CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Gevolgen KNMI Klimaatscenarios voor Plan Stedelijk Water

commissie Beheer 30 oktober 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Gevolgen KNMI Klimaatscenario's op Plan Stedelijk Water1.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Informatienota

Onderwerp Gevolgen KNMI Klimaatscenario's op Plan Stedelijk Water Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 7 oktober 2025

2025/665667 Berkhout, R.A.H. 5.4 Klimaatbestendige stad BBOR Oosterhof, O. ooosterhof@haarlem.nl Bij oplevering van het Plan Stedelijk Water is afgesproken dat de raad geïnformeerd zou worden over de impact van de nieuwe KNMI klimaatscenario’s op de uitvoering van het plan. De scenario’s zijn doorberekend en vergeleken met de uitgangspunten van het Plan Stedelijk Water. Hierbij blijkt dat de veranderingen in het klimaat tot 2050 in de verschillende scenario’s nog niet ver uiteenlopen. Pas na 2050 begint een groter verschil te ontstaan hetgeen mogelijk impact gaat hebben in de omgang met klimaatadaptieve maatregelen, de hoeveelheid uitgestoten CO2 speelt hierin een belangrijke rol. Op dit moment voldoet het plan nog aan de te verwachten veranderingen in het klimaat en zal het plan en haar uitvoeringsprogramma’s conform gemaakte planning uitgevoerd blijven worden. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Beheer. In het Plan Stedelijk Water is afgesproken dat de raad geïnformeerd zou worden over de impact van de klimaatscenario’s op het Plan Stedelijk Water. - Plan Stedelijk Water (2023/1554669) in raadsvergadering 29 februari 2024 1. Het college van burgemeester en wethouders stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2025/665667

de burgemeester,

1/6

1. Aanleiding In het Plan Stedelijk Water, zoals op 29 februari 2024 vastgesteld in de gemeenteraad, is opgenomen dat de KNMI klimaatscenario’s worden doorgerekend om te beoordelen wat de impact op het plan is. De nieuwe klimaatscenario’s zijn in oktober 2023 gepubliceerd door het KNMI, dit was te kort voor de beoogde vaststelling van het Plan Stedelijk Water om de scenario’s mee te nemen in het plan zelf. De in het plan gebruikte scenario’s dateerden uit 2014, waarbij in 2019 een tussentijdse update is gedaan. Het Plan Stedelijk Water is opgesteld aan de hand van deze beide bronnen. Na publicatie van de KNMI klimaatscenario’s is, door gespecialiseerde bureaus, een doorvertaling gemaakt naar wat dat voor Nederland echt betekent. En vanuit die berekeningen wordt een vergelijking gemaakt met het Plan Stedelijk Water en kan de impact worden beoordeeld. Deze laatste stap heeft in het voorjaar plaatsgevonden, de uitwerking ervan wordt weergegeven in deze nota. 2. Toelichting De KNMI klimaatscenario’s uit 2023 beslaan het tijdperk tot het jaar 2100. In deze scenario’s wordt naar twee aspecten gekeken, en door deze in een matrix te plaatsen ontstaan vier scenario’s (zie figuur 1 hieronder).

De twee belangrijkste aspecten zijn: 1 De uitstoot van CO2, hierbij wordt gerekend met een hoog en een laag uitstoot scenario.* 2 Een verdrogend of vernattend klimaat * Hoog scenario = huidige trend CO2 uitstoot, laag scenario = doelstellingen akkoord van Parijs.

Figuur 1: de verschillende scenario’s en consequenties in schematisch overzicht. Bron: KNMI

Kenmerk: 2025/665667

2/6

In alle scenario’s nemen de risico’s toe, de mate waarin de toename plaats vindt is met name afhankelijk van de hoeveelheid CO2 die uitgestoten wordt. Het verdrogende of vernattende klimaat heeft met name impact op de hoogte van risico’s op die gebieden (droogte en wateroverlast bij neerslag) Het KNMI heeft ook een schema gemaakt dat laat zien wat de invloed op de temperatuur is vanuit het hoge en lage uitstoot scenario. Hierin is te zien dat tot 2050 de verschillen nog beperkt blijven ten opzichte van de periode 2050-2100. Zie figuur 2 hieronder:

Figuur 2: Verwachte maximum temperatuur verloop. Bron: KNMI

Op basis van de scenario’s is een inschatting gemaakt met bandbreedtes over de te verwachten veranderingen in het klimaat. Deze verwachtingen leiden tot de volgende grove conclusies: Over het algemeen worden vanuit de verschillende scenario’s de volgende verwachtingen opgemaakt, deze zijn ook al kort weergegeven aan de rechterkant van figuur 1. Natter en droger: Dit klinkt tegenstrijdig, maar de verwachting is dat de zomers droger zullen worden en de winters natter. Tegelijkertijd wordt een toename gezien van extreme zomerse buien die tussen de droge periodes in vallen. Warmer: De gemiddelde jaartemperatuur zal oplopen. Hierbij zullen meer zomerse dagen (>25oC) voorkomen en zal met name het aantal tropische dagen (>30oC) toenemen waarbij zelfs de 40oC met regelmaat

Kenmerk: 2025/665667

3/6

gehaald zal worden. In (versteende) steden zal deze temperatuurstijging extra voelbaar zijn omdat de warmte daar langer blijft hangen. Stijging zeespiegel: De zeespiegel zal verder stijgen en dit heeft op meerdere punten een negatief effect. Allereerst moet de bescherming van de laag gelegen delen van het land versterkt worden, maar er is ook meer kans op verzilting van het grondwater. Meer informatie en uitleg over de Klimaatscenario’s is te vinden op de website van het KNMI, zie hiervoor deze link 3. Resultaten en/of consequenties Bij het vergelijken van de impact van de scenario’s op het Plan Stedelijk Water moet rekening worden gehouden dat het Plan Stedelijk Water primair tot 2050 loopt. De berekeningen in het plan zijn gedaan op basis van de te verwachten situatie in 2050, gerekend met de scenario’s zoals die in 2014 gepubliceerd zijn, inclusief de tussentijdse aanpassingen in 2019. De gebruikte klimaatscenario’s gaven een doorkijk tot 2085 en de nieuwe klimaatscenario’s kijken door tot het jaar 2100. Binnen deze informatienota is gekeken naar welke ontwikkelingen te verwachten zijn in het jaar 2050. Zoals in figuur 2 te zien, zijn de grootste wijzigingen in temperatuur te vinden in de periode daarna, maar zijn deze ook sterk afhankelijk van de hoeveelheid CO2 uitstoot in de komende decennia, die ontwikkelingen zullen nauw in de gaten worden gehouden.

Hieronder zal per onderwerp het resultaat genoemd worden van de doorrekening, zoals die voor Haarlem of Nederland wordt verwacht. Regenbui In het Plan Stedelijk Water wordt gerekend met de kans dat een bui in het jaar 2050 statistisch gezien 1x in de 100 jaar valt. Deze bui wordt uitgedrukt in het aantal mm regen in een uur. Deze statistische regenbui wordt door het KNMI in alle scenario’s berekend en wordt ook landelijk gebruikt als norm voor het klimaatbestendig zijn van een gebied. In de scenario’s van 2014 inclusief aanpassing 2019 was dit een bui waarbij 60-70mm regen in 1 uur valt. In het Plan Stedelijk Water is gerekend met 70 mm in 1 uur. Uit de berekeningen van de 2023 scenario’s komt dat de hoeveelheid regen, die eens in de 100 jaar valt, in 2050 nog aan de onderkant van die bandbreedte zit: tussen de 59 en 62mm. De impact van dit belangrijke aspect van de klimaatscenario’s lijkt in 2050 dus minder heftig te zijn, dan hiervoor aangenomen. De verwachting is echter wel dat na 2050 deze statistische bui zwaarder zal worden en toeneemt naar bijvoorbeeld 90mm in een uur. Dit is in elk scenario het geval. In 2019 heeft bij de update van de scenario’s het KNMI al rekening gehouden met zwaardere buien die 1x in de 100 jaar voorkomen. Er is dus al een voorschot genomen op de te verwachtten stijgingen en daarom is de impact nu zeer beperkt.

Kenmerk: 2025/665667

4/6

Temperatuur De gemiddelde jaartemperatuur in de Bilt zal nog stijgen tot 2050 al lijkt deze stijging, ten opzichte van de periode 2050-2100, nog beperkt te blijven. Wel nemen het aantal zomerse en tropische dagen toe en dat kan flinke gevolgen hebben voor het leven van kwetsbare groepen in de stad. Het hitte eiland effect, het effect dat warmte langer blijft hangen in stenige stedelijke oppervlakten en dat met name de nachten warmer worden, neemt toe en kan een gevaar vormen voor mensen met een slechtere gezondheid, kinderen en ouderen. De in het Plan Stedelijk Water ingezette aanpak om knelpunten van hitte aan te pakken en hierbij met name te richten op scholen, kinderopvang en ouderenzorg blijft hierbij overeind. Bij het Plan Stedelijk Water was de aanname al dat vrijwel de hele stad hittestress zou voelen, dat is nu nog steeds zo, en qua temperatuur is het iets meer geworden. De maatregelen in het plan blijven daarom hetzelfde. Verdere vergroening van de stad zal helpen om de effecten te verminderen. Met name het planten van bomen helpt op meerdere manieren om gezondheid te bevorderen en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Hierom is ook een sterke samenhang gemaakt tussen het Groenbeleid en het Plan Stedelijk Water. Zeespiegelstijging De effecten van de zeespiegelstijging voor de stad zijn nog beperkt.

De grootste impact zit in het beperken van de mogelijkheid tot afvoer van overtollig water via het Noordzeekanaal wanneer de zeewaterstand hoger is. Daarnaast zal wel gemonitord moeten worden hoe het bestaande en nieuwe groen om kan gaan met mogelijke toename in verzilting van het grondwater. Dit kan impact hebben op keuzes bij het plaatsen van groene elementen in de stad. Financiële risico’s: De in het Plan Stedelijk Water genoemde financiële risico’s zijn berekend met behulp van de klimaatschadeschatter. Deze tool is echter nog niet aangepast aan de nieuwe klimaatscenario’s en dus is het niet mogelijk om de financiële consequenties van de nieuwe klimaatscenario’s door te rekenen op dezelfde wijze als tijdens het opstellen van het plan. Door de hiervoor besproken beperkte veranderingen in de scenario’s tot 2050 zullen ook de financiële risico’s tot 2050 naar verwachting niet significant stijgen. De risico’s worden inmiddels meegenomen in de risicoparagraaf van de programmabegroting. Conclusie: Op basis van de gegevens die voortkomen uit de nieuwe klimaatscenario’s kan geconcludeerd worden dat de impact op de opzet en financiering van het Plan Stedelijk Water tot 2050 beperkt is. Op basis van bovenstaande is voortzetting van de ingeslagen weg, om voorbereid te zijn op komende klimaatveranderingen en beperken van de te verwachten schade, de meest logische keuze.

Met actualisaties die de komende jaren voor de gemeente Haarlem worden uitgevoerd zal dit nader in

Kenmerk: 2025/665667

5/6

beeld worden gebracht. Eventuele bijstellingen zullen binnen de mogelijkheden van de P&C cyclus worden benoemd en voorgelegd. 4. Uitvoering en vervolg In vervolg op eerdere besluitvorming wordt uitvoering gegeven aan de plannen zoals die vermeld staan in het Plan Stedelijk Water en haar uitvoeringsplannen. De eerste jaren zit de voortgang in het behalen van laaghangend fruit, en onderzoek doen naar diepere kennis over alle vier de beleidsvelden, om te zorgen dat de uit te voeren projecten de optimale bijdrage leveren aan het waterbestendig en klimaatadaptief maken van de stad. Bij de kadernota 2027 zal gerapporteerd worden over de voortgang van de uitvoering van het Plan Stedelijk Water. Bij de vaststelling van het Plan Stedelijk Water is afgesproken dat in 2028 een volgende evaluatie zal plaatsvinden. 5. Bijlagen N.v.t.

Kenmerk: 2025/665667

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16100264/1