CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gevolgen meicirculaire 2021

gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Gevolgen meicirculaire 20214.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Informatienota

Onderwerp Gevolgen meicirculaire 2021 Nummer 2021/336401 Portefeuillehouder Rog, M.R.J. Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur Welsink, M. Telefoonnummer 023-5113887 Email mwelsink@haarlem.nl Kernboodschap Ten opzichte van de decembercirculaire 2020 is er voor 2021 tot en met 2023 sprake van een positief budgettair effect, ondanks een negatieve bijstelling van de accressen. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn de aanpassingen van de uitkeringsbasis, de incidentele middelen voor de jeugdzorg en de afrekening van het BTW compensatiefonds. Beiden liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Meicirculaire 2021 2020 2021 2022 2023 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect voor 521 v 5.747 v 2.914 v 1.138 v algemene middelen *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2024

2025

-398 n -1.422 n

In de meicirculaire 2021 wordt nog niet ingegaan op de voor 2022 te ontvangen bedragen voor de gemeente met betrekking tot de (de verdeling van de) extra middelen voor Jeugd vanuit het Rijk.

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. ……. (wordt ingevuld door BC)

De gevolgen van de meicirculaire voor 2021 (inclusief de effecten vanuit 2020) worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2021. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2022-2026. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Bestuur.

1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2021/336401

1/12

Inleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 34 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (€ 28 miljard) en een aantal doeluitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Kernboodschap Ten opzichte van de decembercirculaire 2020 stijgt het gemeentefonds absoluut gezien voor alle jaren. Een aantal opmerkingen dient hierbij geplaatst te worden. Ten eerste werd met een aantal middelen al rekening gehouden. Deze middelen zijn dan ook al verwerkt in de Voortgangsrapportage 2021 en/of de Kadernota 2022. Het gaat om de indexering, de hoeveelheidverschillen, de in maart 2021 bekend gemaakte coronacompensaties en de geraamde voordelige herverdeeleffecten als gevolg van de nieuw in te voeren gemeentefondsmethodiek. Voor deze verwerkingen wordt gecorrigeerd waardoor het budgettaire beeld als gevolg van de meicirculaire minder positief wordt. Ten tweede zijn er mutaties op taakvelden en doeluitkeringen. Conform de afspraak “rijksbudget = werkbudget” worden deze middelen toegevoegd aan de beleidsvelden waardoor zij niet zorgen voor een budgettair effect. De budgettaire effecten voor 2021 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2021 en de effecten voor de latere jaren in de Programmabegroting 2022-2026.

Samenvatting (bedragen x € 1.000)* 2021 2022 Eindstand decembercirculaire 2020 338.995 330.911 Eindstand meicirculaire 2021 349.506 343.147 Totaal verschil 10.511 12.236 Reeds verwerkte indexering -3.590 Reeds verwerkte hoeveelheidsverschillen 1.250 -1.701 Reeds verwerkte coronacompensatie -2.416 Reeds verwerkte WOZ- en herverdeel-effecten -200 Totaal verschil na correctie 9.343 v 6.746 v Waarvan: Effect voor overige beleidsvelden 3.596 3.832 Budgettair effect voor algemene middelen 5.747 v 2.914 v *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2023 329.096 342.432 13.336 -3.590 -1.691

2024 328.953 341.002 12.049 -3.590 -1.697

2025 330.681 342.098 11.417 -3.590 -1.711

-2.800 5.254 v 4.116 1.138 v

-3.000 3.762 v 4.160 -398 n

-3.400 2.715 v 4.137 -1.422 n

2026 n.v.t. 344.547

Naast de gevolgen voor 2021 en later vinden er in de meicirculaire ook voor 2020 nog mutaties plaats met een positief budgettair gevolg. Omdat het jaar 2020 al is afgesloten, worden de budgettaire gevolgen ad € 0,5 miljoen voor 2020 in de Bestuursrapportage 2021 verwerkt. 3. Consequenties Op basis van de meicirculaire 2021 is een nieuwe berekening gemaakt van de algemene uitkering voor de jaren 2020 tot en met 2026. In deze analyse wordt de nieuwe berekening vergeleken met de berekening die is gemaakt op basis van de decembercirculaire 2020. De analyse volgt daarbij de opbouw van de berekening van de algemene uitkering. In de opgenomen tabellen is telkens aangegeven wat het budgettaire effect is voor de algemene middelen en de overige beleidsvelden.

Kenmerk: 2021/336401

2/12

3.1 Ontwikkelingen rijksniveau De ontwikkelingen op rijksniveau bestaan uit het effect van wijzigingen in de rijksuitgaven op de algemene uitkering. Geeft het Rijk meer uit, dan ontvangen de gemeenten een hogere algemene uitkering en vice versa. Voornamelijk door een minder hard stijgende loon- en prijsontwikkeling, lagere geraamde rentestanden en lagere EU-afdrachten dalen de verwachte uitgaven van het Rijk en daarmee de algemene uitkering voor de gemeenten. Een nadelige accres-ontwikkeling oplopend van € 1,2 miljoen in 2022 naar € 3,7 miljoen in 2025. De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. Een relatief grote ontwikkeling in de meicirculaire is de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Het gaat hier om de mutaties van de landelijke aantallen van bijvoorbeeld inwoners, woonruimten, leerlingen en uitkeringsgerechtigden. Wanneer landelijk de aantallen dalen, en het te verdelen geld aan alle gemeenten gelijk blijft, leidt dit tot een verhoging van de uitkeringsfactor. Door actualisatie van de raming van de landelijke aantallen van met name het aantal bijstandsontvangers en inwoneraantallen stijgt de uitkeringsfactor.

Dit heeft een positief effect van € 2,1 miljoen in 2021 oplopend naar € 4,1 miljoen in 2023 en verder. Daarnaast is er een afrekening van het BTW-compensatiefonds over 2020 van € 0,9 miljoen te verwerken in 2021. Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij dit fonds. Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat, past het Rijk een plafond toe voor deze declaraties. De ruimte die na een jaar over blijft onder het plafond wordt uitgekeerd aan de gemeenten. Een grote ontwikkeling die standaard verwerkt wordt in de meicirculaire is het verleggen van het basisjaar, oftewel de indexatie 2022. Dit is een technische handeling waarbij loon- en prijspeil van 2021 worden verlegd naar 2022. Deze indexatie is reeds verwerkt in de Kadernota 2022 en daardoor is er slechts een marginaal budgettair effect. Het totale effect van de wijzigingen op rijksniveau betekent een voordeel voor de algemene middelen in 2021 tot en met 2023 en een nadeel voor de jaren 2024 en 2025. Onderstaande tabel zet de ontwikkelingen op een rij. Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)* Accres-ontwikkeling nominale en overige ontwikkelingen Ontwikkelingen uitkeringsbasis Afrekening BTW compensatiefonds (2020) Indexatie 2022 Indexatie reeds verwerkt Totaal effect Effect voor beleidsvelden

2021 -35 2.096 908

2.969 v 0

2022 -1.203 511 3.782

2023 -2.401 -165 3.917

2024 -3.440 -660 3.916

2025 -3.729 -1.053 3.575

3.610 -3.590 3.110 v 0

3.576 -3.590 1.337 v 0

3.576 -3.590 -198 n 0

3.575 -3.590 -1.222 n 0

Kenmerk: 2021/336401

3/12

Budgettair effect voor algemene middelen 2.969 3.110 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

1.337

-198

-1.222

3.2. Ontwikkeling gemeentelijk niveau Ontwikkeling hoeveelheden De ontwikkelingen op gemeentelijk niveau gaan over de wijzigingen van aantallen, zoals inwoners, huishoudens, lengte van wegen en aantal leerlingen binnen Haarlem. Haarlems beleid is om eenmaal per jaar voor de meicirculaire de aantallen te actualiseren, waarbij het uitgangspunt is dat de aantallen per 1 januari van een jaar worden gehanteerd. In de Kadernota 2022 is reeds een raming verwerkt, er zijn nu enkel nog kleine budgettaire verschillen door actuelere informatie. Conform beleid worden de hoeveelheidsverschillen die ontstaan door actualisaties van de verschillende maatstaven over inwoners en van een aantal maatstaven over huishoudens gedoteerd aan of onttrokken uit de reserve Groei van de stad. Bij de actualisatie is gebleken dat dit leidt tot een onttrekking aan de reserve in 2021 en dotaties in de daaropvolgende jaren. Ontwikkeling hoeveelheden (bedragen x € 1.000)* 2021 2022 Hoeveelheidsverschillen -1.267 1.672 Reeds verwerkt: algemene middelen -453 -841 Reeds verwerkt: Groei van Haarlem 1.703 -860 Budgettair effect voor algemene middelen -17 n -29 n *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2023 1.663 -850 -841 -28 n

2024 1.668 -853 -844 -29 n

2025 1.682 -860 -851 -29 n

Ontwikkeling WOZ De tweede ontwikkeling op gemeentelijk niveau gaat over de waardeontwikkeling van het onroerend goed: huizen, kantoren, fabrieken etc. Deze waarde vormt een aftrekpost binnen de algemene uitkering: hoe hoger de waarde van de objecten, hoe minder algemene uitkering er wordt verstrekt. Deze ontwikkeling valt in twee elementen uiteen. Ten eerste de ontwikkeling van de waarde in Haarlem. Dit leidt tot een stijging van de aftrekpost met € 0,1 miljoen in 2021 en € 1,7 miljoen vanaf 2022 en verder. Omdat de waardestijging een landelijk fenomeen is, wordt het landelijk rekentarief waarmee de aftrek wordt berekend verlaagd. Dat heeft voor Haarlem een voordelig effect van € 1,6 miljoen. Per saldo stijgt de waarde van onroerend goed in Haarlem meer dan het landelijk gemiddelde met als gevolg een verlaging van de algemene uitkering met iets minder dan € 0,2 miljoen structureel. In de Kaderbrief 2021 en de Kadernota 2022 zijn reeds stelposten aangemaakt met het oog op deze sterkere groei. Zonder deze stelposten was het effect € 0,4 miljoen nadelig geweest. Ondanks dat de waardestijging in Haarlem het landelijk gemiddelde nog overstijgt, wordt het verschil in groei met het landelijke gemiddelde wel steeds kleiner. Ter vergelijking: vorig jaar bedroeg de extra korting voor Haarlem door snellere waardestijging dan gemiddeld nog € 0,9 miljoen structureel.

Kenmerk: 2021/336401

4/12

Ontwikkeling WOZ (bedragen x € 1.000)* 2021 2022 WOZ-waarden mutatie -105 -1.772 Aanpassing landelijk rekentarief 1.605 Totaal effect -105 n -167 n Effect voor beleidsvelden 0 0 Budgettair effect voor algemene middelen -105 -167 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2023 -1.772 1.601 -171 n 0 -171

2024 -1.772 1.601 -171 n 0 -171

2025 -1.772 1.601 -171 n 0 -171

3.3 Taakmutaties voor beleidsvelden Kleine taakmutaties Het betreffen hier taakmutaties met een gevolg van minder dan € 20 duizend per mutatie. Het gaat om: - Ketensystemen Jeugd - Handhaving energielabel C kantoren - Handelsregister - Kinderopvang toezicht en handhaving Jeugdzorg Het Rijk heeft voor 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de acute problematiek in de jeugdzorg. Van dit bedrag wordt het grootste gedeelte beschikbaar gesteld via de algemene uitkering, voor Haarlem € 3,9 miljoen. Deze middelen zijn onderverdeeld in drie delen. Ten eerste € 2 miljoen als doel om de consultatiefunctie GGZ vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij de gemeente tegen te gaan. Ten tweede € 90 duizend om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. En als derde € 1,8 miljoen met als oogmerk het in staat stellen van gemeenten om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van ingekochte specialistische jeugdzorg, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Bij de septembercirculaire 2021 zal nog een aanvullend bedrag aan de gemeente worden toegekend ten aanzien van de wachtlijsten specialistisch jeugdzorg.

Het gaat hier om middelen die worden verstrekt vanuit het Rijk voor taken die Haarlem reeds (grotendeels) uitvoert (zie ook Kadernota 2022, pagina 31-32). In de Programmabegroting 2021-2025 (pagina 14) zijn de bijbehorende lasten al opgenomen, ten laste van de algemene middelen. In de Kadernota 2022 (pagina 7 en pagina 32) staat daarom vermeld dat de (incidentele) extra middelen Jeugd voor 2021 ten gunste van de algemene middelen komen. Het nadelige effect voor de algemene middelen in de Programmabegroting 2021-2025 bedroeg € 2,9 miljoen. Nu er alsnog bedragen voor de jeugdzorg worden ontvangen worden deze middelen weer toegevoegd aan de algemene middelen. Het restant van de ontvangsten voor de jeugdzorg, zijnde € 1 miljoen, worden in eerste instantie beklemd in de Algemene Reserve. Bij de Programmabegroting 2022-2026 en/of de Bestuursrapportage 2021 zal verwerking van deze middelen plaatsvinden, waarbij gekeken wordt naar de samenhang van (nog te verwachten) lasten voor de Jeugdzorg en de ontvangen middelen. Wanneer de extra middelen voor 2022 ontvangen worden zal eenzelfde afweging volgen.

Kenmerk: 2021/336401

5/12

Voogdij/18+ Door nieuwe gegevens neemt het budget voor de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf 2022 structureel toe. Deze verhoging wordt voor het grootste gedeelte gedekt uit de loon- en prijsbijstelling 2021 die aan de integratie-uitkering (zie paragraaf 3.5) is toegekend. Er resteert vervolgens nog een bedrag dat jaarlijks verrekend wordt met de algemene uitkering (via het subcluster Jeugdhulp), voor Haarlem is dit een nadeel van circa € 70 duizend structureel vanaf 2022. Daarnaast is er voor Voogdij/18+ in de decembercirculaire 2020 aan gemeenten compensatie toegekend, omdat het budget voor voogdij en 18+ dat Haarlem in 2021 ontvangt niet aansluit bij de kosten die zij (eerder) heeft gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was lager dan de hiervoor gereserveerde middelen. Het resterende deel wordt nu alsnog toegevoegd, voor Haarlem een incidenteel voordeel van € 57 duizend. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het gaat om voor Haarlem om € 36 duizend in 2021 oplopend naar € 39 structureel vanaf 2024.

Daarnaast is in 2021 eenmalig € 6 duizend toegevoegd voor de uitvoering van de zogenoemde ‘informed consent procedure RVP’. Deze procedure richt zich op het inbouwen van de toestemmingsverklaring in de registratie van het RVP, waarmee ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) gevraagd worden om toestemming voor het delen van vaccinatiegegevens met het RIVM. Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Het kabinet heeft aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Vanaf 2021 worden er structureel extra middelen aan de algemene uitkering toegevoegd, voor Haarlem heeft dit een positief effect van ongeveer € 67 duizend. Prenataal huisbezoek voor jeugdgezondheidszorg Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ). Het gaat voor Haarlem om een bedrag van jaarlijks € 50 duizend.

Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert.

Kenmerk: 2021/336401

6/12

Wet Open Overheid In januari 2021 heeft de Tweede Kamer de Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden, naar alle waarschijnlijkheid in het eerste kwartaal van 2022. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 voor Haarlem ongeveer € 133 duizend per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (voor Haarlem € 113 duizend in 2022, oplopend naar structureel € 199 duizend vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.

Taakmutaties (bedragen x € 1.000)* 2021 2022 2023 2024 2025 Kleine taakmutaties 7 11 19 22 23 Jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek 2.053 Jeugdzorg: POH Jeugd GGZ 90 Jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 1.801 Compensatieregeling Voogdij 18+ 57 Verrekening Voogdij 18+ -70 -70 -71 -71 Rijksvaccinatieprogramma meningokokken 42 38 38 39 39 Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening 65 67 67 67 68 Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg 50 50 50 51 Wet Open Overheid 246 274 304 334 Totaal effect 4.115 v 342 v 378 v 411 v 444 v Effect voor beleidsvelden** 1.215 342 378 411 444 Budgettair effect voor algemene middelen 2.900 0 0 0 0 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan **) In het geval van de middelen Jeugdzorg wordt hier in eerste instantie een beklemd deel van de Algemene Reserve bedoeld.

3.4 Doeluitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven. Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven. De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Dit in tegenstelling tot gelden die via specifieke uitkeringen door het Rijk worden verstrekt. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven. De

Kenmerk: 2021/336401

7/12

bedragen in onderstaande tabel zijn extra inkomsten die ten gunste komen van de betreffende beleidsvelden en daarom niet leiden tot een verhoging van de vrij besteedbare algemene middelen. Doeluitkeringen beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* 2021 2022 Vrouwenopvang 193 48 Maatschappelijke begeleiding statushouders 33 Armoedebestrijding kinderen -27 Bodembescherming 647 Suppletie-uitkering bommenregeling 143 Totaal effect Effect voor beleidsvelden 1.016 21 Budgettair effect voor algemene middelen 0 0 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2023 48

2024 48

2025 48

-27

-27

-27

21 0

21 0

21 0

Vrouwenopvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wijzigt in deze circulaire als gevolg van drie mutaties. Ten eerste zijn er vanaf 2021 structureel middelen toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het Centrum Seksueel Geweld. Ten tweede is er in 2021 een verhoging ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken, waaronder eergerelateerd geweld, gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking. Ten derde dragen de centrumgemeenten in 2021 via een kleine uitname bij aan de financiering van het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating. Per saldo stijgt de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang voor Haarlem met € 193 duizend in 2021 en met € 48 duizend structureel vanaf 2022. Maatschappelijke begeleiding statushouders Haarlem ontvangt in 2021 geld voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Dit betreft een compensatie die de gemeente achteraf ontvangt voor kosten gemaakt in 2020. Per saldo wordt er € 33 duizend toegevoegd aan het beleidsveld.

Armoedebestrijding kinderen Het gaat hier om een verlaging van € 27 duizend per jaar voor Haarlem vanaf 2022 als gevolg van de jaarlijkse actualisatie van de verdeling van middelen op basis van door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. Bodembescherming In het Bestuurlijk Overleg Bodem, waarin het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de decentrale overheden zitting hebben, zijn afspraken gemaakt over doelen en financiering van bodemopgaven in het jaar 2021. Het jaar 2021 is een overbruggingsjaar naar nieuwe bestuurlijke afspraken over de bodemopgaven vanaf 2022. Het doel is de gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane of ecologische risico’s of verspreidingsrisico’s (spoedlocaties) te saneren of de risico’s te beheersen. Het betreft een wettelijke taak van gemeenten. Voor 2021 zijn onder meer afspraken gemaakt over een apparaatskostenvergoeding en

Kenmerk: 2021/336401

8/12

de afronding van spoedsaneringen, met een daarbij vastgestelde verdeelsleutel. Haarlem ontvangt hiervoor € 647 duizend. Suppletie-uitkering bommenregeling Suppletie-uitkering die op basis van een ingediende aanvraag is verkregen voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor Haarlem een bedrag van € 143 duizend in 2021. 3.5 Integratie-uitkeringen Het Rijk heeft er voor gekozen om vooralsnog drie integratie-uitkeringen sociaal domein in stand te houden. Deze uitkeringen worden in de meicirculaire gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkelingen (LPO). Verder zijn er in deze circulaire enkele mutaties voor de integratieuitkering Inburgering. Integratie uitkeringen (bedragen x € 1.000)* 2021 2022 Inburgering -44 101 Beschermd wonen 763 1.363 Participatie 478 445 Voogdij/18+ 96 1.555 Totaal effect -17 n -29 n Effect voor beleidsvelden 1.293 3.464 Budgettair effect voor algemene middelen 0 0 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2023 55 1.655 447 1.555 -28 n 3.712 0

2024 36 1.677 455 1.555 -29 n 3.723 0

2025 14 1.676 422 1.555 -29 n 3.667 0

Inburgering Er zijn twee belangrijke mutaties binnen de integratie-uitkering Inburgering. Ten eerste worden er voor 2021 tot en met 2026 middelen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). Ten tweede is de inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Daarom worden er middelen die bestemd waren voor de financiering van de uitvoeringskosten in 2021 van de nieuwe wet onttrokken. Een bedrag van een vergelijkbare omvang wordt aan de IU toegevoegd en verdeeld over de jaren 2021 tot en met 2026 (o.a. voor extra implementatiekosten en de hogere huisvestingstaakstelling voor statushouders). Per saldo is er voor Haarlem een nadeel van € 44 duizend in 2021 en voordelen in daaropvolgende jaren. Naar verwachting wordt de IU in 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering (bij de herijking van het gemeentefonds). Beschermd wonen Binnen de integratie-uitkering Beschermd wonen is er sprake van twee mutaties. Ten eerste is er een stijging door de toekenning van loon- en prijsbijstellingen 2021 (LPO). Ten tweede is er een volumeindexatie voor het jaar 2022 en verder. Beide mutaties zijn verdeeld naar rato van het aandeel in het

Kenmerk: 2021/336401

9/12

huidige historische macrobudget en Haarlem ontvangt als centrumgemeente per saldo € 0,7 miljoen in 2021 oplopend naar € 1,7 miljoen in 2023 en verder. Participatie De totale omvang van de integratie-uitkering Participatie stijgt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021. De verdeling van de integratie-uitkering tussen de gemeenten wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de integratie-uitkering door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. Per saldo betekent bovenstaande voor Haarlem een toename van ongeveer € 450 duizend per jaar. De toename van de WSW-middelen (ongeveer 90% van de totale toename) wordt zoals gebruikelijk volledig doorbetaald aan de GR Paswerk. Voogdij/18+ De budgetten voor 2021 zijn naar rato opgehoogd, een voordeel van € 96 duizend voor Haarlem, in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021 aan het macrobudget. Bij de budgetten voor 2022 en verder is de loon- en prijsontwikkeling 2021 al in de dagprijzen verwerkt en daardoor direct onderdeel geworden van de verdeelsystematiek. Door actualisatie van gegevens neemt de integratie-uitkering voor Haarlem vanaf uitkeringsjaar 2022 structureel met € 1,5 miljoen toe.

De verdeling van de bedragen heeft hierbij voor het eerst plaatsgevonden op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel (dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd). Van de extra middelen wordt het grootste gedeelte gedekt door de loon- en prijsbijstelling 2021 die bij deze circulaire aan de integratie-uitkering is toegevoegd. Het verschil wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp, zoals ook omschreven staat bij de taakmutaties in paragraaf 3.3. 3.6 Corona compensatie In de decembercirculaire 2020 werd reeds gemeld dat er een aanvullend compensatiepakket zou komen betreffende corona en in maart is dit (4e) compensatiepakket en de verdeling daarvan bekend gemaakt. De technische verwerking hiervan vindt nu in de meicirculaire plaats. De bedragen zijn echter al in de Kadernota 2022 opgenomen waardoor het daadwerkelijke effect nu nihil is. In de notitie “coronasteunmaatregelen eerste helft 2021” en de Kadernota 2022 heeft reeds toelichting van de beschikbaar gestelde middelen plaatsgevonden. Naast de reeds bekende compensaties zijn in de meicirculaire nog twee (kleinere) compensaties toegevoegd.

Een bedrag van € 10 duizend voor Haarlem voor het programma “Jeugd aan zet” dat beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis en € 66 duizend voor ondersteuning van zelfstandigen ondernemers die zich willen heroriënteren. Ook zijn er middelen voor maatschappelijke opvang anders verdeeld dan gemeld in de coronacompensatie-brief

Kenmerk: 2021/336401

10/12

van maart door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. Dit heeft een effect van € 5 duizend structureel die verwerkt zal worden op het betreffende beleidsveld. Daarnaast wordt in de septembercirculaire bekend gemaakt hoe een macrobudget van € 60 miljoen voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen verdeeld zal worden over gemeenten en in december 2021 volgt de uitkering van de compensatiebedragen voor de inkomstenderving in 2020. De basis van deze compensatie is het verschil tussen de begrote en de gerealiseerde inkomsten in 2020. Voor inkomstenderving over 2021 (gehele jaar), regionale en lokale cultuur (3e kwartaal 2021) en voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur (3e kwartaal 2021) heeft het kabinet middelen gereserveerd. Maar de verdeling over de gemeenten wordt op een later moment pas duidelijk gemaakt. Verder wordt in de decembercirculaire 2021 de compensatie voor de meerkosten in het sociaal domein door corona vastgesteld en uitgekeerd. Corona compensatie (bedragen x € 1.000)* 2021 2022 Coronacompensatie (maart) 2.412 5 Coronacompensatie reeds verwerkt -2.416 Heroriëntatie zelfstandigen 66 Jeugd aan Zet 10 Totaal effect Effect voor beleidsvelden 72 5 Budgettair effect voor algemene middelen 0 0 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2023 5

2024 5

2025 5

5 0

5 0

5 0

3.7 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het budgettair effect is voor de algemene middelen en wat het effect is voor de beleidsvelden. Onderstaande tabellen vatten dit in een overzicht samen. Samenvatting budgettair algemene middelen 2021 2022 (bedragen x € 1.000)* A. Ontwikkelingen rijksniveau 2.969 3.110 B.1 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: -17 -29 hoeveelheden B.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: WOZ -105 -167 C. Taakmutaties voor beleidsvelden 2.900 0 D. Doeluitkeringen voor beleidsvelden 0 0 E. Integratie-uitkeringen 0 0 F. Corona compensatie 0 0 Budgettair effect algemene middelen 5.747 2.914 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan Samenvatting budgettair beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* A. Ontwikkelingen rijksniveau

2023

2024

2025

1.337

-198

-1.222

-28

-29

-29

-171 0 0 0 0 1.138

-171 0 0 0 0 -398

-171 0 0 0 0 -1.422

2021

2022

2023

2024

2025

0

0

0

0

0

Kenmerk: 2021/336401

11/12

B.1 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: 0 0 hoeveelheden B.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: WOZ 0 0 C. Taakmutaties voor beleidsvelden 1.215 342 D. Doeluitkeringen voor beleidsvelden 1.016 21 E. Integratie-uitkeringen 1.293 3.464 F. Corona compensatie 72 5 Budgettair effect beleidsvelden 3.596 3.832 *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

0

0

0

0 378 21 3.712 5 4.116

0 411 21 3.723 5 4.160

0 444 21 3.667 5 4.137

Effecten meicirculaire voor jaar 2020 Naast de eerder genoemde afrekeningen over 2020 heeft in de meicirculaire ook een actualisatie plaatsgevonden voor het uit te keren bedrag in 2020. Dit bedrag is € 520 duizend hoger dan bij de decembercirculaire 2020. Gezien het feit dat deze bedragen in 2021 ontvangen worden, kan het budgettaire effect toegerekend worden aan het jaar 2021. De verdeling van dit voordeel is als weergegeven in onderstaande tabel. Verwerking 2020 (bedragen x € 1.000)* Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen Totaal effect

2020** 0 520 520 v

2021*** 3.596 5.767 9.863 v

*) v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan **) Te verwerken gevolgen van 2020 in 2021. ***) Budgettaire gevolgen 2021 inclusief verwerking 2020.

4. Vervolg De gevolgen van de meicirculaire voor 2021 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2021. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2022-2026. 5. Bijlage Meicirculaire 2021 Gemeentefonds

Kenmerk: 2021/336401

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272708/1