CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 5 bij bijlage A Beeldkwaliteitscriteria

commissie Ontwikkeling 13 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20:30 uur Vaststellen Masterplan Hart voor Oostpoort en openen grondexploitatie (FR)2.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Bijlage 5 - Beeldkwaliteitscriteria 5.1 Inleiding Deze bijlage geeft de algemene beeldkwaliteitscriteria geldend voor het projectgebied Hart voor Oostpoort en is een aanvulling op hoofdstuk 5 van het Masterplan. Doel van dit hoofdstuk is het borgen van beeldkwaliteit van, en samenhang tussen de gebouwen, de civiele kunstwerken en de openbare, collectieve en private buitenruimten. De beeldkwaliteitscriteria worden in de volgende paragrafen behandeld: • • • •

Openbare ruimte Collectieve en private buitenruimten Civiele kunstwerken Gebouwen

De criteria in dit hoofdstuk zijn beeldkwaliteitseisen waar de verschillende ontwerpen aan moeten voldoen. Afwijken van een criterium kan alleen als er een gelijkwaardige oplossing voor gevonden wordt of dat het om goed onderbouwde redenen niet mogelijk is om eraan te voldoen. De criteria in dit hoofdstuk moeten altijd samen met de relevante randvoorwaarden, eisen en wensen uit hoofdstuk 4 worden toegepast. Nadat dit Masterplan is vastgesteld zal in de ontwerpfase het stedenbouwkundig plan (SP) met bijbehorend beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld

strategy x design

worden. In het BKP zullen de criteria uit deze bijlage verder uitgewerkt worden. De vormgeving van de openbare ruimte en de gebouwen moet voldoen aan het BKP. Zie ook phoofdstuk 6 van het Masterplan.

5.2 Openbare ruimte Hart voor Oostpoort vraagt om een integraal en samenhangende openbare ruimte met een hoge gebruiks- en kwaliteitswaarde voor reizigers én bewoners. Paragraaf 4.8 van bijlage 4 geeft de randvoorwaarden, eisen en wensen met betrekking tot de openbare ruimte. Hierbij horen de volgende beeldkwaliteitscriteria. Algemene criteria 1. Wandel- en fietspaden sluiten op een logische en harmonische manier aan op die in Zuiderpolder en Waarderpolder, op het station en op de entrees van de gebouwen. 2. Openbare ruimte wordt ingericht met het ‘groentenzij’-principe, maar is ook overzichtelijk, sociaal veilig en voor iedereen toegankelijk.

2. Bomen, heesters en (vaste) planten worden zodanig gepositioneerd dat noodzakelijke zichtlijnen vrijgehouden worden. Criteria materiaal, kleur en detaillering 1. Alleen materialen toepassen die kleurvast zijn en weersinvloeden zoals UV-straling, regen en vocht goed doorstaan (op een mooie manier verouderen). 2. Sterke samenhang in vormgeving, materialisering, kleurgebruik en detaillering van verharding, meubilair en omliggende gebouwen. Criteria kunst in de openbare ruimte 1. De gemeente staat positief tegenover het toepassen van kunstuitingen in de openbare ruimte. 2. Kunst of ornamenten zijn in grootte, vorm en kleur passend bij de omgeving. 3. Eventuele verlichting van kunst of ornamenten leidt niet tot overlast voor de omgeving.

Criteria water en beplanting 1. Regenopvang en -afdracht is een belangrijk ontwerpuitgangspunt: zichtbaar maken van de waterstromen vanaf de gebouwen tot aan het oppervlaktewater.

Hart voor Oostpoort | Masterplan | Bijlage 5 - Beeldkwaliteitscriteria

1

5.3 Collectief en privaat maaiveld Gebouwen sluiten op een zorgvuldige en ‘zachte’ manier aan op de omliggende openbare ruimte. Erf- en terrasafscheidingen door middel van heesterstroken zijn hier een belangrijk uitgangspunt. Ook voor de inrichting van het collectieve of private maaiveld wordt ingezet op het ‘groen, tenzij’principe. Paragraaf 4.9 van bijlage 4 geeft de randvoorwaarden, eisen en wensen met betrekking tot het private en collectieve maaiveld. Hierbij horen de volgende beeldkwaliteitscriteria.

Algemene criteria 1. Collectief en privaat maaiveld wordt niet als restruimte tussen de (nieuwe) bebouwing behandeld, maar is altijd het vertrekpunt voor het ontwerp van de betreffende bouwlocatie. 2. Het maaiveldontwerp dient voldoende ruimtelijke kwaliteit te krijgen en is zorgvuldig afgestemd op de gebouwontwerpen. 3. Het ontwerp van een entreezone met onder andere opstelplekken voor fietsen, wordt zorgvuldig afgestemd op het ontwerp van de entreepartij van het gebouw. 4. Private buitenruimten van woningen grenzend aan de openbare buitenruimte en collectieve binnenhoven, zijn een belangrijk onderdeel van de ontwerpopgave en worden zorgvuldig vormgegeven. Gebruikswaarde en eenvoudige toegankelijkheid zijn belangrijke uitgangspunten. 5. Erfafscheidingen (hagen of heesterstroken, eventueel voorzien van een laag muurtje of

strategy x design

hekwerk) worden integraal met het gebouw en aangrenzende openbare of collectieve maaiveld mee-ontworpen. Criteria water en beplanting 1. Regenopvang en -afdracht is een belangrijk ontwerpuitgangspunt: zichtbaar maken van de waterstromen vanaf de gebouwen tot aan het oppervlaktewater.

Algemene criteria 1. De civiele kunstwerken krijgen een hoogwaardige uitstraling. 2. Vervuiling en verkleuring van de kunstwerken wordt door goed ontwerp, de juiste materiaalkeuze en zorgvuldige detaillering voorkomen. 3. Kwetsbare materialen en kleuren die gevoelig zijn voor vernielingen of graffiti worden niet toegepast.

2. Bomen, heesters en (vaste) planten worden zodanig gepositioneerd dat noodzakelijke zichtlijnen vrijgehouden worden.

4. Alleen materialen toepassen die kleurvast zijn en weersinvloeden zoals UV-straling, regen en vocht goed doorstaan (op een mooie manier verouderen).

Criteria materiaal, kleur en detaillering 1. Alleen materialen toepassen die kleurvast zijn en weersinvloeden zoals UV-straling, regen en vocht goed doorstaan (op een mooie manier verouderen).

5. De detaillering van de kunstwerken is van dien aard is dat regenwater niet makkelijk van de rand afglijdt, maar meteen via een goed afschot naar de hemelwaterafvoer gaat.

2. Materialisering en keurgebruik van de private of collectieve buitenruimte rondom de gebouwen wordt zorgvuldig afgesteld op dat van de aangrenzende openbare ruimte en gebouwen.

Criteria viaduct met hellingbaan 1. Voor de vormgeving en materialisering van het nieuwe deel van het Keggeviaduct geldt als uitgangspunt het naastgelegen N200-viaduct zodat het samen als één geheel gaat ogen.

5.4 Civiele kunstwerken

2. Ook het oude, te handhaven deel van het Keggeviaduct voorzien van een nieuwe randafwerking met balustrades gebaseerd op die van het N200-viaduct. Bij de materialisering en detaillering streepvorming en algengroei voorkomen.

In Hart van Oostpoort zal het zuidelijke deel van het Keggeviaduct en de Camera Obscuraweg vervangen worden door een nieuw viaduct met hellingbaan tussen de twee rijbanen van de Amsterdamsevaart. Naast de bestaande voetgangersbrug zal een fietsbrug gebouwd worden met hellingbanen aan weerszijde van het spoor. Voor beide in het oog springende kunstwerken gelden hoge beeldkwaliteitscriteria.

Criterium fietsbrug met hellingbanen 1. De nieuwe fietsbrug met haar lange, kronkelende hellingbanen mag in vormgeving, materiaalen kleurgebruik een eigenstandig en in het

Hart voor Oostpoort | Masterplan | Bijlage 5 - Beeldkwaliteitscriteria

2

opspringend element worden, maar moet wel een harmonisch geheel vormen met de naastgelegen, bestaande voetgangersbrug met haar tuiconstructie. 2. Opgangen van de hellingbanen zodanig positioneren en vormgeven dat overzichtelijk zijn en bijdragen aan een verkeersveilige en logische fietsroute.

5.5 Gebouwen De architectonische opgave voor Hart voor Oostpoort is het creëren van geborgenheid in een gebied dat gedomineerd wordt door infrastructuur. De grote bouwblokken waar de woningen, voorzieningen en mogelijk kantoren en een hotel in worden gerealiseerd, krijgen een menselijke maat door ze samen te stellen uit individueel herkenbare gebouwen. Paragraaf 4.10 van bijlage 4 geeft de randvoorwaarden, eisen en wensen met betrekking tot de gebouwen. Hierbij horen de volgende beeldkwaliteitscriteria. Algemene criteria 1. De bouwvelden worden samengesteld uit individuele bouwblokken. 2. Blokken bestaan niet uit lange monotone gevels 3. De hoogte van de panden in de randen van de bouwblokken is maximaal 6 bouwlagen. 4. De hoogte van de panden verspringt en is niet overal maximaal zodat dag- en zonlicht diep het binnenterrein op kan komen. 5. Buurpanden verschillen subtiel maar zichtbaar in pinthoogte waardoor ook de bovengelegen lagen

strategy x design

in hoogte van elkaar gaan verschillen. Criteria gevels 1. De architectuur van de gevels is zorgvuldig, met een scherp oog voor compositie. Gevels zijn gelaagd, verfijnd en kennen voldoende variatie. Ze vertellen zowel een verhaal op afstand als van dichtbij. 2. Bij hoekpanden zijn gesloten kopgevels niet toegestaan. Hoekpanden hebben altijd twee voorgevels met voldoende openingen. 3. Buitenzonwering, gevelgroen en nest- en rustplekken voor dieren worden mee-ontwerpen in de architectuur van het gebouw. 4. Elementen zoals bloembakken aan balkonof galerijbalustrades worden gestimuleerd, dragen bij aan een levendig en samenhangend gevelbeeld en worden mee-ontwerpen in de architectuur van het gebouw. Criteria gebouwplint 1. De begane grondverdieping van voorzieningen en kantoren heeft een vrije hoogte van 4 tot 5m. De begane grondverdieping van woningen heeft een vrije hoogte van minimaal 3,5m. 2. De begane grondgevel aan de openbare of collectieve ruimte (de gebouwplint) heeft voldoende transparantie. Doods of privacygevoelig programma is hier niet toegestaan. 3. Kozijnen in de plint worden voorzien van een borstwering die voldoende hoog is. Dit is een van de maatregelen om te voorkomen dat vanwege privacy ook overdag ramen dichtgezet worden met gordijnen en lamellen. 4. De gebouwplint wordt zorgvuldig vormgegeven

met als doel het creëren van een sterke relatie en interactie met de openbare of collectieve ruimte. 5. Het ontwerp van de gebouwplint wordt zorgvuldig afgestemd op het ontwerp van het aangrenzende private, collectieve of openbare maaiveld. Criteria entreepartij 1. De hoofdentree van het gebouw richt zich naar de belangrijkste openbare ruimte en doorgaande voetgangers- en/of fietsroute. 2. Een entreepartij is integraal onderdeel van de architectuur en wordt verfijnd en aantrekkelijk vormgegeven. Entrees zijn verbijzonderingen in de architectuur. 3. Entrees zijn uitnodigend en waar mogelijk voorzien van zitelementen en luifels. 4. De entreepartij is royaal, transparant, ruim, overzichtelijk en ’s avonds goed verlicht. 5. Postkasten, bellentableaus, verlichting, huisnummers zijn zorgvuldig uitgewerkt. 6. Bij een entreepartij waar veel woningen op ontsloten zijn, worden brievenbussen niet in de buitengevel van de entreehal geplaatst. Van buitenaf blijft de binnenkant van de hal goed zichtbaar. Criteria technische ruimten, fietsstallingen en parkeerentrees 1. Technische ruimten en toegangen daartoe worden zo veel mogelijk uit het zicht geplaatst. Indien ze in de plint opgenomen moeten worden, dan worden ze zodanig gepositioneerd en geïntegreerd in de architectuur dat ze de kwaliteit van plint zo min mogelijk verstoren.

Hart voor Oostpoort | Masterplan | Bijlage 5 - Beeldkwaliteitscriteria

3

2. Stallingsruimten voor fietsen, scooters, scootmobielen, e.d. worden zodanig gepositioneerd en geïntegreerd in de architectuur dat ze de plint niet domineren en niet tot een dode plint leiden. 3. Geen autoparkeren in de plint. Toegang tot een parkeergarage wordt zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst. Niet aan pleinen of in zichtlijnen van straten of langzaamverkeerroutes. 4. Breedte en hoogte van een parkeerentree is minimaal. De poort wordt zodanig gepositioneerd en geïntegreerd in de architectuur dat het de kwaliteit van plint zo min mogelijk verstoord. 5. Eventuele hellingbanen worden binnen het gebouw opgelost en zijn niet zichtbaar vanaf de buitenkant. Criteria balkons en loggia’s 1. Buitenruimten liggen achter het gevelvlak of deels binnen en deels buiten het gevelvlak. 2. Aangehangen balkons zijn niet toegestaan. 3. Balkons zijn integraal mee-ontworpen in de architectuur, zodat ze niet als losse elementen tegen de gevel worden geplaatst 4. Eventuele bloem- en plantbakken zijn onderdeel van de architectuur. 5. Laaggelegen buitenruimten moeten zodanig vormgegeven worden om voldoende privacy te waarborgen. Criteria gebouwbeëindiging 1. De gebouwbeëindiging is een logisch onderdeel van het architectonisch concept. Tot de mogelijkheden behoren een setback, een bijzondere dakvorm, een afwijkende maat van de

strategy x design

verdiepingshoogte of een verbijzondering in de architectuur. 2. Setbacks zijn een belangrijk middel om belichting en kwaliteit in tussenstraten en binnenhoven te verbeteren. Criteria daken 1. Het dak wordt als vijfde gevel gezien en is een integraal onderdeel van het gebouwontwerp. 2. Alle daken dragen bij aan hemelwaterbuffering en hebben natuurwaarde. Collectieve daken zijn robuust en weelderig groen ingericht, daken hebben genoeg gronddekking voor een diversiteit aan inheemse plantensoorten. 3. Installaties en andere opbouwen op het dak zijn door een verhoogde dakrand niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte of krijgen een schil passend bij de architectuur van het gebouw (worden meeontworpen). 4. Installaties en opbouwen op het dak dienen in samenhang met de andere functies op het dak ontworpen te worden. Criteria materiaal, kleur en detaillering 1. Toe te passen materialen, kleuren en detaillering dienen de tand des tijds goed te doorstaan zodat gebouwen ook lang nadat ze zijn opgeleverd er nog mooi uitzien. 2. Kwetsbare materialen en kleuren die gevoelig zijn voor vernielingen of graffiti worden niet toegepast op plekken bereikbaar vanaf de openbare ruimte. 3. Minerale steenstrips ter vervanging van baksteengevels zijn niet toegestaan. 4. Nieuwe materialen waarvan niet kan worden aangetoond hoe deze er over 10 jaar uit komen te

zien, zijn niet toegestaan. 5. De kleur van de zonwering dient zorgvuldig afgestemd te zijn op de kleur van het gevelmateriaal. Criteria hemelwaterafvoer 1. Hemelwaterafvoer (HWA) wordt binnen het gebouw oplost of geïntegreerd in de architectuur van de gevel. 2. Het is niet toegestaan een HWA voor het gevelvlak te plaatsen. Criteria naamgeving en reclame-uitingen 1. De aanduiding van de naam van het gebouw of reclame-uitingen op het gebouw zijn in grootte, vormgeving en kleurstelling afgestemd op en ondergeschikt aan de architectuur van het gebouw. 2. Bij een verzamelgebouw kan alleen de naam van het gebouw op de gevel aangebracht worden. Individuele huurder/gebruikers worden vermeld ter plaatse van een bord bij de hoofdentree. 3. Eventuele verlichting van de gebouwnaam of van andere reclame-uitingen leidt niet tot overlast in de omgeving. LED-schermen zijn niet toegestaan. Criteria kunst of ornamenten op of aan gebouwen 1. De gemeente staat positief tegenover het toepassen van kunst op of aan een gebouw. Ook kunnen ornamenten aangebracht worden. 2. Kunst of ornamenten zijn in grootte, vorm en kleur passend bij de architectuur van het gebouw. 3. Eventuele verlichting van kunst of ornamenten leidt niet tot overlast voor de omgeving.

Hart voor Oostpoort | Masterplan | Bijlage 5 - Beeldkwaliteitscriteria

4

strategy x design

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16864967/1