CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

16 Bijlage 14 bij bijlage A Plan mer beoordeling

commissie Ontwikkeling 13 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20:30 uur Vaststellen Masterplan Hart voor Oostpoort en openen grondexploitatie (FR)15.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem

projectnummer 0505018.100 17 april 2026

www.anteagroup.nl

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026

Opdrachtgever Gemeente Haarlem Postbus 3333 2001 DH HAARLEM

datum 17 april 2026

beschrijving Definitief

vrijgave W.J. Daggenvoorde

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding Doel van het Masterplan Besluitvorming Masterplan Plan-mer-beoordeling Toetsingscriteria Leeswijzer

4 4 4 5 5 6

2.

Kenmerken van de ontwikkeling

7

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.5

Ligging van de ontwikkeling Huidig grondgebruik Programma Hart voor Oostpoort Gebouwd programma Infrastructuur Openbare ruimte Raakvlakprojecten Kaderstelling van het Masterplan

7 9 10 11 13 15 16 16

3.

Effectbeoordeling

17

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Trillingen Bodemkwaliteit Natuur Archeologie Water Klimaat Landschap en cultuurhistorie Luchthavenindelingbesluit Schiphol Gezondheid

17 19 25 26 27 32 36 43 46 50 52 53 56

4.

Conclusie

58

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Haarlem heeft het voornemen om het gebied rond het station Haarlem Spaarnwoude de komende jaren te veranderen in een levendige nieuwe stadswijk: Oostpoort. Hier wordt ruimte geboden aan wonen, werken en ondernemen. Deze ontwikkeling biedt kansen voor het realiseren van een multimodaal OVknooppunt en een stadspoort met een aantrekkelijke uitstraling voor de stad Haarlem. Het vormt daarmee de poort tussen Haarlem en de metropoolregio, maar ook tussen stedelijk gebied en het omliggende landschap. Om richting te geven aan de ontwikkeling van Oostpoort stelt de gemeente het Masterplan ‘Hart voor Oostpoort’ op. Het Masterplan omvat circa 900 woningen en circa 19.000 m2 bvo aan functies voor werken, voorzieningen en speciaal programma. Tot slot maken ook aanpassingen aan de infrastructuur en openbare ruimte onderdeel uit van het Masterplan. Deze functies worden aan beide zijden van de N200 ontwikkeld.

Figuur 1-1 Stedenbouwkundig schetsontwerp (bron: ontwerp-masterplan)

1.2

Doel van het Masterplan Het Masterplan, inclusief Programma van Eisen voor de Leefomgeving, legt de ruimtelijke en functionele kaders vast voor de toekomstige bebouwing, infrastructuur en openbare ruimte. Daarmee beschrijft het Masterplan de hoofdlijnen en uitgangspunten van de gewenste ontwikkeling. In latere, meer gedetailleerde plannen, worden deze uitgangspunten verder uitgewerkt. Bij elke (deel)ontwikkeling moet aangetoond worden dat het uitgewerkte plan niet in negatieve zin afwijkt in effecten voor de leefomgeving ten opzichte van het masterplan.

1.3

Besluitvorming Masterplan Het College van Burgemeester en Wethouders heeft op 4 juni 2024 de variant ‘Stationsbuurt Oostpoort’ vastgesteld als ontwikkelrichting voor de transformatie van het gebied rond station Haarlem Spaarnwoude. In de periode na vaststelling is de ontwikkelrichting ‘Stationsbuurt Oostpoort’ technisch, ruimtelijk en financieel nader onderzocht. Daar zijn drie ruimtelijke varianten uit voortgekomen. Elk van de varianten is afgezet tegen de beleidsdoelstellingen van de gemeente en afgewogen aan de hand van voor- en nadelen waarna op 1 juli 2025 door het College één van de varianten is gekozen. Met de gekozen variant (variant B) zijn keuzes gemaakt Pagina | 4

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

met betrekking tot verkeer, wonen, water en groen. Deze keuzes zijn vervolgens uitgewerkt in een ontwerpMasterplan. Dit ontwerp-Masterplan is 16 december 2025 door het College vrijgegeven voor inspraak en heeft tot 2 februari 2026 ter inzage gelegen. Na de terinzagelegging zijn enkele aanpassingen aan het schetsontwerp en bijbehorende maatregelen. Vervolgens wordt het ontwerp-masterplan besproken in de gemeenteraad, samen met de informatie uit de inspraakperiode en deze plan-mer-beoordeling. Uiteindelijk neemt het College van B & W een besluit over het plan over het vaststellen van het Masterplan als gebiedsprogramma onder de Omgevingswet.

1.4

Plan-mer-beoordeling Het Masterplan wordt vastgesteld als gebiedsprogramma. Het programma vormt het kader voor merbeoordelingsplichtige activiteiten die vallen onder categorie J11 (Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen) zoals genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarmee is er sprake van mer-beoordelingsplichtige activiteiten en volgt een mer-plicht. In het kader van het masterplan ‘Hart van Oostpoort’ wordt een plan-mer-beoordelingsprocedure doorlopen. Dit omdat het een lokaal, klein plan betreft dat kaders stelt aan mogelijk mer-plichtige of merbeoordelingsplichtige activiteiten (categorie J11) en/of kan leiden tot significant negatieve milieueffecten op omliggende Natura 2000-gebieden. In een plan-mer-beoordelingsprocedure moet het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Haarlem, afwegen of de voorgenomen ontwikkeling kan leiden tot aanzienlijke (negatieve) milieueffecten op de omgeving, die zouden noodzaken tot het doorlopen van een (uitgebreide) plan-merprocedure. Deze afweging om wel of geen plan-mer-procedure te doorlopen moet expliciet afgewogen en besloten worden door het bevoegd gezag: het plan-mer-beoordelingsbesluit.

Het uitgangspunt (“geest van de wet”) hierbij is dat er in beginsel geen plan-mer-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij het bevoegd gezag bepaalt dat er sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Deze aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling biedt een beoordeling van de milieuthema’s op hoofdlijnen, passend bij het abstractieniveau van het masterplan. In een latere fase van de planvorming, bijvoorbeeld bij wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan of BOPA’s, wordt, indien nodig, een project-mer-beoordeling uitgevoerd.

1.5

Toetsingscriteria Bij het beoordelen of er sprake is van aanzienlijke milieugevolgen worden de toetsingscriteria gehanteerd in bijlage II van de Europese SMB-richtlijn. Hierin zijn twee criteria met uitgangspunten per criterium benoemd: kenmerken van het plan of programma en de kenmerken van de effecten:

Pagina | 5

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

In de Omgevingswet staan geen inhoudelijke eisen ten aanzien van een aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling, wel ten aanzien voor een project-mer-beoordeling (artikel 11.10 Omgevingsbesluit): In ieder geval een beschrijving van: • a. het project, met in ieder geval een beschrijving van: 1. De fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; 2. De locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; • b. De mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en • c. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: 1. De verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en| 2. Het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. Deze kunnen ook gehanteerd worden voor een plan-mer-beoordeling1. In de Nederlandse werkpraktijk wordt aan een plan-mer-beoordeling (vergelijkbaar met de eisen aan een project-mer-beoordeling) een derde criterium toegevoegd: de plaats van het plan of programma (zie verder hoofdstuk 2). De criteria uit de Europese richtlijn en de Omgevingswet zijn naar de Nederlandse werkpraktijk vertaald, wat geaccepteerd is door de Raad van State.

1.6

Leeswijzer De notitie plan-mer-beoordeling is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied, de hoofdlijnen van het masterplan ‘Hart voor Oostpoort’ en de aanwezige gevoelige gebieden en autonome ontwikkelingen. • Hoofdstuk 3 beschrijft de verwachte milieueffecten en de maatregelen om negatieve effecten te mitigeren. • Hoofdstuk 4 geeft de conclusie en gaat in op de vraag of er sprake is van aanzienlijke milieugevolgen die het doorlopen van een plan-mer-procedure noodzakelijk maakt. 1

De eisen aan een plan-mer-beoordeling (bijlage II Europese SMB richtlijn) en project-mer-beoordeling (bijlage III Europese mer-richtlijn) zijn tekstueel enigszins anders. In jurisprudentie is echter al gesteld dat beide inhoudelijk vergelijkbaar zijn.

Pagina | 6

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

2.

Kenmerken van de ontwikkeling

2.1

Ligging van de ontwikkeling Het plangebied bevindt zich rondom treinstation Haarlem Spaarnwoude. Ten noorden en westen van het plangebied ligt industrieterrein Waardepolder. Op dit industrieterrein zijn onder andere de IKEA Haarlem en farmaceutisch bedrijf Teva Nederland B.V. gevestigd. Aan de zuidkant grenst het plangebied aan de woonwijk Zuiderpolder een aan de oostkant ligt het recreatiegebied Spaarnwoude met de Veerplas. Door het plangebied lopen in oost-westelijke richting het treinspoor en de Amsterdamsevaart/N200.

Teva

Veerplas

Amsterdamse vaart

N200

Industrieterrein Waardepolder IKEA

Spoor

Parkwijk Woonwijk Zuiderpolder

Figuur 2-1 Afbakening en omgeving van het plangebied

In de omgeving van het gebied zijn enkele gebieden aanwezig met een beschermde status. Ten westen van het plangebied bevindt zich een joodse begraafplaats, die is aangewezen als gemeentelijk monument. Het gebied ten oosten van het plangebied maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en staat op de UNESCO werelderfgoedlijst.

Pagina | 7

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 2-2 De ligging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ten opzichte van het plangebied

Het dichtstbijzijnde NNN‑gebied (Natuurnetwerk Nederland) bevindt zich direct aangrenzend, op circa 100 meter ten noordoosten van het plangebied. Het gaat hier om een groter aaneengesloten groen‑ en natuurgebied dat onderdeel vormt van de ecologische structuur aan de oostzijde van Haarlem. Deze direct aangrenzende NNN-gebieden betreffen: Schoteroog, Waarder- en Veerpolder, Mooie Nel en de Liede. Deze gebieden maken gezamenlijk deel uit van het provinciaal aangewezen NNN-landschap langs de ringvaartzone en vormen belangrijke schakels in de groen-blauwe structuur rond Haarlem.

Figuur 2-3 Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN. Bron: QGIS, PDOK Services, 2025.

Tot slot is de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden weergegeven. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied betreft Kennermerland-Zuid op circa 4 kilometer van het plangebied. Dit gebied heeft te maken met een overbelaste situatie ten aanzien van stikstofdepositie.

Pagina | 8

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 2-4 Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Bron: QGIS, PDOK Services, 2025.Ligging Natura 2000gebieden in de omgeving van het plangebied. Bron: QGIS, PDOK Services, 2025.

2.2

Huidig grondgebruik De huidige inrichting van het plangebied kent een lage ruimtelijke kwaliteit. Het gebied is voornamelijk infrastructureel ingericht met brede rijbanen voor autoverkeer, viaducten, een P&R en het spoor. Verder zijn er ook een aantal braakliggende terreinen te vinden. Naast de P&R bij het station staan tijdelijke woningen voor statushouders en Oekraïense vluchtelingen. In het meest zuidelijke deel van het plangebied staan enkele kantoorpanden. Deze blijven behouden met de voorgenomen ontwikkeling. Binnen het plangebied ligt ook blok 1F. Dit woonblok maakt onderdeel uit van de voorgenomen ontwikkelingen uit het Masterplan, maar loopt voor in de planvorming. Voor dit blok is reeds het omgevingsplan vastgesteld en zijn de bouwwerkzaamheden gestart.

Pagina | 9

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Tijdelijke woningen P&R

Treinstation

Kantoorpanden

Kantoorpanden

Blok 1F

Figuur 2-5 Huidige invulling van het plangebied

2.3

Programma Hart voor Oostpoort Het Masterplan omvat circa 900 woningen en circa 19.000 m2 bvo aan functies voor werken, voorzieningen en speciaal programma. Daarnaast maken ook aanpassingen aan de infrastructuur en openbare ruimte onderdeel uit van het Masterplan. Op onderstaand figuur is het beoogde grondgebruik weergegeven. Op de figuur is het grondgebruik van infrastructurele aanpassingen niet weergegeven. In de volgende paragrafen worden de verschillende functies en het bijbehorende programma nader toegelicht.

Pagina | 10

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Woningen blok 1F

Figuur 2-6 Beoogd grondgebruik, exclusief infrastructuur (bron: ontwerp-masterplan)

2.3.1

Gebouwd programma Woonprogramma Aan zowel de noord- als zuidzijde van het spoor wordt een substantieel aantal woningen gerealiseerd, met werkfuncties voornamelijk aan de noordzijde. Aan de noordzijde van het plangebied is volgens het schetsontwerp ruimte voor 473 woningen. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn dit 427 woningen. Dit betreft inclusief blok 1F waarmee 100 sociale huurwoningen worden gerealiseerd. In totaal worden daarmee in het plangebied circa 900 woningen gerealiseerd. Daarvan is 40% sociale huur, 40% middeldure woningen en 20% vrije sector woningen. De woningen worden ontwikkeld met gesloten bouwblokken, waarvan het binnenterrein geluidsluw, semiopenbaar en groen wordt ingericht.

Pagina | 11

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 2-7 Voorbeelduitwerking van een gesloten bouwblok (bron:ontwerp-masterplan)

In het plangebied staan nu tijdelijke woningen. Deze tijdelijke woningen voor statushouders en Oekraïense vluchtelingen blijven in ieder geval tot de zomer van 2027 staan. Na het aflopen van de huurcontracten kunnen de tijdelijke woningen verwijderd worden en kan dit blok ontwikkeld worden tot permanente woningen. De bouw van woningen in blok 1F loopt voor op de plannen uit het Masterplan. De bouw van blok 1F is reeds gestart. Aan de Diakenhuisweg in de wijk Zuiderpolder bouwt woningcorporatie Ymere 100 sociale huurwoningen. Deze woningen zijn voornamelijk gericht op 1- en 2-persoonshuishoudens. Eind 2026 wordt de openbare ruimte rondom deze woningen ingericht en worden de woningen opgeleverd. Werken, voorzieningen en speciaal programma Er wordt circa 10.000 m2 bvo werkprogramma gerealiseerd binnen het plangebied. Dit bestaat voornamelijk uit kantoren en maakindustrie. Het volledige werkprogramma wordt aan de noordzijde van het plangebied gerealiseerd. Daarnaast wordt er circa 3.000 m2 bvo voorzieningen gerealiseerd. Denk hierbij aan een culturele broedplaats, horeca of kleine supermarkt in de plint van een gebouw. Ook kan het maatschappelijk programma zijn zoals zorg of een buurkamer. Aan beide zijden van het plangebied is ruimte voor deze voorzieningen. Tot slot is er aan de noordzijde van het plangebied ruimte voor speciaal programma met een omvang van circa 6.000 m2.

Dit kan een congreshotel zijn in combinatie met werken en voorzieningen. Het kan ook als woonprogramma worden ontwikkeld in combinatie werken en voorzieningen. Gebouwd parkeren In het noordelijk deel van het plangebied wordt een mobiliteitshub ontwikkeld. Deze heeft een omvang van 10.577 m2, wat neerkomt op ongeveer 378 parkeerplaatsen. Hiermee wordt de parkeerbehoefte van bewoners, bezoekers, kantoren en voorzieningen gebundeld. In het zuidelijk deel wordt er onder twee van de woongebouwen geparkeerd in een (halfverdiepte) parkeergarage. In het zuidelijk deel zijn 115 parkeerplaatsen opgenomen in het schetsontwerp, waarvan 30 parkeerplaatsen op maaiveld.

Pagina | 12

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Het Masterplan stelt ook eisen aan de maximale bouwhoogte. Het grootste deel van de bebouwing krijgt een hoogte tot 21 meter (6 verdiepingen). Elk bouwblok kent een aantal hoogteaccenten om te zorgen voor een dynamisch en visueel afwisselend gebied. Voor deze hoogteaccenten geldt een maximale bouwhoogte van 40 meter. Tabel 2.1 Overzichtstabel bouwprogramma Noordzijde

Zuidzijde

Totaal

Woningen (aantal)

473

427

899*

Werkprogramma (m2 bvo)

9.743

0

9.743

Voorzieningen (m2 bvo)

2.301

1.127

3.428

Speciaal programma (m2 bvo)

6.201

0

6.201

2.993

13.570

Parkeergebouw (m2 bvo) 10.577 * waarvan 100 woningen in blok 1F

2.3.2

Infrastructuur Een van de doelen van het Masterplan is het verbeteren van de infrastructuur in het plangebied. Dit wordt gedaan volgens het STOMP-principe. Dit betekent dat er meer ruimte geboden wordt aan lopen en fietsen met een goede aansluiting op het openbaar vervoer. Er is alleen ruimte voor de auto op plekken waar dat echt nodig is, zoals bij de IKEA en industrieterrein Waardepolder. Daarmee wordt ook de sociale veiligheid op straat verbeterd. Lopen en fietsen De ontwikkelvelden aan de noodzijde van het plangebied worden autoluw ingericht met ruimte voor voetgangers, net als de stationsomgeving. Er wordt een nieuwe fietsbrug gerealiseerd die het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied met elkaar verbindt. Vanaf deze brug worden trappen gemaakt naar de bestaande voetgangersbrug en de perrons. Aan beide zijden van het station is ruimte voor fietsenstallingen. Aan de noordzijde is plek voor 320 fietsen en aan de zuidzijde voor 500 fietsen. De nieuwe brug wordt aangesloten op het bestaande fietsnetwerk. Aan de zuidzijde wordt de fietsroute langs de Robertus Nurksweg verbreed. Aan de noordzijde wordt ook de fietsroute langs het spoor verbeterd met een breed vrijliggend fietspad.

Figuur 2-8 Fietsroutes met nieuwe fietsbrug (bron: ontwerp-masterplan)

Pagina | 13

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Openbaar vervoer Het openbaar vervoer speelt een centrale rol in de bereikbaarheid van het plangebied. Aan de noordzijde van het station wordt een bushalte gemaakt. Aan de zuidzijde worden woningen gerealiseerd op de locatie van het huidige busstation, daarom wordt een halte verplaatst naar de busbaan langs de Amsterdamsevaart.

Figuur 2-9 Toekomstige OV-netwerk (bron: ontwerp-masterplan)

Autoverkeer De maximumsnelheid op de Amsterdamse vaart wordt teruggebracht van 70 naar 50 km/uur. Het huidige Kegge-Stastokviaduct in de Camera Obscuraweg over de Amsterdamsevaart wordt gedeeltelijk afgebroken en beide wegen worden op elkaar aangesloten. Er worden nieuwe kruispunten gemaakt met de Amsterdamsevaart, Robert Nurksweg en Diakenhuisweg. De gebouwde parkeervoorzieningen worden ontsloten op de Jan van Krimpenweg, de Bohnweg en de N200 zodat de omliggende woonstraten autoluw blijven.

Figuur 2-10 Toekomstige routes voor autoverkeer (bron: ontwerp-masterplan)

Pagina | 14

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

2.3.3

Openbare ruimte Binnen het plangebied wordt ongeveer 35% van de ruimte gebruikt voor bouwvelden, circa 35% voor onverharde ruimte en circa 30% verharde openbare ruimte. De openbare ruimte is ingedeeld in verschillende functionaliteiten met elk eigen uitgangspunten voor de inrichting. Zo wordt het stationsplein ingericht om sociale interactie te bevorderen en het sociaal hart van het gebied wordt. Aan de zuidzijde van het plangebied is er op het stationsplein ruimte voor een paviljoen. Het Spoorpark wordt gevormd door de groenblauwe verbinding langs het spoor. Hier is ruimte voor een ecologische verbinding, een watergang, bomen en plekken om te zitten en te spelen. Het Urban sports park biedt ruimte voor bijvoorbeeld een skatepark onder de hellingbaan die nodig is voor de nieuwe fietsbrug.

Figuur 2-11 Typologieën openbare ruimte (bron: ontwerp-masterplan). Het IKEA terrein maakt geen onderdeel uit van de ontwikkeling.

Het spoorpark moet een ecologische verbinding vormen tussen de stad Haarlem en het landschap van Spaarnwoude (waaronder de Veerplas). Uitgangspunt bij de ontwikkeling is dat zoveel mogelijk bomen behouden blijven. Om ruimte te maken voor de woongebouwen is de verwachting dat enkele bomen verwijderd worden. Op basis van het schetsontwerp gaat het om circa 10 bomen. Daarnaast wordt een groot aantal bomen nieuw aangeplant. Het huidige watersysteem van het plangebied bestaat uit drie peilvlakken: twee polders en een boezem. Met het Masterplan wordt dit teruggebracht tot twee peilvakken: de noord- en zuidzijde. De toevoeging van verharding moet gecompenseerd worden. Hiervoor is ruimte in het Masterplan opgenomen door de bestaande watergang langs de Amsterdamsevaart te verbreden en naast het zuidelijke stationsplein wordt de bestaande vijver vergroot. Het regenwater wordt opgevangen in groenstructuren. In de openbare ruimte zijn hiervoor wadi’s opgenomen voor opslag en infiltratie van regenwater. Ook gebouwen worden gebruikt als tijdelijke buffervoorziening voor regenwater, bijvoorbeeld door middel van groene daken en half verharde binnenplaatsen.

Pagina | 15

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 2-12 Toekomstige waterstructuren (bron: ontwerp-masterplan)

2.4

Raakvlakprojecten Gedurende het opstellen van het Masterplan hebben de gemeente en IKEA samen onderzocht of uitbreidingsplannen van IKEA passen bij de gemeentelijke wens om te komen tot een goede ruimtelijke kwaliteit. Dit heeft ertoe geleid dat de uitbreidingswensen van IKEA geen onderdeel uitmaken van het Masterplan. Voor de uitbereidingsplannen van IKEA kan een separate planologische procedure doorlopen worden, waarin onderbouwd moet worden hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot het Masterplan en hoe cumulatief negatieve effecten voorkomen worden.

2.5

Kaderstelling van het Masterplan Na vaststelling van het Masterplan volgen besluiten waarvoor het Masterplan kaderstellend is. Dit is in eerste instantie de uitwerking van het stedenbouwkundig plan, inclusief spelregelkader voor toekomstige ontwikkelingen, beeldkwaliteitsplan voor de gebouwen en een schetsontwerp voor de openbare ruimte. In het stedenbouwkundig plan wordt het ontwerp voor de hoofdinfrastructuur, de stationspleinen, spoorpark, nieuwe fietsverbindingen en aanpassing van het Kegge-Stastokviaduct uitgewerkt. Ook wordt hierin de openbare ruimte woningen, voorzieningen en kantoren ontwerpen, waarmee de exacte omvang van de percelen, het programma en de gewenste kwaliteit gedefinieerd worden. Dit wordt uitgewerkt binnen de kaders van het Masterplan ‘Hart voor Oostpoort’. Na vaststelling van het stedenbouwkundig plan wordt de ontwerpfase afgerond met een wijziging van het omgevingsplan. Daarmee is het Masterplan ‘Hart voor Oostpoort’ kaderstellend voor het stedenbouwkundig plan en de daarna voor te bereiden omgevingsplanwijziging(en) en omgevingsvergunningen.

Pagina | 16

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

3.

Effectbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen uit het Masterplan kunnen milieueffecten met zich meebrengen. In dit hoofdstuk zijn de effecten van de voorgenomen activiteiten per thema inzichtelijk gemaakt. Er wordt achtereenvolgens ingegaan op de volgende thema’s: verkeer, geluid, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, trillingen, bodemkwaliteit, natuur, archeologie, water, klimaat, landschap en cultuurhistorie, het luchthavenindelingsbesluit van Schiphol en gezondheid.

3.1

Verkeer Huidige situatie De huidige verkeersstructuur is beschreven in hoofdstuk 2. Daarnaast zijn in de volgende paragraaf ook de verkeersintensiteiten in de referentiesituatie weergegeven voor diverse wegvakken.

Effecten Verkeersgeneratie Met de ontwikkelingen uit het Masterplan wordt een toename van verkeer verwacht. Om dit verkeer af te wikkelen en de leefbaarheid binnen het plangebied te verbeteren wordt de infrastructuur opnieuw ingericht. Goudappel heeft verkeersmodelberekeningen uitgevoerd op basis van de beoogde verkeersstructuur. In onderstaande tabel zijn voor enkele wegvakken de verkeersintensiteiten in de referentiesituatie en de plansituatie weergegeven. Op bijbehorende figuur zijn is de ligging en nummering van de wegvakken weergegeven.

Figuur 3-1 Wegvakken waarvoor de verkeersintensiteiten inzichtelijk zijn gemaakt Tabel 3.1 Verkeersintensiteiten in motorvoertuigen per etmaal (bron: Goudappel)

Nr. 1 2 3 4 5 6 7

Wegvak Jan van Krimpenweg Camera Obscuraweg/N200 Amsterdamsevaart Camera Obscuraweg “Nieuwe weg” Diakenhuisweg Bohnweg

Referentiesituatie 500 46.400 25.400 8.800 0 2.300 3.700

Plansituatie 1.300 48.800 25.900 5.300 2.800 5.300 7.700

Verschil + 800 + 2.400 + 500 - 3.500 + 2.800 + 3.000 + 4.000

Verschil in % + 160 % +5% + 2% - 40 % + 100 % + 130 % + 108 %

Pagina | 17

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Uit bovenstaande gegevens blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot 2 - 5% toename van verkeer op de N200 en Amsterdamsevaart. Dit is een beperkte toename ten opzichte van de referentiesituatie. De afname op de Camera Obscuraweg (nr. 4) wordt veroorzaakt doordat het Kegge-Stastokviaduct gedeeltelijk wordt afgebroken en de Camera Obscuraweg en de Amsterdamsevaart (ter plaatse van het viaduct) op elkaar worden aangesloten. Deze ingreep voorkomt doorgaand verkeer door het zuidelijk deel van het plangebied. Uit de tabel blijkt dat op de gemeentelijke wegen percentueel grotere toenames worden verwacht als gevolg van de ontwikkeling. Dit leidt tot de noodzaak om diverse wegen en kruisingen aan te passen om problemen in de doorstroming van het verkeer te voorkomen. De toename op de Diakenhuisweg wordt verklaard doordat het zuidelijk deel van het plangebied wordt ontsloten via deze weg. Om dit extra verkeer te kunnen verwerken worden de kruisingen van de Diakenhuisweg met de Amsterdamse vaart en Robertus Nurksweg aangepast. Arcadis heeft een schetsontwerp opgesteld voor deze aanpassingen (d.d. 7 november 2025). Op de kruising Diakenhuisweg – Amsterdamse vaart worden extra opstelstroken gerealiseerd. Met de extra opstelstroken wordt de cyclustijd 68 seconden in de ochtendspits en 50 seconden in de avondspits.

Daarmee wordt ruim voldaan aan de maximale cyclustijd van 90 seconden en wordt er een goede doorstroming verwacht. De kruising Diakenhuisweg – Robert Nurksweg wordt ook aangepast. Dit wordt een voorrangskruispunt of uitritconstructie, maar hier is nog geen keuze over gemaakt. Daarmee is het effect op de doorstroming ook nog niet bekend. Het is noodzakelijk om in de verdere planuitwerking te onderbouwen hoe het ontwerp van deze kruising ervoor zorgt dat er geen doorstromingsproblemen ontstaan op de Diakenhuisweg en Robert Nurksweg, ondanks dat op deze wegen een aanzienlijke verkeerstoename wordt verwacht. Aan de noordzijde van het plangebied verdwijnt de Laan van Decima, waardoor de Jan van Krimpenweg en Bohnweg een gebiedsontsluitende functie krijgen. Samen met het parkeerhuis dat aan de Jan van Krimpenweg is beoogd, wordt de toename van verkeer op deze wegen verklaard. Om de doorstroming te verbeteren wordt de haakse bocht in de Jan van Krimpenweg verbreed. Ook hiervoor heeft Arcadis een schetsontwerp opgesteld, waaruit blijkt dat deze aanpassing ruimtelijk inpasbaar is. Met de beoogde aanpassingen aan de infrastructuur worden diverse maatregelen getroffen die bijdragen aan het verbeteren van de doorstroming, ondanks de toename van verkeer die de ontwikkeling met zich meebrengt. In deze fase van de ontwikkeling zijn nog niet alle maatregelen in detail uitgewerkt.

Daarom is het van belang om bij latere omgevingsplanwijziging(en) kwantitatief te onderbouwen hoe het nieuwe ontwerp van de wegen doorstromingsproblematiek voorkomt. Dit kan bijvoorbeeld kwantitatief onderbouwd worden door middel van I/C-verhoudingen van wegvakken en kruispuntbelastingen op basis van het nieuwe ontwerp. Er is geen sprake van een aanzienlijke nadelige milieueffecten ten aanzien van autoverkeer, mits de infrastructurele maatregelen verder uitgewerkt en onderbouwd worden in de latere planuitwerking. Op basis van de schetsontwerpen kan wel geconcludeerd worden dat er voldoende mogelijkheden binnen het plangebied zijn om infrastructurele maatregelen te treffen. Langzaam verkeer en openbaar vervoer Met de beoogde herinrichting van de infrastructuur wordt het gemotoriseerde verkeer ontsloten via de Jan van Krimpenweg, Bohnweg, N200 en Diakenhuisweg. Daarmee ontstaat ruimte om de overige delen van het plangebied autoluw in te richten. Met het masterplan zijn verschillende ingrepen beoogd die de bereikbaarheid voor langzaam verkeer verbeteren. Dit betreffen onder andere de autoluwe stationspleinen, buurtstraten, buurtpleinen met aansluitingen op de bestaande voetgangersbrug. Daarnaast wordt ook een nieuwe fietsbrug gerealiseerd met aansluiting op nieuwe vrijliggende fietspaden, waardoor de fietsbereikbaarheid in het plangebied aanzienlijk verbetert.

De nieuwe routes voor het openbaar vervoer zijn voornamelijk beoogd via de gebiedsontsluitingswegen. Een aandachtspunt is de inrichting van het stationsplein aan de noordzijde. Hier loopt de busroute over het stationsplein. Dit is een gebied waarin de ruimte gedeeld wordt met fietsers en voetgangers (shared-space). Dit vraagt bij de nadere uitwerking van het ontwerp om een duidelijke scheiding van de busroute ten opzichte van ander verkeer om de verkeersveiligheid van kwetsbare verkeersstromen te borgen. Arcadis heeft een Programma van Eisen station Spaarnwoude (Arcadis, d.d. 16 december 2025) opgesteld waarin deze verkeersstromen aan de noordzijde zijn geduid, zie onderstaand figuur. Dit Programma van Eisen vormt het Pagina | 18

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

uitgangspunt bij het ontwerp van het stationsplein. Daarmee worden geen aanzienlijk nadelige gevolgen verwacht ten aanzien van langzaam verkeer en openbaar vervoer.

Figuur 3-2 De busroute ten opzichte van andere verkeersstromen op het noordelijke stationsplein (bron: Arcadis)

Parkeren De gekozen parkeeroplossing door middel van parkeerhuizen draagt bij aan een autoluwe en bereikbare openbare ruimte. De gemeente Haarlem heeft een parkeerbalans opgesteld. In de parkeerbehoefteberekening voor zowel de noord- als zuidzijde, is rekening gehouden met een reductie van 20% vanwege de nabijheid van station Haarlem Spaarnwoude. Ook is rekening gehouden met de inzet van deelmobiliteit: 8 deelauto’s aan de noordzijde en 5 aan de zuidzijde. Uit de parkeerbalans volgt dat aan de noordzijde een parkeerbehoefte bestaat van 342 parkeerplaatsen (inclusief P&R met 150 plaatsen). Met de beoogde ontwikkeling worden aan de noordzijde 378 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de behoefte van bewoners, bezoekers, kantoren en voorzieningen. In het zuidelijk deel is de behoefte 115 parkeerplekken. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in deze behoefte. Hiermee leidt het programma t.a.v. wonen, werken en voorzieningen niet tot nadelige gevolgen voor de omgeving worden verwacht. Daarnaast is de invulling van het speciaal programma nog niet bekend, hierdoor kan de parkeerbehoefte nog wijzigen. Bij de uitwerking van het programma in een omgevingsplan dient het volledige aantal plekken waar behoefte aan is gerealiseerd te worden binnen het plan.

Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden diverse infrastructurele maatregelen getroffen om de toename van gemotoriseerd verkeer af te wikkelen en knelpunten in de doorstroming te voorkomen. Dit leidt niet tot nadelige milieugevolgen, mits: • De infrastructurele maatregelen verder uitgewerkt en onderbouwd worden in de latere planuitwerking; • Het busverkeer wordt gescheiden van andere verkeersstromen op het noordelijke stationsplein om de verkeersveiligheid te borgen. Mits deze aandachtspunten meegenomen worden bij de verdere planuitwerking worden geen aanzienlijk nadelige gevolgen verwacht ten aanzien van het thema verkeer.

3.2

Geluid Voor de voorgenomen ontwikkeling is door M+P een quickscan geluid uitgevoerd (2025). Daarnaast is door Royal Haskoning onderzoek gedaan naar het beheer van de geluidzone van de Waarderpolder (2024). Het doel van deze onderzoeken is om te kunnen beoordelen of met deze ontwikkeling een aanvaardbaar woon‑ en leefklimaat kan worden gerealiseerd en te inventariseren welke maatregelen nodig zijn bij de verdere uitwerking van het plan. Pagina | 19

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Huidige situatie Huidige geluidbelasting De geluidbelasting binnen het plangebied wordt beïnvloed door de aanwezigheid van diverse geluidsbronnen, namelijk industriële, spoor- en wegverkeersbronnen. Op onderstaande figuur is te zien dat geluidklimaat binnen het plangebied varieert van redelijk (51 Lden) tot zeer slecht (>71 Lden). Dit houdt in dat er sprake is van een hoge geluidsbelasting binnen het plangebied. De hoogste waardes zijn onder andere direct langs het spoor gelegen. Ook speelt wegverkeer een dominante rol in de geluidsbelasting, met name door de Amsterdamsevaart, de N200 en omliggende gemeentelijke wegen.

Figuur 3-3 Cumulatieve geluidbelasting (bron: RIVM)

Geluidgezoneerd industrieterrein Waardepolder Het plangebied ligt binnen het geluidgezoneerde industrieterrein Waardepolder. Het doel van de geluidzone is het beschermen van het woon- en leefklimaat in de omgeving door te waarborgen dat de geluidsbelasting buiten deze zone de vastgestelde grenswaarde niet overschrijdt. De geluidzone vormt daarmee een ruimtelijk kader voor nieuwe ontwikkelingen in de omgeving van het industrieterrein. Voor dit industrieterrein zijn geen geluidproductieplafonds (GPP’s) vastgesteld, waardoor de standaardwaarde van 50 L den en grenswaarde van 55 Lden van toepassing is. Op onderstaande figuur is een inschatting weergegeven van industrielawaai in de situatie waarin de huidige planologische mogelijkheden volledig zijn benut. Hieruit blijkt dat de planologische mogelijkheden op het industrieterrein kunnen leiden tot een geluidbelasting ten aanzien van industrielawaai van 50-65 dB ter plaatse van het plangebied (rode cirkel).

Pagina | 20

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-4 Inschatting van industrielawaai op 30 meter hoogte bij maximale invulling van de planologische mogelijkheden (bron: Haskoning)

Effecten In en rondom het plangebied wordt een toename van wegverkeer verwacht waarmee de geluidbelasting ten aanzien van wegverkeer toeneemt. Langs wegen waar het verkeer met meer dan 30% toeneemt wordt een waarneembare toename van wegverkeerslawaai verwacht. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Jan van Krimpenweg, Bohnweg en Diakenhuisweg. Langs wegen waar bestaande geluidgevoelige functies (woningen) gelegen zijn, zoals de Diakenhuisweg, is er sprake van een verslechtering van het geluidklimaat. Op de Diakenhuisweg gaat het om een verkeerstoename van 130%, wat vergelijkbaar is met een toename van circa 4-5 dB. Dit betreft een waarneembare toename van de geluidbelasting voor de woningen langs deze weg.

Pagina | 21

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Daarnaast geldt dat met de voorgenomen ontwikkeling nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, gerealiseerd worden in een gebied waar de geluidbelasting hoog is. Dit leidt ertoe dat het aantal personen dat langdurig wordt blootgesteld aan relatief hoge geluidbelastingen toeneemt. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarmee tot negatieve effecten ten aanzien van geluid. Het is daarom noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen om deze negatieve effecten van deze toename te mitigeren. Het gaat daarbij niet alleen om maatregelen ten behoeve van de nieuw te realiseren woningen, maar ook ten behoeve van bestaande woningen. M+P heeft een quickscan uitgevoerd om te verkennen welke geluidbelasting kan worden verwacht ten aanzien van de nieuwe woningen binnen het plangebied. In dit onderzoek is M+P uitgegaan van de actuele situatie ten aanzien van industrielawaai en dus niet de volledige planologische mogelijkheden. Daarnaast is in de quickscan rekening gehouden met een snelheidsverlaging op de Amsterdamsevaart van 70 naar 50 km/u. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevels sterk varieert afhankelijk van de ligging ten opzichte van spoor, weg en industrie. De resultaten laten zien dat circa 40% van de gevels rechtstreeks voldoet aan de standaardwaarde voor weg-, rail- en industrielawaai. In Figuur 3-5 zijn dit de niet ingekleurde gevels.

Dit betreft met name de gevels die zijn gericht op de binnenterreinen van gesloten bouwblokken en gevels die afgeschermd liggen ten opzichte van de dominante geluidbronnen. Bij ongeveer 60% wordt de standaardwaarde overschreden. Dit zijn de gekleurde gevels in onderstaand figuur. Het gaat met name om gevels aan de buitenzijden van bouwblokken en torens die direct zijn blootgesteld aan spoor- en wegverkeer. Voor deze gevels zijn aanvullende randvoorwaarden en maatregelen nodig om de woonkwaliteit te waarborgen, maar zolang wordt voldaan aan de geldende toetsingskaders blijft woningbouw hier toelaatbaar.

Figuur 3-5 Overschrijding standaardwaarde in Oostpoort. Wit = geen overschrijding van de grenswaarde. Groen = overschrijding van 1 – 3 dB. Geel = overschrijding van 4 – 5 dB. Oranje = overschrijding van 6 – 8 dB. Rood = overschrijding van meer dan 8 dB.

Slechts een klein deel van de gevels – circa 2% – overschrijdt niet alleen de standaardwaarde, maar ook de grenswaarde. In Figuur 3-6 zijn dit de blauw gekleurde gevels en deze liggen met name nabij het industrieterrein en langs de N200. Daarom is het ten aanzien van het industrieterrein Waardepolder en de N200 noodzakelijk om te verkennen of bronmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelasting te verlagen. Ten aanzien van de N200 kan gedacht worden aan geluidreducerende wegverharding of het plaatsen van geluidschermen. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op maatregelen ten aanzien van industrieterrein Waardepolder. Indien Pagina | 22

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

bronmaatregelen niet mogelijk zijn bij deze gevels moeten zwaardere, gebouwgebonden aanvullende maatregelen getroffen worden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creëren.

Figuur 3-6 Overschrijding grenswaarde in Oostpoort (blauw).

Dezonering industrieterrein Waardepolder De ontwikkelingen uit het Masterplan zijn voor een deel beoogd binnen het industrieterrein Waarderpolder. Daarmee vormt de huidige geluidzonering van industrieterrein een belemmering voor de ontwikkeling omdat de huidige zonering van het industrieterrein leidt tot een overschrijding van de grenswaarden voor industrielawaai bij de toekomstige woningen. Het vormt niet alleen een belemmering voor de ontwikkeling, maar leidt ook tot negatieve (gezondheids)effecten. Een hoge geluidbelasting door industrielawaai kan namelijk leiden tot klachten zoals geluidhinder, slaapverstoring en stress. Royal Haskoning heeft onderzocht in welke mate aanpassing van de geluidzonegrens van het industrieterrein nodig is om woningbouw binnen het plangebied mogelijk te maken. Daarbij is gekeken naar verschillende varianten van gedeeltelijke dezonering, in relatie tot de beschikbare geluidruimte, de belangen van het industrieterrein en de beoogde woningbouwontwikkeling. Uit deze analyse blijkt dat het randvoorwaardelijk is om het zuidelijk deel van het industrieterrein, zoals weergegeven in Figuur 3-7, te dezoneren. Daarmee komt de 55 dB(A)-zonegrens buiten het plangebied te liggen (zie Figuur 3-8) en kan voldaan worden aan de grenswaarden voor industrielawaai.

Daarmee neemt de geluidbelasting ten aanzien van industrielawaai af ten opzichte van de bestaande maximale planologische mogelijkheden. Dit leidt ertoe dat, ten opzichte van de referentiesituatie, minder personen worden gehinderd en de kans op gezondheidseffecten door industrielawaai wordt verkleind. Dit heeft niet alleen een positief effect op de nieuwe woningen binnen het plangebied, maar ook op bestaande woningen buiten het plangebied, zoals in woonwijk Zuidpolder.

Pagina | 23

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-7 Te dezoneren gedeelte van industrieterrein Waardepolder (paars) ten opzichte van het plangebied (rood omcirkeld).

Figuur 3-8 Geluidzonegrens indien het zuidelijke deel gedezoneerd wordt (bron: Royal Haskoning)

Pagina | 24

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Mitigerende maatregelen Overdrachts- en bronmaatregelen Uit de beoordeling van het geluidonderzoek van M+P blijkt dat voor een deel van de woningen de in het masterplan opgenomen maatregelen niet toereikend genoeg zijn om een overschrijding van de standaardwaarde of de grenswaarde te voorkomen. Voor deze situaties zijn aanvullende, mitigerende maatregelen noodzakelijk in de vorm van overdrachts- en bronmaatregelen. Het betreft onder meer maatregelen die in het geluidonderzoek als uitgangspunt zijn meegenomen of naar aanleiding van berekeningen zijn voorgesteld, maar nog geen onderdeel uitmaken van het masterplan, zoals: • een voorgenomen verlaging van de geluidsproductieplafonds voor het spoor; • het toepassen van een geluidsscherm ter hoogte van het perron; • een geluidscherm langs het spoor in het verlengde van het perron; • toepassing van stil asfalt op de Amsterdamsevaart; • maatregelen aan de buitenruimte bij overschrijding van de standaardwaarde, waaronder gesloten balkonhekken met geluidsabsorberende plafonds, aanvullende verticale panelen bij industrielawaai en afsluitbare buitenruimten of balkonafschermingen bij hogere overschrijdingen; • gebouwgebonden, compenserende maatregelen bij overschrijding van de grenswaarde, zoals afschermende (vlies)gevels, gesloten borstweringen met aanvullende afscherming, verdiepingshoge balkonafschermingen bij scherende geluidsinval en

specifieke voorzieningen bij te openen delen (bijvoorbeeld Silentair‑systemen of Harbour‑fensters). Het onderzoek van M+P heeft alleen geluidseffecten op de toekomstige bebouwing in beeld gebracht, maar daarnaast zullen ook maatregelen getroffen moeten worden om effecten op bestaande woningen, zoals langs de Diakenhuisweg, te mitigeren. Deze toepassing van maatregelen zijn locatie- en woningtype-specifiek en moeten in het verdere ontwerpproces verder uitgewerkt worden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen. Geluidgezoneerd industrieterrein Waardepolder Uit de analyse van Royal Haskoning blijkt dat het dezoneren van het zuidelijke deel van het industrieterrein Waardepolder randvoorwaardelijk is om de ontwikkelingen uit het Masterplan mogelijk te maken en binnen het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen. Daarnaast leidt deze dezonering tot een positief effect, omdat het de kans op gezondheidsklachten door industrielawaai verkleind.

Conclusie Indien bij de verdere planuitwerking invulling wordt gegeven aan de genoemde mitigerende maatregelen, is er geen sprake van aanzienlijk nadelige milieugevolgen ten aanzien van het thema geluid.

3.3

Luchtkwaliteit Huidige situatie De belangrijkste luchtverontreinigende stoffen zijn stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Voor andere luchtverontreinigende stoffen geldt dat de concentratie in heel Nederland dermate laag is dat ze geen risico vormen voor de gezondheid. De concentratie stikstofdioxide binnen het plangebied is weergegeven op onderstaand figuur. Hieruit blijkt dat de concentratie binnen het plangebied ligt tussen de 15 en 18 μg/m3. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde (40 μg/m3), EU-richtlijn (20 μg/m3), maar niet aan de WHOadvieswaarde (10 μg/m3).

Pagina | 25

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-9 Concentratie stikstofdioxide in 2023 (bron: RIVM)

Ten aanzien van fijnstof (PM10) ligt de concentratie in het gehele plangebied tussen 15 en 16 μg/m3. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde (40 μg/m3), EU-richtlijn (20 μg/m3), maar niet aan de WHO-advieswaarde (15 μg/m3). Ten aanzien van fijnstof (PM2,5) ligt de concentratie in het gehele plangebied tussen 8 en 9 μg/m3. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde (25 μg/m3), EU-richtlijn (10 μg/m3), maar niet aan de WHO-advieswaarde (5 μg/m3).

Effecten In het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.54) zijn activiteiten benoemd die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen of de ontwikkeling van kantoorruimte met een bruto vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2. Deze ontwikkelingen hoeven niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide en fijnstof. De voorgenomen ontwikkeling betreft circa 900 woningen en circa 19.000 m2 bvo aan functies voor werken, voorzieningen en speciaal programma. Daarmee valt de ontwikkeling binnen de NIBM-regeling en wordt geen significante verandering in de achtergrondconcentraties van luchtverontreinigende stoffen verwacht. Ook geldt dat in de huidige situatie al ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden en EU-richtlijn ten aanzien van luchtverontreinigende stoffen.

Conclusie Er worden geen aanzienlijke nadelige gevolgen verwacht ten aanzien van het thema luchtkwaliteit.

3.4

Omgevingsveiligheid Antea Group heeft een onderzoek uitgevoerd naar omgevingsveiligheid (d.d. 13 januari 2026). Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen relevante risicobronnen aanwezig zijn. De dichtstbijzijnde risicobronnen, een hogedruk aardgastransportleiding en het bedrijf Teva Pharmachemie B.V., liggen op een dermate grote afstand dat deze onder de omgevingswet niet relevant zijn met betrekking tot de geplande ontwikkeling. Op onderstaand figuur is te zien dat het brandaandachtsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding (rood) en de plaatsgebonden risicocontour van het bedrijf Teva (blauw) niet tot het plangebied reiken. Daarmee worden geen aanzienlijke nadelige gevolgen verwacht ten aanzien van het thema omgevingsveiligheid. Pagina | 26

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-10 Ligging van de dichtstbijzijnde risicobronnen ten opzichte van het plangebied (bron: Antea Group)

3.5

Trillingen Gezien de ligging in de nabijheid van het spoor en de N200 is een quickscan trillingen (Antea group, 2026) uitgevoerd naar de te verwachten trillingen van (zwaar) verkeer op de beoogde ontwikkeling. Het doel van de quickscan is om vast te stellen in hoeverre een verhoogde kans op trillingshinder in voldoende mate is uit te sluiten.

Huidige situatie Het beoogde plan ligt binnen het aandachtsgebied van de spoorlijn Amsterdam Sloterdijk – Haarlem. Daarnaast ligt het plan in de nabijheid van de verkeersintensieve N200. Deze vormen van infrastructuur kunnen respectievelijke trillingen veroorzaken die zich via de ondergrond kunnen voortzetten naar de toekomstige bebouwing. De ondergrond ter plaatse is te typeren als een zanderig bodemprofiel (Figuur 3-11) wat gunstig is vanwege relatief hogere bodemdemping.

Figuur 3-11 Ondergrond in en rondom het plangebied

Pagina | 27

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Voor de beoordeling van trillingen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen • De toetsing vindt plaats volgens de SBR trillingsrichtlijn deel B (Hinder voor Personen); • Er wordt uitgegaan van nieuwbouw, waardoor er wordt gerekend met een hoge stijfheid van de gebouwconstructie; • Er wordt daarbij uitgegaan van betonnen vloeren, waarvoor standaard overdrachts- en opslingeringsfactoren gelden. • De maximale trillingssterkte (Veff,max) en waar nodig, de tijdsgemiddelde trillingssterkte (Vper)worden beschouwd in het onderzoek. • Voor de berekeningen is gebruikgemaakt van standaard geometrische uitbreidingsfactoren, waarbij een factor van 0,3 geldt voor lijnbronnen en een factor van 1,0 voor puntbronnen. Deze factoren beschrijven hoe de trillingssterkte afneemt met de afstand tot de bron. Een lijnbron verspreidt trillingen minder sterk in de ruimte dan een puntbron, waardoor deze factor lager is. Wegverkeer • Voor trillingen ten gevolge van de N200 is uitgegaan van zwaar busverkeer aangezien busverkeer doorgaans maatgevend is voor de maximale trillingssterkte; • De maximale trillingssterkte is bepaald met behulp van TNO Vibra Prediction; • Bronvermogens zijn gebaseerd op buspassages bij voegovergangen en reguliere wegdelen, waarbij zowel de overdracht van de ondergrond naar de fundering als de opslingering via lichte betonnen vloeren al verwerkt is in het bronniveau.

Figuur 3-12 Weergave locatie voegovergangen in wegdek (blauw), rijlijnen (rood), met beoogde bebouwing

Spoorverkeer • Uitgangspunt voor de berekeningen spoortrillingen is dat er zowel in de dag-, avond- en nachtperiode sprake is van zwaar (goederen)verkeer over de spoorlijn Amsterdam Sloterdijk – Haarlem. • De trillingssterkte op het maaiveld voor het rijden van zwaar materieel over ES-lassen is bepaald als 0,322 mm/s op 10 meter afstand tot het spoor (Figuur 3-13). • De trillingssterkte in de fundering is bepaald als 0,203 mm/s voor goederentreinen en 0,105 mm/s voor reizigerstreinen op 20 meter van het spoorlijn Amsterdam Sloterdijk – Haarlem • Voor de trillingssterktes op vloerniveau is daarnaast rekening gehouden met een overdrachtsfactor van 0,7 van maaiveld naar in funderingen, en een vergrotingsfactor van 1,8 voor een betonnen vloer, overeenkomstig met CUR 166.

Pagina | 28

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-13 Weergave locaties ES-lassen (groen), spoorbaan (rood), met beoogde bebouwing.

Effecten Wegverkeer Uit de indicatieve berekeningen van de maximale trillingssterkte (Veff,max) op vloerniveau volgt dat voor het gehele plangebied wordt voldaan aan de streefwaarde A1 van 0,1 mm/s. Dit betekent dat de optredende trillingsniveaus door wegverkeer, inclusief busverkeer op de N200, ruim onder de grenswaarden liggen. Hierdoor is het sterk aannemelijk dat een verhoogde kans op trillingshinder ten gevolge van wegverkeer op de voorziene woning in voldoende mate kan worden uitgesloten.

Figuur 3-14 Indicatief berekende contouren trillingsniveau Veff,max vanwege wegverkeer op vloerniveau van het beoogde plangebied

Pagina | 29

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Spoorverkeer Uit de indicatieve berekeningen van de maximale trillingssterkte (Veff,max) op vloerniveau volgt dat aan de noordzijde van het spoor de streefwaarde A1 van 0.1 mm/s wordt overschreden (Figuur 3-15). De voornaamste oorzaak hiervan zijn de passages van goederenvervoer. Voor het gehele plangebied wordt echter voldaan aan de streefwaarde A2 (0,2 mm/s in de nacht). Wanneer de streefwaarde A1 wordt overschreden en streefwaarde A2 niet, is een aanvullende beoordeling van het tijdsgemiddelde trillingsniveau (V per) noodzakelijk. Uit de indicatieve berekeningen volgt dat Vper maximaal 0,02 mm/s bedraagt, ruim onder de streefwaarde A 3 (0,05 mm/s) (Figuur 3-16). Daarmee kan worden geconcludeerd dat een verhoogde kans op trillingshinder door spoorverkeer in voldoende mate kan worden uitgesloten.

Figuur 3-15 Indicatief berekende contouren trillingsniveau Veff,max vanwege spoorverkeer op vloerniveau van het beoogde plangebied

Pagina | 30

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-16 Indicatief berekende contouren trillingsniveau Veff,max vanwege wegverkeer op vloerniveau van het beoogde plangebied

Mitigerende maatregelen Op basis van de berekende trillingsniveaus voor zowel weg- als spoorverkeer zijn geen mitigerende maatregelen noodzakelijk, mits bij de verdere uitwerking van het plan wordt uitgegaan van dezelfde uitgangspunten als in de quickscan zijn toegepast. Dit betreft met name het hanteren van (lichte) betonnen vloeren, de aangenomen hoge stijfheid van de nieuwbouwconstructie, en de zanderige ondergrond zoals voorafgaand aan het onderzoek is vastgesteld. Zolang de verdere planuitwerking in lijn is met deze uitgangspunten, blijven de trillingsniveaus binnen de streefwaarden van de SBR Trillingsrichtlijn deel B en kan trillingshinder in voldoende mate worden uitgesloten. Eventuele aanvullende maatregelen, zoals funderingsaanpassingen of trillingsreducerende voorzieningen, zijn daarom op basis van de berekeningen niet noodzakelijk.

Conclusie Op basis van de uitgevoerde quickscan kan worden geconcludeerd dat de te verwachten trillingsniveaus als gevolg van zowel weg- als spoorverkeer geen belemmering vormen voor de ontwikkelingen uit het Masterplan. Voor wegverkeer wordt in het gehele plangebied voldaan aan de streefwaarde A 1, waardoor trillingshinder in voldoende mate kan worden uitgesloten. Voor spoorverkeer treedt aan de noordzijde een beperkte overschrijding van de streefwaarde A1 op, veroorzaakt door goederenvervoer, maar binnen het gehele plangebied wordt voldaan aan de streefwaarden A2 en A3. Hierdoor blijft ook het tijdsgemiddelde trillingsniveau ruim onder de grenswaarde. Daarmee is het voldoende aannemelijk dat de kans op trillingshinder voor de toekomstige woningen en overige functies in voldoende mate kan worden uitgesloten en is er geen sprake van een aanzienlijk milieueffect.

Pagina | 31

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

3.6

Bodemkwaliteit Huidige Situatie Uit de bodemkwaliteitskaarten van de gemeente Haarlem blijkt dat de verwachte bodemkwaliteit van de bovengrond (0–0,5 m-mv) in het gehele plangebied Oostpoort voldoet aan de maximale waarden die passen bij de functie wonen (zie Figuur 3-17). Dit geldt ook voor de ondergrond (0,5–2,0 m-mv) in het deel van het plangebied ten noorden van de Amsterdamse vaart. In het zuidelijk deel voldoet de verwachte bodemkwaliteit aan de achtergrondwaarden, wat betekent dat hier een betere bodemkwaliteit verwacht wordt (Figuur 3-18). In de diepere ondergrond (2,0–5,0 m-mv) geldt voor het gehele plangebied dat voldaan wordt aan de achtergrondwaarden (Figuur 3-19).

Pagina | 32

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-17 Ontgravingskaart bovengrond (0 - 0,5 m-mv)

Pagina | 33

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-18 Ontgravingskaart ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv)

Pagina | 34

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-19 Ontgravingskaart diepere ondergrond (2,0 – 5,0 m-mv)

Effecten Door de ontwikkeling wordt binnen het plangebied wordt de functie wonen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat de bodemkwaliteit minimaal moet voldoen aan de maximale waarden voor de klasse Wonen, om negatieve gezondheidseffecten te voorkomen. Op basis van de bodemkwaliteitskaarten van de gemeente Haarlem laat Pagina | 35

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

zien dat in geen van de drie beschouwde dieptelagen de maximale waarden voor Wonen worden overschreden. Daarmee wordt binnen het gehele plangebied een bodemkwaliteit verwacht die past bij de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast maakt de ontwikkeling geen nieuwe bodembedreigende activiteiten in het plangebied mogelijk. Daarmee wordt er geen verslechtering van de bodem verwacht en is er geen sprake van aanzienlijk nadelige gevolgen ten aanzien van het thema bodem. Hierom worden er ook geen mitigerende maatregelen voorgesteld. Wel geldt dat toekomstige omgevingsvergunningen voor bouwen, verbouwen of functiewijzigingen moeten worden onderbouwd met een technisch bodemonderzoek. Dit sluit aan bij gebruikelijke zorgplicht en regelgeving en zorgt ervoor dat eventuele plaatselijke verontreinigingen vroegtijdig worden vastgesteld en, indien nodig, beheerst.

Conclusie Mits in de verdere planuitwerking en uitvoering aandacht wordt besteed aan locatiespecifiek bodemonderzoek, passende beheersmaatregelen en naleving van de geldende zorgplicht worden geen aanzienlijk nadelige milieugevolgen verwacht.

3.7

Natuur Het natuuronderzoek valt onder te verdelen in twee categorieën: gebiedsbescherming en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming worden beschermde natuurgebieden en de daarin beschermde habitatsoorten beschouwd. Voor soortenbescherming draait het om beschermde flora en fauna. Voor de ontwikkelingen uit het Masterplan heeft Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd (december 2025).

Huidige situatie Het plangebied kent in de huidige situatie een overwegend stedelijk en infrastructureel karakter, met beperkt aanwezige groene en natuurlijke elementen. Binnen en direct rondom het gebied komen groenstroken, watergangen en opgaande beplanting voor, die samen een ecologische overgang vormen tussen de verstedelijkte omgeving en het omliggende landschap. De watergangen hebben begroeide oevers met voornamelijk riet. De groen‑ en waterelementen bieden lokaal leefgebied en migratieroutes voor algemene flora en fauna, maar vormen geen aaneengesloten of robuust natuurgebied. De aanwezige natuurwaarden zijn daarmee kleinschalig en versnipperd en staan onder invloed van de omliggende infrastructuur en bedrijvigheid. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is KennemerlandZuid (zie onderstaand figuur). Kennemerland-Zuid is een uitgestrekt duingebied aan de zuidkant van het Noordzeekanaal. Het is een reliëfrijk en landschappelijk afwisselend gebied, dat grotendeels bestaat uit kalkrijke jonge duinen in combinatie met ontkalkte oude duinen. Het gebied ligt op circa 4 kilometer van het plangebied en is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn. Het betreft een stikstofgevoelig gebied.

Pagina | 36

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-20 Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Bron: QGIS, PDOK Services, 2025)

Natuurnetwerk Nederland In het plangebied bevindt zich geen Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is op ongeveer 100 meter ten noordoosten van het plangebied gelegen (Figuur 3-21). Dit betreft het NNN-gebied Schoteroog, Waarder- en Veerpolder, Mooie Nel en de Liede. Het gaat hier om een groter aaneengesloten gebied wat onderdeel vormt van de ecologische groenblauwe structuur aan de oostzijde van Haarlem.

Pagina | 37

Plan-mer-beoordeling Masterplan Hart voor Oostpoort, Haarlem projectnummer 0505018.100 17 april 2026 Gemeente Haarlem

Figuur 3-21 Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN. Bron: QGIS, PDOK Services, 2025.

Overig provinciaal beleid provincie Noord-Holland Het plangebied ligt aan de oostzijde zeer beperkt binnen de begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) (Figuur 3-22).

Figuur 3-22 Ligging van het plangebied ten opzichte van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Bron data: provincie Noord-Holland. Bron achtergrond: ESRI-luchtfoto.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16864970/1