CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

05-20 Transcript cie Beheer 20 mei

commissie Beheer 20 mei 2021, gemeente Haarlem48.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

10 alinea's met “vreemd”: 77 146 155 178 184 197 240 309 318 326

29

een la wordt getrokken, terwijl de raad, in navolging van de Haarlemmers misschien of navolging van een nieuw collegeprogramma, inmiddels een heel andere mening heeft over bepaalde kaders. Dan zegt het college dat het karakter van de inspraak zou veranderen, dat delen wij niet. Want het is belangrijk dat aan bewoners een VO wordt voorgelegd waar de raad op dat moment achter staat. Hoewel de raad natuurlijk naar aanleiding van dat VO best mee zou kunnen gaan met een andere beslissing, is dan duidelijk dat op dat moment de raad dit mee aanbiedt, dat VO eigenlijk, aan de inwoners. En derde moment, dat is als het plan definitief is, het wordt vastgesteld en dus het DO. Inspraak is belangrijk en hoe vaak komt het dus ook niet voor dat er na de inspraak nog aanpassingen aan het VO worden gedaan, waardoor toch bepaalde kaders of randvoorwaarden kunnen verschuiven. Laat de raad daarom actief akkoord gaan met het DO. Overigens valt dit moment soms samen met behoefte aan extra krediet waardoor niet vaak een extra controle … Of niet altijd een extra controlemoment nodig hoeft te zijn, omdat het toch al naar de raad gaat. Het college heeft aangegeven dat de wethouder, als er een groot belang is, zelf aan de raad dat opnieuw zal voorleggen.

Natuurlijk hebben wij alle vertrouwen in de wethouder, maar de genoemde en niet genoemde voorbeelden geven aan dat de feeling van de wethouder voor het belang van de raad niet altijd klopt. En van die feeling moeten wij naar mijn idee niet afhankelijk zijn. De raad moet in positie zijn en blijven en gebracht worden om zijn taak te kunnen vervullen en heeft daarvoor nodig dat op belangrijke momenten de raad actief wordt gevraagd bij beslismomenten en actief akkoord kan geven. En daarom dit initiatiefvoorstel, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik het woord geven aan mevrouw Verhoeff. Ik wijs jullie wel: het is een vriendelijke, maar u heeft nog 5 minuten spreektijd en de Bomenverordening … En er staat nog een punt wat u zelf geagendeerd heeft. Ik geef het u mee, het is vriendelijk bedoeld. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel. Het gaat echt kort. Natuurlijk het betoog van Sacha … Schneiders, sorry. Ik moet even de achternaam zoeken. Mevrouw Schneiders is natuurlijk … Dat wat wij met zijn allen aan de voorkant hebben besproken toen we het stuk gingen opzetten. Voor de PvdA, steunt dit natuurlijk, anders hadden we het niet mee ingediend. Maar de kern van de zaak is vooral dat wij niet alleen als raad op geld sturen, maar omdat wij ook sturen op de kwaliteit, zowel kwaliteit versus prijs en dat kom je op een paar momenten tegen.

En wat voor ons betreft en dat is denk ik waar GroenLinks ook met ons mee eens is, maar die hebben dat niet expliciet uitgesproken, soms is het de raadscommissie die de beste plek is om naar te kijken, zoals in onze ogen bij het VO. Maar gaat dat over het DO, dan is het echt de raad, want daar doe je de finaletoets of kwaliteit en prijs met elkaar in verhouding zijn. Want het kan niet zo zijn dat als er ergens een riant budget is, omdat we de eerste instantie bedachten dat dat nodig was. Er vinden wat kleine wijzigingen, het kan wat goedkoper, dat dan alle vrijheid gewoon bij het college ligt. Nee, ook dan wil je gewoon weten: is dit de juiste verhouding van het geheel? Dat is onze controlerende taak en daarnaast is het altijd politiek maatschappelijk belangrijk om te weten hoe het college is omgegaan met de inspraak, omdat ook wij als raadsleden daarop worden aangesproken. Dat was het voor ons betreft. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de derde initiatiefnemer en dat is de heer Hulster van de Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel voorzitter. Voor Actiepartij is dit een belangrijke initiatief voorstel, wij denken dat hiermee de controlerende taak die wij hebben, wettelijke taak die wij hebben beter vorm gegeven kan worden. De gemeente heeft de kaderstellende taak en een controlerende taak.

In Haarlem is de heersende opvatting tot nu toe dat de gemeenteraad niet betrokken is bij de uitvoering. Wij denken dat het juist heel belangrijk is. En de uitvoering is wat mij betreft als het echt gebouwd wordt, maar … Wat ons betreft. Maar juist bij het maken van het plan en juist de stappen die daarin doorlopen worden, ontstaan er steeds kleine

30

wijzigingen en kleine nieuwe zienswijzen en er komen meer partijen bij. En daardoor kan het plan een hele andere richting ingaan dan we ooit in de kaders hadden voorgesteld. En het gebeurt gewoon te vaak dat we hier geconfronteerd worden met de hele tribune vol insprekers, met boze burgers die zeggen: ‘Het plan zoals het er nu ligt, is niet in overeenstemming met wat wij hier in deze straat nodig dachten te hebben’. En dan kun je er eigenlijk vrij weinig aan doen, want de motie Vreemd is toch eigenlijk een hele losse manier van om nog iets aan te passen aan zo een plan. Daarom denken we dat het goed is om het beter in te bedden en beter in de structuur in te bouwen, dat wij als raad op verschillende momenten de mogelijkheid hebben om een besluit te nemen en in heel veel gevallen zou dat betekenen dat het gewoon als hamerstuk naar de raad gaat en ook kost het helemaal geen tijd en kunnen we gewoon weer verder. En soms is er wel iets aan de hand en dan is het heel fijn als wij als raad echt een besluit kunnen nemen over het plan. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu eventueel de wethouder het woord om een korte toelichting te geven. Wilt u daar gebruik van maken of kan ik de commissieleden het woord geven? Wethouder Rog: Nou ja goed, ik heb natuurlijk namens het college onze opvatting gegeven.

Ik denk eerlijk gezegd dat het handig is dat ik straks gewoon in één keer een termijn heb als ik ook de bevindingen van de raad … Of van de commissie, moet ik zeggen, heb gehoord om even te proeven waar … Hoe de verschillende fracties hierover denken. De voorzitter: Uitstekend. Dan ga ik naar de commissie, wie wil het woord? De heer Aerssens, VVD. De heer Aerssens: Dank u voorzitter. De controlerende taak van de raad en zeker ook van de commissie is voor ons enorm belangrijk. Echter, in de woorden van mevrouw Schneiders lees ik eigenlijk gewoon een motie van wantrouwen richting het college, die eigenlijk door mevrouw Schneiders niet in staat wordt gesteld om te beoordelen wat hier nou belangrijk is en wat niet. En hoe zij de feeling van de wethouder momenteel benoemd … Mevrouw Schneiders, bent u dan nog wel blij met uw wethouders hier zo? U steekt deze stekker in dit college, mevrouw ‘…’ deed dat ooit in de Tweede Kamer voor u voor, maar dat is wel echt eventjes waar we het hier over hebben. En ja, wij zijn ook zeer voor een goede controlerende positie van de raad. Niet alles gaat goed, dat zullen we ook nooit gaan hebben. Maar in dit voorstel dat we strakjes op elke slak zo ongeveer zout kunnen gaan leggen; laat het aan wethouders, laat hier aan het college om te bepalen als zij iets belangrijk vinden.

En we hebben als raad al een instrument: we kunnen namelijk binnen deze commissie gewoon dingen op de agenda zetten om ervoor te zorgen dat we hier zoiets kunnen bespreken en bijsturen waar nodig. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff heeft een interruptie voor u. Mevrouw Verhoeff: Ik heb een vraag aan u. U zult ongetwijfeld ook weten dat als iets ter kennisname is gestuurd, dat pas de agenda daarna kan worden besproken. En in de praktijk blijkt soms wel twee agenda’s ‘...’ vindt u nog steeds dat wij op tijd kunnen reageren? De heer Aerssens: Ja dat vind ik, want dat is namelijk niet het geval. Als wij als commissie iets dusdanig belangrijk vinden, dan kan dat heel snel op de agenda komen en dan kunnen we het gewoon bespreken. Desnoods stelt u een vraag in het vragenuurtje. Dus ja, er zijn mogelijkheden om dingen te bespreken en ik denk zeker dat die mogelijkheid er gewoon is. Voorzitter, ik was ook klaar met mijn termijn. Dank u wel. De voorzitter: De heer … Ik zag eerst de heer Bloem van de SP, daarna …

31

De heer Bloem: Voorzitter, dit is voor mij het eerste debat wat ik mag hebben met wethouder Rog en meteen is de vraag of ik hem onder curatele wil stellen, want dat is wel wat hier voorligt. Als ik dat … En ik snap het eigenlijk ook wel, want wordt het nou de olifant in de kamer? Al jaren, maar dan echt jaren, functioneert de afdeling die de ruimtelijke plannen neerzet, niet goed. En ja, wij zeggen dan … Want zo gaat dat: ‘Het college is daar politiek verantwoordelijk voor en zo werkt het’. Maar als het wethouder op wethouder op wethouder, jaar op jaar, bijna decennium op decennium, niet goed gaat als het gaat om luisteren naar wat de mensen willen, luisteren naar wat de raad wil en daar op een goede flexibele manier mee omgaan, slim mee omgaan en de raad te betrekken wanneer dat nodig is, ja dan is er wat anders aan de hand. Dus ja, iedereen die bijvoorbeeld … en ‘...’ ga vooral naar de haringkraam op de Friese varkensmarkt, heerlijk. Mooi is het er niet helemaal op geworden, vanwege heel veel flaters daar ook. Dit speelt al jaren, dus als het gaat om dit initiatief: ik hoop dat het binnenkort niet meer nodig zal zijn. Maar misschien is voorlopig nog wel nodig inderdaad, als ik die lijst zie en dat er nog geen verandering in komt. Maar het gene waar we het echt over moeten hebben, is dat de afdeling die dit doet gewoon niet goed functioneert.

En daar is de wethouder verantwoordelijk voor, maar was de vorige ook en dat gaat dus voorbij het persoonlijk politiek functioneren van de wethouder op zich. Dit gaat echt over iets wat we niet met dit initiatief alleen op kunnen lossen, hier zullen echt stappen gezet mogen geworden. Dus mijn vraag aan de wethouder is dus ook: hoe ziet hij dit? De voorzitter: De heer Van Leeuwen, D66. De heer Van Leeuwen: Ja voorzitter. Ik twijfel even of ik iets ga zeggen en dat doe ik toch wel, want we hebben hier het gebruik dat wij het college aanspreken aangezien ambtenaren zichzelf niet kunnen verdedigen. Dus ik heb het betoog gehoord en voor een inhoudelijk, denk ik dat we over wat we hier … De voorzitter: U heeft gelijk een interruptie van mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ik snap wat u zegt, in onze gedragscodes staat ook dat we zeker geen individuele ambtenaren aanspreken en dat doe ik ook niet. Het gaat hier om het functioneren van afdeling, we hebben ook problemen gehad met de afdeling Vastgoed. Je kunt het heel netjes hebben over dat een afdeling niet goed functioneert, net zoals dat je kunt zeggen en dat een weg er niet goed bij ligt. Het is wel de politieke verantwoordelijkheid van het college, zo simpel is het. En het is onze verantwoordelijkheid als gemeenteraad om ook de voorwaarden te scheppen zodat het college c.q. deze afdeling, goed het werk kan doen.

Maar ja, het is wel de olifant in de kamer dat het niet alleen aan de wethouder ligt of het college, de kleur van het college, maar dat het structureel is. De voorzitter: Mijnheer Bloem, interrupties kort en eindigt met een vraag vaak voor de heer Van Leeuwen. Ik ga nu gewoon het woord geven aan de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: De vraag was: ‘Bent u het daarover met me eens?’ Nou, dat ben ik niet. Je zou maar bij die afdeling werken, elke dag, dag in dag uit je stinkende best doen en dit voor je kiezen krijgen van je hoofdbestuursorgaan. Dus daar blijven we het hartgrondig over oneens. Waar we het wel over eens zijn, is dat het college politiek verantwoordelijk is en dat wij ook als raad een rol hebben. Dus daarop spreken wij het college net aan, want dan ga ik naar mijn betoog: uiteindelijk heeft het college zoiets als actieve informatieplicht. En daar kun je allemaal wettelijke teksten over opdreunen en dat kunnen anderen in deze zaal vast veel beter dan ik. Maar uiteindelijk vertaalt het zich heel makkelijk. Het college moet bij elk voorstel wat zij doen afwegen: is hier draagvlak voor de raad als representant van de samenleving? Of levert het gelazer op, levert gedoe op? Als het gedoe oplevert en je twijfelt of je 19 tegen 20 stemmen hebt of 20 tegen 19 stemmen in de gemeenteraad, want je moet altijd tot de helft plus 1 kunnen tellen van die 39 zetels, dan

32

ga je terug naar die raad. En dan is het ook primair voor mij het college die aan moet voelen: heb ik hier draagvlak in de raad? Omdat het ofwel in het coalitieakkoord staat of in de structuurvisie die we samen hebben vastgesteld, of een beleidskader. En daar heeft dan ontbroken, want ook … En dan kijken we ook naar onszelf, onze beleidskaders zijn soms strijdig met elkaar en daar hebben we in het kader van de Omgevingsvisie nog wat te doen. Dus als het college dan ziet … Zoals vandaag hebben we een mooi voorstel, voorbeeld Professor Eijkmanlaan. Als college dan ziet: ‘Hé, er zijn hier strijdige beleidskaders, ik twijfel welke koers de raad de juiste zou vinden’, dan ga je terug naar die raad. En de vraag is dan inderdaad of je dit initiatiefvoorstel nodig hebt of dat wij gewoon een college nodig hebben wat goed aanvoelt bij elk voorstel wat ze met elkaar aannemen in de collegevergadering: ‘Hé verrek, ik twijfel over mijn draagvlak in de raad, dus ik agendeer het actief in plaats van passief naar de gemeenteraad’, want dat zou volgens mij gewoon het politieke gevoel van het college moeten zijn. Wat ons betreft is dus dit initiatiefvoorstel niet nodig als het college dat politieke gevoel laat zien.

En dan een tweede argument waarom wij dit niet nodig vinden: als we dit gaan doen en we zitten hier met elkaar ook vandaag met een overvolle agenda, dan heb ik grote vrees voor ons uitvoeringskracht. U heeft allemaal in de jaarrekening kunnen zien dat er vele projecten … Zowel groenprojecten … De voorzitter: Ja, u heeft een interruptie van mevrouw Schneiders, GroenLinks. Mevrouw Schneiders: Mijnheer Van Leeuwen, ik snap dat u zegt van: ‘We hebben het prachtige agenda en we hebben het zo druk’, maar dit is natuurlijk belangrijk. Vindt u dit niet belangrijk? En voor belangrijke dingen, die mogen best een beetje tijd kosten, daar moet je ook een beetje tijd voor over hebben. De heer Van Leeuwen: Als ik dit niet belangrijk had gevonden had ik hier niet gezeten. Dus heel kort antwoord. Maar wat ik wel zie, is dat als je naar de Jaarrekening 2020 kijkt, dan zie ik dat wij vele belangrijke projecten in het kader van de structuurvisie Openbare Ruimte, mobiliteitsprojecten, groenprojecten, herenigingsprojecten dat die stokken. Dat die stokken ook, omdat wij soms een hindernis zijn. Als je dan per project sowieso drie keer langs ons moet, dan weet ik wat de komende jaren gaat gebeuren. Dan weet ik wat er gaat gebeuren met onverharde paden, dan weet ik wat er gaat gebeuren met groenbeheer, dan weet ik wat er gaat gebeuren met vergroenen van openbare ruimte.

Dat zal nog meer vertragen, want dan zijn wij op een gegeven moment een bottleneck en wij moeten er zijn als er een twijfel is over die kaderstelling, als er een twijfel is over die richting. Maar als het gewoon klip en klaar is, dan is dat wat ons betreft in goede handen bij het college. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Van Leeuwen, ik hoor u zeggen: ‘We hebben geen tijd om al die projecten hier te bespreken’, maar aan de andere kant zegt u: ‘Als er politieke discussie is over een project, dan moet het college het maar aanvoelen en het naar ons toe sturen’. Dat betekent dat er heel veel projecten naar ons toe komen, want terecht zegt u: ‘We hebben vaak strijdige dingen, vaak willen we doorstroming van de auto's en leefbaarheid en gezelligheid en ook groen’, dat past nooit allemaal in een ontwerp, dus elk ontwerp is een compromis. Dus elk ontwerp moet eigenlijk even langs de raad om te kijken: hebben we nu de goede toon te pakken of zitten we ernaast? Bent u dat met mij eens? De heer Van Leeuwen: Ik kan mij voorstellen dat wij in de transitie waar we met elkaar zitten op het gebied van duurzaamheid, op het gebied van mobiliteit, op het gebied van leefbaarheid, dat er veel projecten zijn die hier langskomen.

Maar alsnog zullen er altijd projecten zijn die wel gewoon door kunnen, die gewoon redelijk relatief eenvoudig uitvoerig zijn, die groot onderhoud zijn, terugleggen wat er in zat omdat de plek al goed was. En dan vind ik dit eigenlijk schieten met een schot hagel op een mug of een uitdrukking die wel klopt …

33

De voorzitter: Ik onderbreek u even, misschien komt het goed uit. U heeft weer een interruptie van de heer Hulster. En mijnheer Van Leeuwen, ik wijs u op uw spreektijd, want het is fijn dat u al die interrupties zo mooi beantwoord, maar let u daar ook op. Eerst de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, mijnheer Van Leeuwen, u heeft vast ook gelezen in dit voorstel dat het niet de bedoeling is dat de reguliere onderhoud… Gewoon één op één vervangingen, ook allemaal langs de raad moeten, maar alleen de complexe projecten. Heeft u dat wel goed kunnen lezen in het stuk? De heer Van Leeuwen: Dat heb ik zeker goed kunnen lezen. Dus ja, concluderend: ik vraag me af of dit initiatiefvoorstel, of dit recept inderdaad, een oplossing is voor het probleem wat er is en of het niet te grof is. Nou, dat zo, heel korte reactie. We zijn het helemaal eens met de indieners over de positie van de raad, we zijn het helemaal eens met indieners over de positie van de gemeenteraad als er twijfels zijn over een project, als er strijdige kaders zijn. Maar om dit nou als een wet op te leggen, daar hebben wij twijfels bij. Maar natuurlijk zijn we ook heel benieuwd naar betogen van zowel het college, als de andere raadsfracties. De voorzitter: Mooi. En heeft u nog een interruptie van mevrouw Verhoeff, PVDA.

Mevrouw Verhoeff: Ja, om het helemaal scherp te krijgen, mijnheer Van Leeuwen: kunt u zich voorstellen dat … In de reactie van het college staat nu dat … Het college stelt het DO vast en de raad wordt het bijpassende krediet gevraagd. Dat het heel logisch is daar waar je nog aan het eind bij het DO een toets moet doen dat dat nou juist wel dan bij de raad wordt neergelegd. Niet alleen het geld, maar ook de inhoud, want die dingen hebben toch iets met elkaar? Heb ik dat … Is dat wel wat bij u past bij deze complexe projecten of niet? De heer Van Leeuwen: Nou ja, het liefst zou ik bij een complex project waarbij echt een gigantisch budget overschrijding eerder betrokken zijn. U kent mijn discussie waarschijnlijk met de vorige portefeuillehouder Waarderhaven, die zei: ‘Ik heb nooit iets mis gedaan, want ik ben altijd terugkomen naar de raad als ik extra geld nodig had’, maar op het moment dat hij geld nodig had, was hij niet bij ons als raad. Dus ja, als er gedonder is, als een project ineens twee keer zo duur lijkt te worden, graag eerder dan het budget vrijgeven.

Want dan willen we ook weten: is de scope aangepast of zijn er andere inhoudelijke redenen? Dus voor mij is dat politieke gevoel van het college om terug te gaan naar de raad, als je het gevoel hebt: ‘Hé, het project loopt uit de klauwen’, is veel belangrijker dan zeggen: ‘Dan moet u bij het DO terugkomen’, dan heb ik veel liever dat ze eerder terugkomen. De voorzitter: Nog een aanvullende interruptie. Mevrouw Verhoeff: Maar als het nou niet uit de klauwen loopt, maar wel het budget volstrekt wordt uitgenut, is het toch onze controlerende taak? Tenminste, bent u dat met me eens, dat we dan ook kijken of de kwaliteit die geleverd wordt past bij het beschikbare budget? En dat kan je toch alleen maar aan het eind doen, zeker gehoord inspraak? De heer Van Leeuwen: Volgens mij hoe wij met elkaar werken, hebben wij een investeringsplan voor nieuwe projecten. Aan de voorkant geven wij budget ter beschikking, hebben daar een discussie over bij de kadernota, bij de begroting. Als we het voor alle budgetten uit het investeringsplan gaan doen, dan moeten wij inderdaad naar een raadslidmaatschap fulltime toe, want dan zullen wij hier vele dag-vergaderingen gaan hebben. Waar ik naar uitkijk, want dat lijkt mij gezien de vele taken van de gemeente best nuttig, maar we moeten wel echt een groter debat hebben over hoeveel tijd wij hier met elkaar besteden om dit te bespreken.

34

De voorzitter: Ik ga de heer De Lint van het CDA het woord geven. De heer De Lint: Dank u wel voorzitter. Allereerst dank aan de indieners, die volgens mij met ons aller belangen in het achterhoofd met dit voorstel zijn gekomen. Goed dat wij als raad hier nu nadenken over onze positie ten opzichte van het college, hoe we die vorm willen geven. Ook goed dat we nu de kans krijgen om te reflecteren op hoe wij als commissie om willen gaan met herinrichtingsplannen. We hebben vandaag dit initiatiefvoorstel gehoord, gezien. Ik kan me over het algemeen redelijk goed vinden in de bijdrages van de drie indieners. En ik zou graag twee algemene punten willen aanstippen over hoe wij omgaan met herinrichtingsprojecten en waar we volgens ons voor moeten zullen waken als we in de toekomst herinrichtingsprojecten gaan bespreken in deze commissie. Volgens mij zijn we het in de commissie allemaal over eens dat we als commissiebeheer veel te vaak te zeer op detailniveau opereren. Soms is dat terecht, maar misschien is het ook wel vaak overbodig, ook wij als CDA zijn daar mede schuldig aan. Een ander gevaar we volgens ons voor moeten waken, is dat wij bij herinrichtingsplannen niet te zeer moeten gaan politiseren.

Dat betekent dat wij daar ook moeten vertrouwen dat participatieprojecten in de regel goed verlopen en dat wij dat niet telkens in de commissie zelf ook weer dunnetjes over moeten willen doen. Dat is in het verleden ook meer dan eens fout gegaan. En een kleine aanpassing die in onze ogen kleiner lijkt, is soms voor de ambtenaren … Voor de hele inrichting kan het een enorm probleem opleveren. Dat is wat mij betreft wel echt grote zorg, dat moeten we in ons achterhoofd houden. Ja, tot zover voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Mohr, Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Ja, voorzitter. Met deze vrienden heb je als wethouder eigenlijk geen vijanden meer nodig in deze raad. Als ik het voorstel van mevrouw Schneiders goed begrijp, dan is mijn indruk dat het vooral een symptoom bestrijdt. En dat is, laat ik zeggen, de afwezigheid van een politieke antenne bij de wethouder in kwestie. En als je dat constateert, dan verander je de man. Dat is een veel effectievere manier dan ons in een nieuw bureaucratisch proces trekken. Voorzitter, na het gestrekte been van mevrouw Verhoeff in de richting van wethouder Berkhout en deze motie van wantrouwen … Ik ben het geheel met de VVD eens, in de richting van deze wethouder vanuit GroenLinks, rest dit college maar één ding: opstappen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel voorzitter.

Ik werd vooral aangesproken door een zin uit de reactie van het college, waarin staat dat de commissie van tevoren altijd kan aangeven dat de eventuele keuze op een later moment opnieuw in de raad voorgelegd moet worden. En juist dat proces, daar gaat het vaak te rommelig. En volgens mij is dat een poging van de indieners om daar meer structuur aan te geven en dan zie ik gelijk een aantal mensen op de rem staan van: ‘O, maar dan krijgen we teveel bespreekmomenten’. Maar ik denk dat we de balans moeten zoeken, dat we ook met zijn allen toch wel eens zijn dat de balans er nu niet is, dat we soms momenten missen en dat we dan rommelige procedure met meer gedoe krijgen, ook voor bewoners. Maar aan de andere kant, ook wat CDA zegt, dat we soms op teveel details zitten, het zit aan beide kanten. Volgens mij zit het vooral in een soort noodremprocedure en misschien moet het dan geen noodrem zijn, maar meer een vaste rem op een vast moment. En dat zou kunnen betekenen dat je een bepaald stappenplan hebt, dat huidige planproces met wellicht wat aanpassingen uit het initiatief, de meeste aanpassingen kan ik op zich wel volgen, misschien een enkeling wat minder. Maar dat we eigenlijk met elkaar vaststellen, als we dan op de normale pad zitten, dan gaan we in elke stap van het proces, maken we een bewuste keuze.

Blijven we op dat pad? Of gaan we zeggen: ‘Het wordt nu complexer, wij willen meer aan dat met de hand worden meegenomen’, voorzitter? Dus er is een politieke antenne van de wethouder, daar vertrouwen we op, maar er is ook een politieke antenne van de raad. En als de raad zegt van: ‘Nou wij willen nu echt wat meer betrokken

35

worden’, dan moet het ook gebeuren. En ik denk als we met die blik nog een keer naar dit initiatief kijken en naar het oorspronkelijke planproces, dan denk ik dat inderdaad in het planproces wat dingen anders moeten. Maar misschien iets minder scherp dan dat in dit initiatief staat. En dat heeft ook mee te maken met het bespreken of het besluitend bespreken. En dan moet ik even naar mijn aantekening … Ja, want dat is die vertraging die steeds wordt gezegd. Want als iets eerst ter informatie aan de raad komt en vervolgens gaan we als raadsleden willen behandelen en dan komt er misschien een maand later met een beetje pech, nog een maand later door agendaproblemen, dan ontstaat er vertraging. Terwijl als wij via zo’n remprocedure zeggen van: ’Nou, waarschijnlijk is wel goed, maar we willen toch wat actief bij de hand worden genomen’. Wethouder, we zeggen nu alvast dat we in de volgende fase het niet ter informatie willen krijgen, maar ter bespreking. Dan kan het best zijn dat we het dan nog steeds goed vinden en dat het gewoon door kan gaan, maar winnen we een maand omdat we vooraf als raad al hebben gezegd dat we iets actief ter bespreking op de agenda willen in plaats van ter informatie.

Dus ik zou eigenlijk de indieners willen uitdagen om op dat punt nog even goed naar het voorstel te kijken, om te kijken of we in dat stappenplan dus de keuzemomenten iets duidelijker kunnen zeggen vooraf. Dus dat we misschien juist zelfs met dit voorstel tijd winnen in plaats van tijd verliezen. En tenslotte het DO in de raad: ja, in principe als het hele proces goed gaat, is DO gewoon een hamerstuk. Maar waar ik wel een hekel aan heb, is dat als er politieke discussie is, dat we dan alles met moties Vreemd gaan regelen. En ik vind dat we echt een instrument moeten hebben om dit soort dingen te amenderen, want het is niet altijd zo dat we het allemaal eens zijn. Soms is het gewoon verdeeld, ook al is het hele proces goed doorlopen. En dan vind ik het gewoon politiek belangrijk dat je ook helemaal aan het eind moet kunnen amenderen, bijvoorbeeld op basis van de inspraak van bewoners. En dat lijkt dan misschien een minderheid, maar misschien zijn die bewoners zo overtuigd dat wij in het DO zeggen als raad: ‘Wij dienen een amendement in’, en dat er toch een meerderheid is voor wat een minderheid leek. Daarom vind ik dat het DO wel door de raad moet worden vastgesteld, zodat we kunnen amenderen en zodat we minder moties Vreemd krijgen in deze raad. Ik hoop dat de indieners op dit deze manier hun initiatief wat willen aanpassen en dan gaan wij het steunen.

De voorzitter: Heb ik dan iedereen in de commissie gehad? Want dan ga ik het … O, mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u wel voorzitter. Een prachtig stuk eigenlijk, eigenlijk een beetje laat vinden wij van Trots op Haarlem. Wij hadden veel eerder gewild, denk ik, en met een paar aanpassingen. En dan kijk ik even die kant op, daar kunnen wij daar wel onszelf in vinden. Maar het moet natuurlijk wel even, misschien wel een paar ‘…’: gaat het echt werken? En we hebben mooi de tijd voor de verkiezing om dat even uit te testen. Dus, geef ik even mee. De voorzitter: Dan ga ik nu het woord geven aan de wethouder. Wethouder Rog, succes. Wethouder Rog: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat het zo is dat in het verleden niet alleen de Rekenkamer, maar ook meerdere fracties wel vaker de vinger hebben gelegd bij dat niet alle processen altijd goed gingen. En de invloed van de gemeenteraad, daar is vaak behoefte aan om die te versterken. Tegelijkertijd is er in de afgelopen tijd veel gebeurd. Er is natuurlijk een notitie geweest van mijn voorganger over de bevoegdheden van de raad, we hebben het ACCP vastgesteld om de interne processen … Zeg ik ook tegen de heer Bloem met wie ik vandaag voor het eerst debatteer, de interne processen ook verder te verbeteren.

En dat is ook waar deze indieners nu op reageren met hun initiatiefvoorstel, GroenLinks, Actiepartij en Partij van de Arbeid, die volgens mij leidt tot een heel waardevolle en existentiële discussie over de taken en bevoegdheden van het college enerzijds en de commissie en de raad anderzijds. Ik zie ook heel veel verschillende … Nou ja, misschien niet zozeer uw visie daarop, als wel in de uitwerking, verschillende gedachten bij verschillende partijen. Wij

36

zitten, denk ik, helemaal niet ontzettend ver af van de indieners. Dat blijkt ook uit de reactie die wij hebben gegeven als college, waarin we eigenlijk maar op één punt … Namelijk de start van de uitvoerende fase, echt een afwijkend standpunt innemen, maar juist aan die voorkant met dat programma van eisen al enorme stappen hebben gezet om commissie en raad te betrekken. En ik denk dat dat ook goed is en het leidt er bijvoorbeeld toe dat we later vanavond als u en ik nog spreektijd hebben, het schetsontwerp van de Professor Eijkmanlaan gaan bespreken. Dat was in het verleden niet gebeurd en nu doen we dat wel. En ik zeg dan ook tegen de fracties die zeggen van: ‘We beperken ons eigenlijk teveel wanneer we afwijken van financiële kaders’. Nee, op dit moment zijn wij juist inderdaad … Moeten wij geacht worden in ieder geval die politieke sensitiviteit hebben om wanneer er dilemma’s spelen, wanneer er politieke gevoeligheden liggen, actief naar u toe te gaan en daar heeft u gewoon nu een rol die er eerst niet was.

Helemaal aan de achterkant, bij het definitieve ontwerp, geven we ook aan dat wij eigenlijk met de indieners … Wat het college betreft zouden we, omdat wij in die positie zitten dat wij uiteindelijk inderdaad de uitvoerende positie hebben waar u die kaderstellende en controlerende en het budgetrecht heeft, dat wij wel begrijpen dat daar waar er bij dus inderdaad die ontwerpen … Waarin een budget is vrijgegeven, krediet vrijgegeven bij dat definitief ontwerp, dat wij ons prima kunnen voorstellen dat als het college enerzijds dat definitief ontwerp heeft vastgesteld, de raad dat definitief ontwerp en het krediet voor het vrijgeven daarvan, daarmee instemt. Wij denken dat daarmee de balans tussen raad en college in de juiste verhouding terecht is. En u kunt iedere keer opnieuw wanneer er in een proces elders … U denkt dat wij niet op een goede manier bijvoorbeeld de wensen van bewoners hebben meegenomen, uw vinger opsteken, u kunt aangeven wel over te willen gaan tot bespreking ook waar dat, wat het college betreft, niet aan de orde zou zijn. Dus in die zin denken wij dat we hiermee een juiste balans hebben, die enerzijds ook recht doet aan dat we ook nog met andere zaken bezig zijn dan met VO’s en DO’s te spreken, maar tegelijkertijd u meer in positie brengen. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Bloem, SP.

De heer Bloem: Ja, want hoe ziet het … Is het college dan nu echt tevreden met de praktijk zoals hier is, dat je inderdaad een definitief ontwerp met een motie Vreemd als enige eigenlijk nog kan doen? Ziet het college toch ook niet dat dat nu gewoon niet misgaat en heeft het college andere ideeën om dat te verbeteren misschien? Wethouder Rog: Ik heb met interesse geluisterd naar een aantal van de fractie die zeggen van: ‘Kunnen we in die processen dingen niet versnellen?’ Kijk, ik ga niet over uw orde wanneer er over moties gestemd wordt. En op dit moment … Bij een definitief ontwerp, wordt mij ingefluisterd, is een amendement wel degelijk mogelijk, dus dat is iets wat u dan bij bespreking in de raad kunt doen. De voorzitter: Mijnheer Bloem nogmaals. De heer Bloem: Ja, om het heel even toch echt concreet te maken: als u 40 of 20 weken moet wachten op tegels en dan komt er een stuk, dan moet het nog op de agenda komen, er zit een hele tijd tussen voordat we het überhaupt bespreken en dan nog een motie Vreemd kunnen doen en dan komt u in de knel. Tenminste, dat is vaak het geval. En wij als raad komen ook in de knel, want het duurt allemaal veel te lang.

Ziet u daar een andere oplossing voor dan degene die nu in het stuk wordt aangereikt? Wethouder Rog: Kijk, volgens mij is het zo dat wij … Een vertraging in de levering is … Dat is verder niet … Daar kunnen we weinig mee, dat is gewoon een gegeven van buitenaf. Volgens mij gaat het hier om wanneer wij in die ontwerpfase een moment hebben waarop u zegt: ‘De wethouder heeft onvoldoende politieke sensitiviteit getoond en moet bijvoorbeeld links of rechtsaf’, dan bent u in staat om uw hand op te steken. Ook wanneer

37

de wethouder zelf dat niet heeft gedaan. We doen het nu bijvoorbeeld bij het programma van eisen met de Professor Eijkmanlaan, omdat we zien dat er dilemma’s zijn, omdat we zien dat wij ruzie gaan maken met de verkeerspolitie. Maar tegelijkertijd weten dat de raad wil, in meerderheid althans, in ieder geval de vorige keer, dat dat daar 30 kilometer gereden wordt. En dat is volgens mij het goede gesprek wat wij met elkaar moeten hebben en waar u ieder moment opnieuw mij aan mijn jasje kan trekken. De voorzitter: Ik zie dat we even een korte tweede termijn gaan doen en misschien is het wat … Pardon? Mevrouw…: Ik wilde graag een punt van orde, omdat … Misschien omdat ik zo simpel ben dat ik even niet begrijp wat de ruimte is die we nog hebben of want … Volgens mij ligt de vraag ook voor of we dit voorstel nu moeten bespreken als indieners of we het gaan aanpassen of dat het sowieso nog de ruimte is om het voor de raad aan te passen. De voorzitter: Nou, u gaat over uw eigen initiatiefvoorstel, inderdaad. En het lijkt me verstandig dat u … U heeft hier de meningen van uw medecommissieleden gehoord en de mening van het college had u al, dus het is aan u of u beslist of uw stuk nog wenst aan te passen. Dat is zeker mogelijk voor de raad en dan … Maar dat is aan u, maar dat is in ieder geval niet voor de volgende raad, want dat is te kort.

Maar u heeft zeker als indieners nog de mogelijkheid om dit aan te passen en wellicht is dat slim als u daar even kort in uw termijn iets over zegt of u dat van plan bent of niet. En dan kunnen we daarna concluderen of er voldoende steun is om dit naar de raad te sturen, sowieso. Mevrouw Schneiders, kort graag. Mevrouw Schneiders: Ik ben het natuurlijk nu een beetje kwijtgeraakt. Wat de wethouder zegt, dat is natuurlijk inderdaad zo. Ik wil in de eerste plaats even zeggen dat ik natuurlijk alle vertrouwen heb in de wethouder en dat het hier helemaal niet gaat om de persoon van een wethouder en dus een motie van wantrouwen. Nee, het gaat erom juist om te voorkomen dat je in dat dilemma raakt, dat het afhankelijk is van een wethouder of we iets krijgen. En dat is ook een beetje wat ik nog wou zeggen, dat de wethouder zegt: ‘Ja, als het toch nodig is, als jullie dat willen, dan komt het allemaal wel’.

Maar het probleem soms is en dat hebben we gemerkt bij een aantal projecten, dat … Dan bij het VO, dan krijgen we dat in de commissie ter bespreking, dan wilden we daar van alles van zeggen en zeggen: ‘Ja, maar die klopt niet en dat klopt niet en dat moet eigenlijk al anders.’ En dan zeiden ze: ‘Ja sorry, het gaat nu eerst in de inspraak, bij DO zijn jullie weer aan de beurt, dus wacht maar.’ En dat is zo zonde, want dan krijg je pas bij DO die gelegenheid en dan is de inspraak geweest, dus dan zijn er allemaal bewoners die zeggen van: ‘Waar kom je nou weer mee?’ Dus dat is heel verwarrend, dus we willen eigenlijk … Dat probleem wilden we voor zijn. En dat komt soms doordat er inderdaad programma van eisen als dat we noemen, dat proces daarvoor waar die keuzemogelijkheid is, waar een keuze gemaakt wordt. Als we dat voorgelegd krijgen, dan kunnen we dan zeggen van: ‘Hé, er wordt nu een keuze gemaakt, die past niet.’ Dus ik zou graag inderdaad de … Ik heb alle vertrouwen in de feeling, in die sensitiviteit en hoe we het allemaal hebben genoemd, van de wethouder, maar als we een paar checkmomenten inlassen, dan zijn we daar niet van afhank... De voorzitter: Nee, ik doe … Ik had eigenlijk gehoopt dat u ook even kort zou willen reflecteren op wat er is gezegd, want dan heeft de commissie even een richting van waar dit uitgaat. Anders kan ik zo meteen niet iets concluderen.

Mevrouw Schneiders: Nee, ik zou … Ik heb een beetje … We hebben een beetje geknikt met elkaar dat wij het ook even terug zullen nemen, aan zullen passen voor de raad. En dan moeten we alleen even kijken wat we daar precies dan in zouden moeten aanpassen. Maar dan zou het dus voorstel zijn om het niet komende raad,

38

maar nog eentje verder dan aan te bieden of moet het dan misschien terug in de commissie? Dat weet ik ook eigenlijk niet precies. De voorzitter: Dat zullen we dan eventjes zien, maar in ieder geval geeft u aan dat u, gehoord de reacties hier van u medecommissieleden en het college, in ieder geval nog van plan bent om aanpassingen te doen. Wie kan ik dan het woord geven eventueel nog? Mijnheer Mohr, Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Ja voorzitter, dank u wel. Want dit is voor een oppositiepartij natuurlijk een fantastische avond. Mevrouw Verhoeff, u eerst, fantastisch. En nu mevrouw Schneiders. En mevrouw Schneiders: ‘Ik heb’, hoor ik u zeggen, ‘natuurlijk wel vertrouwen in deze wethouder.’ Maar natuurlijk, als u echt vertrouwen had en als u echt vond dat er aan de politieke antenne van deze en misschien ook andere wethouders niks mis was, dan lag dit voorstel er niet. Er wordt vanavond openlijk getwijfeld aan de politieke antenne van deze wethouder en het zal je maar gezegd worden. En we zullen, nu we hier toe op het spoor zijn gezet door GroenLinks, daar ook vanavond dan ook andere commissies extra op letten.

Maar mijn vraag aan de wethouder is deze: mijnheer Rog, hoe vindt u zelf dat het gesteld is met uw politieke antenne en hoe vindt u … En wat is uw beoordeling in dat kader van het voorstel van de motie van wantrouwen van GroenLinks en de Partij van de Arbeid? De voorzitter: Interruptie van de heer De Lint, CDA. De heer De Lint: Ja, de heer Mohr, twijfelt u aan de politieke antenne van onze wethouder? De heer Mohr: Ik meen dat met wethouder Rog, dit college een groot talent heeft binnengehaald. De voorzitter: Wie wenst nog het woord? Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Ja mijnheer Mohr, wij vinden juist … En dit is namelijk begonnen, deze discussie, toen deze wethouder nog helemaal niet in zicht was. Dat dit gewoon iets is wat onafhankelijk, van welke wethouder dan ook, goed geregeld moet zijn. En wij gaan, gehoord hebbende wat hier gesproken is, gaan we het gewoon nog verbeteren, dit stuk. En deze wethouder mag wat ons betreft heel zeker blijven. De voorzitter: Wil iemand anders nog het woord? Nee? Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Ja, de wethouder zei in een bijzinnetje iets opmerkelijks over dat het DO geamendeerd kon worden. Ik kan me niet herinneren in mijn hele periode dat dat ooit is geweest is. Volgens mij klopt dat niet, het zou wel een verbetering zijn. De voorzitter: Ik heb alle reacties van de commissieleden gehoord en ook van de wethouder.

Het stuk gaat nog aangepast worden, begrijp ik. Wethouder, wilt u ook nog reageren? Want ik zie u zo kijken. Wethouder Rog: Ja, omdat ik dacht dat er wel een paar dingen gezegd waren die misschien handig zijn als ik daar heel kort op reageer. Wat ik wil zeggen nog, is dat juist ook de voorlopige ontwerpen wel degelijk naar de commissie gaan. En dat zeg ik ook tegen de indieners waarbij zij de gelegenheid hebben om het ook op te waarderen richting de raad, dus dat wil ik nog nadrukkelijk zeggen. Volgens mij is het grote verschil van inzicht, dus het college en de indieners zitten op dat punt tegen anderen die aangeven van: ‘Hoe staan we er op dit moment voor en hoe is het met de antenne gesteld?’ Nou, ik zou willen zeggen: vaker dan ooit zijn wij bezig met opinienota's naar de raad te sturen. De programma’s van eisen, daar bent u nu echt meer dan ooit bij betrokken, veel vaker ook dan in het verleden. Dat is één van de grote verbeterslagen na de discussie ook, die

39

aangezwengeld is door de RKC. En wat dat betreft hoop ik de heer Mohr straks nog bij ook de Professor Eijkmanlaan tegen te komen, wat daar een voorbeeld van is en wat hij misschien dan mag zien als een uiting van die antenne. Met het DO en het instemmen, ChristenUnie kwam daarmee: wij geven aan als college dat u dus inderdaad, iets wat ook niet overal gebeurt in andere gemeentes, de discussie in de commissie over een VO en in de raad over een DO, maar dat wij zeggen wanneer u het krediet vrij geeft, u ook kunt instemmen met het door het college vastgestelde DO en dat kan natuurlijk ook onder voorwaarden. De heer Bloem: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Heel kort om even de wethouder mee te geven: het gaat ook veelal om definitief ontwerp zonder dat er krediet voor weggegeven moet worden, dat is het pijnpunt juist. Als er geen krediet door de raad hoeft omdat het al binnen de exploitatie zit, dan hebben we een probleem. Dat hebben we nog nooit, in ieder geval op de raad, zo besproken. Wethouder Rog: En dat zijn wel vaak ook de grote projecten, bijvoorbeeld rond riolering, erin en eruit. En ik stel mij in gemoede de vraag of u over die zaken hier uitvoerig, nog een keer nadat u dat krediet al heeft vrijgegeven bij de begroting, nog een keer het debat wil voeren.

De voorzitter: Dames en heren, de initiatiefnemers hebben in ieder geval toegezegd dat ze het stuk gaan aanpassen. En dat brengt wel een beetje een vreemde situatie, dat als ik nu aan u de vraag zou voorleggen of dit behandelrijp is in de raad, we eigenlijk niet weten wat er na de raad gaat. Dus bent u dat met mij eens dat ik dat concludeer en dat het verstandiger is om dat eventueel nog kort terug te laten komen in de commissie, zodat iedereen eventjes ziet wat we naar de raad gaan sturen? Het houdt wel in dat de initiatiefnemers wel een beperkt tijdspad hebben om dat stuk aan te passen, maar volgens mij moet het met zijn drieën mogelijk zijn. Dus dan is dat mijn voorstel naar de commissie toe, bent u het daarmee eens? Ja? Mooi, dan gaan we dat zo doen dan. 9.

Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Dan ga ik snel met u door naar agendapunt 9 en dat is het spreekrecht voor belangstellenden. We hebben zes insprekers in totaal, waarvan er één digitaal. Ik ga de insprekers die hier fysiek aanwezig zijn vragen om naar voren te komen en plaats te nemen op de groene stoelen. Hartelijk welkom. Ja, als u even op deze stoel wil plaats maken … Of plaatsen … Wilt gaan zitten. Er wordt één stoel nog door de wethouder schoongemaakt, dan is ook wel een unicum dat we dat meenemen. Dan mag u zo plaatsnemen op de stoel van de wethouder, misschien ook wel eens een keertje leuk. Ik weet niet of u dat ambieerde ooit eens, maar dat kan dan nu. Nee? Ok. Fijn dat u er alle vijf bent. Ik ga u zo meteen allemaal om de beurt het woord geven, dan heeft u 3 minuten de tijd. Als uw tijd bijna op is, dan vraag ik u om af te ronden. Ik ben daar wel streng in omdat er zoveel insprekers zijn, maar dat gaat vaak erg goed. Dus hartelijk welkom nogmaals, ik ga gelijk beginnen bij de heer In ‘t Veld. O, dat bent u … Nee, dat is niet eerlijk dan. Nee, daar gaan we even door naar de heer Blaas. Mijnheer Blaas, bent u er klaar voor? Ja, als u de knop indrukt, dan gaat het rode lichtje branden en dan heeft u 3 minuten. En u mag uw mondkapje af doen, want u zit nu helemaal keurig op uw plaats. Gaat uw gang.

De heer Blaas: Ok goedenavond. Ja, ik schrijf hier: ‘Waarom sta ik hier?’ Ik heb een bezwaarbrief geschreven vanwege de gft-bakken, Bakenessergracht. En ik kan eigenlijk natuurlijk maar beter afvragen waarom

40

Spaarnelanden? Namens de gemeente Haarlem die twee gft-bakken in principe op nog geen 3 meter van mijn huis hebben aangewezen. Inmiddels is dat iets veranderd qua locatie, maar het gaat om dat principe. Ik maak me zorgen, omdat het erop lijkt dat de gemeente dan te veel vertrouwd op Spaarnelanden. Dit is het Spaarnelanden die zegt dat zij bijvoorbeeld niet vanuit de Janskliniek, waar bakken staan, naar de Donkere Begijnhof kunnen rijden dat ze daar fysiek niet toe in staat zijn. Jullie zijn van mobiliteit, dus jullie weten dat dat ook niet per se het geval is. Wij hebben de uitvoerend manager gesproken en hij zegt dat je die bakken niet hoort, nu is dat niet de grootste zorg, maar dat die bakken ook niet stinken bijvoorbeeld, ook al is het nog altijd heel dicht bij ons slaapkamerraam, woonkamerraam. Ons bezwaar is uitvoerig beschreven, maar jullie weten ook mobiliteit, Bakenessergracht is een doorlooproute en er zal echt ander afval in die bakken gaan belanden, ondanks dat er dempertjes op zitten of wat dan ook. En ja, ze staan de hele dag in de zon, dus het zijn gewoon van die kleine details. En waarom deze bakken? Die uitvoerend manager zei al dat jullie deze zomer alweer gaan discussiëren over een andere mogelijkheid tot het ophalen van gft-afval, dus dat maakt het allemaal zo pijnlijk.

Het is het gevoel dat er geen oog is voor historisch erfgoed, toeristische trekpleisters en vooral, daarom zitten jullie hier natuurlijk allemaal, de leefbaarheid van de stad voor de bewoners. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dat is keurig binnen de tijd. Dank u wel voor uw bijdrage. Dan ga ik naar mevrouw Meindersma, u heeft het woord. Mevrouw Meindersma: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Mijn naam is inderdaad Marijke Meindersma, ik woon aan de Bakenessergracht, vlakbij het Spaarne al sinds 1990 en ik prijs mij gelukkig dat ik hier mag wonen. Burgemeester en wethouders van de gemeente hebben plaatsen op de Bakenessergracht aangewezen waar afvalcontainers komen te staan. ‘Elke kilo telt’ is de slogan van het samenwerkingsverband van de gemeente en Spaarnelanden. Ik stel daar tegenover: ‘Elke kliko telt.’ En dat niet alleen, ook elke container telt. Ik bedoel daarmee dit: iedere container of die nou groen of grijs is, die op de gracht geplaatst wordt, schaadt het historische karakter van de oudste gracht van Haarlem. De bedoeling is dat er midden op de gracht twee bovengrondse containers komen voor papier en plastic en dat er verspreid over de gracht nog eens een zes stel gft containers komen. Terwijl er nota bene aan het einde en aan het begin van de gracht al grote containers staan.

Ik ben van mening en velen zijn dat met mij, getuige het aantal bezwaarschriften dat ingediend is tegen het aanwijzingsbesluit, ik heb er al 22 geteld, 22 huishoudens die bezwaar gemaakt hebben. Ik ben van mening dat plaatsing van al die containers onnodig is, dat zij ontsierend en vervuilend zijn en dat ze zwaar verkeer aantrekken in de vorm van vuilnisauto’s die de bovengrondse containers regelmatig zullen gaan legen. Tijdens een wandeling door de buurt met vertegenwoordigers van de gemeente en Spaarnelanden, hebben wij als buurtbewoners erop gewezen dat er voldoende alternatieven zijn voor de plaatsing van de containers. We hebben ervoor gepleit de bestaande locaties te gebruiken en die om te vormen tot kleine milieustraatjes. Al onze suggesties werden van de hand gewezen, gezegd werd: ‘Bewoners moeten niet te ver hoeven te lopen met hun lekkende zakjes met keukenafval’, zo was de redenering. Men lijdt aan het ‘lekkende zakjes syndroom’. Anders is het gesteld met de bewoners, de bewoners zijn bereid om wat verder te lopen met hun afval. Het Haarlems Dagblad heeft een peiling gedaan en daaruit bleek dat het overgrote deel bereid was wat verder te lopen. Eerder was er al uit een enquête onder de buurtbewoners gebleken dat zij ook verder weg willen lopen met het afval. De voorzitter: Mevrouw Meindersma, wilt u afronden? Mevrouw Meindersma: Ik ga afronden.

Het zal duidelijk zijn, daar is al op gewezen en mijnheer In ‘t Veld zal daar ook op wijzen, dat de plaatsing van die containers grote consequenties heeft. Daarom, ik houd het kort …

41

Daarom vraag ik u om die plannen tegen te houden en sterker nog, ze te verwijzen naar de dichtstbijzijnde afvalbak. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik gelijk door naar mijnheer In ‘t Veld. U mag uw mondkapje afdoen, want u zit keurig tussen plastic schermpjes in. Gaat uw gang. De heer In ’t Veld: Goedenavond, mijn naam is inderdaad Ton In ‘t Veld en mijn vrouw en ik zijn eigenaar van een rijksmonument op de Bakenessergracht. Nog niet zo lang, een jaar geleden. Vier maanden zijn wij in gesprek geweest met de afdeling Erfgoed over de regels voor onze restauratie. Geen zonnepanelen, geen bredere kozijnen, geen andere kleuren, geen dubbel glas. Allemaal omdat de gracht beschermd stadsgezicht is en ons huis 1 van de 50 rijksmonumenten op de gracht. Laat ik een ding vooropstellen: ik sta hier vierkant achter, maar waarom mag Spaarnelanden dan wel twee bovengrondse, en dat zijn grote vuilcontainers en twee gft-bakken op 4 meter afstand van onze Herengracht kleur geschilderde voordeur neerzetten? Het antwoord van een gemeentelijke woordvoerder stond recentelijk in de krant. Ik citeer: ‘Wij proberen overal de bakdichtheid op niveau te brengen.’ U hoort het goed: ‘bakdichtheid’. En dat is ook het enige argument dat ik tot nu toe gehoord heb. Op de gracht hangen vrijwel huis aan huis, 150 van deze posters achter de ramen.

De bewoners hebben namelijk wel argumenten, maar vooral om geen afvalbakken op de gracht te zetten. Ik ga er een paar noemen: 1) de gracht is beschermd stadsgezicht en een toeristische hotspot, dat weten we allemaal. De panden waarvoor de afvalbakken komen te staan behoren tot Joods erfgoed. Ik citeer weer de woordvoerder: ‘Dat er bakken pal voor rijksmonument en Joods erfgoed komen te liggen, er zijn zoveel argumenten te bedenken om ergens geen containers te plaatsen. Ik vind dat dat niet kan.’ Argument 3: de kades langs de gracht zijn kwetsbaar voor zwaar vrachtverkeer. Op de beoogde locatie ligt bij een regenbui een plas van enkele meters lang. De kade is hier gewoon aan het verzakken, net als aan de overkant. En wat zegt de woordvoerder hierover: ‘De gemeente doet geen dingen die niet kunnen.’ Argument 4: de bakken zijn gewoon niet nodig, ik heb het heel exact uitgerekend. Geen enkele bewoner hoeft nu dit moment verder te lopen dan 202 meter, 63 centimeter. Ruim binnen de gemeentelijke norm van 250 meter, die heeft u allemaal vastgesteld. Nummer 5: de geplande locatie is gesitueerd op het allersmalste deel van de smalste kant van de gracht. De voorzitter: Mijnheer In ’t Veld, wilt u ook afronden? De heer In ’t Veld: Ja, ik ga mijn best doen, maar ik heb nog een paar puntjes hoor.

De voorzitter: Ja, maar ik ga wel streng zijn, dus over 3 minuten … De heer In ’t Veld: Ja, dat merken we … De voorzitter: Is het voorbij. De heer In ’t Veld: Maar nu gaat dit ook van mijn tijd af neem ik aan? De containers van 1 meter 60 komen op twee parkeerplaatsen van 1.85, dus 12,5 centimeter aan de kant van de rijbaan en 12,5 centimeter aan de kant van de gracht. Daar staat een hekje van 20 centimeter hoog, is dat veilig? En waar waait het karton en plastic heen, wat altijd naast die bakken staat? Nog een keer de woordvoerder: ‘Je moet op een gegeven moment een keuze maken, een keuze maken impliceert meer opties,’ waarom deze locatie en geen andere of de allerbeste keuze: helemaal geen afvalcontainers op deze gracht. Dat is namelijk ook een keuze. Tenslotte: ik heb geen goed woord over voor de procedure die is gevolgd, die is er namelijk niet geweest. Op zaterdag 1

42

mei kreeg ik de eerste officiële brief, van Spaarnelanden notabene, met de vermelding dat ik tot 5 mei bezwaar kon maken, 4 dagen. Dat was het. De voorzitter: Nou, u weet wel de voorzitter keurig te bespelen met zulke woorden als ‘tenslotte’, dus dank daarvoor, voor uw medewerking. Kan ik wel waarderen eigenlijk. De heer …: Ik begrijp het niet. De voorzitter: Eventjes kijken, mijnheer Huisman. De heer Huisman: Dank u wel voorzitter. De voorzitter: O, sorry u zit aan die kant. Pardon, gaat uw gang. De heer Huisman: Dank u wel voorzitter. Mijn bijdrage is ook bij de stukken gevoegd en ik adviseer u dan ook om even die erbij te pakken. Ik heb namelijk een tijdlijntje daar ook in opgenomen. Ik wil met u graag hebben ook over de Bakenessergracht, maar met name over het verbieden van zwaar verkeer over de Bakenessergracht. Binnenkort rijden er dagelijks zware vrachtauto’s van Spaarnelanden over de gracht. U kent ze wel, van die grote jongens met zo’n kraan achterop. Ze zijn zwaar, elke vrachtwagen langs mijn huis doet mijn huis trillen. Op de eerste pagina van mijn bijdrage, daar staat een tijdlijntje. Tot voor kort waren de gemeenten en bewoners het eens, dat kunt u daarop zien. Zwaar verkeer beschadigd walmuren, wegdek en huizen. Maar met de nieuwe afvalplannen zijn onderzoeken en wijsheden uit het verleden niets meer waard.

De aangeboden alternatieven van Spaarnelanden worden terzijde geschoven omdat deze niet in hen belang zijn. Ja, u hoort het goed. Wat kan er gebeuren? Dat weten we inmiddels uit Amsterdam, daar is een stukje kader ingestort vorig jaar. En wat het kost, dat kunt u zelf uit de jaarrekening halen. Inmiddels weert Amsterdam zwaar verkeer van hun grachten. Iets wat Amsterdam … Dan moet ik het goed zeggen: iets wat Haarlem tot voor kort ook deed, want we hadden namelijk een vrachtwagenverbod op de Bakenessergracht. Ik ga nu naar de laatste pagina van mijn bijlage. Ik heb namelijk vier vragen voor u: waarom legt de gemeente eerdere onderzoeken en wijsheden naast zich neer? Welke expertise is nu geraadpleegd, waarom het nu blijkbaar wel kan en 3 jaar geleden niet kon? Is er alleen uit een afvalinzamelingsoogpunt gekeken, of is ook gekeken vanuit erfgoed een onderhoudsstandpunt? Ik heb mijn twijfels. De tweede vraag die ik aan u heb: deze staat wat flauw geformuleerd in mijn bijdrage, maar wat ik bedoel te zeggen: bent u bewust van wat de gevolgen zijn? De geldelijke gevolgen voor u, maar ook voor mij, voor mij met mijn pand. Het derde punt: er is een enquête geweest van de wijkraad en daar is expliciet zwaar verkeer op de Bakenessergracht uitgevraagd. Uw raad heeft gevraagd om deze in de commissie te behandelen, ik neem aan de commissie Beheer.

Wanneer vindt deze behandeling plaats? En als laatste punt, en ik denk dat dat ook de uitweg is voor eenieder: wilt u overwegen om het verbod op zwaar verkeer her in te voeren? Dat is beter voor u als gemeente en beter voor ons als bewoners. Ik dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. En mijnheer In ’t Veld, zou uw microfoon uit willen zetten als u op het knopje drukt? Ja. Dan ga ik eerst nog eventjes naar de digitale inspreker toe, de heer Schravendijk, want die spreekt ook in over de afvalcontainers. Mijnheer Schravendijk, hartelijk welkom. U heeft ook 3 minuten de tijd, gaat uw gang. De heer Schravendijk: Ja, dank goedenavond. Dank voor het inspreken en laat ik beginnen dat ik absoluut voor het gescheiden afval inzamelen ben. Ik heb drie onderwerpen eigenlijk waar ik aan wil refereren. Ten eerste: respect voor het verleden. We hebben het hier over een gracht uit 1401, van de oudste grachten van Nederland. En het plaatsen van zoveel bovenmatig veel containers en afvalplekken, afvalverzamelingsplekken

43

op zo’n gracht vind ik niet respectvol omgaan met het verleden. Zeker niet omdat er, na wat één van mijn voorgaande sprekers al aangaf, zoveel monumenten met allerlei regels en richtlijnen die eraan moeten voldoen. Er zijn meer dan 50 monumenten op de gracht. Het is ook een bekend, inderdaad de toeristische hotspot voor de monumentenroute. Daar wil ik nog aan toevoegen, niet alleen het Joodse verleden van de woning van mijnheer In ’t Veld, dat is bij mij om de hoek. Maar ook op het Philip Frankplein, de afvalcontainers en de geplande uitbreiding daar bij het Joodse monument, vind ik niet respectvol omgaan met het verleden. De tweede categorie is dat ik van mening ben dat de gemeente haar beleid zou moeten aanscherpen. Ten eerste op het gebied van de afstand, de term bakdichtheid is al gevallen. Ik kom regelmatig … Ik loop … Ik woon zelf op de Groene Buurt nummer 7, om de hoek bij … Eigenlijk achter het huis met de luikjes, vlak naast het Joods monument van mijnheer In ’t Veld. Ik loop ofwel naar Donker Begijnhof, ofwel het gescheiden afval bij de Koudenhorn. Dan kom ik regelmatig de burgemeester tegen in het weekend. Dat kan prima, iedereen is zijn gescheiden afval kwijt. Eén van de dingen waar ik me zorgen over maak, is de nascheiding.

Een gemeente als Amsterdam komt er nu terug, op het verzamelen van plastic, dat afval scheiden van plastic is veel effectiever, efficiënter met nascheiding. Ik zou het zonde vinden om daar zo’n grote 2800 literbak op de gracht neer te zetten, terwijl eigenlijk: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zou ik zeggen. Ten derde: het zwerfafval wat altijd om die bak heen zit. Er staan nu al van die kleine vuilnisbakken, daar stoppen mensen hun pizzadozen en weet ik veel wat. De toeristen stoppen er allerlei afval in, mensen die op de brug zitten stoppen er in. Dat waait met een beetje wind zo de gracht in en wie gaat dat dan weer schoonmaken? Daar komt Spaarnelanden niet. Dus dat is het aanscherpen van het beleid. Ten derde: … De voorzitter: Mijnheer Schravendijk, mag ik u ook vragen om zo af te ronden? De heer Schravendijk: Ik kan heel snel afronden. Is het luisteren en het respecteren naar van het serieus nemen van burgers. De procedure van de inspraak heb ik te horen gekregen, toevallig op een wijkraad, via via, via een mailtje. Ik heb verder een informatievoorziening gekregen inderdaad ook op 1 mei, maar die is niet bij alle huizen bezorgd.

En ten derde wil ik inderdaad ook verwijzen naar het rapport waar mijn voorganger aan refereerde, is het onderzoek wat is gedaan onder 1500 bewoners van het centrum waaruit blijkt dat het merendeel het geen enkel bezwaar vindt om een stukje verder te lopen. Punt. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan ga ik als laatste … Want dat is een ander onderwerp, naar mijnheer Maas van het platform Buskruit. U heeft ook 3 minuten de tijd. De heer Maas: Dank u. Geachte commissie Beheer, graag willen wij, Buskruit en wijkraden, aandacht vragen op twee dossiers die om actie van uw kant vragen en daarvoor de komende maanden ook een goed momentum volgens ons hebben. Het betreft 30 kilometer per uur op de HOV-trajecten en opnieuw de inzet van dubbeldekker touringcars. Het verkeerskundig adviesbureau BonoTraffics heeft voor ons onderzoek gedaan naar de invoering van 30 kilometer op de HOV-routes en de huidige verkeersonveilige situaties aldaar. Dit onderzoek toont aan dat er sprake is van grote verkeersonveiligheid op de routes van het HOV en dat er nu een oplossing moet worden gerealiseerd. Er is sprake van een te groot verschil in massa, snelheid en intensiteit, de situatie is onveilig. Invoering van 30 kilometer moet en kan ook op de HOV-routes, zo is de conclusie van dit onderzoeksbureau.

Het veelgebruikte argument om dit niet te doen vanwege zo mogelijk reistijdverlies, wordt door hen ook onderuit gehaald. Ook andere steden zoals Groningen, Eindhoven, Leiden, hebben 30 kilometer ingevoerd op hun HOV-trajecten. En de gemeente Gouda, ik zal u de link toesturen, heeft recent samen met de provincie Zuid-Holland en Rover en Arriva, de vervoerder aldaar, 30 kilometer geconcretiseerd op hun ov ‘…’, dus door het centrum. Dus steeds meer steden werken aan veiligheid en leefbaarheid. Dit rapport toont aan dat Haarlem echt aan de slag moet. Dan de inzet van de dubbeldekkers,

44

deze hebben een groot aandeel in de onveiligheid en aantasting van de leefbaarheid. Momenteel rijden nog steeds dagelijks 210 dubbeldekker touringcars door ons centrum, die ook nog steeds voornamelijk leeg zijn. Teleurgesteld waren wij dan ook toen we de recente reactie van het college lazen over de ophaalronde Vervoerplanconcessie AML 2022. Een vrij algemene strekking met geen concrete acties op de dubbeldekkers, hoe kan dit nou? Terwijl u als raadsleden duidelijk heeft gemaakt dat de wethouder, de heer Berkhout, hier wat aan moet gaan doen. De vraag is ook waarom Connexxion al meer dan een jaar gewoon is blijven rijden met die dubbeldekkers, terwijl er geen of nauwelijks vervoersvraag is, ook niet in de spits en er gewone bussen beschikbaar zijn. Ook op andere lijnen worden gewoon 12 meter bussen ingezet. Vandaar dat wij zelf opnieuw de vervoersregio middels een brief en een inspreekbeurt eergisteren weer, dringend verzocht hebben de volgende twee oplossingen in het Vervoerplan te incorporeren: 1) gegeven de lage reizigersaantallen op lijn 3, 4, 6 ook in de spitsuren, kan voorlopig gewoon met gewone bussen worden gereden en lagere frequenties worden gehanteerd. De inzet van dubbeldekkers in deze afschaalperiode is volstrekt onnodig. De voorzitter: Mijnheer Maas, wilt u ook afronden? De heer Maas: Nog één alinea.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12271141/1