03-31 Transcript gecombineerde cie Ontwikkeling en Samenleving
Tekst van het document
Ook aan mevrouw De Roos. Wij zijn samen bij Schoteroog gaan kijken. Mijn complimenten, u bent bijzonder welbespraakt, ik kan daar af en toe nog wel wat leren. Een van de risico’s bij een Schoteroog – want we horen die naam inderdaad vallen – is dat op het moment dat we de stap nemen om weer een locatie hierbij te betrekken, op welke wijze dan ook, dat de beer los is, hè? Als deze het dan niet is, dan moeten we misschien nog wel naar vijf andere locaties kijken. Hoe ziet u dat? Mevrouw De Roos: Ik weet niet wat u verstaat onder de beer is los, maar laat ik het voor mijn eigen even formuleren. Dan is in ieder geval een extra mogelijkheid aan de orde die u gaat onderzoeken op zijn voor en tegens en ik denk dat dat de moeite waard is. Daarom doe ik ook een beroep op u om te zeggen: kijk nou iets verder dan die vier locaties die op 22 oktober gekozen zijn, kijk ook naar andere locaties die heel goed misschien zouden passen bij die doelgroep. Houdt u ten goede, die doelgroep moet geholpen worden en Haarlem heeft die verplichting op zich genomen en ik vind dat ook heel positief dat we deze discussie kunnen voeren in alle openheid, om te kijken of er meer opties zijn dan de vier die op 22 oktober zijn vastgesteld. De voorzitter: Mijnheer Klaver … O. De heer De Groot: En dan toch een korte … Mag ik een korte … De voorzitter: Mijnheer De Groot.
De heer De Groot: Mag ik een korte vervolgvraag? Want u zegt inderdaad: dan zouden we meerdere locaties daarbij moeten betrekken. Ik heb tot nu toe eigenlijk als enig alternatief dat Schoteroog naar voren horen komen. Heeft u naast het Schoteroog nog andere alternatieven voor ogen die onderzocht zouden moeten worden? Mevrouw De Roos: Nou, ik ben hier niet de stedenbouwkundige, ik wil dat ook niet op een verkeerde manier invullen. Maar ik denk dat het mogelijk is dat binnen de gemeente en ook binnen het ambtelijk apparaat er
35
voldoende kennis in huis is om locaties nog eens extra tegen het licht te houden en nieuwe locaties te benoemen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Groot: Nogmaals, mijn complimenten voor uw woordkeuze. De voorzitter: Mijnheer Klaver, CDA. De heer Klaver: Mijn vraag is: zijn de gesprekken van de wijkraad met de gemeente al zo ver gegaan dat er gesproken is over locatie Vergierdeweg, over de invulling van een veiligheidsplan om vestiging mogelijk te maken? Of is het zover niet gekomen? Mevrouw De Roos: Nee, zover is het niet gekomen. We hebben uiteraard begrepen dat de wethouders de vraag aan ons hebben voorgelegd: wat is er nodig om die locatie mogelijk te maken? Maar dat is een vraag die werd gesteld nadat het besluit door de gemeenteraad was genomen. Het waren beter geweest als voordat het besluit was genomen door de gemeenteraad aan ons was gevraagd, aan wijkraden, bewoners, bedrijven, instellingen: wij gaan die locatie kiezen, kunt u ons helpen met eventuele pro en contra’s om die locatie te benoemen? Ik vind dus dat het verkeerd gegaan is. In het begin moet je mensen betrekken en vervolgens een besluit nemen, niet een besluit nemen en dan de mensen erbij betrekken. De voorzitter: Mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, een vervolgvraag.
Als u gevraagd zou zijn: wat vindt u belangrijk in het veiligheidsplan voor de Vergierdeweg, wat zou u dan hebben ingebracht? Mevrouw De Roos: Dat is een moeilijke vraag, omdat ik die locatie niet geschikt vind. Dus iets wat je niet geschikt vindt, kun je niet geschikt maken. Althans, ik ben die tovenaar niet, dus ik denk dat mijn argumenten om niet voor de Vergierdeweg te kiezen hopelijk bij u ook goed zijn gehoord. Het kan dus niet daar, want die sportverenigingen zitten daar, die huizen zitten daar. Het is heel, heel lastig en hier zitten nog twee bewoners uit mijn wijk die ook hun aparte zorg hebben geuit. Mijn advies zou zijn: doe het niet en kijk alstublieft naar Schoteroog. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, Trots. De heer Van den Raadt: Dank u wel, voorzitter. Mooie ontwikkeling nu in deze commissie om te zien dat mevrouw De Roos nu de locatiedeskundige is. Dus ik hoop dat u zich beschikbaar stelt als wethouder, ik ga op u stemmen in ieder geval. Maar vindt u dan ook dat als wij de locaties opnieuw zouden onderzoeken met Schoteroog erbij – lijkt ons van Trots Haarlem een prima plan – dat we dan ook het argument looproutes erbij betrekken? U mag gewoon ja zeggen. Mevrouw De Roos: Ja, uiteraard. Wie ben ik om te zeggen dat u dat niet mag doen? De voorzitter: Oké, dan mevrouw Eckhard, SP. Mevrouw Eckhard: Dank u, voorzitter.
Ik heb een vraag voor mevrouw Hovenier en mevrouw Vink. U woont beiden in de buurt van de Vergierdeweg, één iemand op de Vergierdeweg, één iemand in het Vondelkwartier. Dat is vlakbij de Velserpoort. Hoeveel mensen van de Velserpoort dwalen door uw buurt, mevrouw Hovenier,
36
en vallen de kinderen lastig, zodat ze niet meer buiten kunnen spelen? En hoeveel van die bewoners van de Velserpoort hebben bij u de spullen gestolen, zodat u grote hekken om uw bedrijf heen moet zetten? Mevrouw Hovenier: Het is er nog niet, dus nu hebben we … Mevrouw Eckhard: Maar er wonen heel veel mensen in de Velserpoort nu. Mevrouw Hovenier: Ja. Mevrouw Eckhard: En daar heeft u geen last van? Mevrouw Hovenier: Nou, nee, minder. Ja. De voorzitter: Helder, dank u wel. De laatste vraag voor deze ronde. O, … Mevrouw Vink: Wij hebben ook tot op heden daar nog geen last van gehad. Ja, dat is mijn antwoord. Mevrouw Eckhard: Toch verbaast het me dan dat u zeker weet en hier beweert dat uw spullen gestolen zullen worden, want dat zijn eigenlijk dezelfde groep mensen. Mevrouw Vink: Ik weet niet of dat dezelfde soort mensen zijn, maar als ik het hoor uit bronnen van mensen die met dit soort mensen werken, en ik begrijp dat het ook over het algemeen ook mensen zijn met verslaving of dat soort problemen, en dat zij echt in staat zijn om van alles te stelen om maar aan hun dingen, om aan geld te komen om dat allemaal te kunnen bekostigen. Daar zijn wij gewoon heel bang voor. De voorzitter: Mevrouw Eckhard, ik wil door, er is nog één vraag in deze ronde voor mijnheer Wiedemeijer, PvdA. Die is digitaal aanwezig. De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter.
Ik wil mevrouw De Roos bedanken voor haar constructieve houding. Ik had even een informatieve vraag. Bij het uitgebreide locatieonderzoek zitten twee locaties aan de rand van Schoteroog, namelijk nummer 38 en 51. Dat onderzoek is openbaar, ook met de beoordeling daarvan. Ik wilde even voor de zekerheid weten of u bekend bent met die analyse. Mevrouw De Roos: Ja. De heer Wiedemeijer: Mag ik dan vragen wat u dan precies bedoelt met dat die locaties moeten worden onderzocht? Want dat is dan toch ook al gebeurd? Mevrouw De Roos: Het gaat om de gehanteerde criteria en we hebben moeite met die criteria die worden gehanteerd. We moeten eens kijken naar die diverse locaties, hoe die worden beoordeeld. Er staat bijvoorbeeld op een bepaald ogenblik goed/neutraal. Dan denk ik: oké, het is goed, of het is neutraal. Maar het is niet goed/neutraal. Ik begrijp dat dus niet. Ik vind dus dat onderzoek in zijn algemeenheid, ja, dat zou wat kritischer hebben moeten worden bekeken, misschien door een derde partij, om eens te bezien of dat wel in alle eerlijkheid, in alle oprechtheid goed is uitgevoerd. Of dat men uiteindelijk uit een zestigtal locaties dan uiteindelijk maar vier heeft gekozen, waarvan ik denk: ja, maar bij die vier zitten ook allerlei mitsen en maren. Dus als het onderzoek niet voldoende is geweest, dan kan je ook geen voldragen besluit nemen, naar mijn mening.
37
De voorzitter: Dank u wel. Dan, we hebben iets meer tijd genomen voor de beantwoording van vragen, omdat we wat voorliepen op het schema. Dat voordeel heeft u gehad. Dan wil ik u nu namens de commissie hartelijk danken voor uw komst vanavond en uw bijdrage, en u verzoeken het tafeltje even schoon te maken en de zaal te verlaten. Dan hebben we even een korte break, pauze, voor de nieuwe groep die fysiek aanschuift. Schorsing De voorzitter: Ja, dat mag. We zijn inmiddels aangekomen bij groep zeven. Groep zeven bestaat uit één ‘…’ en dit is mevrouw ‘…’. Dit is dan ook de laatste inspreker over Noord en dan hebben we nog ‘…’. Nou, gaat die vanzelf uit. U heeft straks twee minuten en daarna is het tijd voor vragen vanuit de commissie en dan gee’…’ … Mevrouw Groenink, gaat uw gang. … bij u wel aan blijft staan. Mevrouw Ikking-Groenink: Ja, ik denk het wel. Nou, ik had het wel netjes bij twee minuten gehouden, dus. Haarlem moet voor al zijn inwoners een veilige en plezierige plek zijn om te wonen. Nou, in het geval van de bewoners van de Skaeve Huse wordt er goed opgekomen voor hun belangen. Om er zorg voor te dragen dat deze woonvoorziening niet de andere inwoners van Haarlem tekortdoet, zijn er voorwaarden aan de locatie gesteld. Als locatievoorwaarden zijn gesteld dat de Skaeve Huse zich buiten een woonwijk moet bevinden en aan de rand van de stad.
Deze voorwaarden zijn logisch, omdat je namelijk verwacht dat zich daar beduidend minder kwetsbare mensen zullen geven. Echter, bij de locatie aan de Vergierdeweg is het tegenovergestelde sprake. Je vindt hier juist een verdichting van kwetsbare inwoners, omdat de sportclubs, begraafplaats en crematorium ervoor zorgen dat er juist zeer veel kinderen en ouderen zich hier begeven. De Vergierdeweg is voor voetgangers en fietsers een belangrijke weg. Het verbindt de dorpen Schoten, Velserbroek en Spaarndam en is de toegangsweg voor gezinnen die zich begeven naar de Westbroekplas of Spaarnwoude met boerderij Zorgvrij. Er is zonder extreem omlopen of omfietsen geen alternatief voor deze weg. Wanneer de Skaeve Huse gerealiseerd gaat worden aan de Vergierdeweg zullen kinderen en ouderen in grote mate gaan inleveren op hun gevoel van veiligheid en zelfstandigheid. Naar mijn idee zou dit juist voorkomen moeten worden en is dit ook de opzet geweest toen als locatievoorwaarden aan de rand van de stad en buiten een woonwijk werden geformuleerd. Mijn advies aan u is dus: keur de locatie Vergierdeweg niet goed als locatie voor Skaeve Huse, want het voldoet niet aan de eerdergenoemde voorwaarden. Op de kaart lijkt de locatie aan de rand van de stad, maar in werkelijkheid is het aan een hoofdslagader tussen drie dorpen.
Kinderen hebben vriendjes en clubjes in de verschillende dorpen en reizen van de een naar de ander, ouderen komen uit de verschillende dorpen naar de begraafplaats. De Vergierdeweg is dus geen plek om een woonvoorziening te bouwen voor mensen die elders in de gemeente al hebben laten blijken dat ze moeite hebben met rekening houden met anderen, laat staan met kwetsbare anderen. Niet te vergeten het bezoek dat deze bewoners mogelijk ontvangen, zoals hun dealers. Ik stel voor dat u nogmaals de Waarderpolder overweegt, omdat het niet willen wijzigen van het bestemmingsplan voor de Waarderpolder een zwak argument is, aangezien ook voor de Vergierdeweg het bestemmingsplan gewijzigd zou moeten worden. Dus waarom is deze locatie wel een optie en de Waarderpolder niet? De voorzitter: Dank u wel. Heel goed. Mevrouw Ikking-Groenink: Twee minuten? De voorzitter: Een heel klein beetje meer, maar dat geeft niet. Wie mag ik het woord geven, wie heeft er vragen vanuit de commissie? Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem.
38
De heer Aynan: Dank u wel, mevrouw Groenink. U bent in uw eentje een hele groep, dus dat lijkt me heel bijzonder. Waar bent u nou eigenlijk precies bang voor? Mevrouw Ikking-Groenink: Ik ben bang dat juist kwetsbare kinderen niet zelf van A naar B kunnen fietsen, dat ze niet vanuit huis, Haarlem-Noord, naar hun sportclub aan de Vergierdeweg, of naar de Westbroekplas kunnen fietsen, zonder dat daar opmerkingen worden gemaakt, of daar mensen zich ophouden, of … Ja, als ouders maak je je dan zorgen, dus ga je meefietsen misschien. Iets wat je niet wil voor je kinderen, die moeten zelfstandig zich kunnen begeven. Hetzelfde is voor ouderen, die moeten naar het graf van hun geliefde kunnen, zonder dat ze een angst hebben dat er mogelijk iets of iemand is waar ze zich bang voor hoeven voelen. En dat is helaas wel het geval als daar mensen komen te wonen die zich niet gesocialiseerd hebben bewezen. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Er is een hele bijeenkomst gehouden via YouTube, heeft u die bijgewoond en heeft u deze zorgen kenbaar gemaakt, wat was de reactie daar dan op? Mevrouw Ikking-Groenink: Ja. Ja, dat was dat deze mensen zich al in de stad bevonden, dus dat die overlast er al was. Maar daar is geen sprake van, die overlast is nu natuurlijk veel meer gecentreerd in het centrum van de stad, terwijl Schoten, Haarlem-Noord is een dorp.
We wonen daar voornamelijk met gezinnen, eigenlijk in hele burgerlijke huisjes, en daar is natuurlijk wel problematiek, maar niet zoals die zich nu gaat concentreren op één locatie. En eigenlijk, de problematiek die in Haarlem-Noord gekomen is, is vanuit de dak- en thuislozenopvang, is vanuit de tijdelijke woonvoorziening waar toch een aantrekkingskracht op is op ook mensen die minder kansrijk zijn, die je ziet hangen rond de locaties. Dus dat komt niet uit de wijk zelf voort, maar is echt ontstaan nadat er, nou ja, voorzieningen in de wijk of bij de wijk zijn gekomen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog vragen vanuit de commissie? Ik zie daar achterin een hand, ik kan niet zien wie het is. Gaat uw gang. Ah, mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Mevrouw, u spreekt ook over het heen en weer reizen tussen de verschillende plaatsen, dorpen, Spaarndam onder andere. U weet misschien dat wij hier in de commissie eerder ook hebben gesproken over Spaarndam als een van de locaties die op die lijst van zestig, meen ik, stond. Die hebben wij laten afvallen, omdat we het te dicht op het dorp vonden. Kunt u, met wat u vertelt, die locatie een betere locatie hebben gevonden? Mevrouw Ikking-Groenink: Nou, ik denk, je zit nu … Je kan natuurlijk in meters meten, maar je kan ook in het verkeer van mensen meten.
Ik wandel daar met vriendinnen, ik gebruik met mijn gezin die weg heel veel, naar mijn werk gebruik ik die weg. Dan is dat niet te meten in aantal voetstappen, maar ik zou echt willen aanraden: kijk naar hoeveel verkeer, en zeker naar de kwetsbaarheid van het verkeer. Ik vind het namelijk anders als mensen in hun auto een weg gebruiken om naar hun werk te gaan, dan wanneer kinderen daar zelfstandig naar een sportclub, of vriendjes of vriendinnetjes gaan. Dat vind ik echt een dusdanig verschil. De voorzitter: Dan is er digitaal een vraag van mevrouw Otten, Liberaal Haarlem. Mevrouw Ikking-Groenink: O, via het scherm. O, sorry. Waar, waar staat het? Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon).
39
De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja, daar ben ik. Ik hoorde u net zeggen: wij zijn eigenlijk een hele burgerlijke wijk en dat is heel anders dan het centrum. Waar baseert u dat op, zijn dat feiten, of is dat uw gevoel? Mevrouw Ikking-Groenink: Ik denk dat je het alleen al aan de bevolkingsdichtheid kan meten. De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Ikking-Groenink: Duidelijk, ja, dankjewel. Er wonen natuurlijk veel meer volwassenen in het centrum, waardoor ook bewoners die een zorgvraag hebben daar makkelijker tussen voegen. Als je kijkt naar Haarlem-Noord zijn er gewoon minder huishoudens per vierkante meter en zijn het aantal volwassenen per vierkante meter ook nog eens veel lager. Dus er zijn veel meer gezinnen met kinderen en daardoor kan je zeggen, ja, het klinkt lullig, maar als iemand hier nu dronken op straat loopt in het centrum, ja, dan kan ik het enigszins begrijpen. Er is een andere sociale controle dan wanneer je in een rustig dorp loopt en je bijna ‘s avonds niemand op straat ziet. De heer …: Ja, dat komt door de avondklok. Mevrouw Ikking-Groenink: Ook zonder avondklok. De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Dank voor uw antwoord. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Eckhard, SP.
Mevrouw Eckhard: Mogen uw kinderen dan wel zien dat die meneer dronken is als ze in de binnenstad lopen? Mevrouw Ikking-Groenink: Mijn kinderen zal ik niet in hun eentje – ik heb kleine kinderen – door de binnenstad laten lopen, terwijl ik ze wel degelijk zelfstandig laat buitenspelen in de wijk. En als ik iemand dronken in het centrum zie, zal ik dat uitleggen, ja. Ik ga ook met mijn kinderen naar Amsterdam toe, met alle problematiek van dien, maar dan ben ik er wel bij. Daarmee bedoel ik dat de zelfstandigheid van kwetsbare inwoners, kinderen en ouderen, wordt beperkt, want zij moeten bijna begeleid worden, ben ik bang. Mevrouw Eckhard: Mag ik nog even reageren? De voorzitter: Mevrouw Eckhard. Mevrouw Eckhard: Ik zou denken, u kunt uw kinderen dat ook leren, maar dat moet u zelf weten. Mevrouw Ikking-Groenink: Nou, ik ga mijn … Mevrouw Eckhard: Maar u schrijft in uw bijdrage dat ze zich niet geïntimideerd hoeven te voelen door mensen die zich mogelijk gek, onvoorspelbaar, intimiderend gedragen, of raar uit hun ogen kijken. Ik denk toch dat uw kinderen moeten leren om daarmee om te gaan. De voorzitter: Wat is uw vraag aan mevrouw?
40
Mevrouw Eckhard: Waarom … Ja, waar bent u bang voor? Want u kent die mensen helemaal niet. Mevrouw Ikking-Groenink: Nee, dat snap ik. Maar ik ben wel bekend met mensen met een hulpvraag en ik weet dat mensen met een hulpvraag ook gewoon mensen zijn, dus allemaal een plek in de samenleving verdienen. Maar je helpt deze mensen er niet bij door ze op een plek te huisvesten waar ze juist heel veel moeten rekening houden met kwetsbare mensen, namelijk ouderen en kinderen, die daar voortdurend zijn. Juist die overlast maakt het voor hen zo lastig om te zijn wie ze zijn. Geef ze een plek waar die overlast een stuk minder is, zodat zij niet de hele tijd te horen krijgen dat ze niet voldoen aan de eisen van de maatschappij. Terwijl hier krijgen ze eigenlijk, denk ik, nog vaker te horen dat ze niet voldoen aan de eisen van de maatschappij, want iedereen zal opkomen voor zijn kinderen. En als u mij net probeert duidelijk te maken: u moet uw kinderen leren om om te gaan met iemand die mogelijk een verslavingsproblematiek heeft en daardoor agressief, onvoorspelbaar kan zijn, en daar als klein kind maar zelfstandig mee om moeten gaan als ze met vriendinnetjes op het schoolplein speelt, dat vind ik niet realistisch en ik denk dat u dat van geen enkele ouder moet verwachten. Mevrouw Eckhard: Dat heb ik ook niet gezegd, bij jonge kinderen. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Ikking-Groenink: Nee, maar u zegt: mijn kinderen. Dat zijn jonge kinderen en die spelen wel zelfstandig buiten in een dorp als Schoten. Mevrouw Eckhard: Ja, dat is hartstikke mooi. Maar als ze naar het Marsmanplein gaan om daar snoepjes te kopen, dan denk ik dat ze ook iets anders moeten kunnen. Mevrouw Ikking-Groenink: Nee, hoor. Nee, een kind … De voorzitter: Nee, maar we gaan hier geen discussie voeren over de opvoeding van uw kinderen. Er is een vraag van mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: De Vergierdeweg is ook een belangrijke weg naar Velserbroek. Heeft u het idee dat daar de mensen op de hoogte zijn van de komst van Skaeve Huse, kunt u daar wat over zeggen? Mevrouw Ikking-Groenink: Ik heb zelf mijn best gedaan door met de werkgroep de flyers voor het tekenen van de petitie ook daar te verspreiden in de directe omgeving. De reacties van de bewoners die ik toevallig sprak daarbij, die waren heel blij dat ze het via die weg te weten kregen en waren ook niet blij met de komst van de Skaeve Huse, want de bezorgdheid die de heer die ik op dat moment sprak was vooral over de Westbroekplas en de parkeerplaatsen. Dat hij zei: dat is een perfecte plek om enigszins uit het zicht onttrokken, niet makkelijk voor handhaving om te komen, het is een soort doodlopende weg voor auto’s daar.
Dus die sprak daarover zijn zorgen uit dat de overlast dus niet alleen Haarlem in gaat, maar ook richting de Westbroekplas en Velserbroek. De voorzitter: Laatste vraag deze ronde. Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Wat een eer. Nou, ik hoor meer gegadigden. Heel kort, voorzitter, dank u wel. We hebben van andere insprekers ook gehoord dat er nu ook al sprake is van overlast en wat andere dingen. Hoe staat u daar zelf in?
41
Mevrouw Ikking-Groenink: Ja, dat klopt. Nou ja, een voorbeeld van de tijdelijke huisvesting, laatst fietste ik met mijn kinderen ook langs en dan wordt daar gehangen, word je toegeroepen, je kinderen zelf. Dan leg ik mijn kinderen dus ook uit dat dat niet zo hoort en dat je dat dan op zo’n moment van je af moet laten glijden. Dak- en thuislozenopvang, daar merk ik veel van, dat soms mensen op straat nu hun alcohol aan het nuttigen zijn, soms zelfs op het schoolplein. Ja, daar ondervinden we dus wel degelijk overlast van en dat zijn niet overlastgevers uit echt de wijk zelf, dat is echt voor mij duidelijk dat dat komt uit de voorzieningen. En dat is niet erg, maar nog meer erbij is echt wel veel. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, u heeft een vraag die u deze ronde wil stellen? Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter. Het antwoord is ja. En aan deze mevrouw ook, dus dat komt goed uit. Want u heeft het – terecht hoor, namens ons van Trots Haarlem – over de veiligheid. Niet voor niks worden natuurlijk deze locaties zo ver mogelijk – ja, zo ver mogelijk, maar misschien niet ver genoeg – buiten de stad geplaatst. Er is toch iets aan de hand. Maar wat vindt u dan van het feit dat, we hebben het hier vanavond ook over gehad, er zijn verschillende hotspots die al jarenlang hotspots zijn.
Maar dan komt er straks wel natuurlijk de belofte van een veiligheidsplan en dat alles goed komt. Maar op die locaties is nooit bewezen dat het goed gekomen is. Wat vindt u van de uitspraak van de burgemeester op de directe vraag van bewoners of de veiligheid gegarandeerd kon worden, dat de burgemeester heeft gezegd: de veiligheid kan niet gegarandeerd worden. Want misschien heeft u dus wel terechte opmerkingen. Mevrouw Ikking-Groenink: Nou ja, dat vind ik dus ook heel zorgelijk dat die veiligheid niet gegarandeerd kan worden, mede omdat ik ook las dat de begeleiding bij de Skaeve Huse zoveel mogelijk wordt afgebouwd wanneer dat kan. Ik vind dat zorgelijk. Je hebt mensen die eigenlijk al bewezen hebben dat zij niet goed kunnen functioneren binnen een samenleving, dat ze geen rekening houden met anderen, laat staan kwetsbare anderen, dat ze juist daarin onvoorspelbaar zijn, dat menig organisatie zich daar geen raad mee weet. En dan zeg je eigenlijk nu tegen een wijk, een dorp, een gemeenschap met heel veel kinderen – want dat is Schoten, Haarlem-Noord, en ook Velserbroek en ook Spaarndam: jongens, we leveren jullie deze mensen, succes ermee en blijf vooral melden als er overlast is. Jongens, dat kan je toch niet menen? De voorzitter: Ja, helder. Dank u wel voor uw bijdrage en dank u wel voor uw komst vanavond.
Ik wil u verzoeken om het een beetje schoon te maken en dan langs de andere kant de zaal te verlaten. Dan hebben we weer een korte pauze en dan volgt de laatste groep van vijf insprekers vanavond. Schorsing De voorzitter: Welkom allemaal, dit is de laatste en de achtste groep van vanavond met vijf insprekers over alle locaties. U heeft allemaal per persoon twee minuten de tijd om straks uw verhaal met de commissie te delen, daarna kan de commissie vragen stellen en ik bepaal dan wie het woord krijgt. Bent u allemaal gereed? Dan geef ik als eerste het woord aan mijnheer Scherer. U mag de microfoon indrukken, dan gaat het lampje branden. Gaat uw gang. De heer Scherer: Oké. Goedenavond. Amper een jaar geleden rolde een folder in de bus met informatie over de voorgenomen opvanglocaties. Op 9 november jongstleden een digitale bijeenkomst waarop zo vele zorgelijke vragen en reacties volgden van bewoners en wijkraden wat betreft mogelijke overlast voor bewoners. Ik heb vragen gesteld aan de procesmanager over veiligheid en risico’s, en kreeg als antwoord dat de toekomstige bewoners geen behoefte zullen hebben, na thuis te hebben gebruikt, de straat op te gaan en voor overlast te zorgen. Een nogal gemakkelijke uitspraak, naar mijn idee, omdat een gericht locatieonderzoek
42
hier niet heeft plaatsgevonden en de betreffende bewoners niet zijn gehoord. Uit het gespreksverslag van 18 februari jongstleden van de wethouders Meijs en Roduner met een delegatie uit negen wijkraden werd mij duidelijk dat de gemeente niet van plan is over alternatieve locaties te willen praten, terwijl dat juist de agenda en doel van het gesprek was. U kunt zich wellicht voorstellen dat deze procedure veel verzet en weerstand oproept. Bewoners maken zich grote zorgen. De belangrijkste stap wat mij betreft, namelijk om te komen tot draagvlak en vertrouwen, ontbreken en daar wordt ook niet aan gewerkt. Ik ben hier erg van geschrokken. Mijn eigen werkervaring bij de Rijksoverheid is dat juist aan de voorkant van een ingrijpend project voor diverse varianten een risico- en een belangenonderzoek werd uitgevoerd in verband met het vereiste draagvlak. Omdat vooronderzoek in beide buurten voor de voorliggende keuzen geheel ontbreekt, is mijns inziens de regel van het zorgvuldigheidsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht aan de orde, omdat de gemeente bij deze ingrijpende maatregel niet de lokaal vereiste kennis en belangen heeft meegewogen. Mogelijk speelt ook het evenredigheidsbeginsel een rol in verband met het effect van het te nemen locatiebesluit op burgers. Daar is heel veel over terug te vinden.
Tevens het beginsel van fair play, omdat de gemeente niet bereid is nader met de buurt te overleggen en bij vragen vooral met standaardantwoorden komt – dat heb ik zelf mogen ervaren. Dit neigt naar mijn idee naar onbehoorlijk bestuur. In de context van de huidige vertrouwensdiscussie hebben u, als gekozen vertegenwoordigers, volksvertegenwoordigers, juist de politieke taak om vertrouwen en draagvlak op te bouwen bij gevoelige ingrepen de woon- en leefomgeving. In dit geval dient mijns inziens draagvlak doorslaggevend te zijn bij acceptatie voor opvang van uitbehandelde alcohol- en drugsverslaafden. Tot slot roep ik de gemeente dan ook nadrukkelijk op zijn verantwoordelijkheid te nemen door als betrouwbare overheid te willen optreden en alsnog te gaan praten met de direct betrokken buurtbewoners en wijkraden om te komen tot gedragen alternatieve oplossingen, maar wel voordat er definitieve besluiten worden genomen. Voor de huidige voorliggende locaties ontbreekt in ieder geval elk draagvlak. Dat is wat dit realiseert. Dank u wel. De voorzitter: Kunt u tot een … Ah kijk, helemaal goed. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Stavenuiter. De heer Stavenuiter: Goedenavond. Ook ik kreeg zo’n folder in de bus, waarin de wijkraad een anderen zich afzetten tegen de plaatsing van Skaeve Huse en Domus Plus in onze wijk.
Ook ik was bij de online bijeenkomst die de gemeente organiseerde en heb op de chat de aanhoudende stroom berichten gezien die varieerde van kritisch tot volslagen ongenuanceerd. Ik snap dat verzet wel. In mijn jeugdjaren, toen ik in Heemskerk woonde, heb ik eenzelfde protest gezien tegen de komst van een asielzoekerscentrum. En in mijn werk bij MIND Ypsilon zie ik een soortgelijk verzet tegen woonvoorzieningen voor psychiatrische patiënten. Ik herken de angst, de onrust, maar ik deel hem niet. Keer op keer blijkt het vooral angst voor het onbekende en blijken alle verhalen over verkrachtende en moordende mensen in de wijk, die de wijk zullen overnemen, nergens op gebaseerd. Zodra je elkaar kent, blijkt het te gaan om mensen als ieder ander, die de pech hadden dat hun leven iets anders verliep dan bij de meesten. Mensen die een naam hebben, mensen met een gezicht. Mensen die familieleden hebben die zich zorgen maken, en vooral, mensen die tot rust komen als ze een plek hebben waar ze niet worden opgejaagd. Ik geloof dat wijkraden in eerste plaats een taak hebben om mensen te verbinden. In de folder wordt gesproken over de Boerhaavewijk als een kwetsbare wijk. Maar het is niet een wijk die kwetsbaar is, het zijn mensen in een wijk die kwetsbaar zijn.
Ik wil me er graag hard voor maken dat we samen een mooie wijk vormen, waarin het lukt om met elkaar samen te leven, juist omdat we zo goed weten hoe het is om kwetsbaar te zijn. Ik gun elke Haarlemmer zo’n wijk en een stadsbestuur dat dat faciliteert. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mijnheer Blom, gaat uw gang.
43
De heer Blom: Goedenavond. Mijn naam is Roberto, ik ben 24 jaar en ik woon ruim al mijn hele leven in de Zuiderpolder. Momenteel een zeer rustige wijk en een prettige plek om te wonen. Totdat er een tijdje geleden gesproken werd over een plaatsing van een complex met de naam Domus Plus of Skaeve Huse. De een is een beschermde woonvorm, de andere zijn eenvoudige woningen, hoe je het ook wil bekijken. De redenen die er momenteel gegeven worden door de gemeente is dat er overlast wordt gegeven door de mensen die komen te wonen in deze complexen, of het feit dat deze mensen momenteel op straat verblijven. Om GroenLinks even te citeren, “heeft iedereen recht op een plek in Haarlem”. Nog geen drie zinnen verder wordt er beschreven dat deze mensen ook onaanpasbaar gedrag kunnen vertonen. Mijn vraag aan de gemeente hiervoor is dan ook hoe jullie het verzinnen om zulke complexen in de buurt van woonwijken te plaatsen waar kinderen wonen, spelen, in het park, noem maar op. Tevens wordt er gesproken op de website van de gemeente dat er voorbeelden zijn in het land waar deze projecten niet goed verlopen, maar er zijn ook positieve ervaringen met betrekking tot deze complexen. Mijn vraag is dan ook hoe jullie dit experiment, om het zo maar even te noemen, kunnen houden in een buurt van, nogmaals, een woonwijk waar kinderen opgroeien en spelen op straat.
Waarom kan er niet gekozen worden voor een afgesloten terrein? Deze mensen hebben volgens jullie namelijk met name behoefte aan rust. Even kijken. Nogmaals, om de partij GroenLinks te citeren, is dat “de woonvorm van Skaeve Huse is bedoeld voor mensen die door hun gedrag ernstig overlast veroorzaken in reguliere woonwijken”. Momenteel is er geen overlast in de wijk Zuiderpolder en tevens in Haarlem-Noord, dit wordt momenteel alleen maar gecreëerd door de gemeente. En als laatste punt heb ik een opmerking over de communicatie met betrekking tot dit onderwerp van de gemeente naar de betreffende omwonenden. Zoals gesteld zijn jullie daar erg transparant over geweest, terwijl alle vragen die ik heb gesteld aan mijn buurtbewoners, mensen in mijn straat, geen idee hebben hoe zij hier aanspraak op hebben kunnen maken om überhaupt hier te kunnen zijn of hun woord te kunnen doen. De voorzitter: Kunt u tot een afronding komen? De heer Blom: Ja. Ik roep u hierbij ook ten zeerste op uw beslissing om de locaties aan te passen naar een afgelegen locatie, ver uit de buurt van woonwijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Nelemaat. Mevrouw Nelemaat, wilt u de microfoon … Ja, dank u wel. Mevrouw Nelemaat: … als Haarlemse burger en ik ga het niet hebben over de plaatsen waar Domus Plus of de Skaeve Huse moeten komen.
Ik wil het hebben over de mensen die er komen wonen en de manier hoe daarnaar gekeken en over geschreven wordt. Daarmee doel ik niet op de inspreker hier of elders, maar dan heb ik het over de opvattingen en de kennis bij de professionals en het college. Want in de beleidsstukken, maar ook in de discussies wordt vrijwel alleen maar gesproken over beveiliging, beveiligingsplannen en inzet van politie en dergelijke. Ik wil het graag met u hebben over de doelgroep en om mijn kennis op te frissen ben ik naar Amsterdam geweest en ik heb daar twee Domus Plus-projecten bezocht. Eén bij Kikkenstein, dat ligt tussen een grote Bijlmerflat met allemaal bewoners en het winkelcentrum, druk en levendig. Het andere ligt achter het AMC, verscholen tussen bomen en omringd met veel groen, stil en rustig. In beide opvangcentra worden mensen opgevangen. Mensen die psychiatrisch kunnen zijn, licht verstandelijk beperkt, in combinatie met een verslaving aan alcohol en vaak ook aan cocaïne. Maar het zijn ook mensen die uw neefje, uw broertje of uw oom zouden kunnen zijn. Het zijn meest mannen en soms ook enkele vrouwen. Maar mensen die door omstandigheden geen netwerk meer hebben en daardoor letterlijk en figuurlijk ontheemd zijn. Mensen die de druk niet aankunnen van de grotere opvangcentra, die daar door alle lawaai en hectiek zich snel overprikkeld tonen en dus een omgeving verdienen zonder dat.
Mensen die daar niet als uitbehandeld worden
44
gekwalificeerd, maar die daar goed zijn ondergebracht in kleine zit-/slaapkamers met eigen sanitair en 7 x 24 uur worden begeleid, niet door beveiligers, maar door professionals die dat met veel kennis, geduld en liefde doen. Die ervoor zorgen dat iedereen een vorm van dagbesteding heeft en dat die dagbesteding ook gewaardeerd wordt, in complimenten en soms ook financieel. Waar mensen een enkele keer zelfs uitstromen naar begeleid wonen en niet als perspectiefloos worden neergezet. De voorzitter: Kunt u ook tot een afronding komen? Mevrouw Nelemaat: Ja. Mijn tijd is te kort, maar ik zou u veel meer willen en kunnen vertellen over dit bezoek waar ik helemaal blij van werd. En wat ik u aanbied is dat de bestuurder van Rochdale, de voorzitter van de raad van bestuur van de woningcorporatie, eigenaar van de twee Domus Plus-projecten in Amsterdam Zuidoost, de medewerkers van het Leger des Heils, maar ook een bewoner van Domus Plus bereid zijn te vertellen over hun ervaringen, zodat het besef hier … De voorzitter: Kunt u afronden? Mevrouw Nelemaat: Ja, dat ga ik zo doen. Zodat het besef hier doorkomt dat we het wel over mensen hebben, en niet over verslaafde, onhandelbare monsters die niet voor rede vatbaar zijn en wij dus wegzetten als uitbehandeld en waarvoor we heel veel geld aan beveiliging voor uittrekken, in plaats van aan begeleiding.
Want geen mens is uitbehandeld, tenzij we doodgaan. Goede opvang is een kwestie van beschaving, dames en heren. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mijnheer Weerdenburg. De heer Weerdenburg: Goedenavond, geachte leden van de commissie. Op het moment dat de gemeente op zoek ging naar geschikte locaties, had ik vertrouwen dat zij met een zorgvuldige aanpak tot een weloverwogen locatiekeuze zou komen. Het collegebesluit van 26 maart 2019 luidt namelijk als volgt: “De betrokkenen in de stad worden gevraagd te participeren, zodat integraal en met het oog voor alle belangen een keuze gemaakt kan worden voor de meest geschikte locaties.” Na het lezen van de rapportage van de locatiestudie heb ik echter sterk de indruk dat er toegewerkt is naar een voor de gemeente gewenste uitkomst. De antwoorden die we van de gemeente hebben ontvangen op onze vragen hebben deze indruk alleen maar bevestigd. Ik beperk me tot twee voorbeelden. Het eerste voorbeeld: het criterium actuele hotspot overlastlocatie is niet uitgewerkt en vervolgens als niet-eenduidig beoordeeld. Door deze aanpak te hanteren kan een locatie, die bekendstaat als actuele bekende overlastlocatie waarbij illegale handel in drugs plaatsvindt, toch tot de laatste twee horen. Echter, een van de gestelde eisen was: de voorziening ligt in een omgeving waar in ieder geval drugsdealers en gebruikers op afstand zijn.
Dit is in tegenspraak met elkaar. Tweede voorbeeld: Haarlemmers hebben de mogelijkheid gehad om mee te denken door locaties aan te dragen. Echter, de gemeente lijkt daar niet haar eigen verantwoordelijkheid te nemen om zelf ook actief mee te denken. Voorbeeld: een aangedragen locatie bij Schoteroog zat net honderd meter op de verkeerde plek en daarom viel deze locatie meteen af. Als we de gemeente vragen of bij het Schoteroog iets verderop wel een interessante locatie is, krijgen we als antwoord: er is voldoende breed gekeken en we hebben al een aantal mogelijke geschikte locaties. Ik leid hieruit af dat de gemeente zelf geen verantwoordelijkheid neemt en dat de burger niet serieus genomen wordt. Op basis van bovenstaande kan ik ook niet anders concluderen dat het raadsbesluit tot aanwijzing van de vier locaties onjuiste gronden genomen is, waarmee dus ook dit voorstel niet juist is. Bedankt voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Mooi binnen de tijd. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Wiedemeijer, PvdA.
45
De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag aan Humberto, als ik het goed heb gehoord? De heer Blom: Roberto. De heer Wiedemeijer: O, sorry, excuus. De heer Blom: Geen probleem. De heer Wiedemeijer: Ik dacht dat u zei: er is momenteel geen overlast in de Zuiderpolder. Heb ik dat goed verstaan? Want ik heb nu vier uur lang eigenlijk exact het tegenovergestelde gehoord, dus ik wilde zeker weten of u dat van mening bent. De heer Blom: Nou, ja, dat ben ik zeker van mening. De heer Wiedemeijer: Helder, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag hier ergens een hand. Mevrouw Eckhard, SP. Mevrouw Eckhard: Ik heb twee vragen voor mijnheer Stavenuiter. Uw verhaal, heeft u hier ook contact over gehad met de wijkraad, en wat was hun reactie? De heer Stavenuiter: De strekking van dit stuk heb ik vooraf naar de wijkraad gestuurd, direct na de online bijeenkomst en ik heb een reactie gehad: dank voor uw mail. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Eckhard. Mevrouw Eckhard: Ik had nog een tweede vraag, mag ik die ook stellen? Dank u, voorzitter. U zei dat u soortgelijke ervaringen eerder bent tegengekomen. Kunt u een voorbeeld geven van hoe buurtbewoners van mening veranderden? De heer Stavenuiter: Ja, ik zei dat ik werkte voor Ypsilon. Ypsilon vertegenwoordigt pak hem beet 4000, 5000 familieleden van mensen met psychoses.
Vaak mensen die aanlopen tegen het feit dat er voor hun kinderen, partners, wat het ook wezen mag, vaak onvoldoende geschikte huisvesting is en die dan zelf het initiatief nemen om te kijken of het anders kan. Een mooi voorbeeld daarvan vind ik Zeeuwse Gronden in Zeeland, is inmiddels op aan het stomen naar noordelijker. Daar is een klein groepje ouders dat een initiatief neemt en zegt: we gaan kijken of er een huisvesting kan komen voor een groepje patiënten. De eerste keer dat dat gebeurde, liep iedereen te hoop: dit kon nooit goed gaan, alle overlast, denk aan onze kinderen enzovoorts. Inmiddels hebben ze het zevende initiatief geopend en nu staat er een initiatief in het midden van de stad en is er geen enkel probleem, geen enkel verzet geweest, omdat de bewoners zijn gaan kijken bij eerdere initiatieven, zoals mevrouw daar ook heeft gedaan, en hebben gezien dat het kan. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een vraag bij mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag voor de heer Scherer. Ja, heeft u een idee … De voorzitter: Ik kan u niet goed verstaan. Mevrouw Zoon: O. Heeft u het idee dat u serieus genomen bent in het hele proces?
46
De heer Scherer: Nou, uit mijn verhaal lijkt dat niet echt, nee. Mevrouw Zoon: Nee, fijn. Ik bedoel, fijn dat u dat … De heer Scherer: Ik heb gewoon echt vragen gesteld, ik heb regelmatig met de wijkraad in ons … Ik woon ook in de Zuiderpolder met die meneer, ik ben het ook helemaal niet met die meneer eens, maar dat doet er even niet toe. Dus er is heel veel al … Er zijn vragen, ik heb allerlei brieven gelezen, ik heb ook het verslag van de bijeenkomst gelezen en er zijn allerlei vragen gesteld om tot overleg te komen om te kijken: waar zijn we eigenlijk mee bezig, zijn de bewoners goed geïnformeerd? Ik heb alleen een folder gehad en nogmaals ingesproken en er is met mijn opmerkingen niets gedaan, en ook een heleboel andere mensen, ook mensen uit de wijkraad duidelijk gemaakt: er is gewoon helemaal niks gedaan met alle op- en aanmerkingen. Dus dan denk ik: hoe kan de gemeente nou zo doordenderen, vooral in een tijd, wat ik ook noemde, dat er een soort vertrouwenscrisis bestaat tussen de burger en de overheid. Hoe kan een overheid nou … Eigenlijk heb ik maar één kernpunt hier: er is een hele belangrijke stap overgeslagen, namelijk te zorgen voor draagvlak en voor vertrouwen voor een hele gevoelige groep.
Iedereen snapt dat er een probleem is in Haarlem en dat dat opgelost moet worden, maar dat kan toch niet zo gaan zoals de gemeente dit heeft gedaan? Het is nog maar een jaar aan de hand, één jaar geleden wist ik van niks en ik heb nu al via de mail – en ik heb natuurlijk ook contact met mensen uit de straat – dat jullie vanavond al een besluit gaan nemen. Nou, hoe ver moet het gaan, hè? Ik verlies echt mijn vertrouwen en ik ben hier behoorlijk over teleurgesteld, ja, als burger. Mevrouw Zoon: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook een vraag aan de heer Scherer, dank u wel overigens voor het inspreken. De heer Scherer: Ik kan u niet goed verstaan. Mevrouw Çimen: O, excuus. Hoort u mij zo beter? Dank u wel in ieder geval voor het inspreken. U gaf aan: er is geen risico- en belangenonderzoek gedaan, waarmee dus ook niet is voldaan aan dat zorgvuldigheidsbeginsel. U heeft een hoop opmerkingen gemaakt eigenlijk over het proces. Bent u van mening dat als er wel een goed proces was doorlopen, dat er dan wel te leven was met de voorgestelde locaties? Of zegt u: per definitie zijn de locaties niet op orde? Ik probeer uw betoog even te doorgronden: zijn we op de verkeerde locaties aan het zoeken volgens u? Of zegt u: het proces is niet goed doorlopen, maar het is nog wel bespreekbaar.
De heer Scherer: Nou, ik heb geen problemen met het proces, want ik heb, nogmaals, bij de overheid gewerkt, ik ken die processen. Ik heb heel veel met dit soort zaken te maken gehad, met inpassingen van infrastructurele werken. Maar wij hebben dus nooit een project uitgewerkt en vervolgens dat gedropt … Ja, vroeger gebeurde dat, hè, Rijkswaterstaat wist wel wat goed voor u was. Maar die tijd is voorbij, er is een heel leger van communicatiemensen en omgevingsmanagers, dan was ik er zelfs één van. Dus we gingen heel erg op zoek naar die burger, naar die stakeholders, om draagvlak voor een aantal alternatieve oplossingen. En op grond van dat draagvlak en alles wat daarbij kwam kijken, kon er een alternatief gekozen worden waar dan, … Natuurlijk is het nooit iedereen naar de zin, dat is onmogelijk, maar iedereen is gehoord en iedereen, dat weten we allemaal, als er naar je geluisterd wordt, dan zeg je: nou, oké, we zijn het niet met elkaar eens, maar
47
u heeft naar mij geluisterd. En dat mis ik in dit verhaal in totaal. Iedereen die ik spreek is gewoon zwaar gefrustreerd. Nou, dat is toch geen goede zaak, zou ik zeggen. De voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Stavenuiter. Allereerst dank u wel voor uw woorden van compassie en medemenselijkheid, dat is wat ik een beetje gemist heb bij deze insprekers. Begrijpelijkerwijs, maar wel jammer. Mijnheer Stavenuiter, u heeft deze processen eerder doorgemaakt. Ik neem aan dat u ook op de hoogte bent van de manier waarop de communicatie voorafgaande aan waar we nu zitten, hoe dat ongeveer is verlopen. Hoe verhoudt zich dat tot de processen waar u ook getuige van bent geweest bij de huizen waar u net over sprak, is dat vergelijkbaar? De heer Stavenuiter: Ja, ik denk dat het grotendeels vergelijkbaar is. Natuurlijk is het zo dat in de ene stad, of in het andere dorp de procedure net iets zorgvuldiger is, of net iets minder zorgvuldig. Ik denk uiteindelijk dat het niet afdoet aan de weerstand die er is bij mensen voor iets wat ze niet kennen. Dat krijg je met een procedure, al is die nog zo goed, krijg je dat niet weg. We zullen in de praktijk moeten zien dat het wel kan en ik ben ervan overtuigd dat dat gaat gebeuren, maar nogmaals, ik snap wel, ik snap de angst.
Ik vind hem niet terecht, maar ik snap wel dat die er is en dat kan niet anders dan leiden tot weerstand tegen elke beslissing, elke procedure enzovoorts. De voorzitter: Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ik heb een vraag aan mevrouw Nelemaat. U bent op bezoek geweest in Amsterdam bij de Domus Plus, dus u hebt de onaangepaste mensen gezien. Maar hoe zou u dat omschrijven, zou u ook zeggen: nou, die mensen zijn onaangepast? Mevrouw Nelemaat: Nou, daar heb ik net een heel pleidooi over gehouden dat ze dus niet onaangepast zijn. En ik deel met mijn buurman de mening dat onbekend maakt onbemind, om het maar even kort samen te vatten. Ik wil nog wel wijzen op een ander project in Zuidoost waar ik zelf ervaring mee heb, ik ben ooit 25 jaar geleden een woongroep voor drugsverslaafden gestart in Gein 3, ook eigendom van wat nu Rochdale is. Dat gaf heel veel commotie inderdaad daar, ik zal jullie de toestanden besparen. Maar uiteindelijk zit die woongroep daar nog, steeds weer ook met uitstroom en andere mensen, en dat is echt onderdeel van een woongebouw, van een vierhoog woongebouw. En ja, de directeur van Rochdale die ik laatst sprak, die beoordeelde dat als het knuffelproject van de buurt, omdat de groep dus ook heel veel voor de buurt doet en, nou ja, niet voor overlast zorgt.
En waarom is er minder overlast van mensen die goed onder dak zijn? Dat komt doodeenvoudig omdat ze binnen kunnen gebruiken, en niet buiten. Want mensen die buiten zijn en geen onderdak hebben, die zorgen voor overlast. En dat is heel logisch, want je moet de hele dag om je heen kijken, hosselen, je gebruikt ook meer dan dat je binnen gebruikt, dat zijn gewoon wetenschappelijke feiten. En als mensen binnen op hun eigen kamer in alle rust kunnen gebruiken, wordt er minder gebruikt, zijn ze meer aanspreekbaar. En in het project waar ik ben geweest, ja, stromen zelfs mensen uit naar begeleid wonen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vraag bij mijnheer Van den Raadt, Trots. De heer Van den Raadt: Dank u, voorzitter. Ik had twee vragen, één aan de heer Stavenuiter, ik dacht eerst, u gaat iets heel anders zeggen als wat we de hele avond gehoord hebben hè, het tegenovergestelde. Maar eigenlijk zegt u misschien wel iets wat helemaal in lijn ligt, want u zegt, het zijn gewoon mensen, je moet er
48
niet bang voor zijn, waarom maken we deze mensen apart? En u vertelt over een project wat in de stad zelfs ergens plaatsvindt en heel succesvol werkt. Dus dan bent u eigenlijk, als we het doortrekken, dan zegt u eigenlijk, die Domus Plus en Skaeve Huse in die buitenwijken zijn eigenlijk helemaal niet nodig. De heer Stavenuiter: Ik vind hem creatief. Ik zou willen dat het zo werkt. Ik denk dat mensen gebaat zijn bij mensen om zich heen. Dat geldt voor u, dat geldt voor mij en dat geldt ook voor de inwoners van Skaeve Huse of Domus Plus. Dus als je contact houdt met de mensen in je buurt, daar word je beter van, daar wordt iedereen beter van. Dus als het midden in de stad zou zijn, zou ik er geen problemen mee hebben. Als het in mijn achtertuin is, zou ik er geen problemen mee hebben. Ik zou op elke andere plek er geen problemen mee hebben, omdat ik weet dat er een groep is, ook in Haarlem, die de problemen heeft die ze hebben. En je kan niet doen alsof het niet bestaat, dus je zal daar samen wel een plek voor moeten vinden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt: Ja, nee, dank u wel. En dan de tweede vraag was aan de heer Weerdenburg, u had het over, ja, dat u dacht dat het misschien niet helemaal eerlijk verlopen was met die locaties, want u had het ook over criterium, criteria, bijvoorbeeld dat er dan geen rekening wordt gehouden met hotspots.
Als u nou denkt dat bijvoorbeeld bij die criteria, dus er niet gefocust wordt op dat er bepaalde locaties worden en dan had u gezegd, laten we nou ook hotspots gebruiken en looproutes, of die wel of niet langs scholen, bejaardenhuizen, peuterspeelzalen gaan, dan denkt u dus dat er gewoon heel iets anders uit de bus was komen rollen? De heer Weerdenburg: Het wordt een beetje technisch verhaal, bedankt voor uw vraag. Het gaat erom zeg maar, als je een selectieprocedure opstelt, om tot geschikte locaties te komen, dan is het opvallend dat in deze procedure een belangrijk criterium wat draagvlak creëert, niet meegewogen is. En dat is pas aan het eind, is dat verder uitgewerkt, wat ook net aangegeven is, en op deze manier van de selectiecriteria hanteren richt je het eindresultaat. En dat is mijn punt wat hier zeg maar ten grondslag ligt dat uiteindelijk besluit tot de vier locaties. Het punt waar zeg maar draagvlak op kantelt in Haarlem is, wat betekent het voor de omgeving? Dat punt is tot het laatst niet uitgewerkt. Pas bij de laatste vier is het verder uitgewerkt. Dus als je selectiecriteria hebt, dan moet je ze ook hanteren. En niet beoordelen als neutraal, dat zien we later wel. Terwijl specifiek aangegeven is in zeg maar in het onderzoek, hier moet advies worden aangevraagd, om hier iets over te kunnen zeggen.
En als je het pas aan het eind doet, ja, dan heb je geen draagvlak gecreëerd in de gemeente Haarlem. De voorzitter: Goed, ik wil had deze ronde gaan afsluiten. Zijn echt nog prangende vragen? Mijnheer Aynan, laatste vraag. De heer Aynan: Ja, ja. U allemaal bedankt. Ik vond zeg maar de tegenstelling tussen de heer Scherer en Stavenuiter, vond ik heel interessant want u zegt, nou, weet je, angst voor het onbekende, het maakt eigenlijk helemaal niet uit wat je doet. En u zegt, jawel, het maakt wel degelijk uit hoe je het doet, als je het proces maar goed vormgeeft, dan hebben we vertrouwen en draagvlak. En daarvoor, zegt u, is het vereist dat je lokale kennis en belangen, ja, dat je daar rekening mee houdt. En ik wil u eigenlijk vragen om daarop te reageren van, joh, het maakt helemaal niet uit want we zijn een beetje tegen, of sowieso tegen. Of bent u nou ook bereid om mee te denken, en te komen tot inderdaad dat vereiste vertrouwen en draagvlak? De heer Scherer: Dat moge duidelijk zijn. De heer Aynan: En hoe dan?
49
De heer Scherer: Nou, als ik word uitgenodigd om mee te denken, ik woon vlakbij de Robertus Nurksweg, die is nou heb ik begrepen niet verkozen, dat is denk ik 200 meter bij mijn huis vandaan. En daar voel ik me als bewoner van de Zuiderpolder nogal betrokken, daar zijn hotspots, er is een station, er is een parkeergarage, dus van allerlei, er zijn, het ligt nauwelijks pal aan de wijk. En als mij wordt gevraagd om mee te denken over zo’n situatie voordat de gemeente dat aanwijst, dan ben je ook in staat om je belangen in te brengen, ben je in staat om je wensen aan te geven. Dan kun je met elkaar kijken van, wat zijn eigenlijk hier de gevaarlijk situaties? Al die huizen hebben allemaal gangen, waar mensen allemaal doorlopen ‘s nachts, allemaal dat soort … Dat geeft onzekerheid, angst, vragen gesteld. Er is niemand van de gemeente die mij daar antwoord op gegeven heeft, en ik ben daar vrij actief geweest om die antwoorden te verkrijgen. Dus als de gemeente mij de kans had geboden om daar met elkaar over na te denken en met elkaar over te zoeken van, wat kunnen we … Want ik, het gaat er mij helemaal niet om, ik ben ook niet iemand die zegt, die mensen die horen hier niet in Haarlem. Het gaat erom dat je met elkaar jullie als vertegenwoordigers van deze gemeente, wij als burgers, dat je met elkaar een draagvlak vindt.
En dat je daarmee ook vrede kunt hebben en kunt zeggen, nou, oké, het is niet allemaal zoals we willen, maar we gaan ervoor. Dan heb je ook de kans dat je elkaar vast kan houden en bij bepaalde ontwikkeling elkaar dan kan steunen. Maar dat hele proces, dat is aan mijn neus, ik ben toch niet helemaal op mijn achterhoofd gevallen, dat is gewoon totaal aan mij voorbijgegaan. En niet alleen maar mij, maar ook gerespecteerde mensen uit de wijkraad, ik ga geen namen noemen. En ook de overbuurman waar ik contact mee heb, die verbaast zich volledig over, ik voel het eigenlijk als een soort overval. Van een jaar geleden wisten we nog niks, en nogmaals, ik heb begrepen dat jullie vanavond al een besluit gaan nemen. En nogmaals, het gaat me niet om de mensen, het gaat om de procedure die naar mijn idee volkomen onzorgvuldig is gedaan. En als je nogmaals de Algemene wet bestuursrecht erop naleest, dan hebben jullie echt een probleem. Want als de bestuursrechter hiernaar gaat kijken, ja, dan vraag ik me dus af je hiermee wegkomt? De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik daarmee deze ronde gaan afsluiten. Wil ik jullie allemaal namens de commissie hartelijk danken voor uw komst vanavond en uw bijdrage. Als u de tafel en dergelijke even wilt schoonmaken, dan mag u langs de andere kant de zaal verlaten.
Dan gaan wij kort pauzeren en dan gaan wij beginnen met het eerste gedeelte van het bespreken van de locatiekeuze. Om kwart over acht starten we de vergadering. Ter advisering aan de raad 4. Besluit locatiekeuze Domus Plus en Skaeve Huse (FR/MTM) De voorzitter: Goedenavond, ik heropen de vergadering van de commissie, de samengestelde vergadering van de commissie Samenleving en de commissie Ontwikkeling. Wij gaan vanavond spreken over het besluit, de locatiekeuze Domus Plus en Skaeve Huse. De raad wordt gevraagd een besluit te nemen over de locatie voor Domus Plus en ook locatie voor Skaeve Huse. Door mensen in beide een vaste woonplek buiten de woonwijk te bieden wordt mogelijk gemaakt dat ervoor gezorgd wordt dat zij de zorg krijgen die zij nodig hebben, en dat er tegelijk voldoende toezicht op de cliënten en hun omgeving is. Zo wordt voorkomen dat de cliënten nog meer problemen krijgen en dat zij overlast veroorzaken voor hun omgeving. De keuze voor de locaties impliceert ook dat wordt gestart met de ruimtelijke inpassing, het verder uitwerken van een beheerplan en het aanpakken van de bestaande problematiek in de buurt van de locaties. Het college stelt aan de raad voor het project te starten om maximaal zes Skaeve Huse te realiseren aan de Vergierdeweg 452 en 454. Twee, een project te starten om Domus Plus te realiseren aan de Nieuweweg 2.
Drie, een beheerplan uit te werken voor beide locaties, naar een voorbeeld van ‘Convenant beheersmaatregelen 24-uursopvang Wilhelminastraat’.
50
Vier, als onderdeel van het beheerplan in de eerste periode zorg te dragen voor 24 uur per dag, zeven dagen in de week aanwezigheid en bereikbaarheid van een beveiliger die toezicht houdt op de locatie en in de omgeving van Skaeve Huse. Vijf, als onderdeel van het beheerplan permanent zorg te dragen voor 24 uur per dag, zeven dagen in de week, aanwezigheid en bereikbaarheid van een beveiliger die toezicht houdt op de locatie en in de omgeving van Domus Plus. Zes, een wijkschouw uit te voeren en een plan van aanpak te maken voor een veiligere inrichting van de openbare buitenruimte. Zeven, de locaties Vergierdeweg en Nieuweweg frequent mee te nemen in de surveillance voor de handhavers van de gemeente en hierover afspraken te maken met de politie. Acht, voor eventuele extra incidentele kosten voor de maatregelen rondom beveiliging alvast een half miljoen euro te reserveren binnen beleidsveld 2.3. Als de raad niet kiest voor de Vergierdeweg en de Nieuweweg, dan is het voorstel Boerhaavelaan voor Domus Plus en Robertus Nurksweg voor Skaeve Huse aan te wijzen. De consequentie van een keuze voor de Robertus Nurksweg is dat de ontwikkelmogelijkheden voor de Oostpoort aanzienlijk beperkt, en bij keuze voor de Boerhaavelaan moet rekening worden gehouden met een langer tijdpad. Nadat de definitieve keuze met dit raadstuk is vastgesteld worden beide processen gestart.
Beide ontwikkelingen lopen hun eigen planning en volgen de fases van het Haarlems Ruimtelijk Planproces, wij bevinden ons nu in de pre-initiatieffase. De commissies Ontwikkeling en Samenleving wordt verzocht advies te geven aan de raad. Gezien het tijdstip van de behandeling, het is nu tien voor half negen, wij willen vanavond uiterlijk kwart voor tien sluit ik de vergadering af, omdat we allemaal op tijd thuis zouden willen zijn, vermoed ik dat wij niet, of ik weet eigenlijk wel zeker dat wij niet toekomen aan een volledige behandeling vanavond. De griffie zal daarom zoeken naar een extra datum om de vergadering af te maken, en die is volgens mij op 15 april voorgesteld, nog niet. Nou, daar moet nog naar gezocht worden. Dat … En dan gaan we vanavond beginnen, ik hoop in ieder geval dat wij de eerste termijn van de commissie en het college met elkaar kunnen afmaken vanavond. Wie mag ik dan als eerste het woord geven? Mijnheer De Groot, D66. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. D66 vindt het belangrijk dat deze voorzieningen gerealiseerd worden in Haarlem, en duidelijk is dat de ideale locatie niet bestaat. Eigenlijk is er nu weinig meer te kiezen, de Nurksweg en de waterenzuiveringslocatie vallen af, en we houden eigenlijk maar twee locaties over.
Bij de participatie is er een alternatieve locatie aangedragen, we hebben hem vanavond ook een aantal keren gehoord, namelijk bij het Schoteroog. Wij hebben technische vragen gesteld over deze plek, en mocht u dat over het hoofd gezien hebben, die staan in de Raadzaam van 23 maart. Het ligt niet in de Waarderpolder, en het is niet volledig deel van het Natuurnetwerk. Dus, college, kunt u deze plek objectief onder de loep nemen en ons via een informatiebrief meenemen in de voor en tegens? Inclusief politieadvies en de ruimteclaims? Wij nemen dit namelijk graag mee in de afweging richting de raad. Afsluitend, waar de keuze uiteindelijk ook op valt, wij houden oog voor het beperken van overlast. En wij hebben er alle vertrouwen in dat we in staat zijn om deze voorzieningen succesvol op te nemen in onze prachtige stad. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, Trots, termijn of interruptie? De heer Van den Raadt: Interruptie, voorzitter. Want volgens mij staat er in het stuk dat als het dus niet Vergierdeweg en Nieuweweg wordt, dat het dan automatisch Boerhaavelaan wordt en de Nurksweg.
Is D66 het daar dan mee eens? Want ik begrijp uit uw woorden dat u het daar eigenlijk niet mee eens bent? De heer De Groot: Mijnheer Van den Raadt, wat ik zeg is dat de Nurksweg in het geval van de complicaties met de Oostpoort, en de waterzuiveringsinstallatielocatie omdat die eigenlijk op de korte termijn niet beschikbaar is, geen echt goede locaties zijn. Dus de alternatieven zoals die geschetst worden in het raadstuk zijn in mijn optiek geen volwaardige alternatieven.
51
De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, mijnheer Wiedemeijer, PvdA, interruptie of termijn? De heer Wiedemeijer: Termijn, dus als andere interrupties hebben moeten ze even eerder. De voorzitter: Interruptie? Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ja, dank u wel. Nou, goed om te horen dat D66 de locatie Schoteroog mee wil nemen. Maar heeft die ook de reacties op die andere locaties gehoord? Er is op geen enkele manier sprake van draagvlak, wat vindt u daarvan? De heer De Groot: Die andere locaties, mijnheer Aynan? De heer Aynan: Ja, die vier andere. De heer De Groot: Als in de vier die nu in het raadstuk staan? Ja. Ja, die zijn besproken en meegenomen maar ik ben met u eens, dat draagvlak ver te zoeken is. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie … De heer Aynan: Maar was dat niet een voorwaarde van u? De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer De Groot: Ik denk dat het gecompliceerd wordt om een locatie als deze succesvol te maken als er draagvlak in de directe omgeving volledig ontbreekt. De voorzitter: Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Ja, ik ben een beetje verrast door het standpunt van D66 want op 22 oktober is een amendement ingediend om juist deze locatie te onderzoeken. Dat had dus nu gewoon onderzocht kunnen zijn, de locatie Waarderpolder. Maar dat amendement wat de ChristenUnie heeft ingediend, en gesteund is door de Actiepartij, is door u toen niet gesteund.
Van waar dus uw gewijzigde standpunt? De heer De Groot: Nou ja, laat ik dan vooral hand in zijn eigen boezem steken, ik ben benaderd door de wijkraden en een aantal van die bewoners zijn vanavond ook in komen spreken. Ik ben op locatie geweest en eerlijk gezegd heb ik de locatie 38 niet van tevoren al uit die locaties gepikt als een mogelijke kansrijke locatie. Dus ik ben later pas geïnformeerd over de haalbaarheid van deze locatie. De voorzitter: Dank u wel. Zijn dat handen voor interrupties? Ja? Mijnheer Visser, had u nog een interruptie? Ik zag uw hand. De heer Visser: Nou ja, voorzitter, ik ben op zich blij met dit nieuwe inzicht maar volgens mij is er toen echt uitgebreid over gediscussieerd over deze locatie, en er is uitgebreid aan bod gekomen dat het wel degelijk een alternatief was. Dus ja, ik ben blij dat D66 nu wijzigt van mening. Alleen, wat betekent dit dan voor de hele planning? Want we willen wel met zijn allen zo snel mogelijk die opvang hebben voor deze mensen. De heer De Groot: Nou, dat ben ik met u eens, en daarom zou het ook niet de bedoeling zijn moeten dat dit vertraagt, dat is ook precies de reden waarom ik mijn vraag op deze manier formuleer aan het college. Ik wil