CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-10 transcript Commissie Samenleving 10 februari

commissie Samenleving 10 februari 2021, gemeente Haarlem36.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

We hebben beschermingsbewind wat een ethisch zwaar middel is. En wat we proberen is juist veel meer mensen naar lichtere vorm van budgetondersteuning, BooM, te brengen. Nou, en ik hoop dat we die beweging - die hebben we al in gang gezet - dat we die zoveel mogelijk kunnen voortzetten. Dus mensen die echt zwaar hulp nodig hebben die wil je ook die hulp bieden op een goede manier, maar als het even lichter kan, dat zou dan toch de voorliggende keuze moeten zijn. Dus dat is, denk ik, een heel belangrijk punt waar ik ook het komend jaar, de komende twee jaar, mee aan de slag… De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik wil even snel een korte tweede termijn gaan doen, want ik zag de heer Hulster al van Actiepartij met een vraag. Laten we die even in tweede termijn. Laten we een korte tweede termijn, alstublieft. De heer Hulster, Actiepartij De heer Hulster: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik had u in de eerste termijn een vraag gesteld over jeugdhulp. Daar staat een kopje ‘…’ is niet onwenselijk. We zijn er in de afgelopen jaren aan gewend geraakt, gedrag van kinderen, althans zoals wij het zien ook als onwenselijk te bestempelen en hier jeugdhulp in te zetten. En die slogan verbaast mij toch wel enigszins, want we gebruiken toch hele duidelijke indicatiestellingen, neem ik aan? Dus ik zou toch graag een toelichting willen horen van de wethouder.

Is het nu zo dat we tot nu toe geen indicatiestelling gebruikten of passen we de indicatiestelling aan zodat wij nu minder jeugdhulp hoeven te verzorgen? Hoe zit dat precies in elkaar, want het verbaast mij echt die opmerking. De voorzitter: Dank u wel, de heer Sepers, PvdA.

15

De heer Sepers: Ja, ik wilde wethouder Roduner danken voor zijn heldere antwoord, dus daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoorde de wethouder Botter zeggen over Triple ThreaT dat die het op een bepaald gebied toch beter doen als een professionele organisatie DOCK die jaarlijks nog steeds van de gemeente Haarlem miljoenen krijgt. Is dat aanleiding om eens wat vaker te kijken of andere organisaties het beter doen dan de professionele organisatie die miljoenen krijgt, of gaat u daar… Denkt u dat dat toeval is of gaat u daar nog eens nakijken of dat vaker op een andere manier kan? De voorzitter: Ja, dank u wel. Verder niemand voor de tweede termijn? Ik zie niemand in de chat. Nee? Dan gaan we naar de wethouders. Ik weet niet of mevrouw Meijs eerst gaat… of de heer Botter. Mijnheer Botter, gaat uw gang. Wethouder Botter: Nou ja, volgens mij zijn er twee vragen aan mij gesteld. De heer Hulster. U leest het in principe goed, hé? Want wij willen heel graag naar normalisatie. En normalisatie betekent dat we meer moeten accepteren dat niet alles meteen naar de jeugdzorg moet. Dat betekent niet dat we er geen aandacht aan moeten besteden, maar dat het niet meteen geproblematiseerd wordt.

En dat is de reden ook waarom wij willen kijken of je in dat voorveld, waar je ook natuurlijk aandacht besteed aan de jeugd en de jongeren, dat op een andere manier gaat organiseren. En dat geldt eigenlijk ook dezelfde manier voor de Wmo. Dus u leest het in principe goed, maar u interpreteert het negatief. En ik hoop dat ik u nu heb kunnen overtuigen dat het dan positieve insteek heeft. En dan mijnheer Van den Raadt. Ik heb DOCK niet genoemd. Dat heeft u misschien willen horen, maar dat heb ik niet genoemd. Wat ik bedoel te zeggen is dat het gaat over de professionele jeugdzorg. Dus dan heb ik het over andere organisaties dan DOCK, maar u heeft wel, denk ik, kunnen lezen in de afgelopen periode dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden in de middelen rondom jeugd van DOCK naar Haarlem Effect, en ook naar Triple ThreaT en dat in de sociale basis jeugd we eigenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat DOCK – en dat heeft ook recentelijk in de krant gestaan – weinig of geen jongerenwerk meer doet. En dat dat dus veel meer naar andere partijen is gegaan. Dus volgens mij bent u op uw wenken bediend. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik zie nog even de heer Van den Raadt typen. De heer Van den Raadt, gaat u maar gelijk in uw interruptie doen. De heer Van den Raadt: Ja, dank u wel. Nou, mooi dat we op onze wenken bediend zijn.

Ik denk niet dat dat de bedoeling was, maar de vraag was natuurlijk deze constatering dat Triple ThreaT dat heel goed doet, en dat andere professionele organisaties, en ik meen inderdaad dat DOCK dat deed, maar ook andere organisaties ook prima. Maar geeft dit nog aanleiding om wat vaker te kijken of organisaties als Triple ThreaT sommige dingen veel beter doen dan de bestaande partijen waar wij veel vaker zaken mee doen? Dat was de vraag. Wethouder Botter: Nou ja, mijn antwoord was, mijnheer de voorzitter, en mijnheer Van den Raadt is dat we dat continu doen, en dat we daar permanent ook naar kijken. En hou mij ten goede, ik vind Triple ThreaT ook een heel professionele organisatie, dus mocht even uit uw vraagstelling blijken dat daar een tegenstelling wordt gecreëerd, ook Triple ThreaT is een heel professionele organisatie. De voorzitter: Dank u wel, wethouders. Ja, ik denk dat we het punt voldoende besproken hebben, ruim voldoende, denk ik. Ik heb twee toezeggingen genoteerd. Eentje van mevrouw Meijs dat ze terugkomt naar de commissie met een vergelijking ook van de vier steden met betrekking tot die verwervingsstrategie. En de

16

heer Botter komt ook nog een keer terug in de commissie iets over vaktherapie, gaat u uitzoeken. Ja? Oké. Ik stel even voor om nu 5 minuten pauze te nemen. We zijn al ruim een uur onderweg. O, ik zie ook de monitor. Ja, sorry. De monitor. Daar ging mevrouw Meijs ook nog even in de driehoek, zeg maar, even bespreken in hoeverre dat nog kan terugkomen in de commissie, de jaarlijkse monitoring. Oké. Dus ik wil even 5 minuten gaan pauzeren, en dan zie ik zo meteen terug voor het volgende bespreekpunt. Schorsing De voorzitter: We gaan weer beginnen met de rest van de vergadering. 3.

19.20 uur Update inkoopproces jeugd en Wmo (OVB; volgt na BW) (MTM/JB) 3.1 RIB 3 Verwerving Wmo en jeugdhulp 3.2 RIB 2 Verwerving Wmo en jeugdhulp 2022 De voorzitter: We zijn aangekomen bij punt 3. Dat is een bespreekpunt ook weer. Update inkoopproces jeugd en Wmo. En conform de afspraak gemaakt in de commissie Samenleving van 3 december 2020 ontvangt u de laatste actuele stand van zaken met betrekking tot het inkoopproces jeugd en Wmo middels een Raadsinformatiebrief de laatste woensdag voor de commissievergadering. Hiertoe wordt standaard onder voorbehoud… Ja, het agendapunt opgenomen. Voor de volledigheid is de Raadsinformatiebrief van januari RIB 2 ook toegevoegd, en RIB 3 zit er inmiddels ook bij. Die is, geloof ik, vandaag toegevoegd ook. Dit stuk staat ter bespreking op de agenda. En volgens de lijst krijgt mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem als eerste het woord. Mevrouw Zoon, gaat uw gang. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, inkoop is altijd een bijzonder traject. Er ligt een hele strakke planning, en mijn vraag is ook: is deze planning niet té strak? Ik lees dat er risico’s zijn in de processen doorlopen en die veel afhankelijkheden kennen. Welke afhankelijkheden zijn dat? De planningen zowel voor jeugd als met Wmo is zeer ambitieus. Er wordt op het gebied van jeugdhulp regionaal intensief samengewerkt.

Samenwerking is altijd heel erg mooi, maar kent ook veel afstemming. Hoe groot is het risico op onrechtmatigheid als wij deze afstemming niet op orde krijgen? We kopen meestal in naar behoefte. Wat zijn de ervaringen van de cliënt? Ik heb het in de vorige discussie ook net gehoord. En waarom zie ik die niet terug in dit traject, in ieder geval in deze stukken niet. Gaat tijd voor kwaliteit? Alle beleidsnota’s moeten worden meegenomen en moeten worden vertaald naar de instrumenten. De inkoop in dit domein is ook inkoop op subsidieverlening en in besteding daarvan. Hoe zien we dit terug in het document, en waar hebben we nog een stem als het gaat over de inkoop van subsidieverlening? Wie beoordeelt de kwaliteit van deze instrumenten, en krijgen wij daar als raad ook nog stem in? En daarvoor wil ik ook weten wat effecten van de crisis zijn die in dit inkooptraject waarschijnlijk ook nog wel een rol zullen spelen? En wat is daarbij uw inkoopstrategie? Daarbij heb ik nog een algemene vraag. Blijft de gemeente alles inkopen of gaat ze daarbij ook nog zelf iets doen? Wordt het buurtgericht of wordt er groot regionaal ingekocht? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Sepers, PvdA. De heer Sepers: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ja, ik heb niet de behoefte om enorm uitgebreid nu over dit stuk te spreken, want zoals al eerder aangegeven: de koek wordt gebakken als wij het gaan hebben over de verwervingsstrategie jeugd, en de verwervingsstrategie Wmo. En dat komt in maart, en wellicht verder in april aan de orde. Het enige wat ik eigenlijk wil opmerking is dat in de Raadsmarkt die we hebben gehad dat daar

17

gezworen werd bij het begrip dialooggerichte aanbesteding. Nou, dat is een begrip wat mij niet op voorhand geruststelt, ook niet bezorgd maakt. Het is een wat Lubberiaanse term waar je heel veel kanten mee op kan. En ik vroeg me dus als we hier wel over die stukken gaan spreken, de enige vraag die ik nog heb: is het ook denkbaar, zoals in sommige gemeenten ook plaatsvindt, dat er weer de eerstelijns jeugdzorgmedewerkers in dienst van de gemeente gaan komen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nu mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel, voorzitter. Met betrekking tot dit punt jeugd en Wmo dan kan ik kort zijn. Wij hebben de bezuinigingen vorig jaar niet ingestemd. Wat ons betreft geldt kwaliteit vooral voor de inwoners, en met betrekking tot vaktherapie hebben we net ook ons standpunt duidelijk gemaakt. Wij zouden graag willen dat dit meegenomen wordt bij de inkoop of subsidiëring. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. En dank u wel, college, voor het meenemen van de commissie in het hele traject van die aanbesteding door elke maand bij ons terug te komen. Twee korte vragen.

Klopt de constatering dat wij niet meer mee kunnen lezen in het programma van de eisen voordat het gepubliceerd wordt? En zo ja, is er nog een mogelijkheid het conceptprogramma van eisen te agenderen voor de commissievergadering van maart voordat het op 1 april? Want dat is de planning die ik begrepen heb, voordat het op 1 april wordt gepubliceerd naar de instellingen die meedoen met die aanbesteding. En dan nog een vraag: uit het antwoord op technische vragen die we stelden blijkt dat de vraag voor jeugd GGZ ook in Haarlem nu toeneemt als gevolg van de coronacrisis. En de voorspelling is dat de jeugdigen wellicht te maken krijgen met langdurig nadelig effect op het geestelijk welzijn. Hoe wordt er rekening gehouden met deze ontwikkeling bij de inkoop van de jeugdzorg waar wij nu mee bezig zijn? Nog even een kleine toevoeging voor mijn mederaadsleden. Wij hebben als GroenLinks het noodzakelijk geacht om hierover een brandbrief te sturen naar Den Haag, omdat ik echt denk dat er extra middelen nodig zijn om dit probleem op te lossen, en ik wil graag vragen aan andere fracties van landelijk opererende partijen om misschien hetzelfde te doen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja, dank u wel, voorzitter. Bedankt voor het stuk. Een vraagje hierover de risico ‘…’. De voorzitter: U valt weg, de heer El Aichi. Ik hoor u niet meer.

De heer El Aichi: Ik ga even opnieuw beginnen, voorzitter. De voorzitter: Graag. De heer El Aichi: Bedankt, college, voor het stuk. Een vraagje hierover de risico’s. Ik lees dat de processen die doorlopen worden kennen veel afhankelijkheden. Over die afhankelijkheden wil ik weten: welke afhankelijkheden hebben we het hier over? Graag een reactie van de wethouder. De planning voor zowel de jeugdhulp als de Wmo zijn krap en ambitieus. Ik ben benieuwd naar de meerjarige budgettaire gevolgen. Gezien het feit dat wij wijkgericht gaan werken vraag ik hierbij de wethouder of wijkgericht geworven gaat worden? Tot zover. Dank u wel, voorzitter.

18

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, nou, we zijn op zich wel te spreken over het document zoals het er nu ligt. Eigenlijk hebben we twee opmerkingen. De eerste hebben we in het vorige onderwerp al gemaakt. Kan het, en het lijkt ons een goede toevoeging dat er partijen verantwoordelijk worden gesteld voor het traject wat de cliënt doorloopt zodat er dus minder een verspilling is doordat er verschillende aanbieders met dezelfde dossier in de weer zijn. Dus ja, ik bedoel als je huis geschilderd wordt dan wil je ook niet als dat cement droog is dat iemand nog de elektriciteitsleidingen in komt frezen. Dus dat wil je dat het eerst gebeurt, en als je nu iedereen verantwoordelijk maakt voor die samenwerking dan zorg je er ook voor dat dat gebeurt. En dat kan je dus in contracten nu gaan regelen, dus wij hopen dat de wethouder dat meeneemt. Nou, het andere punt hebben we al eerder gemaakt. Wij vinden het heel belangrijk dat we ook opties openhouden om in de toekomst bijstellingen te plegen als maatschappelijke veranderingen weer veranderen. Dus we hopen ook dat daar rekening mee gehouden worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: De voorzitter. Ik had niet om het woord gevraagd. De voorzitter: U staat op mijn lijst, maar goed, dan niet.

Dan heb ik iedereen volgens mijn lijst gehad. Is er toch nog iemand die het woord wil krijgen? Nee? Dan gaan we naar de wethouders. Wethouder Meijs? Wethouder Meijs: Ja, ik zal als eerste even kort reageren. Hart voor Haarlem spreekt over een hele strakke planning. Dat klopt. Het is een strakke planning. We gaan nog een wat gedetailleerder bij de verwervingsstrategie die we nog met u zullen bespreken volgende maand ook in op die planning, dus de details van die planning komen we nog op terug. En uw vraag of er rekening is gehouden met zowel regionaal als lokale inkoop. Ja, dat klopt. Wij spreken hier nu over de Haarlemse inkoop, en de heer Botter zal ook nog wat toelichting geven over de regionale inkoop. Verder probeert PvdA zich een voorstelling te maken van de dialooggerichte aanbesteding, tot wat voor resultaat dat zal leiden. Dat is inderdaad op een andere manier met elkaar in gesprek raken, maar tot nu toe - ik ben twee keer betrokken geweest bij gesprekken met de aanbieders - vind ik wel dat we heel constructief, zowel van de verschillende aanbieders, want ik heb twee sessies gehad, constructief wordt meegedacht aan de mogelijkheden daarin. En uiteindelijk bepalen wij natuurlijk, zijn wij de regisseur in dit geheel, maar er worden zorgen gedeeld, maar er wordt ook meegedacht wat wel mogelijk kan. En dat er dilemma’s op tafel komen dat moge ook duidelijk zijn.

En… De voorzitter: U heeft een interruptie, wethouder, van mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Ja, u zei: buurtgericht ja, en regionaal daar komt de heer Botter op terug, maar het ging ook over van gaan we echt alles inkopen of gaan we ook dingen zelf doen? En met zelf doen bedoel ik gaat de gemeente ook zelf nog taken uitvoeren? Dat gaat in het verlengde van de Partij van de Arbeid, van mijnheer Sepers, want je hoeft natuurlijk niet alles in te kopen. Je kan ook afwegen of je misschien zelf taken gaat uitvoeren in plaats van dat je alles op de markt zet. Wethouder Meijs: Kijk, een aantal taken doen we al zelf. Wij hebben natuurlijk al een aantal taken binnen de Wmo zelf in het beheer, doordat we de casemanagers zelf in beheer hebben. Maar ik kan niet helemaal het antwoord geven of er nog meer taken weggehaald of terug gehouden zouden worden van de ketenpartners. We hebben juist, volgens mij, in voorliggende nota’s die we hiervoor met u bespraken afspraken gemaakt, daar waar professionals aan zet zijn gaan we met hen in zee. We gaan proberen te reduceren daar waar nodig

19

is. En dat is zeker bij jeugd waar de enorme hoeveelheid aanbestedingen zijn, om dat te normaliseren naar minder aanbesteders. En u vraagt mij nu een vraag waar ik niet direct een antwoord op heb, maar daar ga ik nog heel even over nadenken. De voorzitter: De wethouder? De heer Sepers, PvdA. Die had ook nog een vraagje. De heer Sepers: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is over die dialooggerichte aanbesteding. U zegt u zit met verschillende partners aan tafel, maar uiteindelijk is samenwerking natuurlijk mooi, maar het zijn uiteindelijk ook elkaars concurrenten. En ik denk dat we dat heel erg goed in de gaten moeten houden, want de wereld is toch niet mooier dan dat, en concurrentie heeft heel wat ‘…’. Wethouder Meijs: Ja. Nee, dat is een heldere vraag. Soms zitten inderdaad concurrenten aan tafel, maar soms zitten er ook partners aan tafel die wel hetzelfde product inkopen bij ons, maar toch weer gespecialiseerd zijn. Dus men weet elkaar ook heel goed te vinden als het gaat over gespecialiseerde hulp. En sommige dingen kunnen we ook weer niet wijkgericht of buurtgericht aankopen omdat dat centrale voorzieningen zijn, dus ja, het is vrij ingewikkeld, dat mag ik wel stellen. Er werd toen straks in het vorige stuk ook wel een keer gesproken over de herstelacademie. We kunnen niet overal in Haarlem herstelacademies gaan oprichten.

Ik bedoel, daar is het geld niet voor, en daar is ook het specialisme niet voor. En daar zijn ook niet de aanbieders voor. Ik bedoel de herstelacademie kan niet over zeven, of over vijf wijken in Haarlem verdeeld worden. Dat zullen centrale aanbieders blijven. En ik heb ondertussen nog even nagedacht over: gaan wij nu meer taken zelf doen? Nee, wij gaan niet meer taken zelf doen. We houden de regie op een aantal taken, en we gaan zoals we eigenlijk binnen de sociale basis meer met consortiums werken, meer met samenwerkingsverbanden werken, maar wij gaan binnen de Wmo niet meer taken zelf, volgens mij, uitvoeren. Maar misschien kan de heer Botter qua jeugd daar anders antwoord op geven. Dan vroeg GroenLinks: kunnen wij nog meelezen met het plan van eisen. Wij zullen in die wervingsstrategie heel duidelijk aangeven hoe een en ander is vormgegeven. Die hele werving dat is ook een selectie… Ja, hoe noem je dat? Geen selectie, maar daarin geven wij natuurlijk richting aan wat wij daarvan belangrijk vinden. Volgens mij hebben we in de voorliggende stukken over ons beleid van jeugd, over ons beleid van wat vinden we heel belangrijk in de Wmo ook al met u besproken. Kijk maar terug naar de vorige commissiebijeenkomst waar we ook al spraken over de taakstelling en de uitvoering van de Wmo, dus, volgens mij, ja, hebben we daarin al voldoende materiaal mee gegeven.

De voorzitter: U hebt een interruptie van mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Eigenlijk hoor ik de wethouder zeggen: nee, de commissie krijgt niet meer het programma van eisen te lezen voordat het gepubliceerd wordt. Ik vraag het niet omdat wij het nodig vindt om op de stoel van de wethouder te gaan zitten, maar in 2015 hadden wij een aanbesteding wat betreft huishoudelijke ondersteuning. Daar is een partij, welke naam ik niet wil noemen, daar is het gruwelijk misgegaan en dat bleek door de interpretatieverschillen in het programma van eisen te zitten. En juist om dat soort fouten voor te zijn zou ik het toch wel heel fijn vinden als wij het concept kunnen meelezen met het… Wethouder Meijs: Wat u gaat zien… Daar zit een misverstand. Wat u gaat zien in maart dat is een concept. Uiteindelijk moeten we op 1 april een definitief die voor wervingsstrategie hebben. Als dat is wat u bedoeld, ja. Want anders zitten we hier ook een beetje voor de katsekont te praten natuurlijk met elkaar, en dat doen we in maart precies hetzelfde. We bespreken het concept, nemen uw adviezen daar nog in mee. Nou, het CDA vroeg: gaat alles wijkgericht worden of niet? Nee, dat heb ik zojuist al toegelicht. Volgens mij gaan wij een aantal zaken centraal houden, en een aantal zaken wijkgericht. Volgens mij heb ik mijn vragen gehad, voorzitter.

20

De voorzitter: Dank u wel. De heer Botter. Wethouder Meijs: O, nee. De laatste van de Actiepartij, excuus. Uw vraagt: is er mogelijkheid om bij te stellen als er maatschappelijke veranderingen plaatsvinden? Uiteraard. Die nemen wij mee. We gaan wel voor langere termijn de zaak vastleggen, maar we gaan natuurlijk anticiperen daar waar grote maatschappelijke veranderingen dat nodig achten. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Botter. Wethouder Botter: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Even kort in aanvulling op mevrouw Meijs. Als het gaat over de inkoop en de risico’s en de afhankelijkheden. Ja, wij zijn steeds meer in staat om samen met de partners en ook de jeugdzorgpartners ook de discussie te voeren over dat het niet een probleem is van de gemeente dat er een zwaar beroep wordt gedaan op de jeugdzorgmiddelen en dat die tekort zijn, maar dat het een maatschappelijk probleem is. Ik probeer iedere keer mijn discussies met de jeugdzorginstellingen ook duidelijk te maken dat elke jeugdzorgmedewerker ook een inwoner is van de gemeente, en dat die ook graag in de gemeente, de bibliotheek en het zwembad overeind wil houden. Er wat je dus gewoon merkt is dat jeugdzorgmedewerkers soms totaal zelf ook niet het idee hebben wat een traject kost. En ook niet bijvoorbeeld bij het CRG van wat het kost om iemand door te verwijzen.

Dus die kostenbewustzijn en het feit dat je niet dubbel moet indiceren voor dezelfde activiteiten dat is wel een actie die wij ook in die dialooggerichte aanbesteden verder vormgeven. Die dialoog gaat ook met name over vragen: hoe zorgen we er nu voor dat je met elkaar die verantwoordelijkheid neemt, hoe zorg je dat je met elkaar een soort consortium kunt vormen om een aantal producten gezamenlijk te leveren? En wat wij verder willen doen in die aanbesteding is dat we het aantal aanbieders terugbrengen, omdat we daardoor ook veel beter in staat zijn om het contractmanagement vorm te geven. Dat we echt met de aanbieders die dan… Met die minder aanbieders, we hebben er nu 184, geloof ik uit mijn hoofd, maar dat we met als we minder aanbieders hebben dat we dan ook veel beter het gesprek kunnen voeren over hoe je dat gezamenlijk vormgeeft. Mijnheer Sepers haat het even over de eerstelijns jeugdzorg in dienst van de gemeente. Ik weet niet precies wat hij daarmee bedoelt. Kijk, het CRG is, zeg maar, het meest nabij als het gaat over de relatie met de gemeente. En het CRG is ook de organisatie waar de POH-jeugd, de Praktijkondersteuners Jeugd, bij de huisartsen zitten.

En die zijn tot op heden heel erg goed in staat geweest om veel beter door te verwijzen en ook aan te geven waar je, zeg maar, een lagere insteek in de jeugdzorg kunt kiezen zonder dat er onvoldoende zorg wordt geboden, als u begrijpt wat ik bedoel? Een POH-jeugd is in staat om te kijken in dat hele brede veld: wat is er nu voor jeugd beschikbaar aan activiteiten? En de huisarts die viel in het verleden vaak terug als eerste lijn op het verhaal van ik heb kennis met een aantal vaste verwijzers en daar stuur ik naar door. En door de POH-jeugd hebben wij de afgelopen anderhalf jaar wel bijna anderhalf miljoen weten te bezuinigen. En in ieder geval er is wel goeie zorg geleverd, maar het is niet allemaal doorverwezen naar de professionele zorg van de Kenters en de Parlans en andere organisaties. De voorzitter: Wethouder, u heeft al een tijdje een interruptie van mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Ja, dat gaat over het ‘…’ zelf. Ik hoor u zeggen dat u van die 164 contracten af wil, en dat dan voor het contract nu handiger is als dat één groot contract… Dan ga ik een beetje ‘…’. Is dan niet de kans dat je bij een enorm grote zorgpartij terechtkomt waardoor de verbinding tussen Haarlem en die grote zorgpartij er dan niet meer is, want meestal met kleine zorgpartijen die meer in de wijk zitten ook het wijkgerichte werk beter kunnen doen? Hoe denkt u daarover?

21

Wethouder Botter: Nou, kijk, als wij het kind na het badwater weggooien daar ben ik natuurlijk nooit voorstander van. Maar ik ga ook niet naar één partner toe, maar ik ga naar samenwerkingsverbanden en dan denk ik zelf ongeveer tussen de 10, 15 misschien 20 partijen die als hoofdaannemer bepaalde ondersteuning op zich nemen. En als het gaat over hele specifieke wijk en lokale ondersteuning dan is het meer in de rechtstreekse subsidierelatie die wij hebben in het kader van de sociale basis. Dus eigenlijk, en dat is hetgeen wat ook in het stuk wat zo meteen aan de orde komt, moet u een onderscheid maken tussen hetgeen wat we in hoog specialistische en specialistische jeugdzorg verder aanbieden en inkopen, en hetgeen dat we in het voorveld wel meer in de sociale basis willen regelen op een laagdrempelig niveau. En dat samenspel, en daar hebben we het net ook over gehad bij het vorige agendapunt. Dat is gewoon van belang dat we dat op een goede manier regelen. Maar ik zie aan uw gezicht dat u nog niet overtuigd bent? Mevrouw Zoon: Nee, ik vind het een heel lastig samenspel wat u gaat arrangeren. Wethouder Botter: Ja. Nou… De voorzitter: De heer Sepers heeft ook nog een… Ik hoop een korte interruptie, de heer Sepers. De heer Sepers: Ja, de wethouder vroeg mij wat ik precies bedoelde met eerstelijns jeugdzorg in dienst van de gemeente.

Daarmee bedoel ik dat de eerstelijns jeugdzorg is een publieke taak, en uiteindelijk vinden wij dat publieke taken uitgevoerd moeten worden door publieke organisaties, dus wat dat betreft zou plaatsing onder de gemeente een voor de hand liggende zaak zijn. Maar ja, D66 denkt er anders over, dat weet ik, maar dat is de achtergrond van mijn opmerking. Wethouder Botter: Nee, ik weet niet of u mij aanspreekt als D66’er of als bestuur namens uw hele college en uw hele raad, maar wat wij proberen te doen is een goed samenspel tussen aan de ene kant… Want dat vind ik ook nog best wel interessant, hoor. Wat er kwam net een hele discussie aan de orde over de concurrentie tussen de instellingen en dergelijke. In mijn optiek is, gelet op de problematiek die er bestaat op het terrein van jeugd, eigenlijk helemaal geen sprake van concurrentie. We zitten met elkaar in zo’n grote opgave dat we juist door die dialooggerichte samenwerking die we met elkaar vorm willen geven ervoor moeten zorgen dat we een gezamenlijke oplossing gaan formuleren voor de problematiek die bij jeugd bestaat. En we weten… Kijk, concurrentie heb je op het moment dat je werkelijk partijen tegen elkaar uit kunnen spelen, en dat er sprake is van een situatie dat je het beste en het goedkoopste wilt hebben, en dat is op dit moment helemaal niet aan de orde. Iedereen heeft dezelfde cao, we hebben een beperkt budget.

Er is een grotere vraag en af en toe zijn er inderdaad, mevrouw Klazes, ook wachtlijsten, dus in die zin is er helemaal geen sprake van een marktsituatie. En moeten wij juist via die dialoog en die samenwerking die we de komende periode met elkaar gaan opzetten zorgen dat we zoveel mogelijk jongeren en gezinnen kunnen helpen met hun ondersteuning en de problematiek die er speelt. En dan is het voor mij niet echt een issue of ik nu van D66 ben, en dat ik denk dat het bij de eerste lijn moet zitten, bij de overheid of bij iemand anders. Ik vind dat onze inwoners van Haarlem geholpen moeten worden. Wat dat betreft treft u mij aan uw kant. Wat mij betreft zit daar ook totaal geen enkel licht tussen de vraag die u aan mij heeft en de opgave die u heeft, en de richting die u mij stuurt. Ik ben het gewoon op dat punt volledig met u eens. We kunnen en mogen niet accepteren in Haarlem dat er jongeren zijn die in de knel zitten en die niet geholpen worden. Nou, dan heb ik nog een paar vragen van het CDA als het gaat over de risico’s en kennen we niet te veel afhankelijkheden van elkaar. Ja, we zijn van elkaar afhankelijk. Dat is inherent aan de manier zoals we ook dit proces verder vormgeven. De planning is krap, maar we hebben nog steeds de hoop dat we het redden. We hebben natuurlijk over uw zorgen die u in de regionale bijeenkomst heeft geuit met elkaar gesproken over bestuurders.

En we hebben vorige week nogmaals de commitment met elkaar uitgesproken als wethouders jeugd dat we ervoor gaan, maar dat we

22

niet coûte que coûte ondanks alles ervoor zullen gaan. En we hebben voor maart nog, zeg maar, een moment ingebouwd dat we met elkaar zeggen: is het wel of niet verantwoord om door te gaan? Nu denken wij, en zijn wij ervan overtuigd… De voorzitter: Wethouder. Ik heb nog een interruptie staan nog van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, die stond er al een tijdje. Het heeft echt te maken met de plannen voor het consortium. Ik geloof u trouwens volkomen in wat u zegt, maar ik wil graag een voorbeeld noemen en dan aan u de vraag hoe u denkt dat in de toekomst hiermee om te gaan. Een heel concreet voorbeeld is dat op een gegeven moment het budgetplafond van een forensische jeugdhulp aanbieder is bereikt. Vervolgens wordt er teruggegrepen op een partij in Amsterdam om deze zorg te leveren, dus die moet dan naar Haarlem rijden voor ambulante forensische jeugdhulp, en dat is natuurlijk niet echt heel erg efficiënt. Want dat betekent dat iemand helemaal vanuit Amsterdam deze kant op moet rijden, dat kost geld, dat kost tijd, en dat gaat dan weer ten koste van het geld wat er nodig is voor die goede zorg. Hoe gaat dat in de toekomst? Hoe worden dit soort problemen opgevangen? Wethouder Botter: Ja, kijk, wat ik nu ga zeggen daar begeef ik mij deels op glad ijs.

Dat geef ik meteen toe, en dat zal ik ook nog voor u uitzoeken, en ook op terugkomen op het moment dat dat anders is. Maar u kunt niet de situatie die wij nu vanaf medio vorig jaar gestart zijn met de budgetplafonds en de noodmaatregelen die we hebben om de kosten te beheersen, want ik heb nog steeds de overtuiging dat wij niet aan het bezuinigen zijn, maar dat we kosten aan het beheersen zijn. Die kunt u niet vergelijken met de nieuwe aanbesteding. Onder zo meteen de nieuwe aanbesteding zullen dat soort praktijken niet voorkomen. Ik heb u aangegeven dat er in die periode van normalisatie zoals we nu aan het vormgeven zijn in die budgetplafonds er sprake is van een tijdelijke oploop van eventueel wachtlijsten. Dat er sprake is van dat er dingen gebeuren die we eigenlijk niet willen, maar die onvermijdelijk zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat op het moment dat we andere contracten gaan sluiten dat dat dan tot het verleden behoort. Dit is mijn standpunt. Dit is hetgeen wat ik u toezeg. Mocht dat anders zijn… En ik heb ook de waarheid niet helemaal in pacht, maar mocht dat anders zijn dan kom ik daar schriftelijk bij u op terug. De voorzitter: Was dat het, wethouder? Wethouder Botter: Ja. Ik ben volgens mij klaar. De voorzitter: Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Geef dat even in de chat aan als u dat wilt. En anders gaan we snel door naar de volgende punt.

Mevrouw Klazes is aan het typen. O, jee. Even kijken. Er staat nog een vraag open. Ik zie… Moment, hoor. Nee. Nou, alleen mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes stel uw vraag. Mevrouw Klazes: Ja, even heel kort. Dat gaat over de toename inderdaad. Daar heb ik het net over gehad, die wachtlijsten voor jeugd GGZ. Die aanbesteding die nu gaat lopen krijgt daar ongetwijfeld mee te maken. Er is een groeiende roep om jeugd GGZ. Wordt daar rekening mee gehouden, heel concreet, in de manier waarop er wordt aanbesteed, het gedeelte wat naar die groep gaat of naar dat onderwerp gaat? Wethouder Botter: Nou ja, kijk. Het is fijn om te horen dat u ook een brief heeft verstuurd om een noodmaatregelenpakket en aan de bel te trekken. Dat heb ik ook al toegelicht in de vorige commissievergadering bij de Actiepartij. Wij als college hebben ook die brief ondertekend die naar mijnheer Rutte is gegaan voordat wij het noodmaatregelenpakket willen organiseren voor de jeugd. Het is ondenkbaar

23

dat er geen extra geld komt rondom corona en jeugd. En er zijn al verschillende budgetten onderweg, en hoe zich dat verhoudt tot de aanbesteding dat weet ik niet. Maar we hebben in ieder geval gehoord dat nog in deze kabinetsformatie, die duurt nog een paar weken, of in deze kabinetsperiode dat daar ook nog extra geld komt voor jeugd als het gaat om corona gerelateerde maatregelen, en ook de problematiek die er is voor jeugd. En ik verwacht zelf dat er ook rondom de kabinetsformatie ook nog wel wat zal worden gezegd over de jeugd. Er ligt immers een AEF-rapport wat optelt tot 1,6, € 1,8 miljoen dat erbij zou moeten landelijk. Ik denk dat we dat in ieder geval als post meenemen in de aanbesteding. Want er is een generatie die hierdoor getroffen wordt en die op dit moment gewoon in sommige gevallen een beetje toch van het padje af is en daar moeten we wat mee. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Nou, u heeft het voorstel voldoende besproken. Het gaat niet door naar de raad. En ik wil nog wel even meegeven: het college is al 13 minuten door de spreektijd heen, dus ik wil u graag verzoeken om in de komende punten iets gestructureerd te beantwoorden, want anders gaan we echt die punten niet af kunnen handelen vandaag. En om elf uur moeten we echt gaan stoppen. 4.

19.40 uur Evaluatie Sociaal Wijkteam (MTM/JB) 4.1 Reactie Participatieraad op Evaluatie Sociale Wijkteams 2020 De voorzitter: Dus ik wil heel snel doorgaan nu naar het volgende punt, dat is advies… Of nee, het is geen bespreekpunt ook. Dat is evaluatie Sociale Wijkteam. Daar heeft u het al een beetje over gehad. Met deze ook informatienota en bijgevoegde evaluatierapport Sociale Wijkteams geeft het college aan uitvoering te hebben gegeven aan de toezegging die 2018 om het Sociale Wijkteam in 2021 te evalueren. In deze informatienota heeft het college een eerste reflectie op de conclusies en de aanbeveling van de evaluatie gegeven. Het college komt uitgebreider terug op de conclusies en aanbevelingen bij de herijking van de opdracht aan het Sociale Wijkteam. In samenhang met het onderzoek naar de samenwerking tussen het Sociale Wijkteam en het CRG, en de verwerving van de maatwerkvoorzieningen en ondersteuning in de sociale basis. In de bijlage heeft u nog het advies van de participatieraad aangetroffen die onlangs is aangeboden. En de participatieraad is het, kort samengevat, eens met het rapport om de sturing te versterken en stelt voor de aanbeveling uit het rapport op te volgen. Het geeft een duidelijk inzicht in de situatie en waar de verbeterpunten liggen.

Dit stuk staat ter bespreking op de agenda, en ik wilde graag als eerste mevrouw Klazes van GroenLinks het woord geven. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, zoals al gezegd hebben wij wel zorgen over de vraag of de Sociale Wijkteams in staat zijn om hun voor zwaardere taken straks te kunnen uitvoeren. Er ligt nogal wat aanbevelingen. Daar halen we een paar van naar boven zo meteen, maar eigenlijk is de hamvraag. Er zijn eigenlijk twee taken van het Sociale Wijkteam, de taak die het nu heeft, namelijk laagdrempelig dicht bij die zorg te regelen, en die andere doelstelling van collectievering en preventie. Nou, om dat goed uit te kunnen voeren, Vroegsignalering, dat zijn twee afzonderlijke taken die we nu eigenlijk willen samenvoegen. En een hele korte anekdote. Een vriend van mij die werd vier jaar, dat is al een tijdje terug. Toen zijn ouders vroegen: wat wil je voor je verjaardag, zei hij… Nou, wil je een auto of een beer? Toen zei die vriend van mij: ik wil graag een auto met een beer erin. En dat is ook een beetje, denk ik, zoals ik dat nu lees wat de gemeente Haarlem wil. Die wil een auto met een beer erin. Die wil én een Sociale Wijkteam wat laagdrempelig outreaching werk doet, tegelijkertijd én Vroegsignalering én collectievering, én preventie dat is nogal veel. In het kader daarvan even een aantal punten.

Zou het een idee zijn om een soort van super expert in te huren om dit versnelt, die aanbevelingen die in het rapport staan genoemd, goed vorm te kunnen geven? We zijn het eens met de aanbeveling van de participatieraad om de sturing van het Sociale Wijkteams centraler te gaan regelen. Dus

24

niet verdeeld over een aantal afdelingen, maar echt centraler zodat het duidelijk is waar mensen terecht kunnen vanuit de Sociale Wijkteams. En in hoeverre kan het mandaat van de leden van de Sociale Wijkteams uitgebreid worden zodat zij wat slagvaardiger aan de slag kunnen? En nogmaals als afrondende opmerking, op dit moment vindt GroenLinks dat de Sociale Wijkteams nog niet klaar zijn voor de opdracht die voorligt, en ik ben toch ook wel benieuwd naar hoe de wethouder ernaar kijkt, en welke maatregelen uit dat hele pakket wat wordt voorgesteld nu prioriteit hebben wat betreft het college. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja, dank u, voorzitter. Een vraag waar ik ook na deze evaluatie mee blijf zitten is: in hoeverre kan het Sociale Wijkteam iemand helpen zijn of haar hulpvraag helder te krijgen? Wordt iemand gelijk doorverwezen, of kan het Sociale Wijkteam iemand aan de hand nemen om door het doolhof van het zorglandschap de goede weg te vinden, en de eerste gesprekken samen met de cliënt daarvoor voeren? Wanneer neemt een andere organisatie het over? Het Sociale Wijkteam dichterbij dan u denkt, geldt inmiddels wel voor een aantal kwetsbare bewoners, maar helaas is het Sociale Wijkteam nog niet dichtbij genoeg voor kwetsbare inwoners met een niet-westerse migratie-achtergrond.

Ik kom hier bij het agendapunt toekenning sociale basis nog op terug. Waar Jouw Haarlem van geschrokken is te lezen in het stuk dat Sociale Wijkteamleden zich onder druk gezet voelen worden om specialistische hulp niet aan te bieden wanneer dat nodig is. Dit spreekt uw uitspraken van zonet tegen. Hoe kan dat? Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij ondersteunen de aanbevelingen in het rapport van Andersson Elffers Felix. We zijn het mee eens met de versterking van de samenwerking tussen de Sociale Wijkteams en de informele partners, en de bewonersinitiatieven meer vorm te geven. Ook vinden wij dat het besturen vanuit de gemeente beter kan. Op dit moment is de sturing op afstand. Dat kan en moet beter. Uit de evaluatie blijkt dat de gemeentelijke afdelingen veel invloed hebben op de prioritering. De gemeentelijke afdeling zijn niet alleen partner binnen de Sociale Wijkteams, maar ook opdrachtgever van de teams als geheel. Er blijkt uit de evaluatie dat de partners in de sociale basis onvoldoende worden ingezet door de Sociale Wijkteams en dat de samenwerking met de CRG’s verbreed moet worden. In de evaluatie is te lezen dat Sociale Wijkteam steeds meer burgers bereiken, maar het CDA is ook benieuwd naar het verhaal van de burgers en wat zij van het Sociale Wijkteam vinden.

Ik vind dat een gemiste kans, want het draait hier om burgers van Haarlem. Wij hebben liever gewild om te horen hoe de burgers hierover denken. Al met al, er zijn een aantal dilemma’s die de komende tijd meer aandacht en focus verdienen. Denk aan samenwerking tussen de Sociale Wijkteams en organisaties in de wijken. Er zijn veel organisaties in de wijken die heel goed werk doen. De Sociale Wijkteams kunnen die energie en die kennis van deze organisaties goed gebruiken. Uit het onderzoek maak ik uit dat er maar met één zelforganisatie is gesproken van totaal meer dan 30 organisaties. Hoe verklaart de wethouder dat er maar met één zelforganisatie is gesproken? Terwijl er meer zelforganisaties actief zijn in Haarlem. Zoals de participatieraad al aangaf vinden wij dat de Sociale Wijkteamleden onafhankelijk van de taakstelling van hun eigen organisatie moeten zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel, voorzitter. Ja, evaluatie Sociale Wijkteams. Het Sociale Wijkteam is laagdrempelig, toegankelijk en aanspreekpunt in de wijk. Heel fijn voor de bewoners. Ze is proactief en biedt ondersteuning. Een prima instrument voor Haarlemmers met een zorgvraag. Echter er zijn ook zorgen. Die zorg moet opgelost worden, maar niet ten koste van de Haarlemmers. Ze moeten geen hinder ondervinden bij professionalisering

25

en doorontwikkeling wat deze evaluatie dan nu weer aangeeft. Het moet dus vanzelfsprekend gebeuren. Mijn vraag: de taak en de rol van de Sociale Wijkteams zijn vaak onduidelijk. Waar zijn ze nu wel van en waar zijn ze niet van? Daarbij zit er nog een extra spanningsveld – en dat hebben we al vaker met elkaar besproken – tussen de handhavende taak die ambtenaren hebben, en de vertrouwensrelatie die met de bewoners wordt opgebouwd. Daar moet wel een oplossing voor komen. Hoe gaat de wethouder dat aanpakken? En verder blijkt het ook dat het Sociale Wijkteam maar zeer beperkt is bij het bijdrage aan versterken van eigen krachten netwerken. Het emancipatievermogen is laag. Mijn partij vindt dat je de Haarlemmers moet emanciperen. Hoe gaat de wethouder dit aanpakken om dat emancipatiegedrag daarin te krijgen? Ja, wij sluiten natuurlijk ook aan bij de mijnheer El Aichi over de terugkoppeling naar de partners. En die wordt vaak als ontoereikend beschouwd, maar dat is inderdaad al genoemd. En daarbij vraag ik me ook af over dat kostenbewust werken als het gaat over dure specialistische zorg die op lange termijn vaak wordt ingezet. Hoe gaan we daarop sturen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter.

Voorzitter, ik wil als eerste mijn waardering uitspreken voor de Sociale Wijkteams, en het werk dat zij verzetten voor de Haarlemmers, want dat is niet mis. En ik heb de evaluatie van de Sociale Wijkteams gelezen met de volgende vraag in het achterhoofd: wat gaat er goed, wat kan er beter, en dan op welke termijn in verband ook met de uitvoerbaarheid? Als eerste: wat gaat goed? Uit de evaluatie komt naar voren dat de huidige wijkgerichte profilering van de Sociale Wijkteams in Haarlem succesvol is en het ligt dan ook voor de hand om op dit succes voort te bouwen, aldus AEF. Dat betekent dat de banden met de wijken en de sociale basis verder worden aangehaald, en dat voor het begeleiden van individuele casuïstiek en regievraagstuk die hiermee te maken hebben de Sociale Wijkteams met de betreffende partners tot passende oplossingen komen. Het college geeft aan alle aanbevelingen uit het rapport over te nemen. Daar is D66 blij mee, want wij onderschrijven de aanbevelingen ook. Maar hoeveel tijd krijgen de Sociale Wijkteams om de gedane aanbevelingen op te pakken en uit te werken? En dan de vraag: wat kan beter? Drie punten die ik hier wil benoemen. Als eerste samenwerking met het CRG. De samenwerking tussen het Sociale Wijkteam en de CRG verschilt per team, en verschilt daarmee dus ook per wijk.

De samenwerking is casusgericht, en richt zich in mindere mate op preventieve activiteiten. Het rapport beveelt aan te investering in de samenwerking. De participatieraad ook, en D66 heeft eind vorig jaar een motie ingediend om die integratie tussen die twee te onderzoeken. En dit onderzoek is medio maart afgerond, lees ik, maar is ook uitermate relevant bij het oppakken van de aanbevelingen voor de Sociale Wijkteams. Dus de vraag is: wanneer komt de inhoudelijke beleidsreactie van het college op de evaluatie, en wordt dan dit aanvullende onderzoek daar dan ook direct bij betrokken? Is dat dan de commissie van april? Graag een reactie. En dan het bereik onder bewoners met een niet-westerse migratie-achtergrond. Daar zijn al wat punten overgemaakt, en daar zal ik ook later bij het agendapunt sociale basis wat uitgebreider op terugkomen, voorzitter. En dan tot slot de sturing vanuit de gemeente vraagt om meer samenhang. Het is bij de gemeente belegt, de sturing is meervoudig gelaagd vanuit de verschillende domeinen op verschillende niveau, en dit maakt het voor Sociale Wijkteams onduidelijk en soms chaotisch en vereist een stevige verbetering. En de AEF signaleert dat doorontwikkeling van die Sociale Wijkteams zich meer aan de achterkant lijkt ‘…’. Het focussen op individuele en specialistische ondersteuning.

En een voorbeeld bijvoorbeeld de betrokkenheid van Sociale Wijkteams bij casussen van Veilig Thuis, of bij de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering. Maar het dilemma dat zich nu aandient is ook deels wat GroenLinks dus zei, enerzijds een ontwikkeling om de Sociale Wijkteams verder te versterken om de nieuwe taken aan te kunnen, en anderzijds het vasthouden aan de relatief kleinschalige en zelforganiserende opzet van die Sociale Wijkteams die ook de basis is van de kracht en van het succes. Dus dit is meer dan alleen een kwestie van effectief organiseren.

26

Waar gaan wij nu naartoe? Wordt de wijkgerichte aanpak met veel aandacht voor de collectieve aanpak nog steeds gezien als de hoeksteen van de ondersteuning, of verandert het college toch deel de opdracht? Voorzitter, ik begon mijn verhaal al met rekening houden met de uitvoerbaarheid van de taken, en ik wil toch ook mijn zorgen hier aan de wethouder voorleggen. Want ik vraag me toch echt af: kunnen die Sociale Wijkteams deze extra taken en deze doorontwikkeling per direct allemaal aan? En houdt het college voldoende rekening met de uitvoerbaarheid van deze taken? En hoe zorgen we dat deze mensen niet opbranden en de laagdrempelige hulp in de wijk wel wordt geborgd, want dit vraagt veel van de capaciteiten en expertise van de medewerkers en er is, zo begrijp ik, juist hierom ook een groot verloop in de wijkteams. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij vinden ook de Sociale Wijkteams enorm belangrijk en nuttig instrument en dat lezen we ook in het verslag. Dat het een ongelooflijke belangrijke bijdrage levert om mensen langer zelfstandig in de wijken te laten wonen of ze door te leiden naar zorg als blijkt dat het niet meer gaat. En dat is dus heel belangrijk, maar het is ook een instrument waar ongelooflijk veel verschillende dingen van gevraagd worden.

Van vluchtelingenwerk, waarbij vluchtelingenwerk vroeger twee jaar kregen moeten mensen nu een jaar door een traject, en soms moet er iets heel snel even opgepakt worden en doorgeleid. En soms moeten mensen over een langere tijd worden gecoacht en begeleid, en dat lijkt ons een ongelooflijke ingewikkelde klus die we ze geven. En ik denk dus dat de conclusie dat de teams meer impact kunnen krijgen als ze meer als zelfsturende teams zouden kunnen werken een belangrijke aanbeveling is die opvolging verdient. Wat ons betreft ja we lezen ook dat er soms dubbelingen zijn in het werk wat ze doen. En misschien kunnen we daar ook een keuze in gaan maken. Bijvoorbeeld de wijkteams worden nu ingezet om economische daklozen te begeleiden. Dat is heel goed. Maar wat ons betreft zou het ook goed zijn dat zij daklozen rechtstreeks naar de maatschappelijke opvang kunnen verwijzen. Dus zonder tussenkomst van de BCT. Daarmee zouden ze meer een nieuwe bijdrage kunnen leveren aan de leefbaarheid van de wijken en het leven van de mensen die aan de rand van de samenleving zitten kunnen verbeteren. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms: Ja dank u voorzitter. Ja wij zijn ook blij met de sociale wijkteams. En ik ben ook blij met de uitgebreide evaluatie die voor ons ligt. En ook ja de zaken die verder ontwikkeld moeten worden.

Ik heb wel één belangrijk punt. De sociale wijkteams hebben zich door het zelfsturende model op verschillende manieren ontwikkeld. Dat heeft geleid tot diversiteit in rolinvulling en werkwijze. Dit heeft weer gezorgd voor enigszins onduidelijkheid bij ketenpartners en eventueel ook bij burgers. Want immers bij het ene wijkteam kan je wel met een bepaalde vraag naartoe maar het andere wijkteam zegt van ja nee daar zijn we eigenlijk niet van. Dus het is belangrijk en dat blijkt ook uit het rapport dat daar meer uniformiteit komt. Daarnaast hebben we te maken met een verdere kanteling binnen het sociale domein. Wat ook duidelijke kaders en communicatie nodig heeft. Wethouder, kunt u zorg dragen voor duidelijke rollen, duidelijke taken en duidelijke verantwoordelijkheden voor het sociaal wijkteam, voor de sociale basis en ook voor de maatwerkvoorzieningen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Eckhard, SP. Mevrouw Eckhard: Dank u voorzitter. Even mijn tekst terughalen. Ja evaluatie sociale wijkteam. De afgelopen jaren is er veel werk bij het sociale wijkteam bij gekomen. Wij willen dat zij ook de zorg voor daklozen op zich nemen. Jammer genoeg weten ze dat zelf nog niet. Maar dat is toch echt de bedoeling. Want als je namelijk

27

geen trajectbegeleider bij de maatschappelijke opvang krijgt, dan moet het sociale wijkteam dit oppakken. Hoe gaat u ervoor zorgen dat zij dit goed op gaan nemen? Ook moeten de wijkteams zorgen voor de verwarde personen in de wijk. Klaarstaan voor alle wijkbewoners, de verwijzing ‘…’ dagbesteding is daar bij gekomen. De jeugd er ook bij en ook nog een tweede jaar begeleiding in het inburgeringstraject. Ben ik iets vergeten? Het sociale wijkteam raakt overbelast, en daardoor is er ook zo'n groot verloop onder het personeel. De grootste fout van de overheid in zijn algemeenheid is dat er iedere keer weer opnieuw nieuwe manieren van werken worden bedacht. En dat blijkt hier in Haarlem dus ook het geval. De druk op het sociaal wijkteam neemt maar toe. Door maatschappelijke ontwikkelingen en door aanvullende wensen en eisen van de gemeente zelf. Dat zou eigenlijk helemaal niet zo erg moeten zijn. Dat moet je juist eigenlijk toejuichen. Een breed wijkcentrum met sociaal wijkteam die zich nergens te min voor voelt. Gewoon doen waar bewoners behoefte aan hebben. Meegaan met de initiatieven in de wijk. Nu hebben de wijkteams nergens meer tijd voor. Je moet een afspraak maken en als je te veel problemen of vragen hebt dan is de tijd om. De afspraken gaan nu met corona ook nog eens telefonisch. Dat is voor veel mensen erg ingewikkeld. Zoek ook daarvoor andere oplossingen.

De wijkteams weigeren soms ook hulp omdat mensen zelfredzaam moeten zijn. En dat vind ik zo jammer. En dat zou ik zo graag anders willen zien. De wijkteams moeten onafhankelijk van de gemeente functioneren. Echt onafhankelijk. Want nu willen medewerkers van de wijkteams regelmatig geen hulp geven als het tegen de gemeente in gaat. Bijvoorbeeld bij het maken van een bezwaarschrift of het indienen van een klacht. De participatieraad heeft in februari 2016 een prachtig advies geschreven over de sociale wijkteams. En ook nu doet ze weer een hoop aanbevelingen waar we echt mee uit de voeten kunnen. Ik stel voor dat u deze aanbevelingen meegenomen worden in de verdere uitwerking van de meest doeltreffende en doelmatige organisatorische inrichting van de sociale wijkteams moet gaan worden. Wat mij betreft dus een sociaal wijkteam 3.0 voor alle inwoners van Haarlem. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel voorzitter. In Haarlem functioneren de wijkteams als de Haarlemmer olie in hun wijken. Meestal Schalkwijk, Oost en Noord. Ze helpen onze Haarlemmers direct en individueel. En signaleren op buurtniveau waar het in de spaak dreigt te lopen. Dat gaat als je op de waarderingscijfers van onze bewoners afgaat hier behoorlijk tot goed. Als ik hoor de wijkteams opmerkelijk als het om een beoordeling van de feitelijke hulp gaat.

Voorop vindt de PvdA dat het vangnet dat de wijkteams de meest kwetsbare Haarlemmers levert in principe naar behoren functioneert. Het wordt alleen tijd om het huidige model een update te geven. Niet alleen een cosmetische facelift maar een die de structuur van deze eerstelijnsposten verstevigt en houvast biedt. Juist in deze turbulente tijden waarin niets zeker lijkt en alles ongewis. Dus niks van een reorganisatie. Maar een servicebeurt die de wijkteams verder in hun kracht zet en slagvaardiger maakt. Dat daarbij de inzet van sociale wijkteams leidt tot een vermindering van en gebruik van specialistische hulp is een mooi neveneffect, maar geen doel op zich. Het advies van de participatieraad dat de update van de wijkteams desalniettemin niet zonder een net even ander organisatiemodel kan is juist. Zorg voor een gedeeltelijke ombuigingsoperatie zo vindt de PvdA. Eentje waarbij de winkel open blijft tijdens een beperkte verbouwing. Denk na over de manier waarop je je gezin op een volwaardige basis in de toekomst zou kunnen inpassen. Zet de gemeente alleen op afstand als het organisatiemodel tot in de puntjes is geregeld. En er een duidelijke werkverdeling is aangebracht tussen frontdesk en backoffice.

Dus duidelijke lijnen in de eigen organisatie met goed uitgesplitste verantwoordelijkheden naast een harmoniemodel waarin de verschillende bloedstromen van een wijkteam tot hun recht kunnen komen. Het organisatiemodel kan naar believen tot in het oneindige worden verbreed en uitgediept. Maar moet zich niet ontwikkelen tot een organisatorisch waterhoofd. Blijf opereren voor je directe omgeving. Dicht bij de Haarlemmers. Dat laat onverlet dat de CJGconsulenten ook in een toekomstige organisatie een voorwaardige plaats dienen te krijgen in het opgetuigde

28

model. De relatiedriehoek russen gemeente, burgers en hulpverlening blijft met dit verschil dat de hulp direct, indirect structureel en doelgroepgericht via het team verloopt, en de gemeente zich primair richt op de backoffice met vragen als welke bijstand wordt verleend? Hoe praktisch opereert de schuldhulpverlening? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Voorzitter, volgens mij sta ik er twee keer op. Ik was net aan de beurt. Ik sta op nummer drie en nummer tien zag ik. De voorzitter: Oh ja sorry, ik zie het. U bent al geweest natuurlijk. Dan hebben we volgens mij iedereen gehad. Of is er nog iemand die alsnog iets aan dit wil toevoegen? Nee. Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Meijs: Ja dank u wel voorzitter. En dank u wel voor alle opmerkingen en aanbevelingen die hier gedaan worden door de collega's. Ik wilde toch ook even beginnen met de positieve kanten uit het rapport. Er heeft bijna niemand iets van gezegd. Het AIF-rapport spreekt ook over dat het een sterk zelf organiserend net is, en zelforganiserende sociale wijkteams. Dat er een grote diversiteit zit. Maar dat kan ook hun kracht zijn omdat de wijken onderling ook verschillen. En dat er een grote diversiteit aan verschillende partners die deelnemen in de sociale wijkteams.

En dat ze zich ontwikkelen en dat er nog zaken zijn die doorontwikkeld moeten worden en ondersteund moeten worden, ja dat is denk ik wel het grote deel waar uw vragen allemaal op heeft gesteld. Er zijn twee of drie grote stromingen aan aansturingsaanbevelingen uit het AIF. En die eerste die gaat over zorg voor een heldere structuur. Zorg voor een heldere taakomschrijving. En zorg dat ze veel meer gebruik maken van elkaars kwaliteiten. Ze zijn zelf organiserend. Dat zeiden we al. Ze hebben zich wat dat betreft heel generalistisch opgesteld. Ze moeten ook van het hele brede veld ze moeten sociale basiskennis hebben. En tegelijkertijd moeten ze ook heel specialistisch zijn. Dat is precies wat mevrouw Stroo zei. Ze moeten ook goed kunnen luisteren en de bewoners die daar aan de deur kloppen heel goed kunnen analyseren wat is de behoeftevraag van deze inwoner en wat kunnen wij hun bieden of moeten wij ze doorzetten. En ik denk dat daar de sleutel zit ook voor een groot aantal deel van uw zorgen. Wij rusten niet te veel op hun schouders en zijn hun taken niet te zwaar. En dan met name het woordje te. Terwijl het AIFrapport met nou u kunt het lezen in de bijlage met hoeveel partners ze gesproken hebben maar ook met hoeveel mensen ze van de sociale wijkteams hebben gesproken dat het nergens uit blijkt dat de sociale wijkteams zelf aangeven dat het te zwaar is.

Ze ervaren wel druk en ze ervaren wel dat het zwaar is en pittig is. Maar het is niet zo dat het ze over de schoenen loopt. En ze hebben wel zelf aangegeven dat ze meer behoefte hebben aan duidelijke sturing, duidelijkere aanbevelingen wat dat betreft die wij ook ons ter harte zullen nemen en uit zullen voeren. De aanbevelingen worden ook allemaal herkend bij de participatieraad. En dank ik heb met de voorzitter daarover gesproken en ook het uitvoerige brief van in 2016 erbij gehad. Een van de grotere aanbevelingen die zij toen ook al gaven en nu weer terugzien is de valkuil dus eigenlijk hun eigen kracht. Het sociaal wijkteam is eigenlijk als sociaal wijkteam moeten zij als soort brievenbus functioneren en moeten zij niet direct alleen maar als de hulpverlener zich opstellen. En hele uitgebreide hulpverlening gaan geven. Maar vooral kijken wat heeft deze inwoner nodig en hoe kunnen we ze doorsturen naar ons achterveld. Dat is aan de voorkant weten ze hebben ze zichzelf wel bewezen omdat de vraag enorm is toegenomen. En aan de achterkant weten ze eigenlijk te weinig doorstroming tot gang te brengen, waardoor er wel een overload zou kunnen ontstaan. Jouw Haarlem spreekt over dat in het rapport gesproken zou zijn onder druk zetten. Nou dat herken ik niet. Dat heb ik er niet uit kunnen halen.

Ik kan me wel voorstellen dat zij soms zich en ik weet niet of ik dat uit dit rapport heb gehaald of dat ik dat gehoord heb, dat zij zich soms onder druk gezet voelen omdat zij enorme loyaliteiten met hun cliënten krijgen en het dan lastig vinden om

29

het los te laten en door te schuiven naar de gespecialiseerde hulp. GroenLinks spreekt nog over, neemt u van de aanbevelingen ook aan dat bijvoorbeeld hun mandatering uitgebreider zou moeten. Nou dat is natuurlijk best wel een ingewikkelde. Want aan de ene kant gaan we juist ze ontzorgen door meer algemene voorzieningen te creëren waarbij je geen indicatiestelling nodig hebt. Dus dan hoef je hun niet te mandateren. En aan de andere kant blijven we ze ook toch een soort klein houden en moeten ze het moment dat zij een inwoner langs hebben die vraagt om hele specialistische hulp als een rolstoel of een traplift kunnen zij dat mandaat niet uitvoeren en moeten zij toch weer naar de Raaks waar de casemanagers dan zitten die dan wel die indicatiestelling aangeven. En dat probleem dat herken ik, dat zien wij ook. Maar het is vaak zo gespecialiseerd dat dat toch ingewikkeld is om die mandatering op de sociale wijkteams te laten rusten. Even kijken, het CDA sprak zijn verwondering over dat er maar één zelforganisatie was meenomen in het onderzoek. Er is ook maar één agent meegenomen, er is ook maar één woningcorporatie meegenomen. Maar ik verwijs u nogmaals naar het grote aantal mensen wat ze bevraagd hebben.

We hebben expliciet bij de uitvraag gevraagd aan hun om alle partijen die we maar konden verzinnen die te maken hebben met de sociale wijkteams of ze alle partners zouden willen bevragen. En daar hebben ze nou ik zie drie A4'tjes aan geïnterviewden en verschillende vormen van onderzoek gedaan. Dus ik herken me daar niet zo in. En ja tegelijkertijd behalve dit evaluatierapport blijven wij natuurlijk ook cliënttevredenheidsonderzoeken doen. Er staat voor 2021 volgens mij ook weer een cliëntonderzoek aan te komen. Hart voor Haarlem... De voorzitter: U heeft een interruptie denk ik van de heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ik ben het met de wethouder niet eens over de vergelijking van de politie en de diversiteit bij de zelforganisaties. Ik bedoel die ene zelforganisatie is anders dan de andere. En de ene functioneert in Haarlem-Noord en de ene in de Schalkwijk. En tegelijkertijd mis ik de verbinding tussen de sociaal wijkteams en de vrijwilligers en de inzet van deze vrijwilligers. Dat mis ik ook in het stuk. Graag uw antwoord alsjeblieft. Wethouder Meijs: Nou ik kan u alleen maar verwijzen naar de partners die zij daarin bevraagd hebben. Een van de zorgaanbieders is bijvoorbeeld van het Tweede Huis geweest. Zij werken ook heel veel samen met vrijwilligers, dus daar zitten volgens mij de verbindingen. Ja ik kan alleen maar zeggen, misschien hadden we er nog meer moeten vragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273636/1