CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-03 Transcript Commissie Ontwikkeling 2025 01 23

commissie Ontwikkeling 23 januari 2025, gemeente Haarlem25.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 23 januari 2025 1.

Opening en mededelingen door voorzitter Joris Blokpoel De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen. We beginnen met de commissie Ontwikkeling van 23 januari 2025. Het mag helemaal niet meer natuurlijk en iedereen is het al bijna weer vergeten, maar alsnog de beste wensen voor 2025. Want dit is de eerste vergadering van het jaar. Ik hoor hier al: doe normaal. Inderdaad, het is al meer dan drie weken bezig. Het houdt op, maar we zijn helemaal niet bezig, want dit is pas de eerste vergadering hier. Welkom ook aan de leden van de commissie Samenleving, want het eerste agendapunt is de gecombineerde vergadering van Ontwikkeling en Samenleving. Dus we gaan daar ook snel naartoe werken, zodat we met dat agendapunt kunnen starten. Geen berichten van verhindering ontvangen. Ik zie ook een volle zaal, dus dat lijkt me dan ook niet. Nog een aantal mededelingen. Maandag 27 januari is er een raadsmarkt over grote ruimtevragers hier in Haarlem. Van 18:30 uur tot 19:30 uur. Daar bent u van harte voor uitgenodigd. Ook bent u uitgenodigd om op 31 januari, de vrijdag, bij een informatiebijeenkomst van de Pletterij bij te wonen en zij hebben dan zelfs nog een nieuwjaarsreceptie. Dus het nieuwe jaar is nog in volle gang. Op 24 februari is er een technische sessie over brede welvaart. Daar kunt u horen wat dat dan precies is, als u dat nog niet weet.

Maandag 17 maart dan is er weer een bijeenkomst van de Raadsgroep van de Omgevingswet, over de omgevingsvisie en het omgevingsplan Bopa's, zoals ze dat noemen, vergunningen en andere actualiteiten. Daarnaast komen die lijsten straks uw kant op, niet oneerbiedig, maar wel als de commissie Samenleving weg is. Zodat er duidelijke tekening is. Dan komt er ook nog voor u alvast in de agenda, er komen twee bijeenkomsten aan over het Frans Halsmuseum. U zult zeggen: we zijn vorige week nog een hele dag weggeweest en nog meer bijeenkomsten. Ja, nog meer bijeenkomsten, want het is een groot besluit, dus dat moet ook goed voorbereid worden. De eerste is op maandag 24 maart, schrijft u die alvast. Dat is een technische sessie en daarna nog een technische sessie op 26 mei. Daarna moet u een besluit nemen, maar dat volgt vanzelf. Dat over de mededelingen. Zijn er mededelingen vanuit u? Niemand. Vanuit de wethouders? Twee. Dan komen we zo even bij u terug.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Doen we eerst even de agenda, want wellicht is daar nog iets over. Kunnen we de agenda vaststellen zoals die voorligt? Ja, hartstikke goed.

3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Mijnheer Roduner, u heeft twee mededelingen. Ga uw gang. Wethouder Roduner: Twee korte mededelingen. Ten eerste gaat het over het oude woonzorgcentrum van Sint Jacob aan de Floris van Adrichemlaan. Dat staat zoals u weet grotendeels leeg. Dat komt de komende jaren nog leger te staan Nieuwe Boerhave helemaal af is. Sint Jacob gaat het niet meer gebruiken voor zorgtaken en wij zijn nu samen met Sint Jacob aan het kijken hoe op de korte en langere termijn hier ook een goede invulling in kan komen, om die leegstand te vermijden. Dat is opmerking een. Opmerking twee gaat over de netcongestie. Wethouder Berkhout heeft dit ook in de commissie Beheer gedaan. Er is sinds oktober 2023 sprake van netcongestie, met betrekking tot elektriciteitsafname. We hebben al wat plannen ingediend en afgestemd met Liander destijds, om als reservering mee te nemen in de capaciteitsberekening van de netbeheerders, maar uit recent onderzoek van Tennet blijkt nu in ieder geval dat de druk op de hoogspanningsstation Vijfhuizen inmiddels zo groot is dat ook onzekerheid begint te ontstaan of er voldoende

1

ruimte is voor de gemaakte reserveringen. We zijn nu aan het onderzoeken wat de consequenties zijn en wat ook het handelingsperspectief zou kunnen zijn van de gemeente. Dat doen we samen met Tennet, Liander, de provincie, ministerie en eind maart verwachten we de uitkomsten van die analyse en dat onderzoek en zullen we de commissie daarover informeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner, voor deze verhelderende mededelingen. 4.

Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4, mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Is er vanuit de wethouders daarover iets te melden? Nee, perfect.

5.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5, de agenda voor de komende commissievergaderingen. Nee, het is commissievergadering, want de vergadering van 13 februari komt te vervallen, want we hebben op 6 februari onze enige vergadering voor de commissie Ontwikkeling. Maar wel een hele grote, want we gaan het hebben over het stationsgebied. Daar gaat u de besluitvorming van voorbereiden. Dus die kunt u alvast tegemoet zien. Daarnaast wordt u uitgenodigd bij de commissie Bestuur. Dus mijnheer Van Leeuwen, dan gaat de spreektijd van de leden van de commissie Bestuur af, in plaats vanavond andersom bij u. Dan gaan we het hebben over het evenementenbeleid. Dus dat wordt ook smullen. Ja, inderdaad. Goede woordkeus. Dus daar gaan we het ook over hebben op 6 februari, maar dat is dan wel de enige vergadering van de maand februari. Dan is er nog een soort van, ik wist niet dat we dat hadden, maar blijkbaar een pro-forma agenderingsverzoek, vanuit de Actiepartij over technische vragen. Als die antwoorden op tijd komen en die zijn naar voldoening kunnen we stellen, dan zal dat niet geagendeerd worden, maar anders kunt u nog agenderingsverzoeken van de Actiepartij tegemoet zien. Dus kunt u daarmee instemmen? Iedereen is akkoord met een pro-forma agenderingsverzoek.

Nou, nieuwe handvatten, een nieuwe gereedschapskist dient zich aan. Perfect, dan zullen we dat noteren.

6.

Transcript commissie d.d. 4 en 12 december 2024 De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 6, het transcript van de vergaderingen van 4 en 12 december en een besloten gedeelte van 4 december. Iemand daar iets op- of aan te merken? Nee. Natuurlijk niet, zou ik zeggen.

7.

Concept-actieprogramma wonen en zorg 2025-2030 “Gewoon samen thuis” De voorzitter: Agendapunt 7, want dan gaan we het echt hebben over de inhoud. Het eerste agendapunt, nogmaals, samen met de commissie Samenleving en dan gaan we het hebben over het conceptactieprogramma wonen en zorg 2025 2030 oftewel genaamd “Gewoon samen thuis”. U geeft het vrij voor inspraak of terwijl dit is uw inspraakbijdrage op het stuk. Daarna gaat de ambtelijke organisatie er verder mee en krijgt u het later terug ter besluitvorming. Het gaat in het kort over dat er mensen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte steeds vaker in een zelfstandige woning zullen wonen en minder in een instelling. Dat vraagt dus ook om verschillende woonvormen in de stad en in de buurten, waarbij zorg en ondersteuning passend kan worden aangeboden en ontvangen en waarbij mensen naar elkaar omkijken. Dat is allemaal in dit actieprogramma gevat. U mag daar iets van vinden en mensen in de stad mogen daar ook iets van vinden tot met 12 februari. Dus kijkers thuis of op de publieke tribune, vindt u er iets van, zorg dan dat u daar ook op

2

inspreekt, want dan wordt het meegenomen bij het definitieve stuk. Het gaat dus niet door naar de gemeenteraad, want dit is alleen uw inspreekbijdrage. Wie mag ik hierover als eerste het woord geven? Mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het even bekeken, maar ik mis toch steeds het knarrenhofje en daar blijf ik toch op hameren, want dat is nu ook juist het punt dat de mensen kunnen doorstromen. Het schijnt dat het niet in het stadhuis doorwerkt, maar ik houd u toch echt scherp. De rest prima, maar gaan we daar nu eens even naar kijken, dat we de mensen eventueel naar een knarrenhofje kunnen krijgen. Dus dat wil ik u even meegeven. Dank u. De voorzitter: Het knarrenhofje staat genoteerd, mijnheer Amand. Anderen? Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Mooi actieprogramma, met bruikbare suggesties om de benoemde doelgroepen zo passend mogelijk te huisvesten. Goed ook om te lezen dat er al veel gebeurt. Het is een thema wat mij al jaren bezighoudt, eigenlijk gedurende mijn hele raadslidmaatschap en dat heeft ook geleid tot NexT, het echtscheidingshotel en samen met andere partijen ook tot het initiatiefvoorstel Samen beter wonen. Om aan te geven wat ik nog mis in dit stuk, vertel ik even graag een korte anekdote over een Haarlemse vrouw. Haar naam is Annie Ots en ik leerde haar kennen in 2015.

Zij was een actieve zeventigplusser. Ze woonde in een flat van Pré Wonen aan de Laan van Berlijn. Al haar buren waren ongeveer van haar leeftijd. Ze konden elkaars ramen zien en spraken af dat de gordijnen om uiterlijk 10:00 uur open zouden moeten zijn en als die gordijnen dan nog dicht waren, dan werd er even geappt en als er niet werd gereageerd, dan werd er aangebeld. Als er niet werd opengedaan, dan hadden ze ook nog elkaar sleutel en dan konden ze bij elkaar inbreken om te kijken wat er toch in hemelsnaam aan de hand was. Dit systeem dat werkte eigenlijk heel goed. Ze hadden het zelf verzonnen. Iedereen stemde daarmee in en het werkte eigenlijk heel goed. Toen heeft Annie bedacht: we kunnen het nog een stapje verder brengen. We willen een gemeenschappelijke ruimte, waar wij met de buren samen kunnen komen. Toen heeft ze een van de leegstaande flats in die appartementen in die flat, heeft ze gevraagd aan Pré Wonen: mogen wij dat gebruiken als gemeenschappelijke ruimte? Dat was een enorm getouwtrek, want je onttrekt natuurlijk wel een sociale woning aan de woonvoorraad, maar het is er wel gelukt. Inmiddels heet het de Groene Veste en is het een formele woongemeenschap. Dus eigenlijk kreeg Annie samen met haar buren precies voor elkaar wat er nu voorligt en aan suggesties wordt gedaan hier in dit stuk.

Met dit voorbeeld wil ik graag aangeven dat het wat mij betreft een goed idee zou zijn om bewoners zelf actief uit te nodigen om een vorm van woongemeenschap te vormen en aan te bieden en hierbij te ondersteunen. Dat is eigenlijk nog een beetje een weggetje wat ik nog miste. Dan kom je eigenlijk een beetje in de buurt van een knarrenhofje, wat mijnheer Amand zo wanhopig wil, wat ook een heel goed idee is. Dat is ook altijd een initiatief van bewoners zelf, die samen … Wij gaan niet als gemeente een knarrenhofje bouwen. Het zijn bewoners die iets verzinnen, dat is een knarrenhofje. Dit is ook een soort van knarrenhofje, alleen dan in een flat. Goed, niet alles, dat wil ik maar even zeggen, hoeft dus via beleid wat mij betreft. Wat me op het volgende punt brengt, het echtscheidingshotel NexT. Dat is tot stand gekomen zonder beleid. Ik had een idee en er was een ontwikkelaar en die had een stukje grond en die was bereid om mee te gaan met het idee. De ontwikkelaar is nog steeds eigenaar van het pand en ik stel dan ook voor om bij die ontwikkelaar, misschien gebeurt dat al, maar de aanwezige kennis en ervaring over de afgelopen zeven jaar dat NexT bestaat, te gebruiken voor het eventueel starten van een Parents House, wat ongeveer op dezelfde leest geschoeid is. Tot zover.

3

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Klazes. Even voor iedereen. Dit is de spreektijd voor de hele avond, niet dat u denkt: dat is alleen voor dit agendapunt, maar dan kunt u daar rekening mee houden. We gaan door. Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, de Actiepartij heeft het met heel veel belangstelling en ook met grote mate van instemming dit stuk gelezen. Wel hebben we een aantal vragen, deels ook technisch, uitgezet. En die gaan met name over pagina 18. College, we zijn benieuwd wat u doet met de zorg nodig voor de groep 18- tot 23jareigen en hoe komen we daar als raad ook voor in positie, meer dan dat we denken dat we nu zijn? Het college stelt dat er 15 woonvoorzieningen als goede start worden gemaakt voor jeugdigen. Dat vinden wij ook goed dat daar aandacht voor is. Tegelijkertijd geeft het college ook aan dat er nog geen inzicht is in de grootte van de groep thuis wachtenden, die dus ook in aanmerking willen komen voor zo'n woning. Dus kan het college bij de uitwerking van deze nota ook die informatielacune beter in zicht brengen? Hoe groot is nou die groep thuis wachtenden jeugdigen die in aanmerking zou moeten komen voor zorg en wonen? Dan het onderwerp zorgzame wijken. Wij vinden het belangrijk dat de zorgzame wijk ook demografisch goed aansluit bij de demografische ontwikkelingen. Dus dat gaat door de generaties heen.

Daar horen ook knarrenhofjes bij, zeker mijnheer Amand, maar ook voor alleenstaanden en voor jongeren en voor gezinnen zal er toch adequate huisvesting moeten zijn. Kan het college daar iets meer inzicht in geven hoe dat gaat? We hebben vragen gesteld over een zin die we niet goed begrijpen. Nadere afspraken wil het college maken ten behoeve van de voorrang voor mensen met een Wmo-indicatie met een hoger inkomen voor sociale huurwoningen. En de technische vragen geven ons onvoldoende zicht, wat wil het college bereiken? Algemene afspraken lezen we in de technische antwoorden, maar welke kant gaan die afspraken dan op? Wat doen we nu niet of doen we verkeerd of gaat het ten koste van een groep of van een groep huizen, een sector huizen? We snappen het niet. En tot slot, we spreken vanavond ook over woonwagens en woonwagenbewoners. Daar lezen we eigenlijk onvoldoende terug hoe we daar zorg en wonen combineren. Dat is het. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Dan gaan we door naar de heer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Wij vonden het op zich een behoorlijk goed stuk. Een paar opmerkingen.

Het is van belang om ook participatie met buurtbewoners te houden, want bij het plaatsen van kwetsbare groepen in buurten moet er een goede afstemming plaatsvinden met die buurt, want dat is belangrijk voor een goede integratie en om de veiligheid in de wijk te waarborgen. We lazen dat er heel veel nultredenwoningen worden gebouwd. Dat klopt, maar veel daarvan zijn erg klein en daardoor minder aantrekkelijk voor bejaarden. Want we lezen dat 69 procent van hen zoekt naar een driekamerwoning, 18 procent een vierkamerwoning en maar 11 procent een tweekamerwoning. Dus niet elke nultredenwoning is geschikt voor elke doelgroep, voor laten we zeggen de doelgroep ouderen. De voorzitter: Mijnheer Bruch, u heeft een interruptie van de heer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Mijnheer Bruch, is het niet zo dat wat iemand wenst iets anders is dan of het geschikt is? Want als je de jonge generatie zou vragen, dan wil iedereen ook wel een 80 vierkante meter appartement met drie kamers. Ik denk dat bij elke generatie die wel leeft. De voorzitter: Mijnheer Bruch. De heer Bruch: Het punt is dat die ouderen die wonen al ergens en als zij gaan verhuizen dan hebben ze een bepaalde wens, want ze willen misschien ook weleens een keer de kleinkinderen op bezoek hebben en anders

4

blijven ze gewoon zitten waar ze zitten. Terwijl juist die doorstroming zo belangrijk is. Want één oudere die naar een bejaardenwoning gaat, dat levert vijf tot zeven verhuisbewegingen op. De voorzitter: Mijnheer Krouwels heeft nog een interruptie. De heer Krouwels: Dan lees je ook op pagina 13 dat 61 procent van de ouderen naar een sociale huurwoning verhuist. Die hebben we volgens mij ook keihard nodig. De voorzitter: Mijnheer Bruch. De heer Bruch: Ja, zeker. Ik denk dat een hoop ouderen ook in staat zullen zijn om iets meer te betalen dan een sociale huurwoning. Dus wat dat betreft, maar let erop, er staat: we bouwen heel veel nultredenwoningen, maar niet alle nultredenwoningen zijn geschikt voor iedere doelgroep. Dat is wat ik wil zeggen. Daarnaast, daar zijn we in het vragenuur ook al even op ingegaan, het is belangrijk om op korte termijn capaciteit voor de vrouwenopvang te vergroten. Verder zijn we heel benieuwd wat er uit de inspraak komt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Mijnheer Krouwels, nog een interruptie of uw termijn? Termijn, ga uw gang. De heer Krouwels: Dank u wel. Het is inderdaad heel erg een ... Binnen de fractie zaten we ook na te denken van wat moeten we hier nu van vinden? Want dit zijn eigenlijk best wel logische actiepunten op beleid wat we al hebben vastgesteld en het legt eigenlijk twee dingen bloot.

Hoe ontzettend ingewikkeld het vraagstuk en de behoefte is en hoe gigantisch veel beleid er ook vanuit de initiatieven vanuit de raad hierover is geschreven. Het is ons niet helemaal duidelijk, de prioriteit die het college legt. Wat werkt nou echt het beste? We komen er ook niet zo goed uit in de stukken. Ik grapte al een beetje: iedereen zal hier wel met hagel schieten, omdat er zoveel in staat. Dat gebeurt natuurlijk ook. Voor een groot deel kunnen we ons aansluiten bij mevrouw Klazes, als het gaat om, het is heel erg vanuit beleid geschreven en iets minder vanuit initiatieven, zoals knarrenhofjes uiteraard. Iets wat mijn kersverse collega mevrouw De Valk ook opviel, samenwerking als pact, zijn die wel zo zorgvuldig en praktisch functioneel genoeg om goed te kunnen werken? Want uit verhalen uit IJmond bijvoorbeeld zien we dat verschillende instanties, zoals gemeente, woningbouw- en zorgorganisaties aanlopen tegen verschillende rechten op privacy. Daar waren niet alle partijen heel erg enthousiast over. Tweede punt wat ik wil aanhalen, is de haalbaarheid, want we hebben echt knappe doelstellingen voor clusterwoningen. Ook heel erg goed. Wensen vanuit het initiatiefvoorstel Samen beter wonen, maar in hoeverre zit het de bouw in de weg, college? Want als we al deze ambities uitsmeren over al onze projecten, dan zie nog maar een ontwikkelaar te vinden.

Want ik schrik wel een beetje van de cijfers. Ik heb het een klein beetje laten doorsijpelen in mijn interruptie bij de VVD. Op pagina 13, 61 procent van de ouderen verhuisd naar een sociale huurwoning. Financieel gezien is dat niet de groep waar we het meest medelijden mee moeten hebben. Van die groep die wel een woning zoekt, wil driekamerwoningen tot 80 vierkante meter. Het liefst ook nog sociaal. Ik ken nog wel een generatie die precies die woning zoekt. De voorzitter: Mijnheer Krouwels, voordat u dat uit de doeken doet, welke generatie dat is, heeft mevrouw Verhoeff een interruptie op u. Mevrouw Verhoeff: Mijnheer Krouwels, ik mag toch hopen dat u weet dat je niet zomaar kunt kiezen voor sociale woningbouw, maar dat je inkomen laag genoeg moet zijn om daarvoor in aanmerking te komen. Dus wat wilt u nu? Mensen de deur wijzen die wel een laag inkomen hebben?

5

De voorzitter: Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Absoluut niet, maar dat gaat ook om vermogen op hetgeen wat ze achterlaten. Hier staan ook een aantal zaken in waar we ouderen voorrang geven en dat gaat niet alleen over lage inkomens. Er staat ook een actiepunt, waar ik ook een technische vraag over heb gesteld, omdat we ook vermogende ouderen hebben. Dan zet ik er wel vraagtekens bij of we die mensen in een sociale huurwoning moeten zetten. De voorzitter: Dat levert geen vervolgvraag op van mevrouw Verhoeff, maar wel een interruptie van de heer Bruch, op u. De heer Bruch: Mijnheer Krouwels, u heeft het over ouderen die een woning van 80 vierkante meter willen. Kunt u zich voorstellen dat ze misschien een woning achterlaten die meer dan 80 vierkante meter is? De voorzitter: Mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Die kans is ontzettend groot. Alleen de kans is ook groot dat dat dure koopwoningen zijn. En dan bedienen we ook niet de groep waar ik het net over had. De voorzitter: Gaat u door met uw betoog, mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Ik ben benieuwd hoe het college daartegenaan kijkt. Graag een reactie. Tot slot, samenwerken in de regio.

We zien dat wij als centrumgemeente een hele belangrijke rol vervullen voor al deze doelstellingen, maar hoe werken die afspraken met onze buurgemeenten? Als ik kijk naar wat er wordt gebouwd in Bloemendaal en in Heemstede, wordt geen van deze opdrachten buiten de gemeentegrenzen uitgevoerd. Graag een reactie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Krouwels. We gaan door met het betoog van mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Ik begin en mevrouw hier naast mij gaat het aanvullen aan het eind. De voorzitter: Dat is mevrouw Bastiaans, voor de kijkers thuis. Mevrouw Verhoeff: Sorry, mevrouw Bastiaans. Voorzitter, ik ben een ramp met namen. Ik weet wel dat dit een goed stuk is, wat wij hebben zitten lezen. Ook bij een goed stuk zijn er natuurlijk altijd nog wel verbetersuggesties. Wij zijn in ieder geval heel blij dat Samen beter wonen en ons initiatiefvoorstel wat mijn collega Heinis, die achternaam heb ik even geoefend, voor de vergrijzingsproef heeft ingesteld, dat soort zaken worden wij echt wel heel blij van, dat het goed verwoord is in deze tekst. Woningdelen zijn wij groot voorstander van en in dat kader mag ook wel wat meer aandacht nog voor de coöperatievorm van wonen. Ik zal zo ook toelichten waarom wij dat vinden.

Gemengd wonen, onder andere om zorg te coördineren, om de zorg beter, makkelijker te coördineren als je gemengde woonvormen … Enerzijds door mantelzorg door de buren, maar ook dat daar de organisaties beter hun diensten bij kunnen verdelen, is prima. De zorgvraag bij elkaar. In steeds meer steden zie je een hands-on aanpak. Amsterdam wil een verhuisservice. En een woningcoöperatie in Schiedam heeft een prachtige klussendienst met het sociale werkbedrijf. Kan dat niet ook hier in Haarlem? Om in ieder geval het voor iedereen aantrekkelijk te maken om die woningen up-to-date te houden. We hebben wel één opmerking en die lijkt iets meer op kritiek. De huidige ouderen zijn nog … Laat ik het anders zeggen. Laten we beginnen bij de babyboomers. Zij zijn nu allemaal tussen de 70 en de 80. Dit is de

6

nieuwe generatie ouderen. Het werd volgens mij ook door de VVD, maar ook door de heer Krouwels zijdelings al aangestipt. Dit zijn mensen waar een groot gedeelte al in een koopwoning, ook mensen met relatief lagere inkomens, omdat ze gewoon ooit lang geleden met allerlei premies verlokt zijn om hun eigen huis te kopen. Als je dan maar oud genoeg bent, heb je kapitaal. Het is denk ik heel handig om als je kijkt naar coöperatieve woonvormen, ook te kijken, kun je daar de mensen met een eigen woning in meenemen die in staat zijn om met een goede hypotheek daar ook in de buurt geconcentreerd samen te wonen? Of dat ook voor woningdelen geldt, vind ik wat ingewikkelder, maar ook daar hoor ik het college graag over. Kijk de Boomers, die 70-, 80-jarigen, die hebben één à anderhalf omgerekend fte aan pensioen. Dat is toch iets anders als mensen die echt in de lage inkomensgroepen zitten. Ik hoor daar net achter, in de tijd dat ik werkte, gaf al bijna geen vrouw haar baan meer op en zijn er na mij de jongeren die ook een keertje oud worden, die ook naar die woningen toe willen, die hebben dadelijk twee volwaardige pensioenen. Ik denk dat we daar rekening mee moeten houden, dat je dus koop, sociaal en de wat duurdere huur gecombineerd in het samenwonen. Niet alleen afhankelijk zijn van coöperaties en de opmerkingen over knarrenhofjes heb ik gehoord, lijkt mij ook prima.

Daar wil ik het bij laten en dan is mevrouw Bastiaans. De voorzitter: Een moment voordat u begint, mevrouw Bastiaans. Mevrouw Klazes van GroenLinks heeft een interruptie. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor u net iets interessants zeggen, namelijk dat de mensen met vermogen, de babyboomers die een huis hebben en dat waarschijnlijk afbetaald hebben, dat er een mogelijkheid is dat je die samen in een knarrenhofje, ik zeg maar wat. Bent u het met me eens dat dat meer iets is vanuit eigen initiatief van die mensen zelf om dat op te pakken of moet dat echt gefaciliteerd worden of hoe ziet u dat voor zich? De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: De faciliteringsvraag is al een stap verder. Je zult eerst moeten nadenken: wat ga je doen? Wat volgens mij ook GroenLinks altijd ondersteund heeft, is kijk naar coöperatieve woonvormen. Dat kunnen mensen ook zelf doen, maar het is ook heel erg prettig om gewoon daar rekening mee te houden met onze ontwikkelingen. Ga je clusters bij elkaar zetten, waar mensen omdat we nu eenmaal niet meer snel in een verzorgingshuis kunnen komen, is het ook verstandig om daar niet alleen naar sociale huur en de corporaties ... Dit stuk leunt nogal op de corporaties. Zie het ook wat breder. De voorzitter: Mevrouw Bastiaans, het is nu uw beurt. Ga uw gang. Mevrouw Bastiaans: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar korte vragen.

Naast dat al gezegd is dat we het een heel goed stuk ook vinden. Voor de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking zien we dat uit de behoefteraming van AEF Research de vraag naar woningen groter blijft dan het aanbod. In dat programma staat eigenlijk alleen maar een actiepunt behoud van het aantal plekken. Dus zijn er mogelijkheden om hier toch ook aan die toenemende vraag te voldoen? Verder kwam uit de gesprekken met de stad dat het niet altijd duidelijk is welke organisaties benaderd kunnen worden om zorgen te uiten, dat dat ook wel verwarring geeft. Zijn er afspraken met Buurt en sociale wijkteams om hier ook een centrale rol in te krijgen? Verder hadden we nog een vraag, hetzelfde als de VVD, over de vrouwenopvang. Het Oranjehuis komt eraan, maar tot die tijd is er al een groot tekort en kan daar ook op korte termijn iets aan gedaan worden? Tenslotte, meer de opmerking over, er vanuit gaande dat bij al deze bouwprojecten Social Return On Investment afspraken ook hierbij betrokken worden. Dus dat was het.

7

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bastiaans. Dan gaan we door naar mevrouw Scholten van Jouw Haarlem. Ga uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Ik spreek ook namens OPH en SP. Hoewel die misschien nog wat aan willen vullen, maar dat horen we dan vanzelf. Ik heb me vooral even verbaasd over de ambitie in jaren. Het is een project van een lange adem. Dat zeggen we zelf. Het is ook niet één project, het is een hele grote stap met 300 projecten minstens. Moet Gewoon samen thuis in 2030 goeddeels staan of is er een langere termijn voor uitgetrokken? Het ging net even over Sint Jacob, kan dat misschien als pilot worden gebruikt voor de vrouwenopvang en dan voornamelijk voor vrouwen met kinderen of voor zo'n Gewoon samen thuis project? Als het dan toch leeg komt te staan. Wordt er echt extra budget vrijgemaakt? Want het lijkt toch voornamelijk voor de sociale basis neer te komen en voor jeugdhulp op bestaande subsidies, bestaande potjes en dat wat er al is. Dat lijkt ons niet voldoende om dit echt goed op te zetten door de hele stad heen. Dus wordt er echt extra budget vrijgemaakt en hoe gaat dat dan werken? Dan heb ik het dus niet over het vastgoed, maar over de samenlevingskant ervan. Op dit moment verschraalt de sociale basis nog steeds behoorlijk. We lezen ook weer in stukken die eraan komen dat mensen steeds meer van eigen kracht weer uit moeten gaan.

Dat ouders van een kwetsbaar kind dat kwetsbare kind toch vooral zelf zullen moeten opvangen. Hoe gaan we dan zorgen voor een zorgzame wijk? Ook een anekdote. Er lopen best regelmatig mensen met een haperend brein rond in de stad, die eigenlijk niet meer zo goed zelfstandig kunnen wonen, maar waar toch te weinig hulp is, omdat we gewoon te weinig mensen hebben om ze te helpen. Dus hoe gaan we zorgen, echt zorgen dat die sociale basis heel sterk op orde komt? Er zit ook een knip tussen de preventie in de sociale basis en jeugdhulp, waardoor kinderen, als je pech hebt, toch tussen wal en schip vallen. Die kunnen ook niet altijd door een buurvrouw worden opgevangen, om maar wat te noemen. Dus hoe ziet het college de combinatie van echt voldoende professionals in de wijken en de zorg in de wijken voor zich? Er is een voorbeeld denken wij wel te vinden in Oss, waar een zorgbuurthuis is opgezet als een pilot. Die al heel lang loopt en gewoon functioneert. Zouden we daar eens op werkbezoek kunnen gaan? Is ook leuk, komen we een keer in Oss. Om eens goed te kijken hoe zij dat hebben ingericht.

Vooral dus tijdelijk gebruik van vastgoed zie ik hier als kans, maar ook als misschien wel een risico, want als je iets tijdelijk gebruikt en dat wordt daarna weer verkocht, waar moeten de mensen dan vervolgens heen? Want ik zie tijdelijk gebruik, ik weet even niet meer welke bladzijde het is, benoemd staan. Ik denk dat dat het voor nu even is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Scholten. Wie gaat er door? Mevrouw Hartman, Forum voor Democratie. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Het actieprogramma Gewoon samen thuis benadrukt op een positieve manier de waarde van hofjes als woonvorm. FvD is ook blij om dat te zien. Echter zijn er ook een aantal zaken in dit stuk waarbij wij een kanttekening of vragen willen plaatsen. We beginnen bij langer zelfstandig thuis. Het programma zet er flink op in, maar dit heeft volgens ons ook een negatieve kant, namelijk eenzaamheid. De sociale cohesie die hofjes bieden, is waardevol, maar lijkt ons onvoldoende om structureel de vereenzaming van ouderen in reguliere wijken tegen te gaan. We zien veel liever ook de klassieke tehuizen, met zelfstandige woonruimtes en met gemeenschappelijke ruimtes, voor zijn die hun woonruimte fijn vinden. Dat scheelt ook reistijd tussen cliënten voor verzorgend personeel, waardoor zij efficiënter kunnen werken. Wel zo fijn voor de personeelstekorten. Ook fijn voor de doorstroom van woningen.

Een ander belangrijk aandachtspunt is de rol van mantelzorgers. Veel jongeren en kinderen van ouderen verlaten Haarlem, omdat de stad te duur is geworden om te wonen. Dit maakt het ook moeilijker voor hen om mantelzorg te bieden, omdat zij fysiek verder weg wonen. Kinderen van ouderen werken geregeld als tweeverdieners in voltijdbanen en sturen hun eigen kinderen naar de opvang. Hoe treurig het ook is, om vele woningen in onze stad toch te kunnen betalen, is dat wel nodig. Hierbij dan ook onze vraag aan de

8

wethouder. Gaat u er echt vanuit dat zij structureel zorg kunnen dragen voor hun ouders, terwijl in de praktijk een regulier kopje koffie komen doen al lastig blijkt? Laat ik hierbij wel even zeggen dat ik deze trend ook ontzettend treurig vind, maar het is wel even de realiteit waar deze mensen in zitten. Daarnaast hebben we kritiek op het kunstmatig koppelen van mensen om een gemeenschap te vormen. Het idee dat experts door middel van interventies cohesie kunnen bewerkstelligen, gaat een beetje voorbij aan de natuurlijke dynamiek van sociale interacties. Gemeenschappen groeien organisch en zijn afhankelijk van gedeelde belangen, van vertrouwen en vrijwillige betrokkenheid. De vraag is dus maar of dit werkt en of dit allemaal niet een averechts effect zal hebben? Verder lezen we de zorgen vanuit stakeholders en bewoners over de bereikbaarheid van de ouderenvoorzieningen. Ik citeer een bewoner. “De buurt is niet rolstoelvriendelijk. De bestrating is slecht en hobbelig, hoeken en randen te scherp of te stijl en er zijn gaten in de weg. Ik heb laatst een val gemaakt door zo'n gat en nu heb ik mijn ribben en mijn goede hand gekneusd. Ik kan nu veel minder zelf.” Voorzitter, een plaats om te ontmoeten heeft weinig zin als je er lastig kan komen en dit soort situaties, waarin het zelfs onveilig lijkt, lijkt ons al helemaal niet de bedoeling.

Ik kan me ook niet voorstellen dat dit de bedoeling is van de wethouder. Dus hierbij ook onze vraag. Heeft u kennis genomen van deze verhalen en bent u bereid in samenspraak met het college met prioriteit deze omgevingen beter en veiliger te maken voor de ouderen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hartman. Dan gaan we door naar mijnheer Visser, ChristenUnie. Ga uw gang. De heer Visser: Voorzitter, er staat zoveel in deze notitie. Daar kunnen we heel lang over praten. Dus ik heb ervoor gekozen om één onderwerpje eruit te pakken en voor de rest wachten wij de inspraak af. Dat is geclusterd wonen. Als ik de cijfers zo zie, dan hebben we honderden voorzieningen voor geclusterd wonen nodig. Ergens in de bijlage telt het op tot wat er beschikbaar is, ik geloof 250 of 450, maar in ieder geval flink minder dan wat er nodig is. En ik mis dus eigenlijk een actie van locaties zoeken, want dat hebben we wel gedaan met Domus+. Dat hebben we wel gedaan met het volgende agendapunt, de woonwagens. Ga wij nu actieve locaties zoeken? Ik heb het idee dat het geclusterd wonen vooral nu leunt op van nou, we hebben een grote golf en we hebben een aantal andere zorgvoorzieningen en we gaan kijken of we die kunnen uitbreiden.

De ChristenUnie denkt dat we, gezien de vergrijzingsgolf die eraan komt, meer locaties voor geclusterd wonen met een beetje zorgvoorzieningen in de buurt nodig hebben. Dus gaat de wethouder zo'n inventarisatie doen? Wordt dat een van de acties? Gaan we straks, als het definitieve plan komt, een kaart van Haarlem krijgen van hier, we hebben 5 of 10 nieuwe locaties gevonden waar we geclusterd wonen gaan realiseren? Dat is mijn vraag, voorzitter. De voorzitter: Mooi beknopt, mijnheer Visser. Dan gaan we door naar mevrouw Moedt, ga uw gang, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Wij vonden het op zich een duidelijk rapport, althans over de opgave, niet over de financiën. Daar zal ik zo nog even iets over zeggen. We vragen ons een paar dingen af. Bijvoorbeeld, is de verwachte uitstroom van beschermd wonen zorgvragers misschien niet te optimistisch ingeschat? De problematiek die zorgvragers hebben, wordt door de hulpverlening vaak al steeds zwaarder ervaren. In hoeverre blijft er ruimte voor ontwikkeling van woonplekken voor mensen die niet passen in bijvoorbeeld Domus+ of Skaeve Huse, bijvoorbeeld mensen die ziek zijn en kwetsbaar, maar niet per se overlast veroorzaken? Alle vormen van gecentreerd beschermd wonen maken toezicht makkelijker. Ook voor de lichtere vormen. Eén ronde van een hulpverlener, om te kijken of alles goed gaat.

Dat is een stuk efficiënter als je dat kan centreren, dan wanneer je moet verplaatsen door de wijken. Juist de mensen met lichtere

9

problematiek, die nu beschermd wonen, zullen door het wegvallen daarvan verspreid in de wijk terechtkomen, waardoor er waarschijnlijk minder toezicht is op het voorkomen van risicovol gedrag, dat psychiatrische problematiek verergert. Wat moeilijker wordt, is bijvoorbeeld goed monitoren wie er op bezoek komt, dealers weghouden, signaleren als iemand 's nachts zwerft of excentriek gezag gedrag vertoont of wie er illegale handelingen verricht. Is dat wel verstandig? Vragen wij ons af. Wat vinden de zorgorganisaties hier eigenlijk van? Stel nou dat afgesproken regionale spreiding in de maatschappelijke opvang niet volgens plan verloopt of de complexiteit van de gevraagde zorg in Haarlem enorm toeneemt, is er dan een plan B? Kort wordt geschreven over economisch daklozen, die uiteindelijk door hun dakloosheid gebruik moeten maken van de Wmo. Onvoldoende komt in dit plan terug hoe dan ook wordt voorbereid op een mogelijke groei van deze groep. Ouderen moeten langer thuis gaan wonen, want er komen steeds meer ouderen en minder professionals om voor hen te zorgen. Er wordt gestuurd op het tegengaan van eenzaamheid. Prima natuurlijk.

En het bieden van welzijnsvoorzieningen voor zorgbehoevende ouderen, maar hoe helpt een gemeenschappelijke plek 100 meter verderop als je bijvoorbeeld niet meer kan lopen? De aanname dat de gemeenschap een zorgbehoevende inwoner zo zal ondersteunen dat die intramurale zorg minder nodig is, daar zit wel wat van onze zorg. Niet alles wat we bedenken, werkt in de praktijk ook zoals we hoopten. Veel ouderen en kwetsbaren in Haarlem zijn alleen. We moeten steeds meer uitgaan van inzet van buurtbewoners om hen te ondersteunen, maar dat is geen gegeven. Wel weten we dat een huisdier die eenzaamheid kan verlichten, maar voor sommige mensen wordt de dagelijkse zorg voor een dier te zwaar. Gelukkig is er voor hen het project Dieren Buddy van de Dierenbescherming, die vrijwilligers koppelt aan mensen met een huisdier die extra hulp kunnen gebruiken. En goed dat we de promotie van het initiatief in onze nieuwe dierenwelzijnsnota hebben opgenomen. Wilt u hier snel mee aan de slag gaan, wethouder? Een goede ontwikkeling is dat steeds meer verzorgingstehuizen toestaan dat mensen hun huisdier mogen meenemen. En het zou fijn zijn als onze wethouder dat in haar gesprekken met alle zorgverleners toejuicht en niet alleen bij de ouderenzorg. Het valt ons verder, net als de PvdA, op dat het aantal woningen van mensen met een verstandelijke beperking niet meegroeit met de vraag.

De wachtlijsten zijn al lang. Kan hier extra aandacht naartoe? De financiën. Wat wij niet helemaal begrepen, is dat er geen financiële richting wordt gegeven voor die nieuwe dingen die nog niet van een dekking zijn voorzien, die uit dit plan voortvloeien. Waar gaat het eigenlijk om? Is dat tonnen? Is dat miljoenen? Tenslotte, het initiatiefvoorstel Samen beter wonen vinden we positief, dat wordt omarmd. We hopen dat dat kan bijdragen aan het bouwen van sterkere gemeenschappen. We zijn benieuwd wat er uit de inspraak naar voren zal komen. Of de partner het haalbaar achten en of de gemeente niet meer kan doen aan haar wettelijke taken en het oppakken van een faciliterende rol. Dank. De voorzitter: Dank u, mevrouw Moedt. Dan gaan we door naar de heer El Aichi van het CDA. Ga uw gang. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Over het algemeen is het een goed stuk. Toch heb ik een aantal aanvullingen en aandachtspunten. Neem nou de sociale wijkteams bijvoorbeeld. Daar ontbreekt het aan kennis als het gaat om cliënten met psychische problematiek. De buurthuizen zijn nog niet voldoende toegankelijk voor mensen met psychische problemen. De gemeenten maken zich zorgen om de 24-uur bereikbaarheid van psychische klanten. Graag aandacht hiervoor.

Jouw Haarlem zei het net al, over of er nagedacht is om de sociale basis extra budget toe te kennen? Want als je nu kijkt naar bijvoorbeeld de sociale wijkteams, die nemen heel veel taken op zich, maar met de mensen die zij nu hebben, straks gaan ook wachtlijsten ontstaan. Dus aandacht hiervoor. Laatste punt, investeer graag in meer mantelzorgers. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer El Aichi. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem, ga uw gang.

10

Mevrouw Van Zetten: Eerlijk gezegd vond Hart voor Haarlem het toch wel een beetje een grabbelton. Wat zullen we daar eens uithalen? Ik ben natuurlijk wat ouder, dus ik kijk graag naar de ouderen. En dan lees ik de kernboodschap, dat de komende jaren heel veel mensen met een zorg- en ondersteuningsbehoefte in een zelfstandige woning blijven wonen. Dan denk ik: dat is toch wel een beetje een wensgedachte. Want er is pp dit moment volgens mij een discussie gaande of er toch niet weer een soort bejaardenhuizen moeten komen, waarbij je mensen hun eenzaamheid bespaart en zorg kunnen bieden en dan toch een aardige woning. Want wat nu blijkt, is dat heel veel mensen best wel willen doorstromen, maar dat het aanbod van woningen te klein is. Dan denk ik niet aan sociale woningen, want dat vraagstuk komt hier elke week aan tafel. Maar juist om de mensen die wat kunnen betalen en willen een nul treden, een appartement en die zijn er vrijwel niet in Haarlem. Ze zoeken nu hun toevlucht tot de apenrots in Heemstede. En ik denk: dat scheelt ons ook heel veel belastingbetalers en ik vind het gewoon een onverstandig verhaal van dit college. Want we hebben nu al een paar keer gezien dat ontwikkelaars die best iets willen, ook wat duurdere appartementen willen bouwen, dat ze geen poot aan de grond krijgen in deze gemeente, omdat er geen ambtelijke capaciteit voor is.

Ik denk dat het deze wethouder wel zou sieren als het nu eens wel wat beter zou worden aangepakt. We hebben een heel mooi pand aan de Dreef gezien, waar vroeger de Rabobank inzat. Daar zouden appartement inkomen. Daar wilden mensen doorstromen en dat lukte niet, omdat wij daar geen tijd voor hadden. Daar laat ik het maar bij. De voorzitter: Dank, mevrouw Van Zetten. Anderen? Niemand. Dan gaan we eerst naar wethouder Roduner. Ga uw gang. Wethouder Roduner: Dank u wel. Het is een heel breed onderwerp wonen en zorg. Dus je kunt het vanuit heel veel verschillende invalshoeken aanvliegen. Dat doet u ook. Veel van de opmerkingen die heeft gemaakt en de vragen die u heeft gesteld, zullen we meenemen bij de beantwoording, bij de in de inspraak en dan bij de definitieve reactie op terugkomen. Ik denk even in algemene zin, ben ik ontzettend blij en volgens mij hoor ik complimenten over het stuk wat er nu ligt. We doen natuurlijk al heel veel in Haarlem, al heel lang op heel verschillende vlakken. We hebben een pact voor ouderenhuisvesting, Housing First. Op heel veel zorgvlakken hebben we eigenlijk al heel veel stappen gezet de afgelopen jaren. In de standaard kaders die we bij de woningbouw hebben vastgesteld, gaat het uit van woningen die gelijk net even dat stapje extra doen als het gaat over toegankelijkheid, om ook verschillende doelgroepen te bedienen.

Dus het gaat niet alleen over nultredenwoningen, maar net even een aantal extra dingen hebben we met elkaar afgesproken. Die ervoor zorgen dat in ieder geval de nieuwbouw die we gaan doen, dat die al een hele stevige basis heeft. En dat zie je ook terug in het stuk, dat we ons over dat lichte deel eigenlijk geen zorgen hoeven te maken. Wat volgens mij ook hartstikke goed gaat, is het realiseren van echt de zware zorgwoningen, de verzorgingstehuizen. Daar ligt ook een behoorlijke nieuwbouwopgave, die we samen met de zorginstellingen oppakken. Ik denk als je kijkt naar Hof van Jacob, dus in de Boerhaavewijk, dat dat ook echt een voorbeeld is, niet alleen qua zorgcomplex, maar ook qua woongemeenschap wat ze daar hebben gebouwd en ook echt bijzonder voor Haarlem, maar misschien ook wel voor Nederland. Dus ik zie in ieder geval dat een hele hoop goede stappen worden gezet, om te zorgen dat Haarlem klaar wordt gemaakt voor de toekomst. Waarin er wel sprake zal zijn van stevige vergrijzing. Vergrijzing die ervoor zorgt en waarbij het kabinet heeft gezegd: de verpleeghuiscapaciteit gaan we niet structureel uitbreiden. Er komt nog een klein beetje bij in Haarlem, maar in principe wordt dat landelijk niet verder uitgebreid en zullen we het ook op een andere manier met elkaar moeten oplossen.

Ik denk juist de vormen die we dan zoeken met elkaar, het versterken van de geclusterde woonvormen, de wooncoöperaties, beoogd zijn om te zorgen dat we het met elkaar oplossen. Dus mevrouw Klazes heeft het over een beetje zelforganisatie, dat je zelf ook probeert als je dat kan je leven vorm te geven. Dat kan in de meest extreme vorm gaan dat je zelf het initiatief neemt om een gebouw te organiseren. Met mensen iets te kopen en dan samen een knarrenhofje te ontwikkelen. Dat is de meest extreme vorm, maar het gaat ook over

11

samen elkaar helpen, regie nemen op je leven en zorgen dat je samen met je buren die gemeenschap maakt. Zoals het voorbeeld over de Laan van Berlijn. Dat vond ik een mooi voorbeeld. Dus ik denk dat dat dit ook beoogt om die stevige basis te leggen. Zijn we klaar? Nee, natuurlijk niet, maar het geeft wel een hele goede analyse over welke opgaven we de komende periode we met elkaar moeten hebben. Ik zal een paar dingen langslopen. Knarrenhof is zo'n geclusterde woonvorm. Dat is een heel specifiek concept. Dat zit er denk ik in. Dus ik denk dat we die term misschien nog even ergens moeten duiden. GroenLinks vraagt over die ondersteuning. Het team is bij NexT geweest om daar inspiratie ook op te doen van hoe dat bij NexT gaat. Dan doe ik de jongeren straks even, van de Actiepartij. D66 vraagt denk ik heel expliciet over de haalbaarheid van de bouwopgave. Ik denk dat de ambitie hoog ligt. Ook van deze raad. Als je kijkt naar de geclusterde woonvormen, waar de ChristenUnie naar vraagt, hebben we denk ik best goed in het vizier wat daarvoor geschikte locaties zouden zijn. Dus die lopen mee in de nieuwbouwopgave. Maar we kijken voor die geclusterde woonvormen ook met name ook in die bestaande bouw, die rond een zorgcentrum kan zijn en die een beetje die coöperatieachtige vormen. Daarvan hebben natuurlijk gezegd: Zwemmerslaan is een spannende.

Dus lukt het ons om al die gestapelde ambities dan ook daadwerkelijk te krijgen, dat er een initiatiefnemer, ontwikkelaar is die daar op in wil stappen? Ik denk de eerste test daarvoor is Zwemmerslaan. We hebben ook die vormen meegenomen in de ambitie voor het Delftplein. Dat is ook een tweede locatie. Ik had ook nog een gesprek over de Korte Verspronckweg locatie. Even bekijken of je zulk soort dingen kan gaan doen. Dus dat zijn wel de plekken waar we proberen, ook waar we wat meer grip hebben, omdat het eigen grond is, die ambitie wat hoger te leggen. Ook in ontwikkelzone zuidwest in het middengebied zijn we met ontwikkelaren in gesprek om in het middensegment die zorgwoningen te doen. Dat vinden ze ook spannend. Dat is voor hun ook nieuw. Dus dan betrekken we ook de zorginstellingen daarbij, om te kijken van hoe gaan we dat met elkaar oppakken? Maar die ambitie ligt er wel en hoeft niet bij de gemeente per se te liggen, maar ligt ook bij de markt. De voorzitter: Mijnheer Roduner, u heeft een interruptie van de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: De wethouder noemt net een paar locaties op waaronder Delftplein, maar dat zijn precies locaties die uit die tabel komen, waar ik uit citeerde, namelijk bijlage 2. Dat telt op tot om en nabij de 450 geclusterde woningen. Terwijl eerder in het rapport de behoefte veel hoger is. Een paar honderd extra.

Dus gaat de wethouder bovenop de locaties van bijlage 2 andere locaties in Haarlem zoeken en komt dat in het uiteindelijke plan? De voorzitter: Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Ja, we zijn aan het zoeken hoor en we hebben ook al wat gevonden. Dus dat gaat ook denk ik, dat probeerde ik ook uit te leggen, als het gaat over de wooncoöperatie, dan zien we denk ik vooral echt kansen ook in de nieuwbouw. Als het gaat over geclusterde woonvormen, dan is het nieuwbouw, maar zullen we ook nadrukkelijk moeten kijken naar de bestaande voorraad. Dat doen we ook met de corporaties. Daar zien we ook goede kansen en we monitoren ook inderdaad die kansen in de nieuwbouw. We zullen even kijken of we daar bij het volgende stuk ook meer inzicht in kunnen geven. Ik denk dat we ook meer inzicht zullen proberen te geven in de jongerengroep, waar de Actiepartij naar vraagt. Ik weet niet of het helemaal lukt om die thuis wachtende jongeren in kaart te brengen, maar volgens mij loopt daar wel een onderzoek naar. Die 15 plekken die we nu als opgave hebben gedefinieerd, is ook goed om te weten dat dat in de regio is. Dat dat niet alleen in Haarlem is. Dus dan weten we dat daar ook nog naar aan het zoeken zijn. Wat hebben we nog? Belangrijk is ook dat we de ambitie die we hier nog wat verder neerleggen, is dat concept van die zorgzame wijk. Dus ik zit hier als wethouder wonen.

Volgens mij heb ik een uitgebreide analyse gemaakt wat

12

opgave is. Dus daar hebben we het een beetje … Laten we het daar dan even bij houden. Ik denk dat de ambitie die we extra neerleggen, is dat we zeggen: kunnen we ook aanslag om de bestaande wijken zo in te richten, zo te versterken op sociaal gebied en fysiek gebied, om te zorgen dat we klaar zijn voor de toekomst? Dat er inderdaad kansen zijn om voor elkaar te zorgen, de zorg te ondersteunen en mensen uiteindelijk beter en gelukkig in een wijk te laten blijven wonen. Dat is best een lastig concept. Dat hebben we ook nog niet op poten gezet. Dat doen we niet alleen. Dat moeten we samen doen met de corporaties, met wijkbewoners, mensen die enthousiast zijn, met de zorgorganisaties en ook met de welzijnsorganisaties natuurlijk. Dat is denk ik het nieuwe stuk wat u leest. Hebben we ook nog geen budget voor. Dus we moeten ook nog kijken hoe we dat organiseren. Dat is denk ik een terecht punt wat u daarin signaleert, maar ik denk dat dat wel een interessant vraagstuk is. Waarvan we misschien ook in een soort van pilot in een specifieke wijk moeten kijken hoe we dat een stap verder gaan brengen. Die ambitie ligt er nadrukkelijk. Ik denk dat dat het wel een beetje is en we proberen de meeste dingen denk ik terug te laten komen in de reacties. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. U heeft nog wel een interruptie van de heer Krouwels.

Met nadruk wel dat het gewoon een inspraakbijdrage is. Mijnheer Roduner gaat er ook vol op in met alles duiden, maar het moet juist terugkomen in het stuk uiteindelijk. Mevrouw Van Loenen gaat ook nog even reageren op uw punten. Ga uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank u wel, voorzitter. Vanuit de zorgkant zijn wij best wel blij eigenlijk met een programma wat echt gaat over wonen en zorg. Omdat we natuurlijk heel erg vaak zien en we bedoel ik eigenlijk ook een beetje de wethouders in de regio, die wonen kant is essentieel om allerlei knelpunten in de zorg op te lossen en om echt toekomstbestendige zorg te hebben, hebben we die wooncomponenten heel erg hard nodig. Dus daar zijn we heel erg blij mee. Er werden een aantal vragen gesteld, ook al net in het vragenuur, over de vrouwenopvang. Dus daar zal ik eerst even mee beginnen, zodat we dat helder hebben. Dat gaat over of er voldoende plekken zijn. Dat heb ik bij het vragenuur ook even uitgelegd. We hebben inderdaad een intentieverklaring getekend voor een nieuwe vrouwenopvang in Haarlem-Noord. Heel goed nieuws. Dat duurt trouwens wel natuurlijk nog even voordat hij er is. Het is ook niet zo dat dat een uitbreiding van het aantal plekken is, maar dat staat ook eigenlijk denk ik een beetje los van de huidige stand van zaken, waar een artikel over is verschenen in het Haarlems Dagblad.

Waar denk ik een aantal van u op aan is geslagen. Dat gaat heel erg over dat die keten wat verstopt raakt, omdat de uitstroom uit de opvang stagneert. En ik heb in het vragenuur aangeven dat ik daar met de Blijf Groep contact over heb en dat we dus gaan kijken of we de uitstroom kunnen versnellen. Waardoor er ook wat meer doorstroming is. Want normaal gezien, wij gebruiken al het geld wat wij van het Rijk krijgen voor de vrouwenopvang, waar het voor bedoeld is. Het is ook niet dat daar ruimte in zit in die landelijke budgetten, dat we nog extra plekken kunnen maken. Normaal is het ook een beetje, de ene keer wat meer, de andere keer wat minder qua bezetting in de opvang. Ik denk ook wel dat het heel erg weergeeft, wat hier ook de rode draad is, die beweging van opvang naar wonen is superbelangrijk. Dat is ook de essentie van waar we mee bezig zijn, ook wat betreft de maatschappelijke opvang en ook wat betreft beschermd wonen. Ik denk dat je dat ook ziet bij de maatschappelijke opvang. Dat je zegt: wonen eerst staat centraal. Dus eerst een huis en dan met de juiste zorg ergens wonen. Dat geldt ook voor het beschermd wonen. De voorzitter: Voordat u daaraan begint, sta ik even de interruptie toe van mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Anders krijg ik echt kramp.

Klopt het dat er nog steeds, op zich wordt er voor mensen die acuut in nood zijn plek gevonden, is het niet bij de vrouwenopvang dan is het in een hotel, dat er

13

echt behoefte is aan meer plekken ook in Haarlem voor vrouwen met kinderen, omdat dat in Haarlem eigenlijk nog niet zo geregeld is? Want die plekken zijn er niet zo geschikt voor. De voorzitter: Mevrouw Van Loenen. Wethouder Van Loenen: Dat is een van de belangrijkste redenen waarom we een Oranjehuis bouwen in Haarlem-Noord, omdat je daar eigenlijk beter kunt wonen in de vrouwenopvang met kinderen. Dus dat is denk ik ook echt de toegevoegde waarde daar. Dus dat concept is er ook bijvoorbeeld in Alkmaar. Wij werken op dit terrein van vrouwenopvang met Alkmaar en met Zaanstad als centrumgemeenten. Je wilt eigenlijk betere opvang en daarom ben ik ook heel erg blij dat we dat gaan maken in Haarlem. Voor de regio overigens. Beschermd wonen, werd ook gevraagd. Is dat niet al te optimistisch? Dat is natuurlijk ook een spannend proces. U zegt denk ik heel erg terecht, de Partij voor de Dieren zei dat, niet alles werkt in de praktijk zoals we het hadden uitgedacht en daarom hebben we ook gekozen voor een beetje voorzichtig scenario bij beschermd wonen. Het is overigens niet zo dat het Domus+ is of niets. Helemaal niet. We hebben een heel arsenaal en een heel assortiment aan beschermd wonen locaties, met ook ontzettend veel aanbieders in de aanbesteding die we afgelopen jaar hebben gedaan. Ongeveer 24, even uit mijn hoofd. Dus er is al heel erg veel beschermd wonen variatie.

Het is niet zozeer dat je niet terechtkunt als je geen overlast geeft. Sterker nog, er zijn dus heel erg veel locaties beschikbaar. Dat neemt niet weg dat bij die ontwikkeling van beschermd wonen naar beschermd thuis dat we inderdaad denk ik voorzichtig moeten zijn en dat we dus ook niet zomaar dingen gaan afbouwen als we niet zeker weten, 100 procent zeker weten, dat er plek is en dat er goed wordt gezorgd voor de mensen die dat nodig hebben. Er was ook een vraag over mensen met een verstandelijke beperking. Daar gaat het om een kleine extra vraag, maar er zijn ook al plekken in ontwikkeling. Dus het is niet dat daar dus nog heel erg veel extra daarbovenop nodig is. Dat zullen we ook nog verder uitwerken in het vervolg. Misschien nog iets over die tijdelijkheid, want er werd een aantal keren gevraagd: kunnen we niet tijdelijk huisvesting organiseren voor aantal groepen? Dan ging het ook bijvoorbeeld over de gezinnen, maar ik denk wel dat je moet kijken naar die tijdelijke huisvesting, dat dat bedoeld is voor mensen die we ook echt tijdelijk kunnen huisvesten. Daarom zijn we ook wel terughoudend als je het hebt over Tijdelijk onderdak, waar we gelukkig ook een plek voor hebben gevonden in de afgelopen weken. Dus dat is een tijdelijke huisvesting, vooral voor mensen die anders in de maatschappelijke opvang terechtkomen.

Daar zijn we toch ook terughoudend om dat soort tijdelijke huisvesting voor gezinnen toe te staan, omdat het is ook veel ingewikkelder om die mensen op de juiste plek te krijgen daarna weer. Dus je kunt beter voor de gezinnen veel meer naar een snellere structurele oplossing … De voorzitter: Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem, nog een interruptie. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Waar ik vooral op aansloeg bij dat tijdelijk, was dat er in het stuk zelf op bladzijde 22, daar staat het: we zien dat er kansen zijn om samenwerking tussen zorgorganisaties te versterken. Bijvoorbeeld bij het tijdelijk gebruik van complexen, in afwachting van verhuizing renovatie. En daar vroeg ik me dan vanaf: is dat bestendig genoeg? De voorzitter: Mevrouw Van Loenen. Wethouder Van Loenen: Is dat bestendig genoeg? Ik weet niet precies helemaal wat u bedoelt. Mevrouw Scholten: Kunnen mensen daar dan lang genoeg zitten?

14

Wethouder Van Loenen: Ja. Bijvoorbeeld bij Tijdelijk onderdak moet je ook rekenen dat je daar ook maar tijdelijk mag zitten. Dan heb je het over een jaar of twee jaar. Dat zijn eigenlijk wel de plekken waar je even op adem kan komen, waar je ook eventueel met begeleiding naar structurele huisvesting door kan stromen. Dus het is wel degelijk, denk ik, een oplossing voor zeker een flink aantal mensen die nu nog bijvoorbeeld in de maatschappelijke opvang verblijven, maar die dan toch daar eigenlijk wonen en ook de tijd kunnen benutten met hulp om naar een echt thuis te gaan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Loenen. Dat was ook uw reactie op het geheel? Ja. Beste commissieleden, u heeft allen input geleverd voor dit stuk wonen en zorgvisie en daarmee gaan de wethouders aan de slag. Dan zullen zij het Gewoon samen thuis stuk, ik denk over enkele maanden bij u terug laten komen, maar dan ter bespreking om het vast te laten stellen. Mijnheer Van Leeuwen heeft daar nog een opmerking over. De heer Van Leeuwen: Een korte nabrander. Een open deur intrappen, dat mag ik graag doen. Ik zou het college willen meegeven dat de misschien op handen zijnde transformatievraag rondom het Spaarne Gasthuis in Haarlem-Noord natuurlijk ook een locatie is om in de gaten te houden voor wonen en zorg. Dat zou ik jammer vinden als u dat zou vergeten in de toekomstige gesprekken met het ziekenhuis.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Het ziekenhuis heeft altijd een open deur, dus dat moet goedkomen. Nee, een terechte opmerking en ik zie inderdaad geknik naast mij. Dus dat gaan de collegeleden zeker doen. Andere nabranders nog voor het college? Niemand. Dan hebben we dit voor nu voldoende besproken. Schors ik even heel kort de vergadering, zodat de leden van de commissie Samenleving naar de Fabriciuszaal boven kunnen. Dan gaan we zo verder met het volgende agendapunt. 8.

Richting geven aan gemeentelijke inzet woonwagencentra De voorzitter: Dames en heren, we gaan verder met de vergadering van de commissie Ontwikkeling. De leden van de commissie Samenleving gaan hun eigen vergadering verder boven bijwonen. Voor de mensen op de publieke tribune, stel u dacht: ik zit bij de commissie Samenleving, dan moet u even één trap omhoog. Komt voor de commissie Ontwikkeling, dan zit u helemaal goed. Wij gaan het hier hebben over richting geven aan gemeentelijke inzet van woonwagencentra. Dat is een gemeentelijke inzet die tweeledig is. Enerzijds zet de gemeente in op het realiseren van nieuwe woonwagenplaatsen en anderzijds wordt gewerkt aan het verbeteren van de leefbaarheid en de brandveiligheid van bestaande woonwagenlocaties. Daar wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om woonwagens toe te voegen op of nabij bestaande woonwagenlocaties. Het college vraagt de commissie zijn voorkeur uit te spreken voor een van de drie varianten en stuurt daarom deze nota naar u toe om te bespreken. Dit gaat verder niet richting de gemeenteraad, maar u kunt wel uw voorkeur aangeven, zodat dat verder mee wordt genomen in de uitwerking. 8.1 Inspreekbijdragen en ingekomen stukken in relatie tot de nota Richting geven aan gemeentelijke inzet woonwagencentra De voorzitter: Op het agendapunt zijn vijf insprekers gekomen.

De heer Heesbeen, de heer Barends, de heer Van Zeeland, mevrouw Van Trooijen-Heesbeen en mevrouw Achterbergh. U mag allen tegenover mij plaatsnemen, op de stoelen aldaar. De insprekers hebben ook veelal, niet allemaal, maar een aantal hebben ook een stuk geschreven. Dat hangt aan de vergadering. Dus u kunt ook de tekst erbij pakken en kunt u daar ook meelezen, dan wel nalezen, zodat dat ook bij u terechtkomt. Ik hoor hier dat u wel bij een pasje moet gaan zitten, maar als u al een pasje voor u heeft, dan is dat helemaal goed. U krijgt hulp. Laten we beginnen bij

15

de heer Heesbeen. Ik begreep dat we afsluiten met mevrouw Van Trooijen-Heesbeen. Klopt dat? Ja. Sorry, mevrouw Achterbergh sluiten we mee af. Helder. Dan beginnen we met de heer Heesbeen. Als u er klaar voor bent, zijn wij dat ook en dan luistert de commissie naar uw verhaal. Ga uw gang. De heer Heesbeen: Vijfenvijftig jaar geleden ben ik als Haarlemmer geboren en opgegroeid op het woonwagencentrum in de Waarderpolder. Daar mochten wij ver van de buitenwereld wonen. Vierenveertig jaar geleden werd het met tijd volgens de overheden om woonwagenbewoners te laten integreren tussen de overige bevolkingsgroepen. Wij zijn toen verhuisd naar de Amelandstraat in Molenwijk naar een kleinschalig woonwagenerf. Daar voelen wij ons al snel thuis en raakten ook betrokken bij de wijk. We gingen hier naar school, hadden vrienden en deden mee aan activiteiten in de wijk. Wat wij geweldig vonden, omdat wij er dan ook bij hoorden. Nu 44 jaar later en ondertussen getrouwd met kinderen erbij, wonen we nog steeds op dezelfde plek in de wijk. De kinderen hebben hier ook hun school afgemaakt en zijn goed genesteld in de wijk. Zelf doen we ook nog steeds mee in de wijk. Sommigen lopen 's avonds als Buurtouder, zitten in de wijkraad en doen mee aan diverse activiteiten, waaronder de buurtcamping. Niets aan de hand, zou je dan zeggen. Totdat we hoorden dat een deel van de wijk op de schop gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15116627/1