CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

03-04 transcript Commissie Samenleving docx

commissie Samenleving 4 maart 2021, gemeente Haarlem36.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

13 alinea's met “samenwerkingsverbanden”: 75 84 85 94 122 129 217 218 219 223 224 229 236

20.50 uur Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: Goedenavond, wij zijn weer terug bij de commissie samenleving. En we zijn aangekomen bij agendapunt 9, dat is spreektijd voor belangstellenden. Daar heeft zich één iemand voor aangemeld, en dat is mevrouw Moyano. En mevrouw Moyano die krijgt zo meteen 3 minuten de tijd, u weet hoe het werkt, want dat heeft u al eerder gedaan, om uw verhaal aan de commissie te vertellen. En na de 3 minuten krijgt de commissie nog kans om u enkele vragen te stellen, indien zij dat wensen. Ga uw gang, 3 minuten de tijd. Ik geef u ongeveer bijna aan het eind geef ik even een seintje om af te ronden. Ga uw gang. Mevrouw Moyano: Ja, dank u wel. Goedenavond. Geachte raadsleden, in december 2020 is de verhuizing van de ISK uitgesteld en werd er beloofd dat er naar een alternatieve locatie zou worden gezocht. Tijdens de vergadering van deze commissie op 4 februari was er veel onduidelijkheid over deze onderzochte alternatieven. De wethouder heeft tijdens deze vergadering een werkbezoek voorgesteld aan de Schoterstraat. Voorafgaand aan dit werkbezoek ontvingen wij een lijst met 26 geïnventariseerde locaties. Uit deze lijst wordt niet duidelijk op welke criteria deze 26 locaties zijn geselecteerd en vervolgens ook weer afgekeurd.

De uitdrukkingen en begrippen die gebruikt worden in de toelichtingen zijn subjectief en niet éénduidig. Daarnaast zijn wij niet betrokken geweest bij het bespreken van deze locaties. Mogelijkheden in randgemeentes zijn onzes inziens onvoldoende onderzocht. Wellicht ontstaan op korte termijn wel mogelijkheden voor huisvesting elders. De opzet van deze lijst wekt de indruk van willekeur. Wij stellen ons graag coöperatief en flexibel op bij de zoektocht naar een alternatief. Het welzijn en het leerproces van onze leerlingen staat echter op de eerste plaats. Vanaf het ingaan van de huidige lockdown zijn wij daarom doorgegaan met het fysiek lesgeven. Continuïteit is voor onze leerlingen noodzakelijk. Zij leren niet alleen de Nederlandse taal maar zijn tegelijkertijd bezig met hun socialisatie. Sommigen gaan voor het eerst naar school, en dat moet je ook leren. Daarom is het zeer onwenselijk om voor het einde van het schooljaar te verhuizen. Dat zou weer een onderbreking van de structuur en veel onrust veroorzaken. Het is onze gezamenlijke, maatschappelijke plicht om kansengelijkheid te creëren voor alle leerplichtige leerlingen. ISK onderwijs vereist wellicht meer aandacht en inzet. Het aanwenden van middelen moet daartoe in verhouding staan. Helaas is dat bij ISK onderwijs vaak niet het geval. Voor ons geen miljoenen. Haarlem heeft de nu kans om deze trend te doorbreken.

Niet een achteraf lokaal of afgedankt gebouw, maar een veilige en goed uitgeruste school.

31

Samengevat vraagt de ISK u om drie dingen. Duidelijke criteria opstellen voor waar het schoolgebouw van een ISK aan zou moeten voldoen. Geen verhuizing midden in het schooljaar, zeker niet met een derde coronagolf in aantocht. En als laatste, de kansengelijkheid voor onze leerlingen te waarborgen. Nogmaals ons verzoek om gezamenlijk naar de locatiemogelijkheden te kijken, en daarbij de behoefte van onze leerlingen als uitgangspunt te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Indien de commissieleden nog een vraag willen stellen, graag even in de chat aangeven dat u een vraag heeft. En ik zie al een vraag van de heer Oomkes van de PvdA. De heer Oomkes, ga uw gang. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Mij interesseert uw stelling waarom u eigenlijk niet tevreden zou zijn met de Schoterstraat. We hebben eerder vanavond gehoord dat de wethouder daarop koerst. Kortom, u wordt geconfronteerd met een noodzakelijke verhuizing naar een pand wat u niet wilt. Kunt u nog even aangeven waarom niet? Mevrouw Moyano: Het pand aan de Schoterstraat is te klein. Daar komt het uiteindelijk op neer. Er kan … Met alle goede wil kan daar … Kunnen muren geverfd worden, aanrechten vervangen worden. En dat neemt niet weg dat er gewoon … Dat het te klein is. Er is geen pauzeruimte, er zijn geen genoeg werkruimtes, we hebben te weinig lokalen.

Er zijn geen faciliteiten om bijvoorbeeld mensen met beperkte mobiliteit door het gebouw te kunnen laten bewegen. Er is geen lift, je kan alleen naar boven via de trap. Dat betekent ook dat in geval van calamiteiten vluchtroutes ook voor mensen met minder mobiliteit een probleem is. Nou ja, kortom, het is te klein. Er zou heel veel verbouwing en uitbouw plaats moeten vinden om het pand geschikt te maken. En zoals ik al eerder zei, worden daar voor zover wij weten geen middelen voor beschikbaar gesteld. Dus ja, wij stellen elke keer voor, laten we op zoek gaan naar een locatie die minder … Dus die meer ruimte biedt voor ons en misschien wellicht ook minder verbouwing vereist. Als dat … Ja. De heer Oomkes: Nog een aanvullende vraag. Mevrouw Moyano: Ja. De heer Oomkes: We zijn met deze materie eigenlijk pas bezig sinds december, terwijl die al veel langer loopt. Maar dan heb ik het over de rol van de commissie en van de raad. En nu zijn wij in maart, een kwartaal verder. Wat is de laatste keer geweest dat u met ambtenaren of de wethouder om tafel heeft gezeten? Mevrouw Moyano: Wij hebben … Wij zijn nooit uitgenodigd om met de wethouder en de ambtenaren hierover met elkaar ideeën uit te wisselen of mogelijkheden te bespreken. Wij zijn met u allemaal ook op 15 februari naar de Schoterstraat geweest om de optie van de enige voorgestelde optie te bekijken.

En dat is en blijft de Schoterstraat. Er zijn geen andere mogelijkheden met ons besproken. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Dank, voorzitter. Dank u voor het inspreken. Ik heb twee vragen. Hoorde ik u zeggen dat onvoldoende mogelijkheden in andere gemeenten zijn onderzocht? Mevrouw Moyano: Uhm.

32

Mevrouw Stroo: De tweede vraag, pardon. Nou, ik ben bij het bezoek geweest aan de Schoterstraat. En ja, ik denk dat de verbouwing nog wel een tijdje gaat duren, dat het veel tijd in beslag neemt, mocht het toch geschikt gemaakt kunnen worden. Dus ja, ik verwacht niet dat er dan voor de zomer verhuisd kan worden. Wat denkt u? Mevrouw Moyano: Nou, de … Sorry, uw eerste vraag ging over? Mevrouw Stroo: Het onderzoek naar de andere gemeenten. Mevrouw Moyano: Naar de andere gemeentes. Nou ja, wij hebben een lijst gekregen op 10 februari, waarin allerlei, alle 26 onderzochte mogelijkheden staan opgesomd. En ja, er staat hier bij punt 3, regiogemeentes, onder de ambtenaren onderwijshuisvesting van de gemeente Bloemendaal, Velsen en Heemstede is de vraag uitgezet of er ruimte is voor de ISH of de ISK. In geen van deze gemeenten is ruimte voor de ISH of ISK beschikbaar. Maar er staat niet wanneer dat daarom gevraagd is, over welke locaties er gesproken zijn. Misschien is dat gesprek een jaar of twee jaar geleden gevoerd, of misschien niet. Maar wij hebben geen … Wij krijgen het gevoel dat … Het wordt zo summier medegedeeld, dat wij eigenlijk het gevoel dat dat niet heel grondig is onderzocht. En over de verhuizing. Ja, wij begrijpen echt wel dat wij uit het Junoplantsoen weg zullen moeten als de ISH daar in moet.

Alleen inderdaad voor ons is eigenlijk het schooljaar afmaken op dit moment toch wel een prioriteit geworden. En er is een voorstel gekomen om in de meivakantie te gaan verhuizen. Nou ja, dat is gewoon voor ons eigenlijk niet haalbaar. Zowel operationeel. We moeten alles inpakken en alles moet daar weer operationeel gemaakt worden. Ook digitale middelen en al die dingen. En ook, nou ja, leerlingen, personeel, iedereen is eigenlijk, net zoals in heel Nederland, een beetje op. De rek is eruit. En ja, de stress die dat allemaal zo’n verhuizing over 8 weken zou veroorzaken is eigenlijk niet te overzien. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Steyger, GroenLinks. Mevrouw Steyger: Ja, dank u ook voor nogmaals uw pleidooi. Ik begrijp dat er ontzettend veel problemen nu aan u opdoemen. Ja, ik krijg toch het idee dat we er niet aan ontkomen dat u toch op korte termijn zal moeten verhuizen. En ik heb de wethouder ook horen zeggen dat hij nog meer inspanning wil plegen om goed met u te kijken naar wat er nog meer aan het gebouw zou kunnen worden aangepast. En dat eigenlijk allebei de scholen toch, ja, naar de gebouwen moeten die we nu ter beschikking hebben. En ja, dan hoop ik dat we voor de toekomst zo snel mogelijk naar een andere oplossing kunnen kijken die beter past bij uw leerlingen. Ik hoor ook uw roep, dat ook deze leerlingen een mooi gebouw verdienen.

Ja, dus ik … Dat is eigenlijk een beetje wat ik u wilde meegeven. Mevrouw Moyano: Mag ik nog … De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Moyano: Zou ik … De voorzitter: Dan … Mevrouw Moyano? Mevrouw Moyano: Ja, ik wilde daar nog heel graag op reageren. Want één van de dingen die heel veel onduidelijkheid veroorzaken, is dat bijvoorbeeld termijnen niet duidelijk worden afgesproken. Er wordt heel vaak gesproken over tijdelijk. En het is alleen maar tijdelijk en daarna komt er een mooie oplossing. En dat

33

willen wij … Dat vinden wij heel fijn. Alleen dat tijdelijke wordt nooit uitgesproken, wat is tijdelijk? Want een jaar is tijdelijk. Maar tijdens het werkbezoek aan de Schoterstraat werd ons verteld dat het tijdelijk 4-5 jaar kan duren. En als je dan 4-5 jaar in een te krap gebouw zit met leerlingen die speciale behoeftes hebben, dan is 4-5 jaar toch echt niet meer tijdelijk. En dus voor de duidelijkheid en om misverstanden te voorkomen, zou het heel fijn als wij van de wethouder te horen krijgen, wat zijn de termijnen? En wat als wij het gebouw gebruiksklaar willen maken, waar kunnen wij op rekenen? Bijvoorbeeld in termen van budget wat daar beschikbaar voor wordt gesteld. Want er wordt ons gevraagd om een lijst te maken van nou, hoe kunnen we het gebouw voor jullie goed maken? Dan maken wij een lijst, dat is al eerder gebeurd, en dan worden dingen weggestreept. En dan begint daar een discussie weer over. Dus het is heel belangrijk dat als wij met elkaar het gesprek gaan voeren, dat er wel duidelijkheid wordt gegeven over, wat is tijdelijk? Wat is acceptabel en wat is werkbaar? Wat zijn die termen waar we het over hebben? Want anders heeft iedereen een eigen interpretatie daarbij en ontstaan er constant misverstanden. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen vragen meer. Dan wil ik u hartelijk danken voor uw inspreekbijdrage. Mevrouw Moyano: U ook.

De voorzitter: Ik zie nog een laatste … Mijnheer Van den Raadt, graag wat sneller, want ik ben aan het afronden. U krijgt deze gelegenheid ‘…’. Ga uw gang. De heer Van den Raadt: Ja. Dank u wel, voorzitter, u bent de beste. Mevrouw, u heeft … Dat is dan één locatie. Had u eigenlijk … Ik heb twee vragen. Had u zelf een andere locatie op het oog? En u heeft het er ook over dat het allemaal te krap is en niet ruim genoeg. Wordt er ook rekening mee gehouden dat … Want u heeft ook natuurlijk mensen, asielzoekerskinderen, en daarvan heeft de wethouder … Mij is al gezegd dat we er volgend jaar twee keer zoveel van krijgen. Wordt dat allemaal meegenomen in die aantallen? Of wordt het gebaseerd op het huidige wat u nu heeft? Mevrouw Moyano: Over alternatieve locaties. Wij hebben wel een aantal voorstellen gedaan, maar dat is intern bij Dunamare. Die zitten, ja, daar is nog niet echt een alternatief uit voortgekomen. Maar nogmaals, wij willen daar heel graag een bijdrage aan leveren. Over de aantallen. Ja, wij … Bij ISK onderwijs is het anders dan regulier onderwijs. Wij hebben het hele jaar door hebben wij instroom. En onze leerlingen stromen na twee jaar ongeveer uit of door naar regulier onderwijs. Wat inhoudt dat wij heel vaak met minder klassen beginnen dan dat we eindigen. En wij zijn dit schooljaar begonnen met zes klassen, en wij zitten nu al bijna op negen klassen.

En door corona wordt de uitstroom van heel veel van onze leerlingen vertraagd, waardoor wij nu nog niet precies weten met hoeveel klassen wij in augustus weer gaan beginnen. Maar wij gaan uit van inderdaad van rond de zes-zeven klassen. En meestal zitten wij tegen de kerstvakantie zijn daar meestal twee klassen bijgekomen. Onze maximale capaciteit is tien klassen. En daar moeten wij dus rekening mee houden bij het zoeken van een locatie. En bij de Schoterstraat hebben we ruimte voor zes klassen. Zeg maar zes klassen die theorielessen hebben tegelijkertijd. Dat is de beperking van de Schoterstraat. De voorzitter: Dank u wel. Nou, nogmaals dank voor uw inspreekbijdrage. Wij gaan weer verder met de vergadering. Ik verzoek u ook de vergadering nu te verlaten. Mevrouw Moyano: Ja. De voorzitter: Dan gaan wij snel door met punt 10. Dank u wel, mevrouw Moyano.

34

Mevrouw Moyano: Dank u wel. Fijne avond. Overige punten ter bespreking 10. 21.05 uur Adviesbrief RKC 213a onderzoek combinatiefunctionarissen (MROG) De voorzitter: Dan gaan we door naar een bespreekpunt, dat is de adviesbrief RKC 213a onderzoek combinatiefunctionarissen. Het college heeft aan het einde van 2020 de raad het rapport over het 213a onderzoek naar de doeltreffendheid van combinatiefunctionarissen aangeboden. En het onderzoek werd in de programmabegroting 2019 aangekondigd en is uitgevoerd door een externe onderzoeker. De RKC heeft vervolgens een onderzoekstechnische analyse uitgevoerd van dit rapport. In de bijgevoegde brief worden puntsgewijs de bevindingen van de RKC opgenoemd. De RKC heeft als advies het college te vragen hoe het perspectief van de doelgroep wordt meegenomen bij de implementatie van het verbeterplan, op welke wijze de volledige implementatie van het verbeterplan is geborgd, en op welke wijze de raad hierover wordt geïnformeerd. En tot slot wordt geadviseerd het college te vragen om te bewaken dat er één subsidiesystematiek in Haarlem wordt ontwikkeld en gehanteerd. Even kijken, volgens de lijst heb ik nu als eerste mevrouw Booms, ChristenUnie. Ga uw gang. Mevrouw Booms-van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Dank u voor het rapport over het onderzoek naar de doeltreffendheid van combinatiefunctionarissen.

De RKC geeft ons advies om de volgende vragen te stellen. Hoe wordt het perspectief van de doelgroep meegenomen bij de implementatie van het verbeterplan? Op welke wijze is de volledige implementatie van het verbeterplan geborgd, en op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd? En de RKC vraagt om te bewaken dat er één subsidiesystematiek ontwikkeld wordt in Haarlem. Wethouder, kunt u uitleggen wat daarvan het voordeel is? Ik lees dat er vaak sprake is van een sterke vervlechting, zowel financieel als inhoudelijk, van de brede regeling combinatiefuncties en andere subsidieregelingen. Ik lees dat partijen onvoldoende aan kunnen geven wat er met de verschillende subsidies door één organisatie gedaan wordt. Hoe kunt u ervoor zorgen dat de financiële en inhoudelijke verantwoording, ja, duidelijk aan de gemeente teruggekoppeld wordt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, daar was ik, sorry hoor. Goed. Ja, ik kies een beetje een andere invalshoek bij dit onderwerp. En dat gaat over dat rapport zelf zeg maar, niet zozeer inhoudelijk. Want het RKC heeft er een paar jaar geleden bij het college op aangedrongen om de 213a-onderzoekers serieuzer te nemen. En de uitwerking van dat advies, dat ligt nu voor ons. Dat is een enorm lijvig rapport vol ambtelijk taalgebruik. Niet bijzonder actueel, nog bijzonder inspirerend.

Nou, ik heb het diagonaal gelezen, en ik heb daar verder helemaal niks over. En ik vraag me eigenlijk af of er iemand in staat is geweest om het ook horizontaal te lezen. Ik vraag me dat werkelijk af. Omdat GroenLinks niet overtuigd was van het nut van dit rapport, en overigens ook niet van het vorige rapport wat wij in deze commissie behandelden, heb ik technisch uitgevraagd wat het kost zo’n rapport. Nou, de kosten van dit door een extern bureau uitgevoerd onderzoek bedragen €28.850. En daarbij komen nog de kosten voor de ambtelijke ondersteuning, en dat is ongeveer tussen de €5.000 en €7.000. We hebben het dus over een bedrag van grofweg €35.000 voor een rapport dat in mijn optiek een hele elaborate manier is om een vinkje te plaatsen bij een verplicht nummer. Het zal waarschijnlijk in een la verdwijnen, en dan vind ik het zonde van het geld. Jaarlijks ongeveer €70.000, want we hebben de verplichting twee rapporten, twee onderzoeken te doen. En in deze tijden van krapte kan ik wel betere doelen verzinnen voor zo’n bedrag. Ik wil mijn collega’s van de raad eigenlijk ook vragen hoe zij dit zien? Of zij dezelfde ervaring hebben wat betreft de inhoud van dit rapport en de vorm waarin het is gegoten?

35

En ik wil de wethouder vragen of zij de kosten voor dit onderzoek in verhouding vindt met de opbrengst ervan. Ik denk dat wij aan de verplichting van het Rijk kunnen voldoen voor minder geld. En misschien moeten we dan een maximumbedrag instellen voor dit soort rapporten. Dat was het. De voorzitter: U heeft een interruptie zie ik. Even kijken hoor, van de heer Hulster. Actiepartij. De heer Hulster: Ja. Dank u wel, mevrouw Klazes. Ja, tot mijn verbazing kwam ik er laatst achter dat er … Er is een verordening op dit punt. En daarin staat dat wij als raadsleden eigenlijk de vraagstelling bedenken van zo’n rapport. En ook, ja, dus denken over hoe dat rapport eruitziet. Dus u legt de bal nu een beetje bij de raad van, is dit nu eigenlijk wat we willen? Maar eigenlijk zijn wij gewoon aan zet als raad. Vindt u niet dat wij onze rol beter moeten oppakken als raadsleden? En hoe gaan we dat doen? Mevrouw Klazes: Nou dat is precies mijn vraag. Ik ben mij bewust van die verordening. In die verordening staat trouwens ook dat het college gaat over de keuze voor de onderwerpen. Dus daar gaan wij niet over. En dus, ik leg de vraag nu letterlijk, wat u nu aan mij vraagt, leg ik letterlijk neer bij de rest van de raad.

Is dit de vorm die wij verkiezen en is dit ook het geld wat wij ervoor overhebben, en vinden wij dit echt een buitengewoon nuttig rapport? Misschien vergis ik me, maar ik vind het niet zo heel erg nuttig. Ik denk dat de vragen die zijn gesteld in het rapport, en de uitwerking ervan en de aanbevelingen die eruit komen, ik vind het voor €35000 eigenlijk een gotspe, eerlijk gezegd. Dus ik stel voor … Realiseer me de wettelijke verplichting van het college om deze onderzoeken uit te voeren. Maar volgens mij, als wij eens even goed naar die verordening kijken, en dat zou eigenlijk mijn aanbeveling zijn aan deze raad, dat we gewoon even goed moet kijken of het niet voor een stuk minder geld kan. En misschien moeten we het gewoon wel niet door een extern bureau laten oplossen, maar daar gewoon die ambtelijke uren die nu ook besteed zijn als begeleiding van deze externe commissie, dat zijn zeventig ambtelijke uren. Volgens mij kom je dan heel ver met een onderzoek. Misschien vergis ik me, maar ik ben benieuwd wat de wethouder ervan vindt. De voorzitter: Dank u wel. U heeft ook nog een interruptie van de heer Smit. En GroenLinks heeft nog 3,5 minuut ongeveer. Nou ja, ongeveer. Iets meer dan 3,5 minuut voor de hele vergadering. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

Mevrouw Klazes, ik kan een heel stuk met u meegaan, maar ik vul ook graag even de heer Hulster aan. Het college is verplicht twee keer per jaar een 213a onderzoek te doen. En er komt er binnenkort eentje aan, dat is de first and second line of defence. Nou, ik neem aan dat daar wat meer inhoudelijks in staat dat ons inderdaad aanspreekt. Dit onderzoek ben ik met u eens, heeft mij niet zo aangesproken. En dan zijn de kosten helaas wellicht wat minder in verhouding met het product dat je krijgt. Wellicht kunnen wij als suggestie … De voorzitter: De heer Smit, u heeft nog 1,5 minuut nog hè. Ik waarschuw maar even. De heer Smit: Ja, weet ik. Misschien kunnen wij, mevrouw Klazes, het college ook af en toe voorstellen doen voor issues die de raad ook echt pakt, en misschien neemt het college het dan over. Het is niet zo dat je een 213a onderzoek kunt afraffelen, want het heeft ook wel een bepaalde vormvereiste. Dus ik begrijp in deze uw probleem. Laten we het als een eenmalig onderzoek beschouwen wat inhoudelijk ons niet zo heeft geboeid. Maar in principe kunnen de onderzoeken ons heel erg boeien, denk ik. Mevrouw Klazes: Ja, als ik daar heel kort … Ik ga daar echt heel kort antwoord op geven. Het vorige onderzoek kon mij ook niet echt enorm boeien, mijnheer Smit. En daarbij, volgens mij is er geen sprake van afraffelen als

36

je gewoon zo’n onderzoek doet, maar je gaat hem anders vormgeven. En volgens mij is dat altijd nog in de verordening een verantwoordelijkheid van de raad om te kijken wat de minimale vorm is waarop we dit onderzoeken kunnen uitvoeren. En uiteindelijk blijft overeind dat het college zelf gaat over de keuzes voor zijn onderzoeken, en misschien kunnen wij een beetje sturen. Maar volgens mij is het het college wat bepaalt wat er onderzocht gaat worden. De heer Smit: En dat laatste beaam ik. Maar vooruit, initiatief van onze kant kan nooit kwaad. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja. Dank je wel, mijnheer de voorzitter. CDA dankt de RKC voor haar adviesbrief. Het is goed om te lezen dat het onderzoek uitwijst dat de inzet van de combinatiefunctionarissen in Haarlem over het algemeen als doeltreffend wordt beoordeeld. In dit stuk is te lezen dat Haarlem in 2020-2021 deelneemt aan een pilot voor een monitoringsinstrument dat landelijk ingezet wordt. Mijn vraag aan de wethouder, kan hij iets vertellen over deze pilot? Tot zover. Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk vind ik het niet zo’n slecht onderzoek door de RKC. Maar dat komt omdat de omvang behoorlijk groot is, over een groep die eigenlijk niet zo bekend is.

Het is wel een niet sturend onderzoek. En dat laatste komt omdat deze mensen voor een groot deel onder de radar opereren. Het zijn wel degelijk onmisbare professionals in dat werk in Haarlem. Ze zeggen zelfs als spreekwoordelijk cement in de Haarlemse samenleving. En verzetten bergen met werk. Ik vind dat hun actieradius bij herhaling in beeld moet worden gebracht, omdat het toch om een behoorlijke groep mensen gaat, 37,7 fte’s. Zodat de raad beter kan sturen op processen die mogelijk nu te wijd lopend zijn ingezet. Belangrijk daarbij is de overweging dat combinatiefunctionarissen wel actief zijn voor mensen die in de knel zitten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja. Dank u, voorzitter. Combinatiefunctionarissen, voor mij een nieuw begrip. En voor u misschien ook wel. Maar het stuk van de RKC lezende, bleek ik wel op de hoogte van het werkveld van een aantal combinatiefunctionarissen. SportSupport, die sporten voor alle kinderen mogelijk maakt met sport in de wijk. HIT, op de middelbare school. De brede scholen, waar extra aandacht is voor kunst en sport. Ze doen goed werk en beantwoorden aan hun doelstelling, deelname aan sport en bewegen, kunst, voor iedereen mogelijk maken. Ik moest ook terug denken vaan de voorstelling in de Philharmonie tijdens Haarlem Age Friendly Cultural City 2019.

Daar kunt u een filmpje van terugkijken op YouTube, waarbij ouderen participeerden onder de paraplu van Haarlems Goud, met cultuurinitiatieven als BuurtBlik, Gouden Boeken en Gardensongs. Dit was in 2019. Daarbij werd gezegd dat het door de combinatiefunctionaris bij het structurele aanbod zou komen. Is dit gebeurd? Kan de wethouder daar iets over zeggen? Met de aanbevelingen uit de adviesbrief van het RKC, wordt het college gevraagd een aantal verbeteringen aan te brengen, zodat het voor de combinatiefunctionarissen duidelijker wordt waar de prioriteiten liggen, zodat zij daar zich beter op kunnen focussen. Nog een vraagje. Naar aanleiding van deze adviesbrief, ben ik een kijkje gaan nemen op de website van SportSupport en Hart, samenvoeging van muziekcentrum Zuid-Kennemerland en volksuniversiteit. Wat mij is opgevallen, dat deelname met de Haarlempas op de website van SportSupport wel genoemd wordt en op de website van Hart helemaal niet. Deelname aan kunst en muziek lijkt daardoor minder toegankelijk voor mensen met een Haarlempas, maar dat is het volgens mij niet. Bent u bereid hiernaar te kijken?

37

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, de combinatiefunctionaris. Wie kent hem niet, wie kent hem wel? Wie heeft opdracht gegeven tot dit onderzoek? Wat is dat nu en wat levert het op? Het is een nieuwe functie en voor een nieuwe beroepsgroep. Of een nieuwe naam voor een functie die allang bestaat. Ik ben er maar eens ingedoken, en vroeg me af of de functionarissen ook met de overige functionarissen een combinatie hebben gesloten. Ik kon het uit het rapport niet halen. Ik deel dus de conclusie met GroenLinks dat we veel geld hebben uitgegeven op een fenomeen wat allang bestaat. Ik heb het idee dat iedere functionaris van de gemeente Haarlem een combinatiefunctionaris moet zijn. Integraal kijken, je collega opzoeken en je taak zo breed mogelijk zien. Vraaggericht werken, lokaal maatwerk. Het klinkt allemaal mooi, daar kan niemand op tegen zijn. Maar is het ook niet een beetje lokaal gerommel? Creatief boekhouden, schuiven met subsidiepotjes, marchanderen met cofinanciering. Is het nu een combinatiefunctionaris, of hebben we het gewoon over de buurtcoach die we allemaal kennen? Het doel is verbinden van onderwijs, sport en cultuur door middel van een functionaris. Geef verbreding aan een functie, of meer mogelijkheden, en biedt financiën daar waar nodig is.

Ik ben het ook helemaal eens met de conclusie van de rekenkamer, kom tot één subsidiesystematiek, en borg de taken in de organisatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het is goed om te lezen dat naar aanleiding van het 213a onderzoek ook verbetervoorstellen zijn gedaan. En deze voorstellen, lees ik, zijn inmiddels ook vastgesteld door het college. En in reactie ook op de vraag van mevrouw Klazes zojuist aan deze commissieleden. Ja, ik ben juist van lijn dat het wel goed is om je eigen beleid door te lichten. Om vragen te beantwoorden als, zijn we de juiste dingen aan het doen om die maatschappelijke doelen die we hebben ook echt te bereiken? En het is het geld waard als er daadwerkelijk wat mee wordt gedaan en dus niet in een la verdwijnt en het meer is dan een ambtelijke invuloefening, maar het wordt gebruikt voor meer inzicht en dus ook actie. Ik snap zeker dat dit onderzoek niet bepaald leest een thriller. Het was taai, absoluut. Maar dit helpt ons wel bij onze controlerende taak in deze raad. En een taak waar ik ook deze keer weer op hamer. Ik heb dan ook een paar vragen aan de wethouder. Wethouder, kijk in het dagelijks leven, ik ben ook één van die ambtenaren bij justitie en veiligheid. En daar draai ik ook beleidsdoorlichtingen.

Dus ik snap heel goed hoe ingewikkeld het is om de doeltreffendheid van het gevoerde beleid in kaart te brengen. Maar het kan wel. En ik loop nu al een paar jaar in verschillende onderzoeken over Haarlems beleid tegen dezelfde zaken aan. De gemeente moet een stevigere regierol nemen, de gemeente moet strakker sturen op beleidsdoelen. Er is meer kwalitatieve data nodig. Worden er meer of minder Haarlemmers bereikt? Om maar iets te noemen. Criteria op een inhoudelijk normenkader om aan te toetsen, ontbreken. Er wordt veel waarde gehecht aan observaties en meningen uit gesprekken met betrokkenen, maar dat geeft natuurlijk maar een gedeeltelijk beeld. En hier wordt het ook wat schimmig voor de raad. Hoe moet de raad het college en het gevoerde beleid controleren? En hoe weten wij of het gevoerde beleid ook effectief is? Wanneer is het beleid doeltreffend volgens de wethouder? En hoe gaat de wethouder dus ook borgen dat alle gedane verbetervoorstellen worden geïmplementeerd? Op welk termijn verwacht hij dat? En hoe wordt er rekening gehouden met die doelgroepen Haarlemmers die we willen bereiken, zoals ook de RKC ons adviseert te vragen. En hoe houdt de wethouder deze raad hiervan op de hoogte? En één van die verbetervoorstellen die wordt gedaan is ook die cofinanciering, of die financiering.

En ik lees in de verbetervoorstellen dat er allerlei, nou ja, verbetervoorstellen worden gedaan tussen vaste partners en innovatieve projecten. De verdeling van die combinatiefuncties tussen de sectoren sport en cultuur. Maar dan zit er in één zinnetje, om deze aanbevelingen te kunnen verwerken, wordt geadviseerd om de uitvoeringsregeling subsidieverlening

38

combinatiefuncties te actualiseren. Nou, nou heeft de RKC al eerder aanbevelingen gedaan over een heldere en vooral eenduidige subsidiesystematiek op de verschillende beleidsterreinen in Haarlem. Deze aanbevelingen zijn in december 2018 al overgenomen door de raad in een eerder onderzoek. En neemt het college ook deze aanbevelingen in acht bij de actualisatie van deze uitvoeringsregeling? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan heb ik hier nog de heer Smit. Uw laatste minuut gaat in, ga uw gang. De heer Smit: Nee, voorzitter, geen behoefte aan spreektijd. De voorzitter: Oké, dank u wel. Even denken. Ik zie … Nou, Ziggy zie ik hier nog … Sorry, mevrouw Klazes, GroenLinks, interruptie. Mevrouw Klazes: Ja, mevrouw Klazes, denk eraan hè. Ik had een interruptie op mevrouw Çimen, heel kort. Als u uit mijn woorden heeft gehoord dat ik het absoluut niet nodig vind om het college te controleren, dan heeft u me verkeerd begrepen. De vorm waarin, 30 literatuurstudies, 160 pagina’s, ik vind het een beetje veel. Ik heb alleen maar gezegd, dat mag wat minder en het mag wat goedkoper. That’s all. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Rog, ga uw gang. Wethouder Rog: Ja. Dank u wel, voorzitter. En dank voor de commissieleden voor hun reflectie die eigenlijk veel verschillende kanten opgaat.

Ja, wij hebben natuurlijk als college die verantwoordelijkheid om twee keer per jaar zo’n onderzoek te doen. Dus u zult het mij niet hoeven duiden dat wij dat onderzoek ook daadwerkelijk uitvoeren. En een aantal van u gaven ook aan, moet daar dan niet de raad bij betrokken worden? Maar juist de raad heeft een eigen instrument daarvoor via de rekenkamercommissie. En tegelijkertijd wil ik in ieder geval ook die rekenkamercommissie bedanken voor hun reflectie, hun analyse op het werk van wat wij extern hebben laten uitvoeren. Ja, de kosten daarvan, zegt GroenLinks, die zijn te hoog. Ja, dat is natuurlijk een … Dat kunt u zeggen. En tegelijkertijd denk ik dat wij gewoon invulling moeten geven aan deze verplichting. En we weten aan de voorkant natuurlijk ook niet wat de uitkomsten van een onderzoek zijn. En de uitkomsten die we hier hebben, laten in ieder geval zien dat er grote tevredenheid is over het werk van de combinatiefunctionarissen. En zoals een aantal van u ook aangaf, eigenlijk daar meer de spotlight op is gezet, omdat niet iedereen ook dit werk kent. Als ik dan kijk naar bijvoorbeeld SportSupport, daar werken gewoon dus alleen combinatiefunctionarissen. Dat zijn de combinatiefunctionarissen. En dat geldt ook bij de Hart en bij andere verenigingen die het werk doen in die culturele of in die sportsector. Oh sorry.

De voorzitter: Wethouder? Ik zie … Wethouder Rog: Ja, Excuus. Ja. De voorzitter: Ja, het is een beetje onduidelijk hier in deze chat ook. Maar het lijkt me of mevrouw Klazes een interruptie wil plegen. Mevrouw Klazes: Ja, ik ga even … De voorzitter: Ah, daar bent u weer. U was in het donker. Ga uw gang. Mevrouw Klazes: Ja. Mijnheer Rog, ik heb helemaal niks tegen combinatiefunctionarissen. Mijn hele simpele vraag aan u is, en die heb ik net ook gesteld. Vindt u de opbrengst van dit rapport in verhouding tot de kosten

39

die ervoor gemaakt zijn? Dat is eigenlijk de hele simpele vraag. Als u antwoord ja is, heb ik waarschijnlijk wat gemist. Maar ik zou het graag nu willen horen. Wethouder Rog: Ik weet niet, voorzitter, of ik meteen mag antwoorden. De voorzitter: Ja, dat mag. Wethouder Rog: Normaal gesproken … Ja. Dan kijk, ik vind dat heel lastig te beoordelen, mevrouw Klazes. Wat ik zie, is dat er een reëel bedrag voor een goed onderzoek is betaald, wat wij ook gewoon wettelijk verplicht zijn om te houden. Aan de voorkant wisten wij niet wat de uitkomst zou zijn. Ik ben blij om te zien wat de positieve uitkomsten zijn. En tegelijkertijd, dat heeft u gezien, zijn er een groot aantal verbetervoorstellen die wij inmiddels gewoon ook al ter hand hebben, waar we gewoon mee aan de slag zijn gegaan en in het komende jaar verder mee doorgaan. Dus ja, ik ben daar blij mee en ik ben daar tevreden over. En ja, ik sta soms ook te kijken van wat dingen kosten, maar dat is ook gewoon zo. Ja, er is een vraag gesteld inderdaad ook door D66 inderdaad, over die doeltreffendheid. En dat is dus inderdaad ook een ingewikkeld punt. Dat hebben we ook gelezen in het rapport. En we moeten daarbij wel vaststellen dat er in de periode 2008-2018 ook helemaal geen criterium was, ook niet vanuit het Rijk waar wij aan moesten voldoen.

Dus dat maakt het ook wat ingewikkeld om te kijken welke wijze het beleid ook doeltreffend is. Aan de andere kant hebben we in de verbetervoorstellen juist hierop denk ik echt een slag geslagen. Inmiddels al met de monitoringstool waar Haarlem ook vooroploopt om daarmee aan de slag te gaan. En dat is dan ook meteen mijn antwoord op het CDA. Weten wij die uitkomsten al? Nee, we zitten nu in die testfase. Vanaf eind maart, dus eind deze maand, zal dat ook landelijk uitgerold worden. Dan zullen we ook landelijk kijken wat de effecten daarvan zijn. Dan heeft GroenLinks een vraag gesteld over de vervlechting. En ik zit heel eventjes te kijken. Ik kom daar zo heel eventjes op terug als u het goed vindt. Ja, OPHaarlem heeft inderdaad het ook over de vormvereisten gehad. En voor wat betreft Jouw Haarlem rond de Haarlempas. Ja, die … Wij gaan ervan uit dat die ook van toepassing moet zijn bij Hart. En daar gaan we dus inderdaad ook even naar kijken. Als dat niet op de website is, gaan we daarover met elkaar in gesprek om te kijken of dat genoteerd kan worden. Op welke termijn verwachten we dan, ja, concreet de resultaten, vraagt D66, wat betreft de verbetervoorstellen? We zijn dus met een deel bezig. Alles wat in het staatje wat bij de verbetervoorstellen stond wat eind vorig jaar gerealiseerd moest worden, hebben we geïmplementeerd.

We verwachten daar eind dit jaar alles ook rond te hebben. En dat zal zijn doorloop hebben in ’22. Maar ik ben natuurlijk bereid, want dat vroeg u, of de raad daarin op de hoogte gehouden kan worden, om u daarover op de hoogte te houden. Dan is het zo dat u een vraag stelde ook waarbij ik heb genoteerd dat uw raad zeer recent ook die nieuwe algemene subsidieverordening heeft vastgesteld. En dat … Ik heb dat als antwoord op een vraag op u genoteerd. Maar ik zit eventjes te zoeken naar wat uw vraag was, naar alle eerlijkheid. Mevrouw Çimen: Zal ik dat anders nog even toelichten wat mijn vraag … De voorzitter: Ja, doet u maar Mevrouw Çimen: Ja, het ging … Dank u wel, voorzitter, excuus. Nee, dat ging over die eenduidige subsidiesystematiek. Dat heeft al in een eerder rapport van een RKC-rapport is dat al aan bod gekomen, leren waarderen. En nou ja, goed, dat is overgenomen door het college. En ook met algemene stemmen aangenomen, overgenomen, door deze raad. En de vraag is eigenlijk, nemen we die resultaten en die aanbevelingen ook in acht bij het actualiseren van deze subsidieregeling? Want er zijn heel veel aparte subsidie uitvoeringsregelingen. En de vraag was heel even, neemt u dat dan daarbij ook in acht?

40

De voorzitter: Wethouder Rog. Wethouder Rog: Ja, hier vrees ik even dat ik gewoon niet de geschiedenis ken waar u naar vraagt. Maar ongetwijfeld nemen we dat in acht. Als u het goed vindt, wil ik daar gewoon heel even schriftelijk op terugkomen. Ik weet in ieder geval dat dit ook een element is wat we dus in die eenduidigheid gerealiseerd gaat worden dankzij die algemene subsidieverordening waar we hier ook ons aan invoegen. Maar ik zal even op deze concrete vraag terugkomen. Mevrouw Çimen: Fijn, dank u wel. Wethouder Rog: De … Ik zit even te zoeken naar de vervlechting van de ChristenUnie. We zijn inderdaad … We proberen eigenlijk dus door een stapeling van subsidies … Het is … Het mooie van deze combinatiefunctionaris is dat dit echt aansluit bij het beleid wat wij als Haarlem willen, deels al ingezet hadden, deels hebben uitgerold. En we slagen erin dankzij de rijkssubsidie die een groot deel van de totale kosten voor hun rekening nemen, slagen we erin om die combinatie en het beleid uit te zetten in Haarlem. En we zorgen er nu dus voor dat via meerdere regelingen er subsidie bij elkaar gebracht wordt. En ja, wij hebben ook … We krijgen uiteindelijk dus ook een overzicht van de resultaten vanuit die verschillende kanten. De ChristenUnie heeft ook, ja, de vraag eigenlijk van de rekenkamercommissie nog een keer genoemd. Die zal ik proberen kort, voorzitter, te beantwoorden.

Het perspectief van de doelgroep mee te nemen bij de implementatie van het verbeterplan. Ja, dat willen we doen. Enerzijds dus die combinatiefunctionarissen die rechtstreeks met de doelgroep werken raadplegen. Wij gaan ook meer op bezoek en zullen daarin ook in die werkbezoeken degene, de afnemers, betrekken en bevragen. En wij zullen door de monitoring waar ik het net ook over heb gehad, dus ook meer een beter beeld krijgen van hoe het beleid uiteindelijk uitwerkt, en ook de concrete data daarbij betrekken. En de vertegenwoordigers van de doelgroep zullen we ook uitnodigen om mee te praten. En dan hebben we het bijvoorbeeld ook over de kinderraad en de participatieraad. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Ja, ik wilde nog even duidelijker vragen naar dat bepaalde organisaties krijgen voor een bepaald product krijgen ze van verschillende subsidies, maar kunnen niet goed aangeven hoe ze die subsidies dan precies besteden. Omdat … Ze kunnen niet goed het onderscheid maken, heb ik begrepen uit het stuk. Bijvoorbeeld, ze gaan voetballen met jongeren in een buurt. Maar dat wordt uit verschillende subsidies wordt dat dan betaald.

En het gevaar is natuurlijk dat ze dubbel geld krijgen voor de acties die ze doen, in plaats van … Ik vind dat een partij gewoon goed aan moet kunnen geven van, ik heb van die 10.000 gehad en van die 10.000, en dat je dat omzet in Fte’s of in uren, en dat je precies aan kan geven wat je er dan voor gedaan hebt. En ik heb uit het stuk begrepen dat ze dat onvoldoende kunnen. En dat kan natuurlijk beteken dat, ja, dat eigenlijk ook geld een beetje verspild wordt. Want dan wordt er misschien dubbel betaald voor één product. Dat is wat ik begreep uit het stuk. Maar misschien heb ik dat niet goed gelezen. Maar het is natuurlijk wel een gevaar als er voor één bepaalde combinatiefunctionaris, als we van allerlei kanten subsidie … Of meerdere kanten subsidie krijgen. Dus misschien kunt u daar nog iets over vertellen. De voorzitter: Wethouder Rog. Wethouder Rog: Ja, maar ik denk dat u eerlijk gezegd een iets te pessimistisch beeld heeft over hoe dit loopt. Want het gaat uiteindelijk om het werk van één combinatiefunctionaris die vaak via verschillende potjes dus inderdaad gefinancierd wordt, en wij dat inderdaad uiteindelijk moeten monitoren. En dat daarin een kwalitatief en een kwantitatief verhaal zit, dat is waar. En we hebben een heel scherp kwalitatief beeld. En op

41

elementen is er, nou, verbeterpotentieel, om het zo even te zeggen op kwantitatief niveau. Tegelijkertijd, en ik denk haast dat u dat met me eens zult zijn, is ook niet alles van waarde ook te meten. En is het zo dat we natuurlijk het werk van combinatiefunctionarissen in de wijk, als je met doelgroep-jongeren bezig bent met sport, dan kan het ook zo zijn dat je met elkaar in gesprek raakt. En dat je dus misschien een bepaalt sportdoel niet bereikt, maar wel van grote waarde bent. Ja, dat is toch het lastige inderdaad blijft het met dit werk, wat echt in dat sociale domein plaatsvindt. En waarin ik ook wat vertrouwen wil uitstralen naar die professionals die dat in onze wijken doen. De voorzitter: Dank u. Was dit het, wethouder Rog. Of had u nog meer? Wethouder Rog: Ja, nou ja, eigenlijk denk ik dat ik recht doe ook aan mevrouw Booms om de laatste twee vragen die de rekenkamercommissie heeft gesteld, en die zij ook heeft herhaald, toch nog kort te beantwoorden. De implementatie van het verbeterplan. We zijn dus al gestart. Ik word daar net als mijn cultuurcollega, mevrouw Meijs, kwartaallijks over de voortgang bijgepraat. Er is inmiddels een aparte functionaris aangesteld die zich specifiek bezighoudt met de coördinatie en dus ook met het verbeterplan.

En zodra er verdere implementatie komt van dat verbeterplan, met wijzigingen in financiën, in beleidsmatige keuzes, et cetera, dan wordt uw raad daar natuurlijk over, ja, dan wel geïnformeerd, dan wel geraadpleegd al naar gelang we staan. En kunt u dus in die zin meepraten. En het laatste punt was inderdaad, bewaken dat er inderdaad één subsidiesystematiek in Haarlem wordt ontwikkeld en gehanteerd. En dit is inderdaad dat punt, ik zat het net op te zoeken, bij mevrouw Çimen inderdaad, die daar eigenlijk ook naar vroeg. En het is zo dat de uitvoeringsregeling van de combinatiefuncties wordt bijgewerkt naar de recent aangenomen algemene subsidieverordening. En bij de implementatie van het verbeterplan wordt ook aandacht aan de verbondenheid met de andere subsidieregelingen en beleidsnota’s gemaakt. En dat geldt ook voor het verbeterpunt monitoring en lerend beleid, zoals dat inderdaad in het verbeterplan is opgenomen. Voor mij was het dat, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik weet niet of er nog iemand dringend behoefte heeft aan een tweede termijn? Anders wil ik dit punt gaan afsluiten, want we hebben nog een behoorlijk zwaar punt te bespreken volgens mij. En het is al 22:30 uur. Dus iedereen die nu echt nog een tweede termijn wil, dan wil ik dat nu graag zien, en anders gaan we hem afsluiten. Nee? Dan … Nou ja, u heeft het voldoende besproken.

De wethouder die gaat nog even bij Hart kijken hoe het zit met de vermelding van de Haarlempas op de website, dat heb ik als toezegging gehoord. En hij komt ook schriftelijk terug op de vragen van D66 over die subsidiesystematiek die als aanbeveling in het RKC-rapport staat. Zover heb ik begrepen wat de toezeggingen waren. Ja? Dan gaan wij door. Dank u wel, wethouder. 11. 21.35 uur Verwervingsstrategie Gewoon in de Wijk (MTM) De voorzitter: Dan gaan we door naar punt 11, dat is de verwervingsstrategie Gewoon in de Wijk. Dit betreft de verwervingsstrategie Gewoon in de Wijk. Basisondersteuning, sociaal wijkteam, meedoen, aanvullende begeleiding thuis en dagopvang. In de verwervingsstrategie is beschreven welke stelselwijziging het college beoogt en volgens welke procedure het college deze wil realiseren. Gezien de impact van de stelstelwijziging voor aanbieders kiest het college voor een dialooggerichte aanbesteding. Dit besluit ligt nu ter bespreking aan u voor, conform de afspraak de commissie te betrekken bij de verwervingen in het sociaal domein. Als eerste wil ik het woord geven aan mevrouw Özogul van de SP. Mevrouw Özogul, ga uw gang. Mevrouw Özogul-Özen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Wederom een aanbesteding, wijkgericht. Op zich zijn wij het daarmee eens. Alles moet zo laagdrempelig mogelijk in de wijken. Wat wij wel heel apart vinden is … Ik

42

draai natuurlijk nu inmiddels heel lang mee in de gemeenteraad. In het begin hadden wij in iedere wijk een buurthuis, en op een gegeven moment werd dat min of meer een beetje wegbezuinigd. Jongerenwerk, ouderenwerk, overal … Het moest allemaal iets minder. En nu inmiddels 12 jaar later zijn wij het één en ander weer aan het optuigen en aan het opbouwen. Ik hoop niet dat we over 10 jaar wederom de andere kant weer opgaan, want dat is natuurlijk verspilling van financiën, maar ook van ervaring van de mensen die daar bezig zijn. Laagdrempelig, soort buurthuizen, waar iedereen bij elkaar is, ook de hulp in de wijken, maar ook een kopje koffie drinken voor de wijk. Daar zijn wij een voorstander van. Wat wij wel ons afvragen is, de echte zorg, hoe gaan we dat nu inrichten? Sociale basis is niet sterk. We zijn toch al … De trein rijdt, laat ik het zo zeggen. Hoe … Ja, wij maken ons zorgen hoe we dat toch nu gaan regelen, aangezien dus de sociale basis nog niet sterk genoeg is. Daarnaast, ik heb het net al gezegd bij jeugdzorg, ondersteuning vanuit de sociale basis voor jongeren is natuurlijk leuk, daar waar geen echter zorg of in ieder geval zware zorg nodig is. Maar het moet geen vrijbrief zijn om het als bezuiniging te gebruiken, maar eigenlijk voor als erbij of als een soort preventie. Maar de mogelijkheid tot zwaardere zorg moet wat ons betreft mogelijk zijn. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Vanwege de tijd zal ik het zo even beperkt houden. De taal van de notatie verraadt keer op keer als belangrijkste drijfveer, kostenbeheersing. Hulpverlening, hetzij via de professional, hetzij via naaste buurtbewoner, dient daarnaast hogere idealen. Waar voor je geld en warmte voor de samenleving. Met de onderzoeksrichting is niets mis. We moeten nu eenmaal met zijn allen een complex netwerk aan voorziening overeind houden, en zonder veel vrijwilligers kan dat niet meer. Idealisme helpt daarbij, maar is niet alleen zaligmakend. Waar we bij basisdemocratie en nieuwe democratie en participatie ‘…’ naar de stem van de gewoon burger, ontbreekt die op essentiële momenten in deze uitgangspunten en uitwerking van deze voorstellen. Waarom niet beter de doelgroepen aan het woord laten? Waarom niet completer in kaart brengen aan welke criteria de samengestelde ondersteuning moet voldoen? En waarom geeft deze notitie onvoldoende aan welke minimale basisvoorzieningen overeind dienen te worden gehouden. Hier ontbreekt een reële inschatting van de financiële haalbaarheid. Haal me uit de droom, wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar, even kijken, mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja. Dank u wel, voorzitter.

Er is gekozen voor dezelfde principes als bij de verwerving van de jeugdzorg. Zorg en ondersteuning dichtbij, samenwerking, dialooggerichte aanbesteding en ontschotten en preventie. De nadruk ligt op de kanteling van zwaar naar licht. Een belangrijke pijler in deze verwervingsstrategie richting deze kanteling, is het samenwerking van de verschillende partijen met de specialistische hulp en vindplaatsen als huisartsen, onderwijs en de wooncorporaties. De vorm en kwaliteit van samenwerking van de partijen die de beoogde strategische partners worden, en daarmee aanspreekpunt voor de gemeente, namelijk DOCK en Effect, is cruciaal. Zij worden in de nieuwe functie een soort werkverdelers en regievoerders. Tenminste, zo heb ik het begrepen. Of gaan zij toch ook echt uitvoeren? We hadden graag het onderzoek over deze samenwerking vandaag besproken bij dit onderwerp. We hebben dit in november geagendeerd, maar ik was een beetje traag met invullen van het formulier, dus het komt later nog aan de orde, hopelijk. Kan de wethouder aangeven hoe het proces naar … Het proces van deze samenwerking tussen DOCK en Effect inmiddels verloopt? Bij de aanbesteding kan niet uitgesloten worden dat zich een partij meldt met goede papieren. Een landelijk opererende partij bijvoorbeeld, die heel goed is in aanbestedingen, en misschien ook wel in het uitvoeren.

Om te waarborgen dat de sociale basis in de toekomst wordt uitgevoerd door partijen die het werkveld in Haarlem goed kennen en al een bruikbaar netwerk hebben in

43

deze stad, zou wat GroenLinks betreft de voorkeur hebben als het de voorwaarde zou zijn in een programma van eisen. Dat het in ieder geval … Dat er een netwerk bestaat bij deze partij die wordt aanbesteed. Is dit ook opgenomen in het programma van eisen? We hebben zelfs eerder uitgebreid gesproken over onze zorgen over de slagkracht van de sociale wijkteams in het licht van de toenemende zwarte van de taken. Vraag aan de wethouder, wanneer is het sociaal wijkteam in staat om deze taken op zich te nemen? En wat moet er volgens de wethouder gebeuren voordat dat zo is? Tot slot, we begrijpen heel goed dat het heel veel tijd kost om deze aanbesteding richting de beoogde transformatie in goede banen te leiden. Haarlem is daarin niet anders dan andere gemeenten. Het is overal een langdurig proces. Net als veel andere gemeenten, die ongeveer hetzelfde doel voor ogen hebben, worstelt ook Haarlem met de vorm waarin deze ingewikkelde opgave plaats moet vinden. En toch betreuren we het dat deze opgave niet binnen deze bestuursperiode zal plaatsvinden. Na de verkiezingen van volgend jaar, volgt weer een periode met een nieuw college en nieuwe raadsleden, wat misschien weer vertragingen tot gevolg heeft. En we zouden graag zien dat er knopen worden doorgehakt en er duidelijk komt voor de partijen en voor de bewoners van Haarlem. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

U heeft nog 10 seconden over, mevrouw Klazes. Dan gaan we naar mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, het gaat inderdaad hetzelfde als met de jeugdzorg. De algemene tendens is helder. Door te bundelen kan er kracht ontstaan. En hopelijk blijft het voor de Haarlemmer ook makkelijker om de weg naar de zorg en de ondersteuning te vinden. De stad vergrijst en het budget gaat naar beneden. We krijgen dus steeds minder zorg en ondersteuning. Wat gaat de wethouder doen om het niveau op orde te houden met minder middelen. Een belangrijk punt is dat kleine aanbieders ook ruimte moeten blijven krijgen in dit spel. Komen de kleine partijen ook nog aan tafel voor de dialoog? Graag daar een antwoord op. Hoe gaat u regelen dat de waardevolle initiatieven niet ondersneeuwen door de grote professionele aanbieders? Hoe gaat u ervoor zorgen dat het bestaande maatwerk niet wegvalt, en dat men verwezen wordt naar de algemene voorzieningen. En wat is de rede dat u de markt op gaat? Waarom niet zelf doen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja. Dank u, voorzitter. De verwervingsstrategie voorzieningen Gewoon in de wijk. Ik val maar meteen met de deur in huis.

Ronduit blij wordt Jouw Haarlem van het volgende uitgangspunt, niet de procedures of beleidsregels zijn leidend, maar het resultaat voor de inwoner. Een ander genoemd uitgangspunt juicht Jouw Haarlem ook van harte toe, dat het van essentieel belang is dat er een herkenbare plek in de wijk is, waar de inwoner met vragen en problemen naartoe kan. We vinden dat de verschuiving van een stedelijk aanbod voorzieningen naar een aanbod voorzieningen gewoon in de wijk, positief. Dat maakt het aanbod laagdrempelig en dicht bij huis, meer alledaags en gewoon. Tijdens de vorige commissie heeft Jouw Haarlem al aangegeven een eigentijds wijkcentrum belangrijk te vinden, evenals de SP. In Haarlem Noord vind ik dat het wijkcentrum De Horizon daar een goed voorbeeld van is. Jouw Haarlem onderschrijft de toegevoegde waarde van de genoemde wederkerigheid genoemd in het stuk. Degene die komt voor een gezellig praatje om zich minder eenzaam te voelen, kan zich ook nuttig maken door een bijvoorbeeld een andere vrijwilligersklus op zich te nemen, indien mogelijk. De samenhangende aanpak zonder schotten spreekt ons aan. De inwoner moet vaak geholpen worden op meer dan één gebied. En u vindt terecht dat de inwoner geen last van schotten moet hebben. De voorzitter: U heeft nog 25 seconden, mevrouw Stroo.

44

Mevrouw Stroo: Ja. In deze verwervingsstrategie zien we net als bij de verwervingsstrategie jeugdhulp eenzelfde volumedaling bij maatwerkvoorzieningen. Aanbod nu ter grootte van een skippybal, en straks ter grootte van een stuiterbal. We vinden deze volumedaling wel erg rigoureus. Als laatste wil ik u een compliment geven voor de erkenning van de rol van de zelforganisaties, en dat u hen in deze strategie de belangrijke plek geeft die zij verdienen. Jouw Haarlem klinkt de zin, een nader te bepalen deel van het jaarlijkse budget van het samenwerkingsverband wordt geoormerkt voor zelforganisaties, als muziek in de oren en ziet dit als boter bij de vis. Klopt dat? De voorzitter: Dank u wel. En uw tijd is nu helemaal op, mevrouw Stroo. Dan gaan we naar de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, dit is weer een nieuwe fase in wat begonnen is als de aanbesteding van de sociale basis. En nu worden ook de wijkteams er toegevoegd. En ja, dat … En zelfs nog een stukje WMO. Ja, dat zou natuurlijk kunnen helpen om een beter aanbod te maken. En misschien is het verstandig, maar ik denk dat het toch nog goed is om terug te keren naar de uitgangspunten die we bij de sociale basis hadden voorgesteld, zoals dat ook eerder is besproken.

Dus wat ons betreft is toch hier heel belangrijk, hoe gaan we nu monitoren dat we inderdaad ook leveren wat we willen? En welke criteria stellen wij daaraan? En hoe gaan we dat beoordelen en monitoren? Want dat wordt me op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms-van der Meer: Ja. Dank u, voorzitter. Het opzetten en het ontwikkelen van de sociaal wijkteams heeft veel tijd en energie gekost. Als groot voorbeeld, de nieuwe route van Ankie Siegers is gebruikt om de sociaal wijkteams op te zetten. Waar ik me zorgen om maak, is dat de verschuiving van de maatwerkvoorziening naar de sociale basis, de functie en het doel van het sociaal wijkteam onder druk zet. Ik zie nu al een verschuiving van WMO-indicaties worden afgegeven. Dat is als het waren nu verschoven naar de sociaal wijkteams, heb ik begrepen. Ik heb ook begrepen dat het nog wel door dezelfde WMO-medewerkers, of de ambtenaren, gedaan wordt. Toch, ja, ik hoor wel verontrustende berichten vanuit de sociaal wijkteams. Daarnaast … Ja, kunt u mij vertellen, wethouder, welke taken er nog meer bij komen voor het sociaal wijkteam? Want ook in de presentatie die we deze week gehad hebben, hartstikke goed, van mijnheer Haker. Maar ik lees in de presentatie, op pagina 2 zie ik sociaal wijkteam ontlasten.

En als ik dan verder kijk, dan zie ik dat de verschuiving van die ballen dat gewoon in de wijk, dat wordt van een klein balletje naar een grote bal. En de gewoon in de wijk daar valt dus het sociaal wijkteam onder. Dus nou is er zoveel tijd en aandacht gegeven om die sociaal wijkteams met een bepaalde functie op te richten. Of tenminste, dat … En ze hebben een bepaalde methodiek waarbij ze en specialist en generalist zijn, maar vooral niet de bedoeling is dat ze helemaal gaan verzanden om uitgebreid in allerlei casussen vast te zitten en maandenlang betrokken te zijn bij burgers, want dat is niet te doen. Dan kan je hem op een bepaald moment wel verdubbelen in aantal medewerkers. Dus ze zijn zo’n end op weg, en ik maak me gewoon ernstig zorgen of het sociaal wijkteam niet op een hele verkeerde manier verder, nou ja, dingen op het bord krijgt wat niet de bedoeling is. En als zij dat dus niet gaan doen, wie zitten er dan in die sociale basis die dat dan gaan doen. Want, nou ja, u heeft natuurlijk zelf ook die presentatie gezien. Maar als je die ballen ziet, dan ja, dat is, ik vraag me gewoon echt af hoe dat mogelijk is, ook die maatwerkvoorzieningen, dat dat zo makkelijk zomaar kan verschuiven naar de sociale basis. Als het nou zo makkelijk is, had het waarschijnlijk al veel eerder gebeurd. Dus ja, misschien kunt u mij dat uitleggen. Dank u wel.

45

De voorzitter: Dank u wel. U heeft ook nog maar 13 seconden, mevrouw Booms. Dan gaan we naar de heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja. Dank je wel, voorzitter. Vanaf het begin af aan hebben wij als CDA aangegeven dat wij voorstander zijn van wijkgerichte aanpak. Graag wijs ik de wethouder op een aantal belangrijke suggesties, en vraag hierbij het college om hier extra aandacht aan te besteden. In de dialogenfase van de verwering moet meer aandacht gaan naar alle organisaties in de wijk. Denk hierbij aan de rol van de huisarts, de wooncorporaties, zelforganisaties, aan alle initiatieven aan projecten in de wijk. Ondersteuning moet worden afgestemd op de behoeftes van de wijk. Oog hebben voor de specifieke noden en kansen in verschillende wijken van Haarlem. Mogelijkheden aan talenten van wijkbewoners moeten centraal staan. Dit vergt een positieve benadering en uitgaan vanuit eigen regie van mensen zelf. Het werken in en met de samenleving doe je vooral op basis van wederkerigheid. Je werkt aan onderlinge ontmoetingen en verbindingen tussen mensen. Het is slim om aan te sluiten bij bestaande structuren en initiatieven. Het motto moet zijn, niet beheersen maar loslaten.

Op pagina 22 van het stuk lees ik, ik citeer, een nader te bepalen deel van het jaarlijkse budget van het samenwerkingsverband wordt geoormerkt voor zelforganisaties en bewonersinitiatieven voor financiële ondersteuning en gebruik van de ruimte vastgoed. Vraag aan de wethouder, welke criteria hanteert het college om het budget voor zelforganisaties en bewonersinitiatieven vast te leggen? Worden wij hier meegenomen wanneer het zover is? Tot zover, voorzitter. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan gaan we naar de heer Smit van OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw de wethouder, ik lees uw tekst, de ondersteuning van zelforganisaties, bewonersinitiatieven en andere kleine vrijwilligersorganisaties wordt geborgd in het samenwerkingsverband. Dat klinkt heel mooi. En wil graag weten van u hoe u geborgd verder inhoud geeft en toelicht. Want een pagina verder schrijft u ook, de beoogde stelselwijziging heeft een flinke impact op de aanbieders. Voor veel aanbieders zal de directe relatie met de gemeente verdwijnen, en voor een deel van de aanbieders zal in het geheel geen ruimte meer zijn. Slaat dat toch weer op die zelforganisaties en de daarbij genoemde organisatie van de pagina daarvoor? Of hoef ik me over deze discrepantie geen zorgen te maken? Dan ook een vraag, hoe brengt u de administratieve lastendruk nou feitelijk omlaag.

Want net zoals bij de jeugd hebben wij … Heb ik de indruk, en misschien de meerderheid van de commissie, dat wordt verschoven. Maar dat zal zelden leiden tot een bezuiniging bij de gemeente. Dus die kosten lopen door en moeten gedekt worden. En wel tot meer kosten bij de regisseurs in het veld, de aanbieders van de grote integrale zorgproducten die moeten gaan coördineren en afstemmen. Hoe brengt u de administratieve lastendruk omlaag? Dat is voor nu even de vraag, mijnheer de voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Uw tijd is om. Dank u wel. Dan zijn we volgens mij door alle mensen die wilde spreken. Ja. Dan gaan we naar de wethouder, mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Ja, dank u wel. Ik zal het net zo kort en krachtig doen als de commissieleden. Dank voor de terugkoppeling, en dank ook voor de heldere vragen. De SP begint over dat zij blij is dat we nu weer eigenlijk teruggaan naar de huizen in de wijk, en ziet daar een golfbeweging in. Tien jaar geleden hebben we het één en het ander afgebouwd, nu gaan weer opbouwen. En u spreekt uw hoop uit dat we niet over tien jaar weer gaan uitkleden. Nou, dat hoop ik ook. Ik ben ook een beetje wat dat betreft van de oude stempel en het oude huis in de wijk type. Dus ik kan het met u delen dat deze ambitie die wij hier uitspreken hoog zullen houden. U maakt zich zorgen over het wellicht in de knel raken van zware zorg.

Maar het motto wat we hier voor ogen hebben is, licht waar het kan, zwaar waar het moet. Dus de specialistische of zware zorg die nodig is zal zeker niet helemaal verdwijnen. Dus ik deel uw zorg, maar daar hebben wij een borging voor afgesproken, en dat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12291117/1