06-30-Transcript-raad-30-juni-2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 30 juni 2022
1.
Opening en mededelingen De voorzitter: Dames en heren, leden van de raad en gasten die aanwezig zijn hier in de raadzaal op de tribune en via de camera het beeld ons thuis volgen, hartelijk welkom op deze bijzondere vergadering, die ik hierbij open. We hebben één afwezige wegens ziekte, dat is Dion Heinis. Ik wijs u erop dat er een fotograaf is die rondloopt en die foto’s maakt. Mochten er onder u zijn die daar problemen mee hebben, dan moet u dat duidelijk kenbaar maken. Jawel, ja. Dan, er is bij de agenda, waar ik uw aandacht voor vraag, in ieder geval voor de spreektijd is aan de orde dat de spreektijd van toepassing is bij agendapunt 5, het coalitieprogramma, voor de fracties en niet voor het college, want er zit op dat moment geen college.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Kunt u zich vinden in de agenda? Ja? Mooi.
3.
Afscheid College De voorzitter: Dan komen wij als eerste bij het afscheid van het oude college. Dat zit hier nog en … Ja, maar dat duurt niet lang meer. U hoeft er verder niks voor te doen, maar ze gaan in de loop van deze vergadering weg en dan is er de ruimte om een nieuw college te kiezen. Maar voordat we een nieuw college gaan kiezen, nemen we eerst afscheid van het oude college. Dat betekent dat we een aantal wethouders uitzwaaien die we niet terugzien en een aantal wethouders die tevens kandidaat zijn om opnieuw benoemd te worden. Nou is dat in uw handen, maar ik ga ervan uit dat we die wel terugzien en dat betekent dat het afscheid vooral gericht is op degenen die we in ieder geval niet terugzien, omdat ze geen kandidaat zijn voor het wethouderschap in de volgende periode. Er komt hiermee een einde aan vier jaar samenwerking in het college. Het college is deze periode niet helemaal ongeschonden doorgekomen. Wij hebben afscheid genomen van Merijn Snoek, die heeft aangegeven: nou, ik vind dat het heel mooi geweest is, maar mijn motivatie is minder geworden. Die heeft plaats gemaakt voor Michel Rog, die hem heeft opgevolgd en helaas heeft die ook al relatief snel uiteindelijk geconstateerd dat er een probleem was in het onderlinge vertrouwen en die heeft het college verlaten.
Dus met die twee wijzigingen is het college … En ja, er wordt nog op gewezen, er is nog een wijziging geweest, die is helemaal aan het begin van de periode. Dat was wethouder Sikkema, die het wethouderschap in Haarlem verruilde voor het burgemeesterschap in Oldambt. Dus we hebben een aantal mutaties gehad, maar met dat college hebben we de afgelopen vier jaar ons best gedaan om de gemeente, de stad, de inwoners van de stad en deze gemeenteraad te dienen. Ik zal Marie-Thérèse Meijs en Jur Botter toespreken als voorzitter van de raad. Dan heb ik begrepen dat in ieder geval ook de fractievoorzitters van die beide wethouders, te weten Jasper Drost en Meryem Çimen hen ook willen toespreken. Natuurlijk is daarna ook het woord aan de nestor van de raad, Louise van Zetten. Dan zal ik het spits afbijten. Ik ga erbij staan en ik begin met Marie-Thérèse. Een wethouder met een goed gemoed, een wethouder waarbij het glas altijd halfvol is, een optimistisch en positief mens. Dat maakt ook dat je een waardevolle rol had in ons college, want je hebt oog voor het menselijke in het werk en dat bleek ook telkens weer. Dat is als wethouder een kracht, maar het is ook een kwetsbaarheid. Je hebt soms geworsteld met het vinden van de juiste balans tussen de verschillende belangen die spelen bij grote dossiers, of de gevoeligheden rond sommige onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de stadsdichter.
Soms dacht je, dacht ik, dachten anderen: gaat het wel goed in die harde kant van de politiek met een menselijke en gevoelige wethouder? Maar daarachter zat ook een grote
1
vasthoudendheid en veerkracht. Je kompas heeft je ook steeds door complexe onderwerpen zoals Domus Plus en Skaeve Huse geleid. Je vond het belangrijk om in gesprek te gaan en ook te blijven met de stad, ook als het niet makkelijk was, ook als je heftige tegenstand ervoer. Je deur stond altijd open, maar je stond ook voor je inhoudelijke kant, hulp voor kwetsbare mensen. Marie-Thérèse heeft de afgelopen periode successen voor de stad behaald en samen met alle betrokkenen ook gevierd. Zo wordt de bibliotheek in het centrum prachtig vernieuwd, de verbouwing is begonnen, er is meer aandacht gekomen voor toegankelijkheid en de stad hangt vol met posters met de leus: in Haarlem kies je zelf wie je liefhebt. Marie-Thérèse komt uit het sociale domein. Je hebt gewerkt in het onderwijs en je betrokkenheid bij een onverdeelde en sociale stad is groot. Die kant van je portefeuille staat je als gegoten in ieder geval. Maar als wethouder van cultuur had je dezelfde inzet en passie. Overal was je te vinden, bij concerten en tentoonstellingen, bij kunstenaars en organisaties, bij musea. Telkens bleek je liefde voor de cultuur en die uitte zich ook in de passie waarmee je praatte over de makers in de stad. Voor beide sectoren geldt dat de afgelopen periode door corona zwaar is geweest. Toch hebben we gezien dat de stad niet tot stilstand is gekomen en veerkrachtig is.
Jij was ook verantwoordelijk voor wonen. Je hebt gewerkt aan een fundament voor het volgende college om een vliegende start te maken. Iedereen verdient een thuis en je hebt je best gedaan met een Woonvisie, de prestatieafspraken en de Stadsdeal Ouderenhuisvesting. Je laat duidelijk ook wat achter. Je was ook wijkportefeuillehouder voor Haarlem-Oost en ik heb begrepen dat jij de uitspraak gedaan hebt: over vijf jaar heeft iedereen spijt dat ze niet in Haarlem-Oost wonen. Wethouder Meijs: Klopt, ja. De voorzitter: Mooi. Jij hebt je hard gemaakt voor dit gebied en in dat gebied kwamen ook al die verschillende portefeuilles van jou samen. Je hebt gezegd: ik heb nu een leeftijd bereikt om er een punt achter te zetten, los van wat er politiek misschien nog wel of niet in had gezeten. Jij hebt gezegd: ik stop ermee, ik vind het een ontzettend mooi avontuur. Maar je gaat nu beginnen aan een volgend avontuur. Dat begint op de fiets richting Santiago de Compostela … Compostela moet ik geloof ik zeggen, ja. Wethouder Meijs: Minor detail. De voorzitter: Ja. Wel, en je komt daarna weer terug en ik ben benieuwd waar we je dan allemaal in de stad tegenkomen, want één ding is duidelijk: je bent een Brabantse, maar je hebt een Haarlems hart gekregen.
Ik wil je heel hartelijk bedanken voor jouw inzet voor deze stad, voor de passie waarmee je het gedaan hebt en ik wil je graag een bos bloemen aanbieden. Ik neem aan dat dat … Voordat ik nou de anderen het woord geef, denk ik dat ik maar meteen doorga en mijn verhaal ook voor Jur heb en dan gaan we daarna nog anderen horen over de beide wethouders. Daarna krijgen jullie ook de gelegenheid om, als je dat wilt, ook zelf nog iets te zeggen voor de raad, de stad en de wereld. Beste Jur, met jou nemen we afscheid van de meest ervaren wethouder in dit team. Met afstand de meest ervaren. Je was sowieso de langstzittende wethouder in het college en het langstzittende collegelid, maar daarvoor had je al een imposante carrière. In de jaren negentig werkte Jur als deelraadslid en wethouder in Rivierenbuurt in Amsterdam, van 2010 tot 2014 was je wethouder in Heemstede, tot oktober 2015 was je wethouder in Bloemendaal en vanaf 2016 wethouder in Haarlem. Een echte beroepswethouder. In Haarlem heb je een breed scala aan onderwerpen onder je hoede gehad. In de eerste periode, dan word je wethouder in de portefeuille die door een ander werd beheerd en die tref je dan gewoon aan, maar je hebt dat met enorm elan en enthousiasme opgepakt. Wmo en Welzijn, Volksgezondheid, Cultuur niet te vergeten – want daarvoor had je dezelfde passie als later Marie-Thérèse – en Dierenwelzijn.
In de tweede periode was de portefeuille het resultaat van de onderhandelingen van partijpolitieke afspraken en ook dan moet je als kandidaat-wethouder maar afwachten wat er voor je in het vat zit. Dat was Jeugd en
2
Onderwijs, Nieuwe Democratie, Vastgoed, Bedrijfsvoering en Dienstverlening. Maar wat het onderwerp ook is, Jur, jij stort je er volledig op en je gaat vol passie en ambitie aan de slag. Je dompelt je onder in de inhoud, je slaat geen komma over en je hebt ook een geheugen dat je zelden in de steek laat. Je wil weten hoe het zit, je neemt geen genoegen met een half antwoord en eigenlijk ook niet met een antwoord dat je niet bevalt. Het gaat per slot van rekening om het beste voor de stad. Dat heeft de stad zeker veel opgeleverd. Vanuit het Programma Nieuwe Democratie, laat ik dat als voorbeeld nemen, werd er gezocht naar nieuwe manieren om inwoners bij de stad te betrekken, spreekrecht, zeggenschap te geven. Hoewel sommigen er sceptisch, soms zelfs spottend over waren, werkte jij onverdroten aan een wijkbegroting, een gelote wijkraad, het Initiatievencafé, of Schalkwijk aan Zet. Allemaal stappen in de richting van een betere samenwerking tussen burger, bestuur en ambtelijke organisatie. Er is meer ruimte gekomen voor Haarlemmers om zelf de buurt te verbeteren, kijk bijvoorbeeld naar de recente ontwikkelingen bij het Posthuis, iets waar jij je enorm voor ingezet hebt om de omwonenden de gelegenheid te geven om daar op eigen manier invulling te geven. Met hetzelfde enthousiasme zorgde je dat er een kinderraad en een kinderburgemeester kwamen.
Vanuit dat Programma Nieuwe Democratie en vanuit de verantwoordelijkheid voor de dienstverlening kwam er een spinoffprogramma om de dienstverlening in Haarlem te verbeteren, want wie beter wil luisteren naar de stad, die moet wel in ieder geval de telefoon opnemen. Bij alleen betere bereikbaarheid is het niet gebleven. De organisatie is ook aan de slag gegaan, er is een nieuwe werkwijze, samengevat in het organisatiekompas waarbij de burger centraal staat gekomen. Vanuit Vastgoed werd achterstallig onderhoud weggewerkt. Het stadhuis, de Amsterdamse Poort, maar ook het Dolhuys en het Noord-Hollands Archief staan er weer prachtig bij. Wie zo ambitieus en gepassioneerd is, legt niet alleen voor zichzelf de lat hoog, maar ook voor de mensen met wie hij werkt. En als je niet uitkijkt zit je zo in de details. Dat leverde soms ook spanningen op en stevige discussies. Jur, je stond klaar om een volgende parel aan je wethouderservaring te gaan rijgen. Dat loopt waarschijnlijk anders, dus wat de toekomst brengt is nog niet bekend. Het zou kunnen zijn dat je Jur tijdens een vakantie ineens vooraan in de bus ziet als reisleider. En het zou ook helemaal niet gek zijn als je Jur zomaar voor de klas zou zien staan, want als je Jur ooit bezig gezien hebt met een groep kinderen in de Gravenzaal of ergens anders, dan weet je, dat zit jou op de een of andere manier ook echt in het bloed.
En wie weet is het toch een andere gemeente, of een organisatie waar jij jouw eigen organisatietalenten kwijt kunt. Reizen zullen vast in je programma blijven, of het nu voor het werk is, of samen met Ingrid in de vrije tijd. Via Facebook konden we jullie volgen in exotische oorden, ik neem aan dat dat zo blijft, dus … Nee? O, oké, nu wordt het echt helemaal privé, goed. Waar we je zeker tegen kunnen komen, dat is rond de kerst bij Tuincentrum Oosteinde. Daar worden kerstballen ingeslagen voor de decoratiedrift van deze politicus, want Jur zou ook als binnenhuisarchitect uitstekend uit de voeten kunnen. Jur, ik wens je veel glitter and glamour in je verdere loopbaan en ik wil je vooral toewensen: geniet van de mooie memorabilia aan waar je eerder was en ik wil je bedanken voor je inzet voor deze stad en ik wil jou en Ingrid en jullie kinderen alle goeds toewensen voor de toekomst. Dankjewel. Dan heb ik al aangekondigd dat er nog een paar sprekers zich gemeld hebben en ik begin bij Jasper Drost. De heer Drost: Ja, nee, dank voor het woord, voorzitter. Een paar seconden. Ik heb ook net even met D66 overlegd, we dachten: misschien goed dat ik wat woorden richt aan wethouder Meijs en mevrouw Çimen zal dat doen voor de heer Botter.
Want wethouder Meijs, Marie-Thérèse, MT ook wel afgekort, je hebt afgelopen vier jaar keihard gewerkt op je portefeuilles, op Zorg, Welzijn, Volksgezondheid, Cultuur, maar natuurlijk ook Wonen. Het wethouderschap is daarmee ook een kroon geweest op je inzet voor de stad de afgelopen decennia. Als ik het goed heb, ben je al sinds 1998 betrokken bij de afdeling van GroenLinks Haarlem. Sinds 2018 ben je dan ook wethouder. Ik kende je al langer dan deze periode, ik heb je beter leren kennen en eigenlijk de eerdere ervaringen bevestigen van hoe ik je toen al kende. Want ik kende je als empathisch, betrokken, vriendelijk, menselijk, en ja, op inhoud een groot hart voor de cultuur en de mensen in de stad. Zo
3
ken ik je eigenlijk nog steeds, het is een bevestiging geweest. Je houdt ook van de natuur, we zijn elkaar wel eens toevallig ook tegengekomen tijdens het wandelen, je hebt gefietst naar Denemarken onder andere. Wat ik heel erg aan je waardeer is dat je echt contact maakt met iemand in een gesprek. Soms is dat letterlijk even contact maken, maar het is vooral op inhoud. Je stelt je open en je hebt ook openhartige gesprekken met mensen, dat waardeer ik enorm aan je. Je stond pal voor Domus Plus en Skaeve Huse vanuit betrokkenheid met de doelgroep. Daar voelde je je bijna, of misschien wel zelfs helemaal verantwoordelijk voor. De coronajaren zijn net al genoemd, die waren dan ook wel pittig, zeker als je die verbinding wil leggen in een gesprek met de stad, dan is het niet makkelijk als dat acht uur tot tien uur per dag via Teams achter een scherm gaat. Nauwelijks meer de stad in, nauwelijks in gesprek. Participatie achter een schermpje, dat was natuurlijk ook niet ideaal wat dat betreft. Maar het heeft je wel in staat gesteld om dat grote hart voor cultuur te laten zien. Je was betrokken, je was overal, je hebt de Haarlemse cultuur ondersteund waar nodig. Dat gebeurde financieel, maar ook zeker door langs te gaan, gewoon ze aan te horen, het gesprek met ze aan te gaan.
De dossiers waren zeker niet altijd makkelijk, maar je stond voor je verhaal en de mensen waar je ook voor streed. Afgelopen maandag heb je al met de fractie even afscheid genomen, er volgt volgens mij nog een afscheid vanuit de gemeente, GroenLinks gaat ook nog wat organiseren, het kan niet op wat dat betreft, en vanavond natuurlijk met de raad. Voor nu dankt GroenLinks je voor alles wat je voor de stad hebt gedaan. Diezelfde dank, dan zeg ik dat ook, gaat ook naar jou uit, Jur, dankjewel ook voor je jaren die je hebt ingezet in de stad. We hebben een klein presentje gekocht voor beiden en dat is een Bavo-kaarsje. Ik hoor jullie zeggen: een Bavo-kaarsje? Ja, dat is een kaarsje in de vorm van de Bavo, om ook thuis jullie hart voor de stad brandende te houden. Dankjewel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan is het woord aan mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ja, Jur, na zesenhalf jaar wethouderschap in Haarlem gaan we vanavond afscheid van je nemen. Je bent een markant bestuurder en gewoon een prachtig en veelzijdig mens, we hebben er ook al wat van gehoord van de burgemeester zojuist. Met hart voor de zaak, met je hart op de tong en nooit te beroerd om mensen uit de raad en uit de stad te woord te staan, en als dat nodig was, om meteen je handen uit de mouwen te steken.
Ik heb als woordvoerder in de commissie Samenleving ook ontzettend veel van je geleerd in de vorige vier jaar, waar het ook af en toe behoorlijk heeft geknetterd op jouw dossiers. We hebben het je zeker niet altijd makkelijk gemaakt vanuit de raad, dat was wel duidelijk. Maar ook dan, op dat soort momenten stond je open voor andere inzichten en was je altijd bereid om mee te denken en als het nodig was, om mee te bewegen. Je bent wat mij betreft het voorbeeld van een toegankelijk en transparant bestuurder. Zo ook op je Facebookpagina waarin je ons allen hebt meegenomen in je werk, je werkbezoeken en je vele reizen. Dat laatste leverde vooral mooie plaatjes op, maar bracht je soms ook een beetje in de problemen. En je bent een wethouder die zich voor allen in de raad en de stad inzet, dat was wel duidelijk, en wat ons betreft ook een aanwinst voor het openbaar bestuur in Nederland. Maar het wethouderschap is niet voor altijd en het is nu, zoals je zelf ook hebt gezegd, tijd om plaats te maken voor een nieuwe lichting, een nieuwe generatie. Onze nieuwe kandidaat-wethouder zal ook voortborduren op wat jij al in beweging hebt gezet op het gebied van onderwijs, jeugd en de versterking van de lokale democratie in onze mooie stad. Veel dank voor alles, het ga je goed en we gaan je missen. Dankjewel. De voorzitter: Hartelijk dank.
En ja, een afscheid in de raad kan niet zonder een woord van de nestor van de raad. Het woord is aan mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Dank u wel, voorzitter. Ik zit even te twijfelen met wie ik zal beginnen, mijnheer Botter of mevrouw Meijs. Ik denk dat ik met Jur Botter begin. Beste Jur, wij kennen elkaar al behoorlijk lang. Wij
4
zaten samen in het algemeen bestuur van Paswerk en gingen als partijgenoten wel eens complotteren tegen de Partij van de Arbeid. Jij als wethouder van Heemstede en ik als fractievoorzitter van de grootste partij van Haarlem. Op jouw tafel stond altijd een grote pot met drop en allerhande etenswaar. Het was leuk, maar Jan Nieuwenburg, toentertijd de wethouder van de Partij van de Arbeid, dat was ook een vriend en nog steeds – van mij dan in ieder geval, hè? Jur, je maakte hier in de regio een fantastische carrière. Heel slim opgestapt uit wespennest Bloemendaal en beloond met een wethouderspost in Haarlem. Ben je nu de langstzittende wethouder voor D66 in Haarlem? Ik heb ze in ieder geval allemaal zien vertrekken. Jur, je wordt getypeerd als een knuffelbeer, maar ook het woord kermisklant is ook wel eens gevallen. Het zal liggen aan je uitbundige kleding en dito postuur. Schijn bedriegt, want je wordt ook gevreesd voor je uitbarstingen. Hiervoor werd ik al gewaarschuwd vanuit Bloemendaal, ambtenaren schenen bibberend voor jouw kamerdeur te wachten. Beste Jur, je begrijpt dat ik dat wel als een kwaliteit kan zien, want nergens gebeuren zulke bizarre dingen als hier in Haarlem.
Het voorbeeld van de verkoop van het pand in de Kleine Houtstraat waar twee mannen bij de raad zich als slachtoffers van de gemeente presenteerden en vervolgens door een slimme transactie met een paar ton naar Ibiza of waar dan ook konden vertrekken. We hebben het allemaal meegemaakt. Goed dat jij deze blunder memoreerde in je afscheidsinterview in de krant, want dat is vooral typerend voor wethouder Jur Botter: altijd open, eerlijk en transparant, helemaal zichzelf ook. Kom daar nog eens om in deze wereld. Dit tijdperk wordt nu afgesloten en dat is jammer, maar er lonkt vast wel ergens een burgemeesterschap, of beter – ja, een beetje afgezaagd – een directeurschap van een reisbureau, hè? Want dat doe je vaak en met plezier, Jur. Nou, voor nu dan, een goede reis. Ik heb ook een cadeautje, maar daar kom ik zo nog op terug, want nu is mevrouw Meijs aan de beurt. Nou, zo erg is het niet, hoor. Marie-Thérèse, een prachtige naam voor een wethouder van GroenLinks. Elitair, maar passend bij onze stad, waar GroenLinks de afgelopen vier jaar ook de grootste partij was. GroenLinks bracht in 2018 twee vrouwen in voor het stadsbestuur. Een voorbeeld voor menig andere partij, nu nog steeds. Jammer dat die ene met ervaring al bijzonder snel naar het noorden vertrok. Jij bleef over, met Berkhout, en maakte op mij de indruk een beetje verdwaald te zijn in je rol als wethouder.
Geplaagd door moeilijke dossiers, opstandige burgers en raadsleden, die het altijd maar beter weten, het viel niet allemaal mee – dacht ik, misschien denk jij daar anders over. De periode dat je in de gemeenteraad zat voor GroenLinks, 2002-2006, heb ik niet meegemaakt, maar dat moet toch wel een mooie tijd zijn geweest, zonder wereldbedreigende problemen als klimaatcrisis, onoplosbare woningnoodperikelen, vluchtelingen en daarop nog iets met biodiversiteit, waarover gister ook al de noodklok werd geluid. Toen waren de problemen nog te overzien en kon je strijden tegen de Schoterbrug, of de verbreding van de Waarderweg. Een simpele wereld waarin je als raadslid met een motor met je politieke vrienden een motorclub had en ging toeren in de omgeving. Ongestoord milieu vervuilen, dat kon toen nog. Marie-Thérèse, ik besluit. Ja, ik vond je een bijzonder aardige vrouw, ik heb niet heel erg veel met je te maken gehad, maar ik denk dat iedereen je wel heel erg kon waarderen en we zien elkaar vast nog wel eens ergens. Ik heb voor jou ook een cadeau, ik zal daar maar even een toelichting bij geven. Ieder die vertrekt – nou ja, de meesten – krijgen van mij een boek. Voor Marie-Thérèse heb ik een boek ‘Eeuw in versnelling: Hoe de fiets voor een maatschappelijke revolutie in Nederland zorgde’.
Dat vond ik echt wel een passend GroenLinks-cadeau en zeker nu ik weet dat jij naar Santiago de Compostela wil fietsen, ja, lijkt me dat … Onderweg kan je het altijd nog lezen. Voor Jur heb ik ‘WorldGranny’s Kookboek’ en dat is echt een goed doel geweest, want overal in de wereld heb je grootmoeders die hulp behoeven en koken en dat geeft een bonte verzameling van recepten en ik dacht: dat vind ik passend bij jou, helemaal in de wereld. Ja? De voorzitter: Het laatste woord bij dit afscheid is aan de scheidende wethouders, dus ik wil graag eerst het woord geven aan wethouder Meijs, Marie-Thérèse Meijs.
5
Wethouder Meijs: Dankjewel alvast voor de mooie woorden, zojuist uitgesproken. Mijn titel is: geloof in het mogelijke. Ik ga het missen. Het was een verschrikkelijk mooie, fantastische hondenbaan. A hell of a job. Na veertig jaar werkervaring in het onderwijs kwam deze baan vier jaar geleden voorbij als een prachtkans en ik heb ongelooflijk genoten. Hoewel mijn familie – mijn zus zit op de tribune – misschien wel eens gedacht heeft: wanneer komt ze, en komt ze überhaupt nog wel, of moet ze nog even vergaderen of een telefoontje plegen? Dus hulde dat je er bent. Ik ga het missen, deze baan. Je weet niet van tevoren waaraan je begint, maar ik voelde me enorm thuis, enorm op mijn plek waar zoveel emoties verweven waren en ook zoveel zorgen waren. Natuurlijk, alles hier in deze arena is gebouwd op feiten, waardes, statistieken, evaluatie en beleid. En geen baan die ik gehad heb waar zoveel emoties in de raad, in de stad, in de pers de boventoon konden voeren, en waar ik me zo verschrikkelijk verantwoordelijk heb gevoeld voor het doen slagen van het beleid. De honderden dossiers die passeerden en al die staven, de dilemma’s die op tafel kwamen en de problemen die opgelost moesten worden. Desalniettemin heb ik me er vier jaar lang enorm in vastgebeten, verbonden gevoeld en er enorm van genoten. Ik ga de Haarlemmers missen.
Mijn portefeuille stond in het teken, zoals Jos al zei, van de zachte kant, het sociale domein. Mensen met zorgen, mensen met problemen, ouderen, mensen met gezondheidsproblemen, mensen met een huis, zonder huis, mensen in de cultuursector – in de corona was dat helemaal a hell of a job – de cultuurmakers, of de cultuurconsumenten. Mijn portefeuille Cultuur ging ook zeker niet zonder problemen. Allereerst al de frustratie bij het Frans Hals Museum dat ze geen cent kregen, uiteindelijk heeft het nieuwe college daar ruimhartig de plek voor vrijgemaakt. Ik heb alle openingen, alle voorstellingen, alle optredens niet willen missen en ik zal ze ook zeker in de toekomst niet missen, maar dan gewoon als burger. Ik ga mijn collega’s missen. Het college van B en W, om de week, heerlijk. Heerlijk vergaderen. In mijn hoofd noemde ik het altijd mijn mannen – ik geloof niet dat ik het ooit heb uitgesproken naar jullie. Maar stiekem in mijn hoofd dacht ik dat wel: ik heb weer mijn mannendag. Ondanks het feit dat het mannen waren – uiteindelijk kwam Eva gelukkig redden en natuurlijk Catrien halverwege – maar het waren echt mannen, ondanks dat feit moest ik me sterk maken, sterk maken om de zachte kant te laten prevaleren. Heel soms, heel soms dacht ik bij jullie wel eens wat te zien: heb je haar weer. Maar ik heb doorgezet.
Wat ik ga missen zijn mijn ambtenaren, enorm, ik ga ze verschrikkelijk missen. Mijn team, ze zitten bijna allemaal achteraan op de rij. Mijn team Meijs, mijn woordvoerder, mijn bestuursadviseur, op de administratie. Mijn staf Meijs, staf Wonen Meijs, staf Meijs Zorg, staf Meijs Cultuur. Zo bijzonder, altijd annotaties, altijd voorbereidingen, altijd op-stap-formulieren, ik wist precies waar ik naartoe moest, hoe laat ik er moest zijn, wat de geschiedenis was, wat ik mee moest nemen, en soms werd er ook nog wat gezegd: doe maar dat leuke pakje aan. Ik heb me nooit alleen gevoeld en altijd gesteund en altijd bediend, altijd heel gedienstig. En de bodes, vanmorgen even afscheid genomen, dus daar hebben we volgens mij al genoeg woorden aan gedaan. Dan de commissies, elke maand weer, en elke raad. Ik weet niet of ik die ga missen. Die hadden toch wel het gevoel van een examen, of een tentamen doen. Ik scoorde hoog met de interpellaties, dankzij de VVD. Volgens mij was mijn eerste interpellatiedebat slechts twee weken nadat ik in dienst was, dankzij jou, Peter. De Wmo-achterstanden. Oké, dacht ik die avond, zo gaat het dus. ‘s Ochtends weet je nog dat je wethouder bent, ‘s avonds zou je zomaar ineens weggestuurd kunnen worden. Ik heb er ontzettend veel van geleerd. Veel van geleerd te incasseren, flexibel te zijn en weer door te gaan.
Maar iedere keer, iedere maand opnieuw, stond ik hier toch weer een beetje te solliciteren. Ik denk niet dat ik dat ga missen. Mijn fractie, jazeker, die ga ik missen. Ik heb me altijd gesteund gevoeld, in al mijn dossiers, moeilijk of niet moeilijk, letterlijk altijd gesteund door jou, zeker door jou, Jasper. In de achterkamertjes moest er wel eens wat gefoezeld worden, en godzijdank, ik bleef op de rit. Ik heb me al 25 jaar verbonden gevoeld met GroenLinks en dat blijft mijn partij. Wat ik verschrikkelijk ga missen, dat is mijn uitspraak: ik mag weer een lintje gaan knippen. Dat vertelde ik iedere keer aan mijn vrienden of familie als ik weer wat mocht gaan doen, iets officieels. Maar in werkelijkheid knipte ik juist helemaal geen lintjes, ik legde lijntjes. Lijntjes met instellingen uit de zorg of uit de cultuursector, met initiatieven in de stad, met belangengroepen, of met groepen die zich
6
niet gehoord voelden en juist even met de wethouder wilden praten, met kwetsbare groepen, of ontmoetingen met medebestuurders. Kortom, mijn lintjesknipperij ga ik enorm missen. En wethouder voor mij was enorm veel van mensen houden. Dat is al meerdere keren gerefereerd, dat is mijn kracht. Daar hoef ik niet veel voor te doen, dat is gewoon iets wat in mij zit, een open mind en waarschijnlijk mijn Brabantse kompas. Verder heb ik altijd me gedreven gevoeld door mijn politieke rechtvaardigheid, en dat zit niet alleen in de politiek, dat zit ook in het menselijke van mij, zo’n neus voor rechtvaardigheid. Ik kijk terug met trots. Ik scrolde mijn Instagram vandaag terug en daar zijn ruim vijfhonderd posts. Honderden beelden van bijzondere plekken, gebeurtenissen, voorvallen en vooral heel, heel veel ontmoetingen. Daar gaat het om, dat zijn de drijfveren. Een eerste werkbezoek aan de dak- en thuislozenopvang zorgde ervoor dat ik doorzettingskracht had bij de Domus Plus en de Skaeve Huse. Dat was wat mij dreef. Ik heb symbolisch ook een cadeau voor Louise. Ja, voor jou, als symboliek eigenlijk voor de hele raad. Ik geef het symbolisch aan jou. Het is Kenau. Kenau die op dit tegeltje staat en het is ontworpen door mijn neef. Mijn neefje heb ik gevraagd omdat ik elke dag langs het schilderij van Kenau loop en daar mijn kracht uit putte, elke dag weer opnieuw.
We gaan weer de stad redden, riep ik dan tegen haar, indachtig aan haar strijd – godzijdank had ik geen oorlog. Nu ga ik eerst mijn hoofd leeg maken, in de wind, lekker fietsen, ver weg, en vakantie houden. Ik dank jullie hartelijk en hoop jullie ooit tegen te komen. Mijn laatste boodschap aan iedereen en alles: wees moedig, toon lef en heb lief, heel veel lief. De voorzitter: Dankjewel, Marie-Thérèse. Dan is nu het woord aan wethouder Botter, Jur Botter. Wethouder Botter: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het valt mij best wel zwaar om na deze ontzettend mooie speech van Marie-Thérèse het woord te moeten voeren, want zij heeft echt alles wat er te zeggen valt eigenlijk ook al verteld. In dat opzicht hoop ik sowieso dat bij mijn speech ik het droog hou. Ik ben een emotioneel vergiet, ik zat net al te janken toen de burgemeester en ook Meryem aan het praten waren. Maar ik ga het gewoon proberen. Ik had wel zoiets, toen ik wat dingen op papier zette: wat is het toch fijn dat je eigenlijk bij zo’n laatste speech gewoon helemaal honderduit mag gaan, dat je niet geïnterrumpeerd mag worden, dat niemand het woord mag nemen en dat je gewoon helemaal nu als allerlaatste van dit gebeuren iets mag zeggen. Maar ik hou het netjes, ik hou het netjes voor u allemaal.
Zoals Jos het net al aangaf, ik ben tussentijds ingestapt en ik had nooit gedacht dat na de ellende die ik in Bloemendaal had meegemaakt, dat ik ooit nog in de politiek terug zou komen, of dat ik überhaupt bestuurder zou worden. Hoe geweldig was het toen ik op een gegeven moment als wethouder van Haarlem aan de slag mocht gaan. Ik weet nog heel erg goed dat bij de nieuwjaarsreceptie Louise van Zetten al naar mij toekwam: jij wordt het, hè, jij wordt het. Maar dat was toen nog drie maanden, de hele procedure liep nog, maar het was op dat moment echt nog niet bekend. Maar ik was ontzettend blij toen ik uiteindelijk echt wethouder werd. Maar tegelijkertijd werd ik best wel gewaarschuwd voor een aantal lastige dossiers. Het lastige dossier van vastgoed: “Jur, dat kan wel eens je achilleshiel worden, daar kun je op struikelen.” Want op dat moment was gewoon het echt elke maand bal dat in de commissie heel erg uitgebreid over vastgoed en de problematiek bij vastgoed werd gesproken, niet in de laatste plaats ook door Wybren van Haga en ook van mevrouw Van Zetten. In de commissie Samenleving ging het vooral over de problematiek van de bekostiging van de Wmo en de huishoudelijke verzorging. Dat was echt op een manier georganiseerd waar de raad eigenlijk helemaal geen enkele verbinding mee had, dat moest echt anders.
Dus we zijn aan de slag gegaan en volgens mij hebben we dat toen op een gegeven moment op een goede manier gedaan. De eerste tweeënhalf jaar voelde ook als een jas. Cultuur, Wmo en ook uiteindelijk Vastgoed, dat ging allemaal heel erg prettig. Wat ik heel erg bijzonder vond was dat ik op een gegeven moment bij de tweede periode ook Bedrijfsvoering en Dienstverlening kreeg. Dat was denk ik voor mij wel een enorme eyeopener, want ik was al een aantal jaren in andere gemeenten wethouder geweest, maar ik had mij nooit gerealiseerd dat Bedrijfsvoering en Dienstverlening voor het aanzien van de gemeente
7
en de politiek zulke belangrijke portefeuilles zijn. Toen wij op een gegeven moment spraken in het kader van de Nieuwe Democratie en die maand van de Nieuwe Democratie die we hadden, kwamen burgers naar mij toe: ja, Jur, we willen best wel met je meedoen, hoor, maar zorg dan maar eerst eens dat de brieven worden beantwoord, dat de telefoontjes worden opgenomen en dat ook de mailtjes een antwoord krijgen. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd tot een programma rondom de Dienstverleningsvisie en ik hoop echt dat mijn opvolger daarmee met verve aan de slag gaat, omdat dat – en dat realiseren we soms onszelf te weinig – dat daarmee gewoon een gemeente ook wordt beoordeeld. Dat burgers, inwoners van onze stad, op die manier naar ons kijken. De jeugdzorg heeft onevenredig veel tijd van mijn wethouderschap gevraagd. Ik denk wel – en dat heb ik ook hier in uw commissie wel eens verteld – dat ik ruim zestig procent van mijn tijd kwijt ben geweest aan de jeugdhulp en de jeugdzorg. Heeft dat nou navenant ook positieve effecten gehad? Ik geloof het niet. De jeugdzorg is nog steeds een heel erg ingewikkeld dossier en ik vraag me soms werkelijk af of de manier zoals wij in Nederland jeugdzorg bieden dat er echt toe leidt dat kinderen daar echt goed geholpen bij worden.
Ik ben ook heel erg benieuwd hoe mijn opvolger de komende jaren dat dossier van de jeugdhulp en de jeugdzorg verder vorm gaat geven, want daar ligt echt nog wel het nodige wat moet worden opgepakt. Op het terrein van vastgoed zijn belangrijke stappen gezet. We hebben de afgelopen jaren gelukkig heel erg veel stappen gezet als het gaat over het achterstallig onderhoud wegwerken – de burgemeester noemde al een aantal panden, die ga ik niet allemaal herhalen – maar de verduurzaming verdient nog een extra impuls. Ook daarvoor kijk ik weer naar mijn opvolger, na de zomer gaat dat gelukkig geloof ik een extra impuls krijgen en wordt daar hard aan gewerkt. Dan wil ik nog iets tegen u zeggen, zoals u hier zit met zijn allen en ook met de nieuwe wethouders in spe. Wat ik mij soms wel eens afvraag is of wij ons, zoals wij hier zitten met elkaar, ons voldoende afvragen dat wij gezamenlijk het gemeentebestuur vormen. Dat wij gezamenlijk als college en raad deze stad besturen. Soms heb ik af en toe wel eens het idee, als ik dan naar een commissievergadering ging, of terugkwam van een commissievergadering, dat het helemaal niet leek alsof wij gezamenlijk ons inzetten voor die stad. En hou me ten goede, dat wil niet zeggen dat ik vind dat er geen verschillen tussen politieke partijen mogen zijn.
Maar het hele apparaat wat wij aansturen met elkaar, de ambtelijke organisatie, is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat is een punt waarbij we allemaal met elkaar ervoor moeten zorgen dat dat op een goede manier wordt aangestuurd en gewaardeerd wordt. Dat geeft soms geen pas om aan te geven dat dit niet deugt of dat niet deugt, als je niet precies weet waarom het zo is. Het is een heel erg ingewikkelde tijd, een ingewikkelde tijd als het gaat over de vraagstukken die er liggen, maar ook als het gaat over de problematiek waar we tegenwoordig tegenaan lopen. Ik denk dat die gezamenlijkheid van het college en de raad in het aansturen van het ambtelijk apparaat, maar ook de uitstraling naar de stad – want burgers begrijpen het gewoon niet – dat het gewoon van belang is dat we daarin nog een stap weten te zetten. Dan heb ik een woord van dank en dat is aan u. Ik dank u voor het vertrouwen dat u in mij heeft gehad. Ik waardeer de enorm mooie discussies die we hebben gehad, ik waardeer het feit dat u naast uw werk zich gewoon ook nog keihard inzet om deze stad te besturen. Dus wat mij betreft, hulde voor u en ook voor de griffie en de ondersteuning van de griffie die dat mogelijk heeft gemaakt. Ik wil dankzeggen aan mijn collegawethouders, mijn burgemeesters die ik in de afgelopen periode heb gehad.
Zonder collegiaal bestuur kom je niet verder, je moet het vertrouwen hebben binnen het collegiaal bestuur dat je van elkaar op aan kunt. En natuurlijk is politiek iets wat maakt dat je soms een einzelgänger bent, omdat je namens een partij of namens een organisatie daar bent neergezet, maar ik heb altijd het gevoel gehad de afgelopen zesenhalf jaar hier in Haarlem dat ik zeg maar vertrouwen had in het college en in de samenwerking die wij met elkaar hadden. Ik wil de D66-fractie enorm bedanken. Het eerste jaar was best wel een beetje ingewikkeld van deze periode, maar dat neemt niet weg dat we al eens met elkaar erin geslaagd zijn om te zorgen dat we een goede manier van samenwerken hebben gevonden, dat ik zo nu en dan ook de fractievergaderingen bijwoonde en dat we meer begrip voor elkaars rollen en functies hebben gekregen. Maar datzelfde geldt ook voor het bestuur en ook voor de afdeling. Ik wil dankzeggen aan alle ambtenaren. Alle ambtenaren die … Ik heb ze niet moedwillig
8
of bewust willen schofferen, of het gevoel willen geven dat ik … Maar ik ben niet de persoon van de stofdoek, maar wel van het schuurpapier. Ik stel hoge eisen aan mezelf en ik stel ook hoge eisen aan mijn omgeving. Dat is niet altijd goed, dat blijft een leerpunt van mij, maar tegelijkertijd heb ik wel zoiets: wij zijn een van de grootste steden van het land, dus dat vraagt ook om een perspectief dat je ervan op aan moet dat je ook als wethouder, de informatie die je krijgt, dat dat gewoon echt goede informatie is en dat het altijd goed gecheckt wordt. Maar het merendeel, het overgrote deel van de ambtenaren, dat werkt kei- en keihard. Dat heb ik gemerkt als wethouder HRM, dat heb ik gemerkt vanuit de bedrijfsvoering, dat zijn kanjers van mensen. Dus ik vind echt dat zij het niet verdienen dat ze af en toe in deze mooie zaal te kakken worden gezet. Dan dank voor de bodes. Dank voor de bodes voor hun onaflatende dienstverlening, het feit dat ze altijd voor je klaar staan, op alle mogelijke manieren je het gevoel geven dat ze dienstbaar en ondersteunend zijn om jou zeg maar te kunnen laten functioneren. Dank aan alle samenwerkingspartners en organisaties van de afgelopen jaren, want samenwerken is de enige manier in deze samenleving dat je een stap verder komt. Samenwerking betekent dat je iets van je eigen autonomie moet inboeten.
Dat is best wel weer ingewikkeld, als ik naar u moet toekomen in de raad of in de commissie, dat ik met een bepaalde opdracht op pad wordt gestuurd, terwijl ik denk: ik heb het meeste eruit gehaald wat erin zit. Dus dat is ook nog iets waarvan ik denk dat u daar in de toekomst eens met uw nieuwe wethouders over zou moeten gaan praten. Maar ik wil in ieder geval de samenwerkingspartners enorm bedanken. Ook het bestuurssecretariaat. Ik ben een chaoot, ik ben een vergiet. Zonder het bestuurssecretariaat waren de afspraken volledig in het honderd gelopen, was ik niet op tijd geweest bij de afspraken waar ik had moeten zijn, dus het bestuurssecretariaat is wat mij betreft heel erg belangrijk geweest. Dat geldt ook voor team Botter. Ik heb verschillende teammedewerkers gehad, maar dat was de plek, dat ene uur in de week waar we alles tegen elkaar konden zeggen, waar we konden reflecteren, waar we het gevoel hadden hoe dat zeg maar de staven waren gelopen, hoe het college was gelopen. En in team Botter, waar de communicatieadviseur, de bestuursadviseur en de secretaresse in zat, dat was echt een heel erg belangrijk element voor mij ook in de week. Het was de Haarlemmerolie waarvan ik dacht dat je op die manier ook kunt functioneren. Natuurlijk ook heel veel dank aan mijn levenspartner en vrouw, Ingrid Kuiper, die ook op de tribune zit.
Ze is heel vaak bereid geweest om mij te begeleiden, als een soort Máxima in spe, als de vrouw van. Maar ze vond het zelf ook altijd heel erg leuk om overal naartoe te gaan, mee te gaan. En wat hebben we dat verschrikkelijk gemist in de coronaperiode. Maar zij heeft mij ook gesteund op de momenten dat het voor mij een stuk minder ging, begin vorig jaar, want toen had ik het best wel heel erg zwaar gehad. Maar daar heeft u alles over kunnen horen in het mooie radio-interview. Maar ook onze kids, Noah, Almaz, en sinds een jaar ook Luna, ook jullie bedankt voor de steun en de support die jullie mij hebben gegeven als klankbord. Last but not least, alle Haarlemmers. Alle Haarlemmers wil ik bedanken voor hun kritische, opbouwende en soms ook ondersteunende bijdragen in de afgelopen jaren. Wat heb ik de afgelopen weken ontzettend veel berichten gehad via Facebook, LinkedIn en dergelijke, waarin zij mij bedankten voor de inzet van de afgelopen jaren. Het was voor mij een genoegen om in deze stad de afgelopen jaren te mogen dienen en te mogen besturen. Als passant, als radertje in die hele lange traditie van Haarlem, die ruim 775 jaar bestaat. Heel erg vriendelijk bedankt voor uw aandacht, dank u wel. De voorzitter: Hartelijk bedankt, beiden. Dan is dit het moment waarop jullie die zetels – waarop je soms heel lastige uren hebt meegemaakt, maar ook hele mooie dingen – verlaten.
Dat geldt ook voor de wethouders die kandidaat zijn om zo meteen weer terug te komen. Die gaan niet uitgebreid toegesproken worden, want wij verwachten dat jullie nog hier gewoon doorgaan met het werk, maar in ieder geval ook voor de afgelopen jaren heel, heel hartelijk dank, Floor Roduner, Robbert Berkhout en Eva de Raadt. Dan wil ik jullie nu verzoeken om elders een plekje te zoeken. De heer …: Functie elders.
9
De voorzitter: En ik schors de vergadering, omdat ik denk dat het passend is dat we eventjes de overgang maken, om zo meteen de discussie te voeren over een nieuw coalitieprogramma en daarna een nieuw college te kiezen. Ik schors de vergadering. Mevrouw Van Zetten: Tot hoe laat, voorzitter? De voorzitter: Ik zou zeggen tien minuten, tot tien over half negen. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Ik kan mij voorstellen dat er op de publieke tribune mensen zijn die denken: wat is dit een raar bedrijf, tien minuten schorsing en dat is twintig minuten geleden. Maar goed, sinds wij van Einstein begrepen hebben dat tijd uitgerekt kan worden, doen wij dat hier heel graag zo nu en dan. Het liefst doen we dat bij de spreektijd, maar ja, dat is dan alleen de spreker die dat wil en dan lukt het niet. Maar soms als we een koffiepauze hebben, een schorsing, ja, dan loopt het soms iets uit. Wij zijn toe … Dit is trouwens sowieso, ja, ik wil toch dat u dit eventjes goed op uw netvlies heeft. Dit is natuurlijk toch wel een heel bijzonder moment. Maar nee, dat moeten we niet zo houden, nee nee nee. Collegiaal bestuur, dat hoort bij het Nederlandse bestuur, dus dat moet zo snel mogelijk er weer komen. 4.
Aanbieden Coalitieprogramma 2022-2026 ‘Actie! Aan de slag voor een sociale, leefbare en groene stad en voordracht nieuw college – Debat over Coalitieprogramma De voorzitter: Maar het volgende agendapunt is het ‘Aanbieden van Coalitieprogramma 2022-2026’. Er zijn partijen, die hebben met elkaar onderhandeld, die hebben samen een meerderheid in deze raad en die hebben laten weten dat hun programma ‘Actie! Aan de slag voor een sociale, leefbare en groene stad’, dat dat het programma is waar ze elkaar op gevonden hebben. Op basis daarvan willen ze ook een nieuw college voordragen. Dat is zo meteen, want dan gaat u uiteindelijk stemmen over de nieuwe wethouders. Maar voordat we dat doen is er gelegenheid om over dat coalitieprogramma te spreken in de raad. Daar wordt geen besluit over genomen, want dat is het programma van de coalitie en dus niet van de raad, ook niet van het college, maar de coalitiepartijen hebben dit met elkaar afgesproken en het is wel van groot politiek en bestuurlijk belang, vandaar dat het ook goed is om er in deze raad over te spreken en uw licht over te laten schijnen. Ik wil graag eerst het woord geven aan de heer Wiedemeijer, die de leider was van de onderhandelingen, fractievoorzitter van de grootste partij.
Daarna wil ik aan alle partijen die niet in de coalitie zitten de gelegenheid geven hun vragen en opmerkingen, of hun meningen kenbaar te maken op dit punt. Daarna zullen de fractievoorzitters van de coalitiepartijen daar ook op kunnen reageren. Ik geef het woord aan de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad een bijzonder beeld, maar ik kan mijn collega’s geruststellen, ook over een uurtje zijn wij hier nog steeds met zijn allen het hoogste orgaan, dus dat blijft altijd hetzelfde. Voorzitter, je moet in weelde leven om bestaanszekerheid ouderwets te vinden. Zo sprak voormalig partijleider Lodewijk Asscher in zijn afscheidsrede het PvdA-congres toe – dit is de enige keer dat het wordt PvdA in mijn speech naar voren komt. Ware woorden in tijden van grote onzekerheid. Een land dat zich ondergedompeld ziet in een veelvoud aan crises – en we hebben er gisteren hier nog eentje aan toegevoegd – moet zich afvragen of de huidige economische orde nog perspectief biedt om al deze crises het hoofd te bieden. Het is daarom juist aan ons allen hier, hier in Haarlem, om een wenkend perspectief te bieden. Niet door groepen in de samenleving tegenover elkaar te zetten, maar met verenigde krachten. Met elkaar als volksvertegenwoordigers. Wie het vertrouwen in de politiek wenst te herstellen, moet een nieuw sociaal
10
fundament bieden aan de samenleving. Met dit nieuwe coalitieakkoord lonkt een hoopvol begin in onzekere tijden. Een coalitie die ernaar snakt om aan de slag te gaan, koers te kiezen en daadkracht tonen. Om bestaanszekerheid te bieden aan alle Haarlemmers, om zo gezamenlijk de grote uitdagingen die ons te wachten staan het hoofd te bieden. Ik nodig u allen uit om mee te denken deze sociale en progressieve koers te bestendigen, maar ook te versterken. Voorzitter, dan wilde ik graag onze plannen langs een aantal thema’s nader doornemen en dan begin ik bij wonen. Mijn computer vindt wonen zo leuk dat hij nu heel erg gaat inzoomen, maar dat heeft hij dan heel goed afgericht. Er is in Haarlem een enorme wooncrisis, dit vraagt de komende jaren om daadkracht en actie. In het nieuwe coalitieakkoord treffen we dit aan. De woningbouw wordt versneld, met extra ambtelijke capaciteit en we trekken meer dan 10 miljoen euro uit voor de bouw van sociale huurwoningen in wijken waar nog weinig sociale huur is. In totaal moeten er tot 2030 tienduizend woningen komen, waarvan veertig procent sociale huur en veertig procent middeldure huur en koop. Foute beleggers en speculanten pakken we hard aan door onze middelen maximaal in te zetten. Voorzitter, dan ga ik verder met Haarlem als sociale stad. Haarlem is een sociale stad en dat gaan we versterken.
Zeker in tijden van stijgende kosten en hoge inflatie is het noodzakelijk extra oog te hebben voor kwetsbare Haarlemmers. De coalitie trekt fors extra geld uit voor armoedebestrijding met het verhogen van de minimaregelingen, extra geld voor het Jeugd Sport & Cultuurfonds en 6 miljoen euro voor het aanpakken van energiearmoede. De stijgende kosten in de jeugdzorg en Wmo krijgen jaarlijks circa 8 miljoen extra structureel. Hier wordt ook extra geïnvesteerd in preventie. Met de grote behoefte aan personeel zijn er ook kansen nog meer werkzoekende Haarlemmers naar werk te begeleiden. Die kansen gaan we samen pakken. Dan ga ik verder met vergroenen en verduurzamen. De klimaatcrisis vraagt om urgent handelen. We moeten de klimaatdoelstellingen halen om de planeet in de toekomst leefbaar te houden. Dit moeten we samen doen en sociaal, anders lukt het niet. Het verduurzamen van woningen biedt ook een kans de woonlasten te verlagen. We investeren fors in het vergroenen van Haarlem en het bevorderen van de mogelijkheden voor voetgangers, fietser en ov. Hierbij past minder gebruik van de auto. We investeren in het opwekken van duurzame energie, zoals het stimuleren van collectieve zonnepanelen in de Waarderpolder. Voorzitter, dan wil ik graag een aantal mensen bedanken.
Samen met de collega’s van GroenLinks, D66, het CDA en Actiepartij hebben we ongeveer in een maand hard werken een mooi akkoord gemaakt. Er is ook enorm veel werk geleverd door de ambtelijke organisatie om de onderhandelaars van de benodigde informatie te voorzien, dan wilde ik specifiek Kjell en Frank bedanken. Graag danken wij ook in de eerdere fase de verkenner Kees Vendrik en mevrouw Joyce Langenacker die de gesprekken heeft begeleid. Om ietsjes vooruit te lopen het volgende agendapunt, graag wens ik tot slot zowel Eva en Bas, Robbert, Diana en Floor vast enorm veel succes en plezier met hun eervolle opdracht. Voor zover mijn termijn. De voorzitter: Dank u wel. U heeft allen ook kennis kunnen nemen van het coalitieprogramma en ik kan me voorstellen dat u daar ook het een en ander over wilt zeggen. Ik geef de partijen, de niet-coalitiepartijen in volgorde van grootte daarvoor het woord. Als eerste is dat de fractievoorzitter van de VVD, de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Op 16 maart ging de helft van de Haarlemse kiezers naar de stembus. Op diezelfde dag bleef de andere helft van de kiezers thuis en dat is een probleem. Want niet alleen het feit dat mensen mogen stemmen, maar ook dat mensen gaan stemmen is belangrijk voor de legitimiteit van het stadsbestuur.
Want als Haarlemmers niet meer naar de stembus gaan, als Haarlemmers niet meer geloven dat hun stem ertoe doet en als Haarlemmers zich niet vertegenwoordigd voelen, dan doet het werk van de gemeenteraad er niet meer toe, dan doen wij er niet meer toe. Vlak na de verkiezingen hebben wij hier dat probleem ook benoemd. Tijdens de verkennende gesprekken kwam het aan de orde, er is een motie aangenomen om de opkomst van de verkiezingen te onderzoeken en ik vraag de burgemeester hoe het ervoor
11
staat met dit onderzoek, waar de gemeenteraad drie maanden geleden om vroeg. Voorzitter, we zijn nu ruim honderd dagen na de verkiezingen en voor ons ligt het eerste grote werk uit deze gemeenteraad, het coalitieakkoord. Het valt de VVD op dat dit akkoord niet spreekt over de lage opkomst, waar de PvdA zich na de verkiezingen nog druk om maakte. Er ligt geen raadsakkoord, zoals GroenLinks dat graag gezien had. En er ligt geen akkoord van een stabiele meerderheid in de gemeenteraad, zoals D66 dat graag gezien had. Het is een akkoord van de kleinst mogelijke meerderheid. Deze coalitie is helaas tot een gesloten akkoord gekomen. De coalitie heeft de kans laten passeren om na de verkiezingen te spreken met de kiezers. Ze hebben de kans laten liggen om te spreken met de thuisblijvers. En voorzitter, het is een gemiste kans van de coalitie dat ze voor het verschijnen van het akkoord niet eens een poging hebben gedaan om bijvoorbeeld de steun van het blok SP/Jouw Haarlem, of de steun van de VVD te vinden. Geen uitgestoken hand. De coalitie die de afgelopen acht jaar krampachtig heeft vastgehouden, gaat er nog vier jaar uitpersen. Meestal betekent dat rigide vasthouden aan het systeem van gemaakte afspraken. Er is weinig plek voor tegenspraak, er is geen ruimte voor vergeten belangen. Er is weinig plek voor voortschrijdend inzicht.
De nieuwe leden van deze coalitie, die gaan dat nog wel ervaren. Dit soort akkoorden werken als een soort Jenga-toren: als je er te veel aan morrelt, dan valt het bouwwerk om. Voorzitter, de doorstart van deze coalitie belooft weinig verandering. Laten we dan maar eens naar de inhoud gaan kijken. Gaat dit coalitie bijdrage aan het vertrouwen van de Haarlemmers in de gemeente? Gaan we met dit akkoord de echte problemen van mensen oplossen? Te beginnen met wonen. De afgelopen jaren is de woningbouw achtergebleven in de behoeftes van de Haarlemmers. Starters en jonge gezinnen zijn hiervan de dupe en ze nemen dat de gemeente kwalijk. Afgelopen jaar zijn er netto driehonderd woningen bij gekomen en tweehonderd sociale huurwoningen zijn verloren gegaan. Dat is gewoon niet goed genoeg. U moet bouwen, bouwen, bouwen. De VVD voorspelt dat het krampachtig vasthouden aan te veel sociale huur de starters en jonge gezinnen niet gaat helpen. Deze sociale huurwoningen worden betaald door middel van dure woningen, die een normaal gezin niet kan betalen. We moeten dus oppassen dat Haarlem niet het reservaat van arm en rijk wordt, omdat er geen huizen meer zijn voor de werkende middenklasse. Dan de bereikbaarheid van Haarlem. Haarlem is filehoofdstad nummer één van Nederland. Bij de presentatie van het coalitieakkoord hebben we wat lacherig gerept over: doe je auto maar de groeten.
Dit is een houding van oude regenten: de gemeente is de baas en bepaalt over u. Doe de groeten aan de auto waarmee ouders hun kind naar het speciaal onderwijs brengen, doe de groeten aan de auto waarmee de mantelzorger zijn partner naar het ziekenhuis brengt, doe de groeten aan uw kleinkinderen die het parkeertarief dit weekend niet gaan betalen. De VVD had veel liever gezien dat het college zou investeren in de doorstroming van het wegverkeer. Mijn vraag aan de burgemeester is of hij iets kan zeggen over hoe de plannen van deze coalitie om het autoverkeer te belemmeren van invloed zijn op de aanrijtijden van onze hulpdiensten. Dan kom ik op het sociaal domein. Ook hier krijgt hardwerkend Haarlem de rekening gepresenteerd van linkse hobby’s. De armoedegelden worden deze periode met 12 miljoen verhoogd, waardoor de drempel om aan het werk te blijven of te gaan werken wordt verhoogd. Heel fijn, hoor, dat eenmalige bedrag, maar waarom zou je nog die extra dienst draaien als je daarmee je minimabudget kwijtraakt? Arbeid moet lonen, zeker in tijden van krapte op de arbeidsmarkt en krappe overheidsfinanciën. De VVD pleit er dan ook voor dat de coalitie de plannen laat doorrekenen ten aanzien van de zogeheten armoedeval.
De VVD vraagt de coalitie ook om te heroverwegen, of in ieder geval om af te zien van het verhogen van die minimaregelingen en dit vooral te besteden aan de ontplooiing van mensen, dus in scholing of in het begeleiden naar werk. Staat er dan helemaal niets goeds in dat coalitieprogramma, voel ik u denken? Nee, dat is ook niet het geval. De VVD is blij met de extra handhaving, zeker in het Reinaldapark. De VVD is blij met de structurele middelen voor de Wmo en de jeugdzorg. En de VVD is blij met de vergroening van de stad. Tijdens de verkenning heeft de VVD erop gewezen dat er vooral in het Rotterdamse college op dit vlak hele goede praktijken zijn en wellicht is het aardig om als nieuwe gemeenteraad daar eens ons licht op te gaan
12
doen. Na acht jaar zegt het college dat het tijd is voor actie, zegt de coalitie dat het tijd is voor actie. De VVD is blij dat de PvdA in het debat over de jaarrekening – en dit is de laatste keer dat ik PvdA zich in dit … De heer Wiedemeijer: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Van Kessel: Ja, dat. Dat jullie in de jaarrekening al aangaven dat de doelen en de actiepunten uit dit akkoord meetbaar uitgewerkt moeten worden in de begroting. Zo kunnen wij en alle Haarlemmers zien of dit college wel in staat is om de hoge ambities waar te maken. Hier laat ik het bij. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de Partij voor de Dieren, mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. Allereerst willen wij de coalitie feliciteren met hun coalitieakkoord. De titel Actie! spreekt ons in ieder geval zeer aan. Om het op zijn Partij voor de Dierens te zeggen: vooruit met de geit. Wat ons het meest verheugt is dat er naast het benoemen van ambities ook een aantal echte keuzes zijn gemaakt, zoals bijvoorbeeld de bredere invoer van gereguleerd parkeren. Goed om te lezen dat hier volgend jaar al mee wordt gestart. Toch denk ik dat er naast het gereguleerd parkeren ook plekken zijn waar je gewoon veel minder auto’s op straat wil hebben.
Ik noem bijvoorbeeld de Nieuwe Gracht, waar men nu op vier rijen kan parkeren, terwijl je naast het station zit en er ook nog een parkeergarage voorhanden is. Dus gaat de nieuwe coalitie ook kijken of we op plekken in de stad daadwerkelijk het aantal parkeerplaatsen flink kunnen terugschroeven en hier weer hoogwaardige openbare ruimte van maken, passend bij de plek? Nu we ons toch aan de Nieuwe Gracht begeven, deze zou veel aantrekkelijker worden als langs de kades drijvende tuinen zouden worden geplaatst. Ik laat u graag wat foto’s van de Hobbemakade in Amsterdam zien en ik weet zeker dat u meteen om bent. Voorzitter, ook in de woningparagraaf lezen we mooie plannen, zoals het voornemen voor een actieplan Housing First en daarmee dak- en thuislozen sneller aan een stabiele basis kunnen bouwen. Heel erg mooi. Ook lezen we dat klimaatbestendig, natuurinclusief en energieneutraal bouwen verplicht wordt. Fantastisch, dat is iets waar we ons heel erg bij kunnen aansluiten. Dan de energietransitie, die vraagt veel van ons allemaal en de ambities en intenties zijn helder. Maar hoe gaan we die schaalgrootte realiseren? U heeft het over een isolatieoffensief, maar als ik het zo lees, dat hangt toch vooral op uitbreidingen van de huidige regelingen.
Onder een echt offensief versta ik dat u met elke aannemer, loodgieter, installateur, dakbedekker, corporatie, bank, onderwijsinstelling om tafel gaat, om niet alleen de operatie op te schalen, maar ook organisatievermogen en expertise te creëren die van waarde is voor onze stadseconomie. De Haarlemse isolatiecampus, wij zien het al helemaal voor ons. Een laatste punt hierover. Er zijn natuurlijk ook maatregelen die weinig tot geen geld kosten, zoals het stoppen met terrasheaters, zoals Frankrijk vandaag aankondigde. Want de planeet warmt op, dan is het heel raar dat je een terrasverwarmer aanzet om die planeet nog eens extra op te warmen. Ten aanzien van een gezonde stad meldt het coalitieakkoord dat de gezondheid van Haarlemmers te lijden heeft van zaken als geluidsoverlast en ultrafijnstof. Toch gaat men in het akkoord niet uit van een daling van het autogebruik. Auto’s veroorzaken veel geluidsoverlast en uitstoot van CO2, fijnstof en stikstofdioxide. Kortom, wat ons betreft had dit punt ambitieuzer gemogen. De coalitie zet zich ook in voor gezondheid op preventie: sport en bewegen en rookvrije zones. Dat steunen wij van harte, maar er wordt met geen woord gerept over voeding. Sterker nog, het woord voeding wordt nul keer genoemd in het akkoord.
Gaat de coalitie inzetten op de eiwittransitie? Als we plantaardig voedsel in de stad stimuleren, heeft dat immense voordelen voor de gezondheid van de Haarlemmers, dierenwelzijn, klimaat en biodiversiteit. Laten we een voorbeeld nemen aan Groningen. En is dit college bereid om te kijken naar middelen om nieuwe fastfoodketens te weren uit de stad en bijvoorbeeld meer te investeren in moes-, pluk- en schooltuinen? Dan zijn we pas echt preventief bezig, voorzitter. Voorzitter, tot slot. We gaan nog even op ons stokpaardje zitten: de biodiversiteitscrisis. De gisteren
13
aangenomen motie geeft ons veel vertrouwen dat het nieuwe college hier actief mee aan de slag wil. Om ervoor te zorgen dat dieren zich kunnen verplaatsen is alleen het versterken van de diversiteit in het al bestaande groen niet genoeg, we moeten ervoor zorgen dat het groen onderling zoveel mogelijk wordt verbonden en er nieuw groen bijkomt. We kijken uit naar het nieuw vast te stellen groenbeleidsplan hiervoor. Ook bewoners moeten aan de slag om, in het kader van die biodiversiteit en klimaatuitdagingen, het spreekwoordelijke varkentje te wassen. We zien al mooie initiatieven, zoals de groenedakensubsidie, maar we zien ook nog mogelijkheden voor bijvoorbeeld een omgekeerde tegeltax. Minder verharding en afkoppeling van het regenwater in je tuin levert je een korting op de rioolbelasting op. Voorzitter, u had misschien al een vermoeden, of de coalitie, maar wat de Partij voor de Dieren betreft had het meer over dieren kunnen gaan in dit coalitieakkoord. Het zou wel wat concreter mogen. We noemen bijvoorbeeld ontmoedigen van evenementen waarbij dieren worden gebruikt, het ondersteunen van minima bij noodzakelijke dierenartskosten en extra alertheid op het welzijn van huisdieren in situaties van huiselijk geweld.
We zijn blij dat in het coalitieakkoord staat dat we gaan pleiten voor een stop op de ganzenjacht op Haarlems grondgebied, maar we willen erop wijzen dat alle dieren een intrinsieke waarde hebben. Stopt Haarlem dan ook met het doden van ratten, om tegelijkertijd vol in te zetten op preventie en voorlichting? En gaat Haarlem de sportvissen uitfaseren? Aangezien er steeds meer wetenschappelijk bewijs is dat ook vissen pijn en stress kunnen ervaren. Samenvattend, voorzitter, wij zien dat de uitdagingen groot zijn, zo niet immens, en dat deze coalitie klaarstaat met veel energie om aan de slag te gaan. De Partij voor de Dieren wenst jullie heel veel succes toe. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de OPHaarlem, de heer Smit. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. We hebben lang moeten wachten op het coalitieakkoord. Dat heeft OPHaarlem wel verbaasd, want na acht jaar zou je in de coalitie toch wel moeten weten welke wegen ingeslagen zijn. Er was blijkbaar toch flink wat tijd nodig om aan de verhoudingen en aan de sfeer in de coalitie te sleutelen. Een nieuwe coalitie is het niet, want de Actiepartij kon de afgelopen jaren meer en meer herkend worden als een gedoogpartij. Het blijft een gemiste kans, want de coalitie is smal – mijn collega van de VVD zei het al. OPHaarlem heeft de hand uitgestoken, maar die was niet nodig. En dan hebben we nu actie.