CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Programmabegroting 2024-2028 (inclusief bijlagen)

commissie Bestuur 2 november 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 uur Vaststellen Programmabegroting 2024-2028 (FR)39.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Niet gevonden in dit document.

Wabo leges Afdeling Veiligheid Toezicht en Handhaving (VTH) heeft, mede naar aanleiding van een extern onderzoeksrapport en een recent uitgevoerd 213a onderzoek, de methodiek van de berekening van de leges aangepast. Verder is op basis van het Senze rapport geconstateerd dat er bij VTH te weinig formatie is om het werk goed uit te voeren. Voorgesteld wordt de formatie met circa 23 fte uit te breiden. In de aangepaste legesmethodiek zijn de adviezen uit deze onderzoeksrapporten verwerkt. Ook zijn de wijzigingen op het vergunningenstelsel voor bouwen als gevolg van de Omgevingswet opgenomen. Door een hogere toerekening van personeel, btw en overhead, in combinatie met het uitgangspunt bij de aanpassing van de legesmethodiek dat alle toerekenbare kosten worden meegenomen in de leges en dat wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid, stijgen de baten met circa € 6 miljoen. Echter, wanneer het uitgangspunt 100% kostendekkendheid voor 2024 gehanteerd wordt, betekent dit een (te) hoge lastenstijging voor burgers en ondernemers. Daarom kiest het college voor een ingroei model waarbij in 2024 wordt uitgegaan van een kostendekkendheid op hoofdstuk 1,2 en 3 van respectievelijk 77%, 80% en 50%. Een niveau waarop de hogere baten nagenoeg wegvallen tegen de hogere kosten. Wanneer dit niveau doorgroeit naar 100% kostendekkendheid, leidt dit tot een voordeel op de algemene middelen.

Programmabegroting 2024-2028

22

Bij de voorliggende Programmabegroting 2024-2028 wordt besloten over het saldo van kosten en opbrengsten voortvloeiende uit de gewijzigde methodiek, alsook de kostendekkenheid van de leges. Bij het vaststellen van de legesverordening zal een besluit over de tarieven (en de verdeling van de opbrengsten over de verschillende producten inclusief de wijze waarop eventuele kruissubsidiering zal plaatsvinden). i. Verlaging afvalstoffenheffing Het voorstel is om de lasten afval (lagere kosten afvalinzameling bij Spaarnelanden) met € 500.000 te verlagen. Door de opbrengsten met eenzelfde bedrag naar beneden bij te stellen, kunnen de tarieven ten opzichte van de Kadernota 2024 met circa 1,6% naar beneden bijgesteld van 8,1% naar 6,5%. De vaststelling van de tarieven afvalstoffenheffing vindt plaats als onderdeel van de Belastingvoorstellen 2024 die december 2023 aan de raad worden voorgelegd. Bovenstaand voorstel leidt tot een gemiddelde woonlastendaling t.o.v. Kadernota 2024 van circa € 7,- voor een meerpersoonshuishouden op het onderdeel afvalstoffenheffing.

Programmabegroting 2024-2028

23

j. Verhoging OZB Het voorstel is om de OZB opbrengsten 2024 woningen en de daaraan gekoppelde tarieven met structureel € 500.000 te verhogen. Deze verhoging komt bovenop de in de Kadernota 2024 door de raad vastgestelde verhoging van de OZB opbrengsten met 3,9% voor inflatie. De tariefsverhoging OZB komt hiermee uit op circa 5,5% in 2024 t.o.v. 2023. De vaststelling van de OZB tarieven vindt plaats als onderdeel van de Belastingvoorstellen 2024 die december 2023 aan de raad worden voorgelegd. Bovenstaand voorstel leidt tot een gemiddelde woonlastenstijging t.o.v. Kadernota 2024 van circa € 7,- voor een eigenaar woning. Per saldo betekent de daling van de ASH en de stijging van de OZB dat de gemiddelde woonlasten t.o.v. de Kadernota 2024 gelijk blijven.

Financiële positie Ontwikkeling stand algemene reserve Algemene reserve

2023

2024

2025

2026

2027

Stand per 01-01

-55.824 v

-87.914 v

3.557 n

4.852 n

-85.690 v

-98.614 v

-84.709 v

n

7.833 n

n

-40.375 v 4.728 n

n

n

n

n

n

n

n

n

0 n

-2.628 v

-12.924 v

6.071 n

5.974 n

-87.914 v

-85.690 v

-98.614 v

-84.709 v

-78.735 v

2023

2024

2025

Stand per 01-01 ###### v ###### Mutatie 3.557 n 4.852 Resultaat 2022 ###### v Resultaat 2023 (obv stand berap 23) 4.846 n Begrotingssaldo Programmabegroting 2024 0 n -6.209 Stand per 31-12 ###### v ######

v -89.153 n n n v -12.188 v #######

Mutatie Resultaat 2022 Resultaat 2023 (o.b.v. stand berap 23) Begrotingssaldo Programmabegroting 2024 Stand per 31-12

Algemene reserve

Geprognosticeerd Rekening Resultaat 2023 Geprognosticeerd rekening resultaat Begroting 2023 Voortgangsrapportage 2023 Saldo Bestuursrapportage 2023 Saldo

2023 -12.204 12.038 -166 4.894 4.728

v n v n n

Bovenstaande negatief saldo Bestuursrapportage 2023 van € 4,7 miljoen is ná € 8,9 miljoen aan voorgestelde budgetoverhevelingsvoorstellen, waarvan € 5 miljoen aan ‘klimaatmiddelen’. En na een voorgestelde dotatie van € 5 miljoen aan de reserve beschermd wonen als gevolg van onderbestedingen op zorg in 2023.

Programmabegroting 2024-2028

24

1.3 Samenvatting van baten en lasten Nr. Programmanaam

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 na wijz.

Lasten (exclusief mutaties reserves) 1 2

Maatschappelijke participatie Ondersteuning en Zorg

75.558 145.734

91.205 164.773

97.964 150.125

96.106 146.441

94.582 146.031

93.378 146.187

94.248 146.739

3 4

Werk, Inkomen en Schulden Aantrekkelijke woon-werkstad

109.434 133.933

114.124 156.553

107.358 154.982

105.385 150.689

104.612 151.553

102.827 140.017

102.126 141.882

5 6

Gezonde en duurzame stad Burger, Bestuur en Veiligheid

42.490 53.325

52.368 53.698

57.258 57.546

49.432 55.606

46.910 55.678

44.472 51.048

44.945 51.064

7

Algemene Dekkingsmiddelen & Overhead

81.202

90.526

93.652

92.904

94.157

93.440

96.659

- waarvan overhead

73.850

79.764

85.601

84.064

83.300

80.684

80.552

- waarvan vennootschapsbelasting

1.349

700

700

700

700

700

700

Totaal lasten

641.675

723.247

718.885

696.562

693.523

671.371

677.664

1

Baten (exclusief mutaties reserves) Maatschappelijke participatie

-12.132

-10.504

-13.470

-12.708

-11.410

-11.477

-11.209

2 3

Ondersteuning en Zorg Werk, Inkomen en Schulden

-21.336 -59.642

-25.654 -56.845

-3.063 -58.925

-1.603 -58.758

-3.065 -58.758

-3.058 -58.758

-3.058 -58.727

4 5

Aantrekkelijke woon-werkstad Gezonde en duurzame stad

-73.866 -42.426

-79.261 -44.560

-75.528 -53.130

-69.903 -48.725

-70.105 -45.730

-62.063 -45.632

-60.654 -46.021

6 7

Burger, Bestuur en Veiligheid -18.493 -10.500 -13.908 -13.800 -13.800 -10.510 -10.510 Algemene Dekkingsmiddelen & Overhead -479.732 -473.953 -501.516 -501.225 -472.775 -467.371 -462.446 - waarvan overhead

-13.074

-13.464

-15.457

-15.434

-15.179

-15.120

-15.120

- waarvan vennootschapsbelasting

Totaal baten

-707.626 -701.277 -719.539 -706.721 -675.643 -658.869 -652.625

1

Saldo (exclusief mutaties reserves) Maatschappelijke participatie

63.426

80.701

84.494

83.398

83.172

81.901

83.040

2 3

Ondersteuning en Zorg Werk, Inkomen en Schulden

124.398 49.792

139.119 57.279

147.062 48.433

144.838 46.627

142.966 45.854

143.130 44.069

143.682 43.399

4 5

Aantrekkelijke woon-werkstad Gezonde en duurzame stad

60.068 63

77.292 7.808

79.454 4.128

80.786 707

81.448 1.180

77.954 -1.160

81.228 -1.076

6 7

Burger, Bestuur en Veiligheid 34.832 43.198 43.638 41.806 41.878 40.538 40.554 Algemene Dekkingsmiddelen & Overhead -398.530 -383.427 -407.864 -408.321 -378.618 -373.930 -365.787 - waarvan overhead - waarvan vennootschapsbelasting

60.776

66.300

70.144

68.630

68.121

65.564

65.431

1.349

700

700

700

700

700

700

Totaal saldo

-65.951

21.970

-654

-10.159

17.880

12.502

25.040

Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves

58.581 -41.645

41.264 -63.400

10.674 -16.229

33.005 -35.033

3.738 -13.903

1.201 -6.068

1.201 -6.608

Totaal saldo incl. mutaties reserves

-49.015

-166

-6.209

-12.188

7.715

7.634

19.632

Een '-' (negatief saldo) is voordelig.

Programmabegroting 2024-2028

25

1.3.1 Structureel begrotingssaldo Presentatie van het structureel begrotingssaldo

2024

2025

2026

2027

2028

Saldo baten en lasten

-654

-10.159

17.880

12.502

25.040

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-5.555

-2.028

-10.165

-4.867

-5.407

Begrotingssaldo na bestemming

-6.209

-12.188

7.715

7.634

19.632

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

-6.355

-3.411

-11.076

-5.867

-6.613

146

-8.777

18.791

13.501

26.245

Begroting Lasten

Begroting Baten

Begroting Saldo

1 Maatschappelijke participatie

97.964

-13.470

84.494

2 Ondersteuning en Zorg

150.125

-3.063

147.062

3 Werk, Inkomen en Schulden

107.358

-58.925

48.433

4 Aantrekkelijke woon-werkstad

154.982

-58.188

96.795

5 Gezonde en duurzame stad

57.258

-53.130

4.129

6 Burger, Bestuur en Veiligheid

56.949

-13.546

43.404

7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead

6.298

-509

5.789

a Lokale heffingen

-72.125

-72.125

b Algemene uitkering

-429.732

-429.732

-1.000

-1.000

-397

828

Structureel begrotingssaldo

1.4 Financiële positie Overzicht van baten en lasten 2024 Overzicht van baten en lasten 2024 op onderdelen A. Programmakosten

B. Algemene dekkingsmiddelen

c Dividend d Saldo financieringsfunctie

1.224

e Overige algemene dekkingsmiddelen C. Onvoorziene uitgaven Onvoorziene uitgaven

426

426

D. Overhead Overhead

85.601

-15.457

70.144

E. Vennootschapsbelasting Vennootschapsbelasting Saldo exclusief reservemutaties Toevoegingen en onttrekkingen reserves Totaal inclusief reservemutaties

Programmabegroting 2024-2028

700

700

718.885

-719.542

-653

10.674

-16.229

-5.555

729.559

-735.771

-6.209

26

Geprognosticeerde balans Activa (stand per ultimo)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Vaste activa

735.393

781.175

843.925

902.763

958.077

1.006.926

(Im)materiële vaste activa

706.429

752.266

815.072

873.966

929.335

978.240

Financiële vaste activa

28.964

28.908

28.853

28.797

28.742

28.686

Vlottende activa

113.534

112.939

110.066

104.032

100.180

100.209

Voorraden

11.171

10.576

7.703

1.669

-2.183

-2.154

Uitzettingen met looptijd < 1 jaar

55.784

55.784

55.784

55.784

55.784

55.784

226

226

226

226

226

226

Overige vlottende activa

46.353

46.353

46.353

46.353

46.353

46.353

Totaal activa

848.927

894.113

953.991

1.006.795

1.058.257

1.107.135

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Vaste passiva

683.995

729.181

789.059

841.863

893.325

942.203

Algemene reserves

92.643

87.791

87.791

79.958

79.958

79.958

Bestemmingsreserves

148.633

147.930

145.901

143.569

138.702

133.295

Liquide middelen

Passiva (stand per ultimo)

Saldo van baten en lasten

166

6.375

18.562

10.848

3.213

-16.419

Voorzieningen

24.044

26.146

28.248

30.350

32.452

32.993

Vaste schulden

418.510

460.940

508.557

577.138

638.999

712.377

Vlottende passiva

164.932

164.932

164.932

164.932

164.932

164.932

Netto vlottende schuld met looptijd < 1 jaar

84.937

84.937

84.937

84.937

84.937

84.937

Overlopende passiva

79.995

79.995

79.995

79.995

79.995

79.995

Totaal passiva

848.927

894.113

953.991

1.006.795

1.058.257

1.107.135

Ontwikkeling EMU-saldo 2023 1 2

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves zie BBV, artikel 17c) Mutaties (im)materiële vaste activa

3 4

Mutaties voorzieningen Mutaties voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

5

Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa

Programmabegroting 2024-2028

2024

2025

-21.970

654

10.159

-33.890 2.097

-45.837 2.102

-62.805 2.102

-12.465

595

2.872

-66.228

--42486

-47.672

27

Uitkomsten investeringsplan De volgende zaken zijn meegenomen als mutaties ten opzichte van de Kadernota 2024: • Reeds besloten ophogingen van investeringsposten of nieuwe investeringen; • Actualiseren van investeringsplanningen; • Tevens is een voorstel bijgevoegd voor aanvullende investeringen. In het onderstaande overzicht is aangegeven wat qua investeringsvolumes het verschil is tussen het investeringsplan op hoofdlijnen bij de Kadernota 2024 en dat uit deze programmabegroting. De bij deze programmabegroting nog te nemen besluiten over aanvullende investeringen zijn nog niet in onderstaande saldi verwerkt. Investeringsplan totaal

2023 79.546 70.649 -8.897

Kadernota 2024 Programmabegroting 2024 Mutatie

2024 114.986 120.849 5.863

2025 109.857 112.514 2.657

2026 128.310 136.976 8.666

2027 165.774 158.094 -7.680

Ontwikkeling schuld De vaste schuld is het totaal van langlopende leningen die de gemeente is aangegaan. In de Jaarrekening 2022 is de vaste schuldpositie geëindigd op € 392 miljoen. De prognose van de vaste schuld per eind 2023 is € 418 miljoen. In onderstaande tabel is te zien dat de verwachte schuld de komende jaren stijgt en naar verwachting € 712 miljoen bedraagt eind 2028. Deze stijging komt voornamelijk door de (extra) investeringen in de stad. Meer informatie over de schuldpositie van de gemeente is te vinden in de paragraaf 3.4 Financiering. Verloop van de vaste schuld

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand vaste schuld per 1 januari

392

418

461

509

577

639

Bij (nieuw aan te trekken)

88

92

63

89

97

103

Af (af te lossen)

62

50

15

20

35

30

Stand vaste schuld per 31 december

418

461

509

577

639

712

Uitkomst weerstandsvermogen Om de financiële gevolgen die samenhangen met bepaalde risico’s te kunnen opvangen houdt de gemeente weerstandscapaciteit aan. Op basis van een risico-inventarisatie binnen de organisatie wordt een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie berekent hoeveel weerstandscapaciteit nodig is om het totaal aan (financiële) risico’s te kunnen dekken. Dit wordt weergegeven door het weerstandsvermogen. Meer informatie over het weerstandsvermogen van de gemeente is te vinden in de paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Ontwikkeling kengetallen

Rek.2020

Begr. 2022

Rek.2021

Begr. 2023

Rek.2022

Begr. 2024

1,9

2,1

2,3

2,9

3,3

3,7

Weerstandsratio

Ontwikkeling woonlasten De lokale lastendruk wordt bepaald door de tarieven van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de navolgende tabel is de opbouw van de lokale lastendruk in Haarlem in 2024 ten opzichte van 2023 inzichtelijk gemaakt. Voor huurwoningen is alleen de hoogte van de afvalstoffenheffing bepalend, aangezien bewoners hiervan niet worden aangeslagen voor OZB en rioolheffing. De lokale lastendruk stijgt in 2024 in absolute zin met afgerond € 58 van € 1.005 naar € 1.063 per meerpersoonshuishouden. Een stijging van afgerond 5,8%.

Programmabegroting 2024-2028

28

Lokale lastendruk in euro's voor een meerpersoonshuishouding

2022

2023

2024

Rioolheffing

151

156

167

OZB eigenarendeel

405

423

443

Afvalstoffenheffing

413

426

453

Totaal

969

1.005

1.063

Index t.o.v. 2023

105,8%

1.5 Taakstellingen In eerdere programmabegrotingen zijn taakstellingen (lees: bezuinigingen) opgenomen. Dat is in deze Programmabegroting 2024-2028 niet het geval. In het licht van de ontwikkelingen in het financieel kader, waarin vanaf 2026 negatieve jaarschijven worden verwacht, zal het college richting Kadernota 2025 een proces van bezuinigingen/prioritering inzetten.

1.6 Investeringen 1.6.1 Actualisatie van het Investeringsplan Realistisch plannen van voorgenomen investeringen In dit Investeringsplan 2023-2028 (verder: Investeringsplan) zijn alle investeringen die reeds waren opgenomen bij de Programmabegroting 2023-2027 en de investeringen die zijn toegevoegd en/of opgehoogd bij de Kadernota 2024, op basis van de meest recente planningen, waar nodig opnieuw in de tijd gezet. De gemeente maakt zich zorgen over de voortgang van sommige projecten door de geldende stikstof- wetgeving. Die kan veel invloed hebben op de projecten die nog geen vergunning hebben. Deze invloed werkt twee kanten op: een hogere kostprijs en een langere doorlooptijd. De prijs kan beïnvloed worden doordat er elektrisch materieel ingezet moet worden om aan de stikstof-regels te kunnen voldoen. Dat is zeer schaars aanwezig en stuwt de prijs daardoor omhoog. Ultimo kan het zelfs zo zijn dat projecten niet door kunnen gaan. De organisatie werkt op dit moment aan een notitie om de gevolgen van de stikstofregelgeving scherp in kaart te krijgen. De verwachting is dat deze notitie eind dit jaar geagendeerd wordt voor de raad. Het bedrag aan investeringen dat kan worden uitgevoerd binnen het financiële kader van een maximale netto schuldquote (NSQ) van 120% en (met name) een structureel sluitende begroting is beperkt.

Als investeringen worden gepland maar niet of niet tijdig worden uitgevoerd, wordt er ten onrechte schaarse investeringsruimte geclaimd binnen het kader. Daarom is er extra goed gekeken naar het realisme van de planningen. Met de kennis over de voortgang van investeringen tot medio 2023 is opnieuw gekeken naar de planning van investeringen voor 2023 en verder. Dit heeft geleid tot een bijgestelde planning van investeringen over de jaren. Reeds verwerkte mutaties Kadernota 2024 en Bestuursrapportage 2023 In en bij de behandeling van de Kadernota 2024 en de Bestuursrapportage 2023 zijn enkele besluiten aangekondigd of al genomen over investeringen. De volgende wijzigingen zijn nu in het Investeringsplan verwerkt.

Programmabegroting 2024-2028

29

Ip-nr.

Investering

81.28 DRZ.01 OR.031 OR.032 div. FTS.01 FTS.02 OR.024 77.01 77.01

Vervanging sportvelden Verv. Sportv (dekking duurzaamh) Speeltoestellen (amendement) Bomen herplanten (amendement) Houtplein (Bestuursrapportage) Actieplan fiets Fietsenstalling Houtplein Veiligheid Reinaldapark Gymzaal Wijzer Gymzaal Wijzer (bijdr. Derden) Totaal

Mutatie 2023

100 100 400

60 70 -70 660

Mutatie 2024 2.917 -276 450 450 550 -600 600

Mutatie 2025 2.315 -276 450 450

Mutatie 2026 1.765 -276

Mutatie 2027 1.715 -276

Totale mutatie 8.712 -1.104 1.000 1.000 950 -600 600 60 70 -70

4.091

2.939

1.489

1.439

10.618

Vervangingsinvesteringen sportvelden (Kadernota 2024) In de Kadernota 2024 is aangekondigd dat de jaarlijkse reserveringen voor de vervangingsinvesteringen van sportvelden (onderbouw en toplagen) naar verwachting niet toereikend zijn om de vervangingsopgave voor de komende jaren te dekken. Dit komt mede door sterk toegenomen kosten van deze investeringen. In de aanloop naar de programmabegroting is de aangekondigde nadere analyse gemaakt naar de onderliggende redenen van de prijsstijgingen en de noodzakelijkheid hiervan. Hieruit is gebleken dat velden alleen worden vervangen wanneer dit nodig is op basis van de technische kwaliteit. De bestaande investeringsposten hebben onvoldoende omvang voor het doen van deze vervangingen, als gevolg van prijsstijgingen en strengere milieueisen die aan kunstgras velden worden gesteld. Het niet tijdig vervangen van de velden zou er toe leiden dat deze technisch worden afgekeurd en niet meer bruikbaar zijn. De ophoging van de stelposten voor de vervanging van sportvelden met € 8,7 miljoen wordt daarom als onvermijdelijk beschouwd en in het Investeringsplan verwerkt. Omdat bij de vervanging van de velden kurk als infill materiaal wordt gebruikt ter vervanging van rubber en microplastics draagt de vervanging bij aan de gemeentelijke duurzaamheid doelstellingen.

Daarom wordt de investering voor deze duurzame component gedekt vanuit de stelpost duurzaamheid voor een bedrag van € 276.000 per jaar. Speeltoestellen (Kadernota 2024) Bij de behandeling van de Kadernota 2024 is amendement 67 bis ‘€ 1 miljoen om samen speeltoestellen te plaatsen of op te knappen’ aangenomen. Dit amendement komt voort uit de behoefte aan het plaatsen of opknappen van speeltoestellen in diverse wijken en buurten en de overweging dat de openbare ruimte meer en beter gebruikt kan worden door het toevoegen van o.a. speeltoestellen, schaaktafels en sporttoestellen. Door het plaatsen of opknappen van speeltoestellen worden de samenhang en participatie in de buurt of wijk vergroot. Hiervoor is € 1 miljoen gereserveerd, te onttrekken aan de algemene reserve. Omdat het plaatsen van speeltoestellen in een besluit van deze omvang als investering moet worden aangemerkt en geadministreerd, is dit bedrag opgenomen in het Investeringsplan. Herplanten van bomen (Kadernota 2024) Bij de behandeling van de Kadernota 2024 is amendement 68 ‘Bomen direct herplanten’ aangenomen. In dit amendement constateert de raad dat storm Poly veel schade heeft veroorzaakt in Haarlem en er veel bomen zijn omgewaaid die niet meer gered konden worden en dus zijn gerooid.

Hoewel de veiligheid van onze inwoners hiermee gebaat is, hebben de leefbaarheid, de bomenspiegel en de Haarlemse ambitie om de stad verder te vergroenen en het aantal bomen te laten groeien daarmee een stap achteruit gezet. Omdat de ambitie van Haarlem om meer bomen te hebben dan in het voorgaande jaar onveranderd is en er met de ‘setback’ van storm Poly extra geld benodigd zal zijn om de schade snel te herstellen heeft de raad besloten een aanvullend krediet vrij te geven voor een bomenherplantfonds, om omgewaaide bomen tijdens o.a. Storm Poly te kunnen Programmabegroting 2024-2028

30

vervangen, van € 1 miljoen ten laste van de algemene reserve. Ook dit bedrag is in het Investeringsplan opgenomen. Houtplein (Bestuursrapportage 2023) Er vinden kostenstijgingen plaats door een langere doorlooptijd van het werk en prijsstijgingen. De kostenstijging als gevolg van de stijgende marktprijzen is reeds afgedekt in de Kadernota 2024. Daarnaast is ook aanvullend budget nodig voor andere tegenvallers. Door vertraging in het werk zijn de kosten met € 950.000 gestegen. Hiervoor is IP post GOB.62 (Houtplein) met € 850.000 opgehoogd en IP post 63.19 (riolering) met € 100.000. Fietsenstalling Houtplein (Bestuursrapportage 2023) De aanleg van de entree naar de fietsenstalling is een technisch complex werk. In overleg met experts is de uitvoeringswijze aangepast om risico’s te beperken. Dit leidt tot hogere kosten. Hiervoor is een bedrag van € 600.000 verschoven vanaf IP post FTS.01 ‘actieplan fiets’ naar IP post FTS.02 ‘fietsenstalling Houtplein’. Veiligheid Reinaldapark (Bestuursrapportage 2023) Voor het verhogen van de veiligheid binnen de ecologische kaders van het park wordt er een speciale verlichtingsoplossing toegepast. Tijdens de uitvoering blijken de kosten hoger dan voorzien. IP post OR.024 is hiervoor met € 60.000 opgehoogd.

Gymzaal Wijzer (Bestuursrapportage 2023) Bij de bouw van deze gymzaal heeft de gemeente de inrichting en materialen besteld, om daarna te worden overgenomen door de exploitant. IP post 77.01 ‘Gymzaal Wijzer’ is zowel qua baten als lasten met € 70.000 verhoogd. Over motie 61 ‘op tijd er onderdoor’, aangenomen bij de behandeling van de Kadernota 2024, wordt de raad separaat geïnformeerd. Andere wijzigingen, waarover nog besluitvorming moet plaatsvinden, worden in deze Programmabegroting 2024 als aanvullend voorstel ter besluitvorming voorgelegd. Overzicht grote mutaties Als toelichting op de mutaties in het Investeringsplan 2024 volgt een overzicht met toelichting van wijzigingen waarbij in totaal € 1 miljoen of meer in de tijd verschuift. Ophogingen van IP bedragen waarover eerder is besloten of die in deze Programmabegroting ter besluitvorming voorliggen, worden in dit overzicht buiten beschouwing gelaten. Ip-nr.

Investering

77.01 BIB.02 FTS.06 OR.015 BRG.01 OR.030 HVD.01 SOR.32 ICT.03

Coornhert Lyceum Schalkwijk nieuwbouw bibliotheek Fietsverbinding Oostpoort Rijksstraatweg fietspad Prinsenbrug renovatie Pim Mulierlaan sociale veiligheid Vervanging Havenkantoor Stadsstr Zijlweg (Raaks-spoorbrug) Hybride werken (ICT / facilitair) Totaal

Programmabegroting 2024-2028

Mutatie 2023 -1.395 -860 -650 -674 515

Mutatie 2024 1.480 860 -875 -1.575 -250

-1.129 -455 -4.648

-3 1.115 752

Mutatie 2025

Mutatie 2026

-4.450 500 1.846 -500 1.129 -575 -160 -2.210

5.100 549

Mutatie 2027

750 -803 -200 5.396

690 -300 390

Totale mutatie 85 0 0 -500 786 0 0 -691 0 -320

31

Coornhert Lyceum (77.01) De verbouwing is in uitvoering, maar de gemeentelijke kosten voor het Coornhert komen in 2024 waar ze eerder nog in 2023 geraamd stonden. Schalkwijk bibliotheek (BIB.02) De aankoop van de nieuwe locatie in Schalkwijk verschuift van het laatste kwartaal van 2023 naar het eerste kwartaal van 2024. Fietsverbinding Oostpoort (FTS.06) De voorbereiding en uitvoering schuiven een jaar op, waarmee de piek van de uitvoering in 2026 komt te liggen. Rijksstraatweg fietspad (OR.015) Het fietspad aan de Rijksstraatweg is afgerond tegen lagere kosten dan eerder geraamd. Het IP bedrag bevat ook een reservering voor toekomstige kosten als andere delen van het fietspad ook nodig blijken te zijn. De inschatting is nu dat daarvoor een minder hoge reservering hoeft te worden aangehouden. Prinsenbrug renovatie (BRG.02) In de Kadernota 2024 is gemeld dat het werk complexer en duurder is, maar waren de uitgaven nog vrijwel volledig in 2024 begroot. In werkelijkheid is de realisatie verdeeld over 2023, 2024 en 2025. Pim Mulierlaan sociale veiligheid (OR.030) De raming van deze uitgaven is afhankelijk van de voortgang van de nieuwe turnhal. Met de vertraging vanwege onzekerheid over de financiering van de hal, schuift ook de verwachte uitvoeringsperiode van de maatregelen voor de sociale veiligheid op.

Vervanging havenkantoor (HVD.01) De uitvoering van het Havenkantoor staat gepland in 2024 en 2025, waar de uitgaven in het IP in de Kadernota nog in 2023 en 2024 stonden geraamd. Stadsstraat Zijlweg (SOR.32) Deze investering stond in de Kadernota geraamd voor realisatie in 2025 en 2026. De fasering is nu aangepast naar een realistischer voorbereidingsperiode van drie jaar en uitvoering in 2027 en 2028. Hybride werken (ICT.03) In de Kadernota stonden deze investeringsbedragen nog verspreid over de periode tot en met 2027 geraamd, waar de investeringen juist in 2024 en 2025 worden verwacht. Bijgesteld Investeringsplan en gevolgen voor begrote kapitaallasten Na de actualisatie en de verwerking van eerdere besluiten is het Investeringsplan op hoofdlijnen als volgt. Tabel: investeringsplan op hoofdlijnen Programma 1 Maatschappelijke participatie 2 Ondersteuning en Zorg 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 5 Gezonde en duurzame stad 6 Burger, Bestuur en Veiligheid 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead Eindtotaal

Programmabegroting 2024-2028

2023

2024

2025

2026

2027

17.888 2.298 40.397 6.505 250 3.310

31.402 9.075 60.503 10.299 300 9.270

36.329 3.805 56.847 11.224 0 4.310

41.273 1.390 77.123 13.324 0 3.866

34.616 3.120 104.582 13.481 150 2.145

70.649

120.849

112.514

136.976

158.094

32

De grootste investeringen vallen onder de programma’s 1 (maatschappelijke participatie) en 4 (aantrekkelijke woon- en werkstad). In programma 1 gaat het om investeringen in onderwijshuisvesting en sportcomplexen en -accommodaties. Programma 4 bevat de investeringen in de openbare ruimte, waaronder de investeringsbudgetten voor de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) en gemeentelijke investeringen in ontwikkelzones. Een gedetailleerde weergave van het Investeringsplan is opgenomen als bijlage 5.1 bij deze Programmabegroting. Het totaal aan geraamde investeringen in 2023 is gedaald van € 80 miljoen bij de Kadernota naar € 71 miljoen in deze Programmabegroting. Met ingang van 2024 is een forse stijging zichtbaar in het volume van de voorgenomen investeringen. Investeringsplan totaal Kadernota 2024 Programmabegroting 2024 Mutatie

2023 79.546 70.649 -8.897

2024 114.986 120.849 5.863

2025 109.857 112.514 2.657

2026 128.310 136.976 8.666

2027 165.774 158.094 -7.680

De wijzigingen in het investeringsplan werken door in de begrote rente- en afschrijvingslasten. Deze zijn nu als volgt: Kapitaallasten Kapitaallasten Kapitaallasten gedekt uit reserve MN Kapitaallasten gedekt riolering Afschrijving gedekt uit reserves Totaal

2024 41.799 -1.595 -5.408 -588 34.208

2025 45.687 -1.704 -5.671 -498 37.814

2026 50.354 0 -5.901 -811 43.642

2027 54.849 0 -6.272 -1.165 47.412

2028 62.449 0 -6.650 -1.704 54.094

Waar kapitaallasten worden verrekend met de baten uit de rioolheffing, de reserve kapitaallasten maatschappelijk nut of andere reserves hebben deze mutaties geen effect op het begrotingssaldo. Onderstaand zijn de mutaties van deze kapitaallasten ten opzichte van de begrote kapitaallasten bij de Kadernota 2024 inzichtelijk gemaakt. Tabel: mutatie in kapitaallasten t.o.v. Kadernota

Mutatie lasten uit investeringen (negatief is voordeel) Mutatie kapitaallasten totaal Mutatie kapitaallasten reserve MN Mutatie kapitaallasten riolering Mutatie gedekt uit reserves Totaal saldo effect begroting

2024 -854 0 30 0 -824

2025 -487 0 43 -92 -536

2026 -9 0 64 -405 -350

2027 197 0 83 -758 -479

2028 138 0 21 -1.298 -1.139

De kapitaallasten zijn na de actualisatie lager dan was begroot bij de Kadernota 2024. Dit is met name het gevolg van in tijd naar achteren schuiven van investeringen. Daar komt bij dat de investeringen in deze periode langer doorlopen dan eerder was begroot, waardoor de afschrijving op een later moment begint. Tienjarig Investeringsplan Met de uitbreiding naar een tienjarig investeringsplan wordt de periode 2023-2027 beschouwd als ‘hard’ investeringsplan en de jaren 2028 en verder als ‘indicatief’. Dit wil zeggen dat de bedragen die zijn opgenomen voor de jaren 2028 en verder (met kapitaallasten in de daaropvolgende jaren) nog niet zijn en worden vastgesteld, conform voorstel in Kadernota 2024.

Programmabegroting 2024-2028

33

1.6.2 Wijzigingen waarover nog besluitvorming plaats moet vinden De in paragraaf 1 benoemde totale investeringen bevatten alle investeringen die al waren opgenomen in het Investeringsplan in de Kadernota 2024, aangevuld met de hogere en/of nieuwe investeringen waartoe bij de Kadernota 2024 is besloten. Aanvullende investeringen / gewijzigde fasering investeringen In aanvulling op die investeringen worden en de verdere actualisatie worden de volgende aanvullingen voorgesteld. Meer bomen planten Bij de behandeling van de Kadernota heeft de raad motie 46 ‘Kappen met bomen, maar bomen planten’ aangenomen. De motie overweegt dat door de grote bouwopgave en de inspanningen op dat gebied er meer behoefte is aan bomen en groen en de gemeente daarom haast moet maken met het behalen van de groen-ambities en het (her)planten van bomen moet versnellen. Het college wordt daarom verzocht ervoor te zorgen dat vanaf 2024 zo snel mogelijk de achterstand in het aantal te planten bomen en de omvang van het Haarlems groen wordt ingelopen en ook de geplande toevoegingen worden behaald en om voor of uiterlijk bij de begroting aan te geven of en hoeveel extra incidentele middelen voor deze inhaalslag moeten worden vrijgemaakt.

Gebaseerd op de beschikbare capaciteit om tot realisatie te komen, is de inschatting dat voor 2024 een bedrag van € 200.000 kan worden ingezet en vanaf 2025 jaarlijks € 300.000. Zwembaden In het coalitieakkoord is benoemd om in het tienjarig Investeringsplan rekening te houden met investeringsbedragen voor de vervanging van zwembaden, via een PM bedrag ‘na 2028’. In de Kadernota 2024 is dit vertaald in een reservering van € 80 miljoen in de periode 2028-2032, met het zwaartepunt in 2032. Gezien de levensduur, de afnemende functionaliteit van de twee overdekte zwemaccommodaties De Planeet en het Boerhaavebad, alsmede de demografische ontwikkelingen en de groei van de stad is een herziening van het bestaande zwemaccommodatiebestand vanaf 2028 gewenst. Uit een conditiemeting van het bestaand areaal (overdekte) zwembaden is gebleken dat de twee overdekte zwembaden ‘De Planeet’ en ‘Boerhaavebad’ maximaal tot 2028 operationeel kunnen blijven, mits de komende jaren jaar het geplande meerjarig onderhoud wordt uitgevoerd. De zwemaccommodaties zijn ten aanzien van zowel de kwantiteit als van de kwaliteit van zwemwater en voorzieningen voor (wedstrijd)sport-, instructie-, doelgroepen- en recreatief zwemmen verouderd. Ook gaat de vraag naar zwemwater in de komende twee decennia nog verder groeien vanwege de verwachte groei van de Haarlemse bevolking.

De bezoekersverwachting stijgt van ruim 400.000 bezoekers per jaar naar circa 540.000 bezoekers per jaar. Vooral de vraag naar banenzwemmen, instructiezwemmen en doelgroep zwemmen (ouder- en kindzwemmen, aqua sportief activiteiten e.d.) zal verder toenemen. Om de zwembaden op kortere termijn te kunnen realiseren moeten de voorbereiding en uitvoering al vóór 2028 beginnen. Dit zou betekenen dat investeringen vanuit het ‘indicatieve’ deel van het IP naar de ‘harde’ periode 2023-2027 moeten worden verschoven. In de Kadernota 2024 zijn keuzes gemaakt in de uit te voeren investeringen voor deze periode, omdat de financiële middelen (vanuit met name een sluitende begroting) en de beschikbare capaciteit binnen de organisatie beperkt zijn. Om een goede afweging te kunnen maken wordt eind 2023 en in 2024 voor € 400.000 de voorbereiding opgepakt. Deze zal resulteren in een bestuurlijke nota met een kostenraming en besluitvorming over de uitvoeringsperiode.

Programmabegroting 2024-2028

34

Busstation Stationsplein Voor de verplaatsing van het busstation zijn middelen gereserveerd in het Investeringsplan vanaf 2027. Om tijdig tot realisatie te komen, zou de voorbereiding al in 2024 moeten beginnen. Ook hierbij geldt dat in de Kadernota 2024 keuzes zijn gemaakt in de uit te voeren investeringen voor deze periode, omdat de financiële middelen (vanuit met name een sluitende begroting) en de beschikbare capaciteit binnen de organisatie beperkt zijn. Tegenover de toename van investeringen in de periode 2023-2027 door deze investering naar voren te halen, staat een subsidiebaat. De investering staat nu voor € 7,6 miljoen als gemeentelijke investering in het IP. Voor deze kosten wordt een subsidie van € 4 miljoen verwacht, waardoor de gemeentelijke investering afneemt tot per saldo € 3,6 miljoen. Herinrichting Stationsplein Voor de herinrichting van het Stationsplein zijn middelen gereserveerd in het Investeringsplan vanaf 2027. Om tijdig tot realisatie te komen, zou de voorbereiding al in 2024 moeten beginnen. Ook hierbij geldt dat in de Kadernota 2024 keuzes zijn gemaakt in de uit te voeren investeringen voor deze periode, omdat de financiële middelen (vanuit met name een sluitende begroting) en de beschikbare capaciteit binnen de organisatie beperkt zijn.

Mutaties fysiek domein In het Investeringsplan zijn nu bedragen opgenomen die gezien de omvang en ervaringen uit het verleden, naar verwachting lastig te realiseren zullen zijn. Daarop zijn de voorgenomen onderhoudsgerelateerde investeringen in de openbare ruimte kritisch doorgenomen. Naast de concrete in het Investeringsplan benoemde investeringen in de openbare ruimte zijn een drietal stelposten opgenomen die ruimte bieden voor aanvullende nog niet geprogrammeerde projecten. Gelet op het hoge volume aan projecten in 2024 tot en met 2027 wordt voorgesteld de stelposten in die jaren te verlagen met respectievelijk € 3,1 miljoen, € 6,6 miljoen, € 8,4 miljoen en € 8 miljoen. Daarbij is ook al rekening gehouden met de hierna benoemde extra benodigde investeringsmiddelen voor de herinrichting Prins Bernhardlaan, totaal € 1,7 miljoen en de extra investering als gevolg van € 1,2 miljoen extra kosten vervanging en herstel bomen en boomspiegels i.v.m. zomerstorm. Na deze aanpassing past het totale beheer-gerelateerde investeringsvolume beter binnen de uitvoeringskracht en de doelstellingen van groei van de uitvoeringskracht. Omdat de noodzaak van deze investeringen niet vermindert, blijven de middelen wel voor dit doel gereserveerd. Vooralsnog worden de bedragen in 2028 en verder weer toegevoegd aan de stelposten.

Als het realiserend vermogen in de periode tot en met 2027 groter blijkt dan deze programmering, kunnen de geraamde investeringen vanuit deze reservering weer worden verhoogd. Voor het financieel kader leiden deze mutaties, waaronder de Prins Bernhardlaan en het hogere budget voor herplant van bomen (zie hierna) samen niet tot een voor- of nadeel. Prins Bernhardlaan De raming bij het definitief ontwerp van de Prins Bernhardlaan is een stuk hoger dan bij het voorlopig ontwerp. Deze raming komt uit op iets meer dan € 10 miljoen, waar het voorlopig ontwerp (VO) nog uitging van € 7,3 miljoen. Ook is er een fors hogere subsidie verkregen dan waar eerder rekening mee was gehouden (€ 2 miljoen in plaats van € 0,6 miljoen). De belangrijkste verschillen met de raming bij het VO zijn dat er risicovoorzieningen zijn opgenomen om uitvoering te geven aan eisen op het gebied van stikstofdepositie en om knelpunten met kabels en leidingen te kunnen oplossen. Ook hebben de toegevoegde VRI en de faunapassage geleid tot hogere kosten. Daarnaast was eerder een deel van de prijzen te laag ingeschat. Tot slot is de Programmabegroting 2024-2028

35

uitvoeringswijze van groot onderhoud voor het zuidelijke deel aangepast om de levensduur met tien jaar te kunnen verlengen. Hoger budget herplant bomen Bij de behandeling van de Kadernota 2024 is met amendement 68 ‘Bomen direct herplanten’ een bedrag van € 1,0 miljoen gereserveerd voor de herplant van bomen als gevolg van storm Poly. De herstelkosten voor de bomen en bomenspiegels worden nu op € 2,2 miljoen (550* € 4.000) geschat. Dit betekent dat het aangenomen amendement van € 1 miljoen opgehoogd moet worden met € 1,2 miljoen. De vervanging van de bomen en het herstel vraagt een langere doorlooptijd omdat de levertijd van bomen door de grote vraag lang duurt en het plantseizoen voor bomen kort is. Een langere doorlooptijd geeft ook de mogelijkheid om herplant waar mogelijk te koppelen aan herinrichtingsprojecten. Parkeergarage Sonneborn De Indische wijk is de wijk met de hoogste parkeerdruk in heel Haarlem. De parkeerdruk bedraagt circa 130%. Het gevolg hiervan is dat in vele straten sprake is van Canadees parkeren; dit is parkeren met twee wielen op de stoep. In ieder geval kan geconcludeerd worden dat in de Indische wijk voor vele honderden auto’s een alternatieve parkeeroplossing dringend gewenst is. Een concrete manier om extra parkeerplaatsen te creëren is het realiseren van een nieuwe gebouwde parkeergarage.

Het aantal beschikbare locaties voor een dergelijke grootschalige voorziening in deze wijk is vrijwel nihil dus inpassing van een parkeervoorziening in het project Sonneborn is een uitgelezen kans. Na overleg met de ontwikkelaar blijkt het mogelijk om in de ontwikkeling een gemeentelijke parkeergarage met circa 190 parkeerplekken te integreren. De totale kosten van het inpassen van de gemeentelijke parkeergarage worden geraamd op € 12 miljoen exclusief BTW. De start van de bouw is vooralsnog voorzien in het tweede kwartaal van 2024. De oplevering wordt verwacht rond de zomer van 2026. De bouw van deze parkeergarage is in het financieel kader nog niet voorzien. In de Kadernota 2024 zijn keuzes gemaakt in de uit te voeren investeringen voor deze periode, omdat de financiële middelen (vanuit met name een sluitende begroting) en de beschikbare capaciteit binnen de organisatie beperkt zijn. Een investering in parkeergarage Sonneborn was niet voorzien in de Kadernota 2024 omdat gemeente en ontwikkelaar in de planvorming nog geen rekening hadden gehouden met het realiseren van extra parkeergelegenheid in de Indische Buurt. Na intensieve onderhandeling en voorbereiding ligt er nu een voor gemeente en ontwikkelaar haalbare optie tot realisering van de parkeergarage.

Voorstel is om de extra kapitaal- en beheerlasten van deze garage te bekostigen uit een extra verhoging van de parkeeropbrengsten. Aanvullende voorstellen investeringen Motie 46: bomen planten Zwembaden* (verschuiving in tijd) Busstation Stationsplein (versch. in tijd) Herinrichting Stationsplein Prins Bernhardlaan Prins Bernhardlaan (subsidie) Hoger budget herplant bomen Mutaties fysiek domein Parkeergarage Sonneborn**

2023 25

212

100

2024

2025

2026

2027

Totaal

200 375 761 778 4.411 -1.169 600 -3.700 600

300

300

300

761 778 1.473 -685 600 -6.000 5.000

1.332 1.361 -2.936

576 583

-9.006 6.300

-8.000

1.100 400 3.430 3.500 3.160 -1.854 1.200 -26.706 12.000

2.227

-2.649

-6.541

Totaal investeringen 337 2.856 * Enkel voorbereidingskrediet ** Budgetneutraal door te ramen hogere parkeeropbrengsten

Programmabegroting 2024-2028

-3.770

36

Deze investeringen geven de volgende kapitaallasten: Aanvullende voorstellen investeringen Motie 46: bomen planten Zwembaden Busstation Stationsplein Herinrichting Stationsplein Prins Bernhardlaan Hoger budget herplant bomen Mutaties fysiek domein Stelpost mutaties fysiek domein Parkeergarage Sonneborn Dekking Sonneborn uit parkeerbaten Totaal kapitaallasten

2024

2025 9 4 8 8 38 26 -37 -27 7 -7 28

3

-3 1 -1 0

2026 22 4 15 16 273 52 -236 -90 57 -57 56

2027 34 4 29 29 27 51 -439 361 420 -420 96

2028 47 4 34 35 27 51 -513 435 417 -417 120

Investeringsplan en kapitaallasten inclusief aanvullende voorstellen De aanvullende voorstellen zijn onder voorbehoud van besluitvorming verwerkt in het Investeringsplan. In de bijlage zijn de investeringen waarover in de Programmabegroting nog moet worden besloten, cursief weergegeven en voorzien van een asterisk (*). Tabel: investeringsplan inclusief aanvullende voorstellen Programma 1 Maatschappelijke participatie 2 Ondersteuning en Zorg 4 Aantrekkelijke woon-werkstad 5 Gezonde en duurzame stad 6 Burger, Bestuur en Veiligheid 7 Alg. Dekkingsmiddelen & Overhead Eindtotaal

2023 17.913 2.298 40.809 6.405 250 3.310

2024 31.777 9.075 62.583 10.700 300 9.270

2025 36.329 3.805 58.756 11.542 0 4.310

2026 41.273 1.390 75.093 12.705 0 3.866

2027 34.616 3.120 98.041 13.481 150 2.145

70.986

123.705

114.741

134.327

151.553

De actualisatie van het Investeringsplan leidt samen met de aanvullende voorstellen tot de volgende wijziging in kapitaallasten ten opzichte van de bij de Kadernota vastgestelde begroting. Mutatie lasten uit aanvullende voorstellen Mutatie kapitaallasten uit investeringen (paragraaf 1.6.1) Mutatie Kap.lst uit aanvullende investeringen (par. 1.6.2) Totaal saldo effect begroting

2024 -824 0 -824

2025 -536 28 -508

2026 -350 56 -294

2027 -479 96 -383

2028 -1.139 120 -1.019

De kapitaallasten zijn na de actualisatie en de aanvullende investeringen zoals hierboven benoemd lager dan huidige begroting. De oorzaak is benoemd in paragraaf 1.6.1; er zijn ten opzichte van de Kadernota investeringen in tijd naar achteren geschoven en deze lopen langer door. Hierdoor komen afschrijvingslasten later in de begroting terecht. De kapitaallasten van aanvullende voorstellen worden grotendeels afgedekt door de mutatie van onderhouds-gerelateerde investeringen in het fysiek domein en parkeeropbrengsten voor de kapitaallasten van de garage. Daarom geven de aanvullende voorstellen maar beperkt hogere kapitaallasten.

Programmabegroting 2024-2028

37

1.6.3 Kredietbesluiten Kredietbesluit / kredietbevoegdheid Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 2023 Bij het vaststellen van het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (2023/9349) heeft de raad besloten ‘Het College van B&W te mandateren de stelpost onderwijshuisvesting in te zetten voor de in dit raadsstuk genoemde projecten onderwijshuisvesting.’. In de zin van budgetbevoegdheid en vrijgave van investeringskredieten heeft de raad hiermee bepaald dat IP post 77.01 ‘onderwijshuisvesting’ vanaf nu valt onder categorie B. Dit sluit aan bij de bepaling van de nota Activabeleid dat het budgetrecht bij het college wordt gelegd als ‘de investering voortvloeit uit een reeds door de raad vastgesteld plan (bijv. onderwijshuisvestingsplan)’. De post in het Investeringsplan heeft met ingang van deze Programmabegroting 2024 dan ook dit label. Binnen de totaalbedragen die de raad via het Investeringsplan reserveert, mag het college beslissen over uitgaven. Kredietbevoegdheid vervanging sportvelden In de nota Activabeleid is opgenomen dat investeringen als B-investering worden aangemerkt als sprake is van een onontkoombare vervangingsinvestering. Bij de IP posten voor de vervanging van sportvelden is hier sprake van.

De IP posten 81.06 ‘vervanging grassportvelden’ en 81.28 ‘vervanging sportvelden: onderbouw’ en ‘vervanging sportvelden: toplagen’ zijn daarom met ingang van deze Programmabegroting 2024 voorzien van het label B. Binnen de totaalbedragen die de raad via het Investeringsplan reserveert, mag het college beslissen over uitgaven. Zwembaden Om de voorbereiding van de vervanging van twee zwembaden te starten, wordt een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 400.000 ten laste van IP post SPRT.05. Bij begroting standaard vrijgeven van voorbereidingskredieten In de informatienota ‘versnelling bestedingsruimte investeringen openbare ruimte’ (2021/0549531) wordt een aantal oplossingsrichtingen geformuleerd om de bestedingsruimte te versnellen. Een van deze voorstellen is om de voorbereidingstijd van investeringen te versnellen door voorbereidingskredieten niet via apart op te stellen raadsnota’s vrij te geven, maar bij de begrotingsbehandeling voor investeringen die starten in het begrotingsjaar. Bij de Kadernota 2023 is besloten om met ingang van de vaststelling van de Programmabegroting 2023-2027 voorbereidingskredieten vrij te geven voor meerjarige investeringen waarvan de eerste uitgaven staan geraamd in het begrotingsjaar, steeds ter hoogte van het bedrag dat in het IP is opgenomen voor het begrotingsjaar.

In de tekst over het Investeringsplan in de programmabegroting wordt ter verduidelijking steeds benoemd welke bedragen voor welke investeringen als krediet worden verleend met het vaststellen van de programmabegroting. Onderstaand gebeurt dat voor 2024. Naast de investeringen waarvoor deze voorbereidingskredieten worden vrijgegeven, zijn er nog 23 kleinere onderhoudsprojecten in voorbereiding gepland voor 2024, waarvan de voorbereiding (kosten totaal circa € 1,5 miljoen) wordt bekostigd uit de stelpost kredieten Investeringen Maatschappelijk Nut en Investeringen Openbare Ruimte (wijkaanpak SBOR).

Programmabegroting 2024-2028

38

Voorbereidingskredieten 2024 Met het vaststellen van deze programmabegroting worden de volgende voorbereidingskredieten vrijgegeven: IP post

Investering

FTS.06 OR.019 OR.028 SOR.32 PRK.03

Fietsverbinding Oostpoort Waddenstraat herinrichting bij sloop / nieuwbouw Openbare ruimte Prinses Beatrixplein Stadsstraat Zijlweg (Raaks – spoorbrug) Parkeeroplossingen

Kredietbedrag € 650.000 € 250.000 € 150.000 € 197.200 € 175.000

1.7 Onderzoeken ingevolge de Verordening art. 213a De Gemeentewet artikel 213a schrijft voor dat gemeenten doelmatigheidsonderzoeken uitvoeren. In Haarlem is dit bekrachtigd door de raad in de ‘Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur van de Gemeente Haarlem’ (2012/469231). In de programmabegroting geeft het college aan welke onderwerpen in het komend jaar onderzocht gaan worden. Overwegingen die bij de selectie een rol spelen zijn onder andere het rendement van het verwachte resultaat en spreiding over de beleidsvelden. Voor het jaar 2024 voert het college 213a onderzoeken uit naar de volgende twee onderwerpen: 1. Effect (de-)regulering op inzet handhaving 2. Datagedreven werken

Beschikbaar budget Voor de uitvoering van onderzoek wordt mogelijk een beroep gedaan op externe deskundigheid. Voor 2024 is een onderzoeksbudget beschikbaar van € 100.000.

1.8 Interbestuurlijk toezicht Kader De Wet revitalisering generiek toezicht (zie ook de informatienota Interbestuurlijk toezicht 2013/393816) is de basis voor het door het kabinet gewenste interbestuurlijk toezicht (IBT): het toezicht van de ene overheid op de andere. Het uitgangspunt van de wet is het vertrouwen in een goede taakuitoefening door de gemeente. Daarbij hoort dat de horizontale verantwoording (college aan raad) en het horizontale toezicht (raad op college) in orde zijn. Het toezicht op de uitvoering van al deze medebewindstaken door het college ligt primair bij de raad. Invulling interbestuurlijk toezicht door provincie Ook in 2024 houdt de provincie toezicht op de volgende medebewindstaken voor Haarlem: 1. Omgevingsrecht; 2. Archiefbeheer (vastgelegd in de provinciale informatieverordening). Ad 1 Omgevingsrecht De provincie heeft de processen op toezicht- en handhaving binnen dit kader in 2022 als adequaat beoordeeld. De beoordeling van de provincie over dit onderwerp voor 2023 is medio 2023 nog niet beschikbaar.

Programmabegroting 2024-2028

39

Ad 2 Archiefwet De uitvoering van het informatie- en archiefbeheer verloopt conform de gemaakte afspraken met de toezichthouder en archiefinspectie (Noord-Hollands Archief). De uitvoering van de Archiefwet- en regelgeving in Haarlem is in 2021 door de provincie als ‘adequaat’ gekwalificeerd, de hoogst mogelijke beoordeling. Voor het jaar 2022 en 2023 is er geen beoordeling afgegeven door de provincie. Vanwege prioritering door een gebrek aan personele capaciteit bij de provincie heeft de provincie besloten alleen gemeenten te beoordelen met een kwalificatie lager dan ‘adequaat’. Voor de Gemeente Haarlem betekent dit dat de kwalificatie van ‘adequaat’ gehanteerd blijft. Deze beoordeling zal in stand blijven tot de provincie opnieuw zal beoordelen. Vanwege het gebrek aan personele capaciteit is het nog niet bekend wanneer dit zal zijn.

1.9 Duurzaamheidsbegroting Inleiding Voor u ligt de Duurzaamheidsbegroting van Haarlem. Een 'duurzaamheidsbegroting' is een instrument voor het gemeentebestuur van Haarlem om tot een efficiënte besluitvorming te komen over een doelmatige en doeltreffende inzet van middelen, en hierover verantwoording af te leggen aan de raad. Sinds 2021 wordt de Haarlemse Duurzaamheidsbegroting opgesteld. Gedurende de (door)ontwikkeling zijn stappen gezet op verschillende niveaus op het gebied van duurzaamheid, zoals in beleid en in processen, hierdoor ligt er een goede basis. Voor de komende tijd ligt er een opgave om de overige thema’s van duurzaamheid uit te werken. De duurzaamheidsbegroting zal dan ook in ontwikkeling blijven. De duurzaamheidsbegroting biedt meer dan enkel een cijfermatig inzicht in de CO₂-uitstoot van de gemeente. Het is een samenstel van een begrotingsdocument en -instrumenten ten bate van effectief en kostenefficiënt klimaatbeleid ten behoeve van een leefbare stad voor Haarlemmers. Het belang van integrale afweging en het meenemen van duurzaamheid als criterium in de afweging staat hierbij centraal. Door het zetten van deze stappen wordt toegewerkt naar een situatie waarbij de gemeente de 'duurzaamheidsopgave' steeds beter en op verantwoorde wijze kan vertalen naar kwantitatief onderbouwde impactanalyses en de impact hiervan op klimaatdoelstellingen.

In afgelopen duurzaamheidsbegrotingen werd veelal teruggekeken op afgelopen jaren. Dit wordt vanaf deze duurzaamheidsbegroting anders ingericht: in de huidige duurzaamheidsbegroting worden de jaarlijkse doelstellingen gepresenteerd, waarop in het jaarverslag verantwoord zal worden. De duurzaamheidsbegroting richt zich op de Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen, 2040 aardgasvrij en een circulaire stad en in 2050 een klimaatbestendige stad. Waar in voorgaande duurzaamheidsbegrotingen de focus lag op ‘reductie van CO₂-uitstoot’, wordt beoogd vanaf deze duurzaamheidsbegroting de focus op de verschillende duurzaamheidsthema’s te leggen, waaronder ook circulariteit en klimaatbestendigheid. Daarnaast wordt de eerste stap gezet om invulling te geven aan Brede Welvaart. Brede Welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden, hierin staat centraal dat er naast een financieel-economische dimensie, ook een sociaal-maatschappelijke en ecologische dimensie is. Het uitgangspunt van de duurzaamheidsbegroting is dat er wordt aangesloten op landelijke doelstellingen, regelgeving en metingen. Haarlemse Routekaart Duurzaamheid De Haarlemse Routekaart Duurzaamheid ‘Route voor CO₂-reductie’ is een belangrijk beleidsdocument voor de Gemeente Haarlem.

De routekaart bevat de huidige beleidsvisie en strategie van de gemeente voor het reduceren van CO₂-uitstoot en hoe deze wordt uitgewerkt in doelstellingen en beleid. Naast beleid zijn in de routekaart ook (aanvullende) plannen en Programmabegroting 2024-2028

40

maatregelen opgenomen om de CO₂-reductie doelstelling te behalen. De feitelijke gevolgen van het geïmplementeerde beleid zullen zichtbaar worden in de duurzaamheidsbegroting. Leeswijzer In deze duurzaamheidsbegroting wordt kort stil gestaan bij de opgave voor de gemeente Haarlem. Hierbij wordt gekeken naar de opgaven gerelateerd aan de Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen 2040 aardgasvrij en een circulaire stad, en in 2050 een klimaatbestendige stad. Voor het navolgen van de voortgang op aardgasvrij is er reeds een landelijke meetmethodiek waar Haarlem bij kan aansluiten, de klimaatmonitor. Op basis van dit meetinstrument wordt de CO₂ uitstoot gepresenteerd met daarbij de tussendoelstellingen voor komende jaren. Voor de doelstellingen circulaire stad en klimaatbestendige stad zijn er nog geen landelijke meetmethodieken. Toegelicht wordt op welke manier Haarlem de voortgang beoogd te volgen. Vervolgens wordt toegelicht dat Haarlems stapsgewijs Brede Welvaart beoogd te brengen. Daarna volgt een verdiepende analyse op de eigen organisatie: Haarlem is opnieuw gecertificeerd op trede 3 van de CO₂ prestatieladder en beoogd de stap te zetten naar certificering op trede 4 in 2023. Vervolgens wordt stil gestaan bij het begrotingsinstrumentarium. Tot slot wordt inzicht gegeven in de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting.

De opgave, een blik vooruit Duurzaamheid blijft een centraal thema, mede door mondiale, Europese en nationale ontwikkelingen. In het landelijke regeerakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ zijn de klimaatdoelstellingen vastgelegd. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, is de doelstelling voor 2030 in de Europese Klimaatwet aangescherpt tot tenminste 55% CO₂ reductie. Deze verscherpte doelstelling is in lijn de Europese 'Fit for 55'-voorstellen (CPB economische beschouwing Fit for 55pakket). Het Fit for 55-pakket, dat op 14 juli 2021 is gepresenteerd door de Europese Commissie, geeft invulling aan de klimaatdoelen uit de Green Deal om de netto broeikasgasuitstoot in de EU in 2030 met ten minste 55% te verminderen ten opzichte van 1990, met als einddoel een klimaatneutrale economie in 2050. Medio 2022 heeft de rijksoverheid een plan (‘Ontwerp Beleidsprogramma Klimaat’) gepresenteerd. De maatregelen in het beleidsprogramma leggen de lat hoger dan de doelstellingen opgenomen in het regeerakkoord. Er wordt namelijk gestreefd naar 60% CO₂ reductie in 2030. De ratio hierachter is dat wanneer er iets tegenzit, het doel van 55% alsnog behaald wordt. De klimaatwet zal aangepast worden op de verscherpte doelstelling.

De Gemeente Haarlem heeft vervolgens in het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Actie!’ opgenomen dat er wordt aangesloten bij de doelstelling vanuit het Rijk, namelijk 60% CO₂ reductie in 2030. Bij CO₂-uitstoot wordt onderscheid gemaakt tussen zogenaamde scopes. Scope 1 omvat de directe CO₂-uitstoot veroorzaakt door eigen bronnen (o.a. gas-/brandstofverbruik). Scope 2 de indirecte uitstoot van CO₂ door opwekking van zelf gekochte en verbruikte elektriciteit of warmte. Scope 3 omdat de indirecte uitstoot van CO₂, veroorzaakt door bedrijfsactiviteiten van een andere organisatie. Haarlem heeft vier duurzaamheidsdoelstellingen geformuleerd. In 2030 moet minimaal 60% CO₂reductie hebben plaatsgevonden t.o.v. 2017, met een streven naar 65% reductie om eventuele tegenvallers op te vangen. In 2040 wil Haarlem van het aardgas af. Daarnaast is het doel gesteld om in 2040 circulair te zijn en in 2050 klimaatbestendig. De opgave voor de doelstellingen aardgasvrij, circulair en klimaatbestendigheid wordt nader toegelicht.

Programmabegroting 2024-2028

41

Aardgasvrij 2040 (scope 1 en 2 CO₂ uitstoot) Begin 2022 is met deze routekaart de CO₂-reductie in beeld gebracht met daarbij de maatregelen en acties die ondernomen zullen worden om de CO₂ reductie doelstellingen te bereiken. In het eerste kwartaal van 2023 is de Routekaart geactualiseerd (2022/1782261), zodat inzichtelijk is welke (aanvullende) maatregelen ondernomen moeten worden om de aangescherpte CO₂ reductie doelstelling te behalen. De doorrekening van de in het nationale regeerakkoord opgenomen CO₂ reductie doelstelling (60%) resulteert in een Haarlemse doelstelling van 65%. Dit is inclusief de 5% marge die het rijk incalculeert om tegenvallers op te vangen. De klimaatdoelstellingen in het klimaatakkoord zijn opgesplitst naar vijf sectoren, namelijk: elektriciteit, gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie en landbouw en landgebruik. Per sector zijn in het klimaatakkoord en het klimaatplan van de rijksoverheid verschillende soorten maatregelen aangekondigd. Bijvoorbeeld door toename van de productie van hernieuwbare energie en de sluiting van kolencentrales zal de netto CO₂-uitstoot in de elektriciteitssector dalen, met als uiteindelijk doel een klimaatneutraal elektriciteitssysteem in 2050. Vervolgens zal door het aardgasvrij maken en de overstap naar een klimaatneutraal elektriciteitssysteem de gebouwde omgeving ook klimaatneutraal kunnen worden.

Circulaire stad 2040 (scope 3 CO₂ uitstoot) Nederland wil in 2050 circulair zijn en heeft dit vastgelegd in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030. Haarlem heeft echter de doelstelling tien jaar eerder, om in 2040 een circulaire stad te zijn. Om dit doel te behalen is het nodig om te versnellen, te intensiveren en op te schalen. De gedachte achter deze doelstelling is dat een radicaal efficiënter grondstoffengebruik, de reductie van grondstoffen en de inzet van schonere grondstoffen niet alleen klimaatverandering kunnen afremmen, maar ook bijvoorbeeld milieuvervuiling en biodiversiteitsverlies helpen voorkomen. In een circulaire economie worden niet meer grondstoffen gebruikt dan de natuur voor ons kan produceren en wordt er niet meer afval gecreëerd dan de natuur voor ons kan opruimen. Er wordt binnen de draagkracht van de aarde gebleven. Grondstoffen worden gebruikt voor o.a. voedsel, kleding en spullen, maar ook om te bouwen. De winning en verwerking van grondstoffen veroorzaakt 90% van het mondiale biodiversiteitsverlies, 90% van de waterschaarste en 50% van de broeikasgasemissies (Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030). De landelijke richtinggevende doelstelling is een reductie van de grondstoffenvoetafdruk, dit betekent 50% minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030.

Met de vaststelling van het ‘Actieprogramma Circulaire Economie’ (2023/317984) is inzichtelijk gemaakt hoe Haarlem de doelstelling om in 2040 een circulaire stad te zijn beoogd te bereiken. Het actieplan is een concretisering van het in de routekaart opgenomen transitiepad ‘Ketenverantwoordelijkheid'. De focus in het actieplan ligt op vijf actielijnen: voedsel, textiel, consumptiegoederen, bouw en de eigen organisatie. Klimaatbestendige stad 2050 In 2050 moet de gemeente Haarlem klimaatbestendig zijn, zodat de effecten van klimaatverandering goed opgevangen kunnen worden. Dit besloot de gemeenteraad in 2016 en het is tevens ook de landelijk doelstelling die is vastgelegd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Het Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie is een nationaal plan waarvoor Nederland de stappen staan beschreven om in 2050 water robuust en klimaatbestendig te zijn. Medio 2021 is het Strategisch Plan Klimaatadaptatie vastgesteld (2021/255821). In dit plan is beschreven dat Haarlem in 2050 klimaatbestendig moet zijn, zodat de effecten van klimaatverandering goed opgevangen kunnen worden, tevens is hierin de strategie opgenomen om Haarlem klimaatbestendig te maken.

In Nederland worden de plannen geënt op de KNMIklimaatscenario’s, in het najaar van 2023 worden de aangescherpte scenario’s verwacht, de verwachting is dat dit een bijstelling over wat klimaatbestendigheid is gaat vragen. Programmabegroting 2024-2028

42

Haarlem vervult al jaren in de Metropoolregio Amsterdam het gedeelde bestuurlijke en ambtelijke trekkerschap van het programma Klimaatadaptatie. Deze rol zorgt ervoor dat Haarlem altijd toegang heeft tot een groot netwerk, de laatste ontwikkelingen en/of invloed kan uitoefenen op regionale en landelijke inzet. Haarlemse duurzaamheidsdoelstellingen – de weg naar het volledig integreren van de duurzaamheidsdoelstellingen (en brede welvaart) in de programmabegroting Haarlem heeft als doel om aan het einde van deze coalitieperiode de duurzaamheids-doelstellingen en brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting (Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Actie!’). In 2040 wil Haarlem van het aardgas af. Daarnaast is het doel gesteld om in 2040 circulair te zijn en in 2050 klimaatbestendig. Voor de doelstelling aardgasvrij 2040 wordt de CO₂ uitstoot tot en met 2021 gepresenteerd, met daarbij de tussendoelstellingen voor de komende jaren. Voor de doelstelling Circulaire stad 2040 wordt een update gegeven over de voortgang wat betreft het monitoren van deze doelstellingen. Voor de doelstelling klimaatbestendige stad 2050 worden indicatoren gepresenteerd die inzicht geven in de klimaatbestendigheid van Haarlem. Tot slot wordt toegelicht op welke manier er invulling gegeven zal worden aan brede welvaart binnen Haarlem.

Aardgasvrij 2040: Doelstellingen en ontwikkeling huidige CO₂-uitstoot De CO₂ reductie doelstelling voor Haarlem is het reduceren van 60% van de CO₂ uitstoot in 2030 ten opzichte van 2017, waarbij wordt gestreefd naar 65% om eventuele tegenvallers op te vangen. Met het actualiseren van de Routekaart Duurzaamheid begin 2023 (2022/1782261) zijn de doelstelling in 2030 en de jaarlijkse tussendoelstellingen vastgesteld. De duurzaamheidsbegroting hanteert dezelfde indeling als de Routekaart Duurzaamheid ‘Route voor CO₂-reductie’. Een groot aandeel van de directe CO₂-uitstoot in gemeente Haarlem komt voort uit het verbruik van aardgas voor warmte en koken én het gebruik van fossiele brandstoffen voor mobiliteit. De indirecte CO₂-uitstoot komt voort uit het elektriciteitsverbruik en de uitstoot die bij de opwek ervan elders plaatsvindt. Duiding CO₂-uitstoot De afname van CO₂-uitstoot wordt uitgedrukt in kilogram of ton (1.000 kilogram) Ter illustratie: 1 ton CO₂ is de uitstoot van ongeveer 6.000 kilometer rijden in een dieselauto. De CO₂ opslag van alle bomen in Haarlem, conform I-tree met 2.371.000 kg CO₂ opslag per jaar, compenseert ongeveer 0,4% van de CO₂ uitstoot uitgaande van basisjaar 2017.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13384280/1