CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Kaderstellende startnotitie Herinrichting Gonnetbuurt en omgeving (inclusief PVE en KES)

commissie Beheer 14 november 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.00 uur Vaststellen startnotitie herinrichting Gonnetbuurt en omgeving (RB)13.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Startnotitie Herinrichting Gonnetstraat en omgeving (e.o.)

Afbeelding 1. Impressie ontwikkeling woontorens Gonnetbuurt

Afbeelding 2. Bestaande situatie Ripperdapark

Inhoudsopgave

1

INLEIDING ....................................................................................... 2 1.1 Procesbeschrijving ................................................................ 2 1.2 Leeswijzer ............................................................................. 2

2

SCOPE PROJECT .......................................................................... 3 2.1 Projectomschrijving ............................................................... 3 2.2 Scope project ........................................................................ 3

3

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ........................ 4 3.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden ................................... 4

4

OMGEVING EN RAAKVLAKKEN ................................................... 6

5

HOOFDKEUZES EN KADERSTELLING ........................................ 7 5.1 Conflictanalyse ...................................................................... 7 5.2 Afwegingen............................................................................ 7 5.2.1 Afwegingen conflicten .............................................. 7 5.2.2 Overige afwegingen ................................................. 9 5.2.3 Conclusies ............................................................... 9

6

PARTICIPATIE EN INSPRAAK ..................................................... 12 6.1 Algemeen ............................................................................ 12 6.2 Participatie in definitiefase .................................................. 13 6.3 Participatie in ontwerpfase .................................................. 13

7

RISICO’S EN KANSEN ................................................................. 15 7.1 Risico’s ................................................................................ 15 7.2 Kansen ................................................................................ 16

8

JURIDISCH ................................................................................... 18 8.1 Eigendomsgrenzen ............................................................. 18 8.2 Bestemmingsplannen .......................................................... 18 8.3 Vergunningeninventarisatie ................................................. 18 8.3.1 Benodigde vergunningen ....................................... 18

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 1|19

1

INLEIDING

Deze kaderstellende startnotitie is het resultaat van de definitiefase conform het Haarlems Civiel Planproces (HCPP). Het doel van deze notitie is de vastlegging van uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ontwerpfase van het project ‘’herinrichting Gonnetstraat en omgeving’’.

1.1

Procesbeschrijving

De afbeelding hieronder toont de verschillende fases van een project volgens het Haarlems Civiel Planproces. Het project ‘’herinrichting Gonnetstraat en omgeving’’ is gecategoriseerd als project met ‘’veel impact’’.

(afbeelding 3. Projectfases volgens HCPP)

1.2

Leeswijzer

Deze startnotitie beschrijft de uitgangspunten van het project, hoe de participatie eruit ziet en welke kaders daarbij reeds vaststaan. Een onderdeel van de startnotitie is het programma van eisen (PvE) waar de eisenverzameling (klanteisen en wensen) beschreven worden. Deze is toegevoegd als bijlage 1. Conflicten en risico’s uit die eisenverzameling worden in kaart gebracht en er wordt onderbouwd welk uitgangspunt van dit project wordt gebruikt aan de hand van het vigerende beleid van Haarlem.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 2|19

2

SCOPE PROJECT

2.1

Projectomschrijving

Met de oplevering van twee nieuwe woontorens in 2024 ondergaat de Gonnetbuurt een transformatie van bedrijventerrein naar binnenstedelijk woonwerkgebied. De buurt heeft veel verharding en weinig groen en de verharding dient vernieuwd te worden. Een herinrichting o.b.v. het huidige beleid is daarom op zijn plek. Ook in het Ripperdapark is de verharding slecht waardoor de onderhoudsopgave voor dit gebied is toegevoegd aan het project. Met dit project wordt van deze buurten in de binnenstad weer een prettige openbare ruimte gemaakt voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Een buurt met veel ruimte voor voetgangers en fietsers en met ruimte voor groen.

2.2

Scope project

Voor het project herinrichting Gonnetstraat e.o. is onderstaande scope vastgesteld. Binnen de scopegrenzen bevinden zich de volgende straten: • Gonnetstraat • Claes van Ruyvenstraat • Phoenixstraat • Ripperdapark N.B. het parkgedeelte in het midden van het Ripperdapark valt buiten de scope omdat er geen groot onderhoud voor gepland staat.

Afbeelding 4. Visualisatie van de scopegrenzen (in het rood)

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 3|19

3

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

3.1

Uitgangspunten en randvoorwaarden

De belangrijkste uitgangspunten voor de herinrichting van de Gonnetbuurt en groot onderhoud van het Ripperdapark zijn: 1. Noodzaak herstel verharding: De verharding is dringend toe aan groot onderhoud. Dit is toegenomen door de recente sloop- en nieuwbouwactiviteiten. De Gonnetbuurt ondergaat hierbij een herinrichting, terwijl in het Ripperdapark vooral sprake is van groot onderhoud met behoud van het historische karakter. 2. Grondwaterbeheer en drainage: Het wijkgerichte grondwatermodel toont aan dat er onvoldoende drooglegging is tijdens natte perioden in delen van de Stationsbuurt, waaronder het Ripperdapark en de Gonnetbuurt. Dit project omvat de aanleg van drainage om de minimale droogleggingsnorm van 0,70m te waarborgen. 3. Hemelwaterafvoer: Het afkoppelen van de hemelwaterafvoer (HWA) van het riool zit vooralsnog niet in de scope. Het huidige gemengde riool heeft voldoende capaciteit. Vanuit het stedelijk waterplan is afkoppelen wél gewenst. Bovendien is het bij de toekomstige herontwikkeling van de stationsbuurt wenselijk om af te koppelen. Daarvoor moet er een verbinding met open water zoals het Spaarne komen. In de ontwerpfase worden de consequenties van afkoppelen bekeken en wordt de scope waarschijnlijk hiermee uitgebreid. 4. Leefbaarheid en klimaatadaptatie: De Gonnetbuurt wordt volledig heringericht om de leefbaarheid te verbeteren.

Door meer groen en een klimaatadaptieve inrichting, vermindert bijvoorbeeld de wateroverlast, droogte- en hittestress in deze buurt. Ruimte hiervoor wordt gecreëerd door het verminderen van straatparkeren en het invoeren van éénrichtingsverkeer. Het uitgangspunt is ontwerpen volgens de 3-30-300 vuistregel uit het groenbeleidsplan (aantal zichtbare bomen - percentage groenoppervlak - afstand tot groen park of plantsoen). Momenteel is het percentage openbaar groen in projectgebied 25% (~3570 m2). In het nieuwe ontwerp wordt het ten minste 30% groen (~4250 m2) en komen er 25 tot 30 extra bomen in de buurt. 5. Balans verkeersfunctie en verblijfskwaliteit: De herinrichting herstelt de verhouding tussen verkeersfunctie en verblijfskwaliteit. Hiervoor gaat de snelheid omlaag van 50 km/h naar 30 km/h. Er ontstaan waardevolle, prettige verblijfsgebieden voor een gemengd woonwerkgebied met betekenis voor de stad. Het inpassen van het tijdelijke terras bij de horecaonderneming aan de Gonnetstraat 26 kan bijdragen aan het verbeteren van de verblijfskwaliteit. 6. Historisch karakter en beschermd stadsgezicht: Het gehele projectgebied valt binnen het Beschermd Stadsgezicht. Daarbovenop heeft het Ripperdapark een historisch karakter en zijn de woningen beschermd als Gemeentelijk Monument.

Het uitgangspunt voor het Ripperdapark is het historische karakter te versterken en waar mogelijk te herstellen naar de oorspronkelijke situatie.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 4|19

7. Ecologische verbinding: Het Ripperdapark dient als een ecologische verbinding van Kenaupark (via Parklaan) naar het groen langs het spoor. Het is van belang deze ecologische verbinding te optimaliseren door het groen zo veel mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Ook is het van belang ecologisch waardevol (gevarieerd, inheems, gelaagd) groen toe te passen. 8. Duurzaamheid: Duurzaamheid is een leidend principe binnen dit project. Hergebruik van gebakken materialen, toepassing van duurzame ledverlichting en extra groen dragen bij aan de duurzaamheid van een stedelijke omgeving. Het vermindert hittestress en wateroverlast, en levert een verbetering van de luchtkwaliteit. Deze uitgangspunten komen ook terug in de topeisen van het project, beschreven in bijlage 1 Programma van eisen, hoofdstuk 1.2.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 5|19

4

OMGEVING EN RAAKVLAKKEN

Enkele projecten en ontwikkelingen kunnen invloed hebben op het ontwerp en de uitvoering van het project herinrichting Gonnetbuurt en omgeving. Bekende projecten zijn op dit moment: Tabel 1. Raakvlakprojecten Raakvlakproject

Beschrijving

impact

Groot onderhoud Prinsenbrug

Verwachting uitvoering Q4 2025

Logistieke afstemming is noodzakelijk voor gebruik van de doorsteek bij de Friese Varkenmarkt.

Fietsknelpunt Schoterweg/ Kennemerplein

Herinrichting

Geen impact mits hier geen logistieke route gepland wordt.

Herontwikkeling Stationsgebied

Verwachting uitvoering in 2026/ 2027.

Afkoppeling hemelwater bij stationsgebied heeft veel impact omdat er een verbinding met open water gemaakt moet worden. De Gonnetbuurt en Ripperdapark zijn daarbij een logische route richting het Spaarne.

Potentiële herontwikkeling Bremer’s Houthandel Haarlem

Op lange termijn wordt verwacht dat de houthandel verhuist naar een andere locatie. Dit gebied wordt dan opnieuw ingericht

Het ontwerp voor de openbare ruimte wordt toekomstbestendig en robuust met aandacht voor de eventuele toekomstige herontwikkeling. Er wordt nu in ieder geval rekening gehouden met een ruimtereservering voor het aanbrengen van extra ondergrondse vuilcontainers in de Gonnetstraat.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 6|19

5

HOOFDKEUZES EN KADERSTELLING

5.1

Conflictanalyse

Tijdens het opstellen van het programma van eisen zijn de volgende conflicten opgevallen vanuit tegenstrijdige eisen en/of wensen: Tabel 2. Conflicten Conflict

Beschrijving

Wegprofiel tweerichtingsverkeer versus éénrichtingsverkeer

Vergroenen is een essentieel onderdeel van het project. Dit komt in verschillende eisen naar voren (topeis leefbaarheid KE-121, omgevingsvisie 2045 reserveren ruimte voor groen KE-244 & KE245 en uit het groenbeleidsplan de 3-30-300 regel KE-261). De ruimte voor extra groen is te vinden door eenrichtingsverkeer in te voeren en de rijbaan te versmallen (voorkeursindeling vanuit HIOR). Dit conflicteert met het huidige tweerichtingsverkeer, waarvoor een minimale wegbreedte van 4,80m nodig is volgens HIOR en CROW richtlijnen (zie eis Wegprofielen KE-221). Met een groenstrook van 2m en een parkeerstrook van 2m (beiden het minimum vanuit de HIOR), gaat tweerichtingsverkeer ten koste van de toegankelijkheid van de trottoirs, waar in dat geval slechts 1,5m voor beschikbaar is. Door éénrichtingsverkeer voor auto’s (met fietsverkeer in 2 richtingen) in te voren kan de rijbaan versmallen naar 3,85m, in lijn met de aanbevelingen van CROW en de eisen van de verkeerspolitie. Dit maakt zowel de gewenste groenstrook mogelijk als toegankelijke trottoirs. De uitgebreide afweging staat in paragraaf 4.2.1 ‘Afwegingen conflicten’ beschreven.

Terras versus groen en parkeren

In de huidige situatie bevindt zich een tijdelijk terras aan de noordzijde van de Gonnetstraat tegenover Gonnetstraat 26. Het terras vervult een functie om de sociale verbinding in de wijk te faciliteren en draagt bij aan de leefbaarheid (top eis project). Het is een grote wens van de eigenaar om het terras aan de zonnige noordzijde van de Gonnetstraat te behouden en onderdeel te maken van een groenstrook. Het terras neemt ruimte in die anders gebruikt kan worden voor beplanting of parkeerplaatsen. Het behoud van het terras kan conflicteren met de eis voor een maximale parkeerdruk van 85% (zie eis Parkeerdruk, KE-331), of het toevoegen van groen in overige delen van het projectgebied Omdat daar dan parkeerplaatsen moeten komen.

5.2

Afwegingen

5.2.1

Afwegingen conflicten

Wegprofiel tweerichtingsverkeer versus éénrichtingsverkeer De afweging voor de verkeersaanpassing naar éénrichtingsverkeer voor autoverkeer wordt gemaakt om de eisen voor dit project te kunnen naleven. In de straten moet namelijk een groenstrook toegevoegd worden en daarnaast moet het dwarsprofiel ruimte bieden voor een breed trottoir aan beide zijden van de straat én een parkeerstrook. Volgens de richtlijnen van het CROW is de minimale wegbreedte voor tweerichtingsverkeer vastgesteld op 4,80m. Om ook een groenstrook van 2 m te realiseren, die nodig is voor een goede levensverwachting van bomen, blijft

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 7|19

er 1,40m over voor de stoep (exclusief de trottoirband). Die breedte voldoet niet aangezien de HIOR-norm minimaal 1,50 meter hanteert. De minimale wegbreedte voor éénrichtingsverkeer (volgens de CROW) voor auto’s met fietsverkeer in 2 richtingen is 3,85 m. Door hiervoor te kiezen ontstaat er voldoende ruimte voor zowel een breed voetpad van 2 meter als een groenstrook en parkeerstrook van 2 meter. Vanuit het HIOR is de minimale breedte 3,40 meter voor éénrichtingsverkeer voor auto’s en fietsverkeer in 2 richtingen, maar gezien het hoge aantal (brede) bakfietsen dat hier gebruik maakt van de straten is het in deze situatie veiliger om een rijbaanbreedte van 3,85 m toe te passen. Dit is tevens in overeenstemming met het advies van de verkeerspolitie. Oftewel, om te voldoen aan het groenbeleid, en het mobiliteitsbeleid waar de voetganger veel ruimte krijgt, is de toepassing van éénrichtingverkeer met een wegbreedte van 3,85 m voor éénrichtingsverkeer met fietsen in beide richtingen nodig. Daarnaast draagt de deze maatregel, in combinatie met een verlaagde maximumsnelheid bij aan de uitstraling van een prettige buurt om te wonen conform de SOR 2040. Het bevordert de balans tussen verkeersfunctie en verblijfskwaliteit, één van de uitgangspunten van het project. De implementatie van éénrichtingsverkeer heeft effect op de verkeersafwikkeling.

Verkeer rijdt straks via de Parklaan de buurt in en via de Friese Varkenmarkt de buurt uit. Dit heeft voor- en nadelen. De Parklaan krijgt zo op het eerste stuk vanaf het Spaarne iets meer verkeersbewegingen in westelijke richting, maar op het tweede stuk en in oostelijke richting (de stad uit) waarschijnlijk juist minder, met een positief effect op de verkeersafwikkeling rond de school. Alvorens de verkeersaanpassing door te voeren, wordt er een officieel verkeersbesluit genomen. Het verkeersbesluit komt tot stand na zorgvuldige beoordeling van de nieuwe situatie (ontwerp) door de verkeerspolitie en de gemeente. Het ontwerp zal rekening houden met de bereikbaarheid van de voorzieningen en panden in de buurt zoals het parkeerterrein van sportcentrum Kenamju en de parkeergarages van de woontorens. Het Ripperdapark heeft al éénrichtingsverkeer, daarom betreft deze maatregel alleen de Gonnetstraat, Phoenixstraat en Claes van Ruyvenstraat.

Terras versus openbaar gebruik van de ruimte Het terras bij Gonnetstraat 26 heeft een verbindende functie en draagt positief bij aan de leefbaarheid van de buurt. Het uitgangspunt voor de ontwerpfase wordt om te proberen het terras in te passen. Voorwaarde daarbij is dat het niet ten koste gaat van de andere doelstellingen. In dit deel van de straat is veel groen aanwezig zodat toevoegen van extra beplanting minder nodig is. Er kan geprobeerd worden om terras en groen te integreren of geleidelijk over te laten lopen om een harmonieuze overgang te creëren tussen het terras en het groen. Daarnaast dient het ontwerp rekening te houden met een maximale parkeerdruk in het gebied. In overige straten neemt het aantal parkeerplaatsen af in verband met het toevoegen van groen. Het inpassen van een definitief terras ten koste van parkeerplaatsen kan ertoe leiden dat de parkeerdruk in het

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 8|19

gebied uitkomt boven de 85%. Dit zal blijken tijdens het uitwerken van het ontwerp.

5.2.2

Overige afwegingen

Tabel 3. Afwegingen Afweging

Beschrijving

Cultuurhistorische waarde

De groenfunctie in de Haarlemse binnenstad heeft een lange geschiedenis. Van oudsher was er weinig ruimte op straat voor groen in tegenstelling tot binnentuinen en hofjes met een oase van groen. Het scopegebied van dit project ligt in de ‘Nieuwstad’ die in de 17e eeuw werd ontwikkeld. In de 19e eeuw heeft L.P. Zocher voor de Nieuwstad een groene gordel ontworpen die de Bolwerken, het Kenau- en Ripperdapark met elkaar verbindt via de Parklaan. De Gonnetstraat en de aansluiting van het Ripperdapark op de Gonnetstraat (hierna benoemd als ‘’de passage’’) zou dit historische kenmerk kunnen versterken door meer groen in dit deel te incorporeren. Dit is niet alleen in lijn met de aanbevelingen uit de SOR voor cultuurhistorische waarde maar valt ook samen met de prioriteit die aan groen gegeven wordt. Daarnaast zien zowel het platform Groen als de bewoners die we hebben gesproken graag meer groen in de passage. Het creëren van het waardevolle extra groen in de Gonnetstraat kan conflicteren met de eis van maximaal 85% parkeerdruk.

Afwatering

Uit het wijkgericht grondwatermodel blijkt dat tijdens een natte periode de drooglegging op enkele plekken in de Stationsbuurt onvoldoende is. Ook in het projectgebied is er onvoldoende drooglegging. De grondwaterstand is in de winter te hoog: ca. 0.30-mv, terwijl de norm 0.70-mv is. Om die reden wordt er gekozen voor het realiseren van drainage. Daarnaast is de hemelwaterafvoer (HWA) en de vuilwaterafvoer momenteel gecombineerd in een gemengd stelsel. Voor dit project behoort het scheiden van deze twee afvoeren nog niet tot de scope, terwijl dat wél wenselijk is vanuit het stedelijk waterplan. Bij de toekomstige herontwikkeling van het Stationsgebied is het scheiden van de afvoeren (afkoppelen) ook gewenst. In de ontwerpfase wordt dan ook alvast rekening gehouden met een scope uitbreiding voor het afkoppelen waarbij het aan te leggen hemelwaterriool robuust genoeg moet zijn om het stationsgebied later op aan te sluiten.

Parkeren (fiets)

De aanwezigheid van bedrijven, horeca, een sportschool en een openbare basisschool in de Gonnetbuurt leidt tot een grote behoefte qua fietsparkeren. De herinrichting van deze buurt houdt rekening met het aanbrengen van extra fietsparkeerplaatsen terwijl de trottoirs voldoende doorloopbreedte houden voor de toegankelijkheid.

Materialisering

Het Ripperdapark heeft een historische uitstraling en is ook gekenmerkt als waardevolle plek voor Haarlem. Hier is het van belang dat de keuze van materiaal recht doet aan de cultuurhistorische waarde. De huidige klinkerbestrating op de rijweg wordt behouden en de klinkers worden hergebruikt. Dit beeld draagt bij aan de authentieke sfeer van deze locatie en de bewoners die we hebben gesproken zijn zeer tevreden zijn met de huidige klinkers. Het trottoir bestaat momenteel uit betontegels, die worden vervangen door klinkers om ze beter aan te laten sluiten bij het historische karakter van het Ripperdapark.

5.2.3

Conclusies

De ontwerpkeuzes worden gemaakt op de beleidskaders waaronder de omgevingsvisie, het groenbeleidsplan, de structuurvisie openbare ruimte (SOR), het mobiliteitsplan, het stedelijk waterplan en de handleiding inrichting openbare ruimte (HIOR). Deze kaders bepalen de prioritering van keuzes. Een belangrijk doel van de herinrichting is het verbeteren van de leefbaarheid, de (verblijfs)kwaliteit en de invulling van klimaatadaptatie. De toevoeging van groenvoorzieningen speelt hierbij een centrale rol. Gonnetbuurt

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 9|19

De keuzes voor de herinrichting van de Gonnetbuurt volgen de afwegingsmethodiek van de SOR. In de Gonnetbuurt bevinden zich geen waardevolle plekken of hoofdstructuren in de openbare ruimte. De buurt is gevoelig voor hittestress en er is een grondwaterprobleem (hoge grondwaterstand). De afwegingsmethodiek geeft de prioriteit aan groen, water en klimaat, daarna volgt mobiliteit. Bij mobiliteit staat het belang van de voetganger voorop, vervolgens de fiets, OV, en tot slot het overig gemotoriseerd verkeer. Dit valt samen met de projectdoelstellingen: Het toevoegen van groen en ruimte op trottoirs verbeterd de leefkwaliteit. Het biedt meer ruimte voor ontmoeting en sociale cohesie. Tevens vermindert het de gevoeligheid voor hittestress en de aanleg van drainage draagt bij aan het verlagen van de grondwaterstand. Op basis van de afwegingsmethodiek wordt er gekozen voor versmalling van de rijbanen en eenrichtingsverkeer voor auto’s om ruimte te creëren voor groen en voetgangers. Deze keuze sluit ook aan bij het mobiliteitsbeleid waar fietsers en voetgangers de prioriteit krijgen boven motorvoertuigen. Meer fietsparkeergelegenheid is een stimulans voor de fiets als vervoersmiddel binnen de stad. In de buurt liggen geen ontsluitingswegen, enkel wegen met een verblijfsfunctie (erftoegangswegen). Hierbij past een wegontwerp voor 30km/h, wat aansluit bij het mobiliteitsbeleid.

De wegprofielen worden ingedeeld o.b.v. de HIOR. Dit leidt tot het hieronder schetsmatig weergegeven principeprofiel (afbeelding 5). De invulling van dit profiel wordt gedurende de volgende ontwerpfasen aangescherpt met de input opgehaald uit het participatietraject. Met dit profiel is het haalbaar om 25 tot 30 extra bomen aan de buurt toe te voegen en de verstening met ca. 15% te laten afnemen.

Afbeelding 5. Principeprofiel schetsmatig o.b.v. van de Phoenixstraat

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 10|19

De looproute van de basisschool de Kring naar de gymzaal in de Phoenixstraat blijft gewaarborgd, gezien voetgangers de hoogste prioriteit krijgen. Met de hoge fietsparkeerdruk in de Gonnetbuurt wordt rekening gehouden door meer en betere fietsparkeergelegenheid. De huidige situatie in de Gonnetbuurt kenmerkt zich door weinig groen, wat niet overeenkomt met het groenbeleidsplan. Met de beoogde plannen is uitbreiding van groenoppervlak mogelijk waarbij veel nieuwe bomen geplant worden, waardoor voldaan kan worden aan de vuistregel 3-30-300 (aantal zichtbare bomen - percentage groenoppervlak - afstand tot groen park of plantsoen). Het ontwerp krijgt de insteek om bestaande bomen te integreren in het ontwerp, ook indien zij geen goede kwaliteit hebben maar wel een volwassen kroon hebben. Indien een boom niet in het ontwerp past heeft verplanten van de boom de voorkeur boven kappen. Boom- en beplantingssoorten worden in de ontwerpfase nader bepaald. Ripperdapark In het Ripperdapark is geen sprake van een herinrichting maar van groot onderhoud van de verharding, vervanging van de verlichting en aanleg van drainage. Hierbij ligt de prioriteit bij het behoud van het historische karakter en het hergebruik van materiaal. De huidige trottoirtegels passen niet in het historische karakter en het HIOR voor de binnenstad.

De trottoirtegels worden vervangen door klinkers om de historische kwaliteit te versterken. Het gedachtengoed van Zocher staat hier centraal en met de aanwezigheid van het waardevolle park is er geen noodzaak hier extra groen toe te voegen. De passage naar de Gonnetstraat is op geïmproviseerde wijze afgesloten voor autoverkeer. In de ontwerpfase wordt dit definitief waarbij veel ruimte is voor extra groen in samenspraak met de buurt. Voor het grasveld in het midden van het Ripperdapark is er geen behoefte voor aanpassingen of groot onderhoud, om die reden valt dat grasveld buiten dit project.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 11|19

6

PARTICIPATIE EN INSPRAAK

6.1

Algemeen

Doel participatie Het participatiedoel is om inwoners en andere belanghebbenden in een vroeg stadium te informeren en te betrekken bij onderdelen van het ontwerp. De kwaliteit van besluitvorming over het project kan verbeteren door verschillende (soms tegengestelde) belangen en argumenten tegen elkaar af te wegen. Belanghebbenden kunnen het ook na een participatietraject alsnog niet met elkaar eens zijn. De gemeenteraad beslist uiteindelijk over het definitieve ontwerp. De participatie heeft daarbij tot doel bij te dragen aan het draagvlak en de legitimiteit van dat besluit. Hiervoor is het van belang om transparant te zijn over de te volgen procedure. Het niveau van participatie Voor de herinrichting van de Gonnetbuurt zijn de scope en de beleidsuitgangspunten duidelijk. Omdat er in het beleid al een richting vastligt voor veel onderwerpen is het participatieniveau meedenken relevant. Bij dit niveau worden belanghebbenden uitgenodigd om op specifieke punten mee te denken en ideeën aan te dragen. De input kan worden gebruikt om het project te verbeteren. Voor het Ripperdapark geldt dat het gaat om groot onderhoud binnen een beschermd stadsgezicht. De keuzes voor verhardingsmateriaal van de weg en stoep zijn belangrijk. Aangezien er vrijwel geen ontwerpkeuzes zijn geldt voor dit gebied het participatieniveau meeweten.

Dit betekent niet dat men geen ideeën mag inbrengen of niet deel kan nemen aan de inspraak. De veranderingen en mogelijkheden zijn gewoon beperkter in dit gebied. Uitzondering is de passage tussen het Ripperdapark en de Gonnetstraat, dit stukje wordt ook opnieuw ingericht en daar kunnen direct omwonenden meedenken. Kaders voor participatie De kaders voor participatie beginnen bij de richtlijnen voor het participatieproces van de gemeente Haarlem. Het belangrijkste thema waar voor dit project input over wordt gevraagd is het praktische gebruik van de openbare ruimte. Het staat vast dat de richtlijnen van de HIOR en CROW gehanteerd worden, dus op het straatprofiel kan weinig invloed uitgeoefend worden. Wel zijn er keuzes te maken over de precieze invulling bij het uitrollen van dat profiel over de straten. Denk hierbij aan de exacte locaties van fietsenrekken, afvalbakken en overig straatmeubilair, maar ook de parkeerplaatsen en het groen. Het Ripperdapark is een uitzondering, dat wijkt mogelijk af van het HIOR omdat de cultuurhistorische waarde hier de prioriteit krijgt. Bij de passage tussen het Ripperdapark en de Gonnetstraat is er meer ruimte voor participatie. Voorop staat dat dit gebied ‘groener’ moet worden mits de bereikbaarheid van tuinen en schuren gewaarborgd blijft.

Direct omwonenden worden uitgenodigd om actief mee te denken over dit gebied voorafgaand aan de informatiebijeenkomsten. Door gesprekken met belanghebbenden en de informatiemomenten worden lokale kennis, reacties en suggesties opgehaald. Het besluitvormingsproces ligt bij de gemeente, uiteindelijk beslist de raad over het definitief ontwerp.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 12|19

6.2

Participatie in definitiefase

KES gesprekken In de definitiefase is contact geweest met professionele stakeholders, (waaronder de verkeerspolitie, Spaarnelanden & platform groen). De opgehaalde input is terug te vinden in de Klant Eisen Specificatie (bijlage 1, hoofdstuk 7) Oriënterende gesprekken In de definitiefase zijn er tevens oriënterende gesprekken gevoerd om enkele omwonenden en ondernemers vroegtijdig te informeren, maar tevens om wensen en ideeën op te halen. De input uit de oriënterende gesprekken is te vinden in de Klant Eisen Specificatie (bijlage 1, hoofdstuk 7).

6.3

Participatie in ontwerpfase

Voorafgaand aan het maken van het Voorlopig Ontwerp (VO) vindt participatie plaats volgens de kaders vanuit het de startnotitie. Hiervoor worden gesprekken en informatiebijeenkomsten georganiseerd. Het Ripperdapark en de Gonnetbuurt verschillen sterk van aard en impact van het project. Daarom worden er twee informatiebijeenkomsten georganiseerd: één voor bewoners van het Ripperdapark en één voor de bewoners en ondernemers van de Gonnetbuurt. Daarnaast wordt een mogelijkheid tot digitale participatie ingericht o.b.v. het schetsontwerp. Informatieverstrekking loopt via de projectpagina en bewonersbrieven. De participatie zal globaal de onderstaande planning volgen: 2024 Q-4 en 2025 Q-1

Persoonlijke gesprekken met professionele stakeholders

Professionele stakeholders zoals politie, Spaarnelanden & platform groen

Participatie tijdens inloopavonden voor bewoners en belanghebbenden. Dan wordt het schetsontwerp voorgelegd en informatie verstrekt over het ontwerp

Bewoners en belanghebbenden

Persoonlijke gesprekken met belanghebbenden

Met belanghebbenden indien er een concrete aanleiding is na de inloopavonden

Digitale participatie via projectpagina

Alle bewoners

Inspraak op het voorlopig ontwerp tijdens inspraakbijeenkomsten

Alle bewoners

Digitale inspraak via projectpagina

Alle bewoners

(na vaststellen PVE)

2025 Q2 en Q3 (na vrijgeven voorlopig ontwerp)

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 13|19

Zoals bovenstaande planning toont wordt in de ontwerpfase het Voorlopig Ontwerp vrijgegeven voor inspraak. De gemeente buigt zich over de zienswijzen die in de inspraakprocedure binnen komen. Daarna wordt het Definitief Ontwerp (DO) door de raad vastgesteld. Tevens wordt een terugkoppeling gegeven naar de stakeholders wat er van de zienswijzen wel en niet meegenomen is in het DO en hoe het DO er uit ziet.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 14|19

7

RISICO’S EN KANSEN

7.1

Risico’s

De risico’s die in de definitiefase geformuleerd zijn staan hieronder genoemd.

Risico

Beschrijving

Financieel

Het gebied is een voormalig industriegebied met verontreinigde grond. Grondverzet op grotere diepte, zoals voor de groeiplaatsen van bomen en de eventuele aanleg van een hemelwaterriool, brengt risico’s met zich mee zoals hoge sanerings- en faseringskosten en kosten voor beschermingsmaatregelen van personeel of het stilleggen van het werk bij aantreffen van onverwachte verontreiniging. Ook onvoorziene archeologische vondsten kunnen leiden tot hogere kosten. Beheersmaatregelen zijn het analyseren van bodemonderzoeken uit de bureaustudie, eventueel aanvullend onderzoek uitvoeren en voldoende budget reserveren voor eventuele saneringswerkzaamheden.

Draagvlak

Vanuit de omgeving zijn er bezwaren bekend tegen het mogelijk kappen van bomen en het instellen van éénrichtingsverkeer. Hierop wordt weerstand verwacht tijdens de participatie. Het risico is dat er gebrek aan draagvlak ontstaat wanneer de omgeving zich onvoldoende betrokken voelt bij het project en wanneer knelpunten en projectdoelstellingen niet goed zijn gecommuniceerd. Een beheersmaatregel is het vroegtijdig informeren van de omgeving met aandacht voor de staat van de aanwezige bomen en de uitdaging om de beleidsdoelstellingen in de Gonnetbuurt te realiseren. Belangrijk is om voor ogen te houden is het verschil in belangen tussen bewoners, ondernemers en bijvoorbeeld de basisschool en sportschool. Beheersmaatregelen voor tijdens de uitvoering zijn aandacht voor een goede afscherming van de werklocaties en het borgen van de doorstroming rondom het begin en einde van de schooldagen.

Scopewijziging

Veranderingen in regelgeving, nieuwe beleidsambities, werken van derden, politieke invloed of nieuwe inzichten van bewoners kunnen leiden tot scopewijzigingen. Het aanleggen van een afzonderlijk HWA in dit gebied is al een voorbeeld van een scopewijziging t.o.v. de opdracht. De impact ervan moet verder worden geanalyseerd. Scopewijzigingen leiden doorgaans tot verstoring van het project qua tijdspad en budget. Een beheersmaatregel is om consequenties in tijd en geld vooraf goed duidelijk te maken alvorens zaken aan de scope toe te voegen.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 15|19

Risico

Beschrijving

K&L

Het aanbrengen van extra groen en het toepassen van een omgekeerd dakprofiel in de straat kan conflicteren met beschikbare ruimte in de ondergrond i.v.m. kabels en leidingen. Er is kans op beschadiging van kabels en leidingen en beperking van de toegankelijkheid ervan. Er is een risico dat verleggingen vanuit de nutsmaatschappijen nodig zijn om de projectdoelstellingen te halen, met consequenties voor de planning en kosten. Een beheersmaatregel is vooraf inzichtelijk maken waar kabels en leidingen liggen om knelpunten met het nieuwe groen te voorkomen.

Schade aan bebouwing

Tijdens grondverzet waarvoor bemalen moet worden (aanleg van het HWA en drainage) bestaat er een risico op schade aan omliggende bebouwing. De funderingen van de woningen in het Ripperdapark zijn hoogstwaarschijnlijk kwetsbaar. Een maatregel is het vroegtijdig uitvoeren van bouwkundige nulmetingen (vooropnames) en het tijdens realisatiewerkzaamheden inzetten van retourbemaling om drooglegging van houten paalfundatie of (tijdelijke) wijzigingen van het grondwater te voorkomen.

Nutsbedrijven

Indien tijdens dit project tegelijktijdig het elektriciteitsnet uitgebreid wordt en/of het water en gasnetwerk aangepast wordt kan dat een risico vormen voor de fasering van het project. De capaciteit van de nutsbedrijven is mogelijk niet voldoende om mee te kunnen gaan met de planning van het herinrichtingsproject waardoor zij de planning van het project vertragen. Beheersmaatregel: tijdig overleg met de nutspartijen en proactief aansturen op vervanging van oude netten helpt om de impact van verrassingen te verkleinen.

Bomenconditie

In een boomeffectanalyse (BEA) is geconcludeerd dat 9 bomen in de Gonnetstraat in slechte staat verkeren en naar verwachting nog maximaal 5 tot 10 jaar overleven bij ongewijzigde omstandigheden. Kleine effecten van de werkzaamheden (waaronder groeiplaatsverbetering) op deze bomen kunnen er al toe leiden dat ze afsterven volgens de BEA. Duurzaam behoud lijkt niet mogelijk. Boombehoud van volwassen bomen is echter wél het uitgangspunt voor het ontwerp. In het project trachten we schade aan de bomen te voorkomen en de groeiplaatsen te verbeteren. Het risico blijft echter dat één of meerdere bomen alsnog vervangen moeten worden na afronding van de herinrichting. Beheersmaatregel: in het ontwerp wordt rekening gehouden met de huidige boomlocaties en wordt groeiplaatsverbetering opgenomen. Het risico dat de bomen (ondanks goede zorgen) later alsnog vervangen moeten worden dient geaccepteerd te worden als boombehoud het uitgangspunt is. De omgeving tijdens het project objectief informeren over de staat van de bomen en de resultaten van boomonderzoeken.

Tabel 4. Risico’s

7.2

Kansen

Naast de risico’s zijn er ook de in onderstaande tabel opgenomen kansen.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 16|19

Kans

Beschrijving

Waterhuishouding

Waterbeheersing in het scopegebied kan verbeterd worden door de hemelwaterafvoer af te koppelen van de riolering en aan te sluiten op oppervlaktewater. Het voornemen is om tijdens de ontwerpfase (wanneer de consequenties inzichtelijk zijn gemaakt) de scope hiermee uit te breiden.

Historisch beoogde ‘groene gordel’ versterken

De herinrichting van de Gonnetbuurt biedt een optie om een groenere verbinding te creëren tussen De Bolwerken, het Kenau- en Ripperdapark. Begin 19e eeuw werd het idee van een ‘groene gordel door Jan David Zocher jr. geopperd. Meer groen tussen het Ripperdapark en de Friese Varkenmarkt zou voor die verbinding kunnen zorgen.

Verlichting

Het aanbrengen van led-verlichting (verduurzaming) in de buurt biedt de kans om de openbare verlichting voor het totale gebied te verbeteren, voor een prettigere beleving van de (Gonnet)buurt, passend bij het centrumgebied van Haarlem. De verlichting van het Ripperdapark en de Gonnetbuurt hoeven niet gelijk te zijn i.v.m. de verschillende karakters van de wijken. Er kan overwogen worden om de Ripperdastraat, Parkstraat en het achterpad (tussen Ripperdapark en het spoor) ook te vervangen zodat de gehele wijk verduurzaamd is. Bijkomend kan gelet worden op diervriendelijke keuzes (vleermuizen) voor het type verlichting.

Functioneel gebruik

In het centrumgebied van Haarlem speelt ruimtegebrek een grote rol. Daarom is het van belang mogelijkheden te onderzoeken om efficiënter om te gaan met de openbare ruimte. In het projectgebied kan mede op wens van Oceans (pand Gonnetstraat 26) gezocht worden naar mogelijkheden om het terras te combineren of goed over te laten lopen met de groenstrook. Het terras op zichzelf heeft een verbindende functie voor de buurt.

Nutsbedrijven

Er bestaat een kans dat nutsbedrijven willen meeliften met de werkzaamheden van het project. Dit kan gevolgen hebben voor de doorlooptijd van het project. Door vroegtijdig aan te sturen op het combineren van werkzaamheden kan bereikt worden dat ook de ondergrondse situatie in de wijk toekomstbestendig vernieuwd wordt zonder dat hiervoor apart de wegen open hoeven.

Tabel 5. Kansen

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 17|19

8

JURIDISCH

8.1

Eigendomsgrenzen

Het projectgebied ligt binnen de eigendomsgrenzen van de gemeente Haarlem.

8.2

Bestemmingsplannen

De voorgestelde aanpassingen in dit document vinden allemaal plaats binnen het bestemmingsplan.

8.3

Vergunningeninventarisatie

Voor het kunnen uitvoeren van de werkzaamheden in het scopegebied is een verkenning gedaan naar de benodigde vergunningen. Hiermee is inzichtelijk gemaakt welke vergunningen benodigd zijn en welke vergunningen mogelijk benodigd zijn. Het betreft een verkenning en in de ontwerpfase van het project kunnen er extra vergunningen nodig blijken te zijn. Hieronder wordt iedere vergunning beknopt benoemt en beknopt toegelicht.

8.3.1

Benodigde vergunningen

Tabel 6. Vergunningen

Activiteit Binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA)

Vereist Ja

Vellen houtopstand en herbeplanten

Ja

Graafmelding

Ja

Verkeersbesluit BABW

Ja

Lozingsactiviteit op oppervlaktewater of zuiveringtechnisch werk

Ja

Technische bouwactiviteit

Mogelijk

Juridische grondslag Omgevingswet Artikel 5.1, lid 1, sub a

Toelichting/ opmerkingen Een OPA is vereist voor het verrichten van graafwerkzaamheden binnen de waarde 'archeologie 2a'. Mochten er straatmeubilair worden geplaatst, dan is er ook een vergunningplicht vanuit de waarde 'archeologie 2'.

Omgevingsverordening paragraaf 4.2.3 en de bestemmingsplannen op basis van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' en 'Waarde – Archeologie 1b' Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) art. 2 Wegenverkeerswet ex. Art. 12 van het BABW

Als duurzaam boombehoud echt niet mogelijk blijkt, dan is er vergunning nodig voor de kap.

Een graafmelding is vereist richting uitvoering.

Vereist wanneer de Gonnetstraat, Phoenixstraat en de Claes van Ruyvenstraat de status 'éénrichtingsweg' krijgen, en bij instellen van 30km/h Waterschaps-verordening Deze vergunning is verplicht voor het aanleggen van de uitstroomvoorziening aan de Friese Varkenmarkt. Omgevingswet Artikel 5.1, lid Als er een installatie wordt 2, sub a aangelegd voor de uitstroomvoorziening van de

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 18|19

drainage, is deze vergunning vereist. Enige andere bouwactiviteiten zouden ook leiden tot deze plicht Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen

Mogelijk

Omgevingswet Artikel 5.1, lid Dit is bijvoorbeeld van 2, sub b toepassing bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden in verontreinigde grond

Flora- en fauna-activiteit

Mogelijk

Omgevingswet Artikel 5.1, lid Uit het verkennend 2, sub g natuuronderzoek blijkt dat aanvullend onderzoek nodig is indien de bomen worden gekapt.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Mogelijk

Omgevingswet Artikel 5.1, lid 1, sub a

Een BOPA is mogelijk vereist bij het aanleggen van een uitstroomvoorziening binnen de bestemming 'verkeer'. Afstemming met de vergunningverlener is raadzaam.

Sloopactiviteit

Mogelijk

Besluit bouwwerken leefomgeving Artikel 7.10

Een sloopmelding is vereist wanneer er meer dan 10m3 aan sloopafval vrijkomt bij de werkzaamheden.

Maatwerkvoorschrift mogelijk (art. 7.5 Bbl) Rioollozingen in algemene Mogelijk rijksregels milieubelastende activiteiten

Ontheffing scheepvaartwegenverordening

Mogelijk

Mochten het nodig zijn om tijdelijk water op te pompen en te lozen voor de werkzaamheden aan de riolering, dan is deze vergunning vereist. Provinciale Scheepvaartwegenverordening

Mogelijk van toepassing wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd vanaf het Spaarne.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Pagina 19|19

BIJLAGE 1. Programma van eisen (PvE) Inhoudsopgave 1

SYSTEEMANALYSE ..................................................................................................... 2 1.1 Objectenboom ..................................................................................................... 2 1.2 Topeisen.............................................................................................................. 2

2

BELEIDSEISEN............................................................................................................. 4 2.1 SOR 2040............................................................................................................ 4 2.2 HIOR ................................................................................................................... 5 2.3 Mobiliteitsbeleid 2040 .......................................................................................... 5 2.4 Omgevingsvisie 2045 .......................................................................................... 6 2.5 Ecologisch beleidsplan ........................................................................................ 6 2.6 Groenbeleidsplan ................................................................................................ 7 2.7 Plan Stedelijk water 2024 .................................................................................... 7 2.8 Geveltuintjesbeleid .............................................................................................. 7

3

INVENTARISATIE BESTAANDE SITUATIE ................................................................. 9 3.1 Archeologie ......................................................................................................... 9 3.2 Verkennend natuuronderzoek (flora en fauna) ................................................... 9 3.3 Parkeermeting en verkeerstelling ....................................................................... 9 3.4 Vooronderzoek bodem ...................................................................................... 10 3.5 Kabels en leidingen ........................................................................................... 11 3.6 Bomen effect analyse (BEA) ............................................................................. 11

4

GROENVOORZIENINGEN ......................................................................................... 12 4.1 Huidige situatie .................................................................................................. 12 4.2 KES-input .......................................................................................................... 12 4.3 Ontwerpadvies .................................................................................................. 12

5

WEGINFRASTRUCTUUR ........................................................................................... 13 5.1 Huidige situatie .................................................................................................. 13 5.2 Uitgangspunten ................................................................................................. 15 5.3 KES-input .......................................................................................................... 16 5.4 Ontwerpadvies .................................................................................................. 17

6

RIOLERING EN DRAINAGE ....................................................................................... 18 6.1 Huidige situatie .................................................................................................. 18 6.2 Uitgangspunten ................................................................................................. 18 6.3 Ontwerpadvies drainage en hemelwaterafvoer ................................................ 18

7

KES overzicht .............................................................................................................. 19

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark Bijlage 1 PvE Pagina 1|25

1

SYSTEEMANALYSE

Dit hoofdstuk bevat een analyse van het systeem ‘Gonnetstraat e.o.’ waarin een objectenboom is opgenomen op basis van het technische programma van eisen (TPvE) van de gemeente Haarlem. De objectenboom wordt gebruikt om eisen, randvoorwaarden en uitgangspunten te alloceren. Vervolgens zijn de doelstellingen uit de procesopdracht vertaald naar topeisen voor het project.

1.1

Objectenboom

Onderstaande objectenboom is van toepassing op het project op basis van de objectenboom uit het standaard TPvE van Haarlem. Alle eisen worden onderverdeeld in de aangegeven objecten.

Project

Gonnetstraat e.o.

Objecten Deelobjecten

1.2

Groen & spelen

Verhardingen

Bomen

Riolering & grondwater

Recreatie

HWA

Drainage

Afval & reiniging

Kunstwerken & oevers

OC's

Uitstroomvoorziening

Topeisen

Tabel 1.1 Eisen afgeleid uit de procesopdracht ID

Eis naam

Afgeleide eis

Toelichting

Object

KE-121

Leefbaarheid

Door herinrichting dient de leefbaarheid van de buurt te verbeteren.

Dit dient met name te gebeuren door te vergroenen. Dit is goed tegen hittestress en sluit aan bij klimaatbestendige inrichting.

Groen & spelen

KE-122

Historisch karakter

De inrichting van het Ripperdapark dient het historische karakter van de straat en bebouwing te versterken.

De inrichting en materialisatie van de Ripperdapark dient nauw aan de sluiten op de monumentale uitstraling/karakter van deze omgeving en panden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van klinkerverharding in voetpaden, type lichtmast e.d.

Verhardingen

KE-123

Inrichting dient verkeers- en sociaalveilig te zijn

De inrichting dient verkeers- en sociaalveilig te zijn.

Bij de inrichting dient minimaal rekening te worden gehouden met het voorkomen van donkere locaties/ slecht verlichte locaties. Ook de hoogte van het groen in groenvakken mag de zichtbaarheid van alle verkeersdeelnemers niet verminderen.

Verhardingen Groen

KE-124

Beheer straat

Bij de herprofilering dient er rekening mee gehouden te worden dat de inrichting van de straat goed en gemakkelijk beheerd kan worden.

Denk aan de bereikbaarheid van veegwagens, vuilniswagens, maar ook het schoon kunnen houden van de afvalbakken, bankjes ed.

Verhardingen & reiniging

KE-125

Hergebruik

Bestaande materialen dienen te worden hergebruikt.

Mits zij nog voldoen aan de kwaliteitseisen.

Verhardingen

KE-126

Drooglegging

De drooglegging dient te worden verbeterd.

In deze buurt zijn problemen met hoge grondwaterstanden. Wegonderhoud biedt de mogelijkheid om drainage aan te

Riool & grondwater

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 2|25

brengen als de wegverharding wordt vernieuwd. KE-127

Ecologische verbinding

Het Ripperdapark vormt een ecologische verbinding van Kenaupark (via Parklaan) naar het groen langs het spoor. Deze ecologische verbinding dient te worden geoptimaliseerd door het groen zo veel mogelijk op elkaar te laten aansluiten.

KE-128

Ecologische waardevol

Ecologisch waardevol groen dient toegepast te worden.

Groen & spelen

Gevarieerd, inheems en gelaagd

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 3|25

Groen & spelen

2

BELEIDSEISEN

In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten beschreven die volgen uit het beleid van de gemeente Haarlem. Vervolgens zijn op basis van deze uitgangspunten eisen afgeleid, die bij de ontwerpfase voor toetsing gebruikt kunnen worden. De volgende beleidsstukken vanuit de gemeente Haarlem, vormen input voor het PvE: 1) Structuurvisie Openbare ruimte 2040 (SOR 2040); 2) Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2024 (HIOR) en Technisch Programma van Eisen (TpvE); 3) Mobiliteitsbeleid; 4) Omgevingsvisie 2045; 5) Ecologisch beleidsplan; 6) Groenbeleidsplan; 7) Plan stedelijk water 2024; 8) Geveltuintjesbeleid. Zowel de beleidseisen als de topeisen uit de procesopdracht (zie paragraaf 1.2) zijn van toepassing op dit project.

2.1

SOR 2040

Met de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR 2040) wordt de gemeente verdeeld in 3 zones; de binnenstad, het centraal stedelijk gebied en het stedelijk gebied. Het projectgebied is gecategoriseerd als “binnenstad” en door deze centrale positie is het goed te bereiken voor voetgangers en fietsers. De volgende eisen komen uit het SOR: Tabel 2.1 Eisen afgeleid uit de SOR 2040 ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-211

Groenstructuur

De groenstructuur dient beschermd en waar mogelijk versterkt te worden.

Groen & spelen

KE-212

Verblijfskwaliteit

De verblijfskwaliteit dient verbeterd te worden ten opzichte van de huidige situatie.

Groen & spelen

KE-213

Cultuurhistorie

De cultuurhistorische structuurdragers, oriëntatiepunten en waardevolle plekken borgen en behoud van het specifieke karakter van een plek behouden en versterken.

Groen & spelen

De herinrichting van de Gonnetstraat e.o. draagt bij aan het creëren van een gezonde aantrekkelijke leefomgeving door het toepassen van begroeiing en bomen. Dit sluit aan bij de ambitie voor een klimaatbestendige stad waarbij waterhuishouding en verkoeling door groen van belang zijn.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 4|25

2.2

HIOR

Binnen de HIOR 2024 zijn indicatieve profielen opgesteld voor de inrichting van fiets- en woonstraten die voor eenduidigheid en continuïteit in het straatbeeld moeten zorgen, dit leidt tot een hogere ruimtelijke kwaliteit. Zo zijn er principeprofielen en standaardprofielen opgesteld. De principeprofielen geven richtlijnen voor de inrichting van wegen die uniek zijn in hun verschijningsvorm en daardoor niet tot een standaard gerekend kunnen worden. Ook wordt in materialisatie rekening gehouden met de voorschriften uit de HIOR en het TPvE, bijvoorbeeld voor verharding en terreinmeubilair. Daarvoor zijn in de binnenstad weer andere richtlijnen dan daarbuiten. Bijvoorbeeld het toepassen van bredere banden en straatbakstenen in de trottoirs. Tabel 2.2 Eisen afgeleid uit het HIOR ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-221

Wegprofielen

De wegprofielen dienen in overeenstemming te zijn met de HIOR. De HIOR stelt dat de Duurzaam veilig en CROW richtlijnen moeten worden gevolgd.

Verharding

2.3

Mobiliteitsbeleid 2040

Het mobiliteitsbeleid beschrijft dat bij herinrichtingen oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en parkeerplaatsen geen toereikend antwoord meer biedt voor hedendaagse problematiek. Hierdoor moet worden ingezet op de mobiliteitstransitie. Hierbij wordt in stedelijk gebied de nadruk op fietsers en voetgangers en OV-verplaatsingen gelegd. Dit ten koste van het autoverkeer. Dit betekent onder andere dat een proces van “omgekeerd ontwerpen” wordt gevolgd. Eerst wordt de benodigde ruimte gecreëerd voor voetgangers en fietsers, waarna vervolgens bekeken wordt wat de beschikbare overgebleven ruimte is voor de auto (rijden en parkeren). Eisen uit het mobiliteitsbeleid: Tabel 2.3 Eisen afgeleid uit het mobiliteitsbeleid ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-231

Fiets en voetganger

Fietsers en voetgangers dienen een hogere prioriteit te krijgen dan motorvoertuigen;

Verhardingen

KE-232

Wegontwerp

De toegepaste snelheid dient 30km uur te zijn.

Verhardingen

In het mobiliteitsbeleid wordt het projectgebied op de hoofdfietsnetwerkkaart aangegeven als voetgangerszone met ruimte voor fietsers. Voor auto’s is het geen ontsluitingsweg en moet er worden gekeken naar mogelijkheid om er een 30km/u van te maken. Hiermee wordt gekozen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fiets en voetganger en wordt de route voor de auto binnendoor/door de wijken heen minder aantrekkelijk.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 5|25

2.4

Omgevingsvisie 2045

De omgevingsvisie is een brede integrale visie voor Haarlem en bouwt voort op een aantal al bestaande brede documenten, zoals de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR 2040). De volgende eisen komen hier naar voren die van toepassing zijn op dit werk: Tabel 2.4 Eisen afgeleid uit Omgevingsvisie 2045 ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-241

Opwaarderen riool

Het rioolstelsel dient doelmatig te worden opgewaardeerd, zodat het een bui kan verwerken die statistisch gezien eens in de vijf jaar valt;

Riolering & grondwater

KE-242

Minimaliseren hittestress

Om de negatieve effecten van hittestress te minimaliseren dient gezorgd te worden voor schaduw op routes en bij woningen. Hiervoor kijken we in de eerste plaats naar het aanplanten van bomen omdat deze naast schaduwwerking ook veel andere voordelen hebben;

Groen & spelen

KE-243

Toekomstbestendigheid beplanting

Beplanting dient altijd gekozen te worden op toekomstbestendigheid in het kader van klimaatverandering;

Groen & spelen

KE-244

Reserveren ruimte voor groen

De ruimte in de ondergrond dient gereserveerd te worden en/of gecreëerd te worden voor groen;

Groen & spelen

KE-245

Meer groen en blauw

In het recreatief en ecologisch netwerk dient minder verharding te komen, meer groen en blauw;

Verhardingen

KE-246

Kwaliteit grond

Grond die van elders wordt gehaald om in Haarlem te gebruiken moet aansluiten bij de gemiddelde kwaliteit om de basiskwaliteit van de bodem voor normaal gebruik te behouden;

Verhardingen

2.5

Ecologisch beleidsplan

Het projectgebied bevindt zich volgens ecologisch beleidsplan van Haarlem in het “Corridor Centrum”. De Bolwerken vormen met Kenaupark, Parklaan Ripperdapark een belangrijke stedelijke groene oase en zijn onderdeel van de groene gordel. Dit deel zou dan ook een belangrijke rol kunnen spelen in verbetering van het microklimaat van de binnenstad. De Bolwerken kennen naast een grote bomenstructuur ook een belangrijke relatie met het water. “Het zou daarnaast een belangrijk stuk allure kunnen terugbrengen, als woongebied maar ook als aantrekkelijk verblijfsgebied voor de sterk versteende binnenstad. De volgende eis komt hieruit voort: Tabel 2.5 Eisen afgeleid uit het ecologisch beleidsplan ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-251

Logisch reeksen versterken

Logische reeksen met inheemse planten, met behoud van de cultuurhistorische uitstraling dienen te worden versterkt.

Groen & spelen

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 6|25

2.6

Groenbeleidsplan

Het Groenbeleidsplan 2030 van de gemeente Haarlem geeft invulling aan de strategische keuzes uit de Omgevingsvisie 2045 middels vier groenspeerpunten met concrete doelen, vertaald naar handvatten, en vier groene sporen. Deze beleidsuitgangspunten zijn: • een kwalitatievere, groenere woonomgeving; • een klimaatbestendige stad; • een meer biodiverse stad; • een groenbewustere stad. De volgende aanvullende eisen zijn uit dit beleid afgeleid: Tabel 2.6 Eisen afgeleid uit het groen beleidsplan ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-261

3-30-300 regel

De vuistregel 3-30-300 dient nagestreefd te worden:

Groen & spelen

• • •

2.7

vanuit elke woning zijn 3 bomen te zien; 30 % aan openbaar groen als percentage van het totale oppervlak in de wijk aanwezig; is in de nabijheid van 300 m van een woning een groen park of plantsoen toegankelijk

Plan Stedelijk water 2024

Het Plan Stedelijk Water Haarlem 2024 beschrijft de opgaven voor het stedelijk waterbeheer en klimaatadaptie van Haarlem en het beleid om daarmee om te gaan. Conform het plan gelden de volgende kaders: Tabel 2.7 Eisen afgeleid uit het plan stedelijk water 2024 ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-271

Waterneutraal

De ontwikkeling is waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied.

Verharding, Riolering & grondwater

KE-272

De inrichting van de locatie is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.

Verhardingen, Groen & spelen

KE-273

Koele plekken (minimaal 200m2) zijn op loopafstand (maximaal 300 meter) aanwezig.

Groen & spelen

KE-274

Er is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer.

Groen & spelen

2.8

Geveltuintjesbeleid

Bewoners van de straten in het projectgebied kunnen geveltuintjes aanleggen met een maximale diepte van 0,60 m vanaf de gevel. De voorwaarde wordt gesteld dat het naastliggende trottoir minimaal 1,50 m breed exclusief band

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 7|25

moet blijven voor de toegankelijkheid. Geveltuintjes mogen geen veiligheidsrisico’s opleveren wat betreft zichtbaarheid, toegankelijkheid en herstelwerkzaamheden aan boven- en ondergrondse infrastructuur.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 8|25

3

INVENTARISATIE BESTAANDE SITUATIE

Onderstaande onderzoeken zijn uitgevoerd in het projectgebied om meer inzicht te creëren in eventuele eisen en randvoorwaarden waar tijdens de ontwerpfase rekening mee moet worden gehouden.

3.1

Archeologie

In de definitiefase van het project is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. In dit bureauonderzoek wordt geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit dient de bodemintactheid en de (potentiële) aanwezigheid van archeologische waarden vast te stellen.

3.2

Verkennend natuuronderzoek (flora en fauna)

Uit het onderzoek is gebleken dat de geplande werkzaamheden in het projectgebied mogelijk een negatief effect kunnen hebben op vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, vogels met jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels. Door het treffen van de juiste maatregelen is soortgericht onderzoek naar de aan- dan wel afwezigheid van beschermde vleermuizen echter niet nodig. Om te voorkomen dat grondgebonden zoogdieren en/of amfibieën worden gedood is het van belang dat de werkzaamheden gefaseerd in ruimte en tijd worden uitgevoerd, zodat aanwezige individuen kunnen vluchten. Gedacht kan worden aan het rustig opstarten van de werkzaamheden en één kant op werken. Indien er wordt gewerkt buiten het broedseizoen is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde soorten niet nodig. Voorafgaand aan de verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen van algemene broedvogels (circa half maart tot half juli), is het uitvoeren van een broedvogelcontrole noodzakelijk. Indien door voorzorgsmaatregelen verstoring van broedende vogels voorkomen kan worden kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden. Deze voorzorgsmaatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Er zijn geen beschermde planten waargenomen. Indien er bomen gekapt moeten worden is een omgevingsvergunning nodig.

3.3

Parkeermeting en verkeerstelling

De Gonnetbuurt en het Ripperdapark vallen binnen Parkeerzone B, (binnenstad). Betaald parkeren is daarin van toepassing. In beide buurten wordt grotendeels op de rijbaan geparkeerd. De buurten vallen echter binnen de ‘’zone parkeerverbod’’ voor het centrum. Wat inhoudt dat er alleen in parkeervakken geparkeerd mag worden en niet op de rijbaan. Hier wordt niet of zelden op gehandhaafd.

Startnotitie Gonnetbuurt & Ripperdapark_Bijlage 1 PvE Pagina 9|25

Gonnetbuurt Haarlem streeft naar een parkeerdruk van 85% of lager bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals opgenomen in de ‘’Nota parkeernormen, Duurzame parkeeroplossingen in ruimtelijke ontwikkelingen’’. Boven de 85% ontstaat zoekverkeer met ongewenste neveneffecten voor de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Deze streefwaarde wordt landelijk toegepast. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen daarvoor nodig zijn in de Gonnetbuurt is een telling uit 2020 gebruikt (omdat er toen nog geen bouwactiviteiten waren). Op basis van deze telling dienen 80 parkeerplaatsen aanwezig te zijn in de Gonnetbuurt. Conform de HIOR worden hiervoor parkeervakken aangebracht, in lijn met het zonale parkeerverbod. Tabel 3.1 Eisen afgeleid uit de nota parkeernormen ID

Eis naam

Afgeleide eis

Object

KE-331

Parkeerdruk

De parkeerdruk mag maximaal 85% bedragen.

Verharding

Bewoners In de woontorens van de Gonnetstraat 22 en 26 zijn in totaal 85 plekken aanwezig in de ondergrondse parkeergarage van de panden. Dit is voldoende voor alle bewoners van deze gebouwen, zij maken dan ook geen aanspraak op een parkeervergunning of een bezoekerspas. Bezoekers en ook bewoners van de overige woningen kunnen op straat parkeren. Bezoekers Uit een schouw van bureau Goudappel in 2015 bleek dat in de Gonnetbuurt 50 van de toen 105 parkeerplaatsen bezet waren. Het is de verwachting dat voor bezoekers voldoende parkeerplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn. Er zijn geen klachten over parkeren bekend en er wordt geen hoge parkeerdruk verwacht. Werknemers Gelet op de locatie, dicht bij het station van Haarlem waar zich een openbare parkeergarage bevindt en de relatief lage parkeerdruk in deze wijk, wordt er verwacht dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor werknemers van de diverse bedrijven in de buurt. Ripperdapark Er zijn geen nieuwe woningen gebouwd aan het Ripperdapark. Gebaseerd op een parkeertelling uit 2022 is de parkeerdruk relatief laag en dienen er 53 parkeerplaatsen te zijn voor een maximale parkeerdruk van 85%. Vanwege het historisch karakter is het aanbrengen van gewone parkeervakken niet wenselijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14755495/1