2 Bijlage 1 bestemmingsplan Blauwe Wetering
Tekst van het document
Blauwe Wetering
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
2
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Inhoudsopgave
T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
7 INLEIDING
9
Aanleiding Begrenzing van het plangebied Doel van het bestemmingsplan Geldende planologische regelingen Leeswijzer plantoelichting
Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE, STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN EN BEOOGD PROGRAMMA 2.1 2.2 2.3
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
9 10 11 12 12
13
Bestaande situatie Stedenbouwkundige randvoorwaarden Beoogd programma en bouwplan
13 13 15
BELEIDSKADER
19
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
19 19 22 24
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
33
M.e.r.- beoordeling Bedrijven en milieuzonering Geluid Bodemparagraaf Luchtkwaliteit Waterparagraaf Externe veiligheid Natuurwaarden Verkeer en parkeren Archeologie Duurzaamheid en energie Vliegverkeer Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Windhinder Bezonning Hoogbouweffecten
33 35 35 36 37 39 41 43 45 48 51 51 54 55 56 58
JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding Juridische planopzet
61 61 61
UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving
67 67 67 69
Regels
71 3
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2
Inleidende regels
73
Begrippen Wijze van meten
73 81
Bestemmingsregels
83
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Groen Verkeer Water Wonen Waarde - archeologie
83 85 87 89 91
Hoofdstuk 3
Algemene regels
95
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
95 97 99 101 103
Overgangs- en slotregels
105
Overgangsrecht Slotregel
105 107
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
BIJLAGEN BIJ DE REGELS Bijlage 1
109
Zoneringslijst
111
BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING
117
Bijlage 1
Aanmeldingsnotitie m.e.r.
119
Bijlage 2
Onderzoek Bedrijven en milieuzonering
131
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek Blauwe Wetering
141
Bijlage 4
Bodemonderzoek
247
Bijlage 5
Luchtkwaliteitsonderzoek Blauwe Wetering
273
Bijlage 6
Quick scan Externe Veiligheid
283
Bijlage 7
Natuurtoets
297
Bijlage 8
AERIUS-berekening
317
Bijlage 9
Verkeersonderzoek
341
Bijlage 10
Actualisatie verkeersonderzoek
397
Bijlage 11
Parkeeronderzoek
405
Bijlage 12
Archeologisch onderzoek
425
Bijlage 13
Windhinderonderzoek
465
Bijlage 14
Bezonningstudie
495
Bijlage 15
Hoogbouw Effect Rapportage
531
Bijlage 16
Advies Veiligheidsregio Kennemerland
557
Bijlage 17
Reactie Wijkraad Slachthuisbuurt
563
4
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
6
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Toelichting
7
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
8
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding Er bestaat een initiatief voor een nieuw woonconcept in het bedrijfsverzamelpand de Blauwe Wetering aan de Richard Holkade 10 in Haarlem-Oost. De Blauwe Wetering is een kantorencomplex dat al enige jaren grotendeels leeg staat. Binnen het woonconcept worden vooral starterswoningen gerealiseerd. In totaal zal het wooncomplex ruimte bieden voor maximaal 429 appartementen (waarvan minimaal 20 sociale huurwoningen) variërend in grootte van 40 m2 tot 100 m2. In eerste instantie werd er overigens uitgegaan van een woonprogramma van 430 woningen, een aantal waar ook enkele bij dit bestemmingsplan opgenomen onderzoeken van uitgaat. Daarnaast zijn er bijbehorende voorzieningen beoogd, waarbij te denken valt aan een restaurant, een wasserette, sportfaciliteiten, pakketservice en een ontmoetingsruimte die ook beschikbaar is voor buurtactiviteiten. De herontwikkeling is grotendeels gericht op het maken van woningen van starters op de woningmarkt. De ontwikkeling bestaat uit een laagbouwhof in een carré-vorm met daarbinnen een aantal hogere woontorens. Bij het complex wordt voldoende ondergrondse parkeergelegenheid gecreëerd voor bewoners en bezoekers. Daarnaast zijn er ook ruimtes gereserveerd voor deelauto’s die bereikbaar zijn voor alle bewoners.
Ten behoeve van dit initiatief is op 20 juni 2017 de startnotitie door het college vastgesteld voor de beoogde ontwikkeling van de Blauwe Wetering. Vervolgens zijn er stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld die inclusief bijbehorende stukken ter inzage zijn gelegd voor inspraak, die van 26 april 2018 tot 7 juni 2018 heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van voorgaande en met inachtneming van de beantwoording van de ingekomen heeft de raad op 29 november 2018 de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de (her)ontwikkeling van de Blauwe Wetering vastgesteld (zie tevens paragraaf 2.3). De gestelde stedenbouwkundige randvoorwaarden vinden hun nadere uitwerking in dit bestemmingsplan. Bij dit bestemmingsplan wordt de coördinatieregeling ex. artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening toegepast. De coördinatieregeling maakt het mogelijk om de benodigde besluiten, waaronder de omgevingsvergunning voor dit initiatief gezamenlijk voor te bereiden en te coördineren. Het bestemmingsplan Blauwe Wetering bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels.
De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De 9
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.
1.2
Begrenzing van het plangebied Het plangebied betreft het perceel Richard Holkade 10, kadastraal bekend HLM01 E 5996 G0 in Haarlem -Oost.
Ligging plangebied in de gemeente Haarlem Het plangebied wordt (globaal) omsloten door de Richard Holkade/ Gouwwetering in het oosten, de Oorkondelaan in het zuiden en westen en aan
10
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
de noordzijde door het (voormalige) Slachthuisterrein.
Globale begrenzing plangebied De exacte begrenzing van het plangebied is te zien op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. Op het perceel bevindt zich momenteel een kantorencomplex, voorheen bekend als het ICT-gebouw, tegenwoordig als de Blauwe Wetering.
1.3
Doel van het bestemmingsplan Met dit bestemmingsplan wordt een nieuw juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van een appartementencomplex met bijbehorende voorzieningen op het perceel Richard Holkade 10 in Haarlem vastgelegd.
11
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
1.4
Geldende planologische regelingen Binnen het plangebied Blauwe Wetering gelden momenteel de volgende bestemmingsplannen bestemmingsplan Slachthuisterrein, zoals vastgesteld op 16 juni 2016; (paraplu)bestemmingsplan parkeernormen Haarlem 2018, zoals vastgesteld op 17 mei 2018; reparatieplan B, zoals vastgesteld op 21 november 2019. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Blauwe Wetering zullen deze plannen, voor zover gelegen binnen het plangebied, hun rechtskracht verliezen en worden vervangen door onderhavig bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer plantoelichting Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie en ook het planinitiatief is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven en de toetsing van het initiatief daaraan. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische (milieu)aspecten die van belang zijn voor de uitvoerbaarheid het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
12
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE, STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN EN BEOOGD PROGRAMMA 2.1
Bestaande situatie Ruimtelijke structuur Het gebied waarvoor dit bestemmingsplan wordt opgesteld betreft zoals hiervoor reeds is aangegeven het perceel Richard Holkade 10, gelegen aan de zuid- oostkant van het centrum van de gemeente Haarlem. Op het perceel bevinden zich de kantoren van de Blauwe Wetering, voorheen het ICT-gebouw, die nu grotendeels leeg staan. De toekomstwaarde van grootschalige kantoorruimte op deze locatie is beperkt. De huidige eigenaar wil het gebied herontwikkelen tot een woongebied. In 2013 heeft de gemeente een plan van aanpak opgesteld over hoe om te gaan met leegstaande kantoren in Haarlem. Vooral kantoren op minder aantrekkelijk locaties komen in aanmerking voor transformatie. Dit zijn vooral kantoorgebouwen gelegen in woonwijken of op grote afstand van OV-knooppunten.
Aanzicht Blauwe Wetering vanaf zuidkant Richard Holkade
2.2
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De raad heeft op 29 november 2018 de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de gewenste herontwikkeling voor de Blauwe Wetering vastgesteld. Uitgangspunten Blauwe Wetering Op grond van deze randvoorwaarden krijgt de Blauwe Wetering een woonbestemming, met deels een gemengde bestemming op de begane grond en een extra toren om de aanwezigheid van het Slachthuis te markeren. Voor de
13
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Blauwe Wetering zijn de volgende uitgangspunten opgesteld: Herstellen van de groene zoom Na uitvoering van de plannen zal langs de Hannie Schaftstraat de groene zoom doorlopen van de Pladellastraat naar de Gouwwetering. Aansluiten op het toekomstig patroon van bouwblokken Een structuur van bouwblokken rond het Slachthuis zorgt dat het Slachthuisterrein weer een samenhangend geheel gaat vormen. De Blauwe Wetering zal op termijn een bouwblok vormen met de nieuwbouw aan de noordzijde (onderdeel van de tender voor het Slachthuis) en de nieuwbouw van Ymere aan de zuidzijde. De overgang van Blauwe Wetering op de woningbouwblokken aan de noordzijde wordt gevormd door een gemeenschappelijk parkeerhof. De overgang naar het toekomstig woningbouwblok van Ymere wordt een afgesloten groen hof. De zijden van het toekomstig bouwblok worden rechtgetrokken naar dezelfde rooilijn als de geplande bebouwing van het Slachthuisterrein. De bouwhoogte van de randen van de Blauwe Wetering zullen rondom worden verhoogd naar 4 à 4,5 bouwlaag. De halve extra bouwlaag hangt samen met de aanwezigheid van de bestaande half verdiepte parkeergarage. Doortrekken Oorkondelaan De hoofdontsluiting voor auto- en fietsverkeer van de Blauwe Wetering blijft de Oorkondelaan.
Ten behoeve van het verblijfsklimaat op straat zal de toegang tot de verdiepte parkeergarage worden verplaatst naar het parkeerterrein aan de noordkant van de Blauwe Wetering. Openbare ruimte De openbare ruimte is het samenbindende element van het toekomstige Slachthuisterrein. De Blauwe Wetering krijgt dezelfde oriëntatie en overgang van openbare naar private ruimte als de omringende bebouwing. De woningen hebben hun voordeuren aan de straat. De overgangszone tussen bebouwing en de Oorkondelaan bestaat uit diverse Delftste stoepen met trappetjes naar de woningen. Parkeren Parkeren mag geen overlast veroorzaken in de buurt. Ook voor de Blauwe Wetering geldt het uitgangspunt om het parkeren op eigen terrein te organiseren. Het bestaande kantoor beschikt over een verdiepte parkeergarage, maar in praktijk blijken toch veel van de kantoormedewerkers liever hun auto langs de Richard Holkade te parkeren. In de nieuwe situatie zal de eigen parkeergarage verder worden uitgebreid en vergroot. De inrit naar de parkeergarage wordt via het nieuwe parkeerhof ontsloten. Voor wat betreft het aantal parkeerplaatsen zijn de gemeentelijke normen het uitgangspunt. Eenzelfde opgave bestaat voor fietsparkeren. Vanuit de Structuurvisie Openbare Ruimte wordt sterk ingezet op het bevorderen van fietsgebruik in de stad en het beperken van de overlast van het fietsparkeren op straat.
Uitgangspunt voor fietsgebruik bij de Blauwe Wetering is dat ook het fietsgebruik op eigen terrein wordt opgelost. Fietsparkeren vindt plaats in gemeenschappelijke stallingen op de begane grond en in de parkeergarage. De fietsstalling(en) zijn makkelijk toegankelijk en bereikbaar via routes vanaf de Oorkondelaan, de Richard Holkade en het Slachthuisplein.
14
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Zichtbaarheid Slachthuisterrein Het Slachthuisterrein ligt momenteel nog verscholen in de Slachthuisbuurt. Nu de Blauwe Wetering ook onderdeel gaat uitmaken van de herstructurering wordt de kans aangegrepen het gebouw te voorzien van een hoogteaccent dat het terrein van verre aanduidt. Dat betekent dat de toren een mooi slank silhouet moet krijgen dat zich onderscheidt ten opzichte van de reeds bestaande hoogteaccenten in Haarlem Oost. Uitgegaan wordt van een toren van circa 17 bouwlagen. Fasering Naar alle waarschijnlijkheid zullen de herontwikkeling van de Blauwe Wetering en het Slachthuis min of meer gelijk oplopen. Wanneer de herstructurering van de Ymerepanden langs de Hannie Schaftstraat plaats zal vinden is nog onduidelijk. Dit betekent dat ook in de tussenfase, zonder vernieuwde Ymere panden en zonder doorgetrokken Oorkondelaan, de omgeving van het Slachthuis zal moeten kunnen functioneren.
Stedenbouwkundige randvoorwaarden Blauwe Wetering
2.3
Beoogd programma en bouwplan Beoogd programma Woningbouw Gemeente Haarlem heeft een flinke woningbouwopgave. Tot 2025 moeten ten minste 10.000 woningen worden gebouwd om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen. Dit initiatief levert daar een substantiële bijdrage aan. 15
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Onderhavig initiatief ging zoals hiervoor reeds is vermeld initieel uit van maximaal 430 woonstudio's variërend van 35 tot 100 m2 in een redelijk luxe segment van zowel koop als huur, aangevuld met servicevoorzieningen. In een nadere uitwerking zijn het uiteindelijk maximaal 429 woningen geworden (waarvan minimaal 20 sociale huurwoningen). Deze toevoeging vormt een unieke aanvulling op de overige woningbouwplannen in Haarlem Oost. Kantoren Nederland is afgelopen jaren geconfronteerd met veel leegstand van kantoren. Ondanks diverse reeds uitgevoerde transformaties is er nog steeds sprake van een overschot aan kantoren. Vooral kantoren op minder aantrekkelijke locaties (zoals op ruime afstand van openbaar vervoer knooppunten of in woonwijken) komen nog steeds in aanmerking voor transformatie. Dit geldt ook voor het ICT-gebouw aan de Richard Holkade 10. Het bestemmingsplan gaat uit van een woonbestemming voor de locatie, waarbij commerciële functies in de plinten tot 1000 m2 in de plinten mogelijk zijn. Uit economisch oogpunt is er geen bezwaar tegen de beoogde herontwikkeling. Parkeren Uitgangspunt is dat de ontwikkeling geen extra parkeerbelasting mag vormen voor de directe omgeving. Het parkeren dient op eigen terrein en uit het zicht te worden opgelost.
Voor het bepalen van de verwachte parkeerbehoefte heeft de gemeente Haarlem parkeernormen vastgelegd in de beleidsregels Parkeernormen uit 2015. De bepaling van de parkeerbehoefte is hierin afhankelijk van verschillende factoren: de ligging in de stad, het woonsegment en het type woning. Indien de initiatiefnemer van de parkeernorm wil afwijken zal in een nader onderzoek moeten worden aangetoond dat het voorgestelde alternatief voldoende is. Een recente parkeertelling in de direct omgeving laat zien dat de parkeerdruk hoog is en er weinig vrije parkeerplaatsen op straat beschikbaar zijn om toe te rekenen aan het project. Ook zal het nieuwe bouwplan moeten beschikken over voldoende ruimte om fietsen te stallen. Vanuit de wens het fietsgebruik in de stad te stimuleren en overlast van parkeren in de omgeving te beperken wordt van de Blauwe Wetering verwacht dat deze over voldoende stallingsruimte zal beschikken. De stalling zal makkelijk toegankelijk, gemeenschappelijk, vanaf de begane grond toegankelijk en overdekt moeten zijn. Het ruimtebeslag van geparkeerde fietsen is sterk afhankelijk van het type parkeervoorziening en de breedte van de paden. Bij het parkeren van fietsen op één niveau geldt de vuistregel dat er een breedte van 0,65 meter en een lengte van 2 meter nodig is.
Voor een normale situatie geldt dat kan worden gerekend met een gebruiksoppervlakte van 1,8 m2 per fiets. Als de fietsparkeervoorzieningen op grotere afstand van elkaar worden geplaatst (> 0,8 m) en bredere paden worden aangelegd zal een gebruikersoppervlakte van 3 m2 voldoen. Bouwplan In opdracht van Cobraspen Groep is het bouwplan ontwikkeld voor de transformatie en herbestemming van kantoorgebouw Blauwe Wetering (Richard Holkade, Haarlem) tot woongebouw. Met deze transformatie wordt aangesloten bij actuele economische ontwikkelingen in de stad. Haarlem ontwikkelt zich nu 16
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
en in de toekomst steeds sterker als aantrekkelijke woonstad in de regio enheeft daarin ook de ambitie om in woningaantallen fors te groeien. Kantoren als deze, op locaties in woongebieden, hebben beduidend minder toekomstwaarde. Bij de transformatie wordt ingezet op een mix aan kleine en middelgrote woningentypen (studio’s). Het programma richt zich vooral op de stedelijke young professionals. Het woonprogramma wordt ondersteund door gemeenschappelijke voorzieningen, passend bij de doelgroepen en ambities van het plan en bereikbaar voor de buurt. In het totale complex worden (maximaal) 429 appartementen gerealiseerd. De flexibele structuur maakt het ook mogelijk woninggroottes aan te passen. In het complex komen appartementen en studio’s variërend van 40 tot 85 m2 GO. Centraal in het complex op de opgetilde begane grond worden de collectieve voorzieningen van het complex gerealiseerd. In het complex is een woonconcept gerealiseerd met gedeelde installaties en faciliteiten zoals een wasserette, restaurant, pakketservice, receptie, opslagservice, logeerservice, flexwerkplekken en sportfaciliteiten. Het complex kent een carré-achtige opbouw. De randen zijn 4 tot 5 bouwlagen hoog en sluiten daarmee in maat en schaal aan op de directe omgeving.
Centraal in het complex, aan het openbaar toegankelijke binnengebied, bevindt zich een ensemble van drie hogere woongebouwen met een globale hoogte van ongeveer 30, 43 en 52 m hoog. Het innovatieve woonconcept is erop gericht om sociale ontmoetingen en activiteiten te bevorderen. Dit wordt onder andere gestimuleerd door multifunctionele algemene ruimtes waarbij de thema’s sport (squashbanen), evenementen en samenwerken centraal staan. De totale parkeerbehoefte van het complex (fietsers en auto’s) voor zowel bewoners als bezoekers wordt op eigen terrein en in de garage onder het complex opgelost.
Artist impression bouwplan
17
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
18
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 3.1
BELEIDSKADER
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste beleidsdocumenten op rijks-, provinciaal-, regionaal- en lokaal niveau samengevat, voor zover deze documenten relevant beleid en/of besluiten omvatten ten aanzien van dit bestemmingsplan.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie heeft verschillende nota's vervangen, zoals de Nota Ruimte, Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak, de structuurvisie voor de Snelwegomgeving, de agenda Landschap, de agenda Vitaal Platteland en de Pieken in de Delta. De rijksoverheid streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. De ruimtelijke structuur van Nederland heeft zich ontwikkeld van steden in een landelijk gebied naar stedelijke regio's in interactie met landelijke en cultuurhistorische gebieden. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Zij verdienen het vertrouwen dat ze dat op een goede manier doen. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie en natuur. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.
Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijk ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: Een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys. Over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed. Een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. In de structuurvisie zijn dertien nationale belangen benoemd. De nationale belangen, die worden benoemd, betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en 19
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Geen van deze nationale belangen zijn van toepassing op dit project en daarmee wordt beleid hierover overgelaten aan de provincie en de gemeente. Relevantie plangebied Voor onderhavig plan is vooral relevant de bevordering van krachtige steden. Behoud van het stedelijke draagvlak voor voorzieningen en van voldoende stedelijke 'massa' en de daarbij horende economische agglomeratievoordelen is van groot belang. Het plan sluit aan bij het beleid ten aanzien van het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden blijven. Het plan creëert tevens ruimte voor economische krachten als 'creatieve hotspots' en 'ZZP-woningen'. 3.2.2 Besluit algemene regels omgevingsrecht Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet.
Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind.
In de loop van 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Ook is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 20
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Relevantie plangebied Het Barro doet geen concrete uitspraken die van belang zijn voor de beoogde herontwikkeling van de Blauwe Wetering. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dient tevens een motivering te worden opgenomen waarin wordt onderbouwd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De voorliggende ontwikkeling is volgens de definitie uit het Bro aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.
Voor wonen geldt dat voor nieuwe woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in onder andere een uitspraak van 18 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3542). Omdat in het voorliggende geval sprake is van 429 appartementen met bijbehorende voorzieningen is de ontwikkeling aan te merken als stedelijke ontwikkeling en dient te worden getoetst aan de in de Ladder voor duurzame verstedelijking gestelde eisen. Woningbehoefte De handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking geeft aan dat hantering van de ladder beoogt dat er voldoende behoefte bestaat binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. In Nederland zal de onderlinge samenhang tussen regio's in de toekomst vooral gezocht worden in het vormen van een netwerk van steden en regio's met elk een eigen identiteit en goede bereikbaarheid.
Dit is noodzakelijk om tegengewicht te bieden aan de concurrerende internationale regio's. De samenwerking in de metropoolregio in Amsterdam (waar Haarlem ook toe behoort) is hiervoor een voorbeeld, waarbij niet gezocht wordt naar onderlinge concurrentie, maar naar elkaar aanvullende identiteiten. Deze samenhang vertaalt zichzelf ook naar de woningmarkt. Amsterdam en de daaromheen liggende gemeenten zijn communicerende vaten: het aantal verhuisbewegingen 21
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
tussen Amsterdam en de omliggende gemeenten is enorm. Vooral Haarlem is populair bij bewoners van Amsterdam die de stad verlaten maar toch graag in een stedelijke omgeving willen blijven wonen. De druk op de Haarlemse woningmarkt is dan ook hoog. De schaarste op de woningmarkt doet zich alom voelen. In Haarlem zijn diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en tevens te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. De provincie Noord-Holland monitort de woningbouwontwikkeling en de woningbehoefte per regio, om inzicht te krijgen in de Noord-Hollandse woningbouwproductie. Zoals ieder jaar is onderzoek gedaan naar de plancapaciteit (aantal woningen in bestaande plannen) bij Noord-Hollandse gemeenten. In de Monitor Woningbouw 2020 is voor de periode 2020-2025 een totale woningbehoefte van 128.000 woningen aangegeven voor Noord-Holland en de MRA. Voor de periode 2020-2030 bedraagt de totale behoefte 239.000 woningen. In het Regionaal Actieprogramma Wonen 2019-2024 voor Zuid Kennemerland/IJmond is men uitgegaan van een netto productie van 7420 woningen per jaar. Haarlem wil circa 10.000 woningen realiseren in de periode tot en met 2025. De 429 woningen die binnen het plangebied zijn beoogd, vallen binnen de plancapaciteit van de gemeente.
De woningen zullen derhalve bijdragen aan het realiseren van de woningbouwopgave in de regio. Overige voorzieningen In de plint van het gebouw zijn maximaal 1000 m2 aan voorzieningen toegestaan, die voor het grootste gedeelte ook al mogelijk zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan (en daarin overigens niet begrensd waren qua aantal m2). Of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor nieuwe functies geldt in beginsel een bruto-oppervlakte van 500 m2 als ondergrens om te spreken van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Qua detailhandel wordt max. 200 m2 toegestaan, hetgeen niet als 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' is aan te merken. Dat geldt tevens voor de - ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan - toegestane zelfstandige horeca tot maximaal 350 m2.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord- Holland 2050 en Provinciale Ruimtelijke Verordening Omgevingsvisie Noord- Holland 2050 De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te 22
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
kunnen houden, richten de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van Noord-Holland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities. Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt.
De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord-Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord-Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relevantie plangebied Voor onderhavige locatie is met name het uitgangspunt uit de Omgevingsvisie van belang dat de woningbouwbehoefte vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden wordt gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Het plangebied ligt in het bestaande stedelijke gebied en wordt duurzaam ontwikkeld. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciale beleid zoals is vervat in de Omgevingsvisie. Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld.
De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie heeft in haar verordening geregeld dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt 23
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
schriftelijke afspraken (artikel 6.3 Omgevingsverordening). Uit paragraaf 3.2.3 blijkt dat de voorgestane ontwikkeling past binnen de regionaal gemaakte afspraken.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurplan Haarlem 2020 Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 2005-2020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en verder uitbreiden. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol. De speerpunten van beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht. Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen. Relevantie plangebied Voorliggend plangebied valt binnen het verandergebied Schipholweg.
De ambitie wordt gesteld om de Schipholweg te transformeren tot stadsentree met een gemengd stedelijk karakter en vrij lineaire bebouwing. Binnen deze zone zijn diverse milieutyperingen te onderscheiden. De Slachtbuisbuurt/ Blauwe Wetering wordt beschouwd als een stedelijk knooppunt waarbinnen optimaal gebruik wordt gemaakt van dubbel grondgebruik en functiemenging. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in woningen met een stedelijk (woon)karakter en bijbehorende voorzieningen. Het voornemen past daarmee binnen de ambities uit het Structuurplan Haarlem 2020. 3.4.2 Structuurvisie openbare ruimte Deze structuurvisie is een deelherziening van het Structuurplan Haarlem 2020 en biedt het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling, herstructurering en het beheer en onderhoud van het publieke domein in de stad. Hoofdkeuzes uit de SOR die van invloed zijn op de herontwikkeling van de Blauwe Wetering zijn zoveel mogelijk al meegenomen in dit bestemmingsplan. Het gaat hierbij om de keuze voor meer verblijfskwaliteit, meer stadsnatuur, gezonde straatbomen, aandacht voor klimaatadaptatie, ruimte voor de voetganger en kwaliteit van de looproutes, ruimte voor de fiets, bevordering van duurzame mobiliteit. Relevantie plangebied In de structuurvisie Openbare Ruimte valt het plangebied binnen het centraal 24
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
stedelijk gebied/ondernemerszone. De centrale positie van dit gebied en de ontwikkeling naar een meer stedelijk woonmilieu bieden ook kansen om de mobiliteit anders te organiseren; meer lopen, meer fietsen, meer ov-gebruik en een lager autobezit en -gebruik. Het centraal stedelijk gebied zal een gebied worden voor voetgangers- en fietsers, waar de andere verkeersdeelnemers te gast zijn. De fietser is maatgevend voor de snelheid. Bij een lage maximale snelheid kunnen fietsers en andere verkeersdeelnemers makkelijker mengen, met uitzondering van de HOV-assen en gebiedsontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer. De overige buslijnen rijden mee met het autoverkeer. Auto’s van bezoekers en bewoners worden zoveel mogelijk naar parkeergarages gestuurd. Meer fietsers betekent ook een grotere vraag naar fietsstallingsruimte. In het centraal stedelijk gebied is de ruimte op straat beperkt. Ook woningbouwprojecten en voorzieningen zullen veel meer dan in het verleden worden voorzien van een fietsstalling. Het onderhavige project draagt o.a. op de volgende wijze bij aan de uitgangspunten van de structuurvisie openbare ruimte: parkeren wordt (deels) ondergronds opgelost en er worden ruimten voor deelauto's gereserveerd; in het plan wordt ruimte gereserveerd voor het stallen van deelauto's die gebruikt kunnen worden door bewoners.
3.4.3 Woonvisie 2017-2020 Het gemeentebestuur heeft de woonvisie 'Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis' geactualiseerd en samen met een uitvoeringsagenda voor de jaren 2021-2025 vastgesteld op 6 april 2021. Het bestuur wil meer, betaalbaarder en energiezuiniger woningen toevoegen in Haarlem. Samen met bewoners, verschillende partijen in de stad (denk aan corporaties, marktpartijen en zorgaanbieders) en de regio wil Haarlem deze ambities uit de woonvisie uitvoeren. De woonvisie geeft richting aan het woonbeleid tot 2030 en handvatten voor de uitvoering ervan in de periode 2021-2025. Belangrijkste doel is een toegankelijke, diverse en inclusieve stad te zijn die een duurzaam (t)huis biedt aan een breed scala van doelgroepen. De komst van voldoende (betaalbare) woningen is hierbij een randvoorwaarde. De inzet is om 10.000 woningen toe te voegen t/m 2025. De trend is en blijft dat de groep eenpersoonshuishoudens de komende jaren stevig groeit waardoor een groot deel van de vraag uit kleine woningen zal bestaan. De opgave is om met de toevoeging van woningen tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van buurten en wijken te verbeteren. Relevantie plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 429 appartementen met diverse door de toekomstige bewoners te delen voorzieningen en mogelijkheden om te werken.
Met de ontwikkelaar is afgesproken dat naast starterskoopwoningen ook sociale huurwoningen worden gerealiseerd. Dit minimale aantal van 20 sociale huurwoningen is zowel in de anterieure overeenkomst als in het bestemmingsplan geborgd. Het project in zijn geheel sluit goed aan op de ambities en uitvoeringsagenda van de 25
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
gemeente Haarlem. Door aanbod van verschillende typologieën stimuleert het project de doorstroming elders in de stad en voorziet het deels in het voorzien in de woningbouwbehoefte. De ontwikkeling in zijn geheel draagt bij aan de toevoeging van kwaliteit van het gebied. 3.4.4 Ruimtelijke kwaliteit Nota Ruimtelijke Kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) geeft een integrale stadsbrede visie op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. De gemeenteraad stelde de nota op 28 juni 2012 vast. Het bestaat uit twee delen. In het eerste deel draagt Haarlem uit waar haar kracht en ambitie liggen. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit, is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. In de Beoordelingskaders Ruimtelijke kwaliteit geldt voor het plangebied een 'consolidatieregie', gericht op het behoud van het onderscheidende karakter van de buurten en - daarbinnen - vrijheid voor individuele invullingen. Plannen en ontwikkelingen moeten zich voegen naar de stedenbouwkundige context: naar het stratenpatroon, het bouwbloktype en de bestaande massa- en gevelopbouw.
Er is vrijheid mogelijk in architectonische expressie en materialisering op pandniveau. Relevante gouden regels voor dit bestemmingsplan zijn onder andere: Kiezen voor toekomstbestendigheid. Haarlem legt de prioriteit bij toekomstbestendigheid: duurzame verstedelijking in relatie tot ruimtelijke kwaliteit. Synergie tussen toekomst-, gebruiks- en belevingswaarde staat centraal in de planvorming. Bij elk ruimtelijk initiatief in de stad staat de vraag centraal hoe de mensen dit zullen ervaren. Bestaande kwaliteit is het vertrekpunt. Prioriteit ligt in Haarlem bij het vasthouden aan bestaande kwaliteit. De gebiedstypologie moet meegenomen worden in afwegingen. Vragen en opgaven moeten in hun onderlinge samenhang worden opgepakt op een manier waarbij de gebiedsidentiteit en gebiedskenmerken centraal staan. Dit zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en maakt afwegingsprocessen en consequenties transparant. Nota Dak De gemeenteraad stelde op 28 juni 2012 ook de Nota Dak vast. Deze nota is een bijlage van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Deze nota omschrijft intensief ruimtegebruik als een belangrijk thema in de hedendaagse ruimtelijke ordening. In de Nota Dak is ook vastgelegd hoe het Haarlemse daklandschap op een duurzame manier kan bijdragen aan enerzijds het behouden en vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en anderzijds aan een intensiever ruimtegebruik.
Intensief ruimtegebruik: Eén van de mogelijkheden is het intensiveren van het gebruik van het daklandschap. Er wordt zo meer gebruiksruimte
26
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
gerealiseerd. Voor een helder en rustig straatbeeld is het echter van belang naar eenheid te zoeken in de ingrepen op het dak. Zonne-energie: In Haarlem zijn veel kansen voor de toepassing van producten om zonne-energie op te wekken. Afhankelijk van het type dak (plat of hellend) en de oriëntatie ervan, kan het rendement worden bepaald. In de Nota Dak zijn de kansen en mogelijkheden van de toepassing van zonne-energie uitgewerkt. De nota wijst het plangebied aan als kansrijk om zonne-energie te winnen. Dit kan op individueel niveau (pandsgewijs) of juist op blokniveau. Ingrepen worden zorgvuldig ingepast en sluiten aan op de vorm en de gevel- of dakindeling van het gebouw of ensemble. Windenergie: Het plangebied is bestempeld in de nota als 'geen gunstig windgebied'. Wel bestaan er mogelijkheden op hoge bebouwing voor windenergie. Daarbij geldt dat de visuele impact en eventuele geluidhinder van een dergelijke ingreep aanzienlijk kan zijn. Daktuinen: het plangebied bevindt zich binnen de zone waarin niet-toegankelijke daktuinen wenselijk zijn. Het gaat hier met name om de wijken die wat ruimer zijn opgezet. De voordelen die groene daken hebben in versteende gebieden zijn hier minder van toepassing. Desalniettemin zijn ook in deze gebieden groene daken wenselijk.
Relevantie plangebied Het onderhavige initiatief past onder andere gelet op de volgende aspecten binnen de uitgangspunten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en de Nota Dak. Via warmte/koude opslag en het plaatsen van zonnecollectoren wordt het gebouw op een duurzame manier van energie voorzien. De woningen worden aardgasvrij. Verlichting zal uitsluitend met LED geschieden. Hergebruik van leegstaand gebouw en het toevoegen van een compacte vorm van bebouwing. De toekomstige Blauwe Wetering stimuleert duurzame vormen van mobiliteit. Makkelijke en ruime fietsvoorzieningen stimuleren het fietsgebruik. Een autodeel-concept draagt bij aan een beperkte parkeerbehoefte en zuiniger gebruik van de auto. Via warmte/koude opslag en het plaatsen van zonnecollectoren wordt het gebouw op een duurzame manier van energie voorzien. De woningen worden aardgasvrij. Verlichting zal uitsluitend met LED geschieden. Een deel van de daken wordt 'vergroend' en geschikt gemaakt voor het verbouwen van groente. Beplanting wordt ook toegepast voor natuurlijke koeling van de hoven.
27
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
3.4.5 Groen en water De hoofdgroenstructuur is vastgelegd in het Structuurplan Haarlem 2020 en de Structuurvisie Openbare Ruimte (2012). Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Dit wordt bereikt door het in stand houden en versterken van de bestaande groene gebieden en lijnen. Uitgangspunt is verder de versterking van de beleving van groen in Haarlem. De versterking ligt in eerste instantie in de toevoeging van een groen, recreatief netwerk in de stad. Daarnaast wordt meervoudig ruimtegebruik met ecologische meerwaarde toegepast door middel van het realiseren van groene daken, groene gevels en waterpleinen. Het Bomenbeleidsplan 2009-2019 (2010) geeft de visie van de gemeente Haarlem op bomen en schept samenhang in de uitvoering van het bomenbeleid. Doel is te komen tot een gezond, veilig en goed onderhouden bomenbestand. Met het Bomenbeleidsplan zijn de hoofdbomenstructuur (zie onderstaande afbeelding) en de monumentale bomenlijst vastgesteld.
28
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Afbeelding: Hoofdbomenstructuur De monumentale bomen verdienen extra bescherming. In de nabije omgeving van het plangebied maken de bomen langs de Pladellastraat, Slachthuisstraat en Hannie Schaftstraat onderdeel uit van de wijkbomenstructuur. Dit zijn lijnen die ruimtelijk en functioneel van belang zijn. Dat geldt eveneens voor de groenstructuur langs de Gouwwetering/Richard Holkade. Gelet op bovenstaande doelstelling is het van belang deze groenstructuur te behouden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt in de praktijk via de verplichte groentoets erg zorgvuldig met monumentale bomen omgegaan. Aan de hand van deze groentoets kan zorgvuldig afgewogen worden of een ruimtelijke ontwikkeling onevenredig schade aan het monumentale bomenbestand aanricht. Water
29
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Het watersysteem van Haarlem heeft een tweeledige functie. Enerzijds vervult het zichtbare water een belangrijke rol voor de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte. Uitgangspunt in de Structuurvisie Openbare Ruimte is deze bijdrage verder te versterken. Anderzijds is het watersysteem van groot belang voor het watermanagement van Haarlem en regio. Centrale doelstelling van het Integraal Waterplan (2004) (geactualiseerd in 2014) is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Als streefbeeld heeft de gemeente voor ogen een verbeterd waternetwerk dat uitgebreid is met nieuw water.
Met het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het GRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. Er zijn vier doelstellingen voor het GRP van toepassing, te weten: Het doelmatig inzamelen van het afvalwater en het hemelwater; Het transporteren van het rioolwater naar een geschikt lozingspunt; Het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast; Het beperken van vervuiling door overstorten middels aanleg van randvoorzieningen (o.a. bergbezinkbassins) en afkoppelen. Een algemene regel met betrekking tot de waterkwantiteit is het compenseren van een eventuele toename van verharding (wegen, gebouwen). Indien verharding in een gebied toeneemt zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Richtlijn is dat - indien er gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van opervlaktewater.
Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater. Het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (VGRP) is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (inclusief grondwaterbeheer) en de visie op riolering (en grondwater) voor de langere termijn worden beschreven. Met het VGRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de 30
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het VGRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. De nadruk in het VGRP 2014-2017 ligt op onderzoek. Hierdoor kunnen in het opvolgende VGRP (2018 en verder) onderbouwde keuzes gemaakt worden voor de noodzakelijke investeringen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de gemeentelijke zorgplicht. Omdat de riolering veel samenhang heeft met rioolwaterzuiveringen en oppervlaktewater, bijvoorbeeld door overstorten, is ook het Hoogheemraadschap van Rijnland betrokken bij het opstellen van het VGRP. Relevantie plangebied Het plangebied is geen onderdeel van de stedelijke hoofdgroenstructuur. De randen van het plangebied echter vormen belangrijke elementen van de groenstructuur op wijkniveau. Het plangebied is gelegen in de Slachthuisbuurt waarbinnen uitbreiding van het buurtgroen gewenst is. De binnen het plangebied gelegen groenstructuur langs de Richard Holkade heeft een groenbestemming gekregen. Na uitvoering van de plannen zal langs de Hannie Schaftstraat de groene zoom tevens doorlopen van de Pladellastraat naar de Gouwwetering. Binnen het plangebied komen geen monumentale bomen voor. Voor een nadere uitwerking van het aspect 'Water' wordt verwezen naar paragraaf 4.6.
3.4.6 Ecologie Het ecologisch beleidsplan uit 2013 heeft als doel het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en de richtlijnen uit het beleid verankeren in planprocessen en beheer- en onderhoudsprogramma's. Duurzaamheid, biodiversiteit en participatie zijn onderwerpen die een belangrijke rol spelen bij de invulling en uitvoering hiervan. Het ecologisch beleid bevat een afwegingskader bij projecten en andere ingrepen dat weergeeft waar men op moet letten bij projecten. Hierdoor is er minder kans op vertraging. Ook wordt ingezet op het verbeteren van beheer en inrichting van de locaties met ecologische potentie. Dit kan alleen als beheer en inrichting zoveel mogelijk gebaseerd zijn op ecologische principes. Binnen Haarlem zijn verschillende gebieden aangegeven als ecologische hotspots of als ecologische potentiegebieden. Deze laatste zijn waardevolle groene gebieden die zich door de juiste inrichting en beheer tot hotspots kunnen ontwikkelen. Geen van deze gebieden bevinden zich in het plangebied. Daarnaast omvat het beleidsplan ook het ecologisch actieplan van de gemeente Haarlem met daarin de ambities voor de periode van 2013-2022 voor onder andere het afkoppelen van regenwater en het toepassen van gevelgroen. Bij de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die binnen het plangebied mogelijk wordt gemaakt, wordt het ecologisch beleidsplan Haarlem betrokken.
In het plan staan maatregelen genoemd zoals het inbouwen van faunavoorzieningen (onder meer voorzieningen voor gierzwaluwen, vleermuizen, huismussen en wilde bijen) bij nieuwbouw en renovatie, het verbinden van groenelementen en het ecologisch beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Relevantie plangebied 31
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving zijn, gelet op ecologische kaart van de Structuurvisie Openbare ruimte (2017), geen ecologisch waardevolle elementen aanwezig. Wel is een deel van de Richard Holkade aan de Gouwwetering aangewezen als groenstructuur. In het voorliggende bestemmingsplan is daar rekening mee gehouden door aan deze gronden voor zover gelegen binnen het plangebied een groenbestemming te geven. Ten aanzien van het aspect ecologie wordt tevens verwezen naar paragraaf 4.8, waarin de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in het kader van de Wet natuurbescherming is onderzocht. 3.4.7 Duurzaamheid en energie Duurzaam bouwen Haarlem wil een toekomstbestendige stad zijn en deze goed achterlaten voor de volgende generaties. Dit betekent dat de stad in 2040 circulair en aardgasvrij wil zijn en dat de openbare ruimte in 2050 klimaatbestendig is ingericht. Daarvoor is het van belang duurzaamheid te verankeren in al het doen en laten van de gemeente. Hiervoor heeft het college van burgemeester en wethouders op 25 februari 2020 de richtlijn Duurzaam Bouwen vastgesteld. De richtlijn bevat geen nieuw beleid, maar verenigt bestaand beleid op verschillende duurzaamheidsthema’s. Het Haarlems beleid ten aanzien van duurzaamheid kent eisen en wensen. De Richtlijn vat dit beleid samen in concrete 'randvoorwaarden' en 'doeleinden' voor het bouwen.
Randvoorwaarden zijn gebaseerd op het rijksbeleid of bestaande wetten zoals bijvoorbeeld aardgasvrij bouwen en compensatiemaatregelen voor water en ecologie. Doeleinden zijn ambities van de gemeente zoals natuurinclusief en circulair bouwen. Als meetinstrument wordt de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn Duurzaam Bouwen (GPR) gehanteerd. De GPR is het resultaat van praktijkervaringen in de gemeente Tilburg en 80 andere gemeenten. Met het rekeninstrument kunnen projecteigenaren zelf een alternatief maatregelenpakket samenstellen. GPR Gebouw zet ontwerpgegevens van een gebouw om naar prestaties op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. Paragraaf 4.11 gaat verder in op het aspect 'Duurzaamheid en energie'.
32
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 4.1
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
M .e.r.- beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Hiervoor gelden twee Europese richtlijnen te weten de Europese richtlijn betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten van 13 december 2011 en de Europese richtlijn betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's van 27 juni 2001. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage ontwikkeld.
4.1.1 Kader In de Wet milieubeheer zijn bepalingen opgenomen voor het behoud en het verbeteren van de milieukwaliteit. Dit heeft uiteraard raakvlakken met het bestemmingsplan, waarin de milieukwaliteit een belangrijk onderdeel is van de ruimtelijke belangenafweging. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de bepaling in de Wet milieubeheer dat voor (bepaalde) inrichtingen een milieuvergunning vereist is. De Wet milieubeheer bevat bepalingen die een rechtstreekse relatie hebben met bestemmingsplannen. In de Wet milieubeheer en het op grond van deze wet vastgestelde Besluit milieu-effectrapportage 1994 is bepaald dat voor een bestemmingsplan in bepaalde gevallen een milieu-effectrapportage (mer) moet worden opgesteld. Het Besluit m.e.r. maakt onderscheid tussen drie groepen: activiteiten, plannen en besluiten genoemd in de C-lijst van het Besluit, waarvoor een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld; activiteiten, plannen en besluiten genoemd in de D-lijst van het Besluit, die boven de in de lijst genoemde drempelwaarde vallen. Hiervoor dient en mer-beoordeling uitgevoerd te worden; activiteiten, plannen en besluiten genoemd in de D-lijst van het Besluit, die onder de in de lijst genoemde drempelwaarde vallen. Hiervoor dient een vormvrije mer-beoordeling uitgevoerd te worden.
Afbeelding 5.1 schematische weergave mer-procedures Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 429 woningen, 1000 m2 voorzieningen en bijbehorende parkeervoorzieningen op eigen terrein mogelijk. Een dergelijke ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke
33
bestemmingsplan "Blauwe Wetering" (vastgesteld)
ontwikkeling als bedoeld op de D-lijst van het Besluit mer maar de herontwikkeling is lager dan de drempelwaarde. Ten aanzien van de beoogde voorzieningen waarin dit plan voorziet kan overigens worden opgemerkt dat deze (grotendeels) reeds mogelijk zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Slachthuisterrein' en er dus sprake is van een continuering van de bestaande planologische mogelijkheden. Voor het bestemmingsplan is gelet op voorgaande een vormvrije mer-beoordeling noodzakelijk. 4.1.2 Afweging Het bestemmingsplan blijft, met 429 woningen, maximaal 1000m2 aan voorzieningen en bijhorende parkeervoorzieningen ruim onder de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. (kolom 2-'gevallen' in de D-lijst). In categorie D11.2 is voor "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject", een drempelwaarde van 100 hectare of meer, of 2.000 of meer woningen opgenomen. In het kader van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar o.a.
de volgende aspecten: Bedrijven en milieuzonering Geluidhinderaspecten Bodem Water Luchtkwaliteit Externe veiligheid Natuur, waaronder stikstofdepositie Verkeer en parkeren Archeologie Duurzaamheid Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Bezonning Windhinder Uit de onderzoeken die in het kader van dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd is gebleken dat de planontwikkeling niet tot significante nadelige effecten zal leiden. Omvangrijke negatieve milieueffecten zijn hierdoor uitgesloten, waardoor het opstellen van een plan-m.e.r. niet nodig is. Het college heeft hiertoe een besluit genomen. Hiertoe is tevens een aanmeldnotitie geschreven waarin deze conclusie is onderbouwd. Het besluit is op 10 november 2020 gepubliceerd in de Staatscourant, gemeenteblad en het Haarlems Weekblad. Het aspect m.e.r.-beoordeling vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. De aanmeldnotitie is opgenomen als bijlage bij deze toelichting (zie Bijlage 1, Vormvrije m.e.r.-beoordeling Blauwe Wetering, Haarlem, TAUW).