2 Bijlage 1 Nota Reserves en Voorzieningen
Tekst van het document
Nota Reserves en Voorzieningen 2025 - 2030 30 november 2025 Concerncontrol
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
2.
Begrippenkader en wettelijke spelregels
7
2.1
Reserves
7
2.1.1
Functies van reserves
7
2.1.2
Wettelijke regels voor bestemmingsreserves
8
2.2
2.3
3.
4.
5.
Voorzieningen
9
2.2.1
Wettelijke regels omtrent voorzieningen
9
2.2.2
Verplichte vorming voorziening
10
2.2.3
Niet verplichte vorming voorziening
11
Reserves versus voorzieningen (samengevat)
11
Beleid gemeente Haarlem
12
3.1
Hoofdlijnen beleid
12
3.1.1
12
Spelregels
3.2
Relatie algemene reserve en weerstandsvermogen
13
3.3
Rentetoerekening aan reserves en voorzieningen
14
Effect keuzes in besteding reserves op financiële positie
16
4.2.1 Netto schuldquote, impact en verloop
16
4.2.2 Solvabiliteitsratio, impact en verloop
16
Bijlage 1 Actueel overzicht reserves
18
5.1
Bestemmingsreserves met een bestedingsfunctie
18
5.1.1
Reserve Social return on investment (SROI)
18
5.1.2
Reserve Minimagelden
18
5.1.3
Reserve Kinderopvangtoeslag affaire
19
5.1.4
Reserve Ongedeelde stad
19
5.1.5
Reserve Bovenwijkse netwerkvoorzieningen
20
5.1.6
Reserve Wonen
21
5.1.7
Reserve Maatschappelijk Initiatief (voorheen Participatie en Leefbaarheid) 21
2
5.2
5.3
5.4
5.5
6.
5.1.8
Reserve Leefomgeving
22
5.1.9
Reserve Gebiedsonwikkelingen met woningbouwimpuls
22
5.1.10
Reserve Bodemprogramma
23
5.1.11
Reserve Beheer en onderhoud openbare ruimte
24
5.1.12
Reserve Waterbergingen
24
5.1.13
Reserve Energiebesparing
25
5.1.14
Reserve Verbetering i-domein
26
Bestemmingsreserves met een egalisatiefunctie
26
5.2.1
Reserve Duurzame sportvoorzieningen
26
5.2.2
Reserve Vastgoed
27
5.2.3
Reserve Baggeren
28
5.2.4
Reserve Parkeren Schalkstad
29
5.2.5
Reserve Budgetoverheveling
29
Bestemmingsreserves met een bufferfunctie
30
5.3.1
Reserve Kapitaallasten Maatschappelijk Nut
30
5.3.2
Reserve Grondexploitaties
30
Reserves met een regiofunctie
31
5.4.1
Reserve Opvang, Wonen en Herstel
32
5.4.2
Reserve Regio Aanpak Huiselijk Geweld/Vrouwenopvang
32
5.4.3
Reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen
33
5.4.4
Vereveningsreserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen
35
5.4.5
Reserve Regionale Middelen Arbeidsmarkt
36
5.4.6
Reserve RIEC NH
37
Bestemmingsreserves met een financieringsfunctie
38
5.5.1
38
Reserve Kapitaallasten (voorheen Kapitaallasten Economisch Nut)
Bijlage 2 Actueel overzicht voorzieningen
40
6.1
Voorzieningen voor verplichtingen en verliezen
40
6.1.1
Noodvoorziening Kenter (programma 2)
40
6.1.2
Liquidatie Fietsznfabriek (programma 4)
40
6.1.3
Liquidatie Entree Oost en West (programma 4)
40
6.1.4
Liquidatie Aziëweg (programma 4)
40
6.1.5
Liquidatie Badmintonpad (programma 4)
40
6.1.6
Liquidatie Deliterrein (programma 4)
40
6.1.7
Liquidatie Schalkwijk fase 1 (programma 4)
40
6.1.8
Voorziening Negatieve grondexploitaties (programma 4)
40
6.1.9
Wethouderspensioen (programma 6)
41
3
6.2
6.1.10
Fiscale Risico’s (programma 7)
41
6.1.11
Wachtgeld wethouders (programma 7)
41
6.1.12
Verlofsparen (programma 7)
41
Voorzieningen niet bestede middelen van derden
41
6.2.1
Fietsknooppunt (programma 4)
41
6.2.2
Egalisatie afvalstoffenheffing (programma 5)
41
6.2.3
Waterbergingen (programma 5)
41
6.2.4
Tariefsegalisatie riolering (programma 5)
41
6.2.5
GR Regionale bereikbaarheid Zuid-Kennemerland (programma 5)
41
6.2.6
Parkeren Schalkstad (programma 5)
41
6.2.7
Middengebied Schalkwijk (programma 5)
41
6.2.8
Grafleges (programma 5)
41
4
1.
Inleiding Voor u ligt de geactualiseerde Nota Reserves en Voorzieningen 2025 - 2030. De laatste actualisatie van de nota heeft plaatsgevonden in 2021. Door nu wederom actualisatie van het stuk toe te passen wordt invulling gegeven aan hetgeen in de financiële verordening is geregeld: Artikel 15 Reserves en voorzieningen, lid 2: “Het college biedt de raad periodiek een nota Reserves en voorzieningen aan. De raad stelt de nota vast. De nota behandelt de vorming en besteding van de reserves en voorzieningen en de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen”. De nota dient een tweeledig doel: • Het beleid met betrekking tot reserves en voorzieningen op een rij zetten en waar nodig herijken; • Beschrijven en overzicht bieden van alle bestaande reserves en waar nodig een voorstel doen voor instellen, opheffen of aanpassen ervan. De spelregels die gelden voor reserves en voorzieningen vloeien voort uit de landelijke regels die zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Ten opzichte van de vorige nota zijn er op dit punt nauwelijks beleidsaanpassingen geweest. Het aantal wijzigingsvoorstellen voor bestaande reserves is beperkt. De meeste wijzigingen met betrekking tot reserves (instellen, opheffen of wijzigen) worden in de reguliere P&C documenten als besluitpunt voorgelegd.
Het accent ligt derhalve op een actuele en transparante weergave van de bestaande gemeentelijke reserves en voorzieningen. De wijzigingen opgenomen in deze nota zijn de volgende: In te stellen nieuwe reserves: Geen voorstellen tot nieuw in te stellen reserves. Op te heffen reserves: • Reserve Kapitaallasten Maatschappelijk Nut Daarnaast wordt voorgesteld: • De naam van de reserve Participatie en Leefbaarheid aan te passen naar reserve Maatschappelijk Initiatief • De naam van de reserve Kapitaallasten Economisch Nut te wijzigen in reserve Kapitaallasten • De naam van de reserve Ontwikkelzones te wijzigen in reserve Gebiedsontwikkeling met woningbouwimpuls Overige wijzigingen: Bij de reserves Regionale Middelen Arbeidsmarkt, Wonen, Bodemprogramma, Grondexploitaties, Kapitaallasten en Vastgoed zijn er wijzigingen doorgevoerd in doel, dotaties en/of toevoegingen. Deze wijzigingen betreffen allen actualisaties van teksten n.a.v. eerdere besluitvorming door de raad of het updaten van verwijzingen naar de meest actuele versie van beleidsdocumenten. Het betreft in geen geval wijzigingen waarvoor de raad haar goedkeuring dient te geven.
5
De opbouw van de nota is als volgt: • In hoofdstuk 2 zijn de belangrijkste begrippen en landelijke spelregels met betrekking tot reserves en voorzieningen omschreven; • De specifiek voor Haarlem geldende beleidsuitgangspunten voor de reserves en voorzieningen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3; De hoofdstukken 2 en 3 vormen het kader dat de komende jaren wordt gehanteerd voor reserves en voorzieningen. • In hoofdstuk 4 wordt geschetst op welke manier keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de reserves invloed kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. • Hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6, benoemd als Bijlage 1 en 2 bevatten een actueel overzicht van de reserves en voorzieningen. Juist omdat dit per definitie een momentopname is, behoort deze informatie niet tot het beleidskader en is daarom verplaatst van een regulier hoofdstuk naar een in het document opgenomen bijlage. De diverse reserves worden in dit hoofdstuk uitgebreid toegelicht op onder meer doel, besteding, maximale omvang en duur. Omdat er bij voorzieningen geen keuzemogelijkheid is, blijft een beschrijving per voorziening achterwege.
6
2.
Begrippenkader en wettelijke spelregels In dit hoofdstuk worden de definities en kenmerken van de reserves en voorzieningen nader beschreven. De verslaggevingsvoorschriften en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), vormen hiervoor de basis.
2.1 Reserves De reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn. In artikel 43, lid 1 van het BBV worden de reserves onderscheiden naar: • de Algemene reserve; • de bestemmingsreserves De Algemene reserve heeft een permanent karakter en vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. De Algemene reserve functioneert als buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. In artikel 43, lid 2 van het BBV wordt een bestemmingsreserve gedefinieerd als een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze door de raad is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden aangepast. 2.1.1 Functies van reserves Bij de reserves zijn de volgende functies te onderscheiden: Bufferfunctie De algemene reserves hebben een bufferfunctie en dienen om bepaalde (onvoorziene) risico’s en exploitatietekorten op te kunnen vangen. Verder worden schommelingen in de exploitatie geabsorbeerd: tekorten en overschotten in de exploitatie komen ten laste respectievelijk ten gunste van de algemene reserve. Hierdoor is het mogelijk noodzakelijke aanpassingsprocessen geleidelijk en dus niet schoksgewijs te laten verlopen en onverwachte tegenvallers op te vangen. Reserves met een bufferfunctie maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit.
Het aanspreken van de algemene reserve verlaagt de weerstandscapaciteit. Egalisatiefunctie Reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatiebegroting kunnen zo worden vermeden. Zo ook kunnen ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen. Financieringsfunctie Reserves kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen van de gemeente. Binnen de gemeente kan het vermogen worden aangewend als intern financieringsmiddel. Door reserves in te zetten kan het beroep op overige financieringsbronnen (van derden) worden beperkt.
7
Bestedingsfunctie De gemeente kan besluiten te sparen voor toekomstige uitgaven. Een reserve kan daarbij worden ingezet om incidentele uitgaven te doen. 2.1.2 Wettelijke regels voor bestemmingsreserves De belangrijkste regels voor het omgaan met reserves en voorzieningen zijn al door de wetgever bepaald door het vaststellen van het BBV. De wetgever heeft bijvoorbeeld bepaald dat bestemmingsreserves niet negatief mogen zijn. Immers: negatieve bestemmingsreserves passen per definitie niet bij de aard en de beoogde betekenis van reserves: een ‘spaarpot’. Substantiële negatieve reserves vertroebelen bovendien het inzicht in de financiële positie. Het instellen, opheffen en doteren/onttrekken valt onder het budgetrecht van de raad. Dat krijgt concreet gestalte door de volgende werkafspraken, waardoor de raad grip houdt: Mutaties bestemmingsreserves Een belangrijke wettelijke regel is dat stortingen en onttrekkingen aan reserves alleen zijn toegestaan wanneer deze zijn gedekt door een vóór 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit dan wel wanneer door de raad een principebesluit is genomen om bepaalde (toekomstige) baten en/of lasten te muteren in een bepaalde reserve. Indien hier niet aan is voldaan is er sprake van een financiële onrechtmatigheid. Voor alle stortingen en onttrekkingen is een voor 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit nodig.
Dit kan expliciet bij resultaatbestemming in het kader van de jaarrekening, maar ook vooraf bij de vaststelling van de begroting. Ook kan een afzonderlijk raadsbesluit genomen worden over een storting of onttrekking aan een reserve. In de jaarrekening kunnen toevoegingen en onttrekkingen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is geaccordeerd voor de specifieke bestemmingsreserve. Een uitzondering hierop vormen de raads(principe)besluiten waarbij geregeld is dat saldi altijd ten gunste of laste van een specifieke bestemmingsreserve komen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de werkwijze bij reserves waarbij Haarlem een regiofunctie vervult en waarbij ontvangen middelen voor de regio zijn. Wijzigen doel of bestemming Het principe van een bestemmingsreserve is, dat de gemeenteraad ten allen tijde het doel of de bestemming kan wijzigen. Voor een dergelijke wijziging is dus altijd een raadsbesluit nodig. Instellen/opheffen bestemmingsreserve Reserves worden ingesteld door de raad. Wanneer het doel op basis waarvan een bestemmingsreserve is gevormd op enig moment vervalt, dan dient de reserve door middel van een raadsbesluit te worden opgeheven. De vrijkomende middelen worden ten gunste van de exploitatie gebracht.
Informatie over de reserves Het BBV eist dat per reserve jaarlijks in een overzicht inzicht wordt geboden in het verloop (stand begin jaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand eind jaar). In de Haarlemse programmabegroting en de jaarrekening is een dergelijk overzicht standaard opgenomen.
8
2.2 Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Er liggen verplichtingen voor de toekomst aan ten grondslag (verplichte bestedingsrichting). Om die reden is een voorziening niet vrij besteedbaar. Een voorziening is een apart gezet bedrag voor voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan het tijdstip van optreden en/of de omvang per balansdatum niet exact bekend zijn. De uitgave zal in de toekomst plaatsvinden maar hangt dus wel samen met de periode voorafgaande aan de balansdatum. 2.2.1 Wettelijke regels omtrent voorzieningen Ook voor voorzieningen geldt dat er regels zijn vastgelegd in het BBV. Instellen voorziening De hoogte van de voorziening heeft conform de wettelijke spelregels een directe relatie met het risico en/of met de toekomstige verplichting. Bij de voorzieningen dient het niveau in overeenstemming te zijn met het doel waarvoor ze zijn gevormd. Omdat voorzieningen een verplichtend karakter hebben, heeft de raad niets te kiezen (allocatiefunctie) bij het al dan niet instellen. Formeel dient de raad de betreffende lasten echter wel te autoriseren. Daarvoor gelden de normale budgetregels.
Als het geautoriseerde lastenbedrag van het programma (in Haarlem is beleidsveldniveau van toepassing) in het lopende jaar wordt overschreden door een ontoereikende omvang van een voorziening, is daarvoor een door de raad vast te stellen begrotingswijziging nodig. Als het lastenbedrag van het programma niet wordt overschreden vanwege meevallers op andere onderdelen van het programma is er geen begrotingswijziging nodig, tenzij er sprake is van een belangrijke beleidswijziging die politiek gevoelig wordt geacht. Schattingsmethode vormen voorziening Het kan lastig zijn om precies te bepalen hoe hoog een voorziening moet zijn: het schattingselement speelt bij voorzieningen in het bijzonder een rol omdat deze naar hun aard een groot onzekerheidselement kennen. De best mogelijke schatting wordt gebruikt bij het vormen van de voorziening. Het kan zijn dat er meerdere schattingen mogelijk zijn. Als geen meest waarschijnlijke variant kan worden aangegeven, maar slechts een reeks van mogelijke uitkomsten dan wordt de voorziening gesteld op het gemiddelde van de reeks van mogelijke uitkomsten. Als iets echt niet in te schatten is dan kan ook geen voorziening worden gevormd. Dan past vermelding als niet in de balans opgenomen verplichting. Mutaties voorziening Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s.
Ze mogen daarom niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat het noodzakelijk niveau anders wordt, wordt de omvang van de voorziening daarop afgestemd. Andere onttrekkingen dan voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld, zijn niet toegestaan. Toevoegingen (stortingen) aan voorzieningen of het vormen van een nieuwe voorziening worden, conform de vastgestelde (meerjaren-)begroting als last bij de producten c.q. programma’s opgenomen en door vaststelling van de programma’s geautoriseerd. Omdat voorzieningen zijn gevormd om onder meer toekomstige verplichtingen te kunnen waarborgen, is het van belang periodiek te beoordelen of het niveau van de voorziening op termijn de gewenste dekking zal bieden. Middels interne controle worden voorzieningen getoetst aan de vastgestelde criteria en beoordeeld op hun omvang. Ze moeten dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s.
9
Opheffen voorziening Een voorziening wordt opgeheven als de verplichting of het risico waarvoor de voorziening is ingesteld, is weggevallen. Aangezien opheffing van de voorziening in deze situatie verplicht is conform BBV, is voor het opheffen van de voorziening geen raadsbesluit nodig. Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt dat deze na besluitvorming door de gemeenteraad worden opgeheven. Het saldo van een op te heffen voorziening komt ten gunste van de exploitatie (algemene middelen). Informatie over voorzieningen Het verloop van een voorziening wordt – net als bij de reserves - beschreven in de begroting en de jaarstukken. 2.2.2 Verplichte vorming voorziening Er is in een aantal gevallen sprake van een verplichte vorming van een voorziening in een jaar (in ieder geval per balansdatum dus per einde van het jaar): 1. Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s (artikel 44 lid 1a en 1b BBV); 2. Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 eerste lid, onder b. (artikel 44 lid 1d BBV); 3. Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming is gebonden (artikel 44 lid 2 BBV). Bij 1.
gaat het om min of meer onzekere verplichtingen die te zijner tijd tot schulden kunnen leiden, zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter (artikel 44 lid 1a BBV), of om voorzieningen die een (beste) schatting betreffen van de lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals rechtsgedingen of reorganisaties (artikel 44 lid 1b BBV). Bij 2. betreft overschotten die zijn gerealiseerd op de exploitatie van bijvoorbeeld riolering of afvalstoffenheffing die het gevolg zijn van achterstand in de uitvoering van vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing (rioolheffing, afvalstoffenheffing) van de burger is geheven. Dergelijke overschotten kunnen niet ten gunste van de exploitatie c.q. algemene middelen worden gebracht, omdat dit geld is van de belastingbetaler wat de gemeente in de toekomst nog moet besteden aan vervangingsinvesteringen riolering. Deze bedragen moeten verplicht in de voorziening worden opgenomen. Op het moment dat de vervangingsinvestering daadwerkelijk wordt gedaan, moet het bedrag wat daarvoor is opgenomen in de voorziening (spaarcomponent vervangingsinvestering) in mindering worden gebracht op het geactiveerde bedrag aan investeringen met een economisch nut. In Haarlem zijn de voorziening afvalstoffenheffing en voorziening rioolheffing hier een voorbeeld van. Bij 3.
betreft het bijvoorbeeld schenkingen van derden met een specifieke bestedingsverplichting, de van derden (niet-overheidslichamen) verkregen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren en de tariefegalisatie inzake heffingen van tarieven van derden met een restitutieplicht. Het is niet toegestaan om voorzieningen te vormen voor: • De gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, die niet in causaal verband staan met de gemeentelijke bedrijfsvoering in het huidige jaar; • Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume (denk aan vakantiegeld van de medewerkers).
10
2.2.3
Niet verplichte vorming voorziening
Verder is er nog sprake van een niet verplichte, dus facultatieve, voorziening. Dit betreft de voorziening ter egalisatie van kosten (artikel 44 lid 1c BBV). Aan het vormen van deze voorziening zijn twee eisen gesteld, te weten: • er moet sprake zijn van kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, maar waarvan de oorsprong wel (mede) ligt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar; • de voorziening moet strekken tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Het gaat bij de laatste categorie over (toekomstige) lasten waar de gemeente niet ‘onderuit’ kan. Hierbij valt met name te denken aan het cyclisch (terugkerend) onderhoud van kapitaalgoederen zoals wegen, waterwegen, riolering en gebouwen. Het vormen van een voorziening is in dit geval niet verplicht; er kan ook voor gekozen worden de ongelijkmatig gespreide lasten in de komende begrotingsjaren voor de te verwachten bedragen in de meerjarenraming op te nemen. Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. Dit beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd en financieel te zijn getoetst.
De commissie BBV doet de aanbeveling om tenminste éénmaal in de vier jaar een integrale beleidsnota over het beleidskader onderhoud kapitaalgoederen door de raad te laten vaststellen en de hoofdlijnen daarvan jaarlijks op te nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Indien er geen (recent) beheerplan aanwezig is, is het vormen van een voorziening groot onderhoud dus niet toegestaan, maar kunnen de kosten van groot onderhoud wel door vrijval via resultaatbestemming vanuit een (daartoe gevormde) bestemmingsreserve worden gedekt. Overigens is in Haarlem de situatie dat voor egalisatie van de lasten van beheer en onderhoud een bestemmingsreserve wordt aangehouden. Meer specifieke informatie over deze bestemmingsreserve is terug te vinden in paragraaf 6.1.11.
2.3 Reserves versus voorzieningen (samengevat) Het verschil tussen een reserve en een voorziening kan als volgt kort schematisch worden aangegeven:
Vorming Besteding Balanspositie
Reserve bestemming van het resultaat (kan-bepaling) vrij (raadsbesluit) eigen vermogen
Voorziening verplicht door het nemen van een last (zal-bepaling) verplicht vreemd vermogen
11
3.
Beleid gemeente Haarlem In dit hoofdstuk worden allereerst de beleidsuitgangspunten geformuleerd die betrekking hebben op de reserves en voorzieningen van de gemeente Haarlem. Vervolgens wordt de relatie tussen de Algemene reserve en het weerstandsvermogen uiteengezet. Tenslotte wordt beschreven hoe omgegaan wordt met het toerekenen van rente aan reserves en voorzieningen. Het beleid ten aanzien van de reserves en voorzieningen vormt geen op zichzelf staand beleid, maar sluit aan op de financiële verordening (artikel 212 van de Gemeentewet) en maakt onderdeel uit van het algemeen financieel beleid van de gemeente.
3.1 Hoofdlijnen beleid De algemene beleidsdoelen met betrekking tot reserves zijn: Transparantie: door goed inzicht in de reserves en voorzieningen wordt de vrije beleidsruimte beter zichtbaar. Door te streven naar een minimaal aantal reserves, waar nodig voorzien van een plafond, worden zo min mogelijk middelen in hun besteding geblokkeerd. Er blijven meer middelen breed inzetbaar. Grip: de spelregels zijn erop toegesneden om het budgetrecht van de raad maximaal tot zijn recht te laten komen. Dat betrekt dat de gemeenteraad bepaalt hoe reserves worden ingezet. Leidend principe voor de beoordeling van de benodigde middelen in een reserve of voorziening is de aanwezigheid van een door het bestuur vastgesteld plan dan wel het bestaan van een achterliggende verplichting die qua omvang onzeker is, maar wel is in te schatten. 3.1.1
Spelregels
De spelregels voor reserves zijn als volgt: • Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: o Het specifieke doel van de reserve o De toevoegingen aan de reserve o De bestedingsraming en de grondslag (bijvoorbeeld meerjarenplan) o De maximale omvang van de reserve o De (maximale) looptijd van de reserve • Het instellen en opheffen van reserves is aan de raad voorbehouden (conform BBV); • Bestemmingsreserves worden zoveel mogelijk samengevoegd tot brede bestemmingsreserves; • Een bestemmingsreserve blijft alleen bestaan als het nut en de noodzaak onomstotelijk vast staan. Als dat niet zo is volgt opheffing en wordt het saldo toegevoegd aan de exploitatie; • De algemene reserve dient primair als buffer voor risico’s en ter egalisatie van rekeninguitkomsten. Afzonderlijke risicoreserves voor deelactiviteiten worden zoveel mogelijk vermeden tenzij de raad expliciet anders besluit; • Voor bestemmingsreserves die zijn gevormd om lasten over de jaren heen te egaliseren, is het vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie van belang
12
•
•
dat de beheerplannen actueel blijven. Wat actueel concreet inhoudt, kan per beheerplan verschillen. Als minimumnorm geldt eens in de vijf jaar integraal actualiseren en de hoofdlijnen daarvan jaarlijks op te nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Kleinere bijstellingen op de plannen verlopen via de P&C documenten. Bestemmingsreserves hebben een minimale omvang van € 100.000 (indien de omvang van een in stellen bestemmingsreserve kleiner is dan € 100.000 dan opnemen in de exploitatiebegroting, er geldt een hardheidsclausule); De raad wordt geïnformeerd over het verloop van de grotere, beleidsrelevante bestemmingsreserves. Het gaat dan over informatie over begin- en eindstand en tussenliggende mutaties en een toelichting daarop (conform BBV).
3.2 Relatie algemene reserve en weerstandsvermogen Het doel van het hebben van weerstandsvermogen is dat er een buffer aanwezig is om de financiële tegenvallers op te vangen zodra risico’s werkelijkheid worden. Kortom: weerstandsvermogen is het vermogen om risico’s af te dekken. Het weerstandsvermogen is in artikel 11 lid 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) als volgt gedefinieerd: Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: 1. de weerstandscapaciteit, zijn de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; 2. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Voor de gemeente Haarlem bestaat de beschikbare weerstandscapaciteit uit de Algemene reserve, Bestemmingsreserves, stille reserves1. De begrotingsruimte en de onbenutte belastingcapaciteit2 worden niet meegerekend in het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit. De reserve Grondexploitatie wordt gebruikt als beschikbare weerstandscapaciteit voor de risico’s volgend uit de grondexploitaties. Wanneer de reserve Grondexploitaties hier onvoldoende dekking toe biedt, wordt voor het restant van de benodigde weerstandscapaciteit de Algemene reserve ingezet.
Bij het vaststellen van de nota Risicomanagement in 2023 is deze werkwijze opnieuw vastgelegd. In lijn met eerder genomen besluitvorming door de raad is ook in de nota Risicomanagement uit 2023 besloten om de bestemmingsreserves niet mee te tellen in de weerstandscapaciteit. Het niet meetellen van de bestemmingsreserves heeft wel als effect dat de vergelijkbaarheid op het punt van weerstandsvermogen met andere gemeenten afneemt of op z’n minst minder eenvoudig wordt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt periodiek met behulp van een risicosimulatie bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit en vormt het weerstandsvermogen.
1 Stille reserve: reserves waarvan omvang en bestaan niet uit de balans blijken. Voorbeeld: de financiële waarde die
het stadhuis vertegenwoordigt . 2 Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan de maximumtarieven zoals opgenomen in de gemeentewet en/of wanneer de gemeentelijke tarieven niet kostendekkend zijn.
13
In schema: Beschikbare weerstandscapaciteit ---------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit
=
Ratio weerstandsvermogen
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt de volgende waarderingstabel gebruikt: Ratio weerstandsvermogen Groter dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Kleiner dan 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
In de programmabegroting en jaarrekening wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ingegaan op de risico’s en het weerstandsvermogen. Als de Algemene reserve onder de door de raad gedefinieerde ondergrens komt, zal het financieel beleid erop gericht zijn om door extra stortingen ten laste van de exploitatie de algemene reserve weer op peil te brengen. Het kan zijn dat het weerstandsvermogen - zowel op begrotings- als op realisatiebasis - boven de door de raad gedefinieerde bovengrens komt. Als dat één jaar gebeurt, is het voorstel niet meteen actie te nemen. Als echter de opvatting is dat de omvang van de algemene reserve niet meer in relatie staat tot de benodigde weerstandscapaciteit, is de vraag aan de orde of de algemene reserve kan worden afgeroomd bijvoorbeeld voor schuldenreductie. Als deze situatie zich voordoet, zal dit bij de eerstvolgende kadernota aan de orde komen en kan de raad hierover kaderstellende uitspraken doen.
3.3 Rentetoerekening aan reserves en voorzieningen Doordat de gemeente reserves heeft, hoeft er minder te worden geleend. Daardoor is de door de gemeente feitelijk aan derden (banken) te betalen rente lager dan in een situatie dat alle activa met leningen zouden moeten worden gefinancierd. In verband hiermee kan over de eigen financieringsmiddelen “bespaarde” rente worden berekend. Het is dan vervolgens mogelijk om de bespaarde rente toe te voegen aan de reserves bijvoorbeeld om de koopkracht van de reserve in stand te houden. Praktijk in Haarlem is dat er geen rente wordt toegerekend aan reserves. Er is geen reden om het beleid in Haarlem op dit punt te herzien. Wel toerekenen van rente aan reserves creëert een fictieve rentelast en leidt naar het oordeel van de commissie BBV tot het (onnodig) opblazen van de programmalasten en gaat daarmee ten koste van de eenvoud en transparantie. De commissie BBV schrijft in de Notitie Rente uit 2023 hierover het volgende: Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen.
Kortom: als nut en noodzaak én noodzakelijke omvang van reserves periodiek integraal worden afgewogen, is er geen reden om rente toe te voegen aan reserves.
14
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan (art. 45 BBV). Voorzieningen dienen namelijk - zoals in hoofdstuk 2.2 aan de orde is geweest - naar beste schatting dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s (niet groter of kleiner). Jaarlijks wordt bij de jaarrekening bij veel voorzieningen (bijvoorbeeld in verband met verwachte verliezen en risico’s voor de grondexploitaties) de noodzakelijke hoogte van de voorziening geactualiseerd en indien nodig aangepast. In die situatie is de (rente)toevoeging feitelijk opgenomen (verdisconteerd) in de totale aanpassing van de voorziening. Wanneer voorzieningen tegen contante waarde in de balans van de gemeente worden gewaardeerd, zal jaarlijks een toevoeging aan de voorziening moeten plaatsvinden voor het percentage (disconteringsvoet) waartegen de voorziening contant is gemaakt. Deze (rente)toevoeging is een last voor de exploitatie. Deze (rente)last wordt in de begroting geraamd.
15
4.
Effect keuzes in besteding reserves op financiële positie In dit hoofdstuk wordt geschetst op welke manier keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de reserves invloed kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Reserves en voorzieningen beïnvloeden de financiële positie van de gemeente. Met name het begrotingssaldo, het weerstandsvermogen, het bezit (activa) en de schuldpositie wijzigen door het gebruik van reserves en voorzieningen. Om die reden is het van belang dat de betekenis van deze posten helder is. De financiële positie van de gemeente wordt gemeten aan de hand van verschillende kengetallen. De kengetallen die gekoppeld zijn aan de hoogte van de reserves zijn de schuldquote en de solvabiliteitsratio. 4.2.1 Netto schuldquote, impact en verloop De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen, waaronder dus de reserves. Ook geeft de schuldquote een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het verloop van de netto schuldquote over de komende jaren is als volgt: Kengetallen (afgerond op hele %) Netto schuldquote
Begroting 2026 67%
Begroting 2027 76%
Begroting 2028 85%
Begroting 2029 97%
Begroting 2030 112%
De begrote netto schuldquote laat t/m 2030 een stijgende lijn zien. Dit komt voornamelijk door een begrote stijging in de vaste schuld, wat hoort bij een stijgend niveau aan investeringen. Voor meer informatie omtrent de ontwikkeling van de netto schuldquote wordt verwezen naar de Programmabegroting 2026 -2030. 4.2.2 Solvabiliteitsratio, impact en verloop De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het verloop van de solvabiliteitsratio over de komende jaren is als volgt: Kengetallen (afgerond op hele %) Solvabiliteitsratio
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
32%
31%
30%
29%
27%
Ook bij de solvabililteitsratio is de komende jaren een lichte verslechtering te zien. Een lagere solvabiliteit heeft geen direct (negatief) effect voor gemeenten. Omdat het Rijk achtervang biedt voor gemeenten zien kredietverstrekkers geen verhoogd risico. De netto schuldquote is daarom geschikter als indicator voor het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Wel houden de schuld en de solvabiliteit verband met elkaar. Maar, sinds 2024 wordt toegestaan dat gemeenten van de surplus in de Algemene reserve 10% mogen inzetten voor de dekking van structurele lasten, mits de solvabiliteitsratio hoger dan of gelijk aan 20% is. Om deze reden is de betekenis van deze indicator voor gemeenten groter geworden en wordt deze indicator sinds 2024
16
ook als eigen indicator gehanteerd. Voor meer informatie omtrent de ontwikkeling van de solvabiliteitsratio wordt verwezen naar de Programmabegroting 2026 -2030.
17
5.
Bijlage 1 Actueel overzicht reserves 5.1 Bestemmingsreserves met een bestedingsfunctie 5.1.1 Reserve Social return on investment (SROI) In 2012 heeft de gemeenteraad besloten (ZW/BB/2012/224482) een SROI-reserve in te stellen ten behoeve van financiering van(kortdurende) opleidingen of jobcoaching voor mensen van de SROI doelgroep. Naam van de reserve
Reserve Social return on investment (SROI)
Programma Doel van de reserve
Functie
3. Werk en inkomen Korte opleidingen, job-coaching of andere vormen van begeleiding te financieren voor mensen uit de SROI doelgroep . De SROI doelgroep bestaat uit: - Uitkeringsgerechtigden o.b.v. de Participatiewet; - Vroegtijdige schoolverlaters; - Leerlingen Beroeps Opleidende leerweg (BOL) en Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL); - Leerlingen Voortgezet Speciaal Onderwijs (Vso) en Praktijkonderwijs (Pro); - Werkzoekende niet-uitkeringsgerechtigden (Nuggers); - Uitkeringsgerechtigden volgens de WW, Wajong, WIA en WAO. Bestedingsfunctie
Budgethouder
Afdelingsmanager Werk en Inkomen
Voeding/dotatie
Besteding/onttrekking
De reserve wordt gevuld door bijdragen van opdrachtnemers die niet aan hun SROIverplichting voldoen. Indien de opdrachtnemer onvoldoende medewerking verleent en/of de verplichtingen vanuit de SROI- paragraaf niet naleeft, zal een inhouding naar waarde van de niet-gerealiseerde verplichting plaatsvinden (5% van de loonsom van de desbetreffende opdracht). -
Maximale omvang
N.v.t.
Omvang 31-12-2024
€0
Minimale omvang
€0
Maximale duur
Gekoppeld aan looptijd SROI afspraken in ASV en overeenkomsten.
Bijzonderheden
De SROI-boete was in 2016 opgeheven en is in 2020 weer ingevoerd. Er zijn tot nu toe geen boetes opgelegd. De reserve is tot nog toe niet gebruikt. Gezien het feit dat de huidige SROI-regels een boeteclausule bevatten, wordt de reserve behouden voor het geval dat een boete wordt opgelegd.
5.1.2 Reserve Minimagelden Deze reserve is ingesteld in 2016 en dient om niet bestede middelen voor minima te reserveren en beschikbaar te houden voor deze doelgroep. Niet bestede gelden, bepaald als begroting versus realisatie, voor minima worden gedoteerd ter inzet op een later moment en eventuele tekorten worden aan deze reserve onttrokken. Naam
Minimagelden
Programma Doel
3. Werk en Inkomen Reserveren van onderbesteding van minimagelden zodat deze middelen beschikbaar blijven voor dit beleidsveld.
18
Functie Budgethouder Toevoegingen/dotaties Bestedingen/onttrekkingen
Bestedingsfunctie Afdelingsmanager Schulden, Minima en Sociale Recherche Onderbesteding minimagelden Eventueel tekort wordt onttrokken aan de reserve. In de praktijk passen we bij deze reserve een principebesluit toe. Namelijk dat het saldo aan het eind van het jaar 'afrekent' met deze reserve. Hier is geen afzonderlijk raadsbesluit voor nodig. Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden Relevante Kostenplaatsen: 663003 lijkbezorging 663005 minima 663006 bijz. bijstand 663007 peuterspeelzalen 663010 sociale basis 663669 minimabeleid reserves Verschillen begroting versus realisatie van doorbelaste lonen/inhuur/goederen rekenen niet af met de reserve. Minimale omvang Maximale omvang Omvang per 31-12-2024
€0 n.v.t. € 9.701.000
5.1.3 Reserve Kinderopvangtoeslag affaire Deze reserve is ingesteld bij de Kadernota 2023 dient om de nog te maken kosten voor de uitvoering van de KOT-regeling te dekken. Naam
Kinderopvang toeslag affaire
Programma Doel
3. Werk en Inkomen Instellen van de reserve Kinderopvangtoeslag (KOT) voor de periode 2022 tot en met einde van de SPUK-regeling, waarmee nog te maken kosten voor de uitvoering van de KOT-regelen gedekt worden. Functie Bestedingsfunctie Budgethouder Afdelingsmanager Schulden, Minima, Sociale Recherche Toevoegingen/dotaties In de KOT-regeling ontvangt de gemeente middelen voor de uitvoering van begeleiding van KOT-gedupeerden en het regelen van vrijstellingen van schulden. Daarnaast worden alle ingekochte trajectkosten en verleende vrijstellingen voor deze doelgroep vergoed. De looptijd van het project is van 2021 tot en met het einde van de SPUK-regeling. Een deel van de inkomsten in 2021 betreft vergoedingen voor uitgaven die zich in de hele projectperiode voordoen. Omdat onzeker is tot hoeveel uitvoeringskosten deze regeling nog leidt, wordt voorgesteld de niet bestede middelen toe te voegen aan een nieuwe bestemmingsreserve KOT voor de periode 2022 tot en met einde van de SPUK-uitkering Kinderopvangtoeslagaffaire, waarmee in die periode de resultaten KOT verrekend kunnen worden. Bestedingen/onttrekkingen Maximale duur/datum opheffen Tot en met 1 jaar na einde SPUK regeling Bijzonderheden Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 458.000
5.1.4 Reserve Ongedeelde stad Bij de Kadernota 2018 is de reserve Ongedeelde stad ingesteld, als antwoord op de motie “Samen delen voor een ongedeelde stad”. De reserve wordt ingezet voor het reserveren van middelen voor het realiseren van betaalbare woningbouw in het westelijke deel van de stad met als doel een ongedeelde stad. Bij gebiedsontwikkeling waar relatief veel betaalbare woningbouw wordt gerealiseerd is het niet altijd mogelijk alle noodzakelijke kosten voor voorzieningen en leefbaarheid
19
in het gebied te verhalen op de ontwikkelaars. Met de reserve kan deze zogenaamde onrendabele top van de gebiedsontwikkeling worden afgedekt. Naam
Ongedeelde stad
Programma Doel
4. Aantrekkelijke woon-werkstad
Reserveren van middelen voor het realiseren van betaalbare woningbouw en voor voorzieningen en leefbaarheid met als doel een ongedeelde stad Functie Bestedingsfunctie Budgethouder Afdelingsmanager Programma en Gebiedsmanagement Toevoegingen/dotaties De voeding van de reserve bestaat uit het overhevelen van middelen uit de reserve Grondexploitaties. Bij het instellen van deze reserve is besloten om € 5 miljoen vanuit de reserve Grondexploitaties te doteren aan deze reserve. In het vervolg zal jaarlijks door de raad vastgesteld worden wat de omvang van het surplus op de reserve grondexploitaties betreft, zodat de raad dit surplus kan toevoegen aan deze reserve. Inmiddels is € 10 miljoen toegevoegd aan de reserve. Bestedingen/onttrekkingen € 8,2 miljoen is bestemd voor de cofinanciering impulsregeling Zuidwest. Maximale duur/datum opheffen 2025, met mogelijkheid om te verlengen Bijzonderheden Minimale omvang €0 Maximale omvang Vooralsnog € 10 miljoen Omvang per 31-12-2024 € 9.467.000
5.1.5 Reserve Bovenwijkse netwerkvoorzieningen Deze reserve is in 2021 ingesteld (2021/86978) voor het (deels) financieren van bovenwijkse netwerkvoorzieningen. De reserve mag uitsluitend worden ingezet voor de netwerkvoorzieningen op de bij de nota bovenwijkse netwerkvoorzieningen behorende lijst. De reserve vormt een (klein) deel van de totale kosten die gemoeid zijn met de benodigde netwerkvoorzieningen. De gemeente moet zelf voldoende middelen reserveren om de kosten, die nodig zijn voor het resterende deel, te dekken. De aanleg hiervan gaat hand in hand met de ontwikkeling van de stad. Dus bij een lager ontwikkeltempo is het tempo van aanleggen van de netwerkvoorzieningen ook lager. De achterliggende gedachte voor het doteren vanuit gemeentelijke grondexploitaties is dat bij ontwikkelingen door deze (projectontwikkelaars) mee kunnen betalen aan de kosten voor de ontwikkeling in de openbare ruimte. Maar de ontwikkelaars betalen eerst en de ontwikkeling komt vaak later. Daarom deze reserve. Daar mag alleen aan worden onttrokken als het inderdaad een medebekostiging betreft van een in de bovenwijkse voorzieningen genoemde voorziening. Naam
Bovenwijkse netwerkvoorzieningen
Programma Doel Functie Budgethouder Toevoegingen/dotaties
4. Aantrekkelijke woon-werkstad Het (deels) financieren van bovenwijkse netwerkvoorzieningen Bestedings- en financieringsfunctie Afdelingsmanager Programma en Gebiedsmanagement Bijdragen marktpartijen op basis van de nota Bovenwijkse netwerkvoorzieningen 2021 en gemeentelijke grondexploitaties worden, voor zover deze nog niet zijn besteed, toegevoegd aan deze reserve.
Bestedingen/onttrekkingen
De reserve wordt uitsluitend besteed aan voorzieningen die staan op de lijst behorende bij de nota Bovenwijkse netwerkvoorzieningen 2021. Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden n.v.t. Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 465.000
20
5.1.6 Reserve Wonen De reserve Wonen is voor het jaar 2014 gevormd uit reserve ISV na actualisatie ISV programma's. De reserve Wonen wordt ingezet om het Volkshuisvestingsprogramma Haarlem 2026-2030 ‘Samen voor een fijn (t)huis!’ vorm te geven alsmede uit te voeren tot aan 2030. Op basis van een jaarlijkse raming worden middelen uit de reserve onttrokken en ingezet om uitvoering te geven aan de doelen en ambities zoals in dit programma gesteld. Naam
Wonen
Programma Doel
4. Aantrekkelijke woon-werkstad Voor uitvoering van het vigerend programma Wonen ter uitvoering van het Volkshuisvestelijkprogramma. Functie Bestedingsfunctie Budgethouder Afdelingsmanager Economie, Cultuur, Duurzaamheid en Wonen Toevoegingen/dotaties Op dit moment zijn nog geen nieuwe toevoegingen voorzien. De verwachting is dat de reserve Wonen vanaf 2029 onvoldoende middelen bevat om de jaarlijkse onttrekking van € 300.000 te handhaven, waardoor er in 2029 en 2030 aanvullende middelen nodig zijn, of de ambities moeten worden afgeschaald. Dit vereist een storting in de reserve om alle activiteiten uit het programma te kunnen uitvoeren. Bestedingen/onttrekkingen Het Volkshuisvestingsprogramma Haarlem 2026-2030 ‘Samen voor een fijn (t)huis!’ geeft het kader aan voor de besteding van middelen tot maximaal het in de reserve beschikbare bedrag. De werkelijke bestedingen voor uitvoering van het volkshuisvestingsprogramma worden onttrokken. Het budget dat nog resteert in de reserve wordt vanaf 2026 ingezet voor het uitvoeren van de kwantitatieve woningbouwopgave, collectieve woonvormen, het beter benutten van de bestaande voorraad, huisvesting van bijzondere doelgroepen, verduurzaming en leefbaarheid. Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 1.602.000
5.1.7 Reserve Maatschappelijk Initiatief (voorheen Participatie en Leefbaarheid) In 2017 gestart. De reserve is bestemd voor de uitvoering van activiteiten omtrent Duurzame stedelijke vernieuwing (Dsv) vanaf 2017. Bij de Kadernota 2018 verbreed en aangepast naar reserve Participatie en leefbaarheid. De reden hiervoor is dat naast duurzaamheid ook participatie en leefbaarheid belangrijkrijke ambities zijn. Door het doel van de reserve te verbreden kan ook uitvoering worden gegeven aan activiteiten die de participatie verbeteren en kan ruimte gegeven worden aan initiatieven uit de stad voor leefbaarheid. De naam is in deze nota aangepast naar reserve Maatschappelijk initiatief, dit sluit beter aan bij het brede doel van deze reserve. Naam
Maatschappelijk Initiatief
Programma Doel
4. Aantrekkelijke woon-werkstad
Functie Budgethouder Toevoegingen/dotaties
Egalisatie van de beschikbaar gestelde middelen in de exploitatie voor activiteiten die duurzaamheid, participatie en leefbaarheid bevorderen. Egalisatiereserve Afdelingsmanager Programma en Gebiedsmanagement De voeding bestaat uit middelen van het activiteitenprogramma die gedurende het begrotingsjaar niet zijn besteed én eventuele opbrengsten die voortvloeien uit dit activiteiten programma. Voor het activiteitenprogramma is structureel € 1 miljoen beschikbaar gesteld. Vanaf 2022 is structureel € 500.000 beschikbaar. De jaarlijkse onder- en overschrijdingen ten opzichte van de begroting zullen bij de jaarrekening vanuit de exploitatie worden verrekend met de reserve. Dit is een principebesluit, hier is geen afzonderlijk raadsbesluit meer voor nodig.
21
Bestedingen/onttrekkingen
Het activiteitenprogramma is de basis voor de besteding van het jaarlijkse budget, deze bestedingen lopen niet via deze reserve, alleen bij een eventueel tekort zal onttrekking aan de reserve plaatsvinden. Hier is geen afzonderlijk raadsbesluit voor nodig. Gezien het meerjarige karakter van het activiteitenprogramma zal de bestemmingsreserve ook worden ingezet om voldoende budget beschikbaar te hebben voor activiteiten van grotere omvang, waarvan de uitvoering meerdere jaren vergt. Dit extra budget zal uit de reserve onttrokken worden. Voor dit soort onttrekkingen is een expliciet raadsbesluit noodzakelijk. Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden Minimale omvang €0 Maximale omvang € 2.000.000, gelijk aan het totaal van twee jaarbudgetten Omvang per 31-12-2024 € 1.400.000
5.1.8 Reserve Leefomgeving De reserve Leefomgeving is bedoeld voor kwaliteitsverbeteringen van de openbare ruimte in het kader van de stedelijke vernieuwing. De reserve wordt niet langer gevoed en raakt uitgeput. Bij de Programmabegroting 2026-2030 is besloten om, na verwerking van het resterende saldo in de jaarschijven van de begroting, deze reserve bij de Kadernota 2027 op te heffen. Naam
Leefomgeving
Programma Doel
4. Aantrekkelijke woon-werkstad Kwaliteitsverbeteringen van de openbare ruimte in het kader van de stedelijke vernieuwing. Functie Bestedingsfunctie Budgethouder Afdelingsmanager Programma en Gebiedsmanagement Toevoegingen/dotaties In het verleden is de reserve Leefomgeving gevormd uit oude ISV-gelden en het afsluiten van de grondexploitaties transformatieprojecten. Er worden geen dotaties meer gedaan aan deze reserve met uitzondering van op grond van overeenkomsten ontvangen bedragen waar separate besluitvorming over nodig is. Bestedingen/onttrekkingen Vloeit voort uit projectovereenkomsten met de corporaties en het tempo van uitvoering woningbouw. Het gaat om werkelijke bestedingen conform projectovereenkomsten met de corporaties en rekening houdend met het tempo van uitvoering woningbouw. In 2016 is een aanvullende samenwerkingsovereenkomst Delftwijk 2020 gesloten. Maximale duur/datum opheffen Reserve wordt opgeheven bij de Kadernota 2027. Bijzonderheden In het verleden zijn veel uitgaven ten laste van deze reserve gekomen, sinds verplichte activering uitgaven maatschappelijk nut kan dit niet meer. Bestedingen vinden dus nu alleen nog plaats voor exploitatie-uitgaven van de transformatieprojecten. Eventuele toekomstige dotaties in de vorm van ontvangen bijdragen van projectontwikkelaars kunnen alleen plaatsvinden indien hier geen verplichtingen meer mee samen hangen.
Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 6.045.000
5.1.9 Reserve Gebiedsonwikkelingen met woningbouwimpuls Bij de Kadernota 2024 heeft de raad voor de ontwikkelzones waarvoor tevens een subsidie Woningbouwimpuls is toegekend de financiële spelregels ontwikkelzones vastgesteld (2023/1860045) en de Reserve Ontwikkelzones ingesteld. Om de woningbouwproductie te versnellen zijn zogeheten "ontwikkelzones" geïntroduceerd. Een ontwikkelzone is een gebied waarbinnen diverse locaties als deelprojecten ontwikkeld worden en de daarvoor benodigde investeringen in de openbare ruimte (ontsluiting, groen, water etc.) worden gedaan. Om de uitvoeringskracht te versterken is het belangrijk dat de aansturing en
22
beheersing van middelen optimaal wordt georganiseerd. Het is van belang dat snel en adequaat kan worden bijgestuurd binnen de vooraf door de raad gestelde kaders. Met de reserve Ontwikkelzones wordt de cofinanciering die voor de businesscases van de ontwikkeling vereist is verzekerd en kan sneller worden gehandeld bij afwijkingen tussen begroting en realisatie op de verschillende projecten en budgetten die de businesscase van een ontwikkelzone vormen. Naam
Ontwikkelzones
Programma Doel
4. Aantrekkelijke woon-werkstad Dekken van de benodigde cofinanciering van de gebiedsontwikkelingen met woningbouwimpuls-subsidie Functie Egalisatie- en bestedingsfunctie Budgethouder Afdelingsmanager Programma en Gebiedsmanagement Toevoegingen/dotaties Bij het vaststellen van de businesscase van een gebiedsontwikkeling met winongbouwimpuls-subsidie wordt incidenteel de gehele cofinanciering in de reserve gestort. Naast de initiële storting worden gedurende de looptijd van de businesscase positieve exploitatieresultaten, resultaten grondexploitaties en resultaten anterieure overeenkomsten die binnen de betreffende gebiedsontwikkeling en vastgestelde businesscase vallen in de reserve gestort. De verkoopresultaten (verkoopopbrengst minus de boekwaarde) van vastgoedtransacties binnen de gebiedsontwikkeling-zones worden ook gereserveerd in deze reserve. Bestedingen/onttrekkingen Er is sprake van een principebesluit ten aanzien van de dotatie danwel onttrekking van de saldi op de exploitatiebudgetten, anterieure overeenkomsten en grondexploitaties die binnen en businesscase vallen. De bestedingsramingen zijn vastgelegd in de vastgestelde businesscases van de gebiedsontwikkeling, maar bij de jaarrekening worden de werkelijke totale kosten onttrokken danwel overschotten gedoteerd. Dit betreft uitsluitend de saldi van de budgetten die binnen de businesscases vallen.
De verkoopresultaten (verkoopopbrengst minus de boekwaarde) van vastgoedtransacties binnen de gebiedsontwikkeling-zones worden ook gereserveerd in deze reserve. Maximale duur/datum opheffen De looptijd van de reserve loopt gelijk op met de looptijd van de gebiedsontwikkeling. Bijzonderheden n.v.t. Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 17.085.000
5.1.10 Reserve Bodemprogramma De reserve Bodemprogramma is in 2010 gevormd en wordt gevoed uit de decentralisatie uitkering Bodem en uit de jaarlijks mogelijk niet bestede middelen bestemd voor bodem uit de gemeentebegroting. De reserve wordt ingezet voor de werkzaamheden die zijn verwoord in het Bodemprogramma 2023-2030. Dit bodemprogramma geeft een onderbouwing voor de besteding van het geld dat beschikbaar is voor bodemsanering. De locaties en projecten die te maken hebben met bodemverontreiniging en het beheer van de bodem worden dus expliciet benoemd. Hierdoor heeft de raad grip op de inzet van de rijksmiddelen. Naam
Bodemprogramma
Programma Doel Functie Budgethouder Toevoegingen/dotaties Bestedingen/onttrekkingen
5. Gezonde en duurzame stad Uitvoering door de raad vastgestelde bodemprogramma's Bestedingsfunctie Afdelingsmanager Omgevingsbeleid Doeluitkering bodem - via algemene uitkering Werkelijke uitgaven conform het geldende bodemprogramma (2023/589277). De uitgaven voor bodemonderzoek worden geboekt op kostenplaats 675005 Bodemsanering/onderzoek.
23
Maximale duur/datum opheffen Bij voldoende saldo conform raadsbesluit tot 2030. Gedurende de programmaperiode kunnen zich echter onvoorziene situaties voordoen die invloed hebben op de planning en uitvoering van het programma. Dit kan doorlopen na 2030. Bijzonderheden n.v.t. Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 7.604.000
5.1.11 Reserve Beheer en onderhoud openbare ruimte Bij de Kadernota 2012 is besloten een reserve beheer en onderhoud openbare ruimte in te stellen. Kader daarbij is het door de raad vastgestelde Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte 20222031. Deze visiedocumenten geven inzicht in de kwaliteitsambitie van de gemeente voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte 2022 tot en met 2031. In het visie- en strategiedocument zijn afwegingskaders vermeld op basis waarvan de jaarlijkse beheerplannen worden vastgesteld. Afgesproken is dat de visie elke vier jaar wordt geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd. Naam
Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte
Programma Doel
5. Gezonde en duurzame stad Doel van deze bestemmingsreserve is het opvangen van calamiteiten die samenhangen met groot onderhoud gedurende het jaar (inzet moet dan leiden tot minder groot onderhoud in een later jaar). Verder kan de reserve worden ingezet voor incidenteel (niet levensduur verlengend) groot onderhoud. Het gaat dan om het opvangen van periodieke uitschieters en jaren met een grote onderhoudsopgave met betrekking tot beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Tenslotte wordt deze reserve ook gebruikt bij budgetoverhevelingen bij jaargrensoverstijgende werkzaamheden groot onderhoud. Bij vertraging in het onderhoudsprogramma schuiven de werkzaamheden en het hiervoor benodigde budget door naar het volgende boekjaar. Bij versnelling van het onderhoudsprogramma wordt extra onttrokken aan de reserve. Voorstel is om hiervoor geen separaat raadbesluit bij de jaarrekening voor te nemen maar dit in analogie met de reserve Participatie en Leefbaarheid deze werkwijze vast te stellen. Daarmee wordt vertraging van het onderhoudsprogramma voorkomen, immers het besluit van de jaarrekening is in juni, en dan wordt ook de administratieve inzet beperkt. Kader is de door de raad vastgestelde Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2031.
Functie Bestedingsfunctie Budgethouder Afdelingsmanager Beheer en Beleid Openbare Ruimte Toevoegingen/dotaties Toevoegingen aan de reserve zijn niet begroot. Bestedingen/onttrekkingen Het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2031 geeft de afwegingskaders op basis waarvan de jaarlijkse beheersplannen worden vastgesteld. Reden om de reserve daarvoor aan te houden is dat de onderhoudstoestand van de openbare ruimte momenteel onzekerheden kent omdat er nog nader onderzoek nodig is naar de beheersituatie en het onderhoud. De bedragen die voor incidenteel groot onderhoud nodig zijn in die jaren zijn nu niet geraamd in de begroting. Het is raadzaam hiervoor nog wel ruimte te behouden in de reserve. Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden n.v.t. Minimale omvang €0 Maximale omvang N.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 10.116.000
5.1.12 Reserve Waterbergingen Bij de Kadernota 2019 is de reserve waterberging ingesteld. Volgens de geldende regels dient de gemeente bij toename van verharding extra waterberging te realiseren. Als de toename van
24
verharding niet binnen een programma/project gecompenseerd kan worden, dient de gemeente deze waterberging elders binnen Haarlem te compenseren. Door middel van de reservering, kan de gemeente kleine opgaves samenvoegen en zo een robuust watersysteem behouden. Naam
Waterbergingen
Programma Doel
5. Gezonde en duurzame stad Reserveren van middelen om de verhouding verhard terrein versus oppervlaktewater in stand te houden. Vervolgens kunnen kleine opgaves worden samengevoegd om zo een robuust watersysteem te behouden.
Functie Budgethouder Toevoegingen/dotaties
Bestedingsfunctie Afdelingsmanager Beheer en Beleid Openbare Ruimte De toevoeging bestaat uit gemeentelijke middelen. Bij het instellen van deze reserve is besloten om de afkoop compenserende waterberging door toename verharding voor de locatie Industrieweg 5 aan deze reserve te doteren. Dit hangt samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland, welke ontheffingen verleent voor toename van verharding. Als deze toename van verharding niet gecompenseerd kan worden, dient de gemeente deze waterberging elders binnen Haarlem te compenseren. De middelen van derden voor afkoop compenserende waterberging worden conform de BBV voorschriften toegevoegd aan de voorziening waterberging. Door middel van de reservering en de voorziening, kan de gemeente kleine opgaves samenvoegen en zo een robuust watersysteem behouden. Bestedingen/onttrekkingen Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 1.289.000
5.1.13 Reserve Energiebesparing De reserve is ingesteld in 2019. Het revolverend fonds energiebesparing is vormgegeven als een reserve zodat de middelen over de jaarschijven heen beschikbaar blijven. Vanuit de reserve (kortheidshalve genoemd: reserve energiebesparing) wil de gemeente de kapitaallasten voor renderende duurzaamheids-investeringen dekken. In de praktijk blijkt namelijk dat over de looptijd renderende investeringen uitblijven omdat er in de eerste jaren extra dekking noodzakelijk is. Onttrekkingen vanuit de reserve Energiebesparing kunnen zorgen voor deze dekking. In de daaropvolgende jaren zorgen de voordelen op onderhouds- en/of energielasten voor toevoegingen aan de reserve. De reserve wordt gevoed door projecten/maatregelen met budgettaire vrijval als gevolg van een verwachte lagere energierekening. Naam
Energiebesparing
Programma Doel
5. Gezonde en duurzame stad Vanuit de reserve wil de gemeente de afschrijvingslasten of exploitatielasten voor (renderende) duurzaamheidsinvesteringen dekken. In de praktijk blijkt namelijk dat renderende investeringen uit blijven. Het RFE kan hier mogelijk faciliterend optreden om de verduurzamingsopgave te versnellen.
Functie Budgethouder Toevoegingen/dotaties
Bestedingsfunctie en financieringsfunctie Afdelingsmanager Concerncontrol De voeding bestaat uit gemeentelijke middelen. In de Kadernota 2019 is besloten om het principe van het RFE voor het eerst toe te passen op het ledverlichting project. Dit leidt tot een dotatie van € 182.000, jaarlijks. De reserve wordt gevoed door projecten/maatregelen met budgettaire vrijval als gevolg van verwachtte lagere energierekening. Voor dotaties is een afzonderlijk raadsbesluit benodigd. Door middel van de reservering, kan de gemeente duurzaamheidsmaatregelen versnellen.
25
Bestedingen/onttrekkingen
Toekomstige onttrekkingen dienen gelijk te zijn aan de afschrijvingslast of exploitatielast behorend bij (duurzaamheids-)investering waarvoor energiebesparing word gerealiseerd. Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden Minimale omvang €0 Maximale omvang n.v.t. Omvang per 31-12-2024 € 960.000
5.1.14 Reserve Verbetering i-domein De Reserve Verbetering i-domein is ingesteld bij de Decemberrapportage 2024. Om het verbetertraject voor de komende jaren van dekking te voorzien, waarbij nog niet per jaar zeker is wat nodig is, is voorgesteld om het benodigde bedrag te storten in de reserve en de komende jaren op basis van voortgang van projecten en kosten te onttrekken. Hiermee behoudt de gemeenteraad ook grip op de bestedingen. Verantwoording vindt plaats via de reguliere P&C cyclus. Naam
Reserve Verbetering i-domein
Programma Doel Functie Budgethouder Toevoegingen/dotaties Bestedingen/onttrekkingen
7. Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Wegwerken achterstallig onderhoud en voor nieuwe opgaven in het i-domein. Bestedingsfunctie Directeur Bedrijfsvoering Via incidentele toevoegingen, altijd na besluitvorming door de raad De reserve kan onder andere worden ingezet voor: - Ondersteuning en advies en dubbele operationele kosten in verband met de cloudmigratie van applicaties - kosten in verband met de vervanging van zware applicaties - werkzaamheden benodigd om het i-domein toekomstbestendig te maken/houden - sturing en beheersing gegevensmanagement en data governance - kosten voor licenties en onderhoud van applicaties in de cloud - organisatie- en frictiekosten van personeel om transitie goed mogelijk te maken. De geraamde onttrekkingen de komende jaren bedragen: 2025 € 2,5 miljoen, 2026 € 2,8 miljoen, 2027 € 2,7 miljoen, 2028 € 1,8 miljoen. Maximale duur/datum opheffen n.v.t. Bijzonderheden Minimale omvang €0 Maximale omvang € 10.000.000 Omvang per 31-12-2024 € 9.800.000