04-03 Transcript commissie Beheer 3 april 2025
Tekst van het document
Daarom kiezen we hier voor een heel helder systeem, het zogenoemde stoplichtmodel. De voorzitter: SP, mijnheer Kuin heeft nog een vraag. De heer Kuin: Voorzitter, de heer Abbasi zegt dat we doen voor de toegankelijkheid en de verkeersveiligheid. Is het dan logisch om de nachtmeting te nemen? De heer Abbasi: Het is logisch om op meerdere momenten te meten, onder andere in de nacht, want dan zijn mensen thuis. Het is natuurlijk onlogisch om op dinsdagmiddag te gaan meten, want dan zijn veel mensen naar werk. Maar het is logisch om dat op meerdere momenten te doen, waardoor er een heel realistisch beeld ontstaat. Dus nacht is inderdaad een logisch moment. De voorzitter: Mijnheer Kuin heeft nog een vervolgvraag. De heer Kuin: Maar volgens mij neemt het college de nacht als maatstaf. Als enige maatstaf. De heer Abbasi: Dat is een heel logisch moment omdat dan veel mensen thuis zijn. Volgens mij heb ik dat gezegd. De voorzitter: Mijnheer Kuin. De heer Kuin: U zei net het is logisch om meerdere momenten te nemen, meer momenten van de dag. Ik constateer, wij constateren dat het college uitgaat van het drukste moment en dat is in de nacht als iedereen op zijn nest ligt, dus dat er geen sprake is van verkeersonveiligheid en van ontoegankelijkheid. De heer Abbasi: Goed. Ik zal het even herformuleren. Ik bedoel natuurlijk meerdere momenten, die die drie momenten zijn.
Dat is wat ik bedoel. Het meten zelf heeft natuurlijk niks met de verkeersveiligheid te maken. Het meten heeft te maken met hoe druk het is. Verkeersveiligheid heeft te maken met hoeveel auto's erop staan. Want die auto's die parkeren natuurlijk ook op andere momenten daar. Dus het is heel logisch om te
19
gaan kijken welke momenten het drukste is, dat is namelijk de nacht. En dat verspreid over de drie die we hebben. De voorzitter: Het zijn drie gesloten vragen. Wilt u er nog één stellen? Want ik wil heel graag ook dat de … De heer Kuin: Iets van een essentieel punt. En ik snap iedereen die snel wil antwoorden, want we zitten allemaal met de korte tijd. Dat is denk ik echt niet goed, want ik vind het geen goede discussie. Iedereen raffelt zijn antwoorden af. Dat verwijt ik niemand, maar dat komt door hoe we het georganiseerd hebben. Dat wou ik toch even zeggen. Voorzitter, de heer Abbasi die zegt: het is cruciaal om meerdere momenten te meten en dat dat losstaat van de verkeersveiligheid en de toegankelijkheid. We hebben juist dat meetinstrument genomen om te kijken, wanneer is het te druk en wanneer moet er wat gebeuren? Dus dan moet je toch niet die nacht nemen, waarop die verkeersveiligheid en die ontoegankelijkheid niet aan de orde is? De heer Abbasi: Ik ben het niet eens met de heer Kuin dat dit geen goede discussie is. Ik vind het juist goed dat we de hele avond hiervoor hebben uitgetrokken, dus laten we vooral daarmee doorgaan. Klopt inderdaad dat we allemaal beperkte spreektijd hebben. Maar goed, dat hoort er eenmaal bij. We willen ook niet tot 01.00 's nachts gaan door discussiëren.
De voorzitter: Mag ik u heel even onderbreken? We hebben het inderdaad deze manier georganiseerd. We hebben gisteren geluisterd naar de Haarlemmers. Het is ook eenmaal een realiteit dat de Haarlemmers 15 partijen in de gemeenteraad hebben gestemd. Dan moeten we de spreektijd netjes verdelen. En zo al deze 15 partijen gaan denk ik hier wat over zeggen, in de raad en vanavond. Zo hebben we het eenmaal met elkaar geregeld. Dat is de realiteit. En u heeft de samenwerking, dat is heel erg mooi dat u dit samen kan doen. En dat kunnen meerdere partijen doen. Dit is inderdaad hoe we het hebben geregeld, maar dat komt ook gewoon doordat er veel woordvoerders zijn, ook vanavond. Mijnheer Abbasi, dat gezegd hebbende, gaat uw gang. Gaat u verder met uw betoog. De heer Abbasi: Ik ga heel veel dingen even afslaan, want ik denk niet dat het in die 4 minuten kan. Goed, voorzitter. We willen drie dingen aan het college meegeven. Drie dingen die voor ons belangrijk zijn. Vooral het laatste punt, maar ik begin met de eerste. En dat is namelijk POET. En ik wil graag dat het college kijkt naar de overgangsregeling. Het is natuurlijk heel logisch dat mensen die parkeren op eigen terrein hebben, dat die geen aanspraak maken op de schaarse openbare plekken die we hebben.
Tegelijkertijd willen we natuurlijk ook een eerlijke en duidelijke regeling en daar past één jaar overgangsregeling wellicht niet in, dus kan die worden uitgebreid? En welke mogelijkheden bestaan daarin? Ten tweede en dat is een heel belangrijk punt, dat is namelijk de aandacht voor een ov-scan. We zouden graag in de oranje wijken toegevoegd willen hebben dat er een ov-scan plaats gaat vinden zodra het percentage tussen de 90 en 95 procent komt. De uitslagen van zo’n ov-scan kunnen dan met de provincie en de VRA worden gedeeld. Waarom doen we dat? Eén van de dingen die uit de gesprekken met de Haarlemmers in de stad was, regel nou ook het ov goed. Nu is de realiteit dat wij als Haarlem niet over onze eigen ov gaan helaas, maar wij geven wel input aan de VRA en aan de provincie. En laten we ook zorgen dat we de Haarlemmers die daarom gevraagd hebben serieus nemen door ook die ov-scan te doen, zodra dat kan. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Dreijer, CDA. Dank u wel, voorzitter.
20
De heer Dreijer: De PvdA zegt: de ov-scan in de oranje wijken te doen. Ik zou graag van de PvdA willen weten waarom alleen oranje wijken, want het lijkt me toch niet zo'n heel ingewikkeld onderzoek om dat gewoon in één keer voor heel Haarlem op de kaart te zetten. De heer Abbasi: Als die mogelijkheid bestaat om voor heel Haarlem een ov-scan te doen en die resultaten te delen met de provincie en VRA, dan vind ik dat ook een goede idee. En als laatste en dat vinden we misschien nog wel belangrijkste punt, voorzitter, dat is het tarief in zone A. Eén van de punten die in die gesprekken ook naar voren kwam waren de kosten. De kosten die vonden veel Haarlemmers toch te hoog. 80 euro per jaar is zijn de kosten in de nieuwe zone. En we zien vooral dat in die buitenwijken daar wat bezorgdheid over is. Daarom zouden wij willen voorstellen om die kosten te verlagen voor de vergunningen en die kosten dan ook te dekken uit het verhogen van de uurtarieven voor vreemd parkeren. Ik zou graag een voorstel willen zien van het college wat de mogelijkheden zijn en wellicht kunnen we daarbij helpen om een amendement op te stellen. Maar als dat al wel kan worden meegenomen in een nieuw voorstel voordat we dat gaan bespreken op 17 april, is dat ook helemaal prima. Voorzitter, tot slot. Tot slot wil ik benadrukken dat dit geen beleid is tegen de auto.
Het is beleid voor een stad waarin iedereen zich prettig kan bewegen. Waar plek is voor kinderen om te spelen, voor ouderen om veilig over te steken en voor fietsers en voetgangers om zich vrij te bewegen. En waar parkeren goed geregeld is voor wie dat echt nodig heeft. Dat is natuurlijk ook de reden waarom we vier parkeergarages bij gaan bouwen. Al met al, voorzitter, kunnen wij ons goed vinden in dit voorstel. Het doet recht aan de input van de Haarlemmers die dat aan ons hebben meegegeven. Het is eerlijk, het is doordacht en we bereiden de stad voor op de toekomst, zonder de automobilist te vergeten. We vinden het dan ook heel belangrijk om een breed gedragen voorstel te hebben. We kijken als fractie uit naar de voorstellen van alle partijen uit deze raad. Al deze voorstellen bekijken wij met een open vizier en we gaan dan ook met een heel goed gevoel de discussie en het gesprek op 17 april met elkaar aan. De voorzitter: Ik zag nog wel drie handjes en ik wil u allen oproepen om deze discussie 17 april in ieder geval niet helemaal over te doen. Dat gezegd hebbende, de heer Van den Raadt. Ik zag als eerste uw handje. De heer Van den Raadt: Voorzitter, weer goede voorstellen van de heer Abbasi van de PvdA. Daarom eigenlijk twee vragen.
Vindt u niet dat met die drie punten die u indient, dat we eigenlijk gewoon die drie punten eigenlijk eerst moeten uitzoeken voordat we überhaupt aan dat gereguleerd parkeren gaan beginnen? En u zegt ook, u wil ergens een lager tarief omdat … Ja, er wonen gewoon ook arme mensen in Haarlem, dat klopt. Maar tot hoelang wilt u dat dan garanderen? Is dat alleen tot aan de verkiezingen of ook daarna? De heer Abbasi: Ik kan niks garanderen, maar ik denk dat het goed is om met elkaar het gesprek aan te gaan over tarief en wat de mogelijkheden zijn. De voorzitter: Wat was uw andere vraag ook alweer? De heer Van den Raadt: Er komen fantastisch goede voorstellen. Ga eerst eens kijken, hoe is het met openbaar vervoer geregeld en dat soort dingen? Maar we gaan nu gewoon onder stoom en hogedrukspuiten dat parkeren invoeren, terwijl er misschien hele andere mogelijkheden zijn waardoor dat helemaal niet ingevoerd zou hoeven worden. Dus bekijk dat eerste eens. Dat is de vraag aan de heer Abbasi. De heer Abbasi: Ik ben blij om te horen dat er steun is voor de ov-scan. Laten we dat vooral doen. En de ovscan gaat overigens niet de parkeerdruk naar beneden halen. Maar ik denk dat het heel goed is om samen een breed gedragen voorstel in te dienen om een ov-scan te gaan doen.
21
De heer Van den Raadt: Laatste opmerking, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: De PvdA concludeert dat de ov-scan niet de parkeerdruk gaat verlagen. Daar ben ik het niet mee eens. Als je een ov-scan kan doet en bijvoorbeeld in mijn wijk, ik zou plotseling doordat er een extra bus komt makkelijk naar mijn werk kunnen gaan, ben ik wel misschien overtuigd om mijn auto weg te doen. Maar dan moet je dus wel zorgen dat er een alternatief is. De voorzitter: Dat is geen vraag, hoor ik. En wat u vindt en wat Trots vindt horen we graag in uw eerste termijn. De heer Mohr. Nee? Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Een ov-scan brengt de parkeerdruk niet naar beneden, maar realiseert ook geen ov. Dus is de PvdA van plan om eerst beter ov te realiseren, alvorens in ieder geval deze zeven wijken betaald parkeren in te voeren? De heer Abbasi: Hier moet ik het toch echt opnemen voor onze wethouder Van Leeuwen. Die is al heel hard aan het bed om in gesprekken met de VRA en de provincie om ov te verbeteren. Sterker nog, laatste keer was hij volgens mij best geïrriteerd op ons omdat wij heel veel aan hem vroegen, maar die irritatie heeft hij omgezet in positieve energie om ov te blijven verbeteren. Dus dat gebeurt al, alleen zo’n ov-scan kan het nog duidelijker in kaart brengen. De voorzitter: Dat was uw laatste bijdrage voor vanavond. Dank u wel. Het spijt me, mijnheer Aynan.
Mijnheer Abbasi is lang genoeg aan het woord geweest en u zo te zien ook. Het spijt me. Mijnheer Kuin. Nee, dat gaan we dus niet doen. Dat hebben we goed met elkaar afgesproken. Wie mag ik voor een eerste termijn nog … Ik ga naar de heer Dreijer en dan naar de heer Mohr. De heer Dreijer: Dank u wel, voorzitter. We hebben 30 maart een raadsbesluit genomen over het vaststellen nota uitwerking parkeerregulering. Er is een verandering aankomend een jaar later, het voorstel is ingetrokken en nu ligt er een ander voorstel. De nieuwe nota geeft wat het CDA betreft beter aan wat we willen beogen. Ruimte voor mensen en mobiliteit, parkeren in Haarlem. En dat is waar het CDA ook naar op zoek is. Ruimte voor mensen en mobiliteit. Het is gewoon gebleken dat de ruimte voor iedereen eigenlijk veel te kort is, met name voor de mensen die moeilijk ter been zijn en de voetgangers die gewoon over stoep willen gaan. En de fietsers, de kinderen kunnen niet eens zelf weer naar school op de fiets, die jonge kinderen. Daar willen we wat aan doen en dan is het parkeren één van de instrumenten om dit soort dingen te beogen dat het beter gaat worden in Haarlem. Naast het draagvlakonderzoek is sinds de vaststelling van het mobiliteitsbeleid ook besloten om gereguleerd parkeren in te voeren in wijken waar de parkeerdruk hoog is.
Dat we in 2021 al vastgesteld, alleen hoe en wanneer, dat is deze uitwerking. Ik kom even op een paar punten die het voor het CDA nog wel belangrijk zijn om aan te pakken misschien. Dat is gedurende zes maanden na het vaststellen van deze nota, als we dat gaan doen in de raad, met misschien nog hele goede andere voorstellen erbij, worden er onder andere nog nadere regels uitgewerkt, zoals de uitzondering bij grote sportcomplexen, volkstuinen en begraafplaatsen. En het CDA zou willen voorstellen dit niet alleen voor grote sportcomplexen te doen, die regels te bepalen, maar ook bij kleinere. En dit geldt wat het CDA betreft ook voor verenigingen. Kan de wethouder aangeven of hij hiervoor openstaat en dit vervolgens te verwerken in de regels die later dit jaar worden vastgesteld? We willen voorkomen dat de toch al schaarse vrijwilligers, die soms toch van ver moeten komen, niet gaan afhaken vanwege parkeertarieven. En wat gaan die regelingen uiteindelijk ook betekenen voor de verenigingen en de sportclubs in reeds vergunde gebieden? Er zijn een paar sportclubs die ik wil
22
benoemen, Korfbal bijvoorbeeld in de Jan Haringstraat, die hebben een parkeerterrein speciaal voor hen en … in de Amsterdamse wijk die ook gereguleerd gaat worden. En vanuit enkele bewoners, dat is net ook al verteld, vanuit de Sportheldenbuurt is de nadrukkelijke wens om de Sportheldenbuurt toch te gaan reguleren. Sportheldenbuurt is even het stuk boven de Oudeweg en niet datgene wat eronder is, wat de Sportliedenbuurt in zijn geheel is. Om met hen in gesprek te gaan. Ze hebben inderdaad al twee onderzoeken gedaan en er is al een keer een stuk ingevoerd met hele goede resultaten. Tenminste, in de perceptie van de bewoners. Dus de vraag is, kunnen we met die mensen toch eens in een gesprek gaan moeten kijken of wij daar toch wat sneller een parkeervergunning eventueel kunnen in gaan voeren? En als het onduidelijk blijft of bepaalde bewoners in de nieuwbouw langs de Kick Smitweg recht hebben op een vergunning, geef ze dan tenminste een bezoekersvergunning als we daarmee het draagvlak kunnen vergroten. En om eenzaamheid te voorkomen, zou ik ook wel voor deze mensen een bezoekerskaart willen gunnen. Maar goed, alles moet wel goed onderzocht worden of het juridisch allemaal kan en dat we geen precedentwerking gaan krijgen.
Hoe kijkt het college dus tegen dit voorstel aan? Verder zijn we van mening dat de parkeerdrukmetingen over logische begrensde delen van de stad gedaan zou moeten worden. En hiervoor is de wijk gekozen om dat als een logische grens te gaan nemen. Echter, dat is volgens ons niet altijd logisch. Voorbeelden zijn Vondelkwartier waar een groot sportpark erboven zit, de Waarderpolder waar de Sportheldenbuurt onder valt. Moeten we niet die wijken op gaan knippen en echt vaststellen dat de Sportheldenbuurt en Sportliedenbuurt een andere logische wijk is dan in zijn geheel met de Waarderpolder? Graag ook op dit punt een reactie van het college, alstublieft. En dan wil ik ook graag een pleidooi maken om de deelauto's ook zo snel mogelijk te gaan faciliteren, te gaan promoten, eigenlijk in alle wijken. Want in alle wijken, ondanks dat ze in het groen zitten nog steeds, ook daar is het druk en daar moeten we … We hebben ook nog klimaatopgaves. Daar moeten we maatregelen gaan nemen. Dus hoe meer auto’s er weggedaan worden op een … Een zachtere manier met deelauto's ook in de groene wijk, dan zou het echt de voorkeur hebben voor het CDA. Dank u wel.
De voorzitter: Heeft u nog een interruptie, de heer Van den Raadt? Of ook een termijn? De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik hoorde het CDA ook weer goede dingen zeggen, maar ook weer in de veronderstelling dat er iets gaat gebeuren als dit straks allemaal afgetikt is. Notabene, de heer van het CDA die stelt wel eens af en toe een vraag waarvan die dan zegt: ik zit anderhalf jaar op het antwoord te wachten. Dus het geloof dat dat goedkomt, dat moet toch wel iets afnemen bij het CDA. Bent u dat met mij eens, CDA? De heer Dreijer: Ik geloof best wel dat het goed gaat komen. Maar het kan best wel inderdaad een tijdje gaan duren. We zijn hier nu al vier jaar op weg na de vaststelling van het mobiliteitsbeleid om iets aan de drukte te doen in de stad. Hier ligt nu eindelijk een voorstel waarvan het CDA denkt dat we hier best wel mee uit de voeten kunnen in grote delen van de stad. Dus laten we dit gaan doen. En hopelijk komen er nog andere voorstellen, ook vanuit de oppositie, die we serieus gaan bekijken. En als die goed zijn, dan steunen we die. De voorzitter: Hartelijk dank. Mijnheer Van den Raadt.
De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik bedoelde meer, is het niet logisch dat we eerst al die andere dingen gaan doen, zoals als die goede plannen van ov-scan en het voorstel van CDA en dan pas als sluitstuk met het betaald parkeren komen? De heer Dreijer: Voorzitter, het CDA heeft geen illusie dat de ov-scan de oplossing gaat zijn. De ov-scan is om in ieder geval aan te geven dat er wellicht ergens een tekort in de stad is, maar we weten allemaal dat ov in de stad, hoe wij het willen, een ontzettend lastige zaak en nog vele jaren zal kunnen gaan duren. En laten we
23
zeggen, er is niet één maatregel die het voor ons gaat oplossen. We hebben een heleboel maatregelen nodig die het voor de hele stad beter moeten maken. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil voor de eerste termijn? De heer Mohr, Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Voorzitter, dank u wel, voorzitter. De Haarlemmer en we hebben er gisteren een aantal gehoord, is niet gek. De Haarlemmer ziet dat, hoewel we het verpakken als parkeerbeleid, dit plan in werkelijkheid een poging is om de Haarlemse schatkist te spekken. En dat doet de coalitie in een proces dat zich van begin tot eind kenmerkende door een haast verlammende angst voor de mening van diezelfde Haarlemmer. Het begon met het actief tegenwerken van het referendum, daarna het bagatelliseren van de uitkomst door het voorstel minimaal aan te passen. Daarna het sturend aanwezig zijn op gespreksavonden, het uit de finaleplannen slopen van het draagvlakonderzoek en het verbieden van een referendum de komende jaren over ditzelfde onderwerp. En als klap op de vuurpijl het wegblijven tijdens de inspreekavonden door GroenLinks, één dag voordat het collegevoorstel wordt besproken. Bestuurlijke arrogantie. Voorzitter, deze coalitie heeft in blinde paniek van de Haarlemmer een factor van zeer, zeer geringe betekenis gemaakt bij de vorming van beleid. En daar moet het CDA, D66, GroenLinks en de Partij van de Arbeid zich diep voor schamen.
Nu ten aanzien van de kernvraag in het voorstel. Wel of geen betaald parkeren. Voorzitter, ons antwoord op die vraag is simpel. Dat is niet aan ons, maar het is aan de buurten en de wijken waar betaald parkeren wordt overwogen. Vraag het hen via een draagvlakonderzoek. Vraag hen of zij betaald parkeren ingevoerd willen zien in hun wijken. En ik voeg eraan toe dat het tevens verstandig is om buurten en wijken waar betaald parkeren reeds is ingevoerd te vragen of dit zo moet blijven. En wat wij daarvan vinden met elkaar is totaal irrelevant. En voor het overige sluiten wij aan bij de vragen die door de VVD, de SP, door OPH en door Jouw Haarlem zijn gesteld, één aanvullende vraag. Insprekers gaven gisteravond aan dat het parkeerterrein voor de Oerkap voorbehouden is aan ambtenaren. Mijn vraag aan de wethouder is, klopt dat? Dank u wel. De voorzitter: Een technische vraag maar hij wordt opgeschreven, zie ik hier naast mij. Dank u wel de heer Mohr. Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Er zijn in drie jaar tijd bijna 2000 auto's bijgekomen in Haarlem. Dat is ongeveer 3,5 voetbalveld aan geparkeerd blik. Wat stond er ook weer in het coalitieprogramma? De coalitie wil het aantal auto's in Haarlem niet laten groeien. En het beleid dat nu voorligt, zorgt dat dat in ieder geval niet gaat lukken.
Want het gaat nog jaren duren en dan is een groot deel van de stad nog steeds niet aan de beurt geweest. Haarlem zet, door niet gelijk de hele stad aan te pakken, de poorten wijd open voor nog meer auto's en daar zijn wij pertinent op tegen. Om toch nog iets positiefs te zeggen, eindelijk wordt het vergunningenplafond ook in bestaand gereguleerd gebied in werking gezet. Wethouders, voer die parkeren op eigen terrein regel nou ook hier uit en niet alleen in nieuw gebied. Want … De voorzitter: U hebt een interruptie van de heer Van Leeuwen van de Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Misschien, voorzitter heb ik het niet goed begrepen. Maar het klopt toch dat de Partij voor de Dieren ook voor het gesprek met de stad was en daarmee dus ook de optie mogelijk openhield dat misschien Haarlemmers zouden zeggen: wij willen wel parkeren? U wilde toch dat gesprek ook? Mevrouw Moedt: Zeker. Maar het is niet per se dat wij die inspraak van al die Haarlemmers dan ook in onze standpunten verwerken. Want de inspraak van de 18-plus Haarlemmer die deelnam, wij willen opkomen voor degenen die niet kunnen inspreken, toekomstige generaties, niet-menselijke dieren bijvoorbeeld.
24
De voorzitter: Dat roept nog roept nog wel een interruptie op van de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, ook Actiepartij is erg voor natuurrechten en dergelijke. Maar we wisten toch bij aanvang van het gesprek met de stad dat de dieren niet zouden meepraten? Of had u wel een gesprek met de dieren verwacht? De voorzitter: Had u een gesprek met de dieren willen hebben? Mevrouw Moedt: Ik heb alles wat uit de inspraak is voortgekomen nauwkeurig doorgelezen en dan maak ik vervolgens mijn eigen afwegingen, samen met mijn fractie. Goed. De POET, voer dat ook in gereguleerd gebied uit. Want er zijn een aantal plekken daar waarbij je de helft van de straat niet van auto's kan voorzien, maar van bomen, als je dat doorzet. En voorzitter. We voorzien een hoop gesteggel over waar stoepparkeren wel en waar het niet kan worden gelegaliseerd. De stoepen moeten breed genoeg zijn. Het college houdt hier anderhalve meter voor aan. Wij vinden dat te krap, met die grote autobesitas auto's van tegenwoordig kom je er echt niet meer langs met een rolstoel of rollator. En al helemaal niet als er ook nog fietsen op de stoep staan, omdat die nergens anders terechtkunnen. De Partij voor de Dieren ziet liever dat we zo kort als nodig stoepparkeren gedogen in plaats van legaliseren, want van legaliseren kom je nooit meer af.
En wat we daarnaast op allerlei plekken in de stad zien, is auto's die met twee wielen in een groenstrook staan, zoals bijvoorbeeld op de Van Dortstraat en op de Prinsessenkade. De boomwortels verstikken vervolgens onder het gewicht. En deze plekken, een paar voorbeelden, vallen buiten die zeven nieuwe wijken. Daar wordt de komende jaren niks gedaan. En nu gaan de wethouders er natuurlijk voor zorgen dat er nooit stoepparkeren wordt gelegaliseerd in het groen, maar kunnen de wethouders er ook voor zorgen dat er buiten gereguleerd gebied op dit soort plekken een verbodsbord komt en vervolgens ook gehandhaafd wordt? Of nog praktischer, zet daar paaltjes neer zoals bij de Zuider Emmakade, dat werkt ook. Er worden middels het stoplichtmodel pas maatregelen genomen als de parkeerdruk 90 procent hoger is. En terwijl we weten, dat is onderzocht, vanaf 80 procent gaat er zoekverkeer plaatsvinden en zoekverkeer is extra CO2-uitstoot en luchtvervuiling. Wij voorzien ook een waterbedeffect dat tot tot diep in de jaren 30 zal aanhouden. Te Zaanenkwartier zal het waarschijnlijk als eerste gaan merken en de Sportheldenbuurt, we hoorden het gisteren, de Tubbergenbuurt onder andere merken het al jaren en ook daar wordt nu niks gedaan. Dan, voorzitter, de financiën. Die vier parkeergarages vragen om een investering van, GroenLinks zei het al, maar liefst 29 miljoen.
Prijsstijgingen daargelaten. En er wordt de komende jaren 3,4 miljoen euro uit de gemeentelijke spaarpot gehaald voor de auto. De Partij voor de Dieren steekt dat geld liever in fiets en ov. Wat wij willen, voorzitter, is door de zure appel heen bijten en de hele stad tot vergunning gebied maken. Dan kan die eerste vergunning waarschijnlijk tegen een lager tarief worden aangeboden dan nu het geval is. Dat zou de Partij van de Arbeid toch aan moeten spreken. Betekent ook veel minder werk, veel minder gesteggel over wisselende parkeerdrukmetingen en we houden het waterbedeffect tegen. Ook kunnen we dan in combinatie met de parkeernorm van nul voor een aantal nieuwe woningbouwprojecten meer woningen realiseren. Er zijn genoeg mensen die liever een woning hebben zonder parkeer mogelijkheid dan helemaal geen woning. Dan voorkomen we ook een fiasco als 1828 in de toekomst. Extra autoverkeer in de Gierstraat hadden we hier ook mee kunnen voorkomen. Een stevig parkeerbeleid is de beste manier om de openbare ruimte terug te winnen op de auto. Haarlem hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden, kijk bijvoorbeeld naar Hoorn. Maximaal één vergunning per huishouden met een plafond en een wachtlijstsysteem, ook voor de eerste vergunning. En we weten uit onderzoek, één jaar extra wachten op een vergunning vermindert het autobezit met gemiddeld twee procent.
Dat zijn 1600 auto’s minder, mensen. Of neem Utrecht, die rolt gereguleerd parkeren uit over de hele stad met tarieven die niet misselijk zijn, zeker niet voor de tweede vergunning. En we weten uit onderzoek, elke 10 procent tariefverhoging zorgt voor 3 procent minder autogebruik. En beloon de mensen
25
die geen vergunning hebben of hem inleveren door parkeerplekken in de straat om te zetten in groen. En voorzitter, wellicht worden er straks amendementen aangenomen die dit beleid gaat verbeteren, maar op dit moment kunnen wij dit niet steunen. Wij zouden parkeerbeleid liever tot een verkiezingsthema maken. Want op deze manier, het duurt allemaal veel te lang, het wordt veel te duur, de stad slibt ondertussen gewoon verder dicht. En wij kiezen voor het algemeen belang, ik zei het al net, juist ook voor de toekomstige generaties, voor een Haarlem dat echt groener en gezonder is. Dank u wel. De voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Binnen deze logica, als je autobezit dan afstraft door het duurder te maken, wat waarschijnlijk werkt, waarom als je dan mensen wil belonen omdat ze het inleveren of iets dergelijks, waarom doe je dat dan met een groen perkje en ook niet met financiën? Mevrouw Moedt: Een groen perkje of een fietsvlonder, vorige keer stelde ik een korting op de OZB of op het ov voor. Het maakt mij niet uit, als er maar een positieve prikkel van uitgaat. Positief benaderen, dat vinden wij belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Leeuwen, termijn? Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, positief benaderen vind ik een goede oproep.
Wat ik wel lastig vind, is dat als je echt zegt met elkaar: we gaan een gesprek met de stad voeren, dat je dan eigenlijk zegt, de uitkomsten leg ik grotendeels terzijde. Dat vind ik moeilijk. En daarmee wil ik ook zeggen dat het ook voor Actiepartij best een worsteling is geweest. Want is het vorige plan nu beter dan dit plan? Als u ons in het hart kijkt en dat doet u vaak, dat weet ik, dan weet u dat wij natuurlijk best heel ver mee kunnen gaan in het pleidooi van Partij voor de Dieren. Wij zouden natuurlijk ook zeggen: maak het jezelf, makkelijk reguleer die hele stad. Dan hoef je dat hele academische verhaal waar we nu al een tijd met elkaar over praten niet te doorlopen. Want de vragen die ik van alle partijen hier vanavond hoor, vind ik heel plausibel, begrijpelijk. Want je kiest voor een systeem en dat systeem dat wil je eigenlijk invoeren op een weiland waar je een stad gaat bouwen. Maar dat is niet zo, we hebben een bestaande stad met allerlei haken en ogen in geschiedenisjes, in wijken, situaties die zijn ontstaan doordat we te weinig hebben gehandhaafd. Voorzitter, we moeten handhaven. Lukt dat met dit plan? Ik hoop het zo van harte. Gisteren hadden wij insprekers inderdaad, de heer Mohr die refereerde daaraan, en ik hoorde daar een hele interessante bijdrage, onder andere, van iemand. En toen dacht ik: daar hebben wij het twee jaar geleden ook met elkaar over gehad.
Wat doen we nou met die opbrengsten? Wat ons betreft blijven die opbrengsten inderdaad geoormerkt in de toekomst voor mobiliteit, want daar betalen dan ook die Haarlemse vergunninghouders voor. Ik geloof dat de ChristenUnie dat twee jaar geleden ook voorstelde. Wij hebben dat ook ondersteund. Voorzitter, wat gebeurt er na 2030, wanneer die dat rekenmodel, die businesscase naar nul gaat? Hebben we dan met elkaar een gesprek over de toekomst? Of kunnen we daar nu al uitspraken over doen? Wat doen we met de parkeeropbrengsten? Ik hoorde ook een hele interessante bijdrage van iemand nu net, ik denk dat dat de heer Kuin was, die zei: als je het maar duur genoeg maakt, dan gaat het misschien werken. Eerlijk gezegd, dit is duurder dan het model van vorig jaar. Want toen hadden we nog een korting in de vergunningsprijzen. Nu doen we het met minder auto's met meer investeringen, dus het wordt wel duurder. En je ziet in Haarlem-Zuid, toch de wijken met iets hogere inkomens, die blijven gevrijwaard. Vinden wij teleurstellend, maar we zoeken naar een compromis. En in een compromis heb je helaas ook dingen te slikken waar je eigenlijk van zegt: liever niet. Voorzitter, een vraag, de tijdlijnen duren lang nadat we hier eventueel een akkoord opgeven in april.
Kunnen we eerder gaan reguleren en invoeren dan in het derde kwartaal van 2026? Kunnen gewoon de eerste wijk per 1 januari 26 dan ook gaan reguleren en een iets voortvarender tempo in de uitvoering organiseren? Wat is daar eventueel voor nodig? Misschien
26
moeten we dan met elkaar ook de portemonnee trekken, omdat er misschien meer capaciteit nodig is. Dat weet ik niet. Dat fonds dat vonden we interessant, dat heb ik net gezegd. Een belangrijk punt nog, voorzitter. We doen het ook om die stad toegankelijk te houden. En voor één groep in het bijzonder wil ik daar iets over zeggen. De invaliden die moeten parkeren in parkeergarages kunnen dat helaas niet gratis doen. Wel op maaiveld, maar in garages moeten ze dat poortje door en betalen. Wij zouden heel graag zien dat dat toch voor invaliden in gemeentelijke, maar ook in niet-gemeentelijke parkeergarages in Haarlem, voor die kaarthouders gratis wordt. Dat moet technisch te doen zijn. Voorzitter, is dat mogelijk? En tot slot blijven we een oproep doen: pas nou op met die Appelaar, want die Appelaar kan zo bijdragen aan die autoluwe binnenstad. En om daar de prijzen ook te verhogen, dat zien we dan straks toch als een blokkade voor een uitbreiding van de autoluwe binnenstad. Graag hoor ik daar nog een reflectie van door het college. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik volgens mij nog één woordvoerder over. De heer Visser, ChristenUnie. Gaat uw gang. De heer F. Visser: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie is blij dat het college na het referendum een aantal van onze voorstellen alsnog heeft overgenomen, zoals de overgangsregeling voor de derde auto.
Maar ik snap ook dat de plannen voor veel mensen een déjà vu zijn. De grens voor het invoeren van parkeerregeling is weliswaar verhoogd van 85 naar 95 procent parkeerdruk, maar de uitkomst is voor vrijwel de gehele stad hetzelfde. Er komt een parkeerregulering, alleen wat minder snel. Het stoepparkeren gaat wel meetellen, maar nu de kleur rood is bereikt telt het voor de wijk in Haarlem-Noord niet meer mee. En pas bij de parkeerdrukmeter van 2030 kunnen we voor alle wijken in Noord het effect daarvan zien. Dat duurt veel te lang. Je zal maar in de Patrimoniumbuurt wonen en voor het regulier parkeren hebben gestemd, omdat jouw parkeervergunning dan goedkoper zou worden. Het resultaat is nu dat de parkeervergunning even duur blijft. Je zal maar in de Bomenbuurt wonen en tegen het gereguleerd parkeren hebben gestemd, omdat er geen parkeergarages kwamen. Die komen nu wel, maar precies in twee wijken waar nog geen gereguleerd parkeren komt. Jij mag daar wel aan meebetalen en de bewoners van die wijk niet. Je zal maar in de Sportheldenbuurt wonen. De meerderheid wil daar gereguleerd parkeren, maar de uitkomst van het stoplichtmodel is dat hier juist geen gereguleerd parkeren komt, omdat het valt onder de wijk Waarderpolder.
En je zal maar in de Planetenbuurt wonen, de parkeerdruk op buurtniveau is even hoog als aan de overkant van de Rijksstraatweg in de Indische buurt, maar omdat op wijkniveau de 95 procent niet gehaald wordt vanwege Sinnevelt en de Krim, komt er geen gereguleerd parkeren. Voorzitter, ik ken een bewoner die echt fel tegen geregeerd parkeren is, maar die dit de slechtst denkbare uitkomst vindt want straks wordt de Planetenbuurt de parkeerplaats van Haarlem-Noord. Voorzitter, de laatste parkeerdrukmeting, die van vorig jaar, is voor het eerst op buurtniveau. Complete buurten in groene zones, zoals de Planetenbuurt, kleuren daar ook dieprood en je ziet dat de parkeerdruk juist in gereguleerd gebied inderdaad lager is. Op basis daarvan komt de ChristenUnie tot de conclusie dat parkeerregulering in vrijwel de gehele stad onvermijdelijk is. Dat is het eerlijke verhaal. Ja, stoepparkeren zal de cijfers iets minder dieprood maken, maar als je overal anderhalve meter doorloopruimte wilt hebben, dan gaat het naar onze verwachting in de meeste wijken onvoldoende verschil maken. Wij balen er wel van dat het college dat nog niet in kaart heeft gebracht. Al was het maar een ruwe inschatting. Waarom hebben we dat niet gekregen? Voorzitter, de discussie zou uiteindelijk moeten gaan over waar we stoepparkeren wel en niet gaan legaliseren en welke parkeervergunningen er komen.
En de discussie zou moeten gaan over betaalbaarheid. De ChristenUnie steunt het voorstel van het CDA voor de kleine sportcomplexen, van de VVD de overgangstermijn voor de derde auto en daarnaast willen wij zeven aanpassingen aan de parkeerplannen. Eén, het tempo moet hoger. Uiterlijk in 2026 moet duidelijk worden waar in Haarlem het stoepparkeren wordt gelegaliseerd en waar niet en wat de vergunning plafonds worden. Het college wil zorgvuldigheid, maar het moet mogelijk zijn snel op straatniveau helderheid te geven. Dat
27
willen de inwoners. Ook moeten we met de parkeermakelaar en de deel mobiliteit niet wachten tot het oranje stoplicht. We moeten in de hele stad aan de slag en de resultaten monitoren. En het moet ook mogelijk zijn om de parkeerregulering in drie of vier wijken per jaar in te voeren in plaats van twee. Dan is het ook niet erg als we even een jaar wachten op de uitkomst van de parkeerdruk meter van 2026, inclusief het stoepparkeren. Punt twee, er moet een Stop & Shop regeling komen voor parkeren bij zorginstellingen, zoals huisartsenpraktijken en verloskundigenpraktijken. Je moet daar gewoon voor de deur kunnen parkeren. En dat moet goedkoop kunnen. Oftewel, een Stop & Care regeling. Wij overwegen hierover een amendement. Drie, er moet een mobiliteitsfonds komen. Het college wil het niet omdat de eerste jaren er verlies wordt gedraaid. Dat klopt, maar vanaf 2030 is dat anders. De ChristenUnie wil ook dat de opbrengst niet alleen naar parkeren gaan, maar ook, of misschien juist wel naar buurtfietsenstallingen, fietspaden en busbanen. Wij willen dat het college dit aanpast en komen anders met een amendement voor zo'n fonds. Vier, extra parkeergarages zijn prima, maar wij willen eerst onderbouwing en een debat over de kosten.
Waarom bijvoorbeeld in Haarlem Zuidwest een dure ondergrondse garage voor 150 auto's van 9 miljoen euro? Voor hetzelfde geld kan je ook een bovengrondse garage bouwen voor dubbel zoveel auto's. De voorzitter: Een moment, mijnheer Visser, let u wel op uw tijd? Ja, maar dat wist u wel van tevoren, ook met u spreektijd. Mijnheer Van Leeuwen, u had nog een interruptie op de heer Visser? Mijnheer Visser, u gaat over eigen antwoord. Ik kan me voorstellen dat u uw punt ook wil afmaken. De heer Van Leeuwen: We zijn het eens over het mobiliteitsfonds, per direct of na 2030? De heer F. Visser: Per direct. En wat betreft die garages, misschien kan je de woningbouw en de ontwikkelzones wel goedkoper maken door alle dure inpandige parkeervoorzieningen te verplaatsen naar die ene parkeergarage die relatief goedkoop is aan de rand van de wijk. Dan wordt de wijk echt autoluw. Is het college bereid daarnaar te kijken? Punt vijf, we willen dat het college nog eens goed kijkt naar de klusbussen. Die worden nu vaak gedoogd, maar straks zit de parkeerregulering en de APV over de hoogte in de weg. En dan ook nog de milieuzone. We jagen zzp'er klussers de stad uit. Hun busje in de Waarderpolder parkeren is meestal geen optie. Zes, er moet een mogelijkheid komen voor het omruilen van bewoners- en bezoekersvergunningen.
Dat je bij nieuwbouw omwonenden daar ook gelegenheid geeft in de garage te parkeren, maar dat dan de bewoners van die nieuwbouw hun bezoekers op straat kunnen ontvangen. Want zeg zelf, vijf parkeerplekken in een heel complex voor bezoekers en je hebt een feestje, er komen tien bezoekers. Waar moeten die bezoekers dan terecht? De voorzitter: Ik ben nu wel heel erg benieuwd. Doe punt zeven in twee zinnen, alstublieft. De heer F. Visser: Ja. Punt zeven, de betaalbaarheid. De eerste parkeervergunning moet goedkoper zoals in het oude voorstel. En dat kunnen we betalen door het gereguleerd parkeren in meer wijken in te voeren, bijvoorbeeld de Sportheldenbuurt en Planetenbuurt, door goedkopere parkeergarages en door de tweede vergunning nog iets duurder te maken. De eerste vergunning moet goedkoper. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de eerste termijn van de raad op sprong. Mijnheer Van den Raadt. Trots. De heer Van den Raadt: Ik zal even proberen alle amendementen aan te kondigen. Veel zijn al uit het verleden ingediend door Trots Haarlem, dus komt bekend voor. Maar nu is er de tijd kennelijk wel rijp voor. Dat is onder andere parkeeroverlast biedt meerdere oplossingen dan alleen betaald parkeren, ingediend op juli 2023, waarbij we hinten op het systeem wat nu juist bij Vijfhoek wordt ingevoerd.
We zullen weer de motie indienen over Schalkwijk van Haarlem, blijf flexibel met parkeren, waarbij je extra plekken reserveert voor de overloop
28
van de druk. De motie betaald parkeren 2023 uit, behalve voor auto's met een Nederlands kenteken, want er wordt helemaal niks nuttig gezegd over alle buitenlandse kentekens die straks aan het systeem ontsnappen. Dan nog amendement om dit inderdaad een verkiezingsthema te maken en niet nu te gaan behandelen. En een amendement om, als het parkeren er dan toch komt, het ook alleen voor parkeren te gaan gebruiken. Want we zien in Amsterdam al dat er allerlei andere dingen aan vastgeknoopt worden en dat moeten we niet willen. Dan de oplossing en de dienstmededeling aan iedereen thuis die meekijkt, we zitten hier gewoon voor spek en bonen. De wethouder heeft al jaren geleden gezegd dat betaald parkeren heel Haarlem ingevoerd zou worden. Dus maakt u geen illusie, het gaat gewoon door. Het wordt niet in april besloten, maar het wordt in maart 2026 straks besloten. Dan toch nog drie vragen aan de wethouder of aan het college. U zegt, betaald parkeren invoeren om stoepen veiliger te maken voor spelende kinderen en mensen in een rolstoel. En er wordt dan midden in de nacht de parkeerdruk gemeten. Hoe oprecht bent u dan? Bij de Nachtzaamstraat werd de weg extra breed gemaakt, in de stoep super smal, zodat als je de voordeur opendoet je tegen een auto of een vuilnisbak aan knalt.
Hoe oprecht bent u om stoepen dan extra veilig voor spelende kinderen en rolstoelen te maken? En u zegt ook dat u ruimte voor voetgangers en groen wil, maar als u dan grond kan verkopen, bijvoorbeeld bij Vijverpark, dan wordt dat precies tot een millimeter van de stoeprand verkocht, omdat de gemeente gewoon het meeste geld wil en dan op dat moment helemaal niks geeft om groen en veilige stoepen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de eerste termijn van de raad. Ik hoorde van de laatste twee sprekers bij elkaar al tien voorstellen van twee partijen met één zetel dit. Deze avond is ook bedoeld om meer tot elkaar te komen. Ik wil ook een oproep doen te kijken waar er koppelkansen zijn voor die voorstellen, want daar bent u ook collega’s voor. U hoeft ze namelijk nu nog niet allemaal aan te kondigen, zoals mijnheer Aerssens ook zei. Ik wil vragen of wij nu dinerpauze kunnen gaan doen. Ik wil het college vragen zo meteen kort en bondig te antwoorden. En ik heb u veel interrupties toegelaten. We hebben ook veel geluiden gehoord van voorstanders, van tegenstanders. Ook met veel vragen van de wethouder. Ik ga wel proberen het zo te regelen dat het college een eenduidig verhaal en antwoord kan geven. Dus ik ga uw handjes echt zien en tellen, maar ik wil soms ook het college laten spreken om op u te kunnen reageren. Ik wil u graag 19.10 hier weer terug. Dank u wel.
Welkom terug allen. Wilt u allemaal uw plaats weer innemen? Mevrouw Barten, mevrouw Snijder, de heer Visser. En jullie persoonlijke gesprekken staken. Dan kunnen wij weer verder met de commissie beheer. We hebben veel bijdrages gezien. Ik wil nu door naar de beantwoording en het betoog van het college. Besef alstublieft wel, u zit er namens uw eigen partij, maar het college zit er namens de hele raad. Ik zou het fijn vinden als het college haar betoog zou kunnen doen en beperkt u zich met de interrupties, alstublieft. Zeker, dat mag. Maar alleen als ik hem toelaat, mijnheer Abbasi. Wie mag als eerst het woord geven? De heer Van Leeuwen, gaat uw gang. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. En dank ook alle raadsleden maar ook alle Haarlemmers, alle mensen betrokken bij Haarlem, want er zijn ook mensen van buiten Haarlem die meedenken. En alle mensen die hierover hun licht hebben laten schijnen. Want dit onderwerp leeft sterk, niet alleen uw raad, voorzitter, maar ook in de Haarlemse samenleving. Dus dank voor iedereen die mee heeft gedacht, nu, gisteren en ook natuurlijk het afgelopen jaar toen het gesprek met de stad is georganiseerd. Want dat heeft dit plan gemaakt tot wat dit plan is. Want veel partijen hebben al opgemerkt, voorzitter, dit is een wezenlijk ander plan dan wat een jaar geleden voorlag. Maar ik wou graag beginnen met uitzoomen, voorzitter.
Het plan heet ruimte voor mens en mobiliteit, parkeren in Haarlem. Ruimte voor mens en mobiliteit. Wat maakt een fijne stad nou een fijne stad? Ik heb een keertje iemand laten vertellen, die heeft een hele … Komt binnenkort een boek uit. Ik heb al een voorpublicatie gezien. Met 20 bouwstenen wat een fijne stad maakt. Dat gaat over interactie. Dat gaat over buitenspeelruimte, gaat over van alles en nog wat. En één van die bouwstenen, één van die
29
ongeveer 20, is parkeren. En wat is nou het interessante in Nederlandse steden? Dat 55 procent van de buitenruimte, van de gemiddelde Nederlandse stad, is gereserveerd voor bewegende of stilstaande auto's. Dus even terug, we hebben ongeveer 20 bouwstenen voor een fijne stad en 55 procent van de buitenruimte gemiddeld in een Nederlandse stad is gereserveerd voor bewegende of stilstaande auto's. En dat maakt ook dat dit een moeilijk gesprek is. Want u met elkaar en wij hebben als college een voorstel gedaan, u met elkaar gaat over schaarste. De ruimte in Haarlem is schaars. En wij horen hier wekelijks debatten over toegankelijkheid, hoe houden we de stad toegankelijk? Over veilig naar school kunnen fietsen. Hoe komen kinderen veilig op school? Over waterberging, over hittestress. U weet allemaal vorig jaar nog de voorpagina, hoe heet ons stationsplein en hoe het verschil kan gemaakt kan worden als daar grote bomen zouden zijn, Oftewel, we verdelen hier met elkaar schaarste. De voorzitter: U heeft wel een interruptie van de heer Mohr, Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Mijn vraag aan de wethouder is, wat zegt dat percentage over het belang van die auto? De voorzitter: De heer Van Leeuwen.
Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, die vraag kan ik u en dat is wellicht niet geheel beleefd, beantwoorden met een vraag: wat zegt het percentage over wat de afgelopen 80 jaar in Nederlandse steden is gebeurd, in Nederlandse steden die vaak al een historie hebben langer dan 80 jaar geleden? Dus ja, een vraag beantwoorden met een vraag is niet bleef, voorzitter, maar dat is wel hoe ik deze vraag beantwoord. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. Wethouder Van Leeuwen: U heeft heel veel vragen gesteld. Deels daarvan zijn heel inhoudelijk, bijna technisch, maar we gaan, wethouder Berkhout en ik, zo goed mogelijk proberen antwoord te geven. Er zijn ook een heel aantal vragen die aan elkaar zijn. Want wij hebben als college een voorstel gedaan aan u als raad. En dat is ook het voorstel. Dus als er vragen dan bijvoorbeeld komen over: kan het goedkoper en kan het iets sneller? Dan is ook een vraag voor u aan elkaar. Dat heeft ook gezien, een tariefstelling voor bijvoorbeeld zone D kan anders. Als u met elkaar in meerderheid zegt: dat zouden we met elkaar anders willen, dat is natuurlijk een goede vraag waarbij u met elkaar … En zo werkt u als gemeenteraad, u bent met 39. Als dan 20 mensen voor een andere tariefstelling zijn en die zijn ook bereid om daar ergens anders weer geld vandaan te halen, dan kunt u dat met elkaar uitmaken.
Dit is ons voorstel als college en dat maakt ook als je dan bepaalde varianten wil onderzoeken of zo, dat kunt u natuurlijk technisch uitvragen bij onze ambtelijke organisatie. Die doet het graag voor u, want dan kunt u kijken: zouden wij hier een andere smaak in willen? Dus dat is even op voorhand, voorzitter. De voorzitter: En op voorhand heeft u ook een vraag van de heer Van den Raadt, Trots. De heer Van den Raadt: Dat boek over die 20 bouwstenen ligt dat ten grondslag aan dit hele plan? Wethouder Van Leeuwen: Neen, het was een illustratie, voorzitter. Ik geef de tip als ik de titel heb, ik weet de auteur wel, maar ik weet het niet uit mijn hoofd. Excuus, deze wethouders ook niet feilloos. Niet altijd. Sorry, voorzitter. Kort en bondig had u gezegd. Er zijn heel veel vragen gesteld. Ik begin gewoon even in chronologische volgorde, want de heer Aerssens van de VVD had als eerste het woord in de eerste termijn van de raad, voorzitter. Hij vroeg eigenlijk: hoe kunnen we nu een besluit nemen? Want ik zie op een aantal plekken daling in de parkeerdruk. Ik breng in herinnering een ander plan, misschien ook wel andere
30
gemeentes. Er zijn gemeenten die zeggen: wij meten eenmaal 85 procent parkeerdruk, dan gaan wij over tot invoering. Het college stelt nu voor om het gemiddelde van drie metingen te nemen die om de twee jaar worden gehouden, van die drie metingen een percentage nemen en dan pas vanaf 95 procent, waarvan eigenlijk alle experts, of zoals in Nederland het misschien ook wel in de volksmond heet, deskundologen, alle experts zeggen: 85 procent, dan krijg je echt veel zoekverkeer. Dat werd ook gememoreerd in de termijn van mevrouw Moedt van de Partij voor de Dieren. Oftewel, we gaan nog naar een percentage waarvan de experts zeggen: dat is eigenlijk echt heel hoog, dan is het echt wel heel druk in die wijken. En het gemiddelde van drie metingen. Wat ons betreft, het voorstel van het college is, dit dus robuust om een keuze te maken. De voorzitter: Dat roept een vraag op van de heer Kuin eerst. Dan kom ik bij u, mijnheer Aerssens. De heer Kuin: Drie metingen, maar dan wel in de nacht. De voorzitter: Dat is een gesloten vraag. Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ja, wel in de nacht. Dit debat hebben we in 2018 ook gedaan. Dus dit voelt een beetje voor mij als evergreen of als klassieker. Dit is het moment waarin voor woonwijken het heel belangrijk is om te meten. Want dan zijn de meeste mensen thuis, dus dan weet je: het moet dan wel ongeveer passen.
Er wordt ook gekeken naar middagen, er werd ook gekeken voor de binnenstad naar zaterdagmiddagen. Maar voor een woonwijk is dit het moment waarvan experts zeggen: op dat moment meet je dat, dan weet je dat goed. De voorzitter: Mijnheer Aerssens. De heer Aerssens: Dank u, voorzitter. Het punt wat de VVD maakte ging niet per se over het antwoord dat de wethouder nu geeft, maar meer over die onverklaarbare afname van 25 procent. En daar hoor ik de wethouder graag nog over. Want een onverklaarbaar cijfer in onze cijfers, dat vind ik lastig om daar dan een besluit op te nemen. Wethouder Van Leeuwen: Als iets volgens de heer Aerssens onverklaarbaar is, voorzitter, dan gaat deze wethouder niet proberen dat wel te verklaren. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. Niet voordat we hebben geluisterd naar de heer Mohr. Wethouder Van Leeuwen: Lekker naar mijnheer Mohr voor een interruptie. Alstublieft. Excuus. De heer Mohr: Zo'n introductie mag u vaker doen. U zegt, wij baseren het antwoord op de vraag of we betaald parkeren invoeren op basis van die drie metingen. Waarom vraagt u het gewoon niet aan de mensen zelf? Of ze betaald parkeren ingevoerd willen zien of niet? Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dat is een goede vraag. Het voorstel wat het college doet is een voorstel geboren uit noodzaak.
Ik schets net al hoeveel ruimte wordt gebruikt, terwijl er veel andere functies zijn die van belang zijn. Ik vond ook oprecht … Ik heb genoten van uw vragen, uw aller vragen aan de insprekers van gisteravond. Een flink aantal mensen waarvan sommige mensen echt zeiden: ik voel mij niet gehoord, want er staan allemaal auto's voor mijn deur, terwijl ik geeneens een auto bezit. Er zijn mensen uit de Sportliedenbuurt die zeiden: het is bij ons echt verkeersonveilig, want ook op hoeken staat het helemaal vol. En er zijn mensen die zeggen: ik wil heel graag altijd met mijn auto overal kunnen komen. Dit college zegt na
31
de opdracht die u heeft gegeven, de opdracht gekomen van het omgevingsbeleid, gekomen van het mobiliteitsbeleid, na een gesprek met de stad, zijn we gekomen met een voorstel waarin wij zeggen: draagvlakonderzoeken. En dat is iets wat net langskwam, voorzitter, draagvlakonderzoeken blijven bestaan. Dus die blijven nog steeds bestaan. Alleen wat dit college voorstelt is dat u bij 95 procent naar rood toe gaat. En dan komt er gereguleerd parkeren. De voorzitter: Ik maak heel even een rondje af met interrupties. Maar de wethouder is nog bij de eerste partij met vragen en al met 10 minuten door de spreektijd heen. Dus ik wil ook het college gelegenheid geven om alle vragen te beantwoorden. Dat gezegd hebbende, de heer Kuin. Dan mevrouw Hartman, dan mijnheer Aerssens. De heer Kuin: Ik ga even door op die nacht. Want het antwoord is, als ik het goed gehoord heb, de experts zeggen dat dat het goede moment is. Maar de hele nota gaat erover, we willen wat doen aan de parkeerdruk want het leidt tot onveiligheid en het leidt tot ontoegankelijkheid. Daar is in de nacht toch geen sprake van? Dat is toch raar dat je de nacht als ultiem moment neemt waarop je op rood gaat of niet? Wethouder Van Leeuwen: Deze vraag heb ik net ook al een keertje gehoord, voorzitter, dus ik hoor graag de volgende interruptie. De voorzitter: Mevrouw Hartman, gaat uw gang. Mevrouw Hartman: Ik had dezelfde vraag.
De voorzitter: Dan gaan we door naar mijnheer Aerssens. De heer Aerssens: Dank u, voorzitter. De wethouder maakt zich er erg makkelijk vanaf. Die 25 procent daling, roept dat bij de wethouder geen vragen op? Wil hij geen verklaring voor 25 procent afname van parkeerdruk vinden? Want dat zou dan toch de heilige graal in onze stad moeten zijn? Als er zomaar ineens ergens 25 procent minder parkeerdruk is? Wethouder, geen uitleg ofwel op zoek? Wethouder Van Leeuwen: Zijn wij niet allen op zoek naar antwoorden? Zou ik willen zeggen, voorzitter. Het lijkt mij goed en ook als we naar de toekomst toe en naar 2026, naar parkeerdrukmetingen kijken, dan moeten we kijken, wat zit er meer achter de data. U heeft zelf al kunnen zien dat in de parkeerdrukmeting van 2024 hebben we nu ook buurtniveau. Dus wij zijn natuurlijk zoekende, hoe geven wij meer waarde in die cijfers van de parkeerdruk? Dus ja, wij kijken altijd hoe we dat beter kunnen doen, hoe we dat meer kunnen doen en hoe we daar ook meer informatie uit kunnen halen. Wat ik nu zeg is, als u het op basis van de huidige data niet kan verklaren, dan kan deze wethouder het ook niet. Willen wij graag begrijpen wat er in zulke plekken gebeurt, dat kunnen wij meenemen naar de uitvoering van de volgende parkeerdrukmeting. Ik ga proberen wat droger en zoals u wilt, voorzitter, korter en bondiger door de antwoorden heen te gaan.
Toetsingscriteria uitzondering helder krijgen. Ja, dat is precies, dat is ook het vervolgproces. Daar gaat wethouder Berkhout zo meteen ook wat over zeggen. Beleidsregels, nadere regels. En ik kan me voorstellen dat die hier natuurlijk ook langskomen om dat dan met elkaar te bespreken, ook al is het natuurlijk wel een collegebevoegdheid. Dan was er gezegd over op welke wijze Haarlemmers bijgedragen hebben. U heeft met elkaar in meer tijd, in ieder geval uw raad en natuurlijk niet u allen, ik wil u niks in de mond leggen, voorzitter, gevraagd op welke wijze de Haarlemmers het afgelopen jaar konden meedoen aan dit nieuwe plan. Dat is inderdaad het gesprek met de stad geweest, met wijkgesprekken, met een online peiling, met expertsessies en met een burgerberaad. Dat is wat ons betreft een hele moderne en ook op de hedendaagse samenleving toegeruste vorm van het
32
betrekken van Haarlemmers. En op die manier hebben dus mensen hun input kenbaar kunnen maken. En daarom stelt het college voor om dat ook zo te doen en dat u nu over dit plan kiest. Dus dat is het antwoord op de vraag van de SP over de zienswijze. Kan het betrekken van de wijk via de draagvlakmeting? Die optie blijft bestaan, alleen wij vroegen inderdaad toe dat het bij 95 procent door ons wordt ingevoerd, als gemeente. De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Kuin van de SP. De heer Kuin: Volgens mij waren het uw eigen woorden dat het een heel nieuw plan is. En de burgers zijn inderdaad gehoord, maar meer in het algemeen waarom ze tegen of voor hebben gestemd en wat ze ervan vonden. Maar nu ligt er een heel nieuw plan, dat zijn uw eigen woorden. En een nieuw systeem, werd maandag in de technische sessie gezegd. En daar hebben de burgers nog helemaal niks over kunnen zeggen dan alleen gisteren een kort inspraakmoment. Het is toch normaal dat we een zienswijze tijd geven? Wethouder Van Leeuwe: U heeft het voorstel van het college gehoord net, voorzitter. Ik ga door. Voorzitter, ik merk op dat er iemand graag zijn woord wil voeren buiten de microfoon. De voorzitter: Dat is inderdaad voor de mensen thuis … Als u er nog iets op te zeggen heeft, dan kunt u dat doen, mijnheer Kuin, maar op deze manier is het ingewikkeld. De heer Kuin: Ik krijg geen antwoord.
Ik vind het een fantastische discussie. De voorzitter: Ja, dat is duidelijk. Maar de wethouder gaat wel over het eigen antwoord. Wethouder Van Leeuwen, gaat u verder. Wethouder Van Leeuwen: Dank. Dan kom ik bij de volgende vraag en die is door meerdere fracties gesteld. Hoe zit het nou met het formaliseren van stoepparkeren? En ik kan me die vraag heel goed voorstellen, laat ik daarmee beginnen. Dus ook, voorzitter, dank voor die vraag, want daar is wel wat scherpte op nodig. In een ideale wereld hadden wij wellicht ChatGPT of een andere vorm inmiddels, zover om te vragen: hoeveel formele stoepparkeerplaats zijn er, terwijl de binnenstad van Haarlem en ook alle stoepen toegankelijk blijven voor mensen die het toegankelijk nodig hebben? Tegelijkertijd zijn we daar nog niet. Wat ik net al hoorde en dat vond ik ook mooi aan uw debat: als bijvoorbeeld al zou zeggen en daar kunt u ook een meerderheid zoeken, een minimum van 1 meter 50 dat is voor ons een breed toegankelijke stoep, maar wij blijven streven naar 2 meter 10, dat hoor ik volgens mij één fractie zeggen, dat zou al helpen om hier richting aan te geven. Maar wat ik daarmee wil illustreren is dat niet voor niets is die uitvoering, staat er maatwerk per wijk. Dus even één voorbeeld en dat voorstel heb ik iets meer tekst bij nodig.
Als je een stoep hebt voor een reeks huizen, langs huizen, ook nog zonder voortuin en waar ook nu auto's met twee wielen op de stoep staan, waar misschien het ook al moeilijk is om op de stoep te komen met rollator of met een rolstoel. Dat is een hele andere stoep dan een stoep die grenst aan een park, waarbij na vijf meter nog een verhard pad loopt waar je eigenlijk ook nog gewoon die stoep niet nodig hebt om van A naar B te gaan. Dat zijn echt twee verschillende stoepen. En als je puur sec kijkt, hoe breed moet dat zijn? Als je op die manier door de stad heenloopt, dan krijg je dus ook weer een schijnwerkelijkheid. En wij kiezen ervoor, dat is dus inderdaad zorgvuldigheid en duidelijkheid, wij kiezen voor om te zeggen: wij moeten echt per wijk gaan kijken. Want verschillende wijken, naoorlogs, vooroorlogs, jaren ’90, sommige stoepen die grenzen aan een park, sommige wijken hebben ook een stoep die aan de ene kant breder is en aan de andere kant smaller. Zijn er uitwijkmogelijkheden? Dat zijn echt dingen die je per stuk moet bekijken. Want inderdaad, we hebben in het verleden wel eens gezien hoe complex deze materie is, hoe complex ook vergunningen uit het verleden zijn voor woningbouw. Dus je moet
33
dit echt heel zorgvuldig per wijk bekijken. En vandaar niet eerst dat helemaal kijken, maar maatwerk, zorgvuldigheid, duidelijkheid per wijk. De voorzitter: Dat roept nog een vraag op van de heer Kuin. De heer Kuin: Is het dan niet heel onlogisch om toch betaald parkeer in te voeren als je dat nog niet hebt uitgezocht? Wethouder Van Leeuwen: Het korte antwoord is dat het voorstel wat wij ons college hebben gedaan, dat wij dat niet onlogisch vinden. En dan kom ik weer samen, parkeerdrukmetingen over vier jaar tijd, drie metingen. Boven de 95 procent. En let wel, dat is echt waarvan experts denken: dan komt er zoveel zoekverkeer, dan is het echt noodzakelijk dat u gaat handelen, gemeente. En dat hebben we ook gisteren van de insprekers al gehoord. Een deel van de insprekers is heel erg tegen, dat heb ik ook duidelijk gehoord. Maar een deel van insprekers zegt: wat mij betreft is hoe het nu gaat echt niet meer leefbaar. En dat is wel de schaarste die we met elkaar verdelen, als ik weer even terugkom op mijn inleiding, voorzitter. Ik noemde het net al, de Sportheldenbuurt, Sportliedenbuurt. Daarbij is echt heel belangrijk, wij kiezen nu voor een systeem, dat is het voorstel aan u als raad, waarbij het per wijk gaat. Dan komt inderdaad een buurt, een buurt die onderdeel maakt van een wijk, wat voor een heel groot deel zich kenmerkt door bedrijven.
De Waarderpolder die komt dan nog niet aan de buurt. Als u zegt, wij willen op dit systeem wat het college voorstelt een uitzondering maken. Ook daarbij, als u dat in meerderheid kenbaar maakt dat wij als college in gesprek moeten met de mensen van de Sportheldenbuurt of als u daar ook al richting aan wil geven. Als u daar een meerderheid iets van vindt, dan doen wij dat natuurlijk graag. Maar in het systeem wat wij nu voorstellen zit dat er dus niet bij. Dus dat is op dit moment geen smaak die voorligt bij uw voorstel wat wij u hebben gedaan. De voorzitter: Mevrouw Barten van GroenLinks heeft daar een vraag over. Mevrouw Barten: Want een deel van die wijk die u noemt daar is al betaald parkeren. Dus dat is kennelijk al een keer anders ingedeeld. Wethouder Van Leeuwen: Ja, dat klopt. Inderdaad, verschillende delen van Haarlem zijn op een verschillend tijdstip begonnen met gereguleerd parkeren. Daar zijn toen andere keuzes in gemaakt inderdaad. En in dit stuk, met het systeem wat wij nu voorstellen, zit die er nog niet bij, voorzitter. Want we spraken via de voorzitter. Dan ga ik even kijken welke vragen ik nog meer zou doen. Er zijn natuurlijk ook nog door zowel de PvdA als CDA vragen gesteld over de nadere regels en overgangsregelingen. Ik zei het net ook al, dat zijn natuurlijk collegebesluiten, beleidsregels, regels die hier naar de raad toegezonden zullen worden.
Het lijkt me ook van waarde dat u die kent, dat u ervan op de hoogte bent en uiteindelijk zullen ze landen in de nieuwe parkeerverordening. En dan was de vraag: wees nou coulant met POET en is een jaar dan niet weinig? Dat horen we duidelijk en daar kunnen we recht aan doen, denk ik. Het CDA stelt vragen over sport en verenigingen. We hebben nu net op bepaalde vergunningen die ook voor … stellen, maar nog specifiek kunt u ook bepaalde zaken uitzonderen. Dan wordt het een beetje technisch, maar als je nu een parkeerterrein voor een sportvoorziening zou uitzonderen, dan is het ook wel weer heel goedkoop en makkelijk om daar wellicht te gaan parkeren. Dan moet je ook nadenken, moet daar een slagboom bij? Dus laten we kijken wat voor een soort parkeer product, want we hebben nu ook bijvoorbeeld de volkstuinvergunning op dit moment in het assortiment zitten, kijken: wat is een passende oplossing? Dus ook in die maatwerk per wijk is natuurlijk in gesprek gaan met de grotere en de kleinere verenigingen, de grotere en kleinere sportparken, met hen in gesprek kijken: wat past voor jullie? Wat past voor u? Is daar onderdeel van. Dat waren tot zover de vragen waar ik in ieder geval antwoord op heb gegeven.