CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

14-11 Transcript Gemeente Haarlem Commissie Samenleving

commissie Samenleving 4 december 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 14-11-2024 (alleen naar aanleiding van)14.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 14 november 2024 Wethouder Van Loenen: We zijn er, dank u voorzitter voor deze mogelijkheid. Even kijken. In het coalitieakkoord is afgesproken om het innen van de eigen bijdrage voor de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang te versimpelen. Bijvoorbeeld door deze automatisch in te houden op de uitkering. Ik kan u mededelen dat uitvoerbaarheid is onderzocht en we ernaar streven om per januari 2025 te starten met de inhouding van de eigen bijdrage op de uitkering voor vrouwen met en vrouwen zonder kinderen die in de vrouwenopvang verblijven. Een half jaar na implementatie wordt deze nieuwe vorm van innen van de eigen bijdrage geëvalueerd en deze inzichten worden dan gebruikt voor de maatschappelijke opvang. Wat de maatschappelijke opvang betreft, heeft de brede centrale toegang in 2023 verbeteringen doorgevoerd in haar werkwijze rondom het innen van de eigen bijdrage. En hierdoor wordt financiële problematiek eerder gesignaleerd en kan deze eerder worden opgelost. Dat was mijn mededeling. En misschien met uw permissie voorzitter. Omdat ik ook naar de commissie ontwikkeling moet, zou ik nog graag iets willen zeggen. Ik begreep dat er een verzoek was van in ieder geval GroenLinks over het agenderen van de Familieschool in het A-dossier Kinderarmoede.

En daarover wil ik toch wel meegeven dat we al heel erg ver zijn met het actualiseren van het minimabeleid. Dat betekent dat het ook echt in de afrondende fase is. Dus het toevoegen van een onderwerp, wat ook nog eerst dan hier zou moeten worden besproken, leidt eigenlijk tot heel erg veel vertraging in dat actualiseren van het minimabeleid waar het Kinderarmoede dossier een onderdeel van is. En in dat opzicht is het misschien beter om gewoon de artikel 32 vragen te agenderen en die hier te bespreken. Dan het nu in Kinderarmoede toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel wethouder, wens ik u veel sterkte vandaag bij de commissie Ontwikkeling, zeker sterkte. 1.

Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dan gaan we door met punt 1, de opening en mededelingen. Want wij hebben een bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Özogul van de SP. Die is vanavond niet aanwezig. Anders berichten van verhindering van uw collega’s ontvangen? Nee. Dan vraag ik u om de agenda te trekken voor de bijeenkomsten. We hebben er twee, drie zelfs die ik u mee wil geven. Er gaat een intekenlijst rond voor de ontmoeting tussen de Haarlemse raad en de ambtelijke organisatie. Die bijeenkomst gaat plaatsvinden op 26 november om vijf uur in de Zijlpoort, kunt u zich via de intekenlijst op intekenen. Ook een intekenlijst voor een gesprek met de directie van het Spaarne Gasthuis. Dit gesprek gaat plaatsvinden op maandag 2 december tussen zes en half acht. Ook hiervoor kunt u zich aanmelden. Hierbij aanwezig of in ieder geval worden uitgenodigd, de commissies Samenleving en Ontwikkeling, twee commissies. Punt drie dat ik voor u heb, gaat over de workshop Hoe vind ik financiële dekking voor mijn moties en amendementen? Die gaat plaatsvinden op maandag 20 januari 2025 tussen zes en zeven. Tot slot wil ik uw aandacht vragen voor een e-mail die vanuit de griffie is verstuurd over de enquête A-dossier. We zouden het zeer waarderen voor de evaluatie hiervan, als u die voor ons in zou willen vullen.

Dan wordt uw input meegenomen in de uiteindelijke evaluatie van hoe wij dit proces met elkaar hebben doorlopen. Tot zover dus de opening en mededelingen.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Ga ik met u door naar agendapunt 2, het vaststellen van de agenda kan de agenda conform worden vastgesteld? De heer Van den Raadt, gaat uw gang.

1

De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik stel vast dat de agenda op vrijdag er anders uitzag op maandag. Op vrijdag stond er nog een punt om 9 uur 40 wat geagendeerd was door Trots Haarlem en op maandag was dat verdwenen. Hoe kan dat? De voorzitter: Ik had je erover gemaild. Dat heeft te maken met de verlate aanlevering van dat stuk en dat stuk wordt verplaatst naar de tweede vergadering van december. Dus mocht u de informatie willen vinden, dan kunt u die vinden in uw eigen inbox. Dan heb ik drie agenderingverzoeken ontvangen. Als eerste het verzoek van mevrouw Hamzad, misschien kunt u dat dan ook samen nemen met uw mededeling die wilde doen en heeft aangekondigd. Gaat uw gang. Als u ze nog wil toelichten in ieder geval, hoeft niet mag wel. Mevrouw Hamzad: Agenderingsverzoek hoef ik niet toe te lichten, maar misschien wel het voorstel voor de raad. Dank u wel voorzitter. Wij hebben wekenlang uitgekeken naar deze dag, naar deze kans om het Familieschool-model te verkennen. En een raadsmarkt voor te stellen. Dit initiatief is meer dan een antwoord op een vraagstuk, het is een visie op de toekomst van ons onderwijs en onze jonge generaties.

Voorzitter, de aanleiding voor het indienen van een artikel 32 agenderingverzoek en organiseren van raadsmarkt kwam voort uit het verlangen om nieuwe oplossingen, inzichten te vinden voor de uitdagingen waar onderwijs en onze samenleving dagelijks tegenaan lopen. De ervaring in Amsterdam toont aan dat het Familieschool-model kan bijdragen aan meer gelijke kansen voor kinderen. Tegelijkertijd hun ontwikkeling ondersteunt en houdt de lijnen naar goede zorg en passende ondersteuning kort. Omdat het een vrij nieuwe model is en wij ons kan heel goed voorstellen dat er veel vragen zijn, stellen wij voor om een informatieavond, een raadsmarkt te organiseren. Tijdens deze avond kan iemand uit het werkveld een toelichting geven en vragen beantwoorden. Maar ik kijk uit naar jullie ideeën en de steun voor deze informatieavond, dank u wel. De voorzitter: Dan hebben we twee dingen. We hebben een verzoek tot het houden van een informatiebijeenkomst, we hebben het agenderingverzoek voor uw artikel 32 vragen. En waar wethouder Van Loenen net ook al even aan refereerde was, dat u uw punten over de Familieschool of het Familieschoolmodel ziet als integraal onderdeel van het A-dossier. Nu heeft u wethouder Van Loenen net ook gehoord en is eigenlijk mijn vraag eerst even aan u, voordat ik aan de commissie ga vragen hoe gaan we hiermee verder, wat u met die opmerking wil.

Mevrouw Hamzad: Wel graag artikel 32 alsnog agenderen. De voorzitter: Als ik u dan goed begrijp, maar dan hoop ik dat even ja of nee knikt, vindt u niet dat het integraal onderdeel moet uitmaken van het A-dossier? Mevrouw Hamzad: Klopt, maar voor nu willen we graag op de agenda zetten. De voorzitter: Uitstekend. Dan gaan we beginnen met het punt over het agenderen van uw artikel 32 vragen voor een toekomstige vergadering. Als daar steun voor vanuit de commissie is, dan mag u uw hand opsteken als u wilt dat we de artikel 32 vragen van de GroenLinks-fractie agenderen. Artikel 32 vragen gaat over de Familieschool of het Familieschool-model. We hebben geen mogelijkheden tot vraag stellen. Even allemaal handen omhoog als u dat wil steunen, kan ik even goed kijken. Daar is voldoende steun voor. Gaan we dat een toekomstige keer. Dan het organiseren van een raadsmarkt ter voorbereiding op de agendering dan? Ga je gang.

2

Mevrouw Hamzad: Voorzitter omdat we kunnen goed voorstellen dat … Het is een vrij nieuwe programmamodel en er zijn vast veel vragen, dus op die manier ter voorbereiding van artikel 32. Een raadsmarkt kan meer inzicht en ondersteuning geven. De voorzitter: Dan gaan we nog heel even kijken naar de exacte vorm, daar zullen we communiceren. Maar in ieder geval een informatiebijeenkomst is wat u vraagt en daarvoor kijk ik naar de commissie of er voldoende … Wethouder? Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter dank, ook en dank dat u zo betrokken bent bij het onderwerp. Ik heb het al eerder gezegd, bij mondelingen vragen in het vragenuur, maar ook weleens bij bespreking van onderwijsdocumenten, wij hebben met elkaar bestuurlijk, dus wethouder Van Loenen en ik en ook verschillende ambtenaren, gesproken met de initiatiefnemer van de Familieschool. En het concept is geen concept, het is niet een franchiseformule, het is eigenlijk hoe haal je functies in de school die van waarde zijn voor die school? Nou daarvan heb ik ook al eerder tegen u gezegd, dat doen wij hè. Wij kijken bij elke school, moet daar inderdaad een kinderdagverblijf bij, kan de woningbouwcorporatie ook een plekje krijgen als het nodig is in die buurt. Dus ik heb gezegd, dat doen we. En ik wil deze reflectie wel aan u als commissie meegeven. Uw tijd is kostbaar.

U bent hier vaak al twee à drie avonden in de week en als u nou specifiek over dit thema een hele avond hier gaat zijn, kan ik me afvragen of dat voor u van waarde is van uw tijd. Dus dat is alleen de reflectie wil ik doen, verdiep u vooral in alle thema’s die u wil dat, is aan u, maar dit is in ieder geval wat ik u ter reflectie wil meegeven. De voorzitter: U wil daarop reageren, dat mag. Mevrouw Hamzad: Dank voorzitter. En volgens mij gaat niet om hele avond wat wethouder aangeeft. Het gaat om een uurtje. Dank u wel. De voorzitter: Dat is de overweging die de commissie zelf maakt. Gaan we kijken of er voldoende steun is voor het organiseren van deze raadsmarkt. Graag bij, wat … Mevrouw Hamzad: Het gaat om technische sessie, een informatieavond. De voorzitter: Dat is wat we net zeggen, daarover vraag ik u nu of daar voldoende steun is om dat te organiseren. Als u die sessie inderdaad wilt zien en die bijwoont, dan zie ik graag dat u nu uw hand opsteekt. Dat is onvoldoende, dus dat doen we niet. Dan hebben we zo in ieder geval de agenderingsverzoeken van GroenLinks en de mededeling behandeld. Gaan we door naar het agenderingsverzoek van de fractie van de VVD. De heer Baars, gaat uw gang. Als u hem wil toelichten, hoeft natuurlijk niet, mag wel. De heer Baars: Een kleine toelichting.

Eerder bleek dat er voor onderwijs 130 miljoen euro nodig was, daar hebben we 80 miljoen als raad voor uitgetrokken en dat leek voldoende. Maar toen kwamen er verontrustende berichten vanuit het Hams dagblad dat het misschien toch niet voldoende was. En toen dacht ik, moeten we dit hier nu agenderen of op een ander moment? En niemand kon daar meteen licht in het duister werpen. Dus ik stel voor dat we het toch gaan bespreken gezien de signalen en omdat er op een aantal technische vragen over halen we het of halen we niet, ook nog geen antwoord is gekomen. Maar ik ben benieuwd ook hoe de rest erover denkt. Dank u wel. De voorzitter: Dat is uw toelichting. Kijken we naar de commissie, als er voldoende steun is dan agenderen we het, anders niet. Graag uw hand opsteken als u dit agenderingsverzoek steunt. VVD steunt het zelf niet eens,

3

dat is … Ik weet of het een goed idee is als u bij de Partij van de Arbeid gaat afkijken. Daar is onvoldoende voor, dus dan gaan we dat niet bespreken. Ga ik door naar de Partij van de Arbeid, mevrouw Bastiaans. Wilt u het nog verder toelichten of denkt u het is voldoende? Mag hoor. Mevrouw Bastiaans: Heel kort, wij gaan eigenlijk alleen natuurlijk over onderwijshuisvesting en hier gaat het over meer ook spreiding van onderwijs. En we hebben bijvoorbeeld in het verleden ook wel gehad dat we VWO in Schalkwijk willen en zo. En dat soort dingen, de visie van deze commissie op de spreiding van het onderwijsaanbod, dat gaat in die plannen terechtkomen, in het beleid. Dat zouden we graag ook dan met de wethouder willen bespreken of horen wat zijn inbreng zal zijn bij de bespreking. En daar zou ik graag een voorstel voor willen doen omdat te bespreken. De voorzitter: Duidelijk, dank u wel. Gaan we kijken of daar voldoende steun voor is. Als u dit voorstel steunt om dit te agenderen dan steekt u nu uw hand op. Daar is voldoende steun voor. Dus dat gaan we een toekomstige keer agenderen. 3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Gaan wij door naar punt 3, mededelingen van commissieleden en wethouders, zijn er anders nog commissieleden die nog een mededeling hebben? Nee. Wethouder heeft u nog mededelingen? Ook niet.

4.

Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Gaan we door naar punt 4, informatie uit de regionale samenwerkingsverbanden, heeft u daar nog updates over? Nee, ook niet.

5.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Agendapunt 5 dan, de agenda voor de komende vergadering(en), jaarplan en actielijst. 21 november vergaderen we in ieder geval niet, 4 december wel, dan hebben we ons jaarlijkse bezoek van de schoolbesturen waarmee wij de jaarverslagen gaan bespreken. Er zijn al technische vragen door de Partij van de Arbeid voor ingediend voor die bespreking. Waarvoor dank, dat wordt gewaardeerd dat die op tijd zijn aangeleverd. En op donderdag 12 december hebben we in ieder geval al de MRA-West Beter in balans als agenderingsverzoek en hetgeen wat we dan bespreken. Ik moet u de locatie voor de vergadering van 4 december nog wel even schuldig blijven. Daar wordt naar gekeken waar dat gaat zijn. Verder commissieleden opmerkingen over de komende vergadering(en), jaarplanning en actielijst? Nee.

6.

Transcript commissie d.d. 17 oktober (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Punt 6. Het transcript van de vergadering van 17 oktober is nog niet ontvangen. Die komt bij de commissievergadering van 4 december.

7.

Tussen gezin en jeugdhulp: preventief aanbod in de gemeente Haarlem De voorzitter: Gaan we door naar punt 7, het eerste punt ter bespreking. Tussen gezin en jeugdhulp, het preventief aanbod in de gemeente Haarlem. In de nota wordt een overzicht gegeven van de huidige preventieaanbod met betrekking tot de jeugd en er wordt aangegeven op welke thema's het preventiebeleid de komende jaren wordt gericht. Aan wie van de commissie mag ik, nadat we de wissel hebben gedaan, als

4

eerste het woord geven? Uitstekend, zo direct de heer El Aichi, maar even wachten nog. De heer El Aichi namens het CDA als eerste het woord. De heer El Aichi: Dank u wel voorzitter. Voorkomen is beter dan genezen, dat is waar de preventieve jeugdhulp om draait. Als ik naar het stuk kijk dan lees ik dat de Haarlemse samenwerking tussen consortia en de partijen in dit voorveld niet op gewenst niveau is. Als ik weer verder in het stuk lees, dan zie ik dan lees ik dat Buurts … Even kijken, dat er gesprekken plaatsvinden met Buurts om hun rol in het jongerenwerk te versterken. Dan kan ik alleen maar concluderen dat er helaas onvoldoende vooruitgang wordt geboekt in het realiseren van de doelen. Wanneer ‘…’ jeugdigen in de sociale basis moeten worden opgevangen, verwacht ik bepaalde expertise, inzet en professionaliteit. Het stuk is niet concreet genoeg. Ik zou graag concrete maatregelen willen zien. Volgens mij is er voldoende aanbod in Haarlem, maar deze is versnipperd. Er zou meer samengewerkt moeten worden tussen instellingen, zoals bijvoorbeeld jongerenwerk, schoolmaatschappelijk werk, gezinscoach, psycho-educatie, voorlichting, signalering en pedagogisch ondersteuning. Daarnaast de nadruk leggen op het versterken van het collectieve opvoed- en opgroeiklimaat, gericht op verschillende levensfases en de natuurlijke omgeving van kinderen, jongeren en hun ouders.

Om daar invulling aan te geven, denk ik aan voorlichting, signalering een lichte opvoedondersteuning bij vindplaatsen zoals scholen, kinderopvang en verenigingen. Tot zover, voorzitter, dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Lammertse, u heeft een interruptie of is het uw termijn? Gaat uw gang. Dat heb ik gefikst, heel mooi, gaat uw gang. Mevrouw Lammertse: Dank u wel voorzitter. We zijn heel blij met het geboden overzicht. Zeker ook die online tool, die geeft een heel mooi overzicht en dat laat ook zien hoeveel mensen er zich in Haarlem echt met hart en ziel inzetten voor onze jeugd. Maar toch zien we ook dat de druk op de jeugdzorg nog steeds toeneemt en het aantal zorgvragen ook nog steeds stijgt. En dat stelt ons voor de vraag over deze preventiemaatregelen, werken ze dan niet of zijn ze niet goed genoeg of bieden we niet de juiste opties aan onze jeugdigen? Mijn vraag is of de wethouder hier zijn visie met ons kan delen. Als je dan landelijk zoekt naar gemeenten waar het volgens het Nederlands Jeugdinstituut in elk geval echt goed gaat met jeugdpreventie, dan komen bijvoorbeeld uit op Rotterdam. En daar werken ze met een heel sterk wijkgerichte, data-gedreven aanpak, op basis van kwantitatieve en kwalitatieve data met lokale partners. En dat werkt zo goed dat er inmiddels ook andere gemeenten mee aan de slag zijn gegaan.

Maar als wij in onze stukken teruglezen, dan zien we eigenlijk vooral dat het gebiedsgericht werken niet zo goed van de grond komt. En dat het voorveld en jeugdzorg elkaar niet goed weten te vinden. Maar waarom dat zo is, dat blijft steeds onduidelijk. We hebben het eerder gehoord, we lezen het hier ook terug. Mijn vraag is, kan de wethouder ons vertellen of er nou helder is welke knelpunten hier zijn en hoe deze in de komende periode opgelost gaan worden? En tot slot ook een financieel punt, we hebben nu voor het eerst eigenlijk voor mijn gevoel een helder overzicht van welke bedragen er gemoeid zijn met preventie. We geven daar grofweg 2,8 miljoen aan uit. Tegenover zeg 45 miljoen in een programmabegroting voor 2025 voor jeugdzorg. En dan vraag ik me af, als voorkomen beter is dan genezen, zouden we niet meer moeten investeren in de preventie dan we nu doen? Hoe ziet de wethouder dat? Dank u wel. De voorzitter: En u dank voor uw bijdrage. Wie dan? Gaat uw gang. De heer Procee: Dank wel voorzitter. Preventie is belangrijk natuurlijk, en het is goed dat het er is. We zien ook wel dat het beter moet, dus dat is een beetje zorgwekkend. En tegelijkertijd politiek bedrijven is ook keuzes maken en soms hele moeilijke keuzes. En we zien nu dat preventie in feite ingezet wordt om vastlopende jeugdzorg wat te ondersteunen.

En als we nu goed kijken, dan zien we een eigenlijk urgenter probleem dan de

5

preventie en dat ze de wachtlijst voor specialistisch GGZ. Die problematiek is zo urgent dat als je moet kiezen tussen preventie of wachtlijsten wegwerken, dan kunnen we die keuze eigenlijk niet maken. Vraag aan de wethouder wat betekent normaliseren eigenlijk? Is dat ongeveer hetzelfde als toegang tot zorg moeilijker maken? Of misschien zelfs toegang tot preventie moeilijker maken? Uitstellen van zorg kan tot meer noodzakelijke zorg leiden later, daarvoor is preventie belangrijk, maar op dit moment wordt ook zorg uitgesteld. Dus is het niet belangrijker om nog meer op de zorg in te zetten, zodat niet de preventie het afvoerputje van de zorg wordt? En uiteindelijk vinden we het belangrijk dat je moet vertrouwen op de verwijzers, want zij weten natuurlijk het beste of jeugdzorg nodig is. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Wie dan? De heer Baars namens de VVD. De heer Baars: Dank u wel voorzitter. We hebben natuurlijk al eerder gezegd, Nederland heeft ongeveer de gelukkigste jeugd van de wereld, maar we hebben een op de zeven jongeren in complexe jeugdzorg zitten. We zijn het allemaal over eens, dat moet anders. Dus uitstekend dat er wordt ingezet op preventie. Het is immers belangrijk dat we allemaal met gelijke kansen en met een gezond gestel en gezonde fysiek de wereld in kunnen trekken, met name onze jongeren.

Maar we hebben daarover ook wat zorgen, zoals door het CDA ook gemeld. Wat mij voor het eerst, of de VVD, echt opviel, het is een enorm versnipperd aanbod. En wethouder zou dat niet iets meer op een bepaalde manier beter kunnen stroomlijnen. Dan, dat heeft GroenLinks ook al min of meer gezegd, de meetbaarheid van de resultaten. We steken daar nu ruim 2 miljoen euro in, maar wat komt er nu eigenlijk daadwerkelijk van terecht? Want we zien aan de ene kant dat dus kosten voor jeugdhulp gestegen zijn van 25 naar 45 miljoen, we geven 2,8 miljoen, zeg ik nu uit mijn hoofd, uit aan preventieve maatregelen. Maar wat zijn nu eigenlijk de effecten van deze maatregelen, kan de wethouder daar iets zinnigs over zeggen? Ik weet dat er dan een antwoord gaat komen als, het is altijd moeilijk te zeggen met preventie, maar laten we toch eens een poging wagen dit keer. Dan werd er vanuit GroenLinks nog geopperd laten we meer geld naar preventie doen. Dat weet de VVD niet zo zeker als we niet weten wat de resultaten zijn of als we niet weten hoe we het gaan meten. Waarom zouden we er dan meer geld insteken? Ik zou eerst wel eens willen weten, als we nou eens wijkgericht en data-gedreven preventie gaan voeren, wat zijn de mogelijke effecten? Wat is dan de beste preventie in de ogen van de VVD? En dat raadt u natuurlijk al, sport, laten we daar vooral op inzetten.

Dat vindt de VVD sowieso een goed idee. En dan is het weer jammer om te zien, vorige commissie ook gezegd, dat het beleid en uitvoeringsplan Beweegvriendelijke omgeving alweer na 2025 is geschoven. En dat brengt ons ook straks weer bij de raadsjaarplanning waarbij allerlei goede ideeën zijn, maar die allemaal weer voor ons uit worden geschoven. Lang verhaal kort, preventie is erg goed. Zet daarbij in op sport en komt ook daadwerkelijk in actie. Meet daarbij de resultaten en doe dat graag gefocust en niet versnipperd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Scholten namens Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel voorzitter. Alleen sport is echt niet voldoende als preventie, laat ik dat even vooropstellen. Ik bedoel, ik werk al heel lang met kinderen die in de problemen zitten. We hebben echt meer nodig dan alleen maar sport. Dat wil ik even vooropstellen. Ik denk dat ik … De voorzitter: De heer Baars. De heer Baars: Dit vind ik een klein beetje een simplificatie van mijn betoog is niet zo dat de VVD alleen inzet of sport. Dus ik ben vooral benieuwd wat u verder nog als belangrijke punten ziet. Maar ik wil dat toch even opmerken.

6

De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: En dat wou ik even kwijt want het wordt wel vaak net te makkelijk gezegd, wat mij betreft. Van de week sprak een collega me aan van, kan jij eens proberen uit te zoeken hoe het eigenlijk zit met het aanbod van activiteiten voor jongeren in de leeftijd van twaalf tot zestien. Want zij was in de vakantie echt op zoek naar iets om haar zoon van veertien te laten doen, want die verveelde zich en ging op straat hangen. En die liep daar ook in de fuik van net niet helemaal de lekkere groepjes, toch ook een risico op gaan roken, vapen, drinken enzovoorts. En zij zei, ik kan echt niks vinden wat geschikt is voor mijn zoon. Want bij Flinty’s past hij niet, dat is zijn groepje niet. Bij Hattrick of Triple Thread aan het sporten, dat was hem ook niet. En eigenlijk is er dan heel weinig. Ik ben zelf ook al een tijdje bezig om op de sites het jongerenaanbod te bekijken. Het is gewoon niet zo heel ruim en niet zo breed. Er zijn in heel veel wijken eigenlijk helemaal geen activiteiten voor jongeren. Of ze staan wel op de site incidenteel, maar dan worden ze gewoon ook niet uitgevoerd. Er is echt een probleem in de dekking in het preventieve aanbod. En aanwezigheid is preventie. Dat kan ik ook niet genoeg benadrukken. Je moet echt zorgen dat er mensen gewoon zijn.

Die altijd ze in de gaten houden, die kunnen toezicht houden en die ook kunnen ingrijpen. En dat hebben we heel weinig. Is er dan te weinig budget om die preventie dekkend over heel Haarlem op te zetten? Mijn collega van GroenLinks gaf het net al aan, 2,8 miljoen voor preventie versus 45 miljoen voor jeugdzorg. Ik zeg niet dat er budget bij jeugdzorg weg moet naar preventie toe. Maar als wij preventie daadwerkelijk belangrijk vinden, dan moeten we denk ik daar echt ook meer nog aan doen en dat is echt heel belangrijk. Wat is welzijn en wat is jeugdzorg, wat heb je nodig voor echt welzijn? We zien bij Buurts een grote ontwikkeling, die willen inderdaad dat aanbod ook aanbieden, maar ze hebben weinig mensen, ze hebben weinig dekking. En ik vermoed dat ze ook misschien wel gewoon te weinig financiën hebben voor die preventie. Boerhaave en Meerwijk hebben bijvoorbeeld geen jongerenaanbod, Noord heeft geen jongerenaanbod. En dan heb ik het niet over dat er helemaal niks is, maar niet in veilige hangplekken met toezicht of veilige activiteiten in de huizen van de buurt of van de wijk. Prisma is er niet meer, Delftwijk City is er niet meer, het is allemaal weg. In het Rozenprieel is het ook grotendeels weg. Ook weer niet alles, niet altijd, maar er is gewoon heel weinig. Het lijkt ook alsof er een kloof zit tussen het jeugdzorggebied en het preventiegebied.

Omdat die financieringsstromen, denk ik, dat mijn vermoeden, maar ik weet niet of dat waar is, misschien kan de wethouder daar wat op zeggen … Maar omdat de financieringsstromen uit twee verschillende budgetten komen, lijkt het wel alsof de overlap hier en daar ontbreekt. En dat mensen eigenlijk ook niet precies weten als ze in jeugdzorg zitten van, waar preventie aanbod? En als ze bij preventie zitten, waar kan ik mijn jongeren naartoe sturen als het echt niet gaat? Dat is voor nu denk ik even een korte samenvatting, want er komt een interruptie. De voorzitter: Inderdaad, de heer Jonker, gaat uw gang. De heer Jonker: Dank u wel. Ik ben benieuwd … Er is inderdaad heel veel niet meer, is dat vooral een kwestie van geld of ligt dat ook aan andere dingen? We waren deze week natuurlijk in Noord en er was ook Stichting Stad en die zeiden ook van, we willen heel graag iets in Noord doen, maar er is hier niet echt een initiatiefnemer of het moet toch meer vanuit de jongeren zelf komen. Dus ik ben benieuwd hoe u dat ziet. Mevrouw Scholten: Vind ik een goede vraag. Als je echt gaat wachten tot het vanuit jongeren zelf komt, dan is het vaak hangen in het park met alcohol, om maar wat te noemen. Ik bedoel, ik loop er vaak genoeg door het park dat ik denk, ik weet niet of dit nou zo leuk vindt.

Je kunt niet van jongeren verwachten dat ze zelf op metaniveau het initiatief gaan nemen om activiteiten te organiseren. Er zullen jongeren zijn die dat kunnen, maar de meesten kunnen dat gewoon niet. Je zult wel ze moeten meenemen, je zult dus ook wel echt moeten vragen wat ze willen. Mijn collega is daar gewoon een goed voorbeeld van. Die heeft een kind van veertien,

7

die hebt gewoon geen idee wat die met zichzelf aan moet in zo’n vakantie. De risico's zijn dan best wel groot dat je in het verkeerde groepje terechtkomt of dat je het verkeerde groepje om je heen gaat verzamelen en daar zelf ook een aandeel in hebt. En ik denk dat we daar best wel wat beter over na kunnen denken. En als ik nu kijk naar het aanbod in de stad, dan vind ik dat mager. De voorzitter: Dat was ook uw betoog? Helemaal goed. Mevrouw Moedt van de Partij voor de Dieren, gaat uw gang. Mevrouw Moedt: Ik kan me van harte aansluiten bij het pleidooi van Jouw Haarlem, was eigenlijk ook de kern van mijn betoog als moeder van een veertienjarige, die niet per se van sport houdt, niet van teamsport althans, en de Flinty’s in het Slachthuis te alternatief vindt. Hij weet van de gekkigheid niet wat hij met zichzelf moet doen. In de vakantie en ook na school zit hij continu op de telefoon. Het zou zo fijn zijn dat er in elke wijk een plek was, net als ik vroeger als veertienjarige naar een jongerencentrum ging, waar bandjes waren, muziek, toen nog bier, dat gaat niet meer tegenwoordig. Maar we hadden daar een plek om met elkaar te spreken en daar was een jongerenwerker met wie je kon praten als je ergens mee zat. Dat zou zo fijn zijn als dat in elke elk deel van Haarlem weer terug zou kunnen komen.

En hoe dat dan georganiseerd moet worden? Ik denk inderdaad, eens met Jouw Haarlem, dat je dat niet van de veertienjarige zelf kan verwachten, daar hebben wij als gemeente toch een rol in te spelen. De voorzitter: De heer Visser van de Partij van de Arbeid. De heer Visser: Dank u wel voorzitter. Wij kunnen ons aansluiten bij de inbreng van GroenLinks, D66, CDA. Jouw Haarlem en eigenlijk ongeveer wel alles wat aan tafel … Sorry. De voorzitter: De heer Jonker moet nog, dus u heeft een vooruitziende blik hier. De heer Visser: Want ook wij maken ons zorgen over een stadsdekkend aanbod. De meetbaarheid van het beleid dat we gaan voeren en delen van de stad waarin de buurt zelf nog vooral actief op de jongerenactiviteiten zit, zoals in de buurt van het centrum. Preventie is voor de PvdA belangrijk en als gesproken wordt over preventie denken wij bijvoorbeeld aan de jongerenorganisaties in onze stad, bijvoorbeeld bij het laatste toegestuurde preventie met gezag beleid. Dat was een mooi moment voor Buurts en die jongerenorganisaties om meteen aan tafel te zitten om te kijken waar elkaars kracht ligt. Vooral ook omdat Buurts aangeeft dat zij zichzelf nog een onvoldoende geven op jeugdwerk. Dus dan denk je, een en een is drie in dit geval.

Maar tot onze verbazing hoorden wij van onder andere Hattrick en Triple Thread dat zou tot nog toe niet betrokken zijn geweest met de voorbesprekingen rondom dit beleid. En dan denk ik, hoe kan dat nou? Want bijvoorbeeld bij Hattrick zit iemand die al jarenlang ervaring heeft met ambulant jongerenwerk en afgelopen december, bijna een jaar geleden, nog heeft aangegeven bij Buurts dat zij geïnteresseerd waren in het bieden van ambulant werk, mocht daar in de toekomst budget voorkomen. Dan denk ik, dit was een mooie kans geweest. En dan zijn alle jongerenorganisaties, die toch een beetje de voelsprieten zijn in onze wijken, niet betrokken. Dan vragen we ons af, hoe kan dit en kan de wethouder bijvoorbeeld Buurts aanspreken om ze aan te sporen om toch nog eens met deze jongerenorganisaties om tafel te gaan om te kijken wat daar de samenwerking kan zijn? Dan is er nog een vraag, kunnen wij als raad nog sturen op hoe deze budgetten worden verdeeld? Of is het zo dat budgetten vanuit dit preventiebeleid direct naar Buurts gaan en dat zij mogen beslissen waar welke gelden naartoe gaan? Want in dat geval is het zaak de organisaties en Buurts bij elkaar om tafel te zetten en goed overzicht te houden op de verdeling van deze budgetten.

Omdat wij als PvdA namelijk nog zat kansen zien voor jongerenorganisatie in onze stad binnen de huidige samenwerking om te groeien, maar dan moeten ze wel de kansen krijgen en dan moeten ze betrokken

8

worden bij voorbesprekingen en actief worden betrokken bij te maken beleid, in plaats van dat dat wordt doorgeschoven en dat er niemand wordt uitgenodigd. Dus ik ben benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Jonker van D66. We hebben hier een wachtrij, er wordt scherp opgelet. De heer Jonker: Dank u wel voorzitter. D66 sluit zich aan PvdA en eigenlijk ook bij de eerdere waar hij zich bij aansloot, want … Dus ook weer bij mezelf. Dekkendheid in de stad eigenlijk vinden wij ook heel belangrijk. Ik denk ook wel dat het nog even het moment is om wel uit te spreken natuurlijk dat wij wel blij zijn dat we natuurlijk extra middelen in de in de coalitie hebben afgesproken met zijn allen, om hier meer aandacht en simpelweg meer geld voor uit te trekken. En ook eigenlijk de pit hebben we net gestut bij de begroting dus we doen we doen echt wel wat. Maar er zijn zeker verbeterpunten en ik denk wat betreft preventie moeten we het ook een beetje hebben over de olifant in de kamer of eigenlijk is dat liever de, eigenlijk liever niet, de jongeren op het scherm. En dat is dus de smartphone en eigenlijk vooral de sociale media hierop voor jonge kinderen tot tieners.

Vijf uur per dag op je op de telefoon en eigenlijk TikTok is geen uitzondering meer en er zijn natuurlijk steeds meer aanwijzingen dat dit samenhangt met de verslechterende mentale gezondheid van jongeren. En dan kunnen we nog zoveel aan preventie gaan uitgeven in onze gemeente. Maar we vechten ook wel een beetje tegen de bierkaai. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Wat u kan, kan ik ook. Ten eerste even een klein beetje de advocaat van de duivel. Voor veel jongeren van tegenwoordig is de digitale wereld net zo'n echte wereld als de niet digitale wereld. Dus we moeten ook uitkijken dat we niet heel erg ongelooflijke Boomers zijn en zeggen … Dat is een. Twee denk ik en dat is een vraag aan u, als wij een goed dekkend en verwelkomend preventie-aanbod hebben, waarbij dus ook aanwezigheid is … Nogmaals aanwezigheid en aandacht is preventie wat mij betreft. Denkt u niet dat we dan de jongeren al vanzelf wat meer achter hun scherm vandaan trekken, dan als we gewoon zoals nu eigenlijk weinig aanbod hebben, met name ook in vakanties? De heer Jonker: Ja, dat denk ik op zich wel voor een deel. Ik denk alleen niet dat we er zoals gezegd alles kunnen gaan doen. Ik ging vroeger nooit naar een jongerencentrum en ik denk ook niet dat het onze ambitie moet zijn om alle Haarlemse jongeren in een bepaald iets van ons aanbod te krijgen.

Maar goed ik ben eigenlijk ook vooral benieuwd, daarom stel ik het ook aan de orde, van wat kunnen we daar meer aan doen? Want eigenlijk in mijn ervaring komt het nu vooral meer vanuit de ouders. Ik heb zelf ook in de klas van mijn dochter, die nog echt op de basisschool zit, maar een oproep rondgestuurd om iedereen eigenlijk zo lang mogelijk te laten wachten met een smartphone of anders in ieder geval een domme telefoon te geven. En dit soort oproepen komen op de basisschool eigenlijk tot nu toe vooral uit ouderinitiatieven. Je hebt dan smartphonevrij opgroeien, maar als ik dan ook de lijst zie, want dat kan je dan … Een soort landelijk netwerk. Welke Haarlemse scholen daar allemaal bij zitten dan is dat, misschien is dat niet verbazend maar Bos en Vaart, Dreefschool, De Ark Cirkel, Beatrix en daar missen gewoon nog … Dat dat zijn ze een beetje en dat daar missen gewoon een heel aantal scholen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Otten.? Mevrouw Otten: Ik zit eigenlijk met toenemende verbazing te luisteren naar dingen waarvan ik denk, is dit nou nog politiek? U heeft het over smartvrije school en er is ook een verantwoording van ouders, verantwoording

9

van kinderen zelf. Ik raak me even kwijt in uw betoog. Misschien is de vraag dan, vindt u dit nog politiek, de laatste drie, vier zinnen van uw verhaal? De heer Jonker: Ja hoor zeker, alles wat ik hier zeg is politiek en ik kom natuurlijk nog op wat we daaraan kunnen doen. En D66 is ook een partij die in principe heel veel verantwoordelijkheid bij de ouders zou willen neerleggen, maar we moeten mensen ook in staat stellen om er iets aan te doen. En ik wilde eigenlijk vooral komen, dat zijn ook scholen die missen zijn scholen met mensen die het iets minder hebben dan de gemiddelde Haarlemmer. En ik weet wel dat de wethouder hierover al met Haarlemse scholen in gesprek is gegaan. Maar ik wil wel de vraag stellen van, wat kunnen wij hier misschien nog meer aan doen als raad en als college? En misschien vindt u dan dat we er helemaal niks aan moeten doen, dat kan natuurlijk ook en dat is helemaal prima. Maar misschien zijn er ook meer partijen te vinden die zeggen van, we moeten misschien doen wat we wat we kunnen. Ik heb ook niet het antwoord, we hebben een beperkt roer in het onderwijs als gemeente, maar misschien kunnen we nog meer met scholen in gesprek, gaan we binnenkort ook maar hulpmiddelen bieden, stimuleren, jongeren media wijsmaken of lobbyen bij het kabinet en de EU voor strengere regelgeving voor sociale media? Dank u wel.

De voorzitter: Was het nog een interruptie mevrouw Otten? Dan uw termijn gaat uw gang. Mevrouw Otten: Ik ga daar niet meer heel veel over zeggen, maar natuurlijk maak me, dat zeg ik al vaker, heel veel zorgen over de toestand van de jeugd, de psychische toestand. Maar wat ik wel mis in alle betogen is toch het, laten we het noemen het eisend helpen. Er wordt heel veel nu aangeboden, er wordt heel veel van de overheid verwacht. Maar ik mis heel erg de oproep aan de ouders en aan de kinderen zelf om zelf ook wat te gaan doen. Als je verveelt, kan je ook een krantenwijk gaan doen. Verdien je ook nog wat? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van de Raadt, Haarlems Trots. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik zei net tegen mijn collega toen ik veertien was, had ik een krantenwijk. Dus inderdaad, ik had ook geen jongerenopvang in mijn buurt. En dan over die spreiding dat dat overal moet zijn, ik denk het zou misschien wel verfrissend zijn als je zegt dat die spreiding niet overal aanwezig moet zijn. Dat je die Flinty’s bijvoorbeeld in Noord of in Schalkwijk zet, zodat die jongeren uit het centrum ook eens andere kinderen ontmoeten in die buiten buurt. Dan kom je misschien ook wel tot hartstikke leuke ontmoetingen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb hier nu het idee dat we hier nu met zijn allen aan het zeggen zijn wat we wat we op ons veertiende deden.

Krijgen bijna zelf die behoefte ook, ik bakte broodjes op een camping, werkte uitstekend. Hele weekenden lang en daar was ik heel trots op destijds. Was gewoon … Ik werkte toen meer dan zeventien uur per week, dan was je gewoon onderdeel van de beroepsbevolking, toen al. Wie nog het woord deze in deze eerste termijn? Niemand meer. Mooi, gaan we naar de wethouder. Wethouder, wat deed u op uw veertiende? Wethouder Van Leeuwen: Volgens mij is het in ieder geval illegaal als op je veertiende al betaalde arbeid verricht die zwaar is. De voorzitter: Destijds nog niet. Wethouder Van Leeuwen: Maar dat verklapt u wellicht iets over uw leeftijd voorzitter. Commissie, heel veel dank voor uw betrokkenheid bij dit onderwerp. Want zoals u weet dit onderwerp gaat mij aan het hart, dit

10

gaat u aan het hart en dit gaat ook vele Haarlemmers aan het hart, want we willen dat goed gaan met onze jeugd. En u heeft veel gezegd, van heel hoog detailniveau tot een grotere beschouwing, werd zelfs om visie gevraagd. Anders dan ons voormalige premier hou ik wel van visie. Dus ik zal even van groot naar klein of van abstract naar concreet proberen langs de meeste van uw vragen te gaan en ik hoop daarmee wat inzicht te geven. In dat stuk heeft u ook … Dat heeft u deze week langs zien komen uit het college, ik denk in het jaarplan van het CJG staat misschien wel de mooiste tekening. Dat kwam ook in verschillende betogen langs, het begint eigenlijk bij het gezin, het gezin is het eerste schil en daar hoort veel te kunnen gebeuren om jongeren zich te laten ontplooien. Als dat dan niet lukt, komt er een schil eromheen, dat is vaak nog niet professioneel, niet nog niet betaald. Dat kan een oudoom zijn, een buurman, soms een voetbaltrainer als de jeugdige sport, die dan af en toe is een goed gesprek kan doen als diegene niet lekker gaat. Daarna kom je eigenlijk bij de schil waar we het nu over hebben, over preventief beleid. Waarbij je dan hoopt als mensen even over een drempel heen moeten, dat misschien bij een gesprek bij @ease of een twaalfweekse cursus bij Time To Change … Waar ik toevallig eergister was, ga ik straks nog wat meer over zeggen, denk ik.

Dat je daarmee weer gewoon verder kan, vooral in die pubertijd leeftijd. En als het echt niet goed gaat, dan kom je dus inderdaad bij jeugdhulp, waar we het vanavond niet over hebben. Die samenhang en die overlap die zou er inderdaad ook moeten zitten. En ik constateerde ook en verschillende van u zeiden het, dat landschap, hoe we dit georganiseerd hebben is gewoon in Nederland best lastig. En dat zie je eigenlijk ook met de financiering, waar de Jeugdwet een openeinderegeling en waarbij de wetgever nog eens verzuimt iets aan de reikwijdte te doen, is een openeinderegeling. Daar kunnen wij heel veel geld aan geven, dat doet u gelukkig ook met elkaar. Preventief jeugdbeleid is dat niet. En dan zie je dat dat vaak wat historisch gegroeid is. En daar is ook een ruimte voor sport. Wat ik nog miste, want dat deed ik op mijn veertiende voorzitter en geachte commissieleden, ik mis de scouting. Scoutinggroep ook een goede broedvijver voor politiek talent, weet ik wat in deze in deze gemeenteraad. We zijn ook een hele drukke scoutingregio waar heel veel jongeren ofwel in de bossen of op het water het scoutingspel leren van omgaan met natuur en toenemende verantwoordelijkheid. Ik ga niet nog meer reclame maken hiervoor. Dus preventie begint inderdaad al bij dat soort activiteiten en daarna gaat het verder en dat heeft in deze noodzaak goed kunnen lezen.

Ik ben ook heel blij dat het hier op een rijtje staat en misschien wat overzicht van bijlage 4, waarbij alle onderaannemers genoemd staan en de budgetten die erbij horen, geeft een heel duidelijk onderzicht. En ook die link waarbij al het aanbod staat, met het hele moeilijke woord wat ik telkens vergeet, bijlage 1 of 2 is dat geloof ik, daar is ook een heel uitvoerig overzicht. Ik blijf nog even op het hoge en abstracte, want de heer Procee vroeg ook, wat betekent normaliseren? In die zin is het jammer dat wij hier een Haarlem raadsmarkt en technische sessies niet opnemen. Want bij de laatste hier, uw commissie, ik zat op de tribune, had een kinderpsychiater op bezoek en die vertelde het eigenlijk gewoon best mooi. Voorheen was je soms druk of was je soms misschien even aan het zweven of om je heen aan het kijken en de docent en omgeving die dealden daarmee en die zorgden dat het uiteindelijk gewoon weer goed ging. Die normaal en dan beeld ik me even uit, die is de afgelopen decennia steeds verder verkleind. Wat is nog normaal, waar gaan wij om normaliseren? De voorzitter: Ik dacht, ik laat de wethouder even zijn groot, klein afmaken. Maar als de interrupties zo zijn dat de wethouder ervan stopt, dan gaan we daarmee eerst beginnen. Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Vroeger was je misschien soms druk en als je te druk was, ging je naar het VSO.

Of werd je van school afgekickt en ging je maar werken. De tijden zijn wat dat betreft daadwerkelijk veranderd. En waar ik echt principieel best wel moeite mee heb, is dat we zeggen, vroeger was je gewoon druk en dan dealde een docent ermee dat is namelijk echt niet hoe het was. Je werd daar gewoon uitgezet en dan was het klaar.

11

Wethouder Van Leeuwen: Ik was natuurlijk ook nog niet te klaar in mijn betoog. Maar wat we zien is dat, want dat is het interessante, en dan kom ik zo meteen nog verder op terug, de samenleving is veranderd. En ook die kinderpsychiater in uw raadsmarkt die legt het uit. We hebben individualisering, er zijn wat minder groepen mensen die voor elkaar klaarstaan. We hebben medicalisering oftewel, er wordt al sneller gekeken van, wat is er hier medisch nodig? Er is inderdaad de prestatiedruk, ook niet geholpen, oftewel averechts geholpen, door social media en door netwerk. Twee werkende ouders waar toch veertig jaar geleden in de Nederlands samenleving vaak een van de ouders thuis was en ook tijd had voor het kind, zijn nu vaak twee werkende auto's die ook gewoon die banen echt nodig hebben om rond te komen. Oftewel de samenleving is echt veranderd. Dus daarmee is en dat normaliseren, is kijken van, wat kunnen in een normale omgeving zoveel mogelijk op oplossen en waar moet de overheid inspringen waar nodig? En dan kom ik bij nog eentje, en dat is een zin die we hier volgens mij deze raadscommissie vaker met elkaar hebben gezegd. Ongelijk investeren voor gelijke kansen. Er moet daar aanbod zijn waar het nodig is, maar daar waar ouders en omgeving met elkaar zoveel mogelijk zelf redden, moet je nadenken of het uw taak is.

Een taak waar u niet van het Rijk geld voor krijgt, oftewel moeten wij met elkaar ruimte voor maken in de begroting, hoeveel aanbod daar nodig is. Want dat is ook een zin die in het coalitieakkoord staat, ongelijk investeren voor gelijke kansen. De voorzitter: Ik ga u onderbreken, want er zijn nu drie interrupties. Een vervolg-interruptie mevrouw Scholten, dan mag die eerst. En daarna gaan we naar uw buurman. Gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Ik ga ervan uit dat u het niet zo bedoelt, maar het klinkt alsof u nu een pleidooi houdt voor het weer terug in het huis van een ouder. Zo klinkt het wel. Dat bedoelt u vast niet. Wethouder Van Leeuwen: Ik ben niet van de SGP, voorzitter. De voorzitter: Dat weten we, D66 is het. Mevrouw Scholten, let wel op, u heeft nog 35 seconden. Helemaal goed, ik help u even. De heer Procee namens OPH. De heer Procee: Ik ben blij dat de wethouder even iets langer door sprak, maar ik zou hopen dat hij, ik durf het bijna niet te zeggen, nog iets verder gaat. Veel aanmoediging is niet nodig denk ik, maar ik denk wel dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen het normaliseren waar een jeugdpsychiater dat analytisch bedoelt en dat als beleidsinstrument om beperkte middelen te verdelen. Daar wordt het al een stukje ingewikkelder en mogelijk gevaarlijker voor het welzijn van jongeren.

Dus in u schrijft over normaliseren als beleidsinstrument, wat betekent dat voor de toegankelijkheid van jeugdpreventie, jeugdzorg, et cetera. De voorzitter: Goed even een generale opmerking, we gaan zo naar de wethouder. Let u wel op uw lengte van uw interrupties. Ik heb hele lange interrupties, ik zou ze graag wat korter. Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, volgens mij hebben wij uitvoerig het hier voor de zomer over gehad, toen we het over jeugdhulp hadden, dus ik ga dit straatje niet verder behandelen want we hebben hier een hele avond ... Toen heb ik een termijn, heeft u helaas gemist volgens mij. Voorzitter, de heer Procee heeft dat gemist. Toen heb ik een … Mijn eerste duurde een uur en drie kwartier en toen hebben we het uitgebreid over normaliseren gehad en de samenhang met jeugdhulp. Ik ga dat niet herhalen want dan zitten we hier morgen nog. De voorzitter: De heer Van den Raadt. Ook een interruptie, gaat uw gang.

12

De heer Van den Raadt: Ik was eigenlijk wel blij dat de wethouder sprak over de eerste schil in de familie en tussen dat u zei van, vroeger werkte mensen, eentje werkte, eentje werkte niet. Wie dat dan is, dat maakt mij niet uit. Maar ik dacht eigenlijk, u gaat wel zeggen dat dat de oplossing is. En dat zou dan betekenen dat wij bijvoorbeeld als gemeente zorgen dat die lokale lasten flink naar beneden gaan, zodat je niet allemaal je kapot hoeft te werken en dan je kind uiteindelijk in de miljoenen circuit van de jeugdzorg moet stoppen. Maar dat was dus niet de oplossing helaas. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter. Het was voor mij … Ik schets een aantal maatschappelijke sociale trends waarmee ik laat zien dat de samenleving van nu niet dezelfde samenleving als toen velen van ons tien, twintig, dertig of misschien wel vijftig jaar geleden veertien waren. Dus dat is wat ik probeerde te schetsen. De voorzitter: Wie is die vijftig jaar geleden, dat vinden we dan wel interessant. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Maar voorzitter, er werd u gevraagd om een visie. Dus ik hoop dat we daar een beetje op door kunnen gaan. Maar zou het wel kunnen zijn dat dat wel de oorzaak is van dat we nu in zo'n miljoenen circuit terecht zijn gekomen? Waarbij de oplossing alleen maar is nog meer geld erin, zodat mensen nog meer moeten werken, zodat ze dat andere kind ook niet meer zien.

En dan dat is toch het einde zoek een keer? Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter als je kijkt, en daar hebben we ook wel vaak met elkaar over gehad, die grote maatschappelijke trends … Dus deze schets ik dan even onder individualisering, ofwel kleinere gezinnen en ook minder mensen die omdat gezin heen staan. Als je kijkt naar alle onderzoeken die kijken naar, wat zijn nou dingen die zorgen voor problemen in deze samenleving? Dan is eigenlijk die individualisering wel een belangrijke daarvan. En de vraag is … En ik weet ook dat sommigen van u met elkaar spreken over, hoe organiseer je gemeenschapszin? En ik bent ook met u eens, want dan ga ik zo meteen naar concreetheid, een jongerencentrum kan voor gemeenschapszin zorgen tussen jongeren die niet terecht willen of kunnen bij de scouting, die misschien niet van sport houden. En dat is inderdaad ook wel het weer voor elkaar klaar staan en dan ook in warme kringen met bekenden je minder eenzaam voelen. Dat geldt ook voor ouderen, maar dat is een andere portefeuille. Dus die individualisering, dat is wel een trend van deze tijd. En hoe we daar met elkaar als samenleven mee omgaan, daar heeft u met elkaar volgens mij heel vaak heel mooie gesprekken over. En dat raken wij vandaag ook weer aan. Ik stel wel voor dat we verder gaan naar het preventiebeleid. Anders dan krijgen we een hele breed uitwaaiende beschouwing.

De voorzitter: Dat hoeft niet, het onderwerp gaan weer terug naartoe. Wethouder Van Leeuwen: Velen van u raakten we met elkaar. Hebben we nou een dekkend aanbod en hoe gaat het nou? En dan neem ik toch even de ruimte om iets terug gaan in de tijd. Want ik dan kijk ik, mevrouw Otten misschien wel en de heer El Achi, die hebben dat zelf ook nog meegemaakt, hier als raadslid of ook actief in de sector. Dus vroeger, laten we zeggen jaartje of tien geleden toen had je eigenlijk nog een aantal grote welzijnsorganisaties die alle jongerenwerk deden. Het voordeel daarvan was, het was gemakkelijk aansturen, er zat een teamleider bovenop. Nadeel daarvan was dat het niet altijd aansloot bij alle groepen jongeren. En waar ik heel trots op ben, want daar zijn wij met elkaar en uw voorgangers daar deelgenoot van geweest, dat we hele Haarlemse organisaties zoals Triple Thread, zoals Hattrick, zoals Rebup, zoals Stad, ook de ruimte hebben gegeven binnen ons jongerenwerk om daar een taak te vervullen. En tegelijkertijd, en daar raakt u nu aan, de samenwerking tussen Buurts, de organisatie die u ook heeft gevraagd met elkaar welzijnswerk inclusief jongerenwerk vorm te geven, en daarmee zijn dus deze partijen onderaannemers geworden.

Daar zit natuurlijk wel een dilemma in van, hoe behouden die jongerenorganisaties hun eigen identiteit waarmee ze zo sterk zijn, waarmee ze prachtige dingen doen voor jongeren die aansluiten op die

13

identiteit? En tegelijkertijd de wens van ons als gemeente, en dat roept u ook, om data-gedreven, wijkgericht een overkoepelend aanbod te krijgen op alle plekken in de stad. Daar zit een spanning op en daar moet dat gesprek over gevoerd worden en ik heb ook bestuurlijk overleg gehad samen met de collega's met Buurts om te kijken, deze gesprekken moet nog verder intensiveren. Want je ziet inderdaad dat een misverstand is snel gemaakt. Want het is ongelooflijk waardevol dat we een aantal Haarlemse organisaties hebben die echt identiteit hebben. Tegelijkertijd zien we ook dat niet alle jongeren … Bijvoorbeeld als je niet van sport houdt, dan pas je bij de ene wat minder, als je wat minder creatief bent of ondernemend, pas je weer wat minder bij de ander. Die zich niet aangesproken voelen, terwijl zij wel binnen het budget wat wij dan hebben voor in dat jongerenwerk, daar een flinke hap uit nemen. Dus hoe dat behoud van identiteit en tegelijkertijd ook uw wens en mijn wens om een dekkend aanbod te hebben wat overzichtelijk te vinden is op een website, dat raakten ook meerderen van u aan, waarbij je kan zien dit gebeurt op dat moment door die mensen, daar zit een spanning op. En dat is een spanning ook in de in het groeiproces van Buurts.

Dus Buurts werkt hier ook hard aan om met elkaar te kijken van, wat kunnen wij nou afspreken? Want we zien nu dat misschien wel twee organisaties in dezelfde weken misschien op dezelfde avond in dezelfde Buurts iets doen. Kunnen we daar tot een spreiding komen? En tegelijkertijd als een organisatie heel erg geworteld is in die ene Buurts of ook aan die ene avond vastzit, kan het ook weer tot een stroef gesprek leiden. En dat is dus wel de fase waar we nu inzitten met jongerenwerk, met die onderaannemers die onder Buurts zitten. Aan de ene kant hebben wij, heeft u als raad aan Buurts gevraagd, doe dit met elkaar goed en doen dat ook met deze partijen, want die vinden wij van grote waarde. En tegelijkertijd hoe je dan tot die coördinatie komt met behoud van die eigenheid en die identiteit van die partijen. Dat is gewoon best een taaie en complexe opgave om dat met respect voor iedereen te doen. De voorzitter: De heer El Aichi namens CDA. De heer El Aichi: In aansluiting op de vraag van de Partij van de Arbeid over Hattrick die al een tijdje in gesprek wil met Buurts over de uitbreiding. Wij weten dat deze organisatie heel veel jongere bereikt, maar tot nu toe heeft hij geen gehoor gekregen. Wat gaat de wethouder? Ik stel nog steeds.

Dat heeft Partij van de Arbeid net ook gesteld, wat gaat u daaraan doen dat Buurts in gesprek gaat met Hattrick? Wethouder Van Leeuwen: Het lijkt me niet goed om hier kijken, welke jongerenwerker gaat vanuit welk budget welk werk in welke wijk doen. Ik heb net gezegd dat ik alle gesprekken tussen de onderaannemers en Buurts aanmoedig, toejuich en graag wat meer zou willen zien, dat we daar ook bestuurlijk overleg over hebben. Tegelijkertijd, en daar houden we de PvdA ook aan voorzitter, is het heel fijn dat er vanuit preventie met gezag een landelijk programma extra middelen zijn gekomen. En let ook wel, dat is echt weer op die plek waar het nodig is, dus dat gaat ook over Meerwijk specifiek. En wat daar dan nodig is en daar weet ik al iets meer van, dat is echt outreachend jongerenwerk ook op straat. En welke partij dat dan kan bieden, daar moeten natuurlijk goede gesprekken over plaatsvinden. Die uitvoering, die gesprekken doe ik natuurlijk niet zelf, maar dat in ieder geval wel wat daar plaatsvindt. En als u zegt dat er nogmaals met alle verschillende partijen gesproken moet worden die dat kunnen, die rol kunnen invullen, dan zou ik dat nog een keertje doorgeven. De voorzitter: De heer Visser.

De heer Visser: Dat dat lijkt me heel goed, maar ik denk, we hebben verschillende vormen van jongerenwerk en als we bijvoorbeeld hebben over preventie met gezag gaat het om twee procent doelgroep die nogal wat hulp nodig heeft, laten we het zo zeggen. En dat is wel een groep die goed bekend is bij deze jongerenorganisaties en dat is wat anders dan jongeren die zich gewoon een beetje vervelen en misschien een

14

naschoolse activiteit nodig hebben. Is de wethouder het met ons eens dat er misschien op dat soort groepen iets meer sturing mag worden verwacht van ons als gemeente? Wethouder Van Leeuwen: Ik vind het woord sturing heel complex in deze, want ik stuur jongeren niet en sterker nog volgens mij bij als gemeente een organisatie opgericht Buurts die alle kennis en kunde heeft als het gaat om jongerenwerk en die met alle partijen kijkt wat is hiervoor nodig. Daarbij is natuurlijk zoals we extra middelen hebben zoals nu met de middelen preventie met gezag, dan bestellen wij wel iets, dus dan zeggen wij zet daarop in. En dan kijken zij hoe zij dat op een goede manier doen. Daarbij nog eentje die wil ik wel hier aan koppelen dus, ik ga ervan uit dat wij een partner met kennis en kunde vragen om dit goed op te pakken. En als u zegt, er wordt nog te weinig gesproken met onderaannemers, dan neem ik dat signaal zeker mee. Maar ik vertrouw er ook echt, en dat is ook wat u met elkaar als commissie heeft afgesproken met collega Van Loenen bij de oprichting van Buurts, Buurts is de partij die hiervoor aan zet is. En natuurlijk geven wij daar ook wel inderdaad richting aan mee.

En dan nog een tweede, want een richting hebben wij gegeven met preventie met gezag en daar ben ik trots op, dat ook in dat budget hebben gezegd, en dat beantwoord ik gelijk nog een aantal vragen, ga niet alleen van dit tijdelijke budget extra dingen doen, maar zet er ook een onderzoeker naast, die gelijk mee gaat kijken in de een vorm van actie-onderzoek of te kijken of dit effectief is. Of hier iets gebeurt waarvan ik dan denk ik, dit is zo waardevol, dit is zo effectief, misschien moeten we dan later uit ons normale budget ook blijven doen. Dus dat onderzoek probeert daar ook al in mee te nemen. De voorzitter: Dan nog een interruptie. De heer Visser: Wij vragen niet om nog een keer met alle partijen in gesprek te gaan, maar om überhaupt met de jongerenorganisaties in gesprek te gaan over het maken van beleid rondom bijvoorbeeld preventie met gezag, omdat er gewoon helemaal niet met hen gesproken is. En we doen dit … We vragen dit ook een beetje omdat, we willen ook Buurts beschermen. Buurts bestaat nog niet zo erg lang. Ze doen echt hun best en ze hebben ook aangegeven, we willen hier meer werk van maken. Maar er zijn ook verschillen. Er zijn onderaannemers, zoals bijvoorbeeld een Hattrick en een Triple Thread, maar er zijn bijvoorbeeld ook corporaties zoals perMens, waar Buurts zelf in zit.

En om ook Buurts te kunnen beschermen, zou je iets meer zicht willen hebben op, hoe worden deze budgetten verdeeld? Want je kunt ook hele scheve gezichten krijgen als er bijvoorbeeld nooit gesproken wordt met de jongerenorganisatie die onderaannemers zijn, maar het budget wordt al wel meteen verdeeld aan perMens. Dat kan een perverse prikkel zijn die je eigenlijk wil wegnemen, want je wil een organisatie als Buurts ook beschermen en je wil ook geen scheve gezichten hebben in de samenwerking. Wethouder Van Leeuwen: En dit gaat wellicht bijna voorbij mijn portefeuille. Dit is gewoon niet de afspraak die we hebben met Buurts. Bij Buurts daar zitten daar zit een bestuurder op, die bestuurt Buurts. Dus daar kan ik heel veel meer en heel veel minder over zeggen, maar dat is wel wat de afspraak is. Ik heb heel duidelijk gezegd, als er een signaal is dat niet met iedereen wordt gesproken, dat signaal neming mee. Maar Buurts hebben wij opgericht om dit met elkaar goed te doen. Wij hebben daarin afspraken mee, dat zorgen voor een bepaald aanbod. Hoe zij daar zelf intern mee omgaan, ik ben niet de besturen van Buurts, noch dat dat een van mijn collega's in het college is. De heer Visser: Laatste vraag dan, ik vraag ook helemaal niet van de wethouder of hij bestuurder van Buurts wil worden, daar zitten ongetwijfeld hele goede mensen.

Wat ik vraag is, Buurts heeft een aantal onderaannemers waar ze mee werken en bijvoorbeeld een corporatie als perMens waar ze zelf in actief zijn. Dan kan je zeggen, we geven Buurts gewoon … Laat die het maar allemaal doen. Dat is de afspraak die we hebben gemaakt. Maar je kunt ook zeggen misschien is het goed als wij ook een soort van toezicht hebben op

15

hoe dat precies gaat, ook om in de toekomst straks scheve gezichten te voorkomen. Dat lijkt mij helemaal niet zo'n rare vraag. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, als hij weer zo algemeen gesteld wordt, heb ik daar al antwoord op geven. Wij hebben met elkaar dus de verschillende portefeuillehouders, want preventie met gezag is portefeuillehouder de burgemeester. Dus de burgemeester, wethouder Van Loenen en ik hebben bestuurlijk overleg gehad met Buurts over hoe de samenwerking in het jeugddomein en breder binnen Buurts gaat. Dus daar hebben wij met elkaar gesprekken over. En dat zegt Buurts natuurlijk zelf ook, dat moet nog beter. Dus als dat inderdaad een antwoord is op uw vraag dan had ik het al even aangestipt, maar kan ik het nog wat breder zeggen. Wij willen dat dat inderdaad op een betere manier gaat dan tot nu toe, want Buurts is een organisatie in ontwikkeling en dat geven ze zelf ook aan, deze ontwikkeling moet nog een stapje verder. De voorzitter: De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik had eigenlijk interruptie op PvdA. De voorzitter: Dat doen we niet. De heer Van den Raadt: Dan sla ik het over. De voorzitter: Dat lijkt me verstandig. Wethouder gaat u verder.

Wethouder Van Leeuwen: En dan ga ik nog wel even verder op die spanning, want dat is natuurlijk het moeilijke, wij vragen aan Buurts wees dekkend en krijgt wat we willen hebben en tegelijk zien dat het samenspel als een organisatie al heel erg geworteld is in een buurt, is dat dan ook de organisatie die het ook in andere buurten kan? Dus is het concept kopieerbaar naar andere buurten en hoe kom je dan tot een dekkend aanbod? Dat is gewoon inderdaad best taai en daar is Buurts heel hard mee aan het werk. Daar kijken wij natuurlijk zowel vanuit veiligheid, preventie met gezag, vanuit jeugd en ook vanuit welzijn, want Buurts is natuurlijk ook van het welzijn, mee hoe dat gaat en daar verwachten wij wel wat van. Daar hebben wij op dat abstractieniveau in, wat leveren jullie aan ons en wat leveren jullie voor de Haarlemmers, gesprekken over. Ga ik daar aan de dagelijkse joystick zitten om mee te sturen? Nee, maar op dat abstractieniveau, hoe doen we dit met elkaar en hoe doen we dit met elkaar goed, kijken we wel mee. Dit was dan een wat taaier stukje. Dan even nog naar het mooiere. En dat dat is al vind ik het moeilijke, hoe maak je dit brede palet, en ik vind heel fijn dat nu het overzicht er is, goed bekend? Daarin is, en dat is weer het interessante ook van dit preventiebeleid, heel veel preventie wat ook preventie is, zit niet in dit beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14855764/1