05-22 Transcript Commissie Samenleving 22 mei 2025
Tekst van het document
De voorzitter: Anderen in tweede termijn voor wethouder Berkhout? De heer El Aichi.
15
De heer El Aichi: Mijn collega van beheer is hier speciaal gekomen om vragen te stellen, maar hij heeft nog steeds geen antwoorden gekregen. De voorzitter: Iemand anders? Nee. Wethouder ga uw gang. Wethouder Berkhout: Dat eerste punt, het aanpassen van het hele HSP voor toegankelijkheid. Ik probeer een punt te maken dat me dat overbodig lijkt, want dit is het onderwerp van gesprek. U zat net ook bij de commissie. Het gaat altijd over toegankelijkheid. Intern in de processen, als ik de voorbereiding heb met de procesmanager, het gaat altijd over toegankelijkheid. Eerst een jaar geleden moest ik het aan het eind vragen. Of een half jaar daarvoor, moest u het aan mij vragen. Nu zegt hij: natuurlijk zijn ze betrokken. Dus zo werkt het en ik hoor de discussies in de commissie. En dan zeggen we: maar houdt u wel rekening met die geveltuintjes bij de Spaarnwouderstraat? Die geveltuintjes vonden we mooi. Een paar jaar geleden wilden we groen. Houdt u wel rekening met toegankelijkheid? Is het een 1.20 of 1.50 meter? Dat gesprek wordt gevoerd, intern en in de commissie. Het hele HSP aanpassen. We gaan het trouwens wel evalueren, want misschien als we tempo willen maken in deze stad, moeten we kijken of we niet elk ontwerp zo vaak terug moeten laten komen. Dus dat is een ander gesprek.
Maar als u zegt van het zit niet goed tussen de oren, u moet het aanpassen, dan zeg ik: nee, wat ik merk, is dat het steeds meer en meer, het kan beter, steeds meer tussen de oren zit en dat we dat afwegen. Dus ik zou zeggen: dat hoeft niet. Dat gebeurt. En de tweede, de toegankelijkheidsparagraaf. Eigenlijk is dat het antwoord op die eerste vraag. U ziet dat het steeds meer, het zijn die afwegingen, de integrale afwegingen. Als je alleen maar zegt toegankelijkheid: hoe zit dat? Nee, ik zeg uiteindelijk: hoe hebben we de stoepen? Hebben we de breedte gehanteerd die in het HIOR staat voor de stoepen of hebben we gezegd de straat is te smal? We hebben een andere keuze te maken. Een of twee. Dat staat in elke nota die ik u meegeef. Daarmee zou ik het niet willen beperken tot één paragraaf op pagina zoveel. Dit zijn de afwegingen die ik in de ontwerpfase meegeef, dus voor beide zou ik het niet doen. Dan de laatste vraag van het CDA. Als u het specifiek over het bord wilt weten, zou ik zeggen: stel het schriftelijk. Maar u maakt wel een punt over de MOOR-meldingen en volgens mij is dat ook iets waar we moeten kijken: hoe gaan we daarmee om? Dat is volgens mij ook nog een digitaliseringsslag, zeg ik even naar mijn collega met een andere portefeuille, hoe we dat kunnen verbeteren.
Maar wij gaan ook kijken over toegankelijkheidsaspecten binnen de MOOR-meldingen, of we die beter kunnen markeren binnen het interne systeem er aandacht aan te geven. Dus hopelijk volgt verbetering. De voorzitter: Mevrouw Özogul. U heeft nog een laatste vraag voordat de wethouder naar boven gaat. Mevrouw Özogul: Met toegankelijkheidsparagraaf bedoel ik ook wat u zei net, maar ook dat het voor de lezer gelijk, wie het ook is, een Haarlemmer een gemeenteraadslid of wie dan ook die erbij betrokken is, gelijk duidelijk is van dit zijn de punten met betrekking tot toegankelijkheid. De voorzitter: De commissie boven schuift blijkbaar wat. Dus we hebben iets meer ruimte met uw beantwoording. Dus u kunt verder. Wethouder Berkhout: Nee, maar wat ik probeerde te zeggen: ik zou het niet willen beperken tot een eenzijdig onderwerp. Wat wij moeten doen met elkaar, is altijd de integrale belangenafweging maken voor die schaarse ruimte in de stad. Dus hoe gaan we … En ik wil dat graag in nota's terug laten komen. Volgens mij heeft ook het presidium een nieuw format voor collegevoorstellen, waar de afwegingen inzichtelijk worden gemaakt. Dus waarom kiezen we voor iets niet of iets wel? Maar dan moeten al die wegingen worden gemaakt in die schaarse ruimte.
En daar wil ik het in terug laten komen, in plaats van even een kopje hoe zit toegankelijkheid erin? Want dan volgt daaronder hoe zit duurzaamheid erin? Dan zit daaronder … Dan blijf je het steeds
16
staccato onderling. Het gaat uiteindelijk om, het is waarschijnlijk nooit maximaal toegankelijk. Dat is ook het eerlijke verhaal. Helemaal niet in een historische binnenstad waar het past. Maar je maakt wel die afweging inzichtelijk en ik denk dat dat veel beter is voor de bespreking. De voorzitter: Dat riep nog een paar vragen op. Als eerste van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Waar ik me eigenlijk zorgen over maak, is u zegt: we hebben nu meer de cultuur van aandacht voor toegankelijkheid. Nou, bravo, daar ben ik helemaal blij mee. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Je moet altijd voor dat soort dingen aandacht blijven vragen. Dus ik heb toch de neiging om iets van borging te willen, iets van een proces, iets van een regeltje. Waardoor we dat toch beter altijd blijven doen voor de komende paar jaar. Dus misschien, ik kom met de suggestie, misschien kunt u over iets nadenken. De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Kunnen we het ook een soort van omdraaien en misschien bedenken dat er een simpel uit te voeren checklist is van dingen die je wel en niet moet doen? Gewoon afvinklijstje bijna. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Berkhout: Ja, maar dit is niet het enige onderwerp in de openbare ruimte. Dat probeer ik maar te zeggen. Dus dan moet je straks … Een programmamanager heeft een checklist.
Dus volgens mij is het ook uiteindelijk aan de coördinator toegankelijkheid in onze interne processen om te kijken hoe we dit borgen. Eerlijk gezegd hoop ik uiteindelijk dat de coördinator deel van haar waar ze nu bij staat, dat ze dat over een paar jaar niet meer hoeft te doen. Omdat dat dus opgenomen is in de werkprocessen. Dat ze zich kan richten op andere aspecten van toegankelijkheid en dat het zo verder gaat. Dit zit ook echt heel erg diep in de organisatiewerkwijze, maar dan worden het straks 86 verschillende checklistjes. Ik denk dat we dat moeten voorkomen of dat wij daarop willen sturen. Laat ik dat maar zo zeggen. En die andere, wat de heer Van den Berg zei, maar ik ben altijd ben benieuwd naar hoe u daarover denkt. Het handboek inrichting openbare ruimte zijn die uitgangspunten. En die zien we terug. Dat is gewoon het handboek voor de procesmanager. Dus ik heb wel vertrouwen dat we dit wel in ons proces hebben geborgd of in ieder geval als uitgangspunt hebben genomen en steeds meer en meer helemaal tussen de oren krijgen. De voorzitter: Dank ik u voor uw beantwoording. Boven zijn ze aan de Zonnevechter begonnen. Dus mocht u dat willen volgen, dan kunt u boven op de tribune plaatsnemen. Wij gaan door naar de beantwoording van wethouder De Raadt. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter.
En dank aan uw commissie voor alle reacties en de grote betrokkenheid die u toont bij dit hele belangrijke onderwerp. Wethouder Berkhout die gaat naar de Zonnevechter. En hij heeft in ieder geval de antwoorden gegeven voor wat betreft de openbare ruimte vragen. Dus ik zal nog even het overige afgaan. In zijn algemeenheid, er is natuurlijk heel wat gezegd over toiletten, net zo goed als inderdaad sinds jaar en dag in deze raad een heel belangrijk aandachtspunt. Volgens mij zijn we daar ook echt actie op aan het zetten. Vorige week is natuurlijk een nieuw openbaar toilet geopend in de fietsenkelder van het Houtplein. Er komen straks nog twee toiletten openbare toiletten en Changing Places toilet. Dus dat is echt een hele grote voor mensen met zware beperkingen, dat die ook daar terechtkunnen en daarnaast nog gewoon een mindervalidentoilet. Die komen in de Kruisstraat en dan in de Smedestraat komen ook nog openbare toiletten, waaronder ook 24uurs-zelfreinigend toilet. Dus de lijn is van het college, laten we vooral daarop nu gaan inzetten op die actie. En tegelijkertijd zijn we ook steeds meer aan
17
het inventariseren welke bedrijven, instellingen, organisaties bereid zijn om niet alleen hun toilet voor iedereen toegankelijk te maken, maar dat ook kenbaar te maken op een site. Voor wat betreft de stomabakken vond ik wel een goede suggestie, maar zullen we echt even per keer moeten bekijken of dat per toilet een geschikt middel is. Zijn er ook andere prullenbakken, heb ik me laten vertellen. En het heeft ook een en ander met beheersmaatregelen te maken, maar dat zullen we wel per keer, per toilet wat we toevoegen, zullen we daar die afweging maken: is dit ook een goede plek voor zo'n specifieke stomabak? Dan over de digitale toegankelijkheid en ook onze eigen website is het een en ander gezegd en gevraagd. Hij is vrij recentelijk is hij getoetst op toegankelijkheid. Toen hebben we een status B verworven de A-status is het hoogst. Dus we zitten nu op het na hoogste en over drie jaar gaan we een nieuw toegankelijkheidsonderzoek laten uitvoeren en onze ambitie is dan ook zeker dat we dan wel die status A bereikt zullen hebben. Even kijken. Partij voor de Dieren deed de suggestie om toegankelijkheid mee te nemen in het Digipanel. Dat vind ik eigenlijk wel een hele interessante, voor zover dat er nog niet in zit. Dus daar gaan we naar kijken. De Actiepartij over duidelijke taal. Dat is volgens mij ook een doorgaand proces. Dat is natuurlijk ook nooit klaar.
We zijn wel echt flinke stappen aan het zetten. We zijn onder andere ook natuurlijk bezig met genderneutraal communiceren. Dus in dat kader zijn er al een hele hoop formulieren aangepast en dan nemen we ook direct die toegankelijkheid daarin mee. Dus dan wordt er ook weer gekeken naar van kunnen deze brieven ook simpeler worden opgesteld? Dus dat is ook echt een doorgaand proces en daar zullen we echt niet zo snel mee klaar zijn, want op een gegeven moment krijg je ook weer nieuwe inzichten. Geldt overigens in zijn algemeenheid natuurlijk voor toegankelijkheid. Het is natuurlijk nooit af, het is nooit klaar. We zullen altijd blijven monitoren, altijd blijven bijsturen, er komen altijd weer nieuwe inzichten, nieuwe technieken et cetera. Dus dit is niet op een gegeven moment een heel afgerond proces en dat geldt natuurlijk ook voor het inbedden in onze organisatie, zoals mijn collega al zei. Maar ik ben blij te zien en blij ook van hem te horen dat de toegankelijkheid dus steeds eerder aan het begin van alle processen al wordt meegenomen, over na wordt gedacht en niet pas aan het einde. Dus dat is denk ik echt wel. We hebben eventjes moeten wachten totdat de vacature van de coördinator toegankelijkheid was ingevuld. Maar ik ben ervan overtuigd dat er sindsdien echt forse stappen al zijn gezet.
Voor zowel betreft een cultuuromslag bereiken binnen de organisatie, als wel dit toch wel behoorlijk brede uitvoeringsprogramma. Ik hoor ook dat jullie inderdaad ook heel erg blij zijn met de invulling van de coördinator, want iedereen wil het nu al hebben over contractverlenging, terwijl die pas nog wel een tijdje doorlopen. Mijn voorstel zou zijn om … We gaan evalueren. We gaan over twee jaar, komt er een evaluatie en volgens mij moeten we daar de positie van de coördinator ook gewoon in meenemen. Want je kan ook nog kijken van misschien moet die functie wel een iets andere vorm krijgen als we weer twee jaar verder zijn en we hebben twee jaar opnieuw doorontwikkeld. En ik ben ervan overtuigd dat dekking dan ook gevonden gaat worden. En anders kan ik u natuurlijk altijd verwijzen naar de Kadernota, als u dat nu al graag wil opnemen. Dus dan kunt u daar voorstellen voor doen. Even kijken. Een linkje naar de website voor Uniek Sporten, ga ik even naar kijken. Er zijn allemaal regels waar onze website aan moet voldoen, heb ik me al een paar keer laten uitleggen, maar als het enigszins mogelijk is, dan zullen we dat doen. En inderdaad u gaf ook nog even aan het toilet in Haarlem-Noord. Laten we dat ook meenemen in de voortgangsrapportage. De hoge nood app, daar zijn we nu nog niet bij aangesloten, maar het is wel een actie, staat ook in het stuk.
Dus daar gaan we ons bij aansluiten. Dan MOOR-plus. Daar is net ook al heel even kort wat over gezegd. We zijn wel bezig om inderdaad de meldingen die binnenkomen op MOOR-plus te inventariseren van nou kunnen we daar bepaalde patronen in de toegankelijkheid bij ontdekken? Dat is op zich nog best lastig, maar we hebben wel al redelijk wat voortgang gemaakt en de MOOR-plus vernieuwing staat inmiddels ook op de planning voor ik dacht uit mijn hoofd 2027. Dus daar komt ook aandacht voor. Dan de ChristenUnie, die vroeg ook van ondernemers, of wij de drempels van de ondernemers konden gaan slechten. We hebben wel en dat is dan vervolgens wel de keuze die uw commissie moet maken bij de Kadernota, maar we stellen in dit stuk voor om
18
een subsidieregeling op te stellen voor ondernemers, zodat zij met die subsidie hun eigen drempels kunnen slechten. Voorzitter, volgens mij heb ik de meeste vragen zo beantwoord. De voorzitter: Volgens mij heeft u een goede poging gedaan een heleboel dingen die u mee gaat nemen. Ook heb ik genoteerd dat we over twee jaar een evaluatie over de toegankelijkheid krijgen, waarin u de positie van de coördinator toegankelijkheid in ieder geval meeneemt. Dus dat is mooi. Wel gaan we uiteraard, ik zie meerdere handen naar de tweede termijn van de kant van de commissie. Als eerste mevrouw Özogul, namens de SP. Mevrouw Özogul: Ik had een vraag gesteld of wij bijvoorbeeld met betrekking tot openbare toiletten in het centrum en Haarlem, via onze Socials wat meer bekendheid kunnen geven. Dat mensen snel in de gaten hebben van waar zijn ze te vinden? De voorzitter: Mevrouw Bastiaans, namens de PvdA. Mevrouw Bastiaans: Ik had nog een vraag gesteld over de braille bij monumenten, hoe u daartegenover staat of u daar actie op zou willen ondernemen. De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik vroeg naar bewustwording publiekscampagne, ervaringstour en virtual reality cursussen. De voorzitter: Virtual reality cursussen was het laatste. Nee, dat begrijpen we. De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg: Ik vroeg naar evaluatie of er na één jaar een Raadsinformatiebrief kon komen en twee jaar evaluatie, dat is volgens mij al ingepland. De voorzitter: Uitstekend. Dat is een heldere vraag. Anders nog commissieleden die nog het woord willen voeren in de tweede termijn of een vraag die niet beantwoord is? Nee. Wethouder, gaat u de punten nog even af. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Voor wat betreft de bekendheid van de toiletten, dat vind ik ook een goed punt. We gaan wel met de bebording ook sowieso aan de slag, dus betere bebording richting de openbare toiletten. Maar om er nog wat meer aandacht op te geven op social media, ik zal dat verzoek indienen bij ons social media-team. Ik neem aan in ieder geval sowieso met de opening et cetera zullen we daar echt wel veel aandacht aan gaan besteden, want er zijn echt wel bijzondere toiletten die we gaan toevoegen in het centrum. VR-cursussen hoorde ik. Het is me niet exact duidelijk waar u precies op doelt. Ik weet wel dat er onlangs, vertelde iemand mij dat ze nu een soort VR-cursus hadden gedaan om je te kunnen verplaatsen in hoe het is als je een haperend brein hebt, bijvoorbeeld dementie. Dus dat was een ambtenaar van de gemeente Haarlem die bij mij dat vertelde. Dus ik weet dat die cursus in ieder geval wordt gevolgd binnen de gemeente.
Maar dat valt natuurlijk onder het Wmo-domein, dat is niet mijn portefeuille. En dan was er nog de vraag, de braille op de monumenten. Ja, wil ik ook meenemen in de voortgangsrapportage evaluatie die we doen over twee jaar. Wat mij betreft, je ziet toch vaak dat we dit soort programma's na twee jaar evalueren. Omdat je toch wel, als je dat al na één jaar doet, dan is eigenlijk de evaluatie, dit is in gang gezet, dit is in gang gezet en je wil eigenlijk wat meer concrete resultaten ook, om daar vervolgens op te gaan sturen. Dus mijn idee zou zijn om vast te houden aan de evaluatie voor over twee jaar.
19
De voorzitter: De heer Van den Berg, daarop een reactie? De heer Van den Berg: Ik vraag om een Raadsinformatiebrief, ik vraag niet om een uitgebreide evaluatie, maar een kleine update zou denk ik wel wenselijk zijn wat mij betreft. De voorzitter: Een update van wat er gestart is misschien dan. Wethouder De Raadt: Laten we het zo afspreken, een kleine update in een RIB van wat er is gestart. De voorzitter: Kijk, dat is een mooie. Dan heeft u ongeveer waar u naar zocht, denk ik. Dan hebben we dit punt zo voldoende besproken. Pauze De voorzitter: Hebben wij pauze. Ik zie u over, wat zullen we eens doen? Nou, 14 minuten. Dan kunnen we even uitgebreid koffiedrinken. Allemaal uw plaatsen innemen, alstublieft. 8.
Inclusieve Speeltuinen in Haarlem De voorzitter: Dan gaan we door naar het volgende agendapunt. Agendapunt 8, de inclusieve speeltuinen in Haarlem. En dan wachten we even tot iedereen zit zo. Voor dit agendapunt hebben wij één inspreker die zich heeft aangemeld, mevrouw Swiers, een vrijwilliger bij de speeltuin Floragaarde. U zit hier al voor ons klaar om ons toe te spreken. Als u zo meteen de microfoon indrukt, heeft u 3 minuten de tijd om uw inspraakbijdrage te geven. Daarna is er mogelijkheid vanuit de kant van de commissie om nog verduidelijkende vragen te stellen. Ik zou zeggen, ga uw gang. Inspreker 4: Bedankt, geachte raadsleden. Dank dat ik hier mag inspreken. Ik zit hier namens speeltuin Floragaarde in Haarlem Zuidwest. We zijn al meer dan drie jaar bezig met plannen voor vernieuwing, omdat de toestellen zijn afgekeurd en onderhoud nodig hebben. We hebben een speeltuinarchitect ingehuurd en organiseerden een paar participatiemiddag en zochten contact met Buurts. Ook probeerden we het gemeentelijke speeltuinbeleid bespreekbaar te maken, maar van een echte samenwerking of ondersteuning is eigenlijk geen sprake geweest. De gemeente schuift de verantwoordelijkheid voor onderhoud en vernieuwing af op de vrijwilligers, maar dat is eigenlijk niet houdbaar.
Vrijwilligers zijn schaars en van hen wordt verwacht dat zij niet alleen een speeltuin beheren, maar ook professioneel begroten, fondsenwerven, beleid ontwikkelen. En dit terwijl de jaarlijkse subsidie al jarenlang niet geïndexeerd wordt en verre van toereikend is. De vergelijking met Ramplaan of sportverenigingen begint ongemakkelijk te worden. Ramplaan kreeg uiteindelijk steun, maar pas na een intensief en langdurig traject. Bovendien is het een wijk met een sterke sociale structuur, waar veel initiatieven zijn ontstaan. Dat kun je niet overal verwachten. En sportverenigingen hebben een andere organisatie, een financiële basis. Wij beheren een openbare voorziening, maar het beleid ziet ons nog steeds als een vrijwilligersprojectje, niet als een structurele voorziening in de wijk. De enquête van de gemeente was bedoeld om de mate van inclusiviteit in de speeltuinen te inventariseren, maar laat juist belangrijke thema's liggen. Namelijk veiligheid, structurele financiering, heldere verantwoordelijkheden en serieuze samenwerking. We hebben zelf ook een inventarisatie gedaan. Daaruit blijkt dat ook andere speeltuinverenigingen zich gefrustreerd en onvoldoende ondersteund voelen. Zij zitten ook op de tribune. Een ander fundamenteel punt. We hebben geen huurovereenkomst of Opstalrecht met de gemeente.
In andere steden wordt daarmee juist vastgelegd wie waar verantwoordelijk voor is. Toch wordt van ons verwacht dat we onderhoud en vernieuwing zelfstandig regelen, maar op basis waarvan? Juridisch staan we met lege
20
handen. En wat ook wringt, er bestaat binnen de gemeente een tweede beleidspad. Voor andere openbare speelplekken is recent 1 miljoen euro vrijgemaakt. Daar wordt wel planmatig gewerkt met de regie vanuit de gemeente. Onze speeltuin is ook openbaar, maar valt daarbuiten. Waarom is deze tweedeling? Ook in gesprekken met de gemeente, Buurt en ontwikkelzone bleek opnieuw het gebrek aan regie. Iedereen heeft wensen, maar niemand pakt de leiding. We blijven aan alles trekken, zonder samenwerking of rugdekking. We willen geen klaagzang houden, maar we willen wel eerlijk zijn. We hebben alles geprobeerd en daarom met pijn in ons hart delen we mee dat wij onze speeltuinvereniging gaan opheffen. De lasten zijn te groot, het vertrouwen in verbetering is op. Dit systeem werkt niet meer tot slot mijn vragen aan u. Wie neemt nu de verantwoordelijkheid over en wie is de probleemeigenaar met de slagkracht om dit op te lossen? Dank u wel, namens het bestuur van speeltuin Floragaarde. De voorzitter: Dank u wel voor uw inspraakbijdrage. Dat heeft u keurig binnen de tijd gedaan. Als u de microfoon uitzet, dan ga ik kijken of er vanuit de kant van de commissie verduidelijkende vragen zijn. Die zijn er niet. Dan nogmaals dank. Dan kunt u op de publieke tribune plaatsnemen om de bespreking te volgen. En dan ga ik als eerste het woord geven aan mevrouw Lammertse van GroenLinks.
Aangezien zij het agenderingsverzoeken hebben gedaan. Mevrouw Lammertse, aan u. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, we hebben hier een beetje twee thema's op de agenda staan. We wilden het, zoals eerder aangegeven, ook hebben over of de nu voorgestelde verdeling van nieuwe inclusieve speeltuinen, speeltoestellen inderdaad de beste en de leukste is. Want één inclusief speeltoestel maakt niet echt een inclusieve speeltuin. Maar laten we dat eerst eens even met de echte experts, namelijk de kinderen, zelf bespreken op de bijeenkomst die inmiddels is aangekondigd voor 11 juni. En dan kunnen we ons vandaag richten op de andere reden voor ons ons verzoek, namelijk het beleid omtrent de speeltuinverenigingen. Het verhaal van speeltuin Floragaarde is illustratief. Het huidige beleid zorgt voor onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden en bovendien zijn lang niet alle verenigingen in staat om genoeg geld binnen te halen voor onderhoud en vervanging, denken we. Want eigenlijk weten we dat nog steeds niet. In juli vorig jaar is toegezegd dat er een inventarisatie komt van de staat van onderhoud van speeltoestellen, maar in de afdoening van de motie en beantwoording van onze artikel 32-vragen zien we eigenlijk alleen het stukje over inclusief spelen terug. Terwijl het ons ook gaat over de verdere staat van onderhoud.
Want hoe kunnen we verbeterslag maken op speeltuinen, als we niet weten wat de huidige stand van zaken is? Wethouder, kunnen we alsnog die volledige inventarisatie tegemoet zien? En dit is vooral voor die verenigingen een frustrerende situatie. Het is fantastisch dat er vrijwilligers zijn die zich hiervoor willen inzetten, maar juist daarom moeten we wel zorgen dat hun verantwoordelijkheden realistisch en haalbaar zijn. Als we kijken naar de gemiddelde kostenschatting van Jantje Beton moeten de verenigingen jaarlijks gemiddeld zo'n 12.000 tot 13.000 euro binnenhalen bovenop hun gemeentesubsidie of via Buurts en dat lijkt op dit moment niet overal te lukken. Maar ook dat weten we eigenlijk niet, want op onze vraag of daar een overzicht van is, kregen we ook geen antwoord. En in de praktijk betekent dat dan dus, denken we, dat er speeltuinen langzaam aftakelen en steeds minder veilig en steeds minder leuk zijn. En als er geen geld en geen plan is voor onderhoud, heeft het dan wel zin om incidenteel geld te gaan stoppen in nieuwe al dan niet inclusieve toestellen? In hoeverre vindt de wethouder de huidige situatie met de verenigingen toekomstbestendig en kunnen we niet tot een betere en vooral haalbare verdeling van de verantwoordelijkheden komen voor onze speeltuinverenigingen, voor onze speeltuinen die zo belangrijk zijn voor onze wijken? Dank u wel.
De voorzitter: En u ook dank voor uw bijdrage. Wie dan? Mevrouw Scholten, namens Jouw Haarlem, ga uw gang.
21
Mevrouw Scholten: Ik sluit omwille van de tijd met volle overtuiging aan bij de bijdrage van mevrouw Lammertse. Maar zonder participatie zal de gemeente geen nieuwe speeltoestellen financieren. Hoe gaat die participatie, die is inmiddels ingezet, nu precies plaatsvinden? Er komt nu aandacht ook voor het eromheen inclusief maken, maar wordt er bijvoorbeeld ook gedacht aan wat goedkopere oplossingen, zodat je meer dingen kan toevoegen aan elke speeltuin, zoals bijvoorbeeld een voelwand? Ik heb daar voorbeelden van, die kan ik u doen toekomen, als u dat wil. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, namens de SP. Mevrouw Özogul: Dank u wel. Ik sluit me ook volledig aan bij GroenLinks. Ik heb wel twee punten die ik wil benadrukken. Dat is de toegankelijkheid van onze speeltuinen. Heel veel speeltuinen zijn niet toegankelijk voor minder valide jongeren. En ik ben ook inderdaad benieuwd hoe we dat gaan doen. En het is inderdaad heel belangrijk dat ouders en jongeren uit de doelgroep hierbij betrokken worden van wat willen zij? Willen zij één speeltuin met heel veel toestellen voor kinderen met een beperking of willen we een speeltuin met een of twee toestellen? Daar zijn wij benieuwd naar hoe dat afloopt na de bijeenkomst. En het tweede is het onderhoud van onze speeltuinen. In het verleden hebben wij gesneden in de budgetten die speeltuinverenigingen kregen.
Toen zijn we al gewaarschuwd voor eigenlijk dit wat mevrouw net heeft aangegeven. En wat je ziet, is dat wanneer een toestel aan vervanging toe is, er vaak geen geld voor is en dan dat toestel dan weggehaald wordt, waardoor er veel minder overblijft. Wij zijn benieuwd hoe wij dat in Haarlem verder gaan herinrichten en hoe wij dat gaan oplossen. En ik ben benieuwd hoe voor de speeltuinvereniging, waar mevrouw het net over heeft, hoe dat nog te redden valt. De voorzitter: Dank u wel. Is dat een interruptie of uw termijn? De heer Trompetter, uw termijn, ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel. Ik sluit me ook wel aan zeker bij het pleidooi van GroenLinks. Er zijn al jaren geleden, toen het van DOCK was, was deze discussie ook al zo van hoe gaat het nu precies met het onderhoud van de speeltuinen? Ik verbaas me er wel een beetje over dat we jaren verder zijn, 10 jaar verder zijn en nog steeds dezelfde vragen op tafel liggen. Ook wel benieuwd naar het antwoord op de vraag of één toestel per speeltuin wel leuk is of dat je misschien meerdere speeltuinen verdeeld over de stad, over de stadsdelen, misschien toegankelijk kan maken. Ik ben wel erg nieuwsgierig naar de beantwoording. Ook met het oog op de bezuinigingen die mevrouw Özogul net benoemd heeft. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank. Mevrouw Booms, namens ChristenUnie. Ga uw gang. Mevrouw Booms: Dank u, voorzitter.
Inclusieve speeltuinen, een goed plan, elke speeltuin een toegankelijk speeltoestel. Uiteindelijk moeten dit er natuurlijk wel meer worden, maar dit is een goede eerste stap. We zijn verder benieuwd naar het nieuwe speeltuinbeleid. We zijn blij met de inzet van alle vrijwilligers. Dit moeten we koesteren. Dat vraagt, denken wij, wel meer budget vanuit de gemeente, want het budget wat Haarlem nu heeft, is volgens ons en volgens Jantje Beton veel te laag. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, gaat uw gang. De heer El Aichi: Dank je wel, voorzitter. Spelen is een recht voor ieder kind. Toch blijkt uit de inventarisatie dat er slechts 9 procent van de speeltoestellen in Haarlemse speeltuinen in Haarlem inclusief is. Enkele speeltuinen hebben zelfs geen enkel inclusief toestel. Dat betekent dat kinderen met een beperking nog steeds worden buitengesloten van iets basaals, buitenspelen. Het streven om in elke speeltuinvereniging tenminste één inclusief toestel te plaatsen is een goede stap, maar een enkele wip of draaimolen maakt een
22
speeltuin nog niet inclusief. Ook participatie verdient meer aandacht. De nota zegt dat zonder participatie geen geld wordt verstrekt, maar laat open hoe ouders en kinderen worden betrokken. Laat hen … De voorzitter: Rondt u af? De heer El Aichi: Ja. Laat de kinderen mee ontwerpen, niet alleen meepraten. Ten slotte, de uitvoering wordt doorgeschoven naar de Kadernota 2026. Dat betekent dat veel kinderen nog zeker anderhalf jaar moeten wachten. Dit kan echt niet. De voorzitter: Punt, uitstekend. Dank u wel. Mevrouw Otten, ga uw gang. Mevrouw Otten: Hart voor Haarlem is voor het buitenspelen. Hoe meer buitenspelen, hoe beter en dat natuurlijk voor alle kinderen. Maar ik heb een oprechte vraag, zorg. Een inclusief speeltoestel, voor wie is dat? Want er zijn natuurlijk kinderen met beperkingen, maar ook met allerlei soorten beperkingen. Een blind kind heeft een andere beperking dan een spastisch kind. Dus ik vind dat gewoon heel moeilijk te duiden en voor te stellen van hoe ziet dat er dan uit? Ik zou daar graag antwoord op willen hebben van de wethouder. Dank u. De voorzitter: Mevrouw De Valk, ga uw gang. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. D66 steunt investeringen in inclusieve speeltoestellen en doet daarbij graag enkele verbetersuggesties.
In lijn met ons initiatiefvoorstel toegankelijk Haarlem en in samenspraak met Stichting het gehandicapte kind pleiten we ervoor om juist een of meerdere speeltuinverenigingen verspreid over de stad zo inclusief mogelijk in te richten, met bijvoorbeeld meerdere inclusieve speeltoestellen en toegankelijke paden. Indien hier extra kosten aan verbonden zijn, verzoeken wij het college om hiervoor met een dekkingsvoorstel te komen bij de komende Kadernota. En wat betreft het speeltuinbeleid, sluiten wij ons aan bij GroenLinks. Dank. De voorzitter: En u ook dank. De heer Van der Vliet, ga uw gang. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. Als VVD staan wij achter het principe voor speeltuinen voor iedereen. Het is belangrijk dat elk kind, ongeacht beperking, veilig en plezierig kan spelen. Het is goed dat het college daarom nu ook een eerste inventarisatie heeft gedaan. Helaas, zoals ook blijkt uit de woorden van GroenLinks onder andere, blijkt deze inventarisatie ook tekort te schieten. We zijn positief dat het college benadrukt dat participatie centraal staat bij het plaatsen van nieuwe speeltoestellen. Betrek bij speeltuinen ouders en kinderen actief, zodat het echt aansluit op behoeften en wensen. Tot slot, wij onderschrijven dat het belangrijk is om budget vrij te maken bij de Kadernota voor aanschaf van deze nieuw speeltoestellen. Wij zullen dat als VVD daarom ook steunen.
En voor zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: De PvdA sluit zich aan bij het pleidooi van GroenLinks. De voorzitter: Alsof u al samen bent. Andere commissieleden die nog het woord willen voeren? Ik denk dat we zo iedereen wel gehad hebben. Uitstekend. Wethouder, ga uw gang. Niet heel veel vragen, maar wel een paar goede punten meegegeven. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter dank en dank ook commissie voor de betrokkenheid bij dit belangrijke thema. Want speeltuinverenigingen zijn een groot goed en gelukkig hebben we er ook best een aantal in
23
Haarlem. Allereerst is het natuurlijk altijd, nog even voor de mensen die meeluisteren. Je hebt speeltoestellen in de openbare ruimte en we hebben het hier over speeltuinverenigingen. En daar hebben we in Haarlem ook nog twee verschillende soorten van. De vier speeltuinen die onder Buurts vallen, dus dat noemen we ook buurtspeeltuinen en de zelfstandige speeltuinen. Dat zijn er 11, die dus inderdaad wel de subsidie die ooit via de gemeente in de wijk aan Buurts is doorgeven, maar die niet rechtstreeks onder Buurts vallen. Dus in totaal hebben we er 16, als ik goed tel. Dus daar zit een eerste onderscheid. En dan begin ik misschien wel bij het belangrijkste. We zien natuurlijk bij veel vrijwilligersorganisaties dat het in deze samenleving complex is om vrijwilligers aan te trekken, zeker voor bestuursfuncties. Een eerste inzet van ons als gemeente en ook van Buurts is natuurlijk om deze vrijwilligersorganisaties te ondersteunen in het vinden van nieuwe vrijwilligers. Want het is een groot goed dat er speeltuinverenigingen zijn. Sommige op dit moment ook nog echt met heel veel leden, veel betrokken leden en sommigen inderdaad bij wie het lastiger is om leden te vinden en zeker om bestuursleden te vinden.
Dus dat is voor ons inderdaad, wie is dan verantwoordelijk? Allereerst is zo'n vereniging natuurlijk, die moet gestuurd worden en als het dus nodig is dat er meer vrijwilligers komen, dan willen we daar als gemeente bij helpen. Want we vinden het van belang dat mensen zichzelf organiseren, zelf ook de verantwoordelijkheid hebben om de speeltuin dan te bestieren, want dan kan je dat ook zelf richting geven, bijvoorbeeld wat je voor activiteiten organiseert in het gebouw, wie je er uitnodigt, op welke wijze en onder welke voorwaarden daar kinderfeestjes georganiseerd kunnen worden. Naar onze mening moet je dat als gemeente niet over willen nemen, moet je wel de speeltuinverenigingen ondersteunen om dat met elkaar goed te organiseren. Dus dat allereerst over die vorm. Als je nou kijkt en dan kom ik bij de participatievraag: moeten wij dan als gemeente de participatie op elk speeltoestel organiseren of moeten wij de speeltuinvereniging helpen om in gesprek te gaan met de kinderen daar in de buurt om te kijken van wat is hier nou een passend speeltoestel? Dat is natuurlijk een samenwerking. Waarbij de speeltuinverenigingen zelf moet kijken wat op die plek voor hun doelgroep, voor hun kinderen, een passende manier is.
En wij als gemeente kunnen natuurlijk helpen om inderdaad die gemeenschapszin die in die speeltuinvereniging leeft, om dan te kijken: hoe kan je vanuit die vereniging het gesprek voeren met de betrokkenen om te kijken wat past er dan? Eén hoofdkeuze die bij u wel langs zal komen. En daar kunnen wij echt meerdere kanten op. In het voorstel staat en dan kom ik ook gelijk op de vraag van D55, voorzitter, dat de 525.000 euro die dit voorstel kost voor negen speeltoestellen bij speeltuinverenigingen die nog geen inclusief speeltoestel hebben, om dat te verdelen over de negen speeltoestellen en dat dat afgewogen wordt in de Kadernota. Die Kadernota is al door het college vastgesteld. Komt nu naar u toe. Dus ik kan geen aanvullende dingen opnemen. Ik kan moeilijk, om al een tipje van de sluier op te lichten, maar ik kan me goed voorstellen dat het college deze 525.000 euro heeft opgenomen en aan u als raad voorstelt om dat toe te kennen, om dat te doen. Hoe wij dat geld dan inzetten, daar hoor ik D66 zeggen: kijk nou of dat geconcentreerd kan worden bij een of bij twee speeltuinverenigingen. Een aantal anderen zeggen: wat ons betreft is het goed dat het juist over negen verschillende speeltuinverenigingen verspreid wordt. Daar heeft u de vrije hand in.
Dus als wij kijken, wij kunnen ons best voorstellen dat het heel raadzaam is om een of twee speeltuinverenigingen echt zo goed als mogelijk inclusief te maken. We kunnen ons ook iets erbij voorstellen dat je alle speeltuinverenigingen één inclusief speeltoestel geeft. Dus misschien kunt u in uw tweede termijn daar wat richting aan meegeven, want dan kunnen we daar ook al over nadenken wat past. En voor ons, wij kunnen ons bij allebei iets voorstellen. Dus we staan ook positief tegen het voorstel van D66, maar we hoorden een aantal andere partijen ook iets anders zeggen. Dan kom ik op een hele praktische vraag die werd gesteld: wat is dan een inclusief speeltoestel? Zoals er ook vele verschillende vormen van beperkingen zijn, voorzitter, wat Hart voor Haarlem zei. Er zijn tal van mogelijkheden. Sommige speeltoestellen zijn geschikt voor rolstoelgebruikers. Er zijn ook andere mogelijkheden. Dat haalde Jouw Haarlem ook aan, voorzitter, voor mensen met bijvoorbeeld iets in het autistisch spectrum, voor mensen van wie het zicht beperkt is. En daar zijn dus inderdaad verschillende mogelijkheden. Het gaat van setjes tot rugleuning tot gordels en de breedte en ook ruimte om te helpen door
24
begeleiders. Dus eigenlijk de variaties aan beperkingen die er in onze samenleving zijn, ook die variatie heb je in speeltoestellen natuurlijk ook. Dat is nog een hele concrete vraag. Het CDA, voorzitter, zei nog de Kadernota 2026 dat duurt toch nog anderhalf jaar. Nee, zo noemen we altijd de Kadernota die over 2026 gaat. Dus dat is de Kadernota die u hier in deze zaal in juli met elkaar bespreekt. En daar gaat geld ook al over om dat zo snel als mogelijk vrij te geven. Dus dat gaat u niet over anderhalf jaar bespreken, maar over een paar weken. Dus het duurt minder lang dan het CDA schetste, voorzitter. Het SP zei nog: hoe betrek je dan ouders en jongeren erbij? Samen met de speeltuinverenigingen kijken hoe we die hierbij kunnen betrekken. Jouw Haarlem zei: zorg dat het ook eromheen inclusief is. Ja, helemaal mee eens. Dat hoort er ook bij. GroenLinks vroeg: kunnen we ook breder overzicht vragen wat is opgevraagd? Ja, dat kunt u wat mij betreft technisch ontvangen. Dus inderdaad in deze nota hebben we dat inclusief opgenomen, maar we hebben inderdaad nog wat meer geïnventariseerd. En uw tweede vraag is: hoe organiseren we nu toekomstbestendig? Ja, dat is inderdaad een uitdaging, want u heeft als raad een opdracht meegeven aan Gewoon in de wijk, via Gewoon in de wijk loopt dus de subsidie aan zowel de vier buurtspeeltuinen als de 11 andere speeltuinverenigingen.
En dan zie je inderdaad dat dat in dat sommige verenigingen, dat zei de inspreker ook terecht, sommige verenigingen lukt het heel goed om fondsen aan te spreken, andere veel minder. Als gemeente staan wij ervoor om die vereniging te stutten. En als je dan bijvoorbeeld kijkt naar Floragaarde, ik heb nu begrepen dat vanuit allemaal verschillende potjes bij de gemeente, dus de ontwikkelzone vanuit Buurts en vanuit ook het initiatievenbudget van de gemeente, dat er al bijna een ton bij elkaar is. Dan is natuurlijk nog de vraag: wat kan er vanuit andere stichtingen zoals Jantje Beton aangetrokken worden om daar met elkaar een grote opknapbeurt te verzorgen? Dat kan de gemeente niet alleen. Dat blijf ik dan daarbij wel benadrukken. En ik denk ook, we hebben speeltuinen in de openbare ruimte en we hebben speeltuinverenigingen. Ik denk ook dat het een groot goed is om die verenigingen inderdaad dan te helpen, om te kijken hoe zij toekomstbestendig worden. Ik zit te kijken en volgens mij heb ik de meeste vragen, voorzitter, zo wel gehad. De voorzitter: Dat geloof ik ook. Is er nog een ernstige behoefte aan een tweede termijn vanuit de commissie? Nee, dat gaat niet. We doen zo meteen nog wel even een rondje peiling, maar dat doen we even met de hand opsteken naar aanleiding van de vraag van de wethouder. We gaan nog even een rondje doen. Mevrouw Lammertse als eerste.
Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. En dank aan de wethouder ook voor de beantwoording. Maar toch nog even, het gaat hier niet alleen om een probleem met het werven van vrijwilligers, het gaat hier vooral ook om de grootte van de verantwoordelijkheden en de breedte van de verantwoordelijkheden. Is het realistisch dat die verenigingen financieel verantwoordelijk zijn voor al het onderhoud en vervanging? Dat is eigenlijk de kernvraag. En wat doen we nu als dat niet lukt? Want nu laten we die speeltuinen in feite aftakelen. Ik hoor, voorzitter, de wethouder zeggen dat die verenigingen gestut worden, maar ik hoor aan de andere kant ook een inspreker die schetst dat die communicatie erg stroef verloopt met Buurts en de gemeente, dat ze daar jaren mee bezig moeten zijn. En in de tussentijd is de kwaliteit van die speeltuin niet goed en wordt ook niet beter, want het geld is er niet voor vervanging en onderhoud. En het is heel belangrijk dat men zich inzet als vrijwilliger, maar op deze manier leer je het mensen wel af, bot gezegd. En dat is echt heel zonde. Kunnen we dan niet concluderen dat het simpelweg niet voor alle verenigingen of misschien voor alle verenigingen niet, realistisch is dat zij verantwoordelijk zijn voor het groot onderhoud van die speeltuinen? En we hebben de opdracht nu op deze manier ingestoken. Dat begrijp ik ook.
Dat is via gewoon in de wijk, maar als we nu concluderen dat het niet werkt, moet het dan niet anders? En ik ben toch wel benieuwd of de wethouder daar nog wat over kan uitweiden, wat het proces daar is en of daar een visie op is. Dank u wel.
25
De voorzitter: Dat gaan we strakjes horen. De heer Trompetter, ga uw gang. De heer Trompetter: Ik had nog een korte vraag over die fondsenwerving, waar de wethouder het over heeft gehad. Is het niet mogelijk dat iemand van Buurts, want de gemeente zelf is een beetje lastig misschien, daarbij ook gaat ondersteunen bij het aanvragen van fondsen voor dat soort dingen als een van de mogelijke oplossingen? De voorzitter: Anders nog iemand in de tweede termijn? Nee. Laten we dan heel even kijken, voordat we naar de beantwoording van de wethouder gaan, waar uw voorkeur voor ligt. Als u zich in ieder geval uit wilt spreken. Of u liever heeft dat er per speeltuinvereniging een inclusief speeltoestel komt of dat er een à twee of meerdere speeltuinen volledig inclusief worden ingericht. Als u voor één toestel per speeltuin bent, dan zou ik u vragen of u uw hand opsteekt. U wilt daar wat over zeggen? Dat kan. Mevrouw Lammertse: We hebben 11 juni dus die bijeenkomst, die gaat specifiek ook hierover. Is het niet een beetje prematuur om hier nu over te beslissen? Ja, het voelt een beetje gek. Dat begrijp ik. De voorzitter: En aan de andere kant is het nu wel het moment dat het besproken wordt, want anders moeten we het opnieuw gaan agenderen, dus vandaar. Wat we kunnen doen, u kan altijd nu de wethouder richting meegeven.
En mocht u bij de Kadernota zoiets hebben van we hebben het echt helemaal fout gedaan, dan mag u daar altijd nog de richting wijzigen natuurlijk. Dus laten we nu richting meegeven. Dat is dan een principe richting en dan zien we daarna. Wilt u hier ook wat over zeggen? Dat kan, mijnheer Van der Vliet. De heer Van der Vliet: Dank u, voorzitter. De VVD heeft de voorkeur dat we dit gewoon neerleggen bij de participatie. Dus wat ons betreft neutraal. De voorzitter: Dat is ook nog een optie. Ik ga het wel doen zoals ik net zei. Dus als u bent voor één toestel dan steekt u uw hand op, één toestel per speeltuin. Die noteer ik even. En één speeltuin of meerdere, een of twee speeltuinen, volledig inclusief, zo toegankelijk mogelijk. Ja. En de rest zit er neutraal in? Daar bent u voor. De SP. Mevrouw Özogul: In ieder geval een, maar ik vind het ook belangrijk dat er meerdere zijn. Dus daarom vind ik het afwachten van die participatie vind ik nog belangrijker. De voorzitter: Ik denk dat dat wel enigszins richting meegeeft, dat u echt nog wel hier in de toekomst nader over te spreken krijgt. En mocht het nu zo zijn dat we daar bij de Kadernota onvoldoende ruimte voor hebben, dan agenderen we het nog een keer. Dan kunnen we het altijd nog bespreken na 11 juni. Goed. Wethouder, naar u nog voor de beantwoording. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank.
Laat duidelijk zijn, mevrouw Özogul zei het volgens mij heel mooi, er is bewust gekozen voor deze budgettering. De budgetten moeten op termijn omhoog. En daar komt dan en dat is wel de Kadernota 2027. Dat is wel de termijn van de heer El Aichi, volgend jaar komt een voorstel hoe die budgetten structureel omhoog moeten. Kunnen wij van vrijwilligersorganisaties vragen om zulke verantwoordelijkheden te dragen? Ja, u weet, we hebben ook scoutinggroepen met zes, zeven zeilboten en een motorboot in deze stad. We hebben speeltuinverenigingen met speeltoestellen in deze stad. Dus de verantwoordelijkheden van verenigingen die zijn heel vaak heel groot. En als je het hebt over speeltuinverenigingen, dat zijn echt 16 verschillende verhalen. En bij die 16 verschillende verhalen van 16 speeltuinverenigingen daar zitten sommige speeltuinen die het, als wij kijken als gemeente, soms zelfs wat te
26
commercieel aanpakken, waar een kinderfeestje vieren wel heel duur is. Waar wij dus in gesprek zijn. En die dus wel heel goed het financieel doen en het onderhoud goed op orde hebben. Maar waar wij ons nog echt afvragen: is het nu inclusief? En hoe gaat u om het Haarlempashouders? Dat is een gesprek dat wij natuurlijk ook voeren, want wij willen dat Haarlempashouders bijvoorbeeld gratis naar binnen kunnen. Dus er zijn speeltuinverenigingen die het financieel heel goed op orde hebben en waarbij we een ander soort gesprek hebben. En misschien speeltuinverenigingen die het eigenlijk misschien heel netjes doen, die en inclusief zijn en in dat slim met fondsen zijn. En misschien speeltuinverenigingen die daar meer moeite mee hebben. En wat ons beeld is als college, dat wij die speeltuinverenigingen die moeite hebben, natuurlijk willen wij helpen met bijvoorbeeld fondsenwerving. Natuurlijk willen wij meedenken met hoe krijg je weer meer vrijwilligers betrokken? Maar dat een vrijwilligersorganisatie in onze Nederlandse samenleving, dat is weleens gezegd en dan citeer ik iemand waarvan ik de naam niet weet. Nederland is een land van verenigingen. We hebben heel veel verenigingen en verenigingen dragen vaak grote verantwoordelijkheden. En dat gaat niet altijd goed. Dat is regelmatig ook spannend.
En ik denk dat het aan ons is als gemeente om dan ook die verenigingen te stutten waar dat nodig is. En dat is soms financieel en soms is het met organisatiekracht. U weet ook, bij sportverenigingen hebben we de clubkadercoaches, die ook met sportverenigingen meedenken: hoe organiseren we in deze samenleving nog een sportvereniging waar ook honderden mensen sporten en waar ook grote verantwoordelijkheid ligt en krijgen we voldoende bestuursleden? Die uitdaging zit hier ook en dat gaat mij ook aan het hart, gaat ons als college aan het hart. En daarom denken we ook mee in vanuit het gebied, dus het gebied zuidwest is dat volgens mij, denken we ook mee over budget aanvragen bijvoorbeeld en dat kunnen we nog een stapje extra doen. Dus ja, budgetten omhoog. En ja, toekomstbestendigheid is belangrijk. Maar nee, niet alles overnemen, maar per speeltuinvereniging, en dat is 16 keer echt een ander verhaal, kijken wat elke speeltuinvereniging nodig heeft. En sommigen die hebben het financieel heel goed en dan hebben we andere vraagtekens, bijvoorbeeld over rookbeleid. Met anderen, daar moeten we echt financieel en qua aantal vrijwilligers kijken. Dan waren dat volgens mij de meeste vragen. De voorzitter: Dat dacht ik ook. Ik geloof dat u er bent. Plus u bent al aardig door de spreektijd. De heer Van Leeuwen: De conclusie van handen opsteken.
Ik constateer dat 11 juni heel belangrijk wordt en dat er eigenlijk geen uitgesproken voorkeur op dit moment in de raadscommissie is. Dus dat we 11 juni afwachten en dat we dan kijken wat wijsheid is en naar bevinding van zaken handelen. Maar sowieso, het budgetvoorstel staat ook in de Kadernota. Dus dan kunnen we wellicht misschien ook nog daar een zin aan wijden. De voorzitter: Ja, dat is inderdaad de conclusie die ik ook wilde trekken. Dus dat is fijn dat u die deelt. Gaan we snel door. Van de orde, de heer Trompetter. De heer Trompetter: Voorzitter, ik ga de vergadering verlaten vanwege het volgende onderwerp, ik kan het woord daar niet over voeren. De voorzitter: Dat begrijp ik. Dank u wel dat u dat even meldt en voor een goede avond en ook voor de heer Van den Berg, die ons ook verlaat zo te zien. 9.
Vervolg schrappen Verwijsindex uit Jeugdwet 2025 De voorzitter: Door naar agendapunt 9. Even nog. Ik stel voor dat we wel concluderen dat we dit onderwerp voor nu voldoende besproken hebben. En dan mocht u er in de toekomst nog weer over spreken, dan kunt u gewoon een agenderingsverzoek indienen. Ik denk dat die uw kant op komt. Die is toegezegd. Door dus naar
27
agendapunt 9, het vervolg van het schrappen van de Verwijsindex uit de Jeugdwet. Even kijken. In de Commissie Samenleving van 12 december hebben we dit ooit al eens een keer geagendeerd en nu is het zover dat we dit dan ook daadwerkelijk gaan bespreken. Het is een agenderingsverzoek van de fractie van GroenLinks. En ook opnieuw mevrouw Lammertse, voor u als eerste het woord, ga uw gang. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. Dit was even terugzoeken voor ons. Het bleek een agenderingsverzoek uit 2022. Dat was voordat ik commissielid was. En de verwarring was compleet toen ik me realiseerde dat ik het weleens over de Verwijsindex heb gehad in deze commissie. Maar goed, we hebben hem teruggevonden en we begrijpen waar het over gaat. We hebben nu eindelijk een update, die misten we inderdaad eerder. Goed dat we dat nu weten, maar wel jammer, want uit eerdere stukken lazen we dat het scenario van afschaffing van de Verwijsindex in onze regio gezien werd als onwenselijk. Ik begrijp ook dat de realiteit ons nu enigszins heeft ingehaald en dat we dat nu niet kunnen tegenhouden. Maar in die eerdere informatienota herinnerde ik me ook nog dat er toen ook nog over alternatieven nagedacht werd. Er werd met Multisignaal gewerkt, bijvoorbeeld. De voorzitter: Rondt u af? Want u bent door uw spreektijd heen. Nog snel één vraag mag, maar dan is het klaar.
Mevrouw Lammertse: Er wordt nog steeds nagedacht over die alternatieven. Dank u wel. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Mevrouw Booms, ga uw gang. Mevrouw Booms: Dank u, voorzitter. De ChristenUnie betreurt het verdwijnen van de Verwijsindex. Er wordt echter nu al geen ambtelijke inzet meer geleverd ten behoeve van het functioneren van de Verwijsindex. Terwijl het wetsvoorstel naar verwachting pas in zal gaan op 1 januari 2027. Waarom de keuze om de ambtelijke inzet nu al te stoppen? Hierdoor kunnen nieuwe jeugdmedewerkers niet meer toegevoegd worden in het systeem, wat dus nu al extra risico's voor jeugdigen met zich meebrengt. Kan de wethouder deze keuze uitleggen? En welke maatregelen gaat de wethouder treffen in plaats van de Verwijsindex? Er moeten alternatieven gezocht worden. Dus graag antwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Vliet. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. De VVD is van mening dat de afbouw van de Verwijsindex begrijpelijk is, gezien het gebrek aan bewezen effectiviteit en de afname van het draagvlak van deze werkwijze. Toch hebben we één belangrijke vraag aan de wethouder ten aanzien van de continuïteit van vroegsignalering en de borging van samenwerking tussen professionals. Op welke wijze borgt het college dat de professionals de signalen blijven delen met elkaar? En voor zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel.
Ga uw gang, mijnheer Visser. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Voor de PvdA blijft vroegsignalering bij jongeren die risico lopen ontzettend belangrijk. We hebben ook van jongeren vaak gehoord dat het prettig is als zij hun verhaal niet steeds opnieuw hoeven te vertellen aan behandelaren. En daarin speelt zo'n Verwijsindex ook een belangrijke rol. Vorige keer, dan sluit ik me aan bij mevrouw Lammertse, hebben we in deze commissie aangegeven dat als de Verwijsindex niet meer zou kunnen functioneren we actief zouden kijken naar alternatieven. In de handreiking afbouw Verwijsindex risicojongeren van het ministerie staan onder het hoofdstuk andere werkwijzen een aantal nieuwe methodieken. Die we trouwens allemaal van harte toejuichen, maar er lijkt
28
geen alternatief te zijn voor het systeem van de Verwijsindex. Een tool die juist enorm belangrijk is in het steeds meer regionaal werken rondom jeugdhulp. Daarom willen we aan de wethouder vragen welke alternatieven er zijn voor een soortgelijk systeem en of die onderzocht zijn, zoals vorige keer besproken in deze commissie. En welke stappen de wethouder gaat nemen om vroegsignalering en direct contact tussen professionals mogelijk te maken, zodat we niet het risico lopen van het missen van signalen in een preventief stadium tussen professionals, zoals het college dit zelf in het stuk noemt. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank. Wie dan nog? Mevrouw De Valk, ga uw gang. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. D66 is juist blij met het afbouwplan van de jongeren Verwijsindex. De Verwijsindex bleek namelijk in de praktijk weinig effectief en het is niet voor niets dat de Verwijsindex uit de Jeugdwet wordt geschrapt. Daarbij zijn er ook serieuze zorgen over prijzen en transparantie. Jongeren kunnen zonder duidelijke reden en met minimale informatie worden geregistreerd, vaak zonder dat zij of hun ouders dit weten en geïnformeerd worden. Dat tast het vertrouwen in de overheid aan en kan leiden tot stigmatisering. De voorzitter: Rondt u af? Mevrouw De Valk: Precies wat we moeten voorkomen. Dank. De voorzitter: Geweldig. Kijk, keurig.
Ik denk misschien komen er nog vier, vijf vragen, dat wil ik dan even voorkomen. Dan hebben we, denk ik, zo iedereen gehad die het woord wilde voeren. Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank commissie voor de betrokkenheid en ik begrijp dat u deze vragen heeft, want die vragen hebben we natuurlijk ook met elkaar gehad. Want er is ooit in de Tweede Kamer een debat over geweest. Toen ging het eigenlijk over is het allemaal wel veilig? En uiteindelijk heeft toen de minister geconcludeerd: laten we er maar mee stoppen. En dan doe ik even een hele boute samenvatting, die weinig recht doet aan de werkelijkheid. Maar dat is wel ongeveer hoe het gelopen is. Want wat ons betreft in deze regio was dit een systeem wat werkte, maar waarbij het wel soms duwen, trekken, sleuren was dat mensen er iets inzetten. Dus als je kijkt naar het verleden, dan zag je eigenlijk dat jeugdzorgprofessionals wel iets erin typten, want het was een digitaal systeem, maar bijvoorbeeld vanuit het onderwijs dat beperkt werd gedaan. Dus ook toen het systeem nog werkte en nog wettelijk verplicht was, ook toen werkte het niet optimaal. Want een systeem werkt pas als mensen er dingen in gaan zetten. En daarvoor ook die ambtelijke inzet om inderdaad te blijven duwen, trekken, sleuren om nieuwe organisaties aan te sluiten, om mensen te trainen en te zorgen dat ze dat gaan doen.
Dan kom ik gelijk op het antwoord, waarom kan je nu al stoppen als je weet dat het in per 2027 verboden wordt om dit systeem te gebruiken? Moet je dan nu nog gaan duwen, trekken, sleuren en nieuwe mensen opleiden om dat systeem te gebruiken, als je weet dat systeem in de wet verboden gaat worden? Dat is dus de reden waarom er op dit moment al afgebouwd wordt en de ambtenaren blijven hier gewoon nog werken. Ze zijn hier nog gewoon, dus er wordt nog in het systeem gekeken of daar dingen staan, maar nieuwe organisaties aansluiten of nieuwe mensen opleiden, dat stopt. Want we kunnen het straks niet meer gebruiken. En dat was niet onze wens. De voorzitter: Dan de interruptie van mevrouw Booms. Mevrouw Booms: Dit lijkt dan op een soort sterfhuisconstructie. Wat eigenlijk gewoon niet werkt. Als je alle nieuwe medewerkers er niet meer inzet, dan is het een soort schijn iets wat je nog een beetje in stand houdt. Is het dan niet veel wijzer om het gewoon te stoppen?
29
De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Goede vraag, voorzitter. Die optie hebben we ook op tafel gehad. Alleen we zien nu nog steeds dat sommige organisaties er nog wel een melding inzetten. Dus dan is het eigenlijk gewoon nog inderdaad moeten inzetten op de alternatieven. Daar kom ik zo meteen op. Gelijk nu helemaal kunnen stoppen, had ook gekund. Maar nu denken we: laten we nog live zijn voor de meldingen die je er nog in krijgt. Bijvoorbeeld uit een andere regio. Want dat blijft een van de dingen, ik kom zo meteen bij de oplossing. Een van de dingen is dat stevige lokale teams met elkaar kennis moeten delen. Als iemand net is verhuisd en er zit een melding in het systeem van bijvoorbeeld ergens uit Leeuwarden, dan kan het systeem nog van waarde zijn. Dus we hebben ervoor gekozen om het wel in de lucht te houden en nog niet gelijk helemaal de stekker eruit te trekken, om te denken: wellicht halen we er nog wat uit. Maar het is inderdaad wel een sterfhuisconstructie. Dat zegt u heel goed. De voorzitter: Mevrouw Booms. Mevrouw Booms: Het belangrijkste doel van dit systeem is volgens mij dat organisaties elkaar weten te vinden. En ook wanneer het bijvoorbeeld in een gezin een beetje te heet onder hun voeten wordt, dat ouders in ene naar Limburg vertrekken. Dat er een connectie is en dat ze niet in Limburg denken: o leuk, nieuw gezin, niets aan het handje.
Terwijl er heel veel gebeurd is hier. Dat is een heel belangrijk iets van de Verwijsindex. Maar als je dan … Dus nu is er een soort schijnveiligheid, omdat je het toestaat dat sommige organisaties het niet gebruiken en sommige wel. Dan kan je beter zeggen: we trekken de stekker eruit, dan hebben we niet meer die schijnveiligheid en dan moeten mensen, dan kunnen ze eventueel op een andere manier achter informatie komen. Dit lijkt mij niet wenselijk hoe het nu is. De voorzitter: Dat is niet per se een vraag. Een interruptie mag een stuk korter en compacter. Dat weet u. Mevrouw Booms: Ik wil dan toch vragen of er dan eerder een knoop doorgehakt kan worden dan die aantal organisaties die het nog wel netjes gebruiken, die door te laten modderen tot eind 2026? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, ik denk dat ik in de rest van mijn beantwoording hierop terugkom. Want sowieso zetten we nu al in op de alternatieve werkwijze en dat werd al genoemd door de fractie van de PvdA, die ook in de afbouw handreiking worden gemeld. Dus de meldcode, de kansrijke start, de multidisciplinaire overleggen, de kernteams en de stevige lokale teams. Dus dat is wat wij hier in deze regio kunnen doen, zorgen dat er contact is tussen organisaties. Dat inderdaad een gezin in beeld is. Inderdaad als een kind verhuist, allereerst het systeem is nooit waterdicht geweest.
Dus het systeem kon helpen om in het systeem te kijken: is het gezin bekend? Maar alsnog en nu meer dan ooit, het wordt steeds minder waterdicht, want er zijn ook al regio's die het niet meer gebruiken. Maar voor nu zeggen wij: we houden het nog wel live. Dan kan je erin kijken of er een melding staat. Maar alsnog moet je dat ook anders organiseren. Dus stel dat een gezin, voorzitter, mevrouw Booms van de ChristenUnie haalde het aan, uit Limburg hiernaartoe verhuist of die verhuist naar Limburg, dan zal het stevige lokale team van Haarlem contact moeten zoeken met het stevige lokale team van de gemeente in Limburg of de regio in Limburg om dat telefonisch te doen. Want dat is inderdaad wat het is. Dus inderdaad het vereist altijd wat, maar ook daarbij weer, het systeem was niet ideaal. Dan stond er in een paar woorden iets opgeschreven, ook dan was dat contact alsnog nodig geweest. Dus ook dan had je alsnog moeten gaan e-mailen of gaan bellen. Dus het was een handig hulpmiddel. Het wordt steeds minder handig en wij hebben de keuze gemaakt om het nog wel in de lucht te houden. Want wellicht haal je
30
er nog wat uit, maar waterdicht is het nooit geweest en het wordt steeds minder waterdicht. Dus dat is hoe we er nu mee omgaan. Er is altijd contact tussen professionals en scholen. Als een kind verhuist, als een gezin verhuist waar zaken omheen spelen, daar had de Verwijsindex een rol in. Die Verwijsindex gaat steeds minder een rol spelen. Dus dan moeten we dat anders organiseren. Dan over het alternatieve systeem, werd er gevraagd. Dat heb ik inderdaad hier eerder gezegd. Er is inderdaad met Multisignaal gekeken naar een ander systeem. Alleen dat is wettelijk niet meer verplicht. En dat is ook een systeem, zij zijn nu aan het bouwen en ik ben de precieze naam even kwijt, moet ik even opzoeken in mijn notities. Dat systeem dat uitgaat van eigen kracht. Dus dat zou betekenen dat een kind of een ouder, verzorger, voogd zelf iets in het systeem zet. En dat gaat dan van 0 tot 100. Wij vragen ons als Haarlem af of zo’n systeem, waarbij het gezin zelf verantwoordelijk is om te zeggen van het gaat niet goed hier of er speelt iets, of dat systeem gaat werken zonder ook een wettelijk karakter. Daarom staat hij ook niet als een van de oplossingen genoemd. We hebben dat in de gaten gehouden.
We blijven dat in de gaten houden, want ook de ambtenaren die er voor ons opzitten die blijven deze landelijke ontwikkelingen volgen, maar zo'n systeem dat uitgaat van vrijwilligheid, waarbij inderdaad de mensen die het zelf betreft iets in dat systeem moeten gaan kloppen, dat zien wij niet gelijk als werkend. Dus vandaar dat wij zeggen: we zetten in op die op die multidisciplinaire overleggen. We zetten in op die stevige lokale teams, de professionals die rondom het gezin contact met elkaar hebben voor die aanpak van 0 tot 100. En dat is dan gewoon lokaal relatief eenvoudig en bij een verhuizing moet je daar wat meer tijd en energie in steken. En volgens mij heb ik dan met een wat breder betoog wel veel over gehad. Dus wij blijven aan boord, we blijven opletten, ook met Multisignaal, welke systemen er komen. Wij kijken naar andere regio's wat die doen en voor hier zetten we inderdaad in op die stevige lokale teams, op de multidisciplinaire overleggen en op het feit dat deze professionals echt ook moeten beseffen dat zij samen om het gezin heen staan, om samen het verschil te maken. De voorzitter: Dank ik u voor de beantwoording. Was dit voldoende voor de commissie? Nee, dat is duidelijk. Als eerste de heer Visser. De heer Visser: Dan zou ik toch nog graag een vervolgvraag willen stellen in het kader van de steeds meer regionale, bovenregionale samenwerking op jeugdhulp.