06-15 Transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
14
beantwoorden van mevrouw Çimen? Doet u dat dan eerst en dan doen we eventjes een rondje nog langs de zaal. Gaat uw gang, mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: De aanbeveling betreft de doelen voor specifiek deze, dus die is afgedaan zal ik maar zeggen op het moment dat specifiek in deze beleidsvelden de doelen helderder worden gemaakt. Maar het is ook een soort handreiking aan het college om verder te kijken in de rest, alleen voor het afdoen ervan niet, omdat het inderdaad betrekking heeft op beleidsvelden. Ik wil nog een hele kleine opmerking maken, omdat ter referentie in de schriftelijke reactie die wij al hebben gegeven met betrekking tot conferenties die daar hebben plaatsgevonden, daarvan hebben wij gezegd: het vaststellen van de hele doelenboom is wat ons betreft daarmee niet afgedaan. We hebben nog als raad ook mogen beslissen over eerdere aanbevelingen en die hebben betrekking op die conferentie. De aanbevelingen, of althans, de visie van deze rapporteurs is in ieder geval dat die aanbeveling nog niet is afgedaan en pas afgedaan kan worden uiterlijk bij een volgend college, omdat de manier waarop dat gedaan is – en ik begrijp met de tijd enzovoort, ik begrijp het allemaal – maar wat ons betreft is dat niet afdoende geweest om die aanbeveling als opgevolgd te beschouwen. De voorzitter: Dank u wel.
Dat is duidelijk, mevrouw Çimen? Oké, dan is nu mijnheer Klazes … Klaver, sorry, van het CDA aan het woord. Gaat uw gang. De heer Klaver: Dank u wel, voorzitter. Wat ik zie is rapporteurs die zich invreten in de materie en met betekenisvolle aanbevelingen willen komen en komen. En ik zie een college die in alle redelijkheid die aanbevelingen probeert te wegen en soms denkt: deze aanbeveling kunnen we overnemen, deze aanbeveling dat doen we toch eigenlijk al, en sommige aanbevelingen als niet mogelijk of niet wenselijk achten. Dat leidt dan tot verwarring, zoals het college dat aangaf, de wethouder dat aangaf. Ik denk, kunnen we hier nou ook een gesprek voeren dat we denken: nou, de reactie van het college, we hebben het allemaal gelezen, die is denk ik soms in mijn ogen ook heel redelijk. Zou dat ook kunnen leiden tot het intrekken van de aanbeveling? Dat we zeggen: oké, we hebben het gelezen, we kunnen het accepteren, we zien de problematiek, of we zien hoe de manier het college ermee omgaat en laten we de aanbeveling intrekken.
Is dat ook nog een mogelijkheid? Dan denkt het CDA met name aan aanbevelingen 2, 6 en 7 waarvan we denken: als we naar de reactie krijgen heel redelijk, moet die aanbeveling nog? Of zeggen we: we laten alle aanbevelingen staan en we kijken tegen die tijd wel hoe het college ermee omgaat en dan hebben we dan een discussie of dat naar wens is van de raad of niet. Dus, nou ja, zo. De voorzitter: Anders, vind ik prima. Maar dan mijnheer Abbasi, misschien kan beter uw termijn dan ook even en dat er dan een reactie bij elkaar genomen wordt. En mevrouw Klazinga heeft een verhelderende vraag aan mijnheer Klaver. Mevrouw Klazinga: Mijnheer Klaver, u zegt de aanbeveling 2, 6 en 7. Alleen, we hebben maar vijf aanbevelingen, dus kunt u iets concreter zijn over welke aanbeveling u precies bedoelt? De heer Klaver: Ik heb de nota van het college gevolgd, daar staan volgens mij zeven punten. zeven aanbevelingen. De voorzitter: Die hebben er gewoon iets bij verzonnen. Nee, sorry hoor. Mijnheer Abbasi. U heeft een interruptie? Gaat uw gang, mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Een interruptie voor de heer Klaver, maar ik was even door de vergaderorde, dus dank dat ik dat tussendoor kan doen.
Mijn vraag aan de heer Klaver is, hij stopt eigenlijk zijn redenering bij de goed afgewogen zorgvuldige argumentatie van het college, maar daarna hebben de rapporteurs vervolgens weer een goed, goed te begrijpen, zeer afgewogen, zorgvuldige reactie gegeven. Daar hoor ik hem niet over, dus heeft hij die gelezen, of niet?
15
De heer Klaver: Ja, die heb ik zeker gelezen en eigenlijk had ik nog in mijn eerste beschouwing: ja, de rapporteurs die met waardevolle aanbevelingen komen, het college die daar in alle redelijkheid wat van vindt en dan de rapporteurs die daar ook weer in alle redelijkheid op reageren, maar zich ook wat tekort gedaan voelen in de reactie op het college. En ja, dat zie ik gebeuren. En omdat ze zich tekortgedaan voelen, krijg ik ook de indruk dat misschien het openstaan voor de redelijkheid van de argumentatie van het college ook wat ondersneeuwt. De voorzitter: Ik denk dat het antwoord, en ik wil ook u wijzen op uw tijd, want de hele jaarrekening komt ook nog. U heeft een korte interruptie? Mevrouw Oosterbroek: Ik vind het toch wel, waar haalt u al die emotie vandaan? Het gaat hier gewoon over een rapportering, informatie wijzen. Ik zie niet dat de Duisenbergcommissieleden zich tekort gedaan voelen, ze reageren gewoon inhoudelijk op de stukken. Dus dat vraag ik me af, waar haalt u al die emotie vandaan? De voorzitter: Dan echt heel kort, mijnheer Klaver, want dit vind ik niet zo toevoegen aan deze discussie. De heer Klaver: Nee, ik eigenlijk ook niet, want de emotie, voor zover die er is, de woordkeuze in de reactie zeker aan het eind van de rapporteur spreken denk ik voor zich. De voorzitter: Oké, dank u wel.
Nu is eindelijk mijnheer Abbasi van de Partij van de Arbeid aan de beurt. Gaat uw gang. De heer Abbasi: Dank u wel. Het is een heel bijzondere vergaderorde, ik heb dit nog nooit zo meegemaakt om het een beetje door elkaar heen te discussiëren, maar het is leuk om een keer iets anders te doen toch. Ik wilde eigenlijk beginnen met de dank uitspreken naar de rapporteurs, want de tijd en de energie die ze hierin gestoken hebben, daar heb ik heel veel waardering voor. Vooral als raadsleden die hun raadswerk al naast hun reguliere baan doen hebben ze heel veel tijd gestoken om dit rapport op te stellen, dus dank daarvoor. Maar ook dank aan het college om daar uitvoerig op te reageren. Eigenlijk zou ik onze reactie dat op beide reacties willen focussen. Eén is dat er voor ons vanuit de PvdA best wel behoorlijk wat aanbevelingen zijn die helder zijn en die we zo over kunnen nemen. Zo lees ik in aanbevelingen dat er wordt gevraagd om eenduidige en voor iedereen begrijpbare termen, er wordt gevraagd om hyperlinks te creëren zodat duidelijk terug te vinden is over welk beleidsstuk het gaat. Dat zijn punten die volgens mij ook vanuit het college worden omarmd. Tegelijkertijd zou ik ook wel echt ervoor willen waken dat we niet in een situatie komen waarin we te veel verzanden in details.
Ik vind die Duisenbergvragen die als eerste aanbeveling worden gevraagd om dat in ieder beleidskader in iedere notitie toe te voegen vind ik wellicht iets te ver gevraagd. De reden daarvan is omdat ze eigenlijk veel dingen al doen, maar tegelijkertijd vraag me af of het belangrijk is om bij ieder beleidsstuk heel diep in te gaan op wat het gekost heeft, wat het gaat kosten en waarom we het doen, omdat we natuurlijk met elkaar al hier afspraken hebben gemaakt waarom we veel dingen doen. Ik weet niet of het nou, als we een nieuw participatiebeleid opstellen of het weer gaan actualiseren zoals we vaker doen, omdat we dan steeds moeten gaan vragen waarom we doen. Want dat weten we wel. Tegelijkertijd denk ik dat het wel belangrijk is om de mindset van de ambtenaren, dus de beleidsopstellers, dus de mensen die de stukken – wij zijn natuurlijk de beleidsopstellers, maar de ambtenaren die het beleid opschrijven – om bij hun on top of mind te hebben dat dit soort dingen wel terugkomen. Dus we hoeven niet concreet in die vragen te zien, maar het is wel belangrijk om bij hun te blijven focussen op waarom dit gebeurt. De voorzitter: Ik zie interruptie van mevrouw Çimen van D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Zo'n integraal afwegingskader is juist een instrument voor die ambtenaren.
Het is niet bedoeld dat je dan in elk stuk die vragen opstelt, het gaat er alleen om dat je een bepaalde structuur volgt in je stukken en dat je dan nog eigenlijk gewoon desnoods in twee korte zinnen kan
16
zeggen: we hebben vastgesteld dat we dit willen gaan doen, dus daarom doen we dit nu en dit is het vervolg. Dus volgens mij maakt u het complexer dan het is. Bent u dat eens? De voorzitter: Bent u dat eens, mijnheer Abbasi? De heer Abbasi: Kijk, wat ik lees in de aanbevelingen is dat het in de format van alle overige relevante beleidsstukken en nota's wordt gedaan. Dus ik lees echt dat het daarin terug moet komen en dat vind ik inderdaad te complex. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dat was uw bijdrage? De heer Abbasi: Ja, dat was mijn bijdrage, maar nogmaals, ik wil afsluiten met te zeggen dat we moeten uitkijken dat we als raad niet te veel bezig zijn om continu ons af te vragen waarom we dingen willen controleren. We hebben laatst een interessant raadsconferentie gehad waarin er gezegd we dat we onze volksvertegenwoordigende taak soms verkwanselen en dat komt misschien ook wel omdat ze te veel bezig zijn met interne dingen dan externe dingen. Laten we dan daar een beetje voor waken. De voorzitter: Oké, dank u wel, uw verhaal is duidelijk. Mijnheer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ook misschien indirect naar mijnheer Abbasi en naar mevrouw Çimen, ik deel haar beeld op het integraal afwegingskader.
En waarom? Omdat wij als raad niet alleen de verplichting hebben, mijnheer Abbasi, om het zelf te snappen wat wij een jaar of twee jaar geleden zeiden, maar continu naar de Haarlemmers toe transparant en duidelijk te zijn. Want de lijnen die wij soms zelf moeilijk vast kunnen houden, kunnen zij vaak al helemaal niet meer vasthouden. Als je dan het integraal afwegingskader goed terug laat komen, compact, en de Haarlemmers kunnen constant die linken blijven leggen – en dat zie ik ook in de aanbevelingen van de twee teams – dan denk ik: dan ben je bezig om de Haarlemmers bij de les te houden en erbij te houden. Wij komen al vaak in de problemen met de complexiteit, nou, de Haarlemmers dan zeker. Die moet je minimaliseren, die complexiteit, voor ons en voor de Haarlemmers en wat dat betreft blijven wij de aanbevelingen van de Duisenbergteams steunen. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel heeft een interruptie op mijnheer Smit? Mevrouw Oosterbroek was iets eerder, wilde u nog wat zeggen? Ik wil wel naar een afronding toegaan. Ja, nee, kort graag. Nee, maar ik zeg het gewoon eventjes.
Mevrouw Oosterbroek: Ik vind heel fijn dat er om een structuur, dat we eigenlijk als raad, want de raad geeft volgens mij de opdracht aan de Duisenbergcommissie om daar een structuur te komen met een format en dat voor te stellen aan onze organisatie: laten we nou in ieder geval deze vragen meenemen in alles wat we doen, zodat we een structuur hebben, duidelijkheid. Ik sluit me helemaal aan bij het verhaal van mevrouw Smit – of, van mijnheer Smit, sorry – en mevrouw Çimen en ik wil de commissieleden ontzettend bedanken weer voor hun harde werk. De voorzitter: Voordat weer iedereen gaat bedanken, dat doe ik dan als voorzitter wel, want anders gaat het allemaal tijd kosten. Mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde u graag bedanken voor het zo meteen bedanken van de rapporteurs. Een tijdje geleden is deze nieuwe gemeenteraad begonnen onder andere met een motie, met allerlei besprekingen onder elkaar: wij willen die gemeenteraad meer in positie zetten en dat is zodat wij onze controlerende taak beter kunnen uitvoeren en dat is dat wij een betere informatiepositie krijgen. Een van die onderdelen in dat hele project is ook weer dat doorgang laten vinden van die rapporteurs, die heel goed in dat beeld van die raad in positie passen. Dan vervolgens komen daar goede aanbevelingen van mensen die
17
inderdaad veel tijd daarin stoppen uit. Dan wordt dan nog over heen en weer gesproken tussen college en rapporteurs over wat moeten we ermee. Dan vind ik eigenlijk, als raad moet je dan vervolgens ook zeggen: dank jullie wel voor deze goede aanbevelingen en dan is het aan het college gewoon om zijn stinkende best te doen om die aanbevelingen na te gaan komen. Dat dat misschien niet altijd helemaal lukt of iets, nou ja, dat dat zien we dan wel weer. Maar dat is hoe de verhoudingen ook zijn en dat wilde ik graag nog meegeven in deze discussie. De voorzitter: Dan is er gelijk een reactie van mijnheer Klaver van het CDA. De heer Klaver: Wat nou als die hele goede aanbeveling eigenlijk weerlegd wordt om goede redenen door het college, dat je zegt: nou ja, oké, het was een goede aanbeveling, we hebben er goed naar gekeken, maar het is alles overwegende toch niet zo zinvol om hem over te nemen. De voorzitter: Mijnheer Klaver. Het is duidelijk. De heer Klaver: Gaan we dan toch de aanbeveling omarmen? De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Nou, ik heb het gewoon over de houding die het college moet hebben en dan vind ik gewoon dat ze eerst hun best maar gaan doen om dit uit te voeren en vervolgens als het niet kan, dan komen ze maar bij ons terug. De voorzitter: Oké. Mijnheer Abbasi heeft een interruptie? De heer Abbasi: Ja.
De voorzitter: Op mijnheer Van Kessel of … De heer Abbasi: Ja, niet op u. De voorzitter: Nee, niet op mij natuurlijk. De heer Klaver misschien, of de heer Van Kessel. De heer Abbasi: Nee, ik heb geen interruptie op een interruptie. Nee, ik heb een interruptie op de heer Van Kessel. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Abbasi: Mijn vraag aan de heer Van Kessel is, u zegt, u wilt betere informatie. Ik denk dat we daar met zijn allen wel over eens zijn. Maar is betere informatie voor u synoniem aan meer details? De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Soms. De voorzitter: Dat is een antwoord. Mijnheer Trompetter, ja, ik wil nu toch gaan afronden, want ik wil nog even terug naar onze geweldige leden van de Duisenbergcommissie. Maar mijnheer Trompetter heeft nog een termijn? Actiepartij. De heer Trompetter: Jazeker. In ieder geval dank voor de stukken. Het was voor mij heel erg verhelderend en ik kan me eigenlijk wel vinden, onze fractie, in de aanbevelingen die worden gedaan door de
18
Duisenbergcommissies. Ik kan me ook wel vinden in de opmerking dat het college zijn best zou moeten doen om zoveel mogelijk van die dingen te realiseren en als het nou niet lukt, dan gewoon weer terug naar de raad komen om te zeggen: inderdaad, dit kan echt niet zo, kunnen we dat anders doen? Maar voor mij was het in ieder geval zeer verhelderend. De voorzitter: Dat is een compliment. Dank u wel. Heeft iedereen nu zijn zegje gedaan? Want dan ga ik toch even naar de afronding van dit onderdeel van deze vergadering. Wie van de Duisenbergleden kan ik nog even het woord geven? Dat lijkt me heel goed dat mijnheer Krouwels … De heer Krouwels: Ik doe dat even allemaal op de eigen beleidsstukken en ik wil even één ding eruit pikken als gaat om economie en zeker in reactie op mijnheer Klaver. Ja, we hadden best wat aanbevelingen kunnen doen als we een toezegging hadden gehad, ook op het laaghangend fruit. Dat hebben wij niet zo direct kunnen vinden. En zeker als het gaat even om economie, dan pik ik er eentje uit, van een aanbeveling die makkelijk op te volgen is. In het doel staat: aandacht ergens voor hebben. Ik kan iedereen uitleggen: je hebt aandacht voor een bepaald doel. Omschrijf dat op een manier om de controleerbaarheid te vergroten. We zien dat het college dat begrijpt, maar geen opvolging daarop, dus blijft wat ons betreft die aanbeveling staan.
Dat zorgt voor een groter abstractieniveau, het zorgt ook voor veel vaagheid, maar we zien juist op de stukken van economie dat die vaagheid – en we hebben ook die discussie gevoerd op de Economische Agenda – alleen maar zorgt voor juist meer detail, meer discussie. Wij zouden daar graag meer gekwantificeerde dingen bij willen hebben in de begroting en jaarstukken. Daar slaat onze aanbeveling op. En dan stuur ik hem even door naar mijn volgende rapporteur. De voorzitter: Mevrouw Barten. Mevrouw Barten: Ik pak er ook heel kort een paar punten uit. We zijn met zijn vieren, ik zal het niet te lang houden, maar een paar dingen die mij opvielen, de pindakaasfabriek. Die kan ik toch even niet laten liggen. Als u denkt we hebben het over een pindakaasfabriek, dan krijg ik het gevoel dat u denkt dat we alles willen simplificeren. Dat is absoluut niet het geval. We begrijpen heus wel dat dingen niet altijd heel simpel zijn en heel makkelijk meetbaar zijn, maar juist complexe ontwikkelingen, daar willen wij wel informatie over krijgen. Om dat dan aan de kant te schuiven en te zeggen: dat is de ingewikkeld en u wil een pindakaasfabriek. Nou, dat is zeker niet hoe wij die aanbeveling hebben ingestoken en ik hoop dat u dat er ook uit kan halen. Een ander punt, mijnheer Roduner riep op tot een fundamenteel gesprek.
Nou, dat is een goede oproep en daar kijken we denk ik erg naar uit en ik hoop ook naar aanleiding van deze aanbevelingen dat we dat kunnen gaan hebben. Nog even op het punt over niet in details verzanden, wat mijnheer Abbasi noemde. Ik denk het waarom van een bepaald beleid en van bepaalde activiteiten is wat ons betreft absoluut geen detail. En wat ook door mijnheer Smit naar voren werd gebracht, dat moet gewoon altijd als een paal boven water staan. We hebben ook gemerkt in gesprekken soms met portefeuillehouders, met ambtenaren, dat het waarom van het beleid, als dat niet duidelijk is, daar zijn verschillende ideeën over, is het gewoon ontzettend moeilijk om samen dat gesprek aan te gaan over de resultaten en wat we nou met zijn allen bereiken en of dat effectief is. Nog als laatste, we willen niet meer informatie, we willen betere informatie. Dus we vragen echt niet om een super dik verslag, we vragen gewoon dat we duidelijk antwoord krijgen op die punten en dat die helderheid ons heel erg hoop ik als raad gaat helpen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Barten. Mijnheer Procee. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter.
We zijn met een hele positieve insteek begonnen om eens te kijken met het college, met ambtenaren: wat treffen we aan, en als we dat dus goed doordenken, waar komen we dan uit, wat zouden we dan gezamenlijk beter kunnen doen? Het gekke is, en dan kom ik ook een beetje bij mijnheer Abbasi uit, want wat mijnheer Abbasi zei, mevrouw de voorzitter: we weten toch wel waarom we het doen? Nou, soms heb je daar toch verschillende beelden over en vaak staat het niet goed genoteerd. We
19
hebben dus ook aan die ambtenaren gevraagd bij ons: waarom doen we eigenlijk dit toeristisch beleid? Want we kunnen ons van alles voorstellen, maar waarom doen we dat nou eigenlijk? Daar kwam in drie zinnen een volstrekt helder antwoord op en als je deze ambtenaren daar twee minuten op laat zitten, dan hebben ze dat in één zin samengevat en is volkomen helder wat er gebeurt. Juist dat willen we bereiken. U bent terecht dat u scherp nadenkt wat u van onze aanbevelingen vindt, maar dat is precies wat wij met onze aanbevelingen beogen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Procee. Mevrouw Klazinga tot slot. Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Ik wil op twee verschillende dingen reageren, wat het CDA zei en wat PvdA zei. Het CDA over de mogelijkheid van zouden we aanbeveling kunnen intrekken, en dan 2, 6 en 7. Ik heb eventjes inderdaad naar het collegestuk gekeken, dus dank voor die verheldering. Wat 7 betreft, daar hebben wij zowel in onze schriftelijke reactie als nu net in onze mondelinge reactie van gezegd dat dat geen aanbeveling was. Dus die behoeft geen intrekking, het is geen aanbeveling, dus daar wordt in ieder geval aan uw wensen voldaan. Dan wat 2 en 6 betreft, om heel eerlijk te zijn, wij stonden er al behoorlijk overtuigd in dat dat nuttige aanbevelingen zijn en opvolgbare aanbevelingen zijn.
Wij willen best in gesprek met het college om het erover te hebben: op wat voor manier ga je daar precies uitvoering aan geven? Maar datgene wat hier vanavond door andere commissieleden is gezegd sterkt mij in ieder geval als rapporteur in de gedachte om die aanbevelingen te handhaven. Dan nog wat betreft de woorden van de PvdA over zoveel details en waarom moeten we iedere keer bij ieder stuk ambtenaren gaan verplichten om zich af te vragen wat de antwoorden op die vragen zijn? Nou, dat is helemaal niet de bedoeling, het is de bedoeling om iedereen – en dat betreft bewoners, dat betreft ambtenaren en dat betreft de raad – iedere keer bij de hand te nemen en weer even daaraan te herinneren: wat zijn we nou eigenlijk aan het doen? Dus het is helemaal niet zo dat je daar iedere keer opnieuw over na moet denken. Integendeel, het is juist de bedoeling dat daar consistentie in zit. Dus waarom doen we dit? Dat bepaal je aan het begin en dat zet je iedere keer er eventjes kort in waarom we dat doen. Wat willen we bereiken? Dat bepaal je aan het begin en dat kan je best in de loop der tijd bijstellen. Als je aanleiding ziet om dat bij te stellen, dan vergt het inderdaad eventjes wat meer woorden, want dan wil je dat uitleggen: we wilden dit bereiken, maar bij nader inzien willen we nu dat bereiken. Dan leg je dat uit.
Maar het is helemaal niet zo dat er ieder beleidsstuk opnieuw nagedacht hoeft te worden over de antwoorden op die vragen. Je bepaalt dat juist aan het begin. En dan inderdaad, toegegeven, wat het college zegt, natuurlijk kun je niet in een visiedocument antwoord geven op al die vragen. Als je nog geen antwoord kunt geven, dan zeg je dat gewoon: daar kan ik nu nog geen antwoord op geven, maar in die en die fase van dit project wel. Dus nee, het is niet de bedoeling. Wat dat betreft, wat mijn mederapporteurs hebben gezegd, ook ik heb de ervaring in gesprekken met de ambtenaren dat het waarom en het wat willen we bereiken lang niet altijd helder op het netvlies is. Het waarom van ons beleidsveld was – tenminste, dat is het antwoord wat we gekregen hebben – en dan sla ik het misschien veel te plat, maar dat is echt het antwoord dat we gekregen hebben: het stond in het coalitieakkoord. Natuurlijk zit daar een reden achter waarom het in het coalitieakkoord stond, maar dat waarom hebben wij niet te horen gekregen als rapporteurs. Hetzelfde geldt voor de doelstelling van het beleidsveld wat wij hadden, 6.1, participatie.
In ons gesprek met de ambtenaren – en dan wil ik zeker de ambtenaren niet tekort doen, want die hebben hartstikke goed werk geleverd – maar toen wij zeiden: dit is de doelstelling binnen het beleidsveld en kunnen jullie ons wat meer uitleggen wat je nou precies met deze doelstelling bedoelt? Kregen wij de reactie: o, wij hadden die doelstelling eigenlijk ook niet zo helder op ons netvlies. Nou, om dat soort dingen te voorkomen denken wij dat het handig is om iedere keer weer in die stukken die vragen helder te hebben, en niet iedere keer opnieuw te beantwoorden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor uw hartenkreet eigenlijk wel een beetje. Dit onderwerp is afdoende behandeld. Mocht u denken, we willen er nog wat over zeggen, dan hebben we ook nog een raadsvergadering. Het gaat als bespreekpunt naar de raad, dus als u nog aanvullingen heeft, dan kan dat daar. Ik neem aan, dan moet ik u vragen: is het ook een stemverklaring, of een hamerstuk? Het lijkt mij, want uiteindelijk gaan we de hele
20
jaarrekening nog bespreken, maar het is aan de commissie om dat te zeggen. Ik neem aan, zullen we gewoon hamerstuk doen en als er nog iets … Mijnheer Amand wil altijd een stemverklaring. U kunt ook altijd weer naar beneden, gewoon naar een hamerstuk. Dat is prima, dat is prima. De heer Klaver: Dit gaat me even te snel. Zegt u nou dat de aanbevelingen een hamerstuk zijn, is dat wat u zegt, wat u voorstelt? De voorzitter: Wat zegt u? Het is gewoon een raadsstuk ter bespreking. Er zijn twee onderdelen. Kijkt u even naar de agenda, ik weet het ook niet uit mijn hoofd. Maar kijk, als mijnheer Amand denkt dat zijn partij er iets over wil zeggen in een korte stemverklaring, dan kan hij dat doen. Het zijn agendapunt 4 en 6, hoor ik hier. Ik ben een beetje … De heer Klaver: Ik begrijp het niet, voorzitter, wat er nu gaat gebeuren. De voorzitter: Dit is onderdeel van de bespreking van het jaarverslag en de jaarrekening, die zijn over twee weken in de gemeenteraad. Dit hele verslag van de Duisenbergcommissie, de aanbevelingen, is een onderdeel van die agenda, maar geen adviesstuk, want in feite is dat afdoende besproken. Het is gewoon een bespreekpunt en als u wil dat uw partij daar iets over zegt, dan geef ik u de gelegenheid voor een stemverklaring.
Maar u kunt het ook het geheel verpakken in uw oordeel over de jaarrekening, omdat het uiteindelijk toch aanbevelingen zijn voor de jaarstukken. Mijnheer Wiedemeijer, u wilt … De heer Wiedemeijer: Ja, sorry, maar dat klopt niet. Het is een apart raadstuk waar de raad een eigenhandig besluit over … De voorzitter: Het zijn twee raadsstukken. De heer Wiedemeijer: Ja, dus de raad moet de aanbevelingen wel of niet bekrachtigen. Dus dat is de vraag die de heer Klaver … De voorzitter: Ik krijg hier door dat het een bespreekpunt is, maar volgens mij is het een onderdeel van de besluitvorming bij de jaarrekening. Er zijn een paar besluitpunten. Maar ik denk dat we er zo wel uitkomen, denkt u niet? Het wordt gewoon een hamerstuk met stemverklaring, zoals ik al eerder zei. Ja, toch? Dan klopt het. De heer Abbasi: Mag ik toch nog … De voorzitter: En uiteindelijk zijn de aanbevelingen Duisenberg ook een onderdeel van het besluitpunt van de raad. De heer Abbasi: Maar mag ik toch nog wat vragen? Betekent dat dan we dan de reactie van het college dan ook meenemen als hamerstuk? Want die zit erbij. De voorzitter: Nee, dat is geen raadsstuk. We hebben nu agendapunt 4, 5 en 6 afgedaan en dan gaan we het zo over de jaarrekening hebben. Dat is uiteindelijk het grootste punt van de vergadering van over twee weken. Kan het, mijnheer Wiedemeijer? Oké. Ik wil even, ik word hier gewoon echt afgeleid.
Mag ik nu eventjes tot slot de Duisenbergrapporteurs heel hartelijk bedanken namens ons allemaal, ik neem aan ook namens het college en de ambtenaren, want het houdt ons allemaal scherp. Ik vond het ook eigenlijk wel een hele levendige discussie, want zo hebben we het eigenlijk nog nooit meegemaakt met een Duisenbergverslag en dat lijkt me een groot compliment voor deze mensen. Dank u wel. Nu gaan we even schorsen voor het eten en ik zie u om tien voor zeven weer hier terug, want dan gaan we de echte jaarrekening en het jaarverslag bespreken.
21
Schorsing 7.
Eerste en tweede termijn van fracties over de jaarstukken (FR) 7.1 Vaststellen Jaarverslag en Jaarrekening 2022 (college) 7.2 Collegereactie rapport voor bevindingen Deloitte Jaarstukken 2022 De voorzitter: Jongens, als iedereen even plaats wil nemen, dan gaan we zo verder met de vergadering. Ik geloof dat de heer Wienen ook hier hoort te zijn. Ik zie hem niet. Als hij te laat is, dat merken we dan wel. Wij zijn nu aangeland bij agendapunt 7 en dat is eigenlijk toch wel het grote bulk van deze commissie Bestuur en dat is het vaststellen van het jaarverslag en de jaarrekening van 2022. De heer Klaver: Gaan we agendapunt 6 niet doen, voorzitter? De voorzitter: Dat heb ik al een paar … U raakt in de war met 6 en 7, maar ieder geval, dat heb ik voor de pauze behandeld, dat was namelijk de Duisenbergaanbevelingen. De heer Klaver: Volgens mij is punt 6 de aanbevelingen van eerdere jaren. De voorzitter: Ja, dan zal ik u uitleggen. We gaan nu naar het jaarverslag waarvan op pagina 316 het besluit staat en onderdeel van het besluit is ook het afdoen van de Duisenbergaanbevelingen voorgaande jaren. Dus dan nemen we dat in één klap mee. Ja? Dat is gewoon voor de helderheid, ook is dat wel fijn voor het college misschien. U kunt zelf die besluitpunten, die ga ik echt niet allemaal oplezen, op pagina 316 nalezen en dan gaan we nu naar het eerste termijn van de raad.
Wie van u kan ik het woord geven? Mevrouw Çimen van D66, gaat uw gang. Iemand heeft mij aan, maar dat lijkt me … Dus doe dat gewoon uit. Mevrouw Çimen, gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben het jaar 2022 afgesloten met een plus van 49 miljoen euro. In tegenstelling tot voorgaande jaren niet omdat we het geld niet hebben kunnen wegzetten, maar we houden zoveel geld over omdat we toch ook een flink aantal miljoenen euro's laat in het jaar hebben ontvangen van het Rijk. We zien dat realisatie in 2022 omhoog is gegaan, met name bij beheer en onderhoud is een been bijgetrokken. Daar zijn we heel erg blij mee, want de realisatiecijfers waren daar de afgelopen jaren flink achtergebleven. Dus dat is een hele mooie ontwikkeling. Voor het eerst in jaren zijn er meer medewerkers ingestroomd dan mensen die de gemeente hebben verlaten, dus ook dat is heel mooi. Al met al een paar hele mooie trendbreuken. Ook is het goed om met elkaar vast te stellen dat niet alleen de schuld op de balans omlaag is gegaan, maar ook de schuld aan de stad, simpelweg omdat we meer concreet aan het doen zijn in Haarlem. Daarnaast is het ook wel van belang om hier te benoemen dat we ons niet rijk rekenen en D66 kan zich ook goed vinden in het aanleggen van een buffer voor de financieel magere jaren die waarschijnlijk ook op ons af zullen gaan komen.
We zullen moeten afwachten wat het Rijk gaat doen, maar het is goed om ons voor te bereiden, zodat we eventuele eerste klappen kunnen opvangen. De heer Van Kessel: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Van Kessel, VVD, gaat uw gang. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor mevrouw Çimen redelijk positief over de realisatiekracht van de gemeente en de manier waarop we investeringen wegzetten. Het klopt inderdaad dat het meer is dan vorig jaar. Alleen, de ambitie voor de komende jaren gaat nog veel verder omhoog en in die zin maakt de VVD zich zorgen over of die schuld aan de stad, waar ze het zelf over heeft, of die de komende jaren niet gaat opbouwen als we die realisatie kracht niet terugkrijgen. Heeft u die zorg ook?
22
De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Zeker, want de ambities zijn groot. Maar ik ben nu vooral even aan het terugblikken en ten opzichte van vorig jaar en het jaar daarvoor ben ik met name de vergelijking aan het maken. Ten aanzien van het vooruitblikken zal ik dat ook bij de kadernota gaan doen en dan is dit ook zeker daar onderdeel van. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Çimen: Oké, dank u wel. Daarnaast wil ik graag benoemen dat in 2022 het aantal mensen in de bijstand is afgenomen. Ik hoop dat we alles op alles zetten om deze trend in 2023 voort te zetten, want zeker in deze arbeidsmarkt is het onverteerbaar dat er mensen die kunnen werken aan de kant staan en dat we niet gebruik maken van alle kennis en capaciteiten van alle inwoners. Daarnaast was 2022 toch ook wel een heftig en bizar jaar. We kwamen uit een coronapandemie en we gingen naadloos over in een oorlog op het Europese continent. De oorlog in Oekraïne is natuurlijk als eerste een drama voor de mensen in Oekraïne zelf, maar daarnaast heeft de Russische inval ook een enorme vluchtelingenstroom op gang geholpen en allerlei onzekerheden over onze energievoorzieningen.
Ik ben dan ook blij om te constateren dat wij een gastvrije stad zijn, waarbij Haarlemmers hun eigen huis en haard hebben opengesteld voor vluchtelingen en Haarlem ook de verantwoordelijkheid pakt om statushouders te huisvesten en opvanglocaties voor asielzoekers te realiseren. Maar na al deze mooie ontwikkelingen heb ik nog wel een punt van zorg, iets wat mij ook persoonlijk aan het hart gaat. Want in 2022 is er een flinke toename van meldingen van kindermishandeling en een flinke toename van meldingen van geweld door partners of ex-partners. Heeft het college dit scherp op het netvlies, heeft het college een beeld of er simpelweg meer wordt gemeld, of dat de cijfers van mishandeling aan het stijgen zijn in Haarlem? En kan er aangegeven worden of het college dit heeft besproken en of er aanvullende acties zijn ondernomen in 2023 om dit tij te keren? Daarnaast is afgelopen februari mijn motie Femicide niet langer afdoen als incident in relationele sfeer aangenomen. Hierin vraag ik aandacht voor de precaire situatie van meisjes en vrouwen als er sprake is van huiselijk geweld, stalking en bedreiging, en of er voldoende wordt doorgevraagd bij het doen van een melding of aangifte, omdat dit indicatoren zijn voor femicide. Ik heb gevraagd om de raad hierover te informeren voor de zomer van 2023. Wat is de laatste stand van zaken van deze motie? Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Çimen. Mijnheer … Wat zit u te wijzen, mijnheer Van den Raadt? De heer Van den Raadt: Ik wil interrumperen, voorzitter. De voorzitter: Nou, oké, gaat uw gang. Maar dan hoeft toch niet zo raar te wijzen? De heer Van den Raadt: Maar nu vraagt u wel: wat bent u aan het doen? Dus dan kom ik aan het woord. Maar ik had toch wel een vraag aan u, mevrouw Çimen, want u zei iets over die veiligheid. Ik was eigenlijk verbaasd dat te lezen in het jaarverslag op bladzijde 6, want daar staat van veiligheid: het aantal geregistreerde misdrijven in Haarlem is gedaald in 2022 ten opzichte van 2019. En u noemt andere getallen, ik vermoed ook andere getallen, maar het staat hier dat het allemaal hartstikke goed gaat. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dat gaat om het aantal geregistreerde misdrijven, dus dan is er ook sprake van aangifte, vermoed ik zo. Ik heb technische vragen gesteld over de aantal meldingen dus die ook bij Veilig Thuis worden gedaan. Dus dat zijn niet per definitie aangiftes, maar dat zijn wel indicaties dat er dus kindermishandeling plaatsvindt of andere vormen van geweld. Daar zie je dus wel de stijging in 2022. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Van Kessel, VVD, gaat uw gang.
23
De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de auditcommissie voor het goede verslag, wat ik met heel veel plezier gelezen heb, er stonden goede punten in. Datzelfde geldt ook voor het verslag van de accountant, ook die een scherp beeld gegeven van het jaarverslag en de situatie. Hier in de commissie Bestuur zal ik in ieder geval geen uitgebreid exposé over 2022 geven, maar beperk ik me even tot de commissie Bestuur. Dit is namelijk niet de plek om aan de wethouder Wonen te vragen hoe het nou kan dat er weer vijfhonderd sociale huurwoningen minder zijn. Wel kan ik natuurlijk de wethouder Financiën vragen waarom het college zich in het jaarverslag daarbij een goede beoordeling geeft. Zou de wethouder kunnen aangeven hoe dat proces nou in zijn werk gaat, en of dat in het college aan de orde gekomen is? En sowieso, kan hij een beeld geven van het gesprek dat over het jaarverslag heeft plaatsgevonden in het college, wat was nou de sfeer waarin het besproken is en welke punten kwamen daar naar boven? Mijn beeld in ieder geval dat de financiële huishouding van de gemeente dit jaar veel meer op orde gekomen is, vooral ook door onverwacht veel middelen die vanuit het Rijk zijn gekomen voor bestaande taken. Een aandachtspunt blijft wel de hoge belastingcapaciteit van de gemeente.
Vraag aan de wethouder is of voor hem belasting heffen een doel op zich is, of dat er ook mogelijkheden zijn bij deze wethouder om tot een route te komen om de belastingcapaciteit van veel te hoog naar een gemiddeld niveau te brengen? En een aandachtspunt, dat zei ik al eerder in de interruptie, voor deze organisatie blijft in hoeverre de gemeente in staat is om geplande investeringen in de stad te realiseren. Er is in het afgelopen jaar wel een stapje gezet, maar onze financiële planning gaat uit van veel grotere investeringen en graag dus ook een reactie van de wethouder daarop hoe deze gemeente dat probleem probeert te tackelen. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel, mijnheer Trompetter van de Actiepartij heeft een interruptie. Gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Is mijnheer Van Kessel het ook opgevallen dat Haarlem is gezakt op het lijstje van dure woonlastensteden, met nu? De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, één plaats of twee, geloof ik. De heer Trompetter: Nou, behoorlijk meer. De heer Van Kessel: Ik hoor verder geen vraag. De heer Trompetter: Niet dus, kennelijk. De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Trompetter denkt dat het meer gezakt is, maar gaat u verder met uw betoog, of heeft u … De heer Van Kessel: Nee, mijn betoog was klaar. Maar als er nog interrupties zijn, neem ik die graag aan.
De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, Partij van de Arbeid. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, op zich relevante vraag van de heer Van Kessel. Maar ik wil niet pietluttig zijn, maar dit zijn toch vragen richting de toekomst gericht die we in juli met elkaar gaan bespreken. Dus dan brengt u in hoe u wil dat de lasten zich ontwikkelen, dan is het toch gewoon gesprek voor t.z.t.? Ik bedoel, welke reactie dit college vanavond gaat geven gaat niet het beeld over 2022 veranderen, want dat is verleden tijd. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van Kessel.
24
De heer Van Kessel: Kijk, ik heb natuurlijk twee opties. We hebben nu hier een jaarverslag liggen over 2022, dat kijkt terug. We kijken terug op het jaar wat geweest is en daar geeft de provincie, de toezichthouder, een zware onvoldoende, een dieprode kleur, helemaal geen fijne kleur, over die belastingcapaciteit. Dan kan ik nu natuurlijk wel bijvoorbeeld dan een motie over indienen, of heel boos over worden, maar ik kan natuurlijk ook gewoon vragen: wat gaat deze wethouder eraan doen en is er met hem een gesprek mogelijk over hoe we dat gewoon naar normale proporties krijgen, zoals de provincie en we eigenlijk dat allemaal in Nederland normaal vinden. Dat is eigenlijk het enige smetje eigenlijk misschien nog wel in wat de toezichthouder geeft, dus ik hoop dat we een route kunnen afspreken om die belastingcapaciteit op orde te brengen. De voorzitter: Het lijkt me duidelijk. U moet een beetje op uw tijd letten als u nog wat wil zeggen. Wie kan ik nog meer? Mijnheer Alberts van Forum voor Democratie, gaat uw gang. De heer Alberts: Dank u wel, voorzitter. Het was een bijzonder jaar in 2021, dat werd benoemd vorig jaar met als verwachting dat dat een tijdelijkheid had toen we de jaarstukken hadden besproken. Wij vonden 2022 ook een bijzonder jaar. Op 15 maart werden de laatste coronaregels opgeschort, maar op 24 februari trok Rusland Oekraïne in en er is nog geen einde in zicht.
Onze fractie heeft gezien de nog een niet heel hoopgevende cijfers van onder andere de uitvoeringskracht de vraag welk perspectief het college ziet wat betreft de beleidsgrenzen en de realisatie daarvan, wat zou dit structureel voor de baten uit bijvoorbeeld de rijksbijdrage kunnen betekenen? Vergelijkbare vraag als de VVD, maar dan misschien meer terugkijkend gesteld, is er een trend te bemerken? In de beleidsvelden van burger, bestuur en veiligheid zien wij wisselende beschouwingen van de resultaten. Fijn om te zien dat volgens ons wel gemankeerde mate van participeren in ieder geval stijgt. Wij staan altijd voor het activeren van betrokken mensen en hopen deze mensen te kunnen behouden met ons nieuwe beleid op dit vlak. Tegelijkertijd zullen wij altijd blijven pleiten voor meer directe democratie en vinden het niet erg gepast dat de teleurstelling hierover in onze stad niet wordt meegenomen in dit verslag. Het baart ons, net als het jaarverslag, zorgen dat de dienstverlening achterblijft. We zijn daarom blij met de steun van de fracties om in de volgende commissie de klachten te bespreken. Wat betreft de leefbaarheid zouden wij de meldingen en de handhaving van overlast omgedraaid in het verslag zetten. Voor ons zou meer handhaving tot een afname van meldingen moeten leiden. Meer handhaving is er geweest, terwijl het aantal meldingen blijft stijgen.
Ook dit vinden wij zorgelijk en wij snappen de groene kleuren hier niet goed. Graag hierop een reactie van de wethouder. Tot zover, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u een interruptie, mijnheer Wiedemeijer? U wilt een termijn? Gaat uw gang, Partij van de Arbeid. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik zal niet grote beschouwingen doen over ontwikkelingen in de wereld, maar laat ik dan met een knipoog zeggen – dat was niet alleen op iemand individueel gericht – we hebben natuurlijk wel verkiezingen in Haarlem gehad. Nou zou ik met een knipoog niet het college vragen op de uitslag te reflecteren, of ik zou alleen de heer Roduner vragen, maar dat zou een beetje flauw zijn natuurlijk. Laat ik dan overgaan naar de financiële ontwikkelingen. Ik denk dat er wel een bijzonder plaatje voorligt, want als je soms op social media kijkt, dan denken sommige inwoners van Haarlem dat we technisch failliet zijn. Ik heb geen idee waar dat beeld vandaan komt, maar het zou fijn zijn als ook onze lokale media zou rapporteren over het beeld wat nu voorligt. Want even los van wie daar de credits voor moet krijgen – we hebben ook rijksgeld daar inderdaad voor gekregen – is simpelweg de situatie zo dat we een historisch lage schuld hebben. Een netto schuldquote van 57 procent.
Ik woon nu bijna zo’n 35 jaar in de gemeente Haarlem, ik denk niet dat van die 35 jaar we ooit een lagere netto schuldquote hebben gehad. Het volgende punt, we hebben een weerstandscapaciteit van 3,3. Ik denk ook niet dat we in 35 jaar zo'n hoge weerstandscapaciteit hebben gehad. Nu zijn hier ook nog wel leden in de raad die nog wat ouder zijn dan ik, dus misschien kunnen die dan nog een stuk verder terug om mij nu tegen te spreken dat we er ooit nog beter voor hebben gestaan, maar goed, laat ik die uitdaging niet al te veel activeren. Je kunt uiteindelijk wel bij die weerstandscapaciteit – en dat geldt ook voor het positief resultaat waar ik nu op verder ga, de 49 miljoen – op een gegeven moment
25
stellen: wordt het op een gegeven moment niet disproportioneel goed? Zijn het niet spaarpotten waar je op een gegeven moment moet zeggen: wat gaan we daar nou mee doen? Met natuurlijk ook in januari in deze commissie een gesprek gehad, en u mag allen uw oordeel daarover vellen bij de kadernota, wat we met de incidentele middelen moesten doen die toen werden ingeschat op 30 miljoen. Nou ja, ik neem aan dat we dan ook bij de kadernota opnieuw een gesprek zullen hebben richting de toekomst gericht hoe we het positief resultaat van de jaarrekening moeten bestemmen en of er nog uitdagingen zijn die we nu in de kadernota niet afdoende hebben beantwoord. Maar dat gesprek hebben dan t.z.t. Mijn collega mevrouw Çimen zei al dat het positief resultaat primair voorkomt uit extra rijksmiddelen en niet zozeer omdat prestaties niet zijn geleverd. Dus dat is denk ik op zich ook een positieve conclusie. Ik denk wat heel erg belangrijk is, en op zich was ik het wel eens met het vooruitkijkje wat de heer Van Kessel gaf, want je ziet dat we eigenlijk van een niveau komen dat we jaarlijks 40 miljoen aan investeringen doen en dat we nu voor het eerst eigenlijk dat glazen plafond soort van hebben doorbroken en dat we 50 miljoen doen.
Maar je wil naar een situatie dat je jaarlijks 75 of 80 miljoen structureel wil gaan doen en dat is nog een flinke stap voorwaarts, dus zullen we natuurlijk ook bij de kadernota daar het gesprek over moeten hebben, maar het is een stap in de goede richting. We hebben voor het eerst vrij hoge realisatiegraad en bijvoorbeeld ook in de openbare ruimte, waar die traditioneel vrij laag is. Dus ik wil ook wel de organisatie eigenlijk complimenteren met de prestatie die over het afgelopen jaar is geleverd, want ik denk ongeacht je politieke kleur kunnen we denk ik allemaal tevreden zijn over die hogere realisatiegraad. Of dat nou op stoeptegels is, of het onderwijs, ik denk dat we daar allemaal van profiteren als inwoners van Haarlem. De voorzitter: Er is een interruptie door de heer Van Kessel van de VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. De heer Wiedemeijer en ik delen het standpunt over het belang van een goede realisatiegraad en om dat te versterken. Dit is volgens mij wel een beetje ook het moment dat we niet alleen het college kunnen vragen: hoe staat het ermee en hebben we nu alles gedaan om te zorgen dat het in de toekomst goed gaat? Maar ook om daar misschien als raad nog wat extra kracht bij te zetten, te kijken: kunnen we dat dan toch versnellen, kunnen we nog expertise binnenhalen? Want we zien het belang ervan.
Dus mijn vraag ook aan u: heeft u behoefte aan om ook echt daar alles uit het onderste uit de kant te halen, en wilt u daarin meedenken? De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Vanzelfsprekend heb ik daar behoefte aan, want ik denk dat dat natuurlijk raadsbreed leeft, dat als in de begroting bepaalde ambitie zet in het investeringsplan, dat we ook natuurlijk graag zien dat dat gebeurt. Uw vervolgvraag is eigenlijk: wat is daarvoor nodig? Ik denk voldoende ambtelijke capaciteit, maar over de volle breedte speelt natuurlijk dat alle gemeenten dat willen en dat dat heel lastig is. Maar ook de positie van de raad. Soms moet je ook gewoon als ergens weerstand op ontstaat, niet een project tien keer terugsturen naar de wethouder om nog keer een ander kleurtje stenen, of weer een parkeerplekje eraf of erbij. Op een gegeven moment moet je dan dus ook gewoon als raad zeggen: wij kiezen voor snelheid, ook als dat weerstand oproept. Dus ik denk dat je ook wel continu met elkaar moet reflecteren op als we stellen dat die realisatiegraad echt enorm belangrijk is, dan past daar ook een politieke cultuur bij en dan denk ik dat bij de cultuur van 35-40 miljoen per jaar investeren een andere politieke cultuur past dan 80 miljoen per jaar investeren. Dat vraagt ook iets anders van de raad, namelijk dat je ook standvastig bent en ook bij weerstand je ambities blijft vasthouden.
Zonder blind en doof te worden, maar het vraagt denk ik ook wel een discussie hoe je daarmee omgaat. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, u bent bijna door uw tijd heen. De heer Wiedemeijer: Dat is mooi, want ik ben ook klaar met mijn betoog. Maar nogmaals dus het compliment voor de uitvoering aan de hele organisatie. Keep up the good work, en volgend jaar 80 miljoen.
26
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wiedemeijer. Wie kan ik nu het woord geven? Mijnheer Smit en dan bent u, mijnheer Trompetter, daarna. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb waardering voor mijn collega’s hiervoor, die hebben allemaal goede vragen gesteld, goede opmerkingen gemaakt. Eén opmerking bij de realisatiegraad, investeringen in de openbare ruimte. We moeten wel onthouden dat we een enorme inflatie in ‘22 op de kosten hebben gehad. Dus een deel van die stijging heeft puur te maken met de hogere materiaalkosten. Een paar opmerkingen, specifiek één voor de wethouder Financiën, daar begin ik mee. Op bladzijde 8 van het accountantsverslag staat: “Voor 2022 waren we net als voorgaande jaren niet voornemens om de algemeen IT-beheersingsmaatregelen te toetsen op effectieve werking. Gezien het aantal en de aard van onze bevindingen naar aanleiding van de uitgevoerde IT-audit is dat op dit moment ook niet effectief om te doen.” Dat impliceert dat wij op dit moment geen systeemgerichte controleaanpak toepassen waarbij gesteund kan worden op de algemene IT-beheersingsmaatregelen van de systemen. Geachte wethouder, wat is er nodig om de systeemgerichte controleaanpak mogelijk te maken? Het was immers een uitgangspunt, alweer een paar jaar geleden, bij het aangaan van de controleopdracht door Deloitte.
Dat u het antwoord niet meteen ter plekke heeft, dat accepteer ik ook. Dan pagina 19. Nee sorry, pagina 25 van het concept accountantsverslag. Daar wordt gesteld: “De beoordeling door het college van burgemeester en wethouders van het risico voor materiële fouten in de jaarrekening als gevolg van fraude of van het overtreden van wet- en regelgeving.” Dat themapunt, en daarin wordt geconstateerd dat de accountant jaarlijks vraagt bij ons naar de inschatting van het risico en dat daar een duidelijk antwoord op gekomen is. Geachte wethouder, wordt daarin ook meegenomen de aandacht die ook nodig is voor die zaken die te maken kunnen hebben met fraude of het overtreden van wet- en regelgeving buiten onze jaarrekening om, maar wel een gevolg kan hebben voor de stad c.q. de ambtelijke organisatie c.q. wat u erbij bedenkt. Dus niet alleen wat er binnen de jaarrekening als probleem kan ontstaan, maar ook door eventueel foutief handelen buiten de jaarrekening om. Dat zijn nu mijn opmerkingen vooralsnog. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Nu is mijnheer Trompetter van de Actiepartij, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ook vanuit onze fractie de complimenten voor de organisatie en de uitvoeringskracht. We staan er financieel goed voor, we zijn veel beter aan het uitvoeren dan we voorheen aan het doen waren. Toch nog wel een paar opmerkingen.
Het aantal mensen die vrijwilligerswerk doen is nog niet helemaal op het gewenste streefniveau. Nou, daar moeten we nog maar een beetje aan werken. En passende ondersteuning bij beschermd wonen plekken is ook nog een beetje achtergebleven. Als daarbij ook nog het terugdringen van de daklozen ook niet helemaal gelukt is, dan kun je die twee met elkaar verbinden, namelijk we vangen heel veel mensen op in de opvang en een aantal van die mensen heeft gewoon een indicatie bescherm wonen. Dus we gaan ervan uit, daar komen we ook bij de kadernota nog over te spreken, dat het echt structureel gaat verbeteren. Er zijn ook nog werkzoekenden met een beperking die ook niet helemaal worden bediend en het lukt niet helemaal goed om die mensen aan het werk te helpen. Ook daar is misschien wat extra aandacht voor nodig. De afhandeling van vergunningen, daar komen we bij de kadernota over te spreken, daar wordt extra geld aan uitgegeven. Dat is op zich ook heel goed dat we dat doen, maar dat is wel weer even een ander punt. Dan, mijn buurman noemde het al, 527 sociale huurwoningen minder. Dat is eigenlijk wat al jaren gebeurt in de stad, minder en minder woningen. De verwachting van het college is wel dat dat in 2023 weer gaat groeien, maar betekent dat dan ook dat we de kaalslag van de afgelopen decennia teniet zullen gaan doen? Dan over burger en bestuur tot slot.
Er waren veel klachten over het klant contact centrum. Daar wordt ook bij de kadernota wel weer over te spreken dat het toch wel heel goed moet zijn, de gemeente moet als een betrouwbare dienstverlenende overheid zijn. Maar toch nog om even terug te komen bij punt 1, complimenten voor de uitvoeringskracht en de actie en hoe we er financieel nu voorstaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Mijnheer Klaver van het CDA, gaat uw gang.
27
De heer Klaver: Voorzitter, dank voor alle stukken in relatie tot het jaarverslag. Om te beginnen met het accountantsverslag. Een duidelijk verslag en duidelijk hoe het college verder gaat met de aandachtspunten die de accountant heeft benoemd. Daarin wordt voor nu wat ons betreft voldoende ingegaan op de zorgen over de realisatiekracht voor de investeringen. VVD zei het al, complimenten voor de auditcommissie. Het lijkt me dat het college de brief van de auditcommissie ter harte neemt. Het CDA is nieuwsgierig of het college in de brief zaken leest waar het college niks mee kan of wil. Met andere woorden, zijn er moties nodig voor de aandachtspunten die de auditcommissie duidt? Omdat er een zin daarnaar verwijst in de brief van de auditcommissie. Maar de brief van de auditcommissie is denk ik heel volledig en een mooie beschouwing bij het jaarverslag, en goede aandachtspunten. De besluiten uit het raadsstuk, voorzitter, zijn wat ons betreft akkoord, met de uitzondering van besluitpunt 6 inzake de afdoening van de Duisenbergaanbeveling onderverdeling aantallen medewerkers en kostentoerekening. De vraag in het amendement was destijds per beleidsveld meer inzicht te hebben in welk deel van het budget naar personeel gaat, eigen en ingehuurd, en welk deel naar overige kosten. Nu is het echter niet per beleidsveld, maar per domein en daardoor veel globaler, veel abstracter.
Juist in deze tijd is inzicht in die externe inhuur denk ik heel belangrijk, zie ook mijn technische vraag daarover bij het jaarverslag. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaver. Mevrouw Oosterbroek van GroenLinks, gaat uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Bedankt, voorzitter. GroenLinks kijkt terug op een succesvol jaar. We waren er weer, we mochten naar buiten en draaiden onze lokale Haarlemse, deels circulaire economie en activiteiten op brede welvaart. De voorzitter: Wacht eventjes, er gaat iets mis hier. Mijnheer Klaver krijgen we nog een keer te horen. Gaat u verder, mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: GroenLinks heeft drie punten over het jaarverslag. Een vraag over het sportfonds, een streng betoog over de verduurzaming van het vastgoed en een positief verhaal over de verduurzaming van onze verslaglegging. Een vraagje over het sportfonds. Afgelopen jaar is niet het hele budget van het Jeugdfonds Sport & Cultuur in Haarlem opgegaan. GroenLinks vindt het belangrijk dat dit budget elk jaar wordt opgemaakt, zodat zoveel mogelijk Haarlemse kinderen kunnen sporten en naar cultuur kunnen gaan. Wethouder, hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit budget ook dit jaar weer goed terechtkomt? Dan ons tweede punt, de realisatie van onze vastgoedambities. We voldoen aan de verplichting label C voor gebouwen groter dan 100 vierkante meter.
Betekent dat dat er nog gebouwen zijn die echte energieslurpers zijn, maar een uitzondering hebben op deze verplichting, en wanneer gaan we die nu eens aanpakken? Want na vijf jaar duurzaam doen en actie kan het toch niet zo zijn dat we alleen acteren op wettelijke verplichtingen met betrekking tot ons vastgoed? En ja, eigenlijk samenvattend vinden we dit gewoon best wel traag gaan. In 2017 hebben we besloten om een inventarisatie te maken van ons vastgoed, daarna is er een softwaresysteem ontwikkeld en daar komt laaghangend fruit uit. Dat is geïdentificeerd en drie jaar later is dan besloten om het geld te investeren in verduurzaming van ons vastgoed. En ja, wat ik dan nu lees, is dat we daarvan nog maar 300.000 euro hebben uitgegeven en hebben kunnen investeren. Dus we zijn, we waren er zelf ook bij, maar wij zijn gewoon vijf jaar bezig geweest en hebben nog een heel klein beginnetje gemaakt. Wat ik ook niet had verwacht is dat nadat we dat hebben besloten, dat dan ons vastgoed dan vervolgens bij SRO is neergezet.
Hebben we dan nu nog dezelfde controle over ons vastgoed, of hebben we eigenlijk minder controle over de verduurzaming van ons vastgoed, omdat we dat onder SRO hebben gezet? Want dat is een besluit van het college en ik hoop dat dat ten goede gaat en dat we dus nu ook echt het vastgoed gaan versnellen, want we hebben gewoon eigenlijk al die vijf jaar zitten we geld te verspillen door die energiemaatregelen niet te nemen. Dat is terugkijkend op de jaarrekeningen wat ik daar uithaal. Nee, in de commissie Ontwikkeling is … De voorzitter: Ik begrijp het, want dit is hinderlijk.
28
Mevrouw Oosterbroek: Een punt van de orde dan. ik hoor onduidelijkheid, of ik zie onduidelijkheid van het college, maar in de commissie Ontwikkeling is de jaarrekening niet besproken. Toen is vanuit de voorzitter gevraagd: bewaren jullie je kruit tot bij de raad. Nou, dat heeft iedereen gedaan, dus deze jaarrekening is niet besproken in de commissie Ontwikkeling. En ook, dit gaat over de verslaglegging. Dus ik kan gewoon op de inhoud ingaan. Wethouder Roduner: Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Wethouder, een punt van orde, dat komt niet vaak voor. Wethouder Roduner: Want ik zat bij die commissie Ontwikkeling en het viel mij inderdaad op dat daar geen enkele vraag vanuit de commissie is gekomen. Maar vanuit college is altijd beeld dat de inhoudelijke thema's die in een commissie worden besproken, dat die daar ook worden besproken. Dus vastgoed hoort inderdaad nadrukkelijk thuis in de commissie Ontwikkeling. De opmerking van de voorzitter daar ging over: jullie houden je kruit droog voor de behandeling van de jaarrekening in de raadsvergadering, maar niet specifiek in deze vergadering. Mevrouw Oosterbroek: Kijk, dit stuk gaat over de verslaglegging: wat hebben we het afgelopen jaar gedaan? Deze punten waar ik aan refereer, dat is in de stukken te vinden. Ik heb gewoon het geluk dat de wethouder Vastgoed hier aan tafel zit.
De voorzitter: Ja, heeft u ook gelijk in. Dat merken we dan wel in de beantwoording. Maar is dit uw betoog, of heeft u nog een paar andere punten? Mevrouw Oosterbroek: Nou, ik wil ook afsluiten nog met iets positiefs, want we zijn ontzettend blij en trots dat we die volgende stap hebben kunnen maken in de duurzame verslaglegging en dat dat goed gedaan is. Ik zie ook nog mogelijkheden, waar ik ook technische vragen over heb gesteld – al deze punten zijn ook technisch uitgevraagd bij de jaarrekening in het mooie systeem wat we daarvoor hebben – is dat Spaarnwoude en OD IJmond nog wat hulp kunnen hebben op het gebied van die verslaglegging waarin wij zo innovatief zijn. Ik vroeg me ook af of het college de mogelijkheid ziet om die punten dan ook mee te nemen naar de bestuursvergadering van en Spaarnwoude en van OD IJmond. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Zandwijken van de Partij van de Dieren, gaat uw gang. De heer Zandwijken: Dank u wel, voorzitter. Een aantal indicatoren stellen ons niet gerust over de aanpak van de biodiversiteitscrisis. Of het om het jaartellen gaat van het aantal soorten wilde bijen en dat het de juiste manier is om te monitoren valt over te twisten, gezien bijvoorbeeld de beïnvloeding van weer, omdat het nietvliegende deel van het insectenrijk niet wordt meegenomen.
Monitoring met behulp van bijvoorbeeld een insectencamera ontwikkeld door Naturalis zou wellicht een alternatief kunnen zijn. Maar belangrijker dan monitoring is actie. Voelt het college die urgentie ook? En zo ja, is het college bereid om meer vaart te maken in de uitvoering als je terugkijkt naar het jaarverslag afgelopen jaar 2022? Ook vinden we dat het college zich wel makkelijk rijk rekent met het vergroenen van de stad. We zien dat het vooral gaat over kleine plantenvakken, plantenbakken, geveltuintjes en tegels wippen, maar echt grootschalige aanpak zien we niet. Groene gevels bij ruimtelijke projecten, in de praktijk hebben we die nog niet gezien. Er is ook geen enkel plein serieus vergroend, terwijl dit zeker enorme hitte-eilanden zijn. Als we de laatste maanden om ons heen kijken, zetten we in ieder geval onze grote vraagtekens erbij of Haarlem wel bereid is op de opwarming van het klimaat en het tegengaan van het verlies van biodiversiteit. Daarnaast vindt de Partij voor de Dieren dat er te weinig aandacht is voor de eiwittransitie in het jaarverslag, de transitie naar een meer plantaardig dieet. Studie na studie tonen aan dat een plantaardiger dieet beter is voor mens, dier en de planeet. Dank u wel, voorzitter.
29
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zandwijken. Wie kan ik nog meer in de eerste termijn geven? Mijnheer Visser, ChristenUnie, gaat uw gang. De heer F. Visser: Dank u wel, voorzitter. Ik hou het kort en ik moet bekennen, ik heb niet alles kunnen lezen, en dat kan ook niet altijd alles. Maar ik wil wel compliment geven over inderdaad de schuldquote, die is inderdaad heel erg laag. Ik kan tegen de PvdA zeggen, ik heb inderdaad ook nog geen jaar gevonden waarin die in ieder geval qua percentage lager was. Ik heb teruggekregen tot 2008. Onze fractie heeft toen mijn voorganger nog in de raad zat, die heeft zestien jaar in de raad gezeten, heeft hij steeds op die schuld gehamerd en het is mooi te zien dat het dus nu inderdaad lager is. Maar dat komt natuurlijk ook wel doordat we natuurlijk onverwachts veel geld hebben gehad en een deel van dat geld nog uitgegeven gaat worden. Dus het is misschien ook wel een beetje een toevalstreffer. Dus de vraag is: wat is het structureel? Dus structureel blijven wij pleiten ook voor die schuld verder omlaag brengen. Ik kan ook aansluiten bij de VVD, we moeten natuurlijk als de belasting wat lager kan, en dan kijken we met name naar de afvalstoffenheffing, daar zit wat ons betreft echt nog ruimte om die omlaag te brengen, dan kan die omlaag.