12-07 Transcript Vragenuur
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN HET VRAGENUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 7 december 2023 1.
Vragenuur De voorzitter: Welkom, allemaal bij het vragenhalfuur van 7 december 2023. Er zijn best wel wat vragen ingediend, dus laten we snel beginnen en hopen dat we ze allemaal kunnen afronden. De eerste vraag is van Jouw Haarlem en ik weet niet of ik de heer Aynan of mevrouw Scholten daarvoor het woord mag geven, maar zo te zien is dat de heer Aynan. Gaat uw gang. De heer Aynan: Dat klopt. Dank u wel, voorzitter. De verkeerssituatie op de Westergracht bij Plaza West levert regelmatig gevaarlijke situaties op. Vooral fietsers lopen hier het risico met auto's in botsing te komen en de slagbomen en drempels daar maken de situatie er ook niet beter op. Automobilisten moeten namelijk gas geven om over de drempel te komen. Daarna staan ze meteen op het zebrapad om fietsers voor te laten gaan. Voetgangers moeten dan weer om de auto's heen om … Goed, het is allemaal onoverzichtelijk en hier hebben we ook zaterdag een filmpje van gemaakt. Dat kunt u bekijken op onze Facebook-pagina en daarop komen ook allerlei reacties van mensen die zich hierin herkennen. Ze doen trouwens ook suggesties ter verbetering. Voorzitter, dan kom ik toe aan de vragen.
Is het college het met Jouw Haarlem eens dat de verkeerssituatie bij de parkeerplaats van Plaza West regelmatig risico's voor de weggebruikers oplevert? En zo ja, is het college bereid om op korte termijn maatregelen te nemen om de verkeersveiligheid beter te borgen, zeker in deze donkere dagen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw vragen die zullen worden beantwoord door wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel en dank voor de vragen. De zorgen en ervaren verkeersonveiligheid op deze locatie is ons bekend als college. Deze zijn ook geuit door de klankbordgroep en in de verschillende participatiemomenten voor de hele ontwikkelzone Zuidwest, dus ook voor deze plek. Dan antwoord op vraag twee: met de vaststelling van de masterplan Zuidwest en ook de aangenomen motie “Veilig en Bereikbaar Zuidwest” die over de Baljuwslaan gingen, zoals u nog weet inderdaad, zijn wij reeds voornemens om de inrichting van deze aansluitingen … Ik wordt wat afgeleid, omdat er gepraat wordt, maar dat is blijkbaar nodig vanwege de techniek. We zijn voornemens de inrichting van deze aansluitingen aan te passen en daarmee de ervaren overlast te beperken. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat we ook afhankelijk zijn van de eigenaar van de naastliggende percelen, omdat een deel van de verkeerssituatie op eigen terrein ligt.
Dus daar hebben wij wel medewerking voor nodig in. Deze aanpassingen worden meegenomen in de lopende planontwikkeling van de ontwikkelzone Zuidwest. De voorzitter: De heer Aynan heeft daar een vervolgvraag over. De heer Aynan: Voorzitter, wij vragen niet voor niets om op korte termijn maatregelen. Juist dit deel is losgeknipt uit de ontwikkelzone. Dat wordt juist naar achter geschoven. Wij vragen nogmaals, want ik ben er zelf ook een aantal keer wezen kijken en kijk ook het filmpje; het levert echt gevaarlijke situaties op en het is een wonder dat er nog geen grote ongelukken zijn gebeurd. Alstublieft, wethouder. De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Zoals gezegd, wij gaan hiernaar kijken, dus de oproep is duidelijk gehoord.
1
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de volgende vraag. Die is van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Bastiaans, aan u het woord. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter. Een paar weken geleden spraken we hier met de schoolbestuurders, waarbij ook de mentale gezondheid van jongeren ter sprake kwam. Het gebruik van de mobiele telefoon speelt hierin een rol. Per 1 januari moeten middelbare scholen dan ook afspraken maken over het gebruik van mobieltjes in de klas en voor basisscholen geldt dat vanaf het nieuwe schooljaar. De vraag is wanneer een kind oud genoeg is voor mobiele telefoon. Kinderen kan het vaak niet snel genoeg gaan en ouders maken zich zorgen over de risico's. Maandag berichtte de NOS over een Iers experiment. Basisschool en ouders hebben daar als onderdeel van een project “It Takes a Village” samen afgesproken dat basisschoolleerlingen geen mobiele telefoons mogen hebben. Ter bescherming van de mentale gezondheid, maar ook om ongelijkheid tegen te gaan. Sommige ouders hebben wel geld voor een mobiel voor hun kind en anderen niet. De vraag van de PvdA aan de wethouder is om snel met scholen in gesprek te gaan om afspraken te maken of het hebben van mobiele telefoons op basisscholen.
Dus onze vraag aan u is; er zijn wel afspraken, ook landelijk, maar om daar ook vanuit het college als wethouder met de scholen over in gesprek te gaan, dat die afspraken ook snel gemaakt gaan worden. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk en zal worden beantwoord door wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de vraag en ook dank voor het nogmaals noemen van de sessie met voortgezet onderwijs, scholen, bestuurders, leerkrachten en intern begeleiders en ook jeugd-GGZ over de problematiek, maar die problematiek is er wel degelijk en deze sessie heeft inderdaad tot meer inzicht geleid op de invloed van mobiele telefoons op de mentale gezondheid van jeugd. Dit zullen wij natuurlijk ook in de overleggen die wij hebben met het primair onderwijs noemen en zoals u zelf ook aangeeft over het Ierse experiment, hebben ouders en scholen daar samen afspraken gemaakt en is ook nu bij onze partners in het voortgezet onderwijs de handelwijzen, de sprekers en de kenners bekend die hierover in gesprek zullen gaan. Dus de vraag is of wij als gemeente überhaupt nodig zijn om dit gesprek te faciliteren, want de onderwijssector spreekt elkaar ook, dus de vraag is of wij überhaupt nodig zijn om dit gesprek te entameren, want inderdaad, ouders en scholen kunnen dit heel goed zelf. Schoolbestuurders zijn hier ook van op de hoogte en weten wat hier speelt.
Dus ja, wij zullen de experiment dat u aanhaalt nogmaals onder de aandacht brengen in het voorjaar van 2024 en zoals u wellicht ook heeft kunnen vernemen uit de landelijke media, komen ook vanuit de landelijke overheid richtlijnen voor primair onderwijs. Als wij daar als gemeente dan een faciliterende rol in kunnen spelen om dat gesprek te entameren, dan doen we dat natuurlijk graag, maar de ervaring is ook dat het onderwijsveld nu al ziet dat dit nodig is en dat het echt voor ontplooiing van kinderen belangrijk is dat hier afspraken over gemaakt worden. De voorzitter: Dank u wel. Heeft een vervolgvraag, mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: Dank u voor het antwoord. Nee, dat is waar; de scholen en de ouders gaan daar ook mee in slag. Het gaat ons meer om het signaal ook en dat de gemeente ook aangeeft hoe belangrijk zit zij dit vindt. Dus als u dat gaat doen, heel fijn. De voorzitter: Dank u wel. Dat lijkt me eigenlijk geen vraag dus dan ga ik door met de volgende vraag. Die is van het Trots Haarlem en gaat over het PISA-onderzoek. De heer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Voorzitter, dank u wel. Inderdaad een zeer schrikbarend onderzoek in ieder geval de uitslag dat Nederland alleen nog boven Griekenland staat qua taalvaardigheid van de 15-jarigen. Trots
2
Haarlem is zich helemaal kapot geschrokken. Het college misschien ook. Denkt het college hier iets aan te kunnen gaan doen, of kunnen wij als raad het college daarbij helpen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Dank u wel. Het college heeft kennis genomen van het resultaat van het PISAonderzoek en heeft ook contact gezocht met het schoolbestuur hierover. Wat wij daaraan doen; het afgelopen jaar is door de gemeente en kinderopvangaanbieders hard gewerkt om de oplopende… Dit was een vraag die u wel had aangegeven, maar die u niet had gesteld nu over VVE en peuters. De heer Van den Raadt: U mag daar best op antwoorden, hoor. Wethouder Van Leeuwen: Nee, dan ga ik hem ook nu niet beantwoorden. De voorzitter: Het is een vraag over het PISA- en leesonderzoek en er is ook nog een vergelijkbare vraag van de Partij van de Arbeid over ingediend. Wethouder Van Leeuwen: Zeker. En tegelijkertijd … Dit geld altijd als wethouder onderwijs … Ja, wij vinden hier wel wat van, maar we gaan er niet direct over, want zoals u weet, gaat de rijksoverheid over het curriculum van de scholen en de rijksoverheid heeft veel aandacht voor het onderwerp en ook onze schoolbesturen hebben ook veel aan aandacht voor dit onderwerp.
Bij de rijksoverheid is er sinds maart van dit jaar een subsidiemogelijkheid verscholen om via het schoolbestuur het aanleren van basisvaardigheden extra te ondersteunen, waaronder dus leesvaardigheden. Ook de inspectie op het onderwijs hanteert sinds augustus van dit jaar een nieuwe standaard, waarmee de beleidsuitgangspunten van scholen worden getoetst voor wat betreft het aanleren van basisvaardigheden. Van scholen wordt dus ook verwacht dat zij bewuste keuzes maken ten aanzien van hun curriculum voor wat betreft de leesvaardigheid. Dat de leesvaardigheid van kinderen afneemt gebeurt overigens niet alleen op school maar ook thuis en zoals u terecht opmerkt, hebben wij hier als gemeente aanvullende interventies op. Daar ga ik zo meteen op vragen van de PvdA nog wat meer over zeggen. Dus wordt vervolgd, mijnheer Van den Raadt. De voorzitter: Dank u wel. Maar u heeft eerst nog een vervolgvraag van de heer Van den Raadt zelf. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Dan sla ik dat met die VVE maar over, maar daar was natuurlijk ook het probleem dat er te weinig leraren waren. Dat wordt hier gezegd dat het ook het probleem is. Ziet het college daar nog mogelijkheid om iets aan te doen? Om leraren bijvoorbeeld voorrang te geven op de woningmarkt? De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen.
Wethouder Van Leeuwen: Zoals u weet, is dat ook opgenomen in het Haarlems coalitieakkoordactie en zijn er verschillende initiatieven die daarvoor ontwikkeld zijn. Daar kijk ik ook inderdaad collega-portefeuillehouders voor aan. Dat loopt, en ja, daar werken wij met elkaar hard aan. De voorzitter: Dank u wel, dan nu de al aangekondigde vragen van de Partij van de Arbeid, mevrouw Bastiaans.
3
Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter. Het gaat ook over de leesvaardigheid; dat woensdag, gisteren, bekend werd dat de leesvaardigheid van 15-jarigen met name de afgelopen jaren flink gedaald is, daar ging het over. Een op de drie jongeren is nu onvoldoende geletterd en heeft een leesniveau dat niet … De voorzitter: De heer Van den Raadt heeft eigenlijk het datzelfde al toegelicht, dus ik zou zeggen; stel uw vraag, dan gaat het wat sneller. Mevrouw Bastiaans: Het verschil misschien met de vraag van de heer Van de Raadt is dat het gaat hier ook om dat een aantal, een derde van de leerlingen gaat straks als laaggeletterde van school. Daar werkt de gemeente Haarlem ook al aan om laaggeletterdheid tegen te gaan, maar op deze manier wordt het probleem veel groter, dus dat is ook een wat breder probleem, dan alleen dat je op scholen vraagt om aan de taalvaardigheid te werken. Wij zijn daar zeer bezorgd over dat er mogelijk meer laaggeletterden komen door deze daling van de taalvaardigheid. Het onderwijs speelt een cruciale rol. Scholen kunnen hun taalbeleid zelf vaststellen. Inspectie zit vooral op de basisvaardigheden, maar er is gewoon meer nodig.
Daarom zouden wij ook willen vragen aan de wethouder: wat kunt u vanuit de gemeente oppakken? Wilt u daarover in gesprek gaan, ook met de scholen, om die taalvaardigheid aan te pakken? En ook misschien breder, nou ja, Haarlem taalstad. We willen gewoon een taaloffensief breder dan alleen dat het op scholen wordt aangepakt. Dus dat is onze vraag aan de wethouder, of hij hieraan wil gaan werken. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Dus ja, dat doen we al, is eigenlijk op de meest concrete vraag. Dan zou ik hier op kunnen houden. Zoals u weet, werken wij dus inderdaad aan de voorleesexpres, aan natuurlijk het taalfeestje en hebben wij dus vanuit het regionale programma verbeterde basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond voeren wij samen met scholen heel veel van dit soort dingen uit. Daarnaast hebben we inderdaad de Voorleesexpres, maar ook Taalfeestje, waarbij u bijvoorbeeld bij de Voorleesexpres vanuit het onderwijskansenbeleid vrijwilligers komen voorlezen bij kinderen thuis en ouders worden meegenomen in het belang van voorlezen. Zo hebben we ook vorige week nog samen met bibliotheek ZuidKennemerland en twee kinderopvangorganisaties boeken aangeboden voor de kinderopvang, die zij ook weer uit kunnen lenen aan ouders, zodat ze ook thuis kunnen gaan voorlezen en ook daarin worden begeleid.
Dus ja, daar is heel veel te doen. Zoals ik net al zei, ook op de vraag van heer Van den Raadt, hebben we ook contact gehouden hierover met schoolbesturen. Ik zou nog een avond kunnen vullen, wat ik niet ga doen, voorzitter, over ook hoe de PISA-toetsen werken. Want u ziet bijvoorbeeld dat ook in andere landen die heel hoog op die mondiale lijst staan, dat ze daar selecteren voor de PISA-toets. Dus wij vragen voor de PISA-toets alle leerlingen om deel te nemen en daar gaat bijvoorbeeld in andere landen wellicht alleen het gymnasium deelnemen aan zo’n PISA-toets. Dus daar zit ook in de mate van meten weer heel veel achter. Maar de inzet van onze scholen is natuurlijk om dit met elkaar goed te doen. Dat zijn we al aan het doen en helaas is dat in de cijfers nog niet voldoende zichtbaar. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, dan had u nog een vraag over de VVE, mijnheer Van den Raadt. Wilt u die nog stellen? Die is die al beantwoord eigenlijk. De heer Van den Raadt: Ja, laat maar zitten. Ik weet het antwoord. De voorzitter: Het antwoord is al bekend. Heel mooi. Dan gaan we door naar de volgende vraag. Die is van Jouw Haarlem. En dan kijk ik … Mevrouw Scholten gaat die stellen. Gaat uw gang.
4
Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje een bruggetje vanaf … De voorzitter: Ik ga even interrumperen, want dat is een vraag voor wethouder Van Loenen … en die doet wethouder Roduner. Dan kunt u die vraag rustig stellen. Gaat u gang. Mevrouw Scholten: Hij is in vertrouwde handen, de vraag. Dank u wel, voorzitter en dank u wel, wethouder Roduner dan bij deze. Het is een beetje een bruggetje vanaf laaggeletterdheid. Amsterdam gaat de regels voor de bijzondere bijstand namelijk erg vereenvoudigen. Bijzondere bijstand is bedoeld voor onvoorziene kosten die mensen niet kunnen betalen uit inkomen of spaargeld. Kan gaan om kosten voor een advocaat, maar ook om spullen voor een nieuwe, zoals een nieuwe koelkast nieuw bed of een kinderwagen. Net als in Haarlem moeten Amsterdammers nu nog heel veel informatie en bewijsstukken aanleveren om in aanmerking te komen voor die bijzondere bijstand. Vanaf januari 2024 hoeven inwoners van Amsterdam alleen nog hun maandinkomen door te geven. Landelijke toeslagen, belastingteruggave en het vakantiegeld worden dan buiten beschouwing gelaten. Dit lijkt ons een mooie vereenvoudiging van administratieve regeldruk, zowel voor inwoners als voor ambtenaren.
Is het college het met Jouw Haarlem eens, dat Amsterdam hier een goed plan heeft, dat ook in Haarlem tot minder regeldruk zou kunnen leiden voor zowel aanvragers van bijzondere bijstand als de ambtenaren die het moeten beoordelen? Zo ja, is het college dan ook bereid om uit te zoeken of de aanpak van Amsterdam ook in Haarlem kan worden ingevoerd, zodat ook in Haarlem de regels voor de bijzondere bijstand vereenvoudigd kunnen worden? En zo nee, waarom niet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner zal uw vragen beantwoorden. Wethouder Roduner: Ja, namens wethouder Van Leeuwen. Het goede nieuws is dat we dit eigenlijk al doen. 70 procent van de aanvragen komt voort van mensen die een HaarlemPas hebben. Dat betekent dat een hele hoop van de gegevens niet hoeven worden ingevuld, dus dat is heel fijn. En voor degenen die daar dus buiten vallen, dus dat is eigenlijk wat Amsterdam, begrijp ik nu ook ongeveer gaat doen, en een hele hoop dingen … Dus een aantal dingen die Amsterdam ook niet vraagt, zoals de landelijke toeslagen de vakantiegeld – de landelijke toeslagen overigens met uitzondering van de kosten van de kinderopvang- die worden ook niet gevraagd in Haarlem, dus dat zijn de specifieke dingen daar nog.
Ik begrijp, we hebben vorige periode ook wel discussie gehad over het digitaliseren van de bijzonderebijstandformulier, maar dat dat inmiddels ook gedigitaliseerd is. Dus dat zou ook daarin weer een extra hulp kunnen zijn voor mensen om dat aan te vragen. De voorzitter: Dank u wel. Maar het levert toch een vervolgvraag op van mevrouw Scholten. Gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Die is op zich kort. Onze indruk tot nu toe is dat je nog behoorlijk veel formuleren moet invullen voor bijzondere bijstand. Mochten wij daar nog voorbeelden van vinden, kunnen we die dan aanleveren om eens samen te kijken of het makkelijker kan? De voorzitter: Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Ik denk dat het dan goed is om even contact te zoeken met de ambtenaren. De meeste … 70 procent van de Haarlemmers die doet dat op basis van de HaarlemPas, dus dat maakt het heel even echt een stuk makkelijker. En er zijn natuurlijk ook mensen die geen HaarlemPas hebben en dan kom je -overigens, dat zul je ook in Amsterdam hebben- wel in een ingewikkelder systeem, want dan moet je alsnog al die inkomensgegevens wel gaan invullen, dus dat blijft een ingewikkelde.
5
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de volgende vraag van Trots Haarlem, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, we zijn enorm blij dat het nu eens een keertje duidelijk op papier staat. In de Volkskrant het artikel over voorrangsregels bij toekenning sociale huurwoningen. In steeds meer Nederlandse gemeentes worden woningen vaker toegewezen op basis van voorrang voor kwetsbare groepen. Te denken valt aan statushouders of aan mensen met een crimineel verleden die terugkomen uit de gevangenis. Dat gaat allemaal buiten de wachtlijst om. Het probleem wordt dat je dus steeds langer op die wachtlijst staat en het eigenlijk niet zo veel uitmaakt hoe lang je nou op die wachtlijst staat, omdat er zo veel van die voorrangsgroepen zijn. Ziet het college deze trend ook in Haarlem? Wat gaat het college doen, zodat de gewone mensen die eindeloos op een wachtlijst staan in Haarlem een woning kunnen krijgen? En dan is het antwoord niet bouwen, bouwen, bouwen; dat weten we ondertussen wel. Is het college bereid flink te snoeien in alle voorrangsregels, of ziet ze juist de oplossing om nog meer voorrangsgroepen toe te voegen, zoals bijvoorbeeld mensen met een cruciale baan als leraar, politie of in de zorg, of mensen die in Haarlem geboren zijn? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner zal deze vraag beantwoorden.
Wethouder Roduner: We zijn in Haarlem over het algemeen terughoudend om heel veel extra groepen, die niet al wettelijke urgentie hebben toe te gaan voegen. Dus een aantal van de groepen die u noemt ... De gemeente heeft een zorgplicht voor statushouders, er komt de wet aan waar inderdaad uittredende sekswerkers ook automatisch urgentie moeten krijgen wettelijk gezien. Dus dat zijn de groepen die in Haarlem ook aanspraak kunnen maken op urgentie, maar we zijn erg terughoudend om daar aanvullende groepen aan toe te voegen. Je ziet inderdaad gemeenten die daar echt wel heel veel andere verschillende groepen aan toe hebben gevoegd. Dat vinden we beleidsmatig onwenselijk. Dat is ook niet met de afspraken die we hebben gemaakt met de huurdersorganisaties. We hebben afspraken gemaakt met de huurdersorganisaties dat we proberen, even uit mijn hoofd, twee derde van de woningen gewoon aan de wachtlijst toe te kennen en dus niet alleen maar urgentie te verlenen aan mensen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar een vraag van Jouw Haarlem over opengebroken vuilnisbakken. De heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. De grote vuilnisbakken, ook wel Big Belly's genoemd, worden in de zoektocht naar statiegeld regelmatig opengebroken. Van de week liep ik toevallig door de Grote Houtstraat en zag ik dat echt alle vuilnisbakken opengebroken waren.
De opengebroken vuilnisbakken zorgen niet alleen voor een slordig straatbeeld, maar het levert ook onnodig zwerfafval op en extra kosten om de boel weer op te ruimen en de vuilnisbakken weer op slot te doen. Daarover hebben we een aantal vragen. Herkent het college de door ons geschetste statiegeldproblematiek en is het college bereid actie te ondernemen om deze problematiek aan te pakken door bijvoorbeeld doneerringen aan de Big Belly's te bevestigen, waarin mensen hun statiegeldfles of blikje kunnen doen, of aparte statiegeldbakken neer te zetten, of bijvoorbeeld door betere sloten op de Big Belly's te plaatsen. En zo nee, waarom dan niet? De voorzitter: Dank u wel, wethouder Berkhout, gaat uw gang. Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Een reactie op uw eerste vraag: het college is zich bewust van de gevolgen die het invoeren van statiegeld hebben op de openbare ruimte, maar we zijn hier natuurlijk ook al enige tijd mee bezig. Zo heeft u denk ik wel kunnen zien dat bij het Kenaupark en bij het station pilots
6
uitgevoerd zijn met doneerringen. Deze pilots hebben niet direct het gewenste beeld opgeleverd en voorkomen dan ook niet dat afvalbakken worden geopend. Dat leidt ertoe dat we deze doneerringen op zich niet gaan verwijderen, maar verdere uitbreiding ook niet in het verschiet ligt. Wel gaan we een vervolgstap zetten, u geeft het zelf ook aan; we gaan statiegeldbakken plaatsen. Dit zijn afvalbakken enkel voor flesjes en blikjes en die kunnen dus ook simpelweg geleegd worden door mensen op zoek naar statiegeld. Maar in reactie op uw laatste suggestie, het aanpassen van sloten: dat werkt wel verdere vernieling van de aanwezige afvalbakken in de hand, zorgt voor hogere reparatiekosten en hogere vervangingskosten. Dat lijkt ons op dit moment niet de bedoeling. Het lijkt ons ook dat… Pardon? Mag het wat zachter? Oké. Verder lijkt het dat de beelden excessen zijn en dat de meeste containers netjes worden gesloten en het morsafval beperkt is. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert een vervolgvraag op van de heer Aynan. De heer Aynan: Ik kan u uit eigen ervaring zeggen dat dat echt geen excessen zijn. Het komt regelmatig voor. En als u zegt, betere sloten leiden tot grotere schade; misschien is het juist dan verstandig om het omgekeerde te doen. Een hendel die iedereen dan maar open kan maken.
De voorzitter: Wethouder Berkhout, wilt u daar nog op reageren? Dat neemt u voor kennisgeving aan. Oké dan de volgende vraag is een vraag van Trots Haarlem over een asielboot en die zal worden beantwoord door wethouder Roduner. Gaat uw gang, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, Sinterklaas is het land uit, maar iets daarvoor is een asielboot met 150 asielzoekers het Spaarne op gestoomd. De grote vraag is eigenlijk: vindt het college dat de buurtbewoners tijdig en volledig geïnformeerd werden, of ziet ze kans voor verbetering, mocht er ooit nog eens een vierde boot komen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner, gaat uw gang. Wethouder Roduner: Bestuurlijk hebben we hier volgens mij al rond het besluit rond de twee AZC-locaties ook al geïnformeerd dat we keken naar een extra boot in het Spaarne, dus dat is al een paar maanden geleden. Maar de buurtbewoners zijn geïnformeerd op 30 oktober via een ruim verspreide bewonersbrief en een bewonersavond. Daarnaast is de projectpagina op Haarlem.nl ook gewoon netjes bijgewerkt, dus die informatie is gewoon goed beschikbaar. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door over hetzelfde onderwerp naar een vraag van Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten, gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Tot onze grote voldoening mogen asielzoekers inmiddels het hele jaar werken. Daar is Jouw Haarlem heel blij mee.
De Raad van State om het in te leiden heeft bepaald dat asielzoekers niet meer maximaal 24 weken mogen werken, maar met onmiddellijke ingang het hele jaar door aan het arbeidsproces deel mogen nemen. We hebben de uitspraaklink erbij geplakt voor de liefhebbers. Wij zijn bijzonder blij met deze uitspraak, omdat het asielzoekers natuurlijk meer mogelijkheden geeft om echt deel te nemen aan de Nederlandse samenleving door ervaring op te doen op de arbeidsmarkt en daarmee ook hun kennis van de Nederlandse taal en cultuur te verbeteren. Dit komt de integratie weer ten goede. Ook kunnen we vacatures, en daar hebben we er heel veel van, sneller opvullen. Is het college het met Jouw Haarlem eens dat het alle hens aan dek is, vanwege het personeelstekort en dat het dus belangrijk is om deze doelgroep zo snel en volledig mogelijk te informeren over het feit dat zij nu het hele jaar mogen werken en kan en wil het college hier een rol in spelen? Dank u wel.
7
De voorzitter: Dank u wel. Ik vermoed dat wethouder Roduner ook deze vraag gaat beantwoorden. Wethouder Roduner: Wij delen uw positiviteit over dat asielzoekers op deze manier ook wat terug kunnen doen voor de Nederlandse samenleving en ook een eerste stap kunnen zetten als ze hier eventueel mogen blijven. In principe worden ze gewoon door de begeleiders van het KOA geïnformeerd over de rechten en plichten rondom werk. Daar heeft het KOA ook een meedoenbalie opgericht en kunnen ze asielzoekers in contact brengen met werkgevers. Vanuit Haarlem hebben wij het werkgeversservicepunt. Daar kunnen wij dan ook een extra, laten we zeggen, een extra contact bezorgen om uiteindelijk werkgevers en asielzoekers met elkaar in contact te brengen over hoe ze aan het werk komen. We kijken nog even in gesprek met het KOA over, of we de asielzoekers in de Haarlemse KOA-locaties extra kunnen ondersteunen bij de toetreding tot de arbeidsmarkt. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert een vervolgvraag op. Gaat uw gang, mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Een hele korte. ‘…’ Ik wil graag de suggestie doen of er bij Buurts en bijvoorbeeld Waardevol Werk ook nog mogelijkheden liggen die we misschien niet nog hebben gezien. De voorzitter: Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Ja, maar dat is wel iets anders. Dat gaat over arbeidsmatige dagbesteding.
Dat is … Ik denk … Nou, laten we die suggestie in ieder geval even meenemen. Maar ik denk dat we moeten proberen ook asielzoekers, als er ook echt werk en niet arbeidsmatige dagbesteding kan worden geleverd, is dat uiteindelijk te prefereren. Maar mocht het inderdaad zo zijn dat de arbeidsmatige dagbesteding ook een goede oplossing is, dan ik neem die suggestie even van u mee. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert ook een vervolgvraag op van de heer Van den Raadt van Trots Haarlem. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Voorzitter, die vraag had ik ook aan de minister gesteld, maar heb ik nog geen antwoord op gekregen, maar misschien weet de wethouder dat dan, want als dit nu zo is, dan is de grote vraag ook: hoe veel problemen gaat het opleveren, als de werkende asielzoekers straks niet mag blijven? Voorziet u dan extra problemen om die mensen weer uit Haarlem te krijgen en zorgt dit goede nieuws misschien niet voor een aanzuigende werking? Eerder was het college van plan, of is van plan, om het bed, bad, brood af te schaffen, omdat het een aanzuigende werking had op daklozen in omgeving, maar dan zou dit ook een aanzuigende werking moeten betekenen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Roduner heeft vandaag vragen beantwoord voor wethouder Van Loenen en de burgemeester. Nu kunnen we kijken of hij ook nog vragen van de minister kan beantwoorden. Gaat uw gang.
Wethouder Roduner: Nee, want wij gaan natuurlijk niet over de landelijke regels ten aanzien van werk, ten aanzien van ons toetredingsbeleid. Ik denk, algemeen kun je natuurlijk zien van, dit zijn mensen waarvan het in ieder geval niet zeker is of ze hier kunnen blijven. Dat zie je nu ook met de Oekraïners, die wij nu gastvrij en Haarlem opvangen. Ik denk dat het goed is dat voor de periode dat mensen hier zijn, dat ze ook deel kunnen nemen aan de samenleving, maar we weten ook, en dat zullen werkgevers ook weten, dat dat ook eindig kan zijn. Misschien bij deze groepen nog wat meer dan bij andere werknemers in de huidige arbeidsmarkt. Mensen zijn sowieso vrij volatiel in de arbeidsmarkt. Maar dat is denk ik uiteindelijk ook een afweging voor de
8
werkgever om te kijken, of het de moeite is om ook voor een wat kortere periode mensen aan het werk te nemen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de volgende vraag van Jouw Haarlem over boomspiegels. Mevrouw Scholten, gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Druk als een klein baasje vandaag. Dank u wel, voorzitter. Beplanting van boomspiegels. Momenteel worden in grote delen van Haarlem de boomspiegels vergroot en worden bomen geplant. Daar zijn we blij mee. Net zo blij als met werk voor asielzoekers. De stad wordt op deze manier niet alleen verrijkt met meer en meer bomen, maar de bomen krijgen ook een gezondere ondergrond door de ruimere boomspiegels. Heel fijn. Helaas zien we dat de beplanting van de aangelegde boomspiegels summier is en daar hebben we een aantal foto's aan het document toegevoegd. Het is natuurlijk ook kaal in deze tijd van het jaar, maar het blijft echt laag en dat kan mooier, denken wij. Is het college het met Jouw Haarlem eens dat de uitbreiding van de boomspiegels een uitgelezen kans is om deze te voorzien van een heesterlaag, zoals bijvoorbeeld in Heemstede gebeurt, waarvan ook een foto. Daar zie je dat het allemaal wat hoger staat en dat is voor vogels ook prettig.
Zo ja, wil het college opdracht geven om in ieder geval de nieuwe boomspiegels met een heesterlaag te beplanten en die uitbreiding dan met vooral vaste plantensoorten van inheemse oorsprong te doen? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Goed dat het u is opgevallen dat we flink bezig zijn met het bomenverbeterprogramma, het uitbreiden van de boomspiegels in de stad. Dat gaat uiteindelijk per stadsdeel, zullen we dat op die manier door de hele stad gaan … Maar, even kijken, in reactie op uw eerste vraag, u heeft ook een foto meegestuurd. Klopt. Het is nog wat … Het is recent gepland, dus nog niet in volle groei. Het zijn geen Heesters. Dat klopt. Het is ook in dit geval niet de bedoeling dat ze heel hoog worden, want hier hebben ook de verkeersveiligheid een rol laten spelen. Dus dat is in deze specifieke situatie het geval. Maar het college is het met u eens dat heesters wel degelijk een hele belangrijke rol kunnen spelen voor de biodiversiteit en de ecologie. Dus waar mogelijk, ja, zeggen we dan. Tegelijkertijd zeggen we wel dat we dat niet overal gaan toepassen waar dat kan. We willen ook inzetten op een afwisseling. Dat heeft ook alles te maken met het ecologisch beleidsplan wat u heeft aangenomen en dus zo zullen we dat ook per situatie gaan bepalen. De voorzitter: Dank u wel.
U bent nog niet van de heesters af, want mevrouw Scholten heeft nog een vervolgvraag. Gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Ja, wij zijn ook voor afwisseling. Afwisseling is bijzonder goed voor diversiteit, maar de foto van Heemstede is ook genomen langs de Leidsevaart. Dus daar maken ze dan kennelijk een andere afweging qua verkeersveiligheid? De voorzitter: Wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Wij gaan niet over het beleid van Heemstede. Volgens mij is dat er ook al enige tijd. Dit is recent. Dit is de afweging die wij hier maken. De voorzitter: Dank u wel en daarmee zijn we ook aan het eind gekomen van dit vragenhalfuur. Dank voor uw aanwezigheid en dan schors ik.
9