CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Memo Maximeren klepopeningen

commissie Beheer 18 april 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:40-18:20 uur Uitvoeringsprogramma Continuering Afvalscheiding (CAS) Maatregel 14: Maximeren klepopeningen (RB)7.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Maximeren klepopeningen Uitwerking maatregel 14 uit CAS

1. Aanleiding Uit een intern onderzoek naar het aanbiedgedrag bij ondergrondse restafvalcontainers blijkt dat Haarlemse huishoudens gemiddeld 96 klepopeningen per jaar nodig hebben voor het aanbieden van hun restafval. Bij 25% van de huishoudens is 120 klepopeningen per jaar niet toereikend. Zij bieden gemiddeld 195 keer hun restafval jaarlijks aan. Deze kleine groep huishoudens maakt dus veel meer gebruik (dubbel zo veel) van de restafvalcontainer dan een gemiddeld huishouden. Bij de groep grootgebruikers wordt oneigenlijk gebruik waarschijnlijk geacht. Voorbeelden hiervan zijn: gebruik van de pas voor het aanbieden van bedrijfsafval en het aanbieden van bouw- en sloopafval bij verbouwingen. Met het beperken van het gebruik van de afvalpas door het maximeren van het aantal klepopeningen kan voor een belangrijk deel dit oneigenlijk gebruik worden voorkomen. Een maximumaantal klepopeningen beperkt het volume restafval dat kan worden aangeboden. Eerlijker nog zou een beperking met een maximumgewicht zijn, maar omdat er geen weegsystemen zitten in de verzamelcontainers is dat momenteel niet mogelijk. Een weegschaal in iedere verzamelcontainer is een zeer forse investering en is dus niet verder in de uitwerking meegenomen.

Bij het beperken van het aantal klepopeningen zal naast het voorkomen van oneigenlijk gebruik ook beter afval scheiden en het voorkomen van afval mogelijk worden. Immers beter afval scheiden en afval voorkomen zorgt ervoor dat er minder restafval overblijft en dus minder klepopeningen noodzakelijk zijn. Dit effect treedt alleen op als het maximumaantal voldoende wordt beperkt. Het maximeren van klepopeningen kan ook gebruikt worden om de afvalstoffenheffing eerlijker over huishoudens te verdelen, door de grote vervuilers meer te laten betalen. Met de programmabegroting is vorig jaar ingezet op een afvalstoffenheffing met vier tariefcategorieën op basis van het aantal personen in een huishouden. De hoogte van de afvalstoffenheffing is daarmee meer als voorheen gebaseerd op de omvang van het huishouden. Hoewel dit wel een indicatie is voor de hoeveelheid aan te bieden (rest)afval ontbreekt hierbij een prikkel om (nog meer) aan afvalpreventie en afvalscheiding te gaan doen. Met het maximeren van het aantal klepopeningen kan hier een alternatief voor worden geboden bovenop of naast de huidige tariefcategorieën. Bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Continulering Afvalscheiding (CAS) is toegezegd varianten voor de maatregel 14 (maximeren klepopeningen) uit te werken en aan de commissie (en raad) voor te leggen middels een opinienota.

Vanwege de complexe materie is tevens een technische sessie toegezegd. Maatregel 14 is een alternatieve uitwerking van wat in SPA (Uitvoeringsprogramma Strategisch Plan Afvalscheiding; voorloper van CAS) afval scheiden belonen werd genoemd. Hierin werden destijds diverse vormen verkend, maar dit leidde niet tot invoering. Onderliggende notitie is de bijlage van de opinienota Maximeren klepopeningen. Hiermee wordt technisch en redelijk gedetailleerd inzicht gegeven in de vier voorgestelde varianten en de

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

1/18

consequenties bij invoering met betrekking tot kosten en organisatie. Aan de hand van een afwegingskader wordt een aanzet gegeven om tot een overwogen keuze te komen.

2. Vier varianten Er zijn in het Uitvoeringsprogramma CAS twee mogelijkheden (variant 1 en 2) genoemd. Bij de uitwerking zijn hieraan nog een derde variant (betalen per klepopening) en de nul-variant (niets doen) toegevoegd. • Variant 0: geen beperking van het aantal klepopeningen. Bij deze variant blijft alles bij het oude. Er worden geen maatregelen en middelen ingezet om Haarlemmers te bewegen tot minder klepopeningen te komen, • Variant 1: alle huishoudens krijgen een maximum van 156 klepopeningen. Bij deze variant wordt er geen onderscheid gemaakt in bijvoorbeeld het aantal personen in een huishouden. Op basis van dit maximumaantal zullen een aantal huishoudens met hun huidige aanbiedgedrag niet uitkomen. Maar als zij hun aanbiedgedrag aanpassen dan zullen de bijna alle huishoudens uitkomen. Zij die klepopeningen te kort komen kunnen bijkopen. De afvalstoffenheffing blijft zoals die is met een tarief gebaseerd op het aantal personen per huishouden, • Variant 2: huishoudens krijgen een maximum van 104 klepopeningen en als ze daar niet mee uitkomen 156 klepopeningen. Bij aanvang krijgen alle huishoudens het lage maximumaantal van 104 klepopeningen. Wanneer dit niet genoeg blijkt te zijn, worden huishoudens naar het hoge maximumaantal van 156 klepopeningen overgezet (gelijk aan variant 1).

De afvalstoffenheffing blijft zoals die is met een tarief gebaseerd op het aantal personen per huishouden. Er wordt een tweede onderscheid in tarief aan toegevoegd. Wanneer gebruik wordt gemaakt van het hogere maximumaantal klepopeningen (156) geldt een hoger tarief. Als dit hoge maximumaantal klepopeningen niet voldoende blijkt, is er een mogelijkheid tot bijkopen van klepopeningen, • Variant 3: huishoudens betalen voor iedere klepopening die zij gebruiken voor het aanbieden van restafval. Het huidige onderscheid in de afvalstoffenheffing op basis van het aantal personen per huishouden komt te vervallen. Naast een vast basistarief (voor elk huishouden gelijk) wordt het aantal klepopeningen verrekend op basis van een tarief per klepopening. De varianten zijn in volgorde van mate van verandering (richting een op afvalaanbod gebaseerde afvalstoffenheffing) genummerd. In de volgende paragrafen worden de vier varianten verder beschreven.

3. Variant 0: geen beperking van aantal klepopeningen Om een vergelijking te kunnen maken met de bestaande situatie wordt als eerste variant gekozen voor niets doen. Met deze variant wordt dus geen uitvoering gegeven aan maatregel 14 van het Uitvoeringsprogramma CAS. Het beoogde extra scheidingsresultaat van deze maatregel wordt dan ook niet gehaald en zal het ambitieniveau van CAS worden bijgesteld. In plaats van 61,5%

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

2/18

afvalscheiding en 157 kg restafval per inwoner1 zal de ambitie niet hoger kunnen zijn dan 56% afvalscheiding en 173 kg restafval per inwoner. Omdat de set maatregelen uit CAS elkaar in effect versterken zal het werkelijke verlies aan resultaat mogelijk nog groter zijn. Het bouw- en sloopafval hoort niet thuis in het restafval en kan een betere herbestemming krijgen. Voordelen • Geen verandering en dus geen weerstand bij bewoners, • Bewoners kunnen onbeperkt van restcontainers gebruik maken (hoog serviceniveau), • Geen ontwijkgedrag met als gevolg bijplaatsingen, vervuiling grondstoffen en dumpingen, • Er worden geen kosten gemaakt. Nadelen • Geen aanpak van oneigenlijk gebruik, zoals aanbieden bedrijfsafval en bouw- en sloopafval, • Naar verwachting hogere verwerkingskosten voor restafval, • Het effect op het verbeteren van het scheidingsresultaat en het verminderen van de hoeveelheid restafval is er niet en hierdoor kan het beoogde resultaat dat is opgenomen in het Uitvoeringsprogramma CAS niet worden behaald, • Alternatieve maatregelen met een vergelijkbare verbetering van het scheidingsresultaat zijn momenteel niet voorhanden. Kosten en organisatie Kosten van variant 0 (niets doen) zijn er niet, maar het niet inzetten op verdere afvalscheiding en reductie van de hoeveelheid restafval zal in de toekomst een flinke kostenpost gaan opleveren.

De verwachting is dat de verwerkingskosten van restafval in de komende jaren alleen maar zullen stijgen als gevolg van de verwachte hogere verbrandingsbelasting en de toekomstige toerekening van CO2 emissiekosten. Als ervoor wordt gekozen ter compensatie van het verlies aan ambitie andere maatregelen extra in te zetten dan zullen de daarbij komende kosten naar verwachting hoger zijn dan de kosten van variant 1 en 2. Organisatorisch hoeft er geen actie te worden ondernomen.

4. Variant 1: alle huishoudens krijgen een maximum van 156 klepopeningen Bij variant 1 krijgen alle huishoudens ongeacht het aantal personen in een huishouden een gelijk aantal klepopeningen. De 156 klepopeningen is gebaseerd op 3 per week en dat is toereikend voor alle huishoudens. Dus ook de grootste huishoudens (die hun afval goed scheiden) hebben hier ruim voldoende aan. Dat betekent dat het merendeel (85%) van de Haarlemse huishoudens hun aanbiedgedrag niet of nauwelijks hoeft aan te passen. De rest (15%) van de huishoudens zal een extra inspanning moeten doen om het afval beter te scheiden. Een hele kleine groep huishoudens (<1%) zal niet uitkomen.

1

De kritische prestatie-indicator voor de hoeveelheid restafval is gebaseerd op het restafval per inwoner overeenkomstig de definitie die door CBS wordt gehanteerd.

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

3/18

De beperking van het aantal klepopeningen tot 156 zet huishoudens dus nauwelijks aan tot beter afval scheiden, maar voorkomt het oneigenlijk gebruik van de afvalpas door bedrijven en het aanbieden van bouw- en sloopafval. Gemeente Rhenen is op 1 februari 2021 gestart met een maximum van 60 klepopeningen per jaar. Uit gegevens blijkt dat ongeveer 1% niet uitkwam met dit aantal in de meetperiode 2021-2022. In Den Bosch beschikken 1-persoonshuishoudens over 17 klepopeningen en meerpersoonshuishoudens over 30 klepopeningen per maand. Dit heeft geen groot milieueffect (scheidingsresultaat en minder restafval) opgeleverd, maar was vooral bedoeld om bedrijfsafval aan te pakken. In Dronten mogen alle huishoudens twee keer per dag aanbieden. Ook hier is het scheidingsresultaat en de hoeveelheid restafval niet significant verbeterd. Bijkopen van klepopeningen Huishoudens die niet uitkomen met 156 klepopeningen kunnen per keer 20 klepopeningen bijkopen voor € 70 (€ 3,50 per klepopening). Dit tarief voor deze extra klepopeningen is gebaseerd op enerzijds een goede financiële prikkel om beter afval te scheiden en afval te voorkomen en anderzijds op het voorkomen dat klepopeningen oneigenlijk worden gebruikt voor bedrijfsafval. Bedrijfsafval aanbieden in een ondergrondse restafvalcontainer (winkelgebied Centrum) heeft momenteel een tarief van € 3,36 per klepopening.

Het bijkopen van klepopeningen zal online met een webformulier en betalingsmodule plaatsvinden. Voor digibeten is er een mogelijkheid om te bellen met de receptie van Spaarnelanden en na binnenkomst van betaling zal de aanvraag worden verwerkt. Elk huishouden kan in principe zonder bijkopen uitkomen met het maximumaantal van 156 klepopeningen. Er wordt dus een beperkte hoeveelheid transacties verwacht. Uitgangspunten voor bijkopen zijn: • Iedere aanvraag voor bijkopen wordt zonder check of controle gehonoreerd, • Na binnenkomst betaling wordt de aanvraag zo spoedig mogelijk verwerkt. De afvalpas heeft uiterlijk begin volgende werkdag nieuw tegoed klepopeningen, • Het tegoed van klepopeningen kan niet meegenomen worden naar het volgende kalenderjaar. Voordelen variant 1 • Beperkte verandering waarbij meeste huishoudens (85%) geen consequenties zullen ervaren, • Geen aanpassing van de afvalstoffenheffing nodig, • Grootste excessen oneigenlijk gebruik worden aangepakt, • Laagste project- en exploitatiekosten vergeleken met variant 2 en 3 en de kosten passen binnen de CAS-begroting, • Deze variant kan ook ingezet worden als ingroeivariant (zie paragraaf 15). Nadelen variant 1 • Het effect op het verbeteren van het scheidingsresultaat en het verminderen van de hoeveelheid restafval blijft fors achter bij het begrote resultaat dat is opgenomen in het

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

4/18

• • •

Uitvoeringsprogramma CAS. Het effect van variant 1 wordt geschat op maximaal 1-2%-punt extra afvalscheiding en 1-2 kilo minder restafval per inwoner, Kleine kans op ontwijkgedrag in laatste maanden van het jaar, Vermeende ongelijkheid door geen onderscheid tussen huishoudens van verschillende omvang, Nauwelijks tot geen aanzet tot verbetering scheidingsgedrag. Hiervoor dient een lager maximumaantal te worden gekozen.

Kosten en organisatie De extra kosten zijn € 482.000 incidenteel (projectkosten) en € 378.000 structureel (exploitatie) voor de jaren 2025-2028. Daarna zijn de jaarlijkse exploitatiekosten begroot op € 67.000. Hiervoor wordt de administratie van de saldi klepopeningen bijgehouden, bijkoopmogelijkheid gefaciliteerd, aandacht voor het ontwijkgedrag en de bijkomende communicatie op orde gehouden. Bewoners dienen inzicht te hebben in hun saldo klepopeningen. Hiervoor zal de software van de toegangssystemen moeten worden aangepast, zodat bij iedere lediging het resterende saldo op de display van de ondergrondse restafvalcontainer wordt getoond. De verkoopopbrengst van de extra klepopeningen en minderkosten van minder restafval inzamelen en verwerken zijn beperkt en niet in de berekeningen meegenomen. De gebruiksregistratie dient AVG-proof te worden opgezet.

5. Variant 2: huishoudens krijgen een maximum van 104 klepopeningen en als ze daar niet mee uitkomen 156 klepopeningen Bij variant 2 krijgen alle huishoudens bij aanvang standaard maximaal 104 klepopeningen. Dit aantal is gebaseerd op 2 klepopeningen per week en dit is toereikend voor alle huishoudens als er goed wordt ingezet op afval scheiden en afval voorkomen. Huishoudens die niet uitkomen met dit maximumaantal klepopeningen worden overgezet naar een maximum van 156 klepopeningen. Deze huishoudens betalen hiervoor een hogere afvalstoffenheffing. Dat is berekend op € 104 (€ 2 per klepopening) boven op de afvalstoffenheffing met het standaardtarief op basis van het aantal personen in een huishouden. Net als bij variant 1 zal er een mogelijkheid zijn tot bijkoop van klepopeningen (zie vorige paragraaf), maar deze mogelijkheid is er alleen voor de huishoudens die het maximumaantal hebben van 156 klepopeningen. Verwacht wordt dat het merendeel (75%) van de huishoudens uitkomt met de standaard van 104 klepopeningen door hun scheidingsgedrag (enigszins) aan te passen. De rest (25%) zal worden overgezet naar 156 klepopeningen en slechts <1% (net als variant 1) van de huishoudens zal dan nog niet uitkomen en klepopeningen bijkopen. Overwogen is aan deze variant ook een lager maximum toe te voegen (52 klepopeningen) en hiervoor een korting op de afvalstoffenheffing te geven (€ 52).

Hiervan is afgezien, omdat de kans dan bestaat dat restafval wordt opgespaard om de volle trommelinhoud te benutten. Het tijdelijk opslaan van afvalzakken (in de openbare buitenruimte, tuin of woning) is niet hygiënisch en trekt ratten en meeuwen aan en dat dient voorkomen te worden.

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

5/18

Heemstede heeft een aantal jaren geleden gekozen voor deze variant. Zij maken onderscheid in 100 en 200 klepopeningen (tikken). De meerprijs voor de 100 extra klepopeningen bedraagt € 81,85. Het lukt het merendeel van de huishoudens uit te komen met 100 klepopeningen. In Woerden is het maximumaantal klepopeningen afhankelijk van het aantal personen en krijgen huishoudens een kleine teruggave (€ 20-40) van de afvalstoffenheffing verdienen als zij minder dan 20 klepopeningen gebruiken. Hiervoor in niet gekozen in variant 2, omdat het scheidingsgedrag bepalender is voor het aantal benodigde klepopeningen dan het aantal personen waaruit een huishouden bestaat. Voordelen variant 2 • Veel huishoudens zullen succesvol zijn in het voorkomen van het hogere tarief en zullen zich inspannen hun afval beter te scheiden, • Oneigenlijk gebruik wordt adequaat aangepakt, • Kosten blijven binnen de CAS-begroting, • Het effect op het verbeteren van het scheidingsresultaat en het verminderen van de hoeveelheid restafval is gelijk aan het begrote resultaat dat is opgenomen in het Uitvoeringsprogramma CAS. De ambitie blijft dus 61,5% afvalscheiding en 157 kg restafval per inwoner. Nadelen variant 2 • Kleine kans op ontwijkgedrag met mogelijk vervuiling van grondstoffen (met name PMD en GFT) en bijplaatsingen en dumpingen tot gevolg, • De afvalstoffenheffing wordt iets ingewikkelder.

Naast een onderscheid in tarieven op basis van het aantal personen in een huishouden komt er nu ook een onderscheid in twee categorieën klepopeningen. Kosten en organisatie De extra kosten zijn € 486.000 incidenteel (projectkosten) en € 428.000 structureel (exploitatie) voor de jaren 2025-2028. Daarna zijn de jaarlijkse exploitatiekosten begroot op € 80.000. De kosten die Cocensus rekent voor de extra administratie komen daar nog bij. Naast de exploitatiekosten en organisatie van variant 1 komen er extra kosten en extra organisatorisch inspanningen bij. Er dient een nauwgezette administratie opgezet te worden voor de door bewoners gekozen aantallen klepopeningen. Er dient een mutatiemogelijkheid te komen voor het switchen van categorie klepopeningen. En de afvalstoffenheffing moet mede gebaseerd worden op de administratie van klepopeningen. Deze administratie dient gedeeld te worden met Cocensus (verzorgd voor Haarlem de aanslag van de afvalstoffenheffing). Twisten (klachten) die ontstaan met bewoners moeten worden opgelost. Verhuizingen door het jaar heen geven ook nog een extra opgave (standaard weer op lage maximumaantal).

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

6/18

6. Variant 3: huishoudens betalen voor iedere klepopening Bij variant 3 wordt er geen maximum in aantal klepopeningen vastgesteld. De hoogte van de afvalstoffenheffing wordt niet meer bepaald op basis van het aantal personen in een huishouden, maar wordt bepaald door een vast (lager) basistarief voor de afvalstoffenheffing en daarbij wordt het aantal gebruikte klepopeningen achteraf verrekend op basis van een tarief per klepopening. Deze variant is een op afvalaanbod gebaseerde afvalstoffenheffing, waarbij het aanbod is vastgesteld op basis van het aangeboden volume en de frequentie. Het volume wordt bepaald door de inhoud van de aanbiedtrommel die beschikbaar komt bij een klepopening en de frequentie wordt bepaald door het aantal keren aanbieden (klepopeningen). Omdat er geen maximum aan het aantal klepopeningen wordt gesteld is het bijkopen van klepopeningen overbodig geworden. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast tarief dat voor ieder huishouden (onafhankelijk van het aantal personen) gelijk is plus een tarief voor elke klepopening. Velsen maakt sinds enkele jaren gebruik van deze variant. Zij noemen dit het Recycletarief. De afvalinzameling wordt verzorgd door HVC en die heeft ook het systeem voor Velsen geïmplementeerd. Omdat de afvalcontainers van HVC zijn nam HVC ook de investeringen voor z’n rekening en betaald Velsen hiervoor enkel hogere exploitatiekosten.

In Velsen wordt rekening gehouden met de scheidingsmogelijkheden per huishouden en daar zijn de tarieven op aangepast. Voor HVC is dit de eerste gemeente waar ze het Recycletarief op deze wijze toepassen. Voordelen • Alle huishoudens worden (extra) geprikkeld (financieel) en gaan zich inspannen hun afval (nog) beter te scheiden en te voorkomen, • De vervuiler betaalt op de meest rechtvaardige manier, • Oneigenlijk gebruik klepopeningen wordt adequaat aangepakt, • Het effect op het verbeteren van het scheidingsresultaat en het verminderen van de hoeveelheid restafval is een stuk groter dan het begrote resultaat dat is opgenomen in het Uitvoeringsprogramma CAS. Dit is niet berekend, maar geschat wordt dat dit >20% extra afvalscheiding kan opleveren. Nadelen • Kosten (met name als gevolg van € 5-10 miljoen investering) zijn fors hoger dan alle andere varianten en zijn niet in de CAS-begroting meegenomen, • Organisatie wordt ingrijpend aangepast en uitgebreid, • Kans op ontwijkgedrag met mogelijk vervuiling van grondstoffen (met name PMD en GFT) en bijplaatsingen en dumpingen tot gevolg, • Bewoners zullen er naar streven zoveel als mogelijk afval in iedere aanbiedtrommel te proppen, • Er zal een aparte regeling en meetmethode moeten komen voor huishoudens die gebruik maken van minicontainers voor het aanbieden van restafval,

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

7/18

• •

Er zullen (zeker bij aanvang) klachten binnenkomen over (vermeende) administratiefouten, waarbij het aantal in rekening gebrachte klepopeningen betwist wordt, De opbrengst van de afvalstoffenheffing wordt minder voorspelbaar. Naast een vast tarief bestaat er een variabel tarief. Hierbij moet de vergelijking tussen restafval aanbieden via klepopeningen en restafval aanbieden via de minicontainer gemaakt kunnen worden waarbij de hoogte van de afvalstoffenheffing eerlijk wordt vastgesteld.

Kosten en organisatie De extra kosten zijn hoog. In 2020 zijn voor SPA hiervoor berekeningen gemaakt. De projectkosten zijn daarbij begroot op € 1 miljoen euro en de noodzakelijke investeringen op € 5-10 miljoen euro. Deze kosten zijn gebaseerd op een berekening die destijds voor SPA is gemaakt in 2021. De bandbreedte van investeringen en desinvesteringen wordt veroorzaakt door diverse keuzes die kunnen worden gemaakt (denk aan uitbreidingen van de inzamelstructuur voor grondstoffen). De invoering vereist een lange voorbereidingstijd. Er dient een accurate administratie te worden bijgehouden van de gebruikte klepopeningen per adres en die die dient aangeleverd te worden aan Cocensus. Omdat het lastig is vooraf de gedragsverandering in te schatten in het totaal aantal klepopeningen dient behouden gerekend te worden. Verhuizingen dienen goed bijgehouden te worden. Omdat normaal gesproken afvalpassen achterblijven bij de woning zal nu een strikte overdracht moeten worden geadministreerd.

7. Financiën De varianten 0, 1 en 2 kunnen geheel binnen de CAS-begroting worden gerealiseerd. Er is in het Uitvoeringsplan CAS voldoende rekening gehouden met de consequenties voor de project- en exploitatiekosten. De afvalstoffenheffing hoeft als gevolg hiervan dus niet extra verhoogd te worden. Voor variant 3 dient een forse eenmalige investering worden gedaan en die zal op basis van het uitgangspunt dat de afvalstoffenheffing 100% dekkend is wel leiden tot een hogere afvalstoffenheffing dan in CAS is opgenomen. De potentiële hoeveelheid restafval die met de verschillende varianten wordt voorkomen is verschillend en zeer lastig in te schatten. Evenals de consequenties voor de hoeveelheden in te zamelen en te verwerken gescheiden stromen (met name groente- fruit en tuinafval, plastic verpakkingen, blik en drinkpakken, papier en karton). De daarmee potentieel te realiseren besparingen (verwerkingskosten en verbrandingsbelasting restafval) zijn daarom niet meegenomen in de financiële consequenties. Met de vaststelling van de programmabegroting vorig jaar is een verdere differentiatie aangebracht in de verdeling van de afvalstoffenheffing op basis van de omvang van huishoudens (aantal personen).

In de verdere uitwerking van maatregel 14 zal bij keuze voor variant 2 de samenhang tussen de twee tarief bepalende factoren (klepopeningen en aantal personen per huishouden) nader worden uitgewerkt. Voor variant 0 worden geen kosten gemaakt, maar als de vastgestelde ambitie met vervangende maatregelen moet worden gerealiseerd zijn de verwachte kosten aanzienlijk hoger dan begroot. De verwachting dat de verbrandingskosten en -belasting in de toekomst alleen maar zullen stijgen zorgt ervoor dat in de toekomst de verwerkingskosten van het restafval flink zullen stijgen. Alleen het HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

8/18

drastisch verlagen van de hoeveelheid te verbranden restafval houdt deze verwachte kostenstijging in bedwang. Het biedt dus wel een kostenvoordeel op korte termijn, maar niet op lange termijn. Voor variant 1 bedragen de projectkosten € 860.000 en de exploitatiekosten € 67.000. Hiermee wordt een lichte besparing gerealiseerd ten opzichte van de CAS-begroting (gebaseerd op variant 2). Voor variant 2 bedragen de projectkosten € 914.000 en de exploitatiekosten € 78.000. Deze bedragen stemmen min of meer overeen met de CAS-begroting. Hiervoor hoeven dus geen aanvullende budgetten te worden gereserveerd. Voor variant 3 dient geïnvesteerd te worden in de benodigde systemen (€ 5-10 miljoen op basis van een kostenberekening in 2021). Daarnaast zijn er nog projectkosten (€ 1 miljoen). Als deze kosten terugverdiend moeten worden uit de uitgespaarde verbrandingskosten van het restafval zal dit een lange terugverdientijd opleveren. In die periode betalen huishoudens min of meer dezelfde heffing, terwijl zij minder restafval aanbieden. Het is aannemelijk dat de afvalstoffenheffing door het uitvoeren van variant 3 ophoog zal gaan. Pas als de uitgespaarde verwerkingskosten van het restafval in evenwicht is met de toegenomen kosten (kapitaallasten van de investeringen en de exploitatielasten) is de weg open naar een lagere opbrengst van de afvalstoffenheffing en dus lagere tarieven.

Gezien de hoge investeringen ligt dit moment naar verwachting niet in de nabije toekomst. Door de noodzakelijke project- en exploitatiekosten lijkt het vanuit het perspectief van de bewoners dat meer scheiden niet loont. Immers bewoners moeten (nog) beter hun afval gaan scheiden en moeten toch hetzelfde of meer betalen. Echter de huishoudens die zich inspannen en maximaal scheiden zullen wel een lagere heffing in hun bereik hebben bij variant 3. Maar de huishoudens die op dezelfde voet doorgaan en slecht hun afval (blijven) scheiden zullen meer gaan betalen.

8. Afwijkende huishoudens Voor het beperken van het aantal klepopeningen zullen bewoners hun afval opsparen en zoveel mogelijk gecombineerd in de trommel van de restafvalcontainers stoppen. De trommel heeft een capaciteit van 100 liter, waarin met een beetje aandrukken twee afvalzakken van 60 liter zijn aan te bieden. Er zijn huishoudens die niet optimaal van deze mogelijkheid gebruik kunnen maken. Bij kleine huishoudens is er slechts een kleine hoeveelheid restafval in een paar dagen tijd. Wanneer bijvoorbeeld een pedaalemmerzak restafval per keer wordt aangeboden dan wordt de beschikbare ruimte van de trommel niet geheel benut. Terwijl het wel een volledige klepopening kost. Het tarief per klepopening is hierop afgestemd. Het opsparen van afval in of nabij huis is niet hygiënisch en trekt ongedierte aan en dient dus niet te worden gestimuleerd. Bewoners die bijvoorbeeld incontinent zijn hebben hierdoor veel restafval. Ook al zouden zij extra goed gaan scheiden en zich inzetten op het voorkomen van afval; de hoeveelheid restafval blijft groot door bijvoorbeeld het incontinentiemateriaal. Aparte luierinzameling komt voorlopig nog niet van de grond, omdat de verwerkingsmogelijkheden (in Nederland) te beperkt en te duur zijn. Daarbij is het zo dat bij deze separate inzamelmethode alleen babyluiers worden toegestaan.

Er zijn gemeenten (Heemstede bijvoorbeeld) die op basis van een aanvraagformulier extra klepopeningen toekennen aan de hand van bijvoorbeeld een medische indicatie. Het wordt echter niet proactief aangeboden en er is nauwelijks gebruik van gemaakt. Voorgesteld wordt voor Haarlem

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

9/18

op basis van ervaringen te onderzoeken of er zich benadeelden melden en op welke wijze daarop kan worden gehandeld.

9. Huishoudens met minicontainers Met de uitrol van de gehele inzamelstructuur zijn circa 98% van de huishoudens van Haarlem aangewezen op een ondergrondse restafvalcontainer. De bovenstaande varianten gaan uit van deze groep huishoudens. Echter 2% van de huishoudens maakt gebruik van een minicontainer voor het aanbieden van restafval. Voor deze wijze van inzameling is gekozen in gebieden waarbij woningen zover uit elkaar liggen dat de inzet van een ondergrondse afvalcontainer niet zinvol is. Er ontstaan te grote loopafstanden of er worden veel te weinig huishoudens aangesloten op een afvalcontainer en dat is niet (kosten)efficiënt. Voor een eerlijke verdeling van de afvalstoffenheffing is het van belang dat er voor de huishoudens met een minicontainer voor restafval een tarief komt dat in verhouding staat met de klepopeningen. Voor variant 1 en 2 is een goed containermanagementsysteem noodzakelijk. Hieruit is af te leiden welke huishoudens welke maat en hoeveel minicontainers in gebruik hebben. Een meer waterdicht systeem is bij variant 2 gewenst. Dan worden verloren en gestolen minicontainers niet meer geleegd. Hiervoor zullen de aanwezige containerchips uitgelezen moeten worden door een voertuiginstallatie net voor het legen. Deze uitrusting zit momenteel niet op de inzamelvoertuigen van Spaarnelanden.

Dit zou een kostbare investering vereisen voor een hele kleine groep huishoudens. Voor variant 3 zal boven op het waterdichte containermanagementsysteem een goede administratie van het aantal ledigingen per huishouden gecombineerd met de maat van de geleegde minicontainer moeten worden bijgehouden. Op basis van deze administratie zal achteraf overeenkomstig de methode met de klepopeningen op basis van een tarief de afvalstoffenheffing (variabele deel) in rekening worden gebracht. Kortom voor een relatief kleine groep huishoudens moet afhankelijk van de gekozen variant een investering worden gedaan en kosten worden gemaakt om tot een eerlijke verdeling van de afvalstoffenheffing te komen. Te denken valt aan: inzamelvoertuigen van een voertuiginstallatie (chips uitlezen) voorzien, containermanagementsysteem uitbreiden in functionaliteit, chippen van minicontainers voor restafval of vervangen door gechipte nieuwe minicontainers, inventariseren en controleren administratie van huidige in gebruik zijnde containers, enzovoort. Het overzetten van deze groep huishoudens op ondergrondse containers zal ook niet gemakkelijk zijn, omdat de loopafstanden (te) groot worden of het aantal aansluitingen per container te laag.

10. Alternatieve systemen die zijn afgevallen als variant Een aantal van de nadelen die ontstaan bij de voorgestelde varianten kan worden opgelost met een systeem waarbij niet op volume (klepopeningen) maar op gewicht een maximum wordt ingesteld of waarbij er een keuze is uit verschillende volumes van klepopeningen. Een systeem waarbij gerekend wordt op basis van het gewicht aan restafval dient bij elke aanbieding (klepopening en minicontainer) gewogen te worden. Dit vereist weegschalen in iedere ondergrondse

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

10/18

restafvalcontainer en ieder inzamelvoertuig voor minicontainers. Door het grote aantal restafvalcontainers en het geringe aantal minicontainers zijn de benodigde investeringen zeer hoog. Om die reden is dit alternatief niet opgenomen als onderdeel van de varianten. Verschillende gemeenten hebben ervoor gekozen twee inhoudsmaten van klepopeningen aan te bieden in een restafvalcontainer. Naast bijvoorbeeld een klepopening van 80 liter is er ook een klepopening van 40 liter beschikbaar. Door twee kleine klepopening gelijk te waarderen als een grote klepopening loopt het saldo klepopeningen minder snel terug. Op die wijze kunnen huishoudens met kleine afvalzakjes gebruik maken van de kleine klepopening en zo hun beschikbare aantal klepopeningen beter benutten. Ook bij deze oplossing zal het grote aantal restafvalcontainers leiden tot een flinke noodzakelijke investering. De Haarlemse inwerpzuilen zijn niet geschikt voor het ombouwen waardoor niet alleen de inwerptrommel moet worden vervangen, maar de gehele zuil. Om deze reden is ook dit alternatief niet opgenomen als onderdeel van de varianten.

11. Klepopeningen en tarieven De voorgestelde maximumaantallen klepopeningen zijn berekend op basis van een realistische inschatting waarbij gebruik is gemaakt van een analyse van het Haarlemse afvalaanbod, een sorteeranalyse (geeft inzicht in scheidingsgedrag) en ervaringen bij buurgemeente Heemstede. En de genoemde tarieven zijn bepaald in een verhouding tot het bedrijfstarief. In onderstaande tabel zijn deze aantallen verder uitgewerkt. Aantal klepopeningen en het bijhorende tarief van de afvalstoffenheffing Hoge maximumaantal

Lage maximumaantal

156 (= 3 zakken per week)

104 (= 2 zakken per week)

240 liter minicontainer 1x per twee weken

140 liter minicontainer 1x per twee weken

11 kg per inwoner per jaar

20 kg per inwoner per jaar

Huishoudens die uitkomen op basis van huidig gedrag

85%

75%

Huishoudens die zullen bijkopen (schatting)

<1%

<1% (na de overstap naar 156 klepopeningen)

Standaard + € 104

Standaard

Klepopeningen per jaar Vergelijking met minicontainer Potentiële milieuopbrengst (minder restafval) Vermindering oneigenlijk gebruik Aanzet tot afvalscheiding

Tarief afvalstoffenheffing bij variant 2

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

11/18

Variant 1: In de praktijk zullen de meeste (vooral kleinere) huishoudens niet gebruik maken van alle beschikbare klepopeningen. De verschillende tarieven op basis van het aantal personen per huishouden blijft hierdoor rechtvaardig. De opbrengst van de bijgekochte klepopeningen is zeer beperkt omdat verwacht wordt dat <1% van de huishoudens hiervan gebruik maakt. Variant 2: De afvalstoffenheffing bij variant 2 zal verhoogd worden met € 104 als huishoudens niet uitkomen met 104 klepopeningen. Een extra klepopening kost dan € 2. Verwacht wordt dat in de praktijk minder dan 15% van de huishoudens hiervan gebruik zullen maken. De optie om ook een lager aantal klepopeningen (52) mee te nemen is om eerdergenoemde redenen achterwege gelaten. Variant 3: Naast een standaard vast tarief voor ieder huishouden (aansluiting) met of zonder onderscheid in het aantal personen van het huishouden is er een variabel tarief voor iedere klepopening een aanbieding van restafval middels een minicontainer. Er zal hier behoudend gekozen moeten worden voor de tariefonderdelen, omdat er geen inzicht is in het aanbiedgedrag na invoering van variant 3. Voor variant 3 zal een vast tarief moeten worden bepaald dat recht doet aan de basiskosten die voor elk huishouden (afhankelijk of onafhankelijk van het aantal personen per huishouden) worden gemaakt.

Dit is gebaseerd op het vaste deel van de afvalbeheerkosten. De variabele kosten kunnen dan worden ondergebracht in het tarief per klepopening (of ter lediging aanbieden van de minicontainer voor restafval). Er is op dit moment geen inzicht in het aanbiedingsgedrag van de Haarlemmers als deze variant is ingevoerd. De huidige situatie als uitgangspunt nemen is niet raadzaam, want bewoners zullen hun aanbiedgedrag drastisch aanpassen. Daarom zal bij aanvang terughoudend moeten worden begroot zodat in ieder geval alle afvalbeheerkosten in het aanvangsjaar worden gedekt vanuit de afvalstoffenheffing. Klepopeningen bijkopen en het bijhorende tarief De mogelijkheid om klepopeningen bij te kopen (variant 1 en 2) gaat bij voorkeur in bundels van 20 klepopeningen. Hierdoor wordt het aantal transacties beperkt. Voor het tarief van € 70, zijnde € 3,50 per klepopening, is deze bundel te verkrijgen. Met dit tarief is het niet aantrekkelijk bedrijfsafval aan te bieden en is de stuksprijs ook hoger dan bij de overstap van 104 naar 156 klepopeningen (€ 2 per klepopening).

12. Aanpak bijverschijnselen Hieronder de belangrijkste (on)gewenste bijverschijnselen en de aanpak die hierbij wordt voorgesteld. De mate waarin de bijverschijnselen zich voordoen heeft een sterke relatie met de vastgestelde maximum aantallen kleptellingen en de bijhorende tarieven (financiële prikkel). Daarnaast is het gemak van het ontwijken een bepalende factor. Groei grondstoffenaanbod Meer afval scheiden betekent meer aanbod op verzamelcontainers grondstoffen. Met name de hoeveelheid GFT, PBD en papier zal naar verwachting groeien, omdat dit de grootste resterende fractie is in het restafval. Er zal goed gemonitord moeten worden dat de inzamelcapaciteit

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

12/18

toereikend blijft. Want (over)volle grondstoffencontainers ontmoedigen het afval scheiden en leveren mogelijk bijplaatsingen op. Dit geldt ook voor het aanbiedpercentage duocontainers. Stijging bezoekers en ingezameld tonnage milieuplein, Recyclewagen en de Haarlem Recycletas Met het meer aanbieden van (rest)afval bij het milieuplein, de recyclewagen en via de recycletas kunnen klepopeningen worden voorkomen. Ook hier moet gezorgd worden voor voldoende inzamelcapaciteit. Wachtrijen en de beschikbaarheid van bijvoorbeeld recycletassen zullen hiervoor gemonitord worden. Vervuiling grondstoffen Door wat minder zorgvuldig afval te scheiden of zelfs al het restafval in een grondstofcontainer aan te bieden kan ook worden voorkomen dat het ten koste gaat van het saldo klepopeningen. Dit is ernstig omdat mogelijk de hele inhoud van de grondstofcontainer kan worden afgekeurd door de vervuiling die wordt aangetroffen. Door kleinere maar wel passende klepopeningen kunnen de grondstoffen nog steeds goed worden aangeboden, maar kan een zak restafval er minder makkelijk in.

Met een positieve campagne kunnen bewoners aangezet worden tot beter afval scheiden en wordt het mogelijk een sport om zo min mogelijk restafval over te houden Meer bijplaatsingen en dumpingen Door het afval naast de container te plaatsen wordt voorkomen dat dit ten koste gaat van het saldo klepopeningen en/of dat er betaald moet worden voor het aanbieden. Dumpingen (in de natuur) zijn daar ook een voorbeeld van. Ook hier moet goed worden gemonitord op de ontwikkelingen na invoering van een van de varianten. Extra inzet op handhaving en meer beboeten (vooral de eerste periode) kan hierbij helpen. Daarnaast wordt overwogen om de containeradoptanten (bewoners die vrijwillig de zorg van een containerlocatie op zich nemen) een aantal extra klepopeningen toe te kennen die kan worden gebruikt om bijgeplaatste afvalzakken alsnog in de restafvalcontainer te deponeren. Afvaltoerisme Met afvaltoerisme wordt het meenemen van afval naar werk of een buurgemeente om het aldaar gratis ter inzameling aan te bieden. Haarlem zit ingeklemd tussen haar buurgemeenten en de moeite om het in andere gemeenten (zonder kosten op basis van afvalaanbod) aan te bieden in vooral in de grensgebieden aanlokkelijk. Hiervoor is het van belang om vooraf al in overleg te gaan met Heemstede, Bloemendaal en Velsenbroek.

Huishoudelijk afval in openbare prullenbakken Vooral de prullenbakken in de openbare buitenruimte nabij huishoudens zijn aanlokkelijk om te gebruiken om huishoudelijk afval in te dumpen. De meeste afvalbakken hebben inmiddels een kleine (klep)opening waardoor het erg veel moeite kost om grotere hoeveelheden huishoudelijk afval in aan te bieden. Hier zal op gemonitord worden Storingen Er bestaat een kleine kans dat een restafvalcontainer dienstweigert en het niet lukt om afval aan te bieden terwijl de klepopening wel telt en van het saldo wordt afgewaardeerd. In dit geval zal bij HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

13/18

melding coulant worden opgetreden en het saldo hierop worden gecorrigeerd. De verwachting is echter dat dit zeer zelden zal voorkomen.

13. Organisatie Hieronder voor de belangrijkste betrokken partijen de organisatorische consequenties. Spaarnelanden Is verantwoordelijk voor de afvalinzameling en -verwerking. Voor variant 1 en 2 dient een maximaal aantal klepopeningen toegewezen te worden aan ieder huishouden en daarmee aan een corresponderend afvalpasnummer. Bewoners willen inzicht hebben in hun resterend saldo klepopeningen. Het makkelijkste is om bij iedere klepopening in de display van de afvalcontainer dit saldo te tonen. Op deze wijze heeft iedereen inzicht en is computergebruik geen vereiste. De huidige toegangssystemen die in gebruik zijn beschikken echter nog niet over deze functionaliteit. Voor het opwaarderen van het saldo klepopeningen (bijkopen) is een functionele website nodig met betaalmogelijkheid (iDEAL). En voor de bewoners die hiermee niet uit de voeten kunnen is een analoog alternatief belangrijk. De opbrengsten zullen verrekend worden met de gemeente (DBC). Bij variant 3 zal op basis van nacalculatie een verrekening moeten plaatsvinden voor het werkelijk aantal gebruikte klepopeningen. Hiervoor zal Spaarnelanden bestanden moeten aanleveren. Mogelijk dat er uitzonderingen worden gemaakt voor bijzondere huishoudens. In dat geval dient ook hier administratie van bijgehouden te worden. Elke wijziging van het inzamelsysteem zal gepaard gaan met veel voorlichtging en communicatie.

Dit wordt in overleg met de gemeente door Spaarnelanden verzorgd. Cocensus De aanslag voor de afvalstoffenheffing wordt verzorgd door uitvoeringsorganisatie Cocensus. Afhankelijk van de gekozen variant zal Cocensus extra dienstverlening in rekening brengen. Bij variant 0 en 1 zijn er geen extra taken voor Cocensus en zullen er geen extra kosten in rekening worden gebracht. Het bijkopen van klepopeningen gaat buiten Cocensus om. Bij variant 2 zal door Spaarnelanden een databestand worden aangeleverd waarin per huishouden staat welke categorie van klepopeningen in rekening dient te worden gebracht. Verhuizingen worden maandelijks naar rato verrekend. Bij variant 3 zal op basis van nacalculatie een verrekening moeten plaatsvinden voor het werkelijk aantal gebruikte klepopeningen. Hiervoor zal Cocensus aan de hand van de aangeleverde bestanden aanslagen moeten verzorgen. Hierbij zullen huishoudens goed geïnformeerd moeten worden om achteraf niet geconfronteerd te worden met een hogere dan verwachte heffing. Bewoners Bewoners die geconfronteerd worden met een andere wijze van afvalstoffenheffing of beperking van klepopeningen zullen geneigd zijn hun gedrag hierop aan te passen. Zoveel mogelijk tegelijk aanbieden in 1 klepopening en ontwijkgedrag zijn hier ongewenste voorbeelden van. Maar beter

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

14/18

afval scheiden en afval voorkomen (preventie) zijn zeer gewenste nieuwe gedragingen. Er wordt vanuit gegaan dat de meeste huishoudens zich vooral zullen voegen en het gewenste gedrag gaan tonen.

14. Randvoorwaarden Voor het goed laten slagen van de nieuwe werkwijze is het van belang een aantal spelregels en voorwaarden helder vast te leggen. Hieronder een eerste opsomming. Inzamelstructuur (basis) op orde • Ieder huishouden dient gefaciliteerd te worden om het huishoudelijk afval gescheiden aan te kunnen bieden op acceptabele loopafstand van de woning, • De inzamelstructuur van GFT dient in de binnenstad verder te worden uitgebouwd. Hieraan wordt reeds gewerkt middels maatregel 1 uit CAS, • Indien huishoudens niet voldoende kunnen worden gefaciliteerd dan dient hiermee rekening gehouden te worden met een ruimer maximumaantal klepopeningen. Aantallen klepopeningen worden per jaar toegekend • Bewoners hebben bij iedere klepopening inzicht in het resterende saldo klepopeningen en kunnen rekening houden met bijvoorbeeld vakanties zodat ze aan het eind van het jaar uitkomen, • Resterende saldo’s aan het eind van het jaar worden niet meegenomen naar het nieuwe jaar. Saldo van resterende kleptellingen is niet overdraagbaar • De afvalpas uitlenen aan de buren is in principe niet toegestaan maar hier kan niet op worden gecontroleerd, • Bij verhuizingen zal het saldo niet overgedragen worden aan de nieuwe bewoners maar een nieuw saldo naar rato worden toegekend aan de nieuwe bewoners en de oude krijgen hun eindafrekening (variant 3) maar geen retourbetalingen (variant 2).

• Saldo informatie wordt alleen gegeven via de toegangssystemen en in de eindafrekening (variant 3) Privacygevoelige data worden overeenkomstig de AVG behandeld • Na vaststelling van de variantkeuze zal op basis van de voor de bedrijfsvoering benodigde persoonsgebonden de verwerkersovereenkomst met Spaarnelanden en de privacyverklaring hierop worden aangepast, • Bij invoering en bij mutaties zullen bewoners duidelijk en transparant hierover worden geïnformeerd. PBD nascheiden wordt uit gefaseerd, wanneer gekozen wordt voor variant 3. Momenteel wordt bij galerijflats in Schalwijk en enkele andere locaties het restafval nagescheiden op PBD, omdat hier ondanks alle pogingen de afvalscheiding achterblijft. Met variant 3 ontstaat een stevige stimulans om te gaan afval scheiden en kan deze keuze worden teruggedraaid. Voor een eerlijke toerekening van de afvalstoffenheffing is dit ook noodzakelijk.

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

15/18

Met de invoering van de varianten (met uitzondering van variant 0) zal veel aandacht gegeven moeten worden aan het goed informeren van de bewoners en ondernemers. Met goede communicatie kan de gewenste gedragsverandering (beter scheiden, meer afval voorkomen en voorkomen van oneigenlijk gebruik) gerealiseerd worden en kan ontwijkgedrag zoveel mogelijk worden voorkomen. De huishoudens met minicontainers voor restafval zijn moeten ook meedoen op basis van aantal keren aanbieden ter lediging (variant 3). Hiervoor moeten het containermanagementsystem worden uitgebreid en voertuiginstallaties voor het uitlezen van chips worden aangeschaft. Er zal een gedetailleerd uitwerkingsplan worden opgesteld voor de gekozen variant maar de gehele praktijk van de invoering kan niet worden overzien. Er zal daarom een terugvaloptie mogelijk blijven bij het mislukken van het project.

15. Zachte landing Het invoeren van een systeem met maximumaantal klepopeningen of kosten op basis van afvalaanbod is ingrijpend. Naast de technische realisatie is het ook een onderwerp dat de gemoederen van politiek en bewoners bezig zal houden. Een overstap ineens is om die reden mogelijk minder gewenst. Mogelijk is een periode van gewenning met een zachte landing een betere aanvliegroute. Vooraf bewoners goed informeren en een campagne is daarbij ook noodzakelijk. Een aantal mogelijkheden voor een zachte landing: Starten zonder consequenties Er wordt nog geen keuze voor een variant gemaakt, maar er wordt eerst alleen data verzameld met betrekking tot het gebruik (aantal klepopeningen) per huishouden. Op basis van die inzichten kan worden beredeneerd welke consequenties dit aanbiedgedrag zou hebben als gekozen zou zijn voor een van de varianten. Lastig bij deze droogoefening is dat het verzamelen van data (als proef) beperkt wordt door de privacywet. Alternatief is om bewoners toestemming te vragen. Maar bewoners die toestemming geven zullen geen juiste afspiegeling zijn van alle huishoudens van Haarlem. De privacywet staat niet toe dat afvaldata wordt bewaard langer dan de noodzakelijke termijn. Die is nu gesteld op 2 weken. Op basis van deze startmogelijkheid is het opslaan van de hiervoor benodigde data voor een langere bewaartijd dus onderbouwd.

Jaarlijks het aantal klepopeningen naar beneden bijstellen Door met ruime aantallen klepopeningen te beginnen kunnen huishoudens wennen aan de beperkingen. En zal het bijkopen niet direct veel nodig zijn. Door het volgend jaar huishoudens te informeren over hun gebruik en het nieuwe maximum zijn de bewoners enigszins voorbereid en kunnen ze plannen maken hoe ze hiermee eventueel willen omgaan. Nadeel is dat jaarlijks bijstellen van aantallen klepopeningen verwarring bij de bewoners oplevert.

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

16/18

Van variant 0 naar 1 naar 2 naar 3 De gepresenteerde varianten zijn geordend in mate van ingrijpen. Door met scenario 1 te beginnen en dan enkele jaren door te pakken naar variant 2 wordt het voor bewoners mogelijk te wennen aan het nieuwe systeem dat steeds een stapje verder gaat. Een iets voortvarender begin zou een start met variant 2 kunnen zijn als voorstap naar variant 3. Pilots Ideaal zou zijn als er verschillende pilots zouden plaatsvinden waarbij ervaring kan worden opgedaan met de verschillende varianten. Echter deze mogelijkheid ontbreekt indien er consequenties aan zitten die een relatie hebben met de te betalen afvalstoffenheffing. Immers de grondslag voor de heffing dient voor alle huishoudens van Haarlem gelijk te zijn. Wat overblijft zijn pilots zonder consequenties (droog oefenen) zoals hierboven al genoemd. Een stapsgewijze invoering is vanuit Spaarnelanden en de gemeente ook gewenst: • Om de nieuw toe te passen technieken uitvoerig in de praktijk te kunnen testen, • Om te kunnen werken met een bewonerspanel en hun feedback mee te nemen, • Om beter zicht te krijgen op de benodigde inzet van klantenservice, recyclecoaches, handhaving, • Om betere berekeningen te kunnen maken voor de tarieven. • Om te overzien welke (bij)effecten er ontstaan zoals ontwijkgedrag

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

17/18

16. Afwegingskader Onderstaand afwegingskader geeft een overzicht van de vier varianten. De waarderingen in plussen en minnen zijn gebaseerd op de afgestemde inschatting van de betrokken deskundigen. Afwegingskader

Gedragsbeïnvloeding (verminderen restafval)

Bewonerstevredenheid

Kans op oneigenlijk gebruik

Bijzondere huishoudens

Kosten

Opbrengsten bijkopen en hoger tarief

Kans op ontwijkgedrag

Eerlijke(re) kostenverdeling

Realisatie beleidsambities

Variant 0 Niets doen (huidige situatie)

Variant 1 Vast aantal klepopeningen

Variant 2 Twee categorieën klepopeningen

Variant 3 Betalen voor iedere klepopening

Geen effect

Alleen grootgebruik aangepakt

Iedereen heeft baat bij meedoen

Beter afval scheiden loont

Geen verandering

Grootgebruikers betalen extra

Geeft keuzevrijheid, autonomie.

Voor- en tegenstanders

Huidige realiteit

Eerlijker, maar blijft mogelijk

Eerlijker, maar blijft mogelijk

Kostenverschil maakt bewoners creatief

Geen wijzigingen

Afhankelijk van keuze maximumaantal

Gaan mogelijk meer betalen

Gaan meer betalen

Geen kosten variant, maar hoge verwerking

€ 860K tot 2028 daarna € 67K per jaar

€ 914K tot 2028 daarna € 78K per j. +Cocensus

€ 1 miljoen project en € 5-10 miljoen invest. Opbrengsten worden ingezet voor lagere tarieven

Geen

Opbrengst bijkopen is < € 1.000

Opbrengst bijkopen en hoger tarief is klein

Geen effect

Zeer kleine kans

Kleine kans

Gerede kans

Beperkt: alleen omvang huishouden

Iets beter door aanpak excessen

Beter: relatie met hoeveelheid afval

Goed: relatie met hoeveelheid afval

Het beoogde CAS resultaat valt weg

Ambities worden naar beneden bijgesteld

Ambities blijven realiseerbaar

Ambities worden naar boven bijgesteld

HLM SB CAS Memo Klepopeningen 240319.docx

18/18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14020981/1