CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

05-12 transcript cie Samenleving

commissie Samenleving 12 mei 2021, gemeente Haarlem54.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

35

eigen belang meer in de gaten gaat houden en niet meer om het gezamenlijke belang gaat. Een ander probleem hier is de laagdrempelige zorg die in de wijk zal gaan verdwijnen. Het plan voorziet in een taakgerichte bekostiging, dit leidt tot een productgericht aanbod. Hierdoor vermindert de keuzevrijheid van de cliënt. Het plan voorziet in vaste budgetten, dat leidt tot ondermaatse kwaliteit. Complexe problematiek kan verdwijnen naar de wachtlijst, omdat ze een financieel risico vormen. De huidige korte lijnen functioneren prima, leveren zorg afgestemd op behoeften van patiënten. Ik wil u wijzen op een alternatief plan van Martin Jonker. Ik ben ervan overtuigd dat dit plan zowel de kosten beheersbaar kunnen blijven, de kwaliteit van de zorg gewaarborgd is en zorgverleners met enthousiasme en motivatie hun vak kunnen uitoefenen. Tot slot geef ik u een voorbeeld. Floor wordt door haar moeder aangemeld, ze zit op haar kamer, is somber en heeft amper vrienden en vriendinnen. Ze eet niet veel, rookt, en moeder vermoedt ook dat ze blowt. De ouders zijn gescheiden, school gaat redelijk. Het klinkt als een klassieke depressie bij een 17-jarig meisje. Volgens de taakgerichte financiering zal deze depressie tegen een vastgesteld bedrag behandeld kunnen worden. De realiteit. Onze intaker vermoedt dat er meer speelt en besluit het diagnostisch onderzoek te verlengen.

Na vier gesprekken meldt Floor dat ze zich snijdt en een einde aan haar leven wil maken. In het contact met de intaker vertelt ze dat een slechte relatie met haar vader heeft en haar stiefvader haar onjuist heeft bejegend. In onze indicatie stelt voor de behandeling toevertrouwd aan een ervaren vrouwelijke psychotherapeut. Naast individuele behandeling van Floor wordt ouderbegeleiding geadviseerd en gezinsgesprekken. Taakgerichte bekostiging was hier ontoereikend geweest. Ik heb hier al menig voorbeeld van gezien en het resultaat kan wel zijn dat er een patiënt naar de crisisdienst verwezen moet worden, wat de kosten doet oplopen, of erger, er zou een geslaagde suïcide kunnen plaatsvinden. Ik wens u veel wijsheid toe in uw besluitvorming. De voorzitter: Dank u wel. Netjes binnen de tijd. Mijnheer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Ja, dank u wel. U zegt, u bent tegen het voorstel zoals u dat vanuit het college tot u krijgt. U zegt, ik ben voor het voorstel van de heer Jonker. Nou, voor zover ik daarmee bekend ben is het voorstel van de heer Jonker, die heeft een aantal, laat ik zeggen, nuanceringen op het voorstel van het college maar ik heb dat nog niet ervaren als een totaal ander voorstel.

Maar even los daarvan, u bent tegen het voorstel van het college, hoe ziet u in het totaal van de jeugdzorg met de noodzaak om een goede kwaliteit te leveren tegen beheersbare kosten, hoe ziet uw ideale plaatje eruit? De heer Ströer: Ja, ideaal zou natuurlijk heel mooi zijn, ik denk dat dat in de jeugdzorg een utopie is. Maar ik kan er wel iets op zeggen. In het boek, en dat is even in analogie van het plan van Martin Jonker, waarin ik één heel existentieel punt aanwezig vindt, dat gaat over de transparantie ten aanzien van de kosten en de opbrengsten. Hij pleit ervoor, en ik denk dat dat weliswaar revolutionair is maar ook goed is, dat zit in dit plan niet, iedereen wordt verantwoordelijk gesteld, dat is prima, maar als je verantwoordelijk gesteld wordt voor iets, wil je ook transparantie, wil je ook weten waar je aan toe bent. En dat mis ik erg in het huidige plan. In het plan van Martin Jonker komt dat wel naar voren. Daarnaast, en dat is ook anders dan in dit plan, is die constructie hoofdaanbieder, hoofdaannemer, onderaannemer, die is er niet. Zitten gewoon op gelijk niveau. Er komt een indicatie bij de POH-GGZ die daarvoor opgeleid wordt, en er is een indicatiestaf voor de complexe gevallen. Dat betekent dat je aan de voorkant veel meer de zwaarte gaat leggen dan die er nu is.

Dat is een van de redenen waarom de jeugdzorg ook vaak duur wordt, doordat de verwijzingen niet goed zijn. Ik geef dit voorbeeld ook niet voor niets om daarnaar te kijken van, zorg er nou voor, en ik zou daar eigenlijk nog een stap verder in willen gaan, zorg ervoor dat je hoogopgeleide mensen aan de voorkant van de indicatie zet, dan krijg je goede doorstroom, dan krijg je een stuk kwaliteit in de jeugdzorg. En dan voorkom je problemen waar we nu tegenaan lopen.

36

De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Nee, uw verhaal is duidelijk. Dank u voor uw bijdrage. En dan gaan we de volgende spreker, dat is iemand weer digitaal zeker. De voorzitter: Mevrouw Koel zie ik in beeld, heeft u de uitzending ook aanstaan? Kunt u die dan uitzetten want het echoot hier. Ja. Goed. De derde spreker is mevrouw Koel, en ik zit nog steeds te echoën. Ik weet niet of u de uitzending nog steeds aan heeft staan? Nee hè? Nee, nu hoor ik hem, nu is de echo weg. Oké, mevrouw Koel, u krijgt drie minuten ook de tijd om uw verhaal te doen aan de commissie. Gaat uw gang. Mevrouw Koel: Ja. Nou, helemaal goed. Mijn naam is Jacqueline Koel, ik werk 35 jaar in de brede Jeugdhulp en ik heb gewerkt bij Jeugdhulporganisaties, de Jeugdbescherming en bij de gemeente. En boven alles ben ik moeder, oma en vangen we al twintig jaar pleegkinderen op, dus ook als burger heb ik ervaring met de jeugdzorg. Ik vond dat we de Jeugdhulp anders moesten organiseren, transformatie. In de afgelopen 3,5 jaar, hebben we laten zien dat dat kan. Ik ben met oprichter van Koel en Co, een jeugdzorgcoöperatie met 100 zzp’ers die in Noord-Holland aan het werk zijn met jeugdigen en hun gezinnen. En ik ben eigenaar van Koel Jeugdzorg met hoogopgeleide professionals in loondienst.

Duizend cliënten hebben we in de afgelopen drie jaar begeleid, en allemaal konden ze zelf via de door mij ontwikkelde matchingswebsite hun professional uitkiezen. Een professional die, als er een klik is, zonder wachtlijst direct begint met de begeleiding. Vrijwel alle cliënten geven in ons onderzoek aan dit zeer te waarderen. Ik kan me voorstellen dat u het ook prettig zou vinden om uw opvoedproblemen te bespreken met iemand waarmee u een klik heeft, en waarvan u weet dat zij de juiste deskundigheid heeft voor uw problemen. Na de eerste geluiden over de ontwikkelingen van deze regio, en het moeten vormen van een samenwerkingsverband, ben ik contact gaan zoeken met de kleinere organisaties in de regio. Waarom? Hoor ik u denken. Omdat wij kleinere organisaties en zzp’ers juist datgene bieden waar u behoefte aan heeft. Wij zijn sterk in het bieden van therapie, in gezinsbegeleiding, jongerenbegeleiding bij de burgers in de buurt. We hebben korte lijnen, zijn flexibel, bieden maatwerk en hebben een lagere overhead. Wij willen ons inzetten met onze expertise in deze regio, maar we maken ons zorgen, zeer veel zorgen over de huidige plannen van deze regio. Van die duizend cliënten die wij bij Koel begeleiden waar gevraagd werd om specialistische ambulante Jeugdhulp, ontstond bij maar 2 procent ook een vraag voor daghulp of verblijf.

Kunt u mij dan uitleggen waarom ik met ontzettend veel administratief gedoe, en niet te vergeten financieel gedoe, waarom ik dan een samenwerkingsverband zou moeten vormen? Een samenwerkingsverband waarin we alle vormen van zorg kunnen bieden, dyslexie, daghulp, verblijf, hoog specialistisch, ambulant. Een ambulant traject kan uitlopen in een andere vraag, zeker, maar moeten we dan zonder enige garantie dat er een plek is voor die specifieke vraag een samenwerkingsverband opzetten, terwijl 98 procent dit helemaal niet nodig heeft? Wat vindt u daarvan? Is dat wat u als burger nodig heeft als u problemen heeft in de opvoeding? Heus, we willen samenwerken met elkaar, maar om nu veel tijd en vooral ook financieel risico met elkaar als jeugdzorgprofessionals te lopen, door een samenwerkingsverband te vormen waarmee we eigenlijk gewoon teruggaan naar voor 2015. Kunt u mij vertellen dat we daarmee beantwoorden aan uw transformatie-opgave van vernieuwing, verandering en vooral minder kosten? Kijk met elkaar eens naar de regio Alkmaar, waar de contractpartners voor integraal ambulante Jeugdhulp effectief en constructief samenwerken, en waar daghulp en verblijf apart aangeboden worden. De voorzitter: Mevrouw Koel, wilt u gaan afronden? Mevrouw Koel: Ik hoop dat u de plannen voor samenwerkingsverbanden nog eens overweegt? Dat zou ik echt vet cool vinden. De voorzitter: Mooi.

Dank u wel, mevrouw Koel. Commissie, zijn er nog vragen vanuit de commissie? Nee. Ik zie helemaal geen vragen, ook dit verhaal is heel erg duidelijk. Dan wil ik u danken voor uw bijdrage, en

37

verzoek ik ook weer om deze Teams sessie te verlaten en dan mag u weer via de uitzending onze vergadering gaan volgen. Dank u wel. De voorzitter: Ja, ik kan wel gaan zingen maar ik denk niet dat de mensen daar vrolijk van worden. We zitten even te wachten op een volgende inspreker, dat is mevrouw Wedding. Die komt zo meteen inspreken ook over dit onderwerp en die wordt nu gehaald uit de Refter dus nog een klein ogenblikje alstublieft. Zo, we gaan verder. Goedenavond, mevrouw Wedding. U krijgt ook drie minuten de tijd om de commissie toe te spreken en daarna kunnen de commissieleden eventueel nog vragen aan u stellen. En tegen het einde zal ik u er even aan herinneren dat het bijna drie minuten om is. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Wedding: Ja, dank u wel. Allereerst dank u wel dat ik hier mag langskomen, hartstikke fijn. En ik snap dat we het hier over een enorm groot probleem hebben, de financiering binnen de jeugdzorg, en dat het ook niet eenvoudig op te lossen is. Maar goed, ik werk al twintig jaar in het werkveld, in verschillende gemeentes heb ik gewerkt. En, nou ja, ik maak me wel wat zorgen over het voorstel dat er nu ligt over het hoofd- en onderaannemerschap. En ik weet ook velen in het werkveld met mij. Ik neem aan dat de gemeente het beste voor haar inwoners wil en vind het daarom ook echt wel noodzakelijk om een aantal bezwaren uit te lichten.

In bijvoorbeeld Amsterdam is al gewerkt met deze constructie, en is uit onderzoek het volgende gebleken nadien. Dat er geen maatwerk geleverd kan worden, dus dat is een groot bezwaar gebleken in Amsterdam, dat gezinnen het gevoel krijgen regie kwijt te raken omdat ze veel meer beperkt worden in hun vrije keuze voor de zorg, dat er verlies van kennis kan optreden, vrijgevestigde therapeuten en praktijken worden eigenlijk op deze manier het werkveld of het domein uitgeveegd. Denk bijvoorbeeld aan het Lorentzhuis hier in Haarlem, welbekend. Nou, dat zijn ook best wel belangrijke spelers, daar werken wij ook wel eens mee samen. En er komen grote wachtlijsten in de specialistische GGZ. Nou ja, dat is natuurlijk nu al een probleem. Je ziet nu met de pandemie wat voor druk er op de specialistische GGZ komt, dat er kinderen moeten wachten die suïcidaal zijn bijvoorbeeld. Nou ja, stel je voor dat dat met de nieuwe constructie, dat het nog meer gaat oplopen, dat is natuurlijk ontzettend onwenselijk, daar hebben we grote zorgen om. En tenslotte vind ik het mijns inziens een verwaarlozende manier om met gezinnen en ook de organisaties om te gaan. Verder, ik bedoel, ik snap dat we een probleem hebben met dit domein en in de financiering maar als je een aantal organisaties uitkiest om hoofdaannemer te worden, en daar dus het geld naartoe te doen, denk ik dat je het probleem verschuift.

Er treedt vervolgens een capaciteitsprobleem op, ook omdat er een acceptatieplicht mee gemoeid is. Organisaties kunnen niet meer zeggen van, we doen even een aanmeldstop want we komen tot hier om in het werk, bij wijze van spreken. Organisaties raken overbelast, hulpverleners lopen het werkveld uit, nou, nog grotere problemen. Ik kan me zo voorstellen dat als ik nog meer tot daar in het werk zit, de werkdruk is al best wel hoog, dat ik enorm het plezier in mijn werk zal verliezen. En ik weet ook dat dit bij meer van mijn collega’s in het werkveld een zorg is. En als je een acceptatieplicht hebt in combinatie met het budgetplafond dat er nu is, ja, dan gaan er organisaties omvallen want hoe moeten we dat allemaal bolwerken? Sorry, ben ik bijna ... De voorzitter: Ja, ‘…’ tijd. Mevrouw Wedding: Ja, sorry. Nou ja, alle politieke programma’s zijn erop gericht op het verminderen van bureaucratie maar dit zorgt eigenlijk voor meer bureaucratie, extra administratieve rompslomp. En ik vraag me af waarom we niet wachten op de landelijke politiek? Daar wordt nu erkend dat de transitie naar de gemeente deels mislukt is. Het moet bij de gemeente blijven, prima, maar er zullen ook vanuit de landelijke politiek, kan ik me voorstellen, ook wat voorstellen komen van hoe nu verder. De voorzitter: Oké. Nou, dank u wel. Vragen uit de commissie? Mevrouw Klazes, GroenLinks.

38

Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel voor uw bijdrage. U werkt al een tijdje in het veld. U vindt het kennelijk heel leuk werk want u zit hier ook uit bevlogenheid zit u hier in te spreken. Wat zou er voor u veranderen, dan heb ik het met name over uw werkplezier, op het moment dat deze verwervingsstrategie uiteindelijk ingezet gaat worden? Mevrouw Wedding: Waar ik oprecht heel erg over val, waar ik ook echt wel heel erg door geraakt werd was toen ik hoorde dat die acceptatieplicht met het hoofd- en onderaannemerschap gemoeid is. Ik vind een aantal dingen van het hoofd- en onderaannemers, ik heb er ook mee gewerkt in Amsterdam, heb ook gemerkt dat dat best wel wat haken en ogen heeft. Snap ook dat er wat pluspunten aan kunnen zitten maar die acceptatieplicht vind ik persoonlijk echt dat ik denk, ja, weet je, we worden al op allerlei mogelijke manieren wordt de werkdruk al steeds hoger, omdat we ons voor elke vijf minuten moeten verantwoorden bij wijze van spreken. Er is ook al een enorme administratieve rompslomp wat het werk minder leuk maakt. Ja, dan komt er nog eens een keertje bij wijze van spreken, komen er misschien nog wel tien cliënten bij terwijl je al tot hier zit en je kan het niet meer bolwerken. Ja, ik ga … Ik loop daarop stuk. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand in de commissie? Nee. Nou, dan was dit ook weer heel duidelijk. Dank u wel voor uw bijdrage.

En dan gaan we naar de laatste spreker. En de laatste spreker is digitaal, dus die kunnen we gelijk introduceren, dat is dan wel weer een voordeel van digitaal. En dat is de heer Dekkers van de Zorgcoach. En mijnheer Dekkers, u krijgt ook drie minuten de tijd om de commissie toe te spreken en vervolgens kan de commissie ook eventueel nog vragen aan u gaan stellen. Maar bijna tot het eind van drie minuten zal ik even helpen herinneren dat de drie minuten om zijn. U kunt uw gang gaan. Gaat uw gang hoor, spreekt u maar. De heer Dekkers: Ah, goedenavond ‘…’. De voorzitter: Sorry, ik kon u niet goed verstaan. Nog een keer? De heer Dekkers: Ja, ‘…’. De voorzitter: Ja, u heeft ook de uitzending aan waarschijnlijk. U moet even echt de uitzending uitzetten, en dan alleen maar even via Teams communiceren, ja? Gaat uw gang. De heer Dekkers: Ja, komt helemaal goed. Goedenavond, raad. Fijn dat ik als hekkensluiter hier het woord even mag doen. Dat de aanbesteding opnieuw ingevoerd werd en er werd gesproken over dialoogversies toen dacht ik, nou, dat is mooi. Dit is een gemeente die het anders gaan doen, we gaan echt gezamenlijk kijken, hoe gaan we de tekorten en eventueel andere problemen nou oplossen? Was heel mooi verwoord maar van enige dialoog of een dialoogsessie is geen enkele sprake geweest.

Wij hebben een presentatie gekregen een aantal weken terug, en daaruit bleek eigenlijk gewoon dat het plan niet uitgewerkt was. Het komt op ons echt over als een haastklus. De mensen die in de sessie zaten die uitleg geven, die, het kon eigenlijk alle kanten nog op. Ik hoorde net iemand ook dat voorbeeld van Alkmaar noemen, iemand vanuit de presentatie zei, o ja, nou, misschien kunnen we dat model ook wel gaan doen. Nou, dat geeft ons eigenlijk als werkgevers en als zorginstellingen compleet geen vertrouwen in dat hier goed over na is gedacht. We maken hele grote zorgen, er wordt weer opnieuw een wiel uitgevonden. Ik hoorde het net al even, Amsterdam, Utrecht, Hollandse Kroon, Alphen aan de Rijn hebben allemaal dit geprobeerd. Het is, een aantal is de stekker er zelfs uitgetrokken, Utrecht zijn ook enorme problemen. Wij begrijpen compleet niet dat deze gemeenten en deze wethouder kiest voor iets wat al bewezen niet effectief is. De insteek wordt gedaan voor dat we iets nieuws gaan krijgen maar we gaan terug naar een oude situatie. Langere wachttijden, meer tijd naar samenwerken in

39

plaats van zorg, de keuzevrijheid van een klant maak ik me erg veel zorgen over. Want je kan straks niet meer kiezen. Je hebt gewoon klanten die met multiproblematiek, die moeten ruzie kunnen maken bij een bepaalde organisatie. Hoe is hun keuzevrijheid, gaan die niet juist uit beeld raken als ze niet terecht kunnen bij een andere partij? Ik ben ook bang voor dat er minder innovatie gaat komen, want grote kolossen die zijn bezig met samenwerken en dat goed op poten gaan krijgen. En dan nog iets wat ik heel schrijnend vind, en niet alleen bij jullie in de regio maar er zijn helaas is het meer in het land zo, er wordt gesproken over geldtekort. Er is eigenlijk geen geldtekort als je kijkt naar de landelijke financiering. Een derde van de budgetten gaat naar de coördinatie vanuit gemeenten, een derde van de budgetten. Dus als we al naar vernieuwing zouden moeten doen, dan is mijns inziens, moeten we gezamenlijk gaan kijken, hoe gaan we dat doen? Hoe ga je nou als gemeente je overhead op de jeugd enorm verlagen, en hoe kan je als de zorginstellingen zorgen dat je overhead verlaagt? Iets anders wat ik zeer schrijnend … De voorzitter: Mijnheer Dekkers, gaat u afronden, u heeft nog vijftien seconden. De heer Dekkers: Ja, afronden, een laatste stukje is ontschotting, gaat het steeds over. Er is parallel in Haarlem nu een aanbesteding Wmo, die is inmiddels afgesloten voor buurtteams.

De twee teams Wmo en Jeugdwet weten niet van elkaar wanneer de meetings zijn, dit model sluit niet op elkaar aan. Als een klant dus van 16, 17 naar 18, 19 gaat, er is een compleet ander stelsel. Ik denk niet dat we dit met elkaar moeten willen. Het oude model wat er was met en verlengde Jeugdwet en aansluiting was in die zin veel beter. Ik denk, ja, kijk naar het Alkmaars model, stel dit alsjeblieft verder uit en kom met een nieuw plan. En laten we het echt samen doen in een echte dialoog want dit kan echt niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Dekkers: Dank je wel. De voorzitter: De commissie, mijnheer Smit van OPH. De heer Smit: Mijnheer Dekkers, bent u niet geïnformeerd over het feit dat de dialoogsituatie pas plaatsvindt na de preselectie, en dat er in principe daarvoor geen dialoog is ingebouwd? De heer Dekkers: Nou, dat is dan erg interessant dat u dat zegt want ik heb een sessie bijgewoond die toch door de gemeente als dialoogsessie werd bestempeld. Waarin er een eenzijdige presentatie was van twee zeer onbekwame mensen die echt niks, bijna niks wisten en die op bijna niks antwoord hadden. Dus dat is in mijn optiek al een dialoog als de gemeente het dialoogsessie noemt. De voorzitter: Dank u wel. Ik begreep dat dit een voorlichtingsbijeenkomst was en niet echt een dialoogsessie. Ja, ja, het was een voorlichtingsbijeenkomst.

Zijn er nog andere … De heer Smit: Sorry, wacht even. De voorzitter: Vragen? Sorry, mijnheer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Mag ik dan even mijnheer Dekkers toelichten dat de voorzitter net zegt dat het een voorlichtingsbijeenkomst was en geen dialoogbijeenkomst? En dat versterkt mijn woorden ook. De heer Dekkers: Nou ja, ik denk dat dat klopt maar als je een voorlichting doet en je kan geen inhoudelijke vragen, antwoord geven op heel veel gestelde vragen van een aantal mensen die hier vanavond ook hebben

40

gesproken, dan is er niet een gedegen plan uitgerold. U als raad en als uitverantwoordelijke zou zich daar tamelijk zorgen over moeten maken, dat er niet iets gedegens is uitgewerkt. De voorzitter: Mijnheer Smit. De heer Smit: Zegt u dat u denkt dat er een plan is uitgerold, hoorde ik u dat zeggen? De heer Dekkers: Nou, ik heb sterk het vermoeden dat dit uit een eenzijdige koker is gekomen en dat er niet een goede dialoog is geweest met het werkveld. We hebben de vrijgevestigden net gehoord, we hebben een medewerker gehoord. Het is heel erg duidelijk dat er niet samen met het veld naar een model is gegaan dat werkt voor de klant, voor de burger. Dit is vanuit beleidsmatig niveau met een financiële bezuinigingsprikkel uitgedacht en uitgerold, zonder dialoog. Je kan niet in de preselectie komen tot een aantal aanbieders en daarna in een dialoogsessie naar vijf aanbieders teruggaan, ja, zo werkt het toch niet, dat kan niet. De heer Smit: Zo gaat het vermoedelijk wel werken, maar dank u voor uw … De voorzitter: Dank u wel. Ik heb mevrouw Verhagen, heb ik ook nog hier staan die een vraag wil stellen. De heer Dekkers: Nou, ik maak me zorgen dat het wel zo gaat werken. De voorzitter: O. O, mevrouw Verhagen. Mevrouw Verhagen: Ik zal even kijken of de techniek nog … Ja.

Op die voorlichtingsbijeenkomst, is daar ook naar voren gekomen, of door u of door de voorlichters, dat er blijkbaar in andere steden van Nederland al heel veel onderzoek heeft plaatsgevonden en dat het hele model zoals het hier in Haarlem nu zou moeten gaan functioneren, al is afgeschoten? Was dat bekend? De heer Dekkers: Ja, nogmaals, ja, dat is benoemd. Onder andere door mijzelf maar ook door een aantal andere partijen die zich daar zorgen over hebben geuit. De twee personen, ik ben de namen, zijn mij ontschoten, die de prestatie deden, die reageerden op niks, ze hadden geen antwoord. Ze zeiden, ja, dat weten we eigenlijk niet. En toen anderen het Alkmaars model opperden, o ja, misschien kunnen we dat eigenlijk ook wel gaan doen. Ja, er lijkt niet een duidelijk plan te zijn. En we hebben wel degelijk deze zorgen geuit, maar er is geen dialoog, er wordt niet geluisterd. Het is een eenzijdig plan vanuit, ja, de gemeente of wie hieraan meegewerkt hebben. Mevrouw Verhagen: Met andere woorden, bij de voorlichting, het was de voorlichters niet bekend dat het al in andere gemeentes is afgeschoten dit plan? De heer Dekkers: Nee, nee. Mevrouw Verhagen: Voor zover u weet. Oké. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik wil verder, er was nog iemand die een vraag wilde stellen of niet? Oké, nee, dan zijn we hier aan het einde gekomen.

Dan wil ik mijnheer Dekkers ook danken voor uw bijdrage en ook verzoeken weer de Teams sessie te verlaten en weer lekker verder kijken. De heer Dekkers: Dank jullie wel en veel succes met jullie besluitvorming.

41

De voorzitter: Dank je wel. Fijne avond. Goed, dan gaan wij verder met de behandeling van het stuk. En, nou, de introductie heb ik al gedaan. Het stuk was geagendeerd op verzoek van de VVD als bespreekpunt op de agenda en daarom wil ik eerst het woord geven aan de heer Van Kessel, maar niet voordat ik eventjes mevrouw Çimen het woord geef van D66. Mevrouw Çimen: Ja, top, dank u wel. Punt van orde want u zei bij de start van de vergadering dat het met name ging over de jeugdzorg. Maar ik heb ook nog een stuk over de verwerving Wmo, wat hier natuurlijk ook onderdeel van is. Ik neem aan dat we dit gewoon tegelijkertijd dan kunnen behandelen toch, dat ik gewoon op beide punten inga? Ja, toch? De voorzitter: Ja hoor, het mag … Mevrouw Çimen: Oké, nee maar dan is dat helder voor mij. Dan … De voorzitter: Dat mag u doen. Mevrouw Çimen: Ja. De voorzitter: Maar ik ga toch eerst het woord, dan voor de tweede het woord, mijnheer Smit. De heer Smit: Als het verhaal van mevrouw Çimen geïntegreerd is, dan moet u dat vooral zo houden. Maar ik denk dat er voldoende scheidslijnen tussen zitten waarbij sommige dan toch twee verhalen houden. Dus wat dat betreft lopen we misschien niet helemaal synchroon. De voorzitter: Dat mag iedereen voor zichzelf bepalen. Ik ga nu toch echt naar mijnheer Van Kessel, VVD, gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter.

Het op peil houden van de zorgvoorzieningen in Haarlem en de betaalbaarheid van diezelfde zorg, dat zijn voor de gemeente Haarlem wellicht wel de grootste uitdagingen voor de komende tijd. De inkooprondes voor ouderen en jeugdzorg staan hierbij centraal. De VVD is in grote mate positief over de inkoopstrategie voor de jeugdzorg, zonder doof te zijn voor de geuite zorgen van de insprekers. We steunen de inhoudelijke uitgangspunten van dat nieuwe systeem, de ouders die primair verantwoordelijk zijn voor de zorg van hun kinderen. Preventie, zorgen dat je zo’n vroeg mogelijk stadium probeert om de kinderen uit de jeugdzorg te houden. Het normaliseren van die steun, de goede samenwerking tussen alle organisaties, dat is ook belangrijk. En graag, dat zit er denk ik wel in, maar wil de VVD nog benadrukken dat wij graag ook willen dat gezinnen en jeugd één aanspreekpunt krijgen waar ze naartoe kunnen op het moment dat ze een zorgvraag hebben. De VVD heeft ook vragen, want we staan aan het begin van het proces hier, waar op veel punten nog een open dialoog gaat plaatsvinden. Met cliënten, met het veld, we hebben bij die insprekers eigenlijk daar al een voorproefje van gekregen. En ik vertrouw op de waarde die het heeft om met het veld en met cliënten dit proces in te gaan. De VVD heeft al zorgen geuit over het uitgangspunt dat de inkoop binnen het budget moet vallen.

Op zich een logisch uitgangspunt maar de vraag is hoe om te gaan met het risico op wachtlijsten of een lagere kwaliteit van zorg? En ook het punt van de acceptatieplicht, zoals dat al genoemd is door een van de insprekers, en over het risico van faillissementen, en dat onze jeugd nu eenmaal te belangrijk is om te laten vallen en dat wij uiteindelijk als gemeente toch weer financieel aan de lat staan, dat zijn punten waar ik ook graag na de dialoog het college nog verder over hoor. Dan wijs ik er dus op dat die dialoog dus nog gaat plaatsvinden. En het is in ieder geval goed om te lezen dat de onderwerpen zoals tijdigheid, wachtlijsten, maar ook de bekostigingsvorm meegenomen gaan worden in

42

die dialoogfase. Kan de wethouder in ieder geval bevestigen dat al deze zaken in de dialogen aan bod zullen komen, en aangeven wanneer de raad hier weer over wordt geïnformeerd? Verder miste ik in het geheel een omschrijving van het toezicht op de zorg en de betrokkenheid van de toezichthouders in dit proces. Mijn vraag aan de wethouder is, is er al met de toezichthouder gesproken en wat is de afdronk daarvan? Wat vindt de toezichthouder van het proces dat nu is ingezet? En dan kom ik bij de rol van de vrijgevestigden. Heb ik het goed begrepen dat de wethouder net als de VVD het belang van deze groep onderstreept voor de diversiteit van het zorgaanbod en toezegt dat er voor hen ook in de nieuwe situatie een plek is? Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat er een verplichting komt voor de consortia of de hoofdaannemers, om samen te gaan werken met deze vrijgevestigden. Of dat bijvoorbeeld een percentage van het budget voor de vrijgevestigden wordt gebruikt. Maar ook dat is iets wat volgens mij in die dialoog ter sprake kan komen. De voorzitter: Sorry. Mijnheer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Mag ik een interruptie plaatsen? De voorzitter: Dat mag. De heer Sepers: Mijnheer Van Kessel, u gaat ervan uit dat dat model met twee of drie strategische partners, dat dat het ideale model is.

Is dat zo? Of en zo ja, als u dat vindt, zou u het niet belangrijk vinden dat je ook andere modellen een kans zou geven om besproken te worden? Want we zwemmen nu meteen in de fuik van de strategische partners. De heer Van Kessel: Ja, ik vind het ook belangrijk dat alternatieven gewogen worden. Dat is een vraag die ik helemaal aan het begin van het proces ook gesteld heb maar waar ik in deze raad nul op het rekest heb gekregen. Dat vond ik erg jammer maar dat is waar we staan. Nou, we zijn nu een stukje verder in het proces, en we zien dus dat er, nou ja, goed, er nu een voorstel ligt. En in ieder geval de uitgangspunten die onder dat model liggen, die ik ook net opnoemde, die steunen wij. De uitwerking in de precieze vorm, ja goed, daar heb ik wel vertrouwen in dat dat zal ik maar zeggen de komende tijd zich ook gaat vormen. En dat is in ieder geval het model waar we nu volgens mij mee moeten gaan werken. Dat is denk ik ook een beetje de realiteit. De voorzitter: Mijnheer Sepers, ja. De heer Sepers: Maar u zegt, waarmee we moeten gaan werken. Vindt u dan dat de raad daar niet een zelfstandig oordeel over zou moeten hebben of dat het beste model is? De heer Van Kessel: Zeker. Ik vind dat wij in de raad een grote verantwoordelijkheid hebben voor de toekomst van de jeugdzorg, en de gemeentelijke financiën.

En het is dus heel goed dat wij nu meedenken en controleren, maar er zit ook, kritisch zijn is onze plicht, maar er zit ook een grens wat wij als raad kunnen doen. En ik vind, en dat is misschien ook mijn oproep dan richting alle coalitiepartijen, op het moment dat er bij jullie zulke twijfels leven dat jullie zeggen, dit plan zou niet door moeten gaan in deze vorm, dan heb ik liever dat jullie dat nu in deze vergadering aangeven. Want dan weten we tenminste waar we nu aan toe zijn en dan kan de wethouder het college, kan hier nog op handelen. Op het moment dat u zegt, wij kunnen met het voorstel zoals het er nu ligt doorgaan, maar we zijn kritisch en we willen wel, zal ik maar zeggen, de dialoog nu verder aangaan, dan kiezen we ervoor om daarin door te gaan. En de VVD is duidelijk, wij hebben vertrouwen in de lijnen van dit plan, en zien die dialoog ook tegemoet om dat plan nog veel beter te maken, samen met het veld. Maar mijn oproep aan u is, eigenlijk dus in die zin de tegenvraag, en is ook overigens een deel van mijn betoog wat ik nu niet zal houden, neem de verantwoordelijkheid door of nu te zeggen, we gaan

43

voor een ander plan en we gaan weer terug naar de tekentafel, of committeert u aan dit plan en ga dan door. En de VVD zal in ieder geval voor dat laatste kiezen. De voorzitter: Dank u wel. De laatste keer, mijnheer Sepers. De heer Sepers: Ja, heel kort. U spreekt me nu aan als coalitie, wij maken onderdeel van de coalitie maar we hebben gelukkig op dit punt ook een eigen opvatting. En wat de andere coalitiepartijen daarvan vinden, gaat u straks wel horen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, vooropgesteld dat er wat mij betreft dit belang van goede jeugdzorg en ook betaalbare jeugdzorg zo groot is, dat ik dat onderscheid tussen oppositie en coalitie echt totaal niet wil maken op dit moment, dat even vooropgesteld. Vraag ik mij daarnaast af, mijnheer Van Kessel, ik heb net vijf insprekers gehoord die allemaal werkzaam zijn in de jeugdzorg. Die hebben hun grote zorgen geuit over dit stelsel. Heeft u daarnaar geluisterd, heeft u, ik begrijp dat u uw bijdrage heeft geschreven voordat u deze insprekers heeft gehoord, maar trekt u zich daar wat van aan of denkt u, nou, ik vind het eigenlijk nog steeds echt wel een goed plan. Terwijl hier toch vijf mensen zijn geweest die vrij duidelijk hebben gezegd, stop met die rijdende trein, zo gaat het niet goed.

Laten we nog eens even pas op de plaats en goed kijken wat er aan de hand is. Waar kunnen we bijsturen, gezamenlijk? Heeft u dat gehoord? De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Nou, wat mij in ieder geval opvalt is dat mevrouw Klazes niet goed is in luisteren want in ieder geval een belangrijk deel van mijn bijdrage heeft ze niet gehoord. Ze heeft in ieder geval niet gehoord dat ik het heb gehad over het punt van de acceptatieplicht waar een van de insprekers het over had, en waar ik me zorgen over maak, en over de faillissementen die dat tot gevolg kan hebben, we hebben Kenter als voorbeeld. Ik heb het gehad over de wijze van bekostiging waar ik vragen, waar de insprekers het over hebben gehad, waar ik vragen over heb gesteld. Dus eigenlijk, zal ik maar zeggen, überhaupt de vraag op deze manier stellen, daar verzet ik mij een beetje tegen. Wat me overigens opvalt is dat u zich wel gelijk aangesproken voelt als ik het heb over de coalitie die heel erg kritisch is op dit plan. En juist dus u leg ik, of voorzitter, mevrouw Klazes leg ik dan ook de vraag voor, leg uw kaarten op tafel en maak duidelijk of u kunt leven zal ik maar zeggen met het proces zoals dit nu voorligt en wat we nu ingaan en werk daar constructief aan mee. Of stuur nu het college terug naar de tekentafel want dan is er nog tijd om naar alternatieve plannen te gaan kijken.

Want ik ben bang, als dat na de zomer gaat gebeuren, dat we veel te laat zijn en dat de kinderen hier de rekening van krijgen gepresenteerd. De voorzitter: Goed, die vraag hoeft u nu niet te beantwoorden, doet u dat lekker in uw eigen termijn, maar u heeft dan wel een interruptie voor de heer Van Kessel volgens mij. Mevrouw Klazes: Ja, ik heb nog even een vraag. Ik hoop dat u bekend bent met het begrip, retorische vraag, dus als ik u vraag, heeft u geluisterd, kan dat als retorisch uitgelegd worden. Ik weet dat, u zat hier, u heeft ongetwijfeld geluisterd. Toch trekt u de conclusie, wethouder, prima plan, ga vooral zo verder. Wij vinden het eigenlijk wel prima zo. Terwijl ik toch echt net vijf mensen in nog net niet paniekerig heb horen vertellen, stop hiermee, ga goed kijken naar wat er nog meer kan. Bovendien, wou ik nog even aangeven, en misschien, ik benieuwd hoe u daarnaar kijkt, u noemt twee opties, of we stoppen en we gaan een totaal ander plan uitwerken, kan, of we gaan door met dit plan. Misschien is er nog een mogelijkheid, een tussenoplossing, dat

44

we goed kijken naar dit plan, we houden wat werkt, en goed kijken, kritisch kijken naar die zaken die net zijn genoemd door de insprekers, wat vindt u van die optie? De heer Van Kessel: Ja, kijk, volgens mij zijn we dan daar waar ik u toe heb opgeroepen, en dat is dat kritisch zijn uw plicht is. Dus wij moeten heel kritisch zijn op het college en op de plannen die voorliggen. Wij moeten ons ook realiseren dat deze plannen en dit proces in de beginfase zit, en dat er dus nog heel veel ruimte is om juist samen met het veld, samen met de mensen, dat zou uw partij ook moeten aanspreken, die dialoog met de burgers, het is in ieder geval een ambitie van u geweest, op die manier gaat dit plan, gaan we hieraan verder werken. En de vraag die vanavond voorligt is, wilt u met al uw kritiek verder werken met dit plan, of zegt u eigenlijk van, ja, maar onderliggend heb ik een hele andere agenda en willen we dit plan van tafel hebben. Want dan zeg ik, zorg, wees dan eerlijk richting de Haarlemmers en doe dat dan op tijd want dan weten we waar we aan toe zijn. De voorzitter: Een laatste keer en niet … Ja. Mevrouw Klazes: Ik beloof het, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: De laatste keer. Ik ga mijn minuutjes ook sparen, ik heb ze nog hard nodig zo meteen. Wat ik de heer Van Kessel hoor zeggen, doe het, we gaan samen met de partijen aan de slag.

Hoe kan het dan zo zijn dat de partijen die zojuist aan het woord zijn geweest, en dit zijn niet de enige die ik daarover heb gehoord, totaal nog in het duister tasten over wat het proces precies inhoudt, dat zij vrij recent zijn betrokken bij die, dat ze hebben een voorlichtingsbijeenkomst gehad, waar nog steeds de vragen niet beantwoord zijn. Is dat samenwerken met de partijen? Is dit een goede basis voor een dialooggerichte aanbesteding waarbinnen vier maanden tijd alle problemen waar we het nu over hebben, opgelost dienen te worden en tot een eindconclusie moeten leiden? Dat vraag ik u, vindt u het goed zo? De heer Van Kessel: Nou goed, inmiddels heb ik een les gehad wat een retorische vraag is, dus ik weet dat ik op deze vraag gelukkig niet hoef te antwoorden. En ik ben bang dat vooral dit eigenlijk een vraag is die zij hardop aan de wethouder stelt. Ik heb in ieder geval aangegeven dat ik zie dat we aan het begin van het proces zijn, dat de VVD hier zeker niet doof is voor de zorgen die geuit zijn door de mensen hier. En onze oproep is om in de dialoog die eraan komt, met die punten aan de slag te gaan en om constructief te werken aan een systeem dat werkt maar dat ook betaalbaar is. De voorzitter: Ja, ik zag eerst mijnheer Visser een keer, ChristenUnie, en daarna komt de heer Sepers nog.

De heer Visser: Ja, ik hoor u steeds over het begin van het proces praten, maar wat vindt u dan van de rol van de raad in de rest van het proces? Want de raad wordt voor de rest niet meer genoemd. De heer Van Kessel: Misschien als we naar een heel ander onderwerp gaan waar ik het nog niet over heb gehad, dan is het misschien goed om eventjes mijn bijdrage verder af te wachten. De voorzitter: En dan mijnheer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Nou, mijn vraag was exact dezelfde als van de heer Visser. De voorzitter: Nou, dat scheelt weer. Wilt u doorgaan?

45

De heer Van Kessel: Ja, ik wil graag doorgaan. Ik kijk ook even terwijl ik praat naar hoeveel tijd ik nog heb, 6 minuut 36, nou, dat is mooi. Dan heb ik nog even. Dan mag u dus gewoon nog interrumperen. De voorzitter: Nee, u hoeft niet … De heer Van Kessel: Nee, u mag niet interrumperen. Nee, ik maak mijn verhaal af, voorzitter. Op dit moment, kijk, nu ga ik ook naar het kritische gedeelte van mijn betoog, dus dat is … Het is nog … Nee, op dit moment heb ik vooral dus ook nog vragen over de keuze om het inkoopproces te vertragen. De wethouder heeft een pas op de plaats gemaakt en de verwerving uitgesteld en eigenlijk over de verkiezingen heen getild. De brief bevat eigenlijk, die wij hebben gekregen, geen enkele onderbouwing waarom het nou tot een half jaar uitstel is gekomen. Anders dan de ruimte voor een zorgvuldig proces. Ja, en dat is voor de VVD wel echt te mager. Kan de wethouder reflecteren waarom de zorgen over de strakke planning en het complexe proces niet eerder aanleiding waren om meer tijd te nemen? En kan de wethouder ook aangeven wat de budgettaire gevolgen zijn van dit uitstel? Hoe gaat de wethouder om met de reeds ingeboekte besparingen? En er valt niets te lezen over het krachtenveld.

Hoe wordt er in de regio aangekeken tegen dit proces, en werd er daar al eerder voorgesteld om te vertragen? En hoe kijkt de regio aan tegen het verzoek van Haarlem om te vertragen? Waar kwam dat eigenlijk vandaan, is het een Haarlems initiatief, kwam dit uit de regio en waarom is dit eigenlijk niet eerder ter sprake gekomen, en hoe kijkt de regio naar Haarlem? Dan kom ik op het punt van draagvlak in de gemeenteraad. Denkt de wethouder politieke landingsrechten te hebben voor deze verwervingsstrategie? En dan verwijs ik eventjes retorische wijze naar de interrupties die ik hier al op heb gekregen als oppositiepartij. Als constructieve oppositiepartij. Ja, want als deze wethouder, maar even serieus, want als deze wethouder geen landingsrecht heeft in zijn coalitie, dan hebben we hier echt wel te maken met een serieus probleem. Want welke alternatieven zijn er op dat moment nog? Gaan we het proces stilzetten tot na de verkiezingen, en dat nog in drie maanden doen? Dat is denk ik de hamvraag die hier vanavond op tafel ligt. En de rest van mijn betoog heb ik in de eerdere interrupties al kwijt gekund. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel: Ik ben bereid om vier minuten aan interrupties te nemen. De voorzitter: Is het een interruptie of een termijn? Want ik had eerst de heer Visser al … O, termijn, ja, ja.

Maar ja, ik zag u … Nou ja, weet je … Wat … O, maar u heeft wel een interruptie. Mijnheer Sepers. De heer Sepers: Een politieke vraag aan mijnheer Van Kessel, hij zegt, ja, als de wethouder geen politiek landingsrecht binnen de coalitie, is hem de hele discussie in Den Haag over nieuwe bestuursstijl, waar uw partijleider een grote rol in speelt, ontgaan? Waarin dus de optie dat je ook met andere partijen dan coalitiepartijen tot een deal zou kunnen komen? De heer Van Kessel: Nou, als er toch één bestuur monistischer te werk gaat dan het landelijke bestuur, dan heb ik echt de afgelopen acht jaar linkse coalitie hier in Haarlem mogen meemaken, waar het toch echt verdomde lastig is als oppositie om voet tussen de deur te krijgen. Dus als u mij de les gaat lezen over de monistische stelsels die we hebben, nou, dan weet ik er ook nog wel een paar. De heer Sepers: Nee, we moeten allemaal vernieuwen. De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen, D66.

46

Mevrouw Çimen: Ja. Ja, dank u wel, voorzitter. Gewoon nog eerst even een korte inleiding van mijn kant. De gemeente kreeg in 2015 een lading aan zorgtaken, met gebrekkige dossiers en te weinig geld vanuit het Rijk. En de afgelopen jaren is begrijpelijk hard ingezet op zorgcontinuïteit en te weinig op de samenhang in het sociaal domein en de samenwerking tussen inmiddels een fors aantal zorgaanbieders. Ondertussen lopen de kosten voor de jeugdzorg en de Wmo jaarlijks fors op, en heb ik niet het idee dat we veel betere zorg daarvoor terug hebben gekregen. Wij slagen er nu nog onvoldoende in om grip te krijgen op de kwaliteit, op de omvang, op de kosten in de jeugdzorg en de Wmo. Instellingen zien zelf in dat samenwerking en kennisdeling noodzakelijk is maar doen dit in de praktijk zeker niet altijd. We zien zorgaanbieders in deze raad voorbijkomen die too big to fail zijn, waar de gemeente dan alsnog de rekening voor moet betalen. Ook als zij zelf slechts investeringen doen of onvoldoende regie houden op de eigen organisatie. We zien perverse prikkels in het huidige stelsel. Er spelen veel en er spelen verschillende belangen, maar het mag niet zo zijn dat dit alleen een probleem van de gemeente is.

Het is een maatschappelijk probleem waar zowel gemeente als zorgaanbieders nauw moeten samenwerken om maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden en zorgbehoevende mensen zo goed als mogelijk te helpen. En natuurlijk gaan er ook zaken goed in de hulpverlening, maar gelet op eerdergenoemde is verandering ook hard nodig. En D66 heeft daarom per motie bij de Kadernota vorig jaar gevraagd om samen met de gemeente in deze regio te komen met een geïntegreerde aanpak voor de jeugdzorg. En om in deze aanpak nadrukkelijk in te gaan op preventie, een eenduidige in- en uitstroom van kinderen en jongeren binnen de jeugdhulp. En wij willen inzicht in de effecten van de verleende hulp. D66 steunt de lijn van het college zoals vastgesteld in de regionale visie jeugdzorg, waarbij wordt ingezet op preventie, op normaliseren, op demedicaliseren. En ook gaan we stevig inzetten op de kwaliteit en de effectiviteit van de geleverde zorg, en daarmee dus ook de uitstroom van kinderen uit de jeugdzorgcarrousel. D66 ziet een hoop van deze elementen terug in de stukken tot nu toe, maar wij hebben ook nog de nodige vragen aan de wethouder Jeugdzorg.

Als eerste strategische aanbieders, kan de wethouder aangeven waar ik dan aan moet denken bij een strategische partner en de rol en de bevoegdheden van die strategische aanbieder? En wat is dan de rol van de onderaannemer in zo’n samenwerkingsverband, en heeft deze een apart contract en dus ook een directe lijn met de gemeente? En graag een toelichting waarom er is gekozen voor hoofd- en onderaannemerschap? En kan de wethouder daarbij ook ingaan op de eerdergenoemde acceptatieplicht door zowel de collega zojuist als de inspreker. En voorzitter, ik lees in de stukken dat er KPI’s worden opgesteld ten aanzien van de te leveren kwaliteit door zorgaanbieders. Kan de wethouder aangeven hoe hij vinger aan de pols houdt en de kwaliteit en de effectiviteit van de jeugdzorg monitort, en hoe hij de raad van deze informatie gaat voorzien en de raad ook in positie brengt om indien nodig te sturen dan wel bij te sturen in de komende jaren? En voorzitter, ik begrijp dat er meerdere gesprekken zijn gevoerd met de vrijgevestigden. Kan de wethouder aangeven hoe hij deze groep goed betrekt en in positie brengt bij die verwervingsronde jeugd, gelet ook op de eerdergenoemde zorgen door de insprekers. En voorzitter, een laatste punt over de jeugdzorg, de governance.

We zitten in een regionaal traject voor de jeugdzorg, is er al een beeld over de governance van de jeugdzorg? En zouden we hier ook uitgebreider bij stil kunnen staan tijdens die regionale raadsmarkt over de jeugdzorg? En voorzitter, dan nog de verwerving Wmo en de verwerving Gewoon in de wijk. Willen de doelen van de jeugdzorg, dus die preventie, normaliseren, demedicaliseren, maar ook die van de kanteling in de Wmo slagen, dan moet er een solide, sociale basis staan met stevige sociaal wijkteams en CJG-teams. Het is een conditio sine qua non. En D66 steunt ook de visie van het college ten aanzien van Gewoon in de wijk, maar ook hier hebben we vragen aan de wethouder Wmo. Heeft de wethouder kennisgenomen van de brandbrief van de sociaal wijkteams? Sociaal wijkteams vormen namelijk de spil voor de Wmo, voor de jeugdzorg en straks ook de inburgering van nieuwkomers. En ik heb in eerdere commissies mijn zorgen geuit over het absorptievermogen van die sociaal wijkteams na de evaluatie die we eerder dit jaar hebben gesproken. Er was echter geen reden tot zorg hierover volgens de wethouder. In de brief lees ik dat sociaal wijkteams in verwarring verkeren over de

47

plannen van het college. Ze weten niet meer wat de opdracht is. Heldere sturing vanuit de verschillende afdelingen van de gemeente was een verbeterpunt, lees aanbeveling van die evaluatie. Hoe heeft de wethouder de sociaal wijkteams meegenomen in dit proces, en wat gaat de wethouder nu concreet doen om deze onrust weg te nemen en strakker te sturen op dit proces? Voorzitter, ik heb meermaals gevraagd om een integrale monitor sociaal domein, omdat het voor deze raad, of in ieder geval voor mijzelf, niet al te duidelijk is wanneer de bevoegdheden en de taken worden overgedragen aan de sociaal wijkteams, hoe er wordt gestuurd door de drie wethouders vanuit het college, of er zaken worden getemporiseerd in verband met de uitvoerbaarheid en hoe er rekening wordt gehouden met risico’s? Graag een reflectie van de wethouder over de brandbrief en mijn eerdergenoemde punten. En ten aanzien van de sociale basis wil ik ook graag vragen aan deze wethouder naar de strategische aanbieders. En dat zijn eigenlijk dezelfde vragen die ik ook zojuist aan de wethouder Jeugd heb gesteld. Kan de wethouder aangeven hoe de aanbieders die geen strategisch partner zijn later aanhaken in dat verwervingsproces? Ik krijg namelijk berichten van aanbieders die niet goed weten waar ze aan toe zijn.

Nogmaals, ik steun de ingezette beweging maar ik maak me wel zorgen over de wijze waarop het proces wordt gestuurd, wordt gemanaged en ook gecommuniceerd vanuit de gemeente naar de partners in de stad die we hard nodig hebben. En bij de jeugdzorg, tot slot, voorzitter, zie ik de nodige KPI’s die worden afgesproken zodat kan worden gestuurd op kwaliteit, resultaat, et cetera. Kunnen wij dit ook verwachten bij de verwervingsronde in de Wmo? En meer inzicht voor de raad en sturingsinformatie was immers ook ooit het doel van mijn eerdere motie over de sociale basis. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Termijn hè, voorzitter. Ja, oké. De voorzitter: Interruptie, mijnheer Smit? Dan mag u een eerste interruptie geven. De heer Smit: Mevrouw Çimen, een van uw terechte stokpaardjes is, één plan, één regie. Heeft u dat in de recente stukken teruggevonden? Zo ja, ik niet. En als u het ook niet teruggevonden hebt dan vind ik het vreemd dat ik u er niet over gehoord heb nu. Mevrouw Çimen: Nou, volgens mij zit dat in de uitgangspunten in de regionale visie. En om die samenwerking te bevorderen, want daar zit dat natuurlijk ook in het delen van informatie, stoppen met dubbele intakes, samenwerking bevorderen. Kijk, dat zit natuurlijk in de essentie van dat traject waar we nog met elkaar ingaan.

En dat moet ook naar voren komen in die dialooggerichte aanbesteding. Dus dat blijft mijn stokpaardje, daar kunt u van op aan. Maar ik denk dat het er nog niet is omdat het nog niet uitgebreid in de dialoog is besproken, en wij dus nog niet die informatie hebben maar dat het er nog wel aan gaat komen. Maar wellicht is dat ook meteen een vraag aan de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De jeugdzorg moet anders, er is meer grip nodig op de kosten, de zorg moet dichterbij de jongeren worden georganiseerd, en zo zijn er nog veel meer uitgangspunten die iedereen hier vanavond zal onderschrijven. Maar juist omdat dit zo belangrijk is, en om te spreken over een contract van maar liefst negen jaar, moeten we het wel heel zorgvuldig doen, en dat vraagt meer tijd. Mijn fractie kan niet anders dan tot de conclusie komen dat vanavond een stevige pas op de plaats nodig is, een time out. De wethouder heeft al wel wat gas teruggenomen, maar de trein rijdt nog steeds te snel door. Vandaag hebben we nog een heel pakket nieuwe informatie gehad naar aanleiding van een motie van de ChristenUnie, en veel zorgen zijn daarin nog niet weggenomen. En die zorgen horen we vanavond ook van de insprekers. En ik heb

48

ook van veel deskundigen in de stad vergelijkbare signalen ontvangen. En ook andere gemeenteraden maken zich zorgen, maar tijd voor afstemming tussen gemeenteraden is er nog niet geweest. De ChristenUnie wil zorgen dat de trein niet ontspoort of op een muur afrijdt. Er staan voor ons op dit moment nog te veel seinen op rood en ik zal zeven rode seinen noemen. Het eerste rode sein zijn de vele vragen van de zorgaanbieders, ook vanavond weer. Hoe kan een jeugdhulpaanbieder een samenwerkingsverband vormen als deze nog niet weet wat precies wordt verwacht? Zowel tijdens de dialoogfase als wat zorginhoudelijk wordt verwacht. En wat willen de gemeenten bijvoorbeeld met de wachtlijsten? Er is nog nauwelijks gesproken met de aanbieders, er is alleen maar een informatiebijeenkomst geweest. Een tweede rode sein is dat nu pas wordt gewerkt aan een regionale visie, en die komt in september en zal dan in oktober gelijk al worden gebruikt voor de dialoogfase. Maar zou die visie niet ook van belang zijn voor de preselectiefase? En waarom hebben we die regiovisie niet gewoon vorig jaar al gekregen? Wij willen voldoende tijd voor die visie en zien liever dat de preselectiefase pas daarna van start gaat om te voorkomen dat we straks voor de dialoogfase moeten concluderen dat we alles weer opnieuw moeten doen. Het derde rode sein, dat is dat heel veel wordt doorgeschoven naar die dialoogfase.

De invulling van de keuzevrijheid, de betere klachtenafhandeling, de integrale samenwerking met onderwijs, de bekostiging, de monitoring, de ketenverantwoordelijkheid, de lagere administratieve lasten, de regionale governance, allemaal wordt het doorgeschoven naar de dialoogfase. Die wordt daarmee topzwaar. De voorzitter: Mijnheer Visser, u heeft een interruptie van mijnheer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik, nou, hoorde de ChristenUnie behoorlijk enthousiast over dit plan maar ik hoor ondertussen ook u zeggen dat u een pas op de plaats wil maken. Wat bedoelt u daar eigenlijk mee, met een pas op de plaats maken? Anders dan dat er nu een half jaar langer wordt nagedacht, wat er nu is voorgesteld. De heer Visser: Ik kom straks, als ik mijn zeven rode seinen heb gehad, kom ik aan de zeven voorwaarden voor het vervolgproces, voorzitter. Dus nog even geduld. Die dialoogfase die wordt topzwaar, en dan hoeven we die dialoogfase niet met één gemeente te doen maar ook nog eens met meerdere gemeenten.

Waarom hebben we niet eerst wat meer nagedacht, in een soort predialoog? Nagedacht ook samen met het onderwijs, wat het onderwijs graag van de jeugdzorg wil? En hoe ziet de gemeente zijn eigen positie in bijvoorbeeld de klachtenafhandeling, als de strategische partners straks in die klachtenafhandeling geen thuis geeft? En kunnen wij als raad straks nog wat zeggen over het programma van eisen wat uit de dialoogfase komt, voordat we de inschrijvingsfase ingaan? Of is het vandaag, go, en hebben wij niks meer te zeggen als raad? Die indruk krijg ik namelijk. Het vierde rode sein, dat is de positie van de vrijgevestigden. Zij moeten of onderaannemer worden, of ze moeten zich gezamenlijk in gaan schrijven voor het integrale perceel. Het onderaannemerschap maakt ze afhankelijk. Gezamenlijk inschrijven mag alleen voor het integrale perceel en dat is niet reëel. Je krijgt dan een geforceerde samenwerking die weinig toevoegt bij een enkelvoudig probleem, wat juist het gros van de jeugdhulpvraag is. En hoe integraal is integraal? In gezinnen kunnen ook andere problemen zijn dan jeugdhulp, die zijn minstens zo belangrijk. Je kunt misschien beter horizontaal organiseren in plaats van verticaal. De voorzitter: U heeft een interruptie nog van mijnheer Van Kessel, VVD.

De heer Van Kessel: Ja, op dit punt ook, over de vrijgevestigden, heb ik het voorstel gedaan dat er een verplichting komt om voor de consortia, om de vrijgevestigden min of meer gewoon werk te geven of business te geven. Bijvoorbeeld door een minimumpercentage van de lump sum die ze krijgen. Op het moment dat u dat punt, deelt u dat punt, dat dat een goed idee is? En is het op die manier dan ook niet gewoon verholpen?

49

De heer Visser: Dat zou een optie kunnen zijn. Ze zouden ook als coöperatie kunnen werken, en dan niet voor het integrale parket maar voor een deel van dat parket. En dat vinden wij een hele serieuze optie die ook bekeken zou moeten worden. En wij hebben als raad niet die verschillende opties gehad en een keuze kunnen maken, we hebben gewoon één optie door onze strot geduwd gekregen. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Nou, ik vind dat wel flinke woorden. Kijk, uw punt is duidelijk, dat u vindt dat er in de toekomstige situatie een positie moet zijn voor de vrijgevestigden. Volgens mij hebben we de insprekers daarover gehoord, daar heb ik heel veel collega’s ook in het vorige debat al over gehoord. Dat is dan toch iets gewoon wat we de wethouder en het college kunnen meegeven, zonder dat we alle opties die mogelijk niet eens komen af te fakkelen eigenlijk op deze manier. Ik vind het nogal, nou ja, nog diep in de uitvoering zitten en ook lastig te volgen. Terwijl uw punt volgens mij gewoon is, laten we zorgen dat het een positie is voor die vrijgevestigden. De heer Visser: Het probleem is dat je nu een trechter ingaat waar je niet meer uitkomt. Er zijn gewoon een aantal basisvragen die je beter eerst kan antwoorden, in dialoog, want het dialoog is fantastisch, dat moeten we doen.

Maar je gaat nu al een fase in met een aantal partijen, waarin je ook volgens het aanbestedingsrecht volgens mij daarna door moet. En daar … En we moeten eerst een aantal basisvragen doen over die dialoogfase, zodat dat dialoog ook goed gevoerd kan worden. Want nu weten mensen nog niet eens aan welke dialoog ze gaan beginnen. Voorzitter, ik ga verder in verband met mijn tijd. Ik was gebleven dus bij die vrijgevestigden. Hier geldt denk ik ook de 80-20 regel, 80 procent is misschien de lichtere zorg, 20 procent de zwaardere zorg. Getallen kloppen misschien niet maar even die regel. De vraag is, moeten we dan de hele organisatie inrichten op die 20 procent, of moeten we voor die 80 procent een lichtere vorm van organisatie kiezen? En dan kijk ik ook weer naar die vrijgevestigden. Het vijfde rode sein, dat is de verhouding tussen hoofd- en onderaannemer. Aan de ene kant willen we samenwerking, heel goed, aan de andere kant gaat straks de ene zorgpartij de andere zorgpartij controleren. Dan krijg je een dubbele rol, dat doet iets in de samenwerking die er nu vaak al is, en dat doet iets in verhoudingen met mensen. En de vraag is of dat de juiste constructie is? Wij willen in ieder geval ook dat er vrije toetreding mogelijk blijft voor de vrijgevestigden.

Hoe gaat dat straks als we negen jaar bezig zijn? Het zesde rode sein, wij zijn bang dat hetzelfde fout gaat als wat bij het Rijk in 2015 is fout gegaan. Het werd gedecentraliseerd naar de gemeente, inclusief de bezuiniging, en we zijn nu nog steeds met de scherven bezig. Nu zien we als gemeente het probleem, en wat denken wij, we gaan hetzelfde doen, ook wij gaan het weer over de schutting gooien en ook weer met een financiële taakstelling. Een analyse daarvoor, die mis ik. En hoe gaan we dan voorkomen dat we dezelfde fouten maken als het Rijk? Gaat uitbesteden echt leiden tot die mindere administratieve lasten die we allemaal, wat we allemaal willen bereiken? Dan het zevende rode sein, dat is dat de wethouder verwijst naar de succesvolle aanpak in Utrecht. Die gemeente heeft echter een jarenlang voortraject gehad, en hoog specialistische zorg zit er volgens mij bij Utrecht niet bij. En dan is er nog een oranje sein, dat is de positie van het Centrum voor Jeugd en Gezin, zijn die wel voldoende meegenomen? Want ondertussen praten we later vanavond ook nog over de samenwerking Centrum Jeugd en Gezin en sociaal wijkteam. En ik zie in dit hele stuk het Centrum voor Jeugd en Gezin niet terug. En de zorg van de inspreker vanavond over de taakgerichte bekostiging. Voorzitter, en dan heb ik nog geen enkele opmerking gemaakt over de inhoud van de zorg.

En daar zou het eigenlijk over moeten gaan. En ik denk dat er over de inhoud van de zorg in deze commissie heel veel ideeën leven en wensen, maar wij hebben als raad geen plek in die dialoogfase, wanneer kunnen wij die ideeën inbrengen? De ChristenUnie heeft daarom zeven randvoorwaarden die de wethouder eerst moet invullen voordat we verder

50

kunnen gaan met de preselectie, en in ieder geval voordat we verder kunnen gaan met de dialoogfase. Ten eerste … De voorzitter: U heeft ook een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vind het een helder verhaal van de heer Visser, en ik begrijp ook zeker de zorgen die hij noemt. Maar ik zit wel een beetje over de rol van de raad. Want, kijk, wij willen uiteraard inspraak en wij willen onze visie kunnen delen en wij willen kunnen meepraten daarover. Maar het is toch niet de bedoeling dat wij samen met het college en het ambtenarenapparaat die aanbesteding gaan draaien? Want daar begint het nu wel een beetje op te lijken. De heer Visser: En dat ben ik met u eens. Maar de grap is dat wij dus straks pas aan het eind van de dialoogfase een soort programma van eisen hebben, terwijl in de commissie Ontwikkeling ben ik gewoon gewend dat wij programma’s van eisen krijgen we langs. En dat gaat over hele belangrijke zaken. Ik heb net die razendsnelle opsomming gedaan, nou, dit zijn allemaal dingen die juist kaderstellend zijn, waar wij als raadscommissie wat van moeten vinden. Dus inderdaad, wij moeten niet op de stoel van de wethouder gaan zitten, maar wij kunnen ook niet blanco bij het kruisje tekenen.

En dat is een belangrijke keuze, als het gaat over ordegroottes 60, 70 miljoen per jaar geloof ik op regionaal niveau, maal negen jaar, het gaat over kolossale bedragen. Dan moeten wij kaderstellend wel wat kunnen zeggen en dat kunnen wij nu niet. En daar zit juist mijn zorg. En dat wil ik juist invullen met die zeven randvoorwaarden, in verband met de spreektijd ga ik daar nu even mee door. Eerste randvoorwaarde is, ga met alle marktpartijen en met de gemeenteraad nadenken over wat we nou eigenlijk verstaan onder strategisch partnership, en doe daar nog een verdiepingsslag over wat we nou echt van die jeugdzorg willen. Sinds de vorige aanbesteding zijn er bij mijn weten geen vaste overlegstructuren met aanbieders geweest, dat moet eerst eigenlijk ingehaald worden, zeg maar een soort predialoog. Leer daarbij van Utrecht waar wel dat voortraject is geweest. Twee, maak duidelijk of we überhaupt moeten aanbesteden. Volgens de ChristenUnie, tenminste dat begrijpen wij van deskundigen, zijn we dat niet verplicht. En als we dat niet verplicht zijn, dan geeft dat ons de tijd om die verandering die wij willen, misschien meer stapgericht door te voeren, ook met tussentijdse evaluatiemomenten. Drie, maak een goed plan voor de inrichting van de governance.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268976/1