CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-03 Transcript Commissie Samenleving 2025 01 23

commissie Samenleving 23 januari 2025, gemeente Haarlem14.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dingen buiten lumpsum om gefinancierd, maar ook dingen slimmer doen. Dat zit daar dus ook bij. Ook het Innovatiefonds zit erbij en uiteindelijk, zo pardon. Uiteindelijk dus ook kijken wat kan erbij? Om iets recht te zetten. Ik heb niet de illusie dat er op onze wachtlijsten mensen staan die te snel zijn gerend naar hulp. Die illusie heb ik zeker niet. Dus als we het hebben over het hier nu en dat is het moeilijke van die transformatie. Wij denken ook dat de hervormingsagenda zich landelijk te rijk heeft gerekend. De hervormingsagenda heeft gezegd: als we maar extra veel preventief gaan doen, dan gaat die jeugdhulp afnemen. Ik geloof niet dat er bij ons op de wachtlijst kinderen staan die we nu nog kunnen helpen met preventief aanbod. Misschien een enkeling, een, twee, misschien drie. Dus heel concreet op die vraag, dan ben ik misschien verkeerd begrepen. Nee, ik heb geen enkel geloof, want dat zie je ook, wij hebben praktijkondersteuners jeugd bij 90 procent van de huisartsen. Het CJG vangt echt heel veel af. Je ziet ook dat de zorgverzwaring bij perceel 1 komt ook omdat we al heel veel afvangen daarvoor. Dus nee, er zitten daar geen luxe problemen op die wachtlijst. Hebben we alsnog als samenlevingsprobleem dat er zoveel mensen met zulke heftige problemen daar komen? Ja, dat is er eentje, maar dat is eentje voor de long run.

Dus we moeten de winkel van de huidige jeugdhulp openhouden. Tegelijk moeten we kijken wat er in de maatschappij nodig is, om te kijken hoe kunnen we aan de voorkant gaan zorgen dat er minder van dit soort problemen ontstaan? Dat heeft met prestatiedruk te maken, met de rol van ouders. Dat hele samenspel, waar we het al heel vaak met elkaar over gehad hebben. Ook de anderen. U vroeg ook aan mij, commissie, hoe gaan we concreet prioriteren? Dat is weer zo'n zelfde, u wilt ook niet dat uw zorgverzekeraar gaat zeggen waar de arts bij de spoedeisende hulp op moet letten als er geprioriteerd gaat worden als er iemand wordt binnengebracht. Ik ben dan even die zorgverzekeraar, want dit is geen zorgverzekeraar, maar een gemeentelijke taak. Volgens mij moeten we niet willen dat ik hier ga zeggen tegen het consortium: help deze problematiek maar eerder dan die andere problematiek. Dat is ook weer zo een aanpak van team aanpak wachttijden, waarbij de consortia, jeugdartsen, iedereen die expertise die zij hebben, hebben wij ook nodig om met elkaar te kunnen prioriteren. Tegelijk is het wel duidelijk dat uiteindelijk wij met elkaar die keuze moeten maken, want het lukt hen zelf niet om zelf die keuze te maken. We hebben het de afgelopen anderhalf jaar geprobeerd.

Dus dat is inderdaad iets wat we lokaal met elkaar moeten doen en waarbij het zeker kan helpen als landelijk daar ook uitspraak over doet. Wat is nou jeugdhulp, wat is geen jeugdhulp? Dus daar moeten we mee aan de bak. Kan ik dat nu doen met een bepaald recept? Nee, dat kunnen wij helaas als gemeente niet. Konden we het maar. Tegelijkertijd is het ook zo, want daar hebben we het ook vaak over gehad: waar zit nu de expertise over jeugdhulp? Dat zit op de werkvloer bij die behandelaren, mensen die hier 30, 40 jaar of misschien soms pas 5 jaar werken en kijken hoe kan dit beter? Dat moeten we met elkaar samen doen. Dan nog de winsten, want daar ging ook nog een vraag over. Hebben we het vaker over gehad. Het verschil tussen perceel 1 en 2. In perceel 2 is de aanbesteding een jaar uitgesteld vanwege tariefonderzoek. De tarieven die wij bieden in perceel 2, van die tarieven kun je geen exorbitante

15

winst maken. Dus als daar al heel veel winst gemaakt zou moeten worden, dan moet er echt iets raars gebeuren met fraude. Dat weet u ook, daar zitten wij ook bovenop. De winst daar is echt gekeken van wat is ongeveer een redelijke overhead? Dus perceel 2 is uitgesloten. Perceel 1 hebben we lumpsumfinanciering en daarvan hebben we volgens mij in de contracten staan dat winstpercentages tussen de 5 en 8 procent mogen zijn. Daar kan je heel veel van vinden. En dat anders wij een gesprek met ze aangaan. Daar zie je dus ook al de disciplinerende werking van een consortium. Bij één consortium speelt dit. Daar zit een aanbieder in, die heeft meer winst gemaakt. Dan zie je dus dat binnen dat consortium daar op dit moment een gesprek over gevoerd wordt. Kunnen wij op basis van rekening, jaarrekeningen zien wat dan Haarlemse omzet is en omzet buiten Haarlem? Nee, dat kunnen we niet zien. Als zo'n aanbieder die in heel Nederland actief is, ook volwassenenggz doet, misschien ook nog coachingstrajecten doet voor mensen die op hun werk niet lekker zitten, dan kunnen wij niet in zo'n BV zien waar zij winst maken. Dan kunnen we dus wel zien dat we dat met elkaar niet willen en dat gesprek is dus op die manier gaande, maar dat blijft inderdaad heel kwetsbaar.

Want we willen het niet en tegelijkertijd zie je wel en dat weet u ook, dat de systeeminstellingen in Nederland, de 65 jeugdzorgpartners, zoals Kenter, dat zijn systeeminstelling die hele waardevolle zorg bieden en stichtingen zijn. We zien wel regelmatig dat de mkb'ers en de meer winst georiënteerde bedrijven, dat daar wel innovatiekracht van uitgaat. Dus ook in het stelsel, het is nooit wit of zwart, over het algemeen zijn het heel veel tinten grijs. Voor ons is heel duidelijk dat perceel 2 hebben we het tarief, daar kan je weinig wint in maken. Binnen consortia zijn de eisen die wij hebben gesteld en ook de eisen die aan elkaar worden gesteld, zitten we daarbovenop. En als er fraude wordt gepleegd, dan acteren we daar natuurlijk ook op. Het is een complex vraagstuk, hoe je omgaat met een sector waarin er stichtingen zijn die niet winst beogend zijn, waarbij mkb'ers actief zijn en waar natuurlijk grote partijen zijn, waar zelfs private equity achter zit. Dat maakt het een complex stelsel met elkaar. Weinig wit en zwart, maar meer tinten grijs. Trots vroeg nog hoe is er toezicht? Daar heb ik het volgens mij al heel vaak over gehad hier, over contractmanagers, over onze fraudeaanpak, over de contractvormen. Daar zijn volgens mij al heel veel dingen over vastgelegd en ook genoeg documentatie over. Er was ook nog de vraag: is er meer geld nodig? Dat is er inderdaad.

Dat hebben we ook toegekend met elkaar dus. Vanuit de trendrapportage jeugd is er in onze Haarlemse begroting meer geld opgenomen. Ook wat u met elkaar zegt, dat heb ik volgens mij vanavond niet gezegd, ik ben heel blij met de noodmaatregelen die genomen zijn afgelopen jaar. Met die noodmaatregelen hebben we in 2024 groei toegekend. Dat gaat impact hebben op de wachtlijsten. Ook dat Innovatiefonds, daar worden ook weer meer kinderen mee geholpen. En ik heb toen ook gezegd: als die wachtlijsten niet snel genoeg afnemen, wellicht kan dan het triagefonds niet heel erg haastig geagendeerd hoeven te worden. Ook als college, als die wachtlijsten niet snel genoeg afnemen door team aanpak wachttijden, door de noodmaatregelen, dan zullen we ook gaan kijken wat er nodig is. Want ook dit college staat er natuurlijk voor dat kinderen zorg krijgen op een passende manier. Daar hebben we met elkaar het afgelopen halfjaar heel veel maatregelen genomen. Als er nog aanvullende maatregelen nodig zijn, dan zullen we er niet voor schuwen om daarvoor bij u terug te komen. De voorzitter: Wethouder, ten eerste, we zijn bijna aan het eind van uw spreektijd. Ik wilde dat toch even gezegd hebben. U heeft een interruptie van mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Even terugkomend op de wachtlijsten. U zegt: snel genoeg.

Wat is volgens u snel genoeg? Dan kan ik daarop monitoren en kunnen we kijken als raad of het inderdaad nodig is, maatregelen. De voorzitter: Ga uw gang, wethouder.

16

Wethouder Van Leeuwen: Heel concreet. Ik denk dat de Treeknormen die er zijn en dat is volgens mij drie maanden, dat dat een streven is. Je ziet, in alle regio's in Nederland zijn op dit moment wachtlijsten. Ik zie ook dat ze bij ons eerst heel erg zijn toegenomen na de noodmaatregelen een beetje zijn afgenomen. Die trend moet wel richting afnemen gaan. Als er op een gegeven moment weer inderdaad op zware vormen van zorg weer een groei zit, dan baart mij dat wel zorgen. En dan zal ik ook gaan kijken hoe we daar ... U hoort mij zeggen dat het streven is om bij die Treeknormen, die er niet voor niets zijn, om daarnaartoe te gaan. De voorzitter: Dan zie ik een vervolgvraag van mevrouw Özogul, een kleintje en dan ga ik daarna naar een interruptie van mevrouw Lammertse van GroenLinks. Mevrouw Özogul: Volgens de gegevens wat wij hebben: 383 kinderen op de wachtlijst gespecialiseerd hulp en een wachtlijst van negen maanden. Dat is wat ons betreft iets wat echt omlaag moet en heel snel ook. Gezien de situatie wil ik van u weten: in wat voor termijn denkt u dat u die kinderen in ieder geval kunt helpen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ik ga mij niet vastpinnen op een termijn, maar volgens mij heb ik al heel duidelijk gemaakt, vorig jaar toen we het hierover hadden met de bespreking van de noodmaatregelen, dat wij ook willen dat dat beter wordt en sneller gaat.

Daar werken we met man en macht aan. De voorzitter: Mevrouw Lammertse GroenLinks, een interruptie. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. Als wetenschapper kan ik enorm waarderen dat de wethouder ervoor kiest om niet alle variabelen tegelijkertijd te willen wijzigen. Aan de andere kant, het Triagefonds is juist specifiek bedoeld voor de situatie waarin de noodmaatregelen misschien nog geen effect hebben gehad. Dus wat ons betreft voelt het juist eigenlijk de verkeerde kant op, om te wachten met het Triagefonds. Dus de vraag is aan de wethouder: waarom de keuze om het niet om te draaien en pas met het Triagefonds te komen als we eventueel al weten of de maatregelen effect hebben gehad? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ik vind het moeilijk, voorzitter, als ik het gevoel heb dat ik een discussie die we een half jaar geleden hier ook hebben gehad over moet doen. Zoals toen ook gezegd: het Triagefonds is echt een rare noodmaatregel, omdat die eigenlijk het stelsel wat we met elkaar hebben gemaakt, corrumpeert. En we vragen … En ook nog dat het wellicht niet rechtmatig is. We hebben met elkaar gezegd: wij gaan jeugdhulppartners vragen om zorg te leveren. Het Triagefonds zou eigenlijk een subsidie zijn aan het CJG om jeugdhulp te bieden die ze eigenlijk niet horen te bieden, want zij zijn geen jeugdhulpaanbieder, zij zijn het CJG.

Dus dat Triagefonds is eentje die een Haarlemse inzet zou zijn, die buiten het contract omgaat. En ook de prikkels die je met elkaar juist in het jeugdhulpstel hebben, perceel 2, perceel 1 en de moedige keuze die door de onderzoekers werd geschreven, die ondermijn je eigenlijk met het Triagefonds. Dat is inderdaad echt een soort van: het lukt echt niet om met elkaar tot aanvullende maatregelen te komen. Die zijn we vorig jaar wel met elkaar overeengekomen. Dus het Triagefonds is wat mij betreft en dat weet u ook, ik heb daar ook positief over gesproken met u toen destijds in de raadscommissie. Dit kan echt een noodmiddel zijn als het met elkaar met zeven niet lukt om tot afspraken te komen. Nou, dat zijn we wel gekomen. En mij is veel aangelegen om binnen dit stelsel het werkend te krijgen. Daarom hebben we in het team wachttijden, hebben we een innovatiefonds en alle maatregelen die we genoemd hebben. Dus daarom zeg ik nu niet dat gaan we nu doen.

17

De voorzitter: Ik zou naar een afronding willen van uw termijn. Tenzij er nog een vraag is vanuit de commissie. Die is er niet. Dan is wat mij betreft de Quickscan op dit moment voldoende besproken. Hebben we wel een toezegging. U heeft geen antwoord gehad. Dan geef ik daar natuurlijk nog gelegenheid voor. Dank u wel. Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik ga ... U kent mij als een optimistisch mens, ook hierover. Ik zie dat de zeven wethouders jeugd hier ook met elkaar op dezelfde manier strijden om het goede te doen voor de jeugdzorg. Tegelijkertijd kennen de zeven gemeenten verschillende begrotingssystematiek, maar ik heb goede hoop dat we hier uitkomen. Over zowel de verdeelsleutel als die groeisystematiek. Mocht dat niet zo zijn, dan kan dat ver kan dat verstrekkende gevolgen hebben. Dan kom ik natuurlijk bij u terug. Maar ik heb goede hoop dat we hier met elkaar tot een vergelijk komen. Want de inzet vanuit die regiovisie, die met we elkaar delen, ook wetend dat de wetgever voorschrijft dat wij met elkaar met zijn zevenen één jeugdhulpregio zijn en het met elkaar moeten doen. Denk ik echt dat we hier met elkaar uit gaan komen. En daar heb ik constructieve gesprekken over met de zeven wethouders. De voorzitter: Een punt van orde.

Mevrouw Özogul: Met betrekking tot het verlengen van de aanbesteding, wanneer ongeveer is het moment dat die beslissing valt en komt dat terug in de commissie? Wethouder Van Leeuwen: Op welke wijze het terugkomt het in de commissie, moet ik u verschuldigd blijven. Dat kan ik technisch beantwoorden of dat een college bevoegdheid is of een raadsbevoegdheid, maar dat is het hele doel van die evaluatie. Dus wij gaan de komende maanden evaluatie doen, want wij moeten voor juni duidelijkheid geven over hoe wij per 1 januari 2026 doorgaan. Heel veel hebben we al aangeraakt. Het sturingsvraagstuk, het organisatievraagstuk. Daar moet heel veel in terugkomen. Dus dat doen wij ook samen met de consortia. Wat kan hier nu beter in? En de verdeelsleutel is daar ook onderdeel van. Wij moeten ook … Ik vind ook en ik meen ook dat wij ook duidelijkheid moeten geven aan de consortia op welke wijze wij realistisch begroten. Dus groei- of krimpbudgetteren. Dus dat zijn allemaal aspecten die daarin terugkomen.

En dan moeten we met elkaar wegen: gaan wij zo door? En tegelijkertijd en dat heeft volgens mij de onderzoeker vorige week ook gezegd, de zekerheid die we hebben geboden met een contract van negen jaar met vier vaste partijen met wie wij blijven werken, in plaats van 150 partijen die elk jaar niet weet waar ze aan toe zijn, biedt wel rust en ook zekerheid en continuïteit voor de jeugdigen en ouders en scholen in deze regio. Dus mijn beeld blijft dat dit een heel mooi systeem is wat we door moet ontwikkelen. Dat heeft volgens mij de onderzoeker vorige week ook gezegd. Tegelijkertijd zijn er wel wat uitdagingen en kwesties die we met elkaar aan moeten gaan in die evaluatie. Dus daar gaan we de komende maanden hard aan werken. De voorzitter: Goed, dan ga ik hiermee wel naar een afronding van dit agendapunt van de Quickscan. Dan wilde ik alleen nog benoemen dat ik een toezegging heb gehoord. Dus dat de regionale programmadirecteur in een raadsbijeenkomst zal vertellen over het Ontwikkelplan inkoop jeugdhulp. Dus dat is hierbij ook vastgesteld, dat die toezegging is gemaakt. Dank ik de wethouder voor zijn komst naar de commissie en ook voor de ruime beantwoording van onder andere de vragen. 9.

Vaststellen RJA 2025 De voorzitter: Gaan we wellicht wel naar het volgende agendapunt, wellicht het hoogtepunt natuurlijk van deze avond. Dat is het vaststellen van de Raadsjaaragenda 2025. Dat is natuurlijk uw sturingsinstrument. Het ondersteunt in de behoefte om meer grip op de eigen planning. Het college, u dat heeft natuurlijk gezien, het college heeft gereageerd in een bijgevoegde memo op de opmerkingen van de commissie Samenleving die u

18

14 november 2024 heeft gemaakt over het concept Raadsjaaragenda. Nu is de vraag vanuit het presidium of de commissie akkoord gaat met de voorgestelde wijzigingen, zoals de toevoeging van nieuwe onderwerpen, een evenwichtige spreiding in de behandelwijze van agendapunten. Ter kennisname, bespreking en advisering. Daarnaast vraagt het presidium om uw input over kader stellende onderwerpen die in de Startnotitie of splitsing in beeld en oordeelsvorming verrijzen. Mocht dat nodig zijn. Laat ik rondkijken of iemand het woord wil voeren over de Raadsjaaragenda. Mevrouw De Valk, D66. Mevrouw De Valk: We zouden graag een aantal stukken van ter kennisname willen wijzigen naar ter bespreking. Kan ik verder? De voorzitter: Wat zou u willen agenderen? Mevrouw De Valk: Ik zou informatienota update actieplan Haarlem Regenboogstad, cliëntervaringsonderzoek Wmo en de informatie nota SROI jaarrapportage 2024 willen voorstellen. De voorzitter: Dan wil ik peilen of daar steun voor is. Ja. Ik zie u gelijk integraal. Wellicht is het wel goed om … U ging voor mij vrij snel. Misschien wel goed even per stuk te doen. Mevrouw De Valk: Zal ik het nog even herhalen? De voorzitter: Ja, wilt u de eerste opnoemen? Mevrouw De Valk: In plaats dus van ter kennisnamen ter bespreking stellen. De informatienota update actieplan Haarlem Regenboogstad.

De voorzitter: Dan ga ik allereerst peilen of daar steun voor is. Die zie ik, dus dan gaat hij ter bespreking. Helemaal goed. Stuk nummer 2, ga uw gang. Mevrouw De Valk: Het cliëntervaringsonderzoek Wmo. De voorzitter: Ik zie daar ook brede steun. Twee en drie. Wellicht biedt het derde stuk ook succes. Mevrouw De Valk: De informatienota SROI, dus de Social Return of Investment over de jaarrapportage 2024. De voorzitter: Ga ik opnieuw peilen, is daar ook steun voor? Ik wil toch een hand zien. Ik zag daar, kijk. Nou, voor de mensen thuis, er was enige aarzeling, maar toch voldoende steun. Dan gaan die alle drie geagendeerd worden en niet ter kennisname naar de commissie. Dan kijk ik: zijn er anderen nog over de Raadsjaaragenda? De heer Van der Vliet, VVD. De heer Van der Vliet: Wij zijn in ieder geval blij dat heel veel van onze verzoeken al zijn verwerkt. Alleen staat er nog één punt, een belangrijk punt voor de VVD, open, die we ook van de wethouder al een aantal keer gehoord hebben. Dat is toch de Integrale Sportvisie. We gaan veel geld uitgeven aan sport, maar er lijkt toch een soort mismatch te zijn tussen behoefte en vraag en aanbod. Dus die zouden wij graag ook op de agenda willen hebben dit jaar. De voorzitter: Die onthoud ik even. Ik kijk eerst even rond of er nog andere opmerkingen zijn vanuit de commissie over de Raadsjaaragenda.

Of we nog andere opmerkingen hebben over de Raadsjaaragenda? Nee.

19

De wethouder vroeg een toelichting, die wil ik natuurlijk de ruimte geven. Ga uw gang, wethouder De Raadt, welkom overigens. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Even een toelichting geven op uw agenderingsverzoek over een Integrale Sportvisie. In zijn algemeenheid, als wethouder sport juich ik dat toe. Alleen wij willen ook niet gaan schrijven om het schrijven. Dus het is even hier de checkvraag: gaat het u om de beleidsinhoudelijke Integrale Sportvisie? Want die hebben we namelijk al. Die is nog niet zo heel lang geleden vastgesteld. Dat is de agenda van de sport 2020 plus. Of gaat het om een integrale visie met betrekking tot de sportaccommodaties? En dan klopt dat, dat hebben we inderdaad niet in één document gevat, maar dat zijn vier losse documenten. Een daarvan is de buitensport. Die hebben heel recent hier nog met zijn allen herijkt. Ook alle bedragen zijn daar daarna netjes in het IP geland. Daar ben ik heel erg blij en trots op. Voor wat betreft de zwembaden hebben we een vergelijkbare situatie gevolgd. Dus ook dat is al naar u toe gekomen. Dan hebben we daarnaast nog de binnensport. Daar zijn we nu heel hard mee bezig om een nieuw IP op te stellen. En ook natuurlijk de visie op sport in de openbare ruimte. En dat komt ook binnen enkele maanden naar u toe.

En neem dan die vier documenten, doe daar een nietje doorheen en dan heeft u ook wat dat betreft een Integrale Sportvisie op de accommodaties. Dus ik wil nog wel even de vraag stellen: welke van de twee wilt u precies? En daarnaast ook wel even de suggestie aan de commissie meegeven dat we eigenlijk denk ik toch wel al een heel eind tegemoet komen aan uw wensen. De voorzitter: Dan geef ik de ruimte om daarop te reageren. De heer Van der Vliet, VVD. De heer Van der Vliet: Ik zou daarop kort willen reageren. Het gaat inderdaad over de accommodaties. Wat het probleem is, we krijgen nu vier losse stukken elke keer toegezonden, maar we willen een afweging maken in het algemene beeld, het integrale beeld. Een nietje er alleen doorheen, is misschien heel kort door de bocht. We zouden ook graag gewoon zien wat het allemaal betekent en hoe het tot elkaar verhoudt. Dus daarom zou hem graag toch willen agenderen. En als het toch een nietje is, dan kan het toch vrij snel. De voorzitter: De wethouder. Wethouder De Raadt: Nog een kleine reactie. Dat nietje was misschien een beetje gechargeerd. Het kost natuurlijk wel echt capaciteit. We zijn met een heel compact team bij de afdeling sport.

En in ieder geval voor wat betreft college en wat betreft mijzelf ook als sportwethouder, ik zou toch echt willen gaan inzetten op die uitvoeringsagenda, om daar nog even het laatste jaar mee te gaan knallen en nu niet nog een stuk te gaan schrijven om te schrijven. De voorzitter: Goed, de wethouder heeft erop gereageerd. Ik begrijp van de VVD dat zij het agenderingsverzoek in stand willen houden. Dus dan ben ik benieuwd, dan kijk ik naar de commissie. Is er genoeg steun voor het verzoek van de VVD? Dan zie ik drie handen. Dan zou ik willen concluderen dat daar niet genoeg steun voor is. Vooralsnog niet. Helder. Dan kijk ik even rond hoe dit agendapunt dan naar de raad kan. Ik heb niet meegekregen hoe dat in andere commissies is, maar ik kan me voorstellen een hamerstuk. Je kan ook argumenteren hamerstuk. Je kan het altijd nog opwaarderen. Helder, dan concludeer ik hier dat het een hamerstuk is en dan kan het eventueel nog opgewaardeerd worden. Helemaal goed. Dan rond ik agendapunt 9 af.

20

Sluiting De voorzitter: Daarmee rond ik deze vergadering af. Ik dank u allen voor uw komst en dan wens ik u nog een hele fijne avond.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15116615/1