CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 - Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2025

commissie Samenleving 13 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.45u Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2025 (DL)16.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Trendrapportage

Gewoon in de Wijk 2025

30 oktober 2025 Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

Inhoudsopgave 1. 2.

Inleiding Samenvatting

3 4

3.

Maatschappelijke trends en ontwikkelingen

5

3.1

Inleiding

5

3.1.1

Maatschappelijke ontwikkelingen

5

3.2 Bevolkings- en huishoudsamenstelling en ontwikkeling

6

3.3 Ontwikkeling beleidsdoelen en speerpunten

9

4.8

Stevige Lokale Teams

18

4.9

Verbinding met Jeugdhulp

19

4.10

Stadsdeal Ouderenhuisvesting

19

4.11

Kleinschalige woonvoorzieningen Jeugdhulp

19

4.12

Speeltuinen

20

4.13

Preventie met Gezag

20

4.14

Programma Participatiewet in Balans

20

4.15 Regionale ontwikkelingen: Strategische arbeidsmarktagenda 2023-2027 en oprichting Werkcentrum Zuid-Kennemerland en IJmond in 2025

21

4.16

Aanpak armoede, geldzorgen en schulden

22

4.17

Wijkgerichte aanpak kinderarmoede

22

4.18

Versterken Participatie en Lokale Democratie

23

4.19

Zorgzame wijken en sterke gemeenschappen

23

4.20

Gebiedsopgaven 2027-2030

24

Reflectie op het Jaarverslag 2024

24

3.3.1

Speerpunt Mentale gezondheid jongeren

10

3.3.2

Speerpunt Dementievriendelijke stad

11

5.

3.3.3

Speerpunt Geldzorgen en rondkomen

12

5.1 Gebiedsgericht werken wordt verder uitgewerkt

25

5.2

Integrale ondersteuning door de wijkteams

25

5.3

Collectiviseren en samenwerken op de grensvlakken

25

5.4

Strategisch partnerschap

26

4.

Beleidsmatige ontwikkelingen

13

4.1

Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

13

4.2

Zorg en Veiligheid

14

4.3

Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

15

6

Prioriteiten 2026

26

4.4

Integraal Zorgakkoord

16

6.1

Investeer in sterke gemeenschappen en inwonersinitiatieven

26

4.5

Gezond en Actief Leven Akkoord

16

6.2

Investeer in collectiviseren en de samenwerking op de grensvlakken

27

4.6

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord

17

6.3

Borg de ingezette beweging en het stelsel

27

4.7

Hervormingsagenda Jeugd

17

6.4

Evalueren van drie jaar Gewoon in de Wijk

27

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

2

1.

Inleiding

•

• Voor u ligt de derde de trendrapportage voor de opdracht Gewoon in de Wijk. De opdracht Gewoon in de Wijk omvat alle hulp en activiteiten aan inwoners van Haarlem bij het redzaam zijn in het dagelijks leven en meedoen in de samenleving. Met deze opdracht geeft de gemeente sinds 2023 een andere invulling aan de samenwerkingsafspraken in de stad. Dit met als hoofddoel dat ondersteuning dichtbij, laagdrempelig, herkenbaar en aansluitend op de mogelijkheden en leefwereld van de inwoners en hun omgeving geboden wordt. Voor inwoners zal de ondersteuning meer in de eigen leefomgeving, in samenhang, minder versnipperd en zonder schotten beschikbaar zijn. Door Gewoon in de Wijk verminderen de administratieve lasten en blijft de ondersteuning betaalbaar. Met deze opdracht is ook een verandering in de relatie en samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en Buurts vormgegeven. Zo is er onderscheid gemaakt tussen enerzijds het bespreken van verantwoordingsinformatie in het reguliere contractoverleg, en monitoringsinformatie over de voortgang van gerealiseerde maatschappelijke effecten. Anderzijds werken de gemeente en Buurts ieder vanuit de eigen rol in partnerschap samen aan vraagstukken die in onze stad spelen. Deze samenwerkingsafspraken bevatten een aantal documenten die jaarlijks ook met de commissie Samenleving gedeeld worden.

Hierover is de commissie geïnformeerd met de ‘Informatienota Monitoring en verantwoording Gewoon in de Wijk’.1 Buurts stelt jaarlijks een jaarplan op en verantwoordt over de resultaten hiervan in een jaarverslag. In het jaarplan vertelt Buurts hoe zij het aankomende jaar invulling geeft aan de opdracht Gewoon in de Wijk. In het jaarverslag legt Buurts verantwoording af over kwaliteit, bereik, resultaten en ervaren effectiviteit en geeft zij een beschrijving van de voortgang van de uitvoering van speerpunten. Het jaarverslag en het jaarplan worden gedurende het jaar ter informatie gedeeld met de commissie Samenleving.

•

Een beschrijving van de maatschappelijke trends en ontwikkelingen op rijks- en gemeentelijk niveau, de bevolkingsontwikkelingen (bevolkingsen huishoudsamenstelling), en de ontwikkelingen op de drie speerpunten. Een beschrijving van de beleidsmatige ontwikkelingen op het niveau van Rijk en gemeente die van invloed zijn of raken aan de opdracht Gewoon in de Wijk. Een reflectie op het jaarverslag van Buurts.

Op basis van deze analyses formuleert het college prioriteiten voor de volgende jaren waar Buurts mede invulling aan geeft in hun volgende jaarplan. De trendrapportage wordt jaarlijks na vaststelling ter bespreking aangeboden aan de Commissie Samenleving. Zo kan de commissie Samenleving binnen de kaders van de opdracht Gewoon in de Wijk ook accenten meegeven aan Buurts. Het is de ambitie van de gemeente om de trendrapportage in samenwerking met Buurts continu verder te ontwikkelen. Zo zal blijven verkend worden welke specifieke trends en ontwikkelingen voor de uitvoering van de opdracht Gewoon in de Wijk relevant zijn om te monitoren. Naar verwachting zullen niet alle onderwerpen (cijfermatig) even goed op stedelijk en/of op een lager schaalniveau (stadsdeel of wijk) gemonitord kunnen worden. Ten slotte zijn de genoemde ontwikkelingen en trends meerjarig en zullen niet ieder jaar tot nieuwe speerpunten en prioriteiten leiden.

Daarnaast stelt het college jaarlijks een trendrapportage vast. De kaders van de opdracht Gewoon in de Wijk zijn vastgesteld in de Uitnodiging tot Inschrijving2. In de trendrapportage wordt binnen deze kaders aan Buurts meegegeven welke maatschappelijke trends- en ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen bij het rijk en de gemeente van belang zijn voor het goed uitvoeren van de opdracht en waar wij samen invulling aan geven. De trendrapportage is opgebouwd uit de volgende analyses: 1 Monitoring en verantwoording Gewoon in de Wijk, maart 2023

2

Uitnodiging tot Inschrijving Gewoon in de Wijk, maart 2022

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

3

2.

Samenvatting

De trendrapportage is onderdeel van de jaarlijkse monitoring- en verantwoordingscyclus op de opdracht Gewoon in de Wijk. Deze rapportage dient als input voor het opstellen van het jaarplan van Buurts en als reflectie van het college op de uitvoering van de opdracht. De rapportage bestaat uit drie onderdelen en resulteert in een aantal prioriteiten voor de komende jaren om aan Buurts mee te geven voor het jaarplan van 2026. Het valt landelijk op dat de roep om noodzakelijke grote fundamentele veranderingen om te komen tot een houdbaar zorgstelsel nog steeds actueel en urgent is. Vooralsnog blijven deze achterwege, maar in alle oplossingsrichtingen wordt een grote rol gezien voor de sociale basis om te werken aan bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven. De bevolking blijft immers groeien, waarbij het aandeel ouderen steeds groter wordt, en de problematiek wordt steeds complexer. Dit zien we ook in Haarlem terug, waarbij er ook grote verschillen zijn in bevolkingsgroei, bevolkingskenmerken en problematiek tussen en binnen de verschillende stadsdelen. In het tweede deel van de trendrapportage staan de voor de opdracht relevante beleidsmatige ontwikkelingen van rijk en gemeente centraal. Een rode draad door alle beleidsterreinen heen is de verdere beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en wijk, meer preventief en collectief.

In dit hoofdstuk is per onderdeel beschreven hoe het geschetste beleid de opdracht Gewoon in de Wijk raakt en wat dit voor Buurts betekent. De reflectie van het college op het jaarverslag van Buurts staat in het derde deel. In het jaarverslag schrijft Buurts dat er in 2024 ‘krachtig is doorgepakt’. De gemeente herkent en waardeert de grote inspanningen die Buurts samen met haar partners heeft geleverd om toe te werken naar een sociaal domein zonder drempels; waar inwoners dichtbij en in de wijk ondersteund worden; en uitgenodigd en gestimuleerd worden om mee te doen. De hoofdopgave van Buurts: ‘werken aan een duurzaam en betaalbaar stelsel binnen de opdracht Gewoon in de Wijk’ is geen eenvoudige. Desondanks is Buurts in 2024 in staat geweest om binnen het budget inwoners kwalitatief goed en ervaren effectief te ondersteunen op het gebied van redzaam zijn en meedoen. Dat Buurts in 2024 is overgestapt naar een verregaande gebiedsgerichte organisatie ziet de gemeente als een zeer positieve ontwikkeling. Hierdoor kan er steeds integraler worden gewerkt aan de opgaven per gebied. En hoewel de integrale samenwerking in de gebieden rondom jeugd- en jongerenwerk er in 2024 nog niet was, werd en wordt hier samen met de gemeente en partners wel hard aan

gewerkt. Ook is het positief om terug te zien dat het steeds vaker lukt om een individuele vraag, naar tevredenheid, met collectief aanbod te ondersteunen en dat Buurts een steeds grotere rol speelt in de samenwerking op de grensvlakken. Hopelijk draagt dit bij aan het blijvend benutten van de verschillende kansen die we gezamenlijk signaleren op de grensvlakken van de samenwerking. Over het algemeen heeft de gemeente het tweede jaar van Gewoon in de Wijk als intensief en prettig ervaren, waarbij wordt gemerkt dat het samenwerken in partnerschap meer oplevert. De samenwerking is steeds meer gericht op het versterken van elkaars belangen en op het inhoudelijk verder brengen van een vraagstuk, maar we kunnen nog stappen zetten. Bijvoorbeeld in de uitwerking van het strategisch samen sturen, het blijvend vertellen en uitdragen van de visie en het verhaal van Gewoon in de Wijk, en het scherper krijgen hoe een nieuwe samenwerking start bij een beleidsambitie of vraag vanuit de stad. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat er een disbalans is in beschikbare beleidscapaciteit tussen gemeente en Buurts. Op basis van de verschillende analyses heeft het college in het laatste deel een aantal prioriteiten geformuleerd voor Buurts om invulling aan te geven in het jaarplan 2026: 1. Het college verwacht dat Buurts verder investeert in inwonersinitiatieven en sterke gemeenschappen. 2.

Buurts blijft investeren in de samenwerking op de grensvlakken met relevante partners. Het samen optrekken en het gezamenlijk collectiviseren van aanbod is essentieel en vraagt van Buurts een aanjagende rol. 3. Het college wil samen met Buurts de ingezette beweging ‘naar voren en in de wijk’ en het hierop ontwikkelde stelsel verder borgen. 4. Het college vraagt Buurts om samen op te blijven trekken bij de derdejaarsevaluatie. Zowel bij de voorbereiding, de uitvoering als bij het leren en verbeteren van de uiteindelijke resultaten van de evaluatie.

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

4

3. Maatschappelijke trends en ontwikkelingen 3.1

Inleiding

De paragrafen in dit hoofdstuk bieden een overzicht van inhoudelijke en cijfermatige maatschappelijke trends en ontwikkelingen in Nederland en in Haarlem gerelateerd aan de opdracht Gewoon in de Wijk. Waar mogelijk is verdieping aangebracht door resultaten te beschrijven per gebied in Haarlem. Bestaande bronnen zijn verzameld en worden in samenhang gepresenteerd met enige analyse en duiding. Er wordt niet gepretendeerd volledig te zijn. Het is een selectie op basis van beschikbare informatie en cijfers. Aangezien sommige data maar één keer in de zoveel jaar wordt geproduceerd, tonen niet alle indicatoren nieuwe gegevens vergeleken met vorig jaar.

3.1.1

vragen om daadkracht en realistische oplossingen. De samenleving staat onder druk door vergrijzing, arbeidsmarktkrapte en geopolitieke spanningen en inwoners verliezen het vertrouwen in de politiek. In de verkiezingsnotitie van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) worden politieke partijen aangespoord om niet alleen oog te hebben voor individuele problemen, maar juist te investeren in sociale samenhang, structurele oplossingen en gedeelde waarden om Nederland een veerkrachtige en rechtvaardige samenleving te laten blijven4. Het SCP presenteert acht urgente sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals: versterk de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht; vereenvoudig het socialezekerheidsstelsel en kijk verder dan geld; maak keuzes voor de zorg en ondersteuning van de toekomst; en creëer kansen voor ontmoeting en begrip in een diverse samenleving. In de eerdere trendrapportages zijn de maatschappelijke ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan deze opgaven ook al benoemd. Denk hierbij aan het stijgen en complexer worden van hulpvragen in alle leeftijdscategorieën; een kleiner deel van de bevolking die een groter deel (financieel en sociaal) draagt; prijsstijgingen die een steeds grotere groep inwoners raken; een nijpend tekort aan woning en het dalen van vertrouwen in de overheid.

Het effect van deze maatschappelijke ontwikkelingen wordt tevens versterkt door de sociale- en economische gevolgen van klimaatverandering5. Al deze maatschappelijke ontwikkelingen staan nog onveranderd hoog op de agenda, ook in het sociaal domein van Haarlem.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Vorig jaar konden we nog melden dat het kabinet Schoof beëdigd en het coalitieakkoord gepresenteerd was, maar een jaar later is de situatie anders en is het kabinet op 3 juni 2025 gevallen. Er zijn nieuwe verkiezingen uitgeschreven op 29 oktober 2025, maar we zitten nu in een periode van landelijke politieke onzekerheid met kansen op vertraging in het beleid en de uitvoering van wetten. Al is van de circa 500 wetsvoorstellen en plannen van het demissionaire kabinet-Schoof op Volksgezondheid, Welzijn en Sport er slechts één controversieel verklaard namelijk de afschaffing van het abonnementstarief van de Wmo 3. Het is nog onzeker wanneer een nieuw kabinet gevormd is en hoeveel tijd er nodig is om tot een coalitieprogramma te komen. Ook op lokaal niveau breekt een bijzondere tijd aan met de geplande gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026. Hierna komt er bij alle gemeenten een einde aan de huidige bestuursperiode en start een nieuw college met een eigen programma aan een nieuwe bestuursperiode. Er staat politiek-bestuurlijk dus een hoop te gebeuren, terwijl Nederland voor een aantal grote opgaven staat en inwoners

De oproep van het SCP om fundamentele keuzes te maken, staat niet op zichzelf. Zo gaf de Raad van Volksgezondheid & Samenleving (RVS), het onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en het parlement, in het rapport ‘Met de stroom mee’6 aan dat groepen die veel én verschillende typen ondersteuning gebruiken nu al een gebrek aan goede ondersteuning hebben. Dit zal in de toekomst voor nog meer groepen aan de orde zijn; als er niks verandert. Dit komt onder andere door de gefragmenteerde organisatie van het stelsel vanuit verschillende wet- en regelgeving, conflicterende mensbeelden en doordat het stelsel de toegang tot goede ondersteuning vanuit verschillende wetten steeds ongelijker maakt. De RVS roept op tot fundamentele keuzes en geeft aanbevelingen om het stelsel aan te passen om de ondersteuning voor iedereen toegankelijk te houden, gewenste inwoners- en zelforganisatie initiatieven ‘de stroom’ mee te geven en samenwerking beter te organiseren. Ook de VNG, Divosa en de gemeentelijke netwerken constateerden in de propositie ‘de waarde van het sociaal domein’7 dat we in een wereld leven waar crises zich opstapelen en er grote druk is om fundamentele stappen te zetten. Zij adviseren te investeren in drie

3

6

4

7

Lijst van controversiële onderwerpen, Tweede Kamer, juni 2025 Nederland vraagt om daadkracht en realistische oplossingen, SCP, juli 2025 5 Mens en klimaat. De kracht van sociale infrastructuur bij adaptatie, WRR, mei 2025

Met de stroom mee, Raad van Volksgezondheid & Samenleving, juni 2023 De waarde van het sociaal domein, VNG, Divosa en de gemeentelijke netwerken, januari 2024

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

5

ambities die nauw met elkaar verbonden zijn: de bestaanszekerheid verstevigen door onzekerheid te verminderen; de kansengelijkheid vergroten door ongelijk te investeren; en gezond samenleven versterken door gemeenschappen te verbinden. Inmiddels zijn de laatste fundamentele wijzigingen, de decentralisaties in het sociaal domein, tien jaar geleden ingezet. In het boek ‘Als we dat hadden geweten. Naar een beter lokaal sociaal domein’8 staat beschreven wat er van de ambities van deze decentralisaties is terechtgekomen. Met als belangrijkste conclusie dat deze ambities geen van allen (genoeg) gerealiseerd zijn én tegelijkertijd nog recht overeind staan. De ambities waren: integraal kunnen werken; nabijer zijn; meer ruimte voor professionals; en meer ruimte voor burgers (burgerkracht, zelfredzaamheid, eigenaarschap). In de publicatie worden een aantal inzichten gedeeld hoe aan de ambities beter invulling kan worden gegeven: 1. Leren van elkaar: Van ervaringskennis en tussen professionals en overheid samen. 2. Bundel kennis: Kwalitatieve en kwantitatieve data over de inzet van hulp, activiteiten en mogelijkheden in wijken. 3.

Werk domeinoverstijgend samen, ontschot en vereenvoudig wet- en regelgeving: Bij de overheid heeft niemand het totaaloverzicht aan regelingen en wetten, de inwoner (vaak samen met de professional) die een hulpvraag heeft, krijgt wel met de totaliteit hiervan te maken. 4. Kijk om naar elkaar: Inwoners helpen zichzelf en elkaar. Juridiseer niet verder of ‘stel niet vast’ waar een inwoner ‘recht op heeft’, maar laat inwoners zelf bepalen. Dit vraagt om fundamentele andere vormen van ondersteuning van professionals en werkwijze van de overheid. Bij alle gevraagde fundamentele veranderingen, wordt er veel verwacht van de sociale basis waarin inwoners omkijken naar elkaar. De sociale basis levert een cruciale bijdrage aan de (ervaren) gezondheid en het welzijn van mensen. Daarnaast kan het een belangrijke bijdrage leveren aan de opgave om de professionele zorg en ondersteuning van goede kwaliteit, betaalbaar en toegankelijk te houden voor iedereen. Niet alles kan worden opgelost vanuit de sociale basis, maar de kracht van gemeenschappen en de grote bereidheid van inwoners om iets voor elkaar te betekenen, kan beter ondersteund worden9. In september 2024 publiceerden Movisie en het Verwey-Jonker Instituut het rapport ‘De sociale basis versterken, investeren in de toekomst’10.

Hierin wordt de sociale basis beschreven als een gemeenschap die gefundeerd is op de intrinsieke motivatie van mensen (inwoners, vrijwilligers en betaalde krachten) die er altijd is, krachtig of niet. De legitimiteit en het 8

Als we dat hadden geweten. Naar een beter lokaal sociaal domein. Peeters en Ham, december 2024 9 Kamerbrief over aanpak sociale basis, juli 2023 10 De sociale basis versterken, investeren in de toekomst, Movisie en Verwey-Jonker, september 2024

eigenaarschap liggen in de gemeenschappen zelf en kan niet ‘extern’ door overheden worden opgelegd, maar ontstaat uit de samenleving zelf. Het is cruciaal dat overheden en organisaties dit faciliteren en stimuleren. Er wordt ook een waarschuwing gegeven dat het werken aan een veerkrachtige, inclusieve en zorgzame samenleving tijd vraagt en er rekening moet worden gehouden met de grenzen aan de mogelijkheden van mensen. Het rapport maakt in de sociale basis onderscheid tussen drie ‘sferen’ die duidelijkheid geven over rollen en verantwoordelijkheden van inwoners, overheid en partners. 1. De persoonlijke sociale basis: De inwoner en diens netwerk. Inwoners kunnen een (hulp)vraag hebben, maar ook ideeën of initiatieven en soms word je mantelzorger. Dit overkomt je en doe je op basis van jouw persoonlijke relatie en motivatie. 2. De gemeenschappelijke sociale basis: Inwoners maken deel uit van formele- en informele netwerken en gemeenschappen, in allerlei vormen zoals een sportvereniging of een buurtinitiatief. 3. De institutionele sociale basis: Inwoners maken gebruik van accommodaties en voorzieningen (bijvoorbeeld buurthuizen, bibliotheken, verenigingsgebouwen en gezondheidscentra) om samen te komen. De institutionele sociale basis bestaat uit alle formele individuele en collectieve voorzieningen.

Hierin wordt de persoonlijke en gemeenschappelijke sociale basis ook gefaciliteerd en gestimuleerd. De gemeente Haarlem is de in de afgelopen jaren al het pad ingeslagen waarbij de inzet op zorg en hulpverlening verschuift naar preventie en sterke gemeenschappen, waarin inwoners omkijken naar elkaar. Onder andere met de opdracht Gewoon in de Wijk, een verschuiving van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen, Wonen Eerst en het ondersteunen van bewonersinitiatieven via onder meer het programma Versterken Lokale Democratie. Het steven is om daar als gemeente de komende jaren meer fundamenteel en structureel op in te gaan inzetten.

3.2

Bevolkings- en huishoudsamenstelling en ontwikkeling11

Bevolkingsgroei in Haarlem zet door; Sterkste groei in Schalkwijk Bij aanvang van 2025 is het aantal Haarlemmers gestegen tot 168.669 inwoners. Het inwonerstal nam ten opzichte van 2024 toe met 1.049 (+0,6%) personen. In 2024 is er een 11

Een uitgebreid overzicht van de prognose en het aantal inwoners (per leeftijdscategorie) en huishoudens (per soort) onderverdeeld naar gebieden en wijken is te vinden in de bijlage ‘Demografische ontwikkeling Haarlem – aantal inwoners en huishoudens per gebied en wijk’.

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

6

bevolkingsprognose uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het inwonerstal naar verwachting de komende jaren verder zal stijgen en in 2032 het aantal van 180.000 zal passeren12. Met deze groei zal ook de bevolkingsdichtheid sterk toenemen. Van 5.871 per km² nu naar ruim 6.750 per km² in 2044. De bevolkingsgroei tussen 2000 en 2025 is niet evenredig verdeeld over de stad. Haarlem-Noord kent van de vijf gebieden in 2024 in absolute zin het grootste aantal inwoners (56.807) en Haarlem-Centrum het kleinste aantal (14.911) (Afb. 1). Centrum is wel het meest dichtbevolkte gebied van Haarlem, met 9.891 inwoners per km². De toename van de bevolking is de afgelopen 10 jaar het sterkst in Schalkwijk. Tussen 2016 en 2025 zijn er circa 4.459 inwoners bijgekomen (+13,7%). Het afgelopen jaar was de groei het sterkst in Oost (+624; +2,7%) gevolgd door Schalkwijk (+594; +1,6%). In alle stadsdelen zal het inwonertal tussen 2024 en 2044 groeien, maar deze groei is naar verwachting het sterkst in Schalkwijk (+9.100; +25%) en Haarlem-Oost (+5.100; +20%).

jaren is dat de leeftijdsopbouw in Haarlem redelijk stabiel blijft (Afb. 2). Er is nauwelijks sprake van vergrijzing tot 2032. Dit komt mede doordat de verwachte gemiddelde leeftijd van de (verwachte) aanwas van de bevolking relatief laag is. Afb. 2. Leeftijdsopbouw Haarlemse bevolking: realisatie (2000, 2010, 2020 t/m 2025) en prognose (2026 t/m 2032)

Afb. 1. Ontwikkeling aantal inwoners Haarlem per gebied vanaf 2000

Bron: Bevolkingsgegevens BRP-Haarlem

Tot 2044 groeit het aantal 65+ het sterkst; bijna een verdubbeling van 85-plussers In Haarlem wonen relatief veel kinderen tot 15 jaar oud (16,2%). Het aandeel 15-24 jarigen bedraagt 10,4 %. Het percentage inwoners onder de 24 bedraag samen 26,6%, afgezet tegen 17,6 % 65-plussers. In 2024 woonden er 33.190 leerlingen en studenten in de gemeente Haarlem. Conform het landelijke beeld is de Haarlemse bevolking de afgelopen jaren geleidelijk aan het vergrijzen. Tussen 2000-2025 is het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder gestegen van 15,7% naar 17,6% en nam de gemiddelde leeftijd toe van 39,2 naar 40,8 jaar. De vergrijzing is vanaf 2011 versneld doordat de eerste babyboomers vanaf dat moment de leeftijd van 65 jaar bereikten. Door de toename in gemiddelde leeftijd was er sprake van een dubbele vergrijzing. Dit leidde tot een groeiende groep kwetsbare inwoners die niet alleen langer leeft maar ook in aantal toeneemt. De verwachting voor de komende 12 Gemeentelijke bevolkingsprognose, 2024. De bevolkingsprognose geeft de meest waarschijnlijke groei van de

bevolking in Haarlem tot 2044. De prognose wordt ieder jaar bijgesteld op basis van de meest actuele informatie.

Het absolute inwonertal zal wel in elke leeftijdsgroep stijgen. Op de wat langere termijn wordt een verdere vergrijzing van de bevolking verwacht; in 2044 is het verwachte aandeel 65-plussers gestegen naar 20%; ruim 37.900 mensen (toename van 29% t.o.v. 2024) (Afb. 3). Dit komt vooral door het ouder worden van de mensen die al in de stad wonen. Mensen die naar Haarlem verhuizen zijn vaak jonger dan 65 jaar. Van de ruim 13.000 mensen die in 2023 naar Haarlem verhuisden was slechts 5% een 65-plusser. Tot 2044 is er naar verwachting bijna een verdubbeling van het aantal Haarlemmers van 85 jaar en ouder, van 3.404 inwoners in 2024 tot 6.176 inwoners in 2044. Ook als aandeel van de bevolking neemt het aantal 85-plussers toe van 2 procent in 2024 naar 3 procent in 2044. Afb. 3. Bevolking naar leeftijd, 2024 (realisatie) en (prognose) 2032 en 2044 (per 1 jan.)

Bron: Bevolkingsgegevens: BRP-Haarlem; gemeentelijke bevolkingsprognose: Data Informatie en Analyse, Gemeente Haarlem

Sinds dit jaar wordt er gebruik gemaakt van de prognose woningbouw in plaats van de planningscapaciteit. Hierdoor is er een substantieel verschil in de eerste jaren van de prognose ten opzichte van de eerdere versie.

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

7

Stijging eenpersoonshuishoudens Tussen 2016 en 2025 is het aantal huishoudens in Haarlem gestegen van 76.331 naar 83.015 en de komende jaren wordt een verdere toename verwacht. Deze toename is voor eenpersoonshuishoudens zelfs sterk. Bijna de helft van de huishoudens in Haarlem is een eenpersoonshuishouden (46%) en de gemiddelde huishoudgrootte is 2,0 inwoners13. Het aandeel eenpersoonshuishoudens steeg de afgelopen tien jaar van 44,3% naar 45,9%. In 2024 waren er 35.379 alleenstaanden in Haarlem; bijna 1.700 meer dan in 2016. De alleenstaanden bestaan vooral uit mensen tussen de 20-44 jaar (38,7% van de alleenstaanden; minder dan in de 40,7% in 2016) en mensen van 65 jaar en ouder (32,2% van de alleenstaanden; meer dan de 29,4% in 2016). Ook het aandeel eenoudergezinnen is toegenomen: van 7,6% in 2016 naar 8,2% in 2025. Vergeleken met 2016 is er in 2024 juist een afname in het aandeel paren met en zonder kinderen (van 23,8% naar 22,9% en van 24,4% naar 22,8%). Bijna veertig procent van de 65-plussers woont alleen en dit aandeel is iets gestegen vergeleken met 2016 (van 37,5% procent in 2016 naar 38,8% procent in 2024). Het grootste deel van de 65-plussers in Haarlem woont samen met in elk geval één iemand anders (ouder, kind en/of partner) (55,8%). Een deel van de ouderen woont niet zelfstandig maar op een zorgadres (4,1%), zoals een verpleeg- of verzorgingstehuis 14.

Volgens de prognose van ABF Research zal het aantal mensen met dementie in Nederland als gevolg van de vergrijzing stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040. Een op de drie vrouwen krijgt dementie, bij mannen is dat een op de zeven. De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer (70%). Mensen met Alzheimer leven gemiddeld 6,5 jaar met de ziekte. In de prognose van WoonZorgwijzer zien we dat het aantal inwoners met dementie in Haarlem in de periode 2024-2030 naar verwachting groeit met 11%. Volgens de prognose van ABF-research van het aantal mensen met dementie is de voorspelde groei nog groter. Alleen al in 2025 worden 2.700 inwoners met dementie verwacht en dit aantal zal in de periode tot en met 2050 nog veel verder groeien naar 5.100. Haarlem wijkt hierin niet af van de landelijke trends. Uit een aanvullende analyse op schattingscijfers van Alzheimer Nederland uit 2022 en de bevolkingsprognose 2024 van de gemeente Haarlem naar de wijken blijkt de groei tussen 2024 en 2044 het sterkst te zijn in de Centrum (+160), Meerwijk (+131), Haarlemmerhoutkwartier (+114) en Boerhaavewijk (+109) (Afb. 5). Afb. 5. Ontwikkeling aantal Haarlemmers met dementie (65+) per wijk (2024, 2032, 2044)

Grootste stijging verwacht in dementie en angst- en stemmingsproblematiek Er is een prognose van de ontwikkeling van de doelgroepen en het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo-voorzieningen. Hierin wordt rekening gehouden met de omvang en ontwikkeling van verschillende groepen thuiswonende inwoners die de Woonzorgwijzer hanteert15. Voor zeven onderscheiden groepen naar type aandoening/problematiek in Haarlem zal het aantal inwoners in de periode tot 2030 naar verwachting toenemen (Afb. 4). De grootste procentuele stijging wordt verwacht bij de groepen inwoners met een angst en stemmingsproblematiek, matig of ernstig verstandelijk beperkt en dementie. Afb. 4. Groeipercentage Haarlemmers naar type aandoening/ problematiek, 2024-2030 Angst en stemmingsstoornissen Dementie Licht verstandelijk beperkt Psychiatrische problematiek Somatische problematiek Matig of ernstig verstandelijk beperkt Zintuiglijk

2024 9.097 100% 1.872 100% 8.134 100% 3.090 100% 7.573 100% 370 100% 9.711 100%

2025 3% 2% 1% 2% 0% 3% 1%

2026 6% 4% 3% 3% 0% 6% 2%

2027 9% 5% 4% 5% 0% 9% 3%

2028 12% 7% 6% 6% 0% 13% 4%

2029 15% 9% 7% 8% 0% 16% 5%

2030 18% 11% 9% 9% 0% 19% 6%

Bron: Alzheimer Nederland - Prognose door ABF Research; gemeentelijke bevolkingsprognose: Data Informatie en Analyse, Gemeente Haarlem

Bron: Rapportage ‘’Ontwikkeling doelgroepen WMO en Jeugd Haarlem en Zandvoort (Bureau HHM, 2025) – WoonZorgwijzer.

13 14

Bevolkingsgegevens BRP-Haarlem, 2025 CBS Personen in huishoudens, 2024, opgehaald van Haarlem in Cijfers

15 De WoonZorgwijzer is gebaseerd op kansberekening en toont geen cijfers uit de realiteit. Het is een verwachting o.b.v. ndelijke patronen. Het instrument geeft data weer over inwoners ouder dan 19 jaar, die deel uitmaken van een zelfstandig huishouden (thuiswonenden). Zie voor een uitgebreide toelichting en informatie over de WoonZorgwijzer en definities van type aandoening/problematiek.

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

8

3.3 Ontwikkeling beleidsdoelen en speerpunten In de Uitnodiging tot Inschrijving zijn de beleidsdoelen opgenomen waar via Gewoon in de Wijk aan bijgedragen wordt. Deze zijn aan de hand van 16 thema’s in één overzicht geplaatst (Afb. 6). De beleidsdoelen hebben betrekking op een groot deel van het sociaal domein van de gemeente Haarlem. Het raakt alle inwoners van jong tot oud, van inwoners met een ondersteuningsvraag tot inwoners die iets voor elkaar willen betekenen. Bij deze beleidsdoelen zijn (waar mogelijk) indicatoren vastgesteld waarmee de stedelijke ontwikkeling van de maatschappelijke effecten gevolgd kan worden (zie bijlage ‘Ontwikkeling beleidsdoelen’). Hoewel Buurts een (belangrijke) rol speelt bij deze maatschappelijke effecten, zijn deze niet altijd en/of causaal te koppelen aan de inzet van Buurts. Effecten worden gerealiseerd door samenwerking tussen inwoners, (keten)partners, Buurts en de gemeente. We lichten op basis van ontwikkelingen van deze beleidsdoelen twee maatschappelijke effecten uit, waarin Buurts een rol in speelt. •

•

16

Stijging geregistreerde jeugdoverlast Zo blijkt allereerst uit de registratie van de gemeente en de politie dat in 2024 een stijging van de geregistreerde jeugdoverlast bij de gemeente en politie zichtbaar was van 35% ten opzichte van 2023. Terwijl in het jaar daarvoor nog een kleine afname zichtbaar was. Dit is een negatieve trend waarin Buurts een belangrijke rol speelt in het preventieve voorveld. Deze stijging is vooral te verklaren door een sterke toename van de jeugdoverlast in Haarlem Noord. Hier wonen relatief veel jongeren en is de meldingsbereidheid hoog. Ook in is Noord lange tijd sprake geweest van ontbrekend aanbod in jeugd- en jongerenwerk. Het jongerencentrum is een tijdje gesloten geweest mede vanwege gebrek aan jeugd- en jongerenwerkers. Daarnaast zijn er plekken weggehaald waar jongeren in de buitenruimte mogen verblijven. Ervaren overbelasting door mantelzorgers Ten tweede komt uit de Haarlemse Inwonerspeiling naar voren dat sinds 2022 circa een vijfde van de mantelzorgers zich (zeer) vaak overbelast voelt tegenover 12%-14% in de jaren ervoor. Kijkend naar de stadsdelen geven meer mantelzorgers in Haarlem-Oost (22%) en Zuid-West (21%) aan overbelast te zijn dan in de andere stadsdelen. Dit is een belangrijk aandachtspunt, zeker in combinatie met de verdere vergrijzing en de groeiende druk op het mantelzorgpotentieel.

Om ervaren overbelasting het hoofd te bieden is het nodig om signalen vroeg in beeld te krijgen, mantelzorgers actief te wijzen op voorzieningen en waar nodig door te verwijzen naar passende ondersteuning.

Afb. 6. Beleidsdoelen en thema’s Gewoon in de Wijk

Gewoon in de Wijk Beleidsdoelen en thema s e

ersie: itnodiging tot Inschrijving BIJ AG

samenle en in aa lem

Meedoen

Redzaam i hamelijk en so iaal ed aam Ge onde lee s jl s

his h

n

one en

aam so iaal netwe k

o

oeden en oeien

ak s h ed aam Geld o en ij le en eili heid dminist a e

amen ed aamheid

a

ijwilli e in et

Waa de ol we k

antel o ni a e

i e en

ntmoeten ij ho en en ontwikkelen

o iliteit en e laatsen ondkomen Wonen

Met de opdracht Gewoon in de Wijk werken Buurts en de gemeente meer in samenhang, sociaal domein-overstijgend samen aan maatschappelijke vraagstukken in onze stad. Vanuit de verschillende beleidsdoelen zijn drie belangrijke strategische speerpunten voor de middellange termijn geformuleerd: mentale gezondheid jongeren, een dementievriendelijke stad en geldzorgen en rondkomen. Het doel is om in de samenwerking aan de speerpunten met interne en externe partners een aanpak te ontwikkelen voor deze vraagstukken, waarbij iedereen zijn eigen rol en expertise meeneemt. Hierbij wordt gewerkt met de Theory of Change (ToC). Deze methode wordt gebruikt om op een gestructureerde manier te beschrijven hoe en waarom een bepaalde verandering wordt verwacht binnen een project, organisatie of programma. Het maakt expliciet welke doelen en maatschappelijke impact je wil bereiken, welke stappen, activiteiten en betrokkenen daarvoor nodig zijn en welke veronderstellingen daaraan ten grondslag liggen. Het proces start bij het einddoel en werkt terug naar de benodigde input en tussenresultaten. Door deze in samenhang visueel en logisch te ordenen helpt de ToC om beleid en interventies doelgericht te plannen, evalueren en bij te sturen. De achterliggende relevante Haarlemse ontwikkelingen en cijfers per speerpunt uit de Trendrapportage 202416 zijn nog steeds actueel.

In de volgende paragrafen geven de ToC-canvassen weer wat de stand van zaken is per speerpunt. De voortgang en uitwerking verschilt per speerpunt.

Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2024, september 2024

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

9

3.3.1

Speerpunt Mentale gezondheid jongeren

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

10

3.3.2

Speerpunt Dementievriendelijke stad

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

11

3.3.3

Speerpunt Geldzorgen en rondkomen

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

12

4. Beleidsmatige ontwikkelingen De opdracht Gewoon in de Wijk geeft in onze stad uitvoering aan het deel van het Haarlemse sociaal domein waarin inwoners van jong tot oud zelfstandig redzaam kunnen zijn en meedoen in de eigen woon- en leefomgeving. Verschillende ontwikkelingen op andere beleidsterreinen van het rijk en de gemeente raken de uitvoeringspraktijk van Buurts. Een rode draad over deze beleidsterreinen is de al ingezette beweging ‘naar voren’: meer in de eigen leefomgeving en de wijk, meer preventief en collectief en meer ruimte voor eigen oplossingen en initiatieven van inwoners en professionals. Dit als antwoord op de steeds ingewikkelder wordende vraagstukken in onze samenleving. We signaleren verschillende beleidsmatige ontwikkelingen die voor Buurts belangrijk zijn om (deels) mee te nemen in de uitvoeringspraktijk en/of in het versterken van de samenwerking op de grensvlakken. Deze ontwikkelingen spelen niet alleen volgend jaar, maar blijven de komende jaren relevant.

4.1

Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn voorzieningen in onze regio die begeleiding en opvang bieden aan inwoners die vanwege uiteenlopende problematiek dakloos zijn geraakt en of tijdelijk niet meer in de eigen leefomgeving kunnen verblijven17.

4.1.1.

Beleidsmatige ontwikkelingen Beschermd Wonen

De Rijkscommissie ‘Toekomst Beschermd Wonen’18 is nog steeds actueel en zet in op sociale inclusie van inwoners die gebruikmaken van Beschermd Wonen: van beschermd wonen naar Beschermd thuis. Door mensen in de eigen omgeving te begeleiden kan een beroep op verblijf in intramurale woonvoorzieningen waar mogelijk beperkt worden. Deze herstelgerichte benadering vraagt een transformatie van verblijf in intramurale voorzieningen naar een aanpak gericht op ondersteuning in de eigen woning, leefomgeving en buurt. Met de nieuwe contracten voor Beschermd Wonen sinds 1 juli 2024, wordt er ook in Haarlem verder invulling worden gegeven aan deze transformatie. Zo is het product Beschermd Thuis geïntroduceerd, waarmee verder uitvoering gegeven wordt aan het 17

Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022-2027, december 2021

scheiden van wonen en zorg; het meer bieden van ondersteuning in de eigen leefomgeving; en het voorkomen van opvang of intramuraal Beschermd Wonen. Zo kan onafhankelijk waar iemand woont of verblijft, ondersteuning voor mensen met een beschermd wonen-indicatie in een zo vroeg mogelijk stadium opgestart worden. Wat betekent dit voor Buurts In de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer zullen in elke gemeente samenwerkingsafspraken gemaakt worden over de wijze waarop begeleiding van inwoners uiteindelijk overgenomen kan worden van de Beschermd Wonen aanbieders. Daarnaast zullen steeds meer vormen van gemengd en gespikkeld wonen ontwikkeld worden, waarin regelmatig inzet van Buurts past. Voor Haarlem zullen deze afspraken met Buurts gemaakt worden en blijft de samenwerking, afstemming en het gezamenlijk optrekken in de ondersteuning vanuit de verschillende voorzieningen belangrijk.

4.1.2.

Doordecentralisatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang

Voor het beschermd wonen staat de invoering van het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen en een ‘Objectief verdeelmodel Beschermd Wonen’ op de planning. Deze invoering is (opnieuw) uitgesteld naar 2027. De invoer moet verdere invulling geven aan de inzet op meer sociale inclusie vanuit beschermd wonen. Via de Norm voor Opdrachtgeverschap wil de VNG sturen op de regionale samenwerking. Haarlem en de regio hebben dit vertaald in de oprichting van het Gemeenschappelijke Orgaan (GO)[1]. Hierin zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor en betrokken bij de taak Beschermd Wonen. Hoewel het woonplaatsbeginsel is uitgesteld, houden we er rekening mee dat het budget Beschermd Wonen op termijn doorgedecentraliseerd gaat worden. Daarom geeft de gemeente Haarlem al samen met de regiogemeenten uitvoering aan het Beschermd Wonen in het GO. Zo is de toegang voor Beschermd Wonen per 2025 gedecentraliseerd naar de acht lokale gemeenten in de regio en dicht op de inwoner georganiseerd, in plaats van één centrale toegang. Ook zal de beweging naar Beschermd Thuis verder worden vormgegeven. Verder is gestart met het onderzoek hoe in de nabije toekomst om te gaan met de opdracht en de middelen van dagbesteding voor inwoners met een beschermd wonen-indicatie in de regio.

Dit is momenteel nog volledig onderdeel van de opdracht Gewoon in de Wijk, maar bij gunning is afgesproken om dit op termijn te onderzoeken en wellicht over te hevelen naar gemeenten in de regio, zodat zij zelf dagbesteding voor hun inwoners met een beschermd wonen-indicatie kunnen organiseren. De planning is om dit per 2027 anders te organiseren. 18

Commissie Toekomst Beschermd Wonen, Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, VNG, november 2015 [1] Oprichten gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen, januari 2022

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

13

Wat betekent dit voor Buurts Buurts wordt actief betrokken bij het onderzoek naar dagbesteding voor inwoners met een beschermd wonen-indicatie. Buurts blijft in ieder geval verantwoordelijk voor dagbesteding van Haarlemse inwoners met een beschermd wonen-indicatie, maar op termijn mogelijk dus niet meer voor die van de hele regio.

4.1.3.

Van Maatschappelijk Opvang naar Wonen Eerst

Het Rijk heeft in december 2022 haar ambities voor de Maatschappelijke Opvang kenbaar gemaakt met het ‘ andelijk Actieplan Dakloosheid: erst een Thuis’19. Daarin wordt de ambitie om dakloosheid in 2030 opgelost te hebben onderschreven vanuit de ‘Verklaring van Lissabon’20. Opvangvoorzieningen worden afgebouwd en een versterkte inzet op ondersteuning in de eigen leefomgeving is noodzakelijk. Om dakloosheid fors en structureel terug te dringen zet Haarlem in op de beweging van Maatschappelijke Opvang naar Wonen eerst. Dit doen we zowel lokaal, met het Actieplan Housing first/ Wonen eerst21 , als regionaal met het Regionaal Actieplan Dakloosheid 22. ‘Wonen eerst’ gaat uit van het oplossen van dakloosheid met huisvesting in plaats van Maatschappelijke Opvang. Dit vraagt een omslag in het denken over dakloosheid en het veranderen van de huidige werkwijze volgens het “woonladdermodel”. In Haarlem is sinds 2024 een koplopersgroep van 10 dakloze gezinnen en alleenstaanden versneld gehuisvest volgens de methodiek van Wonen eerst. Buurts speelde een belangrijke rol in de begeleiding van deze inwoners en de zachte landing in de wijk. Deze koplopersgroep heeft zeer positieve resultaten opgeleverd. De betrokken organisaties kijken positief terug op de koplopersgroep en zetten graag in op vervolg. Voor deelnemende inwoners had de aanpak volgens Wonen eerst grote persoonlijke impact.

Zij waren tevreden over de aanpak, de snelheid van het proces en de geboden ondersteuning. We gaan deze aanpak met enkele aanpassingen uitbreiden en regionaal uitrollen. Om alle betrokkenen mee te nemen in dit proces heeft een intensief regionaal traject plaatsgevonden om partijen te informeren en het gezamenlijk eigenaarschap in het fysiek en sociaal domein te vergroten. In september 2025 staat de ondertekening van de intentieverklaring Wonen eerst gepland. Met deze ondertekening zetten regiogemeentes, zorgaanbieders en woningbouwcorporaties zich samen in om dakloosheid verder terug te dringen door de inzet van Wonen eerst, de ombouw van opvanglocaties en de uitbreiding van woonvariatie. 19 20

Wat betekent dit voor Buurts? Buurts onderschrijft de beweging van opvang naar wonen eerst met de intentieverklaring van het Regionaal Actieplan Dakloosheid. De inspanningen rondom Wonen eerst als methodiek worden voortgezet. Buurts heeft een belangrijke rol in het voorkomen van dakloosheid van inwoners en in het realiseren van een zachte landing van (voormalig) dakloze inwoners in de wijk. Dit zal net als bij Beschermd Wonen kunnen leiden tot meer woonconcepten waar inzet van Buurts passend is.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, december 2022. Verdrag van Lissabon, juni 2021

4.2

Zorg en Veiligheid

Voor het Zorg- en veiligheidsbeleid werken het justitieel domein, sociaal domein, veiligheidsen zorgdomein aan een gezamenlijke aanpak van complexe problematiek. Zoals overlast door mensen met GGZ- en/of verslavingsproblematiek, mensenhandel of re-integratie van ex-gedetineerden. Belangrijke partners in onze regio zijn de politie, GGZ inGeest, de GGD, aanbieders van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, het Openbaar Ministerie, het Zorg- en Veiligheidshuis en de partijen uit het voorveld, zoals Buurts. De ontwikkeling dat er steeds meer ondersteuning in de wijk en in de eigen leefomgeving plaatsvindt, ook voor mensen met ingewikkeldere problematiek, vraagt om korte lijnen en heldere samenwerkingsafspraken tussen de ketenpartners. Die afstemming en samenwerking is nog niet altijd vanzelfsprekend. Daarom worden er voor verschillende thema’s aanvullende afspraken en kaders opgesteld. De volgende onderwerpen zijn ook voor Buurts relevant: Aanpak complexe casuïstiek in de wijk: Om complexe casuïstiek spoedig te signaleren, op te pakken, en doorbraakgericht op te lossen, wordt ook in 2026 ingezet op het versterken van de wijkgerichte aanpak. De wijkteams van Buurts vormen daarbij de basis voor de ondersteuning, aangevuld met het aanbod van partijen zoals de politie, de GGZ en de GGD.

Waar nodig is er ondersteund door procesregisseurs, ter versterking van de samenwerking in de wijk. Daarnaast worden de betrokken professionals getraind in het doorbraakgericht werken en de manier waarop casuïstiek bij escalatie kan worden opgeschaald.

21 22

Actieplan Housing First, juli 2023 Regionaal Actieplan Dakloosheid, mei 2025

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

14

Programma Grip op onbegrip Kennemerland: Het Programma Grip op onbegrip Kennemerland23 loopt van 2025 t/m 2027 en is gericht op het versterken van de domeinoverstijgende aanpak bij mensen die door psychische kwetsbaarheid onbegrepen gedrag laten zien dat resulteert in overlast en/of onveiligheid voor henzelf of hun omgeving. In drie van de vier projecten van het programma (‘ erend Netwerk’, ‘A (Aanpak voorkomen escalatie)/ casus- en procesregie’ en ‘Doorbraakkracht’) wordt in de veiligheidsregio Kennemerland gewerkt aan het verbeteren van de samenwerking tussen de betrokken partijen. Hierbij is Buurts een belangrijke samenwerkingspartner. Deze projecten zijn ondersteunend aan de ‘ontwikkeling Aanpak complexe casuïstiek in de wijk’. Project versterking Bemoeizorg Kennemerland: Dit project loopt van 2025 tot en met 2027 en is gericht op het versterken van de bemoeizorg in de regio Kennemerland. Hiervoor is de capaciteit van de bemoeizorg uitgebreid, om de samenwerking met de lokale partners en tussen de bemoeizorgaanbieders onderling te versterken. Voor Buurts betekent dit dat er wordt gewerkt aan betere samenwerking met het Vangnet en Advies team van de GGD, het ACT van GGZ inGeest en Brijder verslavingszorg. Daarnaast kan Buurts een beroep doen op Stichting Barka voor hulp aan mensen die uit Oost-Europa.

Wat betekent dit voor Buurts? Buurts krijgt meer vraag van mensen met complexe problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid die in de wijk (komen) wonen. Om hen goed te kunnen helpen is er in nauwe samenwerking met de ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein, outreachende inzet, flexibiliteit en ruimte voor maatwerk nodig. Een goede samenwerking met deze partners vereist kennis van elkaars werk en goede afspraken. Er moet aandacht zijn voor de samenwerkingsafspraken van Buurts met OGGZketenpartners als de GGD, het Zorg en Veiligheidshuis, politie en Fivoor. Evenals de samenwerking met huisartsen en GGZ inGeest voor mensen met psychische problemen.

4.3

Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Huiselijk geweld is de meest voorkomende geweldvorm in Nederland. Het komt in alle lagen van de bevolking voor, heeft ernstige persoonlijke en maatschappelijke gevolgen op de korte en lange termijn en staat zelden op zichzelf. Factoren als armoede, werkloosheid, verslaving, psychische problematiek, trauma, licht verstandelijke beperking, complexe echtscheiding en 23

Programma Grip op Onbegrip Kennemerland, 2024

overbelasting door langdurige zorg verhogen de kans op problemen in de relatie en (herhaaldelijk) geweld. Aan de basis van de aanpak van huiselijk geweld ligt het herkennen van signalen en risicofactoren, zorgen kunnen bespreken met de betrokkenen en weten hoe te handelen. Het duurzaam stoppen vraagt een integrale domeinoverstijgende aanpak, gericht op alle leden van het huishouden, én een lange adem. De wijkteams van Buurts en het CJG zijn hierbij, naast Veilig Thuis, de Blijf Groep en de politie, kernpartners.

4.1.1

Regionaal Koersplan regionale aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM) 2025 t/m 2028

Buurts is nauw betrokken bij de uitvoering van het Regionale Koersplan aanpak HGKM. Het Koersplan is gebaseerd op de inhoudelijke uitgangspunten van het landelijke programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (TKS) 24. De aanpak in het Koersplan richt zich op inwoners van 0-100+ jaar in huishoudens met én zonder minderjarige kinderen. Het TKS hangt sterk samen met de uitgangspunten van de Hervormingsagenda Jeugd. In het Koersplan is één van de leidende principes dat de lokale teams een centrale rol hebben in de aanpak van HGKM als laagdrempelige organisatie waar inwoners eenvoudig advies, hulp en ondersteuning kunnen krijgen. Lokale teams (wijkteams en CJG) bieden hulp, halen er expertise bij en coördineren de inzet en blijven zo lang als nodig betrokken. Voor inwoners is én blijft het lokale team het vaste aanspreekpunt, ook als er sprake is van onveilige situaties in het huishouden. Lokale teams werken volgens de Leidraad werken aan veiligheid25. Het versterken van de rol van lokale teams in de aanpak van HGKM is ook één van de ontwikkelopgaven binnen het Koersplan met een focus op de implementatie van casus- en procesregie bij (vermoedens van) HGKM, implementatie van gefaseerd samenwerken aan veiligheid volgens de Top-3, versterken van basiskennis over HGKM en het verbeteren van de samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners.

4.1.2

Opvang slachtoffers ernstig huiselijk geweld

De Blijf Groep biedt opvang aan slachtoffers van ernstig huiselijk geweld om hulp en bescherming te bieden. Vrouwen (en mannen) met of zonder kinderen die uitstromen uit de opvang naar zelfstandige huisvesting worden begeleid en ondersteund om een goede start te maken in een veilige situatie en vaak een nieuwe omgeving. De Blijf Groep biedt ambulante ondersteuning met als doel om een opname in de opvang te voorkomen door tijdig gespecialiseerde hulp en ondersteuning te bieden. Het is belangrijk dat Buurts de expertise van de Blijf Groep betrekt bij hun ondersteuning en met hen samenwerkt om huiselijk geweld te stoppen.

25

Leidraad ‘Werken aan veiligheid’, april 2024

24 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, maart 2021

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

15

Wat betekent dit voor Buurts? De leidraad werken aan veiligheid is uitgangspunt bij de rol van Buurts in de aanpak van HGKM. Wat betreft de ontwikkelopgaven verwachten we dat Buurts in 2026 casusregie bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling implementeert en er met het CJG en de Blijf Groep afspraken worden gemaakt over de rolverdeling hierbij. Dat het werken volgens de visie Gefaseerd Samenwerken voor veiligheid met de TOP-3 wordt geborgd binnen de werkprocessen van Buurts. Evenals de basiskennis over HGKM (zoals signaleren, risicofactoren en toepassen van de meldcode en kindcheck).

4.4

Integraal Zorgakkoord

Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is er om de zorg in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. De focus komt meer te liggen op preventie en gezondheid in plaats van ziekte en zorg. Het medisch domein en het sociaal domein gaan daarvoor nauwer samenwerken. Dit gebeurt per gemeente, maar ook op regionaal niveau. Vanuit het IZA werken gemeenten en partners aan een betere samenwerking tussen ondersteuning en zorg voor inwoners en aan een sterke preventieve infrastructuur. Vanuit de SPUK IZA zijn regionale middelen beschikbaar gesteld om professionals uit de zorg en het sociaal domein tijd te geven om af te kunnen stemmen en procesafspraken te maken, over bijvoorbeeld patiënt-/cliëntstromen. Eind 2023 is een regioplan IZA26 opgeleverd door een brede samenwerking van gemeenten en aanbieders in het sociaal domein en de zorg. In dit regioplan staan de prioriteiten in onze regio: mentale gezondheid, kwetsbare ouderen en multimorbide patiënten, gezondheidsverschillen, digitalisering, acute zorg en arbeidsmarkt. Dit regioplan is de basis voor de verdere stappen in de samenwerking voor de aankomende jaren.

Het zwaartepunt van IZA ligt bij de volgende transformatieplannen: Digitaal gezondheidscentrum (DGC), Kernteams in de wijk, De buurt als ecosysteem, Wijkaanpak gezondheidsverschillen, Mentale gezondheidsnetwerken (MGN), Laagdrempelige steunpunten (LSP), en Zorgcoördinatievoorziening (ZCV). Deze transformatieplannen zijn bedoeld om de zorg beter in te richten en toekomstbestendig te maken en voor specifieke groepen of thema’s een daadwerkelijke verandering te realiseren richting preventie. De transformatieplannen zijn in ontwikkeling en bevinden zich allemaal in verschillende stadia van uitwerking. Bij elk plan wordt samengewerkt met zorgaanbieders, professionals uit het sociaal domein en de gemeenten. Wanneer plannen richting uitvoering gaan, zullen er ook in Haarlem pilots starten.

Wat betekent dit voor Buurts? Buurts is in Haarlem bij bijna alle plannen betrokken en levert een bijdrage in het vormgeven en uitvoeren van de plannen. Niet alleen met inzet in de verschillende stuurgroepen en werkgroepen, maar ook met inzet van professionals vanuit de praktijk. Naar verwachting zullen bijna alle plannen een structurele verschuiving tot gevolg hebben van het medisch naar het sociaal domein en dus een grotere instroom van inwoners met een hulpvraag betekenen. Een deel van deze inwoners zal nieuw zijn in de ondersteuning vanuit het sociaal domein. Een ander deel betreft inwoners die anders ook in het sociaal domein zouden landen.

4.5

Gezond en Actief Leven Akkoord

Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) vormt samen met het IZA de basis voor de beweging naar een preventiever, gezonder en meer samenhangend lokaal sociaal-medisch domein. Binnen GALA staan vijf landelijke ketenaanpakken centraal: Kansrijke Start; Kind naar Gezond Gewicht; Overgewicht en Obesitas bij Volwassenen; Valpreventie; en Welzijn op Recept. Deze ketenaanpakken worden regionaal vormgegeven, waarna een vertaling naar de lokale uitvoering volgt. Zo is Haarlem gestart met het aanbieden van valpreventie en bevinden programma’s als Gezond Gewicht olwassenen, Gezond Gewicht Kinderen Kansrijke Start en Welzijn op Recept zich in een fase van regionale versterking, met lokale uitvoering in ontwikkeling. De inzet op GALA vindt plaats binnen een druk sociaal domein. Gemeenten in de regio Kennemerland richten zich daarom op het beheersbaar houden van de lokale uitvoeringsdruk, met de nadruk op het versterken van bestaande samenwerkingen en het benutten van wat lokaal al effectief is. De preventie-infrastructuur en de kernteams in de wijk vormen hierbij de ruggengraat van deze integrale benadering, waarbij GALA als ondersteunend programma aansluit. Naast de landelijke ketenaanpakken biedt het GALA ruimte voor een lokale aanpak, afgestemd op de specifieke behoeften van gemeenten.

Haarlem heeft ervoor gekozen om de lokale GALA-gelden voor een groot deel gericht in te zetten op de wijkaanpak Meerwijk, met als doel het verkleinen van gezondheidsachterstanden in deze wijk. Er zijn verschillende initiatieven opgestart in Meerwijk die bijdragen aan dit doel en aan de wijkaanpak. Deze initiatieven zijn tot stand gekomen met Buurts als één van de uitvoerende partijen. Ook wordt vanuit het GALA extra ingezet op het thema mentale gezondheid jeugd. Onder andere door de Alliantie Mentale Gezondheid zijn succesvolle initiatieven gestart, zoals: preventieve

26 Regioplan Kennemerland, december 2023

Gemeente Haarlem – Maatschappelijke Ondersteuning; Jeugd, Onderwijs en Sport; Werk en Inkomen; Schulden, Minima en Sociale Recherche in samenwerking met I-Ontwikkeling

16

workshops en trainingen op middelbare scholen, gericht op het ondersteunen van jongeren in hun mentale welzijn. Wat betekent dit voor Buurts? De gecombineerde inzet op zowel landelijke ketenaanpakken als lokale initiatieven versterkt de integrale benadering van gezondheid en welzijn in Haarlem. Buurts speelt een essentiële rol in de uitvoering van deze programma’s en het versterken van de preventieve infrastructuur. Naast de inzet in projectgroepen en werkgroepen zal Buurts ook meer capaciteit moeten inzetten op uitvoering van de transformaties en uiteindelijk ook op de ‘nieuwe structuren’. Verder zal aanbod wellicht vergroten moeten worden dan wel nieuw aanbod ontwikkelt om vooral collectief meer instroom op te vangen.

4.6

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord

In juli 2025 is het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)27 vastgesteld. Dit gaat over aanvullende afspraken op het IZA en GALA, waarin de rol van het sociaal domein erkend en benadrukt wordt. In het AZWA is opgenomen dat er structureel middelen van zorg naar welzijn en sociaal domein verschuiven. Dit akkoord is gesloten door het ministerie van VWS, Sociaal Werk Nederland, zorgverzekeraars, brancheorganisaties en andere landelijke partijen. Het maakt het voor gemeenten mogelijk om, onder voorwaarden, zorgmiddelen in te zetten voor welzijnsgerichte en preventieve activiteiten, als dit leidt tot aantoonbare besparingen in de zorg.

Het Rijk schrijft met haar landelijke beleid uit de Hervormingsagenda Jeugd voor om zeer specifiek te kijken naar de inzet van jeugdpreventieve activiteiten en deze beter af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van kwetsbare kinderen en jongeren. Het vraagt dus meer inzet op het vergroten van de veerkracht van kinderen en hun ouders. Daarnaast is er de opdracht om meer verbinding te leggen tussen jeugdhulp en het onderwijs en te kijken naar bredere aspecten in het leven van gezinnen (zoals (jeugd)gezondheidszorg, schulden, ouders met GGZ- of andere problematiek, vechtscheidingen) en het maken van afspraken over de rollen en verantwoordelijkheden van de andere sectoren in het adresseren van de vraag naar jeugdhulp. Dit vraagt om een verdere versterking van de sociale basis specifiek voor jeugdigen. Ondertussen komt de sociale basis voor jeugd verder onder druk te staan. De problematiek in de jeugdhulp neemt toe en de wachttijden lopen op. Door het versterken van de sociale basis wordt voorkomen dat kinderen doorstromen naar de specialistische jeugdhulp. Zo wordt ingezet op het versterken van de eigen kracht van gezinnen en het verstevigen van de pedagogische basis (zoals school, buurt, sport en familie). Daarbij heeft Haarlem te maken met een bevolkingsgroei en wordt de groep jongeren steeds groter. Een deel van die sociale basis zit in de opdracht Gewoon in de Wijk.

Daarnaast investeert de gemeente zelf ook in die sociale basis. Zo is er echtscheidingsaanbod en een gezinsadvocaat en wordt er wordt ingezet op het programma Kansrijke Start, waarin aandacht is voor bestaanszekerheid onder ouders. Wat betekent dit voor Buurts? Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd is het Rijk gevraagd de reikwijdte van de jeugdhulp nader te bepalen en mogelijk te beperken. Maar die vraag wordt vooralsnog niet beantwoord. Er blijft dus onduidelijkheid over de afbakening van wat een gemeente wettelijk moet bieden aan jeugdhulp. Het is altijd wenselijk om gebruik te maken van oplossingen binnen het eigen netwerk en vrij toegankelijke voorzieningen voor er mogelijk moet worden opgeschaald naar specialistische jeugdhulp. Het voorveld van preventieve jeugdhulp valt voor een groot deel onder Gewoon in de Wijk. De complexiteit van de jeugdhulp stijgt en de wachttijden lopen op. Voor Buurts kan dit betekenen dit er meer vraag naar kinderwerk of jongerenwerk komt met complexere vragen. Om deze vragen op te vangen is het versterken van de samenwerking tussen Buurts, onderwijs en de gespecialiseerde jeugdhulp van belang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16156709/1