CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

10-17 Transcript commissie Ontwikkeling

commissie Ontwikkeling 17 oktober 2024, gemeente Haarlem25.253 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 17 oktober 2024

1.

Opening en mededelingen door voorzitter Joris Blokpoel Voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Welkom bij de commissie Ontwikkeling van 17 oktober 2024. Welkom aan de mensen op de publieke tribune. Welkom aan de mensen thuis. Welkom aan de commissie- en raadsleden hier in deze zaal. We hebben een bericht van verhindering van mevrouw Oudshoorn, D66. Even kijken of ik nog meer berichten van verhindering zie. BVNL zie ik niet. Mis ik nog meer? Mevrouw Klazes? Mevrouw Klazes: De heer Drost zal wat later aansluiten. Voorzitter: Perfect, hebben we genoteerd. Zien we hem straks. Nou, verder gaan we gewoon van start. Dan heb ik nog een aantal mededelingen voor u rondom bijeenkomsten die binnenkort plaats gaan vinden. Zo is er op 8 november in de ochtend een gesprek met de Jongerenraad waaraan u deel kunt nemen. U kunt zich daarvoor opgeven. Een lijst zal rondgaan in de zaal. Dan is er op dinsdag 12 november in de avond een ontmoeting van de Raad in stadsteel Noord in het Verhalenhuis. Daar kunt u met bewoners in gesprek en de bewoners vooral met u. En daar kijken ze ook naar uit. Dan is er op 26 november om 17.00 uur een raadsmarkt tussen u en de ambtelijke organisatie. Oftewel u ontmoet daar niet de inwoners, maar wel de ambtelijke organisatie, wat ook inwoners zijn, maar vooral het werk doen, wat u controleert.

Daarvoor zijn slechts een aantal aanmeldingen, net zoals ook voor de sessie in Haarlem-Noord. Er zijn slechts ook een aantal aanmeldingen. Kijkt u nog even goed in uw agenda of u daar toch niet bij aanwezig kunt zijn, zodat u daadwerkelijk met die bewoners in gesprek kunt. Maar ook op 26 november, dat u met de ambtelijke organisatie het gesprek aan kunt gaan. Lijsten daarvoor gaan rond met de tijd en datum nogmaals vermeld.

2.

Vaststellen van de agenda Voorzitter: Dan kijken we even naar de agenda. Zijn daar op- of aanmerkingen over? Niet.

3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) Voorzitter: Dan gaan we door naar mededeling vanuit de commissie. Ook niet? Vanuit de wethouder? Nee, niet deze wethouder, straks een andere wethouder.

4.

Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden Voorzitter: Dan over gemeenschappelijke regelingen. Ook niet, gok ik zomaar. Hartstikke goed.

5.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst Voorzitter: Dan kijken we naar de agenda van de komende commissievergadering. Die zijn op 14 en 21 november. Daar staan een aantal stukken inmiddels aangemeld, waaronder het uitvoeringskrediet van een fietsverbinding tussen Louis Pasteurstraat en de Boerhaavelaan. En een voorkeursrecht op gronde van het vestigen van een voorkeursrecht in de ontwikkelzone Zijlweg-West. Tevens wordt de vrijgave voor inspraak van het masterplan Zijlweg-West daar besproken. Daar heeft u onlangs een technische sessie gehad en dat

1

wordt waarschijnlijk 14 of 21 november bij u aangeleverd ter bespreking. Vanuit de commissie zijn verder geen agenderingsverzoeken op deze agenda ontvangen. 6.

Transcript commissie d.d. 19 september 2024 (alleen naar aanleiding van) Voorzitter: Dus dan gaan we door naar het transcript van 19 september. Zijn daar opmerkingen over naar aanleiding van? Nee, ook niet.

Overige punten ter bespreking 7.

Financiële positie Museum van de Geest (DL) Voorzitter: Dan gaan we gelijk door naar agendapunt 7. Dat gaat over de financiële positie van Museum van de Geest. Daarover heeft u meerdere raadsinformatiebrieven ontvangen met de laatste van afgelopen vrijdag, 11 oktober. Daarnaast heeft u ook vanuit de organisatie van Museum van de Geest veel informatie ontvangen. U heeft ook een gesprek met de directie en medewerkers van Museum van de Geest gehad en daar is ook een toezegging gedaan voor meer informatie. Ik hoorde dat die informatie inmiddels ook voorhanden is en dat die wordt aangeleverd bij de raadsgriffie, zodat dat nog bij de stukken gevoegd wordt, zodat uw dossier ook compleet is en u tot alle informatie beschikt. Voor dit agendapunt zijn er twee insprekers, de heer Valk namens de founders van het museum en de heer Damen namens Museum van de Geest. Beiden welkom. U mag tegenover mij plaatsnemen op een van de stoelen. U krijgt beiden 3 minuten om uw inspreekbijdrage te doen. De tijd start zodra u de knop indrukt. Maar wie wil er starten eigenlijk? Mijnheer Damen. Dan gaan we beginnen met de heer Damen. Gaat uw gang als u er klaar voor bent. De heer Damen: Dank u wel. Fijn dat wij de gelegenheid hebben om hier in te spreken en dat het vandaag hier op deze agenda staat. We hebben al veel informatie met jullie gedeeld, dus laat ik vooral een algemene lijn neerzetten.

700 jaar dolhuis. Dat betekent 700 jaar geschiedenis van de psychiatrie en in het bijzonder, als je het ruimer ziet, geschiedenis van mentale gezondheid. Je zou kunnen zeggen mentale gezondheid door de eeuwen heen. Dat zou naar onze opvatting niet mogen stoppen. Dat zou niet om financiële redenen mogen stoppen, want daarvoor is het thema veel en veel te belangrijk. De afgelopen jaren heeft het museum veel inhoudelijke resultaten behaald, mede ook dankzij inzet van de gemeente, maar tegelijkertijd heeft het ontbroken aan structurele financiering. Die structurele financiering is, zoals bij alle musea, echt absoluut onontbeerlijk. Zonder structurele financiering kan geen museum overleven. Dus als je terugkijkt, zou je kunnen zeggen, dat het knap is van dit museum, dat ze het al die jaren, bijna 20 jaar, heeft weten te redden. En ik zeg er maar weer bij: ook dankzij de gemeente, want de gemeente heeft veel gedaan voor dit museum. Maar nu staan we op het punt dat als er niet een oplossing komt voor de actuele problematiek, die om allerlei redenen is ontstaan, dat het museum dan de deuren moet sluiten. En dat zou het einde zijn van 700 jaar geschiedenis voortkomend uit het dolhuis. Wij hebben jullie informatie verstrekt over de manier waarop wij dat zouden willen oplossen.

Daar hebben wij een ondernemingsplan voor gemaakt en in dat ondernemingsplan zijn een aantal andere inkomstenbronnen uitgewerkt die in de komende jaren moeten zorgen voor een solide bedrijfsvoering van het museum. Die solide bedrijfsvoering was er de afgelopen jaren niet om allerlei redenen. Corona heeft een grote rol gespeeld, de inval van Rusland in Oekraïne heeft een grote rol gespeeld, in ieder geval voor de vestiging in Amsterdam, maar wij koersen nu op andere bronnen van financiering. Dat kan alleen als we zeker weten dat we verder kunnen. En voor die zekerheid om verder te kunnen, hebben we jullie als gemeente keihard nodig. Alle gesprekken die wij voeren, met fondsen, met individuele vermogenden, met instellingen in de zorg, iedereen zegt: ja, wij vinden dat dit museum moet blijven, maar wij willen het niet alleen, wij willen dat er ergens een eerste stap wordt gezet. En dan kan je

2

twisten over wie die eerste stap moet zetten. Maar iedereen die wij daarover spreken geeft aan, het zou toch in ieder geval de gemeente Haarlem moeten zijn. Daarvoor hebben wij op herhaald verzoek van de gemeente het plan aangepast. We hebben het beperkt en vanuit die beperking hopen wij dat jullie ons gaan supporten. Nou zie ik dat mijn tijd al in de min loopt. Dus laat ik het nou hier bij laten. Voorzitter: Als u het afrondt, dan zijn we er. De heer Damen: Ik denk dat de belangrijkste opmerking in dat verband blijft: iedereen wacht op iedereen. En ondertussen verstrijkt de tijd en dan gaat het fout. Dus er zal een eerste stap gezet moeten worden. En ik denk dat het voor de stad Haarlem van groot belang is dat dit museum blijft bestaan, niet alleen vanwege het inhoudelijke belang, maar ook omdat het een bruisend centrum kan zijn. Veel bruisender nog dan nu, in de komende jaren, waarbij toeristen uit Amsterdam ook naar Haarlem kunnen worden getrokken. Allerlei nieuwe initiatieven kunnen worden ontplooid. Dus voor de lange termijn zie ik echt een heel goed perspectief voor de stad. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Damen, voor uw bijdrage. Dan gaan we snel door naar de heer Valk. Ook aan u drie minuten. De heer Valk: Dank u wel.

Stephan Valk, voorzitter van de Raad van Toezicht en ik ben bestuursvoorzitter geweest van de Parnassia Groep, één van de founders van het museum 20 jaar geleden. Met een aantal GGZpartijen hebben we het ook 20 jaar heel actief gesteund, omdat het eigenlijk ontzettend belangrijk is om mentale gezondheid meer onder de aandacht te brengen. En dat doen we in dit museum natuurlijk op een unieke manier. Daardoor hebben we ook een Europese prijs gekregen in ’22. Daar mag u als stad, denk ik, ontzettend trots op zijn, want we zijn de enige ongeveer in het land geweest die ook die prijs hebben gewonnen. Het ook is een unieke combinatie tussen mentale gezondheid, ervaringen doen in het museum door middel van kunst en historie. En dat doen we eigenlijk voor alle groepen. Dat is ook de reden dat wij ons 20 jaar al hier voor het museum inzetten en dat ook willen blijven doen, omdat het op een andere manier het stigma in de psychiatrie bestrijdt. Er komen 10.000 jongeren per jaar in eerste ervaringen kijken hoe het gaat met hun eigen mentale gezondheid, met hun gesprek, ze worden geconfronteerd met suïcidaliteit, al dat soort thema's in hun leven spelen, die worden gezien. Wij denken dat als we dit uitbreiden, we ook nog veel meer jongeren naar het museum kunnen trekken. Dat geldt ook voor de volwassenen, mentale fitheid.

Niet alleen maar voor mensen die ‘eenmaal op bezoek’ komen, maar we proberen ook bedrijven naar ons toe te trekken, waar werknemers naar het museum kunnen komen en ervaring hebben en daarna de dag vervolgen om bijvoorbeeld een plan te maken voor het komend jaar. Dat noemen we geestverwanten. Het zou ook fantastisch zijn met alle steun die de gemeente Haarlem al heeft gegeven, als de gemeente geestverwant wil zijn en dat de ambtenaren van de gemeente of misschien zelfs de raadsleden ook op die manier een vergadering kunnen hebben, nadat ze eerst zich hebben ondergedompeld in wat mentale fitheid betekent. En tenslotte hebben we ons uitgebreid tot ouderen. Dementie is een groot probleem in de samenleving en het is ook heel fijn dat Zorgbalans, een van de belangrijke VVT-partners in deze stad, gezegd heeft, dat ze graag met het museum willen optrekken. We willen ook samen met de gemeente tot een goede oplossing zien te komen. Wij snappen heel goed dat de gemeente het niet alleen kan doen. Wij voelen ons als founders ook verantwoordelijk. We hebben heel veel tijd en energie gestoken, dat zullen we blijven doen, om andere instellingen ook eraan te betrekken. We willen ook daarmee meer met een reizende tentoonstelling gaan werken, om ook instellingen die verder weg zitten dan Haarlem, om te betrekken bij wat we hier aan het doen zijn.

Maar we zijn ook nog steeds bezig om bij de provincie geld binnen te krijgen voor het mentale erfgoed, het erfgoed wat ze hebben van oudere instellingen, bij het Rijk, bij allerlei bedrijven. Dus wij stoppen niet. Ook

3

niet als u als Raad steun geeft, want we snappen ook dat we als museum verder op eigen benen moeten blijven staan. En het is wel opvallend dat we nergens tot nu toe eigenlijk iemand zegt: u heeft gelijk. We hebben allemaal een prachtig rapport gekregen van het Rijk. En uiteindelijk is er geen geld. En dat komt toch, als ik heel lullig ernaar kijk als bestuurder in de psychiatrie, dat er een groot stigma op de psychiatrie hangt, inclusief het museum. Het valt tussen wal en schip en we hopen echt dat u als gemeente Haarlem dat tij nog een keer wil keren met ons en dat we een bruisende toekomst in deze stad kunnen hebben. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Valk, voor uw bijdrage. Zijn er vanuit de commissie vragen voor de bestuurders. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Vraag aan de heer Valk. U bent voorzitter van de Raad van Toezicht. Vraag aan u. Hoe heeft het zo lang kunnen duren voordat er is ingegrepen en de noodklok is geluid? De heer Valk: Het museum heeft 20 jaar lang … Ik zit trouwens zelf pas kort in de Raad van Toezicht, sinds april, maar dat doet er niet toe. Ook mijn voorgangers … Het is een wonder dat het museum eigenlijk bestaat. In de zin van zonder structurele subsidie, met altijd projectsubsidies, heeft het museum proberen te bestaan.

Het is natuurlijk begonnen met een soort collectie van vier instellingen en na 20 jaar is het Europees museum van het jaar geworden. Dat is echt een unieke prestatie. En daarvoor hebben wij als instelling altijd gezegd, we blijven het steunen. Toen hebben we natuurlijk corona gekregen. En we hebben een invallen in de Oekraïne gekregen, waardoor onze vestiging in Amsterdam dicht moest; die zat in de Hermitage, tegenwoordig het H’ART Museum. Die twee dingen samen hebben ervoor gezorgd, dat we in deze situatie terecht zijn gekomen. Hadden we eerlijk kunnen ingrijpen? Ja. Maar iedereen zei: probeer nu, nadat je Europees museum van het jaar bent geworden, in aanmerking te komen tot de landelijke subsidieregelingen. Dus we hebben aanvragen gedaan voor de landelijke subsidies bij de gemeente Amsterdam en bij jullie als gemeente Haarlem. Daar is eigenlijk van de zomer pas uitkomst voor gekomen. Iedereen zei: je moet het ook gewoon volhouden tot de zomer, want als je het niet volhoudt tot de zomer, dan word je sowieso, kom je niet in aanmerking voor die landelijke subsidies. Dus we hebben echt ingegrepen. Ook achter de schermen hebben we kostenbesparingen doorgevoerd, et cetera. Maar het was echt nodig om dat landelijke traject nog te doen en daarom maken we ook nu bezwaar.

Bij de landelijke overheid is de begrotingsbehandeling van OCW in november en daar hebben we natuurlijk ook een brief gestuurd met het verzoek om nog een keer naar de subsidieverlening van het museum te kijken. Voorzitter: Korte vervolgvraag met een kort vervolgantwoord. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Het was inderdaad een heel lang antwoord. Dank daarvoor. Op een gegeven moment is er, als ik het goed begrepen heb, projectsubsidie ingezet voor de exploitatie. Dat lijkt me een niet houdbare situatie die toch een aantal jaren heeft geduurd en het lijkt me dat de Raad van Toezicht dan de aangewezen partij is om dan aan de bel te trekken van, dit gaat een keer mis. Mijn vraag is dus eigenlijk: waar was u? De heer Valk: Wij waren er met hart en ziel aan verbonden en we hebben heel veel dingen geprobeerd. Ieder museum wat geen structurele subsidie heeft … De meeste musea hebben een structurele subsidie van het Rijk of van de gemeente of van de provincie. Daarbovenop hebben ze projectsubsidies voor tentoonstellingen, et cetera. Dit museum heeft vanaf dag één geen structurele subsidie gekregen, behalve van een aantal GGZinstellingen. Maar dat was veel te weinig.

Dus wij konden niets anders dan door projectsubsidies jaar in, jaar uit overleven en die projectsubsidies gingen dan over het algemeen … Dat is dan … Als je een ton krijgt voor een project, dan kan je 25 procent in je overhead dekken en de rest moet je uitgeven aan een tentoonstelling. Er is ook geen enkele andere manier dat je een museum in Nederland kan starten dan het op die manier te

4

doen, behalve als je natuurlijk een hele grote weldoener achter je zou hebben, een of ander bedrijf die dat mogelijk zou maken. Dus dat kan ook niet anders. Een van de leden in de Raad van Toezicht is uitgebreid bekend in de kunstwereld. En die zegt, dit is gewoon de financiering van nagenoeg alle musea, behalve als je natuurlijk een Rijksmuseum bent of weet ik veel wat, dan is het iets anders. Voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: U gaf ook aan, u heeft subsidieaanvraag bij het Amsterdam Fonds voor de Kunsten. Is dat de enige mogelijkheid in Amsterdam om subsidie aan te vragen of heeft u ook op een andere manier nog aan de gemeente Amsterdam steun gevraagd? De heer Damen: De gemeente Amsterdam werkt als volgt. Alle cultuursubsidies zijn gedelegeerd naar het Amsterdamse fonds voor de kunsten. Wat niet wegneemt dat ik ook met de directeur Cultuur van de gemeente Amsterdam over deze ontwikkeling heb gesproken. Het Amsterdamse Fonds voor de Kunsten heeft de aanvraag die begin dit jaar is gedaan door het museum afgewezen op grond van een aantal overwegingen. Een van de overwegingen die bij het AFK aan de orde was, was dat ze onvoldoende vertrouwen hadden in de bedrijfsvoering. En laat ik maar even heel eerlijk zeggen: ik dacht toen ik dat las, dat hebben ze wel goed gezien, want het was niet in orde.

Ik denk dat het goed is om dat te zeggen. De bedrijfsvoering en met name dus de hele zakelijke kant van de bedrijfsvoering, bleef gewoon achter en heeft uiteindelijk natuurlijk tot deze situatie geleid, waardoor wij hier nu zitten, anders zouden we hier niet hoeven te zitten. Het AFK heeft vervolgens gezegd: wij zien tegelijkertijd de kansen op basis van het nieuwe plan. We hebben het nieuwe plan ook aan het AFK voorgelegd en ook aan de directeur Cultuur van de gemeente Amsterdam. En op grond daarvan hebben zij gezegd: wij kunnen nu niet veranderen in de werkwijze ten aanzien van de subsidies voor de komende beleidsperiode voor de komende vier jaar. Maar jullie kunnen voor jullie exposities direct bij ons aankloppen. Want wat we wel kunnen doen, is via die subsidies jullie in de komende periode supporten. En dat willen we natuurlijk heel graag gebruiken. Voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Mijnheer Damen, of de Raad van Toezicht, 10 jaar geleden wilde u zelf het gebouw kopen. U had grote plannen en een architect in de hand genomen om daar een fantastisch museum van te maken. Had toen de gemeente Haarlem niet nodig.

De gemeente wil het niet verkopen, maar als u nu zo terugkijkt, had u het dan beter gedaan dan nu? De heer Damen: Wat lastig is en ik snap heel goed dat u na alle steun die u de afgelopen jaren ook als gemeente heeft gegeven, dat u er wat chagrijnig in zit met deze terugblik. Dat kan ik me echt voorstellen. Maar nog een keer terug in de tijd: ik was als bestuursvoorzitter van de Parnassia Groep op afstand altijd betrokken bij dit museum. En er zijn echt ook te grote plannen geweest, die we gelukkig niet hebben uitgevoerd. Hoe moet dat? Nog een keer terug: we zijn begonnen als museum met een aantal instellingen die daar wat zorggeld in konden steken. Voor de rest moest dat museum op eigen benen gaan staan. En die is op allerlei manieren aan het zoeken gegaan om het voor elkaar te krijgen. Daar waren plannen bij die gelukkig niet door zijn gegaan. Er zijn heel veel plannen wel gerealiseerd. Het is natuurlijk ook uniek dat na de opening van Máxima in het vernieuwde museum, waar u als gemeente ook aan bijgedragen heeft, maar de manier vooral hoe de tentoonstellingen tot stand zijn gekomen, waar inhoud van mentale gezondheid en kunst en geschiedenis wordt gecombineerd, dat je zo'n Europese prijs krijgt, daarvan dacht iedereen: jeetje, museum, wat heb je dat goed gedaan. Nu moeten de landelijke fondsen wel open komen. Maar helaas, zo gaat het niet.

We hebben prachtige berichten gekregen van de BIS en van het Cultuurfonds. Maar dan zeggen ze, er is toch

5

onvoldoende geld. U valt onder de zaagtand of een andere formulering hebben ze daarvoor, waardoor wij niet in aanmerking komen voor die structurele subsidie. Dus ik denk dat de stappen die zijn gezet en die ook ieder jaar 50.000 mensen van uw gemeente of toeristen die daar op bezoek komen, die beleven echt iets anders dan dat ze ooit in een ander museum in Nederland en zelfs in Europa hebben meegemaakt. En dat is inhoudelijk echt uniek. En dat het financieel, als we geen corona hadden gehad en geen Oekraïne-oorlog, dan hadden wij in ieder geval nooit in deze toestand terechtgekomen. En dan waren we er ook nog niet geweest, want we hadden echt die structurele subsidie nodig, want dat gaat gewoon niet anders. Voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Een vraag aan mijnheer Damen, denk ik. Hier ligt wel een groot scenario. Met meer tentoonstellingen, meer verhuur en dergelijke. Waarom zit hier niet een minimum scenario om het hoofd van boven water te houden? De heer Damen: Voor alle duidelijkheid, het is geen uitgebreid scenario, het is een scenario dat beoogd is om het aantal exposities te beperken tot één per jaar, misschien één per drie kwartalen, maar dan wel zodanig dat dat exposities zijn die ook grote publiekstrekkers zullen zijn. Dus een van de criteria die we daarvoor moeten hanteren, is publiekstrekkers maken.

Het plan voorziet verder vooral in het aanboren van andere inkomstenbronnen, zoals verhuur, het realiseren van een horecagelegenheid na sluitingstijd van het museum, het samenwerken met de ouderenzorgorganisatie Zorgbalans, het verhuren van leegstaande delen van het gebouw. Er wordt niet uitgebreid in de activiteiten, er wordt juist meer focus aangebracht in de activiteiten en minder projecten tegelijkertijd. Voorzitter: Mijnheer Krouwels, korte vervolgvraag. De heer Krouwels: U moet wel met D66 eens zijn, dat nieuwe activiteiten ook meer risico’s met zich meebrengen, meer fte's nodig hebben. Dat klopt toch? Het is risicovoller. De heer Damen: Nee, dat is niet zo. Het is zo dat we inmiddels al met veel minder mensen zorgen dat het museum openblijft. Waardering voor alle mensen onder anderen die hierachter zitten, die dat nog steeds doen, voor wie het onderhand ook een uitputtingsslag is. We doen het met minder mensen en ook in het scenario dat we hebben voorgelegd, doen we met minder mensen dan in het verleden. En dat moet ook. We moeten zorgen dat we de kosten reduceren en dat we het zo efficiënt mogelijk organiseren. De heer Krouwels: En die kosten zijn gereduceerd? De heer Damen: En die kosten zijn inmiddels al gereduceerd. Voorzitter: Helder. Andere vragen nog? Mijnheer Heinis, Partij van de Arbeid. De heer Heinis: Vraag aan de heer Valk.

In de collegebrief die u misschien ook heeft gelezen, die we vrijdag kregen, waar de voorzitter het al even over had, daar staat: ‘Het is in eerste instantie aan de stichting en aan de founding fathers om de nieuwe businesscase verder te versterken.’ De heer Damen had het ook over de eerste stap zetten is heel belangrijk. Maar ook als de gemeente een eerste stap zet, kunnen de founding fathers dan nog een tweede stap of nog een paar stappen … Kunnen we niet samen een oplossing vinden?

6

De heer Valk: Ik denk dat het belangrijk is, dat er samen een oplossing wordt gevonden. Het vervelende is dat we als founding fathers dit jaar ook gewoon onze bijdrage hebben verdubbeld. Dat heeft u misschien kunnen lezen. Het is ingewikkeld, omdat het zorggeld is. U kunt misschien denken, Parnassia Groep, ik heb de jaarrekening gezien, u heeft resultaat genoeg. Maar helaas is dat niet zo. Want dat hebben we heel hard nodig om onze nieuwbouw voor een deel te bekostigen, omdat de bank, net als bij een hypotheek, maar bij ons is het nog slechter, voor driekwart het maar financiert. En al die andere middelen zijn daarvoor nodig. De founding fathers hebben gezegd, dat zij heel graag het museum willen blijven steunen. En niet alleen die vier oorspronkelijke. Er is een groep van ongeveer 20 instellingen en bedrijven met elkaar die het museum steunt. En we zijn heel hard op zoek naar steeds een zwaan-kleef-aan, om dat groter aantal te maken. En dat is echt ook nodig, omdat het anders een te kleine groep is. Je wilt ook een beweging maken over mentale gezondheid. Dus we proberen dat ook groter te maken op die manier. Ik denk ook dat als er een bijdrage is van de gemeente en als er nog een aantal andere fondsen zijn, dan zullen de founding fathers niet het museum laten zakken in ’25. Maar die hebben het heel lang ook als een kurk moeten laten drijven.

En daar zijn er ook een aantal … We zitten met zijn vieren als founding fathers, of met zijn vijven als je Rivierduinen meetelt. Maar bijvoorbeeld inGeest is een GGZ-organisatie echt in een grote financiële problemen al een aantal jaren. Dus die denkt: wat moet ik eigenlijk als founding father, kan ik nog wel dit blijven doen? Tot nu toe wel, maar dat is wankel. Voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag. De oude directie is natuurlijk helemaal weg nu. Of niet? Of zie ik dat verkeerd? De oude directeur … De heer Valk: De algemeen directeur heeft afscheid genomen afgelopen zomer en de adjunct-directeur is nog steeds aanwezig en in functie. De heer Amand: Dan feliciteer ik u toch dat u directeur weg is. Voorzitter: Andere vragen nog? Mevrouw Klazes, korte vraag. Mevrouw Klazes: Vraag aan de heer Damen. U zei net, de andere partijen die eventueel bereid zijn om ook bij te dragen, wachten op de gemeente. Ze zeggen allemaal, de gemeente moet de eerste stap zetten en dan komen wij. Wat vindt u eigenlijk van dat proces? Bent u ook in gesprek gegaan met deze andere mensen om te zeggen, kunnen jullie niet een eerste stap zetten, zodat de gemeente ziet dat er een serieus aanbod ligt? De heer Damen: Alle partijen waarmee ik spreek vraag ik uiteraard om gewoon zelfstandig de eerste stap te doen.

Maar dat is niet wat ze aandurven, laat ik het maar zo zeggen. En waarom niet? Omdat ze ook zeggen, de gemeente heeft een cruciale functie. Al is het alleen al om de simpele reden dat de gemeente de eigenaar is van het gebouw en van de gemeente wordt gehuurd. Dus de gemeente heeft in die zin al in het hele proces een hele belangrijke sleutelfunctie. Dat is één. Tweede reden waarom zij dat aangeven, is dat ze zeggen: wij vinden het een publiek belang en dat publieke belang willen we steunen, maar dan moet het ook vanuit de publieke functie. En dat is de samenleving en daarmee dus de gemeente in dit geval, dat hij dat ook steunt. Daar kan je lang over discussiëren wat je ervan vindt. Maar zo liggen de feiten, zo ligt het in de reacties. Maar misschien is het wel goed om van de gelegenheid gebruik te maken om te noemen, dat wij inmiddels wel twee en wellicht al drie partners voor de komende jaren hebben weten te vinden, die overigens wel ditzelfde zeggen. Dus die zeggen, als de gemeente deze stap zet, dan komt stichting De Stadshof met haar internationaal bekende en beroemde outsidercollectie ter beschikking van het museum en zij brengen voor de

7

komende jaren 550.000 euro mee voor de realisatie van exposities. Ik heb ze gevraagd, kan je dat nou niet als eerste stap inzetten in dit proces? Dat mag niet. Dat is allemaal gereglementeerd voor die middelen, maar die 550.000 euro komt beschikbaar om meerdere jaren exposities te realiseren, wat dus feitelijk de eerste financiële support is voor de toekomst. Het tweede is, dat wij naar aanleiding van de crowdfundingactie, die geld heeft opgeleverd om nu wat meer tijd te hebben, tegelijkertijd ook een fonds zich tot ons heeft gewend en voor de kortere periode geld beschikbaar stelt, maar ook heeft aangegeven, als jullie blijven staan, dan kan je met ons over meer support voor de komende jaren spreken. En het derde is dat een individueel vermogensfonds heeft aangegeven, als de gemeente besluit tot support, dan mag je op 8 november bij me terugkomen en dan gaan we in gesprek over steun voor 2026 en verder. Dus dat maakt steeds duidelijk dat dat proces zo gaat. Daar kun je van alles van vinden, maar zo gaat het. De heer Valk: Misschien is het ook nog goed toe te voegen, dat … We hebben natuurlijk voor de zomer ook met de wethouder gesproken en wij realiseerden ons zelf ook heel goed dat we niet als eerste ons tot de gemeente Haarlem moesten wenden.

Dus we zijn ook gewoon vanaf het voorjaar juist bezig geweest met die landelijke subsidieregelingen, met de gemeente Amsterdam, om bedrijven te werven. Omdat wij natuurlijk dachten, de gemeente heeft al best veel gedaan in het verleden, dus daar gaan we niet als eerste aankloppen. Alleen in de zomer werd het natuurlijk toch een andere situatie na de afwijzingen en daarom zitten we ook echt vanavond hier. De heer Damen: Misschien nog daaraan toevoegend: er zijn vier fondsen … Voorzitter: We hebben nog meer op de agenda staan. Het is heel belangrijk onderwerp. Ik wil geef u alle ruimte die er is, maar we hebben nog meer te doen vanavond en het is nu niet zoals afgelopen maandag een gesprek met de commissie. Het is daadwerkelijk de commissiebehandeling, waar we ook ons aan de agenda te houden hebben. Dus als u nog een korte toevoeging heeft en daadwerkelijk een aanvulling is op wat u heeft gezegd, dan kan dat. De heer Damen: Dank, dat wilde ik graag doen. Ik wilde namelijk opmerken dat wij sinds maart zijn wij ondersteund door vier fondsen: het Cultuurfonds, het Fonds 21, de stichting DOEN en de vierde is mij even ontschoten uit het lijstje. Maar door vier fondsen zijn wij steeds gesteund om deze tijd te winnen.

Anders dan was het in april al afgelopen en die vier fondsen hebben ons aangegeven, als je verder kan straks, maar dan moet er ook echt iets van de kant van de gemeente gaan gebeuren, dan zijn wij bereid om jullie voor jullie projecten intensief te steunen. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Damen, voor de aanvulling. Nog één vraag vanuit Forum. Gaat uw gang. De heer Van Exter: Dank u wel. Vraag voor de heer Damen. Er wordt gesproken over het museum Amsterdam. Het gaat om twee musea natuurlijk. Daar wordt geld verdiend en dat is dan niet zinvol om het af te stoten. Kan het afgestoten worden, kan je het verkopen? De heer Damen: Het is een onderdeel van H’ART, zoals dat tegenwoordig heet. Het wordt gehuurd. Het is mogelijk om de huur op te zeggen, zeker. Alleen wij zeggen op dit moment is dat niet verstandig om te doen, want als je een onderdeel hebt dat het geheel steunt en dus ook Haarlem steunt voor alle duidelijkheid, dan moet je dat niet afstoten. Dat zou niet verstandig zijn. Als zou blijken dat de locatie in Amsterdam niet meer geld oplevert voor het geheel, dan komt er een moment naar ons idee, dat je zou moeten zeggen, dan moet je het afstoten.

8

Voorzitter: Vervolgvraag, mijnheer Van Exter. De heer Van Exter: Ik bedoelde, het kan niet verkocht worden, dus? Je kan het niet … De heer Damen: Nee, een gebouw dat je huurt kan je niet verkopen. Wij huren daar. We zijn huurder van de Hermitage. De heer Van Exter: Maar dit is een collectie, neem ik aan. De heer Damen: Nee, wij huren daar de locatie en de exposities die daar gerealiseerd worden, dat zijn exposities deels uit de eigen collectie van het Museum van de Geest en deels zijn het collecties die in bruikleen worden verworven. En daar moet dan weer voor worden betaald. Maar dat zit allemaal in die verrekening. Uiteindelijk brengt dat dus nog steeds geld op. Voorzitter: Helder. Dank u wel. Mijnheer Van Exter, nog echt een aanvullende vraag? De heer Van Exter: Ja, één vraag. Voorzitter: Laatste vraag. De heer Van Exter: De Hofstad-collectie, daar is een intentieovereenkomst, die kunt u krijgen. Kunt u daar kort over zeggen hoe groot die kans is? De heer Damen: Die kans is heel groot. Het bestuur heeft mij aangegeven, het is absoluut onze voorkeur om die collectie ter beschikking te stellen van het Museum van de Geest, inclusief de daarbij beschikbare middelen waar ik het zojuist over had. Maar dat doen ze natuurlijk pas als zij zeker weten dat wij blijven bestaan.

De heer Valk: En het is belangrijk om te benadrukken dat het dan betekent dat je vijf jaar lang exposities kan maken van dat geld. Dat kan niet in één keer gebruikt worden. Voorzitter: Dank u wel. Dat waren alle vragen vanuit de commissie en de antwoorden vanuit de heer Damen en de heer Valk. Dank u wel daarvoor. Nu gaat de commissie het behandelen. U mag op de tribune plaatsnemen en daar de beraadslaging bijwonen uiteraard. Of u wel inderdaad uw microfoon even uit wilt zetten. Hartelijk dank. Dan gaan we over naar de behandeling van dat stuk. Het is geagendeerd door de Partij van de Arbeid, dus die krijgt ook als eerste het woord. Mijnheer Heinis, gaat uw gang. De heer Heinis: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, wij vinden het een heel waardevol museum voor Haarlem en we zouden het echt een groot verlies voor de stad vinden als we het gaan verliezen. Maar er ligt wel een hele grote hulpvraag aan de gemeente. Het gaat om een deels gift, deels lening, maar om 1,8 miljoen euro aan financiële hulp. En het probleem voor ons is: we weten niet zeker of het daarmee ook gered is, het museum. We kopen eigenlijk tijd tot en met 2025, maar er ligt een plan waar, denk ik, heel hard aan gewerkt is, waar heel veel goede dingen in zitten, maar wat ook risico's met zich mee meebrengt. Het is best een spannend plan.

We gaan naar minder exposities, maar er moeten wel fors meer bezoekers komen om uit te komen. Dat vinden wij erg spannend. En dan is 1,8 miljoen een heel grote hulpvraag. We willen graag tot een oplossing komen, maar we denken dat de gemeentehoogheid een deel van de oplossing kan bieden en dat we echt samen moeten optrekken met onder andere de oprichters, maar ook al die andere partners. We hopen dat daar nog iets mogelijk is. Want 1,8 miljoen is heel veel met de risico's die in het plan zitten. We hopen op een

9

oplossing. Dat is maandag in de technische sessie ook geopperd van, misschien moeten we gewoon als gemeente uitnodigen en alle partners bij elkaar halen om toch te proberen om een oplossing te vinden. Voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Hoeveel heeft de Partij van de Arbeid ervoor over om de zaak te redden? Voorzitter: Mijnheer Heinis. De heer Heinis: In de raadsinformatiebrieven staat al dat als er een solide plan ligt, dat het college met een voorstel wil komen. Maar ik heb niet een rond getal wat ik nu heb. Maar wat ik wel kan zeggen, we zouden nog een extra stapje kunnen zetten, maar het is niet dat we anderhalf miljoen … Het gaat niet om dat soort bedragen. Voorzitter: Mevrouw Van Zetten, vervolgvraag. Mevrouw Van Zetten: U weet dat de restauratie al een schip van bijleg was waar de gemeente heel royaal aan heeft meegedaan en vindt u dit dan eerlijk tegenover alle andere musea, culturele instellingen in de stad? Hoever wilt u dan gaan? Voorzitter: Mijnheer Heinis. De heer Heinis: Volgens mij ligt er ook een steunbrief van die andere musea uit de stad, zat bij de stukken. Zij willen ook heel graag dat dit lukt. En is het eerlijk? Het zijn dingen uit het verleden en misschien hadden er betere keuzes gemaakt kunnen worden, maar dit is wel de situatie waar we nu in zitten.

Vindt u het dan een goed idee om het museum failliet te laten gaan? Voorzitter: Mijnheer Heinis, u kunt geen interruptie doen op mevrouw Van Zetten. Het is hier geen vraag- en antwoordsessie. Mevrouw Van Zetten, u heeft nog een vervolgvraag? Laatste vraag. Mevrouw Van Zetten: Ik constateer dat het allemaal nog niet zo lang geleden is. Inderdaad er ligt een steunbrief. Maar die is ook behoorlijk vrijblijvend. Want dan zou ik wel willen weten van het Frans Hals, als ze het zo belangrijk vinden, welke veer zij dan willen laten voor hun vrienden aan het Singel. Voorzitter: Wat is daarop uw antwoord, mijnheer Heinis. De heer Heinis: Volgens mij was de vraag aan het Frans Hals-museum. Voorzitter: Helder. Dat was ook uw termijn? De heer Heinis: Ja. Voorzitter: Mijnheer Krouwels, D66. Gaat uw gang. De heer Krouwels: Dank u wel. 700 jaar dolhuis, met vandaag de dag een team op de tribune met hart voor de zaak. Dat hebben we kunnen zien. En er is geen museum eigenlijk, denk ik, met qua programmering, thema, locatie, die we zo waardevol vinden, maar tegelijkertijd qua bedrijfsvoering en risico zo slecht. De afgelopen 10 tot 12 jaar is echt ontzettend veel misgegaan. En mevrouw Klazes vroeg het ook al: waar was toch dat

10

toezicht van de Raad van Toezicht, hoe heeft zo'n directie zo lang door kunnen gaan? Ik wil me even richten op de vraag en de denkrichting van D66. Want wij hebben nu andere gezichten voor ons en die moeten die consequenties niet volledig dragen. We willen die nieuwe gezichten die we vanavond zagen ook bedanken voor een nieuwe businesscase. We willen het college bedanken voor de notitie. We hebben het besluit, het debat en de businesscase van vier jaar er nog maar eens bij gepakt. En dat was eigenlijk al de reddingsoperatie van deze Raad. Dat was eigenlijk al de reddingsboei en nu ligt er een nog grotere reddingsoperatie voor ons: een financiële vraag van 1,8 miljoen van de gemeente. En het sijpelt eigenlijk al door het verhaal van Museum van de Geest heen: daarnaast is eigenlijk ook gestructureerde financiering nodig, want elk museum heeft dat. Dan is eigenlijk de vraag die eronder ligt: willen wij als Haarlem een extra gemeentemuseum onder ons hoede nemen? Want met dit soort bedragen moeten wij aan deze tafel ons gaan afvragen: wat gaan we dan niet doen? Welke culturele instellingen laten we los, gaan we korten of laten we vallen? Want ik heb een paar van de ondertekende brieven gebeld en inderdaad, nee, er zit toch niet zoveel ruimte om met zijn allen die kar te trekken. En we hebben afspraken gemaakt in het cultuurplan tot 2028.

Daar zou je nog ruimte kunnen zoeken, maar niet voor dit soort bedragen. Dat is een pijnlijk verhaal, maar het is een nodig verhaal voor de mensen op de tribune en het dolhuis. Ziet D66 Haarlem dan nog andere mogelijkheden? Ja. Dat kwam al een beetje in mijn termijn naar voren. Maar dan moet de denkrichting wel veranderen, want weer zien we als Raad een businesscase van een culturele instelling met financiële problemen met meer kans benutten, meer zaalhuur, meer. En dat kennen we. En dat kan niet allemaal werken. Dus ons advies is: denk toch niet altijd groter en vergelijk u niet met het Teylers Museum of het Frans Hals Museum. Mijn vraag zou zijn: wat is uw minimum scenario om het Museum van de Geest levend te houden, want jullie zijn ontzettend belangrijk. Maar wat D66 betreft is het aan de stichting en de founding fathers om daar uit te kijken. Want hier aan tafel moeten we realistisch zijn. Voorzitter: Ik zag een interruptie van mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: U bent, dat mag, terecht heel kritisch op de grote bijdrage die wordt gevraagd. Maar er zijn toch vaker Haarlemse musea in nood geweest en die hebben we ook gesteund. En daar is men uiteindelijk ook over de brug gekomen. Bijvoorbeeld bij Frans Hals.

Dus hoe duidt u het een belangrijker dan het ander? De heer Krouwels: U kent mij ook als heel erg kritisch op de plannen van het Frans Hals Museum. Daar kijken wij heel erg strak naar. Het Frans Hals Museum heeft wel een andere functie. Zij beheren namelijk de collectie van onze gemeente. Dat is echt wel een andere functie. Voorzitter: Mevrouw Van den Broek, vervolgvraag. Mevrouw Van den Broek: Ja, ze beheren onze collectie. Tegelijkertijd is dit een van de meest beeldbepalende historische panden en erfgoed van de gemeente. Dus dat zou ook wat waard moeten zijn. Bent u dat met ons eens? Voorzitter: Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Dat is zeker wat waard. Voorzitter: Dat was ook uw termijn, mijnheer Krouwels? Ja. Helder. Dan gaan we door naar mevrouw Oppenhuis, CDA.

11

Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel. Inmiddels zie ik voor mij best wel bekende gezichten, want een heleboel van die gezichten heb ik vanmiddag ook al gezien. Ze doen echt hun best om het museum in stand te houden en het CDA vindt dat mooi om te zien. Wij zeggen ook altijd: het omzien naar elkaar is belangrijk. Maar dan komen we bij het stukje omzien naar elkaar. Wat is dat? Is dat een mooi uniek museum overeind houden, of moeten we het breder zien? Want, dat is al door andere mensen ook genoemd, er zijn zoveel mooie culturele instellingen die ook uniek zijn en die het niet gemakkelijk hebben. En je kunt het geld maar één keer uitgeven. En Museum van de Geest heeft dat al gedaan, want we hebben al best wel veel geld gegeven. Daarbij heeft het CDA het ook vaak over gespreide verantwoordelijkheid. Ik geeft het net al aan, over die culturele instellingen. Maar het houdt ook in dat het museum zelf ook aan zet was en nog steeds is. En ja, we zien dat het museum er nu hard aan trekt om het museum overeind te houden. En ook zien we dat er inmiddels geld opgehaald is door crowdfunding, maar subsidieaanvragen via bijvoorbeeld het Rijk, het AFK en fonds Cultuurparticipatie hebben die aanvragen afgewezen. En dat is natuurlijk niet voor niets. Ook het college geeft aan in hun raadsinformatiebrief, dat zij dit plan als bijzonder risicovol inschatten.

Daarom is het CDA niet meteen een voorstander om akkoord te gaan met het voorstel van het Museum van de Geest. Het CDA vraagt zich af of er een andere mogelijkheid zou kunnen zijn, want kwijtschelden van eerder gegeven subsidies en gelden door de gemeente en weer opnieuw een subsidie te verstrekken, is niet wat het CDA voor ogen heeft. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Van den Broek, gaat uw gang met de interruptie. Mevrouw Van den Broek: Ik ben even benieuwd naar mevrouw Oppenhuis, want volgens mij is net afgelopen week en net ook weer in den treure uitgelegd hoe de financiële situatie er uitziet en welke pogingen en wegen het museum bewandelt om tot meer financiering te komen. Dus ik snap uw vraag niet van wat is er nog meer mogelijk? Volgens mij hebben ze dat nu net in den treure uitgelegd. Ik denk eerder dat het aan u is: welke beslissing neemt u nu? Gaat u het wel of gaat u het niet steunen? Want al die oplossingen zijn volgens mij inmiddels wel uitgelegd. Voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Bijvoorbeeld de eerste stap zetten is een mogelijkheid. Of misschien met zijn allen bij elkaar zitten om te kijken hoe komen we er met zijn allen uit? Maar niet dat de gemeente weer een enorme grote geldkraan opengooit. Voorzitter: Mevrouw Van den Broek, nog een vervolgvraag? Mevrouw Van den Broek: Ik begrijp het niet helemaal.

De eerste stap, wie moet dan nu de eerste stap zetten? Want ook dat hebben we net uitgebreid besproken. Mevrouw Oppenhuis: Ja en daarom zeg ik, misschien moeten we met zijn allen bij elkaar gaan zitten. Dus èn de gemeente èn de founding fathers of iets dergelijks en dan eens met elkaar bespreken. Maar ik denk dat ik het nu elke keer weer opnieuw kan uitleggen en elke keer weer opnieuw een vraag krijg. Ik denk dat het nu duidelijk is wat ik heb gezegd. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oppenhuis. Dan gaan we door met mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. De fractie van GroenLinks heeft geworsteld, zoals velen, denk ik, met dit dossier. Aan de ene kant is daar de oprechte wens om het museum voort te laten bestaan, want ook wij vinden het uiteraard een uniek museum. Maar er is op dit moment een dusdanige urgente situatie ontstaan,

12

dat we wel over de brug moeten komen met de door het museum gevraagde giften en lening om het museum überhaupt te kunnen redden. We zien de mensen op de publieke tribune en we horen de emoties van de medewerkers van het museum. Maar we hebben als Raad de verplichting om een afweging te maken op basis van de beschikbare informatie en niet op basis van emotie. Dus hebben wij de cijfers nauwkeurig bekeken: de huidige stand van zaken en de prognoses voor de toekomst. We hebben respect voor de pogingen van het interimbestuur om het museum te redden. Geen steen bleef onomgedraaid. Er werd gesproken met mogelijke investeerders, mogelijke zakelijke partners. Er werd een crowdfundingsactie opgezet en er werden benefieten georganiseerd en er is nagedacht over de inhoudelijke invulling van het museum in de toekomst. En natuurlijk is er ook meermalen gesproken met ons en met het college. De prognoses geven ons als fractie van GroenLinks echter te weinig vertrouwen om af te wijken van het standpunt van het college. De kans is te groot dat wij als gemeente ook in de toekomst aan de lat zullen moeten staan voor tegenvallende resultaten. Wat ik nog wel mee wil geven, is dat mocht er na vanavond toch nog ergens licht komen en lucht komen, dan zijn wij uiteraard bereid om ook weer om de tafel te gaan zitten om te kijken wat alsnog de mogelijkheden zijn. Maar op dit moment zeggen wij nee.

Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Klazes. Gaan we door. Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. Wat is er? De heer … (griffie?): Interruptie. Voorzitter: Kunnen we afspreken – en dat is ook op zich geregeld – dat u interrupties vóór het einde van een termijn duidelijk kenbaar maakt. Dank u wel. Mijnheer Kuin, SP. Fijn dat u er weer eens bent. De heer Kuin: Goedenavond. Ik stak net mijn hand omhoog, hoor, maar u zag het niet. Geeft niet. Vraag aan GroenLinks. Ik heb begrepen dat jullie steun zouden willen geven aan projectontwikkelaar bij de Egelantier, omdat die zijn businesscase niet rond krijgt. Mevrouw Klazes: Ik kan daar heel kort over zijn: dat heeft u echt bekeerd begrepen. Voorzitter: Dan gaan we nu wel naar de heer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, de collectieve mentale gezondheid, psychisch welzijn, in onze samenleving is in de coronajaren op een voor de moderne geschiedenis ongekende manier onder druk komen te staan. We moeten ons extra inspannen om niet een generatie jongeren te verliezen die het ontzettend moeilijk heeft gehad de laatste jaren en, mede onder de demografische ontwikkelingen van dubbele vergrijzing, ook de mentale weerbaarheid van ouderen onder druk zien komen te staan. En dat wordt de komende jaren steeds erger. Alzheimer, dementie grijpen en slaan om zich heen.

En hoe cynisch is het dan, dat juist het Museum van de Geest mede, ik zeg mede, vanuit diezelfde coronajaren in zwaar weer is terechtgekomen? Want wat kunnen we in die thema's zo'n museum toch goed gebruiken als samenleving. Actiepartij vond en vindt het museum een ongelooflijke meerwaarde hebben, niet alleen voor Haarlem, maar in een veel bredere regio en een bredere context. We hebben dus ook in de afgelopen bestuursperiode de restauratie van het gebouw ten behoeve van het huidige museum toegejuicht. Juist in de verbinding tussen het sociaal domein, cultuur en educatie, zagen en zien wij grote meerwaarde voor dit museum. Het gesprek afgelopen maandag met de directie was verhelderend. In die zin zijn de ambities groot en vonden we de gepresenteerde cijfers voorzichtig. Dat vonden we terecht in de context van de achterliggende financiële perikelen of achterliggend de huidige perikelen. Ik heb aangegeven dat mijn fractie om de transitie en reddingsoperatie waar men op aanstuurt goed te kunnen beoordelen, behoefte heeft aan een breder financiële doorkijk op basis van de financiën, ook van afgelopen jaren. Dan wordt in één oogopslag in het

13

Excelsheet duidelijk waar aan welke knoppen is gedraaid en kunnen we alle ambities beter beoordelen voor de toekomst. De vraag aan de wethouder is dan ook: wethouder, kunt u in de dagelijkse/wekelijkse contacten met het museum in die specifieke informatiebehoefte voor onze fractie voorzien? En ik had het idee dat die informatiebehoefte bij mijn collega's ook leefde. Dan heb ik het over afgelopen maandag. Voorzitter, het is te vroeg om nu een amendement aan te kondigen bij de begroting, maar ik realiseer me dondersgoed, dat de aankomende begroting het moment is om financiële spijkers met koppen te slaan. We zijn bereid hiernaar te kijken, uitgaande van een incidentele bijdrage – hoe hoog, ik heb geen idee – en een meerjarige garantie dat de gemeente, net als in de afgelopen jaren, bereid is om vanuit de verschillende domeinen – sociaal, cultureel en educatie – projectsubsidies te blijven verstrekken. Want dat kan namelijk de businesscase comfort bieden in alle onzekerheden die nog op ons pad komen. Maar we vinden echt en dat is belangrijk dat ook hogere overheden en GGZ Nederland hier een taak hebben. Want mentale welzijn begint en eindigt niet bij de stadsgrenzen van Haarlem en zeker ook niet bij de kas van de gemeente. Onze oproep, mevrouw van het CDA zei het net, maar ik heb het maandag ook gezegd tegen de directie: ga alsjeblieft met zijn allen in een hok zitten.

Doe de deur dicht. Met stakeholders, founding fathers, hulpmoeders, de gemeente, het college, de provincie, de Rabobank. Noem ze maar op. Ga bij elkaar zitten en zorg dat je tot een vergelijk komt. En als je er niet uitkomt, laat dan zien, transparant, waarom je er niet bent uitgekomen. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Mijnheer Van Leeuwen, even een verduidelijkende vraag mijnerzijds. U vroeg om informatie. Die heeft u maandag ook gevraagd. Ik begreep, zoals ik ook in mijn introductie zei, dat die inmiddels al, in ieder geval bij u, in de mailbox zit, maar dat hij ook naar de raadsgriffie komt. Dus het goed is, zou daar al gehoor aan gegeven zijn. Een duimpje voor de kijkers thuis. Dan gaan we door. Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet wat het astrologisch of mythologisch betekent, maar onderweg hierheen fietste ik over de Schotersingel en recht boven het Museum van de Geest hing daar prachtig de volle maan. Dat was de introductie, voorzitter. En dan de bijdrage, ook namens de SP. Het Museum van de Geest, dat is ook door andere partijen gezegd, is een bijzondere culturele instelling die zowel nationaal als internationaal uniek is. Allereerst staat het museum op een markante locatie: het historische dolhuis. Een gebouw met een rijke geschiedenis die perfect aansluit bij het thema van het museum.

Dit brengt ook een extra dimensie aan de beleving van de bezoekers, die zich letterlijk onderdompelen in een locatie waar eeuwenlang de geestelijke gezondheid centraal heeft gestaan. Daarnaast is het thema van het museum buitengewoon relevant in onze tijd. Daar refereerde de heer Van Leeuwen ook aan. Het Museum van de Geest werpt licht op geestelijke gezondheid, een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt en verdient, maar toch vaak ook omgeven blijft door stigma's en misverstanden. Door kunst, wetenschap en ervaringsverhalen te combineren, biedt het museum een platform voor dialoog en begrip. Dit maakt het niet alleen een cultureel, maar ook een sociaal-maatschappelijk belangrijk instituut. En wij vragen daar al langer aandacht voor. Maar één op de vijf jongeren kampt met psychische problemen, zoals angststoornissen, depressies of zelfs zelfmoordneigingen. Tenslotte, voorzitter, het Museum van de Geest is een versterking voor het profiel van Haarlem als cultuurstad. Het behoud van dit museum door gemeentelijke steun is dus niet alleen een investering in cultureel erfgoed, maar ook in het welzijn en de bewustwording van de inwoners en ook een stukje marketing voor onze stad.

Kortom, voorzitter, de gemeente Haarlem zou het Museum van de Geest financieel moeten ondersteunen om deze unieke instelling in stand te houden en bij te dragen aan een inclusieve en betrokken samenleving. Wij stellen voor om het museum wat tijd te geven om orde op zaken te stellen. We hebben ook gekeken naar de plannen. Ze moeten echt wat aangescherpt worden. Maar we hebben net van de insprekers al wat meer informatie gekregen dan maandag. Dus ze zijn echt aan het werk. We willen ze de kans geven om op zoek te gaan naar partners die dit unieke museum willen steunen. Ga de

14

boer op, willen we zeggen, want wij geloven dat lokaal, nationaal en zelfs internationaal genoeg mensen te vinden zijn die gek genoeg zijn om de portemonnee te trekken. Niet omdat ze gek zijn, maar omdat ze, net als ons, ook zien dat dit bijzondere museum alle steun verdient. Als wij, voorzitter, nu niets doen, raken we iets unieks kwijt. Voorgoed. En dat zou doodzonde zijn. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aynan. Beste mensen op de tribune, ik begrijp dat u het een goed verhaal vond. Vonden wij ook. Maar het is niet de bedoeling dat u klapt, want voor u het weet, gaat u boe roepen als iets u niet bevalt. En dan wordt het een stuk minder gezellig. Dus als u dat niet meer zou willen doen, heel graag. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren, mag verdergaan. Gaat uw gang. Mevrouw Van den Broek: Voorzitter, precies een week geleden, 10 oktober, was het de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid, ook wel World Mental Health Day genoemd. Op deze dag wordt wereldwijd aandacht besteed aan psychische gezondheid. Dat is nodig, want veel mensen vinden het lastig om over mentale klachten te praten. Want stress, somberheid, overprikkeling, prestatiedruk, storm in je hoofd is niet iets waar mensen en al helemaal niet jongeren graag mee te koop lopen.

Het Museum van de Geest helpt bij deze dialoog door inzicht te geven in de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg, door kunst als communicatiekanaal voor onze hersenpan te gebruiken, door kinderen zichzelf te laten ontdekken en pubers hun Boekendubbelganger te laten vinden, waarbij ze dan ook gelijk gestimuleerd worden om boeken te gaan lezen. De vraag die we onszelf moeten stellen, is hoe belangrijk vinden wij dit museum voor onze stad, voor de regio en voor het land? Want wat de Partij voor de Dieren betreft, overstijgt het museum het Haarlemse belang, juist omdat mentale gezondheid iets is wat overal speelt en niet alleen binnen onze stadsgrenzen. Daarom is het spijtig dat er geen landelijke en regionale subsidies zijn toegekend. Des te krachtiger is het te zien dat het museum voor de lange termijn zoveel mogelijk haar eigen broek wil ophouden. In het gesprek dat de commissie heeft gehad met het museum is het ondernemersplan en de begroting doorgenomen. Het college vindt deze te rooskleurig ingeschat en niet levensvatbaar, maar als we heel eerlijk zijn, weinig tot geen musea en culturele instellingen zijn zonder subsidie überhaupt levensvatbaar. En dat is ook geen schande, want ze vervullen immers een maatschappelijke, educatieve en sociale functie. Want vergeet niet, er werken hier heel veel vrijwilligers.

Sterker nog, ze zorgen voor nieuwe ideeën, reflectie en voor verandering bij mensen, ze maken onze samenleving creatiever, bieden mogelijkheden voor persoonlijke groei, het zet aan het denken, maakt emoties los, ontroert en ontregelt. Het helpt om mensen buiten de gebaande paden te denken en dat heeft een samenleving hard nodig. Haarlem kan zich met Museum van de Geest onderscheiden als een stad waar op een steeds vernieuwende wijze de dialoog over mentale gezondheid gevoerd kan worden en dat op een unieke locatie in een historisch beeldbepalend pand. Dat kunnen en zouden we veel meer moeten uitdragen als stad. Want je kunt je stad immers niet goed genoeg promoten, hoorde ik de VVD een uur geleden zeggen. Voorzitter, er wordt een hele forse bijdrage gevraagd, dus daar mag kritisch naar worden gekeken. Tegelijkertijd is er echt wel potentie qua regulier bezoek, qua zakelijke markt, verhuur van ruimtes en qua horeca. En wat ons betreft zou het mooi zijn als de wethouder ook eens bij de provincie en de gemeente Amsterdam in gesprek zou kunnen gaan om te kijken of er gezamenlijk kan worden bijgedragen. We horen immers positieve geluiden uit Amsterdam, maar laat de overheden hier nu in gezamenlijkheid en gestructureerd naar kijken.

Is hij daartoe bereid om dat gesprek op te starten? Wat de Partij voor de Dieren betreft is het te vroeg om het doek te laten vallen voor het Museum van de Geest. Want als we het eenmaal kwijt zijn, Jouw Haarlem zei het net al, dan krijgen we het niet meer terug. Onze vraag dan ook eigenlijk na deze behandeling of het college met een heroverweging kan komen of dat we straks echt met de begroting met een voorstel moeten komen? Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Broek. Dan gaan we door naar de heer Bruch, VVD. Gaat uw gang.

15

De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Je praat hier natuurlijk inderdaad over een uniek museum op een prachtige locatie, dat helaas in de huidige vorm niet levensvatbaar blijkt te zijn. Dus er moet iets veranderen. Ik kan niet anders dan bewondering uitspreken voor alles wat de mensen die hier op de tribune zitten, die we van de week hebben gesproken, hebben gedaan om te komen tot een sluitende businesscase. Alleen het feit dat de ene na de andere partij zegt, nee, wij nemen niet de eerste stap, jaagt ons toch een beetje angst aan. Is het niet too little, too late? Is het risico niet iets te groot? Natuurlijk, we willen het museum behouden, maar aan de andere kant moeten we ook wel kijken hoe wij het geld van de Haarlemmers uitgeven, want er zijn meer musea. Het is niet onze collectie zoals het Frans Hals Museum, dus het is voor ons best wel een heel moeilijk besluit. In de fractie hebben we het er ook uitgebreid over gehad en hebben zoiets, wij kunnen niet volledig aan de lat staan. En als niemand anders een eerste stap doet, waarom zou de gemeente Haarlem dan de eerste stap doen? Wat wij eigenlijk en dat is al eerder gezegd, de wethouder willen oproepen: ga in gesprek, blijf in gesprek en kijk of er iets te doen is dat het ons niet 1,8 miljoen kost, maar dat toch het museum behouden kan blijven. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch.

Mijnheer Van Exter, Forum voor Democratie. De heer Van Exter: Dank u wel, voorzitter. Forum ziet graag dat de gemeente een zeer goede inspanning, ik wil niet zeggen maximale inspanning, gaat doen om het museum te behouden. Ik heb van de insprekers gehoord dat het voornamelijk komt door de corona en de Oekraïne-oorlog, dat men nu eigenlijk in zwaar weer gekomen is. Daar kunnen zij niks aan doen. Dit idee betekent natuurlijk wel, dat wil ik erbij zeggen, dat er genoeg andere instellingen, bedrijven in de samenleving zijn die in eenzelfde situatie zitten. Het is niet een blanco check wat ik wil geven, maar ik vind het eigenlijk niet toelaatbaar dat het museum gaat verdwijnen door deze oorzaken. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Exter. Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wel complimenten, respect voor de mensen van het museum, die hebben erkend dat het oorspronkelijke businessplan gewoon niet klopte. Maar ik snap ook wel en ben het ook wel eens met de huivering van veel partijen van, wie zegt ons dat het huidige businessplan, dat we het daarmee wel redden. En die 1,8 miljoen is dan toch wel veel.

Ik zou het wel een kans willen geven, maar krijg je zo dadelijk een soort kip-ei-situatie, dat iedereen zegt van, wij kunnen niet de eerste stap zetten, terwijl in de sector ook blijkt, maar andere partijen zetten pas een stap als wij een stap zetten. Hoe gaan we dat doorbreken? Ik snap dus eigenlijk wel dat verschillende partijen zeggen: ga met elkaar om de tafel zitten. Mijn vraag is dan wel aan ons allemaal, maar ook aan de wethouder: hoeveel tijd hebben we daar nog voor? Want we zitten wel heel erg krap in de tijd. Dus ik ben heel erg benieuwd wat de reactie van de wethouder daarop is. Ik zou er wel voor voelen om in gesprek te gaan. Wat betreft de ChristenUnie, een structurele bijdrage daar zijn wij huiverig voor, juist gezien allerlei andere uitdagingen. Maar als we met de incidentele bijdrage de boel kunnen redden, dan zijn we bereid erover na te tekenen. Maar we vinden 1,8 miljoen wel veel. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser. Mijnheer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Dit is natuurlijk toch een maatschappelijk probleem. We zien het zelfs al in Haarlem dat de mensen op straat slapen. En dat zijn ook mensen met een geestelijk beperking, laat ik het heel netjes zeggen. En we zien het ook in de Wilhelminastraat.

En we zouden natuurlijk moeten vragen aan onze wethouder: hoever bent u bereid zelf te gaan – en dat is eigenlijk een hele goede vraag – financieel om de boel in een beter water te krijgen, dat het toch blijft? Want je kan natuurlijk zeggen, ik geef die 1,8 miljoen

16

en klaar is Kees, maar dat is eigenlijk de bedoeling niet. De bedoeling is eigenlijk, probeer eerst te kijken of we de boel netjes kunnen krijgen en dan met iedereen ook om de tafel die er geld in wil steken, want dat was ook een ander punt. En dat is waar de mensen, hier ook natuurlijk, ook de vrijwilligers natuurlijk, baat bij hebben. Dus wij willen eigenlijk van de wethouder horen: hoever wilt u gaan financieel, het college, om daar een helpende hand te geven? Dat is onze vraag. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer Amand. Vergeet uw microfoon niet. We gaan door naar mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Laat ik beginnen, ik wilde complimenten geven dat het ook wel heel erg een heel mooi gebouw is geworden en dat ook een compliment aan onszelf is en aan het voormalige college, dat men de moed heeft gehad om dat fantastische dolhuis, dat al 700 jaar in handen van de stad is, in de handen van de stad is gebleven en op een hele mooie manier is gerestaureerd. Het is natuurlijk prachtig dat er een Museum van de Geest in is gekomen. Het zat er natuurlijk al. En er zijn nu problemen die je in feite toch al een beetje aan had zien komen. En ik vind ook eigenlijk dat we rijkelijk laat hier met zijn allen over praten. Want dit weten we natuurlijk al langer, dat er problemen zijn om de huur te betalen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14725989/1