CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

07-06 Transcript Commissie Samenleving

commissie Samenleving 6 juli 2023, gemeente Haarlem17.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

15 alinea's met “commissieleden”: 2 4 10 27 31 40 41 59 60 69 85 90 108 118 122

Extra gelden naar een bepaalde instelling zoals Buurts, Sociaal Wijkteams, of CJG’s betekent niet altijd dat deze meer Haarlemmers gaan bereiken, maar het kan wel een taakverzwaring betekenen voor de medewerkers binnen een instelling. Wanneer bijvoorbeeld VluchtelingenWerk geen subsidie krijgt voor de begeleiding van statushouders, wordt een beroep gedaan op de Sociale Wijkteams. Wanneer er een nieuwe wet Vroeg Eropaf is. wordt een beroep gedaan op de Sociaal Wijkteams. En ik kan nog zo doorgaan met allerlei extra taken die het Sociaal Wijkteams erbij krijgt. Bij die Sociaal Wijkteams bijvoorbeeld zijn niet echt extra krachten aangenomen om de extra taken te verrichten. Het komt erop neer dat instellingen extra werk krijgen, maar geen mankracht. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van de hulpverlening, dus uiteindelijk is de Haarlemmer … De voorzitter: U heeft ene interruptie van mevrouw Zwemmer van D66. Mevrouw Zwemmer: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik het begreep uit de stukken worden juist de extra middelen vrijgemaakt om die extra mankracht ook voor elkaar te krijgen. Dus hoe zou de heer El Aichi dat invullen?

15

De heer El Aichi: Nou ja, kijk, de praktijk is heel anders dan meestal wat op papier staat. Op het moment dat er extra werk komt bij de Sociaal Wijkteams, dan krijgen die als taken erbij, maar dan komt nooit een poppetje erbij die dat kan versterken. Soms wel, soms niet, maar meestal niet. Vorig jaar werd bezuinigd op VluchtelingenWerk, die kregen toentertijd twee jaar subsidie in plaats van één jaar en toen hebben wij gezegd: wie gaat deze statushouders begeleiden na een jaar? Want VluchtelingenWerk doet het één jaar na die één jaar moet de Sociaal Wijkteams dat doen. Ze hebben geen mankracht erbij gekregen om dat te doen en ze hebben ook geen kennis erbij gehad om dat te doen. Het is: alsjeblieft, Sociaal Wijkteam, doe dat even erbij. Daar ben ik bang voor en daar maak ik me zorgen over, vandaar dat ik dit benoem. Even kijken, waar ben ik gekomen? Tijd zat. Wat ik net zei, dus uiteindelijk is de Haarlemse burger de dupe van deze manier van diensten onderbrengen bij bestaande instellingen. Dit lijkt me heel lastig om te kunnen meten wat het effect van deze acht ton is. Ik bedoel, wij hebben allerlei instellingen benaderd en gevraagd: doe eens even wat extra werk erbij. Maar uiteindelijk kunnen wij niet aantonen wat wij met die acht rond gedaan hebben.

Vandaar mijn vraag aan het college om een manier te bedenken: hoe gaan we deze acht ton verantwoorden? Hoe gaat het college straks zeggen: die acht ton is goed besteed, of niet? Dank u wel. De voorzitter: Uiteindelijk bent u natuurlijk degene die zegt of geld goed besteed is bij de jaarrekening, maar goed. De heer Hulster namens de Actiepartij. De heer Hulster: Er is al heel veel gezegd, ook wij maken ons echt zorgen over de extra taken voor Buurts en hoe komen ze aan de juridische kennis om die dienstverlening te verlenen en hoe wordt de onafhankelijkheid gewaarborgd? Dus het is ook een beetje de vraag, het Rijk geeft acht ton, maar is het niet ook een beetje bescherming tegen het falen van de overheid? Ik bedoel, we weten allemaal dat we de toeslagenaffaire hebben gehad en dat is al een belangrijk onderdeel. Het s goed om te weten dat we nu bij het bestuur dus hebben besloten dat we een uitsplitsing krijgen, zodat we weten hoeveel bezwaren er worden gemaakt die het sociaal domein betreffen, zodat we straks ook kunnen zien wat er nou eigenlijk gebeurt daar. Het is natuurlijk wel fijn dat mensen daarbij geholpen worden, maar de vraag is of dit inderdaad de beste manier is om dat te doen. We gaan het zien. Wij zullen in ieder geval de motie Vertrouwenspersonen weer opnieuw onder de aandacht brengen en mogelijk opnieuw indienen.

In de vorige periode is die aangenomen, is niet uitgevoerd. Een onafhankelijke vertrouwenspersoon zou juist kunnen helpen om die rechtsbescherming van cliënten die van Wmo-voorzieningen, wat ook terecht in het stuk genoemd wordt, cliënten of bewoners zien soms niet door het woud van voorzieningen hoe ze hun zorg kunnen krijgen die ze willen hebben. Soms zijn er ook conflicterende belangen daarin en een vertrouwenspersoon kan onafhankelijk, luisterend oor zijn en soms ook meegaan met gesprekken om zaken op te lossen. We hopen echt dat dat binnen dit kader meegenomen kan worden, dus we horen graag hoe de wethouder daarover denkt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, gaat uw gang. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel, voorzitter. Vanaf januari 2022 heeft de gemeente Haarlem acht ton ontvangen van het Rijk om samen met sociaal juridische partners de rechtsbescherming van kwetsbare Haarlemmers te versterken en nu ligt er dus iets voor ons. Aanleiding zijn de maatregelen die het kabinet neemt naar aanleiding van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagaffaire. Daar wil ik even kort bij stilstaan als SP. Wij hebben helaas gezien hoe fout het kan gaan. De ellende en het verdriet van de toeslagenaffaire-ouders is met geen woord te beschrijven. De overheid heeft gefaald en de ouders en kinderen niet kunnen beschermen.

Duizenden ouders en gezinnen waren slachtoffer van een falend systeem. Nog steeds zijn meer dan duizend kinderen zoek en niet bij ouders. Het onrecht wat ze aangedaan is ongekend. Het is wel goed dat we nu in ieder geval iets gaan ondernemen om te kijken of en hoe we dit kunnen voorkomen in de toekomst. De vraag is of acht ton uiteindelijk genoeg is, het is in ieder geval een begin. Verder lezen we in het stuk dat een deel van Haarlemmers de weg naar juridisch advies weet te vinden. Heel mooi. Maar er zijn ook Haarlemmers die eventueel door dat ze geen digitale vaardigheid hebben, of door taalbarrière de hulp en de toegang tot juridische hulp niet weten te vinden. Ook lezen wij dat er een groep is

16

die het vertrouwen in de overheid en eventueel de hulpverleners samenleving verloren heeft. Wat ons dan zorgen baart is dat we lezen dat we eigenlijk geen idee hebben wie deze mensen zijn, wie deze groep is en hoe groot deze groep is. Mijn vraag aan de wethouder is: wat gaan we doen om in ieder geval te achterhalen wie deze doelgroep is, en wat gaan we doen aan mensen die door taalbarrière de hulp niet weten te vinden? Ik zal een voorbeeld geven. Een paar jaar geleden toen er problemen waren in de daklozenopvang hebben wij als SP een aantal van deze problemen van dichtbij mogen zien en mee mogen maken. Daklozen waren afhankelijk van een opvang en een warme maaltijd, dit zorgde dat er angst was om een klacht in te dienen. Ze waren bang om uit de opvang gegooid te worden, dit werd ze toen immers ook gezegd. Hierdoor durfden ze geen klacht in te dienen, of klachten werden ingetrokken, omdat ze anders niet geholpen zouden worden. Mijn vraag aan de wethouder is: dit is maar een voorbeeld wat in de daklozenopvang gebeurt, ik kan me voorstellen dat het elders ook gebeurt, hoe gaan we waarborgen dat dit soort signalen snel worden opgepakt en dat hulpbehoevenden niet hoeven te vrezen wanneer zij een klacht indienen? Dit laat ook tevens zien hoe kwetsbaar de doelgroep en degene die hulp vraagt is. Het is belangrijk dat we inderdaad leren van de fouten om ze nooit meer te maken.

Ook is het belangrijk om naar Haarlemmers die de weg niet weten te luisteren. Ook zien we nu bij de aanbesteding van Gewoon in de Wijk dat er Haarlemmers tussen wal en schip vallen. Volgens de wethouder is er een noodknop voor werknemers, maar we hebben niet gezien dat er ook een knop is voor de cliënten wanneer zij dus door de bomen het bos niet meer zien. In de jaarrekening stond ook, wat ik eerder herhaald heb, dat maar 25 procent van de Haarlemmers de wijkteams weten te vinden. De wijkteams hebben heel veel op hun bordje gekregen op dit moment en dit is weer iets wat ze daar extra bij krijgen. Wij maken ons daar zorgen over. Hoe kunnen we garanderen dat er nu wel personeel is om het werk te kunnen doen en hoe kunnen we garanderen dat ze ook aan het werk toekomen? Want door de overdracht vallen op dit moment cliënten tussen wal en schip en daar zijn ze al heel hard mee bezig, dit komt er extra bij. Wellicht dat de wethouder ons daarin kan geruststellen. En één iets wat we goed vinden, we lezen dat we niet alleen gaan kijken naar de letter van de wet, zoals tot kort geleden was, maar straks meer naar de bedoeling van de wet. Nou, goed om te lezen, dat is een goede verbetering, alleen moet het ook in de praktijk werken en daar hangt het eigenlijk ook een beetje van af. Ook hier hebben we genoeg voorbeelden waar het dus wel misging.

De voorzitter: Wilt u afronden? U bent door uw spreektijd heen. Mevrouw Özogul-Özen: Nee, ik ben klaar. De voorzitter: Dat deed u dan keurig tot op de seconde. Anders commissieleden? Mevrouw Jacobsz, ik zag u net. Gaat uw gang. Mevrouw Jacobsz: Het plan van aanpak versterken rechtsbescherming sociaal domein. De gemeente voert zelf de wet niet altijd uit, bijvoorbeeld mensen zonder vaste woon- en verblijfplaats kregen geen registratie op een postadres. Nu is de gemeente verplicht een postadres te regelen. De overheid zelf creëert de kwetsbare inwoners, of vergroot de kwetsbaarheid. Wat als het eigen handelen van de overheid geen rechtsbescherming aan inwoners biedt? Een voorbeeld: een inwoner wordt gebeld door een medewerker van de gemeente Haarlem dat de huishoudelijke ondersteuning tien minuten minder wordt. Inwoner is een kwetsbare inwoner die eerder meer huishoudelijke hulp dan minder nodig zou hebben. Een toelichting dan wel specificatie wordt niet gegeven.

De inwoner is ziek en welke functionaris moet deze inwoner helpen met het in bezwaar gaan op dit beschikkingsbesluit met tien minuten minder huishoudelijke hulp? Vraag aan de wethouder: wanneer en in hoeverre reflecteert de gemeente binnen dit kader op haar eigen handelen en is ze kritisch op het eigen handelen? OPHaarlem valt rechtsongelijkheid op als de ene bewoner van een galerijflat wel met een Wmoaanvraag gehonoreerd krijgt en de andere bewoner die hetzelfde vraagt niet. Terwijl de aanpassing hetzelfde is, zijn er ook vaak meerdere galerijbewoners die er profijt van kunnen hebben en daardoor langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Door besluiten van de gemeente wordt te vaak de kwetsbaarheid van inwoners vergroot. Een bijeenkomst over mantelzorgers met een migratieachtergrond bevestigt dat onlangs ook weer. Ben je over de ene drempel, dan zorgt de gemeente weer voor een nieuwe drempel in plaats van dat de

17

gemeente je bij de hand neemt en je helpt. Sterker nog, het komt zelfs voor dat gemeenten tegen zijn/haar inwoners in beroep gaat, terwijl er een rechtelijke uitspraak ligt wat de gemeente zou moeten uitvoeren. Vraag aan de wethouder: bent u bereid om zoals in het verleden een van uw voorgangers deed periodiek op spreekuur in de wijk te gaan om verhalen op te halen en te horen? Andere vraag; kunnen de middelen helpen als de gemeente zelf kwetsbare inwoners creëert en onvoldoende rechtsbescherming biedt? Bent u ook niet bang dat kan gaan lijken op dweilen met de kraan open? En ook nog een vraag: wilt u onderzoeken of er een register gemaakt kan worden van afgewezen aanvragen, opdat de raad een andere stakeholders de argumentatie voor afwijzing kunnen inzien? Wethouder, ik zag ook op LinkedIn dat er veel ervaren medewerkers van onder andere de Sociale Wijkteams de organisatie hebben verlaten. Wat betekent dat voor het kennisniveau van de Sociale Wijkteams? De gemeente als lerende organisatie. Op welke manier haalt de organisatie … De voorzitter: Mevrouw Jacobsz, ik ga u heel even onderbreken, maar als we van de wethouder gaan vragen om de kennisniveaus van de Sociale Wijkteams nadat er een medewerker van de gemeente is weggegaan, dat lijkt me niet helemaal een vraag voor in de commissie. Mevrouw Jacobsz: Mag ik de volgende vraag stellen? De gemeente als lerende organisatie.

Op welke manier haalt de organisatie lessen uit de cliëntentevredenheidsonderzoeken, het verslag – wat ik me kan voorstellen dat die er is – van de onafhankelijke cliëntenondersteuning? OPHaarlem vindt dat het collegebesluit onvoldoende het eigen functioneren belicht, dat vaak verweten kan worden willekeurig te zijn, of in besluitvorming onvoldoende oog heeft voor de rechtsbescherming van de Haarlemmers, zoals OPHaarlem heeft toegelicht met betrekking tot het Wmo-huishoudelijke ondersteuning voorbeeld. OPHaarlem verwacht niet veel effect van het plan van aanpak versterken rechtsbescherming sociaal domein. De voorzitter: Dank u wel. Maar ik ga u er wel nog even op wijzen dat praktisch elke vraag die u net heeft gesteld een technische vraag is. U heeft niet voorafgaand aan de bespreking die vraag gesteld, ik denk dat dat wel heel mooi was geweest, want dan hadden we mee kunnen nemen bij de bespreking. Ik verwacht niet dat de wethouder op negen op de tien vragen die u net gesteld heeft een antwoord heeft nu. Mevrouw Jacobsz: Ik krijg dit elke commissie te horen dat ik technische vragen stel, maar ik doe dit in overleg met, dus … De voorzitter: Maar misschien wat we dan doen. Ik ga u deze aanbieden. Als wij dan volgende keer uw vragen vast vooraf even bespreken, dan kan ik u precies aan aanwijzen welke technisch zijn, dan kunt u ze vooraf technisch stellen.

Maar dan moet u die wel eventjes voor maandag even overleggen, dan ga ik u helpen met technische vragen aanwijzen en dan hopen we dat we dan de discussie iets beter kunnen voeren. Anders commissieleden die het woord nog willen voeren in deze termijn? Nee? Wethouder. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Even kijken. Er is behoorlijk wat de revue gepasseerd, dus ik ga proberen het zo goed mogelijk en zoveel mogelijk te beantwoorden. Deze middelen van het Rijk, die zijn inderdaad een direct gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire. Ik denk dat wij ook allen het effect van die toeslagenaffaire, dat we die merken bij alle inwoners. Je merkt heel veel wantrouwen. Laatst was ik nog bij een bijeenkomst waar mensen ook echt energietoeslag niet durfden aan te vragen. Ik denk ook dat het een ongelukkig gekozen woord is, energietoeslag eerlijk gezegd, maar mensen denken: ik moet het weer later terugbetalen. Dus dat helpt niet. Daar hebben wij als gemeente vind ik ook echt last van en daar hebben we ook echt de taak in om dat te verbeteren.

Er werd een aantal keer gezegd, misschien even de gemeente zelf, wat is nou eigenlijk uiteindelijk de rol van de gemeente zelf en wat gaan we daaraan doen? In principe is het inderdaad zo, vind ik enerzijds zou je moeten kijken naar vereenvoudiging, want je zou uiteindelijk willen dat het ook gewoon makkelijker toegankelijk wordt, de verschillende regelingen, wat je kunt aanbieden. Wat je eigenlijk hier ook in dit plan ziet is dat we willen werken aan meer een soort een loep van ervaringen, dat we

18

daar uiteindelijk ook van leren binnen de gemeente en dat we dat ook dus laten leiden tot verbeteringen van ons aanbod en hetgeen wat wij doen. Dat is dus eigenlijk het interne deel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Dank voor de toelichting over het interne deel. Maar als ik dan kijk naar de middeleninzet, dan zie ik dat er 75.000 euro beschikbaar wordt gesteld voor een projectleider versterking dienstverlening, die dus ook die andere sporen gaat aansturen. In hoeverre wordt er dan structureel iets aan de dienstverlening veranderd als er alleen maar een projectleider wordt aangenomen? Wethouder Van Loenen: Nou ja, kijk, dus misschien, want daar was ik nog eigenlijk middenin, maar we hebben gekeken: hoe zou je dit nou het beste kunnen besteden? En ja, het is belangrijk om ook de interne kant aan te pakken. Maar het zijn extra middelen hè, dus we zijn natuurlijk, we hebben ook allerlei mensen die al bezig zijn in de afdelingen. Maar wat je eigenlijk wil is inderdaad dat aanjagen dat het beter wordt hoe we met elkaar samenwerken, dus ook de verschillende partijen die echt de expertise hebben, hoe kun je nou casuïstiek beter met elkaar bespreken en wat leer je daarvan? Maar je hebt daar dus wel menskracht voor nodig om dat beter voor elkaar te krijgen binnen de gemeente. Dan ging het net ook even over het oliemannetjesoverleg.

Dat is iets wat al functioneert, daar zitten ook escalatielijnen in en ook dus de beslismacht eigenlijk waar u ook naar vroeg, mevrouw Scholten. Dat is daar ook in belegd en uiteindelijk gaat daar uiteindelijk de directeur sociaal domein over, die kan ook knopen doorhakken. Dat werkt op zich goed, maar ik denk waar we echt nog beter op kunnen worden als organisatie is echt kunnen leren van bezwaren, klachten en cliëntonderzoeken, hoe kunnen we daar nou lessen uit trekken? Maar we hebben er ook voor gekozen, en dat is ook die verdeling, we hebben eigenlijk gezegd: we willen zoveel mogelijk dicht bij de bewoner dat geld brengen eigenlijk. Want daar is het ook voor bedoeld vanuit het Rijk, om het meer toegankelijk te maken en dichter bij de inwoner. Hoe kun je dat doen? De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten. Wethouder Van Loenen: Hoe kun je dat doen inderdaad? Extra capaciteit op de taken, die overigens al belegd zijn. Dus het niet zo dat we extra taken bij de wijkteams neerleggen, het is wel dat we extra capaciteit bij de wijkteams organiseren hierbij. Dus we hebben er eigenlijk voor gekozen om op de uitvoering heel sterk te gaan zitten, minder op dat interne. Ik heb vandaag nog even contact gehad met Buurts, ook nog even te checken, want het is natuurlijk een probleem qua capaciteit.

Het is dus ook niet zo dat er meer taken komen en ook dus niet meer vragen, maar het is wel zo dat we zien dat de Sociaal Raadslieden bijvoorbeeld onder druk staan qua werkzaamheden en dat het dus echt heel erg goed is om een aantal nieuwe mensen daarvoor te werven. Die werving start ik begreep volgende week, dus er komen extra mensen bij. Hopelijk kunnen we die vinden, het is wel heel specifieke functie, dus daar heb ik op zich wel vertrouwen in. Maar het is dus niet zo dat … De voorzitter: Nee, wacht even. Wethouder Van Loenen: … er opeens meer werk is bij de bestaande teams. De voorzitter: Ik ga u nu echt onderbreken, want dit was een zin met ontelbaar veel komma's. Ik was de tel al kwijt zelfs. Als eerste mevrouw Scholten, gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Ik heb daar zelf gelukkig helemaal geen handje van, dat scheelt. De voorzitter: Let u op.

19

Mevrouw Scholten: Maar ik doe heel even een kleine rewind naar het oliemannetjesoverleg, waarbij escalatiemogelijkheden zijn. Dat is natuurlijk mooi, maar hoe komen bewoners met een probleem daarin terecht? Want waar ik op doel is een oliemannetje dat ook de bewoner, eigenlijk linkt dat een klein beetje aan wat mijn collega van de Actiepartij zei, als je een bewoner bent, hoe kom je dan aan een oliemannetje? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Er zijn inderdaad geen oliemannetjes voor burgers, want dan zou je iemand moeten hebben die van alles iets weet en op alles doorzettingsmacht heeft. Maar het is natuurlijk wel zo, er zijn verschillende ingangen, het ligt heel erg aan de kwestie die je hebt. Er zijn natuurlijk wel verschillende ingangen, maar het is niet, dat was het idee geloof ik van Mark Rutte inderdaad, om een soort team neer te zetten wat dus een soort doorzettingsmacht zou hebben bij iedereen. Maar nou goed, het was ook niet haalbaar. Kijk, dus een oliemannetjesoverleg is ervoor bedoeld dat als wij iemand zien, vaak is het bij verschillende problemen en die lopen vast, dan ligt dat natuurlijk ook vaak bij ons als gemeente. Wij moeten dan ook gewoon veel beter handelen en die schotten doorbreken.

Daar is dat overleg ook zo belangrijk voor, dat je dus uiteindelijk veel integraler gewoon kijkt naar: wat kunnen we nou uiteindelijk betekenen voor deze persoon? Mevrouw Scholten: Maar dan ben ik nog steeds eigenlijk bij mijn eerste punt. Op het moment dat je een oliemannetjesoverleg hebt, dan heb je ook het risico dat er in een kringetje gepraat wordt door de mensen die de schotten proberen te doorbreken, maar dat dat wat er besproken wordt uiteindelijk niet per se een oplossing is voor de bewoner en zijn probleem. Wethouder Van Loenen: Ja, maar het probleem van de burger is dan soms ook een multiprobleem, zeg maar. Dus het idee van het oliemannetjesoverleg is dus om eigenlijk iemand die dus verschillende issues heeft bij verschillende afdelingen, om dat dus uiteindelijk om ervoor te zorgen dat iemand niet van het kastje naar de muur de hele tijd gaat, maar om eigenlijk gewoon de knoop door te hakken: dit is het. Dat doen we natuurlijk wel met het idee wat de inwoner daarvan vindt. Dus er staan ook verschillende voorbeelden eigenlijk ook in het plan van aanpak wat daarop aansluit. Er werd ook al even wat net genoemd, de omgekeerde toets. Mensen bellen als ze een klacht indienen, dat werkt ook eigenlijk gewoon heel goed, dat heb ik ook wel eens met het team over gehad die daarmee bezig is en dat gaat ook hopelijk gewoon staand beleid worden, ook vanuit de Rijksoverheid.

De voorzitter: Goed, dan hebben we nog twee interrupties op dit punt. Als eerste van mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Personeelswerving is erg lastig, dat is algemeen bekend. U stelt wel dat er niet per se extra taken bij de huidige teams komen, maar dat de capaciteit vergroot wordt. Hoe realistisch zijn die verwachtingen dat we die capaciteit kunnen opvullen, en waar baseren we dat op? Want als dit niet lukt, dan komen die taken toch wel weer gewoon bij de huidige teams terecht? Wethouder Van Loenen: Er zijn nu taken en er zijn nu mensen. Daarbovenop gebruiken we het geld van de Rijksoverheid om meer mensen ernaast te zetten, dus meer Sociaal Raadslieden, meer mensen bij de wijkteams die echt dit als expertise hebben. Dus er gaan vacatures worden uitgezet, ik hoop inderdaad een hoop mensen reageren. Maar dan wordt dus eigenlijk ook de druk bijvoorbeeld bij de Sociaal Raadslieden verlaagd, dat is eigenlijk het idee. Mevrouw Hartman: Ja, maar als we die mensen dus niet vinden, als er niet op wordt gereageerd, waar komen die taken dan terecht? Wethouder Van Loenen: De taken zijn er dus al, alleen die zitten nu bij minder mensen. Dus dat staat ook eigenlijk in het stuk. We hopen dus eigenlijk dat er meer mensen bij komen. Laten we er niet al te

20

pessimistisch over zijn, laten we kijken wat de vacatures opleveren. Maar dat is wel de intentie, meer capaciteit voor mensen die veel directer echt met de inwoners in gesprek zijn en hen kunnen helpen. Laten we niet meteen helemaal pessimistisch worden dat ze niet kunnen uitbreiden, laten we kijken wat daaruit komt. Ik weet ook dat er sowieso bij Buurts echt wel weer steeds meer mensen bij komen, dus laten we ook ervan uitgaan dat dat hier ook gaat lukken. Eens even kijken. De voorzitter: U heeft nog een interruptie, ik kondigde er al twee aan. Mevrouw Klazinga, gaat uw gang. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even mijn mond gehouden inderdaad, omdat ik wist dat ik aan de beurt kwam, dus ik heb op twee punten. Ik ga nog even door over de vacatures en niet al te pessimistisch zijn. Ik ben zelf ook graag optimistisch, maar toch ook wel realistisch. Als we een paar weken geleden Buurts hebben gehoord die zeggen: we hebben ontzettend veel vacatures uitstaan en we krijgen ze gewoon niet vervuld. Waarom denkt u dan dat deze vacatures wel vervuld zullen worden? En natuurlijk, ik bedoel, het is hartstikke leuk om te wachten totdat er geworven wordt en laten we nou wachten of ze vervuld zullen worden. Maar we horen niet alleen bij Buurts, maar overal in het sociaal domein dat er mega veel vacatures openstaan en dat de mensen niet te vinden zijn.

Wat is uw positieve insteek hierin en waar is die op gebaseerd? Dat is er eentje. De voorzitter: Dan gaan we eerst daar even naar het antwoord luisteren, want anders wordt uw interruptie wel heel lang. Wethouder Van Loenen: Ik denk wel dat we even realistisch moeten zijn in wat we hier als commissie kunnen bewerkstelligen. Als jullie andere tips hebben, natuurlijk hartstikke welkom. Maar laten we eerst gewoon de vacatures uitzetten. Er worden vacatures vervuld, ook bij Buurts, ook op andere vlakken. Maar dit zijn hele specifieke vacatures natuurlijk voor die versterken van de Sociaal Raadslieden bijvoorbeeld. Laten we kijken wat daaruit komt, maar ja, we kunnen inderdaad niet mensen dwingen om te solliciteren, dat lijkt me evident. Maar het is niet dat we nu een plan B gaan maken, omdat we nog moeten afwachten of er wordt gesolliciteerd ja of nee. Mevrouw Klazinga: Dan kom ik toch inderdaad, dan kom ik niet terug, maar dan mijn tweede deel van mijn interruptie en dat heeft eigenlijk betrekking op uw eerdere deel van uw verhaal, namelijk dat u zei dat het inderdaad ook belangrijk is om te kijken naar de dienstverlening van de gemeente zelf, om mensen te bellen enzovoort.

Als we nou kijken naar het feit dat het lastig is om vacatures in te vullen bij Buurts en dat soort organisaties, is het dan niet verstandiger om meer aandacht te besteden aan het oplossen van het probleem in de bron, namelijk bij de gemeente zelf, in plaats van de symptoombestrijding door mensen rechtshulp te gaan geven op het moment dat het hier verkeerd gaat? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Ik denk dat dit uiteindelijk juist een goede balans is, want het zou echt heel fijn zijn als we gewoon uiteindelijk meer mensen hebben die rechtstreeks met bewoners aan de slag zijn en hen helpen. Ja, de gemeente heeft ook een aantal taken, dat zien we dus ook terug in het plan van aanpak, maar het lijkt mij echt prematuur om te zeggen: we vinden die mensen toch niet voor dat geld wat we daarvoor hebben bestemd, dus laten we het anders invullen. Ik denk dat we moeten kijken hoe dit gaat, of we de vacatures, of Buurts die weet te vervullen. Ondertussen gaan we aan de slag met onze eigen inzet en onze eigen organisatie en daar is ook geld voor beschikbaar. Het is ook, wat ik zeg nog een keer, het is echt extra vanuit het Rijk.

Vorig jaar was het natuurlijk, het kwam nogal rauw op ons dak, kan je dat zeggen bij een bedrag wat je op je rekening krijgt? Maar het kwam redelijk plotseling vanuit het Rijk eind 2022 en er zijn ook veel gemeenten die dus eigenlijk bijna alles niet hebben besteed. Ik denk dat we uiteindelijk nu een goed plan hebben om het te besteden op een zinvolle manier. En ja, ik denk dat het en-en is, dus en onze gemeentelijke

21

organisatie, maar ook zeker juist meer mensen op de uitvoering, wat we heel graag willen, dicht bij mensen in de buurten waar het ook voor bedoeld was. De voorzitter: Goed, dat was een hele uitgebreide eerste termijn vanuit de zijde van het college. Was u al klaar? Ja, ik dacht dat u klaar was. Wethouder Van Loenen: Nee, nog één ding. De voorzitter: O, nog één punt, en u heeft een interruptie van mevrouw Scholten, dus dan zullen we daar eerst even kijken? Wethouder Van Loenen: De evaluatie, dat gaat via de monitoring van Buurts, daar zit dat in, dus dat komt daar terug. Die vraag hadden we nog, eens even kijken. Ervaringsdeskundigheid werd nog gevraagd. We hebben wel in het stuk staan – ik weet niet uit mijn hoofd waar, ik dacht iets van pagina 13 of iets dergelijks – leren van klantenervaringen. Dat is misschien net even, ik weet niet of dat helemaal is wat u bedoelt, maar zeker wel belangrijk om juist die deskundigheid mee te nemen. Het zou natuurlijk heel erg mooi zijn inderdaad om meer, want ik ben een enorme voorstander van meer ervaringsdeskundigheid. Daar zijn we ook naar het kijken, ook samen met collega Van Leeuwen in het heel sociaal domein denk ik dat het verstandig zou zijn. Wij hebben ook een ervaringsdeskundige die ook meekijkt, maar ik denk dat u eigenlijk zegt: dit is misschien net iets te nauw geformuleerd, klantervaringen en ervaringsdeskundigheid.

Nou, daar ga ik nog eens wel naar kijken eerlijk gezegd, want ik ben daar ook een grote voorstander van dus, zoals gezegd. Even kijken, heb ik alles gehad? De taal nog even. Ja, belangrijk punt en ook een lastig punt eigenlijk meteen, want we kijken natuurlijk bij de wijkteams ook, daar heb ik van de week nog een gesprek over gehad met een aantal andere wijkteams: hoe zorg je er nou voor dat daar, dat zou natuurlijk mooi zijn, meerdere talen, mensen die verschillende talen spreken beschikbaar zijn. Wij hebben bij ons team Minima dat wel bijvoorbeeld, maar goed, het is ook niet zo makkelijk en je ziet dus eigenlijk nu ook bij de wijkteams dat dat nog echt wel vol in ontwikkeling is. Er zijn natuurlijk wel ook bepaalde uitgangspunten, dat er natuurlijk op B1-taalniveau wordt gecommuniceerd, dat er een tolkservice kan worden benut. Maar het is niet zo eenvoudig eerlijk gezegd om mensen die echt slechte taalbeheersing nog hebben, om die te helpen. We hebben natuurlijk wel verschillende taalcursussen et cetera, maar ja, het is niet makkelijk om mensen met alle soorten talen te werven. Ik kan het niet mooier dan maken dan het is, helaas. Nog één ding over de communicatie, want daar werd ook nog gezegd. Er zit ook in het plan, ik weet niet of u het heeft gelezen, het zit ook ergens in dat we een communicatieplan maken om de bekendheid van de Sociaal Raadslieden te vergroten.

Dus dat zou ook helpen hopelijk in het bereiken van meerdere mensen. De voorzitter: Goed, dan was u nu klaar met uw beantwoording in de eerste termijn. Dan gaan we nog kijken naar commissieleden in een tweede termijn die nog heel kort dingen mogen aanstippen als hun vraag nog niet beantwoord is. Ik zie een aantal vingers. U heeft geen tijd meer, maar u komt zo meteen als laatste. Mevrouw Zwemmer als eerste. Mevrouw Zwemmer: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag gesteld, maar dat was natuurlijk vrij aan het begin, of nu ook juist met de besteding van gelden van de gemeente richting Buurts en ook juist de samenwerking met de Sociale Wijkteams, of op die manier voor inwoners wel genoeg de onafhankelijkheid van rechtshulp wordt geborgd. En de communicatie, daar kijk ik naar uit. Ik zag dat Buurts zelf ook een aantal communicatiefuncties open heeft staan. De voorzitter: Helemaal goed. Dan mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Ik had nog een openstaande vraag met betrekking tot timing en het besteden van de middelen, dat er nog een concreet actieplan komt. Dat verwacht ik dan niet eerder dan het najaar. Is het dan zo dat de middelen voor 2023 al conform een concreet actieplan besteed kunnen worden en zo ja, hoe?

22

De voorzitter: Mevrouw Özogul, alleen even kort aanstippen wat welke vraag het om gaat, want uw spreektijd dit is wel al op. Dus alleen dat. Mevrouw Özogul-Özen: Ik had twee vragen gesteld, angst om een klacht in te dienen, hoe zorgen we dat ze klacht durven in te dienen? Het tweede was de mensen die we niet in beeld hebben, de zorgmijders, of mensen die geen vertrouwen in de overheid hebben. Hoe weten we om wie het gaat? De voorzitter: Dank u wel. Ja, de heer Hulster, gaat uw gang. De heer Hulster: Ik heb de wethouder niet gehoord over de Wmo-vertrouwenspersoon en of dit in dit project zou passen, of dat ze dat anders ziet. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer El Aichi. De heer El Aichi: Ik wil een toevoeging, het gaat om de onafhankelijke cliëntenondersteuning. Dat zou mooi zijn, want ik heb hier en daar begrepen dat de burger van Haarlem niet precies weet van het bestaan van de cliëntenondersteuning. Het zou mooi zijn om daar al meer bekendheid voor te geven en dat past precies in dit kader zodat de burger precies weet waar hij terecht kan in verband met klachten of hulp. Dank u wel. De voorzitter: Yes, dank u wel. Dan denk ik dat we zo iedereen hebben gehad. Wethouder. Wethouder Van Loenen: Misschien even heel kort. Even kijken. De onafhankelijkheid.

De cliëntenondersteuning en de Sociaal Raadsleden zijn allebei onafhankelijk, dat wordt ook op een andere manier georganiseerd dan via onze eigen instellingen of organisaties. Hoe bereik je zorgmijders? Ja, dat is gewoon echt een lastig probleem. Daar wordt natuurlijk wel het een en ander aan gedaan vanuit de Sociale Wijkteams, maar ja, dat gaan we niet hiermee direct oplossen, eerlijk gezegd. Ik denk, je kunt aan allerlei projecten denken waarbij je meer meldingen kunt laten doen door mensen die bemerken dat mensen bijvoorbeeld eenzaam zijn, of niet buiten komen et cetera, wat ook wel eens in andere gemeenten wordt gedaan. Maar het is wel gewoon een lastig probleem en ik denk ook niet dat we met dit plan van aanpak alles oplossen. Dat wil ik zelf ook wel even zeggen. Die angst, dat moet u misschien anders nog maar eens aan mij zelf vertellen, maar de angst voor repercussies eigenlijk, dus wat u eigenlijk zegt, dat is lastig. Volgens mij is dat, daar speelt denk ik de cliëntondersteuner ook een belangrijke rol in, kan ik me zo voorstellen. De besteding 2023. Nou ja, kijk, ik denk dus juist nu er geworven wordt eigenlijk, dat dat een groot deel van de kosten, daarmee besteed je eigenlijk een groot deel van het budget door echt mensen gewoon uiteindelijk aan het werk te hebben. Als dat niet lukt, dan valt het in principe vrij.

Zoals vorig jaar is er ook een deel vrijgevallen uiteindelijk van de middelen die niet besteed zijn. Maar ik hoop eigenlijk wel heel erg dat we juist doordat we die vacatures nu via Buurts dat die openstaan, dat we juist eigenlijk zo snel mogelijk het geld goed kunnen benutten. En de Wmo-vertrouwenspersoon. U gaf aan volgens mij dat u met een motie gaat komen, dus die zie ik graag tegemoet. De voorzitter: De heer Hulster. De heer Hulster: Er is al een motie aangenomen. Ik wil hem wel weer opnieuw indienen, maar dat lijkt me een beetje zinloos. Wethouder Van Loenen: Ik ken hem niet, het is van voor mijn tijd, dus daar moet ik echt naar kijken, dat weet ik niet. De heer Hulster: Ik stuur hem wel even op. De voorzitter: Helemaal goed. De heer El Aichi.

23

De heer El Aichi: Ik heb niets gehoord van de wethouder over meer bekendheid maken voor cliëntenondersteuning. Wethouder Van Loenen: Ik weet in ieder geval dat we een plan hebben voor Sociaal Raadslieden, maar cliëntondersteuning, dat zou ik moeten checken, dat weet ik niet uit mijn hoofd. Volgens mij is uw suggestie: zou goed zijn om dat ook te doen. Toch? Ja. De voorzitter: Wordt gecheckt. Mevrouw Hamzad. Mevrouw Hamzad: Een kleine toevoeging of een tip. De inzet van zelforganisaties zal heel waardevol zijn, in dit geval om Haarlemmers die niet de taal beheersen en via de zelforganisaties ondersteuning te bieden, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u voor de toevoeging. Wethouder Van Loenen: Nog één ding, want we proberen dus ook wel echt avonden te organiseren ook met de zelforganisaties om juist als gemeente heel dicht bij de inwoners te komen en ook gewoon een-op-een in gesprek met ze te gaan. Ik denk dat het heel waardevol is en dat we dat nog veel meer zouden moeten doen, dus daar zijn we ook naar aan het kijken hoe dat kan. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Heeft u hier toch nog een interruptie over, mevrouw Hamzad? Gaat uw gang. Mevrouw Hamzad: Dank u wel. Nee, dat klopt ook vanuit mijn eigen ervaring. Het draagt heel veel bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Dan denk ik dat we dit zo voldoende hebben besproken. Het is niet iets wat doorgaat naar de raad. 9.

Inkoop Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (DL)

9.1 RIB actuele stand van zaken over de aanbesteding De voorzitter: Wel gaan wij door naar punt 9, dat is de Inkoop Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De nota is ter kennisname gestuurd aan de commissie en vervolgens met instemming van de commissie vorige vergadering geagendeerd voor een toekomstige vergadering. Punt 9 valt samen met Raadsinformatiebrief actuele stand van zaken over de aanbesteding. Het punt was geagendeerd door de SP, maar die hebben geen spreektijd meer, dus ik kijk naar de rest van de commissie wie hier als eerste het woord over wil voeren. Mevrouw Özogul-Özen: Dan wil ik hem naar een … De voorzitter: Ho, ho, ho. Mevrouw Özogul-Özen: Een punt van orde. De voorzitter: U heeft een punt van de orde, dat mag. Mevrouw Özogul-Özen: Dan wil ik hem verschuiven naar een eerstvolgende commissie, want ik heb hem geagendeerd.

24

De voorzitter: Hij staat nu op de agenda en de commissie heeft de agenda vastgesteld. Dus in principe is het nu iets wat besproken wordt, tenzij de commissie in meerderheid nu besluit om het van de agenda te halen, dat kan. Mevrouw Özogul-Özen: Er zijn namelijk meerdere commissieleden … De voorzitter: Mag ik even? Dank u. Want in principe bent u de enige zonder spreektijd, maar ik zie uw vraag, dus dan kijk naar de commissie wat de commissie wil. Als de commissie nu in meerderheid beslist om het te … Mevrouw Oosterbroek, u heeft een punt hierbij? Mevrouw Oosterbroek: Ik denk dat we kunnen, of in ieder geval dat we het bij de volgende bespreking kunnen bespreken, als mevrouw Özogul die het geagendeerd heeft zegt dat het nu niet handig is om te doen. De voorzitter: Ik wil eigenlijk alleen maar eventjes kijken, want … Wacht even. Wat er namelijk ook gaat gebeuren na het reces is dat we hier weer een update over gaan krijgen, dus dan zouden die zaken samenvallen. Als u zegt, dat vinden we prima, dan laten we ze gewoon samenvallen met de volgende stap in dit proces. Ja, wethouder? Wethouder Van Loenen: Ik denk wel, als de commissie iets wil meegeven of iets dergelijks, dan is dit het moment. Dat hebben we volgens mij vorige keer ook al geconstateerd, want de brief is van drie maanden geleden, inmiddels zijn we verder.

Ik heb een RIB gestuurd om u bij te praten over hoever we nu zijn en daarin kunt u ook zien dat we dus echt richting aanbesteding gaan. Dus het is echt wel, kan mevrouw Özogul niet wat gedoneerd krijgen aan spreektijd? De voorzitter: Nee, want dat kan … Mevrouw Özogul-Özen: Punt van orde. De wethouder heeft ook geen spreektijd. De voorzitter: Nee, dat klopt, maar we willen toch altijd wel de antwoorden van de wethouder horen. Goed. Nee, we gaan nu gewoon over uw ordevoorstel stemmen en dan gaan we kijken wat daaruit komt. Uw ordevoorstel is om het punt van de agenda af te voeren, dus dan wil ik graag handen zien wie dit voorstel wel willen bespreken op dit moment. Nee, dat is ruim onvoldoende, dan schuift het wel door en dan gaan we het de volgende keer bespreken. Bij deze. Goed, dan … Nee, nee, nee. Alvorens … Mevrouw Oosterbroek: Voorzitter, punt van de orde. De voorzitter: Nee, nee. Mevrouw Oosterbroek: Punt van de orde. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, u heeft weer niet het woord. Mevrouw Oosterbroek: Maar ik heb een punt van de orde. De voorzitter: Nee. U wacht tot u het woord krijgt en u neemt niet het woord. Mevrouw Oosterbroek: Maar anders krijg ik het woord niet. De voorzitter: Nee, u kunt gewoon uw hand opsteken en dit is nou al de zoveelste keer dat het gebeurt. Serieus. Mevrouw Oosterbroek, u heeft een punt van de orde. Gaat uw gang.

25

Mevrouw Oosterbroek: Ja, want ik pleit ervoor om het toch van de agenda af te halen, maar ik heb de wethouder gehoord en ik vind eigenlijk dat het toch handig is om het even te bespreken, aangezien de volgende keer eigenlijk ook hetzelfde ... De voorzitter: Goed, dit is geen punt van de orde, want het is een ordevoorstel geweest van mevrouw Özogul, daar is net over gestemd, het punt is van de agenda afgehaald. Dat is net gebeurd, dus punt 9 en punt 9.1 schuiven door. Daarmee hebben we de agenda afgewerkt. U heeft alsnog een punt van de orde? Mevrouw Oosterbroek: Ja, want volgens mij ben ik snel genoeg om daarin een andere beslissing te maken. En ja, ik stond wel met … Helaas heb ik u natuurlijk geïnterrumpeerd en dat woord maar genomen, maar ik kan me niet voorstellen hoe we anders die beslissing hadden kunnen maken. De voorzitter: U heeft net een beslissing genomen over het ordevoorstel wat gedaan werd, daar waren onvoldoende stemmen voor om het nu te bespreken, dus schuift het gewoon door naar een volgende vergadering. Dat is hoe het werkt. De raad en uw commissie gaat over de agenda. 10. Sluiting De voorzitter: Goed, dames en heren, op dit ordevoorstel na hoop ik dat u weer heeft genoten van deze vergadering. Het is ook tevens de laatste vergadering geweest voor het reces.

Ik heb er vorige keer een goed gebruik van gemaakt om voor het zomerreces een klein woord tot u te richten, dus doen we ook deze keer, als u daar nog in ieder geval de behoefte aan heeft, en mevrouw Oosterbroek heeft dat niet. Vandaag zag ik een oproep van meerdere grote gemeentes waarin het ging over werkdruk van raadsleden en ik denk dat u zelf ook wel eens werkdruk ervaart. De hoeveelheid documenten die u soms moet lezen, alle technische vragen die u stelt en daar lijdt soms ook wel eens wat onder. Want wat veel mensen soms vergeten die ons als raadsleden en commissieleden aanspreken, is dat er ook nog een heel gezin schuilgaat achter elk raadslid en elk commissielid. Dat we dit werk mogen doen met zijn allen, dat is toch wel dermate fijn en bijzonder en daarom wil ik in ieder geval namens u uw familie en naasten bedanken om in ieder geval u toe te staan om dit te mogen doen. In het reces wat dan komt, dan hoop ik dat u genoeg tijd heeft om allereerst natuurlijk tot rust te komen, maar ook om tijd met hen samen door te brengen, want dat is iets wat we tijdens al onze politieke avonden samen – en we zijn nu gelukkig weer net iets eerder klaar dan normaal – af en toe niet hebben. Dus ik hoop van harte dat u een heel goed reces heeft, dat u geniet met iedereen die u lief heeft en dan zie ik u graag na de zomervakantie weer terug voor heel veel mooie commissie Samenlevingen.

Dank.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13011854/1