10-07 Transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
17
gewoon zand in de ogen gestrooid, hè? Jullie denken als coalitie dat je geld te besteden hebt, terwijl dat er helemaal niet is. Dat bedoel ik met intransparant. U geeft daar blijk van. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Ik vind uw laatste opmerking vrij onkies. We houden elkaar hier wel heel, dus als u me vertelt dat ik iets niet snap, dan moet u dat ook onderbouwen, dat mag u dan dadelijk doen. Maar even, ik vraag me af: hoe kunt u nou zeggen dat die dingen niet terugkomen? U kent ongetwijfeld ook de inzet van de smileys, u weet ongetwijfeld ook dat raadsleden hier uit ons midden gekeken hebben naar: hoe zou het moeten worden verantwoord? Prima als uw partij met nieuwe voorstellen komt voor het volgende jaar, maar om te zeggen dat het niet transparant is … U heeft het me nog steeds niet kunnen uitleggen en dan vind ik het eigenlijk heel kwalijk als u dan zegt: het is niet transparant. Weet wel waar u het over heeft, alstublieft. De heer IJsbrandy: Ja goed, dan moeten we in details duiken waar nu op dit moment natuurlijk geen gelegenheid voor is, maar ik wil het u graag nog een keer apart uitleggen. De voorzitter: Dat wordt een kopje koffie, hoor ik wel, mijnheer IJsbrandy en mevrouw Verhoeff. Heel gezellig. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Linder, gaat uw gang. De heer Linder: Wij van de ChristenUnie zijn het voor het grootste gedeelte eens met de punten.
Daar zijn we blij mee, met sommige punten heel erg blij mee, maar goed. We vinden het wel jammer dat sommige punten gewoon alleen eenmalig zijn, want dat zal ongetwijfeld tot gevolg hebben dat andere jaren moeten we op zoek gaan naar potjes waar we dit eventueel kunnen voortzetten, of we moet gaan kijken naar bezuinigingen en dat vinden we wel erg jammer. Dus het was mooi geweest als in die zin ook meer structureel punten erin waren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Linder. Verder geen opmerkingen? Dan heb ik nog even een opmerking. Dit stuk is ook in andere commissies besproken, maar dan niet ter advisering, maar als bespreekpunt. Nee, het is wel ter advisering, sorry, het is wel ter advisering en er is al besloten dat het een bespreekpunt wordt dat terugkomt in de raad van 14 oktober, dus dat wil ik in ieder geval even meegeven dat we niet al te veel tijd hier besteden, om dat straks op 14 oktober nog een keer te doen. Wethouder, mag ik u het woord geven? Gaat uw gang. Wethouder Botter: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Eerst even over het proces.
Volgens mij zijn we tegemoetgekomen aan de discussie die is gevoerd rondom de kadernota, namelijk: als er mogelijkheden zouden zijn, is het dan zo dat we zo snel mogelijk daar inzicht in zouden kunnen hebben van wat we nog voor incidentele activiteiten uit de incidentele budgetten zouden kunnen doen? Daar hebben we ook geluisterd naar wat er bij de kadernota aan de orde is geweest en daar zijn ook een aantal dingen over opgenomen. Dus volgens mij is dat de verklaring waarom dit op deze manier nu voorligt, zodat we in ieder geval ook ervoor kunnen zorgen dat we meteen aan de slag kunnen gaan nadat dit wordt goedgekeurd en niet pas beginnen op het moment dat de hele begrotingsbehandeling achter de rug is. Als het vervolgens gaat over een integrale afweging, ja, er is natuurlijk gekeken ook naar een aantal zaken die voorlagen. Sommige zaken zijn gewoon echt incidenteel en andere zaken zullen op een andere manier dan wel worden voortgezet, dan wel invulling krijgen. Bijvoorbeeld het jeugd- en jongerenwerk waarover werd gesproken, is nu de komende twee jaar hier betaald uit die versneller en zoals u weet zijn we bezig met het versterken van de jeugdactiviteiten op de sociale basis en we gaan proberen om dat dan vervolgens uit het budget van de jeugdzorg te betalen. Ik zie een interruptie.
18
De voorzitter: Ik zag hem ook, wethouder Botter, ja. Mijnheer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Geachte wethouder, u begon uw betoog dat wij – en dat kan natuurlijk wij van WC-eend zijn, of wij van de hele raad – gevraagd hebben in de discussie bij de kadernota om een snel inzicht en een separate behandeling van. Misschien kunt u dat voor OPHaarlem terugvinden, want mijn geheugen is niet zo sterk, dus graag die correspondentie even terugvinden waarin de hele raad dan wel de coalitie heeft gezegd dat een separate behandeling van incidentele voordelen voorafgaand aan de programmabegroting is gevraagd. Dank u wel. Kunt u dat toezeggen? Wethouder Botter: Nou ja, misschien dat de leden van de fracties die het zich wel herinneren dat misschien even nog kunnen toelichten. De voorzitter: Wie kan het zich nog herinneren? Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Nou, ik heb het technisch uitgevraagd bij de griffie en ik kan me voorstellen dat dat ook gedeeld wordt gewoon bij de technische vragen. Er is geen toezegging, dat is vrij duidelijk. In het stuk wordt gerefereerd aan een toezegging door het college, die is er niet. Maar u kunt het dan wel terug vinden, dus een oproep aan de griffie om dan even die betreffende passage ook te delen. Dan kunt u het allemaal teruglezen hoe dit tot stand is gekomen.
De voorzitter: U bedoelt het antwoord op uw technische vragen? Want die worden gewoon gepubliceerd aan de raadzaal. De heer Rutten: Nou, ik vraag me af waarom deze niet gepubliceerd is, maar ik heb precies die vraag gesteld: waar is dat verzoek van de raad? Want ik heb daar geen actieve herinneringen aan, om het maar in VVDtermen te zeggen. En waar is de toezegging van het college daarop? Ik werd verwezen naar een passage op pagina zoveel tot zoveel in het transcript en ik kan me voorstellen dat dat even met iedereen gedeeld wordt, dat antwoord op die vraag. De voorzitter: Nou, allereerst complimenten voor het parafraseren van uw naamgenoot, heel goed. En eens even kijken, hoor, … De heer Rutten: Als ik het me goed herinner heeft die geen n achter zijn naam. De voorzitter: Nou ja, ongeveer. Als ik het snel zeg, dan is het net of u broers bent van elkaar. Eens even kijken, hoor. Kunnen we daar iets mee, kunnen we dat nog doen? Ja, de griffie doet bij deze een toezegging dat het alsnog wordt nagestuurd, de beantwoording van uw technische vragen. Alstublieft, mijnheer Smit. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Botter: Ik was er zelf ook van uitgegaan dat altijd de technische beantwoording op de vragen, dat die voor iedereen beschikbaar is, voor elke partij. Dus … De voorzitter: Dat is ook zo, we weten niet waarom ze nog niet gepubliceerd zijn.
Mijnheer Rutten, even voor mijn duidelijkheid: wanneer zijn deze vragen beantwoord, weet u dat ook? Prima, dank u wel. Wethouder. Wethouder Botter: Dan ga ik verder. Als het gaat over de externe inhuur, ja, dat heeft een kostenverhogend effect en daar zullen we straks ook over gaan praten als we het stuk over externe inhuur gaan bespreken wat door de Rekenkamercommissie is gemaakt. Het is gewoon een idiote arbeidsmarkt. We hebben een idiote
19
woningmarkt, we hebben een idiote energiemarkt, maar we hebben ook een idiote arbeidsmarkt, waarbij het gewoon niet op dit moment mogelijk is om gewoon mensen te vinden voor een aantal vacatures die we hebben. Soms is het zo dat mensen zich heel bewust de laatste jaren zeg maar afscheid nemen van een volledig dienstverband en zich toch als ZZP’er laten inhuren. In sommige gevallen moeten we daar gewoon gebruik van maken, want anders blijven er gewoon een heleboel werkzaamheden liggen. Dus dat is heel erg vervelend. De sociale basis structureel gefinancierd, dat was een andere vraag. Die is volgens mij aan de orde geweest ook in de commissie Samenleving, door mevrouw Meijs beantwoord. Dit zijn de extra middelen om de zachte landing van de sociale basis en de aanbesteding vorm te geven en voor de rest een stuk reparatie van een bezuiniging die eerder heeft plaatsgevonden. Daar zal dus wel, als we dat structureel willen met elkaar, op een ander moment naar gekeken moeten worden. Maar om in ieder geval te zorgen dat het nu de komende twee jaar goed geregeld is, is dit budget ingezet. Het leiderschapsprogramma, ja, zoals we van verschillende kanten hebben kunnen lezen is dat door het Berenschot-rapport best wel wat aanbevelingen zijn gedaan, ook over de manier waarop binnen onze organisatie leiderschap wordt ingevuld, hoe er wel of niet wordt samengewerkt en dergelijke.
Wij hebben gemeend om een extra impuls te moeten geven aan dat leiderschapsprogramma om te zorgen dat mensen die op leidinggevende posities zitten ook voldoende uitgerust worden om aan de organisatie van de toekomst ook leiding te kunnen geven. Over het jongerenwerk heb ik het gehad. Dan, ja, de ChristenUnie geeft aan blij te zijn met sommige punten, maar dat sommige punten eenmalig zijn. Ja, dat klopt, dat is het kenmerk van incidenteel geld. Dus dat is ook de reden waarom we niet verder hebben gekeken dan in de jaarschijven die zijn genoemd in het stuk van de versterkers. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen beantwoord, behoudens het punt rondom SPA, maar ik weet niet heel erg goed … Dat zou collega Roduner nog even voor zijn rekening willen nemen, als daar behoefte aan is. Ja, het is eigenlijk gewoon Beheer, ja. Ja, het valt onder wethouder Berkhout. Niet? Oké, goed. Dan had volgens mij, mevrouw de voorzitter, … De voorzitter: U heeft een … Mijnheer Trompetter wil wat vragen. Gaat uw gang. De heer Trompetter: Ja, en dan niet om te zeggen, mijnheer Botter, maar wel dat er nog één vraag openstaat en die is volgens mij voor de burgemeester. Wethouder Botter: Ja, ja, maar die moet nog. De heer Trompetter: O, die moet nog. Oké. De voorzitter: U was klaar, wethouder Botter? Wethouder Botter: Ik was klaar. De voorzitter: Dan geef ik nu graag het woord aan de burgemeester.
Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel. Eén punt wat ook op de voorstellen die op mijn portefeuille betrekking hebben slaat gaat eigenlijk over al deze middelen, namelijk dat ze tijdelijk zijn. Daar is door de wethouder op gereageerd, daar is in andere commissies op gereageerd. Het college constateert dat ze een aantal bezuinigingen heeft moeten doorvoeren en een aantal andere dingen die ze wel graag wilde, maar niet kon doen, omdat de middelen ontbraken, de structurele dekking ontbrak. Nu was er wel ruimte voor incidentele investeringen en die zijn voor een deel gebruikt om tijdelijk – want dat is inderdaad zoals de wethouder zei het kenmerk van iets wat incidenteel is – het effect van eerdere bezuinigingen ongedaan te maken. Ik vind het mooiste voorbeeld kunt u vinden in het eerste voorstel, dat gaat om de bezuinigingen van een functie bij CJG.
20
Daar heeft de Partij van de Arbeid vorig jaar een amendement ingediend en daarbij die bezuiniging voor 2021 teruggedraaid. Maar dat betekent dat die in 2022 alsnog zou sneuvelen. Wij hebben gemeend vanuit wat wij zelf belangrijk vinden, maar ook vanuit die prioriteit die de raad eraan gaf, om te zeggen: laten wij, nu er incidentele middelen zijn, die inzetten om ervoor te zorgen dat ook de komende jaren die functie beschikbaar is. Nou, dat geldt ook voor een aantal van de andere voorstellen. Wij hebben bij Handhaving bezuinigd. U heeft mij wel eens gevraagd: vind je dat verantwoord? Ik heb daar telkens op geantwoord: ja, alleen maar als een onderdeel van het feit, wij moeten met elkaar die begroting sluitend krijgen, dus ja, dan moet iedereen zijn bijdrage leveren, maar ik vind het niet fijn. U heeft dat op enig moment gezegd: dit gaat ons wat te ver, dus wij zetten ergens een punt van niet meer. Het college zegt: nu er wat ruimte is, willen wij ook wat extra inzetten op Handhaving, want dat is een van de onderwerpen waar uw raad iedere keer opnieuw aandacht voor vraagt: let nou op, op Handhaving. Dus wij zeggen: laten we dit doen.
Ik sluit ook helemaal niet uit trouwens, want terecht is er gezegd: maar is dat niet eigenlijk structureel nodig? Dat kan, maar wij hebben geconstateerd: volgend jaar is er sowieso onderhandelingen na verkiezingen over een nieuwe collegeperiode, over prioriteitstelling, dan hebben we wellicht ook wat meer mogelijkheden om structureel te investeren en dan kan de raad daarin zelf keuzes maken om te zeggen: nou, een aantal van die dingen die nu incidenteel gebeuren, willen we structureel maken. Dus wat mij betreft hoeft het ook niet elkaar te bijten. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Dank u. Voorzitter, burgemeester, u zegt natuurlijk: u heeft altijd gevraagd als raad om Handhaving, kan het allemaal wel? U had er liever niet op willen bezuinigen. Maar als bijvoorbeeld Trots Haarlem vroeg: moeten we niet meer Handhaving, in moties? Dan zei u ook altijd: nou, we hebben genoeg Handhaving. Dus hoe rijmt u dat dan een beetje met wat u nu zegt? Burgemeester Wienen: Het is wel grappig, want deze discussie voeren we jaarlijks, het is gewoon een terugkerend punt. Dit is nou een onderwerp waarbij ik kan zeggen: je kunt in principe altijd meer gebruiken.
Je vindt het op een gegeven moment verantwoord, afgezet tegen de beschikbaarheid van financiële middelen en alle andere vragen en discussiepunten die er zijn in de begroting om te zeggen: laten we het hiermee doen. Ben ik daar dan blij mee? Toen er vorig jaar wat extra geld beschikbaar kwam, heb ik gezegd: ja, daar ben ik als portefeuillehouder hartstikke blij mee. Wij hebben als college voorgesteld om het nog ietsje verder terug te laten lopen, gewoon in het evenwicht. Maar als er wat extra geld is, ben ik daar blij mee. Ik heb nu in het college op tafel gelegd: als er wat extra incidentele middelen zijn, wil ik ook graag voor Handhaving daar een beroep op doen. Ons verschil van mening is niet of Handhaving niet heel erg nuttig is en of we daar geen extra middelen voor kunnen gebruiken. Het verschil van mening wat we hadden, het college en uw fractie dan op dit punt, dat is of het een dusdanige urgentie had dat je op dat moment zegt: ten koste van andere uitgaven in de begroting moet er meer naar Handhaving. Nou, dat is aan de raad. Als de raad dat wil, moet u het doen. Maar als portefeuillehouder zet ik mij in om met de middelen die de raad beschikbaar stelt zo efficiënt mogelijk de Handhaving te organiseren. Meer geld kunnen we heel goed gebruiken en nu er incidenteel wat ruimte is, willen we dat graag voorstellen om te doen. Dat is het voorstel wat hier voorligt.
Dan over internationaal. De voorzitter: Burgemeester, u heeft hier nog een aanvullende opmerking denk ik van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Dank u voor de mooie samenvatting alvast, voorzitter. Want u zegt dan: eigenlijk was er altijd wel genoeg Handhaving ten opzichte van het budget. U ziet nou dat er ergens wat meer geld is en dan zegt u meteen: wij willen dan ook meer Handhaving, want u wilt iets gaan aanpakken of doen. Ik zie het dan met die camera’s dat er ook gesuggereerd wordt dat er plotseling een camera bij het Reinaldapark gaat
21
komen. Maar wat is daar dan aan de hand nu plotseling in het Reinaldapark dat daar dan wel dat extra budget naartoe moet, wat dan vroeger niet hoefde, omdat het voldoende Handhaving was? De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: In de eerste plaats, dit college is toen het begon – dat was een resultaat van coalitieonderhandelingen, maar daar was ik heel blij mee, heb ik ook om gevraagd – extra middelen beschikbaar gesteld voor een extra team wat we iedere keer op bepaalde prioriteiten zouden kunnen inzetten. Het is anders gelopen, want eigenlijk voordat het echt geëffectueerd kon worden, moest er alweer op bezuinigd worden. Bovendien hebben we toen ervoor gekozen, in onderling overleg, want dat was ook een keuze van de raad, om te zeggen: laten we dit nou voor een belangrijk deel ook gebruiken om de verhuur van kamers te beperken en te voorkomen dat commerciële verhuur, dat dat verkeerd gaat. Dus daar willen we Handhaving op ingezet zien. Nou, daar hebben we dit budget ook voor gebruikt, daardoor bleef er minder over. Dus ik zelf, het college, de coalitie, de raad, die hebben oorspronkelijk gezegd: wij zouden graag zo’n extra Handhavingsteam willen hebben om op bepaalde prioriteiten – en dat kan wisselen – in te zetten in de stad. Op het moment dat er geen geld is, kan dat helaas niet.
Als er nu wel wat extra geld beschikbaar is, dan zeg ik: heel erg graag, want er zijn inderdaad regelmatig meldingen van burgers waarvan wij zeggen: als we daar wat extra Handhaving op kunnen inzetten, zodat heel erg fijn zijn. Dat correspondeert ook precies met wat u in de raad en andere partijen in de raad ook regelmatig zeggen. Als er op het water te weinig Handhaving is – en daar zijn we het over eens, dat is echt een kwetsbaar punt – dan hebben we hier wat extra mogelijkheden om daar toch wat aan te doen. Nou, dan ben ik daar blij mee en volgens mij is daar niks vreemds aan. Als er een tekort aan middelen is, dan maak je met elkaar de afweging: jongens, het is ontzettend jammer, maar dat lukt nu even niet. Dat is hoe het werkt. Dan dat punt van die camera’s, die zou je misschien niet ingezet hebben en nu plotseling wel. Dat is niet helemaal zoals het is, het staat er ook anders. Wij hebben in Haarlem ondertussen ervaringen opgedaan dat het soms een toegevoegde waarde heeft om op bepaalde plekken waar extra overlast is tijdelijk een camera in te zetten. Daar hebben we intensief met elkaar over gepraat, want uw raad is daar ook heel kritisch in: niet zomaar overal camera’s neerzetten. Maar als er specifieke aanleiding is, dan kan dat een tijdelijk instrument zijn en dat blijkt in de praktijk ook goed te werken.
Nou, wat we nu doen, dat is, dan huren we zo’n ding in en dat kost aardig wat geld en die staat er dan een tijdje en daar gaat die weer weg. Wat wij willen, dat is dat wij een aantal camera’s gewoon zelf aanschaffen waardoor we wat sneller en wat makkelijker die inzet kunnen doen en ook weer naar een andere plek kunnen brengen als blijkt: oké, hier is die nu niet meer zo hard nodig en op deze plek wel. Het geeft ons uiteindelijk structureel een zekere ontlasting van de begroting. Dat zullen we in komende begrotingen ook merken, want dan kan je daar dus ietsje minder voor dat soort inhuur hoef je dan daarbij te betrekken, want je hebt zelf middelen. Dus dezelfde inzet wordt wat goedkoper, dat is de reden waarom we zeggen: dat is dan volgens ons een financieel slimme inzet van die incidentele middelen. Als het heel specifiek gaat om het Reinaldapark vind ik uw vraag wonderlijk, want het is uitgerekend uw raad geweest die gezegd heeft: wij maken ons grote zorgen over de situatie bij het Reinaldapark, wij spreken met burgers, er is een discussie geweest rond DomusPlus, dat vraagt om extra aandacht. Dat heeft u nadrukkelijk aan het college meegegeven. Dan moet u niet zeggen: wat gek dat u dat nou ook gaat doen. Ik zou zeggen, ik had eigenlijk verwacht dat u zou zeggen: nou, gelukkig, dat wordt opgepakt.
De heer Van den Raadt: Nou, dan even voor de kijkers thuis, want … De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van den Raadt. Gaat uw gang, mijnheer Van den Raadt.
22
De heer Van den Raadt: Dank u wel, voorzitter. Het is niet raar dat u het nu gaat doen. Het is natuurlijk raar dat u het nu pas gaat doen. Dank u. Burgemeester Wienen: Ik kom op dit punt ook nog bij u terug trouwens, als we zeg maar over de concrete maatregelen daar nader met de commissie praten. Dan over internationaal. Ik weet niet precies wat de spits van de vraag was. Er is inderdaad voorgesteld om daar twee dingen te doen. Eén is om wat geld beschikbaar te stellen om extern een nota te maken waardoor – dat was ook een vraag trouwens die we eerder vanuit de raad wel eens gehad hebben – om beter in beeld te brengen: waar is Haarlem nou actief als het gaat om internationale samenwerking, en wat kost dat en wat levert het op? Dus dat is vooral het inzichtelijk maken. Het andere deel, die belangenbehartiging, dat gaat om het feit dat wij merken dat een gemeente die in staat is met stevige personele know-how een beroep te doen op mogelijkheden voor subsidiëring, of dat nou Nederlands is of Europees, dat vertaalt zich uit. Als je echt mensen hebt die daar goed in zijn, die dat goed kunnen, die daarin thuis zijn, dan kun je sneller doorhebben: daar liggen mogelijkheden en daar vervolgens ook gebruik van maken. Dus wij gaan ervan uit dat dit een investering is die zichzelf ook gaat terugbetalen. Dat ziet u ook in het voorstel.
De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter. Gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Vroeger hadden wij de subsidieambtenaar, die had als enige taak om te kijken wat er aan subsidiemogelijkheden waren. Die hebben we niet meer. Is dit iets wat erop lijkt, of moet ik het zo zien, of is dat toch weer iets anders? Burgemeester Wienen: Ja, het is eigenlijk wat we toen ook deden wordt nu wat grootschaliger, ik zou bijna zeggen professioneler aangepakt, omdat we gezegd hebben: het gaat om meer dan een subsidieambtenaar, het gaat ook om een manier van kijken, het begeleiden van aanvragen, zorgen dat je de expertise in huis hebt. Dat is, als je één iemand hebt die alles in de gaten moet houden, dat lukt helemaal niet. Er zitten internationale kanten aan, er zitten Europese kanten aan, er zitten de landelijke mogelijkheden, provinciale mogelijkheden. Kortom, wij willen gewoon op dit punt een professionelere organisatie worden, omdat wij merken dat er gemeenten zijn die op dit punt effectiever zijn dan wij. Wij willen graag de mogelijkheden die er zijn maximaal benutten. De voorzitter: Dank u wel. Ik stond nog aan, zie ik nu, dus men heeft mij zien knikken.
Mevrouw Verhoeff, u had nog een vraag? Mevrouw Verhoeff: Nou, ik dacht even heel kort een tweede termijn, want er werd even inhoudelijk … De voorzitter: Ik vind het prima, gaat uw gang, tweede termijn. Mevrouw Verhoeff: Het is echt heel kort. De voorzitter: Moment, mevrouw Verhoeff. Mijnheer Smit? Mijnheer Smit? U bent ook zonder microfoon duidelijk hoorbaar voor ons. Oké. Mevrouw Verhoeff: Kijk, over het geheel, dus even niet over de twee portefeuillehouders, wordt gevraagd of wij gaan instemmen met alles wat voorligt. Nou, op de hoofdlijnen sowieso en we gaan ook als PvdA in ieder geval geen voorstellen doen om de balans die in het stuk zit aan te tasten, omdat wij vinden dat daar een mooi evenwichtig over de beleidspunten zit. We hebben nog niet van alle commissies terug gehoord natuurlijk
23
welke slimme zaken er nog aangemeld worden door oppositiepartijen. In de commissie Ontwikkeling was daar in ieder geval, eigenlijk twee, maar eentje hebben we het wat langer over gehad. Daar hebben we ook een toezegging op van de wethouder dat hij uitzoekt wat het kost om het schilderij Kenau op te knappen. Uit de wandelgangen hebben wij ook nog opgevangen dat het Museum Haarlem mogelijkerwijs op de een of andere manier met een eenma… Nee, 2022 overeind gehouden kan worden, of dat daar structureel op basis van de cultuurnota over gesproken kan worden. Daar willen wij even melden: daar denken wij in mee en mogelijkerwijs komt daar dus nog een aanvulling op en dan zal dat waarschijnlijk een beperktere, nou ja, een inbreuk op het jaarresultaat kunnen zijn. Iets in die orde van geest, maar dat wilden wij even aangeven dat wij graag meedenken met mensen uit de oppositie. En mocht er uit de commissie Beheer dadelijk nog iets komen, gaan we dat meewegen. De voorzitter: Dank u wel. Daar zat geen vraag voor de burgemeester in, geloof ik, het was meer een mededeling. Is dit punt voldoende besproken zo? Dan wordt het … Wat hadden we ook alweer afgesproken? Dan komt het als bespreekpunt sowieso naar de raad van 14 oktober. Burgemeester, ik heb nog wel een vraag aan u. Het woord Reinaldapark is gevallen.
We hebben het gehad over de agenda voor 4 november, er komt een nota over de stand van zaken en aanpak overlast Reinaldapark. Gaat dat lukken voor 4 november, of wordt dat december? Burgemeester Wienen: Er is een avond volgende week waarin met omwonenden verder gepraat wordt over de maatregelen. Ik schat in dat de verwerking daarvan niet zo heel veel tijd kost, maar goed, het gaat ook nog langs het college. 4 november, zei u? Dan zou het volgende week in het college … Ja, dan gaan we dat niet redden. Helaas, ik … De voorzitter: Dus dat als mededeling nu dan even. Dan wordt dat in ieder geval december. Die toezegging hebben we, hè? Burgemeester Wienen: Ja. De voorzitter: Goed. Dus dat wordt november, dan gaat het van de agenda van … Of, december en dan gaat het van de agenda van november af. Er was nog een vraag van mevrouw Wisse, wilt u die nu stellen aan de burgemeester? Mevrouw Wisse: Ik ben even kwijt welke vraag dat was. De voorzitter: Over de dwangsom van het Wob-verzoek. Mevrouw Wisse: O ja. Ja, de burgemeester zou nog een notitie schrijven over de dwangsommen bij de Wob, bijvoorbeeld voor het niet tijdig besluiten, dat die voortaan niet meer via de raad, maar een collegebevoegdheid worden, maar dat er dan wel duidelijk is in de jaarrekening hoeveel dwangsommen er betaald zijn en waarom.
Vordert die motie voor de volgende maand? Burgemeester Wienen: Ja, ik durf eerlijk gezegd niet te zeggen of dat volgende week in het college zit. Ik bedoel, uw vraag staat mij helder voor de geest, dat was ook waar we gekeken hebben: wat zijn de mogelijkheden om dat gewoon standaard te doen? Ik neem het even mee, ik laat het u nog wel even weten.
24
9.
Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Goed, dan gaan we verder met het volgende agendapunt, dat is ‘Spreektijd voor belangstellenden’. Er is niemand volgens mij belangstellend, of vergis ik mij? Niemand heeft interesse in deze commissie helaas, dus dat agendapunt … U doet toch iets niet goed, commissie, u moet toch uzelf wat meer in de kijker spelen, vrees ik.
Ter advisering aan de raad 10. RKC Rapport Onderzoek naar externe inhuur (JB) De voorzitter: Goed, wij hebben – even kijken, hoor – we gaan dan door met een stuk dat ter advisering is aangeboden, dat gaat over het ‘Rapport onderzoek naar externe inhuur’. Dat zal ingeleid worden door mevrouw Schneiders, maar ik weet niet of zij er al is. We gaan nu even op zoek naar mevrouw Schneiders. We kunnen ook zeggen: we gaan even zes minuten, want vijf is zo saai, gaan we even koffiedrinken. Dat kan ook. De gaan we even op zoek naar mevrouw Schneiders. Zullen we dat gewoon doen? Dus dan zijn wij hier om tien voor acht weer terug. Schorsing De voorzitter: Goed, we gaan gewoon beginnen, want ik heb op de bel gedrukt en ik heb gezegd dat we gaan beginnen, dus we gaan gewoon beginnen. Dag, mevrouw Schneiders, voorzitter van de Rekenkamercommissie, hartelijk welkom. U gaat zo meteen het volgende agendapunt even kort toelichten, inleiden. Dat onderwerp is agendapunt 10, het ‘RKC Rapport Onderzoek naar externe inhuur’. Dit rapport bevat bevindingen, conclusies en aanbevelingen om de externe inhuur in de gemeente Haarlem te verbeteren. De aanbevelingen uit het rapport zijn handvatten om de verbeteringen ten aanzien van de sturing, beheersing en informatievoorziening verder door te voeren. De commissie wordt gevraagd de raad te adviseren inzake het overnemen van de aanbevelingen.
Goed, voordat ik het woord ga geven aan de voorzitter van de Rekenkamercommissie, mevrouw Schneiders, wil ik mijnheer Smit even excuseren. Hij zal de rest van de … Bent u daar nog, mijnheer Smit? Wilt u het zelf zeggen, of zal ik het zeggen? De heer Smit: Zegt u het maar. De voorzitter: O. Mijnheer Smit is door persoonlijke omstandigheden gaat hij zo meteen naar huis en zal vanavond niet meer deelnemen aan de vergadering. Veel sterkte gewenst, mijnheer Smit. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Schneiders. Gaat uw gang. Mevrouw Schneiders: Andere kant, jeetje. Sorry, ik ben zo lang niet meer hier in deze zaal geweest dat ik niet eens meer weet hoe ik mijn microfoon aan krijg, maar ik heb hem. Leden van de commissie Bestuur, dit rapport externe inhuur heeft de RKC laten maken, eigenlijk ook omdat we – of, zelf gemaakt eigenlijk – omdat we het idee hadden dat dat iets is wat steeds maar terugkomt. Bij iedere keer het jaarverslag zien we dat er overschrijdingen zijn op externe inhuur. Dan nooit zoveel dat de accountant er moeilijk over doet, zal ik maar zeggen, echt iets van maakt, maar het wordt toch altijd maar weer opgemerkt. Het is ook iets wat landelijk wel speelt: hoeveel externe inhuur hebben we eigenlijk en voldoen we nog wel daarmee aan de aanbestedingsrichtlijnen? Daar gaat het ook vaak mis met externe inhuur. Dus we wilden wel eens weten hoe het zat in Haarlem.
Nou, dat hebben we geprobeerd te onderzoeken. Het was een beetje lastig, want het was niet zo dat alles helemaal netjes op orde lag en dat was omdat er een wisseling was geweest van de wacht en
25
dat er verschillende constructies waren geweest. Dus we hebben eerst een soort beleidsreconstructie gedaan en toen daarna zijn er dertien dossiers uitgekomen, hebben we geprobeerd een soort scan te maken: wat is een soort gemiddelde, een soort mediaan, of hoe noem je dat, hebben we dertien dossiers uitgezocht. We hebben dat in eigen beheer gedaan, dat onderzoek, omdat dat wel kon. Dus dat heeft Inge Mulders, onze secretaris, die ook onderzoeker is, heeft dat onderzoek gedaan. We zagen dat er natuurlijk voor 2014 een afname was en na 2014 weer een stijging en dat het beleid dus een beetje verandert. We zien dus wel dat er een ontwikkeling is en nou ja, zoals we allemaal weten, is het nu juist wel weer wat problematischer, omdat nu de arbeidsmarkt zo krap is dat je soms niet ontkomt waarschijnlijk aan externe inhuur. Dus als we dit rapport nu nog verder voort zouden zetten, dan denk ik dat we daar misschien nog wel tegen een verhoging van de externe inhuur aan zouden lopen, maar die staat niet in het rapport.
Wat we ook belangrijk vonden is dat, omdat dit wel iets is wat speelt in de gemeente en waarbij je op moet passen, dus of je nog wel aan je rechtmatigheid voldoet – dus of je niet de aanbestedingsrichtlijnen, dat je daar niet overheen gaat, over de grenzen – vonden wij het ook belangrijk dat het goed gedeeld wordt met de raad en we hadden het idee dat dat misschien onvoldoende gebeurde. We vonden ook dat er een visie moest zijn, dat er vanuit een visie moest worden opgetreden door het college van B en W. Daarom zijn we gekomen tot die aanbevelingen, dus het opstellen van een visie, het aanscherpen van de beheersing van de inhuur. Dat is natuurlijk ook gewoon meer dat er zicht op is en dat de wethouder daar zicht op heeft en houdt. En natuurlijk ook dat de informatievoorziening naar de raad goed is. En natuurlijk, het staat altijd wel ergens, ook in het jaarverslag een klein beetje, maar dat is soms zijn er dan zoveel dingen die interessant zijn, dat het de vraag is of je dat dan opmerkt. Daarom dachten we, het is goed om misschien te zeggen als aanbeveling: probeer te zorgen dat het goed geborgd wordt. Dat het duidelijk is en dat mensen zo even kunnen zien: o, nou, het staat met die inhuur dit jaar zo. We hadden er nog bij gezegd: regelmatig actief agenderen, misschien eens in de vier jaar, stond erbij. Ja, ik weet niet of dat zo weinig moet, of dat dat vaker moet.
Als die informatievoorziening geborgd wordt, kan ik me zo voorstellen dat we zelf als raad ook goed kunnen opletten en dat we dan ook op een gegeven moment zeggen: hé, hier zijn vragen bij. Wat er niet in staat en wat ik me wel kon voorstellen, dat als de rechtmatigheidscontrole op de jaarrekening naar het college gaat, dat er misschien ook vanzelf daardoor in dat kader wel een toets van het college komt en misschien ook wel een stukje van hoe het gegaan is met die inhuur. Maar dat leg ik u maar voor, want dat heb ik wel bedacht, maar hebben wij niet in de aanbevelingen opgenomen. Dus nou ja, ons voorstel is om die aanbevelingen over te nemen. Ik wil er wel bij zeggen, de samenwerking met het college en met de ambtenaren was heel erg goed en er zijn zelfs allerlei dingen al meteen toen wij ze ontdekten overgenomen en veranderd en in werking gezet. Dus dat is allemaal heel goed gelopen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schneiders. Dan geef ik nu graag het woord aan deze commissie. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel ook, Rekenkamercommissie. Wat ons betreft nemen we de aanbevelingen uiteraard over. De fractie van Actiepartij verbaast zich over het geconstateerde gebrek aan beleid en sturing als het gaat over externe inhuur. Dat is toch al jaren onderwerp van gesprek, en ik doe dit al heel wat jaartjes.
De informatievoorziening aan de raad is geconstateerd dermate beperkt dat onduidelijk is waarvoor we nu eigenlijk die externen allemaal inzetten. Ons motto zou zijn: besteed aan wat efficiënter kan buiten het gemeentelijk apparaat en doe zelf datgene waar je goed in bent en waar je mensen voor in dienst hebt. Daarmee kan ook inhoudelijke kennis worden opgebouwd en behouden worden, bijvoorbeeld over wat nodig is, over de prijsvorming en over de kwaliteit van dingen die je inkoopt. Want soms betalen we wel erg veel voor sommige dingen die we inkopen. Het lijkt erop dat heel veel taken ad hoc de organisatie in worden gebracht en dat de uitvoering deels organisch tot stand komt. Is de wethouder het met
26
de fractie van Actiepartij eens dat het niet de meest efficiënte manier van werken is? Dan nog enkele vragen als volgt, de eerste vraag: hoe is de aansturing en het uitzetten van de werkvraag nu geregeld? Kan de wethouder een notitie toezeggen waarin staat hoe de gemeente komt tot externe inhuur en hoe het werk binnen het ambtelijk apparaat wordt verdeeld? Is het college bereid de aanbevelingen van de RKC op dit gebied terstond op te volgen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan zeker als PvdA de voorstellen van de Rekenkamercommissie ondersteunen. Samen met D66 hebben wij ook een keer apart gesproken met de vorige gemeentesecretaris, toen hebben we al aangedrongen op een strategisch personeelsplan. Toen is het er niet van gekomen, gelukkig is dat nu met een nieuwe leiding – en ik neem aan dat daar de wethouder op gestuurd heeft, in ieder geval hopen we dat dan maar, want dan hebben we een kans van slagen dat dat nu wel op poten wordt gezet. Dat is wel heel belangrijk om te komen tot de doelstelling, niet alleen van tien procent, maar ook tot de kwalitatieve normen die daaronder horen en met name ook dat je eigenlijk voor piek en ziek inhuur altijd zult moeten hebben.
Heb je eens een keer een bijzondere specialist nodig, natuurlijk moet je dan inhuren, omdat als je die in dienst neemt is dat na korte tijd al zonde en je wil iemand ook een goed toekomstperspectief bieden en niet op straat zetten. Kortom, wij zijn erg blij dat dit goed is onderzocht. Dank u wel, RKC. En wethouder, doe er uw voordeel mee en zorg dat dit nu echt goed op poten komt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verhoeff. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten aan de RKC voor weer een heel erg helder rapport. Wij nemen de aanbevelingen heel graag over. Het grootste probleem lijkt een beetje te zijn dat er de afgelopen jaren iets te weinig aandacht is geweest voor de externe inhuur. Tot en met 2014 had die externe inhuur vrij grote prioriteit in de raad en in het college en dat is ook wel te zien aan die dalende lijn. Het is echt belangrijk dat er iemand, misschien de gemeentesecretaris, als een bok op de haverkist gaat zitten en de omvang van die externe inhuur bewaakt. Je kan je nog afvragen of het probleem misschien nog niet iets groter is, omdat je ook vaak ziet dat er heel veel mensen op basis van een tijdelijk arbeidscontract werken. Ik zou dan ook wel benieuwd zijn hoe de tijdelijke arbeidscontracten zich verhouden tot de grote groep ambtenaren in vaste dienst.
Tot slot wil ik graag opmerken dat het door de RKC voorgestelde verslag uitstekend zou passen binnen het door D66 zo gewenste strategische personeelsverslag in de begroting en de jaarrekening. Laten we de mensen die zo hard voor ons werken om alle plannen tot goede uitvoer te brengen ook de aandacht geven die ze verdienen. Ik ben erg benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen zo’n strategisch personeelsverslag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Dank u wel. Ik sluit mij daar graag bij aan. We hebben ook in het Duisenberg-onderzoek van 2020 daar ook al opmerkingen over gemaakt over de transparantie van personeelskosten in het kader van het onderzoek naar de apparaatskosten. We sluiten ons zeker aan bij de aanbevelingen van de RKC, dank daarvoor. We willen misschien nog één toevoeging daaraan koppelen, namelijk om per beleidsveld – want dat zijn eigenlijk de twintig beleidsvelden waar het gebeurt, waar uiteindelijk de organisatie mee bezig is – om per beleidsveld aan te gaan geven wat de personeelskosten zijn per beleidsveld en wat daarvan dan eigen personeel en wat inhuur is. Zodat je ook per beleidsveld kan zien: waar zit het dan precies? En dat je ook afwegingen kan maken, als je dus wil intensiveren op een beleidsveld, dat dat dan wellicht ook heel veel externe inhuurkosten met zich mee zou kunnen brengen.
Als je dat alleen maar bij elkaar optelt en het alleen
27
maar als totaal ziet, dan weet je eigenlijk nog vrij weinig, dus dat is eigenlijk de vraag aan de wethouder of dat mogelijk zou zijn om dat straks bij de beleidsvelden in de begroting en jaarrekening dan zichtbaar te gaan maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer IJsbrandy. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, dank u wel voor het mooie rapport, mevrouw Schneiders. Daar staat dan ook in helemaal aan het eind: borgen informatievoorziening en agendering. Dat in de afgelopen tien jaar is de stijging van de inhuur twee keer omgebogen door politieke begrenzing. Heeft u nou ook in uw grote speurtocht gezien dat politieke wens ook tot het omgekeerde kan leiden? Het viel mij in ieder geval op dat, als er hier altijd gezegd werd: er is geen behoefte aan extra Handhaving, dat ik dan wel altijd verdacht veel inhuur van beveiliging zag. Dus hebt u dat ook ontdekt dat er dus officieel dan niet handhavers worden aangenomen, maar dat dat dan wordt opgelost door extern gewoon beveiliging in te huren en misschien dan nog wel meer kosten te maken als dat wij als politiek hadden gewenst? De voorzitter: Wilt u daar een reactie op geven? Ja, dat hoeft nu eigenlijk nog niet, misschien zo meteen als alle bijdrages zijn geweest. Wil iemand nog wat zeggen? Ja, mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Dank u wel, voorzitter.
Nou ja, wat ons betreft heel goed dat de RKC de externe inhuur onder de loep heeft genomen. Er gaat meer dan 15 miljoen in om en het zicht van de raad op de externe inhuur is beperkt. Ook lezen we dat de opzet bestaan en de werking van de sturing onvoldoende is. Het CDA is dan ook blij met de grondige analyse van de RKC en de bevindingen en de aanbevelingen. Daarvoor onze complimenten. Deze bevindingen gaan wij niet allemaal herhalen. We zijn wel blij dat het college de aanbevelingen ter harte neemt en overneemt en hier ook mee aan de slag gaat, en het CDA doet dat ook. Daarnaast, ja, we hebben natuurlijk ook al eerder een motie ingediend, motie ‘Vast geeft comfort’. Ik denk dat we wel kunnen constateren dat die zijn uitwerking niet heeft gemist. Dat is ook wel hoognodig, hè, want als we in het rapport lezen dat de kosten voor de externe inhuur de begrote inhuur met maar liefst veertig procent overschrijdt, ja, dat kan natuurlijk eigenlijk echt niet. En ja, onze analyse is dan ook dat dat wellicht komt doordat nog niet alle punten uit onze motie ‘Vast geeft comfort’ zijn verwerkt en nog niet allemaal worden uitgevoerd. Dus dat is dan ook onze eerste vraag aan de wethouder: is hij dit nog van plan? Vervolgens nog een paar andere vragen en opmerkingen bij het rapport. De maximale inhuurtermijn van zes maanden, die gaat geschrapt worden.
Enigszins begrijp ik dat wel, want daar werd natuurlijk nooit aan gehouden. Sterker nog, we zien een gemiddelde externe inhuurduur van maar liefst dertig maanden. Dat is gewoon tweeënhalf jaar. Dan is misschien wel het makkelijkst om dan te zeggen: dan schrappen we die zesmaandenregel en dan voldoen we weer overal aan. Maar ja, dan is het natuurlijk geen externe inhuur meer, hè? Dus ja, hoe is het college dan van plan om die buitensporig lange looptijd van die inhuur te gaan voorkomen? Als tweede, het CDA vindt het fenomeen bulkaanvragen ook opmerkelijk. Wat ons betreft stoppen we daar ook mee, dit leidt tot een soort carte blanche situatie en nog minder grip eigenlijk erop. Dus graag een reactie hierop van de wethouder. Dan als laatste punt, ja, de overschrijdingen van het maximale tarief, die worden niet onderbouwd. Ook hier moeten we wat het CDA betreft vanaf. Een overschrijding van het maximale tarief vereist wat ons betreft altijd een onderbouwing. Kan de wethouder dit toezeggen? Dat waren nog onze punten. Complimenten aan het RKC had ik al gegeven en wat ons betreft nemen we ook alle aanbevelingen over. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Was dat het wat betreft … Ah, mijnheer Drost, gaat uw gang.
28
De heer Drost: Dank u, voorzitter. GroenLinks dankt ook de RKC voor het duidelijke rapport. Duidelijke aanbevelingen ook, ik denk dat het ook heel verstandig is om een visie op die inhuur te ontwikkelen om die beheersing van de inhuur ook aan te scherpen. Elk jaar zien we weer bij de jaarstukken dat er toch onrechtmatigheden ook zijn omtrent de aanbestedingen, dat de Europese norm wordt overschreden. We hopen daar ook echt verbeteringen op te zien als deze aanbevelingen worden opgevolgd. Het viel mij inderdaad ook op, die lengte van de inhuur. Ook voornamelijk als je bij andere bedrijven iemand inhuurt, dan speelt het niet zozeer, maar zeker als je met ZZP’ers aan de slag gaat en conform de Wet DBA, als je zolang iemand hier rond hebt lopen, dan zit je al snel met de Wet DBA en is het eigenlijk verkapt werkgeverschap. Dus die zou ik nog willen meegeven, ik zie dat ook als een mogelijk risico. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drost. U heeft een interruptie op de heer Drost? U had nog een kleine toevoeging, u was iets vergeten? Gaat uw gang, mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ik was eigenlijk mijn meest belangrijke punt vergeten, dus dat was wel ernstig. In de commissie Bestuur van 10 juni is het CDA ook ingegaan op de overschrijding van de totale personeelslasten.
Die was toen 1,7 miljoen en deze overschrijding werd toen verklaard door de contracten van bepaalde tijd waar geen formatie voor is. Aan het einde van het jaar is die bezetting weliswaar binnen de toegestane formatie, maar gedurende het jaar wordt die formatie dus overschreden met tijdelijke contracten, wat dus neerkwam op een bedrag van 1,7 miljoen jaar. Dan lezen we tegelijkertijd dat de daling van de externe inhuur is gegaan van 16,5 procent naar 13 procent. Dat oogt mooi, maar de kosten van de totale flexibele schil lijken hiermee wel enigszins te worden verhuld. Dus ja, wij zouden toch wel graag zien dat de samenstelling van personeel in vaste fte’s en in variabele fte’s, die is gewoon eigenlijk nog heel slecht inzichtelijk in de financiële rapportages. Dat was wel een beetje waar ik naar verwees naar onze motie, ‘Vast geeft comfort’, want die riep daar wel toe op. Dus ja, daar willen we de wethouder toch nogmaals aan herinneren en ook vragen of die bereidheid er is om daar dus echt gewoon duidelijk onderscheid in te maken in die financiële rapportages. Totaal vier vragen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt.
Dat was het wat betreft de bijdragen in eerste termijn? Ik geef nu graag het woord aan, misschien eerst aan mevrouw Schneiders, wilde u nog wat beantwoorden? Mevrouw Schneiders: Mijnheer Van den Raadt had ik het idee dat hij een vraag stelde aan de RKC, of wij dat hadden ontdekt dat er dan bijvoorbeeld handhavers, dat daar geen toestemming voor was vanaf de raad en dat ze dan via externe inhuur werden gevraagd. Daar kan ik alleen maar op zeggen dat dat dan ook eigenlijk hetzelfde is, dat dat niet met elkaar in strijd zou zijn. Dus dat als het externe inhuur is, dat het dan nog steeds handhavers betreft die aangesteld worden. Dus dat ik dat niet heb ontdekt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schneiders. Dan geef ik nu graag het woord aan de wethouder. Gaat uw gang. Wethouder Botter: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. En ook dank, grote dank zelfs, aan de Rekenkamercommissie voor het onderzoek en de rapportage. Ik zal maar gewoon het open en eerlijke verhaal vertellen. Het is gewoon best wel ingewikkeld gesteld geweest met HRM en personeelszaken de afgelopen jaren. Zeker op het moment toen ik aantrad, toen was er gewoon heel weinig zicht op de data en dat heeft er ook alles mee te maken dat een heleboel dingen gewoon doorgedecentraliseerd zijn daar de verschillende afdelingen.
Dus er was op het niveau van de centrale afdeling HRM onvoldoende zicht op wat betreft de inhuur ging vanuit de verschillende afdelingen, omdat de managers verantwoordelijk zijn ook voor het personeelsbeleid en ook voor de externe inhuur. Dat maakte dat zeg maar ook, en dat is ook volgens mij
29
gerapporteerd en gezien in het stuk van de Rekenkamercommissie. Een ander punt, en daar verschillen wij denk ik gewoon een beetje wel van mening, niet zozeer tussen de Rekenkamer en uw commissie, maar de oorzaak van waarom in 2014 het ogenschijnlijk nog gewoon goed ging en dat we sinds 2014 weer zijn gaan groeien, heeft er alles mee te maken dat er een reorganisatie is geweest in 2013, waar gewoon glashard is gezegd: er mag niet worden ingehuurd. Dat heeft eigenlijk tot op de dag van vandaag best nog wel zijn consequenties gehad in een aantal dossiers, bij een aantal onderwerpen. Je ziet dan ook dat we daarin sinds 2014 wel extra hebben moeten inhuren. De afgelopen anderhalf, twee jaar is het gewoon echt heel erg ingewikkeld geweest, omdat we in een heel andersoortige organisatie zat. U weet allemaal dat driekwart van de directie is vervangen, een van de directeuren is gewoon een jaar lang in tijdelijke dienst geweest en nou ja, daar hebben we sinds het voorjaar nu een vaste medewerker voor. We hebben ook nu voor de directeur bedrijfsvoering, die is ook interimmer. Daarmee zie je dat dat een aantal schalen zijn, een aantal functies zijn die best wel vrij hoog worden gehonoreerd, waardoor het net lijkt alsof het aantal mensen misschien wel is afgenomen, maar dat de kosten niet zijn afgenomen … Hoe heet het, min of meer gelijk zijn gebleven.
Dus daar zit gewoon een verhouding in, dat zijn relatief minder mensen misschien ingehuurd, maar die zitten wel op de hogere schalen. Dus daar zit een relatie ook tussen. Dan heel concreet over de vragen die zijn gesteld. Ik heb niet het idee en ik ben het ook niet dan met de Actiepartij eens dat wij niet de meest efficiënte manier van werken hebben. Wat ik wel met u eens ben is dat het beter kan en beter moet, en dat de verouderde HRM-systemen waarmee we werken zo snel mogelijk moeten worden vervangen en dat we niet meer op basis van gewoon fysieke zoekacties lijstjes en zaken bij elkaar moeten gaan brengen. Dat moet gewoon beter. Hetzelfde geldt voor de sturende rol van HRM als centrale partij die ook inderdaad bezig is met het strategisch personeelsbeleid. Als het goed is kom ik daar op 9 december met u ook over te spreken in deze commissie. Dan zit er ook inderdaad een stevige paragraaf in als het gaat ook over inhuur en met name ook een paragraaf over hoe we proberen mensen weer vast in dienst te krijgen door middel van een aantrekkelijke werkgever te zijn. Want dat is ook al een keer eerder geconstateerd dat er best wel veel jonge mensen starten met veel plezier, maar dat ze op een gegeven moment ook weer vertrekken.
Dat gebeurt sneller als dat wij dat wensen, dus het is belangrijk om te zorgen dat we mensen aan ons weten te binden en daar moeten ook een aantal zaken voor worden bewerkstelligd en die komen ook in die nota strategisch personeelsbeleid terug. Of dat zich moet vertalen ook in een strategisch personeelsverslag, ja, ik denk wel dat het, mede gelet op de wensen die er nu ook liggen, dat we misschien niet een heel uitgebreid personeelsverslag moeten maken, maar dat we wel de paragrafen die in de begrotingen zitten beter toelichten en dat we ook beter toelichten hoe het nou kan dat we een overschrijding hebben. Ik hoop natuurlijk dat die overschrijdingen in de toekomst minder zullen worden of er niet meer zullen zijn en dat we leren om beter te begroten, omdat we meer grip op de gegevens hebben. Maar ik vind dat u gewoon echt beter geïnformeerd moet worden over een aantal van dat soort zaken. Als het dan gaat over … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb gezegd dat het misschien niet de meest efficiënte manier van werken is. Ik heb niet gezegd of bedoeld dat er niet efficiënt wordt gewerkt.
Ik heb nog wel een opmerking gemaakt of de wethouder het ermee eens is dat door meer vast personeel er ook inhoudelijke kennis opgebouwd en behouden kan worden, bijvoorbeeld over wat nodig is en prijsvorming van zaken die we inkopen. De voorzitter: Wethouder.
30
Wethouder Botter: Ja kijk, natuurlijk ben ik dat wel met u eens dat het belangrijk is om mensen zoveel mogelijk te houden. Dat is ook de discussie die ik voer dat het noodzakelijk is om niet iedere keer maar mensen te laten invliegen, hun ding te doen en dan vervolgens dat we dan weer het nakijken hebben en dat die kennis verdwijnt. Maar het moet ook mogelijk zijn. Je ziet gewoon dat er op dit moment echt heel veel ambtenaren zijn die ontslag nemen bij of een gemeente, of de Rijksoverheid en zichzelf laten inhuren als ZZP’er. Dat is iets wat gewoon enorme vormen gaat aannemen en soms heb je gewoon geen andere keuze, want dan moet er toch werk worden gedaan. Hoe graag ik het ook wil dat ze bij ons in vaste dienst komen, soms zul je dat toch moeten doen dan. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Maar is dan deze ontwikkeling die u net schetst, is dat dan niet juist een reden om wel vast te houden aan die maximale termijn van zes maanden inhuur? Wethouder Botter: Nou ja, kijk, op zichzelf heb ik er niet heel veel moeite mee om vast te houden aan die termijn. De vraag is alleen, het zal met regelmaat voorkomen dat je zeg maar er dan overheen gaat, want die mensen zijn ook op de middellange termijn of op de langere termijn niet beschikbaar.
Je zult op een gegeven moment voor een aantal zaken … Ik maak dat zelf ook mee natuurlijk bij mijn eigen afdeling waar het gaat over jeugdhulp. We zijn op zoek naar een projectleider. Nou, we hebben de search uitgezet bij drie bureaus, we kunnen gewoon helemaal niemand krijgen. We kunnen gewoon echt niemand krijgen als regionaal projectleider voor jeugd. Dat is hetgeen gewoon waar we op dit moment mee te maken hebben. Als u en ook de kijkers een goede suggestie hebben om iemand bij wijze van spreken voor te dragen, maar dat is wat mij betreft wel een situatie van waar we ons er rekenschap van moeten geven. Dan kan ik natuurlijk met u afspreken: die zesmaandenregeling blijft. Maar dan hoop ik dat u ook enige clementie heeft voor mij op het moment dat ik toch moet aangeven dat het uiteindelijk misschien toch weer niet gelukt is. Ik heb echt ... Mevrouw De Raadt: Nou ja, goed, de gemiddelde inhuur is nu al dertig maanden, hè, dus dat is al tweeënhalf jaar. Dus ik denk dat we die clementie ook wel getoond hebben in de afgelopen periode. Maar het CDA vindt het geen goed signaal om die zes maanden dan maar te schrappen, want dan geef je ook mensen het signaal: je kan inderdaad beter gewoon ontslag nemen en je laten inhuren als ZZP’er, want dan ga je een stuk meer verdienen en dat kan dan wel tientallen jaren duren.
Dus alleen al voor het afgeven van het signaal lijkt het in ieder geval onzes inziens verstandig om gewoon vast te houden aan die zes maanden. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Botter: Nou ja, kijk, dat klinkt heel erg sympathiek, maar als wij dat als Haarlem als enige gaan doen, dan krijgen wij op een gegeven moment uiteindelijk helemaal niemand meer voor bepaalde taken. Dat maakt het gewoon heel erg ingewikkeld en ik weet niet in hoeverre, want daar heb ik het verder niet op nagekeken, ik heb begrepen dat bij die twaalf of dertien cases die de Rekenkamer heeft bekeken, dat men daar uitkomt op die dertig maanden, maar of dat gemiddeld voor alle inhuur geldt, dat is denk ik niet helemaal het geval. Want we hebben ook mensen, die zijn echt hooguit maar twee maanden of drie maanden in dienst voor een specifieke klus. Dus als het gemiddelde dertig maanden is op basis van die dertien dossiers, dat zou ik nog moeten nakijken en daar wil ik u over rapporteren. Maar ik weet niet of mevrouw Schneiders dat weet, of dat betrekking heeft op die dertien dossiers. De voorzitter: Mevrouw Schneiders.
31
Mevrouw Schneiders: Dank u wel. Nou, ik weet dat we natuurlijk die nader hebben onderzocht en ik weet ook wel dat er ook een algemener onderzoek is gedaan waaruit bleek wat het gemiddelde was aan het aantal inhuur. Dus ik denk dat dat wel, dat is wel breder dan die dertien dossiers. Wethouder Botter: Ja, dat geloof ik ook wel, maar of dat dan betekent ook dat de gemiddelde ingehuurde binnen de gemeente Haarlem, dat die dertig maanden is, dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. Nou, u geeft aan vanuit D66 dat er benieuwd is of er naar de tijdelijke arbeidscontracten kan worden gekeken en of we daar meer inzicht over kunnen geven. De voorzitter: Sorry, wethouder, ik ga u even onderbreken. U had nog een interruptie van de heer Drost. Gaat uw gang. De heer Drost: Nog even over die termijn, want als voorbeeldgemeente Amsterdam, volgens mij hanteren zij daar tegenwoordig een max van twee jaar, ook om de reden die mevrouw De Raadt noemt, maar ook vanwege de inleneraansprakelijkheid, dus de Wet DBA, de afdracht die je moet doen, zeker als je gebruik maakt van ZZP’ers volgens mij. Het college, u geeft ook dat risico zelf aan in de programmabegroting. Hoe kijkt u daar tegenaan, tegen die ontwikkeling? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Botter: Kijk, ik vind het een hele erge ongewenste situatie hoe de arbeidsmarkt zich op dit moment ontwikkelt.
Ik vind het heel ongewenst dat wij zoveel mensen in tijdelijke dienst hebben en ik vind het heel erg ongewenst dat een aantal mensen zich niet realiseert dat het misschien erg mooi is dat je je als ZZP’er laat inhuren en dat je dan een mooi salaris hebt, maar wat dat betekent voor de termijn en voor je pensioenvoorziening en alles en nog wat, dat is echt een punt waar ik mij zorgen over maak voor de toekomst. Maar dat maakt niet dat ik kan zeggen: wij doen aan dat hele gebeuren niet mee. Want er is ook een druk op het bedienen van de stad, er is een druk op het bedienen van u. Als het gaat over kwesties die te maken hebben met problematiek van de inkoopregelingen en de Europese wet- en regelgeving, dan heeft het ook vaak te maken met het feit dat men vergeet dat een bepaald contract ook afloopt. Dan wordt het contract opnieuw verlengd, of dan heeft men te weinig zicht inderdaad op die wet- en regelgeving en dat is met name ook een punt waarvan we zeggen: dat moet beter, daar gaan we nadrukkelijker naar kijken. Ook de motie over, hoe heet het, ‘Vast geeft comfort’, ja, die hebben we betrokken en die zullen we ook verder betrekken bij ons strategisch personeelsbeleid en daar komen we dan ook op terug. Die hebben wij omarmd en langs veel van die suggesties die daarin zijn gedaan voeren we het beleid ook uit. Maar we komen van ver en ik hoop wel dat u dat ook gewoon realiseert.
We komen echt van ver. Dan nog een paar zaken van de onrechtmatigheden en de zaken die geconstateerd worden ook door de accountant. Ja, ik vind dat we daar ook meer aandacht aan moeten besteden om inzichtelijk te maken wat nou precies aan de hand is. Volgens mij hebben we dat dit jaar ook bij de kadernota en ook bij de verklaring van de accountant een toelichting op gegeven hoe dat zit en wat daarvan de oorzaak was, maar dat kan misschien ook nog uitgebreider. Dan heb ik ook nog een vraag van het CDA, maar ik weet helemaal niet meer waar dat op betrekking had. Er werd gesproken over doc-aanvragen? Mevrouw De Raadt: Bulkaanvragen. Wethouder Botter: O, bulkaanvragen. En wat bedoelt u precies met de bulkaanvragen?
32
Mevrouw De Raadt: Nou ja, dat was wat we in het rapport lezen dat dat aan de hand is. Vandaar dat we daar onze vraagtekens bij hebben. Dus dat er in één keer bij een bureau een bulkaanvraag wordt gedaan voor een hele hoop mensen, zo begreep ik het. Wethouder Botter: Ja. Nou ja, dat is dus inderdaad gebeurd ook voor, volgens mij, een aantal functies in het fysieke domein. Daar zaten we echt op een gegeven moment met echt grote problemen, maar wij hebben een raamcontract, hè? Wij hebben raamcontracten met een aantal partners, waar we ook afspraken mee maken om personeel in te huren. Dat is soms ook een reden om een berisping te krijgen van de accountant, dat er door een afdeling iemand wordt ingehuurd die niet via zo’n raamcontract dan bij ons komt. Dat is dan een andere kwestie, ook daar zal veel meer nadrukkelijk op worden toegezien. Het kan best zo zijn dat soms inderdaad bij één en hetzelfde bureau iets van vier of vijf functies worden weggezet of misschien nog wel meer. We hebben ook een aantal mensen, die zitten niet in de flexibele schil, maar die zitten weer in de schil op het moment dat er bij het KCC extra mensen nodig zijn.
Dat zijn bijvoorbeeld, we kunnen aan de paspoortendata zien wanneer er weer een hele hoos nieuwe paspoorten moet worden uitgegeven en dan komen die mensen die eigenlijk in een soort externe schil zitten, komen dan helpen om die activiteiten ook te doen. Of wanneer er iets op de website wordt geplaatst waarvan je weet: dat gaat tot heel veel vragen leiden. Dan worden die ook daarvoor tijdelijk ingehuurd om antwoorden te kunnen formuleren. Die zijn meestal dan wel al ingewerkt in de systemen die we hebben, maar die zijn niet continu bij ons in dienst. Nou ja, u was blij met de aanbevelingen van de rekenkamer, daar ben ik ook blij mee. Het college heeft die ook allemaal overgenomen en die zal daar met voortvarendheid aan werken om te zorgen dat dat ook op deze manier wordt geregeld. Volgens mij heb ik dan de meeste vragen die er zijn gesteld beantwoord. Mevrouw De Raadt: Ik had nog één vraag over de tariefoverschrijdingen, dat wordt niet altijd onderbouwd. Wethouder Botter: Nee, dat is ook één van die dingen van de accountant. Dat heeft ook de accountant gesignaleerd en dat zullen we bij de volgende keer, als we weer overschrijdingen hebben. Ik hoop natuurlijk – dat zei ik net ook al – dat we die zo beperkt mogelijk hebben, maar dat zullen we verder onderbouwen.
Ik zal ook vragen of er meer rekening kan worden gehouden met de planning van de budgetten in relatie tot de realisatie. Want daar had u ook nog een opmerking over. De voorzitter: U heeft nog een vraag van de heer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, ik had ook een specifieke vraag, of de personeelskosten ook in de beleidsveldenweergave in begrotingen en jaarrekeningen opgenomen kunnen worden, gesplitst in eigen … Wethouder Botter: Ja, we kunnen in de personeelsbegroting laten zien hoe het zit bij de diverse afdelingen, want dat hebben we nu bijna helemaal rond, dus dat kunnen we laten zien. De voorzitter: Waren er verder nog vragen? Is er behoefte aan een tweede termijn? Nee? Ik heb u net een toezegging horen doen, alleen ik ben vergeten waar het over gaat. O, die had ik al eerder gehoord, die toezegging, dus dat is prima. Oké, hartstikke goed. Dan … Mevrouw De Raadt: En alle punten van de motie, toch? Wethouder Botter: Misschien mag ik nog één punt zeggen over wat mijnheer Van den Raadt heeft gevraagd, over die bewakers en de mensen die als boa werkzaam zijn. Dat zijn twee heel nadrukkelijk verschillende functies en de mensen die voor de beveiliging worden ingehuurd gaat meestal heel specifiek om of de