CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

06-24 Transcript Raad

gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente Haarlem28.957 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 24 juni 2021

1.

Opening De voorzitter: Ik heet u hartelijk welkom. Ik open de vergadering van de gemeenteraad. Ik had willen zeggen er zijn geen afmeldingen. Dat zeg ik trouwens nog steeds, want er zijn geen afmeldingen. Maar ik zie dat ook nog niet iedereen op zijn plek zit, maar ik heb goede hoop dat dat wel gaat gebeuren. Neemt u ook gewoon de COVID-maatregelen in acht. Dat is altijd verstandig en goed, want ze gelden nog steeds. En probeer dus ook zo min mogelijk van uw plaats af te gaan tijdens de vergadering.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan zou ik u willen vragen of u zich kunt vinden in de agenda? Ja? Dan stellen we die vast. Bij dezen.

3.

Bekrachtigen/opheffen geheimhouding De voorzitter: Dan agendapunt 3, het bekrachtigen of opheffen van geheimhouding. En dat gaat in de eerste plaats over de bijlage 1 en 2 Fietsznfabriek, openen grondexploitatie. En over de Raadsinformatiebrief ‘Athena’. Iemand daarover? Dan kunt u zich erin vinden en dan stellen we het zo vast.

Hamerstukken 4.

Herinrichting Houtplein aanvullende krediet voor nutswerkzaamheden

5.

Jaarrekening 2020 recreatieschap Spaarnwoude

6.

Raadsstuk Opvolging aanbevelingen methode Duisenberg-light jaarstukken 2019 en 2018

7.

Afdoening Duisenberg-light aanbevelingen jaarstukken 2019 en 2018 De voorzitter: Dan gaan wij naar de hamerstukken, 4 tot en met 7. En ik neem aan dat we daar niets anders mee hoeven te doen dan te hameren. En dat doe ik. Ze zijn vastgesteld.

Bespreekpunten 8.

Begrotingswijziging 2021 en programmabegroting 2022 recreatieschap Spaarnwoude De voorzitter: Dan gaan we naar punt 8, dat is een bespreekpunt. In het presidium is er gezegd van, nou laten we, dat hoort eigenlijk niet, want het gaat nu echt om de Jaarrekening. Maar we doen dit er even tussendoor. Het presidium dacht dat dat kon. Het gaat namelijk om een motie van de SP. En ik wil, ik kijk eerst even, want het was oorspronkelijk geloof ik een hamerstuk. Kunt u zich in het stuk zelf vinden? Ja. Ik zie knikken. Dan is het vastgesteld. Dan komen we nu bij de motie van de SP. Wie mag ik het woord geven daarover? De heer Bloem.

1

De heer Bloem: Voorzitter, er is in de commissie uitgebreid gesproken over, ingesproken ook, over de plannen van het recreatieschap. En nou, er waren algemene zorgen in de hele commissie over de financiën, daarop is het stuk ook aangepast. En dat vindt de SP een goed idee. Wat de SP een minder goed idee vindt, en alle echt natuurliefhebbers ook, dat we terwijl eigenlijk al heel weinig geld is, terwijl we echt daar ook, de recreatiegebieden extra onder druk zijn komen te staan door corona door veel gebruik, dat we ervoor kiezen om daar een pad aan te leggen. Een pad wat impact heeft, een negatieve impact, op natuur. Een pad wat duur is, niet alleen qua aanschaf en qua onderhoud, terwijl er veel betere keuzen zijn. Bijvoorbeeld investeren voor een zonnepanelen bij de parkeerplekken daar. Dat rendeert en is nog goed voor, in het kader van duurzaamheid ook, en niet slecht voor de ecologie. Vandaar dat we deze motie hebben ingediend. En een pad door het riet, daar broedt geen karekiet. Excuses dat ‘…’ er een spelfout in is geslopen. De voorzitter: Dank u wel. Is er iemand die daarover nog het woord wenst? Ja, mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ja, GroenLinks begrijpt de, ja de wens om rekening te houden met de karekiet. Maar wij kunnen de motie helaas nog niet steunen, omdat wij eerst de situatie willen bekijken in Spaarnwoude. En dan tot een afweging kunnen komen.

En als reactie nog op uw bijdrage over de zonnepanelen op parkeerplekken. Daar is GroenLinks natuurlijk wel voor, alleen dan moet je goed kijken naar de omgeving, want het is natuurlijk niet de bedoeling dat we daar bomen voor gaan kappen. Dus dat vind ik iets te kort door de bocht. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, Hart voor Haarlem vraagt zich ook af of een karekiet wel blij zou zijn met zonnepanelen. Daar in de natuur. Hart voor Haarlem in ieder geval niet. Wat dat betreft hebben we dan nog liever een voetpad, zeker als het een beetje mooi is aangelegd. En we zullen deze motie dus ook, helaas voor de SP, niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel voorzitter. De PvdA gaat de motie ook niet steunen, omdat het betreft hier een recreatiegebied waar zeker voldoende ruimte voor natuur en biodiversiteit moet zijn. Maar het aanleggen van een pad gaat meer hoe je het aanlegt, of het een probleem is voor de karekiet of niet. En daarom steunen wij deze motie niet. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we dan direct door kunnen, tenzij, is er een wethouder die er nog iets over wil zeggen? Nee. Wel? Ja mag, maar als u zegt het is niet nodig, ik laat het aan u. Wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Nou misschien reageer ik toch kort even op de motie. Wij ontraden de motie. Vinden de motie ook prematuur.

Het voorlopig ontwerp komt nog naar u toe. U krijgt ook nog een werkbezoek, 3 september gaat u daarlangs, krijgt u ook een toelichting van het recreatieschap. En onze eigen stadsecoloog, naast de ecologen van, wat is het, Staatsbosbeheer en Landschap Noord-Holland kijken ook mee bij deze plannen. Dus we stellen u echt voor, daar wordt ook rekening gehouden met de biodiversiteit. Dus wij ontraden deze motie, ja wij ontraden deze motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we denk ik toe aan stemmen. Ah nee, ik zie de heer Aynan nog. De heer Aynan: Een stemverklaring voorzitter.

2

De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Aynan: Ja voorzitter, dank u wel. Als het woord prematuur door het college wordt gebruikt, dan weet Jouw Haarlem dat dit een goede motie is. Steun. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere stemverklaringen? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen. Wie is voor de motie? Dat is de SP en dat is Jouw Haarlem. Ik zie bij de SP trouwens, bent u samen of? De heer Bloem: Ja voorzitter, volgens mij heeft u niet gevraagd naar bericht van verhindering. De voorzitter: Nou, ik heb. De heer Bloem: O dan heb ik niet opgelet. Dan moet ik 2 keer excuses aanbieden. Mevrouw Özogul is verhinderd wegens familieomstandigheden. De voorzitter: O nou, ik heb inderdaad geconstateerd net dat er sommigen nog niet waren en daar hoorde zij bij. Maar ze komt ook niet meer. Goed. Dan de fractie van SP en van Jouw Haarlem. Maar SP is met één persoon vertegenwoordigd in de vergadering. De motie is verworpen. 9.

Programma behandeling vaststelling jaarstukken en overnemen aanbevelingen Duisenberg onderzoeken De voorzitter: Dan gaan wij over naar het programma, of de programma behandeling van de besluitvorming, de vaststelling van de jaarstukken en het behandelen van de Duisenberg onderzoeken. En het besluiten over de aanbevelingen. Voordat we de Duisenberg onderzoeken aan de orde hebben, gaan we eerst de accountant vragen, de heer Van Vugt die hier aanwezig is, of hij hier wil plaatsnemen. U bent hier bij uw opdrachtgever, de gemeenteraad. En ik wil u graag in de gelegenheid stellen om de gemeenteraad een toelichting te geven op uw rapport van bevindingen. En om eventuele vragen van de gemeenteraad te beantwoorden. Fijn dat u er bent. En u heeft ook het woord. De heer Vugt: Ja dank u wel voorzitter. Dank ook voor uw uitnodiging om vanavond de controle toe te lichten. Een paar opmerkingen die ik daarbij wil maken in uw richting. Het is ook ons eerste jaar, dus er zijn ook een paar dingen die ik sowieso, die ons opvallen, met u wilde delen. In de eerste plaats is dit een hele bijzondere jaarrekening geworden. Dat heeft natuurlijk alles te maken met corona. En dat wel om 3 redenen. In de eerste plaats zitten er in deze jaarrekening allerlei posten die met corona te maken hebben. Denk aan TOZO, de tijdelijke regeling voor zelfstandigen.

Denk aan de continuïteit bijdragen aan zorginstellingen. Dat is bij u 1,3 miljoen. Denk aan de meerkosten, € 300.000 afgerond. Subsidielasten, et cetera. Dus het is een jaarrekening die ook volstaat met corona. Dat moest natuurlijk ook allemaal extra worden gemaakt, opgesteld, gecontroleerd. Aanvankelijk begin dit jaar was de gedachte dat dat weleens tot vertragingen zou kunnen leiden, dat 15 juli niet gehaald zou worden bij de gemeente. Nou, dat lijkt landelijk mee te vallen. Gelukkig ook bij jullie niet, want de datum van 15 juli is niet in het geding, dus de stukken kunnen gewoon tijdig bij het Rijk worden ingeleverd. Dat is denk ik een hele belangrijke. Het tweede is, het is allemaal op afstand gebeurd. Ook uw organisatie, die heeft het allemaal op afstand moeten maken. Die hebben ook de controle van ons op afstand moeten ondergaan. Dat was niet altijd eenvoudig. Altijd veel lastige vragen die wij dan stellen en die moeten dan natuurlijk ook allemaal worden beantwoord. Dus ik wil zeker ook hier een compliment maken aan uw ambtelijke organisatie die daar, ja ontzettend flexibel in hebben geopereerd. Daar ben ik echt ook wel verwondert over hoe dat gegaan is. En dat brengt mij ook bij een derde punt. Want wij werden in ons controleteam wél geconfronteerd met een aantal nare omstandigheden. Deel corona gerelateerd, deel niet.

3

En dat is ook de reden waarom ik hier alleen zit, want eigenlijk had ook een andere collega hier moeten zitten. Dat heeft wel geleid tot vertraging in ons controleproces van een aantal weken. En daar heeft de organisatie heel goed en flexibel op gereageerd. Dus die dank wil ik nogmaals uitspreken. Hebben we ook in een brief opgenomen aan de auditcommissie. We hebben dat de afgelopen weken ingehaald, met wat extra capaciteit op het team. Dat betekent dat we klaar zijn met onze controle. Dat betekent ook dat we ons oordeel uitspreken over de controle, dat u een verslag van bevindingen heeft. En dat, het enige wat nog moet komen, is het papiertje met de handtekening. Nou, dat hangt af van een paar kwaliteitschecks en formaliteiten, maar dan komt dat papiertje er ook aan. Dan een aantal opmerkingen over uw jaarrekening. En ik doe het even heel puntsgewijs. Een paar dingen die ons gewoon opvallen. In de eerste plaats, dat is denk het belangrijkste, wij gaan een goed, wij geven een goedkeurende controleverklaring af. Voor zowel getrouwe beeld als rechtmatigheid. Dus dat betekent dat het een jaarrekening is waarvan wij zeggen, die voldoet aan de regels en u kunt daar het verantwoordingsdebat met elkaar goed over voeren. Het is dus wat ons betreft een goede jaarrekening. Er zitten ook een paar goede elementen in deze jaarrekening.

Ik vind bijvoorbeeld één van de dingen die mij opvalt, heb ik zelden eerder gezien, dat is dat er heel nadrukkelijk in uw jaarrekening staat welke doelen wel zijn gerealiseerd, en welke niet. Dat vind ik een sterk punt van uw jaarstukken. Waar uw jaarstukken wat ons betreft nog verder kunnen verbeteren, is op de verschillen analyse. En dan met namelijk op de wat diepgaandere analyse van de oorzaken van verschillen. Tweede wat mij heel erg opvalt in Haarlem, dat is dat ik afgelopen jaar enorm veel goede gesprekken met de auditcommissie heb gehad. Heel plezierig, ondanks corona. Dus dat vond ik heel mooi om te zien. Om zo met elkaar, in een hele open relatie met elkaar, bevindingen te delen. Dat geldt wat mij betreft ook voor het gesprek met de raadsrapporteurs. Dat vond ik ook heel plezierig. En wat ik ook heel opvallend vind, is dat ik hier vanavond ben. Ik moet eerlijk zeggen, het is de eerste keer dat ik in een echte raad van een 100.000+ gemeente ben. Dat komt bij de andere 100.000+ gemeenten, en ik doe er meerdere, komt dat eigenlijk niet voor. Dat is altijd in een commissie. En dat geldt wat mij betreft ook voor het college. Ik ben in het voltallige college geweest, dat komt ook zelden voor. En wat ik daar belangrijk aan vind, is dat u daarmee laat zien dat u als raad en als college de integrale verantwoordelijkheid van een jaarrekening voelt.

Dat dat niet een dingetje van financiën is, of van de financiële specialisten, maar dat u hiermee ook zegt, ja dit is een integraal verantwoordingsdocument. Nou, dat wil ik toch echt als compliment aan u meegeven. Hou dat vast. Ook naar een volgende raadsperiode, volgende collegeperiode, want ik vind dat inderdaad belangrijk in het kader van het verantwoordingsproces. Een punt wat ik u ook wil meegeven, dat is dat de kwaliteit van uw afdeling Verbijzonderde Interne Controle, die is echt heel hoog. Ik heb niet eerder een afdeling aangetroffen waar de kwaliteit van de uitvoering van verbijzonderde interne controles, dat zijn controles achteraf, op dit niveau plaatsvindt. En natuurlijk zitten er uitdagingen in uw organisatie, daar hebben we ook tussentijds over gerapporteerd. Bent u ook zelf mee bezig om de controle in de processen zelf te verbeteren. Die uitdaging ligt er ook. En daar gaan wij komende jaren uiteraard ook op monitoren, dat die stappen worden gezet. Maar daar ligt met name de uitdaging. In die verbijzonderde interne controle achteraf, ja dat is echt kwalitatief op een hoogstaand niveau. Als we naar de financiële positie kijken van Haarlem, dan u stuurt sterk op de schuldquote, dus dat gaat over de omvang van de schulden van uw gemeente. Ja dan zien we dat uw schulden de afgelopen jaren fors dalen.

Die schuldquote die is van 96% in 2018 inmiddels gedaald naar 75% in 2020. De landelijke norm is, streefwaarde is 90%. En onder de 90% krijgt de classificatie goed. Dus dat betekent dat u een relatief lage schuldquote heeft. In de begroting ging u overigens nog uit van een schuldquote van 96%. Hij is werkelijk 75%. Dus dat betekent wel dat u veel minder schulden heeft moeten maken dan bij de begroting nog de aanname was. Een tweede is uw eigen vermogen. Uw eigen vermogen die, dat is een solvabiliteitsratio, dat is ook een kerngetal. Die zijn wij stijgen van 17,9% naar 21,2%. En de minimale streefwaarde van de VNG is 20%. Dus u bent boven die 20% uitgekomen. Dus dat betekent dat die in de categorie, nou laten we zeggen, voldoende zit. En dat komt met name natuurlijk omdat uw eigen vermogen, want de solvabiliteitsratio zegt iets over de omvang van de

4

reserves van de gemeente, hoeveel reserves heeft u ten opzichte van de schulden, ja die is fors toegenomen. Die is toegenomen met 26,2 miljoen euro, uw reserves. Tussentijds heeft u al 20 miljoen euro aan de reserves toegevoegd. Gedurende het jaar 2020. En dat betekent dat u aan het einde van het jaar nog een positief resultaat presenteert van 5,9 miljoen euro. Maar uw eigen vermogen reserves zijn met 26,2 gegroeid. Ook hier geldt dat de werkelijke solvabiliteitsratio, dus de werkelijke omvang van de reserves, fors hoger is dan de begrote omvang van de reserves. Want toen u de begroting behandelde, met begrotingswijzigingen erbij, toen dacht u nog dat de reserves met 5,3 miljoen zouden groeien. En hij is dus in werkelijkheid met 26,2 miljoen gegroeid. Dus hier zie je ook dat het een fors, financieel gezien, een fors hogere dotatie aan uw reserves is. Wat, komen we bij een punt wat wat mij betreft het belangrijkste aandachtspunt is, zoals ik naar Haarlem kijk. Ik denk dat het belangrijkste aandacht voor u in de toekomst gaat worden, de balans tussen wat u aan ambities heeft in de begroting, ook financieel gezien, maar met name ook welke ambities u wilt realiseren in de stad, ten opzichte van wat u realiseert. En dat zie je bijvoorbeeld terug in de ontwikkeling van de investeringen. We zien dat de investeringen wat achterblijven ten opzichte van uw begroting.

En dat betekent dus dat u ook minder hoeft te lenen, waardoor de schuldquote ook lager is. U heeft gewoon minder schulden nodig. Nou, dat is ten indicatie van. Maar ook als we bijvoorbeeld naar de totale lasten kijken die u heeft over 2020, dan zien we dat dat 617 miljoen was, terwijl u begrote dat het 642 miljoen zou zijn. Dus er is 25 miljoen euro minder aan lasten geweest. Nou, die spanning tussen van wat begroten we, wat plannen we, en wat kunnen we waarmaken, ik denk dat dat de grootste uitdaging voor de komende jaren wordt om dat in de goede balans te houden. En daar zeg ik dan bij, gelukkig is dat de uitdaging, want daar kunt u ook uit concluderen dat de basis van de boekhouding en de administratie op orde is. U kunt het ook over dit onderwerp hebben met elkaar. Hoe kunnen we de voorspellende waarde van de begroting en de tussenrapportages vergroten? En hoe kunnen we de balans tussen begroting, planning en uitvoering/realisatie dichter bij elkaar brengen en ook in balans houden? Tot slot, wij hebben nog een tweetal, feitelijk een tweetal bevindingen gerapporteerd. Eentje gaat over de Europese aanbestedingen. We hebben Europese aanbestedingsfouten gerapporteerd van 3,5 miljoen. Daar moet wel bij worden gezegd dat dat 1,9 miljoen echte nieuwe aanbestedingsfouten zijn, uit 2020. De andere 1,6 miljoen loopt door uit de jaren daarvoor.

En de fouten die zijn gemaakt die hebben vooral betrekking op inhuur, waar er nog geen sprake was van een raamcontract. Daar wordt wel hard aan gewerkt in de organisatie, om alle inhuur onder raamcontracten onder te brengen. Dus we hebben wel de goede verwachting dat dit in 2021, dat dit bedrag ook fors gaat afnemen. En de laatste, die gaat over onzekerheden. Dus dat zijn posten die zijn niet fout of die zijn niet goed, maar daar kunnen wij niet van vaststellen als accountant, maar ook uw interne controle niet, of die posten goed zijn. Dan heeft met name met prestatielevering te maken. Dus is er een prestatie geleverd aan de inwoner van Haarlem voor het bedrag wat daar verantwoord is? Nou, dat gaat bij de Jeugdzorg om 2,9 miljoen en bij de Wmo om 1,1 miljoen. En ik moet hier wel bij zeggen, deze bedragen, waarbij dus facturen zijn betaald waar nog niet is van vastgesteld of de prestatie ook is geleverd, die bedragen nemen wel fors af. Want die 2,9 miljoen was bijvoorbeeld vorig jaar, 2019, nog 4,2 miljoen. Dus je ziet wel dat dat, dat daar voortgang/verbetering in zit. De grootste post dat zijn de persoonsgebonden budgetten, 8,1 miljoen. Dat bedrag neemt ook wat toe. Dat komt omdat de omvang van de persoonsgebonden budgetten is toegenomen in 2020. Daar zijn inmiddels wel wat maatregelen voor getroffen. Er zijn klanttevredenheidsonderzoeken uitgevoerd.

En in 2021 is het ook de ambitie om tegelijk met die klanttevredenheidsonderzoeken ook vast te stellen of inderdaad de prestatie door de zorgaanbieder, in het kader van die persoonsgeboden budgetten, of die ook op toereikende wijze is geleverd. Want als je dat dan ook tegelijkertijd vaststelt, ja dan zou je die onzekerheid die er nu nog is ook kunnen wegnemen. Dus dat is ook iets waar we van verwachten dat dat komende jaar, in ieder geval fors gaat dalen qua omvang. Dit zijn wat mij betreft de belangrijkste punten die ik met u als raad naar aanleiding van onze controle en rapportage wilde delen.

5

De voorzitter: Heel hartelijk dank. Wellicht zijn er nog specifieke vragen voor de accountant. Dan is dit het moment om die te stellen. Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel voorzitter. Dank voor uw betoog. Het is voor u misschien een heel eenvoudige vraag om te beantwoorden, maar voor ons een zoekplaatje, dus daarom stel ik hem aan u. U duidt met name op de schuldquote, die is een stuk gunstiger uitgekomen dan, nou ja, wij in ieder geval verwacht hadden. Wat vindt u van verschillenverklaringen? Is dat up-to-date? Zouden we dat nog beter mogen hebben? Dus echt de verklaring onder hoe is dit nu gekomen. De voorzitter: De heer Van Vugt. De heer Van Vugt: Dank u wel voorzitter. Nou ja, dat is één van de punten die we inderdaad noemden. En kijk, wij vinden dat uw jaarrekening een aantal hele sterke punten heeft, die heb ik ook genoemd. Maar één van de punten is ook wel dat wij zeggen, met name op het punt van de verschillenanalyse, zouden wij wat meer diepgang adviseren. Uiteindelijk is het niet iets waarvan we zeggen, dat is fout. Maar wij zeggen wel van, nou raad, college, neem in overweging om inderdaad de verschillen, dat geldt ook voor de programma’s, dat verschil bijvoorbeeld van ruim 20 miljoen ten opzichte van de werkelijke lasten, de werkelijke resultaat ten opzichte van het begrote resultaat.

Van ja, kom daar met wat meer diepgang van wat is daar nou de dieperliggende reden achter dat het zo afwijkt. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor zo’n schuldquote. Natuurlijk, we weten het allemaal, het komt door minder vertraging in de investeringen, minder investeringen geweest en een deel van de investeringen worden doorgeschoven naar de komende jaren. Maar iets meer duiding daarvan, van wat is daar dan de oorzaak van, hoe komt dat, dat adviseren wij wel. En dan met name ook, wat ons betreft, om de goede discussie te kunnen voeren over kunnen we de ambities, de begroting, planning en de uitvoering/realisatie beter in balans met elkaar brengen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Aynan. Jouw Haarlem. De heer Aynan: Ja dank u wel. Dank u wel voor de toelichting. Ik hoop dat die nare omstandigheden dat dat niets ernstigs betrof. Maar in ieder geval, sterkte daarmee. U had het over die balans tussen ambities en realisatie. Nou, daar zit dus kennelijk een hiaat tussen. Dat verklaart dan ook die lage schuldenlast. Volgens mij is dat helder. Maar u had het ook over HRM. En daar vertelde u eigenlijk weinig over. Kunt u daar iets meer over vertellen, want dat was ook een aandachtspunt. De voorzitter: Het nadeel van uw staan, het voordeel is dat we u kunnen zien, dat is leuk. Maar we verstaan u iets minder goed. Maar ik geloof wel dat het voldoende is doorgekomen.

De heer Aynan: Zo beter? Moet ik dan blijven zitten? De voorzitter: Ja, dat heeft dus ook wel een voordeel. Ik denk dat er mensen zijn die het niet helemaal goed konden horen, maar. De heer Aynan: Nou, zal ik het even heel kort samenvatten? U had het over twee aandachtspunten. Die verschillenanalyse, en daar heeft u net een toelichting op gegeven, waarvoor dank. Maar een ander was HRM en daar zou ik graag wat meer over willen weten. Overigens, bedankt voor al die complimenten, maar dat komt natuurlijk omdat de raad heel scherp alles in de gaten houdt. De voorzitter: De heer Van Vugt.

6

De heer Van Vugt: Eén vraag. Uiteraard, de compliment geldt u allen, dus in die zin terecht dat u dat ook als raad incasseert. U vroeg de HRM? Want dat is even voor mij? De heer Aynan: U had twee zeg maar aandachtspunten. De verschillenanalyse, dat heeft ook te maken met zeg maar die ambitie en realisatie waar u het over had. Maar u had ook HRM benoemd. Als aandachtspunt. Helemaal aan het begin van uw betoog. De heer Van Vugt: O, en u bedoelde de inhuur? Bij het personeel bedoelt u? Europese aanbestedingen? De heer Aynan: Nee, nee, dat kwam helemaal aan het eind. U had het, helemaal aan het begin had u twee aandachtspunten. De verschillenanalyse, daar heeft u net op de vraag van mevrouw Verhoeff wat toelichting. En HRM. Of heb ik dat verkeerd, want ik zit helemaal achterin. De heer Van Vugt: Misschien dat ik me vergis, maar ik kan mij even nu niet heugen dat ik iets over HRM heb gezegd nee. Maar misschien is het goed om dat nog even terug te luisteren en dan, dat ik de vraag dan begrijp. De heer Aynan: Nou misschien heb ik de letter L, HRLM, maar goed. De voorzitter: Ah, hier is de suggestie dat u mogelijk het woord Haarlem verkeerd heeft verstaan. Goed. Daarmee vervalt de vraag. Zijn er nog andere vragen op dit moment. Dat is niet het geval. Dan wil ik de heer Van Vugt heel hartelijk danken voor zijn bijdrage. En dan vervolgen wij de discussie met de Duisenberg rapporteurs.

Ik wil vragen aan mevrouw Klazes en de heer Van Kessel om hiervoor, er zijn nog 2 tafeltjes beschikbaar, om plaats te nemen en een presentatie te geven over hun onderzoek naar beleidsveld 1.1. En ik begrijp, de heer Van Vugt die heeft nog meer op zijn programma, dus ik kan me voorstellen dat u. Oké, oké, ja, uitstekend. Ik weet niet wie van u beiden als eerste het woord gaat nemen, maar de floor is yours. Mevrouw Klazes: Ja, we hebben een soort van plan. Mijnheer Van Kessel en ik. Dat ik namelijk als eerste het woord neem, dat doe ik dan ook bij deze. Nu is even de vraag aan de voorzitter, is het de bedoeling dat wij het nog gaan presenteren? Dat staat wel op de agenda, maar hebben we dan ook de presentatie op het scherm? De voorzitter: Ik heb begrepen van wel. En ja, dus u heeft de gelegenheid om dat te doen. Zo hebben we dat de voorgaande jaren ook gedaan. Ja. Mevrouw Klazes: O daar, ja. Goed. De leeftijd speelt mij parten. Ik ga proberen dit te lezen. Het gaat met name. Overigens eerst voordat we beginnen toch nog even heel graag dank aan de ondersteuning die wij hebben gekregen bij dit onderzoek van de griffie en de ambtelijke organisatie. Maar ook van Liesbeth van Duisenberg Light, alsnog vanaf deze plek veel dank daarvoor. Wij hebben deze presentatie gedaan voor de commissie. En de commissie heeft onze aanbevelingen, een drietal aanbevelingen, overgenomen.

Vervolgens heeft het college daarop gereageerd. En ik heb met mijnheer Van Kessel afgesproken dat die dat wat nader toelicht. Dus ik wil graag het woord geven aan mijnheer Van Kessel. Gaat uw gang. De voorzitter: Ja, ik sluit me helemaal bij u aan. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter. En dank u wel mevrouw Klazes. We zijn nu in de derde cyclus van de rapporteur schappen. En ik heb inmiddels nu, ben ik twee keer begrotingsrapporteur geweest. En mij is inmiddels opgevallen dat er tussen goede politici en een goede begroting, dat daar een aantal overeenkomsten zijn. Een goed politicus moet durven dromen, moet kunnen doen en moet ook durven

7

doorrekenen. En dit zijn deugden die ik allemaal in mijn mederapporteur, mevrouw Klazes, ook heb gezien in deze periode. En dat was dus ook echt een eer om met haar samen te werken. Mevrouw Klazes: Dank u wel mijnheer Van Kessel. Het genoegen was geheel mijnerzijds. Dank u wel. De heer Van Kessel: Ja want niet alleen. De heer Aynan: Kunnen we even pauze houden. De heer Van Kessel: Nou, nee maar dit is belangrijk, want niet, want jullie kennen haar allemaal als een. De heer Aynan: Schorsing. De heer Van Kessel: Als een goed. De voorzitter: Order, order. Luister naar de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Mijnheer Aynan, het is uw onderzoek en uw aanbevelingen die ik hier presenteer. Dus heb vooral respect voor uw eigen aanbevelingen zou ik zeggen. Mevrouw Klazes die kan als politicus, heeft een goede visie op wat zij wil met de samenleving en durft daar ook dingen voor te doen. Zonder haar had er niet een schillenkar, om maar zomaar wat te noemen, door de Vijfhoek gereden. Vlak voordat wij begonnen met dit onderzoek zei ze nog wel tegen me van, nou Peter ik heb niet bepaald econometrie gestudeerd, dus ik twijfel een beetje of dat echte begrotingswerk wel wat voor mij is. Laat mevrouw Klazes nu ook een uitstekende journaliste zijn en kunnen doorvragen. En dat is dus precies wat zij heeft gedaan.

Elke keer als wij op bedragen kwamen die we niet konden duiden of die we niet begrepen, heeft zij doorgevraagd. Op een gegeven moment belde zij zelfs een slapende VNG-ambtenaar was het volgens mij op, om eventjes te vragen wat een beetje een normaal saldo is voor schoolhuisvesting. En die man die schrok zo dat hij gelijk alle goede antwoorden aan mevrouw Klazes gaf. Nou, superhandig als je dus in een team van rapporteurs zit. Dan kom ik bij de aanbevelingen die wij hebben gevonden, want ook daarvoor geldt, vooral voor de eerste, dat wij na 3 jaar eigenlijk als gemeenteraad toch wel een duidelijk doel hebben wat wij willen met die begroting. En dat is namelijk dat wij in doelen denken, dat die doelen worden opgevolgd in acties en dat aan die acties financiën gekoppeld kunnen worden. En dat wij als raad zowel die acties en het beleid kunnen controleren, maar ook het geld wat daar naartoe gaat. Dus dit is een brede wens die wij al jarenlang neerleggen en die hebben wij nu ook weer gedaan. En het mooie is, waar we in het verleden van dit college vaak hoorde van, het is voor ons niet te doen om dit voor elkaar te krijgen, hebben mevrouw Klazes en ik gezien, en dat hebben we ook aan de commissie gepresenteerd, dat het wel mogelijk is. En die informatie is aanwezig in de onderliggende stukken. In het geval van schoolhuisvesting in het SHO en in het JOP.

Allemaal termen waar ik u verder nu op dit moment niet te veel over zal uitweiden. Maar we hebben laten zien dat dat kan. En laat dit college dat nou ook gewoon pakken als ambitie om voor die volgende begroting, en anders moet het maar een volgend college worden in 2022, om die begroting een mooie koppeling te maken tussen die doelen, acties en financiën. Twee andere aanbevelingen die wij ook nog terloops hier hebben gedaan, is dat wij graag met betrekking tot schoolhuisvesting willen kunnen volgen hoeveel geld er begroot wordt voor nieuwe projecten voor schoolhuisvesting. En dat willen we in de begroting terugzien. En aan het einde van de cyclus, dus in het jaarverslag, zouden we graag willen terugkijken om te zien of die begrote kosten ook gerealiseerd zijn en wat die voortgang is in die schoolhuisvesting. Die informatie is ook aanwezig. Het college zegt ook dat ze dat voortaan in het JOP willen gaan laten zien. En dat ze een mooie hyperlink toevoegen naar dat JOP, dus ik kan niet wachten op de begroting 2022. En als eerste ga ik natuurlijk klikken op die hyperlink, om te zien of daar

8

een net staatje naar voren komt. En dat laatste, dat is nog een wat kleinere aanbeveling, is tijdens het lezen van dit bepaalde onderwerp, kwamen wij erachter dat de beleidsvelden Sport en Onderwijs helemaal door elkaar lopen. En het is toch lastig als je kijkt van is er voldoende gedaan aan schoolhuisvesting, als je allerlei sportzalen daar tussendoor ziet gaan. Kijk, en natuurlijk op het moment dat zo’n sportzaal aan een school vastzit, dan kun je nog een end komen. Maar wij hebben dus gevraagd, is het mogelijk om die beleidsvelden te, op te splitsen. Of eigenlijk hebben we gevraagd, kan dat op programmaniveau. Ze zeiden, nou dat is niet te doen. Maar op beleidsniveau is dat zeker te doen. Dus dat is dan de derde aanbeveling die wij als rapporteurs namens de commissie ook aan u doen. Nou, mochten daar nog verder vragen over zijn, dan zijn we uiteraard bereidt om die te beantwoorden. En dank ik u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u zeer. De volgorde die we hebben afgesproken is dat de wethouder gelegenheid krijgt om even te reageren op de bevindingen op het onderzoek. En dat daarna de gelegenheid is voor raadsleden om nog vragen te stellen aan de rapporteurs. Dus dan vraag ik eerst aan wethouder Botter of hij wil reageren op de aanbevelingen. Op de bevindingen. Wethouder Botter: Ja dank u wel mijnheer de voorzitter.

Ik wil de rapporteurs heel erg bedanken voor de wijze, het inzicht wat ze ons hebben gegeven. Ik denk dat als je met dit onderwerp bezig bent en ook probeert meer een beetje orde in de chaos te scheppen die we toch met elkaar lange tijd hebben gezien, als het gaat ook over de langere termijn, dat we veel zaken nu veel beter op de rit hebben. Het kan altijd beter, dat ben ik ook zeker met u eens. Maar het is altijd goed wanneer we met een frisse blik even naar het beleidsveld kijkt en dan ook vanuit frank en vrij wat aanbevelingen krijgen die zeker houtsnijden. Het is dan ook niet voor niks dat het college met dank, ja de aanbevelingen in ontvangst heeft genomen en heeft omarmd. We gaan daarmee aan de slag. Een aantal dingen, zoals net door de rapporteurs verteld is, is een kleine moeite. Want heel veel van de informatie is gewoon voorhanden. We zijn op orde. We zijn in control. En ook het inzichtelijk maken van bijvoorbeeld, en daar bent u ook allemaal bij geweest, het op orde brengen van de begroting ten aanzien van de hogere bouwkosten en dergelijke, dat hebben we ook op orde gebracht. We hebben nu zicht op de komende 20 jaar als het gaat om van wat zit er aan te komen. Nou ja, dat zijn allemaal dingen waarvan ik denk daar zijn we gewoon heel goed bezig. En de aanbevelingen om u meer mee te nemen in de planning, de rapportage, is natuurlijk altijd een punt.

Ik hoor weleens berichten terug uit het presidium dat men soms vindt dat men te veel informatie krijgt. Soms vindt men dat men te weinig informatie krijgt. Het is voor ons altijd ook een afweging van wat geef je nou wel, wat geef je nou niet. Van mij mag u alles hebben. En het is een kleine moeite om die hyperlink, of die hyperlink, toe te voegen. En ook om wat meer zicht te krijgen op wat is nou des sport, wat is nou des onderwijs. Ik hoop wel dat ook de rapporteurs, en dat heb ik ook wel gelezen, zich goed beseffen dat wij ons uiterste best doen om te proberen daar waar synergievoordelen te behalen zijn tussen het gebruik van vestigingen die je kunt inzetten voor sport en voor onderwijs, dus voor gymnastiek, dat we daar altijd naar kijken. Dat maakt soms dat je dus inderdaad kijkt van ja hoe zorg je dat die budgetten ook daadwerkelijk goed gecombineerd worden. Maar ook dat kunnen we inzichtelijker maken. Dus wat mij betreft, dank voor uw aanbevelingen, dank voor uw rapportage. En wij kunnen daarmee aan de slag. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen van raadsleden aan de rapporteurs naar aanleiding van hun bevindingen? Dat is niet meer het geval. U heeft er al over gesproken. Dan wil ik de beide rapporteurs heel hartelijk danken.

En dan is er ruimte voor de beide andere rapporteurs, voor beleidsveld 5.1, de heer Aerssens en de heer Van Leeuwen om hier plaats te nemen en hun bevindingen te presenteren. Wie van uw beiden mag ik als eerste het woord geven? De heer Aerssens.

9

De heer Aerssens: Ja dank u mijnheer de voorzitter. Wat speciaal om op deze manier toch voor het eerst in de raad te mogen spreken als Duisenberg rapporteur. De heer Van Leeuwen en ik hebben een uitgebreid onderzoek gedaan. Ik zal een korte intro, of althans een kort verhaal vertellen over wat we hebben gedaan en welke weg wij hebben bewandeld. En ook een kleine reactie geven op uiteindelijk de collegereactie. Die lees ik op van mijn telefoon, want anders gaat het helemaal niks worden. En wij hebben onderzoek gedaan naar beleidsveld 5.1. Waar wij ons specifiek hebben gericht op het groenoppervlak, de bomen en de ruimte voor natuur. De doelen zijn duidelijk, maar in het onderzoek is gebleken dat er onvoldoende informatie is om te kunnen duiden of de doelen uiteindelijk behaald en haalbaar zijn. Waarom dit lastig te bepalen is, is een veelvoud aan zaken. En één van die zaken is de meetsystematiek die wisselt. En daarmee wisselen uiteindelijk de cijfers van de bomen. En het is erg goed te zien in die bomenspiegel. We hebben namelijk gezien dat er gerekend wordt in de jaren 2016, 17 en 19. En in de conceptversie van de jaarrekening stond de telling die uitgevoerd is in 2018, waardoor er een jojo-effect is ontstaan en er verschil is van ongeveer 9.000 bomen.

De telling van de bomenspiegel ontbreekt echter in de definitieve versie van het jaarverslag en hierdoor staat er uiteindelijk in het huidige jaarverslag 60.503 bomen, waar er in de conceptversie nog 51.000 bomen stonden. De rapporteurs doen hier dan ook bij de, hierbij dan ook de oproep aan de wethouder om aan ons te verklaren waar die telling is gebleven die wel in de conceptversie stond, maar niet uiteindelijk in de definitieve versie. Wethouder, waar zijn die 9.000 bomen? Dit jojo-effect is ook geconstateerd in het totale groenoppervlak, waar ook in verwezen wordt naar de SOR. En de SOR ‘…’ bijvoorbeeld parkeerplaatsen te vergroenen, terwijl er uiteindelijk in de rapportage zelf geen geld uit de SOR-pot is gehaald. Daarnaast worden er acties als Steenbreek en Geveltuinen niet meegenomen in het groenoppervlak, waarmee het ook lastig te bepalen is of uiteindelijk het geld wat we uitgeven wel effectief en efficiënt uitgegeven wordt. Voor de rapporteurs is het van belang dat de raad uiteindelijk een oordeel kan geven over effectiviteit van bestedingen. Echter wordt er momenteel onvoldoende informatie aangereikt. Of is de informatie die op dit moment wél beschikbaar is te onduidelijk. In een reactie op het college waren rapporteurs teleurgesteld dat de aanbevelingen op de manier werden ontvangen zoals deze nu zijn ontvangen.

En vele aanbevelingen worden naar volgende raadsperiode verwezen. En de aanbevelingen die we hebben gedaan blijven voor de rapporteurs staan. Indicatoren aanpassen is een proces van raad en college en wat we vooral samen moeten doen. Iets wat ook constant zal blijven bewegen. En we moeten ons ook afvragen of de indicatoren die we hebben passend zijn bij hetgeen wat we willen bereiken. Bijvoorbeeld, of meer ruimte voor natuur uiteindelijk te meten is in de hoeveelheid bijen op 34 locaties in de stad. Voor rapporteurs geldt dat de prestatie indicatoren daadwerkelijk in beweging moeten zijn en aan de hand van Duisenberg beoordeeld en her beoordeeld kunnen worden, om te kijken of deze nog wel passend en concreet genoeg zijn. Alle indicatoren in een conferentie bespreken is dan misschien ook wel gewoon te veel. En de Duisenberg onderzoeken bieden de ruimte om goed te kijken naar wat we doen in een specifiek beleidsveld. Waar het college ook nog naar verwijst is de SOR. Echter staan in die SOR weinig projecten te vinden die daadwerkelijk iets met groen te maken hebben. En voor rapporteurs is het onduidelijk welke prestaties uit de SOR uiteindelijk te halen zijn. Wanneer er verwezen wordt naar een onderliggend stuk, lijkt het de rapporteurs belangrijk dat ook daadwerkelijk de informatie die je wil zien in zo’n onderliggend stuk, ook daadwerkelijk te verkrijgen is.

Ook is het zo dat één van de aanbevelingen is geweest dat accordering van budgetten nog altijd op programma niveau kan, maar dat we uiteindelijk wel graag meer inzicht willen in wat er daadwerkelijk gebeurt. Het inzicht is er, de data is er, nu de wil nog om dit uiteindelijk ook te gaan doen. En om die controleerbaarheid aan de raad te kunnen presenteren, zodat we als raad ook daadwerkelijk kunnen controleren of wat we doen efficiënt en effectief is. Voor het tweede gedeelte geef ik graag het woord aan de heer Van Leeuwen. De voorzitter: Een maidenspeech voordat je zelfs nog maar lid van de gemeenteraad bent. Dat is echt fantastisch. Echt fantastisch. Gefeliciteerd. En het woord is aan de heer Van Leeuwen.

10

De heer Van Leeuwen: Ja voorzitter, dank u wel. Ja en het is inderdaad natuurlijk wel een unicum. Want wij zitten hier als rapporteurs van de raad en ik zal natuurlijk ook, dat hoort er blijkbaar bij heb ik net geleerd, een lofzang doen aan mijn collega rapporteur, de heer Aerssens. Want het is toch best knap dat je als niet zijnde volwaardig lid van deze raad zo’n grote taak en zo’n grote en belangrijke rol op je neemt. Dus bijzonder veel dank voor alle inzet. Ook voor de tekst, want uiteindelijk de tekst die hier voor mij ligt die is toch voor 90% geschreven door de heer Aerssens ga ik gelijk verklappen. En ge-customized door mij. Want ik heb Eloy leren kennen als een bijzonder harde werker, ook met een bijzonder goed oog op het democratisch recht waar wij voor staan. Dus heel veel dank voor die samenwerking en ook heel veel dank aan de ondersteuning natuurlijk, de mensen die hier zijn en die hier niet zijn, de ambtenaren die vragen hebben beantwoord. Want zo hebben wij voor u allen dit onderzoek kunnen doen. Nog één andere voordat ik gelijk naar de tekst toe ga. Ook dank aan de accountant die hier inderdaad ook is, waarmee wij inderdaad een bijzonder prettig gesprek hebben gehad. En ook nogmaals wil ik benadrukken wat hij ons als rapporteurs van uw raad ook meegaf. De accountant gaat over de rechtmatigheid.

En wij hier, u, gaan met elkaar over doelmatigheid en doeltreffendheid. Dus u moet ook met bijzonder veel aandacht kijken in die begroting, staan er nou dingen in die ik over een jaar kan checken, die ik over een jaar kan controleren. Maar daar ga ik in mijn tekst ook nog verder op in. Want in de reactie van het college staat dat een koppeling tussen doel en budget wordt afgeraden. Even nog als ondertiteling. We doen het nu op programma niveau accorderen wij hè, vanuit budgetrecht en niet op doelniveau. Hiermee wordt dus een situatie in stand gehouden waarin niet te controleren is in hoeverre de gemeente doelmatig en doeltreffend middelen uitgeeft per doel. Er is namelijk geen inzicht in de uitgave per doel, maar alleen op het hoge niveau van een programma. Daardoor zien we bij een doel wel een cijferindicator en is het mooi als dit cijfer voor ons de goede kant opgaat. Maar wat als het budget is overschreden voor dat doel, waardoor er geen geld is voor andere doelen is uit dat programma? Of als er überhaupt geen geld uitgegeven zou zijn voor dat doel? En de indicator, zonder gemeentelijke financiële inzet, wel de goede kant opgaat? Dat voelt ook niet direct doeltreffend of doelmatig. Dit inzicht wordt op dit moment voor deze taak verder niet verstrekt.

Ook wordt er in de collegereactie vermeld dat geveltuinen niet betrokken worden bij het groen, terwijl in de technische beantwoording eerder aan ons als rapporteurs bleek dat juist wel geveltuinen een manier waren om oppervlaktegroen uit te breiden. Voor een actie als Steenbreek wordt de ene keer vermeld dat het wel wordt meegenomen in een indicator en de andere keer niet. Opnieuw een jojo, waar de heer Aerssens ook over sprak, maar dan ook in de informatievoorziening. Hoe zit het dan met de controleerbaarheid als het gaat om doeltreffendheid en doelmatigheid? Wat besteden we dan en wat levert het op? De informatiewaarde van de begroting en de jaarrekening moet vollediger, zodat de raad de controlerende taak op het gebied van doelmatigheid en doeltreffendheid beter kan uitvoeren. De informatiewaarde van de stukken moet belangrijker zijn dan per se een dunne begroting willen. Andere gemeenten laten zien dat het mogelijk is. En ook in onze eigen rekening is bij het figuur over de taakvelden uit de BWV te zien dat er meer specifieke informatie mogelijk is. Misschien wel meer informatie dan wij nu als raad denken. Met indicatoren die mogelijk niet precies laten zien wat we nu daadwerkelijk bereiken is des te belangrijker dat we nóg beter vooraf weten wat we willen bereiken, wat we ervoor willen gaan doen en wat het vervolgens mag kosten.

De 3 vragen die wij met elkaar stellen bij een begroting en een rekening. Als de voornemens niet heel scherp zijn, dan kunnen we niet zeggen wat er uiteindelijk van het harde werk van de gemeente is terecht gekomen. En of dat harde werk uiteindelijk doelmatig en doeltreffend is gebeurd. Het college moet volgens deze rapporteurs dus aan de slag. De begroting wordt scherper met duidelijke omschrijvingen van de te bereiken doelen en prestaties, in dat kalenderjaar welteverstaan. En met heldere en stabiele prestatie indicatoren en met bijbehorende cijfers meet ik wat ik wil meten. En natuurlijk die koppeling met het budget op doelniveau. Dit komt de controleerbaarheid ten goede, zodat de raad haar taak vanuit het budgetrecht goed kan uitvoeren. Wat wij als rapporteurs namens u belangrijk vinden, is duidelijkheid en transparantie. De aanbevelingen van deze rapporteurs blijven dus staan. In de aanbevelingen hebben wij

11

rekening gehouden met of deze redelijk zijn, of deze uitvoerbaar zijn en of deze direct door te voeren zijn. Wij raden de raad dan ook aan om de aanbevelingen van deze rapporteurs over te nemen. En we roepen het college op om aan de slag te gaan met deze aanbevelingen en deze op te volgen. Daarnaast roepen we ook iedereen in de raad op om bij de komende begroting en ook bij de komende jaarrekening scherp op te letten in hoeverre dit is gelukt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ook hier, de wethouder heeft de gelegenheid de reactie van het college toe te lichten. En daarna is er gelegenheid om eventueel vragen te stellen als die er nog zijn aan de rapporteurs. Wethouder Rog. Wethouder Rog: Ja dank u wel. En, nou laat ik ook beginnen met dank te zeggen aan de rapporteurs, de heer Van Leeuwen en de heer Aerssens. Ik heb zelf in mijn vorige ambt samen met de naamgever van dit hele traject en mevrouw Rekers inderdaad ook dit controlewerk mogen doen. En dat is een groot genoegen. Het geeft veel inzicht en geeft er ook blijk van diep in de materie te zitten. En dat is gewoon heel mooi. En mijn complimenten daarvoor. En u maakt het meteen ook inderdaad gewoon scherp, want u houdt die aanbevelingen die u doet vast. Dat leidt er bij mij wel toe om daar wel ook wat van te zeggen, in de zin van wij zouden daar ook wel graag met de raad over verder spreken.

En dat doen we eigenlijk niet. Dat hebben we eerder, mijn voorganger, ook gezegd. Dus ik wil dat punt toch ook gemaakt hebben. Concreet geeft u een heel aantal punten aan. Bijvoorbeeld dat in 2018 het aantal bomen inderdaad niet juist was, nou dat klopt volledig. Dat getal wat daar stond in de concept jaarrekening, nou niemand weet waar het vandaan kwam. Het is in ieder geval ook niet het getal wat eerder in de jaarrekeningstukken van 2018 en 2019 stond. En ik zeg u toe dat dat ook nergens meer terugkomt. Uiteindelijk gaat het wel, hè, om halen wij de doelen die we met elkaar vastgesteld hebben? En hier hadden we dus ook een concrete prestatie vastgelegd, 400 bomen erbij. En die prestatie hebben we ruimschoots gehaald. Concreet punt ook over de particuliere geveltuintjes versus het publieke Steenbreek actie. Ja hier wreekt zich natuurlijk, het is gewoon, we willen veel weten. En tegelijkertijd is het natuurlijk erg lastig als iemand ergens privé een geveltuintje aanlegt, dan wordt het hier wel heel ingewikkeld als wij de hele tijd ambtenaren, fotografen en kadastermensen in het werk stellen om iedere vierkante meter groen die we toevoegen vast te leggen. Tegelijkertijd hebben we dat dus wel gedaan met die grotere acties collectief rond Steenbreek.

En ik hoop dat we inderdaad gewoon ook de waarde weten te waarderen van de acties die we misschien niet altijd precies kunnen meten. We blijven werken. Mijnheer Aerssens zei dat netjes over samen doen. We blijven dus ook werken aan steeds meer indicatoren, prestatie indicatoren en doelen. En dat heeft u ook in deze jaarrekening en jaarverslag kunnen zien, daar slagen we gelukkig in. En ik ben blij ook dat de accountant daarop heeft aangemerkt dat wij dus inderdaad ook aangeven wanneer we die doelen wel halen, maar ook wanneer we dat niet doen. Rond de focus van deze rapporteurs, toename van groen in de openbare ruimte, zal het college inderdaad effecten en prestatie indicatoren onder de loep nemen en meer smart gaan maken. Gebruik maken natuurlijk ook van het hele traject wat uw raad in heeft gezet rond indicatoren. En bij startnotities meer ingaan op de samenhang met gestelde doelen en de dilemma’s. We onderzoeken ook of dat alle gemeentelijke groen mee kan tellen bij de prestatie indicator die we hebben vastgesteld. Dat lukt dus niet voor het particuliere deel van de geveltuinen, maar verder gaan we dat proberen wel te realiseren. En bij de programmabegroting zullen wij dus inderdaad een nieuwe slag maken met het helderder formuleren van doelen. Dan nog één punt. En dat gaat over de, ja het koppelen inderdaad van doelen en prestaties en financiën.

Wat ook als hamerstuk op de agenda staat bij de afdoening rond 18/19 staat. Daarvan moeten we zeggen, ja dat onze begroting financieel niet is ingericht om doelen en prestaties daaraan te koppelen. Ja dat vraagt echt om een andere financiële indeling, wat naast de kostenbaten afweging als nadeel heeft dat het aanpassen van het rekeningschema dan ook impact heeft op de

12

vergelijkbaarheid van de cijfers uit voorgaande jaren. En daarbij moet ik ook aangeven dat ook in de gemeenten die gesuggereerd worden daar ook niet precies op die manier die koppeling gemaakt is. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik of er vragen zijn voor de rapporteurs. Dat is niet het geval. Het is voldoende besproken. Dan wil ik u heel hartelijk danken. En dan wil ik dat nu ook voor zowel de rapporteurs die nu hier zitten, als de rapporteurs die hier zojuist geweest zijn, mevrouw Klazes en de heer Van Kessel, melden dat er hier een prachtige bos bloemen staat voor u. Ik heb ervan afgezien om die aan te reiken, want dan liggen die bloemen een beetje ongelukkig naast u te verleppen. En nu blijven ze stralend op het podium wachten tot u ze komt halen. Maar vergeet het niet. Dus er staan bloemen voor u als dank voor uw werk voor de raad. Dank u wel. Dan gaan wij over tot de discussie en debat. En we zouden dat eerst doen over de Duisenberg rapportages. Nee, ik zie hier even verbazing. Dat is wat ik heb aangetroffen. Nee, u wilt eerst de jaarrekening en dan vervolgens in dat kader ook de Duisenberg rapportage daarbij betrekken. Want ik kan me voorstellen dat dat efficiënter werkt in ieder geval. Zullen we het zo doen? Ja? 10.

Besluitvorming vaststelling jaarstukken en overnemen aanbevelingen Duisenberg onderzoeken 10.1Vaststelling Jaarrekening en Jaarverslag 2020 De voorzitter: Dus dan gaan wij naar het debat over het vaststellen van de Jaarrekening en het Jaarverslag 2020. En u kunt daar de Duisenberg rapportage bij betrekken. Eerste termijn voor de raad. En misschien is het wel het mooiste dat we daar de volgorde gebruiken die we normaalgesproken ook gebruiken als we de begroting en de algemene beschouwingen doen. En dan zou ik willen vragen of de heer Rutten van de VVD wil beginnen. De heer Rutten: De spits af wil bijten. De voorzitter: Ja. De heer Rutten: Met plezier voorzitter. Voorzitter, het bespreken van de Jaarstukken gaat al snel over de al dan niet ontstane financiële ruimte. En ook vanavond zal ongetwijfeld een aantal fracties wensen voor de besteding van het resultaat, de toekomst en misschien zelfs wel de begroting opvoeren. En ja, de vermogenspositie is toegenomen, het weerstandsvermogen is ruim voldoende, gelet op de door het college nu onderkende risico’s. We dragen bij aan de vermindering van het EMU-tekort. En er is zelfs een structurele exploitatie van 1%. Maar we moeten ons realiseren dat we kijken naar een momentopname die heel veel positiever is dan de vorige, nog maar een paar maanden geleden. Oorzaak: incidentele meevallers.

Geld dat niet of nog niet is uitgegeven door niet gepleegde investeringen. Of er kwam meer binnen dan verwacht. Kortom, 2020 is geen jubeljaar. Over de langere termijn zijn sommige dingen wel degelijk verslechterd, zoals de structurele exploitatieruimte, ooit 6% in 2017. En de weerstandsquote was ooit 2.4. En laten we niet vergeten dat we nog steeds een hoge netto schuld hebben en relatief hoge lokale lasten voor de Haarlemmers. De VVD is dan ook blij met de voorzichtigheid die de wethouder tentoonspreidt en dat hij de Partij van de Arbeid in de technische vragen maant niet te vroeg te juichen bij de inzet van gelden die bijdragen aan een hoge weerstandscapaciteit. Niet verjubelen, is de boodschap zoals de VVD die begrijpt, maar misschien is het goed als het college dat nog eens bevestigd. Maar om u niet langer in spanning te houden, de boekhouding is in orde, de rechtmatigheid is door de accountant in orde gevonden en het college is voorzichtig. De VVD zal instemmen met de Jaarrekening. Laat onverlet dat wij ons ernstig zorgen maken over de toekomst. Hoe houdbaar zijn die financiën bij slecht weer? Die zorg wil ik ook hier uitgesproken hebben. En let u allen op, ik zei al, het is geen jubeljaar. De investeringen lopen achter en er zijn nog miljoenen

13

aan taakstellingen die moeten worden gerealiseerd. En laten we van de gelegenheid gebruiken om ook wat breder te kijken. Terugkijken op 2020 is terugblikken op een droevig coronajaar. Voor de gemeente budgettair niet zo spannend meer, veel spannender was het voor de ondernemers en de vitale instellingen. Er zijn extra budgetten en overbruggingsregelingen voor ondernemers gekomen, regelingen en kortingen voor ondernemers. Het verruimen van de terrassen bijvoorbeeld. Die dienstbaarheid naar de ondernemers en de Haarlemse banen die daaraan vastzitten, ziet de VVD graag meegenomen worden naar de komende jaren. Tot slot nog wat kritische kanttekeningen en vragen. Ik noemde al de hoge woonlasten. Het college lijkt maar niet in staat te zijn een halt toe te roepen aan de stijging van de woonlasten. Kan het college aangeven hoe die hoge woonlasten zich dan verhouden tot de tevredenheid over de kwaliteit van de woonomgeving. Pagina 100 suggereert immers een verband tussen de WOZ-waarde en de tevredenheid. De tevredenheid van de Haarlemmers zou namelijk blijken uit de nog steeds stijgende WOZ-waarde van woningen in Haarlem. De onderhoudsvoorraad, die laat in 2020 een toename zijn. Dat komt simpelweg door een achterstand in de uitvoering van investeringsprojecten.

De vraag is natuurlijk wat het college daaraan gaat doen? Is er een inhaalslag voorzien, of laat het college de voorraad verder oplopen? En hoe verhoudt zich dat tot de financiële toekomst? Er is een boeggolf van uitgaven aan projecten die door COVID-19 niet konden worden uitgevoerd. Ten aanzien van de grondopbrengsten zien we dat maar 23 van de 30 miljoen geraamde opbrengsten is gehaald. Hoe rechtvaardigt het college hier een groene smiley? De ICT-systemen. De accountant zegt te betwijfelen of de organisatie een systeemgerechte controle wel wíl uitvoeren, zoals blijkt uit het verslag van de auditcommissie. Kan het college aangeven waarom de organisatie die controle niet zou willen? En last but nog least, de Duisenberg rapportages. De VVD bedankt hun nogmaals voor hun harde werk. En de VVD neemt de aanbevelingen over. Met zorg, want als de aantallen van de bomen al niet kloppen, hoe zit het dan met de betrouwbaarheid van andere gegevens? Toch nog graag een reactie van het college daarop. En het is heel erg duidelijk dat het een weg van lange adem is om te kunnen zien of het belastinggeld van de Haarlemmers naar de juiste activiteiten is gegaan. En of die activiteiten hebben bijgedragen aan de gestelde doelen. Wethouder Rog gaf daar netjes over aan en het college gaf ook in de reactie al aan dit zelf niet te willen doen en laat het aan het volgende college over.

En dan stel ik u toch de vraag, mijnheer Rog, meerdere keren Duisenberg rapporteur, u memoreert dat zelf net ook al. Hoe breidt u dat recht? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Rutten. Dan gaan we naar GroenLinks. De heer Drost. Ah, nee, de heer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel voorzitter. Over het algemeen kunnen we zeggen dat het Jaarverslag met bijbehorende jaarcijfers er ondanks, of misschien dankzij corona, goed uitzien. Het wekt onze verbazing dat de decemberrapportage nog een plusje van € 599.000 liet zien. En nu de cijfers voorliggen er opeens 26 miljoen over is, 20 miljoen aan de algemene reserve en 6 miljoen aan het eigen vermogen. En we hoeven geen 8 miljoen aan algemene reserves te onttrekken. Het geeft wel aan dat ook van de bijgewerkte begroting er erg veel afwijkingen zijn, die we pas op het allerlaatste moment kunnen verwerken. En dat hindert het doen van investeringen. Als investeringen niet door kunnen gaan, kunnen we die dan op een andere manier wél inzetten. De vraag is of we als GroenLinks kunnen instemmen met dit Jaarverslag en de cijfers. Voordat ik daar iets over wil zeggen, wil ik graag een aantal punten aanstippen. Het is duidelijk dat het positieve resultaat is ontstaan door meevallers. Hoewel we uiteraard blij zijn met het positieve resultaat, stemt het ook tot nadenken.

Er wordt veel doorgeschoven, er is niet veel gerealiseerd. Vanuit het coalitieprogramma Duurzaam Doen, willen we juist investeren in een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad. En we zien dat de investeringen zijn achtergebleven. Slechts 49% van het oorspronkelijk IP is behaald. Een aantal punten licht ik eruit aan de hand van 3 uitdagingen waar Haarlem voor staat: de ongedeelde stad, de duurzame stad en de groeiende stad. De ongedeelde stad. In 2018 was het jaar van de toegankelijkheid waarin een begin is gemaakt

14

voor de toegankelijk Haarlem 2030. Toch merkten we in 2020 nog vaak toegankelijkheid moesten benoemen als onderdeel van het project. We moesten daar vaak de aandacht op vestigen. Het blijkt dus dat toegankelijkheid ook in 2020 nog steeds niet vanzelfsprekend was. De Jeugdzorg en de Wmo vormen net als in 2019 de grote zorgpunten. Hoewel we nu kunnen rekenen op een hogere bijdrage van het Rijk, naar heel veel gelobby van de gemeente, zal er een blijvend risico voor overschrijding blijven, zoals in een risicoparagraaf ook is benoemd. Achteraf hadden we kunnen investeren in bijvoorbeeld de minima met de gelden die nu over zijn. Cultuur is belangrijk voor Haarlem, het is één van de pijlers van een economisch succes met ruim 9% van de beroepsbevolking die direct afhankelijk is van een inkomen uit de cultuursector. En de Haarlemmers zijn er maar wat trots op, die cultuur in hun stad. De gemeente is adequaat opgetreden bij het begin van de coronacrisis, waardoor de instellingen, nu het weer kan, onmiddellijk aan de bak kunnen. De situatie met het Frans Hals was en is zorgelijk. En we zullen daar antwoorden op moeten formuleren en daarom kijken we uit naar het nieuwe Cultuurplan wat we na de zomer gaan bespreken. Dan de duurzame stad. Ja, we doen veel. Maatregelen die we hebben afgesproken zijn verder voorbereid in 2020, de autovrije binnenstad, de milieuzone, het warmtenet.

Maar we moeten nog meer ons best doen en dat vraagt iets van iedereen. College, raad, ambtenaren én Haarlemmers. De klimaatcrisis hebben we uitgeroepen, maar niet altijd laat het beleid zien dat we de crisis die we zelf hebben uitgeroepen als heel erg urgent zien. Haarlem wil ambitieus zijn op dit vlak, maar we zien in de cijfers van 2020 dat het niet snel genoeg gaat. We zullen veel meer moeten doen aan CO2, PFAS en vooral ook aan opwek van energie uit natuurlijke bronnen. Dat lijkt achter te blijven. Duurzaamheid en circulariteit zijn veel gebezigde woorden, maar het wordt tijd om ons, om dat nog om te zetten in daden. We hopen dan ook dat in de ontwikkelzones veel aandacht zal zijn voor circulariteit, groen en duurzaamheid. Voortbordurend op de weg die we in 2020 zijn ingeslagen. In de Kadernota zullen we daar dan opnieuw aandacht voor vragen. De urgentie is domweg te groot om dat niet te doen. De groeiende stad. We zien dat er 590 nieuwbouwwoningen zijn bij gekomen, waarvan 196 in het sociale segment. Dat is niet genoeg. De wachtlijsten zijn eerder langer dan korter geworden. En ondanks dat er grote stappen gezet zijn in de planning en realisering van de ontwikkelzones, ondanks dat er grote stappen zijn gezet in de planning en de realisering van de ontwikkelzones. Maar laten we er met elkaar op toezien dat er zo snel mogelijk meer woningen komen. We blijven het herhalen.

Met name in het sociale en middeldure huursegment. Heel, maar dan ook heel veel Haarlemmers wachten met smart op een woning. De eigen organisatie. Wat betreft de IT. daar wordt hard aan gewerkt. Veiligheid is een weerbarstig ding in de IT. En daar hebben we in 2020 opnieuw aandacht voor moeten vragen. IT is overigens niet het antwoord op alles. De bewoners moeten ook nog gewoon aan een loket hun zaken kunnen regelen. Maar gelukkig is daar nog steeds de aandacht voor zo blijkt. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Opnieuw vragen we aandacht. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Voor diversiteit. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel, er is een interruptie van de heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel voorzitter. Laatst bespraken we de rapportage woningbouw. En toen was u nog trots op het resultaat. Dus wat is er in de tussentijd gebeurd? De heer Van den Doel: Dat klopt. Gezien de omstandigheden was ik trots op het resultaat, maar dat betekent dat we moeten steeds meer, dat heb ik toen ook gezegd, we moeten meer doen. Maar dat wil nog niet zeggen

15

dat ik blij ben met wat er gerealiseerd is, maar het is domweg niet genoeg. We kunnen wat we kunnen, maar we moeten dat, de inspanning die we daarop leveren, moeten we verhogen. De heer Aynan: We zijn blij met deze realiteitszin van GroenLinks. De voorzitter: De heer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel voorzitter. Opnieuw vragen we aandacht voor de diversiteit. Waar we als GroenLinks altijd naar zullen blijven vragen en altijd naar hebben gevraagd. Zolang dat niet op orde is in de organisatie en dat is het nog zeker niet. Niet elke Haarlemmer zal zich herkennen in het personeelsbestand van Haarlem. We zijn op de goede weg, we hebben er aandacht voor, maar we zijn er nog niet. Ook merken we dat het personeelsverloop aan de hoge kant is. En we dringen er dan ook op aan om de oorzaak daarvan boven water te krijgen, want het aantal vacatures stijgt. Opnieuw zien we dat de aanbestedingen de Europese normen overschrijden. Zelfs voor een nog hoger bedrag dan in 2019. Het gaat voornamelijk over inhuur van personen van kennis. De gemeente zal daar scherper op moeten zijn. En in deze tijd waar de gemeente naar eigen zeggen weinig goede mensen met de benodigde kennis en expertise kan vinden, om in dienst te treden. De accountant heeft dat al aangegeven, dat het goed zal komen, maar ik wil daar toch op blijven hameren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12269100/1