CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

06-12 Transcript Commissie Bestuur 12 juni 2025

commissie Bestuur 12 juni 2025, gemeente Haarlem16.386 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 12 juni 2025 1.

Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedenavond allemaal, welkom bij deze commissievergadering van de Commissie Bestuur van 12 juni 2025. Er druppelen nog wat mensen binnen. Gaat u rustig zitten, dan kunnen we rustig gaan beginnen met deze mooie agenda. Allereerst qua mededeling, normaal zit hier natuurlijk mevrouw Bastiaans, uw voorzitter. Die is verhinderd, maar niet getreurd, de heer Drost heeft zich bereid gevonden om deze vergadering voor u voor te zitten. Dus laten we er een mooie vergadering van maken. Natuurlijk welkom aan alle commissieleden, de mensen thuis, de mensen op de tribune, burgemeester, wethouders en natuurlijk de mensen die thuis meekijken, maar dat zei ik al. Wat betreft verhindering heb ik een verhindering ontvangen van de heer Procee van OPH. Ik denk dat wel meer mensen misschien nog verhinderd, ja, Hart voor Haarlem. Nee, die komt net binnen. Mevrouw Van Zetten, ook welkom. Dan heb ik in ieder geval de volgende mededeling voor u, naar aanleiding van het stuk over de toekomst van het vergadercentrum stadhuis, is dat de architect van het vergadercentrum in het stadhuis een rondleiding geeft. En dan specifiek in de woning van de pandbewaarder. Dat is aanstaande maandag en u kunt zich hiervoor intekenen, want een lijst gaat zo rond.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan ga ik verder naar het vaststellen van de agenda. Ik zou u willen voorstellen om agendapunten 6.1 en 6.2 gezamenlijk te behandelen en ook agendapunt 7a en 7b. Ik zie daar instemmend geknik, dus dan gaan we dat ook zo doen. En kunt u verder instemmen conform de agenda zoals die gepubliceerd is? Ook allemaal duimpjes, helemaal goed.

3.

Mededelingen commissieleden en portefeuillehouder(s) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3, mededelingen van commissieleden en portefeuillehouders. Ik kijk even de commissie rond of er mogelijk een mededeling is. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Een vraag. Ik had verwacht dat mevrouw De Raadt hier zou zitten om ons een … O, die zit er. Ik verwacht een toezegging of tenminste een vervulling van een toezegging om ons op de hoogte te stellen van de Egelantier. Dan ga ik even kijken naar het college of er wellicht een mededeling is. Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Inderdaad geen geplande mededeling, maar ik kan wel verwijzen naar de infonota die onlangs is gepubliceerd in het college.

5. Agenda komende vergadering(en) De voorzitter: Helemaal goed. Dan ga ik door naar het volgende agendapunt. Dat is de agenda voor komende commissievergaderingen. Er is geen agenderingsverzoek ingediend. Ik heb hier verder ook even niet staan, andere agendapunten die besproken worden.

1

6. Jaarverslag en Jaarrekening 2024 De voorzitter: Dus dan wil ik door naar het volgende agendapunt. Zo snel kan het gaan. En dat is ter advisering natuurlijk. Een van de twee hoofdonderwerpen van deze agenda. Het jaarverslag en de jaarrekening 2024, het accountantsverslag en advies van de Auditcommissie over het jaarverslag, de jaarrekening en het accountantsverslag. De portefeuillehouder is de heer Roduner. En er zijn verder geen insprekers aangemeld. Met het jaarverslag in de jaarrekening legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid in het afgelopen jaar en over de kosten daarvan. Mocht u het nog niet weten. En de jaarrekening bevat het financiële overzicht van baten en lasten, aangevuld met een toelichting op gerealiseerde prestaties en maatschappelijke effecten, zoals vastgelegd in het jaarverslag 2024. En de raad stelt deze stukken vast en waarschijnlijk doen we dat volgende week. Aandachtspunt hierbij is dat het college op grond van artikel 97 van de Gemeentewet geheimhouding heeft opgelegd op bijlage 3 van dit besluit. Reden hiervoor is het beschermen van economische en financiële belangen van de gemeente, dat als uitzonderingsgrond is beschreven in de Wet open overheid. De geheimhouding betreft financiële risico's op drie dossiers, waarbij openbaarmaking op dit moment de juridische en financiële positie van de gemeente kan schaden.

En geheimhouding is opgelegd voor onbepaalde duur. 6.1 Accountantsverslag 2024 De voorzitter: Verder heeft de account in opdracht van de raad de jaarrekening gecontroleerd en doet hiervan verslag in het accountsverslag 2024. De accountant heeft een goedkeurende verklaring verstrekt. Dit houdt in dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de baten en lasten en van het vermogen van de gemeente. De financiële informatie rechtmatig tot stand is gekomen. De jaarrekening voldoet aan de geldende verslaggevingsregels en het jaarverslag in overeenstemming is met de jaarrekening. Het college heeft een reactie gegeven op het accountantsverslag. U kunt het accountantsverslag en de reactie van het college hierop betrekken bij de behandeling van het jaarverslag en natuurlijk de jaarrekening die hierna staat gepland. 6.2 Brief advies Auditcommissie jaarstukken en accountantsverslag De voorzitter: Dan nog een klein stukje proza over agendapunt 6.2. Dat is het advies van de Auditcommissie over de jaarrekening en het accountantsverslag. U kunt ook deze brief dus betrekken bij de behandeling. De voorzitter van de Auditcommissie, mevrouw Oosterbroek, is hierbij ook aanwezig om eventueel de brief toe te lichten. Mochten er nog specifieke vraag zijn richting de commissie, richt die vooral aan mevrouw Oosterbroek.

In de brief stelt de Auditcommissie voor de beslispunten 6 en 7 in het raadsvoorstel te schrappen. De afdoening en besluitvorming over de afdoening van de Duisenberg aanbevelingen vindt integraal plaats via het raadsvoorstel, reactie rapporteurs en Auditcommissie op opvolging Duisenberg aanbevelingen en adviezen waar deze aanbevelingen zijn opgenomen. Mocht u het nog volgen. De Commissie Bestuur adviseert natuurlijk de raad over het voorstel van het college voor de raadsvergadering van 19 juni aanstaande. En dan wil ik nu overgaan naar de behandeling. Wie wil er een eerste termijn? De heer Alberts, Forum voor Democratie., ga uw gang. De heer Alberts: Dank, voorzitter. Onze fractie richt zich voor nu eerst even op het accountantsverslag 2024. Daar staat het volgende: uw jaarrekening toont wat betreft de baten en lasten een verschil tussen de begroting en realisatie en kent een relatief hoog voordeel rekening resultaat 2024 van 31 miljoen euro. Vervolgens gaan zij in op het realiteitsgehalte van de begroting en deze bevindingen zijn niet mals. Tijdens de presentatie van zojuist werd met name de investeringspost op de balans en de meerjarige projectie ervan aangemerkt ter overweging. Zij adviseerden om verder te kijken naar een prioritering van de ambities, waarbij

2

de ambities in de tijd worden afgestemd op de beschikbare capaciteit. En om in 2025 nader onderzoek te verrichten naar de structurele reële oorzaken van het rekeningsaldo 2024. En te onderzoeken hoe het realiteitsgehalte en de voorspellende waarde van de begroting en de tussentijdse informatievoorziening kunnen worden verbeterd. Kan de wethouder aangeven of zij het belang hiervan onderstrepen, zijn zij bereid verder te kijken ook naar een prioritering van de ambities? En is college op de hoogte van het recent gepubliceerde Berenschotrapport, dat in de provincie Noord-Holland de beleidsvrijheid in kaart brengt wat hierbij houvast kan geven. Tot slot, vraagt onze fractie zich af of deze kwestie in het realiteitsgehalte niet al langer een zorgelijke trend is en waarom dit nu pas zo nadrukkelijk ook door de accountant wordt aangehaald. Heeft dit te maken met het nu ogenschijnlijk uitvlakken van het gevreesde financiële ravijn? Kan de wethouder hierop reflecteren? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, uw termijn of een interruptie? Een termijn, ga uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Bedankt, voorzitter. Alvast een besprekingswaarschuwing. Er was echt te weinig tijd om tijdens de Commissie Beheer de inhoud te behandelen.

Dus ik zie mijzelf genoodzaakt om deze opmerkingen namens mijn collega uit Beheer, mevrouw Barten, die voornamelijk landden bij de wethouder de heer Berkhout en Van Leeuwen hier te maken. Wellicht dat de heer Roduner iets heeft aan de technische vragen die voorafgaand van dit stuk zijn beantwoord. Het college spreekt immers met één mond. GroenLinks ziet in ieder geval in de jaarrekening 2024 dat we de aangepaste doelstelling met betrekking tot de CO2reductie halen en dat is mooi en daar zijn wij erg trots op. Bewoners en bedrijven zijn zich in Haarlem CO2bewust alleen de CO2-uitstoot voor binnen- en recreatievaart is gestegen. En wij denken dat dat komt doordat we meer goederen vervoeren met de boot en dat bespaart meer CO2 dan met een vrachtwagen. Dus we vinden het vooralsnog een positieve ontwikkeling. We zijn blij met de indicatoren voor een klimaatbestendige stad en het ziet ernaar uit dat de wereld mogelijk 4 graden opwarming gaat zien, nog binnen 80 jaar. We kunnen niet alles oplossen, maar we doen … We moeten ons zeker al voorbereiden op de gevolgen van die schadelijke klimaatverandering. En droogte ligt niet helemaal in onze hand. En als de steden langs de rivieren te veel water verbruiken, dan blijft er voor de Haarlemmers weinig water over en de Haarlemmers hebben dan het grootste probleem.

En ik heb het, ik hoor een beetje gelachen in de commissie, omdat jullie denken … De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, hoor. Tenminste, mevrouw Van Zetten gaat u onderbreken, want die heeft een interruptie. Hart voor Haarlem, ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Over welke rivieren heeft u het, waardoor wij te weinig water krijgen in Haarlem en onze arme bevolking niet meer genoeg water kan drinken? Wat is dit voor verhaal? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, ga uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Op het moment dat we natuurlijk in tijden van droogte leven, hebben wij geen toevoer aan regen voor onze watercapaciteit en dan komt dat vanuit Duitsland via Gelderland en daar zitten gewoon ook heel veel watervragers. En op het moment dat zij dat water nodig hebben, dan hebben wij minder watertoevoer. Dus wij zijn eigenlijk het afvoerputje van al het water, maar dat betekent ook dat wij het eerste de droogte als probleem gaan ervaren van minder water in de rivier. De voorzitter: Dit roept een verdiepende vraag op van mevrouw Van Zetten. Ga uw gang.

3

Mevrouw Van Zetten: Ik ga op het verhaal niet in, want ik zou zeggen: leest u nog eens wat. Maar het probleem is misschien ook dat we dat kunnen oplossen door weer ons drinkwater uit de duinen te gaan halen. Gaat u de waterfabriek daar weer openstellen? Mevrouw Oosterbroek: Ik denk dat dat echt een crisissituatie is op dat moment en op dat moment zullen we denk ik heel blij zijn met dat we daar alvast wat water opslaan en op een goede manier met het water omgaan. Ik denk wel dus, waarom heb ik het hier over dit verhaal in dit stuk? Omdat we hebben natuurlijk die begrotingsduurzaamheidsindicatoren. En er wordt ook gesproken over een droogte indicator en we zijn daarnaar op zoek. En ik denk dat de kubieke meters aangevoerde water vanuit de rivieren wellicht een indicator is waarop we kunnen vaststellen dat we steeds minder water uit de rivieren gaan krijgen in de toekomst. En dan kunnen we daarop handelen als bestuur. GroenLinks is verder blij met de grondstoffenhub. Ook de grondstoffenhub is weer zo'n maatregel waardoor de economie ... De voorzitter: Aangezien u naar het volgende onderwerp gaat, is het misschien een goed moment een keer de heer Van den Raadt het woord te geven. Een interruptie, Trots Haarlem.

De heer Van den Raadt: Voorzitter, want ik hoorde dat we blij moeten zijn dat we de CO2-doelstellingen gaan halen in Haarlem en dat er kans is dat de wereld 4 graden opwarmt. Is er ook bekend hoeveel dan die CO2reductie van Haarlem bijdraagt aan dat verminderen van die 4 graden van de wereld? De voorzitter: De bijdrage van Haarlem, mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: In ieder geval kunnen wij tegen onszelf zeggen: Haarlem houdt zich aan de klimaatafspraken en heeft zich ingezet om onder die anderhalve graad te blijven. Mag ik door? GroenLinks is blij met de grondstoffenhub, ook de grondstoffenhub is weer zo’n maatregel waardoor we onze economie versterken en minder vatbaar worden voor invloeden van buitenaf. Had iedereen maar zo'n progressief bestuur als Haarlem, dan hadden we de problemen zeker sneller opgelost. En dan was die 4 graden waar de heer Van den Raadt het over had niet nodig geweest. GroenLinks is blij met het houten gebouw waar zij in 2019 om vroeg en ook dit is goed voor onze economische weerbaarheid. We kunnen er niet van uit blijven gaan dat traditionele grondstoffen, die we niet zelf winnen, voor een betaalbare prijs voor ons beschikbaar blijven. Participatie gaat wat ons betreft goed. We zien dat er veel initiatieven vanuit de stad worden gefaciliteerd.

Het is mooi dat constructieve bewoners zaken gedaan krijgen en dat er moeite en de inzet hierop worden beloond. Afvalkosten en rioolkosten hoeven wat GroenLinks betreft niet kostendekkend te worden vastgesteld. Als daar een extra investering voor nodig is in het kader van de circulaire economie, dan denkt GroenLinks daar graag verder aan mee. We zijn blij met de voortgang op sociaal ondernemen en lokale inkoop en hierdoor verstevigen we nogmaals de weerbaarheid van onze economie. Met de nieuwe geopolitieke ontwikkelingen hebben wij deze maatregelen echt nodig om onze bedrijvigheid te gronden. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, een interruptie. Mevrouw Van Zetten: Daarop aanhakend. Dan bent u ook niet tegen het sluiten van Tata? Dat moet met volle kracht natuurlijk gaan produceren. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Tata is heel ingewikkeld. Het is een ingewikkelde, uitgebreide vraag en ik heb nog maar 2.30 minuten. Mevrouw Van Zetten, ik moet echt door.

4

Mevrouw Van Zetten: Sorry hoor, voorzitter, maar u begint over de geopolitieke situatie en dan denkt u zeker in 1 minuutje klaar te zijn en dan kunt u niet ineens ... Dit is een hele redelijke vraag, want dat past helemaal in het beeld. Mevrouw Oosterbroek: Ik denk dat dat maatwerk is. Ik kan daar geen antwoord op geven. En dan zijn er natuurlijk ook punten waar GroenLinks vraagtekens bij heeft. De maximale parkeerduur in zone C is opgeheven, maar er is nog steeds geen vergunningscapaciteit op deze wijken. Wanneer gaan we nu eens beginnen aan de baten van een gereguleerd parkeersysteem en deze ruimte weer teruggeven aan de bewoners, waar meer ruimte op de stoep en groen in de wijk? En dan geen opsporingsvergunning meer voor geothermie. Dat is echt zorgelijk. Hoe wil het college van het gas af zonder deze bron? Zijn we niet al sinds 2016 bezig hier een project van te maken? Wat een slecht nieuws voor onze energievoorziening en de beurs van de Haarlemmers. De energieprijzen stijgen en geothermie is de oplossing om energiearmoede op een structurele manier te voorkomen. De voorzitter: Ik zag twee handjes. Eerst de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Voorzitter, dank u wel. Ik hoorde het pleidooi van GroenLinks, om nog ambitieuzer te werk te gaan.

Hoe rijmt GroenLinks dit met de problemen die we in de realisatie terugvinden in de jaarrekening? Ik wil hem daar weer even naar terugbrengen. Mevrouw Oosterbroek: GroenLinks ziet ook dat we een hoge investeringsreserve hebben. Dat vinden wij heel goed. Want je weet niet welk project op welk moment valt en je ziet eigenlijk in de projectontwikkeling en de uitvoeringskracht dat er ook onzekerheden aankleven. Dus als jij meer projecten op de rol hebt staan, dan heb je uiteindelijk minder risico. Kan je meer realiseren en dat zie je ook in de realisatiekracht van het college. We hebben volgens mij, even uit mijn hoofd, zijn we verdubbeld in investeringen die we werkelijk hebben gerealiseerd het afgelopen jaar. GroenLinks geeft daar het college een dikke pluim voor. Wij vinden dat niet zorgelijk, omdat we als we kijken naar de risico's en de ontwikkelingen, de procedures die de bewoners ook vaak opstarten, je niet helemaal weet wanneer je precies kan starten met een project en dan is het ook wel handig om meerdere projecten op stapel te hebben en te kijken wanneer welk project valt. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, let op uw tijd, want u heeft nog minder dan 1 minuut over voor agendapunt 7. Ik had net nog handje. De heer Van den Raadt. U gaat over uw eigen tijd, maar dat u het weet. De heer Van den Raadt, een interruptie.

De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik vroeg me af, als GroenLinks zegt: met gereguleerd parkeren gaan we dat de ruimte teruggeven aan de wijk. Dus betekent dat dan dat de wijk zegt: wij willen daar juist meer parkeerplaatsen voor terug in plaats van groen, dat dat dan ook een mogelijkheid is of gaan wij van bovenaf bepalen dat het alleen maar groen mag zijn? Mevrouw Oosterbroek: We hebben beleid daarop vastgesteld, ook vanuit de raad en daaruit volgt inderdaad dat er meer ruimte moet komen voor groen. En in ieder geval over die geothermie. Want dat zijn de vragen die GroenLinks heeft naar het college naar aanleiding van deze jaarrekening. Hoe zorgt het college er nu voor dat deze bron opsporingsvergunning niet wordt aangevraagd door een fossiele partij zoals Shell? Hoe houden we deze energie in eigen hand en zitten we straks met een warmtenet zonder bron? En het beleidsveld energie is wat ons betreft dan ook een rood oranje smiley. De voorzitter: Dit roept nog een interruptie op van mevrouw Klazinga, VVD.

5

Mevrouw Klazinga: Geothermie dat roept bij mij ook op warmtepompen, voor particuliere huishoudens warmtepompen. Realiseert u zich dat een heel groot deel van het Haarlemse woningaanbod woningen zijn uit de jaren van vorige eeuw 10, 20, 30? Waar warmtepompen ervoor gaan zorgen, op het moment dat die geïnstalleerd worden, dat er meer energie moet worden verbruikt, weliswaar minder gas, maar veel meer elektriciteit. En dat dat dus niet een oplossing is om minder energie te gaan verbruiken. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ik ben geen woordvoerder op energie, maar wat ik hier graag wil zeggen, is dat geothermie juist een oplossing is voor die sociale energietransitie, omdat het er juist voor zorgt dat we op een goedkope maatschappelijke manier ook hele oude woningen en flatgebouwen ook van het gas af kunnen halen. En dat is juist als je kijkt naar die andere oplossing niet makkelijk. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, rondt u af, want uw tijd is om. Ik ga dit debatje even stoppen, ook onwillig van de tijd, helaas. Ik zoek naar de eerste termijn. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren, ga uw gang. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. Een van de eerste lessen die ik als ambtenaar leerde, was dat onderbesteding niet per se een verdienste was.

Sterker nog, ik werd hier weleens streng over toegesproken als begroot geld niet volledig besteed leek te worden. Het is fijn als er goed en efficiënt gewerkt wordt en er daardoor bespaard kan worden. Maar juist in domeinen waar de nood vaak hoog is, voelt onderbesteding meer als een tekortkoming, omdat we wellicht toch nog meer mensen hadden kunnen helpen. We waarderen dat er duidelijk tekst en uitleg wordt gegeven, maar dat er geld op de plank blijft liggen bij bijvoorbeeld reintegratie blijft zuur. Hoe gaan we hier nu scherper en vooral eerder in het jaar op sturen? Vraag ik de wethouder. En dat we een begroot positief saldo hadden van 6,5 miljoen euro aan het begin en eindigen met een positief saldo van 44/ 31 miljoen euro. Klinkt leuk, maar wat ons betreft had het wel wat kleiner mogen zijn en dat het geld daadwerkelijk was uitgegeven. En we begrijpen de wispelturigheid van het Rijk, maar toch. Nu wordt voorgesteld het hele bedrag naar de algemene reserve over te hevelen, die we dan vervolgens over een maand leeg gaan halen. Voorzitter, de investeringsambities van Haarlem zijn groot. Daar staan we op zich heel erg positief tegenover, maar misschien zijn ze wel iets te groot, want het lukt ons niet om het werk uiteindelijk allemaal weg te zetten en uit te voeren. En dit was inderdaad ook een kritische noot van de accountant.

Daar zullen we dus bij de Kadernota kritisch naar gaan kijken: wat is nu echt een realistisch investeringsprogramma? We kregen pluim voor de financiële positie van de accountant, dus dat is hartstikke goed. En dan nog even ten aanzien van programma 6, gemeentelijk bestuur. Gelukkig voelen Haarlemmers zich meer betrokken bij de plannen van de stad, maar nog altijd minder dan de helft van de Haarlemmers ervaart het zo, idem om eigen ideeën te realiseren. En hier moeten en kunnen we als gemeente echt nog stappen op zetten. Zolang we nog maar amper de helft van de stemgerechtigden hier in Haarlem naar de stembus krijgen, moeten we alles op alles zetten om hier vernieuwing in aan te brengen. En David van Rijbroek noemde onze democratie in Buitenhof afgelopen zondag een paardenkoets die inmiddels op de snelweg moet rijden. Maar hij had ook interessante ideeën, bijvoorbeeld over een permanent burgerberaad en burgerdialoog, zoals dat in het Duitstalig gedeelte van België gebeurt. Laten we van dit soort participatie initiatieven leren om burgers meer bij het wel en wee van onze gemeente te betrekken en onze lokale democratie te versterken. De voorzitter: Dat roept een interruptie op van mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem.

6

Mevrouw Van Zetten: Ik ga niet uitweiden over David van Rijbroek en zijn ideeën, maar u noemt dan een Duitstalig gedeelte van België als voorbeeld, dat daar allemaal burger … Maar hoeveel mensen wonen daar? Daar woont toch bijna niemand? Waarom niet een Franstalig gedeelte dan? Ik word dan wantrouwig. Dat kan gewoon niet goed zijn. De voorzitter: Hoeveel mensen wonen er in Duitstalig België, mevrouw Van den Broek? Mevrouw Van den Broek: Dat durf ik niet te zeggen, maar ik weet wel dat ze in België überhaupt veel experimenteren met nieuwe vormen van lokale democratie. En hij noemde dit voorbeeld en ik denk: klein of groot, laten we kijken of we ervan kunnen leren. De voorzitter: Ik zag een interruptie ook nog, nee, dan begrepen we elkaar verkeerd en zag ik toch een interruptie van de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Een vraag over die burgerberaden. Er is al een tijdje op meerdere plekken nu een pilot gaande, om dit te doen. Staat Partij voor de Dieren open dat bij aankomende verkiezingen, op het moment dat de dalende trend van kiezers die naar de stembus gaan, doorzet, dat er dan ook kritisch gekeken gaat worden naar die burgerberaden en de effectiviteit ervan op de burgerparticipatie? Mevrouw Van den Broek: Ik denk dat we als gemeente zo breed mogelijk moeten kijken naar hoe we burgers goed kunnen betrekken.

En in België hebben ze dan een permanente burgerdialoog, heet dat dan, als dat kan bijdragen inderdaad aan betrokkenheid en een hogere stem stembussenopkomst, dan moeten we dat juist stimuleren. De voorzitter: Vervolgvraag, de heer Alberts. De heer Alberts: Mijn vraag wordt omgedraaid. Als nu het andere gebeurt, als er minder mensen naar de stembus gaan, ondanks dat we al die pilots met die vernieuwende vormen van burgerparticipatie hebben gehouden, wordt er dan ook kritisch gekeken naar die vernieuwende vormen? Mevrouw Van den Broek: Volgens mij is die dalende stembusgang vooral het gebrek aan en een wantrouwen in de overheid, dus betekent dat wij als overheid meer ons best moeten doen om dat contact met de burger en die participatie te versterken. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. U was klaar. Er is hier inmiddels gefactcheckt en ik begrijp dat er 79.000 Duitstalige Belgen zijn. Maar goed, voor wat het waard is. Mevrouw Çimen, D66, uw termijn. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde het graag hebben over de jaarstukken. En wij zien inderdaad dat in 2024 het aantal investeringen een flink stuk is toegenomen, dus van 62 miljoen euro naar volgens mij ruim 84 miljoen euro. Dus ik denk dat dat al in ieder geval een hele mooie toename is in investeren in de stad, want dingen niet uitgevoerd krijgen is ook een schuld aan je stad op een andere manier.

Dus daar zijn wij in ieder geval heel erg blij mee. We kunnen ons zeker vinden in de bevinding van de accountant, want die horen we ook al een paar jaar achter elkaar. De investeringen ten opzichte van de ambities, daar zit een grote discrepantie tussen. Dus ik sluit me eigenlijk aan bij de vraag van de PvdD: hoe kunnen wij tussentijds in het jaar daar beter op sturen? En tegelijkertijd, wellicht heeft de wethouder ook voorbeelden van gemeentes die dat wel beter bij elkaar weten te brengen en of wij daar misschien iets van zouden kunnen leren. Dus ik hoor graag een reactie daarop. Daarnaast wordt capaciteit op de IT en de cybersecurity als een belangrijk issue

7

gesignaleerd. We hebben de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het verbeteren van onze IT en de cybersecurity, terecht. Volgens mij zie ik daar ook weer een voorstel voor liggen in de Kadernota die wij binnenkort gaan bespreken met elkaar. Welke acties worden nu ondernomen om dus die capaciteit tussentijds al beter op orde te brengen? Zodat we ook die doelstellingen kunnen halen of in ieder geval flink kunnen verbeteren in het lopende jaar. En daarnaast nog één andere vraag. De verbeteringen die nodig zijn wat betreft data in het sociaal domein. We zien eigenlijk dat het bij de Wmo goed op orde is. Alleen bij de complexe jeugdhulp zien we dat het aanleveren van data nog echt wel achterblijft. Op welke wijze wil het college daar verbetering in aan gaan brengen dit jaar? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter, Actiepartij, eerste termijn. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. We kunnen in ieder geval aansluiten bij een aantal dingen die gezegd zijn. Wij zijn ook heel erg blij met de grondstoffenhub. Een voorstel wat we jaren geleden al gedaan hebben. En duurzaam inkopen zijn we ooit mee begonnen. Maar nu even terug naar het stuk. Dank aan het college voor het jaarverslag en de jaarrekening. De jaarrekening is positief. Dat wordt deels veroorzaakt door extra baten van bijvoorbeeld het Rijk, maar ook door onderbesteding. Er is nu al genoeg over gezegd.

Ik sluit me aan bij de vragen om te kijken hoe we dat eventueel kunnen verbeteren. Het is wel zo dat mijn fractie ziet dat een groot aantal posten van de gelden wordt doorgeschoven naar volgend jaar of meerdere jaren vooruit. Dus dat is wel goed, dat het nog wel voor het doel bestemd blijft. En met name zijn dat in het sociale domein een aantal zaken. Dan hebben we wel een vraag over de onderbesteding van dienstverlening van 200.000 euro. Vanwege de tijdelijke onderbezetting. En mijn fractie vraagt zich af of het personeelsbestand nu weer op orde is om de dienstleiding aan de Haarlemse inwoners te kunnen doen. Mijn fractie kan instemmen met de besluitpunten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik hoop niet dat ik iemand teleurstel. Ik al ook geen algemene politieke beschouwingen met terugwerkende kracht organiseren bij het financieel resultaat. Daarover het volgende. Het deed mij enigszins denken aan een baby en waarom? Een baby twijfelt vaak of die moet huilen of moet lachen en dat schiet vaak heel veel verschillende kant op. En als je er zo doorheen bladert, schieten ook al die Smileys al die kanten op.

Maar waarom deed het mij nog steeds daaraan denken? Als je heel veel geld overhoudt, dan twijfel je, moet ik nu blij zijn of moet ik nu huilen? En laten we u dan even mee bellen of we dit jaar blij moeten zijn of dat we moeten huilen? Voorgaande jaren was eigenlijk de primaire verklaring voor het overschot aan het eind van het jaar onderbesteding. En nu zien we eigenlijk dat de primaire verklaring niet rust bij onderbesteding, maar bedragen die vanuit het Rijk gedurende jaar aan ons zijn overgeboekt. Daar hoef je minder over te huilen, maar kun je misschien iets blijer mee zijn. Dus dan helt het toch iets over naar blij zijn. Tegelijkertijd blijft er sprake van onderbesteding en het is hier ook al door meerdere mensen besproken. Ons investeringsprogramma is erg ambitieus. Er worden ook wel steeds meer ambities gerealiseerd, maar nog steeds niet afdoende en daardoor blijft het ook steeds een punt van aandacht. En er stond ook alweer in de Kadernota over, maar nogmaals, algemene politieke beschouwing hebben we over een aantal weken en dat blijft hier punt van aandacht of het investeringsprogramma wel daadwerkelijk realiseerbaar is. Tegelijkertijd is dus dat bedrag wat we van het Rijk hebben gekregen, beschikbaar voor de Haarlemse bevolking, want het bedrag dat overblijft kunnen we de komende jaren weer aanwenden voor onszelf.

Dus dan kan het eigenlijk alleen maar de conclusie zijn, naast al hetgeen wat inhoudelijk is gerealiseerd, wat hopelijk in andere commissies is besproken, is dat er een financieel resultaat overblijft, wat wij de komende jaren hier met ons allen kunnen aanwenden. Dus dat lijkt mij toch de blijdschap. Dank u wel.

8

De voorzitter: Dan heeft u nog wel een interruptie. Allereerst van de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Voorzitter, is de PvdA het met mij eens dat die impuls vanuit het Rijk ook met de verwachting is gestort op onze rekening om meer te gaan realiseren? En hoe kijkt de PvdA daarnaar? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik heb niet de pretentie dat ik weet wat het Rijk met bepaalde doelen heeft, want volgens mij weet niemand wat de landelijke politiek nog ergens mee wil. Dus dat weet ik niet. Dat moet je aan hun vragen. Ik denk dat het Rijk wel bepaalde bedragen overmaakt met een bepaald doel, maar als je in december een bedrag toezegt aan een gemeente, kun je niet van een gemeente verlangen dat die dat nog uitgeeft. Dus dat lijkt me volstrekt onrealistisch. Dus dan blijft er weinig anders over dan dat dat een plus is. Soms zijn er ook variabelen die gedurende het jaar veranderen. Dat staat ook als verklaring. Er zijn bijvoorbeeld meer lage inkomens dan van tevoren rekening mee was gehouden en dan verandert het bedrag. Dus zo zijn er een aantal verklaringen. De voorzitter: Er is nog een vervolgvraag van Forum over uw baby. De heer Alberts: Ja, precies. Maar goed, u spreekt nu in de kaders van één jaar. Ik ben het met u eens dat de Rijksbijdrage ook voor meerjarige bestemmingen, wat het dan ook zijn, gestort zijn.

Maar dan schept het dus alsnog verwachtingen, dat wij daar een uitvoering aan moeten geven. Dat was mijn vraag. Bent u het daarmee eens? De heer Wiedemeijer: Ik denk in algemene zin is het zeker zo dat het Rijk bijdragen doet aan gemeenten waar ze iets mee moeten doen. Daar zijn allerlei wettelijke verplichtingen. Daar voldoen we aan. We doen ook allerlei andere mooie dingen, zoals woningbouw, vergroening, verduurzaming, veiligheid, dus volgens mij voldoen wij aan onze verplichtingen. En desalniettemin blijven er bedragen over. Dus ik weet niet of het Rijk teleurgesteld is over onze prestaties. Dat kan ik u niet zeggen. De voorzitter: Laatste vraag. De heer Alberts: Het is niet geld van het Rijk, het is gemeenschapsgeld. Dus wat de burger betaalt, ook de Haarlemmer, aan het Rijk, wat wij weer terugkrijgen. Dus het is niet zozeer de verplichting aan het Rijk, maar ook aan de burger. Dus die toevoeging daar nog even in hoe u het schetst. Want daar zit dan een verwachting aan, niet alleen van het Rijk, maar ook van de burger die dat aan het Rijk stort. Nogmaals, bent u dat met mij eens? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, het wordt nu wel heel filosofisch, maar als u teleurgesteld bent over iets wat niet is gebeurd, dan hoor ik dat graag inhoudelijk van u. Ik zie dat niet zo. Ik zie dat er bedragen zijn toegekend op een moment dat die ook niet meer uitgegeven konden worden.

Dus die zijn nu over. En dat is hartstikke mooi, want u mag over een aantal weken uw ideeën kenbaar maken wat we daarmee kunnen doen. En dus dan is het toch de blije smiley, hoop ik voor u. En dan heb ik ook goede ideeën van u t.z.t. te horen. Ik weet niet of er nog andere interrupties zijn, anders gaat het baby'tje slapen, denk ik. De voorzitter: Fijn dat u dat nog even bij mij ophaalt. Er was nog een interruptie, die was van de heer van de heer Van den Raadt, maar die knikt nee. Die heeft geen interruptie. Dus dan was het dit, slaap lekker, zou ik zeggen. Mevrouw, Klazinga, VVD, eerste termijn.

9

Mevrouw Klazinga: Dank u wel, voorzitter. Ik focus me vandaag even op de onderdelen van het jaarverslag die betrekking hebben op deze commissie en dus niet het uitgebreide pallet. En dan begin ik met de veiligheid. Het valt op dat er een enorme stijging is aan aantal meldingen van overlast en mensen die zich in toenemende mate niet veilig voelen in Haarlem. Toch worden er minder waarschuwingen en boetes uitgedeeld en zijn er minder handhavingsinterventies. Hoe zorgt het college ervoor dat die trend verandert? De dienstverlening vervolgens. De voorzitter: Als u zelf stopt. Ik wilde even op een punt wachten, maar hierbij de punt. Ga uw gang. Een interruptie, mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Ik zag ook die stijging van overlast, maar volgens mij ging dat vooral om meldingen van parkeeroverlast, dat daar de grootste stijging in zat. Bent u dat met mij eens? Mevrouw Klazinga: Het gaat niet het gaat niet alleen om stijgingen van overlast, maar het gaat ook om het feit dat er dat er een minder gevoel van veiligheid bij de Haarlemmers is. Dus het is een breder verhaal dan alleen maar een stijging van overlast. De voorzitter: Dat lijkt op een … Nee, geen vervolgvraag. Gaat u door met uw termijn. Mevrouw Klazinga: Ik ga door naar mijn volgende punt, namelijk de dienstverlening.

In het kader van de dienstverlening zie je dat er heel hard gewerkt is aan allerlei verbetering van processen, ISO-certificeringen, digitalisering, dat soort dingen. Veel intern. Vervolgens zien we helaas dat de tevredenheid van onze inwoners over de dienstverlening dalend is. Is het dan niet zo dat we als gemeente, als bestuur te veel naar binnen aan het kijken zijn, te veel naar onszelf aan het kijken zijn en te veel zelf aan het nadenken zijn wat er nu precies goed zou kunnen zijn, zonder goed te luisteren naar waar mensen nu eigenlijk precies behoefte aan hebben? Dus heeft het verbeteren van al die interne processen eigenlijk wel het gewenste effect gehad? Nee. En wat gaat het college eraan doen om ervoor te zorgen dat die tevredenheid dus wel omhoog gaat? Dan het personeel van de onze gemeente. De VVD heeft hier vorig jaar ook al aandacht voor gevraagd, maar we zien dat de externe inhuur nog steeds in 2024, ruim 50 procent hoger was dan begroot. We benadrukken dus nogmaals dat het belangrijk is dat er voldoende aandacht voor is en dat dat naar beneden gaat. Dit jaar is de Belastingdienst nog enigszins coulant, maar in 2026 wordt dat echt anders. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter.

We hebben het hier vaker over de IT en de cybersecurity en dat is ook altijd een belangrijk punt van de VVD, om dat scherper aan te pakken. Nu zien we dus ook dat de mensen die daarin werken die gekwalificeerd zijn, dat het heel … De spoeling is dun. Laten we het zo zeggen. Waardoor externe inhuur misschien wel juist een hele goede optie daarbij zou kunnen zijn. Staat de VVD daar dan wel voor open of zegt u dan: die externe inhuur moet koste wat kost omlaag? Mevrouw Klazinga: De VVD kijkt daar op een wat ander niveau naar. En dat zie je bijvoorbeeld ook bij ziekenhuizen, in de kinderopvang. Op het moment dat inhurende partijen maar blijven inhuren, terwijl er feitelijk geen sprake is van inhuur, maar van dienstverbanden, dat er dus zzp’ers op de markt blijven. Op het moment dat je als inhuurder je daar sterk in maakt en zegt: ik huur niet meer in, je moet in dienst treden, dan gaat het aantal zzp'ers vanzelf omlaag. En ik begrijp dat de gemeente Haarlem daar niet alleen in kan zijn. Maar ik ben dus van mening dat gemeentes en Rijksoverheid gezamenlijk de handen ineen moeten slaan en moeten zeggen: we doen dit dus niet meer. Mensen die feitelijk geen zzp'er zijn, huren wij niet meer in als

10

zzp'er. Die kunnen een dienstverband krijgen, maar wij gaan dit niet meer doen. En je ziet dat in de zorg en in de kinderopvang, dat zijn twee voorbeelden, daar werkt dat. Daar is het aantal zzp'ers echt drastisch omlaag gegaan, omdat men de handen ineen geslagen heeft. De voorzitter: Een vervolgvraag van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. En ik begrijp dat. Het is een terecht punt, want er ontstaat ook gewoon oneerlijke concurrentie met die zzp'ers en mensen die vast in dienst zijn. Dus ik begrijp het betoog helemaal. Tegelijkertijd zie je dus wel dat sinds het begin dit jaar, dat het zo omlaag is gegaan in die zorg, dat de werkdruk ook gigantisch is toegenomen. Dus de vraag is natuurlijk ook: hoe zorg je dat je die ambities die je hebt om goede zorg en goede kwaliteit te leveren, blijft behouden en tegelijkertijd niet bijdraagt aan een systeem wat je eigenlijk niet wil hebben? Wellicht kan de VVD daarop reflecteren. Mevrouw Klazinga: Je ziet inderdaad, dat zijn de verhalen die ik heb gehoord, dat de werkdruk even omhoog gaat, maar dat dat vervolgens weer stabiliseert, omdat dan inderdaad de zzp’ers zich realiseren, ik heb geen werk meer en ik zal dus wel moeten. Dus ja, het is inderdaad even behoorlijk knarsetanden, maar je ziet dat de markt daarna weer stabiliseert. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Trompetter, Actiepartij.

De heer Trompetter: Van het zorgen, er zijn ook praktijken zijn die door detacheren. Dus dat kan dus wel, als je als groep jezelf aanbiedt. Dat zou ook een vraag kunnen zijn of hij daarnaar kan kijken, als die mensen niet te vinden zijn in loondienst of er misschien een groep mensen kan zijn of misschien een andere creatieve oplossing. De voorzitter: Wat is uw vraag aan mevrouw Klazinga? De heer Trompetter: Of ze het daarmee eens is of dat ze dat ook bedoelt? Mevrouw Klazinga: We gaan nu een hele technische discussie hebben over detacheren en uitzenden, enzovoort. Daar heb ik persoonlijk erg veel verstand van, omdat dat mijn werkgebied is in mijn gewone baan. Daar ga ik dus niet nu hele colleges over geven. Op het moment dat je namelijk op deze manier gaat werken, gaat dat er wel toe leiden dat de kosten omlaaggaan. Omdat je dan te maken hebt met uitzenden en met de uitzend-cao, waar gewoon een gelijk loon betaald moet worden. Dus dat lost wel op. De voorzitter: Ik zou zeggen, gaat u verder. Mevrouw Klazinga: Mijn laatste punt, de financiën. Voorgangers hebben het daar al uitgebreid over gehad. Daar kan ik me bij aansluiten, in de zin dat wij het ook zorgelijk vinden dat de uitvoeringskracht van de gemeente toch wat achterblijft op de ambitie.

Maar iets wat ik nog niet van mijn collega's gehoord heb, is het feit en dat is door het college in voorgaande jaren ook gezegd: maar we hebben in ieder geval meer uitgegeven dan in het vorige jaar, dus het is in ieder geval beter gegaan. Daar plaatst de VVD toch wat kanttekeningen bij, aangezien de kosten van al deze projecten ook steeds groter en groter worden. Ieder project wat er op het moment wordt uitgevoerd, daar worden vrij forse bedragen iedere keer bij gevraagd. Hoge percentages ook, af en toe 20 procent komt er langs om erbij te vragen. Als je dat loslaat op de verhoging van de investeringen die er zijn gedaan, dan kun je dus afvragen of de uitvoeringskracht daadwerkelijk is gestegen of dat wat het heeft gekost alleen maar is gestegen. En de vraag aan het college is

11

dus, evenals heel veel van mijn voorgangers: wat gaat het college eraan doen om die opgave, om daaraan te voldoen? Zeker als je ziet dat het dus steeds verder naar achter geschoven wordt en dat de opgave alleen maar groter en groter en groter en groter wordt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat riep nog een interruptie op van de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Voorzitter, we zijn dankbaar dat in ieder geval de VVD deze zorg onderschrijft, maar dan even de politieke vraag aan de VVD. Loopt de uitvoeringskracht achter bij de ambities van deze gemeenteraad of lopen de ambities van deze gemeenteraad vooruit op de uitvoeringskracht van de organisatie? Mevrouw Klazinga: Dat vind ik eerlijk gezegd een moeilijk te beantwoorden vraag, aangezien ik niet midden in het ambtelijk apparaat zit. Of de uitvoeringskracht beter zou kunnen en hoe dat beter zou kunnen, daar kan ik geen antwoord op geven. Dat vind ik een antwoord wat het college zou moeten geven. Kortom, ik kan geen antwoord geven op uw vraag. De voorzitter: Helder. Dan nog een interruptie van de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ik heb een vraag aan mijn collega van de VVD.

U weet toch wel dat over het afgelopen jaar de inflatie niet 25 procent was, dus dan kan toch nooit de conclusie zijn dat er alleen maar sprake is van prijsgroei en niet van volumegroei? Mevrouw Klazinga: Ik weet dat de inflatie geen 25 procent was. Dat ben ik met u eens. Maar ik zie ondertussen wel dat met de projecten die uitgevoerd worden, dat de kostenverhogingen aanmerkelijk hoger zijn dan de gemiddelde inflatie. De voorzitter: Volgens mij was u ook klaar met uw eerste termijn, ja. Dan kijk ik nog verder. Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Er is al veel verteld over onderbesteding en over burgerparticipatie. Daar kunnen wij ons zeker bij aansluiten. Ook hebben wij altijd het punt de externe inhuur. Dat is perfect verwoord door mevrouw Klazinga. Dus ook daar kunnen we dat doen. En het grappige is dat ook wij keken vanuit verwondering. Ik hoor een heel betoog over verwondering, over Smileys. Wij hebben dat vertaald in een aantal vragen, die zijn ook beantwoord. Daar willen wij ook de ambtenaren hartelijk voor bedanken. Maar soms waren die antwoorden niet altijd even, voor ons tot tevredenheid. Sommige dingen wel. Dus als we kijken naar dienstverlening, dan zien we in ieder geval wel een verbetering van het aantal beantwoorde telefoongesprekken. Uiteindelijk is het streefcijfer wel behaald.

Het streefcijfer was 70 procent van de telefoongesprekken binnen 60 seconden beantwoorden, maar dat bleef achter tot 60 procent. En inmiddels is door vervulling van de vacatures het streefcijfer van 70 procent wel behaald. En dat is mooi. Toch ziet het CDA Haarlem eigenlijk graag een hogere ambitie. Dus wij hopen dat hierna het streefcijfer nog hoger wordt. En ook waren we blij dat er inmiddels een traject is opgestart hiervoor, om dat proces met de betrokken partijen te optimaliseren. Waar het CDA zich niet helemaal in kon vinden in het antwoord dat was gegeven op de vraag wat de reden was van het aantal handhavingsinterventies, zoals boetes en waarschuwingen. Daar heeft VVD ook het een en ander over gezegd. Dat dat is achtergebleven ten opzichte van de doelstellingen. En als je dan het antwoord ziet, dan wordt er gezegd: maar het gaat ook om zichtbaar aanwezig te zijn in de wijk. En natuurlijk gaat het daarom, maar een veel gehoorde klacht is dat de burgers de handhaving niet veel in de wijk zien, maar wel bijvoorbeeld veel verkeerd geparkeerde auto's bijvoorbeeld op de hoeken van de straten. En een mooie uitdrukking is natuurlijk dat je de postbode ook niet altijd ziet, maar

12

wel post op de deurmat vindt. Maar in dit geval is het wel anders, want de overtredingen met betrekking tot de leefbaarheid worden niet minder, terwijl de cijfers van het aantal handhavingsinterventies wel is achtergebleven. Het CDA Haarlem … De voorzitter: Ik denk dat dit een mooi punt is om u te interrumperen. Ik niet tenminste hoor, maar de heer Trompetter. Ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Oppenhuis bedoelt u dat u nu voor meer handhaven op parkeerhoeken bent of voor minder? Want we hebben die vraag steeds gesteld aan de burgemeester. Dus ik ben heel blij dat dat het nu wat vaker gebeurt. Mevrouw Oppenhuis: Dat is dus niet leefbaar. Dus tegen het parkeren op de hoeken, dus voor het handhaven op parkeren op de hoeken. En dat geven wij ook elke keer weer aan en nu dus ook. Het CDA Haarlem keek ervan op dat een aantal van de geplande acties van het Actieprogramma veiligheid en handhaving nog niet waren uitgevoerd. Onder andere de actualisatie van sekswerkbeleid en het opstellen van de bijbehorende handhavingsstrategie. Want die wordt deze maand opgestart. Dat is deze maand, die is nog niet voorbij, maar bij sekswerk komt ook heel vaak mensenhandel kijken. En daarom vraagt het CDA Haarlem zich af of dit niet continu geactualiseerd kan worden, bijvoorbeeld door het verbeteren van de IT-programmering.

Zodra er bijvoorbeeld een actie of melding heeft plaatsgevonden en is geregistreerd, dat het dan meteen bijgewerkt kan worden in de IT-systemen, zodat de cijfers wel direct opkomen. Ook wat betreft het thema radicalisering lijkt het CDA Haarlem in deze tijd een aandachtspunt. Daarom had het CDA Haarlem verwacht dat de uitbreiding van het bestaande gemeentelijk netwerk van aandachtsfunctionarissen op het gebied van radicalisering niet had hoeven worden opgepakt in 2025. Maar net zoals net werd verteld van de sekswerkers, dat dit continu geactualiseerd had kunnen worden. Ook weer middels bijvoorbeeld in de IT. Jeugd en veiligheid is net ook al opgenoemd door D66. Daar hadden wij ook inderdaad vragen over. Kan ik nu achterwege laten. Gelukkig zijn de andere thema's wel behandeld en uitgevoerd en daar zijn we dan wel weer tevreden over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn we volgens mij bijna rond met de eerste termijnen, maar die van Trots Haarlem hebben we bijvoorbeeld nog niet gehad. Dus ik geef u het woord, de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik houd het maar kort. Wat mij opviel, was dat we natuurlijk jarenlang door deze wethouder gewaarschuwd zijn voor een enorm ravijnjaar wat eraan komt. En dan zit er een extreem rechts kabinet, waar iedereen een bloedhekel aan heeft. Maar die geeft dan wel 3 miljard uit om al dat ravijnjaar te dempen.

En dan lees ik in de krant dat de wethouder zegt: dat hebben wij toch goed gedaan hier in Haarlem. Kan de wethouder daar op die arrogante opmerking nog wat over reflecteren? De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem, ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Het is jaarlijks terugkijken en dan krijg je de standaardopmerkingen. Onderbesteding, de primaire begroting die is heel zuinigjes afgesteld en in de loop van het jaar krijgen we steeds meer geld en hebben we weer nu ineens een overschot van 44 miljoen. Die schuivende panelen is altijd een voortdurende opmerking geweest van Hart voor Haarlem. En dan kunnen we waarschijnlijk, als we doorgaan, nog de komende 10 jaar op terugvallen. Wat betreft, ik heb een paar opmerkingen, want er zijn natuurlijk een paar hoogtepunten vorig jaar geweest. Het referendum, dan heb je het over betrokken burgers. Dat is natuurlijk een groot succes geweest. Het wordt ook in de inleiding twee keer genoemd. Dus dat is goed, want dat zegt iets over het elan dat toch in deze stad leeft, omdat het ook een succes is geweest. We hebben ook te

13

verwerken gekregen de Spreidingswet en dat we hier twee azc’s krijgen en een tehuis voor jonge minderjarige statushouders, AMV'ers. En toen heb ik er maar eens even het gebiedsjaarverslag 2024 van Zuidwest bijgehaald. Dat is toch wel heel erg merkwaardig, want het zegt dan ook wel iets hoe gaan wij met deze zaak om? Hoe gaan wij naar dat jaarverslag kijken? Dat er twee azc's komen in Zuidwest wordt nergens genoemd. Er wordt dan wel wat gezegd over de problemen bij de Zijlweg bij de zogenaamde horrorflat. Dat is namelijk een beoogde azc-locatie. Er is helemaal nog niets van de grond gekomen. Er wordt dan wel iets gezegd dat we daar leuk mee bezig zijn om mogelijke misstanden te voorkomen. Zuidwest, dat is ook het Rozenprieel. Dan wordt er wel gemeld dat er een Lentefestival wordt georganiseerd in het Rozenprieel en dat men lekker bezig is met groen. Maar het feit dat daar die AMV'ers komen in de Asserstraat en een groot stuk groen daar gewoon wordt afgesloten voor de buurt, dat vind ik dus bijvoorbeeld weer niet terug. En de vraag is natuurlijk van waarom zijn we als we dan toch met die gebiedsverslagen, als dat een ambitie van dit college is om dat zo te brengen, waarom dan toch niet iets zorgvuldiger? En als ze dat niet willen, stop daar dan mee. De voorzitter: Ik zag net al een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. Ga ik daarna naar mevrouw Çimen.

De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik hoorde Hart voor Haarlem zeggen dat het referendum zo'n succes was. Mevrouw Van Zetten heeft af en toe dezelfde humor als ik. Dus was dat humoristisch bedoeld of meent u dat nou serieus? De voorzitter: Humanistisch of humoristisch? Ik hoorde het niet goed. Humoristisch. Ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ik ben natuurlijk bloedserieus, als het over de burgerbetrokkenheid gaat. Het bleek toch dat de opkomst heel erg groot was, bijna 40 procent. Dat het beleid veranderd is, of het tevreden is en of er misschien nog een referendum, dat is punt twee, maar dat is 2025. We hebben het nu over 2024. De voorzitter: Houdt u de reflectie nog over het wegen van het referendum voor volgend jaar? Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik sloeg een beetje aan op het verhaal over de opvanglocatie voor die AMV'ers en voor de azc's. We zijn natuurlijk aan het terugblikken op het afgelopen jaar. Verwacht mevrouw Van Zetten dan dat we ook al in de terugblik al een beetje gaan vooruitblikken op locaties die wel bestemd zijn, aangewezen zijn, maar waar nog niets bezig is? Mevrouw Van Zetten: Volgens mij interpreteert u mijn betoog verkeerd. In 2024 is die locatie Meesterlottelaan gekocht door het COA en daar is een besluit over genomen. We kijken terug naar 2024.

Wat is er gebeurd in Zuidwest? Dat lijkt me een behoorlijk grote ontwikkeling en niet te vergeten Zuidwest Zijlweg, dat pand zit ook in Zuidwest. Het Rozenprieel is ook Zuidwest. Zuidwest, wat is dat eigenlijk? Maar dat is een heel groot gedeelte van Haarlem, waar belangrijke ontwikkelingen zijn begonnen, gestart zijn in 2024 en waar niets over wordt gezegd, dan wel over een lentefeest in het Rozenprieel. Dat is toch gewoon van de gekke? Dat je dat heel belangrijk vindt en iets anders laat je maar eventjes lopen, omdat het misschien politiek niet zo niet zo lekker ligt. Ik vind dat gewoon slecht. De voorzitter: Was u al klaar met uw eerste termijn? Dank u wel. Kijk ik nog naar links, mevrouw Booms eventueel nog, eerste termijn? Helemaal goed, ga ik naar het college, wethouder Roduner.

14

Wethouder Roduner: Dank u wel. Ik zal iets vertellen over het financiële resultaat en wethouder De Raadt kan natuurlijk iets vertellen over de bedrijfsvoering en de burgemeester iets over handhaving en veiligheid. Er wordt wat gezegd over moeten we hier nu blij zijn of moeten we hier nu verdrietig mee zijn? Ik sluit me toch uiteindelijk aan bij de blije mensen. Ik ben zo blij als een kind met dit jaarverslag, omdat ik ook zie dat de uitvoeringskracht van de gemeente Haarlem is versterkt. We hebben weer meer gedaan dan het voorgaande jaar. Het IP denk ik als meest sprekende voorbeeld. Ik begrijp dat mensen zeggen: maar dat heeft ook te maken, we zien ook prijsstijgingen, maar ik denk wat je nu ziet in het IP, dat vooral de prijsstijgingen die nu de afgelopen periode ter besluitvorming ook naar de raad zijn geweest, dat dat vooral gaat over projecten die dus ter uitvoering moeten zijn in 2025, 2026, 2027. En dat de sprong van 2023 naar 2024 wel degelijk een groot deel volume is. Zijn we er dan nog niet? Nee, zeker niet. Zullen we bij de Kadernota ook wel verder het gesprek over voeren. Dus ik zie dat de uitvoeringskracht vergroot is. En ik zie ook dat we uiteindelijk geld hebben overgehouden. Een aantal voorbeelden van die 32 miljoen is natuurlijk een hele hoop onverwachte Rijksbijdrage, die een groot deel daarvan uitmaken.

We hebben de Energiearmoede-toeslag uitgevoerd, ruimhartig uitgevoerd en toch heeft het Rijk ons daar 6 miljoen te veel voor gegeven de afgelopen jaren, wat dit jaar dan na het aflopen van die regeling definitief vrijvalt. Een bijzonder mooi resultaat is, denk ik waarin je ziet dat resultaat en financiën echt hand in hand kan gaan, is het resultaat dat we hebben bij de bijstandsuitkeringen. We hebben zo'n succesvol bijstandsbeleid. Het lukt ons zo goed om onze Haarlemmers aan het werk te brengen, dat we gewoon 7,5 miljoen ruim overhouden op onze bijstandsuitkeringen. Dat is denk ik een prachtig resultaat. Waar je ziet dat … Waar wij denk ik heel erg trots op mogen zijn. Natuurlijk blijft er dan misschien weleens wat geld over voor re-integratie, maar dit laat uiteindelijk misschien ook wel zien dat er misschien wel te weinig mensen zijn om uiteindelijk aan re-integratie te doen. Dus ik denk dat dat heel goed is. Het resultaat was wel groot en ik denk ook met name het verschil tussen de decemberrapportage, de jaarrekening is naar mijn smaak echt nog te groot. Dat moet beter. Dus het idee van een decemberrapportage is juist om de laatste dingetjes dicht te schroeien, zo veel mogelijk aansluiten bij de verwachting. Je bent al echt ver in het jaar natuurlijk dan en dat er dan nog zo'n groot bedrag uiteindelijk vrijvalt, dat is denk ik wel echt een punt van aandacht.

Daar doen we ook iets mee. Dat zult u zien bij de Kadernota. Het voorbeeld van de BUIG heb ik net genoemd. Daar ziet u een voorstel in ieder geval bij de Kadernota om daar ook anders mee om te gaan, om dat in te boeken, zodat je niet meer dat voordeel hebt. Je ziet ook iets over het Btw-compensatiefonds. Je ziet een voorstel om uiteindelijk ook met het IP anders om te gaan en de kapitaallasten. Daar gaan we bij de Kadernota over praten. De voorzitter: Ik zag een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik was wel nieuwsgierig, want de wethouder doet het nu eigenlijk weer, wat ik in mijn betoog ook zei: wij zijn zo goed met re-integratie, maar we hebben hiervoor een discussie gehad dat er bijna nergens mensen te vinden zijn en dat dat zo'n groot probleem is. Dus hoe verhoudt zich dat dat misschien niet gewoon de tijd is van dit moment, dat we gewoon veel arbeidskrapte hebben of dat dan uw organisatie zo goed bezig is? Hoe kunt u dat precies zo bepalen? Wethouder Roduner: Dat is wel leuk dat u dat vraagt, want dan kunnen we het weer even uitleggen en nog een keer benadrukken. Het bijstand-verdeelmodel is een relatief verdeelmodel. Dus je kunt er alleen geld in overhouden als je het beter doet dan andere gemeenten. Het totaal wordt bijgesteld naar het totaal aantal bijstandsgerechtigden in Nederland.

Dus als de economie heel goed draait, dan zijn veel mensen aan het werk. Dan wordt de totale pot kleiner en wordt verdeeld. Dus als jij het beter doet dan andere gemeenten, dan kun je op jouw stukje geld overhouden. Dus juist het feit dat we daar heel erg veel voordeel aan behalen, laat zien dat we succesvol zijn. Dan toch weer even nog één nuance daarop. We hebben misschien ook wel een beetje

15

geluk met het verdeelmodel, soms heb je geluk, soms heb je nadelen. Het verdeelmodel probeert natuurlijk alles zo eerlijk mogelijk te doen, maar misschien hebben wij ook wel een populatie die goed is. Maar goed, natuurlijk is het ook een groot deel resultaat van onze inspanningen. De voorzitter: Vervolgvraag nog, heer Van den Raadt? De heer Van den Raadt: Ja, want als ik deze uitleg hoor dan zou ik bijna denken: als je dus heel veel werklozen in Haarlem hebt, dan doe je het altijd veel beter dan Deventer, waar dan misschien vijf werklozen zijn. Want dan bent u relatief beter met het wegwerken van de werkloosheid, maar andere steden hebben dan misschien geen werkloosheid. Wethouder Roduner: Nee, zo werkt het toch nog steeds niet. Dus stel, er zijn 500.000 bijstandsgerechtigden in Nederland. Wij zijn ongeveer 1 procent van Nederland. Er wordt nog iets scherper naar onze verdeling gekeken. Dus dan zouden wij 5.000 bijstandsgerechtigden hebben. We hebben er 3.000. Dat betekent dus dat je voor 2.000 mensen minder uitkeringen hoeft te verstrekken. Dat betekent dus dat je beter presteert dan andere gemeenten relatief en daarom houd je dat geld over. Dus op die manier werkt het. De voorzitter: Wethouder, dat is op zich interessant, maar wellicht wat technisch. Ik zou u willen vragen om naar het volgende te gaan. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel.

Heb ik proberen uit te leggen, bij de Kadernota komen een aantal voorstellen waarmee we hopen ook de verschillen voor de toekomst te verkleinen. Dat zit dus op de BUIG. Het Btw-compensatiefonds, heb ik al gezegd, een aantal dingen. Ook dat we nog een keer gaan kijken of er toch niet budgetten zijn die we al een paar jaar lang overhouden. Dan kun je enerzijds zeggen: zijn de ambities te hoog? Je kunt ook zeggen: misschien zijn de budgetten wat te ruim en kunnen we daarin ook weer een slagje reëler ramen die voorstellen te doen. D66 vroeg mij of er voorbeelden zijn van gemeenten die een kleiner overschot hebben. Ja, die zijn er zeker. Ik sprak laatst een wethouder in Delft. Die had eigenlijk maar heel weinig en toen vroeg ik: hoe kan dat nou? Maar dat bleek ook dan weer te maken te hebben dat zij jarenlang artikel 12-gemeente zijn geweest en eigenlijk al het al het leuke is weg geschaafd. Dus dan is er ook weinig over te houden. Zo zijn er voordelen en nadelen. Zaanstad sprak ik ook vandaag. Die zat met de handen in het haar, want die moesten behoorlijk bezuinigen. Dus zo zijn er waarvan we kunnen leren van andere gemeenten, maar andere gemeenten kunnen ook van ons leren, maar we zetten in ieder geval wel stappen om dat verschil te verkleinen. De accountant heeft een aantal jaren al inderdaad, volgens mij is dat ook gezegd, opmerkingen over onze uitvoeringskracht.

En met name als je naar het IP kijkt, ik denk dat we dan zien dat het wel sneller of dat het omhoog gaat, maar nog niet in een tempo waarin we zouden willen. Kun je twee vragen stellen. Willen we te veel of doen we te weinig? Ik zit nog steeds een beetje op de lijn; we doen te weinig en we willen het nog steeds. Want elke keer als ik het IP opensla en bespreek met mijn collega's, dan staan daar de projecten in die we willen, die we politiek willen en die we nodig vinden voor de stad. En ze komen niet zo snel als we zouden willen. Ik denk dat iets is waar we ons toe moeten inzetten, waar bij de Kadernota ook weer een moment is om het gesprek aan te gaan. Maar ik heb nog niet gehoord van u: schrap deze 10 IP-projecten maar. Als je vindt dat onze ambities te hoog zijn, dan is dat de consequentie die je moet trekken. Dan moet je zeggen: schrap deze 10 IP-projecten maar, want dat willen we eigenlijk gewoon niet. Die ambitie hebben we niet. Zo kijk ik daarnaar. De voorzitter: De heer Van den Raadt, Trots Haarlem.

16

De heer Van den Raadt: Voorzitter, we hoorden natuurlijk bij die technische sessie van die accountants dat het jarenlang eigenlijk geval is dat er veel te veel optimistisch geboekt wordt en dat dat geld dan overblijft. U zegt: dan verwacht ik dat u dan straks met voorstellen komt om iets te gaan schrappen, maar u kunt toch ook, die hele Kadernota dat komt eigenlijk uit het college zijn pen, dus die heeft daar hopelijk dan ook een beetje rekening mee gehouden. Maar dat is niet zo, want die gaan nu geloof ik 100 miljoen uitgeven. Dus waarom wacht u dan tot de raad ermee komt, als u zelf eigenlijk het er wel mee eens bent. U kunt toch zelf ook proactief handelen? Wethouder Roduner: Nee, mijn redenatie is dat onze ambities niet te hoog zijn. Dat de ambities die wij als college voorstellen in het IP zitten. Heeft u ook al in het verleden, u heeft al een paar IP’s goedgekeurd, want dat doet u uiteindelijk. Er zit niet zoveel verandering in. Dus de ambities volgens mij die in het DB zitten die willen we allemaal, maar ik hoorde ook partijen zeggen: zijn onze ambities niet te hoog? Wilt u niet te veel? Als dat zo is, dat vind ik niet, maar dan is het denk ik aan de raad om aan te geven welke projecten dan niet meer gewenst zijn. Dus wat gaan we doen om de IP-uitgaven te verhogen? Was ook een vraag van de VVD. Die gaan we bij de Kadernota bespreken. De voorzitter: Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15709855/1