbij zowel de sloop- en bouwfase plaatsvindt met de AERIUS-berekening ‘RcNCXtBmYJKY’ wordt als maatgevend genomen, omdat in dit rekenjaar de depositie het hoogste is. Naar aanleiding van de Porthos uitspraak (ECLI:NL:RVS:2023:3129) is voor het aspect stikstof onderliggende ecologische voortoets opgesteld.

In onderliggend rapport wordt dieper ingegaan op de berekende stikstofdepositie en wordt met behulp van objectieve gegevens onderzocht of de tijdelijke stikstofdepositie afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of voorgenomen activiteiten significante gevolgen kan hebben op het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Dan wel of deze significante gevolgen op voorhand kunnen worden uitgesloten. 1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van een ecologische voortoets stikstofdepositie is om vast te stellen of de stikstofemissies en hieruit volgende depositie ‘significante’ gevolgen kan hebben op de betrokken Natura 2000-gebieden. Wat ‘significant’ is, moet op een objectieve manier worden geïnterpreteerd. De (afwezigheid van) significantie van de gevolgen moet worden vastgesteld met betrekking tot de specifieke kenmerken en ecologische omstandigheden van het beschermde gebied dat bij het plan of voorgenomen activiteit is betrokken. Hierbij moeten met name de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) en ecologische kenmerken van het gebied in aanmerking worden genomen. Kort samengevat kan wanneer vaststaat dat de toename in stikstofdepositie niet kan leiden tot het in gevaar brengen van de IHD, worden uitgesloten dat sprake is van ‘significante’ gevolgen. Met behulp van de meest recente versie van de AERIUS Calculator versie 2024.2 is de depositietoename op Natura 2000-gebieden berekend. De AERIUS Calculator berekent op basis van de ligging, de emissiebronnen die worden ingezet en eventuele emissiebeperkende maatregelen voor de voorgenomen activiteiteffect, de depositietoename. De resultaten van de stikstofberekening bepalen welke Natura 2000-gebieden, habitattypen en leefgebieden betrokken moeten worden bij de ecologische voortoets stikstofdepositie.

Hieruit is naar voren gekomen dat door de werkzaamheden in één Natura 2000-gebied een tijdelijke toename van de stikstofdepositie plaatsvindt welke hoger is dan de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jaar, dit betreft Kennemerland-Zuid.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

4/53

In deze ecologische voortoets stikstofdepositie komen de volgende aspecten aan bod: • • •

•

• •

1.3

Een beschrijving van het voorkomen en de kwaliteit van de habitattypen in Kennemerland-Zuid, die beïnvloed worden door de toename van de stikstofdepositie. Een algemene beschouwing over ecologische gevolgen naar aanleiding van eenmalige en geringe toenames van stikstof in al met stikstof overbelaste ecosystemen. Een gebiedsspecifieke beschrijving van de ecologische gevolgen in de gebieden waar met behulp van de AERIUS Calculator stikstofdepositie is berekend als gevolg van het planvoornemen. Een beoordeling of deze effecten kunnen leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid in die mate dat de IHD in gevaar komen. Beoordeling of eventuele significante cumulatieve effecten optreden met andere plannen en/of projecten. Of op basis van bovenstaande een passende beoordeling en vergunning voor een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet (Ow) nodig is. Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 zijn de juridische kaders van de Omgevingswet en de recente jurisprudentie beschreven. In Hoofdstuk 3 is het planvoornemen beschreven en zijn de resultaten van de AERIUS Calculator versie 2024.2 opgenomen. De resultaten van deze berekening bepalen de scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie. In Hoofdstuk 4 zijn de ecologische gevolgen van de eenmalige en geringe toename van stikstof beschouwd. De gebied specifieke beoordeling van de ecologische gevolgen zijn besproken in Hoofdstuk 5. In Hoofdstuk 6 zijn de conclusies weergegeven. Dit document sluit af met de een overzicht van geraadpleegde bronnen (Hoofdstuk 7). In de Bijlage is de reeds uitgevoerde AERIUS-berekening met kenmerk ‘RcNCXtBmYJKY’ opgenomen.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

5/53

Relevante wet- en regelgeving In dit hoofdstuk wordt het wettelijk kader omtrent stikstofdepositie, dat van toepassing is op Natura 2000-gebieden, behandeld. 2.1

Omgevingswet

Algemeen De Omgevingswet is in werking getreden op 1 januari 2024 en bevat alle wetten en regels over onze leefomgeving. Specifiek voor de bescherming van soorten en natuurgebieden geeft de wet uitvoering aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor het aspect stikstof is de wetgeving rondom natuurgebieden relevant. De Ow regelt de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000) voor plannen en voorgenomen activiteiten. Voor voorgenomen activiteiten geldt onder de Ow een vergunningplicht (Ow art. 5.1 lid 1) indien verslechterende of significant verstorende gevolgen niet uitgesloten kunnen worden (Bal art. 11.1 lid 1). Een Natura 2000-activiteit is een 'activiteit, inhoudende het realiseren van een voorgenomen activiteit als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied'. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/aangemeld als speciale beschermingszone.

De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die zorg moeten dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, leefgebieden, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor IHD gelden centraal. Gedeputeerde staten zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van IHD voor de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten – als daar aanleiding toe bestaat – passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Daarnaast omvat de wet een beoordelingsplicht voor plannen en voorgenomen activiteiten die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor voorgenomen activiteiten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht.

Het is verboden zonder vergunning een voorgenomen activiteit uit te voeren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dit geldt enkel wanneer het een voorgenomen activiteit betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied. Toetsing vindt plaats (in een voortoets) of de voorgenomen activiteit afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Mochten die gevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, dan kan de vergunning worden verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (Ow art. 16.53c en Bkl artikel 8.74b lid 1). Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

6/53

alternatieve oplossingen voor het voorgenomen activiteit ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (Bkl artikel 8.74b lid 2). 2.2

Wettelijk kader stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden

In een ecologische voortoets wordt onderzocht of een voorgenomen activiteit afzonderlijk of in cumulatie verslechtering of significante verstorende gevolgen heeft voor een Natura 2000gebied. Onder de voormalige Wet natuurbescherming is steeds duidelijker geworden wat de eisen en uitgangspunten zijn die worden gesteld aan een (stikstof gerelateerde) ecologische voortoets. Omdat met invoering van de omgevingswet geen materiële wijzigingen van het gebiedsbeschermingsrechtelijke stelsel is beoogd, is de jurisprudentie vanuit de Wet natuurbescherming ook in de toekomst relevant. In de lijn van consistentie en verwachtingen wordt hierom voortgeborduurd op vormgevende uitspraken betreffende eisen en uitgangspunten van een ecologische voortoets. Zoals hierboven reeds benoemd, is het doel van een ecologische voortoets stikstofdepositie om vast te stellen of kan worden uitgesloten dat de door het voorgenomen activiteit veroorzaakte toename van de stikstofdepositie de natuurlijke kenmerken van Kennemerland-Zuid en de betrokken habitattypen en leefgebieden waarvoor dit Natura 2000-gebied is aangewezen, aantast. De effecten van voorgenomen activiteiten moeten gebied specifiek worden beschreven en beoordeeld. De beoordeling wordt gebaseerd op de lokale en specifieke omstandigheden binnen het Natura 2000-gebied.

Dit houdt in dat het niet is vereist dat de habitats en leefgebieden die mogelijk gevolgen ondervinden van het voorgenomen activiteit zich in een goede staat van instandhouding moeten bevinden. In de ecologische voortoets stikstofdepositie hoeft enkel beoordeeld te worden of geen significante gevolgen optreden als gevolg van het voorgenomen activiteit, waarbij de significantie van de effecten moet worden beoordeeld ten opzichte van de staat van instandhouding van het gebied op het moment dat de effecten van het voorgenomen activiteit in werking treden. Voor de habitattypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen zijn kritische depositiewaarden (KDW) vastgesteld. Specifiek voor habitattypen in Nederland zijn ze vastgesteld in Warmelink et al. (2023). De KDW’s zijn met een nauwkeurigheid van 1 kg N/ha/jaar vastgesteld, dit komt overeen met circa 71 mol/ha/jaar. Om te zorgen dat de grenswaarde waaronder effecten uitgesloten kunnen worden wordt gehandhaafd, moet naar beide zijden van de KDW een bandbreedte van 71 mol/ha/jaar worden aangehouden (Arcadis, 2019). Daarnaast zijn beheerplannen opgesteld voor de Natura 2000-gebieden, welke mede gebaseerd zijn op de PAS-gebiedsanalyses. In de beheerplannen zijn maatregelen opgenomen, waaronder stikstof gerelateerde PAS herstelmaatregelen.

Als aanvulling op de beheerplannen zijn natuurdoelanalyses opgesteld om te beoordelen of de huidige maatregelen voldoende zijn om verslechtering te voorkomen en/of de uitbreidings- en verbeterdoelen te behalen. Als niet zeker is dat de huidige maatregelen voldoende zijn, moeten aanvullende maatregelen worden uitgevoerd. Kritische depositiewaarde De KDW wordt gedefinieerd als ‘de hoeveelheid depositie die een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan de structuur of het

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

7/53

functioneren van dat systeem’1. Van de 51 aanwezige habitattypen in Nederland, zijn 45 typen gevoelig voor een te hoge aanvoer van stikstof. De KDW van de 45 habitattypen varieert van 400 tot 2.400 mol/ha/jr. Wanneer de KDW wordt overtreden bestaat de kans dat het ecosysteem wordt aangetast, echter staat niet vast dat aantasting van de kwaliteit van het habitattype plaatsvindt. De KDW geeft enkel de grens aan waarboven significante aantasting niet uitgesloten is. In de uitspraak van de ABRvS inzake het PAS (ECLI:NL:RVS:2019:1603) is aangegeven: “Anders dan de Werkgroep ziet de Afdeling in het arrest geen aanknopingspunt dat de kritische depositiewaarde als een absolute grenswaarde zou gelden voor het bepalen van de gunstige staat van instandhouding van stikstofgevoelige habitattypen. De mate en duur van de overschrijding van de kritische depositiewaarde zijn naar het oordeel van de Afdeling wel belangrijke indicatoren voor de beoordeling of de daling van de depositie door de PASbronmaatregelen en de effecten van de herstelmaatregelen in de gebieden al dan niet nodig zijn voor het behoud en het voorkomen van verslechtering van de stikstofgevoelige natuurwaarden.

Zo zal voor een gebied waar sprake is van een ongunstige staat van instandhouding en een forse, nog jarenlang voortdurende overschrijding van de kritische depositiewaarde, eerder sprake zijn van maatregelen die nodig zijn voor het behoud of voorkomen van verslechtering, dan voor een gebied waar zeker is dat, bijvoorbeeld door de autonome ontwikkeling, de stikstofbelasting zodanig zal afnemen dat overschrijding binnen een afzienbare termijn de kritische depositiewaarde nadert.” Autonome ontwikkelingen, zoals een eventuele dalende trend in de achtergronddepositie, mogen eveneens betrokken worden bij het bepalen van de staat van instandhouding van het gebied, maar niet meegewogen worden bij de beoordeling van de significantie van het effect van de voorgenomen activiteit gerelateerde depositieverhoging. Vaste beheermaatregelen en al uitgevoerde herstelmaatregelen (juridisch aangeduid als instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen) mogen eveneens in de ecologische voortoets stikstofdepositie betrokken worden voor zover deze van invloed zijn (geweest) op de huidige staat van instandhouding van het gebied. Ze mogen echter niet gebruikt worden om het effect van een voorgenomen activiteit te mitigeren, om daarmee significante gevolgen te voorkomen.

In onderliggende ecologische voortoets stikstofdepositie wordt hierom enkel ingegaan op de habitattypen en leefgebieden waar de KDW (bijna) overschreden wordt en waar het voorgenomen activiteit stikstofdepositie veroorzaakt. 2.3

Porthos uitspraak

Op 16 augustus 2023 is door de Raad van State uitspraak gedaan in de Porthos zaak (ECLI:NL:RVS:2023:3129). Deze uitspraak gaat in op de gevolgen van stikstofdepositie indien de KDW wordt overschreden op een habitattype. In de uitspraak is geconcludeerd dat bij een overschrijding van de KDW het niet al bij voorbaat of steeds vaststaat dat significante gevolgen kunnen optreden. Of een plan of voorgenomen activiteit moet worden beschouwd als een plan of voorgenomen activiteit dat significante gevolgen kan hebben moet immers per plan of voorgenomen activiteit worden beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied en in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het betrokken Natura 2000-gebied (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1110, 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1214, en 26 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3093). Indien op basis van objectieve gegevens met zekerheid wordt uitgesloten dat de stikstofdepositie, afzonderlijk of in combinatie met andere voorgenomen 1 https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=28367

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

8/53

activiteiten, significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden kan worden volstaan met een ecologische voortoets stikstofdepositie. In dat geval geldt geen vergunningplicht voor de voornoemde Natura 2000-activiteit.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

9/53

Voorgenomen activiteit en stikstofdepositie 3.1

Voorgenomen activiteit

De initiatiefnemer is voornemens om aan de Orionweg te Haarlem bestaande woningen te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. De huidige bebouwing bestaat uit 46 woningen. De beoogde realisatie betreft 85 appartementen in de sociale sector (Tabel 1). De sloop- en bouwfase start in 2026 en loopt door tot eind Q3 in 2027. De sloop- en bouwfase (hierna: realisatiefase) duurt circa 20 maanden. Tabel 1: Woonprogramma voor de Orionweg te Haarlem. Woonprogramma

Aantal appartementen

Huur, appartement, sociale huur < 75 m2 bvo

73

Huur, appartement, sociale huur 75 – 100 m2 bvo

12

In Figuur 1 is de locatie van het voorgenomen activiteit in de nabijheid van het Natura 2000gebied weergegeven.

Figuur 1: Locatie van de voorgenomen activiteit nabij aangelegen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2).

3.2

Uitgangspunten en resultaten stikstofberekeningen

Uitgangspunten De realisatiefase van de voorgenomen activiteit is doorgerekend met behulp van de AERIUS Calculator. De uitdraai van de berekening is opgenomen als bijlage. De werkzaamheden hebben een doorlooptijd van circa 20 maanden. Wegens de geplande start in 2026 is de

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

10/53

berekening uitgevoerd in de rekenjaren 2026, 2027 en 2028. In de realisatiefase vindt een toename plaats van de stikstofdepositie. In de gebruiksfase is geen sprake van een toename van stikstofdepositie. Rekenjaar 2026 wordt als maatgevend rekenjaar meegenomen in de voortoets, daar in de eerste maanden de werkzaamheden de hoogste stikstofuitstoot veroorzaken. De volledige stikstofberekening – rapportage met uitgangspunten en AERIUS uitdraai – is opgenomen als bijlage bij deze ecologische voortoets stikstofdepositie. Bij beoordeling van de voorgenomen activiteit in het stikstofonderzoek van IDDS met kenmerk ‘A7332-07/JLA/rap1’ is de voorgenomen activiteit op zichzelf beoordeeld en dus inclusief standaardonderdelen in het ontwerp van het nieuwe voorgenomen activiteit, maar zonder daarbij de vergunde situatie of andere mitigerende maatregelen te betrekken. Als gevolg van deze beperking in de beoordeling tot ‘standaardonderdelen’ zijn ook niet meer maatregelen in ontwerp en realisatie (o.a. in gebruikte werktuigen) doorgevoerd die (ook) een positief effect kunnen hebben op de te verwachten stikstofdepositie dan noodzakelijk ter uitvoering van de stikstofbeperkingsplicht (Bbl 7.19a) en de specifieke zorgplicht voor de Natura 2000-activiteit (Bal 11.6). Resultaten stikstofberekening realisatiefase De realisatiefase zorgt voor een tijdelijke uitstoot van stikstof.

Hierbij vindt stikstofdepositie plaats in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De maximale depositietoename, betreft maximaal 0,02 mol N/ha/jr in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Kennemerland-Zuid Binnen het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ontstaat een tijdelijke toename van stikstofdepositie op dertien habitattypen, één leefgebied en drie zoekgebieden. De berekende depositietoename per habitattype, leefgebied en zoekgebied zijn in Tabel 2 weergegeven. In deze tabel is ook de oppervlakte van het habitattype waarop de depositietoename plaatsvindt, de KDW en de mate van de overschrijding van de KDW weergegeven. Tabel 2: Overzicht van de berekende maximale depositietoename per habitattype in de realisatiefase (sloop- en bouwfase in 2026 (SF 26) en de bouwfase in 2027 (BF 27)) in Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid als gevolg van het planvoornemen. De KDW en de mate van overschrijding van de KDW wordt weergeven voor het jaar 2022 en 2030. De rood gemarkeerde cellen geven de habitattypen, leefgebieden en zoekgebieden waar de KDW wordt overschreden weer (bron: AERIUS Monitor, versie 2024; AERIUS Calculator, versie 2024.2).

Habitattype

Gekarteerd oppervlakte in ha

Toename van de depositie in mol N/ha

Oppervlakte met toename in ha (% van totale oppervlakte)

SF 26

BF 27

SF 26

BF 27

KDW (mol N/ha/j r)

Mate van overschrijding KDW in % areaal 2022

2030

H2120 Witte duinen

158,9

0,01

0,01

2,34 (1,47%)

0,12 (0,08%)

1.429

1,2%

0,8%

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

1.569,6

0,01

0,01

42,52 (2,71%)

9,10 (0,58%)

1.071

13,1%

7,1%

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

817,7

0,01

0,01

8,97 (1,10%)

2,27 (0,28%)

929

56,0%

31,3%

H2160 Duindoornstruwelen

1.587,1

0,01

0,01

2,30 (0,14%)

2.000

0%

0%

H2170 Kruipwilgstruwelen

2,0

0,01

-

11,91 (0,75%) 0,01 (0,50%))

-

2.286

0,0%

0,0%

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

481,4

0,02

0,02

169,13 (35,13%)

59,06 (12,27%)

1.071

94,1%

91,4%

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

11/53

Gekarteerd Habitattype

oppervlakte in ha

Toename van de depositie in mol N/ha

Oppervlakte met toename in ha (% van totale oppervlakte)

KDW (mol N/ha/j r)

Mate van overschrijding KDW in % areaal

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

19,6

0,01

0,01

6,16 (31,43%)

1,35 (6,89%)

1.071

76,1%

65,8%

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

629,8

0,01

0,01

59,50 (9,45%)

22,57 (3,58%)

1.071

70,3%

53,0%

H2180B Duinbossen (vochtig)

38,3

0,01

0,01

2,67 (6,97%)

0,07 (0,18%)

2.214

0,0%

0,0%

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

419,5

0,02

0,02

109,57 (26,12%)

51,14 (12,19%)

1.786

5,1%

1,2%

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

22,6

0,01

0,01

0,04 (0,18%)

0,04 (0,18%)

1.000

0,06%

0,02%

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

73,3

0,01

-

0,21 (0,29%)

-

2.143

0,0%

0,0%

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

86,3

0,01

-

0,01 (0,01%)

-

1.429

1,3%

0,06%

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen

32,8

0,01

0,01

4,1 (12,5%)

1,68 (5,12%)

1.643

2,6%

0,2%

ZGH2160 Duindoornstruwelen

0,6

0,01

-

0,01 (1,67%)

-

2.000

0,0%

0,0%

ZGH2180Ao Duinbossen (droog), overig

2,8

0,01

0,01

1,14 (40,71)

0,40 (14,29%)

1.071

75,5%

66,1%

ZGH2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,2

0,01

0,01

0,09 (45,00%)

0,08 (40,00%)

1.786

0,0%

0,0%

* Het gekarteerde oppervlak in ha is overgenomen vanuit de AERIUS Calculator versie 2024.2.

Stikstofdepositie kaart Figuur 2 geeft de stikstof depositie weer, afkomstig van de voorgenomen activiteit, op het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. In dit figuur is ook het plangebied weergegeven ten opzichte van het Natura 2000-gebied alsmede de hoogste stikstofdepositie toename en de hoogste totale stikstofdepositie.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

12/53

Figuur 2: De stikstofdepositie afkomstig van de voorgenomen activiteit op het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Ten oosten van het Natura 2000-gebied is het plangebied te zien met de emissiebronnen. Aangegeven is het hexagoon dat de hoogste depositie van het voorgenomen activiteit ondervindt en het hexagoon welke de hoogste stikstof depositie in totaal heeft (bron: AERIUS Calculator versie 2024.2).

3.3

Scope voor de ecologische voortoets stikstofdepositie

In de ecologische voortoets stikstofdepositie wordt de significantie van de gevolgen van een eenmalige en geringe stikstof toename beoordeeld. Hierbij gaat het enkel om de habitattypen waarvan de KDW wordt overschreden en waar de voorgenomen werkzaamheden leiden tot een stikstofdepositie. Voor onderliggend planvoornemen vindt stikstofdepositie plaats in Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid gedurende 20 maanden. Zoekgebieden Betreffende zoekgebieden van habitattypen stelt BIJ12 het volgende: “Een verbijzondering van H9999 betreft gevallen waarbij er aanwijzingen zijn dat een bepaald habitat(sub)type aanwezig is (al of niet met 100% bedekking), maar hier is geen zekerheid over. Deze gevallen - die dus beperkt zijn tot één habitat(sub)type - worden aangeduid met: ZGH.... (Bijvoorbeeld: “ZGH4010A”)” (BIJ12.nl). Deze zoekgebieden behoren dus niet tot een daadwerkelijk habitattype maar zijn waarschijnlijk aanwezig en niet uit te sluiten en horen daarbij onder habitattype H9999 “onbekend”. Voor zoekgebieden bestaan hiermee geen doelstellingen aangezien deze vallen onder habitattype H9999. Echter geeft de AERIUS-calculator geen H9999 weer, maar geeft hier de ZGH-codes van de gebieden. Voor de compleetheid zijn de zoekgebieden wel benoemd in Tabel 2, verder komen de zoekgebieden in dit rapport niet aan bod.

Scope De habitattypen en het leefgebied waar de KDW wordt overschreden en stikstofdepositie

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

13/53

plaatsvindt vanuit de voorgenomen activiteit zijn de volgende: Kennemerland-Zuid: • H2120 witte duinen; • H2130A grijze duinen (kalkrijk); • H2130B grijze duinen (kalkarm); • H2180A duinbossen (droog), berken-eikenbos; • H2180Abe duinbossen (droog), berken-eikenbos; • H2180Ao duinbossen (droog), overig; • H2180C duinbossen (binnenduinrand); • H2190A vochtige duinvalleien (open water); • H2190B vochtige duinvalleien (kalkrijk); en • Lg12 zoom, mantel en droog struweel van de duinen.

Ecologische Voortoets Stikstofdepositie – Orionweg, Haarlem – A7332-03/JLE/rap1

14/53

Ecologische effecten van eenmalige en geringe depositietoenames Voor onderliggend planvoornemen is een toename berekend van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het betreft een geringe en enkel tijdelijke toename tijdens de realisatiefase. In navolgende beoordeling is onderzocht wat de effecten zijn van de berekende toenames van stikstofdepositie. Daarbij is een toets uitgevoerd die bestaat uit twee stappen. Dit hoofdstuk vormt stap 1 van die toets, waarbij een generieke analyse heeft plaatsgevonden, die geldt voor alle betrokken Natura 2000-gebieden. Daarin is geanalyseerd of de tijdelijke toename van de stikstofdepositie effect heeft op het (kunnen) realiseren van de hiermee verbonden instandhoudingsdoelstellingen voor de betreffende Natura 2000-gebieden, ongeacht welke trend aanwezig zou zijn in de ontwikkeling van de achtergronddeposities. Hierbij zijn drie ecologische processen besproken waarbij stikstof een rol speelt; directe toxiciteit, vermesting en verzuring. Deze analyse plaatst een perspectief bij stap 1 van voornoemde toets; een nadere analyse per habitattype en soorten binnen het betrokken Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid, waarbij rekening is gehouden met de specifieke omstandigheden die in het gebied aanwezig zijn. Die nadere analyse is in Hoofdstuk 5 uitgevoerd. 4.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419434/1