1 Concept-actieprogramma wonen en zorg vrijgeven voor inspraak
Tekst van het document
Collegebesluit
Onderwerp Concept-actieprogramma wonen en zorg Haarlem 2025-2030: Gewoon samen thuis Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2024/2055740 Roduner, F.J. van Loenen, D. 2 Ondersteuning en Zorg en 4.1 Wonen en woningbouw ECDW/MO Hillege, P.T.H./ Duker, J.W.
Behandelvoorstel voor commissie
Het college stuurt dit besluit ter bespreking naar de commissies Ontwikkeling en Samenleving. De (gezamenlijke) bespreking loopt gelijk met de inspraakperiode (van 18 december 2024 t/m 12 februari 2024), de reacties zullen worden verwerkt in het definitieve actieprogramma dat ter vaststelling wordt voorgelegd aan de raad.
Relevante eerdere besluiten
- Startnotitie actieprogramma wonen en zorg (2023/2034255) in de raad van 25 januari 2024 - Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond (2024/1551344) in commissie Ontwikkeling van 3 oktober 2024 en de commissie Samenleving van 17 oktober 2024 - Startnotitie Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 (2024/1952567) in het college van 19 november 2024
Besluit college d.d. 17 december 2024
Het college van burgemeester en wethouders besluit:
phillege@haarlem.nl De komende jaren zullen mensen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte steeds vaker in een zelfstandige woning wonen en minder in een instelling. Dit vraagt om woonvormen en buurten waarbij zorg en ondersteuning passend kan worden aangeboden en ontvangen en waarbij mensen naar elkaar omkijken. In het concept-actieprogramma wonen en zorg worden de woonzorgopgave en de te ondernemen acties beschreven voor ouderen, mensen met psychische kwetsbaarheid, mensen die dakloos zijn, mensen met een beperking en jeugdigen. Daarnaast wordt beschreven hoe de komende jaren buurten en wijken zorgzamer gemaakt kunnen worden.
1. Het concept actieprogramma wonen en zorg Haarlem 2025-2030 ‘Gewoon samen thuis’ vast te stellen en vrij te geven voor inspraak.
Kenmerk: 2024/2055740
1/7
de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding Het aantal ouderen neemt toe en de ouderen worden steeds ouder; de meeste ouderen willen bovendien zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Ook mensen die psychisch kwetsbaar zijn wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Mensen die dakloos zijn verblijven vaak veel te lang in de opvang. Bij kwetsbare jeugd wordt uithuisplaatsing zoveel mogelijk voorkomen; wanneer toch meer zorg nodig is, wordt dat bij voorkeur geboden in kleinschalige woonvormen in de wijk. De beweging naar zelfstandig wonen in de wijk vraagt om voldoende geschikte woningen en woonvormen met bijbehorende zorg en ondersteuning. Daarnaast zijn voor deze beweging zorgzame wijken nodig, met sterke gemeenschappen, ruimte voor ontmoeten en bewegen en toegankelijke en nabije voorzieningen. Al deze ontwikkelingen en wensen zijn aanleiding voor het ontwikkelen van een Haarlems Actieprogramma Wonen en Zorg. Begin 2024 is daarvoor door de gemeenteraad een startnotitie vastgesteld. Op basis van regionaal onderzoek en afstemming is in september 2024 een regionale woonzorgopgave voor Zuid-Kennemerland/IJmond vastgesteld door het college van B&W. Het Haarlemse concept-actieprogramma wordt nu vrijgegeven voor inspraak. 2. Besluitpunten college Het college besluit: 1. Het concept actieprogramma wonen en zorg Haarlem 2025-2030 ‘Gewoon samen thuis’ vast te stellen en vrij te geven voor inspraak. 3.
Beoogd resultaat Op basis van het actieprogramma zal de woonzorgopgave worden verwerkt in de verschillende gebiedsontwikkelingen en gebiedsprogramma’s, en in de afspraken met ontwikkelende partijen, corporaties, zorgaanbieders en Buurts. Het beoogd resultaat is om voor mensen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte voldoende en geschikt woningaanbod te realiseren in zorgzame wijken. Met het vrijgeven voor inspraak krijgen betrokkenen de mogelijkheid om hun visie op deze voornemens te geven.
Kenmerk: 2024/2055740
2/7
4. Argumenten 1. Het actieprogramma bouwt voort op de uitgangspunten in de startnotitie Het actieprogramma formuleert een aantal uitgangspunten voor de realisatie van de woonzorgopgave: - Er is sprake van een beweging waarbij mensen met een zorg of ondersteuningsbehoefte vaker thuis blijven wonen. Deze beweging vraagt om passend woningaanbod (nieuwbouw en bestaande voorraad), voldoende zorg en ondersteuning en sterke gemeenschappen. - De opgave vraagt om evenwichtige en evenredige verdeling van woningen en woonzorgarrangementen over de regio, de stad en tussen verschillende woningzoekenden. - Collectieve woonvormen bieden goede mogelijkheden om de opgave te realiseren. - Een zorgzame wijk die voorziet in een toegankelijke openbare ruimte en openbare gebouwen, in ruimte voor ontmoeten en bewegen en nabijheid van voorzieningen, is belangrijk om zelfstandig wonen mogelijk te maken. 2. Het actieprogramma beschrijft de kwantitatieve en kwalitatieve opgave Voor ouderen wordt door demografische ontwikkelingen een groeiende vraag naar woonvormen met zorg voorzien. Tegelijkertijd is de uitbreiding van verpleeghuiscapaciteit begrensd. Om de zorgvraag tot 2040 op te vangen zullen alternatieve woonvormen moeten worden ontwikkeld: zogenaamde ‘zorggeschikte woningen’ (minimaal 250 woningen tot 2040) en geclusterde woonvormen (minimaal 870).
Voor een deel kan deze vraag ook in de bestaande woningvoorraad worden opgevangen. De opgave voor nultredenwoningen (4700) krijgt invulling via het bestaande nieuwbouwprogramma. Voor mensen met psychische kwetsbaarheid die een beroep doen op Beschermd Wonen is berekend wat op basis van demografische ontwikkeling de toekomstige vraag naar zorg en ondersteuning is. Op basis van de doorrekening, de gewenste beweging en de inzet om de wachtlijst terug te dringen is de opgave tot 2031 om het aantal intramurale plekken in beschermd wonen in Haarlem op 170 plaatsen te houden, en het aantal geclusterde beschermd thuis plaatsen toe te laten nemen met rond de 30. Gemengde wooncomplexen waar mensen bewust samenwonen met mensen die begeleiding ontvangen bieden hier goede mogelijkheden toe. Voor de bestrijding van dakloosheid is de beweging ingezet om (naast preventieve inzet) dakloze mensen niet of zo kort mogelijk in de maatschappelijk opvang te laten verblijven (Wonen Eerst). Om dit tot stand te brengen is het nodig om het proces van urgentieverlening te verbeteren (zoals bij de koplopersgroep uit het actieplan Housing First) en aanvullend passend woningaanbod te realiseren. Gemengde wooncomplexen bieden ook voor deze groep goede mogelijkheden. De inzet is om de komende jaren minimaal 50 woningen toe te voegen in gemengde complexen die voor deze
Kenmerk: 2024/2055740
3/7
doelgroepen aanvullend woningaanbod opleveren. Daarnaast zal bij het ontwikkelen van het Volkshuisvestingsprogramma worden onderzocht of/welke aanvullende mogelijkheden er ingezet kunnen worden in de bestaande voorraad (woningdelen). Voor de groep mensen die niet volgens de Wmo in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang worden maatregelen ingezet buiten de bestaande reguliere woningen, zoals Onder de Pannen, inzet van tijdelijke huur onder de leegstandswet (Tijdelijk onder Dak) en verkenning van de mogelijkheid een Parentshouse te realiseren. Voor mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking wordt beperkte kwantitatieve groei voorzien aan intramurale en extramurale woonvormen. Wel geven zorgorganisaties aan dat er sprake is van een groei aan mensen met een lichte verstandelijke beperking die ambulante ondersteuning nodig hebben. Woningen in de omgeving van voorzieningen voor deze doelgroep kunnen in deze behoefte voorzien. Voor de jeugdzorg wordt op regionaal niveau een gezamenlijke visie en strategie uitgewerkt voor de realisatie en spreiding van kleinschalige woonvoorzieningen. De inschatting is vooralsnog dat er op afzienbare termijn circa 15 extra plekken nodig zijn in de regio; in de loop van 2025 wordt een start gemaakt met de planontwikkeling. Als gevolg van de ingezette beweging zullen meer mensen langer en weer zelfstandig in de buurt en wijk wonen.
Het clusteren van woningen, de inzet op ontmoeten (ook in de openbare ruimte) en het vormen van gemeenschappen draagt bij aan het voorkomen van eenzaamheid en het beroep dat op professionele zorg wordt gedaan. Daarnaast is het belangrijk dat de woonomgeving toegankelijk is en er voldoende voorzieningen en zorginfrastructuur aanwezig zijn. Om deze zorgzame wijken verder invulling te geven en te versterken worden stedelijke randvoorwaarden uitgewerkt, kansen benut in lopende wijkgerichte aanpakken en wordt een wijkscan uitgevoerd in een nader te bepalen wijk. 3. Het actieprogramma geeft aan welke activiteiten de komende jaren opgekapt worden en welke strategie hierbij wordt gehanteerd. Om de opgave tot stand te brengen is benoemd welke activiteiten de komende jaren worden uitgevoerd. Voor die uitvoering is in het actieplan een strategie beschreven waarin wordt ingegaan op de instrumenten, de verwachte inzet van partners, de aansturing van de opgenomen actiepunten en dekking van een aantal onderdelen. Er wordt zo veel mogelijk aangesloten bij reeds lopende samenwerkingstrajecten (zoals de Stadsdeal ouderenhuisvesting, uitvoering prestatieafspraken, Regionaal actieprogramma dakloosheid, Actieplan Housing First). 4.
Het actieprogramma sluit aan bij landelijk, regionaal en lokaal beleid Het actieprogramma past binnen beleidsvelden 1.3 (Sociale Basis), programma 2 (Ondersteuning en Zorg) en beleidsveld 4.1. (Wonen en Woningbouw) van de programmabegroting. Het actieprogramma geeft invulling aan de ambities van de Nationale Woon- en Bouwagenda op het
Kenmerk: 2024/2055740
4/7
gebied van ouderenhuisvesting en de huisvesting van aandachtsgroepen, alsmede aan de ambities van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Daarnaast geeft dit lokale actieprogramma invulling aan de regionale woonzorgopgave die voor Zuid-Kennemerland/IJmond is vastgesteld. Overige regionale en lokale kaders zijn weergegeven in een bijlage bij het actieprogramma. 5. Duurzaamheidsdoelstellingen ook van toepassing Bij realisatie van de woonzorgopgave in bestaande bouw, nieuwbouw en inrichting van de openbare ruimte zijn de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen onverkort van toepassing. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat woonzorgoplossingen betaalbaar blijven voor de doelgroep. 6. Participatie en inspraak Het voorliggende actieprogramma is opgesteld op basis van input van partners waarmee op het terrein van wonen en zorg wordt samengewerkt (zorgorganisaties, woningcorporaties, Buurts regiogemeenten, provincie, huurders(organisaties). Het concept-actieprogramma is in deze samenwerkingsverbanden besproken. Het actieprogramma wordt na de besluitvorming van het college ook nog ter inspraak aangeboden, zodat ook vanuit andere gremia input geleverd kan worden. 5.
Financiële paragraaf Voor de uitvoering van de in dit actieplan opgenomen activiteiten en maatregelen zal primair gebruik gemaakt worden van budgetten vanuit het Rijk (subsidieregelingen, IZA), subsidiebijdragen vanuit zorgkantoor, Provincie (Woonfonds), en budget dat beschikbaar is voor uitvoering van Actieplan Housing First, budget voor uitvoeren van de Woonvisie, Blijverslening, Wmo en sociale basis. Waar mogelijk wordt aangesloten bij lopende trajecten zoals de wijkaanpak, gebiedsontwikkelingen, herinrichting openbare ruimte en de Regiodeal MRA West. Daarnaast zal voor uit het programma voortkomende projecten/activiteiten, zoals het bevorderen van zorgzame wijken, gemeenschappelijke ruimte in woongebouwen en variatie in woonvormen, nieuw of aanvullend budget moeten worden gevonden. Bij de vaststelling van het definitieve actieplan zal voor de opgenomen acties het benodigde budget en dekking worden aangegeven. Indien nodig en gewenst zullen aan de hand van het programma voorstellen worden opgenomen in de begrotingscyclus van de gemeente. 6. Risico’s en kanttekeningen 1.
Vanuit de samenwerking binnen de MRA kunnen de opgaven voor aandachtsgroepen wijzigen Het wetsvoorstel Wet Versterking Regie Volkshuisvesting gaat uit van evenwichtige en evenredige verdeling van aandachtsgroepen (dak- en thuisloze mensen, mensen die uitstromen uit intramurale instellingen, statushouders, mensen met sociaal-medisch urgentie, arbeidsmigranten, studenten, woonwagenbewoners) over de regio. Gemeenten in de regio moeten volgens de wet onderlinge
Kenmerk: 2024/2055740
5/7
afspraken maken over deze verdeling. De provincie zal conform het wetsvoorstel vaststellen wat de afbakening van de regio is. De MRA heeft afgelopen jaren een zogenaamde ‘koploperpositie’ gehad om stappen voor te bereiden om tot evenwichtige en evenredige verdeling te komen. Er zijn vooralsnog geen afspraken gemaakt, maar de intentie is om uiteindelijk wel stappen op dit terrein te zetten. Dit kan leiden tot een wijziging van de opgaven voor Zuid-Kennemerland/IJmond en Haarlem. Overigens is nog onduidelijk of het wetsvoorstel in de huidige vorm wordt aangenomen en wanneer het wetsvoorstel in werking zal treden. Het vorige kabinet heeft het wetsvoorstel Wet Versterking Regie Volkshuisvesting in maart 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden. Bespreking volgt na een voorziene nota van wijziging van de nieuwe minister. Het Hoofdlijnenakkoord en Regeerprogramma van het nieuwe kabinet volgt in hoge mate de inhoud van het wetsvoorstel. 2. De versterking van zorgzame wijken is een proces van lange adem. De meeste mensen willen graag zelfstandig – al dan niet met anderen – wonen, ook als zij zorg of ondersteuning nodig hebben. Bovendien zijn veel mensen actief in meerdere gemeenschappen. Toch is ‘omzien naar elkaar' in een geïndividualiseerde samenleving niet vanzelfsprekend.
Er zal – ook met professionele inzet – actief moeten worden ingezet op het leggen van verbindingen tussen (groepen) mensen en het ondersteunen van vrijwillige inzet en maatschappelijk initiatief. De fysieke leefomgeving kan hierbij faciliterend werken, bijvoorbeeld door ontmoetingsruimte in gebouwen of op straat. Maar daarvoor zijn partijen vaak afhankelijk van kansen die zich voordoen in ruimtelijke ontwikkelingen. Met andere woorden: het versterken van zorgzame wijken vraagt een lange adem. 3. Het uitvoeringsprogramma met planning en dekking is nog niet opgenomen. Een planning en begroting/dekking van de activiteiten die voortvloeien uit het actieprogramma is nu nog niet opgenomen. Dit is ook mede afhankelijk van de inspraakreacties. Zoals onder de financiële paragraaf is benoemd zullen de acties zoals in het concept zijn opgenomen grotendeels kunnen worden gefinancierd door externe en interne middelen. Een uitvoeringsprogramma met een planning en een financiële paragraaf wordt na de inspraakperiode ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. 7. Uitvoering Met dit besluit wordt het concept-Actieprogramma Wonen en Zorg vrijgegeven voor inspraak. Een aantal direct betrokken partijen, waaronder de corporaties, zorgaanbieders en Buurts, zullen rechtstreeks worden uitgenodigd te reageren op het concept-actieprogramma.
Er wordt voorafgaand aan de terinzagelegging een kennisgeving geplaatst op de gemeenschappelijke voorziening voor officiële publicaties (DROP) en een nieuwsbericht op de Haarlemse website, waardoor actieve burgers, geïnteresseerden en belanghebbenden kunnen reageren op het concept-actieprogramma. De Participatieraad wordt gevraagd advies uit te brengen over het concept-actieprogramma.
Kenmerk: 2024/2055740
6/7
Na de formele inspraakronde van acht1 weken worden de reacties verwerkt in een nota van beantwoording en zal het concept-actieprogramma met mogelijke aanpassingen in het voorjaar van 2025 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Het actieprogramma is daarna de basis voor samenwerking met zorgaanbieders, Buurts, woningcorporaties, beleggers en ontwikkelaars bij verschillende gebiedsontwikkelingen, en bij de bestaande samenwerkingsverbanden in stad en regio (waaronder de Stadsdeal Ouderenhuisvesting, het Actieplan Housing First en het Regionaal Actieprogramma Dakloosheid). In 2025 wordt het volkshuisvestingsprogramma (VHP) voor Haarlem opgesteld. Het VHP vormt de basis voor nieuwe integrale meerjarige prestatieafspraken met woningcorporaties. Afspraken over wonen en zorg worden hierin opgenomen. 7. Bijlagen Bijlage 1: Concept-actieprogramma Wonen en Zorg 2025-2030 “Gewoon samen thuis”.
1 Vanwege de kerstvakantie wordt acht weken aangehouden in plaats van de wettelijk voorgeschreven zes
weken.
Kenmerk: 2024/2055740
7/7