CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Ruimtelijk en Technisch PvE Zwembad Noord

commissie Samenleving 6 juni 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22:00u Krediet beschikbaar stellen voor nieuwbouw zwembad De Planeet (ER)32.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

Ruimtelijk Functioneel Programma van Eisen – Definitief

Zwembad Noord Gemeente Haarlem

7 maart 2024

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1

Algemeen

4

1.2

Locatie

4

1.3

Leeswijzer

4

2.

Basiseisen

5

2.1

Van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften

5

2.2

Technisch Programma van Eisen

6

2.3

Duurzaamheid

6

2.3.1

Energie

7

2.3.2

Klimaatadaptatie

7

2.3.3

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit

7

2.3.4

Circulariteit

7

2.3.5

Mobiliteit

7

2.3.6

Modulair bouwen

8

2.4

Architectonische, stedenbouwkundige en ruimtelijke uitgangspunten en beeldkwaliteitsplan

8

2.4.1

Stedenbouwkundig invulling

8

2.4.2

Architectuur

8

2.4.3

Interieur

8

2.4.4

Ruimtelijke kwaliteit

8

2.5

Bouwfysica

8

2.5.1

Bouwfysische uitgangspunten gebouw

8

2.5.2

Geluid

9

2.5.3

Luchtdichtheid

10

3.

Ruimtestaat

11

4.

Ruimtelijk programma

13

4.1

Algemeen

13

4.2

Ruimtelijke relaties

13

4.3

Toegankelijkheid en routing

13

4.3.1

Bezoekers

13

4.3.2

Verticaal transport

14

4.3.3

Techniek

14

4.3.4

Openbare ruimte

14

4.3.5

Brandweer

14

4.3.6

Flexibel gebruik

14

4.4

Gebouw

15

4.4.1

Publieke ruimten

15

4.4.2

Horeca

16

4.4.3

Multifunctionele ontmoetingsruimten

16

4.4.4

Personeelsruimten

17

4.4.5

Zwemzalen algemeen

17

4.4.6

Kleedkamergebied zwembad

18

4.4.7

Wedstrijdbad

20

4.4.8

Doelgroepenbad

22

4.4.9

Technische ruimtes en buffers

23

4.4.10

Parkeren

25

Bijlage 1 Technisch Programma van Eisen

26

Bijlage 2 Richtlijn Duurzaam Bouwen

27

Bijlage 3 Stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit

28

Bijlage 4 Richtlijn modulair bouwen

29

Bijlage 5 Relatieschema

30

Bijlage 6 Eisen en wensen Brandweer

31

Bijlage 7 Programma multifunctionele ontmoetingsruimten

32

Bijlage 8 Gebruiksmogelijkheden wedstrijdbad

33

Bijlage 9 Voorzieningen toekomstige beweegvormen

34

1.

Inleiding

1.1

Algemeen

De gemeente Haarlem ontwikkelt een nieuw zwembad ter vervanging van zwembad ‘De Planeet’. In dit document zijn door de Opdrachtgever (OG) de ruimtelijk-functionele en technische producteisen omschreven, waaraan het Werk in de eindsituatie dient te voldoen. Daarnaast worden er eisen gesteld aan de totstandkoming van het Werk. De in voorliggend Programma van Eisen omschreven onderdelen, dienen gelezen te worden als minimum eisen behorende tot het Werk van de Opdrachtnemer (ON). Indien het in afwijking van vorenstaande een wens, voorkeur of werk door derden betreft, dan is dit specifiek vermeld.

1.2

Locatie

Zwembad De Planeet is gelegen in stadsdeel Noord, in de wijk Sinneveld. In figuur 1 is zowel de wijk als het zwembad zelf gearceerd. De Planeet bevindt zich direct naast diverse binnen- en buitensportvoorzieningen. De locatie is per fiets en te voet goed bereikbaar. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op minder dan vijf minuten loopafstand. Daar stoppen bussen, die rijden vanaf stadsdeel Schalkwijk en station Haarlem naar onder meer Velserbroek, Driehuis, Santpoort-Noord, IJmuiden, VelsenNoord, Beverwijk, Heemskerk en Castricum. De locatie is ook per auto goed bereikbaar, al is de beschikbare parkeerruimte beperkt. Dat heeft mede met de omliggende binnen- en buitensportvoorzieningen en de huidige bouwactiviteiten rond het bad te maken.

1.3

Figuur 1. Locatie zwembad Noord

Leeswijzer

Het voorliggende document is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 zijn de basiseisen van het gebouw en de zwembaden opgenomen; in hoofdstuk 3 is de ruimtestaat uitgewerkt; in hoofdstuk 4 zijn de, voor de in ruimtestaat opgenomen ruimtes, functionele eisen omschreven.

4

2.

Basiseisen

Het gebouw wordt geplaatst op het maaiveld met alle publieksruimten voor het zwembad op de eerste verdieping. De vloer van de bassins en de benodigde technische ruimten worden op maaiveld geplaatst. In onderstaand overzicht (tabel 1) zijn de basiseisen voor de bassins weergegeven. Een nadere omschrijving van de ruimtes is te vinden in de ruimtestaat en de omschrijving van het ruimtelijk programma. Functie Wedstrijdbad

Afmeting 33 x 25 m1

Diepte/hoogte 0,0 tot netto 2,0 m1

Doelgroepenbad

20 x 10 m1

0,0 tot netto 2,0 m1

Overige 10 banen met keerwand, beweegbare bodems en 1 meter duikplank inclusief duikkuil Hellingbaan en beweegbare duo bodem

Tabel 1. Basiseisen voor de bassins

In de gehele accommodatie zijn maximaal 750 personen gelijktijdig binnen aanwezig.

2.1

Van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften

Het zwembad dient te voldoen aan de bij oplevering vigerende wet- en regelgeving, alsmede de daarin genoemde zorgplicht. Speciale aandacht is daarom gevraagd voor wet- en regelgeving waarvan reeds bekend is dat deze wordt gewijzigd. Daarbij moet minimaal, maar niet limitatief, worden voldaan aan onderstaande wet- en regelgeving: Omgevingswet, inclusief bijbehorende Besluiten ter vervanging van onderstaande Besluiten – van toepassing vanaf 1 januari 2024; Bouwbesluit; Besluit Activiteiten Leefomgeving; Drinkwaterbesluit 1-7-2018 t/m heden; Waterwet; Arbeidsomstandigheden Wet 1-1-2020 t/m heden; Arbeidsomstandigheden Besluit 1-7-2020 t/m heden; Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), 25-05-2016 t/m heden; Alcoholwet 1-7-2021; Elektriciteitswet 1998; Warenwetbesluit Hygiëne van Levensmiddelen, 01-07-2021 t/m heden; Warenwetbesluit liften, 1-2-2020 t/m heden; Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 31: 2020, versie 0.2 (april 2020) - Interim versie; Biociden verordening, (EU) 528/2012, 1-9-2013 t/m heden; Regeling kennisgeving badinrichtingen (RKB), 1-10-2010 t/m heden; Modelbeheersplan Legionellapreventie in leidingwater; NEN-EN 50110-1 & NEN 3140; NEN 1010:2015; NEN-EN 1069-1: 2017 en NEN-EN 1069-2:2017; NEN-EN 1838:1999 Noodverlichting en vluchtroute aanduiding; Richtlijn Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP); NPR 9200:2015 Metalen ophangconstructies en

bevestigingsmiddelen in zwembaden; NEN-EN 15288-1:2019 (Veiligheidseisen voor ontwerp); Internationale Toegankelijkheid standaard (IT-standaard), 2020; FINA reglement (o.a. tolerantie 1 cm wedstrijdbad); Handboek KNZB; Aanpassingen waterpolo spelregels 2019, versie juli 2023; DIN 51130:2014-02; Keurmerk Veilig & Schoon, Handboek versie 2021; Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten 2019-07; Berekening ventilatie conform VDI 2089; 5

Energieprestatie BENG; SCIOS Scope 12; Risicoklasseindeling 2 VRKI; NEN-EN 12193:2018 Licht en verlichting - Sportverlichting; Algemene verordening gegevensbescherming (AVG); Akoestiek norm ISA-US1-bF1 ‘Nagalmtijd en achtergrondniveau’; Arbo-Informatieblad 8: zittend en staand werk; NEN7726 en NEN7730 (vaststellen operatieve temperatuur); VDI 2089 Blatt 1 - Technische Gebäudeausrüstung von Schwimmbädern – Hallenbäder; Brandpreventiebeleid; De voorschriften van de nutsbedrijven; Alle overige voor en door de wet gestelde eisen; Keuringseisen van tot keuring bevoegde instanties, zoals KIWA, KEMA, VISA, VEWIN; Nationale normen en voorschriften voor de sporten waarvoor in het programma van eisen voorzieningen zijn opgenomen; NEN en ISSO-publicaties. De aanvraag voor keurmerk Veilig & Schoon wordt uitgevoerd door de Exploitant. De kosten hiervoor zijn ook voor de Exploitant. De ON dient zorg te dragen dat het gebouw en de installaties voldoen aan de eisen van het keurmerk. Indien de van toepassing zijnde voorwaarden tegenstrijdig met elkaar zijn geldt de strengste eis en altijd de volgende rangorde: wettelijke voorschriften; gemeentelijke voorschriften; Programma van Eisen; overige voorschriften.

2.2

Technisch Programma van Eisen

Het Technisch Programma van Eisen is weergegeven in bijlage 1.

2.3

Duurzaamheid

De ON wordt uitgedaagd een zo duurzaam mogelijk zwembad te realiseren. De OG heeft hiervoor een Richtlijn Duurzaam Bouwen ontwikkeld, zie daarvoor bijlage 2. Deze richtlijn vertaalt het Haarlemse duurzaamheidsbeleid naar specifieke uitgangspunten op het projectniveau. Deze uitgangspunten worden onderverdeeld in vijf verschillende duurzaamheidsthema’s: energie; klimaatadaptatie; natuurinclusiviteit en biodiversiteit; circulariteit; mobiliteit; modulair bouwen. Sommige uitgangspunten zijn door de wet of door het gemeentelijk beleid reeds verankerd. Bij andere is meer sprake van een beleidsambitie. Er wordt daarom in deze richtlijn onderscheid gemaakt in eisen (randvoorwaarden) en ambities. De randvoorwaarden vinden hun grondslag in: concreet en vigerend rijksbeleid, provinciaal of gemeentelijk beleid. Wettelijke eisen, zoals het uit bouwbesluit, horen daarbij. Aanvullend aan de richtlijn zijn ook de uitgangspunten voor modulair bouwen aangegeven. Als uitgangspunt voor het zwembad geldt minimaal een gemiddelde GPR-score van 8,5.

6

2.3.1

Energie

Het all-electric gebouw en de gebouw gebonden installaties dient te voldoen aan Richtlijn Duurzaam Bouwen. De gestelde eisen in de Richtlijn zijn niet gericht op de proces gebonden installaties. OG heeft daarom onderstaande bepaald. Hierbij de aandacht dat: de keuzes die worden gemaakt in basis gericht zijn op energiebesparing; de duurzame opwekking (BENG-3 eis) in eerst instantie dient te worden ingezet om tot een (bijna) energieneutraal gebouw te komen met een minimaal energie verbruik en geen sluipverbruik. Het energieverbruik door het gebouw (inclusief gebouw gebonden installaties) én de procesinstallaties én het gebruik wordt gemaximeerd. Als uitgangspunt voor het zwembad geldt: een maximum warmte jaar verbruik van XX GJ. Dit is op basis van de gestelde gemiddelde temperaturen en inclusief het proces gebonden energieverbruik en gebruiksenergie. een maximum elektra jaar verbruik van XX kWh. Dit is inclusief het proces gebonden energieverbruik en gebruiksenergie, maar exclusief de duurzame opwekking en exclusief de elektrische energie ten behoeve van warmte opwekking; een maximum water jaar verbruik van XX m3, inclusief proces gebonden waterverbruik.

Daarnaast gelden de volgende eisen: het volledige dak en de constructie van het zwembad dient geschikt te zijn voor het plaatsen van zonnepanelen (PV/PV-T) zodat eventuele dakvlakken die niet zijn benut in de toekomst wel kunnen worden benut; de midden spanning trafo, hoofdverdeler én bekabeling hoeven niet verzwaard te worden om in de toekomst een energieneutraal zwembad te realiseren; op korte of middellange termijn wordt het zwembad aangesloten op een (hoog temperatuur) warmtenet. Primair wordt de installatie (warmteopwekking en warmwaterbereiding) uitgevoerd als all-electric met warmtepompen (laagtemperatuur), doch dient ON rekening te houden met toekomstige aansluiting van het warmtenet, waarbij de warmtepompen geheel of gedeeltelijk kunnen vervallen. ON dient rekening te houden (ruimtelijk) met de realisatie van een ontvangstation warmtenet en de warmtedistributie dient geschikt te zijn om in de toekomst een warmtewisselaar als hoofdvoeding aan te sluiten, welke het hoog temperatuur medium uit het warmtenet omzet naar laag temperatuur. – zie ook bijlage 1, par. 51 warmteopwekking. Het zwembad wordt niet voorzien van een aardgasaansluiting. Kans OG gebruik maken van omgeving op energieverbruik te minimaliseren en te optimaliseren (energiehub).

Voorbeelden zijn veldcollectoren onder de naastgelegen voetbalvelden, een warmte koud opslag waar meerdere gebouwen gebruik van maken of de aansluiting op een warmtenet.

2.3.2

Klimaatadaptatie

De in de richtlijn gestelde eisen ‘Basisveiligheidsniveau’ zijn van toepassing.

2.3.3

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit

De in de richtlijn gestelde eisen ‘Goud’ zijn van toepassing. De eisen ten aanzien van opvang en infiltratie regenwater (HWA) zijn gespecificeerd in bijlage 1, par. 52

2.3.4

Circulariteit

De in de richtlijn gestelde eisen ‘Zilver’ zijn van toepassing.

2.3.5

Mobiliteit

De in de richtlijn gestelde ambitie ‘Fietsparkeren in ontwerp’ zijn van toepassing.

7

2.3.6

Modulair bouwen

De gestelde eisen in bijlage 4 zijn van toepassing.

2.4

Architectonische, stedenbouwkundige en ruimtelijke uitgangspunten en beeldkwaliteitsplan

2.4.1

Stedenbouwkundig invulling

Het zwembad dient aan te sluiten op de stedenbouwkundige uitgangspunten zoals gesteld in bijlage 3 van dit Programma van Eisen.

2.4.2

Architectuur

Het zwembad dient aan te sluiten op de beeldkwaliteit zoals gesteld in bijlage 3 van dit Programma van Eisen.

2.4.3

Interieur

Het zwembad dient aan te sluiten op de interieur uitgangspunten zoals gesteld in bijlage 3 van dit Programma van Eisen.

2.4.4

Ruimtelijke kwaliteit

Het gebouw dient aan te sluiten op de ruimtelijke uitgangspunten zoals gesteld in bijlage 3 van dit Programma van Eisen.

2.5

Bouwfysica

2.5.1

Bouwfysische uitgangspunten gebouw

Buitencondities Het gebouw dient aan te sluiten op de ruimtelijke uitgangspunten zoals gesteld in bijlage 3 van dit Programma van Eisen. Ruimtetemperaturen De volgende ruimtetemperaturen dienen behaald te worden, met in acht neming van hetgeen gemeld in bijlage 1, par. 55 inzake temperatuur overschrijding. Ruimtes

Minimaal

Maximaal

Gemiddeld

Centrale hal en horeca

18,0 °C

25,0 °C

20,5 °C

Ontmoetingsruimten

19,5 °C

25,0 °C

20,5 °C

Kleedkamergebied

23,0 °C

32,0 °C

24,0 °C

Personeelsgebied, inclusief kantoren

21,0 °C

25,0 °C

21,5 °C

Wedstrijdbad

26,5 °C

28,5 °C

27,5 °C

Doelgroepenbad

28,5 °C

32,5 °C

30,5 °C

Tabel 2. Ruimtetemperaturen

De opgegeven maximumtemperatuur in ruimtes is theoretisch: behoudens de kantoren en personeelsruimtes wordt er geen actieve koeling toegepast. Watertemperaturen Zwembaden

Minimaal

Maximaal

Gemiddeld

Wedstrijdbad

25,0 °C

29,0 °C

27,0 °C

Doelgroepenbad

28,0 °C

32,0 °C

30,0 °C

Tabel 3. Watertemperaturen

8

De temperatuur van het doelgroepenbad moet eenvoudig te regelen te zijn voor de verschillende gevraagde temperaturen voor bijvoorbeeld babyzwemmen, ouderen etc.

2.5.2

Geluid

Geluidsemissie gebouw De geluidsemissie van het gebouw als gevolg van gebruik, installaties, etc. mag de, in het Besluit Activiteiten Leefomgeving opgegeven grenswaardes niet overschrijden. Voor de geluidsemissie mag aangenomen worden dat activiteiten met muziekproductie uiterlijk 23:00 uur zijn afgelopen. Akoestische en geluidseisen ruimten (nagalmtijden, geluidsoverdracht ruimtes, etc.) Als gevolg van geluidsproductie door installaties, sporters, toeschouwers en geluidsinstallaties dienen maatregelen te worden getroffen om hinder in andere verblijfsruimten (en omgeving) te voorkomen. Hiervoor te rekenen op: Ruimte

Geluidsproductie

Spectrum

Centrale hal en horeca

80 dB(A)

Popmuziek

Ontmoetingsruimten

80 dB(A)

Popmuziek

Wedstrijdbad

80 dB(A)

Popmuziek

Doelgroepenbad

85 dB(A)

Popmuziek

Overige verblijfsruimten

75 dB(A)

Spraak

Tabel 4. Geluidsproductie

Aangenomen mag worden dat de activiteiten uiterlijk 23:00 uur zijn afgelopen. Als gevolg van de aanwezige installaties mag het achtergrondgeluidsniveau maximaal 40 dB(A) bedragen in verblijfsruimten en 35 dB(A) in kantoorruimten. U dient rekening te houden met de volgende geluidsisolatie: geluidsisolatie DnT;A op basis van stemgeluid volgens de NEN5077: 27 dB tussen verkeersruimten en verblijfsruimten normale privacy 33 dB tussen verkeersruimten en verblijfsruimten verhoogde privacy 1 39 dB tussen verblijfsruimten onderling normale privacy 42 dB tussen zwembaden en horeca 45 dB tussen verblijfsruimten onderling verhoogde privacy De geluidsoverdracht tussen ruimtes en van ruimtes naar buiten dient uiteraard te voldoen aan de van toepassing zijnde weten regelgeving en overige voorschriften zoals gesteld in paragraaf 2.1, alsmede het overige aangegeven in dit document. Met name artikelen 3.15, 3.16 en 3.17 van het Bouwbesluit. Nagalmtijden en overige akoestiek De nagalmtijden dienen te voldoen aan de eisen in paragraaf 2.1 van de verschillende sportbonden, ARBO, Bouwbesluit etc. Materialisatie van plafonds, binnenwanden en eventuele vaste voorzieningen dienen te worden gekozen teneinde de gewenste nagalmtijden te behalen. De akoestiek in de ruimtes en de akoestische toegepaste materialen dienen in ieder geval dient te voldoen aan onderstaande opsomming van a tot en met n: a.

de eisen omtrent de nagalmtijden en het achtergrondgeluidsniveau zoals bepaald door de KNZB;

b.

geluidsniveau overloopgoot dient met hulpmiddelen tot het minimum worden beperkt;

1

Kantoorruimten dienen te worden aangemerkt als verblijfsruimte met verhoogde privacy

9

c.

een reductie van de eventueel aanwezige flutterecho;

d.

het verbeteren van de spraakverstaanbaarheid (geen dode - te droge akoestiek);

e.

de akoestische metingen dienen door ON uitgevoerd te worden;

f.

het materiaal moet door het personeel van OG zelf te reinigen zijn;

g.

het materiaal moet bewezen hufterproof zijn (balvast, waterpolo);

h.

het materiaal moet (brand)veilig zijn / voldoen aan het bouwbesluit;

i.

de gebruikers van de ruimte mogen zich niet kunnen bezeren aan het materiaal (scherpe randen, brand- en schaafwonden, etc);

j.

het materiaal moet een marktconforme levertijd hebben in geval van reparaties;

k.

in de zaal is door de keuze van absorberende inrichtingsmaterialen nagalm tegengegaan;

l.

de nagalmtijd per frequentieband (Tmax/fb) is het rekenkundig gemiddelde van alle meetresultaten bij alle bron- en microfoon-posities per frequentieband, het betreft de frequentiebanden 125, 250, 500, 1000, 2000 en 4000 Hz;

m. de norm voor de nagalmtijd per frequentieband is: Tgem./Tmax/fb ≥ 0,7. Deze norm geldt voor alle categorieën; n.

scheidingwanden: aparte zaaldelen moeten gescheiden zijn door geluidswerende (dubbele) wanden, die volledig aansluiten op de omliggende constructie. Alleen visuele scheiding is onvoldoende;

o.

een volledig afsluitende akoestische scheiding is in verband met instructie/verenigingsgebruik noodzakelijk.

2.5.3 Luchtdichtheid Het gebouw dient een hoge luchtdichtheid te hebben. De Q V;10 waarde van het gebouw mag maximaal 0,25 bedragen en dient middels een blowdoortest aangetoond te worden. De blowdoortest dient door een onafhankelijke, geaccrediteerde deskundige uitgevoerd te worden.

10

3.

Ruimtestaat

In onderstaande tabel is de ruimtestaat voor het zwembad weergegeven. Ruimte Maaiveld Containerruimte Techniekruimte Subtotaal

Aantal

Opp. per ruimte (m² NVO)

Oppervlak (m2 NVO)

1

10

10 10

Central hal Tochtportaal Centrale hal, receptie Toiletruimtes Toiletruimte mindervalide Werkkast Bergruimte algemeen Subtotaal

1 1 4 1 1 2

10 200 3 5 5 10

10 200 12 5 5 20 252

Horeca Koffiecorner Subtotaal

1

60

60 60

Multifunctionele ontmoetingsruimten Entree Toiletten Multifunctionele ontmoetingsruimte Multifunctionele ontmoetingsruimte Subtotaal

1 1 1 1

20 20 135 135

20 20 135 135 310

Personeelsgebied Kantoorruimte Kantoorruimte incl. overleg Personeelsruimte/vergaderruimte (incl. pantry) Kleedruimte personeel dames incl. douche/toilet Kleedruimte personeel heren incl. douche/toilet Was- en droog ruimte Berging / printer / serverruimte etc./kluisruimte Subtotaal

2 1 1 1 1 1 1

15 15 25 20 20 6 6

30 15 25 20 20 6 6 122

Kleedkamergebied Buggy/rollator stalling Make-up zone Kleedruimte groepen Kleedruimten gezinscabines Kleedruimten wisselcabines MIVA-kleedruimte met toilet en douche Opslagruimte rolstoelen / MIVA Lockers 100 stuks Toiletruimten Doucheruimte Werkkast Subtotaal

1 1 8 8 16 1 1 100 8 3 1

10 10 20 4,0 1,7 12 6 0,12 3 15 5

10 10 160 32 27 12 6 12 24 45 5 343

11

Zwemzaal wedstrijdbad Wedstrijdbad 33,5 x 25 x 2,0 m1 - Perron langszijde 3,5 m1 - Perron langszijde 4,5 m1 - Perron zijde start 4,5 m1 - Perron zijde overkant 3,0 m1 Bergruimte exploitant Bergruimte sporttechnisch Bergruimte ZV Haerlem Bergruimte Watervrienden Bergruimte CIOS Bergruimte Kras Sport Bergruimte overige verenigingen / gebruikers Juryruimte / CIOS Tribune (vast) 250 personen Werkkast Subtotaal Zwemzaal doelgroepenbad Doelgroepenbad 20 x 10 x 2,0 m1 - Perron langzijde 3,0 m1 - Perron langzijde overkant 2,5 m1 - Perron kopzijde 2,5 m1 - Perron kopzijde overkant 2,5 m1 Bergruimte exploitant Toilet aan badrand EHBO / administratie leszwemmen Werkkast Subtotaal Techniek (niet limitatief) Filterruimte Doseerinstallaties, monitoring Buffer wedstrijdbad Buffer doelgroepenbad Vuilwaterbuffer Hemelwaterbuffer Warmte/koude opwekking Warmwaterbereiding Luchtbehandeling Transformatorruimte/middenspanning ruimte Hoofdverdeler elektra Onder verdelers elektra Aansluitruimte warmtenet

1

825

825

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

25 25 25 12 10 10 10 20 150 5

25 25 25 12 10 10 10 20 150 5 1.117

1

200

200

1 1 1 1

25 2 30 5

25 2 30 5 262

1

30

30

Tabel 5. Ruimtestaat

12

4.

Ruimtelijk programma

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de belangrijkste eisen per ruimte op basis van de ruimtestaat uit hoofdstuk 3 en dient als basis voor het ruimtelijk-functioneel ontwerp.

4.1

Algemeen

In de ruimtestaat zijn de benodigde verblijfsruimten en opslagruimten met afmetingen weergegeven. Met uitzondering van het wedstrijdbad en de perrons mag van de afmetingen zoals opgenomen in de ruimtestaat beperkt worden afgeweken. Afwijken mag verder alleen onder voorwaarde dat aan de eisen, genoemd in paragraaf 2.1, wordt voldaan. Voor verkeersruimten en technische ruimten dienen de afmetingen te worden bepaald aan de hand van het ontwerp en de toegepaste installaties. Afmetingen van de bergingen moeten optimaal worden afgestemd op de inrichting ervan.

4.2

Ruimtelijke relaties

In bijlage 5 zijn de relaties tussen de ruimtes visueel weergegeven. Het schema laat de wens van de OG en gebruikers zien om het zwembad efficiënt en gebruiksvriendelijk te laten functioneren. Het is aan de ON om tot de beste en/of meest optimale (ontwerp) oplossing te komen. Bij onduidelijkheden of tegenstrijdigheden gaat de tekst in het Programma van Eisen boven bijlage 5. Hierbij is het van belang dat: ruimten logisch zijn gesitueerd in relatie tot het gebruik van de ruimte en het werkplezier; relaties tussen ruimten logisch zijn voor bezoekers, gebruikers, personeel en onderhoudswerkzaamheden; er een praktische zonering is voor sleutel- en alarmbeheer; veiligheid bezoekers/ personeel optimaal wordt gewaarborgd; het gebouw zodanig is ontworpen dat met zo weinig mogelijk personeel/vrijwilligers goed toezicht per gebruikerszone mogelijk is. De zwemzalen zijn in twee hoofd compartimenten opgedeeld: compartiment wedstrijdbad en toeschouwersruimte; compartiment doelgroepenbad. Het compartiment doelgroepenbad en het wedstrijdbad zijn naast elkaar gelegen hebben een korte directe (transparante) verbinding met de benodigd (loop) deuren.

4.3

Toegankelijkheid en routing

4.3.1

Bezoekers

De toegankelijkheid van, én routing in, het zwembad is voor zowel de valide als mindervalide bezoeker duidelijk, effectief, logisch en sociaal veilig. Vanuit de centrale hal is een goede en overzichtelijke scheiding van verkeersstromen van zowel gebruikers als publiek naar de verschillende ruimten. Hierbij is het van belang dat: het aantal meters verkeersruimte wordt geminimaliseerd; automatische toegangsdeuren worden toegepast (geen drangers); de deuren in het gebouw een minimale dagopening hebben van 90 cm; opstoppingen worden voorkomen door ruime verkeersruimten (breedte minimaal 1.80m1); de vlucht- en looproutes overzichtelijk zijn, onnodige hoeken en omwegen worden voorkomen; alle ruimten drempelloos zijn te bereiken (ook in verband met schoonmaak); vaste beugels bij toiletten en doucheruimten aanwezig zijn; (voor slechtzienden), beperkte contrasten in vloer aanwezig zijn; heldere kleur worden toegepast; bewegwijzering helder en contrastrijk is middels signing (bijvoorbeeld kleurlijnen per functie). 13

4.3.2

Verticaal transport

De bassins worden geplaatst ‘op het maaiveld’ met de diverse gebruiksfuncties voor het zwembad op de eerste verdieping. Technische ruimtes zwembad (filterruimte, omloopgang) zijn vanaf maaiveld bereikbaar (zie ook volgende paragraaf). Van belang is dat de toegankelijkheid vriendelijk is voor alle gebruikers. Het verticaal transport van maaiveld naar de eerste verdieping is van essentieel belang voor de toegankelijkheid van het zwembad en de specifieke doelgroepen. Ten behoeve van de toegang tot het gebruiksniveau dienen 2 liften te worden voorzien en dient een gebruiksvriendelijke, brede toegangstrap met tussenbordes te worden toegepast. De liftspecificaties zijn opgenomen in bijlage 1. Verder dient rekening te worden gehouden met een eenvoudige route voor transport van grote elementen als bijvoorbeeld tijdelijke tribune elementen.

4.3.3

Techniek

Naast dat de technische ruimten van binnenuit eenvoudig bereikbaar zijn, dient het ook van buitenaf goed bereikbaar te zijn voor technische medewerkers, onderhoudspartijen, toeleveringen of het vervangen van grote installatiecomponenten. Onderstaande ruimten / onderdelen dienen vanaf maaiveld niveau voor technische medewerkers en voor vrachttransport bereikbaar te zijn: technische ruimte met zwembadinstallaties; technische ruimte t.b.v. zoutelektrolyse (in aparte ruimte); bergruimte voor chemicaliën; zoutbulkvat met afblaas tot buiten het gebouw (in aparte ruimte); werkplaats. In de techniekruimten zijn de leidingen langs de wanden gelegd en is de vrije hoogte minimaal 2,1 m 1 zodat deze ruimten voor technische medewerkers goed toegankelijk zijn. Installatie onderdelen die gecontroleerd of onderhouden moeten worden moeten goed bereikbaar zijn in een ruimte met voldoende hoogte en vrije ruimte vóór het te controleren/onderhouden onderdeel. De middenspanningsruimte, transformatorruimte en hoofdverdeelkast dienen zich in elkaars nabijheid te bevinden. De middenspanningsruimte en de transformatorruimte dienen van buiten af toegankelijk te zijn vanuit de openbare ruimte.

4.3.4

Openbare ruimte

Een opstelplaats voor brandweer (zie bijlage 6) en ambulance die een directe relatie heeft met de entree van het zwembad dient aanwezig te zijn. Een (separate) opstelplaats voor een ambulance dient bij voorkeur een relatie te hebben met de EHBO ruimte. Tevens rekening houden met laden en lossen door vrachtwagens voor afvalstromen, horeca, technische zaken en attributen.

4.3.5

Brandweer

De eisen en wensen van de brandweer als hulpdienst en als gebruiker zijn opgenomen in bijlage 6. Het betreft: bereikbaarheid voor brandweervoertuigen; gebruik van het wedstrijdbad en overstort-bad als bluswaterbronnen; gebruik vanuit de brandweer-duiktrainingen; gebruik van gebufferd hemelwater als bluswaterbron.

4.3.6

Flexibel gebruik

De volgende functionele scheidingen (gebruikscompartimenten) dienen aanwezig te zijn: compartiment wedstrijdbad; sub-compartiment wedstrijddeel sub-compartiment multifunctioneel deel 14

compartiment doelgroepenbad; compartiment kleedkamergebied; sub-compartiment ten behoeve van het gebruik wedstrijdbad; sub-compartiment overig baden. compartiment centrale hal en horeca; compartiment multifunctionele ontmoetingsruimten. De functiescheidingen dienen separaat gebruikt te kunnen worden., hierbij is het van belang dat: alle (sub) compartimenten dienen separaat afsluitbaar en bereikbaar te zijn; voor de verenigingen en voor gebruik bij drukke en bijzondere situaties is een tweede entree aanwezig; het compartiment wedstrijdbad en bijbehorende kleedruimten zelfstandig zijn te gebruiken; de centrale hal, horeca en de ontmoetingsruimten zijn zowel te gebruiken als één geheel en als afzonderlijke ruimten: centrale hal en horeca; centrale hal, horeca en ontmoetingsruimten; multifunctionele ontmoetingsruimten (met eigen uitgang, in bijzondere situaties kan deze ook als 2e ingang functioneren). De zelfstandig te gebruiken installaties ten behoeve van beveiliging, verwarming, verlichting, ventilatie (en verwarming) en geluid en overige gebruiksinstallaties zijn op de compartimenten en het flexibel gebruik afgestemd. Brandcompartimenten zijn ter ontwerp aan ON en kunnen/mogen (in principe) overschrijdend zijn ten opzichte van de bovengenoemde scheidingen. Zelfstandig functionerende functionele scheidingen dienen elektronisch te kunnen worden afgesloten en bewaakt.

4.4

Gebouw

In onderstaande paragrafen worden de ruimtelijk-functionele eisen per ruimte weergegeven.

4.4.1

Publieke ruimten

Entree De entree (incl. liften) is van buiten herkenbaar en goed vindbaar met (verlichte) naam aanduiding van het zwembad. De entree is gesitueerd conform de stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit, zie bijlage 3. De entree bestaat uit een ruime tochtsluis met schuifdeuren en is goed toegankelijk voor sporters, trainers, leiders en overige bezoekers met of zonder een lichamelijke of geestelijke beperking, hulpdiensten zoals ambulance, brandweer, politie en voor groter transport. Centrale hal De entree biedt toegang tot de centrale hal en (indirect) tot de horeca. In de centrale hal zijn twee betaalzuilen, het receptiemeubel gesitueerd en zijn infoschermen aanwezig en is er een overzichtelijke routing van loopwegen voor de verschillende gebruikers. Het gebied dient zodanig te worden ingericht dat er geen opstoppingen ontstaan. De toegang van het kleedgebied (zie 4.4.6) is georganiseerd middels speedgates, welke uitgerust zijn met RFID én QR-code lezers. Receptie Het open receptiemeubel is rolstoeltoegankelijk en dient wat verder in de centrale hal te komen. Het heeft zicht op de entree van de centrale hal en de toegang van de kleedruimtes. Tevens is het zo gesitueerd dat rekening wordt gehouden met wachtrijen. Aandachtspunt is het voorkomen van veel geluidsoverlast bij de open kassa als gevolg van wachtende groepen ouders en tocht/koude voor baliepersoneel.

Tevens dient er aandacht besteed te worden aan het voorkomen van hinderlijk lichtinval.

15

Aan de receptie dient één (kassa) werkplek te komen. De medewerker achter de receptie heeft eveneens zicht op de schermen van de beveiligingscamera’s die op de diverse plaatsen in en rond het zwembad geplaatst worden voor de sociale veiligheid. De elektronische toegangscontrole en de doorgang voor rolstoelers en kinderwagens dient ter plaatse te openen zijn (RFID paslezer en QR/barcode scanner) en vanuit het receptiemeubel te openen en sluiten te zijn (zie verder bijlage 1). De entreedeuren van de tochtsluis dienen eveneens vanuit achter de receptie te openen en sluiten te zijn. Voor de toegang van de verenigingsleden wordt een aparte snelle ingang gerealiseerd die direct bij de groepskleedkamers van het sub-compartiment wedstrijdbad wedstrijddeel uitkomt. Toiletruimte In de nabijheid van de centrale hal en horeca is een toiletruimte opgenomen, bestaande uit een: toiletruimte met voorportaal en één wastafel, 1 toilet en 2 urinoirs; toiletruimte met voorportaal met twee wastafels (waarvan 1 geschikt voor kinderen) en 3 toiletten (waarvan 1 geschikt voor kinderen); mindervalide toilet; Signing dient genderneutraal te worden uitgevoerd. Werkkast en berging Voor de schoonmaak is in de nabijheid van zowel de centrale hal als horeca een werkkast en een bergruimte opgenomen.

4.4.2

Horeca

Algemeen De centrale hal biedt direct toegang tot de kleine horeca / koffiecorner. De twee multifunctionele ontmoetingsruimten dienen te kunnen worden gekoppeld aan de horecaruimte zodat één grote ruimte ontstaat die bij grotere activiteiten als diplomazwemmen of wedstrijden, maar ook tijdens grotere aantal bezoekers tijdens het leszwemmen, kan worden gebruikt. Horeca Bij het ontwerp van de horeca wordt veel aandacht besteed aan transparantie. Vanuit de centrale hal / horeca dient direct zicht te zijn op het wedstrijdbad. Het zicht dient vanuit de zwemzaal zijde richting horeca en centrale hal ook te kunnen worden ontnomen voor gebruikers waarbij dit gewenst is (blinderen doorzicht). De (kleine) bar voor de horeca en de receptiebalie vormen één geheel, of liggen in elkaars verlengde, zodat één personeelslid op rustige momenten beide kan bedienen. De ruimte beschikt niet over een keuken. De kasten in en achter de bar voor de horeca en de receptiebalie zijn afsluitbaar. Containerruimte De containerruimte is op de begane grond gesitueerd en moet van binnen en van buiten toegankelijk zijn.

4.4.3

Multifunctionele ontmoetingsruimten

Het betreft twee multifunctionele ontmoetingsruimten die elk zelfstandig kunnen worden gebruikt en ook onderdeel kunnen zijn van de horeca / centrale hal. De ruimten beschikken over een gezamenlijke sociaal veilige in- en uitgang (verlichting, camerabeveiliging en routing vanaf de openbare weg), maar zijn ook via de centrale hal te bereiken. Eén van de ruimten heeft direct zicht op het wedstrijdbad en een directe verbinding met de toeschouwersruimte. Bij de ontmoetingsruimten is een toiletruimte opgenomen, bestaande uit een: toilet met voorportaal en één wastafel, één toilet en drie urinoirs; toilet met voorportaal met één wastafel en drie toiletten. 16

Deze toiletruimte is ook te gebruiken als alleen de ontmoetingsruimten nog in gebruik zijn en de overige ruimten in het gebouw, waaronder horeca en centrale hal, reeds zijn afgesloten. Bij voorkeur worden de toiletgroepen van de centrale hal en ontmoetingsruimten gecombineerd. Van belang is dat de toiletgroep dan ook zelfstandig (als één van beide functies gesloten is) te gebruiken is. Aan de toiletruimte van de ontmoetingsruimten dient één wastafel en toilet voor kinderen worden toegevoegd. Signing dient genderneutraal te worden uitgevoerd. De ontmoetingsruimten zijn tevens voorzien van: werkkast; bar; keuken; bergruimte. De benodigde voorzieningen en informatie vanuit de ontmoetingsruimten zijn aangegeven in bijlage 7.

4.4.4

Personeelsruimten

Kantoorruimten In de nabijheid van de centrale hal, maar toch op een rustige plaats, zijn de onderstaande ruimten gesitueerd: twee kantoorruimte met 2 werkplekken; een kantoorruimte met 1 werkplek en vergadertafel voor 3 personen; ruimte voor printer, kopieermachine en kantooropslag, server en een vloerkluis Personeelsruimte De personeelsruimte is in de nabijheid van de centrale hal gesitueerd. Het is een gezellige ruimte die zich eveneens niet te ver van de kantoorruimten bevindt. De ruimte is voorzien van een pantry met spoelbak en quooker, koelkast, magnetron, aansluiting koffiemachine en vaatwasser (water, afvoer, voedingen op eigen groep 16A). Kleedruimten personeel Voor het personeel is een kleedruimte met zes douches, twee toiletten en afsluitbare lockers beschikbaar. De ruimte dient multifunctioneel in te delen te zijn zodat ingespeeld kan worden op de diversiteit aan personeelsleden. In de kleedruimten zijn vaste droogrekken beschikbaar om kleding te laten drogen. De kleedruimten bevinden zich in de directe nabijheid van de personeelsruimte en hebben een directe relatie met de schone voetengang van het kleedkamergebied van het zwembad. Voorkomen moet worden dat personeel met badkleding door ‘koude’ publieke gebieden moeten bewegen.

Was- en droogruimte De was- en droogruimte is een aparte ruimte in de directe nabijheid van zowel de kleedruimten van het personeel als de personeelsruimte. De benodigde voorzieningen voor een was- en droogmachine (elektra, water en riolering) zijn opgenomen. De wasmachine en droger worden geplaatst op een hoogte van 80cm zodat deze makkelijk kunnen worden gebruikt.

4.4.5

Zwemzalen algemeen

Compartimenten De zwemzalen zijn in twee hoofd compartimenten opgedeeld: wedstrijdbad (33 x 25 m1) met keerwand en toeschouwersruimte; sub-compartiment wedstrijdbad wedstrijddeel (25 x 25 m1); sub-compartiment wedstrijdbad multifunctioneel deel (6,5 x 25 m1). 17

doelgroepenbad. De hoofd compartimenten bevinden zich allen op hetzelfde niveau. Tussen de hoofd compartimenten bevindt zich een vaste transparante scheiding voorzien van elektrische zichtwering. De situering van de zwemzaal dient zó geplaatst te zijn dat schittering op het water voorkomen wordt, of de zon- en ichtwering dient schittering te voorkomen. Bij de uitvoeringswijze van de overloopgoten dient speciale aandacht te worden besteed aan het geluid (vallend water). De detaillering dient te voorzien in schuine vlakken, zodat de valhoogte van het water geminimaliseerd wordt. Toekomstgericht bewegen Voor toekomstgerichte beweegvormen dienen de voorzieningen te worden opgenomen zoals in bijlage 9 zijn aangegeven. Het Athletic Skills Model (ASM) is daarin de inspiratie. Het Athletic Skills Model (ASM) is een wetenschappelijke en praktisch onderbouwde visie op veelzijdig bewegen, toepasbaar in de sport, het bewegingsonderwijs, de gezondheidszorg en de sector kunst & cultuur. Veelzijdig bewegen is binnen het ASM de rode draad. Voor een gezonde ontwikkeling van de inwoners is het namelijk goed om in aanraking te komen met meerdere en verschillende beweeg-vaardigheden, spelvormen, activiteiten of sporten. Binnen het ASM wordt Veelzijdig Bewegen een gezicht gegeven middels de Schijf van 10!. Deze bestaat uit tien grondvormen van bewegen die gezamenlijk

Figuur 4. Athletic Skills Model (ASM) toegepast in een zwembad.

belangrijk zijn voor gezonde, vitale en fitte inwoners.

4.4.6

Kleedkamergebied zwembad

Algemeen Vanuit de centrale hal betreden de bezoekers een licht en overzichtelijk kleedkamergebied. De toegang tot het kleedkamergebied dient geregeld te zijn middels drie speedgates met integrale toegankelijkheid en is gekoppeld aan de brandmeld- en ontruimingscentrale. Make-up ruimte In het kleedkamergebied in de nabijheid van de in- en uitgang is een ruime make-up ruimte voor minimaal 3 personen. Deze is voorzien van een in tegelwerk opgenomen spiegel en in hoogte verstelbare elektrische haardrogers. Buggy/rolstoel/rollator ruimte In de nabijheid van de make-up ruimte aan de vuile voetenzijde is een ruimte ingericht voor de stalling van minimaal 10 buggy’s (nis met een rail waaraan buggy’s zijn vast te maken). Deze is ook geschikt voor rolstoelen en rollators. Kleedruimten Het kleedkamergebied vormt één geheel, is afsluitbaar, ligt op gelijk niveau met de perrons van het zwembad en is deelbaar in: sub-compartiment wedstrijdbad wedstrijddeel; sub-compartiment wedstrijdbad multifunctioneel deel en doelgroepenbad. De sub-compartimenten kunnen middels deuren in de vuile- en schone voetenzijde van elkaar worden afgesloten. De compartiment kunnen daarmee worden gescheiden of als één totaal geheel worden gebruikt. 18

Onderstaande kleedruimten dienen te worden gerealiseerd voor het wedstrijdbad sub-compartiment wedstrijddeel: 4 afsluitbare groepskleedruimten Onderstaande kleedruimten dienen te worden gerealiseerd voor sub-compartiment wedstrijdbad multifunctioneel deel en doelgroepenbad: 4 afsluitbare groepskleedruimten: elk geschikt voor gebruik door mensen met een lichamelijke beperking elk voorzien van een (opklapbare) baby omkleedtafel; één kleedruimte voorzien van plafondlift met 2-punts juk die elke hoek kleedkamer bereikt. 16 wisselcabines (semi-vrijhangend uitvoeren, mag rug-rug worden uitgevoerd); 8 familiecabines incl. verschoonmeubel; 1 kleedvoorzieningen ten behoeve van minder validen met douche en toilet. Bij niet gebruik staan de deuren van de familie- en wisselcabines open en zijn de kledinghaakjes zichtbaar. Hiermee is voor de bezoekers direct zichtbaar welke cabines beschikbaar zijn. Alle groepskleedkamers zijn voorzien van bredere toegangsdeuren en deels bredere banken zodat het ook voor mensen vanuit een rolstoel mogelijk is om zich in de kleedkamers om te kleden. Inkijk in kleedkamers dient te worden voorkomen. Alle kleedruimten zijn volledig los van de vloer gerealiseerd zodat de schoonmaak eenvoudig door bijvoorbeeld een schoonmaakrobot kan worden uitgevoerd Lockers en ophangvoorzieningen Nadat zwemmers zijn omgekleed wordt de schone voetengang bereikt.

Tussen de kleedruimten en de doucheruimten zijn lockers (met elektronisch codesloten) gesitueerd. De lockers zijn in nissen geplaatst, staan op een bouwkundige sokkel en zijn tot plafond afgewerkt. Het grootste gedeelte van de lockers bevindt zich in het kleedkamergebied sub-compartiment wedstrijdbad multifunctioneel deel en doelgroepenbad. In nabijheid van het doelgroepenbad is voor het ophangen van kledingstukken een meubel een garderobestang voorzien (circa 1,5 m1 boven de vloer over een lengte van 6 m1) Dit moet verdeeld worden over drie maal 2 m 1 in verband met separaat te gebruiken delen. Toiletruimten De toiletruimten dienen zo te worden gesitueerd dat deze tevens dicht bij de zwemzalen liggen voor gebruik van de zwemmers, maar zeker ook voor personeel dat les geeft. En combinatie met de doucheruimten is mogelijk. Bij het doelgroepenbad en het wedstrijdbad multifunctioneel deel dient direct aan het perron een toilet beschikbaar zijn (t.b.v. kinderen/volwassenen); Doucheruimten Onderstaande doucheruimten dienen te worden gerealiseerd: 1 doucheruimte voor het sub-compartiment wedstrijdbad wedstrijd deel; 1 doucheruimte voor het sub-compartiment wedstrijdbad multifunctioneel deel; 1 doucheruimte voor het doelgroepenbad. De doucheruimten zijn zodanig gesitueerd dat zwemmers er verplicht langs moeten voordat ze de zwemzalen betreden.

Elke doucheruimte is voorzien van minimaal 10 (sensor) douchepunten tegen de wand en minimaal 8 douchepunten aan het plafond. De sleutelschakelaar voor de plafonddouches bevindt zich in de zwemzaal en heeft meerdere standen zodat ook een deel van de plafonddouches kan worden aangezet.

19

Werkkasten Voor de schoonmaak is in het kleedkamergebied een werkkast opgenomen.

4.4.7

Wedstrijdbad

Algemeen Het wedstrijdbad dient te voldoen aan de KNZB eisen B-accommodatie Waterpolo. Het heeft een afmeting van 33 x 25 m 1 en netto diepte van 2,0 m¹ en is geschikt voor: banen zwemmen; les zwemmen; doelgroep activiteiten; waterpolowedstrijden (heren en dames) op niveau de 1e divisie en eredivisie; grotere zwemwedstrijden op regionaal niveau; recreatief-/familiezwemmen. Het wedstrijdbad is middels een opkomende keerwand en neerlaatbare flexibele scheidingswand (tot over de perrons en toeschouwersruimte) op te delen in twee sub-compartimenten: wedstrijd deel van 25 x 25 m1; multifunctioneel deel met een lengte 25 x 6,5m 1.

Figuur 2. Voorbeeld configuratie met flexibele scheidingswand en vast flexibel deel aan perronzijde (zwembad De Vallei, Veenendaal)

Ter plaatse van de scheidingswand tussen de sub-compartimenten wedstrijd deel en multifunctionele deel dient een flexibele pui te worden gerealiseerd ter plaatse van het perron aan de doucheruimte van het sub-compartiment multifunctioneel deel. (Sub)-compartimenten Om het wedstrijdbad zo multifunctioneel mogelijk te kunnen gebruiken, wordt het van een beweegbare keerwand (breedte: 2,0 m¹) voorzien. Hiermee wordt sub-compartiment wedstrijd deel met een bassin van 25 x 25 m¹ gecreëerd, dat vooral voor sportwedstrijden, banen zwemmen en les zwemmen kan worden gebruikt. In dit deel wordt voorzien in: een beweegbare bodem van 25 x 8,5 m1 met een klep; een 1-meter springplank en bijbehorende duikkuil, met een afmeting van 6,5 x 5,0 m¹ en een diepte van 3,40 m¹ (conform de richtlijnen). In het andere deel (sub-compartiment multifunctioneel deel) van 25 x 6,5 m¹ wordt van een beweegbare duo bodem voorzien. Deze bodem kan tegelijkertijd in twee hoogten staan en is hiermee geschikt voor allerlei doelgroepen. Bij het in de bodem neerlaten van de keerwand ontstaat een groot bassin van 33,5 x 25 m¹. Middels een scheidingswand boven het bassin kunnen er desgewenst twee delen van 25 x 16,5 m¹ worden gecreëerd. Dit betreft twee keer een bassin van zes banen. Deze afmeting is weer geschikt voor banen zwemmen, les zwemmen en trainingen van wedstrijdzwemmers en waterpolo.

20

Wedstrijddeel

multifunctioneel deel

Figuur 3. Indeling wedstrijdbad

In bijlage 8 zijn de gebruiksmogelijkheden van het wedstrijdbad weergegeven. Het wedstrijdbad is voorzien van: vaste wanden aan de kopse kanten met staranden; duidelijke markering per wedstrijdbaan aan het plafond in vorm van een rechte lijn ten behoeve van rugslagzwemmen; sporttechnische inrichting (zie bijlage 1); aan de muziekinstallatie gekoppelde RGBW-verlichting met boven water minimaal 30 spots en onder water minimaal 20 onderwaterlampen; bedieningen voor geluid (bekabeling en bluetooth), verlichting en zicht/zonwering. mogelijkheden aan de zwembadranden en vloer voor het bevestigen van touwwerk voor bijvoorbeeld een grote opblaasbare waterbaan aan vast te maken en/of een duikscherm. Aan het perron is een multifunctionele en flexibel indeelbare grote bergruimte voorzien met meerdere deuren ten behoeve van bergingen voor: exploitant; algemene sporttechnische inrichting (onder andere waterpolodoelen); ZV Haerlem; Watervrienden; CIOS Kras Sport overige gebruikers

21

Overige ruimten direct aan het perron: werkkast; juryruimte wedstrijden / werkruimte CIOS / instructieruimte zwemsporten; 3 werkplekken; met vrij zicht op startzijde en direct toegang tot wedstrijdbad. opstelplaats voor jurytafel waterpolo wedstrijd deel: in midden van een langszijde met zicht op scorebord; achter jurytafel niskast met aansluitpunten LED-scherm t.b.v. bediening als scorebord, wcd t.b.v. laptop, UTP-aansluiting netwerk. opstelplaats voor jurytafel zwemwedstrijden: achter jurytafel niskast met aansluitpunten LED-scherm t.b.v. bediening als scorebord, wcd t.b.v. laptop, UTP-aansluiting netwerk. Voor de betreding van het bad zijn in bijlage 1 de vaste gebruikersvoorzieningen aangegeven. In het wedstrijdbad dienen aan minimaal één volledige langszijde vaste zitbanken te worden gerealiseerd voor 100 zwemmers. Tevens dient er naast de zitbanken voldoende ruimte te zijn voor wedstrijdtassen (bijvoorbeeld achter de banken in raam). In de buitengevel van wedstrijdbad dient een toegang voor groot materiaal te worden gerealiseerd. Toeschouwersruimte Voor de toeschouwers is verhoogd en afgescheiden van het perron over de volledige lengte een vaste tribune beschikbaar met 250 vaste zitplaatsen bestaande uit banken die uit één geheel bestaand zodat deze eenvoudig schoon te maken zijn. De toeschouwersruimte dient een vrije hoogte van ca.

3,5 meter te hebben en dient kolomvrij te worden gerealiseerd. De tribune heeft in het midden een directe verbinding met het perron van het sub-compartiment wedstrijddeel, zodat zwemmers ook eenvoudig de tribune kunnen betreden. Vanuit deze tribune dient (bij opgetrokken scheidingswand) obstakelvrij zicht te zijn op het wedstrijdbad. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de zichtlijnen op alle banen. Een balustrade mag de zichtlijnen vanaf de tribune niet beïnvloeden.

4.4.8

Doelgroepenbad

Het doelgroepenbad heeft een afmeting van 20 x 10 m 1 en een netto diepte van 2,0 m1 en is voorzien van een beweegbare (duo) bodem. Direct naast het compartiment doelgroepenbad ligt het multifunctionele deel van het wedstrijdbad. Het wordt in een eigen compartiment gerealiseerd en is met name gericht op: les zwemmen; doelgroep activiteiten; zorggroepen. Om het doelgroepenbad zo multifunctioneel mogelijk te kunnen gebruiken wordt het voorzien van: een beweegbare duo bodem over het gehele bassin; een aan de beweegbare bodem gekoppelde hellingbaan (totaal 12,5 m 1) naast het multifunctionele bad (aandacht voor een voldoende lange leuning zodat de stap over goten gebruiksvriendelijk is) die geschikt is voor het gebruik van rolstoelen; bassintrappen; voorzieningen voor de plaatsing van een tillift opgenomen; ‘plug and play’ speeltoestellen. Ter plaatse van de hellingbaan mag het perron, mits dit geen looproute betreft die intensief wordt gebruikt, een breedte hebben van minimaal 1,5 m1. De beweegbare duo bodem kan tegelijkertijd in twee hoogten staan (met een minimaal hoogteverschil van 1m 1) en is hiermee geschikt voor allerlei doelgroepen. Met het toevoegen van de aan de beweegbare bodem gekoppelde hellingbaan wordt het 22

bassin zeer toegankelijk voor de allerkleinste kinderen, senioren, bezoekers die minder goed ter been zijn en mindervaliden. Met het toevoegen van ‘plug and play’ speeltoestellen kan het bassin ook als een peuterbad worden ingericht.

Figuur 5. Indeling doelgroepenbad

Het doelgroepenbad is verder voorzien van: bergruimte exploitant; werkkast; enkel toilet geschikt voor kinderen en ouderen/volwassenen (eveneens dichtbij peuterbad gesitueerd); aan de muziekinstallatie gekoppelde RGBW-verlichting met boven water minimaal 16 spots en onder water minimaal 8 onderwaterlampen; Tussen het doelgroepenbad en het multifunctioneel deel wordt een gecombineerde badmeesterpost en EHBO ruimte (voor minimaal 6 lesgevers) gesitueerd, deze is bereikbaar vanuit de schone voetgang van het kleedkamergebied en vanuit beide zwemzalen. De ruimte is eveneens geschikt als instructieruimte voor de diverse zwemsporten. De ruimte is verder voorzien van: twee (tijdelijke) werkplekken; een wastafel met een hendelkraan en een laaggeplaatste voetwasbak die beiden voorzien zijn van warm- en koud water; een persluchtaansluiting (8 bar) met slanghaspel (automatisch oprolbaar en te reduceren) ten behoeve van het opblazen van plastic (drijf)attributen (zwembandjes, grote drijfelementen, enz.). De opstelplaats persluchtcompressor in de technische ruimte; multimediale voorzieningen ten behoeve van presentaties/ digitale besprekingen bedieningen voor geluid (bekabeling en bluetooth), (disco)verlichting en zicht/zonwering; bedieningspaneel voor de recreatieve elementen en de doucheruimten.

In het doelgroepenbad dient aan minimaal één volledige langszijde vaste zitbanken te worden gerealiseerd voor 50 zwemmers.

4.4.9

Kruipruimtes, technische ruimtes en buffers

Ten behoeve van het huisvesten van de technische installaties (gebouwgebonden en procesinstallaties) en de technische processen zelf dienen de benodigde ruimtes opgenomen te worden. Indien kruipruimtes worden toegepast, dient de hoogte in de kruipruimtes minimaal 70 cm. te bedragen. Kruipruimtes waar installatiedelen (waaronder afvoeren) aanwezig zijn dienen ten alle tijde bereikbaar te zijn. In dat geval dient de gehele

23

kruipruimte toegankelijk te zijn: indien installatiedelen in de betreffende kruipruimte de toegankelijkheid beperken, dient de toegang aan de andere zijde via een andere wijze gegarandeerd te zijn (omheen, onderdoor of via een andere toegang). Technische ruimtes opnemen ten behoeve van: Ontvangstruimte warmtenet (ontvangststation, warmtemeter, primaire warmtewisselaar). De afmetingen en voorzieningen van/voor deze ruimte dienen te voldoen aan de, door de netbeheerder, te eisen specificaties: in de buitengevel zal een directe toegang bevinden tot de technische ruimte warmte op maaiveld/straatniveau; de ruimte is tot aan de toegangsdeur bereikbaar met een auto vanaf de openbare weg; de toegangsweg is verhard (inrichting openbare ruimte) de toegangsdeur is een naar buiten openende industriële buitendeur; vóór de toegangsdeur wordt een zone vrijgehouden zodat deuren zonder risico geopend kunnen worden (inrichting openbare ruimte); de technische ruimte is alleen bedoeld als opstellingsplaats van het afleverstation en wordt niet gebruikt voor andere doeleinden. Ook de klantinstallatie mag niet in dezelfde ruimte staan; de ruimte is na inbedrijfstelling van het warmte afleverstation alleen toegankelijk voor personen die de veiligheidsrisico’s van het betreden van de ruimte kennen of een VEWA aanwijzing hebben; de technische ruimte zal zich bevinden op de begane grond zit.

Hierbij dient onder maaiveld rekening gehouden te worden met de buigstraal van de warmteleiding (afhankelijk van de benodigde diameter, maar minimaal 800 mm); benodigde diameter leiding is afhankelijk van het gevraagde thermische vermogen. Details hierover dient in overleg met netbeheerder afgestemd te worden; in de technische ruimte zullen 2 warmteleidingen (aanvoer- en retourleiding) komen, materiaal ST/PUR/PE, inclusief een glasvezelmantelbuis; de warmteleidingen worden niet in het beton gestort, er dient een sparing of mantelbuis aanwezig te zijn om de warmteleidingen in te kunnen voeren; de warmteleidingen zullen een vast punt constructie krijgen, afgemonteerd aan gevel of vloer. Benodigde voorzieningen hierover dient in overleg met netbeheerder afgestemd te worden; de lekdetectiekabel, welke in de ST/PUR/PE leiding zit, zal in een schutbuis geplaatst worden tot het meetpunt. Dit meetpunt zal binnen in de technische ruimte zijn. Het meetpunt ligt tussen 0,7 en 1,5 meter hoogte van het vloerpeil en dient goed bereikbaar te zijn voor netbeheerder; de oppervlakte van de technische ruimte als ook de dagmaat van de buitendeur is afhankelijk van gevraagde thermisch vermogen. Het benodigde thermisch vermogen is afhankelijk van de warmtevraag van de binnen installatie van het zwembad.

Deze eisen zijn vooralsnog niet bekend en dienen in overleg met netbeheerder afgestemd te worden: Naast dat thermisch vermogen een bepalende factor is van de grootte van de technische ruimte moet er ook een keuze gemaakt worden wat voor een soort afleverstation er gaat komen. Hier in kent men 2 smaken; een WAS (warmteafleverstation) of een WOS (warmteoverdrachtstation). Bij een WAS plaatst de netbeheerder alleen een warmtewisselaar. De gebouwbeheerder/klant is dan zelf verantwoordelijk voor het drukverschil en rustdruk in zijn eigen leidingnet (binnen installatie). Een WOS wordt geplaatst als de netbeheerder de warmte overdraagt middels een wisselaar en het drukverschil en de rustdruk levert voor het leidingnet van de klant. In nieuwbouwprojecten wordt vaak een WAS installatie geplaatst. Maar deze keuze is altijd een resultaat van het ontwerpproces vanuit de klant (in deze het nieuwe zwembad). Afhankelijk van het ontwerp (detailinformatie komende uit ontwerp en warmtevraag) kan het nog alle kanten op kan gaan. ten aanzien van de inrichting van de technische ruimte (zoals de vloer, wanden, sparingen, muurdoorvoeren, deuren, plafond, ruimtetemperatuur & ventilatie en geluid) zijn de eisen vooralsnog niet bekend en dienen in overleg met netbeheerder afgestemd te worden.

Deze kunnen meer in detail gecommuniceerd worden als er meer duidelijk is over gevraagde thermisch vermogen en soort afleverstation. ten aanzien van voorzieningen in de technische ruimte dient uitgegaan te worden van: verlichting (algemeen en noodverlichting); aarding; 4 stuks wandcontactdoos 230V; afvoerput water; mantelbuis naar buiten t.b.v. (externe) data; 24

mantelbuis inpandig t.b.v. data. er wordt niet voorzien in een wateraansluiting, omdat de ruimte niet toegankelijk is en er wel Legionella beheer uitgevoerd moet worden; ten aanzien van voorzieningen in de technische ruimte (zoals de elektrische installatie, wandcontactdoos, verlichting, aarding, afvoer van water, mantelbuizen en wateraansluiting) zijn de eisen vooralsnog niet bekend en dienen in overleg met netbeheerder afgestemd te worden; transformatorruimte/MS station: dient te voldoen aan de eisen van de netbeheerder (Liander), zie ook bijlage 1, par. 61; De zoutelektrolyse dient in een separate, goed geventileerde, ruimte opgesteld te zijn. Deze ruimte dient vanaf buiten (maaiveld) direct bereikbaar te zijn; filterruimte/omloopgang: rondom de bassins dienen alle wanden volledig bereikbaar te zijn middels een ‘omloopgang. Bufferruimtes ten behoeve van het bassin mogen aan een derde wand grenzen en de vierde wand mag bereikbaar zijn middels een kruipruimte. filterruimte/technische ruimtes op maaiveldniveau dienen voorzien te zijn van voldoende vuilwaterputten (minimale afmeting: 500 x 500 x 500 mm., voorzien van kunststof of stalen deksel; technische ruimtes op verdiepingsniveau (eerste of tweede verdieping) dienen voorzien te zijn van schrobputten/vuilwaterputten (niet bouwkundig); bufferruimtes ((evt.

schoonwaterbuffer), WZ-buffer, vuilwaterbuffer, hemelwaterbuffer) dienen voorzien te zijn van een inspectieluik met een minimale (netto) doorlaat van 600 mm. en een transparante deksel, een betegeld deel wand van circa 1,5 m² tegenover het transparante luik (0,50 meter breed, volledige hoogte buffer).

4.4.10

Parkeren

Fiets en auto parkeren dient door de gemeente nader te worden bepaald.

25

Bijlage 1

Technisch Programma van Eisen

26

Technisch Programma van Eisen

Zwembad Noord Gemeente Haarlem

7 maart 2024

Technische eisen De technische eisen opgenomen in dit hoofdstuk zijn gerubriceerd conform de Elementenmethode, ‘Tabel 1’, gerubriceerd. Om te voorkomen dat het zwembad in een gat komt te staan is het (advies) vloerpeil XX+ NAP. 10

FUNDERINGEN

11

Bodemvoorzieningen

Het projectgebied bevindt zich naast ten zuiden van zwembad De Planeet. Het wordt gerealiseerd op het huidige trainingsveld van voetbalvereniging Edo, dat in het verlengde aan de Planetenlaan ligt. Hiervoor zal het trainingsveld van EDO worden heringedeeld. Het bouwterrein wordt bouwrijp opgeleverd door de Gemeente Haarlem. Boven- en ondergrondse bouwwerken en infrastructuur zullen verwijderd zijn, alsmede begroeiing (bomen en struiken). Het terrein wordt aangeleverd op peilmaat XX+NAP. ON dient zorg te dragen voor ontgravingen, afvoer en/of tijdelijke opslag van grond, eventuele grondverbeteringen, bron- of drainagebemalingen, tijdelijke of permanente stut- of beschermmaatregelen (bijvoorbeeld damwanden), en overige bodemvoorzieningen. Uitkomende grond als gevolg van ontgravingen tijdens de uitvoeringsfase dient te worden afgevoerd. 12

Vloeren op grondslag

Het toepassen van vloeren op grondslag rond bassins en onder ruimtes waar water- en rioleringsinstallaties zijn toegepast, is niet toegestaan. De ruimte onder de perrons rond de bassins, alsmede de ruimtes onder toiletruimtes, doucheruimtes, etc. dienen bereikbaar en beschikbaar te zijn (kruipruimtes). Overige vloeren, waaronder bassin- of keldervloeren mogen als vloeren op vaste grondslag uitgevoerd worden. Daar waar vloeren op grondslag worden toegepast, bijvoorbeeld kelder- en bassinvloeren, dienen deze vorstvrij aangelegd te worden (één geheel met de fundering te hebben (binnen-buiten), dan wel voorzien te zijn van een vorstrand, dan wel dieper in het gebouw of dieper in de grond (kelders). Vloeren op grondslag dienen te worden uitgevoerd als geïsoleerde vloerplaat met een verloren bekisting (isolatiemateriaal). Het toepassen van vloeren op grondslag (zonder kruipruimte) op maaiveldniveau dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen. 13

Funderingsconstructies

Funderingsconstructies dienen volgens opgave van de constructeur te worden uitgevoerd en de voorgestelde uitvoeringswijze dient te worden voorgelegd aan opdrachtgever. Uitgangspunt is altijd gewapend betonconstructies. Toepassing van stampbetonfundering is niet toegestaan. Funderingsbalken dienen geïsoleerd te worden uitgevoerd. Bassin- en keldervloeren mogen worden uitgevoerd als (constructieve) ‘vloeren op zand’ of dragend op palen (afhankelijk van berekening constructeur). Deze vloeren hebben dan geen kruipruimte. Vloeren op zand dienen volledig geïsoleerd uitgevoerd te worden, waarbij de isolatie als verloren bekisting mag functioneren. De toe te passen isolatie dient geschikt te zijn voor het beoogde gebruik, dient vormvast en waterbestendig te zijn en de isolerende minimale waarde te behouden gedurende de gebruiksperiode van het gebouw. Aansluiting van betonnen vloeren en wanden in kelders, bassins en buffers dienen, naast de waterdichte aansluiting, voorzien te zijn van een meegestorte injectieslang, zodat eventuele lekkage later eenvoudiger opgelost kan worden.

2

14

Paalfunderingen

Toepassing van paalfunderingen, op grond van de interpretatie van de draagkracht van de grond, in combinatie met de beoogde belastingen, volgens opgave van de constructeur. Paalfunderingen uitvoeren als in de grond gevormde palen. Heiwerk is toegestaan. 20

BOUWKUNDIGE VOORZIENINGEN - RUWBOUW

21

Buitenwanden

Buitenwanden dienen vanaf funderingen tot minimaal 450 mm.+ perrons uitgevoerd te worden als massief, steenachtig materiaal (binnen- en buitenzijde). Toepassing van kalkzandsteen is niet toegestaan. Grondkerende wanden (kelderwanden, bassinwanden, bufferwanden) mogen aan de buitenzijde voorzien zijn van isolatie en zijn daarmee aan de buitenzijde niet steenachtig. Ter plaatse van de entree (primair) en de uitgang(/ingang) van de ontmoetingsruimten dient over een breedte van minimaal 5,0 meter en 2,60 meter hoogte eveneens steenachtig materiaal te worden toegepast (behoudens buitenwandopening). De materialisatie van de buitenwanden (buitenspouwblad en binnenspouwblad) vanaf 450+perron is ter keuze/ontwerp aan de ON, waarbij de kwaliteit als genoemd in par. 2.4 leidend is. Buitenwanden dienen thermisch geïsoleerd te zijn met een minimale isolatiewaarde van 8,0 m²K/W, ongeacht een eventuele andere (lagere) waarde uit een BENG of EPC berekening. Het toe te passen isolatiemateriaal dient geschikt te zijn voor het beoogde gebruik en dient vormvast te zijn en de isolerende minimale waarde te behouden gedurende de gebruiksperiode van het gebouw. 22

Binnenwanden

Binnenwanden rondom bassins en doucheruimtes of andere vochtbelaste ruimtes dienen uitgevoerd te worden in beton- of baksteen of gelijkwaardig. Binnenwanden mogen voorzien worden van akoestische voorzieningen (absorptie), indien nodig. Overige binnenwanden mogen worden uitgevoerd in een ander materiaal, als (bijvoorbeeld) metal-stud. 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14198669/1