CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Samenvatting

commissie Beheer 10 maart 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Holland Zuid (NHZ)19.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

december 2021

Uitvoeringsprogramma Noord-Holland Zuid

Samenvatting Klimaatverandering klopt steeds harder op onze deur. De overstromingen in Zuid-Limburg in de zomer van 2021 maakten pijnlijk duidelijk dat de gevolgen ook in ons land merkbaar zijn. Toch is het belangrijk ons te realiseren dat de energietransitie niet alleen een harde noodzaak is, maar ook kansen biedt. Met de energietransitie kunnen we ontwikkelingen in gang zetten, die onze steden, dorpen, wijken, bedrijven en verenigingen sterker en flexibeler maken. In dit uitvoeringsprogramma geven wij – gemeenten, provincie en waterschappen – aan hoe we de komende jaren slagvaardig en in gezamenlijkheid uitvoering willen geven aan de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0.

ENERGIEREGIO NOORDHOLLAND ZUID

Provincie Noord-Holland 3 waterschappen en 29 gemeenten

Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, EdamVolendam, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Landsmeer, Laren, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Velsen, Waterland, Weesp, Wijdemeren, Wormerland, Zaanstad en Zandvoort.

Samen met netbeheerders, inwoners, ondernemers, energiecoöperaties, woningcorporaties, agrariërs, onderwijs en maatschappelijke organisaties op het gebied van natuur en milieu.

De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Noord-Holland Zuid (NHZ) is vastgesteld door de gemeenten (met uitzondering van de gemeente Landsmeer), provincie NoordHolland en de waterschappen. In hoofdstuk 3 van de RES 1.0 van NHZ staat vermeld dat er een regionaal uitvoeringsprogramma wordt opgesteld om de afspraken, kaders en een aanpak vast te leggen voor het proces naar de RES 2.0. Dit uitvoeringsprogramma voorziet hierin. Daarmee maakt de energieregio de volgende stap richting het uitwerken van zoekgebieden in concrete projecten en het aanjagen van regionale samenwerking rondom kansrijke warmtebronnen.

Uitvoeringsprogramma RES

Om uitvoering te geven aan de RES 1.0 versterken we de komende periode de regionale samenwerking tussen gemeenten, provincies, waterschappen en het rijk en met netbeheerders, ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners. Van belang hierbij is dat iedereen zijn eigen rol heeft. Bijvoorbeeld als bevoegd gezag, aanjager, vergunningverlener of handhaver.

Noord-Holland Zuid

2

In dit uitvoeringsprogramma staan vijf ‘werksporen’ centraal (zie figuur 1 op de volgende pagina):

1. G  ezamenlijk programmeren van duurzame elektriciteit en warmte in het regionale energiesysteem. Dit is het ‘kloppend hart’ van het uitvoeringsprogramma. Voor elektriciteit staat centraal hoe we samen met omwonenden en stakeholders per zoekgebied de stap kunnen zetten naar vergunde projecten. Bij warmte staat de samenwerking centraal, in onder meer programmering van bovengemeentelijke warmtebronnen en infrastructuur. 2. V  erankeren van de activiteiten in het omgevingsbeleid. De afspraken die in de RES 1.0 zijn gemaakt, krijgen juridische status als deze worden uitgewerkt en vastgesteld in omgevingsrechtelijke instrumenten. Ook toetsing op het omgevingsbeleid maakt hiervan onderdeel uit, bijv. in relatie tot de beschermingsregimes. 3. Via participatie en communicatie tot gedragen besluiten en uitvoering komen. 4. K  ennisdeling, innovatie en aansluiting van de arbeidsmarkt (onder meer door scholing) als belangrijke randvoorwaarden. 5. Monitoring om inzicht te bieden in de voortgang en bereikte resultaten. Het gaat hierbij zowel om monitoring van de cijfermatige voortgang als de procesmatige voortgang van de zoekgebieden.

Het fundament voor het uitvoeringsprogramma hebben we gelegd met zeven uitvoeringstafels. De onderwerpen van de uitvoeringstafels komen voort uit de RES 1.0. Bij de tafels was een mooie mix van ambtenaren, inwoners, volksvertegenwoordigers en stakeholders aanwezig.

Het uitvoeringsprogramma loopt van 2021 tot en met 2025. De vaststelling van de RES 2.0 in juli 2023 is een natuurlijk moment om het uitvoeringsprogramma te evalueren en waar nodig aan te passen. In figuur 2 op pagina 5 is de globale tijdslijn voor de route naar de RES 2.0 weergegeven.

In dit uitvoeringsprogramma benoemen we actiehouders en tijdslijnen. Daarmee maken we de ambitie van de RES 1.0 concreet in de benodigde acties voor uitvoering. Uit de gesprekken aan de uitvoeringstafels en in de stuurgroepen is gebleken dat veel gemeenten over te weinig middelen en menskracht beschikken om de werksporen met de gewenste zorgvuldigheid uit te voeren. In dit uitvoeringsprogramma maken we een inschatting van de benodigde capaciteit. En geven we aan hoe we om gaan met de financiele onzekerheid omtrent de uitvoering van de taken. Het elektriciteitsnetwerk heeft in grote delen van Noord-Holland de maximale capaciteit bereikt. Bij de uitwerking van de zoekgebieden houden we hier rekening mee. Daarbij werken we als overheden en de netbeheerders in de Taskforce Energie-infrastructuur gericht aan oplossingen.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

3

Figuur 1: Werksporen uitvoeringsprogramma

december/ januari 2022

Uitvoeringsprogramma RES

5

werksporen

1.

Programmeren projecten elektriciteit en warmte

Drie fasen wind en zon • Van ambitie naar zoekgebieden • Van zoekgebieden naar vergunde projecten • Van vergunde projecten naar realisatie (in samenhang met netinfrastructuur)

Regionale Structuur Warmte (bovengemeentelijke bronnen en infra)

3.

Participatie en communicatie

4.

Kennisdeling, innovatie en arbeidsmarkt

2.

Verankeren in omgevingsbeleid

Uitvoeringsprogramma RES

5.

Monitor (2 x per jaar)

Noord-Holland Zuid

4

Figuur 2: Globale tijdlijn op weg naar RES 2.0

Uitvoeringsprogramma gereed Door Colleges, GS en DB

dec 2021 Monitor RES 1.0 Door PBL

dec 2021

Transitievisies warmte gereed Elke gemeente heeft een vastgestelde transitievisie warmte

Voortgangsrapportage Elke regio levert een voortgangsrapportage aan bij PBL

Opleveren RES 2.0 Regio's dienen vastgestelde RES 2.0 in. Tussentijds ijkmoment

31 dec 2021

1 juli 2022

1 juli 2023

Evaluatie participatie en communicatie besproken Door colleges, GS en DB

Kaderstellend document RES 2.0 Door colleges, GS en DB

Kaderstellend document RES 2.0 Door gemeenteraad, PS en AB

Q2-2022

Q3-2022

begin 2022 Integrale netimpactanalyse Door netbeheerders

Investeringsplannen Door netbeheerders

2022

1 jan 2022

16 maart 2022 Gemeenteraadsverkiezingen

Voortgangsmonitor Door PBL

Q4-2022

15 maart 2023 Provinciale Statenverkiezingen en Waterschapsverkiezingen

1 juli 2022 Omgevingswet in werking Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

5

Leeswijzer De Regionale Energiestrategie is tot stand gekomen door een samenwerking tussen gemeenten, provincie en waterschappen, die vanuit hun eigen verantwoordelijkheden gelijkwaardig met elkaar samenwerken. Netbeheerders, bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers zijn bij deze samenwerking betrokken. Het uitvoeringsprogramma start met het hoofdstuk Samenwerking, waarin we ingaan op hoe we tijdens de uitvoeringsfase vorm kunnen geven aan de samenwerking tussen alle partners en stakeholders.

Vervolgens gaan we in op de realisatie van de ambitie van de RES: de opwek van duurzame energie. Bij elektriciteit gaat het om de verankering van zoekgebieden in het omgevingsbeleid, de vaststelling van projectlocaties in samenwerking met inwoners en de samenwerking met stakeholders in de realisatie van projecten. Bij warmte staan de bovengemeentelijke bronnen en infrastructuur centraal, waarbij we gezamenlijke kansen en risico’s inventariseren en bespreken hoe gemeenten ondersteund kunnen worden om tot projecten te komen. Daarna gaan we in op hoe we met participatie en communicatie tot gedragen besluiten en uitvoering kunnen komen. We besteden aandacht aan lokaal eigendom en financiële participatie en proces- en publiekscommunicatie. Hierna beschrijven we de randvoorwaardelijke onderwerpen zoals kennisdeling, innovatie en aansluiting van arbeidsmarkt.

capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de uitvoering van de RES 1.0 verder te brengen. Per hoofdstuk geven we weer wat de opgave is, zoals vastgesteld in de RES 1.0. Die vertalen we waar mogelijk door naar tussendoelen, waarmee richting wordt gegeven aan de periode tot en met 2025. Vervolgens vertalen we de RES 1.0, mede op basis van de uitkomsten van de uitvoeringstafels, door naar concrete activiteiten en rollen. Dat doen we in de vorm van een tabel. Per hoofdstuk beschrijven we kort wat de rol van de RESprogrammaorganisatie is en wat de rol van ons en andere partijen is. In de bijlagen gaan we in op onder meer de ondersteuning die de provincie hierbij biedt.

Button Button

In het document zijn buttons verwerkt. Buttons zijn voor navigatie in het document.

In het hoofdstuk Monitoring staan de cijfermatige voortgang en de procesmatige voortgang van de zoekgebieden centraal. We sluiten af met een beschrijving van de activiteiten voor de RESprogrammaorganisatie en de gevraagde

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

6

Index

2

Samenvatting

6

Leeswijzer

10

1. Samenwerking

14

2. Duurzame elektriciteit

31

32

3.1 Relatie RSW met TvW en WUP

34

3.2 Opgave

34

3.3 Operationele doelen

35

3.4 Activiteiten

36

3.5 Rol van de programmaorganisatie

11

1.1 Sturingsfilosofie

15

2.1 Opgave

11

1.2 Samenwerking

16

2.2 Operationele doelen

13

1.3 V  olksvertegenwoordigers

18

20

Uitvoeringsprogramma RES

2.3 Activiteiten: Verankering in het omgevingsbeleid 2.4 Activiteiten: Uitwerking zoekgebieden

25

2.5 Activiteiten: Grondgebonden duurzame elektriciteit

26

2.6 Activiteiten: Zon op dak, parkeerplaatsen en langs infrastructuur

28

2.7 Activiteiten: Energieinfrastructuur

30

2.8 Rol van de programmaorganisatie

3. Regionale Structuur Warmte

Noord-Holland Zuid

Index

37

4. Participatie en communicatie

43

38

4.1 Opgave

44

39

40

41

42

5.1 Kennisdeling 5.1.1 Opgave 5.1.2 Organisatie 5.1.3 Operationele doelen 5.1.4 Activiteiten

4.2 Participatie 4.3 Communicatie 4.4 Evaluatie participatie en communicatie

5. Kennisdeling, innovatie en arbeidsmarkt

46

48

6. Monitoring

54

49

6.1 Opgave

55

7.1 Aanvullende middelen nodig

50

6.2 Voortgang realisatie RES-ambitie

56

7.2 RES-programmaorganisatie

51

6.3 In te zetten instrumenten

52

6.4 Rolverdeling

5.2 Innovatie 5.2.1 Opgave 5.2.2 Activiteiten

7. Uitvoeringsorganisatie

4.5 Activiteiten 47

5.3 Arbeidsmarkt 5.3.1 Opgave 5.3.2 Activiteiten

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

Index

58

Bijlage

59

I Ondersteuningsaanbod provincie

60

60

61

I.I Ontwikkeling duurzame opwek I.II Subsidies en regelingen provincie

62

II Programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) III Voorstel voor de governance van de warmtetransitie

62

III.I Kernpunten

67

III.II De contouren voor een nieuw model

68

IV 69 Participatie: Relevante documenten V 70 Eerste inventarisatie onderwerpen kennisdeling

VI 74 Monitoring 74

VI.I

Focus 2022

78

VI.II

Planning 2022

VII 79 Uitvoeringsorganisatie 79

VII.I Aanvullende taken gemeenten, provincies en waterschappen

83

VII.II RES-programmaorganisatie: Budget en financiering

84

VII.III Belegging van taken

III.III Rol van de provincie Noord-Holland

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

9

1. Samenwerking Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

10

1.1 Sturingsfilosofie Het krachtenveld van de energietransitie is complex. Lokale besluitvorming over energieprojecten heeft regionale impact, bijvoorbeeld op het energienet en de omgeving. Daarom is het, meer nog dan voorheen, belangrijk om als overheden regionaal samen te werken. Daarnaast willen betrokken inwoners meebeslissen over hun omgeving. Via dit uitvoeringsprogramma willen we deze complexiteit terugbrengen naar de kern; wie doet wat en hoe verhoudt dit zich tot elkaar?

1.2 Samenwerking De governance van de RES heeft zich in de afgelopen jaren in de praktijk bewezen en wordt in de bestaande vorm gecontinueerd. Dat houdt in dat de samenwerking tussen decentrale overheden, netbeheerders, ondernemers en maatschappelijke organisaties wordt voortgezet en waar mogelijk versterkt. We versterken bij warmte de samenhang tussen de Regionale Structuur Warmte (RSW), de Transitievisies Warmte (TvW’s) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s). Er wordt een nieuwe governancestructuur ingericht door het samenvoegen van de RSW, het Warmte Koude Programma MRA en de provinciale warmtetransitie-instrumenten. Op deze wijze wordt de beschikbare kennis gebundeld en de beschikbare capaciteit efficiënt ingezet. In hoofdstuk 3 gaan we hier verder op in.

Uitvoeringsprogramma RES

In de uitvoeringsfase krijgen overheden meer rollen dan tot nog toe in de RES: naast beleidsmaker ook die van vergunningverlener en/of handhaver. In de samenwerking vinden wij het goed om de stappen in het proces en die rolwisseling te benoemen. Het moet helder zijn wie welk mandaat heeft. Verder werken we nauw samen met onze omliggende gebieden. Daarbij gaat het niet alleen om samenwerking tussen NoordHolland Noord en Noord-Holland Zuid, maar ook rondom het IJsselmeer en in het Groene Hart. De RES-programmaorganisaties NHN en NHZ verbreden hun samenwerking, waardoor de capaciteit efficiënt wordt ingezet. In Q2-2022 starten we het proces naar de RES 2.0. De RES 2.0 wordt in juli 2023 opgeleverd, conform de afspraken in het Klimaatakkoord. De RES 2.0 is een voortzetting en verdieping van de RES 1.0. De RES 1.0 is dus het vertrekpunt voor de RES 2.0. Om die reden wordt de samenwerkingsstructuur uit de RES 1.0 voortgezet.

Noord-Holland Zuid

11

Figuur 2: Globale tijdlijn op weg naar RES 2.0

Uitvoeringsprogramma gereed Door Colleges, GS en DB

dec 2021 Monitor RES 1.0 Door PBL

dec 2021

Transitievisies warmte gereed Elke gemeente heeft een vastgestelde transitievisie warmte

Voortgangsrapportage Elke regio levert een voortgangsrapportage aan bij PBL

Opleveren RES 2.0 Regio's dienen vastgestelde RES 2.0 in. Tussentijds ijkmoment

31 dec 2021

1 juli 2022

1 juli 2023

Evaluatie participatie en communicatie besproken Door colleges, GS en DB

Kaderstellend document RES 2.0 Door colleges, GS en DB

Kaderstellend document RES 2.0 Door gemeenteraad, PS en AB

Q2-2022

Q3-2022

begin 2022 Integrale netimpactanalyse Door netbeheerders

Investeringsplannen Door netbeheerders

2022

1 jan 2022

16 maart 2022

Voortgangsmonitor Door PBL

Q4-2022

15 maart 2023 Provinciale Statenverkiezingen en Waterschapsverkiezingen

Gemeenteraadsverkiezingen

1 juli 2022 Omgevingswet in werking Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

12

1.3 Volksvertegenwoordigers Volksvertegenwoordigers hebben een formele rol in het besluitvormingsproces. Zij borgen de democratische legitimiteit door: - de RES te borgen in het omgevingsbeleid en omgevingsinstrumenten; - de zoekgebieden te borgen in het omgevingsbeleid en de inrichting van procesparticipatie te borgen; - zich uit te spreken als bevoegd gezag; - het beleid te borgen voor proces- en financiële participatie ; - de kaderstellend document RES 2.0 vast te stellen; - de RES 2.0 vast te stellen en wensen en bedenkingen mee te geven.

In het licht van de gemeenteraadsverkiezingen (maart 2022), Provinciale Statenverkiezingen en waterschapsverkiezingen (maart 2023) stelt de energieregio een introductietraject voor de RES op, zodat volksvertegenwoordigers goed beslagen ten ijs komen bij de besluitvorming. De RES-programmaorganisatie initieert dit. We voegen daar de eigen ambities van gemeenten en (lokale) vraagstukken aan toe. Dit programma wordt aangeboden via de griffies.

aantal keer per jaar een Raadsinformatiebrief. Tijdens regionale raadsbijeenkomsten informeren we per deelregio raadsleden, statenleden en leden van het algemeen bestuur van de waterschappen over de stand van zaken binnen de RES. Ook worden de volksvertegenwoordigers uitgenodigd voor kennissessies.

De volksvertegenwoordigers hebben een belangrijke rol bij de start van het proces naar de RES 2.0. In het tweede kwartaal van 2022 geven volksvertegenwoordigers de eerste kaders mee, mede op basis van de ingediende moties bij de RES 1.0. In hetzelfde kwartaal stellen de bestuurders het kaderstellend document RES 2.0 vast. In het derde kwartaal van 2022 wordt het kaderstellend document RES 2.0 voorgelegd aan volksvertegenwoordigers. Tussentijds informeren we volksvertegenwoordigers, onder andere via de RES-monitor, waarin de voortgang van de realisatie van de ambitie wordt gevolgd. De monitor verschijnt twee keer per jaar. Ook ontvangen ze een

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

13

2. Duurzame elektriciteit Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

14

2.1 Opgave De ambitie van NHZ staat op 2,7 TWh opwek van duurzame elektriciteit op land, met een bestaande opwek van 0,7 TWh.

Per deelregio is in de RES 1.0 de volgende theoretische potentie opgenomen: Deelregio Amstelland Amsterdam Peiljaar 2020.

Gooi- en Vechtstreek Haarlemmermeer IJmond en Zuid-Kennemerland Zaanstreek/Waterland

Theoretische potentie

Bestaand

Nieuw

0,4 TWh 0,7 TWh aanbod 127 MW wind (296 GWh) 400 MW zon op dak (380 GWh) 0,23 TWh 0,7 TWh 0,56 TWh 0,41 TWh

60 GWh 75 MW wind 124 MW zon

344 GWh 52 MW wind 276 MW zon

30 GWh 120 GWh 160 GWh 90 GWh

199 GWh 577 GWh 400 GWh 320 GWh

Uitvoeringsprogramma RES

We behouden de in de RES 1.0 vastgestelde uitgangspunten: 1. Z  orgvuldige participatie: bij planvorming kunnen inwoners en andere belanghebbenden meedenken en faciliteert de gemeente inwonersinitiatieven. 2. E  erlijke verdeling van lusten en lasten: er wordt gestreefd naar minimaal 50 procent lokaal eigendom per project. 3. Bij ieder project wordt gestreefd naar toegevoegde waarde voor landschap en natuur en worden maatregelen genomen om negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. 4. Per project wordt verkend hoe kansen gekoppeld kunnen worden, ofwel waar opwek gecombineerd kan worden met andere functies. 5. De wettelijke kaders voor afstand en (geluids)overlast blijven het uitgangspunt. Lokale overheden kunnen besluiten tot strengere normen. 6. Snel realiseerbare projecten zoals zon op grote daken, parkeerplaatsen en geluidsschermen worden actief gestimuleerd. 7. Er is en blijft ruimte voor nieuwe initiatieven en zoekgebieden. 8. Ruimtelijke samenhang is belangrijk. De provincie neemt het voortouw om deze te bewaken.

Noord-Holland Zuid

15

Hieronder noemen we de operationele doelen, waarbij we ook meerdere routes aan geven om de doelen te realiseren.

2.2 Operationele doelen Om te kunnen bepalen of de energieregio op koers ligt voor de doelen van 2030 en om te bepalen welke activiteiten nodig zijn in de periode 2022-2025, stellen we in dit uitvoeringsprogramma operationele doelen vast.

Deze operationele doelen voor duurzame elektriciteit (zon en wind) zijn: - Uiterlijk op 1 januari 2025 zijn alle benodigde vergunningen om de ambitie te kunnen realiseren afgegeven. Dit is conform de afspraken uit het Klimaatakkoord en noodzakelijk om de ambitie voor 2030 te kunnen halen. Dit betekent dat: • we ernaar streven dat de vergunningen voor wind en ‘wind & zon’ (als gezamenlijk project) in 2023 zijn aangevraagd. • we voor zon op land ernaar streven dat de vergunningen in 2024 zijn aangevraagd. - In 2022 hebben provincie en gemeenten de zoekgebieden verankerd in de omgevingsvisie, tenzij bewust een andere route gekozen wordt, waarbij vergunningen nog steeds tijdig afgegeven worden. - In 2023 zijn de zoekgebieden verankerd in het Omgevingsplan, tenzij gekozen wordt voor verankering in het huidig ruimtelijk instrumentarium. - In 2022 hebben provincie en gemeenten zoveel mogelijk vastgelegd welke

Uitvoeringsprogramma RES

participatie-aanpak zij hanteren, inclusief het beleid voor financiële participatie. Dit is onderling afgestemd voor de grensoverschrijdende zoekgebieden of voor zoekgebieden nabij gemeentegrenzen. Hiermee zorgen we ervoor dat we de zoekgebieden tijdig in het omgevingsbeleid en voor de vergunningverlening verankeren. - In 2022 is er zicht op waar de regio als eerste aan de slag kan op basis van de ruimte op het elektriciteitsnet. De monitoring van de operationele doelen vindt plaats in het monitoringsprogramma (zie hoofdstuk 6).

Noord-Holland Zuid

16

Figuur 1: Werksporen uitvoeringsprogramma

december/ januari 2022

Uitvoeringsprogramma RES

5

werksporen

1.

Programmeren projecten elektriciteit en warmte

Drie fasen wind en zon • Van ambitie naar zoekgebieden • Van zoekgebieden naar vergunde projecten • Van vergunde projecten naar realisatie (in samenhang met netinfrastructuur)

Regionale Structuur Warmte (bovengemeentelijke bronnen en infra)

2.

Verankeren in omgevingsbeleid

Uitvoeringsprogramma RES

3.

Participatie en communicatie

4.

Kennisdeling, innovatie en arbeidsmarkt

5.

Monitor (2 x per jaar)

Noord-Holland Zuid

17

2.3 Activiteiten: Verankering in het omgevingsbeleid De afspraken die in de RES 1.0 gemaakt zijn, krijgen juridische status doordat wij deze uitwerken en vaststellen in omgevingsrechtelijke instrumenten. Dit geldt voor opwek met wind en zon op land, zon op parkeerplaatsen en zon op/bij infrastructuur. Zon op dak is over het algemeen niet vergunningplichtig en hoeft daarom niet te worden geborgd in omgevingsbeleid

Het Klimaatakkoord wijst in dit verband op de gemeentelijke omgevingsvisies, -programma’s en -plannen. Ook de provinciale omgevingsvisie, omgevingsverordening en projectbesluiten zijn instrumenten om de RES juridisch te borgen. Het rijk, de provincie en gemeenten bepalen als bevoegde gezagen hoe de RES vertaald wordt naar het omgevingsbeleid. Het gaat daarbij zowel om de inpassing van elektriciteitsopwekking, als om het vrijmaken van ruimte voor de aanpassing van de energieinfrastructuur.

In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat wij op 1 januari 2025 alle benodigde vergunningen hebben afgegeven. Daarvoor spannen we ons in om planologische zekerheid te bieden aan initiatiefnemers, door de RES te vertalen naar omgevingsbeleid en omgevings- en bestemmingsplannen. Wij vinden het daarbij van belang dat wij inwoners duidelijkheid bieden over het proces en de tijdslijnen van verankering in het omgevingsbeleid. De veiligheidsregio en de omgevingsdiensten betrekken we vroegtijdig bij de concretisering van de zoekgebieden.

Wie is wanneer bevoegd gezag? Bevoegd gezag

Huidige Elektriciteitswet

Rijk

Wind: vanaf 100 MW Zon: vanaf 50 MW Wind: 5-100 MW

Provincie Gemeente

Wind: minder dan 5 MW Zon: tot 50 MW

Uitvoeringsprogramma RES

Nieuwe Energiewet (concept) Wind: vanaf 100 MW Zon: vanaf 100 MW Wind: 15-100 MW Zon: 50-100 MW Wind: tot 15 MW Zon: tot 50 MW

Het is nog onbekend wanneer de Energiewet naar de Tweede Kamer wordt gestuurd en wanneer deze in werking treedt.

Noord-Holland Zuid

18

In de ontwerp-partiële herziening Omgevingsverordening Noord-Holland (OV NH 2020) zijn de RES’en 1.0 leidend voor wind op land. Daarmee laat de provincie ruimte ontstaan voor gemeenten om plannen voor windenergie mogelijk te maken binnen de vastgestelde zoekgebieden. Naar verwachting treedt per april 2022 dit nieuwe provinciale windregime in werking. Daarnaast is in de RES 1.0 afgesproken dat er voorlopig ruimte blijft voor zonne-energie-initiatieven buiten de vastgestelde zoekgebieden. Als er aanvullende plekken komen, dan verankeren we die alsnog in het omgevingsbeleid. We maken afspraken met elkaar over hoe dit proces in te richten. Uiteindelijk worden deze zoekgebieden meegenomen in de RES 2.0 en verder. Voor de verankering in het omgevingsbeleid zijn verschillende routes mogelijk: 1. Zoekgebieden in 2022 verankeren in de omgevingsvisie en eind 2022/begin 2023 in het omgevingsplan. Dit is de uitgebreide route onder de nieuwe Omgevingswet. Deze route heeft de voorkeur, omdat die het meest transparant en navolgbaar is. Hiervoor dient wel op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking te treden. Het tijdspad hiervoor is krap.

2. Z  oekgebieden in 2022 verankeren in de structuurvisie (onder de nu geldende Wro), vervolgens in het dan geldende bestemmingsplan of omgevingsplan (tijdelijk deel, opvolger van het bestemmingsplan). Het tijdspad voor deze route is ook krap. 3. D  e zoekgebieden meteen verankeren in het bestemmingsplan of (tijdelijk) omgevingsplan (eind 2022/begin 2023). Het kan dan zijn dat er een vacuüm is tussen de dan geldende structuurvisie – als deze nog geen nieuwe kaders voor elektriciteitsopwekking bevat - en het omgevingsplan. 4. P  rojecten vergunnen via de buitenplanse omgevingsvergunning, waarbij een vergunning wordt verleend voor een activiteit die niet in het bestemmingsplan/ omgevingsplan mogelijk is gemaakt. Bij alles routes moet gecontroleerd worden of er sprake is van plan-MER-plichtigheid.

De verdere uitwerking van de zoekgebieden koppelen we zoveel mogelijk aan andere omgevingsprocessen en gebiedsopgaven (zoals bodemdaling, stikstof en klimaatadaptatie).

Participatie De initiatiefnemer van een energieproject is verantwoordelijk voor participatie. Onder de Omgevingswet dient bij het aanvragen van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer aan te geven of aan participatie is gedaan en zo ja, hoe dat is gebeurd en wat de resultaten hiervan zijn. Gemeenten kunnen in hun beleid een inspanningsverplichting opnemen voor een zorgvuldig participatieproces, maar geen inhoudelijke eisen aan het proces stellen. Gemeenten en provincie zetten zich ervoor in om uiterlijk in 2022 een besluit te nemen over de inspanningsverplichting. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Participatie en communicatie.

Al met al hebben we te maken met een bijzonder ambitieus tijdspad. De gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 maken het extra lastig om het tijdspad te halen. We zorgen er daarom voor dat reeds vergunde projecten, ook buiten de vastgestelde zoekgebieden uit de RES 1.0, doorgang blijven vinden.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

19

2.4 Activiteiten: Uitwerking zoekgebieden Bij het programmeren van duurzame elektriciteit staan de zoekgebieden centraal. We onderscheiden drie fasen, waarbij voor de uitvoering van de RES 1.0 fase 2 in het bijzonder centraal staat:

Voor alle zoekgebieden stemmen we de tijdslijnen af met de netbeheerder. Liander maakt daarvoor o.a. de jaarlijkse analyse voor voorkeursvolgorde van de zoekgebieden. Ook betrekken wij de veiligheidsregio vanaf het begin. We spreken daarover het volgende met elkaar af:

Ook kan het participatieproces samen met inwoners worden ingericht. • Met de RES is geprobeerd zoveel mogelijk een integrale afweging te maken, maar de definitieve integrale afweging met andere functies en het besluit daarover moet nog plaats vinden. Dit doen we, zoals we hiervoor omschreven, in het omgevingswetinstrumentarium.

Fase 1: Van ambitie naar verankerde zoekgebieden en locaties in samenhang met netinfrastructuur

- G  emeenten met gemeentegrensoverschrijdende zoekgebieden maken uiterlijk Q2-2022 afspraken met elkaar op de volgende onderdelen: • Afstemming van het participatieproces, inclusief financiële participatie. De rol van de provincie verschilt, afhankelijk van het zoekgebied en verzoek van gemeenten en andere stakeholders. De provincie kan faciliteren, door bijvoorbeeld het organiseren van een Omgevingstafel of het bieden van financiële ondersteuning bij procesparticipatie. • Onderlinge afstemming van de tijdslijnen in het proces van concretisering. Hierover vindt ook afstemming plaats met de netbeheerder. • Onderlinge afstemming over de aanpak om te komen tot een plan/project-MER, indien nodig. • Afstemming over het instrument voor het

Voor de werkzaamheden die vallen onder fase 1 maken we de volgende afspraken: 1) V  an ambitie naar verankerde zoekgebieden en locaties in samenhang met netinfrastructuur 2) Van zoekgebieden en locaties naar vergund projecten aan te sluiten op netinfrastructuur 3) Van vergunde projecten naar gerealiseerde projecten aangesloten op netinfrastructuur

- Voor zoekgebieden die geheel binnen het grondgebied van een gemeente vallen, zonder effect voor een naburige gemeente, is de gemeente in de lead. • Uitgangspunt is zorgvuldige participatie. Dit betreft onder meer het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden en belangstellenden bij het proces, de wijze van participatie, de beoogde tijdslijnen en hoe met de inbreng wordt omgegaan.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

20

vastleggen van het zoekgebied. Ofwel: wordt het vastgelegd in het omgevingsplan (meest logisch) of via een andere route? • Gemeenten spreken gezamenlijk af wie bevoegd gezag is voor het gehele project en daarmee in de lead is. -  Gemeenten met zoekgebieden die aan een andere gemeente grenzen, raadplegen de betreffende gemeente over de tijdslijnen, het participatieproces, het afwegingskader dat zij hanteren en de wijze waarop zij het zoekgebied wensen vast te leggen. Zij bieden gelegenheid aan belanghebbenden uit de aangrenzende gemeente om te participeren en maken afspraken met de betreffende gemeente over de communicatie. Deze afspraken liggen uiterlijk Q2-2022 vast en maken onderdeel uit van de vast te stellen participatieaanpak. De provincie kan faciliteren, door bijvoorbeeld het organiseren van een omgevingstafel, of financiële ondersteuning bieden bij procesparticipatie.

-  Zoekgebieden die in één landschappelijk gebied liggen of langs bovenregionale structuren (bovenregionale clusters) worden samen uitgewerkt door gemeenten en provincie. Provincie en gemeenten maken onderlinge afspraken over de aanpak om de zoekgebieden uit te werken, over de doorvertaling van de uitgangspunten naar concrete criteria in de uitwerking, de tijdslijnen, de participatie en de communicatiemiddelen. Vanuit haar rol als hoeder van de bovenregionale landschappelijke/ruimtelijke samenhang heeft de provincie een regierol. De provincie neemt waar nodig de regie bij de A7-zone, de A9-zone, Diemerscheg en het Groene Hart, in samenwerking met de betreffende gemeenten en stakeholders. Een aantal van deze clusters zijn al opgenomen in de RES 1.0 (zie kader). Deze afspraken zijn Q3-2022 gereed. Ook hier vindt afstemming met de netbeheerder plaats in de concretisering van het zoekgebied op prioritering, tijdslijnen en ruimtelijke impact.

- Voor energieregio-overstijgende gebieden geldt dat samen met relevante overheidspartijen en netbeheerder(s) wordt gewerkt aan gedeelde uitgangspunten voor duurzame energieopwekking. De timing hiervan verschilt per gebied, maar alle uitgangspunten zijn vastgesteld vóór afronding van de RES 2.0 (juli 2023). - Als onderdeel van de toetsing op het omgevingsbeleid, waaronder de beschermingsregimes, hebben gemeenten en provincie tijdig met elkaar overleg. - Over initiatieven buiten de zoekgebieden maken provincie, gemeenten en netbeheerder uiterlijk Q2-2022 procesafspraken. Deze gaan over de omgang met deze initiatieven, met name in relatie tot de netcapaciteit. Voor wind en ‘wind+ zon’ geldt dat er, door restricties binnen de provinciale verordening, geen mogelijkheid is voor een initiatief buiten de zoekgebieden.

Gebieden met een bovenlokaal karakter in Noord-Holland Zijpepolder en Noordhollandsch kanaal A9-zone A7-zone A4-A44 zone Haarlemmermeer Groene Hart

Uitvoeringsprogramma RES

Noordzeekanaalgebied Diemerscheg Zonne-carré Haarlemmermeer Greenports IJsselmeer

Noord-Holland Zuid

21

Fase 2: Van zoekgebieden naar vergunde projecten aan te sluiten op netinfrastructuur Voor de werkzaamheden onder fase 2 maken we de volgende afspraken: - In de vergunningsfase maken initiatiefnemer – als dit een private partij is – en bevoegd gezag afspraken met elkaar over het proces, de tijdslijnen, participatie en lokaal eigendom. Zij leggen dit zo nodig vast in een overeenkomst. Indien passend zijn de grondeigenaar en de energiecoöperatie (als die niet de initiatiefnemer, maar wel betrokken is) ook ondertekenaar van deze overeenkomst. - Gemeenten leggen het streven naar 50% lokaal eigendom vast in een aanpak en verschaffen in 2022 vroegtijdig duidelijkheid aan initiatiefnemers over de gewenste inrichting van het lokaal participatieproces en lokaal eigendom. In de participatieaanpak wordt ook rekening gehouden met het geval dat 50% lokaal eigendom niet wordt gehaald.

- In sommige gevallen dient het waterschap ook een vergunning af te geven. In dergelijke gevallen maken waterschap en bevoegd gezag afspraken over de vergunningverlening en het participatieproces. - Ook de brandweer en omgevingsdienst worden tijdig meegenomen in deze fase, waarbij zij een adviesrol vervullen. - De initiatiefnemer maakt afspraken met de netbeheerder over proces, tijdslijnen en afhankelijkheden in de realisatie van de aansluiting op de netinfrastructuur. - Het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) werkt concreet aan het voorbereiden en aan de markt aanbieden van locaties voor de opwekking van hernieuwbare energie (zie bijlage II) op of langs rijksvastgoed. In figuur 3 op de volgende pagina geven we een voorbeeld van hoe de verschillende stappen in deze fase achtereenvolgens ingedeeld kunnen worden.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

22

Figuur 3.

Uitvoeringsprogramma RES

werk spoor

1

Wind en zon: van zoekgebied naar vergund project aan te sluiten op netinfrastructuur Afspraken maken

Uitgangspunten zoekgebied

Uitvoeringsprogramma RES december/ januari 2022

Opwek projecten: waar en wanneer

- Participatieproces (belanghebbenden en gemeente) - Voorlopige afweging andere gebiedsfuncties (gemeente) - Netimpactanalyse (netbeheerder) - Keuze project MER (gemeente)

Keuzes maken - Omgevingswetinstrumenten - Afweging gebiedsfuncties - Keuze invulling zoekgebied (gemeente)

- Processtappen bevoegd gezag en initiatiefnemer (en mogelijk ook grondeigenaar en energiecoöperatie - Vastleggen aanpak participatieproces en 50% lokaal eigendom initiatiefnemers (bewoners en gemeente) - Initiatiefnemer met netbeheerder over Vergunning aansluiting aanvragen - Adviesrol brandweer (initiatiefnemer) en omgevingsdienst

Vergunnen - Toetsing vergunningaanvraag (gemeente) - SDE-aanvraag (initiatiefnemer)

2025

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

23

Fase 3: Van vergunde projecten naar gerealiseerde projecten aangesloten op netinfrastructuur Voor de werkzaamheden onder fase 3 maken we de volgende afspraken: - In deze fase maken initiatiefnemer, netbeheerder en omgeving afspraken met elkaar over het voorkomen van overlast, timing van werkzaamheden en dergelijke. Ook de gemeente heeft een rol, bijvoorbeeld in het handhaven van de gestelde vergunningseisen of de monitoring van klachten. De gemeente monitort verder de voortgang in de realisatie. Indien Rijkswaterstaat vergunningverlener is, dient hier Rijkswaterstaat gelezen te worden i.p.v. het waterschap.

- Brandweer en omgevingsdienst zijn betrokken bij de start van een project en voeren een controle uit bij de oplevering van een project. Dit alles leidt tot de volgende afspraken in fase 1, 2 en 3:

Wat

Wanneer

Wie

(On)mogelijkheden in beeld m.b.t. provinciale beschermingsregimes Concretisering en prioritering zoekgebieden/opweklocaties Afspraken gemeente-aangrenzende zoekgebieden Afspraken gemeentegrensoverschrijdende zoekgebieden Afspraken uitwerking bovenregionale clusters Vastleggen zoekgebieden binnen gemeentegrenzen in omgevingsvisie Vastleggen participatie en lokaal eigendom Vastleggen zoekgebieden in omgevingsplan Energieregio-overstijgende gebieden, zoals Groene Hart en IJsselmeer gezamenlijke afspraken Overeenkomst initiatiefnemer en bevoegd gezag Evt. afspraken waterschapgemeente, indien waterschap ook vergunningverlener is Monitoring voortgang

Afhankelijk van zoekgebied Doorlopend tot vastlegging in omgevingsbeleid Q3-2022

Provincie i.s.m. gemeenten Gemeenten, provincie, netbeheerder Gemeenten, provincie, netbeheerder Gemeenten, provincie, netbeheerder Provincie i.s.m. gemeenten en netbeheerder Gemeenten

Q3-2022 Q2-2022 Q4-2022 Q4-2022, of zoveel eerder als mogelijk. Q2-2023

Gemeenten, provincie

Voor 1 juli 2023

Betrokken RES-partijen

Fase vergunningverlening Fase vergunningverlening

Initiatiefnemer, bevoegd gezag, evt. netbeheerder Waterschap, gemeente

Fase realisatie

Bevoegd gezag

Gemeenten

In bijlage I geven we aan welke ondersteuning de provincie biedt in het verankeren van duurzame energieprojecten in het omgevingsbeleid.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

24

2.5 Activiteiten: Grondgebonden duurzame elektriciteit Voor windturbines en grote zonneparken wordt dit door de provinciale omgevingsverordening verplicht gesteld.

Het gaat hier om de activiteiten rondom wind op land, zon op land en projecten met zowel wind als zon op land. We houden hierbij de uitgangspunten aan voor een zorgvuldig ontwerp en zorgvuldige vormgeving van energieprojecten zoals vastgelegd in de RES 1.0 (zie 3.1) Gemeenten zijn daarin verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing. De provincie ondersteunt met kwaliteitskaders, Leidraad landschap en cultuurhistorie, Kwaliteitsimpuls zonneparken en de Ruimtelijke handreiking wind op land. Daarnaast kunnen gemeenten hierover advies inwinnen bij de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO).

Verder is een belangrijk uitgangspunt het meervoudig ruimtegebruik en gebruik maken van koppelkansen met andere beleidsopgaven (zoals woningbouw), zodat de beschikbare grond zo efficiënt mogelijk wordt ingezet. De combinatiemogelijkheden met deze andere gebiedsopgaven worden bij de uitwerking van de zoekgebieden onderzocht.

Wind op land en een gezonde leefomgeving Bij wind spelen het zogeheten Nevele-arrest en de Delfzijl-uitspraak een belangrijke rol. De uitspraak is in essentie dat bij het tot stand komen van de milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit een Strategische Milieubeoordeling (SMB5) moet worden uitgevoerd. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft voor vergunningprocedures tot gevolg dat het bevoegd gezag (gemeenten en/of provincie) een eigen norm kan hanteren waarbij voldoende duidelijkheid moet worden gegeven over de invulling van en motivering voor de leefbaarheidsnormen. Het bevoegd gezag kan het dus, met nader gemotiveerde gronden, mogelijk maken dat een project vervolgd wordt. Het betekent ook dat een project-MER bij een windproject voldoende duidelijkheid moet geven over de invulling van

Uitvoeringsprogramma RES

de leefbaarheidsnormen. NP RES en de provincie ondersteunen gemeenten met landelijke en provinciale informatie. Betrouwbare en vertrouwde kennis is belangrijk als basis voor de dialoog over dit onderwerp. Om die reden is door het RIVM samen met de GGD’en een Expertisepunt Windenergie en Gezondheid opgericht. Om op vragen in te spelen is daarnaast het landelijke Procesteam Windenergie en Gezondheid opgericht. Verder zal in de deelregio Amsterdam een expertgroep werken aan adviezen hoe de gezondheid goed te borgen in het planproces. Deze adviezen worden gedeeld met de energieregio’s.

Wat

Wie

Wanneer

Onderzoek stimuleren meervoudig ruimtegebruik Kennisdeling geluidsnormen Vaststellen geluidsnormen Kennisdeling gezondheidseffecten Borging gezondheid in planproces: ontwikkeling en kennisdeling

Provincie

Q1-2022

Provincie

2022

Bevoegd gezag

Afhankelijk van project 2022 e.v.

Provincie 2022 Gemeenten

Noord-Holland Zuid

25

2.6 Activiteiten: Zon op dak, parkeerplaatsen en langs infrastructuur De gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het stimuleren van zon op dak, parkeerplaatsen en langs infrastructuur. De energieregio faciliteert kennisdeling, biedt ondersteuning met projectleiders en een gezamenlijke lobbyagenda, gericht op knelpunten die bovenregionaal spelen. De RES-programmaorganisatie speelt hierin een initiërende en faciliterende rol. Er zijn per doelgroep voor zon op dak specifieke knelpunten en kansen. Daarom ontwikkelen we in de regio een doelgroepenaanpak, gericht op de volgende

doelgroepen: bedrijven, agrariërs (inclusief tuinbouw), maatschappelijk vastgoed en openbare ruimte (inclusief parkeerplaatsen en infrastructuur in beheer van de overheid), woningcorporaties en VvE’s. Per doelgroep maken we afspraken tussen bijvoorbeeld decentrale overheden, netbeheerders, de Participatiecoalitie Noord-Holland en marktpartijen. Hierin wordt afgesproken hoe samen op te trekken om zon op deze elementen en daarmee dubbel ruimtegebruik te stimuleren. Dit kan verder per gemeente, cluster van gemeenten of deelregio uitgewerkt worden.

mogelijkheid om zon op industriegebouwen te verplichten. Dat geldt zowel voor bestaande bouw als nieuwbouw. Als regio pakken we dit volgordelijk aan: eerst inzetten op ontzorging en ondersteuning, daarna verplichting. Voordat we overgaan tot een verplichting, overleggen we dit binnen de (deel)regio met elkaar. Verplichting vraagt immers extra capaciteit van gemeenten, met name voor handhaving. Daarnaast is het van belang om zoveel als mogelijk gezamenlijk een eenduidig beleid hierin te voeren. De omgevingsdiensten kunnen hier een rol in spelen.

2. Agrariërs 1. Bedrijven De aanpak voor zon op dak bij bedrijven wordt gekoppeld aan het provinciale Energiebesparingsakkoord. Samenwerking tussen stimulerend toezicht en de aanpak voor zon op dak kan versterkend werken. Bij bedrijven kan gebruik worden gemaakt van lokale ondernemersverenigingen en bedrijvenorganisaties. Bedrijven worden ontzorgd bij bijv. de subsidieaanvraag, kwaliteitstoets en jaarlijkse controle en verzekering. Gemeenten krijgen vanaf juli 2022, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de

Uitvoeringsprogramma RES

Het grootste knelpunt bij agrarische daken is de netinfrastructuur. Via de Taskforce Energie-infrastructuur werken de netbeheerders en de provincie samen om de geplande netuitbreidingen tijdig te realiseren. Er is verder aandacht voor de visie Erf van de Toekomst en de matching van vraag en aanbod op het erf, o.a. door elektrificatie van processen.

3. Maatschappelijk vastgoed en openbare ruimte De overheden ontwikkelen elk hun eigen beleid voor maatschappelijk vastgoed en openbare ruimte. Zo benutten de

Noord-Holland Zuid

26

waterschappen hun zuiveringslocaties voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Binnen de regio wisselen we kennis uit over de verschillende aanpakken. Daarnaast maken we gebruik van de expertise van organisaties als Schooldakrevolutie. Ook is er een programma met provincie en KNVB voor gratis energiescans en subsidies voor uitvoering.

6. Zon op parkeerplaatsen

7. Opwek energie op rijksgronden

Om parkeerplaatsen te benutten voor het opwekken van zonne-energie kunnen de gemeenten potentiële locaties opnemen in hun beleid. Gemeenten en initiatiefnemers kunnen hierbij gebruik maken van de tool Parkthesun.com.

Binnen het programma OER hebben we het gebruik van de rijkswegen binnen de energieregio aangemeld. In overleg met Rijkswaterstaat onderzoeken we de komende jaren hoe we de rijkswegen kunnen benutten. In de eerste tranche vanuit het OER programma ontwikkelen we samen met Rijkswaterstaat de A9, A22 en A5.

4. Woningcorporaties

In onderstaande tabel zijn de acties te zien:

Per gemeente wordt het overleg met woningcorporaties over hun verduurzamingsplannen voortgezet met de mogelijkheid elkaar te ondersteunen. Denk aan financiële en organisatorische ontzorging. Gemeenten kunnen kennis uitwisselen over wat wel en niet werkt.

Wat Ontwikkelen doelgroepenaanpak: bedrijven(terreinen) Ontwikkelen doelgroepenaanpak: agrariërs Ontwikkeling doelgroepenaanpak: parkeerplaatsen en infrastructuur

5. Verenigingen van Eigenaren In de aanpak richting VvE’s is het zinvol om gebruik te maken van de kennis en kunde van lokale energiecoöperaties indien aanwezig. Zo is het mogelijk om gezamenlijk een project te realiseren, waaraan de bewoners deel kunnen nemen. Gemeenten kunnen hierover nadere afspraken maken met energiecoöperaties, waarbij op regionaal niveau de belangrijkste lessen worden gedeeld. In deze aanpak is ook aandacht voor VvE’s op bungalowparken.

Ontwikkelen doelgroepenaanpak: maatschappelijk vastgoed en openbare ruimte Ontwikkelen doelgroepenaanpak: woningcorporaties Ontwikkelen doelgroepenaanpak: VvE’s Besluit beleid verplichting zon op bedrijvendaken Uitvoering per doelgroepenaanpak

Uitvoeringsprogramma RES

Wie Deelregio, indien gewenst in samenwerking met gemeenten en ondernemersorganisaties Regio, in samenwerking met gemeenten, provincie en LTO Noord Provincie en gemeenten. RESprogrammaorganisatie faciliteert kennisuitwisseling Gemeenten, provincie, sectororganisaties. Regio faciliteert kennisuitwisseling Gemeenten

Wanneer Q2-2022

Gemeenten en mogelijk energiecoöperaties indien aanwezig Gemeenten

Q2-2022

Q2-2022 Q2-2022

Q2-2022

Q2-2022

Q4-2022 2022-2025

Noord-Holland Zuid

27

2.7 Activiteiten: Energieinfrastructuur In de verschillende fasen van verankering en vergunningverlening wordt overlegd en afgestemd met de netbeheerder. Daarnaast heeft de provincie samen met Liander en TenneT een eigen Taskforce Energieinfrastructuur opgericht. In de tabel hiernaast zijn de activiteiten voor energie-infrastructuur weergegeven.

Wat

Wie

Wanneer

Ruimte voor energie-infrastructuur opnemen in omgevingsbeleid Afspraken maken over de inzet planologisch-juridische instrumenten (wat, wanneer en waarvoor) Uitvoeren en evalueren pilot programmeren Eventueel gezamenlijke lobby voor aanpassingen wet- en regelgeving, subsidieregelingen Prioriteren en programmeren van de zoekgebieden

Gemeenten, provincie

2022

Netbeheerders, provincie, gemeenten

Q1 - 2022

Taskforce Energie-infrastructuur

Q1/Q2-2022

Provincie, gemeente, netbeheerders

Afhankelijk van betreffend traject 2022 e.v.

Uitvoeringsprogramma RES

Taskforce Energie-infrastructuur, provincie, gemeenten en netbeheerders

Noord-Holland Zuid

28

Taskforce Energieinfrastructuur

versnelling te realiseren op netuitbreidingen. Dit alles in afstemming met gemeenten. Daarnaast biedt de Taskforce in de tussentijd waar mogelijk hulp bij innovatieve, slimme netoplossingen die geen extra transportcapaciteit vragen. De derde activiteit van de Taskforce is prioriteit aanbrengen in de verschillende grote opgaven die impact hebben op de energie-infrastructuur. Door deze grote opgaven te programmeren, kan beter ingeschat worden wat nodig is voor het bouwen van een toekomstig en integraal energiesysteem (2050), waarbij energieopslag, uitwisseling tussen energiedragers, distributie, vraag en productie op elkaar zijn afgestemd.

Het elektriciteitsnetwerk heeft in grote delen van Noord-Holland de maximale capaciteit bereikt. Liander werkt samen met TenneT op veel plaatsen in Noord-Holland aan uitbreidingen van het elektriciteitsnet, zodat de knelpunten opgelost kunnen worden. Dat kunnen zij niet alleen, de provincie en gemeenten zijn daarbij nodig. Zij kunnen ervoor zorgen dat ruimte voor energieinfrastructuur integraal opgenomen wordt in omgevingsbeleid, waardoor ruimtelijke procedures uiteindelijk sneller kunnen verlopen. De waterschappen hebben ook een rol. Zij kunnen bijdragen aan het managen van pieken op het, zowel bij het energie leveren als afnemen. Daarnaast wordt onderzocht of de gronden van de waterschappen kansrijk zijn voor de benodigde ruimte voor energieinfrastructuur.

Het programmeren en toewerken naar een toekomstbestendig energiesysteem vraagt om het maken van gezamenlijke keuzes in de regio. Gemeenten hebben daarin ook een rol. Het is de bedoeling om tot gezamenlijke prioritering en programmering te komen. Daarom is het ook van belang bij de uitwerking van de zoekgebieden af te stemmen met de netbeheerder over de prioritering. Vanuit de Taskforce is een plan van aanpak ‘programmering energie-infrastructuur’ opgesteld. De eerste stap is om deze aanpak in een pilot (in een deelregio) te toetsen en verrijken.

Eind 2020 is de Taskforce Energie-infrastructuur opgericht. Hierin werken Liander, TenneT en de provincie Noord-Holland samen. De Taskforce zet zich in om vertraging te voorkomen en

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

29

2.8 Rol van de programmaorganisatie Bij de verankering van de zoekgebieden in het omgevingsbeleid heeft de programmaorganisatie een ondersteunende rol. Het vastleggen van zoekgebieden ligt immers bij de decentrale overheden. De programmaorganisatie verzorgt in samenwerking met de provincie NoordHolland kennisdeling, zodat gemeenten met projecten in dezelfde fase van elkaar kunnen leren. Verder koppelt de programmaorganisatie partijen aan elkaar om te komen tot onderlinge afspraken.

In de aanpak van zon op dak, parkeerplaatsen en langs infrastructuur speelt de programmaorganisatie wisselende rollen, afhankelijk van de doelgroep. De programmaorganisatie faciliteert de gesprekken met een aantal doelgroepen en hun brancheorganisaties, om tot een gezamenlijke aanpak te komen. Daarnaast ontsluit de programmaorganisatie kennis uit de deelregio’s en van netbeheerders, RES-partijen en de Taskforce Energieinfrastructuur. Tot slot kan de programmaorganisatie samen met de andere RESpartijen lobbyen bij het rijk om knelpunten aan te pakken.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

30

3. Regionale Structuur Warmte Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

31

Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving voor 2050 is één van de opgaven uit het Klimaatakkoord. Dit betreft een omslag van aardgas naar duurzame warmtebronnen. De gemeenten zijn de regisseurs van de warmtetransitie. In dit uitvoeringsprogramma gaan we in op hoe we met de Regionale Structuur Warmte de gemeenten kunnen ondersteunen. Centraal staat hoe bovengemeentelijke samenwerking meerwaarde kan hebben. Dit geldt in het bijzonder voor warmtebronnen en de bijbehorende infrastructuur. De gemeenten hebben, of doen dat binnenkort, Transitievisies Warmte vastgesteld (TvW). Tijdens het RES-traject is een Regionale Structuur Warmte 1.0 (RSW 1.0) opgesteld. De RSW 1.0 biedt alleen zicht op de theoretische potentie van de warmtebronnen, de warmtevraag en de bestaande warmteinfrastructuur. Bij de uitvoering van de RSW 1.0 gaan we deze potentie toetsen.

3.1 Relatie RSW met TvW en WUP De RSW sluit nauw aan bij de Transitievisies Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). Ook is er een relatie met het elektriciteitsnet wanneer de warmtevraag geëlektrificeerd wordt. De onderstaande figuur illustreert dit. Bij de uitvoering van de RSW benutten we vraag en aanbod van bovengemeentelijke warmtebronnen en infrastructuur, zoals vastgesteld in de Transitievisies Warmte. Ook gaan we uit van de door de gemeenten vastgestelde alternatieven voor aardgas en het tijdspad. De uitwerking hiervan vindt plaats in de Wijkuitvoeringsplannen. Wanneer een wijk behoefte heeft aan een bovengemeentelijke warmtebron en infrastructuur, dan stellen we in de RSW vast of die bron en infrastructuur ook tijdig beschikbaar kunnen komen en wat daarvoor nodig is. Vervolgens bekijken we wat de kansen

Uitvoeringsprogramma RES

en risico’s zijn voor de inzet van deze bron en de daarbij behorende infrastructuur. Is er bijvoorbeeld kans op een lock-in voor de inzet van een bron zoals afvalverbanding? Of is er een kans op het vergroten van de vraag naar een bron en daarmee een positievere business case, door met andere gemeenten samen te werken? Op basis van dit gedeelde inzicht onderscheiden we verschillende routes om tot programmering te komen. Welke bron gaan we wanneer voor welke gemeenten en welke wijken inzetten en hoe zorgen we ervoor dat de daarvoor benodigde infrastructuur tijdig beschikbaar is? Voor iedere route bekijken we ook op welke wijze we bewoners betrekken. Uit de verschillende routes maken we een (systeem)keuze. Vervolgens maken we samenwerkingsafspraken met partijen, zowel aan de vraag- als aanbodzijde, om tot de uitwerking van de gemaakte keuze te komen. Op basis hiervan wordt een bestuurlijk besluit genomen om tot uitvoering te komen.

Rol van waterschappen Door duurzame opwek van warmte en elektriciteit te verbinden met andere opgaven kunnen waterschappen de gemeenten helpen en ondersteunen bij het realiseren van hun duurzaamheidsopgaven. Bij bijvoorbeeld aquathermie zijn de waterschappen bronhouder en zijn er koppelkansen met het verbeteren van de waterkwaliteit.

Noord-Holland Zuid

32

Figuur 4: Relatie TvW, WUP en RSW

Uitvoeringsprogramma RES

werk spoor

1

Uitvoeringsprogramma RES december/ januari 2022

RES

elektriciteitsvraag voor verwarmen

Regionale Structuur Warmte Gemeente Transitievisie Warmte - Alternatief voor aardgas per wijk - Tijdspad bepalen: welke wijken wanneer aardgasvrij?

Wijken voor 2030 aardgasvrij Per wijk een uitvoeringsplan: Lokale bronnen

Uitvoering gemeente, samen met partners

Geen lokale bronnen

Energieregio Regionale Structuur Warmte: Door RES-partijen vastgestelde bovengemeentelijke warmtebronnen en infrastructuur. Per warmteregio: - Inzicht in kansen en risico’s warmtebronnen en infrastructuur - Programmering (waar en wanneer) - Samenwerkingsafspraken - Besluit & uitvoering

Uitvoeringsprogramma RES

Uitvoering gemeenten, samen met partners

Noord-Holland Zuid

33

3.2 Opgave

3.3 Operationele doelen

In de energieregio zijn al enkele (bovengemeentelijke) warmtenetten aanwezig, bijvoorbeeld het warmtenet in de regio Amsterdam dat doorloopt naar Almere. In de RSW 1.0 zijn als bovengemeentelijke warmtebronnen vastgesteld: geothermie, aquathermie, biomassa, restwarmte uit de industrie, afvalverbrandingsinstallaties en datacenters en hernieuwbaar gas (groen gas en waterstofgas als energiedrager). De volledige potentie van deze warmtebronnen voor de energieregio moeten we nog verder uitwerken.

De RSW richt zich primair op de invulling van de warmtevraag (ruimteverwarming en warm tapwater) vanuit de gebouwde omgeving. Daar waar van invloed op de ontwikkeling van warmtebronnen- en infrastructuur, worden andere sectoren (zoals de glastuinbouw in Aalsmeer en Uithoorn) betrokken. Noord-Holland (regio’s noord en zuid) Doel

Tussendoel Klimaatakkoord, juni 2019 260.000 woningen aardgasvrij in 2030 (20% woningvoorraad)

Duurzame invulling van de warmtevraag in de gebouwde omgeving voor Noord-Holland in 2050

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

34

3.4 Activiteiten Vanuit de RSW wordt met de volgende acties een bijdrage geleverd aan de invulling van deze doelstelling:

Centraal hierin staan het delen van kennis, bieden van duidelijkheid over overheidskaders en het creëren van draagvlak bij bewoners over aardwarmteprojecten

Wat Inrichting van een nieuwe governancestructuur

Tussendoel 2022

Verkenning per warmteregio van aanstelling warmtecoördinator Actualisatie van vraag en aanbod warmte op basis van Transitievisies Warmte Inventarisatie kansen en risico’s bovengemeentelijke warmtebronnen en daarbij behorende infrastructuur (korte en lange termijn)

2022

Afstemming met buurprovincies Zuid-Holland en Flevoland over de RSW, over warmtebronnen- en/ of infrastructuur die provincie- overschrijdend zijn. Uitvoering Samenwerkingsovereenkomst aardwarmte Randvoorwaarden voor het gebruik van de Waterleiding Rijn-Kennemerland (WRK) als warmtebron vaststellen. Bod en de voorwaarden voor het benutten van restwarmte op te nemen in de CES en de relatie met de RSW en de Transitievisies Warmte Uitwerking gezamenlijk beleid voor gebruik van restwarmte van datacenters.

2022– 2030

Afstemming met provincie Flevoland over verduurzaming warmtenet Vattenfall in regio Amsterdam. Ondersteuning gemeenten bij uitvoering

2022 – 2030

Uitvoeringsprogramma RES

2021 2022

2022 - 2030 2022

Tussendoel Gemeenten, provincie en waterschappen in samenwerking met RES-programmaorganisatie Deelregio’s, indien gewenst met ondersteuning vanuit provincie. Gemeenten, hierbij ondersteund door Servicepunt Duurzame Energie Gemeenten, provincie, veiligheidsregio’s en waterschappen in samenwerking met RES-programmaorganisatie. Provincies Noord-Holland, ZuidHolland en Flevoland Provincies, gemeenten en warmtebedrijven WRK-directie in samenwerking met gemeenten

2022

Bestuursplatform NZKG en gemeenten

2022

Provincie Noord-Holland, Amsterdam, Amstelveen, Aalsmeer, Almere, Haarlem en Haarlemmermeer Provincies Noord-Holland en Flevoland

2021 – 2024

Servicepunt Duurzame Energie

Noord-Holland Zuid

35

3.5 Rol van de programmaorganisatie Nieuwe governancestructuur Voor de warmtetransitie wordt een nieuwe governancestructuur ingericht die ontstaat door het samenvoegen van de RSW, het Warmte Koude Programma MRA en de provinciale warmtetransitie-instrumenten. De kern hiervan is: • Voor iedere warmteregio waarbij gemeenten elkaar kunnen versterken voor invulling van de warmtevraag, wordt een werkgroep ingericht. De werkgroepen zijn gericht op de uitvoering van de warmtetransitie in een warmteregio. In die werkgroep nemen uitsluitend partijen deel die relevant zijn voor de uitvoeringsfase van de warmtetransitie. Hierbij kan worden gedacht aan ambtelijke vertegenwoordigers vanuit

de gemeenten binnen de warmteregio, de provincie, warmtebedrijven, waterschappen, woningcorporaties en eigenaren van warmtebronnen. • Iedere warmteregio wijst indien gewenst zelf een warmtecoördinator aan die optreedt vanuit of namens één of meerdere overheden. Deze bereidt de werkgroep in de warmteregio voor en stuurt deze aan. De warmtecoördinator richt zich in ieder geval op de bovengemeentelijke warmtebronnen en infrastructuur. De warmteregio kan afspraken maken over aanvullende inzet, gericht op individuele gemeenten. • De warmtecoördinatoren uit de verschillende warmteregio’s stemmen periodiek met elkaar af, waarbij het zowel gaat om het zoeken van aansluiting waar dat nodig en wenselijk is, als om het bespreken van bijv. gezamenlijke acties richting het Rijk of het voorbereiden van stuurgroepen op provinciaal niveau. Eén van de warmtecoördinatoren heeft daarbij een speciale rol en combineert zijn/haar taak in de eigen warmteregio met taken op het niveau van de regio als geheel. • Op regionaal niveau komt er een kleine stuurgroep met daarin van iedere warmteregio een vertegenwoordigend portefeuillehouder vanuit de gemeenten, provincie en waterschappen. Deze kleine

Uitvoeringsprogramma RES

stuurgroep gaat over het proces, niet over de inhoud en wordt met een zekere regelmaat georganiseerd. Vooralsnog zullen we voor de kleine stuurgroep gebruik maken van de bestaande RESstuurgroep (uit te breiden met mogelijk de woningbouwcoöperaties). Belangrijk hierbij is wel dat de vertegenwoordigend portefeuillehouder ook daadwerkelijk vooruitgeschoven kan zijn om op dit onderwerp op proces te sturen. • Er komt daarnaast een grote stuurgroep met publieke en private partijen. Deze stuurgroep wordt geïnformeerd over de voortgang van de warmtetransitie in de warmteregio's en stelt op basis van de voortgang vast of we met elkaar nog op de goede weg zitten. Het gaat in de stuurgroep vooral om de inhoudelijke afstemming tussen partijen. De stuurgroepvergaderingen bestaan uit twee delen. Deel één is met private partijen die een adviserende rol over de inhoud hebben. Deel twee is alleen met publieke partijen en in dit deel worden de besluiten genomen. Ook hier sluiten we vooralsnog aan bij de bestaande RES-organisatie. Een nadere uitwerking van de nieuwe governance structuur is te vinden in bijlage III.

Noord-Holland Zuid

36

4. Participatie en communicatie Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

37

4.1 Opgave In de RES 1.0 hebben we de zoekgebieden vastgesteld. In het hierop volgende proces, van zoekgebied naar omgevingsbeleid en vergunning, zijn de gemeente en initiatiefnemers aan zet om inwoners en belanghebbenden te betrekken bij de verdere uitwerking van de plannen en de realisatie van zon- en windprojecten. Iedere gemeente geeft hier op zijn eigen manier invulling aan. We borgen de samenhang tussen initiatieven door kaders vast te stellen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, participatie en lokaal eigenaarschap.

Participatie en communicatie zijn onlosmakelijk verbonden. We geven in dit hoofdstuk richting aan participatie en communicatie voor energieprojecten, procesparticipatie bij het opstellen van de RES 2.0 en aan publiekscommunicatie over de energietransitie.

Uitvoeringsprogramma RES

Noord-Holland Zuid

38

4.2 Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de nieuwe Omgevingswet. Hierbij bepalen overheden zelf hoe ze hun participatieaanpak vormgeven. Concreet betekent dit dat we bij het ingaan van het traject van verankering in Omgevingsbeleid kaders voor procesparticipatie vastleggen. We doen datzelfde voor projectparticipatie, bij de vergunningverlening. Op het moment dat gemeenten via een andere route de ambities van de RES verankeren in het omgevingsbeleid, zorgt de gemeente ervoor dat er duidelijke kaders komen voor participatie. Het opwekken van zonne- en windenergie op land is onderwerp van discussie en voor veel inwoners een punt van zorg. In de praktijk blijkt dat participatie over alleen zoekgebieden de zorg niet wegneemt. Integendeel zelfs. In het participatieproces houden we ons daarom aan duidelijke uitgangspunten voor transparantie en participatie, te weten:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267756/1