05-12 transcript cie Samenleving
Tekst van het document
Moeten we niet bijvoorbeeld samen met de buurtgemeenten, een gemeenschappelijke regeling optuigen of een gemeenschappen coördinatiebureau? Dat kan mogelijk heel veel kosten besparen. Vier, doe een marktanalyse. Als wij maar 2 procent van de omzet van een aanbieder afnemen, dan is de kans op de verandering marginaal. En ook kunnen er aanbieders zijn die een belang hebben dat cliënten uiteindelijk via een ander kanaal bij ze komen, voorbeeld via de Wet langdurige zorg. Dus wat hebben wij in te brokkelen in die markt, en wat betekent dat voor ons aanbestedingsmodel? Vijf geloof ik, breng in beeld waar de grootste administratieve lasten zitten en kijk of je daar gewoon niet al heel snel in kan snijden, zonder deze ingewikkelde operatie. Zes, en dat is misschien wel de belangrijkste, als het om zoveel geld gaat, waar ik net over zei, maak een risicoanalyse. Het gaat regionaal om zoveel geld. Houden we voldoende grip en ontstaat straks niet een partij die too big to fail is, die veel groter is dan Kenter nu al is. Nou, we hebben allemaal gezien hoe dat gebeurd is, en dan willen nu straks met maar twee partijen werken. Een enorm risico, waar is de risicoanalyse? Ik krijg hem zo vaak van het college over allerlei dossiers, over hele kleine bedragen, maar over een paar 100 miljoen heb ik nog geen risicoanalyse gezien. Dat kan niet.
De voorzitter: U heeft nog een interruptie … De heer Visser: En tenslotte, voorzitter, waarom zou u niet inderdaad de landelijke kaders afwachten? Dank u wel.
51
De voorzitter: Die laatste hoorde ik niet maar u had eerst … De heer Visser: De landelijke kaders afwachten. De voorzitter: Oké, en dan heeft u nu nog een interruptie van mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, nog een vraag, eigenlijk twee. Als u zo het hoog op hebt over het grote bedrag wat hiermee gemoeid is en de risico’s die hiermee gemoeid hebben, kunt u dan nog een keer uitleggen waarom u hier tegen de motie heeft gestemd om, de VVD-motie, om dit project onder de regeling risicovolle trajecten, projecten te laten vallen? En kunt u nog één keer uitleggen, want dat was mijn vraag waar u geen antwoord op gaf, wat u bedoelt met pas op de plaats maken op dit moment? Behalve dan het een half jaar uitstellen. De heer Visser: Die motie vind ik een hele goede vraag. Ik meen me vaag die motie te herinneren maar ik heb even niet meer scherp wat daar onze redenatie was, dus dat moet ik echt … De heer Van Kessel: Nou, de redenatie daar was dat op het moment dat je een traject hebt waar de financiële belangen enorm zijn, die enorm complex is … De heer Visser: Nee, nee, nee, wat mijn redenatie toen was, om die motie niet te steunen, dus dat zou ik echt even moeten terugsturen. Nee, ik begrijp uw vraag. En uw tweede vraag, en die ben ik nu even kwijt net. De heer Van Kessel: Pas op de plaats.
De heer Visser: Nou, pas op de plaats, dat kan dat tussenmodel zijn wat GroenLinks zei. Maar ik vind ook, ij, het gaat nu, wij krijgen elke maand een nieuw stuk en wij lezen vanavond weer een stuk waar de inschrijvers al hebben moeten inschrijven, dus we praten achteraf. Dus we hebben als raad helemaal geen tijd meer om na te denken überhaupt. Dus alleen al meer tijd voor de raad, maar ook serieus luisteren naar die zorgaanbieders, serieus kijken naar dat model van die heer Jonker. En ik denk dat een aantal dingen, en met name rondom die vrijgevestigden, echt anders moeten. En misschien leidt dat inderdaad tot een heel ander model, het kan ook zijn dat dan het model van de wethouder in aangepaste vorm. Maar zeven seinen op rood is echt veel en veel te veel. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Om hem dan dus eigenlijk helemaal scherp te krijgen en ook aansluitend op de vraag die ik in mijn termijn stelde, op dit moment zegt u, dit plan, zoals het in de huidige vorm zit, daar moet je mee stoppen, dat moet van tafel af. Of zegt u, nee, ik zie nog steeds aanleiding met de dialoog die eraan komt, om hiermee door te gaan en hierin mee te blijven denken. Welke van de twee kiest u? De heer Visser: Op dit moment zeg ik inderdaad, stoppen, en extra tijd nemen en met een beter model komen.
En misschien kan de wethouder het plan op een aantal punten aanpassen en dat het wel acceptabel wordt, en ik heb daarvoor een aantal ideeën en suggesties gedaan. En dat is onder anderen rondom die vrijgevestigden, en ik wil ook eerst een risicoanalyse zien. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst dank voor de raadsinformatiebrief en de beantwoording van de vele vragen. En voordat ik verderga met mijn betoog wil ik het volgende graag eerst even benadrukken.
52
Wij hebben geen twijfel over de intenties van het college, goede, passende, voldoende en betaalbare zorg voor onze jeugd. Dat is uiteraard ook onze wens en de wens van de instellingen en de vrijgevestigden, en daar vinden we elkaar. En we vinden elkaar in de inhoudelijke uitgangspunten, zorg dichtbij, integraliteit, ontschotten, de jeugd en het gezin staan centraal, normaliseren en demedicaliseren. Natuurlijk is dit wat wij ook willen. En in het ideale geval gaan we vanuit die gemeenschappelijke visie het gesprek met elkaar aan, het college met de aanbieders en wij met het college. En wordt eventuele twijfel over het proces niet gezien als een aanval maar als een manier om het proces verder te brengen en te steunen. Er zal gesproken worden met de aanbieders om te komen tot een gedragen plan om de komende negen jaar de jeugdzorg in de regio vorm te geven, de dialooggerichte aanbesteding. We zitten midden in een transformatieve periode die zal resulteren in een lokale stelselwijziging, en dat is nogal wat. Er waren na de vorige behandeling nogal wat vragen. De ChristenUnie heeft een motie ingediend die breed is aangenomen en waarin een aantal vragen is gesteld die wat ons betreft cruciaal waren. De antwoorden op deze vragen zijn gisteren toegestuurd, en deze antwoorden zijn maar ten dele verhelderend en roepen weer nieuwe vragen op.
Om een voorbeeld te noemen, de toekomstige strategische partners worden volgens de beantwoording van de vraag uit de motie verantwoordelijk voor de administratie richting de onderaannemers. Zij moeten bekostigings- en verantwoordingssystemen optuigen, enerzijds richting de onderaannemers en anderzijds naar de opdrachtgever, de gemeente. In het recente verleden hebben wij gezien dat dit soort systemen zwaar drukken op een organisatie die is ingericht op het leveren van jeugdzorg en niet op het leveren van administratie. Zo zwaar zelfs dat het heeft geleid tot een oplopend tekort dat niet meer gedekt kon worden door de organisatie zelf, maar waar de regiogemeenten moesten inspringen om de organisatie overeind te kunnen houden. In de dialoogfase moet duidelijk worden hoe dit systeem ervan uitgaat, eruit gaat zien zodat het voldoet aan de eisen van de verantwoording en bekostiging. De vraag die onmiddellijk bij mij opkomt is, wat gaat er in de toekomst gebeuren wanneer wij een beperkt aantal organisaties benoemen tot strategisch partner? Zij nemen de administratieve lasten over, dat betekent volgens ons niet dat de lastendruk vermindert, maar dat deze verschuift. Op dit moment gaat gemiddeld 30 procent van de tijd van de aanbieders op aan de administratie, dit komt de zorg niet ten goede.
Het gaat ten koste van de menskracht, het werkplezier en de innovatiekracht, en los daarvan natuurlijk ook van het geld. Wat als de strategische partners niet in staat blijken om de bekostigingssystemen adequaat op te tuigen? Creëren wij dan niet een situatie waarin de strategische partners van de gemeente too big to fail zijn, en de gemeente alsnog moet inspringen om hen niet om te laten vallen. We hebben tenslotte een wettelijke zorgplicht voor continuïteit. Een vraag aan de wethouder, hoe worden de aanbieders ondersteund om te komen tot een werkbaar systeem van bekostiging en verantwoording? De voorzitter: Mevrouw Klazes, u heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. En, nou ja, het verhaal van mevrouw Klazes is helder. Maar denkt u ook niet, want dat is even het laatste punt waar ik op kom, denkt u dan niet dat dit laatste punt juist op tafel komt te liggen tijdens die dialooggerichte aanbesteding? Dat partijen zelf aangeven van, dit is wat ik nodig heb om dit überhaupt, deze wens van deze gemeente überhaupt te kunnen uitvoeren. En dat wij nu al dingen vragen wat gewoon nog aan bod gaat komen? Mevrouw Klazes: Nou, u heeft volledig gelijk, ik denk zeker dat het aan de orde gaat komen in die vier maanden die we hebben om die dialogen aan te gaan en waarin tal van zaken besproken moeten worden.
Dit is een van die onderwerpen, die is al complex genoeg. Ik kom daar zo meteen op terug, de zeven rode seinen, we hebben het niet afgesproken maar ik heb er ook ongeveer zeven, en die zijn deels overlappend en die komt hier ook inderdaad in terug. Nog een vraag, wanneer in het proces moeten aanbieders aangeven dat zij
53
strategisch partner van de gemeente willen zijn? Is dat aan het eind van de dialoog wanneer het hopelijk duidelijk is wat er van ze verwacht wordt, of gaan de dialogen gevoerd worden op basis van de verdeling strategisch partner en de onderaannemer? Er is een belangrijke rol weggelegd voor het CJG wanneer we het hebben over de kanteling van zwaar naar licht. Ons is niet duidelijk wat de positie is van het CJG in deze verwervingsstrategie. Daarbij is het voor het afschalen van zware naar lichte zorg en het streven naar preventie en een nauwe samenwerking met de sociale basis onontbeerlijk. In dit kader is een stevige sociale basis waarbij de sociaal wijkteams een belangrijke rol spelen een voorwaarde. Ook hierover bestaan bij ons zorgen, zeker gezien de positie van de sociaal wijkteams bij de verwervingsstrategie Gewoon in de wijk, maar daar gaan we het straks nog over hebben. De vraag die ik nog graag wil stellen aan de wethouder, wat is de rol van het CJG in dit stadium? Zij vervullen een belangrijke rol in het voorveld, hoe worden zij meegenomen in dit hele proces? Vallen zij ook onder de aanbesteding of blijven zij zoals nu een subsidiepartner van de gemeente? In de raadsinformatiebrief wordt het belang van de vrijgevestigden als onderdeel van de jeugdhulp erkent, en terecht.
In het rapport dat de VNG over vrijgevestigden in de jeugdhulp opstelde staat, praktijk dichtbij huis, goed ingebed in de lokale situatie, kleinschalig, biedt persoonlijke professionele zorg op maat en kent geen onpersoonlijke procedures, geen lange wachtlijsten, geen wisselende behandelaars, ze zijn werkzaam in professioneel netwerk, behandelen eenvoudige en complex meervoudige jeugd GGZ, het uitgangspunt is zorg en ondersteuning realiseren die zoveel mogelijk dicht bij huis plaatsvindt en aansluit bij wat echt nodig is, einde citaat. Dat is volgens mij precies wat we willen. Toch is vooralsnog de positie van de vrijgevestigden in dit proces wat ons betreft onderbelicht. We begrijpen de wens om te komen tot een overzichtelijker aanbod, ook in het licht van de vermindering van de administratieve lastendruk. Uit de cijfers blijkt dat 83 procent van de geleverde jeugdhulp in Haarlem uit ambulante zorg bestaat, een groot deel daarvan is enkelvoudig eerstelijnshulp en een klein deel is complexe hulp die geleverd kan worden door de vrijgevestigden. In de raadsinformatiebrief wordt gezegd dat de vrijgevestigden wordt gevraagd zich te verenigen en als coöperatie mee te doen met de aanbesteding. 0 tot 23 is een goed voorbeeld van hoe een deel van de vrijgevestigden zich al heeft verenigd.
Vraag aan de wethouder, de vraag is in hoeverre er sprake is van een gelijk speelveld? Kan een coöperatie van vrijgevestigden, in het uiterste geval gesteld dat ze dat zouden willen, zich bijvoorbeeld ook melden als strategische partner? Zij kunnen, er is een integraliteitseis waaraan alle partijen moeten voldoen, worden zij dan vrijgesteld van die integraliteitseis, want zij kunnen niet voldoen aan alle domeinen en alle kavels, of zegt u, nee, ze moeten ook zware en intramurale en noem het allemaal maar op, moeten zij daar ook aan voldoen. Als dat zo is kunnen zij zich dus niet melden als strategisch partner en is hun lot bezegeld, dan worden zij onderaannemers en verliezen ze hun zelfstandigheid, waar we juist zo dol op zijn. Hoe ziet de wethouder concreet de positie van de vrijgevestigden in deze verwervingsstrategie? Tot slot, er is in april een rapport uitgekomen van het onderzoeksbureau JonkerVerwey. In dat rapport met de titel, eigenwijs transformeren, wordt beschreven hoe een vijftal gemeenten is geslaagd in een succesvolle transformatie van het lokale stelsel jeugdzorg. Vooralsnog zeg ik daarbij, want ook in Utrecht wat een van die gemeenten is, blijken intussen alweer problemen te ontstaan.
Maar over de succesfactor zegt het rapport het volgende, zo zijn beleid, controle en uitvoering voortdurend op elkaar betrokken en ontstaat er binnen de gemeente en tussen de gemeente en strategische partners een gemeenschappelijk perspectief op hoe het lokale jeugdstelsel moet worden ingericht. Het besef dat gemeenten en de uitvoerende partijen strategische partners zijn in de transformatie, ligt aan de basis van succesvolle samenwerkingsrelaties. Transformatie is een voortdurend proces en deze gemeenten zijn al jaren geleden begonnen met dit proces van transformatie, lees, goede gesprekken met elkaar. En het gaat ons om dat laatste zinnetje. Resumerend moet er in de volgende, in de periode van dialoog tussen oktober en februari, het begint in oktober, het eindigt in februari, dan gaan we de volgende fase in, vier maanden zijn dat, moet het volgende besloten worden. Welke aanbieders strategische partners van de gemeente worden, hoe de posities van de strategische partners en de onderaannemers zich tot elkaar verhouden, er moet een
54
overzichtelijk bekostigingssysteem worden opgetuigd dat recht doet aan de wens tot minder administratieve lastendruk, er moet een overzichtelijk verantwoordingssysteem worden opgetuigd dat recht doet aan de wens tot minder administratieve lastendruk, er moet een manier worden gevonden om de kwaliteit van de zorg te kunnen monitoren aan de hand van controleerbare indicatoren, er moet worden vastgesteld hoe de positie van de vrijgevestigden wordt vormgegeven en er moet een brug geslagen worden naar de sociale basis die preventie tot doel heeft en waarbij de afschaling van de zorg verantwoord plaats kan vinden. Kortom, best veel te doen, wethouder, in maar zeer korte tijd. Vandaar tot slot nog een aantal algemene vragen aan de wethouder.
Zijn Haarlem en de regio klaar voor deze grote transformatie van de jeugdzorg? En is volgens de wethouder het wederzijds vertrouwen tussen de gemeente en de aanbieders groot genoeg om middels de dialooggerichte aanbesteding tot een succesvolle stelselwijziging te kunnen komen? En er is een groot verloop geweest binnen de afdeling Jeugd, is de ambtelijke afdeling goed genoeg op orde om dit proces ook naar behoren te kunnen ondersteunen? En zou de wethouder dit proces hebben gekozen wanneer er geen sprake zou zijn geweest van een noodzaak tot kostenbeheersing? En zo niet, wat zou de wethouder dan als ideaal proces hebben gezien? Ook GroenLinks wil net als de ChristenUnie graag een pas op de plaats maken, en die tijd benutten om echt in gesprek te gaan met de aanbieders voorafgaande aan de dialoogfase. Tot zover. De voorzitter: U mag eerst in gesprek met de heer Van Kessel, die heeft een interruptie. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik twijfel eventjes welke vraag ik zou stellen. Ik wilde eerst, ik vroeg mezelf namelijk af of het coalitieoverleg afgeblazen was de laatste keer, want ik proef wel een behoorlijk verschil in de lijn. De echte vraag die ik aan mevrouw Klazes heb is, en dat is een understatement, de echte vraag die ik aan mevrouw Klazes hebt van, heeft u vertrouwen in dit plan? De voorzitter: U heeft nog één minuut, mijnheer Van Kessel.
Mevrouw Klazes: Kunt u uw vraag nog een keer herhalen? De voorzitter: U heeft nog één minuut, mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Jawel, dan kan ik hem nog prima. Dank u wel. Mijn vraag is … Mevrouw Klazes: Misschien kunt u de vraag vier keer herhalen dan? De heer Van Kessel: Kunt u … Heeft u vertrouwen in het proces en in het plan zoals het nu voorligt? Mevrouw Klazes: Nou, mijnheer Van Kessel, ik stel nog één keer de retorische vraag, heeft u goed geluisterd? Het plan zoals het er nu ligt bevat zoveel haken en ogen, wij steunen volledig, en dat heb ik volgens mij in de eerste zin gezegd, de uitgangspunten die dit college aanhoudt, volledig. Vanaf de kansencirkel tot het punt waar we nu staan. De uitvoering is een ander verhaal. En wij hadden al onze twijfels, die zijn alleen maar versterkt door de insprekers die wij vandaag gehoord hebben. Dus hebben wij vertrouwen in dit plan? Nee. Hebben wij er vertrouwen in dat het goed gaat komen? Zeker, maar er is wel nog wat voor nodig. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, maar dan is de vraag, wat ziet u als vervolg? Geeft u in principe het college nu het mandaat om door te gaan? Want dat staat ook in de brief, er wordt hard doorgewerkt nu aan een selectiedocument en de dialoog wordt voorbereid, dat zijn ze nu aan het doen. Zegt u daarvan, nou, prima, ik
55
heb heel veel kritiek maar ga daar gewoon mee door. Dus slikt u eigenlijk die kritiek in. Of zegt u, nee, pas op de plaats, er moet eerst wat veranderen voordat de volgende stap gezet wordt. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ik denk dat de hele raad beter in staat is of net zo goed in staat is als ik om deze vraag te beantwoorden, mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, of nee. De voorzitter: Ik heb volgens mij als laatste zin, ik haal hem er nog even bij voor de zekerheid want misschien ben ik gek, ook GroenLinks wil een pas op de plaats en de tijd benutten om echt in gesprek te gaan met de aanbieders voorafgaande aan de dialoogfase, dat is hoe wij erin staan. De heer Van Kessel: Ja, om het dus duidelijk te begrijpen, dus met dat half jaar uitstel wat nu gecreëerd is zegt u, ga gewoon door op de route zoals het college … in heeft gezegd. Mevrouw Klazes: Mijnheer Van Kessel? De heer Van Kessel: Nu in heeft gezegd. Want dat is wat u … Mevrouw Klazes: Wilt u … De heer Van Kessel: Waar het de facto op neerkomt. Mevrouw Klazes: Nee, wilt u nou luisteren of niet, dat zeggen we dus precies niet. Wij hebben gevraagd in de vorige bijeenkomst … De voorzitter: Mevrouw Klazes, u heeft … Ik weet precies wat u gevraagd heeft, en de luisteraars ook. De discussie … Mevrouw Klazes: Sorry, wat zegt u? De voorzitter: We hebben allemaal gehoord wat u gezegd heeft.
Mevrouw Klazes: Nou, ik wil even heel kort … De voorzitter: Heel kort dan. Ja, kort. Mevrouw Klazes: Ik wil heel kort iets zeggen over het feit dat er nu is besloten om de aanbesteding in zijn proces te vertragen, daar zijn we heel blij mee. Dat hebben we ook gevraagd bij de vorige bijeenkomst, en dat is ook gebeurd. Alleen laten we dan die vertraging benutten om daadwerkelijk goed naar dat proces te kijken, om te kijken waar de verbetermogelijkheden liggen. En doe dat samen met de aanbieders die er verstand van hebben, en die er zeker ook toe bereid zijn. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66.
56
Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor het betoog van GroenLinks heel duidelijk, maar een pas op de plaats en een goed gesprek natuurlijk, want wij hebben vandaag vijf insprekers gehad maar het gaat in de praktijk om, wat is het, 194 aanbieders met wie wij te maken hebben. Dus op het moment dat wij zeggen, we willen een pas op de plaats, dan kan dat allemaal niet meer in het half jaar uitstel wat wij hebben gerealiseerd nu, lijkt mij. Wat is uw inschatting daarbij? Mevrouw Klazes: Nou, ik denk dat het een heel lastig verhaal wordt, heeft u volledig gelijk in. En ik kan me ook voorstellen, en dat is verder ook aan deze raad om daar straks misschien wel bij de Kadernota een uitspraak over te doen, er komen incidentele gelden van het Rijk uit. Ik zeg, gebruik die gelden om je tijd te nemen. We gaan een periode in van negen jaar, waarin wij graag willen dat er een stelsel staat dat houdbaar is. Als je nu niet de juiste stappen neemt, dan heb je straks aan de achterkant een probleem en dan krijgen de volgende colleges dezelfde problemen waar we nu middenin zitten. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Nou ja, op dat laatste punt. Want kijk, die landelijke gelden, ik vraag mij af, volgens mij moeten wij voorzichtig zijn om ons niet te rijk te rekenen met die landelijke gelden die gaan komen want we zitten ook gewoon nog tegen tekorten aan te kijken volgens mij.
Dus ik zou het denk ik al een enorme winst vinden als we dit jaar niet hoeven, taakstellingen hoeven te plegen en dergelijke. Dus, nou ja, goed, ik zou daar toch voorzichtig mee willen zijn, dat is alles wat ik wilde zeggen eigenlijk. De voorzitter: Het is gewoon een opmerking. Laten we even naar mijnheer Visser luisteren, die heeft ook een interruptie. De heer Visser: Ja, voorzitter, een klein puntje van de orde om het te corrigeren. De heer Van Kessel bracht mij net namelijk op het verkeerde been, ik heb namelijk zijn motie juist gesteund, heb ik net gecheckt. Dus dat wou ik toch even rechtgezet hebben. De voorzitter: Nou, waarvan akte. De heer Van Kessel: O, dank u wel, voorzitter. Nou, dat bevestigt me dan toch in het feit dat het toch een behoorlijk goede motie was. De voorzitter: Zijn er nog interrupties voor mevrouw Klazes? Want dan ga ik nu eerst even naar mevrouw Özogul, heeft u een interruptie? O, nee, nee, ik ga eerst even naar mevrouw Özogul van de SP. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de jeugd heeft de toekomst, zeggen we, maar niet in Haarlem. We gooien jeugdzorg op zijn kop en we willen zorg in de wijk, terwijl dat nog op zijn losse schroeven staat. De voorzitter: Mevrouw Özogul, u bent een beetje slecht te verstaan.
Ik weet niet of u misschien iets anders in de microfoon kan praten, of gaat het via de oortjes bij u? Mevrouw Özogul-Özen: Ja, het gaat via de oortjes. Gaat het nu goed? De voorzitter: Nou, het blijft zacht. Mevrouw Özogul-Özen: O.
57
De voorzitter: Het is wel te verstaan maar we moeten wel heel goed concentreren, en dat is heel moeilijk nu. Mevrouw Özogul-Özen: Oké. Oké. Ik hoop dat het nu wat beter is. Onze sociale basis functioneert nog niet, er is geen risicoanalyse en we kijken onderweg wel waar het schip strandt. Elders in het land zijn slechte voorbeelden van dit model, toch dendert de trein in Haarlem met hoge snelheid voort. Daarnaast zijn er veel zorgen uit het veld, en heeft u de alternatieve modellen nog niet onderzocht. U wilt met strategische partners werken, hier zijn ook veel risico’s aan verbonden, schrijft uzelf. U verschuift uw verantwoordelijkheid, een deel van de administratieve lasten en risico’s op de strategische partners. U gaat langere wachttijden creëren, de administratieve lasten verschuiven op de strategische partners, zonder dat u daar een extra bijdrage geeft voor de kosten, schrijft uzelf. Daarnaast zijn er ook veel risico’s voor cliënten en de gemeente. Keuzevrijheid wordt beperkt door de wijze van bekostiging, waarschijnlijk zullen er veel wachtlijsten ontstaan als het budgetplafond bereikt is. Cliënten met complexe problemen zullen straks eerder op de wachtlijst komen omdat zij een financieel risico vormen. En wellicht hebben we straks te maken met een dubbele screening.
En hoe zit het met de kwaliteit van zorg? Wordt dat straks minder door de snelle afschaling in verband met de financiën? Ook zijn er zorgen met betrekking tot het financiële risico. Een strategisch partner is risicodragend, wat gaat er straks gebeuren door de acceptatieplicht? De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vraag mij af, ik heb eigenlijk twee vragen aan mevrouw Özogul, vindt zij het nu goed gaan in de jeugdzorg en hoe controleert de SP nu op de kwaliteit in de jeugdzorg? Mevrouw Özogul-Özen: Ik zeg niet dat het nu goed gaat, er zijn hoge kosten. En wat ons betreft kan de administratieve lasten omlaag. En we hebben net gehoord van de inspreker ook dat een derde van de kosten betrekking heeft met de administratie, dus daar zouden we in kunnen snijden. En met betrekking tot hoe wij controleren, dat is lastig. Want de SP controleert niet zelf, dat moeten we vanuit de gemeente doen. En als er, ja, signalen komen bij de SP, zullen wij daar natuurlijk op inspelen, net als dat we dat met de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang gedaan hebben. Ja, ik ga verder, voorzitter.
U maak de hoofdaannemer verantwoordelijk voor de kwaliteit zodat u achterover kunt leunen, maar hoe houdt u grip hierop? Wethouder, u bent nog steeds verantwoordelijk voor een goede jeugdzorg, verschuif uw verantwoordelijkheid niet af naar de strategische partners. Dan kom ik op de vrijgevestigden en de vaktherapeuten. In uw model worden ze afhankelijk van de strategische partners, u creëert een ongelijke machtspositie. Een hoofdaannemer, schrijft uzelf, hoeft een bepaalde samenwerking niet te accepteren, of kan besluiten om betreffende therapie zelf aan te bieden. Hiermee kunnen zorgverleners uitgesloten worden, wat niet acceptabel is. De SP vindt dat vaktherapie en vrijgevestigden structureel deel moeten uitmaken van het reguliere zorgaanbod in Haarlem. Nu sluit u vaktherapeuten en vrijgevestigden uit. U maakt ze afhankelijk van de hoofdaannemers, werken voor meerdere hoofdaannemers zorgt namelijk voor meer administratieve kosten. Terwijl juist hierop bezuinigd kan worden, zoals de wethouder dat altijd zelf ook aangeeft. En ik refereer net weer naar de inspreker die dat net ook aangegeven heeft. U zegt dat u in dialoog bent met het werkveld, maar niet in dialoog met het werkveld, dit gaat u pas doen na de preselectie. Waarom gaat u niet eerst met het veld in dialoog, zij willen met u meedenken. Wat de SP betreft moet dat nu gebeuren en gaat u terug naar de tekentafel.
De voorzitter: Dank u wel. De volgende … Ik wil nog even wel benadrukken, probeer het ook een beetje zo kort mogelijk te houden en niet in herhaling te vallen want we hebben ook nog drie insprekers die nu al bijna een uur zitten te wachten en die wil ik ook nog graag laten inspreken. Dus misschien is het een ordevoorstel zo meteen eerste termijn afhandelen, dan toch even de mensen de gelegenheid te geven met uw welnemen.
58
Want anders blijven ze nog, het gaat nog wel anderhalf uur duren denk ik op deze manier. Dus ik wil nu maar wel even doorgaan. Mevrouw Stroo. Mevrouw Stroo: Wat Jouw Haarlem betreft levert de voorgestelde transformatie niet de gewenste kwaliteit van jeugdhulp op. Hoofdaannemerschap en onderaannemerschap, niet doen. Jouw Haarlem is het in grote lijnen eens met de ChristenUnie en GroenLinks. Zij ziet ook de seinen op rood staan. Pas op de plaats. De voorzitter: Kijk, dat zijn nou hele korte bijdrages. Mijnheer Sepers, ja, PvdA. De heer Sepers: Dank u wel, voorzitter. Ja, zo kort zal ik niet zijn. De voorzitter: Doe een poging, mijnheer Sepers. De heer Sepers: Het is al meer dan twee maanden geleden dat wij hier in de commissie ook een kritische discussie hadden over de aanbesteding jeugdzorg. Sinds die tijd hebben we twee moties vreemd gehad in de raad, eentje van de heer Visser die aangenomen is en eentje van de PvdA-fractie die niet aangenomen is, helaas. Maar het zal u niet verbazen dat ik vanuit de PvdA-fractie in ieder geval toch een beetje in de geest van de niet aangenomen motie spreek. En die motie was er namelijk op gericht om precies hetzelfde te bewerkstelligen wat mevrouw Klazes en de heer Visser op tafel leggen namelijk, pas op de plaats.
Om ook andere alternatieven dan het werken met twee, drie strategische partners en alle ellende die daarachter kan voortkomen, maar ook om te kijken naar anderen. Ik dacht altijd dat D66 zo geporteerd was voor het denken in alternatieven en scenario’s, nou, dat is hier dus niet gebeurd. En ik zou graag zien dat we de tijd, de heer Van Kessel vroeg ook, wat gaan jullie dan doen, of wat kan er gebeuren in die tijd? Nou, dat is nou exact dat, dat we gaan kijken welke andere scenario’s zijn denkbaar, dat je ook externe partijen daarbij betrekt, in discussie gaat. En ook een aantal dingen die wijzelf, ik heb er in ieder geval geen duidelijk beeld van, wat is nou eigenlijk het beleid op het gebied van Jeugd van de gemeente Haarlem? Wat zijn … We hebben de regiovisie die in ongelooflijk abstracte termen allemaal keurige beleidstaal uit, maar hoe dan en wie dan en waar dan? We weten ook, ik als raad, of wij als raad, hebben onvoldoende zicht op, hoe ziet dat veld van het aanbod er nou eigenlijk uit? Welke soorten jeugdhulp worden verleend, wat zijn daar de cijfers bij, hoeveel is enkelvoudig, hoeveel is complex? De voorzitter: U heeft een interruptie van … De heer Sepers: Wie doet dat? Zijn we daar tevreden over of niet? De voorzitter: Mevrouw Çimen. De heer Sepers: Dat zijn allemaal dingen die ik … De voorzitter: D66.
Mevrouw Çimen: Nou, ik denk dat de heer Sepers hier precies de spijker op de kop slaat, want wij hebben dit nu ook allemaal niet. En dat snap ik allemaal wel want er is ingezet op zorgcontinuïteit en te weinig op het hoe en het wat en de samenhang in het sociaal domein. Nou wordt er een eerste aanzet gedaan, eigenlijk een poging gedaan om dat eindelijk voor elkaar te gaan boksen. In een dialooggerichte aanbesteding met al die 194 aanbieders, dat moeras aan aanbieders, om daar scherpte in te krijgen. En daarvan zegt u nu, ik wil eerst alle informatie, dan ga ikzelf een keuze daarin maken en dan mag u dat traject gaan draaien. Maar eigenlijk,
59
alles wat u nu wilt hebben, dat moet nog denk ik gaan komen. En, kijk, die kaders die zijn op zichzelf wel goed aangegeven in die regiovisie maar vindt u die dan te abstract? En tot op welk niveau wil de Partij van de Arbeid dan worden meegenomen? De heer Sepers: Nou, die kaders zijn in ieder geval te abstract. En ik schrik eigenlijk een beetje wat u zegt van, nou, het is helemaal niet erg dat hier op het stadhuis men geen, niet weet hoe de jeugdzorg in elkaar zit en wie wat doet en hoe. Daar schrik ik heel erg van want ik veronderstel dat hier voldoende kennis is over waar we mee bezig zijn. En u vindt het dus niet erg dat dat niet zo is want u wil dat gaan ophalen in de dialoogfase. Nou ja, ik vind dat wij als gemeentelijk apparaat, en zeker ook de wethouder, in hoofdlijnen moet weten hoe het veld in elkaar zit. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Nou, ik vind dat u dan mijn vraag en mijn inbreng echt oprecht tekortdoet, en ook te weinig recht doet aan al het harde werk wat hier wel is verzet op het gebied van jeugdzorg en ook Wmo overigens, en dat dat met de nodige uitdaging is gegaan. En dat er nog veel werk aan de winkel is, dat ben ik absoluut met u eens. Maar dan moet u niet net doen alsof ik net gisteren uit mijn ei ben gekropen en totaal niet weet waar ik het over heb. Ik vind dat een beetje lelijk van u eigenlijk. Maar goed, dank u wel.
De heer Sepers: Nou ja, ik wil ons helemaal niet tegenover elkaar stellen, ik zou graag zien dat we een gemeenschappelijke basis hebben en zeggen van, ja, wij willen als raad in ieder geval op een minimum informatieniveau gebracht worden over welke wereld we het eigenlijk hebben, hoe die wereld in elkaar zit, wat de cijfers zijn in die wereld, en dat hebben we nog steeds niet. En dan wordt er vervolgens gezegd, wij moeten maar het college vrije hand geven om dat verder uit te werken. Nee, dan bent u bij de PvdA niet thuis, dat zullen wij nooit doen. En wij willen dus die periode van pas op de plaats gebruiken om onszelf, ons als raad beter te instrumenteren om te kunnen beoordelen waar we mee bezig zijn. En ook om andere scenario’s voor de aanpak van de jeugdhulp onder ogen te zien. En als derde, wil ik ook nog iets zeggen over de positie van de raad. Want dat heeft de heer Visser ook al gezegd van, ja, is het nou de bedoeling dat, stel dat wij zouden, dat zeggen we gelukkig niet, maar stel dat wij zouden zeggen, college, ga maar verder, dat we ze nooit meer terugzien. In mijn motie heb ik indertijd ook aangegeven dat er in ieder geval een aantal momenten moeten zijn dat de raad beslissingsbevoegd is. En ik hoop dat we dat met elkaar delen.
En mijn vraag aan het college is in ieder geval dat ik zou graag zien dat de commissie bespreekt en goedkeuring verleent aan het preselectiedocument. Kan de wethouder dat toezeggen, als het al zover komt? Want er komt waarschijnlijk toch een hele nieuwe bezinningsperiode. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. O, sorry, een interruptie? Mijnheer Van Kessel, u bent … De heer Van Kessel: Ja, mijn laatste voor de avond? De voorzitter: U bent al door uw tijd heen. De heer Van Kessel: Mijn laatste voor de avond. De voorzitter: Hou het kort.
60
De heer Van Kessel: Zei ik ook al een beetje. Maar dan als het nog mag, als u mij dat toestaat, heel fijn. Dat ophalen van die informatie, die volgens de heer Sepers ontbreekt, voorzitter. Aan mijnheer Sepers de vraag, hoe denkt hij die informatie dan op te gaan halen? De heer Sepers: Die moet mij aangeleverd worden vanuit het college en het ambtelijk apparaat. De heer Van Kessel: En waar denkt u dat het college die informatie vandaan gaat halen? De heer Sepers: Dat is de verantwoordelijkheid van het college. De heer Van Kessel: Nou, ik zal retorisch zal ik daar een antwoord op geven, en dat is waarschijnlijk in dialoog met de cliënten en met al die aanbieders, en dat is precies het traject waar we nu ingaan. En dan snap ik niet waarom u zegt, ik wil een pas op de plaats maken, terwijl we nu aan de vooravond staan van het ophalen van allerlei hele belangrijke informatie. De heer Sepers: Maar vindt u het niet gek dat die informatie er al niet is? Dat we dus een soort blinde, een tunnel inrijden waarvan we niet weten of er een eind aan is, of er zijkanten aan zitten, dat we gewoon maar blind … De heer Van Kessel: Nou, als ‘…’ … De heer Sepers: Ik vind het onbegrijpelijk dat u als VVD zegt dat u niet geïnteresseerd bent om van tevoren te weten waar u het over hebt.
De heer Van Kessel: Nou, als u zegt dat die informatie er niet is, dan doet u in ieder geval de vijf raadsbrieven, die op uw verzoek gestuurd zijn naar de raad, doet u in ieder geval tekort. En uw eigen initiatieven erom, want volgens mij wordt u qua informatie op uw wenken bediend. En ook hier heeft u hele terechte vragen gesteld, en dan bent u … Ziet u een college wat hier ook antwoord op gaat geven. Dus ik snap niet helemaal wat u over uw eigen positie daar precies nu zegt? De heer Sepers: Als ik het zelf maar begrijp. De voorzitter: Oké. Mijnheer El Aichi, CDA. Sorry. Sorry? Ja. Nou, het is een beetje flauw, Frans. Goed, mijnheer El Aichi, CDA, ik ga er geen antwoord op geven. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Hij is jaloers hè. Voorzitter, dank u wel. Er hangen heel veel risico’s aan deze manier van aanbesteden. De vrijgevestigden en kleine zorgaanbieders moeten als ondernemers werken voor de strategische partners. Hierdoor worden de kosten duurder omdat de partners overhead in rekening zullen gaan brengen. Wat wil zeggen dat de behandelingen minder worden omdat het budget eerder opraakt. Volgens het CDA is deze aanbesteding niet de juiste weg. Eerst samenwerkingsverbanden optuigen en dan hopen dat er een goede samenwerking tussen strategische partners en onderaannemers gaat ontstaan.
Gezien de instabiele sociale basis, lijkt mij niet handig om deze wijziging in te voeren. Door dubbel screening door het CJG en de strategische partners zullen lange wachtlijsten ontstaan. Deze vorm van aanbesteden kent veel risico’s, risico’s voor strategische partners, risico’s voor de gemeente en risico’s voor de vrijgevestigden. Daarom vraag ik hierbij de wethouder, pas op de plaats. O, staat ook bij, pas op de plaats, mijnheer Van Kessel. Pas op de plaats te maken, goed te luisteren naar de inbreng van de insprekers en bereid te zijn nogmaals kritisch te kijken naar de risico’s. Ik mis een financiële onderbouwing en een risicoanalyse. De
61
eerste inspreekster gaf aan dat zij op dit moment goed samenwerken met andere organisaties. Is het niet het kind met het badwater weggooien om een samenwerkingsverband opnieuw te gaan optuigen? Hoe kunnen de vrijgevestigden inschrijven terwijl zij niet precies weten waar de voorwaarden zijn? De therapeuten hebben tot nu toe geen duidelijk antwoord gekregen. Hoe kan het college vinger aan de pols houden en monitoren zodat de kosten beheersbaar blijven? En niet voor verrassingen komen te staan zoals toentertijd het geval bij Kenter? De sprekers geven aan dat het een eenzijdig plan is, wat denkt de wethouder, wat vindt de wethouder van het plan of van het alternatief van de heer Martin Jonker? Als laatste, de insprekers gaven aan dat het plan niet goed is uitgewerkt. De insprekers begrijpen niet waarom deze wethouder voor dit plan kiest als er in bepaalde steden de stukken eruit is getrokken. Hoe denkt de wethouder hierover? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel. Ja, al in 2019 lag er een vernietigend inspectierapport over jeugdzorg. En op 5 april sprak de hoofdinspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Korrie Louwes, de woorden, kinderen vanaf 12, 13 jaar met ziektebeelden als eetstoornis, depressie en suïcidaliteit, die krijgen niet de hulp die ze nodig hebben.
Duizenden kinderen staan op wachtlijsten die kunnen oplopen tot één jaar. Dat er iets moet gebeuren is evident. Nu is de vraag natuurlijk, gebeurt er hier in Haarlem iets aan deze plannen, aan deze problemen? De zorg voor jongeren met ernstige psychische problemen is vastgelopen, dat is vast niet zo in Haarlem, toch? Wat gaan wij doen in Haarlem? We lezen dat we een kanteling gaan maken, we gaan ons inzetten op de minder zware problemen. Want dat is de Pareto-regel, als je met 20 procent van de activiteiten, kun je 80 procent van het werk doen. Dat is mooie managementtaal. Wij geloven dat je je op die 20 procent zou moeten richten. Wij willen daarom een plan waarbij duidelijk is dat die 20 procent van de grote problemen, dat je daar een aparte actie op zet en in je aanbesteding ook apart ruimte voor maakt, zodat we deze problemen die alleen maar groter worden en alleen maar meer geld kosten over de tijd, echt op gaan lossen. En daarom steunen we, dat lezen we ook in het plan van de heer Jonker, daarom vonden we dat een goed idee. We zijn ook overigens heel blij dat we ooit zo slim waren om ons logootje te plakken op het voorstel van de VVD om dat hele aanbestedingsproces als een risicovol project te zien.
Niet omdat we daarmee dan een wit voetje bij de VVD halen, maar wel omdat de wethouder toen zei, waarom wilt u daar een risicovol project voor maken? Dit is echt geen risicovol project. Het is een risicovol project, dat is volkomen duidelijk vanavond. En hebben we het over een pas op de plaats, wat ons betreft moet dit plan van tafel. Dit is een absoluut slecht plan. En als ik hoor van mijn collega’s met wat voor waslijsten aan verbetermogelijkheden zij komen, dan denk ik, dit is gewoon geen goed plan. We moeten dit echt van tafel halen, we moeten dit terugsturen want dit is een heel slecht idee. De jeugdzorg gaat slecht, en op deze manier gaat de jeugdzorg nog slechter. En ik zal nog één voorbeeld geven, toen het slecht ging met Kenter, dat werd ook al eerder genoemd, wat Kenter ging doen was specialiseren. Kenter ging niet meer doen maar ging juist minder doen, zich richten op één doelgroep. Waarom, ze hadden heel veel mensen in dienst, hooggekwalificeerde mensen die allerlei andere taken aan het doen waren. En het werkt dus beter om je te specialiseren binnen de psychiatrie, binnen de jeugdzorg. En wat gaan wij nu doen, wij gaan een partij kiezen die zich niet hoeft te specialiseren maar die juist alles moet doen, en we denken dat dat een kostenbesparing gaat opleveren.
Nou, ik denk dat dit voorbeeld heel duidelijk maakt dat dat dus onzeker is, op zijn minst, en dat we daar echt meer informatie voor moeten hebben. En tenslotte nog iets over de vaktherapeuten. Ja, we moeten de vaktherapeuten echt een goede plek geven in het bestel. Ik denk dat een zorgcoöperatie een goed model zou kunnen zijn. En daarvoor moet er in een toekomstig plan dus ook serieus een mogelijkheid zijn voor deze partijen. Want ze ophangen onder die ene moloch of die twee molochen waar we mee willen samenwerken, lijkt ons echt een heel onwerkbare situatie. En dat leidt tot gedwongen winkelnering, en dat is echt wat we moeten zien te voorkomen.
62
De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Nou, eigenlijk meer een vraag. Je bedoelt met vaktherapeuten alle vrijgevestigden, of specifiek de vaktherapeuten? De heer Hulster: Excuus, ik bedoel de vrijgevestigden en de vaktherapeuten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Er is natuurlijk al heel veel gezegd over dit dossier. Ik zeg altijd, als je wat wil inkopen heb je ook een behoefte, want anders ga je niet naar de winkel en dan koop je het niet in. De behoefte is jeugdzorg. Wij willen zorgen dat er goede zorg bij de jeugd terechtkomt en dat doen we op een bepaalde manier. En deze keer noemen we het, verwervingsstrategie. En dat beschrijft wat we willen bereiken met de inkoop van jeugdhulp. Jeugdhulp hebben we allemaal al vastgesteld in Kadernota’s, in coalitieprogramma’s, in allerlei beleidsnotities, en volgens mij is dat ook hetgeen wat je dan wil inkopen. Daar passeren we nu de onderwerpen als samenwerking, bekostiging administratieve lasten. Die zitten wel in die verwervingsstrategie waar we ons met elkaar ook zorgen over maken, dat niet administratieve lasten bekostigd worden maar dat het werkelijk de zorg ook naar de jeugd gaat die het nodig hebben. We hebben het over een doelgroep van 3200 kinderen, jongeren.
Op het moment, daarvoor wil ik wel vragen van al die mensen die roepen, we zetten het op hold of stop of we gaan nog langer nadenken, ik vind het allemaal prima, maar wat gaan we dan doen? Gaan we dan op een gegeven geen jeugdzorg meer inkopen? Wat gaan we met die onrechtmatigheid doen? Wat gaan we eigenlijk, als we al zo lang wachten, wat gebeurt er dan? Is dat plan inderdaad dan ook op tafel of hebben jullie dan met zijn allen een plan B hoe het dan nog verder met de jeugdzorg gaat? We willen overstappen naar een dialooggerichte aanbesteding, waarbij iedere aanbieder mag intekenen. En iedere aanbieder betekent ook iedere aanbieder, dat zijn ook de vrijgevestigden. Er is geen maximum namelijk vastgesteld. Er wordt dan samen toegewerkt naar een overeenkomst die invulling geeft aan de hierboven beschreven transformatie van de jeugdhulp. De aanbieders die hierop het best aansluiten zullen uiteindelijk overblijven. Naar verwachting daalt het aantal aanbieders waarmee we samenwerken van 140 naar 40, dat is in mijns inziens overzichtelijker. De 40 aanbieders bieden dan wel samen het gehele pakket aan, dat is in ieder geval de eis. Wat verandert er dan? We gaan inderdaad in een onderhandelingsfase met de aanbieders, en we moeten komen naar een goed systeem en een juiste balans tussen de administratieve belasting en de kwalitatieve jeugdzorg.
En dat is in ieder geval wat mijn partij erg belangrijk vindt, dat die balans op orde is. Wel moet ik ook zeggen, uit situaties elders in het land blijkt dat er specialistische problemen, specifieke problemen met aanbestedingen eens te meer opdoemen bij de inkoop van jeugdzorg, en dat maakt het inderdaad een risicovol project. Het gebrek aan scherp toezicht op basis van wat werkelijk nodig is ontbreekt, daarbij kan goedkoop inkopen veel werk opleveren zoals toezicht op de onderaannemer, opschaling naar regionaal en uitvoeren dat waar nodig bleek te zijn. We kwamen er allemaal wel eens tegenaan in aanbestedingsland. En daarbij ben ik wel nieuwsgierig, en dat is ook de vraag aan de wethouder maar die is al meer gesteld, wat de rol van de raad in dit nu is? Want dat komt nergens terug en daar ben ik inderdaad van, hoe gaan we verder op dit dossier sturen als het zo emotioneel en zo beladen is? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Neem alle tijd, mijnheer Smit.
63
De heer Smit: Allereerst, mijnheer Van Kessel, u mag van mij nog een paar minuten erbij krijgen hoor, want dan krijg ik ze ook. En ik heb uw motie van harte ondersteund destijds, want ik vond het een risicovol project, en het is een risicovol project. Geachte wethouder, als angst bij u en uw ambtenaren regeert, dan wordt er gewoon doorgeduwd. En dat lijkt op dit moment het model, er wordt wat in tijd opgerekt maar er wordt in feite gewoon op marsroute doorgeduwd, in het bestaande scenario. Dan is er ook geen dialoog met het veld, dat horen we bij alle insprekers, er is geen dialoog. In feite komt de verdieping van de afspraken, noem het een dialoog, pas met de pregeselecteerde partijen. Maar niet met die 140, die hebben nog eigenlijk alleen maar wat vage voorlichting gehad en geen dialoog. Als u durft, en dat raad ik u aan, dan gaat u inderdaad een echte pas op de plaats maken, en dat klinkt zwaar maar met creativiteit ben je daar denk ik vrij snel doorheen, en gaat u het alternatieve plan van de heer Jonker bestuderen. En ik durf te zeggen, want ik heb het ook bestudeerd, dat best of both worlds, de Engelse woorden vallen hier ook als, too big to fail.
Maar dan moet je misschien ook vertalen, too big to fall, want als er straks een paar hele grote partijen zijn, en dat is anders dan Kenter, die werd gewoon niet goed gerund, die merken dat het geld op is, dan gebeuren er een paar dingen. Ze gaan niet failliet, want daar zijn te professioneel voor, ze stappen uit de markt, of met acceptatieplicht wordt het zorgenaanbod enorm afgeschaald. Want die grote jongens laten zich niet regeren door een gemeente, en zullen, als ze hun producten moeten blijven leveren, gewoon meer geld eisen. Maar als u in staat bent en het aandurft om het best of both worlds tot een betere structuur, met betere kostenbeheersing en een haalbare transitie te maken, dan zit daar volgens OPHaarlem een succesformule in. De goede elementen immers van de taakgerichte verwerving, die zijn er. En het alternatieve plan, met een aantal hele goede argumenten, hele goede procesvisies, zijn daar een goed uitgangspunt voor. Geachte wethouder, wilt u meegaan in een analyse van de kruisbestuivende waarde van de twee conceptuele plannen? Dat vraag ik u nadrukkelijk. En ik ga niet alle dingen weer herhalen. Ik zie ook dat de gemeenteraad alleen maar achterin zit en mag horen wat er uiteindelijk besloten is, en ook in die dialoogfase er niet bij zit. De PvdA zegt terecht, het is nog steeds een wolk waar we niks van zien.
Dat soort vragen die zijn al gesteld, die mag u gaan beantwoorden. Maar de belangrijkste vraag is, bent u bereid mee te gaan in, als u even de zaak on hold zet, in een kruisbestuivende analyse van de twee conceptuele modellen die nu op dit moment voorliggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we volgens mij alle sprekers gehad. Nou, dan wil ik even komen tot een soort ordevoorstel. Zoals ik al zei, er zitten al ruim een uur insprekers hier te wachten. En ik wil eigenlijk vragen aan de commissie of wij die drie insprekers nu eerst kunnen gaan behandelen, even een korte pauze te nemen, en dan vervolgens de beantwoording van de wethouder. Kunnen we dat doen? Want ik denk dat ze anders nog een uur zitten te wachten. Gewoon voor de belangstellenden, belangstellenden. Kunnen we dat doen? Ja, het is uw agenda, het is uw … Maar dan wil ik ook dus aansluitend eventjes lekker gewoon even een korte koffiepauze ook nemen. Dus we gaan eerst even drie insprekers binnenhalen en een korte koffiepauze en dan gaan we vervolgens naar de termijn van het college. Ja, zullen we het zo doen? En ja, er wordt even wat rond gedeeld wat een van insprekers betreft. Dus we gaan eerst de insprekers even binnenhalen. Ter advisering aan de raad 11.
Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: De insprekers, hiernaast zit de heer Van den Heuvel, en die gaat iets namens comité ‘Buren van HFC’ iets vertellen over de nieuwbouw van HFC. Mijnheer Van den Heuvel, u krijgt drie minuten de tijd, en tegen het einde zal ik u herinneren aan dat de tijd ongeveer verlopen is en dan kan de commissie eventueel wat vragen nog stellen. Ja? Gaat uw gang, drie minuten.
64
De heer Van den Heuvel: Geachte leden van de raad, ik maak graag van deze mogelijkheid gebruik om onze zorgen gaan onder uw aandacht te brengen. Ik ben van het comité ‘Buren van HFC’ en vertegenwoordig hierbij de bewoners die naast de HFC wonen. Het clubhuis van HFC is ooit gebouwd voor achthonderd leden, inmiddels is HFC gegroeid naar een vereniging met tweeduizend leden. Deze grootte heeft helaas een grote impact op de aanliggende woonwijk. In een enquête van de wijkraad bleek dat alle omwonenden overlast ervaren en dat men aangeeft dat de overlast stijgt. U moet hierbij denken aan foutparkeren, geluidsoverlast en vooral ook veiligheid van het verkeer. De huidige overlast is niet verrassend, immers, de HFC ligt direct aan de woonwijk, heeft geen eigen parkeervoorzieningen, en de toegang ligt diep in de woonwijk in een doodlopende straat waar een fietspad op uitkomt. Voor honderden kinderen is dit dagelijks de doorgaande route naar hun middelbare school. Regelmatig zien we dat leveranciers met vrachtwagens achteruit moeten rijden terwijl kleine kinderen uit de poorten van HFC zwemmen en tegelijkertijd fietsers en brommers hun inhaalmanoeuvre maken, dit gaat een keer fout. In de afgelopen jaren veelvuldig overleg gevoerd met HFC over de overlast, maar uit alles blijkt dat het maximaal absorptievermogen van de wijk bereikt is.
Meer parkeren, meer vervoer of meer activiteit op het terrein van HFC zijn gewoon niet mogelijk. HFC is nu al te groot voor de omgeving. In maart 2021 werden wij geconfronteerd met de uitgewerkte nieuwbouwplannen van HFC, dat wil zeggen, met tekeningen, getallen en maten. De schok was groot. De plannen van HFC bleken veel verder te gaan dan slechts een vernieuwing van het clubhuis. Alles wordt twee keer zo groot. Het gebouw wordt vergroot van 116 vierkante meter naar 2500 vierkante meter. De tribune wordt vergroot van 350 naar 627 plaatsen. En de activiteiten worden uitgebreid, onder meer doordat delen van het clubhuis worden verhuurd aan derden. De horecavoorzieningen worden flink uitgebreid, en ook de ambitie ook veel verder dan een hapje voor de sporter. Als klap op de vuurpijl komt het gebouw 40 meter dichter bij de woonhuizen, en wordt er op het dak een terras van 140 vierkanter meter voorzien. De wijk kan de huidige situatie eigenlijk nu al niet aan, maar al deze uitbreidingen gaan onherroepelijk leiden tot meer verkeer en meer overlast. We zijn trotse buren van HFC en gunnen de club een nieuw clubhuis, maar dit gaat te ver. Helaas zijn we niet eerder zo volledig geïnformeerd, anders hadden we eerder alarm geslagen.
Wij zijn van mening dat een dergelijke vergroting van een gebouw en uitbreiding facilitair de buurt meer betrokken had moeten worden, en er meer onderzoek gedaan moet worden naar de impact ervan, en voor het geluid, parkeren, veiligheid en alternatieve ontsluiting van het verkeer. De voorzitter: Kunt gaan afronden? De heer Van den Heuvel: Ja. Het is de verkeerde volgorde als eerst de vergunningen voor de nieuwbouw van HFC worden geregeld, en daarna pas de buurt volledig ingelicht. Ondanks deze oproep zien we dat de gemeente HFC gewoon doorgaat met de vergunningsaanvragen. We vragen de gemeente en HFC pas op de plaats te maken, en de buurt te overleggen over de echte plannen en hoe daarbij meer rekening gehouden kan worden met de buurt. Als we op deze manier met elkaar in gesprek gaan komen we er vast wel uit. Wij willen immers ook een club die floreert, maar daarvoor moet eerst de buurt serieus genomen worden. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank voor het inspreken. Helder verhaal. Ik ben eigenlijk wel benieuwd, want u zegt eigenlijk van, joh, we zijn niet eerder zo volledig geïnformeerd als wijkbewoners, als buurtbewoners. U was wel op de hoogte dat HFC zou gaan uitbreiden neem ik aan? Of kunt u een beetje toelichten hoe dat is gegaan dat proces?
65
De heer Van den Heuvel: Ja. Oké. We zijn als buurtbewoners drie jaar geleden geïnformeerd dat HFC een nieuw clubhuis zou gaan bouwen. Dat hebben we gezien en dat hebben we ook ondersteunt. Maar men heeft ons nooit werkelijk geïnformeerd over de capaciteit en de omvang van het clubhuis, totdat we dit jaar eigenlijk echt zijn geïnformeerd daarover. Ja, en daarbij hebben we gezegd van, ja, het is allemaal goed en aardig maar de afgelopen jaren hebben we al veel overlast gehad omdat HFC gewoon gigantisch gegroeid is de afgelopen jaren. Kijk, dan kan je wel een groot clubhuis gaan neerzetten maar dan wordt het nog drukker, waarbij de wijk natuurlijk heel veel overlast heeft. En HFC heeft natuurlijk ook de ambitie om de grootste amateurclub te zijn. En dat is uitstekend, maar daarbij trekt men ook veel spelers tegenwoordig van buitenaf aan om die jeugd op te leiden, met nog meer verkeersactiviteiten in de wijk. Ja, en daar zijn we gewoon erg over ontstemd. En zeker als er ook een nieuw clubhuis gaat komen waarbij er nog meer verkeer door de wijk gaat komen. Nou, dat zijn voor ons de redenen om te zeggen van, nou, HFC, laten we met elkaar daar in overleg gaan. En tot op heden is men daar achterwege gebleven. En we hebben nu sinds kort een afspraak staan om 20 mei met elkaar te overleggen, met ook de gemeente erbij.
Maar wij dachten, het is zeker de tijd om jullie daarover te informeren, over wat er nu werkelijk gaande is. Want men suggereert dat er uitgebreid over gesproken is, maar dat is echt niet het geval. Vandaar. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Mijnheer Van den Heuvel, ik ken de club, mijn zoon heeft er ook gevoetbald, dus ik ken de situatie van het parkeren. Altijd te weinig parkeerplaatsen. Ziet u een taak voor de gemeente voor wat betreft de parkeervoorzieningen bij het HFC? En zo ja, waar zouden dan alternatieve parkeerplekken kunnen worden gerealiseerd? En over het clubhuis heb ik nog een vraag van, hoeveel overlast verwacht u van het terras, ik denk met name van het terras bovenop het clubhuis? De heer Van den Heuvel: Nou ja, de parkeervoorzieningen, dat is een aangelegenheid waarvan ik denk dat we zowel als de buurtbewoners, HFC en de gemeente samen moeten kijken of we daar een alternatief kunnen bedenken. Mevrouw Stroo: Ja, dat denk ik ook. De heer Van de Heuvel: We hebben al een keertje voorgesteld van, is het misschien een idee om er eenrichtingsverkeer van te maken? Is het een idee, wij hebben nu recentelijk vernomen dat men spreekt over de Spanjaardslaan, om die te gaan gebruiken voor de bebouwing van het nieuwe clubhuis, voor de aanvoer van de materialen.
Ja, is het een idee om ervoor te zorgen dat de calamiteitendiensten, dat die voortaan ook via de Spanjaardslaan kunnen en eventueel leveranciers, waardoor er alweer een stukje meer rust in de wijk komt. Ja, weet u, en het grote terras, doordat het clubhuis gewoon 40 meter richting de woningen wordt gebouwd, ja, kan dat natuurlijk wel een impact hebben. We hebben ook verzocht aan HFC, wat is nou de invloed ook van het akoestiek verhaal, het dak ten aanzien van het geluid wat het voort gaat brengen. En helaas hebben we daar nog geen antwoord op gekregen. Maar dat zijn zeker dingen die besproken moeten worden want echt, je kijkt bij wijze van spreken bij een aantal bewoners, kijk je gewoon in de woonkamer straks. Nou, ik denk niet dat dat de bedoeling is. Mevrouw Stroo: We hebben nog één aanvullende vraag, ‘…’. De voorzitter: U heeft de microfoon uit.
66
Mevrouw Stroo: Volgens mij wordt het terras met name gebruikt als de Zondag 1 thuis speelt, of wordt het vaker gebruikt? En dat is dan maar één keer in de twee weken, toch? De heer Van den Heuvel: Nou, het terras wordt ook op zaterdag gebruikt, het terras wordt ook op zondag gebruikt. Normaal gesproken speelt Zondag 1, één keer in de twee weken thuis. Maar dat is ook weer afhankelijk want het is op zaterdag of zondag, omdat we in de hoogste tweede klasse zitten, spelen natuurlijk ook vaak tegen zaterdagclubs, en dan wordt er op zaterdag gevoetbald. Dus dat varieert. Dus … De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel voor uw bijdrage. Ik lees in uw wijkkrantje dat er een dag na de vergadering van januari, dan de wijk is uitgenodigd voor een digitale bijpraatsessie met HFC. Mijn vraag is, heeft die inmiddels plaatsgevonden, en is daar nog iets uitgekomen? De heer Van den Heuvel: Nou, wat ik u net aangeef, wij zijn pas in februari, hebben wij informatie gekregen, en pas in maart dit jaar hebben we de werkelijke omschrijving gekregen, tekeningen ingezien met maten en afmetingen van wat men werkelijk wil gaan bouwen. Ook nu weer, zijn er ontwikkelingen gaande ten aanzien van omwonenden Spanjaardslaan, maar daarin wordt niet gecommuniceerd tussen HFC, gemeente en de wijk.
En daar zitten we eigenlijk op te wachten, dat er gecommuniceerd wordt want we willen daar graag in meepraten. Mevrouw Klazes: Het is mij niet helemaal duidelijk, even een extra vraag. Er is een wijkraad, Zuiderhout en Vredenhof, bij u. De heer Van den Heuvel: Ja. Mevrouw Klazes: Daar bent u bij die wijkraadvergaderingen dan ook aanwezig? De heer Van den Heuvel: Nee, wij zijn een comité wat is voortgevloeid uit de wijkraad. Er zitten twee wijkraadleden in het comité. Mevrouw Klazes: Oké, want kennelijk in januari had de wijkraad, die heeft het filmpje in januari op de site gezet van hoe het clubhuis eruit zou komen te zien. Maar daar bent u niet van op de hoogte gesteld door de wijkraad? De heer Van den Heuvel: Nou, dat filmpje, dat is een filmpje, dat is gewoon een art impression wat gemaakt is door een architect, en dat is gewoon gedeeld en meer niet. Er is geen tekst en uitleg over gegeven van hoe men het wil inrichten. Daar was het ook niet duidelijk dat men dat terras wilde realiseren. Dat is zeer summier, om het zo maar te zeggen. De voorzitter: Mijnheer Oomkes. De heer Oomkes: Goedemiddag, dank voor uw inspraakreactie. Ik moet u op een deel van uw betoog tegenspreken. In het najaar van het afgelopen jaar zijn de plannen en de tekeningen van koninklijk HFC gepubliceerd in de lokale pers, en zeer uitgebreid met toelichting en al.
Dus het is raar dat u zegt dat u pas in maart kennis heeft genomen van de werkelijke omvang van het project, terwijl het ook in de aanloop erna in dit stadhuis besproken is. Wat mij legitiem lijkt is uw protest tegen de eventuele overlast van de projecten, en dat staat los van de uitbreiding van dat eventuele, van het clubhuis.
67
De heer Van den Heuvel: Dat ben ik nu met u eens. De heer Oomkes: Wat zegt u? De heer Van den Heuvel: Nee, dat ben ik niet met u eens. De heer Oomkes: Nou, ik vind dat het beheer van de gronden en de directe omgeving al jaren te wensen overlaat. En dat hebben we ook duidelijk keer op keer geuit naar HFC, maar dat heeft niets te maken met de uitbreiding van de club want het ledenaantal bevindt zich al vele jaren op tweeduizend. Dus dat is beperkt … Hoe komt u erbij dat dat nu groter zou zijn dan bijvoorbeeld een jaar geleden? De heer Van den Heuvel: Nou, als u nou gaat kijken naar de omvang van de club wat er nu staat te gebeuren, maar ik zeg u al eerder, dat juist de afgelopen jaren we steeds meer last hebben gekregen. Dus niet alleen dit jaar maar dat loopt al een hele tijd. Maar door nu zo’n dusdanig groot clubhuis te gaan bouwen, waarbij men vorig jaar wel de activiteiten heeft opgezocht in de krant met een publicatie, maar men heeft daar geen afmetingen bijgezet, men heeft daar niet bijgezet hoe of wat. Want men is nog steeds in de veronderstelling dat er een aantal dingen nog steeds niet geregeld zijn. Want vorig jaar tijdens de ALV bij HFC is daar ook over gesproken, dat er gewoon een aantal lijnen nog niet bekend waren. Dus wat dat betreft ben ik het niet met u eens.