05-16 Transcript Vragenuur
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN HET VRAGENUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 16 mei 2024 1.
Vragen voor het vragenuur De voorzitter: Beste allen, van harte welkom bij dit vragenuur, met iets andere microfoons dan normaal. Als het rode lampje brandt, dan bent u in beeld en als het goed is ook te verstaan. We hebben veel vragen en gaan snel van start. De eerste vraag is van de ChristenUnie, de heer Visser. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Van Zetten: Wij kregen twee uur geleden het bericht dat het COA een azc-pand heeft gekocht aan de Dreef Meesterlottelaan. Dat kregen we om ongeveer drie uur toegestuurd. Je moet 24 uur van tevoren vragen indienen, ik vind het eigenlijk ontzettend onbeschoft dat we dit bericht niet eerder hebben gehad, want men wist het gewoon. Mijn verzoek aan u om dat in het presidium te bespreken, want bij dit soort gevallen, die heel veel mensen gaat raken, had ik het wel van tevoren willen weten, dan hadden we er nu een punt van kunnen maken voor het vragenuurtje. De voorzitter: Is genoteerd en we gaan het meenemen. Maar dan geef ik nu het woord aan de heer Visser, die het over spoorviaducten gaat hebben, wat iets heel anders is. Gaat uw gang. De heer F. Visser: Dank u wel, voorzitter. Op 1 mei is voor de zoveelste keer een te hoge vrachtwagen op de Westelijke Randweg tegen de spoorbrug bij de Leidsevaart gereden.
Is het college bereid actie te ondernemen? Heeft het college bijvoorbeeld al uitgezocht hoeveel het kost om de Westelijke Randweg bij de drie spoorwegviaducten te verlagen, of om portalen te plaatsen zoals bij de Velsertunnel? En heeft het college er bij de provincie op aangedrongen een van deze maatregelen nu echt snel te nemen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Berkhout zal uw vraag beantwoorden namens wethouder Van Leeuwen. Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. In reactie, de N208 is niet van de gemeente, maar van de provincie. We hebben geen zeggenschap over dit viaduct. Het is dan ook aan de provincie om uit te zoeken wat de kosten zijn voor eventuele aanpassingen en wij hebben het nogmaals bij de provincie onder de aandacht gebracht. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door met de volgende vraag, die is van Trots Haarlem. Mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Voorzitter, het bericht bereikte ons, of we lazen het geloof ik zelfs, dat een zaalvoetbalteam geweigerd schijnt te hebben om te spelen tegen een ander zaalvoetbalteam van Israëlische komaf.
Is het bij het college inmiddels bekend wat de motivatie van de weigering was? En klopt het dat dit team onder de naam van de Triple ThreaT-vlag valt en dan deels misschien geheel ook subsidie geniet van de gemeente Haarlem en daar gebruik van maakt? Wat vindt u van instanties en instellingen die subsidie krijgen van de gemeente Haarlem om iedereen mee te laten doen, maar mogelijk zelf andere bevolkingsgroepen zouden uitsluiten op bijvoorbeeld ras, huidskleur, seksuele voorkeur of geloof en dus juist door die subsidie eerder voor een gedeelde stad dan een ongedeelde stad zorgen? Wat gaat u doen om conflicten van buiten de Nederlandse landgrens die binnen Nederland kennelijk zich afspelen, om dat te voorkomen en die partijen
1
weer te verbroederen? En houdt u ook bij het plaatsen van bevolkingsgroepen in de gemeente rekening met de samenstelling van het stadsdeel, de wijk, de buurt en de straat en het appartementencomplex. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn heel veel vragen en wethouder Van den Raadt gaat proberen die … O, dus burgemeester Wienen gaat die beantwoorden. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Goed, dank u wel. In de eerste plaats, dat bericht stond in de krant, dus dat hebben wij ook gezien. Er is ook direct contact gezocht met Triple ThreaT, die heeft – dat stond ook erbij in de krant overigens – maar ook direct duidelijk gemaakt: wij distantiëren ons hier totaal van, wij willen dit niet, het is niet goed en dat mag niet. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik kan het bijna niet verstaan. Burgemeester Wienen: Oké, ik moet gewoon harder praten. Dus er is direct contact gezocht met Triple ThreaT en die heeft aangegeven: wij distantiëren ons hiervan, dit kan niet, dit mag niet. Dat is één. Twee, het is een incident dat plaatsvond bij zaalvoetbal, daar is in Amsterdam een eigen zaalvoetbalverband, waar onder de vlag van Triple ThreaT activiteiten plaatsvinden waar geen Haarlemse subsidie bij betrokken is. Trouwens ook niet bij de Haarlemse tak, want voor dat onderdeel krijgen ze geen subsidie. Drie, de achtergrond. Nou, het is iets wat niet bij ons gespeeld heeft.
Ik denk trouwens dat dat wat dat betreft misschien ook wel iets zegt. In Amsterdam gebeuren er op dit terrein wat meer dingen, tenminste gelukkig minder in Haarlem. De opvatting is dus duidelijk. De laatste vraag die u stelt, daar heb ik het gevoel van, dat lijkt me irrelevant. Ik denk niet dat wij bezig zijn mensen ergens te plaatsen en ik denk zelfs ook niet dat dat enige invloed heeft op waar we het nu over hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert nog een vervolgvraag op van de heer Van den Raadt van Trots Haarlem, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, want wij hebben in Haarlem dat we voetbalclubs een contract laten ondertekenen dat zij de LHBTI-gemeenschap respecteren. Bent u nou van plan om ook zo'n contract op te gaan stellen dat mensen mensen van een ander geloof moeten gaan respecteren? Wat zijn de volgende stappen, hoe ver gaat dit? De voorzitter: Burgemeester Wienen. Burgemeester Wienen: Nee, want ik constateer dat er hier in Haarlem op dit punt geen enkel verschil van mening is tussen de Haarlemse organisatie en de gemeente. Ik ga er zonder meer vanuit, dat heeft de club trouwens ook aangegeven, dat ook de leden dat nog eens een keer goed duidelijk gemaakt wordt dat het geen Haarlems incident is of zal worden. De voorzitter: Dan door naar de volgende vraag van de Partij van de Arbeid, mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter.
Rinia de Rooij-Jordan was in 1986 de eerste vrouw van kleur in de gemeenteraad van Haarlem. Ze was een voorvechter van de rechten van vrouwen van kleur, zeer maatschappelijk betrokken en dat kwam ook tot uiting in haar raadslidmaatschap. In 1992 is Rinia overleden op vijftigjarige leeftijd. Wij willen graag aan de burgemeester vragen om de herinnering aan Rinia in de Haarlemse gemeenteraad levend te houden, of er een gedenkteken in het stadhuis kan komen, om op deze manier blijvend aandacht te besteden aan de eerste vrouw van kleur in de gemeenteraad van Haarlem. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel en burgemeester Wienen zal uw vraag beantwoorden.
2
Burgemeester Wienen: Ik denk dat het inderdaad een bijzonder markeringspunt is, dat je ziet: hè, in een periode dat het lidmaatschap van vrouwen al minder gebruikelijk was en dan de eerste gekleurde vrouw, dat het goed is om dat historische punt te markeren, dus dat willen we ook doen. Hoe en welke vorm dat precies krijgt, dat weet ik nog niet, dat moeten we maar zien. Maar op zichzelf denk ik dat het mooi is om dit soort historische dingen te markeren. De voorzitter: Dank u wel. Dat roept een vervolgvraag op van mevrouw Van Zetten van Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ik vraag me af, van welke politieke partij was deze vrouw lid? De voorzitter: Burgemeester Wienen. Burgemeester Wienen: Toevallig weet ik het, maar ik vind het irrelevant. Want of ze nou lid was van Hart voor Haarlem, of van Trots – dat zal allebei niet, want die waren er toen nog niet – maar het was toevallig iemand die hoorde bij de PvdA. Mevrouw Van Zetten: Dat dacht ik dus wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de volgende vraag van D66. De heer Krouwels, denk ik? De heer Krouwels: Ja, ik ben de enige. De nieuwe fietsstroken aan de Leidsevaart zijn vijfentwintig centimeter te smal en de reactie van de gemeente in het Haarlems Dagblad heeft D66 Haarlem in ieder geval licht verbaasd.
We zijn een stad waar de voetganger en fietser op één staat, maar de auto krijgt hier meer ruimte en de fietser moet inleveren. Daarom de vragen. Is het zo dat in deze situatie inderdaad dit staand beleid is? Twee: wat zou de consequentie zijn als de fietsstrook overal op twee meter alsnog zou worden aangelegd? Nummer drie: wat is de consequentie als we dat ook daadwerkelijk zouden willen doen als gemeente? En nummer vier: kan deze aannemer aansprakelijk worden gesteld? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Krouwels. Wethouder Berkhout zal deze vraag namens wethouder Van Leeuwen gaan beantwoorden. Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Dan in reactie op vraag één, is het zo dat deze situatie staand beleid is? Het antwoord daarop is: binnen het vastgestelde mobiliteitsbeleid prevaleren de belangen van de voetganger en de fietser, daarom is de keus gemaakt om de voet-/fietsstroken zo breed mogelijk te houden en dus slechts heel beperkt smaller dan geadviseerd aan te brengen en de rijloper voor de auto juist maximaal te versmallen. Dan het antwoord op vraag twee, wat zou de consequentie zijn als het wel overal twee meter zou zijn aangelegd? Antwoord daarop is: er is pas tijdens de uitvoering geconstateerd dat de beschikbare breedte van de hele straat over het traject sterker varieert dan vooraf gedacht.
Op dit moment wordt dus nog uitgezocht wat de consequenties zullen zijn. Zodra hier meer duidelijk over is zal wethouder Van Leeuwen u hierover informeren. Vraag drie, zie antwoord op vraag twee. Voor vraag vier volgens mij ook, dat gaan we nog even uitzoeken. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert een vervolgvraag op van de heer Visser van de ChristenUnie, die volgens mij ook een vraag hierover had ingediend. De heer F. Visser: Stond inderdaad verder op de lijst. Maar volgens mij is dit ook een uitspraak in de bezwaarprocedure geweest, die twee meter. Dus ik wil de wethouder er toch op aandringen om zich gewoon aan die twee meter te houden en dan wordt gewoon de ruimte voor auto’s gewoon nog maar ietsje smaller. Volgens mij kan je niet meer zomaar een bezwaarprocedure passeren. Kan de wethouder dan in dat antwoord
3
wat nog komt daarop ingaan? Want ik zou het ernstig vinden als er een afspraak in een bezwaarprocedure ineens terzijde wordt gelegd. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u daar nog op reageren, wethouder Berkhout? Wethouder Berkhout: Ik denk dat betrokken moet worden bij de beantwoording die nog volgt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door… O, de heer Van den Raadt van Trots Haarlem heeft ook een vervolgvraag. De heer Van den Raadt: Nou ja, we hadden ook een vraag daarover ingediend, die zie ik helemaal niet meer terug, dus dan vat ik hem kort samen. Ik hoor nu het antwoord. Is het dan dus zo dat eigenlijk ongeveer een tien procent afwijking wel geaccepteerd is, twee meter en vijfentwintig centimeter? De voorzitter: Wethouder Berkhout. Wethouder Berkhout: Ik zie uw vraag niet, dus het is kennelijk hier een vervolgvraag. Ik denk dat dat antwoord wat prematuur is, maar nogmaals, de beantwoording wordt nog uitgezocht en komt nog bij u terug. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de volgende vraag van Jouw Haarlem, mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Dat kwam er piepend uit. Ook vrouwen willen graag plassen bij evenementen en drukke feestdagen, best wel soms heel nodig ook.
Tijdens de festiviteiten van afgelopen Koningsdag waren er in Haarlem meerdere plaskruizen geplaatst, wat natuurlijk heel fijn is voor degenen die staand kunnen of willen plassen. Helaas was voor vrouwen en voor hen die dat dus niet staand kunnen of willen geen toiletgelegenheid in de openbare ruimte, met als gevolg dat er bij meerdere Haarlemse cafés lange rijen stonden van mensen die naar het toilet wilden. Dit hinderde de doorgang zowel voor het personeel als voor de andere cafébezoekers en het leverde in het algemeen ook echt wel hele lange wachtrijen op. Daarover willen we een aantal vragen stellen. Is het college het met Jouw Haarlem eens dat het gebrek aan toiletten waar mensen zittend hun behoefte kunnen doen niet goed is voor de Haarlemse festiviteiten, in dit geval de Vrijmarkt specifiek? Is het college het met Jouw Haarlem eens dat dit een onmenselijke situatie oplevert, omdat Haarlem graag toegankelijk en inclusief wil zijn? En zo ja, is het college bereid om in overleg met de horeca en eventueel andere ondernemers er zorg voor te dragen dat er bij grotere festiviteiten toiletgelegenheid geregeld wordt waar ook zittend geplast kan worden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Scholten. Burgemeester Wienen gaat uw vragen beantwoorden. Burgemeester Wienen: Ja.
Als er een vergunning gevraagd wordt, dan is de ondernemer – en in de meeste gevallen zijn dat horecaondernemers – die is ervoor verantwoordelijk dat er ook plasgelegenheid wordt geboden. Wat ze meestal doen, dat is dat ze dan een aantal voorzieningen plaatsen die inderdaad voor staand plassen gebruikt worden en dan zijn de vrouwen aangewezen op de toiletgelegenheid binnen de horecagelegenheid. Wij hebben zelf ook het idee dat het goed is om bij de evaluatie daarover nader te spreken en eens te kijken: is dat inderdaad een verstandige aanpak, of zou je dat toch anders moeten doen? En dan moeten we kijken: wat zijn onze mogelijkheden? Wat wij zouden kunnen zeggen, dat is: er zijn mogelijkheden om dingen in te huren en daar moet dan voor betaald worden. Dan is het ook zonder verdere kostenverhoging voor organisatoren, maar dan zijn er wel voorzieningen, maar moeten mensen betalen, mannen en vrouwen. Een andere mogelijkheid is dat we zeggen: we gaan het gewoon als een voorschrift regelen. Het nadeel daarvan is dat bij evenementen de kosten weer oplopen en dat is een van onze grote problemen, dat de kosten voortdurend oplopen. Dan is het beveiliging, dan is het dit, dan is het dat. Dus wij
4
zijn er nog naar aan het kijken, maar het is in ieder geval gesignaleerd en wij komen bij de evaluatie erop terug. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert een vervolgvraag op van de heer Van den Raadt van Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik hoor nu dat bedrijven een vergunning moeten aanvragen. Daar sla ik op aan, want bij de kermis hoorde ik dat het bedrijf die de toiletten neerzet graag een invalide/rolstoeltoegankelijk toilet wilde neerzetten op veler verzoek van bezoekers en dat de gemeente dat niet nodig vond, of zelfs de vergunning geweigerd heeft. Kunt u daar over uitweiden? Burgemeester Wienen: Nou uitweiden, ik kan erover filosoferen, want ik weet niet precies hoe dat zit. Maar wat ik mij voor kan stellen, dat is het enige wat in ieder geval zo bij mij opkomt, dat is dat dat iets te maken heeft met ruimte en dat er een discussie is: ik wil meer ruimte en dat dat wellicht op dat moment niet in te vullen was. Voor de rest kan ik me niets voorstellen bij enig belang van de gemeente om te zeggen dat we dat niet willen, maar ik zal het navragen. De voorzitter: Dank u wel. dan gaan we gelijk door naar een andere vraag van mijnheer Van den Raadt over de wijkraden. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Dank u wel. Er zijn veel wijkraden gestopt en op veel plekken zijn de wijkplatforms nog niet begonnen, of die gaan helemaal niet beginnen, dat kan ook.
Maar hoe worden ondertussen de bewoners geïnformeerd? Die tasten nu in het duister eigenlijk wat er gebeurt. Vindt het college, zoals het dan nu gaat, voldoende? En ik zie ook nog dat de vraag eraan vastgeplakt is of Schalkweide een opvanglocatie wordt, dan plak ik die er meteen aan vast. De voorzitter: Dank u wel. Uw vragen zullen ook door twee personen worden beantwoord, allereerst door wethouder Roduner over de wijkraden. Wethouder Roduner: Dank u wel. Dat hebben we al best een aantal keer besproken ook bij het oprichten van de wijkplatforms. De wijkraden en de wijkplatforms zijn niet een soort communicatieverlengstuk van de gemeente, dus mensen moeten voor de informatievoorziening in hun wijk niet afhankelijk zijn van de wijkraden. Dus we hebben vooral de verplichting of de opgave zelf als gemeente – en dat is ook nog een keer benadrukt in het participatiebeleid – om actief te communiceren met bewoners over wijzigingen in hun wijk en rechtstreeks ook, dus niet alleen maar via wijkplatforms. Het was natuurlijk ook al zo voor wijken waarin bijvoorbeeld geen wijkraad actief was, dat was in het verleden ook best wel vaak een wijkraad niet actief en volgens mij heb ik eerder ook wel in het debat of in vragen gezegd dat waar nog steeds wijkplatforms actief zijn, er ook nog steeds contact is met de wijkgebiedsverbinders, dus die kunnen ook informatie verstrekken.
Dus er is wel degelijk informatieverstrekking, maar het is dus veel meer dat wij zelf ook via de website, de nieuwsbrief, de socials en ook de projectcommunicatie via de procesmanagers en de gebiedsmanagers en gebiedsverbinders ook zelf die informatie moeten verspreiden. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even, het zijn zulke verschillende vragen. Dit is een duidelijk antwoord, lijkt me, of heeft u een vervolgvraag? Een vervolgvraag, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Eén vervolgvraag, want bijvoorbeeld de wijkraad Boerhaavewijk, die ooit in 1972 geloof ik begonnen is, die is sinds kort gestopt. Waarom was daar helemaal niet de wijkwethouder of Jos Wienen aanwezig om te bedanken voor de jarenlange inzet? De voorzitter: Deze vraag zal denk ik beantwoord worden door wethouder Roduner, die over de wijkraden gaat. Burgemeester Wienen, gaat uw gang.
5
Burgemeester Wienen: Ik kan zelf het beste mijn agenda toelichten. Er was aangegeven dat ik dat graag wilde doen, maar ik had een vergadering en ik zou pas om een uur of tien in de gelegenheid zijn. Nou, dat was goed, maar ik kreeg om half tien bericht dat de bijeenkomst reeds was afgelopen, dus dat het geen zin had om nog langs te komen, overigens met dank voor de bereidheid om dat wel te doen. Dus zo is het gelopen. De voorzitter: Dank u wel. Dan blijven we gelijk bij u, want er is ook nog een vraag of Schalkweide een opvanglocatie wordt. Burgemeester Wienen: Ja. Dat is een voormalig verzorgingshuis. De ouderen zijn elders ondergebracht, krijgen ook een prachtige nieuwe locatie en de eigenaar, stichting Sint Jacob, is aan het onderzoeken wat ze met het pand aan de Floris van Adrichemlaan precies gaan doen. Het kan verbouwing zijn, het kan vernieuwing worden voor de ouderenzorg. Maar wij hebben op dit moment in ieder geval geen informatie over het gebruik als opvanglocatie. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar een volgende … Burgemeester Wienen: Waarbij ik overigens nogmaals, dat is toch even goed voordat er een misverstand ontstaat. Sint Jacob is ernaar het kijken, dus ik weet niet waar die uiteindelijk mee komt, het kan ook iets tijdelijks zijn. Maar op dit moment is het niet in beeld. De voorzitter: Dank u wel.
Dan gaan we nu door naar de volgende vraag van de ChristenUnie, de heer Visser. De heer F. Visser: Dank u wel, voorzitter. In Haarlem-Noord zijn drie huisartsenpraktijken op zoek naar nieuwe praktijkruimte. Ze lopen steeds ertegenaan dat locaties moeilijk te vinden zijn. Nu is de Marnixstraat, het voormalige politiebureau in beeld, alleen dat dreigt geveild te worden en dan dreigen de huisartsen weer achter het net te vissen. Natuurlijk begrijpen wij, het college is geen makelaarskantoor, maar u heeft wel een verantwoordelijkheid voor voldoende huisartsenzorg in Haarlem. De gemeente Amsterdam heeft inmiddels besloten zelf vastgoed aan te kopen voor huisartsen, omdat de nood te groot werd. De ChristenUnie heeft daarom de volgende vragen: is het college bereid de regie te pakken en net als Amsterdam in dit geval vastgoed te kopen, of in ieder geval in gesprek met het Rijk te gaan om te zorgen dat de veiling niet doorgaat, maar dat er gesprekken starten tussen het Rijk en de betreffende huisartsen? En twee, de Omgevingswet biedt de mogelijkheid voor smalle bestemmingen, zodat de gemeente locaties kan reserveren voor huisartsen in plaats van de brede bestemming maatschappelijk vastgoed. Is het college bereid deze smalle bestemming in te zetten als instrument in de ontwikkelzones, en misschien zelfs ook nog last minute voor het politiebureau? De voorzitter: Dank u wel.
Deze vraag wordt beantwoord door wethouder Van Loenen. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Ik denk trouwens dat u gemeente Amstelveen bedoelt. Het is niet Amsterdam, maar Amstelveen had een tekort aan huisartsenpraktijken in buurten waar geen panden waren met maatschappelijke bestemming. Maar dat even terzijde. Het pand in de Marnixstraat, ja, het zou natuurlijk een hele mooie locatie zijn voor huisartsen. Ik denk dat we daar elkaar zeker weten te vinden. We hebben als gemeente helaas niet het recht van eerste koop of iets dergelijks. We hebben uiteraard contact gehad met de politie, zij zijn verplicht om dit in de openbare verkoop te zetten. We hebben ook nog gekeken: is het dan nog mogelijk om daar van af te wijken, omdat het een bijzonder geval zou zijn? Dus we hebben als gemeente ook met de politie daar nog over overlegd, maar dat kan helaas echt niet juridisch gezien. Dat betekent dat we dus niet heel veel kunnen doen aan het feit dat die geveild gaat worden, of dat die in de vrije verkoop komt. Neemt niet weg dat we natuurlijk wel ondertussen aan het kijken zijn: wat kunnen we wel ook in HaarlemNoord voor de huisartsen? Dat heb ik al eerder verteld, we hebben ook andere panden bekeken.
We zijn inderdaad geen makelaarskantoor, maar we proberen wel echt actief mee te zoeken en dat doen wij in een soort coalitie die we hebben gevormd van de huisartsenkoepel, de zorgverzekeraar uiteraard, die wel echt ook
6
de verplichting heeft om natuurlijk de juiste huisartsenzorg te kunnen leveren in de gemeente dus. Ik zal voor de vraag over de bestemming nog even voorgeven aan mijn collega. De voorzitter: Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Dank u wel. Nee, ik denk niet dat we nu opeens alleen maar de bestemming huisarts hier moeten opleggen, dat is denk ik onbehoorlijk bestuur en ook leidt het in ieder geval ook tot planschade. We hebben een iets andere strategie. Wij hebben met elkaar in de Omgevingsvisie afgesproken dat wat maatschappelijk is in principe maatschappelijk moet blijven. Dus de politie is op de hoogte dat wij niet bereid zijn mee te werken aan het bestemmingsplan wijzigen naar een andere functie zoals wonen, dus het is duidelijk dat het een maatschappelijke bestemming moet blijven houden. Dus dat geldt even voor de dingen die in de wijken staan, zoals ook kerken die bijvoorbeeld leeg komen te staan. Daarnaast voegen we ook veel maatschappelijke ruimtes toe in ontwikkelzones. Ik denk dat een hele smalle bestemming niet per se de beste oplossing hoeft te zijn. Je kunt ook heel veel dingen oplossen bijvoorbeeld via anterieure overeenkomsten, dus dat je daarmee borgt dat er ook een huisarts in een gebied komt. Want in Schalkwijk Midden hadden we een brede bestemming en daar komt in ieder geval in het zuidelijke deel ook een huisarts, dus dat gaat hartstikke goed.
Ik ga nog wel een keer kijken of dat toegevoegde waarde heeft voor een aantal specifieke gebieden hoor, want ik erken wel dat dat soms ook onder druk komt te staan. Maar in tegenstelling tot Amstelveen hebben wij op veel plekken in de wijken nog wel panden met een maatschappelijke bestemming en zolang we zorgen dat die maatschappelijk blijven, is vooralsnog wel de verwachting dat er best wel veel maatschappelijke ruimte in de wijk is en we voegen ook wel wat toe. De voorzitter: Dank u wel. Dat levert een vervolgvraag op van mevrouw Scholten van Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Ik doe het even zo, omdat we met drie fracties eigenlijk hetzelfde onderwerp afdekken en ik heb maar één vraag over, dat is: is de gemeente bereid om een bod te doen überhaupt op de Marnixstraat? De voorzitter: Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Misschien beter wethouder Van Loenen? Nou kijk, dan gaan we dus concurreren met huisartsen. Ik weet niet of dat nou de gewenste oplossing is. We kunnen er best naar kijken of dat nou een gewenste oplossing is, maar dat betekent dus dat wij concurrerende biedingen gaan leggen tegen huisartsen, dan zijn we vooral de prijs aan het opdrijven en ik weet niet of dat uiteindelijk tot een beter resultaat leidt. Dus dat is wel echt even iets om drie keer over na te denken.
Ik verwacht ook niet dat wij kunnen samenwerken met de huisartsen, dat lijkt me ook niet echt een nette manier van aan zo'n veiling meedoen. De heer Van den Raadt: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar mevrouw Bastiaans van de Partij van de Arbeid, is uw vraag hierover ook al beantwoord? Mevrouw Bastiaans: De vragen die wij hadden zijn volgens mij net beantwoord en de vervolgvraag is ook beantwoord, dus dan kunnen we verder, ja. De voorzitter: Heel mooi, dan gaan we door met de volgende vraag van … De heer F. Visser: Voorzitter? Ik zit te zwaaien, maar … De voorzitter: O, mijnheer Visser van de ChristenUnie, u had een vervolgvraag.
7
De heer F. Visser: Ja. Het antwoord van wethouder Van Loenen vond ik toch nog wat onbevredigend. Er wordt gezegd: juridisch gezien hebben we geen recht op eerste koop. Maar het zijn allebei overheden en we hebben hier een zwaar volksgezondheidsprobleem, omdat bijna alle huisartsen gewoon een patiëntenstop hebben. Volgens mij moet je dan als overheden gewoon over regeltjes heen stappen en met elkaar in gesprek gaan en zeggen: we willen het wel kopen, we willen het wel regelen samen met die huisartsen. Niet in concurrentie natuurlijk, maar anders gaan die huisartsen achter het net vissen bij een veiling, want zij mogen gewoon niet meer dan een bepaald bedrag besteden. Dus ik wil nogmaals de oproep doen – sorry, ik heb een kriebel in mijn keel – ga in gesprek met het Rijk en ga in gesprek met die huisartsen en regel nou eindelijk eens een keer dat die huisartsenpost gewoon geregeld wordt en laat deze kans niet mislopen. De voorzitter: Een krachtige oproep en wethouder Van Loenen wil hier nog kort op reageren. Wethouder Van Loenen: U geeft aan, u zegt eigenlijk: al die regeltjes, waarom houden we ons daar eigenlijk aan? Ik weet dat de rechtstaat een beetje onder druk staat deze dagen, maar volgens mij moeten we dat niet doen en is het echt wel gewoon een uitvloeisel van het Didam-arrest dat zij dit in de vrije verkoop moeten doen.
Daar kan ook de politie niks aan doen en we hebben dat dus echt wel uitgebreid onderzocht ook met de politie: is er een uitzondering mogelijk? Dat is in dit geval dus helaas niet het geval en dat vind ik even jammer als u. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu door naar de volgende vraag … Mevrouw Bastiaans: Voorzitter, mag ik toch nog even één vervolgvraag stellen hierbij? Want het gaat er ook om dat het maatschappelijke doeleinde vervalt hè, begrijp ik, waardoor het Rijk winst gaat maken, omdat de gebouwen die zijn gekregen als lokale en regionale politiekorpsen. Als die niet waren samengegaan, dan was het in de nationale politie en dan zou het gebouw inclusief grond gemeentelijk vastgoed zijn gebleven. Als het nu dus geen maatschappelijk doeleinde meer heeft, dan wordt er ook winst op gemaakt. Dus de vraag is eventjes: kunnen we moeten we niet gewoon toch wel gaan aankopen of proberen aan te kopen als gemeente? De voorzitter: Wethouder Van Loenen … Roduner. Wethouder Roduner: Nee, wat ik net al zei, de maatschappelijke bestemming vervalt niet. Wij gaan niet meewerken aan een wijziging van die maatschappelijke bestemming naar een andere, waardoor de politie misschien meer winst zou kunnen maken, of een ontwikkelaar, of wie dan ook.
Dus wij houden vast aan een maatschappelijke bestemming, want het is waardevol om juist zulk soort plekken te bewaren in de stad en daarmee is ook de verwachting dat het pand niet een enorme topwaarde krijgt, omdat de maatschappelijke bestemming over het algemeen ook leidt tot lagere huurprijzen, lagere vierkante meterprijzen. Daarmee hopen we ook dat het beschikbaar blijft voor onder andere partijen als huisartsen, die heel erg hard nodig zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu eindelijk door naar de vraag van Trots Haarlem over zwemmen. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, we hebben het al vaak over zwemmen gehad, maar de zwemtijden tijdens de vakantietijd, die schijnen beperkt te worden in het Boerhaavebad als de Houtvaart opengaat. Klopt dat, en vindt het college net als Trots Haarlem het zeer wenselijk dat de jeugd voldoende plek heeft om te bewegen en te zwemmen, en zeker nu het steeds zwaarder wordt om rond te komen of überhaupt op vakantie te gaan? Deel twee: bij de technische sessie kinderarmoede bleek dat de gemeente wel degelijk iets konden doen. Trots Haarlem heeft eerder gezegd: kunnen we niet weer gratis zwemmen invoeren voor iedereen? Dat was bijna onmogelijk, geloof ik. Maar in Soest blijkt de gemeente ervoor gezorgd te hebben dat de tarieven gehalveerd zijn.
Is het college bereid met Soest contact op te nemen om te vragen hoe ze dat gedaan hebben en daarna
8
de raad terug te koppelen hoe het daar precies zit? En dan C: we streven af op de vijftienminutensteden in het steeds duurder worden van verre vakanties vanwege CO2-restricties en de hoge financiële kosten. Trots vermoedt dat het college dan blij wordt dat Haarlemmers in de lokale omgeving gaan recreëren. Ik was bij de Molenplas en het was daar knetterdruk. Maar wat zie je dan? Dat mensen hun auto's naast de vakken gaan parkeren, ook deels in het gras en toen ik wegging, toen liepen er vier handhavers om bonnen uit te delen. Maar dan is de vraag: is het nu de bedoeling dat door die bonnen uitdelen iedereen in de wijk gaat parkeren? Waardoor uiteindelijk straks die wijk gaat roepen: geef ons alsjeblieft betaald parkeren. Of is het niet een logischere dat we gewoon ook een beetje klantvriendelijk zijn en mensen die dan lokaal willen recreëren een paar parkeervakken cadeau geven, zodat ze ook ergens kunnen staan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Veel vragen over zwemmen en wethouder De Raadt gaat heel kort, want we zijn bijna door de tijd heen, uw vragen beantwoorden. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Ik zal heel kort heel veel vragen proberen te beantwoorden. Vraag één: ja, zeker, zwemmen in de zomerperiode voor jeugd is wenselijk.
Het Boerhaavebad hanteert dit zomerseizoen dezelfde openingstijden voor recreatief zwemmen als het vorig zomerseizoen en deze openingstijden liggen nauwelijks lager dan in het winterseizoen. Wel is het zo dat in de zomer het recreatieve aanbod vrij zwemmen wat ruimer is in De Houtvaart ten opzichte van het Boerhaavebad. Dan vraag twee. Ja, er wordt geprobeerd om de tarieven voor zowel binnen, buiten als zwemsport zo laag mogelijk te houden, zodat de sport breed toegankelijk blijft voor alle Haarlemmers. Sportorganisaties en bewoners betalen daarom ook een maatschappelijk tarief voor het gebruik van deze sportvoorzieningen en de tarieven van de zwembaden in Haarlem liggen landelijk gezien niet hoog. Er kan in ieder geval via het Jeugd Sport en Cultuurfonds daar ook nog een korting van vijftig procent worden verkregen op de twaalfbadenkaarten. Het verder naar beneden bijstellen van de tarieven betekent dat er een grotere exploitatiebijdrage nodig is voor SRO vanuit de gemeente. Dan vraag drie. Dat gaat over het mobiliteitsbeleid, dus ik doe die antwoorden even namens de wethouder Mobiliteit.
In december 2021 heeft de Haarlemse raad het mobiliteitsbeleid vastgesteld en daarmee heeft de raad besloten om de groeiende stad leefbaar en bereikbaar te houden door het inzetten op de mobiliteitstransitie, waarbij voorrang wordt gegeven aan de schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte innemen. Dan vraag vier, het antwoord is nee. Het college ziet graag dat er ook recreatiegebieden zoveel mogelijk bezocht worden met schone manieren van vervoer die zo weinig mogelijk ruimte innemen. De voorzitter: Dank u wel. Gelet op de tijd is er helaas geen tijd meer voor het stellen van vervolgvragen en komen we ook niet toe aan alle andere vragen die zijn gesteld. Die zult u opnieuw moeten indienen als het nog steeds van belang is voor de volgende keer. Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Ik heb mijn vraag ook schriftelijk gesteld, ik weet dat het college antwoorden heeft op vragen die ik heb gesteld. Zouden we die binnen 24 uur schriftelijk in ieder geval ook kunnen krijgen? De voorzitter: De afspraak is dat dat niet gebeurt, maar u kunt ze schriftelijk indienen en dan technisch stellen en dan krijgt u ze ook en anders moet u ze opnieuw indienen. De heer Krouwels: Dat heb ik ook gedaan, voorzitter. De voorzitter: Goed, dan is dit het einde van het vragenhalfuur.
Mevrouw Van Zetten: Mag ik een punt van de orde maken? Ik heb één onderwerp, anderen hebben al verschillende malen een vraag kunnen indienen en waarom moet ik hieronder lijden? Ik wil graag mijn vragen stellen.
9
De heer F. Visser: Ik vind het prima om even door te gaan, voorzitter. De voorzitter: We hebben een half uur de tijd voor de vragen en als er heel veel vragen zijn, dan komen we niet aan alle vragen toe. Mevrouw Van Zetten: Nou ja, dan moet u naar de volgorde van de vragen kijken, want ik wil mijn vragen gewoon stellen. De voorzitter: Ik gok dat iedereen veel vragen heeft. Ja, ik kan er niks aan doen. Mevrouw Van Zetten: Nou, verschillende vragen dus, hè. Ik heb maar één onderwerp. De voorzitter: Ja, ik zie het, ja. Ik weet niet hoe die indeling is gemaakt. De heer F. Visser: Voorzitter, er is een reces geweest. Ik snap dat er meer vragen zijn, we hebben nog tijd, volgende vergadering begint over twintig minuten, geloof ik. Dus laten we even doorgaan. De voorzitter: Over acht minuten begint de volgende vergadering, want die klok loopt niet. Mevrouw Van Zetten: Dan kan ik net nog mijn vragen stellen. Mijn vragen … En dan moet ik zeker weken wachten tot er een antwoord komt. De voorzitter: ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Van Zetten: Hou toch op, Thessa, ga op een kantoor werken. Wat is dit voor ge…
10