CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Bodemprogramma Haarlem 2023-2030

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen bodemprogramma 2023 - 20303.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Bodemprogramma Haarlem 2023-2030 Bijlage bij Raadsstuk 2023/589277

Inleiding Gemeente Haarlem voert bodemonderzoeken en saneringen uit volgens het Bodemprogramma. Ook beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering zijn onderdeel van dit programma. Deze bijlage geeft een overzicht en financiële verantwoording van de met rijksgeld in uitvoering zijnde projecten.

Financiering 2000-2022 Vanaf 2000 tot en met 2020 is de financiering vanuit het Rijk voor de landelijke bodem­ saneringsoperatie opgedeeld in vijfjarige periodes. Aanvankelijk als onderdeel van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Na het verdwijnen van het ISV in 2010 kwam de financiering voor saneringen tot en met 2020 vanuit vijfjaarlijkse bodemconvenanten. De financiële verantwoording van de rijksgelden wordt in Haarlem sinds 2000 beschreven in het Bodemprogramma. In 2010 is, bij het vaststellen van het Bodemprogramma 2010-2014, een bodemreserve ingesteld (071012 Reserve Bodemprogramma 2010-2014). Vanwege onduidelijkheid in de afspraken over de landelijke financiering na 2020, is het Bodemprogramma 2016-2020 (BBV 2016/306730) met één jaar verlengd (BBV 2020/1111358). Daarna is in 2021 de financiering vanuit het Rijk voor de bevoegde gezagen Wet Bodembescherming (Wbb) voortgezet volgens convenantsafspraken. In de meicirculaire van 2021 en 2022 is de financiële toekenning hieruit opgenomen. Verder zijn Specifieke Uitkeringen (SPUK) aangevraagd voor de financiering van onderzoek en sanering,

voor ernstige en spoedeisende, en voor buiten­ proportionele opgaven. Het Bodemprogramma is in de jaren 2021, 2022 en 2023 uitgevoerd binnen de randvoorwaarden zoals die bij het vaststellen het programma in 2015 zijn vastgelegd voor de periode 2016-2020 en de verlenging over 2021.

Financiering 2023-2030 Eind 2022 zijn nieuwe bestuurlijke afspraken tussen overheid, provincies, gemeenten en waterschappen over bodem en ondergrond gemaakt (zie Bodembeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal). Behalve over de verdeling van de middelen, gaan de bestuurlijke afspraken ook over samenwerken, monitoren en kennisdelen. De bestuurlijke afspraken lopen tot 2030.

Doelstelling Met het vaststellen van het Bodemprogramma stemt de raad ermee in dat rijksgelden gebruikt worden voor bodemsaneringen, bepaalt de raad voorwaarden en prioriteiten voor de verdeling van het budget en geeft de raad financiële ruimte voor onverwachte saneringen bij ruimtelijke of civiele projecten. Het programma biedt ruimte om te schuiven met budgetten. Zo is het ingewikkeld om verontreini­ gingen in bebouwde omgeving te onderzoeken en saneren, waardoor begrotingen kunnen mee- of tegenvallen. Er kan ook geld uit het budget gehaald worden als een project stuit op bodemverontreiniging, zodat de verontreiniging tegelijk met het project kan worden aangepakt.

In het in 2015 ondertekende Bodemconvenant1 is afgesproken dat er aandacht is voor de rol van de ondergrond bij belangrijke vraagstukken zoals klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaam gebruik van de ondergrondse ruimte. Daarom besteedt ook dit Bodemprogramma aandacht aan beleid, voorwaarden en prioriteiten voor het duurzaam gebruik van de ondergrond.

Financieel Voor apparaatskosten stort het Rijk een bijdrage in het gemeentefonds, de zogenoemde decentrale uitkering bodem (DUB). Voor spoed­ saneringen kan de gemeente sinds 2021 een specifieke uitkering (SPUK) aanvragen bij het Rijk. Deze regeling blijft in elk geval tot 2030 bestaan. In 2022 is voor de uit te voeren bodemprojecten een bedrag toegekend van 182.000 euro. Voor de projecten die daarvoor in aanmerking komen, dient de gemeente jaarlijks een SPUK-aanvraag in bij het Rijk. De afspraak bij bodemprojecten is dat de gemeente 10 procent betaalt uit eigen middelen en 90 procent gefinancierd kan worden door het Rijk. In 2019 is de bijdrage uit eigen middelen op de begroting verlaagd met 50.000 euro, omdat er voldoende geld in de bodemreserve is voor de komende jaren. Sinds deze verlaging wordt de bijdrage van de gemeente aan bodemprojecten ingevuld met een vaste dotering van 60.000 (was 110.000) euro vanuit de begroting. De gemeente­ lijke bijdrage bestaat daarnaast ook uit de inzet van uren uit de reguliere begroting.

1 Convenant bodem en ondergrond 2016-2020, 17 maart 2015, ondertekend door ministerie, provincies, gemeenten en waterschappen.

2

Bodemreserve Bij het vaststellen van het Bodemprogramma 2010-2014 is een reserve ingesteld2 (071012 Reserve Bodemprogramma 2010-2014). Uit de vorige periodes is nog geld beschikbaar in deze reserve. Dit heeft vier redenen: 1) Haarlem heeft in 2014 van het Rijk een (voor­ waardelijke) bijdrage van ruim 4 miljoen euro ontvangen voor de sanering en nazorg van Klokhuisplein en omgeving. Van deze bijdrage is nog ruim 2 miljoen beschikbaar voor de sanering. De sanering is in 2016 gestart en loopt nog. De nazorg is afgekocht door Afvalzorg Bodemservice B.V. 2) Niet alle projecten uit eerdere Bodemprogramma’s zijn geheel tot uitvoering gekomen. Dat heeft te maken met vertraging in de planontwikkeling van stedelijke projecten of het afblazen van projecten om verschillende redenen. Budgetten voor deze projecten blijven gereserveerd. 3) Sommige projecten zijn uitgevoerd tegen lagere kosten dan vooraf geraamd. 4) Sommige projecten hebben een lange uitvoe­ ringsperiode en zijn nog in uitvoering. Dit speelt bij in situ-saneringen, waarbij de kosten over een langere periode worden verdeeld.

• voortgang van de aanpak spoedlocaties;

Financieel overzicht bodemgeld 2023-2030

• saneringsaanpak en nazorg;

Bodemgeld (x € 1000) Beginstand reserve per 1/1/2023 (=restant Bodemprogramma 2016-2020 met verlenging 2021)

9.354

Toegekend bedrag DUB (decentrale uitkering bodem)

2.302

Verwachte toekenning SPUK (specifieke uitkering)

1.022

Gemeentelijke bijdrage (in de begroting, € 60.000 per jaar x 8)

480

Totaal beschikbaar bodemgeld

13.158

Uit te geven in periode 2023-2030

6.128

Verwachte stand reserve per 31-12-2030

7.030

Bovenstaand overzicht laat zien dat er voldoende geld is om de projecten uit het Bodemprogramma uit te voeren. Het totale overzicht van bodemgeld verdeeld over de projecten en de jaren is opge­ nomen in de tabel op de laatste pagina van dit document. Om voldoende dekking te hebben voor de (onzekere) toekomst zal de bodemreserve ook na 2030 in stand worden gehouden.

Verantwoording Bodemprogramma 2016-2020 (inclusief 2021 en 2022) Het vorige Bodemprogramma was gekoppeld aan de opgave in het Convenant bodem en ondergrond 2016-2020 uit 2015. Belangrijkste doelen in dit convenant zijn:

• aandacht voor de ondergrond bij vraagstukken als klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaam ondergronds ruimtegebruik. In 2019 is de commissie Beheer tussentijds (2019/296298) geïnformeerd over de voortgang van het Bodemprogramma. De sanerings­ projecten en nazorgprojecten zijn volgens planning in uitvoering. Voor de onderstaande projecten uit het Bodemprogramma zijn werkzaamheden uitgevoerd. Per project is opgegeven welke werkzaamheden worden verwacht. Het gaat om saneringen, nazorg en onderzoek.

Saneringen NH039200321: Nassaulaan 39-91/Kraaienhorst betreft een langdurige in situ-sanering van tolueen met tweefasen-extractie. Terugsaneerwaarden zijn in 2022 nog niet bereikt, maar lijken de komende twee jaar wel te worden behaald. Daarna volgt een periode van nazorg om te beoordelen of de bereikte waarden stabiel blijven en geen risico meer opleveren. Er wordt vanuit gegaan dat de nazorgperiode in 2030 eindigt. Voor de nazorg wordt een plan opgesteld. NH039200111: Klokhuisplein 5 en omgeving betreft een in situ-bronsanering met gestimuleerde biologische afbraak bij de Bakenessergracht. Het contract met de uitvoerende partij loopt tot 2027. Er zijn verschillende ijkmomenten afgesproken. Betalingen vinden plaats op basis van behaalde prestaties; in 2022 is een prestatie behaald waarna betaling heeft plaatsgevonden.

2 Reserve Bodemprogramma 071012

3

De eindprestatie zal behaald zijn als een verificatie­onderzoek positief is afgerond. Een tweede externe partij voert op dit moment de monitoring en uiteindelijk de eindverificatie van de sanering uit. Een derde partij (Afvalzorg Bodemservice B.V.) voert de (afgekochte) nazorg uit. NH039200003: Waarderweg, RIDS-terrein, betreft een in situ-sanering van het diepe grondwater dat verontreinigd is met chloor­ benzenen. De sanering wordt uitgevoerd volgens het principe van flexibele emissiebeheersing (FEB). Daarnaast vindt in het kader van nazorg een jaarlijkse grondwatermonitoring van het ondiepe grondwater plaats. Verder bevindt zich aan de Waarderweg een schermwand met een grondwateronttrekking, om te voorkomen dat verontreinigd freatisch grondwater zich verspreidt naar de voormalige polder Schoteroog. Het onttrokken grondwater wordt na zuivering geloosd op het Noorder Buiten Spaarne. Ook is de onttrekking ingesteld, omdat het loslaten van polderpeil in de omgeving zou kunnen leiden tot grondwateroverlast. Op termijn moet bekeken worden of dit nog steeds het geval is. Als dat niet zo is, kan de onttrekking beëindigd worden en de zuiveringsinstallatie opgeheven worden. Eens in de vier jaar wordt gecontroleerd of het diepe grondwater zich verspreidt. In 2024 is de volgende ronde voorzien. Dan moet ook een eindverificatie van de saneringsperiode worden uitgevoerd.

Deze eindverificatie dient als basis voor een nazorgplan of een verlenging van de saneringsperiode. Vooralsnog wordt uitgegaan van een nazorgplan voor twaalf jaar. HA0392000035: Amsterdamsevaart 28-35 betreft in situ-sanering van chloorkoolwaterstoffen in het matig watervoerend pakket. In 2016 is

RIDS-terrein

voedingsstof toegevoegd om de biologische afbraak te stimuleren in het brongebied. Jaarlijks wordt de voortgang gemonitord. Als er een stabiele eind­situatie is, volgt een nazorgperiode. In 2022 is een monitoringronde uitgevoerd, vervolgronden zijn vooralsnog om de twee jaar. Het is te verwachten dat binnen zes jaar ook in het pluimgebied de natuurlijke afbraak moet worden gestimuleerd.

Nazorg NH039200007: Oudeweg, GEB-terrein. Voor het voormalige gasfabriekterrein (GEB) aan de Oudeweg is eeuwigdurende nazorg omgezet in eindige nazorg. De reden hiervoor is dat uit onderzoek van (rest)verontreiniging en model­ lering van de verspreiding van verontreiniging blijkt dat de verontreiniging zich in een beperkt gebied verspreidt en dat binnen 15 tot 25 jaar 4

GEB-terrein

een stabiele situatie wordt bereikt. In 2021 is het besluit genomen dat de saneringsdoelstelling van IBC (isoleren, beheersen en controleren) wordt gewijzigd naar een stabiele eindsituatie. Het grondwateronttrekkingsysteem is stilgezet en twee keer per jaar wordt gecontroleerd of de stabiele eindsituatie wordt behaald. De nazorg bestaat uit het controleren op verspreiding van eventuele restverontreinigingen die na eerdere saneringen zijn achtergebleven. Deze nazorg eindigt waarschijnlijk in 2040. Eventueel nog aanwezige ondergrondse nazorgvoorzieningen worden dan verwijderd, zodat ze geen belemme­ ring zijn voor het gebruik van de locatie. NH039200142: Transvaalstraat 10 en omgeving. In 2022 is een nazorgronde uitgevoerd op ontoelaatbare verspreiding en ook in 2023 en 2024 wordt dit gecontroleerd. Afhankelijk van de resultaten kan worden besloten om de nazorg te beëindigen. Verwachting is dat vóór 2030 een eindbeschikking kan worden opgesteld. NH039200011: Reinaldapark. Nazorg bestaat uit het monitoren of verspreiding vanuit de

voormalige stortplaats in oostelijke richting optreedt. In 2022 is een ronde uitgevoerd, verspreiding is niet geconstateerd. Deze actieve nazorg wordt in elk geval uitgevoerd tot en met 2025. Dan is het beslismoment om al dan niet over te gaan naar passieve nazorg.

Onderzoek In het Bodemprogramma 2016-2020 is een onderzoek opgenomen naar de verontreiniging met vluchtige organische koolwaterstoffen (VOCl) in het grondwater bij de Grote Houtbrug. In 2021 is daar het eerste onderzoek uitgevoerd (HA039204812, HA039200199, HA039200200). In 2022 is naar aanleiding hiervan een tweede onderzoek uitgevoerd. In het matig watervoerend pakket is het grondwater sterk verontreinigd met VOCl, waarvoor een beschikking Ernst en Spoedeisendheid is opgesteld. Er is extra onder­ zoek nodig naar de omvang van de verontreini­ ging in het eerste watervoerend pakket. Vanwege onvoldoende juridische grondslag voor aanspra­ kelijkheidsstelling wordt de vervolg­aanpak

GEB-terrein

uitgevoerd onder de vangnetregeling van de Wet bodembescherming. Dit project wordt in 2023 opgevoerd bij de SPUK-aanvraag.

Verdere ontwikkelingen • Als onderdeel van het project over lood in de bodem, is in 2022 de digitale loodsignalerings­ kaart opgesteld voor Haarlem. In het eerste jaar werd de kaart ongeveer honderd keer per maand geraadpleegd. • Eind 2021 was er een melding dat het hekwerk rond de Schouwbroekerplas (NH039200010, Zuid Schalkwijkerweg, de oude vuilstortplaats Put van Vink) beschadigd is. Dit hekwerk staat er als beveiligingsmaatregel, om toegang tot het terrein tegen te gaan. Het herstel van het hekwerk is betaald uit de bodemreserve. Het onderhoud van het hekwerk is daarna opgenomen in de portefeuille van SRO. Zij handelen meldingen over beschadigingen aan het hekwerk af.

5

Bodemprogramma 2023-2030 Het Bodemprogramma beschrijft wat er tot 2030 te gebeuren staat op het gebied van sanerings­ projecten, beleidsontwikkelingen, bijdragen aan projecten en doelstellingen van het verbrede bodem- en ondergrondse werkveld. Dit laatste betreft de druk op de ruimte in de ondergrond die de opgaves van verdichten, energietransitie, vergroenen en vernatten met zich meebrengen. Deze opgaves bieden ook kansen om de kwaliteit van grond en grondwater te verbeteren.

Het Bodemprogramma richt zich op:

Adres/Naam

Wbb-nummer

Oudeweg, GEB-terrein

NH039200009

Raaks (voormalige ICGA-gasfabriek)

NH039200007

Kampersingel, voormalig Rookmaaker

NH039200079

Transvaalstraat 10 e.o.

NH039200142

Reinaldapark

NH039200011

Amsterdamsevaart 28-32

HA039200035

Waarderweg RIDS

NH039200005

Nassaulaan e.o.

NH039200321

Grote Houtbrug-Houtplein

HA039200200

• nazorg, sanering en onderzoek; • beleidsontwikkeling, waaronder bodem­ kwaliteitskaart, gezondheidsrisico’s van lood in de bodem, ruimtevragen in de ondergrond; • reservering voor geconstateerde verontrei­ niging bij gebiedsontwikkeling.

Nazorg, sanering en onderzoek De projecten over onderzoek, sanering en nazorg zijn projecten waarvan is vastgesteld dat er een milieuhygiënisch (humaan, ecologisch of ­verspreidings)risico was of is. Sinds 2022 is voor onderstaande projecten – met een verspreidings­ risico in het grondwater – ­financiering vanuit SPUK mogelijk:

Bij bovenstaande projecten is ofwel sprake van verspreidingsrisico’s waarbij de bodem fungeert als reactorvat doordat die op een natuurlijke manier geleidelijke afbraak van de verontreiniging faciliteert. Ofwel het zijn projecten waar de feitelijke aanpak pas ter hand wordt genomen als kwetsbare objecten (zoals drink­ watervoorzieningen) bedreigd worden. Per geval van grondwaterverontreiniging wordt de ontwikkeling van de pluim bijgehouden. Voor de projecten Raaks (voormalige ICGA-gasfabriek), Kampersingel (voormalig Rookmaaker), Transvaalstraat 10 en omgeving en Reinaldapark is de verwachting dat de nazorg voor 2030 eindigt. Het project Nassaulaan en omgeving zal overgaan van sanering naar nazorg en mogelijk kan voor 2030 de actieve nazorg worden afgerond. Bij dit project moeten na afloop de saneringsvoorzieningen (bouwwerk, zuivering met leidingwerk) worden verwijderd.

Het project Lorentzplein en omgeving (NH039200353) komt niet in aanmerking voor de SPUK-bijdrage, omdat de sanering niet spoedeisend is. Weliswaar is sprake van een omvangrijke vlek, maar de verontreiniging wordt afgevangen door de Raamsingel en afgebroken in de waterbodem van de Raamsingel. De bodem fungeert als reactorvat en via monitoring worden de ontwikkelingen in de pluim van de verontreini­ ging in de gaten gehouden. De monitoringrondes worden eens in de vier jaar verricht. Het project Klokhuisplein en omgeving (NH039200111) komt niet in aanmerking voor een SPUK-bijdrage. Het Rijk heeft in 2015 ongeveer 4 miljoen euro verleend voor de sanering, die is toegevoegd aan de reserve. Voor dit project heeft Afvalzorg Bodemservice B.V. de nazorg afgekocht. Als de prestatie van de sanering in 2027 is behaald, heeft de gemeente Haarlem geen nazorgverplichtingen. Ondanks de sanering blijft onder de Bakenessergracht een omvangrijke verontreiniging achter. Het project Zuid Schalkwijkerweg Put van Vink (NH03920010) is door hekken afgesloten en daarmee voldoende gesaneerd. Voor de invulling of ontwikkeling van het gebied gelden een saneringsplicht en -opgave. Vanwege de saneringsplicht is een bedrag gereserveerd, zodat een saneringsopgave in beeld blijft en het de gewenste ontwikkeling niet in de weg staat.

Het project Amsterdamsevaart 28-32 (HA039200035) betreft een in situ-sanering met natuurlijke afbraak van een VOCI-verontreiniging. Verwachting is dat in de pluim van de verontrei­ niging injecties met substraat nodig zijn om de natuurlijke afbraak te stimuleren. Deze passieve fase van de sanering loopt door tot een stabiele

6

situatie is bereikt en zal dan overgaan in nazorg. Verwachting is dat de nazorg na 2030 ingaat. Daarvoor is geld gereserveerd. Buiten de nu bekende projecten kunnen altijd nieuwe locaties met een ernstige verontreiniging worden ontdekt. Dat kan als gevolg van (gebieds)ontwikkelingen, naar aanleiding van een melding of door onderzoek. Nieuwe saneringen worden sober en pragmatisch aangepakt. Hoofddoel is de risico’s wegnemen. Dat houdt in dat (op grotere diepte) verontreinigingen mogelijk achterblijven. Als een bestemmingswijziging daarom vraagt, kunnen aanvullende sanerings­ maatregelen worden uitgevoerd.

Beleidsontwikkeling Bodeminformatiebeheer De bodemkwaliteitsgegevens zijn geregistreerd in een bodeminformatiesysteem (BIS). Met de komst van de Omgevingswet en de verplichting om milieukwaliteitsgegevens aan te leveren aan de Basisregistratie Ondergrond (BRO), is het noodzakelijk de huidige registratie beter in te richten en te onderhouden. Hiervoor wordt op dit moment extra expertise ingehuurd. Mogelijk blijft extra inzet nodig om de kwaliteit van beheer en onderhoud van de digitale bestanden op orde te houden.

Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart en het grondstromen­ beleid moeten eens in de vijf jaar geactualiseerd worden: in 2023 en daarna weer in 2028. In sommige gevallen kan de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden als milieuhygiënische verkla­ ring voor vrijkomende grond, ook onder de

De bodem als ‘reactorvat’

Duinpakket

Scheidende laag Eerste watervoerend pakket Oppervlaktewater (aeroob) Sliblaag (methanogeen) Verontreiniging in duinpakket (ijzer reducerend)

Omgevingswet blijft dat het geval. Inmiddels zijn er veel gegevens toegevoegd aan de databank: hoe meer gegevens, des te beter en waarheids­ getrouwer de kaarten worden.

Diffuus lood Uit onderzoek blijkt dat lood ook in lage gehalten nadelige gezondheidseffecten heeft. In 2022 heeft het Rijk de gemeenten opgeroepen om aandacht te vragen voor loden (drinkwater)leidingen.

Gemeente Haarlem heeft deze campagne breder gemaakt en heeft via de loodsignaleringskaart inwoners er ook op geattendeerd waar lood in de bodem zit. Over het algemeen is in Haarlem het risico van lood beheersbaar zolang mensen (met name kinderen) door het opvolgen van gebruiksadviezen geen loodhoudende grond binnenkrijgen. Bij ontwikkelprojecten en voor klimaatadaptatie is lood nog onvoldoende in beeld. De ambitie is om bij zoveel mogelijk

7

projecten voldoende bodemkwaliteit te realiseren. Het Bodemprogramma en de bodemkwaliteits­ doelstelling dragen ertoe bij dat met lood veront­ reinigde grond wordt afgevoerd. Afhankelijk van de situatie wordt de verontreinigde grond tot 0,5 m-mv of 1,0 m-mv vervangen. De kosten hiervoor worden gedeeltelijk betaald uit het Bodemprogramma. Afhankelijk van onder meer de eigendomssituatie is dat een bijdrage van 25 of 70 procent in de kosten.

Ondergronds ruimtegebruik Waar het gaat om duurzaam gebruik van de ondergrond voor bovengrondse activiteiten, is een integrale benadering en het in een vroegtijdig stadium inventariseren van de ondergrondse ruimtevraag gewenst. Denk hierbij aan het duurzaam gebruiken van de ondergrond in het kader van de energietransitie, klimaatadaptatie, aanleg kabels en leidingen ten behoeve van de elektrificatie, planten van bomen, waterberging en ondergrondse afvalcontainers. Dit vraagt om een nog te ontwikkelen integrale aanpak vanuit verschillende vakdisciplines.

Reservering bij gebiedsontwikkeling Ontwikkelzones Het Rijk heeft subsidies gegeven om onder meer de woningbouw in de ontwikkelzones te versnellen. Deze subsidies (woningbouw­ impuls, WBI-subsidie) zijn inclusief benodigde bodemsaneringsgelden. Kanttekening is dat het gaat om bodemverontreinigingen die al bekend zijn binnen een ontwikkelzone ten tijde van de aanvraag. In de ontwikkelzones zijn echter geen

gevallen van verontreiniging geïdentificeerd die gesaneerd moeten worden of die niet in het Bodemprogramma zijn opgenomen. Mocht tijdens de uitvoering blijken dat er ernstige verontreinigingen zijn, dan kan er alsnog finan­ ciering worden aangevraagd. Hiervoor wordt gedurende de looptijd van de ontwikkelzones een reservering aangehouden.

Voortgang De voortgang van het Bodemprogramma is opgenomen in de P&C-cyclus. In 2027 wordt een tussentijdse evaluatie van de uitvoering van het Bodemprogramma uitgevoerd en wordt het Bodemprogramma geactualiseerd.

Ook buiten de ontwikkelzones zijn in de bebouwde omgeving ontwikkelingen waar bodemverontreiniging een belemmering kan blijken. Op basis van de verdeelsleutels kan voor de saneringskosten een bijdrage worden verleend van maximaal 70 procent. Voorwaarden zijn: • De verontreiniging is een risico voor voor­ genomen gevoelig gebruik. • De initiatiefnemer is niet aansprakelijk voor de verontreiniging en ook niet de veroorzaker van de verontreiniging. Dat zal het geval zijn bij diffuse verontreinigingen zoals in de oude stedelijke ophooglaag. • Met de sanering wordt de verontreiniging daadwerkelijk weggenomen of verminderd en niet afgedekt. Tenslotte zijn in het Bodemprogramma posten voor bodemonderzoek opgenomen. Enerzijds is dit nodig om onderzoek uit te kunnen voeren in situaties waar een vermoeden is van een ernstige verontreiniging met vooral risico’s voor de mens. Anderzijds kan het gaan om onderzoek naar het vóórkomen en verspreiden van niet genormeerde en/of zeer zorgwekkende stoffen. Hiervoor is landelijk beleid in ontwikkeling. Het landelijke beleid kan aanleiding zijn om in Haarlem onder­ zoek te doen naar de aanwezigheid van een specifieke stof.

8

Soort

Wbb-nummer

Adres/naam

Totalen

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Na 2030 of reserve

Nazorg

NH039200007

Oudeweg, GEB-terrein

360.000

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

600.000

NH039200009

Raaks, voorm. ICGA-gasfabriek Jopenkerk

21.000

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

NH039200010

Zuid Schalkwijkerweg, Put van Vink

-

-

Beveiligingsmaatregel, hekwerk

-

-

NH039200069

Garenkokerskwartier

-

-

NH039200079

Kampersingel, voorm. Rookmaaker

-

-

NH039200142

Transvaalstraat 10 e.o.

18.400

4.600

NH039200353

Lorentzplein e.o.

7.000

-

NH039200011

Reinaldapark

3.500

1.500

NH039200321

Nassaulaan e.o.

195.000

Vangnet projecten Sanering

800.000

4.600

4.600

4.600 7.000

14.000

2.000 15.000

150.000

15.000

15.000

-

HA039200035

Amsterdamsevaart 28-32

36.000

NH039200003

Waarderweg, Rids

128.000

19.000

22.000

19.000

13.000

16.000

13.000

NH039200111

Klokhuisplein 5 e.o. diep grondwater

530.000

90.000

90.000

120.000

120.000

10.000

100.000

NH039200321

Nassaulaan e.o.

145.000

60.000

35.000

35.000

15.000

HA039204812, HA039200199, HA039200200

Grote Houtbrug, Houtplein 2, Houtplein 22

80.000

20.000

15.000

15.000

15.000

15.000

HA039204812, HA039200199, HA039200200

Grote Houtbrug, Houtplein 2, Houtplein 22

50.000

Incidenteel onderzoek

70.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Kwaliteitsslag bodeminformatie/ontwikkelen bodemloket,

115.000

40.000

30.000

20.000

10.000

10.000

Onderzoek

100.000 100.000

12.000

12.000

12.000

100.000 13.000

13.000

100.000

900.000

-

Projecten beleid

50.000

95.000

500.000

20.000

Kwaliteitszorg Bodemkwaliteitskaart

19.000

7.000

Loodsignaleringskaart, omgaan met diffuus lood

180.000

10.000

Onderzoek ZZS (medicijnresten, PFOS e.d.)

10.000

Bijdrage web en andere landelijke initiatieven Apparaatskosten Omgevingswet, ondergrond in omgevingsvisie/plan Bijdrage aan projecten

12.000 40.000

20.000

10.000

3.500

3.500

2.301.992

287.749

50.000

60.000 75.000 70.000

287.749

287.749

287.749

287.749

287.749

287.749

287.749

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

100.000

50.000

Bijdrage onderzoek ecologie gezonde bodem Werken in openbaar gebied/ontwikkelzones

1.050.000

Harmenjansweg

25.000

Klimaatbestendige stad

280.000

Binnenstedelijke woningbouwlocaties, exclusief ontwikkelzones

25.000

-

1.000.000

Terugbetaling aan het rijk

450.000

PM Totaal lasten

6.128.392

701.849

831.849

759.849

735.849

1.071.249

836.249

560.749

630.749

480.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

Meicirulaire DUB (2024 gelijk gesteld aan uitkering 2023)

2.301.992

287.749

287.749

287.749

287.749

287.749

287.749

287.749

287.749

Spuk Bodem (er vanuit gaande dat subsidie volledig geclaimd kan worden)

1.021.900

183.600

144.100

122.100

108.100

94.500

238.500

73.000

58.000

Totaal dekkingen exploitatie

3.803.892

531.349

491.849

469.849

455.849

442.249

586.249

420.749

405.749

9.353.509

9.183.009

8.843.009

8.553.009

8.273.009

7.644.009

7.394.009

7.254.009

170.500

340.000

290.000

280.000

629.000

250.000

140.000

225.000

9.183.009

8.843.009

8.553.009

8.273.009

7.644.009

7.394.009

7.254.009

7.029.009

Begroot in gemeentelijke exploitatie

Stand reserve per 1 januari Verschil lasten en dekking exploitatie (= dekking uit reserve) Stand van de reserve per 31 december

2.324.500

4.419.000

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13197762/1