2 Bijlage 1 Regionaal Actieplan Dakloosheid I regionale strategie
Tekst van het document
Regionaal Actieplan Dakloosheid I. Veranderstrategie Wonen Eerst 1 mei 2025
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
2.
Samenvatting
5
2.1 Huidige situatie
5
2.2 Transformatie
5
2.3 Opgave
6
Stroomschema Wonen Eerst
8
3.1 Doelgroep
9
3.
3.1.1 Triage
9
3.1.2 Wet maatschappelijke ondersteuning
9
3.1.3 Huisvestingsvraag
9
3.1.4 Zelfredzaamheidscriterium
9
3.1.5 Ontregeling, overlast en ernstige problematiek
10
3.1.6 Amerikaans model
10
3.1.7 Kortdurende maatschappelijke opvang
10
3.2 Kinderen in de opvang
10
4. Veranderopgave Wonen Eerst
12
4.1 Preventie
12
4.2 Instroom is uitstroom
12
4.3 Wonen eerst als methodiek
13
4.4 Woonoplossingen
14
4.4.1 Verbeteren Pact voor Uitstroom en Opstapregeling
14
4.4.2 Woonvariatie
14
4.4.3 Tijdelijke mogelijkheden
16
4.5 Terugdringen, afbouw en ombouw grootschalige opvang
17
4.5.1 Ombouw grootschalige locaties
17
4.5.2 Kleinschalige locaties in de regio
17
4.5.3 Kansen voor ombouw
18
4.6 Zorg en ondersteuning in leefbare wijken
18
2
4.7 Eigenaarschap en commitment
19
4.8 Communicatie
19
5. Transformatie opvanglocaties
20
5.1 Uitgangspunten
20
5.2 Scenario's
21
6 Sturing en implementatie
22
6.1 Governance
22
6.2 Financiering
22
6.3 Wonen eerst als methodiek
23
3
1.
Inleiding Het Regionaal Actieplan Dakloosheid omvat de veranderstrategie van de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer (hierna: de regio) ten aanzien van de beweging van opvang naar wonen eerst. Deze beweging is een belangrijk onderdeel uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Aan de hand van zes leidende principes zet het Nationaal Actieplan Dakloosheid in op het structureel terugdringen en beëindigen van dakloosheid. In dit eerste deel leest u de opgestelde veranderstrategie voor de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. In het tweede deel leest u de achtergrond en een nadere toelichting op deze beweging. Het Regionaal Actieplan Dakloosheid focust specifiek op de transformatie van maatschappelijke opvang naar wonen eerst. De andere vijf leidende principes uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid zijn reeds opgenomen in het beleid ten aanzien van dakloosheid dat al is vastgelegd in het beleidskader Opvang, Wonen en Herstel1, en de daarop berustende uitvoeringsprogramma's23. Hierin is aandacht voor bestaanszekerheid, preventie, hulpverlening, ervaringskennis, het verbeteren van de toegang en begeleiding. Het Regionaal Actieplan Dakloosheid is opgesteld in nauwe samenwerking met de regiogemeentes, de corporaties en maatschappelijke opvangaanbieders onder regie van centrumgemeente Haarlem.
Daarnaast is regelmatig gesproken met andere belangrijke stakeholders zoals de GGD, welzijnspartijen en Stem in de Stad. Naast organisatie- en ervaringskennis is gebruik gemaakt van verschillende relevante studies waar in de uitwerking naar verwezen zal worden. Een belangrijke pijler in de Nationale Aanpak Dakloosheid is de inbreng van ervaringskennis. Voor de uitwerking van de Regionale Aanpak Dakloosheid is gesproken met (voormalig) dakloze inwoners en de mensen die hen dagelijks ondersteunen. Ook is gebruik gemaakt van eerder onderzoek4 waarin ervaringskennis een belangrijke rol speelt. Het Regionaal Actieplan Dakloosheid omvat twee delen: Deel I Veranderstrategie - De opgave van opvang naar wonen eerst - De regionale strategie ten aanzien van opvang naar wonen eerst - Scenario's ten aanzien van om- en afbouw van locaties Deel II Achtergrond en toelichting - Een beknopte uitleg over de beweging van opvang naar wonen eerst - Een toelichting op de huidige, regionale situatie - De beweging naar wonen eerst vanuit ervaringsperspectief en maatschappelijk perspectief Het Regionaal Actieplan Dakloosheid verandert de aanpak van dakloosheid met als doel om dakloosheid fors en structureel terug te dringen in 2030 door de gezamenlijke inspanningen van inwoners, gemeentes, corporaties en zorg- en welzijnspartijen.
1 Beleidskader Opvang, Wonen en Herstel Zuid-Kennemerland, IJmond & Haarlemmermeer 2022-2027 2 Voortgangrapportage Haarlem juli 2024
3 Regionale paragraaf uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen & Herstel
4 Vijfde meting ambulantisering en regionalisering Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer,
Berendsen & Boesveldt, 2023
4
2. Samenvatting 2.1 Huidige situatie Dakloze jongeren, gezinnen en alleenstaanden die zich melden met een acute opvangvraag krijgen in de huidige situatie veelal een plek in de maatschappelijke opvang toegewezen. De maatschappelijke opvang is bedoeld voor kortdurend verblijf van maximaal drie tot zes maanden. In de huidige praktijk wachten volwassenen, jongeren én kinderen langdurig in de maatschappelijke opvang tot er een passende vervolgplek beschikbaar is. Uit onderzoek5 blijkt dat het traditionele beeld van dakloosheid niet klopt. Dakloosheid treft in tegenstelling tot het dominante beeld naast mannen ook veel vrouwen, veel jongeren onder de 27 en gezinnen met kinderen. Onze regio telt meerdere grootschalige opvanglocaties voor alleenstaanden en gezinnen én een jongerenopvang. Sommige kinderen worden geboren of worden volwassen in de maatschappelijke opvang. Verblijf van twee tot vier jaar is geen uitzondering. Een plek in de opvang kost circa €40.000 per persoon per jaar. Gedurende verblijf in de opvang leven mensen in een langdurig onzekere situatie. Dit geeft stress, verlies van privacy en autonomie en een groot risico op verergering van problematiek. Uit de praktijk en uit onderzoek blijkt dat duurzaam herstel begint met een eigen huis6.
2.2 Transformatie Nederland heeft zich gecommitteerd aan de doelstelling7 om dakloosheid uit te bannen in 2030. Deze ambitie is uitgewerkt in het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Belangrijk uitgangspunt in dit plan is de beweging van opvang naar wonen eerst. In de huidige situatie volgens het "woonladdermodel" verblijven mensen langdurig in de opvang. De systeemaanpak wonen eerst hanteert het uitgangspunt dat duurzaam herstel pas kan plaats vinden wanneer dakloosheid opgelost wordt door het bieden van een thuis8. Verschillende regio's buiten en in Nederland, waaronder Utrecht en Den Bosch, laten met deze transformatie succesvolle resultaten zien. De beweging gaat uit van: - Opvang naar wonen eerst - Centrumgemeente naar regio - Grootschalige opvang naar kleinschalige opvang - Een curatieve naar pro-actieve benadering Het Regionaal Actieplan Dakloosheid omschrijft welke acties er nodig zijn om deze transformatie in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer tot stand te brengen, door gezamenlijke inzet van gemeentes, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties. 5 Ethos telling 2024, Hogeschool Utrecht en Kansfonds, 9 oktober 2024
6 Raad van de Volksgezondheid - Herstel begint met een huis, april 2020 (NB: Waarbij huis verwijst naar
een voor de persoon passend perspectief, d.w.z. huis of plek in beschermd wonen of WLZ) 7 In de Declaration on Combatting Homelessness die op 21 juni 2021 door de 27 EU lidstaten is ondertekend, is opgenomen dat in 2030 niemand meer onvrijwillig op straat mag slapen omdat er geen veilige opvang is, het verblijf in opvanghuizen zo kort mogelijk moet duren, dakloze mensen die een zorginstelling, detentie of ziekenhuis verlaten passende huisvesting moeten krijgen, huisuitzettingen moeten worden voorkomen en niemand uit huis mag worden gezet zonder dat er een alternatief wordt geboden. 8 Waarbij thuis gelezen kan worden als: eigen huis, beschermd wonen, beschermd thuis e.d.
5
2.3 Opgave Dit eerste deel van het actieplan beschrijft de uitwerking van de veranderstrategie wonen eerst in Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Het gaat dan om enerzijds het bevorderen van woonoplossingen, en anderzijds de transformatie van maatschappelijke opvangplekken conform de uitgangspunten van wonen eerst. Het gaat daarbij om de inzet op de volgende acties: • Voorkomen van dakloosheid door inzet op preventie • Verbeteren toegangsproces Brede Centrale Toegang (BCT) • Van lokale koplopersgroep naar regionaal uitrollen Wonen eerst als methodiek • Het verbeteren van de uitstroomregelingen Pact voor Uitstroom en Opstapregeling • De inzet op structurele woonoplossingen en woonvariatie zoals gemengd wonen, woning delen en (andere) bijzondere woonvormen • Het creëren van tijdelijke (woon-)oplossingen • De ombouw van de huidige opvanglocaties ten behoeve van woonoplossingen • Zorg en ondersteuning in leefbare wijken • Gezamenlijk eigenaarschap, commitment en communicatie Deze acties leiden samen tot de transformatie van opvang naar wonen eerst in de regio.
6
7
3.
Stroomschema Wonen Eerst Om helder in beeld te brengen wat de transformatie van opvang naar wonen eerst betekent voor inwoners die zich vanwege dakloosheid melden met een (acute) opvangvraag is onderstaand stroomschema uitgewerkt. Het stroomschema geeft zicht op verschillende profielen/hulpvragen en het bijbehorend gewenst zorg- en/of woonaanbod. In het stroomschema wordt uitgegaan van een ideale (toekomst-)situatie. Het stroomschema was uitgangspunt bij het opstellen van een gezamenlijke strategie.
8
3.1 Doelgroep Mensen die zich melden bij de eigen gemeente of de Brede Centrale Toegang (BCT) vanwege dakloosheid hebben verschillende achtergronden en hulpvragen. Indien er sprake is van verminderde zelfredzaamheid verwijzen gemeentes de inwoner naar de BCT. Er kan dan bijvoorbeeld sprake zijn van schulden, psychische problemen, ontbrekend steunnetwerk, verslaving en/of psychische problemen. Vaak gaat het om een combinatie van problemen. Bij de intake vragen de toegangsmedewerker en betrokken hulpverleners alle levensgebieden uit, om breed in kaart te brengen wat er aan de hand is en wat het beste hulpaanbod of uitstroomperspectief is. 3.1.1 Triage Bij de toegang vindt triage plaats. De toegangsmedewerker onderzoekt waar iemand gezien diens situatie recht op heeft en wat passend zou zijn, rekening houden met bijvoorbeeld mate van zelfredzaamheid en woonverleden. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bieden gemeenten maatschappelijke opvang aan jongeren, gezinnen en alleenstaanden die al dan niet tijdelijk verminderd in staat zijn zich te handhaven in de samenleving. Onderdeel van de triage is daarom het onderzoek of iemand nog in staat is om eigen mogelijkheden aan te spreken, huisvesting te organiseren of bijvoorbeeld tijdelijk te verblijven in het eigen netwerk.
Indien nodig vragen de toegangsmedewerkers informatie op bij hulpverleners of andere betrokkenen. 3.1.2 Wet maatschappelijke ondersteuning In de Wmo staan de verantwoordelijkheden omschreven van gemeenten ten aanzien van inwoners die door verminderde zelfredzaamheid niet in staat zijn zelf tot een oplossing te komen voor dakloosheid. Op grond van de Wmo kunnen gemeentes maatschappelijke opvang bieden en indien passend daarna een mogelijkheid om uit te stromen naar zelfstandige huisvesting. Dit is ook de doelgroep die, indien zij zelfstandig kunnen wonen met begeleiding, in de nieuwe situatie in aanmerking komt voor Wonen eerst als methodiek. In geval van Wonen eerst als methodiek, krijgen deze mensen een woning aangeboden als oplossing in plaats van opvang. Het gaat dus om een vergelijkbare doelgroep als de huidige de uitstroomregelingen9, maar aangezien zij veel eerder in het proces een woonoplossing aangeboden krijgen, is hun problematiek vaak lichter dan in de huidige situatie en hun vertrouwen in het systeem groter. Vroegtijdig, snel en pro-actief handelen is daarom sleutel binnen de aanpak. Hiermee voorkomt Wonen eerst escalatie van problematiek tijdens (langdurig) verblijf in de maatschappelijke opvang.
3.1.3 Huisvestingsvraag Hoewel er geen wettelijke grondslag is binnen de Wmo, richt het RAD zich vanuit eenzelfde proactieve en preventieve inspanning ook op inwoners die wel zelfredzaam zijn. Zelfredzaamheid is in de huidige woningmarkt niet altijd een garantie dat mensen tijdig een tijdelijke of structurele woonoplossing kunnen realiseren. Om te voorkomen dat problematiek van inwoners met een acute huisvestingsvraag door de stressvolle omstandigheden van (dreigende) dakloosheid verergert, wordt daarom ingezet op (tijdelijke) woonoplossingen zoals Tijdelijk onder Dak, Onder de Pannen en Kamers met Aandacht. Ook het (reguliere) woonbeleid, gericht op het vergroten van de beschikbaarheid van voldoende passende en betaalbare woonruimte is gericht op alle inwoners die op zoek zijn naar passende woonruimte. 3.1.4 Zelfredzaamheidscriterium Belangrijk om te benoemen is dat de papieren werkelijkheid in de praktijk niet altijd zo zwart-wit is als geschetst. Het is daarom van groot belang dat betrokken hulpverleners laagdrempelig 9 Pact voor Uitstroom en Opstapregeling
9
beschikbaar zijn, vinger aan de pols houden en ingrijpen als nodig. Op landelijk niveau zal een onderzoek gestart worden waarin het zelfredzaamheidscriterium nader onderzocht wordt. Ook de Wet Regie op de Volkshuisvesting heeft mogelijk invloed op de geldende urgentiecriteria. De regio volgt deze actualiteiten nauwgezet maar gaat in het RAD uit van de huidige geldende criteria. 3.1.5 Ontregeling, overlast en ernstige problematiek Niet alle inwoners die zich bij de toegang melden vanwege dakloosheid zijn op dat moment in staat om zelfstandig te wonen met begeleiding. Voor sommige inwoners is sprake van (zware) ontregeling, overlast en/of ernstige problematiek. De toegang beoordeelt zorgvuldig en in overleg met specialisten welke oplossing in deze situaties het meest passend is voor een inwoner. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om beschermd wonen (Wmo of Wlz), opname in een klinische setting of bijzondere woonvormen zoals de Skaeve Huse. De uitbreiding van bijzondere woonvormen is ook onderdeel van het RAD. Vanuit het programma Grip op Onbegrip is daarnaast een onderzoek in voorbereiding naar de uitbreiding van mogelijkheden voor inwoners waarbij naast complexe problematiek ook sprake is van een veiligheidsrisico. 3.1.6 Amerikaans model Het Amerikaanse housing firstmodel richt zich op inwoners die langdurig dakloos zijn en te maken hebben met complexe problematiek.
Indien zij zelfstandig kunnen wonen, kunnen zij onder voorwaarden met begeleiding woonruimte toegewezen krijgen. Jarenlang en tot voor kort was dit model binnen de regio beschikbaar vanuit een gespecialiseerd housing firstteam. Deze specifieke werkwijze is op dit moment niet standaard meer aanwezig. De gemeentes onderzoeken samen met de corporaties en zorgaanbieders hoe en onder welke voorwaarden de toegang tot housing first hersteld kan worden. Bij housing first is sprake van onderzoekende, creatieve en gelijkwaardige begeleiding die snel op- en af kan schalen en aansluit bij wat een inwoner nodig heeft om de stap naar wonen met begeleiding te doen slagen. 3.1.7 Kortdurende maatschappelijke opvang Maatschappelijke opvang kan voor sommige mensen tijdelijk passend zijn als de hulpvraag en ondersteuningsbehoefte nog niet goed in beeld is. De maatschappelijke opvang is ook in deze situaties altijd kortdurend en gericht op uitstroom. Om dit te bevorderen zetten we in op ruimte voor privacy, autonomie en kleinschalige opvang in de regio. Naast kleinschalige locaties behouden we in de regio een (grootschaliger) locatie waar sprake is van 24-uurs begeleiding en/of toezicht. In deze locatie onderzoeken we de mogelijkheid om volledig over te gaan naar éénpersoonskamers.
3.2 Kinderen in de opvang In tegenstelling tot het publieke beeld van dakloosheid is er onder dakloze inwoners sprake van een grote verscheidenheid aan leeftijden en achtergronden. Dit blijkt ook duidelijk uit de ethos light tellingen die afgelopen jaren zijn uitgevoerd in het land10. Dakloosheid treft daarbij niet alleen alleenstaanden, maar ook geregeld jongeren en gezinnen met kinderen. Onze regio telt meerdere grootschalige opvanglocaties voor alleenstaanden en gezinnen en jongeren. Sommige kinderen worden geboren of worden volwassen in de maatschappelijke opvang. Verblijf van twee tot vier jaar is geen uitzondering.
10 Iedereen telt mee, resultaten tweede ethos light telling van dak- en thuisloosheid in 55 gemeenten,
Kansfonds en Hogeschool Utrecht, oktober 2024
10
Gedurende verblijf in de opvang leven mensen in een langdurig onzekere situatie. Dit kan stress veroorzaken, zorgen voor verlies van privacy en autonomie en vormt een risico op verergering van problematiek. De regio zet zich nadrukkelijk in om dakloosheid onder inwoners met kinderen ten alle tijden tegen te gaan. Middels Wonen eerst voorkomen of verkorten we verblijf in de opvang aanzienlijk, waarbij het streven is om opvang voor gezinnen en kinderen tot een uiterst minimum te beperken.
11
4. Veranderopgave Wonen Eerst Het veranderen van de huidige aanpak van dakloosheid naar een werkwijze conform Wonen Eerst vraagt om een grootschalige transformatie. Deze grootschalige transformatie is nodig om mensen passende zorg en huisvesting te kunnen bieden en om dakloosheid fors en structureel terug te kunnen dringen. Het huidige systeem van grootschalig en langdurig opvangen barst uit haar voegen. We gaan niet langer uit van langdurige opvang, maar zetten in op structurele oplossingen voor dakloosheid. We continueren en versterken de inzet op de volgende onderwerpen: • Voorkomen van dakloosheid door inzet op preventie • Verbeteren toegangsproces Brede Centrale Toegang (BCT) • Van lokale koplopersgroep naar regionaal uitrollen Wonen eerst als methodiek • Het verbeteren van de uitstroomregelingen Pact voor Uitstroom en Opstapregeling • De inzet op structurele woonoplossingen en woonvariatie zoals gemengd wonen, woning delen en (andere) bijzondere woonvormen • Het creëren van tijdelijke (woon-)oplossingen • Zorg en ondersteuning in leefbare wijken • De ombouw van de huidige opvanglocaties ten behoeve van woonoplossingen • Gezamenlijk eigenaarschap, commitment en communicatie In dit hoofdstuk volgt een toelichting op deze onderwerpen.
4.1 Preventie De inzet van preventie en het voorkomen van dakloosheid blijven ten allen tijde uitgangspunt. Er zijn verschillende interventies die hier aan bijdragen, zoals het aanbieden van laagdrempelige ondersteuning in de wijk, vroegsignalering schulden, preventie huisuitzettingen, netwerkinterventies zoals de steungroepenmethodiek11 en de inzet van gespecialiseerde (bemoei-) zorg. De inspanningen die de regio pleegt ten aanzien van preventie zijn vastgelegd in de lokale uitvoeringsprogramma's Opvang, Wonen en Herstel en de regionale paragraaf. In de uitvoeringsprogramma's en in de ontwikkelagenda beschermd wonen is ook het voornemen opgenomen om pauzeplekken te realiseren in de regio. Op deze pauzeplekken kan kortdurend verblijf worden geboden, bijvoorbeeld bij (dreigende) escalatie van problematiek in de wijk of een tijdelijke verslechtering van psychosociale problematiek in de eigen woning. Actie Uitvoeren inzet op preventie zoals vastgelegd in de uitvoeringsprogramma's Opvang, Wonen en Herstel (Centrum- en regiogemeentes)
4.2 Instroom is uitstroom Het terugbrengen van verblijf in de opvang tot een absoluut minimum is één van de onderdelen van wonen eerst. Door het bieden van perspectief op wonen kan verblijf in de opvang sterk beperkt of zelfs voorkomen worden. Geregeld zijn er tijdelijk mogelijkheden in het netwerk, als er concreet zicht is op een eigen woning. Als er desondanks toch opvang nodig is, dient het 11 Steungroepenmethodiek: Investeren in het eigen netwerk ter voorkoming van dakloosheid
12
uitstroomperspectief bij instroom duidelijk te zijn ("De eerste voet naar binnen, is de eerste voet naar buiten."). Om de triage bij de Brede Centrale Toegang (BCT) te verbeteren is halverwege 2024 de Wmo verordening aangepast. Ook is begin 2024 een proces in gang gezet om het onderzoek aan de toegang te verbeteren. Hiertoe wordt nauw samengewerkt door de GGD, gemeenten en opvangaanbieders. Het onderzoek bij de toegang wordt uitgebreid. Ook is aandacht voor het verbinden van de instroom aan het uitstroomperspectief en de samenhang met wonen eerst. De beweging is van belang om inwoners beter te kunnen helpen en zorgvuldiger te kunnen indiceren. Actie • Aanpassen Wmo verordening (uitgevoerd in 2024 - gemeente) • Verbeteren proces toegang BCT (Centrumgemeente)
4.3 Wonen eerst als methodiek In 2024 is in de gemeente Haarlem in samenwerking met de corporaties Ymere, Pré Wonen en Elan Wonen en de GGD en Buurts kleinschalig gestart met Wonen Eerst als methodiek. In deze aanpak krijgen 10 dakloze huishoudens op zo kort mogelijke termijn een woning toegewezen, waarmee verblijf in de opvang voorkomen of sterk beperkt wordt. Bijzonder aan de triage voor Wonen eerst als methodiek is dat ook de corporaties aansluiten bij de beoordelingstafel. In de actieve en lerende aanpak doen gemeente en partners ervaring op met wonen eerst als werkwijze om individuen te helpen volgens de uitgangspunten van Wonen eerst. Deze ervaringen leveren waardevolle lessen op voor de implementatie van Wonen eerst als methodiek in de regio. De methodiek van Wonen eerst leidt niet per definitie tot een versoepeling van de criteria voor urgentie bij dakloosheid. In deze nieuwe aanpak worden namelijk voorwaarden gesteld die gelijk zijn aan de huidige voorwaarden. Het verschil is het moment van toewijzing, dat verplaatst van het einde van een hulpverleningstraject naar het begin. De afweging of iemand hier voor in aanmerking komt wordt nog steeds in alle gevallen kritisch gemaakt door een centrale toegang waar de expertise van verschillende hulpverlenende partijen samen komt.
Bij de beweging naar wonen eerst zal onderzocht worden hoe de expertise en kunde van de corporaties ook meegenomen kan worden in deze afweging. De volgende stap in de transformatie naar Wonen Eerst is het uitrollen van de kleinschalige, tijdelijke aanpak naar een structurele, regionale aanpak. Bovendien is het regionaal organiseren van Wonen eerst als methodiek doelmatiger en efficiënter dan dit per gemeente apart te organiseren. Belangrijk is om een maatschappelijke opvangaanbieder aan te haken op de wonen eerstaanpak, zodat de expertise rondom dakloosheid geborgd is en regionale inzet mogelijk is. In de regionale paragraaf van Opvang, Wonen en Herstel is afgesproken dat de andere regiogemeentes deze aanpak ook gaan implementeren. Door de regeling niet per gemeente apart maar regionaal te implementeren middels een (tijdelijke) urgentieregeling of de huisvestingsverordening kan veel werk bespaard worden, zeker indien zoveel als mogelijk de bestaande processen en diensten benut worden. Op termijn is het streven om wonen eerst als methodiek samen te voegen met de reguliere uitstroomregeling(en). Er zijn geen aanvullende afspraken nodig ten aanzien van aantallen: De aantallen Wonen eerst vallen onder de reeds gemaakte afspraken die gemaakt zijn over aantallen in het Pact voor Uitstroom en de opstapregeling.
13
Naast de afspraken over Wonen eerst als methodiek onderzoeken de gemeentes in nauw overleg met de corporaties en zorgaanbieders wat er nodig is om de inzet van housing first vanuit het Amerikaans model te herstellen. Actie: • Start (kleinschalig) met toepassen Wonen eerst als methodiek (gestart in 2024 in Haarlem) • Stapsgewijs uitrollen Wonen eerst als methodiek door verlengen (tijdelijke) urgentieregeling Wonen Eerst met in 2025-2026 Haarlem (15), Haarlemmermeer (10) en Beverwijk en Heemskerk (8) en in 2026-2027 toevoegen Velsen (10) en Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort (10) (Let op: Aantallen in concept: samen met de regio invullen tijdens sessie 8 mei) • Uitrollen kleinschalige aanpak naar structurele, regionale aanpak in 2026/2027 (Allen) • In nauwe samenwerking onderzoeken wat er nodig is om de toegang tot housing first (Amerikaans model) in de regio te herstellen (Initiatief: Gemeente)
4.4 Woonoplossingen De uitbreiding van woonoplossingen en woonvariatie is noodzakelijk om dakloosheid effectief terug te kunnen dringen. Aanvullend op bestaande mogelijkheden en interventies zijn de volgende onderdelen van belang. 4.4.1 Verbeteren Pact voor Uitstroom en Opstapregeling Regionaal zijn afspraken vastgelegd over de beschikbaarheid van 178 woningen in ZuidKennemerland en de IJmond (Pact voor Uitstroom) en 45 woningen in de Haarlemmermeer (Opstapregeling). Voor beide regelingen is sprake van een wachttijd. Hierdoor wachten mensen langer op huisvesting dan beoogd. Het terugbrengen van deze wachttijden is van groot belang om verblijf in de maatschappelijke opvang in te korten. In 2025 start een evaluatie om te onderzoeken hoe het Pact voor Uitstroom verbeterd kan worden. Een andere interventie die hieraan kan bijdragen is het in beeld brengen van vraag en aanbod, zodat er kwalitatief en kwantitatief beter zicht is op wat voor huisvesting er nodig is in de regio. Actie: • Evalueren en bijstellen uitstroomregelingen (initiatief gemeentes) • Uitvoeren scan vraag en aanbod uitstroomregelingen (Centrumgemeente) • Aanvullend: Wat hebben corporaties hiervoor nodig? / Wat te doen met mensen die nu (langdurig) wachten/ gedurende transformatie/ voorrang geven etc? (Gemeente i.o.m.
corporaties) 4.4.2 Woonvariatie Gemengd wonen Gemengd Wonen is een woonconcept waarbij vragende en dragende bewoners bewust en duurzaam samen wonen. Er is een vaste zorgpartij die ondersteuning biedt aan kwetsbare inwoners en zorgt voor community opbouw in de woonvorm. Er is meer dan in een reguliere woonvorm aandacht voor samen wonen, elkaar leren kennen en gezamenlijke activiteiten. Bijzondere woonvormen Niet iedereen kan vanuit een situatie van dakloosheid gelijk de overstap maken naar zelfstandig wonen in een reguliere huurwoning in een woonwijk. In de opvang verblijft een groep mensen die langdurig dakloos is en kampt met meerdere problemen. Vaak is zelfstandig wonen nog een (te)
14
grote stap, maar is er ook geen zware problematiek of hulpvraag die beschermd wonen rechtvaardigt. Er zijn verschillende initiatieven in het land die aansluiten bij de woonbehoeftes van deze mensen. Ook in de regio is het van belang om bijzondere woonvormen te ontwikkelen waarbij laagdrempeligheid een belangrijke voorwaarde is. Dit voorkomt langdurige opvang en draagt bij aan het recht op huisvesting voor inwoners met een bijzondere woonvraag. Een klein deel van deze doelgroep zorgt in een reguliere woonsituatie voor onaanvaardbare overlast. Voor deze mensen zijn er regionaal ook diverse Skaeve Huse in ontwikkeling. Woning delen Op dit moment is het via de uitstroomregeling enkel mogelijk om zelfstandig te wonen. Woning delen is geen optie, terwijl dit voor sommige mensen prettiger is dan alleen wonen. Het kan bijvoorbeeld de kans op eenzaamheid verlagen en inwoners houden een oogje op elkaar. Woning delen kan ook een uitkomst zijn voor jongeren onder de 27. Initiatieven zoals de kamerverhuur van Bedrijf en Samenleving zijn hier een goed voorbeeld van, dat (regionaal) om uitbreiding vraagt. Voor woning delen kan bijvoorbeeld ingezet worden op friendscontracten en kamerverhuur.
Hospitaverhuur Het Rijk is voornemens de regelgeving rondom hospitaverhuur te versoepelen en een campagne te starten om hospitaverhuur onder de aandacht te brengen. Haarlem heeft een samenwerking met een hospi housing in voorbereiding. Midstay In Haarlemmermeer kunnen gezinnen onder bepaalde voorwaarden een tijdelijke woning huren voor twee jaar in een flexwoonlocatie van de wooncorporatie. Er is in het kader van uitstroom éénmalig een aanbod van een sociale huurwoning. Stimuleren particuliere initiatieven Bedrijf & Samenleving verhuurt sinds een aantal jaar kamers aan dak- en thuisloze jongeren in Haarlem op verschillende locaties. De jongeren krijgen een regulier huurcontract voor onbepaalde tijd en wonen samen met andere jongeren in deze woningen. Uitstroom vindt plaats middels natuurlijk verloop, wanneer de jongeren klaar zijn voor een volgende stap in hun (woon-)carrière. Deze wijze van verhuur sluit aan bij de principes van wonen eerst en draagt bij aan het creëren van verschillende vormen van huisvesting voor dak- en thuisloze mensen.
15
Actie: • Regionale afspraken over gemengd wonen (woonzorgprogramma's) • Start kleinschalige pilot woning delen in één van de gemeentes • Afspraken realisatie bijzondere woonvormen • Stimuleren van hospitaverhuur middels regionale en landelijke inzet • Stimuleren initiatieven die inzetten op het vergroten van structurele woonoplossingen voor de dakloze jongeren en volwassenen zoals Bedrijf en Samenleving Trekker: Gemeente i.s.m. corporaties 4.4.3 Tijdelijke mogelijkheden Hoewel structurele huisvesting bij voorkeur het uitgangspunt is, dragen tijdelijke initiatieven bij aan het voorkomen van opvang en dakloosheid. Ook zorgt dit voor het volledig benutten van woonruimte, leegstaande ruimtes en/of sloop-/nieuwbouwprojecten. Indien tijdelijke huisvesting bijdraagt aan het voorkomen van opvang blijft dit daarom voorlopig een belangrijke optie. Er zijn verschillende projecten die hier goed op aansluiten. De inzet van tijdelijke huisvesting kan ook bijdragen aan de transitie van opvanglocaties naar woonlocaties, indien tijdelijk overbrugging nodig is. Hiertoe kan naast onderstaande mogelijkheden ook de tijdelijke inzet van leegstaand vastgoed overwogen worden. Onder de Pannen In het project Onder de Pannen verhuren inwoners voor de periode van maximaal een jaar een kamer aan een dak-/thuisloze stads- of dorpsgenoot. In de regio is Onder de Pannen geïntroduceerd in 2021.
Het aantal matches neemt gestaag toe. Tijdelijk onder dak Tijdelijk Onder Dak regelt tijdelijke huisvesting voor zelfredzame dakloze mensen in leegstaande (sloop-) woningen van de corporaties. Zij mogen hier maximaal een jaar verblijven en krijgen in deze periode ondersteuning gericht op uitstroom naar een woonoplossing. In Haarlem worden voorbereidingen getroffen voor implementatie. Bijzonder bewoond Het project bijzonder bewoond is nog niet beschikbaar in de regio. In het project worden tijdelijk leegstaande gebouwen ingezet als woonruimte voor zelfredzame dakloze mensen. Het betreft een samenwerking tussen vastgoedeigenaren, gemeente en zorgaanbieder de Regenbooggroep. Kamers met aandacht In het project Kamers met Aandacht kunnen jongeren tijdelijk middels hospitaverhuur inwonen bij iemand die hier ruimte voor heeft in huis. Parentshouse In een parentshouse verblijven gescheiden ouders voor de periode van maximaal een jaar samen met andere gescheiden ouders. In deze periode krijgen zij hulp en ondersteuning om een structurele vervolgoplossing te vinden, bijvoorbeeld met behulp van wachttijdreductie.
16
Actie: Op de conferentie in september vullen we deze opgave gezamenlijk in: - Start met Onder de Pannen (regionaal gestart in 2021) - Start Kamers met Aandacht (start in Haarlem 2024, regio volgt?) - Start met Tijdelijk onder Dak (beoogde start in Haarlem 2025) - Het nader vastleggen van regionale afspraken over de inzet van tijdelijke initiatieven zoals Onder de Pannen en Tijdelijk onder Dak Trekker: Gemeentes
4.5 Terugdringen, afbouw en ombouw grootschalige opvang Parallel aan de inzet van wonen eerst en het vergroten van de woonvariatie staat de ombouw van de huidige verouderde werkwijze en de opbouw van voorzieningen die aansluiten bij de principes van wonen eerst. Hieronder volgt een korte toelichting. In hoofdstuk 5 zijn de uitgangspunten geschetst ten behoeve van de transformatie van locaties. 4.5.1 Ombouw grootschalige locaties Er zijn in de regio drie grootschalige locaties voor alleenstaanden, twee voor gezinnen en een redelijk grootschalige locatie voor jongeren. Het gaat om de volgende locaties12: • Velserpoort (42-47 alleenstaanden, 21 gezinsunits) • Wilhelmina (minimaal 30) • Anton Pieckhofje (34 alleenstaanden) • Spaarnezicht (22 jongvolwassenen) • MO Haarlemmermeer (30 gezinsunits) Doordat mensen langer in de opvang verblijven dan beoogd, zijn er meer plekken nodig dan wenselijk. Snellere beschikbaarheid van woonruimte is daarom een voorwaarde om de grootschalige opvang af/om te kunnen bouwen. Deze bewegingen lopen parallel aan elkaar. Vanwege de druk op de opvang zal de ombouw van grootschalige locaties altijd een precair proces blijven. Om deze verandering in gang te zetten is het echter van belang om hier duidelijke keuzes in te maken en gezamenlijk achter deze keuze te gaan staan.
In Den Bosch, voorloper in de aanpak wonen eerst, is aan de start van het proces richting wonen eerst een grootschalige opvanglocatie gesloten, mede als middel om een transformatie in gang te zetten. Dit zorgde bij aanvang voor grote druk op de overgebleven opvanglocatie en een dreigend tekort aan plekken. Door te investeren in huisvesting en andere oplossingen kon deze transformatie uiteindelijk slagen en is deze verandering een belangrijk onderdeel geweest in de transformatie naar wonen eerst. Actie: Uitwerken scenario ten aanzien van ombouw locaties (Centrumgemeente met corporaties en zorgaanbieders) 4.5.2 Kleinschalige locaties in de regio Er bestaan in de huidige situatie een aantal relatief kleine locaties in de regio: • Frans Halspanden in Haarlem (14 plekken verdeeld over 3 eengezinswoningen) • Kennemerhof in Beverwijk (11 plekken) 12 Volledig overzicht van locaties in deel II, bijlage 2
17
• Etta Palmstraat in Hoofddorp (9 plekken) Op dit moment worden deze locaties benut als doorstroomlocatie. Het doel is dat deze locaties op termijn ingezet worden als eerste opvang voor mensen uit de eigen gemeente, zodat er in alle subregio's kleinschalige opvang beschikbaar is. Opvang in de eigen gemeente is dan uitgangspunt, tenzij verblijf in een andere gemeente voor het herstel beter is. Kleinschalige opvang vindt bij voorkeur plaats in een locatie die zoveel mogelijk overeenkomt met een reguliere woonsituatie, bijvoorbeeld in een eengezinswoning. Er is sprake van privacy en autonomie door het bieden van een eigen kamer, en er zijn gedeelde voorzieningen zoals keuken en sanitair. De mensen die er verblijven zijn in staat om zonder 24/7 begeleiding te functioneren. Er is hierdoor beperkt begeleiding op de locatie aanwezig. Actie: Uitwerken scenario ten aanzien van kleinschalige locaties (Centrumgemeente en regiogemeentes) 4.5.3 Kansen voor ombouw Gezien de grote druk op het maatschappelijk vastgoed in steden en dorpen, is het uitgangspunt dat bestaande locaties zoveel als mogelijk benut worden voor de transformatie naar wonen eerst en uitbreiding van woonvariatie, in het bijzonder voor mensen die gebaat zijn bij nabijheid van zorg en ondersteuning. Er is dan geen sprake van afbouw van locaties maar van ombouw.
Binnen de huidige locaties kunnen de mogelijkheden onderzocht worden voor de uitbreiding van woonvariatie zoals omschreven in hoofdstuk 5. Actie: Op de bijeenkomst in september verdelen we de opgave ten aanzien van ombouw grootschalige locaties Benutten bestaande opvanglocaties ten behoeve van realiseren wooneenheden voor dak- en thuisloze inwoners (Gemeente i.s.m. corporaties en zorgaanbieders)
4.6 Zorg en ondersteuning in leefbare wijken Hoewel leefbaarheidsproblemen zeker niet altijd raken aan (voormalige) dakloosheid, voelen de partners zich gezamenlijk verantwoordelijk om bij te dragen aan leefbare wijken waarin iedereen prettig kan wonen. Naast de inspanningen uit het RAD worden vanuit diverse programma's inspanningen verricht om hier aan bij te dragen. Het gaat om een breed scala aan inspanningen vanuit verschillende programma's en domeinen. Het voert daarom te ver om voor de hele regio een complete opsomming op te voeren. Denk bijvoorbeeld aan verbeteringen in de fysieke ruimte en brede inspanningen vanuit de sociale basis (zoals IZA, GALA, wijkteams, bemoeizorg en andere interventies). In samenwerking met de GGZ en het veiligheidsdomein is het programma Grip op Onbegrip gestart, met daarin aandacht voor onder andere de Aanpak Voorkomen Escalatie (AVE), doorbraakkracht en het samen leren van en met elkaar (lerend netwerk). Ook vanuit de inzet op zorgzame wijken worden diverse nieuwe en innovatieve interventies opgezet. Vanuit het RAD zetten alle betrokken partijen zich in om escalatie van problematiek te voorkomen en nauw samen te werken ten behoeve van prettig samenleven en wonen.
18
Actie • Continueren inzet ten behoeve van uiteenlopende interventies en programma's voor leefbare wijken (Allen) • Partijen voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor leefbare wijken en het slagen van de aanpak, zijn bereikbaar en trekken samen op bij problemen (Allen)
4.7 Eigenaarschap en commitment Voor het structureel en fors terugdringen van dakloosheid is gezamenlijk eigenaarschap en commitment van alle partijen van groot belang. Een onderdeel van deze opgave is het in beeld krijgen van de problematiek in de eigen gemeente(s). Hiertoe kan gebruik gemaakt worden van reeds beschikbare cijfers zoals uit de GGD monitor en het Pact voor Uitstroom en de opstapregeling. Ook lokale professionals uit de bemoeizorg, wijkteams en andere voorzieningen hebben vaak goed zicht op dakloosheid in de gemeente. Op termijn is de Ethos Light telling een instrument dat kan bijdragen aan het beter in beeld krijgen van dakloosheid en de effectiviteit van oplossingen. Het terugdringen van dakloosheid is een gezamenlijke opgave waar alle partijen elkaar in nodig hebben en waar een soepele samenwerking van belang is. Investeren in het creëren en opbouwen van deze samenwerking is een voorwaarde. Dit zorgt voor korte lijnen en het gezamenlijk oplossen van problemen in het netwerk. Elke partij draagt vanuit diens eigen expertise bij. De lijnen met inwoners zijn kort, zodat het ervaringsperspectief een vanzelfsprekend onderdeel is in alle onderdelen van de aanpak. Het samenstellen van een beknopte kerngroep met toegewijde aanjagers kan bijdragen aan het inrichten van deze samenwerking.
Actie • Het uitvoeren van een regionale ethos light telling ten behoeve van het beter in beeld krijgen van de totale omvang van dakloosheid in de regio en de sturing en monitoring van de beweging naar wonen eerst (Initiator: Gemeente) • Afspraken maken over samenwerkingsstructuur en investeren in onderlinge samenwerking (Initiator: Gemeente) • Benutten ervaringsperspectief als vanzelfsprekend onderdeel van verdere uitwerking transformatie en beleid (Zorgaanbieders)
4.8 Communicatie Het vertellen van een eenduidig, gezamenlijk verhaal helpt bij het bereiken van een gemeenschappelijk doel. Communicatie is hier een belangrijk onderdeel van en helpt alle afzonderlijke partners bij het toelichten van de transformatie naar wonen eerst. Samen stellen de gemeentes een communicatiestrategie op, die de partners kan ondersteunen in het uitdragen en uitleggen van deze transformatie. De strategie maakt gebruik van een eenduidige boodschap, storytelling, het delen van positieve voorbeelden en het terugdringen van stigma. De samenwerking met inwoners die dakloosheid ervaren hebben is essentieel om dit verhaal goed, eerlijk en realistisch over te kunnen brengen. Actie • Opstellen gezamenlijke communicatiestrategie (Gemeenten)
19
5. Transformatie opvanglocaties Gezien de grote druk op het maatschappelijk vastgoed is het uitgangspunt dat bestaande locaties zoveel als mogelijk benut worden voor de transformatie naar wonen eerst. Hiertoe onderzoeken we gezamenlijk hoe we opvanglocaties kunnen transformeren naar woon- en opvanglocaties. Dit voornemen draagt bij aan de uitbreiding van woonvariatie en biedt in het bijzonder kansen voor mensen die gebaat zijn bij nabijheid van zorg en ondersteuning. Er is daarom geen sprake van afbouw van locaties maar van ombouw. In de werkgroep zijn verschillende scenario's besproken die in 2025 nader uitgewerkt dienen te worden.
5.1 Uitgangspunten De uitbreiding van woonvariatie is een belangrijk onderdeel van de beweging naar Wonen eerst. De regionale strategie zet in op het benutten van de huidige opvanglocaties ten behoeve van deze uitbreiding. In 2025 werken de partners samen een plan uit ten aanzien van de ombouw van opvangvoorzieningen. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: • Het behoud van bestaande opvanglocaties ten behoeve van de transformatie van opvang naar huisvesting. • Het transformeren van bestaande opvanglocaties naar gecombineerde opvang- en woonlocaties (bijzondere woonvormen) met nabijheid van zorg. • Het creëren van nieuwe woonoplossingen, in het bijzonder voor dakloze inwoners voor wie zelfstandig wonen in de wijk (nog) niet haalbaar is. • De afbouw van opvangplekken middels de realisatie van Wonen Eerst als systeemaanpak en het verbeteren van de uitstroomregelingen. • Het behouden van een beperkte voorraad opvangplekken ten behoeve van kortdurende opvang ter overbrugging naar wonen eerst13, passantenplekken, winternoodopvang en andere benodigde basisplekken. In dit kader volledig overstappen van meerpersoons- naar éénpersoonskamers. • Het behoud van een beperkte voorraad opvangplekken met 24/7 begeleiding en beveiliging voor kortdurende opvang.
• Het beleggen van taken en rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van de beoogde locaties waar wonen en opvang gecombineerd worden (aankoop, onderhoud, verhuur, verbouwing etc.) • Het transformeren van kleinschalige doorstroomlocaties in de regio naar kleinschalige (eerste) opvang. • Waar mogelijk vindt opvang plaats in de eigen (sub)regio Zuid-Kennemerland, IJmond of Haarlemmermeer In de volgende fase van het proces werkt een kerngroep aan de verdere uitwerking van scenario's ten aanzien van de verschillende locaties.
13 In het Actieprogramma Housing First in Haarlem is een termijn van maximaal 3 maanden van melding
BCT tot toewijzing woning opgenomen. Deze termijn wordt binnen de koplopersgroep (ruim) behaald. Opvang is soms nodig ter overbrugging, maar geregeld is verblijf in het eigen netwerk (tijdelijk) mogelijk omdat er weer een perspectief op een vervolgoplossing ontstaat.
20
5.2 Scenario's In de werkgroep zijn globaal scenario's besproken ten aanzien van de transformatie van de grootschalige opvanglocaties. Door Wonen eerst in te zetten als aanpak kan voor een deel van de huidige doelgroep opvang voorkomen worden. Dit betekent een vermindering van opvangkosten. De kosten van begeleiding en ondersteuning verschuiven in deze situatie van de opvang naar de eigen woning. In deel II van het Regionaal Actieplan Dakloosheid is aanvullende informatie opgenomen over de huidige locaties en financiële aspecten. Op termijn zorgt Wonen eerst voor een daling van de kosten voor (grootschalige) opvang. Wel is van belang om er rekening mee te houden dat de transformatie naar wonen eerst bij aanvang ook om investeringen vraagt. Alleenstaanden totaal Een eerste inschatting is dat een transformatie van locaties voor alleenstaande volwassenen (naast de andere maatregelen) op termijn zorgt voor een stapsgewijze vermindering van ongeveer 65 opvangplekken en de realisatie van ongeveer 40 woonunits binnen de bestaande locaties. Op jaarbasis kan dit een geschatte besparing van €2.600.000 opleveren, uitgaande van een gemiddelde prijs van €40.000 per opvangplek. De bekostiging van de intensieve trajectbegeleiding is niet in deze besparing meegerekend aangezien deze begeleiding verschuift naar de woning/wijk.
De te realiseren woonunits leveren huurinkomsten op waarmee de woonunits minimaal kostendekkend zijn. Gezinsopvang totaal Transformatie van locaties voor gezinsopvang kan (naast de andere maatregelen) op termijn zorgen voor een stapsgewijze vermindering van ongeveer 20 tot 30 opvangplekken. Op jaarbasis leidt dit tot een geschatte besparing van €760.000 tot €1.200.000 uitgaande van een gemiddelde prijs van €40.000 per opvangplek. De bekostiging van de intensieve trajectbegeleiding is niet in deze besparing meegerekend aangezien deze begeleiding verschuift naar de woning/wijk. Opvang jongvolwassenen totaal Vanwege de grote overlap met beschermd wonen en de huidige situatie rondom Spaarnezicht is de opgave voor de opvang jongvolwassenen op dit moment moeilijk in te schatten. Wel is ook voor de doelgroep jongvolwassenen een cultuurverandering nodig, waarbij ook voor jongeren (18+) ingezet wordt op wonen eerst als systeemaanpak. Op het gebied van wonen eerst zijn naast de systeemaanpak diverse initiatieven die bijdragen aan het terugdringen van opvang, zoals Perron18 en de jongerenhuisvesting van Bedrijf en Samenleving. Voor de transformatie van Spaarnezicht is naast Wonen eerst ook een verschuiving naar Beschermd wonen te verwachten. Actie In 2025 werken de partners in kerngroepen aan verdere uitwerking van de scenario's
21
6 Sturing en implementatie In het RAD leggen de gemeentes, corporaties en zorgaanbieders de ambitie vast om dakloosheid fors en structureel terug te dringen. In dit hoofdstuk volgt een beknopte omschrijving van de governance, financiering en organisatie van vervolgstappen.
6.1 Governance Het RAD valt onder de gezamenlijke sturing van de gemeentes, corporaties en zorgaanbieders. De stuurgroep Zo thuis mogelijk geeft sturing aan deze opgave. Belangrijke informatie over de voortgang en andere bijzonderheden worden ook gedeeld in andere relevante gremia, zoals binnen het gemeenschappelijk orgaan beschermd wonen, de aangewezen portefeuillehoudersoverleggen en de bestuurlijke overleggen met de zorgaanbieders en corporaties. Het opstellen van uitwerken van het RAD is het resultaat van een nauwe samenwerking binnen de werkgroep RAD. Om het vervolg van de opgave te vertalen naar concrete acties wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de huidige gremia zoals deze bestaande werkgroep. Met deze deelnemers wordt ook besproken welke aanvullende afspraken er nodig zijn om de uitvoering vorm te geven, zoals de vorming van subgroepen. Met het vaststellen van het RAD gaat de samenwerking een nieuwe fase in en maken we afspraken om het vervolg gezamenlijk vorm te geven. De gemeente Haarlem is centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang. De gemeente Haarlem vervult daarmee een centrale en coördinerende rol in het RAD en de uitrol van Wonen eerst als methodiek naar de regio.
De regio werkt conform de afspraken in Opvang, Wonen en Herstel als regionaal beleidskader, waarin de diverse inspanningen ten aanzien van maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn vastgelegd in de uitvoeringsprogramma's en de regionale paragraaf. Onder Opvang, Wonen en Herstel zijn ook de contractafspraken met de maatschappelijke opvang en beschermd wonenaanbieders vastgelegd. Het woonbeleid is een lokale verantwoordelijkheid van de verschillende gemeentes, in nauwe samenwerking met de regio en de corporaties. Afspraken zijn opgenomen in onder andere de prestatieafspraken met de corporaties. Ook het woonzorgprogramma is van belang. In de lokale uitwerking van het woonzorgprogramma nemen de gemeentes op welke inspanningen nodig zijn ten aanzien van wonen en zorg. Het RAD en de woonzorgagenda dienen daarom nauw op elkaar aan te sluiten. De lokale uitbreiding van woonvariatie en bijzondere woonvormen is bij voorkeur onderdeel van de woonzorgagenda.
6.2 Financiering Als centrumgemeente ontvangt de gemeente Haarlem jaarlijks een doeluitkering voor maatschappelijke opvang. Vanuit deze verantwoordelijkheid heeft de gemeente Haarlem een centrale rol in het opstellen van het RAD en in het vervolg van de uitwerking. De regionale investeringen worden grotendeels gedekt vanuit het regionale budget voor maatschappelijke opvang. Daarnaast heeft Haarlem lokaal geïnvesteerd in het Actieprogramma Housing First, waar de koplopersgroep Wonen eerst een onderdeel van was.
22
De maatschappelijke opvang en de trajectbegeleiding MO blijven onderdeel van het regionale budget. De inspanningen ten aanzien van de beschikbaarheid van voldoende passende en betaalbare huisvesting is een lokale taak waar een intensieve regionale samenwerking in plaats vindt, zowel in de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer als in de MRA regio. De gemeentes en corporaties maken naast regionale afspraken zoals in het Pact voor Uitstroom, onderling afspraken over de lokale investeringen ten behoeve van de uitbreiding van woonvariatie en bijzondere woonvormen. Een deel van de investeringen ten aanzien van bijzondere woonvormen, waar het gaat om de transformatie van (Haarlemse) opvanglocaties, is reeds benoemd in het RAD. Voor deze investeringen heeft de gemeente Haarlem een investeringsbudget gereserveerd.
6.3 Wonen eerst als methodiek Sinds juni 2024 is de gemeente Haarlem gestart met Wonen eerst als methodiek. Het betreft hiermee een bestaande aanpak waarin Haarlem ook in de doorontwikkeling en bij de uitrol naar de regio een centrale en coördinerende rol vervult. Het feit dat de centrumgemeente reeds gestart is, betekent ook dat de basis van de aanpak al staat. Het gaat bijvoorbeeld om de afspraken met de toegang en een blauwdruk voor diverse juridische en organisatorische afspraken. In de bijlagen van deel II van het RAD is de tijdelijke urgentieregeling wonen eerst opgenomen. Daarnaast organiseert Haarlem vanuit de centrumgemeentetaak aanvullende afspraken met een maatschappelijke opvangaanbieder en het bieden van regionale expertise voor de regio. Voor de regiogemeenten ligt de nadruk op het maken van lokale aanvullende afspraken met werk en inkomen, zorg, welzijn en de corporaties. De beschikbaarheid van woningen valt onder de aantallen van de bestaande regelingen Pact en de Opstapregeling en vraagt dus niet om aanvullende afspraken. In 2024 en 2025 is onder de lokale experimenteertitel in Haarlem een tijdelijke urgentieregeling Wonen eerst vastgesteld voor de periode van een jaar. Het streven is om de regeling in samenwerking met de koplopersgemeentes te verlengen, zodat in 2025-2026 de aanpak gezamenlijk doorontwikkeld kan worden.
Ten behoeve van de overige inspanningen maakt de werkgroep aanvullende afspraken, waarbij zo veel als mogelijk aangesloten wordt bij de bestaande governance, werkafspraken en gremia.
23
1 mei 2025 ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 24