CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Raadsstuk 2.0 gewijzigd voorstel bob geheimhouding PWC (002)

gemeenteraad 23 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Beslissing op bezwaar van de heer R.E. Mooijekind inzake de bekrachtiging van geheimhouding op de weggelakte delen het PwC rapport, de opdrachtbevestiging en het intern vooronderzoek1.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsstuk

Onderwerp Beslissing op bezwaar van de heer R.E. Mooijekind inzake het bekrachtigen van geheimhouding Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap Behandelvoorstel voor commissie

Relevante eerdere besluiten

Besluit College d.d. 12 juli 2021

2021/377493 Wienen, J. 6.2 Gemeentelijk bestuur JZ Kapel, M.E. 023-5115612 mkapel@haarlem.nl Het nemen van een besluit op bezwaar inhoudende de instandhouding van geheimhouding De commissie bestuur wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadstuk in de raadsvergadering.

-

2018/901622: bekrachtigingsbesluit raad d.d. 26 juni 2019 van collegebesluit oplegging geheimhouding op opdrachtformulier PwC en PwC rapport - 2019/514180: bekrachtigingsbesluit raad d.d. 26 juni 2019 van collegebesluit beperking geheimhouding op PwC rapport - 2019/739686: bekrachtigingsbesluit raad d.d. 17 oktober 2019 van collegebesluit beperking geheimhouding opdrachtformulier PwC - 2019/857560: bekrachtigingsbesluit raad d.d. 21 november 2019 van collegebesluit oplegging geheimhouding op intern onderzoek 1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast. de secretaris,

Kenmerk: 2021/377493

de burgemeester,

1/5

Besluit Raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)

De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. Naar aanleiding van de ingebrachte bezwaren van de heer R.E. Mooijekind de bestreden besluiten, inhoudende de bekrachtiging van de geheimhouding op de weggelakte delen van het PwC rapport, de opdrachtbevestiging en het intern vooronderzoek, in stand te laten, overeenkomstig het advies van de commissie bezwaarschriften; 2. Over te gaan tot betaling van een aan bezwaarde verschuldigde dwangsom ten bedrage van € 1442,de griffier,

de voorzitter,

1. Inleiding Op 11 en 18 februari 2021 heeft bezwaarde bezwaar gemaakt tegen de besluiten van de raad waarmee ingevolge artikel 25 Gemeentewet een opgelegde verplichting tot geheimhouding is bekrachtigd dan wel gehandhaafd (hierna: de raadsbesluiten). Deze geheimhouding rust op: 1 het zogenoemde PwC-rapport, 2 het zogenoemde PwC-opdrachtformulier en 3 het rapport van het intern vooronderzoek dat aan het PwC-rapport vooraf is gegaan. Bezwaarde heeft de raad per brief van 18 juni 2021 in gebreke gesteld om tijdig een besluit te nemen op zijn bezwaarschriften. Op 4 juni 2021 heeft de rechtbank twee beroepschriften van bezwaarde van 16 december 2019 doorgestuurd naar de raad ter behandeling als bezwaarschriften gericht tegen de raadsbesluiten. In deze uitspraken heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen zes weken na het besluit op bezwaar van de raad over openbaarmaking van andere stukken te beslissen. Op 1 juli 2021 heeft de commissie bezwaarschriften naar aanleiding van de bezwaarschriften geadviseerd om de raadsbesluiten in stand te houden. Op 10 juli 2021 heeft bezwaarde beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaarschriften. Op 10 augustus heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de raad opgedragen om uiterlijk 6 oktober 2021 een beslissing op bezwaar te nemen.

De rechtbank heeft de raad hierbij een dwangsom opgelegd van € 100,-- voor elke dat dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,--. Deze uitspraak is gedaan nadat het college het raadsvoorstel op 12 juli 2021 heeft vastgesteld en kon derhalve daarna pas worden ingebracht. Op 16 augustus 2021 is de uitspraak aan de griffie verzonden.

Kenmerk: 2021/377493

2/5

Op 9 september 2021 is het voorstel behandeld in de commissie bestuur. Vanuit de commissie bestuur is gevraagd: 1 of de behandeling in de commissie ertoe leidt dat de burgemeester aanleiding ziet om de belangenafweging om de geheime stukken geheim te laten aan te passen; 2 wat is de uitkomst van de toezegging van de burgemeester om opnieuw een beoordeling te laten uitvoeren ten aanzien van het weglakken van de geheime onderdelen in het rapport van bevindingen inzake het intern vooronderzoek. Naar aanleiding van de behandeling in de commissie bestuur is het rapport van bevindingen inzake het intern vooronderzoek nogmaals doorgenomen door een juridisch adviseur en is er een aanvullende motivering opgesteld. De juridisch adviseur is tot de conclusie gekomen dat er in het begin al op correcte wijze is zwart gelakt. Als er minder wordt gelakt komen er alleen losse op zichzelf niet begrijpelijke tekstfragmenten of woorden bij. 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. Naar aanleiding van de ingebrachte bezwaren van de heer R.E. Mooijekind de raadsbesluiten, inhoudende de bekrachtiging van de geheimhouding op de weggelakte delen van het PwC rapport, de opdrachtbevestiging en het intern vooronderzoek, in stand te laten, overeenkomstig het advies van de commissie bezwaarschriften; 2.

Over te gaan tot betaling van een aan bezwaarde verschuldigde dwangsom ten bedrage van € 1442,3. Beoogd resultaat Het betreft een heroverweging van een door de raad genomen besluit naar aanleiding van ingediende bezwaarschriften. Door de raadsbesluiten in stand te houden blijft de geheimhouding, voor wat betreft de weggelakte delen van het PwC rapport, de opdrachtbevestiging en het intern vooronderzoek in stand. 4. Argumenten 1. In de documenten worden personen in relatie gebracht met bepaalde vermoedens van onregelmatigheden. Betrokkenen kunnen gemakkelijk beschadigd raken als hun namen bekend worden, ook als zij naar aanleiding van een onderzoek worden vrijgepleit. Het onderwerp zijn van een onderzoek naar vermeende misstanden kan al stigmatiserend werken. De potentiële schade staat niet in verhouding tot het belang van het openbaar verstrekken van de documenten. Naar aanleiding van de behandeling van het voorstel in de commissie bestuur is er opnieuw per pagina en per alinea beoordeeld wat uit het rapport van bevindingen (het vooronderzoek) alsnog openbaar kan worden gemaakt. Er kan geconcludeerd worden dat de eerste beoordeling op correcte wijze heeft plaatsgevonden.

De zwart gelakte onderdelen in het rapport hebben onder andere betrekking op informatie over het organisatiedeel waar het onderzoek en integriteitskwestie heeft plaatsgevonden en op het onderwerp van het onderzoek. Openbaarmaking van deze informatie kan

Kenmerk: 2021/377493

3/5

leiden tot herleidbaarheid van betrokken (oud-)medewerkers. Uit de informatie zouden (toenmalige) medewerkers kunnen achterhalen wie de betrokkenen zijn. Doordat onbekend is welke kennis elke mogelijke lezer heeft, blijft het altijd mogelijk dat de informatie uit de openbaar te maken tekst in combinatie met kennis die de lezer al heeft toch leidt tot herkenning. Dit kan leiden tot reputatieschade en ‘naming and shaming’. De namen van (oud-)medewerkers en derden en andere herleidbare gegevens zijn dan ook terecht zwart gelakt op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e van de Wob. Ook zal openbaarmaking van de gegevens leiden tot onevenredige benadeling voor betrokkenen, waardoor de gegevens tevens worden geweigerd op grond van artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob. Artikel 10, lid 2, aanhef en onder g van de Wob bepaalt dat openbaarmaking van informatie achterwege moet blijven voor zover het belang bij openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van natuurlijke personen, rechtspersonen of derden. In dit geval gaat het om het voorkomen van onevenredige benadeling van de betrokkenen. Als de namen en andere bedrijfsgegevens wel openbaar worden gemaakt, wordt duidelijk op welke afdeling de betrokkenen werkten en daardoor is voor velen al herleidbaar om welke personen het gaat.

Openbaarmaking vormt daarmee een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen (artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob). Uiteindelijk zijn alle weglakkingen daarmee gebaseerd op beide gronden. Om die reden is ervan afgezien per weggelakt deel telkens afzonderlijk de grond te vermelden. In de commissievergadering is gevraagd om nadrukkelijk de belangenafweging te benoemen. De belangenafweging is dat het risico op persoonlijke reputatieschade c.q. bedrijfsreputatieschade en belang van betrokkenen zwaarder dient te wegen dan gedetailleerde openbaarmaking van het onderzoek. Na verwijdering van die gegevens, blijft er feitelijk zo weinig informatie over dat openbaarmaking zinledig is. Om onnodige herhalingen te voorkomen, is er niet per pagina of onderdeel gemotiveerd waarom de belangen zich tegen openbaarmaking verzetten. Voor de motivering van de toepassing van de uitsluitingsgronden uit de Wob is het voldoende als per uitsluitingsgrond in meer algemene bewoordingen is toegelicht waarom die grond zich volgens het college in de desbetreffende pagina’s voordoet en waarom het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de genoemde belangen. Een dergelijke werkwijze is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toereikeind en derhalve niet in strijd met het motiveringsbeginsel (zaak nr. 201006133/1, ECLI:NL:RVS:2011:BP4737).

De herbeoordeling heeft dan ook niet geleid tot openbaarmaking van meer informatie. 2. Bezwaarde heeft de raad per brief van 18 juni 2021, ontvangen op 22 juni 2021 in gebreke gesteld. Op grond van artikel 4:17 van de Awb verbeurt het bestuursorgaan, indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in

Kenmerk: 2021/377493

4/5

gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag. Op grond van artikel 4:18 van de Awb stelt het bestuursorgaan de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was. Nu bezwaarde de raad in gebreke heeft gesteld is het ook aan de raad om de verschuldigdheid van de dwangsom vast te stellen. Nu de raad ook een beslissing op het bezwaar dient te nemen ligt het voor de hand om de verschuldigdheid van de dwangsom op te nemen in dezelfde beschikking. Tijdens de behandeling van dit voorstel in de commissie bestuur heeft de burgemeester toegezegd om na te gaan op welke wijze de mandatering aan het college van de betaling van dwangsommen bij Wob-verzoeken kan worden geregeld. Hierover volgt in oktober een apart voorstel. Derhalve is er voor gekozen om besluitpunt twee in het voorstel te laten staan.

Al zou ervoor worden gekozen om het vaststellen van de dwangsom nu te mandateren, dan zou het college een apart besluit moeten nemen om namens de raad de dwangsom vast te stellen. De commissie bestuur heeft daarnaast laten weten dat ze graag op de hoogte wordt gehouden over tijdige besluitvorming door college en het verbeuren van dwangsommen wegens het niet tijdig nemen van besluiten. Dit verzoek zal worden meegenomen in het voorstel over de mandatering van het vaststellen dwangsommen. 5. Risico’s en kanttekeningen De raad dient voor 6 oktober een beslissing op dit voorliggende bezwaar te nemen, anders verbeurt de raad een door de rechtbank opgelegde dwangsom van € 100,-- voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,--. Tegen de beslissing op bezwaar staat beroep open. 6. Uitvoering Bezwaarde krijgt de beslissing op bezwaar toegezonden. 7. Bijlage 1. Advies commissie bezwaarschriften

Kenmerk: 2021/377493

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12290264/1