CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03-23 Transcript Commissie Samenleving

commissie Samenleving 23 maart 2023, gemeente Haarlem23.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Nu hebben we wel beeld van de groep, weten we om wat voor mensen het gaat, maar niet op individueel niveau van wie daar terechtkomen. Voor wat betreft een sanctiebeleid, daar heb ik ook op gereageerd. Er komt een sanctiebeleid met een ultimum remedium, dat is dus een uiterste situatie dat als iemand zich volstrekt gedraagt in strijd met de afspraken en de regels, dan in uiterste gevallen betekent dat dat de toegang kan worden geweigerd en dat betekent dat de betrokkene dan is aangewezen op dak- en thuislozenzorg. Wie is er buiten de locatie verantwoordelijk? Dat is de politie en dat is de handhaving. Dat zijn de instanties die wij in het openbaar gebied hebben om toezicht te houden op veiligheid. De voorzitter: Uitstekend. Dan zijn zo alle vragen beantwoord. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: We hebben het natuurlijk hier mensen met een speciale achtergrond, dus het kan wel heel logisch klinken dat er wordt gezegd: je wordt geweigerd en dan gaan die mensen naar de dagopvang, of welk ideaalbeeld. Zo werkt dat natuurlijk niet. Als mensen bij een GGZ naar binnen willen en daar wordt gezegd: u mag hier niet naar binnen. Dan gooien ze een baksteen door het raam en dan wachten ze tot de politie komt. Hoe gaat u dit nou precies regelen? Want zeggen hoe het in de theorie zou moeten klinken, dat is natuurlijk niet de praktijk.

Als mensen een rode kaart krijgen komen er dan andere mensen van andere instellingen die een rode kaart hebben om die gaten op te vullen, dus dan blijf je uiteindelijk nog met

17

hetzelfde percentage irritante mensen zitten. Als ze wel daadwerkelijk eruit worden gezet van het overtreden van de huisregels, drie keer vorderen, komt dan de politie die mensen ophalen en waar brengt die ze dan naartoe? Burgemeester Wienen: Mijnheer Van den Raadt, volgens mij is dit niet een spel. Wij hebben hier te maken met een doelgroep die inderdaad lastig is en waar wij in de praktijk heel goed van weten – en u noemt wat voorbeelden van wat er zich in uiterste gevallen kan voordoen. Dat is zeker niet de gebruikelijke situatie, maar het kan in de GGZ voorkomen dat iemand inderdaad ook agressief reageert. Dan komt de politie en dat kan ertoe leiden dat iemand de nacht in de cel doorbrengt. Dat komt voor. Maar wat heeft het nou voor zin dat ik met u ga doornemen? Ik zou u dat kunnen doen, hoor, want ik ben degene die daarvoor verantwoordelijk is. Dat gebeurt inderdaad in Haarlem en ook op andere plaatsen in Nederland en daar wordt tegen opgetreden. Dan treedt de politie op. Het gaat vaak – en dat snap ik heel erg goed van mijnheer Abbasi – ook om hartverscheurende situaties. Want zeker als het om de GGZ gaat – dan hebben we het dus niet over de bewoners van de Domus Plus, maar u begint zelf over de GGZ – mensen die helemaal de weg kwijt zijn en soms uit zich dat in agressie. Dat kan betekenen gedwongen opname, isolatiecel, noem maar op.

Als het gaat over de doelgroep waar we het hier over hebben, als ze zich misdragen, dan is er een sanctiebeleid. Sanctie kan betekenen dat je tijdelijk aangewezen bent op een andere voorziening en het kan er ook toe leiden dat mensen zo onmogelijk zich gedragen – u noemt dat rode kaart, kan – om dan te zeggen: dan stopt het, want dan is er voor jou hier geen plek, omdat je het voor jezelf en voor anderen onmogelijk maakt om hier te functioneren. Op dit moment betekent het dat er dan de situatie intreedt die er nu ook is, namelijk dat er dan geen vaste opvang is. Dat is tragisch en dat zullen we zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Maar dan zijn mensen aangewezen op de dak- en thuislozenzorg en als het gaat om een zware psychische problematiek wellicht op opname in een andere instelling die daarbij hoort. De voorzitter: Dank u wel. Dan is dit zo … Mevrouw Jacobsz, u heeft ook nog een nabrander? Ja, u heeft nog 23 seconden, dus als u wil mag het, maar dan is het denk ik wel ongeveer het laatste wat u zegt. Dus wil u deze interruptie? Mevrouw Jacobsz: Nee hoor, ik heb een nabrander zoals dat heet, naar aanleiding van mijn opmerking over bouwen en dan in de groene zoom.

Ik zou pleiten, mocht het ondanks alle goede bedoelingen en alle goede plannen en alle beveiligingen en weet ik veel, toch zo zijn dat de stekker eruit moet om wat voor reden dan ook, dus ik pleit eigenlijk voor niet om een vast gebouw te bouwen, maar om flexibele units te bouwen. Dan kan je dat ook weer verplaatsen naar een andere locatie, mocht dat het geval zijn. Dus dat is even waar ik voor wil pleiten. De voorzitter: Ja, maar dat heeft vrij weinig met dit onderwerp natuurlijk van doen. Jawel. We hebben het er eerder ook al over gehad dat het echt over het veiligheids- en beheersplan gaat. Als u vragen heeft over wat we met die gebouwen precies kunnen doen, dan zou ik die vraag technisch stellen of die te verplaatsen zijn. Mevrouw Jacobsz: Mag ik nog even, voorzitter? Maar juist in het kader van dit, van al die plannen die we hebben, alle voorzorgsmaatregelen die we nemen, dan kan het best zo zijn dat de stekker er toch uit moet om wat voor redenen dan ook, maar dan heb je wel een flexibel … Ja, hoe noem je dat? Een flexibel iets waarbij je dus niet de mensen die erin zitten daarmee benadeelt, maar dat je het verplaatst. De voorzitter: Goed, is er vanuit het college nog behoefte aan een reactie? We gaan kijken of we het bij het volgende onderwerp nog mee kunnen nemen, maar hier denk ik …

18

Burgemeester Wienen: Mag ik nog één afsluitende opmerking maken overigens? De voorzitter: Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dat is ook omdat ik realiseer mij dat dat het risico is dat je bij dit soort onderwerpen iedere keer hebt. Er is net over die rode kaartsituaties gesproken. Ik wil hier toch wel ook echt even benadrukken, dat is niet de situatie van de mensen waar wij het over hebben. Wij verwachten dat we daar juist wel de mogelijkheden van opvang hebben en niet die escalatie en niet die problematiek. In uiterste gevallen, dan zal het leiden tot de sancties die ik genoemd heb, maar juist deze voorziening zal het mogelijk maken om dat bijna nooit te hoeven toepassen. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan hebben we zo dit onderwerp daadwerkelijk voldoende besproken. Even kijken. Het gaat niet door naar de raad, maar wel goed om dit zo besproken te hebben. 7.

Reikwijdte bepalen van de toegang tot de maatschappelijke opvang (DvL) De voorzitter: Dan ga ik wel door naar agendapunt 7, dat is de ‘Reikwijdte bepalen van de toegang tot de maatschappelijke opvang’. Hierbij wordt specifiek gevraagd naar uw visie op de vier scenario's die in het stuk geformuleerd worden. Het college zou het zeer waarderen als u daar in ieder geval op zou willen reflecteren. Ik dank overigens de portefeuillehouder voor zijn aanwezigheid hier. Even kijken. Wie kan ik als eerste het woord geven? De heer Hulster, gaat uw gang. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter, en dank voor de opinienota. We zien dat er een probleem is met de uitstroom van mensen die in de maatschappelijke opvang zitten. Mensen zitten daar heel lang en er is weinig perspectief. Er worden eigenlijk vier scenario's geschetst om dat probleem op te lossen. Eigenlijk wordt als aanleiding gegeven dat we hier de motie hebben aangenomen ‘Geen mens slaapt op straat’, wat op zich een principe is waar we nog steeds achter staan. Maar wat niet genoemd wordt en dat is wel een van de oorzaken van het probleem, is dat we ook het herkomstbeginsel hier niet hanteren, terwijl dat de VNG daar wel suggesties voor heeft gedaan. We hebben bij motie die is aangenomen door de raad juist gezegd: iedereen die hier aanklopt is hier eigenlijk welkom en daar gaan we zorg voor bieden.

Het andere probleem is dat we mensen dan onder Wmo-regeling laten vallen en dat is een openeinderegeling, zodat ze dan eigenlijk niet weg kunnen. Eigenlijk is een beetje de vraag: is dat dan wel wenselijk, is het wel medemenselijk om mensen eindeloos in zo’n opvang te laten zitten? Dat is eigenlijk ook niet wat je wil. Je wilt eigenlijk wel mensen ook een perspectief bieden op ergens naartoe te gaan. Het dilemma’s eigenlijk: helemaal niks of de deur dichtgooien is wat ons betreft ook geen oplossing. Want ik was laatst weer eens in Brussel waar je ziet dat de opvang voor mensen die dakloos zijn toch wat anders geregeld is en daar zie je ineens weer overal mensen op straat. Dat wil je ook niet, je wilt echt wel mensen ook opvangen. Dus nou ja, om kort te gaan, we zien dat dit een ingewikkeld dilemma is, we hopen eigenlijk dat we mensen wel opvangen, maar zo snel mogelijk terugleiden naar een plek waar ze ook echt verder worden gebracht. Als je vraagt: welke van de scenario’s past daar dan het beste bij? Dan zit het ergens tussen 2 en 3 in. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan het woord geven? Mevrouw Bastiaans namens de PvdA. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter. Haarlem is een sociale stad en daar zijn we trots op en dat willen we ook graag zo houden.

Maar voor de toegang tot de MO ligt nu wat ons betreft de vraag voor: wat is nog sociaal en wat is nog humaan? Alleen mensen uit Haarlem die onder de Wmo vallen hier toelaten, nee, dat vinden we niet sociaal. Iedereen blijven toelaten en vervolgens een langdurig verblijf in de opvang, dat vinden

19

we ook niet sociaal. Dus daarmee vallen eigenlijk de scenario's 1 en 4 voor ons af. Welk scenario wil de PvdA dan wel uit nader uitgewerkt zien? Van scenario 4 naar 2, en 2 is alleen Haarlemmers, zowel Wmo als nietWmo opvangen, vinden wij een hele grote stap, hoewel het wel duidelijkheid verschaft en duidelijkheid is ook sociaal. Scenario 3, ook opvang van gezinnen met minderjarige kinderen die geen regiobinding hebben met Haarlem, zou wat ons betreft alleen kunnen met aanvullende voorwaarden voor een zo kort mogelijk verblijf in de opvang en daarmee dus ook goede afspraken met andere regio's over uitstroom vanuit de Haarlemse MO. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel namens de VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Het college schrijft dat het ruimhartige opvangbeleid leidt tot een aanzuigende werking. Op de website van de landelijke PvdA worden partijen weggehoond die deze term durven te gebruiken. Hoe beoordeelt u de woordkeuze van de wethouder hier? Mevrouw Bastiaans: U bedoelt over de aanzuigende werking? De heer Van Kessel: Ja, de aanzuigende werking van het ruimhartige opvangbeleid. Mevrouw Bastiaans: Daarvan is nu gebleken dat de opvang vol komt te zitten en daardoor is het nodig om nu nieuwe beleidsregels te gaan plaatsen, of gaan formuleren.

Dus ja, als u zegt: hoe beoordeelt u dat? Dan vind ik het goed dat er nieuwe beleidsregels komen. De heer Van Kessel: Nou, dat is goed om te horen, maar mijn vraag was dat op de website van de PvdA landelijk partijen die die termen gebruiken, aanzuigende werking, dat die weggehoond worden. Denkt u daar gewoon anders over, vindt u dat je dat gewoon kan zeggen? Mevrouw Bastiaans: De term aanzuigende werking, in de praktijk is het zo door, naar wat de heer Hulster van Actiepartij net ook al benoemde, over de motie in 2014 hebben wij een heel ruimhartig beleid en daardoor is gebleken dat er heel veel mensen naar Haarlem komen. En ja, als je dat aanzuigende werking noemt, op de website van de PvdA wordt dat wat minder goed beoordeeld. Het is gewoon een feit dat hierdoor veel meer mensen naar Haarlem komen en dat we nu dus ook vinden dat die regels moeten worden aangepast. Ik ga even verder. De voorzitter: Dank u wel. Dan was er ook nog een interruptie van mevrouw Özogül, gaat uw gang. Mevrouw Özogul-Özen: Ik was benieuwd of u weet over wie we het hebben in optie 4. Mevrouw Bastiaans: Optie 4 zijn volgens mij alle mensen zoals het nu gaat. Dus de motie van 2014 en iedereen die hier naartoe kan komen, dat is hoe de situatie nu is.

Daarvan, als je dat volhoudt en die regels zo houdt, dan blijven we het probleem houden wat er nu ligt, namelijk een hele volle maatschappelijke opvang en ook schrijnende gevallen. Mevrouw Özogul-Özen: Dus u wilt eigenlijk uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug kunnen naar hun land, wilt u ze niet opvangen? En ouders die hier zijn komen wonen een jaar geleden en in een scheiding zitten of wat dan ook dan op straat komen, die wilt u ook niet opvangen omdat ze geen regiobinding hebben? Want de regel is twee jaar daarvoor moet je in Haarlem gewoond hebben en ze kunnen ook niet terug naar de stad

20

waar ze vandaan komen, want daar zijn ze ook al inmiddels twee jaar vandaan. Dus die mensen wilt u dan niet opvangen? Mevrouw Bastiaans: Ik wil even verdergaan met mijn verhaal, want ik begrijp dat u optie 4 wil behouden, dat kan. Wij willen, als we kijken naar de opties die er nu liggen, 1 en 4 niet. Bij 2 vinden wij dat het toch te beperkt is om alleen maar voor Haarlemmers wat te hebben, dus bij 3 zeggen wij: dat kan, maar dan met hele goede aanvullende voorwaarden, waarbij er ook met andere regio's uit afspraken zijn. Dat is wat wij willen meegeven aan het college. Die vraag ligt er in deze opinienota om mee te geven welke scenario's uitgewerkt moeten worden en dat zijn wat ons betreft 2 en 3 met die aanvullende voorwaarden en dat sluit ook aan bij volgens mij de Actiepartij. Daarnaast wil ik nog even aanvullen op het punt waar we het hiervoor over hadden. We hebben het hier natuurlijk in die opinienota over instroom, maar het grote probleem is ook ontstaan doordat er weinig uitstroom is. Dan zijn Skaeve Huse, Domus Plus, Housing First, dat is allemaal heel hard nodig en ook preventie van de instroom en dan ook, wat geagendeerd gaat worden, met huiselijk geweld, echtscheidingsproblemen. Dus het is een veel breder probleem, dit gaat alleen over de instroom. Wij geven aan het college mee: werk scenario 2 en 3 uit. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Anders commissieleden? Mevrouw Van der Windt namens D66. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Haarlem is een sociale stad, maar nu blijkt dat ons sociale beleid soms wat minder sociaal uitpakt voor de groep kwetsbaren die echt afhankelijk zijn van de gemeente Haarlem. Heel breed leeft eigenlijk het beeld dat er in Haarlem te veel mensen gebruik maken van de maatschappelijke opvang en dat zorgt voor krapte aan plaatsen, krapte aan ondersteuning en mensen die soms eindeloos vastzitten in de opvang omdat elk perspectief op een eigen huis ontbreekt. D66 vindt het terecht dat het college hier iets aan wil doen en we zijn dus tegen scenario 4, het voortzetten van het huidige opvangbeleid. Wij vinden scenario 1 net als de Partij van de Arbeid, dus alleen de wettelijke Wmo-doelgroep, vinden we te karig, omdat wij vinden dat de gemeente ook de helpende hand moet toesteken aan Haarlemmers die economisch dakloos zijn geworden. Wel vinden we dat die groep niet binnen het Wmokader ondersteund moet worden, maar binnen een eigen, noem het een economisch daklozenkader, want zo zorgen we ervoor dat iedereen passende hulp krijgt en niet dat er standaard hulp is voor mensen uit de Wmodoelgroep die misschien helemaal niet zo van toepassing is voor mensen die economisch dakloos zijn.

Voorzitter, D66 heeft begrepen dat de gemeente Haarlem heel genereus is in het toekennen van de Haarlemse status, zodat bijvoorbeeld ook een vrouw die vanwege de liefde van Haarlem naar Groningen verhuist, gaat scheiden en drie jaar later met haar kinderen op straat komt te staan en een sociaal leven in Haarlem heeft, toch nog wordt gezien als Haarlemmer. Kan de wethouder dit bevestigen? D66 twijfelt over de opvang van economisch dakloze gezinnen met minderjarige kinderen buiten Haarlem. Het klinkt aan de ene kant super sociaal om die groep op te vangen, maar het zorgt er wel voor dat er een grote groep zonder enig perspectief op huisvesting vastzit in de opvang hier, terwijl in sommige gevallen de eigen gemeente buiten schot blijft. Wij aarzelen of het gewenst is om die groep een korte opvang aan te bieden, omdat het lastig is om die groep te weigeren, maar het misschien nog veel lastiger is en moeilijker is om die groep na een tijdje op straat te zetten. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ik heb een vraag. Op het moment dat het gezin bij ons aanklopt, op het moment dat we weigeren het gezin op te nemen, hoe ziet u dat voor u, wat moet dan het gezin gaan doen? Wel heel duidelijk: u bent hier niet welkom. En dan?

21

Mevrouw Van der Windt: Dat zal afhangen van waar het gezin vandaan komt. In heel veel gevallen zijn er natuurlijk ook nog wel andere situaties, bijvoorbeeld voor uitgeprocedeerde asielzoekers is er een opvang. Dus het hangt echt af waar iemand vandaan komt wat er dan voor opties zijn. Maar het is ook heel hard om mensen eerst een tijd op te vangen en dan te zeggen: na een jaar, of na drie maanden moet u het zelf uitzoeken. Dat is ook lastig. Het is ook heel lastig om mensen hier met heel veel mensen in de opvang te hebben, omdat ze niet kunnen uitstromen. Dus ik ben ook heel benieuwd naar de opmerking van de wethouder hierover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel namens de VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. In 2014 klonk het nog zo sociaal, daklozenopvang voor iedereen. Deze wethouder heeft nu te kampen met het beleid waar ze zelf als raadslid nog voorstemde. Het pleit voor deze wethouder dat ze met deze opinienota daarom komt. Van alle partijen die destijds voorstemden, heb ik tot op heden nog weinig reflectie gehoord. Het ruimhartige beleid heeft geleid tot de onwenselijke situatie waarin de Haarlemse opvangketen overbelast is geraakt. Haarlem heeft een landelijk imago waarin iedereen opgevangen wordt. Wij begrepen dat er gemeenten zijn die daklozen doorverwijzen naar Haarlem, omdat je daar altijd terecht kan.

Mijn vraag aan de wethouder is: welke gemeenten zijn dit dan, en welke acties heeft zij ondertussen ondernomen naar die gemeente om ze daarop aan te spreken? De voordeur van de Haarlemse opvangketen staat wagenwijd open, maar de gemeente laat de achterdeur slechts op een kier. De kwetsbare mensen van buiten de regio verblijven soms jarenlang in de Haarlemse opvang en houden daar plaatsen bezet in voorzieningen die in de basis bedoeld zijn voor kwetsbare Haarlemmers. Doordat deze kwetsbare mensen niet kunnen doorstromen, ontnam de gemeente ook gezinnen met kinderen het perspectief. Zo bleek het ruimhartige beleid toch niet zo sociaal. Ten aanzien van de scenario's lijkt het de VVD verstandig dat onze faciliteiten eerst ingezet worden voor de Haarlemmers. Dat betekent niet dat anderen aan de deur geweigerd moeten worden, zeker niet als het kinderen betreft. Maar voor economisch daklozen uit andere regio's lijkt het ons beter dat ze, al dan niet na een nachtje slapen, de volgende dag met een treinkaartje naar de eigen regio worden gestuurd om daar gebruik te maken van de faciliteiten. Dat kan dus met de wortel, zoals ik net zeg, maar wellicht kan het ook met de stok.

Zou deze wethouder bij de verdere uitwerking ook kunnen aangeven in hoeverre het mogelijk is om een verbod op slapen op straat in de APV op te nemen, en wat de ervaringen van andere gemeenten daarbij zijn? Ook de financiële uitwerking ziet de VVD de volgende keer graag terug. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek heeft nog een interruptie voor u. Mevrouw Oosterbroek: Aan ook u de vraag: hoe ziet u dat voor dat u? Dat u zegt: u mag hier niet zijn, want ik heb landelijk een beleid afgesproken dat u altijd terug moet naar uw regio en u mag hier ook niet slapen. Dus hoe ziet u dat voor u? Wat gebeurt er dan met die persoon, want hoe wilt u die mensen daar aanspreken, uw medemens, zeg maar? De heer Van Kessel: Een mooie deugd voor een raadslid is luisteren. Dat heb ik gewoon in mijn bijdrage gezegd, maar ik wil dat graag nog een keertje herhalen. Ik heb aangegeven dat voor economisch daklozen dat ze, al dan niet na een nachtje slapen, de volgende dag met een treinkaartje teruggestuurd worden naar de eigen regio. Wellicht dat de wethouder of iemand anders nog een belletje erachteraan kan doen en dat op het moment dat je uit een andere regio komt dan deze, dat je gewoon ook opgevangen wordt in de opvang en in de faciliteiten in jouw eigen regio.

Dat lijkt mij meer dan logisch, zodat wij onze opvangvoorzieningen ook vrijhouden voor de kwetsbare Haarlemmers die hiervandaan komen.

22

De voorzitter: Dank u wel. De heer Nijenhuis namens de Partij voor de Dieren. De heer Nijenhuis: Dank, voorzitter. Voorzitter, de Partij voor de Dieren komt op voor de meest kwetsbare wezens in de samenleving. Zo geven wij een stem aan dieren, maar ook aan kwetsbare mensen. Vanuit dit oogpunt zijn wij een groot voorstander van een humaan opvangbeleid in Haarlem. Wij vinden het namelijk onacceptabel dat er mensen op straat slapen. In een tijd waarin het leven alsmaar duurder wordt en mensen moeilijker rondkomen moeten we juist sociale voorzieningen overeind houden. Daarom pleit de Partij voor de Dieren voor scenario 3 of 4, dus ten minste opvang voor de Wmo-doelgroep, economisch daklozen en economisch dakloze gezinnen die niet uit de Haarlemse regio komen. Wij vinden dat Haarlem trots mag zijn op haar ruimhartige opvangbeleid en daarom hopen wij dat het college dit beleid zoveel mogelijk intact weet te houden. Dankjewel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten namens Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. We weten op dit moment niet eens hoeveel dak- en thuisloze mensen er zijn in Nederland, maar volgens het CBS is het aantal minstens verdubbeld tot 39.300. Wij zijn bang dat we met het beperken van de instroom eigenlijk aan de verkeerde knop gaan draaien. Er zijn mensen die in de problemen zijn, dat zijn er heel veel.

Door ze met zijn allen door te schuiven de hele tijd van plek naar plek lossen we het probleem niet op. Onze eigen Rijksoverheid zegt: Eerst een Thuis centraal in het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Ieder mens heeft recht op een veilige, betaalbare plek om te wonen. Het plan dat het Rijk hiervoor heeft van december 2022 moet ervoor zorgen dat in 2030 dakloosheid is beëindigd. Nederland heeft zich daaraan gecommitteerd in de Lissabon-verklaring. Ik, ons, wij denken dat het verstandig is om daarop in te zetten. In een tijd dat allerlei mensen, om welke reden dan ook, in de problemen raken, dakloos worden, thuisloos worden, bankhoppen, noem het maar op, of vluchten, is het verstandig wat ons betreft om te zorgen dat niemand op straat slaapt in Haarlem – wou ik zeggen, dat werden te veel A’s in één zin. Het lijkt ons daarom verstandig om scenario 4 uit te werken, maar vooral echt in te zetten op goede doorstroommogelijkheden, goede uitstroommogelijkheden. We hebben net weer gehoord dat de nieuwbouw stagneert, dat sociale woningbouw ook in Haarlem niet door kan gaan. En juist nu, nu de urgentie zo hoog is, zouden we mensen opvang gaan ontzeggen. De timing is wat ons betreft vooral heel ongelukkig. We hebben nu een sterk en sociaal vangnet nodig. Uiteindelijk kun je echt alleen maar werken aan je herstel als je een veilige plek hebt met een dak boven je hoofd.

Als we uitstroom niet kunnen bieden in deze tijd van woningnood, er steeds meer mensen dakloos raken in de maatschappij, wat voor reden dan ook, dan is het bijzonder hard, misschien zelfs harteloos, om nu de instroom terug te draaien. Scenario 4. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er anders namens de commissie? Mevrouw Oosterbroek, gaat uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Allereerst, wij willen toch zeggen, het probleem is niet het ruimhartige beleid van de gemeente Haarlem, want vier jaar geleden hadden we een hele andere situatie op de woningmarkt. De jubelton was nog niet geïntroduceerd, de woningen waren nog betaalbaar, we hadden nog voldoende woningen, de uitstroom kon ook goed worden geregeld. De woningmarkt was nog niet zo kapot als dat het nu is. We hebben helaas een kapotte woningmarkt waardoor die uitstroom niet gerealiseerd kan worden en aan de andere kant hebben we dus ook heel moeilijk, we zien het bij een bespreking van een Domus Plus, de uitstroom van mensen die dat nodig hebben. Beschermd wonen kunnen we dus eigenlijk ook heel moeilijk met elkaar afstemmen en regelen, dat is een heel lang proces. Dat zijn allemaal elementen die het nu maken dat het handig is om in het geheel naar het beleid te kijken. Dat is hartstikke goed en het is ook fijn dat we nu in deze opinienota het daarover kunnen hebben.

Wij willen dus zeker ook kijken naar de beleidsregels, maar het is niet ontstaan door het ruimhartige beleid van Haarlem, het is zeker een andere oorzaak wat mij betreft.

23

De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de technische briefing begrepen wij dat andere gemeenten mensen doorsturen naar het ruimhartige Haarlem. Wat zegt u tegen die gemeenten die dat doen, en wat vindt u daar dan van? Mevrouw Oosterbroek: Dat vind ik een hele humane reactie op het moment dat je iemand moet teleurstellen en buiten moet laten slapen, dat je die mensen ook de mogelijkheden aangeeft die zij wel hebben. Maar ja, GroenLinks vindt het ook moeilijk om van eigenlijk het normale beleid hè, we gaan mensen die hulp nodig hebben gewoon helpen, om daarvan af te stappen. Maar helaas is de situatie zo dat we de kwaliteit van de opvang nodig moeten verbeteren voor de economisch daklozen ook die daarin zitten, dan gaat het daardoor ook weer minder goed met de mensen die eigenlijk heel snel zouden kunnen uitstromen. Dus om de kwaliteit van de algemene opvang te verbeteren kiezen wij in de basis voor scenario 3, omdat wij het heel moeilijk vinden om gezinnen en kinderen in de kou te laten staan. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi namens het CDA. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. CDA pleit ervoor dat niemand op straat moet slapen. Wij vinden dat de overheid de verantwoordelijkheid moet nemen om voor genoeg opvanglocaties te zorgen.

Er moet dan ook geïnvesteerd worden in de uitstroom, zodat er steeds plek is in de huidige opvanglocaties. De samenwerking tussen de afdeling Vastgoed en van de gemeente is onontbeerlijk. Wij zijn er als CDA trots op dat naast de wettelijke Wmo-doelgroep ook andere doelgroepen worden opgevangen, maar het moet niet zo zijn dat wij gaan betalen voor andere steden of andere gemeenten. Het woonplaatsbeginsel lijkt mij uiteraard leidend. Op 16 januari jongstleden is het voorstel woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetvoorstel regelt dat niet alleen de 43 centrumgemeentes, maar alle 342 gemeenten verantwoordelijk worden voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners. Het college schetst vier scenario's hoe zij de komende periode invulling denkt te geven aan het opvangen van daklozen buiten Haarlem. Als het aan het CDA ligt, blijven we scenario 4 handhaven. Als dit echt onbetaalbaar blijkt, dan gaat onze voorkeur naar scenario 3, omdat wij vinden dat gezinnen met kinderen, ook al zijn ze buiten Haarlem, opgevangen moeten worden en niet op straat hoeven te slapen. Dank u wel. De voorzitter: Dan tot slot mevrouw Booms namens de ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. Het lijkt wel dat het hek gewoon van de dam is in Haarlem.

Al jarenlang zien we de ene opvang na de andere geopend worden en aan de ene kant ben ik daar natuurlijk heel blij mee, maar ja, zo ruimhartig kunnen we gewoon niet meer zijn. De gebouwen zijn op en het geld is op en ik denk ook dat Haarlem onvoldoende beseft heeft dat we als veiligheidsregio ook verantwoordelijk zijn voor de Haarlemmermeer waar Schiphol ligt en ik denk dat ook heel veel mensen niet beseffen hoeveel daklozen via Schiphol ook in Haarlem een beroep doen op een bed. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Bent u zich ervan bewust dat dakloosheid vele malen duurder is dan opvang? Mevrouw Booms-van der Meer: Ik ben ook niet voor dakloosheid, daar ben ik zeker niet voor, maar ik denk wel dat het ruimhartige wat wij hier gehad hebben, het gaat gewoon niet meer. Ik denk dat het belangrijk is dat we ons gewoon meer gaan conformeren aan de landelijke richtlijnen en dat we in samenwerking met de

24

andere gemeenten in goed overleg gewoon maatwerk moeten gaan leveren. Dat we echt moeten gaan kijken: wie doet nu een beroep op een bed, ook waar komt iemand vandaan, hoe kan je iemand het beste helpen? Je kan ook heel kort een bed bieden, maar vervolgens wel iemand helpen om naar de plek te gaan waar ze eigenlijk gewoon thuishoren en ook een gemeente die er eigenlijk verantwoordelijk voor is. Dus ik pleit wel heel erg voor maatwerk, want je kan nu wel kiezen uit vier verschillende opties, maar de waarheid ligt waarschijnlijk ergens gewoon ertussenin en maatwerk is gewoon het allerbeste. De voorzitter: Dank u wel. Ik was niet vergeten, hoor, mevrouw Özogül. Gaat uw gang. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel. Wij hebben een motie van het CDA toen inderdaad gesteund en daar staan wij nog steeds achter. Jouw Haarlem zei het al, dakloosheid kost natuurlijk veel meer. Dat is 30.000 om ze binnen te halen, las ik ergens, en 30.000 kost een dakloze in de opvang. Wij hebben nu vier scenario's. Ik heb hier de uitwerking niet van, dus ik weet niet wat het een kost, wat het ander kost, over welke bedragen we hebben.

Dat is mij in ieder geval niet duidelijk en ik vraag me af: waar hebben we het over, wat is het verschil tussen scenario 3 en scenario 4? Dan lees ik: het gaat dus om inderdaad remigranten, uitgeprocedeerde asielzoekers en mensen die vanwege gezinshereniging naar Nederland komen en gaan scheiden. Over die mensen hebben we het, dat is het verschil tussen 3 en 4. Dan is de volgende vraag, we hebben de cijfers niet, we weten niet over hoeveel mensen we hebben. En we gaan nu een keuze maken. Ik zie liever dat het uitgewerkt wordt, dat ik een gedegen keuze kan maken, dat ik weet over welke mensen we hebben, over hoeveel mensen we hebben. Wat mij heel erg verbaast is het sociale gezicht wat we nu hebben. We zetten mensen die uitgeprocedeerd zijn en niet meer terug kunnen op straat. We zetten dus mensen die in scheiding zitten, weliswaar wel of niet met kinderen, of in ieder geval in scheiding zitten, die een dak boven hun hoofd nodig hebben, die zetten we op straat. Dat is de keuze. We zeggen net: als we ze hier in de opvang laten, dan kunnen ze er niet uitstromen. Ook dat uitstroombeleid is in onze handen als raad, daar kunnen we ook voor kiezen. De voorzitter: Mevrouw Özogül, u heeft een interruptie van mevrouw Bastiaans. Mevrouw Bastiaans: Dank u, voorzitter. U heeft het over: we gaan een keuze maken.

Maar het college heeft vier scenario’s voorgelegd, daar kun je bij aangeven wat je wel of niet zou willen en dan wordt het uitgewerkt. Dus we maken nu geen keuze. U had het al in het begin ook over de kosten, maar ik heb juist in mijn bijdrage ook benadrukt dat we het niet sociaal vinden zoals het nu gaat, ook voor de mensen die al in de opvang zitten. Het gaat zeker niet om de kosten, maar ook om hoe de mensen nu en vooral kinderen ook heel lang in de opvang zitten waar gewoon ook een oplossing voor moet komen. Dus ik ben benieuwd welk scenario u ziet om uit te werken, om mee te geven aan het college, om daar ook iets aan te doen. Dat is ook humaan beleid, mensen helpen die er nu in zitten. Mevrouw Özogul-Özen: Ik zei net dat de keuze ook aan ons is wie we laten uitstromen of niet. Urgentiebeleid bepalen wij zelf nog in Haarlem. Ten tweede, gezinnen met kinderen die we opnemen, die mogen zo en zo. Ik noemde net het verschil, dat zijn de remigranten, dat zijn de uitgeprocedeerde asielzoekers en dat zijn mensen die in scheiding liggen. Over die mensen hebben we en dan ben ik benieuwd naar het aantal, want die heb ik niet in beeld. Ik wil liever alle vier uitgewerkt hebben en dan de vraag voor mij hebben: welke keuze maak ik dan? Ik heb de cijfers niet, ik heb de financiën niet. De voorzitter: Dank u wel. Nog even, mevrouw Bastiaans, interrupties zijn kort, hè, niet heel lang.

Nee, we zijn aan het einde van de termijn van mevrouw Özogül en tevens is er bijna geen tijd meer, dus we gaan naar de wethouder. O, mijnheer Van den Raadt, excuus. U heeft nog seconden, gaat uw gang.

25

De heer Van den Raadt: O, heel kort houden. Mooi te zien dat in 2014 het sociaal-progressieve blok zich op de borst klopte: niemand slaapt op straat. Ik stemde toen ook voor en toen dacht ik: kijken hoe lang ze dit gaan volhouden. Het heeft negen jaar geduurd. Ik snap alleen niet waarom niet de keuze 5 is: we bouwen nog meer opvang en we sturen de rekening naar de gemeente waar die mensen vandaan komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat we nu daadwerkelijk iedereen gehad hebben, dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Ik wil ook u bedanken eigenlijk, om daarmee te beginnen, want het is best een lastig onderwerp – of eigenlijk is dat een ander statement, denk ik. Er is in de vorige periode – en daarvoor trouwens ook – maar in de vorige periode ook volgens mij al heel veel over gesproken eigenlijk over de problematiek, ook door middel van een notitie ook die gemaakt is door VVD, Partij van de Arbeid, D66, ChristenUnie en CDA. Daar wordt eigenlijk ook al ingegaan op de problematiek, daar werd dat een beetje aangeraakt. Maar ik heb wel toen ik begon dat ik dacht: dit is eigenlijk toch geen houdbare situatie. Dan zit het hem in – en het werd net al even genoemd – wat is inderdaad een humane of sociale benadering? Dat maakt het ook zo ingewikkeld, want je denkt in eerste instantie: iedereen een plek. Dat snap ik.

Maar we hebben vervolgens, dat heeft u kunnen lezen in de gegevens, de afgelopen jaren twaalf gezinnen gehad die langer dan twee jaar in de opvang zaten. Het perspectief voor mensen – en dat ben ik natuurlijk helemaal eens in wat GroenLinks zei, dat ligt ook grotendeels door de woningmarkt en wat daarmee gebeurd is – maar het perspectief van mensen om nog uiteindelijk gewoon uit te stromen, die is beperkt voor een grote groep. Ik denk ook dat het steeds moeilijker wordt als je lang in de opvang zit om nog uiteindelijk die skills – om een beetje een lelijk woord te gebruiken – maar om die skills te hebben om echt te kunnen wonen en te weten hoe je dat oplost. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat een van de grote problemen de woningmarkt is inderdaad. Maar toch is de afgelopen tien jaar de PvdA al langer eigenlijk verantwoordelijk voor het woningbeleid hier in Haarlem en zie je ook dat de afgelopen jaren er praktisch geen sociale huurwoning bij is gekomen netto. Hoe beoordeelt u de inspanningen van uw eigen college op dat gebied? Wethouder Van Loenen: Dat gaat wel een beetje ver nu, maar het ik heb het eigenlijk vooral over het landelijk beleid. Nee, maar ik heb het vooral even … Ik ga er wel iets over zeggen. Ik heb het vooral over het landelijk beleid.

Daar zijn trouwens ook een paar hele interessante boeken over geschreven: hoe zijn we nu beland in de situatie waarin we zijn? Maar het is natuurlijk wel zo dat het steeds moeilijker is voor sommige mensen om een woning te vinden. Als ik kijk naar bijvoorbeeld jongeren, en ik denk dat we daar trouwens de opvang echt best wel goed voor hebben geregeld, is het ook nou eenmaal gewoon een feit dat het steeds lastiger is om aan een woning te komen. Dus daar kunnen we van vinden wat we vinden, maar ik denk dat dat wel een gegeven is – waar we misschien altijd nog een andere keer wat langer bij stil kunnen staan, maar wat mij betreft gaan we het hebben over de opvang. De voorzitter: U heeft toch nog een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ik heb die interessante landelijke boeken over het Haarlemse sociale huurbeleid niet gelezen. Ik heb wel het laatste jaarverslag gezien en daar zie ik dat dit college praktisch geen sociale woningen heeft bijgebouwd. Als u dan zegt: er zijn geen opvangplekken en u verwijst daar ook naar, dan vind ik ook wel

26

dat u zo flink moet zijn om even aan te geven dat het college het wat dat betreft de afgelopen jaren er flink heeft bij laten zitten. Wethouder Van Loenen: Haarlem is een hele sociale stad, zeker wat betreft de woningbouw. Alleen, waar het hier om gaat en dat zeggen we eigenlijk ook in de notitie: het zijn niet de mensen die nu recht hebben om een woning op onze sociale woningmarkt te vinden. Dat is denk ik ook meteen het probleem: het perspectief wat er is voor de mensen die langdurig in onze opvang zitten, die is enerzijds beperkt door bijvoorbeeld het gedifferentieerd aanbod wat we nog niet hebben. Dus waar we het net over hadden, Domus Plus, Skaeve Huse, dat zou echt enorm helpen bij de uitstroom. Maar ook wat betreft de andere kant is ook, sommige mensen hebben daar dus geen recht op in onze huisvestingsverordening, want die vraag werd ook gesteld: hoe zit dat precies? In onze huisvestingsverordening staat dat je twee jaar binding moet hebben, regiobinding, of twee jaar hier moet zijn om die binding te hebben en dus recht te kunnen hebben op doorstroming. Dat is een heel erg ingewikkeld geval waar we dus in terecht zijn gekomen.

Wat we hebben gedaan met die opinienota is eigenlijk hebben we gezegd: we zien het stagneren in onze opvang, de vraag is of dat zo humaan is, en wat kunnen we daaraan doen? Ik denk enerzijds moeten we proberen – want dat werd net ook al even gezegd – ja, ik zou ook wel heel graag die ambitie willen uitspreken en daarnaar handelen om onze maatschappelijke opvang zo leeg mogelijk te maken, in de zin dat ik denk dat we echt veel meer moeten doen ook aan die uitstroomkant. Daar zijn we dus ook aan het kijken, dat komt ook nog terug naar u. We gaan natuurlijk ook het plan van aanpak voor Housing First komt naar u toe op hele korte termijn en ik denk dat we daar ook stappen in zetten. Domus Plus, Skaeve Huse, Kamers met Aandacht, we bouwen een nieuwe vrouwenopvang. Daar zijn dus ook allerlei mogelijkheden, alleen ik denk dat we nog veel meer moeten doen en daar heb ik mezelf ook aan gecommitteerd om echt veel creatiever te gaan kijken hoe we dus uiteindelijk ook mensen sneller uit de maatschappelijke opvang kunnen laten uitstromen. Er werd net al even iets gezegd over ook het actieplan wat er landelijk is, door Jouw Haarlem. Ik moet wel zeggen, dat actieplan, ik zat een paar weken geleden ook in een panel met staatssecretaris Van Ooijen en dat gaat wel echt alleen over de mensen waarvan hij denkt dat er een regiobinding is.

Hij heeft gezegd: eigenlijk heel makkelijk, iedereen moet inderdaad uiteindelijk terug naar zijn eigen regio. Maar wij hebben ook veel mensen in onze opvang die dus die regiobinding niet hebben en dat maakt het ook ingewikkeld. Daar zegt het Rijk eigenlijk van: daar gaan we wel met een aantal grote steden een oplossing voor bedenken. Alleen, in het verleden hebben we dat ook gezien bij de opvang voor ongedocumenteerden, dat is niet altijd een onverdeeld succes. Dus eigenlijk even kortom, het Rijk gaat daar dus naar kijken naar die groep, wij vangen nu eigenlijk die groep op. Dat werd eigenlijk ook al volgens mij door het CDA even gezegd, hè, daar betalen wij nu ook voor, daar krijgen we geen vergoeding voor, om het even zo te zeggen. Maar dat is een landelijk probleem, dat zijn inderdaad de arbeidsmigranten, de remigranten. Maar let er wel op dat het rijksbeleid dus heel erg veel uitgaat van regiobinding en dat zou het allemaal iets makkelijker maken.

Dan nog steeds is het nodig in onze regio dat wij beleidsregels maken en dat hoor ik u eigenlijk allemaal wel zeggen: laten we niet iedereen opvangen onder Wmo, maar laten we ook gaan kijken om voorwaarden te stellen, of om in ieder geval die duur in die opvang te verkorten om mensen toch uiteindelijk wel sneller op een andere plek te krijgen, juist vanwege die inhumane situatie die ontstaat als je jarenlang in de opvang woont als kind. Er werd ook een aantal keer gevraagd naar de kosten en het woonplaatsbeginsel is genoemd. De kosten, we hebben een gigantisch tekort op de maatschappelijke opvang. Dat heeft u ook kunnen lezen, dat zeggen we eigenlijk ook al een tijdje, het loopt ook enorm op. We hebben een overschot bij beschermd wonen, dat zijn regionale budgetten. Bij beschermd wonen gaat naar alle waarschijnlijkheid het woonplaatsbeginsel gelden. Dat geldt niet voor maatschappelijke opvang, dus dat is ook geen oplossing hiervoor. Het is niet dat we straks met het woonplaatsbeginsel, dan kunnen we eigenlijk alleen bij beschermd wonen zeggen: daar is elke gemeente zelf verantwoordelijk voor hun eigen groep, om het even zo te zeggen, hun eigen inwoners. Maar dat geldt niet

27

voor de maatschappelijke opvang. Uiteindelijk zijn wij nog steeds centrumgemeente, ook inderdaad voor gemeente Haarlemmermeer, ook voor de Schipholregio. Dat is dus eigenlijk geen oplossing, behalve als er misschien nog een doordecentralisatie komt van de maatschappelijke opvang, maar dat is echt nog wel een heel eind uit zicht. Die gelden of die budgetten, nu betalen we heel veel van de maatschappelijke opvang uit dat overschot van beschermd wonen, dat is een regionaal budget. Maar er is enerzijds een onderzoek opgestart, omdat de regio natuurlijk ook niet helemaal enthousiast is om alles te dempen met dat budget van beschermd wonen, maar ook omdat door het woonplaatsbeginsel we uiteindelijk ook, die budgetten gaan straks naar de verschillende gemeenten toe en dan wordt het natuurlijk wel belangrijk dat wij in de komende jaren op een goede manier gaan uitzoeken hoe wij dan onze maatschappelijke opvang bekostigen. De voorzitter: De heer El Aichi namens het CDA. De heer El Aichi: Ik ben benieuwd, betalen wij ook als centrumgemeente voor economisch daklozen vanuit bijvoorbeeld andere steden, Heemstede, Zandvoort, Bloemendaal? Wethouder Van Loenen: Nee, dus de economisch daklozen, dat is vastgelegd, die worden door de eigen gemeente opgevangen nu. Maar alle andere groepen natuurlijk dan dus niet. Dus misschien, volgens mij is dat helder, denk ik. Even kijken.

Dan heb ik nog een aantal vragen. De voorzitter: De heer Van Kessel heeft op dit punt nog een interruptie. De heer Van Kessel: Dank. Hierop dan, is het dan ook zo dat de regiogemeenten eigenlijk betaald hebben voor het ruimhartige beleid van de gemeente Haarlem, of zie ik dat dan toch verkeerd? Wethouder Van Loenen: Nee, daar betalen we ook zelf extra voor, ja. Dat dat was mijn vraag ook. De heer Van Kessel: Wij betalen ook, maar hebben anderen nu betaald voor het feit dat wij een ruimer beleid, bijvoorbeeld doordat we economisch daklozen uit een andere regio opvangen? Wethouder Van Loenen: Volgens mij ook niet, maar we zijn dus eigenlijk die hele financiële situatie aan het ontrafelen. Dat is ook best wel omdat ook allerlei dingen niet geïndexeerd zijn nog steeds, daar zal ik u even niet mee bemoeien, maar ik stel voor dat we dat wel terugbrengen naar u over hoe dat eruitziet. We zijn dus ook bezig met dat onderzoek over die financiële situatie, dat is ook iets wat ik zelf ook graag precies wil weten. Dus ik stel voor dat we, dan moeten we even kijken wanneer die klaar is en of we dat bij het uitvoeringsprogramma al kunnen delen. Het onderzoek loopt, dus er wordt wel aan gewerkt en dan gaan we u daar ook wat meer helderheid over verschaffen. Even kijken. Die heb ik beantwoord. De voorwaarden, even kijken.

Ja, dus dat verklaart ook wel, het is natuurlijk niet heel makkelijk te zien, je kunt dus eigenlijk niet heel makkelijk zeggen: scenario 1 kost dit, scenario 2 et cetera. Daarom hebben we eigenlijk opgenomen, natuurlijk, scenario 1, dat is de wettelijke verplichting, dus dat zit het dichtst bij het rijksbudget wat daarvoor is en 4 uiteraard het verst ervan af. Het is ook niet mogelijk, want je weet ook niet hoeveel mensen je precies in de opvang krijgt op voorhand, dus dat zou je alleen kunnen terugrekenen, maar dat is natuurlijk nog best onvoorspelbaar. Je kunt dus niet achter de komma eigenlijk al die scenario’s financieel uitrekenen, maar ik denk wel dat het helder is dat natuurlijk scenario 4 het duurste scenario’s is, om maar zo te zeggen, en 1 het goedkoopst, om het ook zo te zeggen. Maar ik denk dat vooral eigenlijk de lastigheid is dat we gewoon mensen heel erg lang in onze opvang hebben, wat eigenlijk de vraag is voor wie dat nou eigenlijk een goed idee is.

28

De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Özogül. Mevrouw Özogul-Özen: Ik heb een vraag. Ik snap het punt dat ze te lang in de opvang zitten, want dat is voor niemand goed. Alleen, je hebt ook mensen die bijvoorbeeld in Haarlem woonden, die zijn een jaartje elders gaan wonen en die zijn weer teruggekeerd naar Haarlem en die zijn dan na een jaar dakloos geworden. Deze mensen kunnen noch in de stad waar ze vandaan komen, noch in Haarlem in een opvang als we kijken naar dat tweejaarbeginsel van je moet ergens twee jaar gewoond hebben. Wat doen we dan met deze mensen? De voorzitter: De wethouder, en ik wil u erop wijzen dat u wel door uw tijd heen bent. Wethouder Van Loenen: Heel kort, want dat staat in onze huisvestingsverordening, hè, die twee jaar en die regiobinding. En ook, want u zei ook over die urgentie, daar gaat u ook over als raad. Maar volgens mij hoor ik ook een hoop mensen, ik hoor nog niet heel veel animo denk ik voor het verruimen van onze urgentieregelingen, maar daar moet u ook bij mijn collega voor zijn. Ik heb denk ik het meeste wel gehad en ik heb ook veel gehoord. Ik stel dus eigenlijk voor wat u heeft ingebracht, om dat mee te nemen. Wij gaan dat verder uitwerken. Ik hoor eigenlijk, niemand wil alleen aan de Wmo zich committeren, mensen willen wel iets meer.

Ik hoor een aantal partijen die een beetje tussen 2 en 3 zitten en een paar partijen die zeggen: ik wil wel tussen 3 en 4 blijven. Dus volgens mij nemen we dat mee. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek, gaat uw gang. Mevrouw Oosterbroek: Nog wat vergeten, dus graag een tweede termijn. De kostendelersnorm, dat is nu geregeld, heb ik begrepen. Maar het is ook moeilijk voor de mensen, omdat ze soms worden gekort op hun toeslagen. Hebben we daar ook zicht op en zouden we daar ook nog iets mee kunnen? Dat als er iemand bij komt wonen, dat je dan een andere belastingsituatie hebt, dus dat in ieder geval qua kostendelersnorm vanuit de gemeente nu wel goed is geregeld heb ik begrepen, maar vanuit het Rijk heb je dan uiteindelijk alsnog de situatie dat je wordt gekort op geld en dus niet kan kiezen om je inwonende kind bij je te laten wonen. De voorzitter: Mevrouw Scholten heeft een interruptie voor u. Mevrouw Scholten: Met een kleine aanvulling misschien. Volgens mij is het mogelijk om die kostendelersnorm tijdelijk op te schorten als dat betekent dat iemand daardoor niet op straat komt, ook vanuit het Rijk. Mevrouw Oosterbroek: Dus de relatie met de huurtoeslagen en de zorgtoeslagen, dat is landelijk.

Maar dan, ik vraag me wel af in hoeverre dat dus … Het zou mooi zijn als dat kan, volgens mij doen we dat ook, maar is het echt een oplossing, of kiezen mensen ervoor om alsnog de belastingsituatie zoals ze nu hebben te behouden? De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Anders nog partijen in de tweede termijn? De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Goed, ik heb twee vragen gesteld, geen antwoord op gekregen. De eerste ging over: welke gemeenten verwijzen door naar Haarlem, en wat heeft zij ondertussen ondernomen richting die gemeenten? De andere vraag was om in de uitwerking mee te nemen om het verbod op slapen op straat in de APV op te nemen, en ook hoe de andere gemeenten daarin zitten. De voorzitter: Ik hoor dat de wethouder daar zo nog op terugkomt. Verder nog leden van de commissie in de tweede termijn? Mevrouw Booms, gaat uw gang.

29

Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u, voorzitter. Kan de wethouder kijken naar misschien iets helemaal nieuws voor economisch daklozen? Want economisch daklozen worden nu onder de Wmo opgevangen, worden eigenlijk afhankelijk gemaakt, kunnen vaak zelf niet eens meer koken. Dus ik zou heel erg pleiten voor een hele andere voorziening waarbij ze gewoon zelfredzaam zijn en er niet allemaal dure zorg opgetuigd wordt. De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden in de tweede termijn? Nee? Wethouder, dan stel ik voor dat u snel door deze vragen heenloopt. Wethouder Van Loenen: Helemaal gelijk, ik ben toch een paar vragen inderdaad vergeten. Gemeenten die doorverwijzen, ik begreep inderdaad dat dat in de technische sessie aan de orde is gekomen. Ik weet niet, ik vind het niet helemaal chique om nu andere gemeenten te noemen. Je kunt het ook vragen … Ik was daar ook niet bij, bij de technische sessie, maar ik begreep in ieder geval uit uw vraag dat dat zo is geweest. Het is inderdaad zo, je kunt gewoon eigenlijk aan iedereen vragen bij de Brede Centrale Toegang: wordt er vanuit andere gemeenten eigenlijk mensen deze kant op gestuurd? Ja, en ik denk dat die aanzuigende werking dus ook echt heel reëel is. Heb ik daar al iets voor ondernomen? Nee, want dat is best lastig, want wij hebben uiteindelijk geen mens slaapt op straat.

Bij de rechter krijgt iemand gelijk om hier uiteindelijk opgevangen te worden. Zolang we daar dus niet iets aan veranderen en zolang we dus die beleidsregels niet specifiek voor Haarlem maken en dat inperken, staan we ook niet zo heel erg sterk. Dan het verbod op slapen op straat … De voorzitter: Daar heeft u toch een interruptie over van mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Je, een korte reactie. We steunen u natuurlijk gewoon in het initiatief om deze opinienota verder uit te werken, want het is ook hartstikke goed wat u doet, dat heb ik volgens mij ook gezegd. Alleen, het is natuurlijk wel van de gekke eigenlijk dat er andere gemeenten lekker doorverwijzen naar Haarlem, dat u weet welke gemeenten dat zijn, dat de gemeenteraad niet mag weten welke dat zijn en dat u eigenlijk ook richting de gemeenten niet eventjes een belletje doet: wethouder daar, collega, wat hoor ik nou, u stuurt uw mensen die u zelf kan opvangen naar Haarlem toe? Het is toch eigenlijk van de gekke dat u niet gewoon even de telefoon dan oppakt. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Nou ja, kijk, ik hoor ook geluiden, maar ik ben daar niet achteraan gegaan, welke gemeenten zijn dat precies? Volgens mij moet daar ook niet de energie in gaan zitten.

Ik ben wel met u eens, als we echt actief willen dat mensen uiteindelijk op een goede manier worden opgevangen, zullen we dus ook veel meer met andere gemeenten moeten gaan kijken om door te verwijzen terug te brengen et cetera, maar het helpt wel daarbij dat we dus eigenlijk iets scherper zijn in de regels die we hier hebben eigenlijk voor de opvang. Dat is ook wat ik u eigenlijk vraag om ons die handvatten ook te geven. Verbod slapen op straat, dat moet ik echt aan de burgemeester, dat ligt meer bij de APV, dus dat kan ik niet beantwoorden. Ik zal het wel eens even vragen aan de burgemeester en daar kunnen we altijd nog bij de volgende behandeling een keertje op terugkomen. We onthouden hem even. Het ging net even over meer eigenlijk die preventiekant, over de toeslagen et cetera en hoe moeilijk het is om eigenlijk te voorkomen dat iemand op straat staat, of eigenlijk steeds lastiger. Ik moet ook eerlijk zeggen, we worden niet heel erg geholpen door het rijksbeleid in deze. Dat vind ik ook heel erg lastig, want we zien op allerlei manieren dat mensen steeds meer schulden maken, dat het dus inderdaad steeds lastiger is om aan een woning te komen. Dat heb ik ook voor bijvoorbeeld laatst tegen de staatssecretaris gezegd: help ons ook daarbij om juist die preventiekant, daar zit echt heel erg veel in. Ik ben blij dat die kostendelersnorm eraf is tot 27 jaar.

Er komt ook een herziening aan van de Participatiewet,

30

daar is van de week nog even over gesproken ook met minister Schouten. Maar het vergt echt behoorlijke veranderingen om aan die preventiekant meer te kunnen doen en daar zetten wij ook als gemeente Haarlem enorm op in. Dus alle opties die we hebben, die grijpen we met beide handen aan. Ik denk ook echt dat we veel meer nog kunnen in die preventiekant en ik denk dat Housing First daar een enorm goede opzet voor is. Dat is dan niet een uitstroom, want we gebruiken het nu eigenlijk als uitstroominstrument, Housing First, maar in de pure zin van Housing First is het eigenlijk het voorkomen van instroom van de maatschappelijke opvang en zo willen wij het ook gaan inzetten in Haarlem. Dat plan komt naar u toe, wel weer spannend, maar ik denk dat dat wel zou moeten kunnen lukken. De laatste vraag ging over de economisch daklozen, kunnen we daar niet een ander concept voor bedenken? Dat is meer een soort pension, zoals ook andere gemeenten dat hebben, dat je voor beperkte duur uiteindelijk wel in opvang terecht kan als economisch dakloze. Ja, dat zou iets kunnen zijn, dat bedoel ik ook met dat gedefinieerd aanbod. We hebben nu alle groepen bij elkaar onder de Wmo.

Het is denk ik logisch als we inderdaad een apart beleidskader maken voor de economisch daklozen, maar dat we dus ook gaan nadenken: hoe kunnen we eigenlijk die mensen ook het beste opvangen? De voorzitter: Goed, dan heb ik in ieder geval van de wethouder twee toezeggingen gehoord. Eentje gaat over de financiële situatie, dat die aan de commissie gestuurd wordt. Wethouder Van Loenen: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Die wordt meegenomen, ja. Het andere punt is dat er teruggekomen wordt op het punt over de mogelijkheid om het toevoegen van de APV. Daar komt u via de burgemeester op terug, geloof ik. Wethouder Van Loenen: Ja, er komt natuurlijk redelijk snel een uitvoeringsprogramma Opvang, wonen en herstel naar u toe. Dus ik ga even kijken wat we daaraan kunnen koppelen en als dat … Ja, precies, die is al redelijk snel. Dus de ambtenaren wachten ook eigenlijk op deze input om dat verder te brengen. Dus misschien kan het daarin, dat moet ik even kijken, en anders gaan we het op een andere manier doen. De voorzitter: Goed, dat stuk komt in ieder geval al volgende maand, dus dat zou heel erg snel zijn. Dan stond er op de planning in ieder geval nu tien minuten pauze, maar ik denk dat we daar snel doorheen skippen, gelet op de tijd. Zullen we even twee minuten plaspauze doen? Twee minuten plaspauze. Schorsing Overige punten ter bespreking 9.

Eenmalige energietoeslag voor zelfstandig wonende studenten (DvL) De voorzitter: Goed, dames en heren, na deze korte plaspauze laten we vervolgen, als u allemaal weer zover bent tenslotte. Ja? Mooi. Dan gaan wij naar agendapunt 9, de ‘Eenmalige energietoeslag voor zelfstandig wonende studenten’. Op verzoek van de fractie van Jouw Haarlem en met instemming van deze commissie is deze nota ter kennisname geagendeerd. Het agenderingsverzoek is bijgevoegd. Ik wil u er wel allemaal op wijzen dat we heel krap in de tijd zitten, twee onderwerpen in een halfuur. Dus ik hoop dat we het kort en puntig kunnen houden. Als eerste, aangezien mevrouw Scholten het agendapunt heeft geagendeerd, aan u het woord. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het zeker kort en puntig houden. We hebben het geagendeerd, omdat wij met de Raad van State vinden dat het niet duidelijk is waarom overcompensatie bij

31

studenten problematisch wordt geacht en bij andere groepen minima niet. We hebben het hier nu alleen over de energietoeslag van 2022, omdat helaas het Rijk nog niet duidelijk is over 2023. Vandaar ook kort en puntig. Jouw Haarlem zou ervoor willen pleiten om de studenten die zich hebben aangemeld ruimhartig van de energietoeslag te voorzien tot 130 procent van het minimum. Helaas kunnen we verder nog niet zoveel zeggen over de aankomende eventuele energietoeslag ‘23. We willen nog wel gewoon het belang van de uitspraak van de Raad van State benadrukken, maar ik kan kort blijven. De voorzitter: Heel erg fijn, dank u wel. Anders commissieleden die op dit punt het woord willen voeren? Mevrouw Zwemmer namens D66. Mevrouw Zwemmer: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval, D66 is blij met het besluit van het college om de energietoeslag ook toegankelijker te maken voor studenten, mits zij natuurlijk aan de landelijke voorwaarden voldoen. Goed om te zien ook dat op de website ook al is uiteengezet dat studenten juist in aanmerking komen voor die energietoeslag 2022 en ook tot wanneer zij de tijd hebben om die eventueel nog aan te vragen. Hoe ik het begreep was dat de vraag van Jouw Haarlem die voorligt in het agenderingsverzoek is om ook te kijken naar de regels te laten gelden voor studenten vanaf 18 jaar in plaats van vanaf 21 jaar.

Ik denk goed om te benadrukken dat D66 het belangrijk vindt dat de toeslag terechtkomt bij de Haarlemmers die dat echt nodig hebben. De gemeente heeft een schatting gemaakt van het aantal studenten dat in aanmerking komt voor de toeslag, maar heeft daarnaast ook een aantal aanvragen ontvangen waarvan een groot deel van studenten boven de inkomensgrens viel. Het bedrag dat is vrijgemaakt lijkt op dit moment de reikwijdte mee te nemen, waardoor in principe de studenten die de aanvraag gaan doen ook de energietoeslag zouden moeten kunnen krijgen. Daarbij nogmaals, we vinden het dus belangrijk dat de gelden terechtkomen bij de mensen die het nodig hebben en dat vraagt wellicht om enige flexibiliteit om te kijken welke studenten wel in aanmerking komen voor de toeslag en welke niet en dat is wat ons betreft niet per definitie gebonden aan de leeftijdsgrens. Tot slot willen we aan het college vragen te achterhalen binnen welke leeftijdscategorie de studenten vallen die de gemeente nu in beeld heeft. Inzichtelijkheid hierin zou helderheid kunnen scheppen in de grootte van de groep studenten die mogelijk in aanmerking komt voor de energietoeslag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U ook dank voor uw bijdrage. Anders commissieleden die het woord willen voeren? De heer El Aichi namens het CDA. De heer El Aichi: Voorzitter, heel kort.

Fijn dat ook zelfstandig wonende studenten aanspraak op de toeslag 2022 kunnen maken. Vraag aan de wethouder: op welke termijn vindt de besluitvorming plaats over de aangepaste beleidsregel energietoeslag? De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden? De heer Amand, u heeft geen tijd meer, dus helaas. Commissieleden die nog wel tijd hebben en die het woord willen voeren? Mevrouw Wegman, gaat uw gang. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij dat Haarlem wel sociaal is met studenten waar het Rijk dat helaas niet is. De PvdA steunt het verzoek van Jouw Haarlem op beide punten. Daarnaast zou ik wel graag nog aandacht vragen voor een groep die onzelfstandig woont. Ik erken dat het erg lastig is om dit goed te regelen, omdat je niet precies weet of ze dat onderling goed regelen. Toch denk ik dat de overheid moet opereren vanuit vertrouwen, vooral met dit soort regelingen. Er zou bijvoorbeeld iets bedacht kunnen worden dat alle huisgenoten op dat adres een digitale handtekening moeten zetten. Dat is maar een voorbeeld, maar ik denk dat er vast iets te verzinnen is, dus ik hoor dat graag van de wethouder.

32

De voorzitter: Dank u wel. Anders commissieleden die het woord willen voeren? Nee? Wethouder, aan u. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Ik ga er ook proberen snel doorheen te gaan, want ik heb eigenlijk helemaal geen tijd meer. Even kijken. De oproep om ruimhartig om te gaan eigenlijk met de energietoeslag ook voor studenten. Het goede nieuws is dat we dat denk ik ook doen. Ten eerste natuurlijk gewoon omdat we überhaupt de studenten meenemen en dat inderdaad door het Rijk, het Rijk zit nog een beetje in de ontkenningsfase, dus dat is denk ik heel sociaal. Maar ik denk ook dat het goed is om even te benadrukken dat er ook in de afgelopen maanden al studenten zijn geweest die nog niet 21 zijn, wel hebben aangevraagd en die we toch via de hardheidsclausule de energietoeslag hebben toegekend. Dus dat is denk ik belangrijk. Ik denk ook dat het wel belangrijk is om te vertellen, je kunt ook altijd naar de bijzondere bijstand. Dat is misschien niet altijd even bekend bij iedereen, dus heb ik ook nog wel zitten denken, misschien moeten we daar dan ook nog iets meer mee. Maar je kunt dus naar de bijzondere bijstand toe als jij denkt: ik heb gewoon een probleem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12687947/1