CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

02-01-2024 Transcript commissie bestuur 1 februari 2024

commissie Bestuur 1 februari 2024, gemeente Haarlem18.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maar dan moet je wel echt maatregelen nemen om het op straat ook zo rustig mogelijk te houden. U heeft zelf gezegd, wij vinden dat die cafetaria gewoon door moet kunnen gaan met alcohol verkopen. Dat betekent ook alcoholgebruik op straat. Dat helpt niet. Het feit dat de ondernemers ervoor kiezen om toch ook hele kleine terrasjes te hebben, gewoon een tafel neer te zetten en hun klanten daar buiten te bedienen en faciliteiten aan te bieden, helpt ook niet. Al redelijk vroeg in de avond valt mij toch regelmatig op dat op een paar plekken in de straat het heel onrustig is, dat er best vrij veel lawaai gemaakt wordt. Daarvan heb ik het gevoel, dat is … Zou niet nodig zijn. Dat is … Concentreert zich dan echt heel sterk bij die terrasjes. Dus als ondernemers gezamenlijk zich inzetten op die maatregelen die die ze gewoon kunnen nemen om het op straat zo rustig mogelijk te houden, dan werk je aan een klimaat waarin je ook van bewoners kunt zeggen, dat ben ik eens met degenen die dat gezegd hebben, jongens, je zit hier in een straat in het centrum waar al heel lang horeca gevestigd is. Het is niet reëel om te verwachten dat het een doodstille woonstraat zal zijn. Maar accepteer een stukje beheersbare overlast, als je ziet dat we gezamenlijk ons inspannen om dat zoveel mogelijk terug te dringen en het hier ook prettig leefbaar te houden. Maar dat vraagt van beide kanten inspanningen.

Ik merk dat beide partijen op dit moment niet zoveel vertrouwen hebben in het resultaat daarvan. Ik hoop toch steeds … Nog steeds dat die gesprekken uiteindelijk wel degelijk iets op gaan leveren. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Klaver, CDA. Gaat uw gang. De heer Klaver: Voorzitter, een paar weken geleden waren hier bewoners als inspreker. Ik vroeg toen, heeft de pilot Openingstijden het verergerd of verbeterd? Toen zeiden ze, nee, het is er slechter van geworden. Hoe ziet u de relatie tussen de overlast en de pilot?

16

De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ons beeld was dat het zeker niet slechter was geworden. Maar het probleem is natuurlijk wel, de bewoners zijn naar de rechter gestapt en de rechter heeft ze gewoon gelijk gegeven en de pilot is dus ook feitelijk daar beëindigd. Dus wij moeten terugkijken op een paar weken waarop het gefunctioneerd heeft, waarvan bewoners zeggen van dat ze vonden dat ze daardoor meer overlast hadden. Terwijl wij daar geen directe aanwijzingen voor hebben gezien. Maar de zaak ligt op dit moment vast. Overigens moet ik binnenkort een uitspraak doen op een bezwaarprocedure die loopt. Dat is ook mede gevolg van die rechtelijke uitspraak. Dus dan komt er weer een vervolgstap. Maar het laat wel zien dat … De verhoudingen zijn niet goed en dat helpt niet. Wat ik wel moet zeggen, dat is dat de inzet van met name de wijkraad, wijkpodium, wijk… Mevrouw …: Platform. Burgemeester Wienen: In ieder geval, platform, die is wel van, wij willen proberen hier toch te helpen om tot een oplossing te komen. Maar je hebt natuurlijk vooral ook te maken met de direct omwonenden, die in dit geval ook echt heel erg voor hun eigen belang opkomen. En tegelijkertijd ondernemers die kennelijk ook niet het vertrouwen hebben dat de maatregelen die we dan bespreken met elkaar, dat die voldoende helpen en dan de neiging hebben van, dan doen we helemaal niks.

Ik hoop nogmaals dat er van beide kanten bereidheid is om te kijken van, hoe gaan we hier toch verbetering bereiken? Als de raad daarbij, door zich op de hoogte te stellen, kan helpen, dan zou dat mij wat waard zijn. En misschien toch ook nog eens een keer kijken van, kunnen wij wellicht tot specifieke maatregelen komen in dit gebied, om te kijken van, is de wijze waarop hier bijvoorbeeld die terrassen functioneren, is de wijze waarop hier die alcoholverkoop door een snackbar functioneert, helpt dat om uiteindelijk te komen tot een straat waar je leuk kunt uitgaan zonder gigantisch veel overlast? Dan de … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Ik zou het wel interessant vinden om dubbel, dus en gewoon op locatie verder het gesprek te voeren … Even kijken in welke vorm. Want ik weet niet, misschien los bewoners dan, ondernemers of samen. Maar ik denk dat dat kan helpen. Tegelijkertijd zou ik wel benieuwd zijn naar de burgemeester, heeft u scherp, u noemde al een tweetal maatregelen, heeft u scherp welke maatregelen mogelijk genomen kunnen worden, zodat we die wellicht ook met de commissie verder kunnen bespreken? De voorzitter: Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: We kunnen er nu verder op doorgaan, maar ik kan me ook voorstellen dat we daar dan toch een keertje nog apart een gesprek over hebben en dat dan eens verkennen.

Dat zou mijn voorkeur hebben, gewoon omdat het anders hier heel veel tijd gaat nemen. Ik zie dat van verschillende kanten er behoefte aan is om te kijken van, hoe kunnen we hier een versnelling brengen in het proces? Dat is ook wel nodig, want ik heb het idee dat we nu even op een bijna doodtij zitten. Daar moet dus wel iets gebeuren. Dan, de Actiepartij vraagt aandacht, en dat hoorde ik trouwens ook bij de Partij van de Arbeid, meen ik, over de vraag van, hoe gaan we om met reclame- en uitstallingsbeleid? Als dat in Ontwikkeling aan de orde komt, dat is uitstekend. Dat is de plek waar het thuishoort. Ik wil hier wel iets over handhaving zeggen. Wij proberen zo reëel mogelijk … De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Trompetter, een interruptie.

17

De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Kan de portefeuillehouder aangeven op ongeveer welke termijn zoiets mogelijk zou zijn in de commissie Ontwikkeling en wanneer het stuk … Wanneer, of de griffie, wanneer het stuk er zou kunnen zijn of wanneer het … Hebben we het over maanden, jaren? Hebben we het over weken? De voorzitter: Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen. Ik kan er niks over toezeggen. In de eerste plaats ben ik niet zelf degene die daarvoor in actie moet komen. Dat is dan wethouder Berkhout. Ik weet dat die niet blij is als die extra onderwerpen krijgt, omdat hij heel hard bezig is met een aantal onderwerpen met een kleine ambtelijke organisatie op dit punt. Dus dat is lastig. Maar ik kan het bij hem neerleggen dat die wens bestaat. U kunt het sowieso agenderen als u dat wilt. Het college … Voor het college is het een onderwerp waar u denk ik op dit moment moet aangeven, als u het wilt, dat u het wilt. Dan kan de wethouder met u een afspraak maken over wanneer dat zou kunnen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten, gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Dank u, voorzitter. Mijnheer Wienen, u schuift het nou wel even door naar economische zaken en de andere wethouder. Maar dit gaat natuurlijk ook over handhaving.

Waar ligt het zwaartepunt, als er echt zes jaar niet gehandhaafd is of langer? Op een gegeven moment worden er toch een paar mannen naartoe gestuurd. Dus dan is het toch ook een zaak van handhaving en van uw portefeuille? De voorzitter: Ik denk ook vrouwen van handhaving, maar … Burgemeester Wienen: Ik vind het soms … Zeker, er zitten ook vrouwen bij. Maar afgezien daarvan. Maar ik vind het ook wel een beetje komisch. Ik bedoel, ik was aan het zeggen van … Of ik wil het graag over de handhaving hebben. Ik krijg een interruptie. Daar geef ik antwoord op door te verwijzen naar degene die daarover gaat. Ik bedoel, dat is mijn portefeuille niet. Ik kan hier wel van alles gaan beweren, maar dat lijkt me logisch. En vervolgens krijg ik het verwijt, maar u gaat wel over handhaven. Daar wilde ik het nou juist over hebben. Dus dat komt helemaal goed. Ten aanzien van handhaving, daar geldt dat wij ook telkens prioriteiten stellen en dat vorig jaar ook in overleg met u gekeken is van, hoe kunnen wij toch beter toezien op begaanbaarheid van trottoirs, van wegen, terrassen die … De voorzitter: Actiepartij, de heer Trompetter heeft een interruptie. Gaat uw gang.

De heer Trompetter: Nu u dit zegt, burgemeester, dat er moet toegezien worden op toegankelijkheid en op het trottoir en dergelijke, er was in dit geval helemaal geen sprake van hinder voor … Bent u dat met mij eens? Burgemeester Wienen: Zou het ook een idee zijn dat ik gewoon zeg wat ik wil zeggen en dat u dan reageert? Ik bedoel, ik heb een halve zin gezegd en dan krijg ik een reactie. Ik constateer gewoon dat u vraagt, hoe komt het nou dat een tijdlang het erop lijkt dat daar weinig op toegezien is en dat dat nu wel gebeurt? De reden is dat er vorig jaar met handhaving is gesproken over het feit van, er zijn, als het gaat om in, met name in het centrum, de aanwezigheid van terrassen, de doorgang op trottoirs, het feit dat op trottoirs allerlei obstakels staan waardoor je er niet langs kan, hoe zit dat met de regels? Dan gaan de handhavers aan de slag. Die kijken van, wat is hier allemaal van toepassing? Dan constateer je, er zijn dingen die niet kloppen en waar wij al jaren soms niet echt op gelet hebben. Maar als je gaat kijken, dan zeg je, eigenlijk klopt dit dus ook niet. We hebben bij terrassen gezegd, we maken een aantal nieuwe regels. Daar heeft u ook over gesproken. Daar gaat men mee aan de slag. Maar toen is ook geconstateerd, het gaat over meer dan alleen dat. Het gaat ook over de vraag van, hoeveel ruimte moet je

18

eigenlijk op het trottoir hebben om te kunnen lopen of kan dat ook volgeplempt zijn met fietsen, met uitstallingen, met andere dingen, waardoor dat minder makkelijk is? De mensen die die handhaving doen, die krijgen dus de opdracht, zet eens op een rij wat er geldt. We gaan toch nu eens wat strakker kijken naar al die regels. Dan hebben we het nog niet zomaar opgelost, want daar zitten dilemma's in die praktisch nauwelijks oplosbaar zijn. Daar zullen we echt naar het beleid moeten kijken. Als u zegt, daar hoort dit ook bij, uitstekend. Maar ze hebben dus gekeken naar, wat is de geldende regelgeving als het gaat om die doorgang, de obstakels die er op straat zijn, et cetera? Dan snap ik dat u zegt van, is dit dan het belangrijkste? Daar gaat het nu even niet om. Waar het om gaat, is dat ze de vraag gekregen hebben van, ga nou eens door die stad en kijk naar welke regels gelden en laten we daar dan nu toch op een serieuze manier werk van gaan maken. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter, Actiepartij. U heeft zelf nog maar 30 seconden, dus ik zou even op de tijd letten, mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dat is dan zo. Maar wat de burgemeester net ook zegt, het ging dus niet over … Het gaat over uitstalling van waren, van verkoopwaren. Het ging dus niet in dit geval over de toegankelijkheid voor de stoep.

Dat vind ik een … Ik ben benieuwd naar de antwoorden op andere vragen. Maar daar ging dit dus niet over. Dank u wel. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Nee, wat … Ik geef antwoord op de vraag, hoe komt het nou dat handhavers daar nu op zijn gaan letten? Dat heeft dus te maken met dat er gekeken is naar, welke regels gelden daar? En dan vervolgens stuit je ook hierop. Dan hebben wij in ons beleid, en ik ben blij dat het van voor mijn tijd is in ieder geval, maar goed, daar hebben wij inderdaad het lumineuze idee gehad en wat de raad toen bewogen heeft, ik geloof dat alleen mevrouw Van Zetten er toen in zat, dus die weet het misschien nog, maar die hebben toen bedacht van, er zijn een heleboel straten, daar hoeven we geen regels voor te stellen. Maar er zijn er ook een paar, daar gaan we wel regels stellen. Eens even kijken, achterlangs Barrevoetestraat, Barteljorisstraat, Drossestraat. Het is gewoon precies opgesomd. Gierstraat, Grote Houtstraat. Dat zijn straten waar geldt van, u mag daar geen uitstallingen plaatsen.

Want het eerste wat ik vroeg aan de mensen die met handhaving bezig zijn, hoe kan het nou zijn, ik heb toevallig een bovenmatige, hoe noem je dat, belangstelling voor boekhandels, dat ik op allerlei plekken boekhandels zie waar gewoon uitstallingen staan, waarom mag dat dan in de Gierstraat niet? De raad in al haar wijsheid heeft toen bedacht, het mag niet op de Gierstraat, niet speciaal voor boeken, maar voor alle uitstallingen. Het mag wel bijvoorbeeld op de Kleine Houtstraat. Als u aan mij vraagt waarom, dan zeg ik, zegt u het maar. Ik denk dat u daar ooit redenen voor gehad heeft. Ik weet het niet. Ik weet wel dat onze handhavers doen wat ze gevraagd is. Namelijk, wil je kijken naar, wat is de regelgeving die geldt? Daar gaan we nu toch op een andere manier naar kijken, om ervoor te zorgen dat de toegankelijkheid van de straten beter is. Als u tot de conclusie komt van, eigenlijk is het ook een beetje onzin wat er toen bedacht is, of bepaalde straten horen er wel in of andere niet, of het is op afroep als een ondernemer zegt, ik heb er last van, dan zeggen we, dan mag het bij jou wel, maar het moet wel geregeld worden. Dat is wat ik nu dus gewoon bij u neerleg. Als u zegt van, laten we er nog eens een keer naar kijken, want misschien is het ook minder logisch, dan zou ik zeggen, doe dat en dan komen we daarop terug.

Maar ik vind dat het niet terecht is om handhavers te verwijten dat ze in de ene straat er wel iets mee doen en in de andere niet als dat gewoon conform het beleid is. Dan nog één ding over het gedrag van handhavers. De voorzitter: U heeft een … Sorry. U heeft een vraag van de heer Drost, GroenLinks.

19

De heer Drost: Er zit hier ook nog een klein beetje Ontwikkeling geheugen. Ik kan me herinneren dat er eerst inderdaad veel meer straten … Het niet mocht. We zijn vervolgens met een deel van de commissie door die straat gaan lopen. We hebben gesproken met winkeliers. Op basis van die gesprekken heeft toen het grootste deel van de raad gezegd, inderdaad, misschien in deze straat is het overbodig, dus daar halen we het eraf. Er bleven … Ik weet niet meer, dat weet ik niet meer precies waarom de ene straat wel of de andere straat niet. Daarom ik mijn voorstel, laten we dat dat weer een keer doen en niet een heel nieuw uitstallingenbeleid gaan bestellen bij het college. Want dan kan ik me voorstellen dat het college zegt, dat wordt misschien wat ingewikkeld. Maar wel even dit specifieke punt bespreken met de collega's in Ontwikkeling. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ik denk dat het goed is om er in ieder geval even over na te denken en ook, dat zou ik wel mee willen geven van, als het dan gebeurt, doe het dan in ieder geval wel zo dat er niet het idee ontstaat, dit is ook echt volstrekt willekeurig. Nou zijn er nog … Nu is één straat waar geklaagd wordt, dus die verdwijnt dan weer. Als er morgen van de volgende straat iemand langskomt, dan wordt die weer opgeheven. Maar ik kan me voorstellen wat er gezegd wordt.

Ik kan me ook voorstellen dat het zo gegaan is, dat als je in de praktijk kijkt, dat je denkt, hier zie ik niet zoveel problemen. Dus ik verwijs toch in dit geval naar de plek waar het volgens mij thuishoort. Als je het wil wijzigen, dan moet je het beleid aanpakken. Dat kan ook. Dat kan groot door het heel uitgebreid te gaan bekijken. Het kan ook in principe klein, door te zeggen van, in een aantal straten denken we dat het niet nodig is. Tot zover. De voorzitter: U heeft een vraag nog van de heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Voorzitter, ik snap dat de burgemeester stilstaat bij de prioritering van toegankelijkheid. Alleen ons beleid maakt wel een onderscheid tussen handelswaar en geen handelswaar. Die boeken mogen niet, maar een bankje mag geloof ik wel. Als je dan door de bril van prioritering kijkt, dan zou je daar misschien wat minder prioriteit aan kunnen geven aan die handelswaar die dan niet mogen en een bankje wel. Dus vooruitlopend op een herziening of een opnieuw kijken met elkaar, is het misschien … Kijk met die prioritering naar het handhaven van de regelgeving. Want daar zitten wel wat bijzondere dingen in op dit moment. De voorzitter: Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja, maar wel dingen die u er zelf ingebracht heeft. Als ik het lees, ik ga het niet voorlezen want ik heb het hier voor me staan, het wordt zo precies allemaal voorgesteld.

Speeltoestellen wat er dan wel kan, banieren, handelsreclame, stoepborden, daghandel, versproducten, dagbladen, 1.50, 70 centimeter, 2.50. De voorzitter: Burgemeester, gezien de tijd, ook uw tijd, er liggen nog wat vragen. Burgemeester Wienen: Nee, maar ik … Het enige wat ik dan dus wil zeggen, dit was illustratie van, ik vind wel als wij regels hebben, dan moeten we er ook wel serieus met elkaar naar kijken van, willen we hier nog wel mee door op die manier of niet? Want ik vind het een beetje lastig om te zeggen van, weet u, maak nou gewoon uw eigen afweging. En dan blijkt dat ik een afweging maak. Dan zegt u, maar wij hadden het weer net anders bedacht. Ik denk, regel het gewoon zoals u het wilt regelen. Dat lijkt me het beste. Goed. De voorzitter: Heeft u nog een vervolgvraag, mijnheer Klaver?

20

De heer Klaver: De opmerking die ik dus maak of de vraag die ik stel, is dat u met de bril van prioritering van toegankelijkheid naar de regel… Naar de handhaving van de regels kijkt. Als u op die manier kijkt, dan doet het er niet toe of het handelswaar zijn of geen handelswaar. Dat is het punt wat ik wil maken. Dus als u door de bril van prioritering ernaar kijkt, mijn vraag zou zijn, doet u dat dan ook? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ik ga het nog eens een keer rustig doorlezen. Maar het woord … Het hele woord handelswaar komt volgens mij er niet in voor. Dus ik denk … We kunnen er best nog eens naar kijken van, wat moet er nou wel, wat moet er nou niet? Maar nogmaals, ik heb er wat moeite mee dat we de indruk wekken van, ga er maar een beetje willekeurig mee om. Boeken liggen goed, dus, bij mij zeker, dus dan kunt u ervan uitgaan, dat mag al gauw. Maar welke producten dan niet? Ik vind het lastig. Ik vind het echt lastig. Ik zou zeggen, regel het gewoon in plaats van dat u zegt van, stel uw eigen prioriteiten. Goed. Dan, als het om de bejegening gaat, ik moet zeggen, ik krijg weleens te horen van mensen dat ze het vervelend vinden dat ze aangesproken worden. Dat is … Dat gebeurt regelmatig. De meeste mensen hebben daar last van. Als je aangesproken wordt, dan denk je, heb je niks beters te doen? Het is ook niet echt een heel makkelijk vak.

Ik vind dat onze mensen, voor zover ik dat kan zien, dat op een correcte manier doen. Ik zeg ook weleens, ik vind dat het wel wat strenger mag, eerlijk gezegd. Dan krijg ik hier soms ook op mijn vingers getikt van of de handhavers niet eens wat strenger kunnen worden en niet wat meer op kunnen treden. Maar het is de bedoeling dat dat altijd correct gebeurt. Als dat niet zo zou zijn, dan is dat vervelend en daar wordt met de handhavers ook over gesproken. Volgens mij gebeurt dat over het algemeen ook goed. Dan, eens even kijken. GroenLinks, die vragen die heb ik volgens mij allemaal gehad. De VVD, mevrouw Klazinga, die heeft een aantal punten. Samenwerking met jeugd, jongerenwerk. Gaat dat wel goed? Hoe effectief zijn we dan eigenlijk? Ik vind echt dat als ik kijk naar andere gemeenten dat in Haarlem de samenwerking tussen veiligheid en jeugdwerk, jongerenwerk, buurtwerk ontzettend goed in elkaar zit. En niet pas kort, maar al heel erg lang. Juist daarom heb ik er ook wel vertrouwen in dat de dingen die we afspreken samen, dat daar ook echt aan … Dat die prioriteit krijgen en dat ook andere partijen zich inspannen om daar hun bijdrage aan te leveren. Ik herken wel wat u zegt dat het niet overal altijd even florissant gaat. Maar dit is wel een terrein waar wij op een hele goede manier samenwerken en daar tevreden over zijn.

Dus ik heb daar geen twijfels over dat dat ook met die organisaties lukt. De digitalisering bij beveiliging. Daar hebben wij als gemeente, en daar heeft een andere commissie, of was het deze commissie zelfs, ik denk deze commissie, heeft daar uitgebreid over gesproken van dat wij daar echt nog een tandje bij moeten zetten. We zijn nog niet waar we zijn willen. Daar zit ook beveiliging bij die te maken heeft met ons beleidsterrein. We zijn daar heel druk mee bezig op de manier zoals met u besproken is. Dus ik heb daar niet iets verder nog aan toe te voegen. Het is niet zo dat wij daar dan weer een apart veiligheidsbeleid voor ontwikkelen. De voorzitter: U heeft nog een vraag van mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: De VVD verwacht niet dat u een apart veiligheidsbeleid … Maar omdat er hier in dit plan staat dat er in het bijzonder ingezet wordt op digitalisering, worden er dus dingen nieuw ontwikkeld, nieuw gemaakt. Ik kan me voorstellen dat er dan van meet af aan goed opgelet wordt dat het goed bij iedere … Bij de implementatie meteen bij iedereen doordringt hoe ze daarmee om moeten gaan en alle regels die daarvoor gelden om het veiligheidsniveau daarvan juist beter te maken dan de rest van de systemen. De voorzitter: Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: Om daar vanaf het begin af aan heel erg van bewust te zijn en daar ook op te sturen en daarmee bezig te zijn.

Dan is het antwoord ja. Wij realiseren ons heel erg goed dat dat kwetsbaar is en dat je daar

21

dus extra veiligheid moet inbouwen. Uw punt over de indicatoren, daar hebben we eerder over gesproken, in deze commissie ook. En daar … Ik ben zelf een van degenen die daar wat terughoudend mee is. Ik vind dat het heel belangrijk is dat u een zicht hebt van, hoe ontwikkelt het zich? Dat zijn precies de getallen waarvan u zegt van, die zie je dan vanuit het verleden. Maar als het om de toekomst gaat en ik zou zeggen van, ik vind dat … Het streefgetal is dat 10 procent van de Haarlemmers te maken krijgt met veiligheid op straat, dan zou ik me voor kunnen stellen dat u zegt van, voorzitter, hoe kan dat nou uw streven zijn? Het streven is gewoon 0. Tegelijkertijd snap ik ook wat u zegt van, door het niet te benoemen, zou je ook kunnen denken, jongens, we zien wel waar het schip strandt. Het idee is niet dat het schip moet standen, het idee is dat wij vooruitgang moeten boeken. Dat is ook wat ik voortdurend met de politie doe. Vandaag nog had ik overleg met de politie. Dan wordt er bij alle cijfers iedere keer gekeken van, hoe ontwikkelt het zich als het gaat om winkeldiefstal, als het gaat om fietsendiefstal, als het gaat om inbraak, als het gaat om openlijk geweldpleging. Noem maar op. Dan is niet zozeer denk ik het feit dat wij daar gezegd hebben van, daar is 15 procent acceptabel, want we zaten in het verleden op 20, dus dan gaat het in ieder geval de goede kant uit.

Maar we zitten erbovenop om bij iedere ontwikkeling te kijken van, als het goed gaat van, hoe komt dat? Kunnen we dat nog verder verbeteren? Als het niet goed gaat, als het toeneemt van, hebben we enig idee waar dat vandaan kan komen? Zijn er acties die we daaraan kunnen koppelen? Dat is de manier waarop het werkt. We kunnen daar best nog eens een keer een discussie over voeren. Maar het idee was een beetje van, het is veel beter dat we er heel strak op blijven sturen dat het naar beneden moet, dan dat we daar een getal neerzetten en zeggen, als we dat bereikt hebben, zijn we tevreden. Je kan niet tevreden zijn met onveiligheid. De heer Alberts over radicalisering. We hebben daar eerder een discussie over gevoerd en ook nog met elkaar over gesproken. Ik wil er wel een paar dingen over zeggen. Als het gaat over bijvoorbeeld onderwijs en hoe zou je dat wij onderwijs aan de orde kunnen stellen? Er zijn twee dingen waar ik op zou willen wijzen of misschien nog een. Hoe compleet wil je zijn? In de eerste plaats, er is, als het gaat om dit onderwerp, wordt er gewerkt aan methoden om het onderwijs te voorzien van materiaal om bijvoorbeeld het gesprek mogelijk te maken in de klas over grote internationale conflicten. Die kunnen soms in de … Ook bij jongeren, ook al op heel jonge leeftijd, er werd een voorbeeld genoemd door de heer Klaver.

Kun je al zien van, hier is sprake van een heel uitgesproken opvatting waar jongeren elkaar ook mee confronteren. Als je lesmateriaal hebt waarin geprobeerd wordt op een hele goede manier, A, informatie te geven en, B, het gesprek in de klas daarover te kunnen voeren, dan help je het onderwijs om daar op een passende manier aandacht aan te besteden en juist depolariserend te werken, te zorgen dat mensen hier met elkaar in gesprek gaan, in plaats van op basis van hun uitgangspunten direct in een soort conflict terecht te komen. Vorige week was er hier bij de Hollandse Maatschappij van Wetenschappen, daar was de … Een organisatie die dit doet, die dit soort pakketten maakt. Die hebben een prijs gewonnen. Daar was ik uitgenodigd om ook over dit onderwerp te spreken, om na te denken van, hoe kunnen wij het onderwijs helpen om jonge mensen niet direct in de polarisatie te brengen, maar te zorgen dat ze informatie hebben en dat ze ook tools krijgen om met elkaar in gesprek te gaan. Een ander punt is … De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Voorzitter, allereerst dank voor deze uitleg. Een iets specifiekere vraag daar dan nog op, is, iedereen is voor dat op school de informatie zo goed mogelijk beeld van situaties wordt geschetst.

Wordt er dan wel ruimte gelaten, en ik vermoed dat het antwoord ja is, voor die leerlingen om zelf een mening te vormen? En zit daar niet juist, want we hebben het over polarisering, daar niet juist het probleem in? Maakt het niet uit hoeveel informatie je geeft. Als meningen uiteen gaan lopen om wat voor redenen dan ook, invalshoeken, op die informatie, dan blijft dat polarisatieprobleem toch? Plus, even niet vergeten, ik had ook een vraag over extremisme en de definiëring ervan en de diversiteit gesteld. Dank u wel. De voorzitter: De heer Wienen.

22

Burgemeester Wienen: In die lespakketten ging het over … Ook over dingen als terroristische aanslagen, de angst die kinderen ervoor kunnen hebben, groepen die tegenover elkaar staan omdat ze heel verschillend kijken naar bepaalde ontwikkelingen. Dan is informatie één ding. Het feit dat je verschillende opvattingen hebt, dat is ook helemaal het probleem niet. Maar dat je elkaar leert om ook te luisteren en ook te zien dat er in ieder geval die andere kant ook is, dat levert echt een bijdrage aan verbinding in plaats van radicalisering. Een ander punt is dat ik denk dat het heel erg goed is dat een vak als, maar goed, nu kom ik op gevaarlijk terrein want daar gaan wij niet over als gemeente, maar een vak als maatschappijleer waarbij je in ieder geval leert hoe de dingen in elkaar zitten in de samenleving. Daarvan heb ik het idee dat het jammer is dat we dat niet meer hebben. Dus je kunt ook je afvragen of in het curriculum van het onderwijs dit soort zaken … Ook burgerschapskunde, dat is op sommige plekken dan weer wel aanwezig. Ik denk dat het gewoon goed is. Goed is dat we een aantal basiselementen die voor het samenleven van belang zijn, dat we die ook aanreiken, mensen daarbij helpen. Het diffuus zijn van het verschil tussen extremisme en activisme. Eerlijk gezegd denk ik dat de voorbeelden voor het oprapen liggen.

Ik zie echt dat er mensen zijn die vanuit een uitstekend activisme … Want wat is er mis met activisme? Dat kan over klimaat gaan, dat kan over allerlei andere onderwerpen gaan. Maar als dat doorgaat en dat je het idee hebt van, maar jongens, je verliest nu echt de verhouding uit het oog, je ziet de ander niet meer, dan kan het ook extremisme worden. Dat is diffuus. Ik zal ook niet zeggen dat ik precies kan zeggen van, dit is activisme, is goed, en dit is extremisme, is niet goed. Maar ik denk wel dat je moet zien van, daar zit iets glijdend in waar we ons bewust van moeten zijn en waarin we proberen dat glijden in de richting van extremisme tegen te gaan. De voorzitter: U heeft nog een vraag van de heer Alberts. De heer Alberts: Is wat de portefeuillehouder hier omschrijft niet iets wat te begrenzen valt met het overschrijden van de wet? En kan daar niet een veel duidelijker verschil gemaakt worden tussen wat we als activisme betitelen en als extremisme? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Daar kan ik tamelijk eenvoudig ja op zeggen. Ik vind inderdaad dat dat één … Het is niet de enige, maar het is zeker een belangrijke. Daar waar je niet meer het respect voor de wet hebt, daar zie je van, dit gaat te ver. Dus ik zou zeggen van, dat is een absoluut punt wat u hebt. Zo ga ik er ook mee om trouwens. Goed, dan de vraag van de ChristenUnie over prostitutie.

U wijst er terecht op dat wij hier weleens hebben besproken dat dat het wellicht interessant was dat we een soort webcrawler zouden inzetten. Dat is ook besproken. Daar is naar gekeken. De conclusie was, toen de manier waarop dat werkte aan de orde kwam, dat er gezegd werd, dit is toch … Dit levert spanning op met privacy. Want het zit … Het gaat heel breed. Het haalt heel veel informatie boven. De vraag is even van, is dit wel wat we zouden moeten willen? Wat we in de praktijk doen, dat is dat in het samenwerkingsproject Handhaving Prostitutie waar we als regio in investeren, dat daar zeker gekeken wordt op internet. Want dat is gewoon een manier waarop je informatie vindt. Maar dat dat niet gebeurt met de inzet van dit instrument. Waar we wel naar gekeken hebben, maar te veel privacygevoeligheid daarin tegenkwamen om het instrument te gaan inzetten. De voorzitter: Mijnheer Trompetter wil zijn laatste vijf seconden inzetten voor een korte vraag, begrijp ik. De heer Trompetter: Ja, zeker op dit punt. De voorzitter: Gaat uw gang.

23

De heer Trompetter: Ik heb de presentatie van de software bijgewoond. Hij wordt ook in andere steden al ingezet. Het privacyargument heb ik niet eerder gehoord. Alleen uit het argument dat er iets regionaal zou komen. De voorzitter: Wat is uw vraag? De heer Trompetter: Maar die software zoek ook op dark web en op het gewone internet. Waar zit hem dan precies die privacy? Waar zit hem dan het privacyprobleem? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Dat dark web-punt is ook een punt overigens. Maar even de privacy. Het klopt dat we het regionaal doen. Dus de samenwerking zit nu in een regionale inzet waarbij ook internet wordt gebruikt als informatiebron om te kijken van, komen we daar signalen tegen van illegaliteit en mogelijk mensenhandel? Maar die privacyaspecten, ik ben niet degene die daar als de grootste deskundige nu een heel uitgebreid antwoord op kan geven, maar wat wij doen als we dit soort instrumenten inzetten, dat is kijken van, hoe worden gegevens verzameld en hoe worden ze opgeslagen? Als je daar ziet dat er een vrij groot aantal namen, adressen en dergelijke op die manier opgehaald wordt en ook moet worden vastgelegd en vervolgens gekeken wordt, wat is er aan de hand, u weet zelf als geen ander, want volgens mij hoorde u bij degenen die vonden dat wij daar heel erg voorzichtig mee moesten zijn, maar toen was de conclusie van, daar moeten we toch een

beetje mee uitkijken om dit instrument nu te gaan inzetten. De voorzitter: Goed. Ik wil wel ook even zeggen dat … Burgemeester Wienen: Ook op mijn tijd. De voorzitter: We hebben heel veel vragen in 26 minuten, maar we willen natuurlijk wel ook heel graag de vragen beantwoord hebben. Dus ik neem aan dat u door kunt gaan. Maar misschien kunt u er ook even een beetje … Burgemeester Wienen: Tempo. Ik doe mijn best. Over de aanvraag korte wapenstok, daar krijgt u heel binnenkort van mij een brief met de stand van zaken. Het komt erop neer dat ik een commentaar gekregen heb van de toezichthouders van OM en politie waar ik het niet mee eens ben. Gewoon, de manier waarop zij kijken naar het werk van boa's. Daar heb ik ook op gereageerd. De aanvraag is doorgestuurd. Dus eerst gaat hij dan naar die toezichthouders en die geven een advies en daarna wordt hij doorgestuurd naar het ministerie naar Justis. Daar hebben we nog geen antwoord. Maar ik stuur u de informatie over de tussenstand. Dan de messenproblematiek. Ik heb daar eigenlijk geen nieuwe zienswijze op. Het is absoluut een probleem. In sommige gemeenten is het een probleem wat heel duidelijk naar voren komt en waar je extra maatregelen inzet. Dat hebben we gelukkig in Haarlem niet, maar dat houden we wel bij.

Op het moment dat blijkt van, jongens, het aantal incidenten daarmee neemt toe, dan moeten we ook bereid zijn om te kijken van, wat voor maatregelen kunnen we daar dan verder voor nemen? Het burgerberaad over veiligheid in de eigen wijk. Wij hebben twee keer trouwens in twee verschillende wijken in Haarlem uitgebreide burgergesprekken gehad over veiligheid. Dat is al een aantal jaren geleden. Ik vond dat zelf heel interessant om te zien wat daar dan uitkomt, wat burgers aanwijzen, als de afvalproblematiek in die wijk. Daarnaast hebben we wijkschouwen. Dat doen we samen met burgers. Daar hebben we het kortgeleden ook over gehad, ook over dat bepaalde mensen daarbij betrokken kunnen worden. En dat we op die manier zowel met mensen uit de, ik zal het nu maar even zeggen de vakwereld, maar ook met burgers kijken van, wat komen we tegen in de wijk, waar zitten de knelpunten, et cetera? Dus volgens mij zitten we redelijk in die richting. Polarisatie heb ik denk ik al aardig wat over gezegd. Nog één ding wat ik er in ieder geval zelf probeer aan te doen. Dat is door regelmatig mensen uit te nodigen die op een tamelijk radicale manier reageren,

24

publiekelijk of in mijn richting, en zeggen van, laten we er eens over praten. Mijn ervaring is dat dat over het algemeen een heel positief effect heeft, in ieder geval dat mensen het op prijs stellen dat het gesprek aangegaan wordt en dat dat niet gebeurt in een polariserende sfeer, maar juist om eens te horen van, wat beweegt je, waar sta je precies? En het mensen helpt om ook de verbinding met de samenleving vast te houden. Dan wij-zij, BVNL, u zegt een aantal dingen. Het spreek mij eerlijk gezegd niet zo aan. U heeft mij nog nooit horen spreken over de aanduidingen die u gebruikt. Dus ik zou zeggen van, het kan best zijn dat u dat elders hoort, maar u heeft ze van mij nog nooit gehoord volgens mij. Ik ga met iedereen op een serieuze manier om. Goed en passend onderwijs, daar heb ik al commentaar op gegeven, omdat dat ook door een ander werd ingebracht. Dus wij doen ons best om dat op een reële en eerlijke manier te doen, zonder mensen weg te zetten op hun standpunten. Dan, OPHaarlem zegt, u zit wel erg op de procesmaatregelen. Toch vind ik wel dat je hier in dit programma ook best aardig wat voorbeelden ziet waar we zeggen van, dit zijn dan de prioriteiten waar we ook echt op inzetten, waar we concreet mee aan de slag gaan. Ik constateer dat u in grote lijn zich daarin kunt vinden, dus daar ben ik blij mee.

Dan, ik begrijp van mevrouw Van Zetten dat ze zich zorgen maakt dat de veiligheid in Haarlem toch wel heel erg in het geding is. Knallen van vuurwerk, inbraken, onveilig station. Ik kijk er … Ik zei al, met de politie worden iedere keer opnieuw de cijfers doorgenomen. Er wordt ook gekeken naar de vergelijking met andere steden. Dan constateer ik dat dat gelukkig niet nog leidt tot het idee van, we zitten hier in een heel problematisch gebied. Maar ieder incident is er één te veel. Dus ik kan me voorstellen dat u zegt, ik hoor voor mijn gevoel nog te vaak dat mensen zich hier niet prettig bij voelen. Wij blijven ons inzetten om te proberen dat zoveel mogelijk te verbeteren. De voorzitter: Ik geloof dat u een interruptie heeft. Mevrouw Van Zetten, gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ik zeg niet dat de veiligheid heel erg in geding is. Het gaat vaak natuurlijk gewoon om gevoelens. Dat blijkt natuurlijk ook uit het Actieprogramma. Maar ik constateer, wat mij verontrust toch wel, dat mensen toch wel heel negatief praten over wat er in hun omgeving gebeurt. Ik denk dat we daar ook wel oog voor moeten hebben. U heeft natuurlijk wel een paar speerpunten in het Actieprogramma. Dat concentreert zich op bepaalde wijken aan de Oostkant, noem ik dan, dat noem ik Schalkwijk. Maar daar word Waarderpolder mee bedoeld.

Maar dan constateert het toch Meerwijk en ik constateer aan de overkant, aan het Spaarne, waar onlangs ook met oud en nieuw een jongen zo'n eigen kop eraf heeft geblazen, dat er toch wel het een en ander speelt. Dan is de vraag natuurlijk als je praat over handhaving, lopen er wel genoeg mensen op straat om mensen toch een gevoel van veiligheid terug te geven? En dat je wel je kinderen om 21:00 uur de hond kan laten uitlaten. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, uw tijd is om. Kunt u afronden? Mevrouw Van Zetten: Ja, ik rond inderdaad af. Dus dat wil ik dan de burgemeester meegeven. Ik begrijp heus wel dat dat niet één, twee, drie een oplossing heeft. Maar ik vind die inbraak in die auto's echt zorgelijk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ik begrijp de zorgen en wij werken er hard aan om te proberen zoveel mogelijk dit soort dingen te onderzoeken, wat is er aan de hand, en te proberen dat te voorkomen. Goed en daar is dit hele programma ook op gericht, en dat zeg ik ook tegen Trots. Blauw op straat, we doen ons best. Handhavers op straat. Soms zijn er mensen die vinden dat ze er te veel zijn, soms te weinig. Maar we doen ons best om met elkaar aan de thema's die hier genoemd worden te werken en een veilige stad te houden. De voorzitter: Dank u wel. U had in de eerste termijn veel vragen en er is uitgebreid op geantwoord.

Ik zie nog een tweede termijn van de heer Amand. Gaat uw gang. Mijn vraag was, zijn er in tweede termijn nog vragen? Maar ik zag uw vinger al. Gaat uw gang.

25

De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik heb natuurlijk geen antwoord gekregen over jeugdhonken en zo wat we nou helemaal niet hebben meer. Alles is wegbezuinigd. Hoe staat de burgemeester erin? Dat willen wij wel eens horen. De voorzitter: Zijn er nog andere vragen in tweede termijn? De heer Procee van OPH. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog even terug naar de Gierstraat. Mijn andere vragen zijn naar tevredenheid behandeld. Maar de burgemeester heeft met zeer veel overtuigingskracht verteld dat het beleid anders moet. Daar ga ik volledig in mee. Misschien spreken we daar zelfs vanavond nog wel over in een andere commissie. Maar wat wel speelt, er is lang niet gehandhaafd. De grote verandering zit niet in het beleid, dat is er al even. De verandering zit in de handhaving ervan. Dat is niet iets dat ons overkomt. Dat gebeurt. Dat wordt aangestuurd. Is het niet mogelijk om dat wat terughoudender te doen? Want op dit moment zijn er een hoop ondernemers die, zonder dat het beleid veranderd is, doordat er meer gehandhaafd wordt, erg onzeker worden. Is daar wat aan te doen? Dank. De voorzitter: Dank u wel. Een vraag in tweede termijn nog van de heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Mag ook wel … Dank u wel, voorzitter. Het mag ook een opmerking zijn. Dank, burgemeester, voor de update over de straatintimidatie.

Ook dank voor de update ten aanzien van de Smedestraat. Natuurlijk teleurstellend dat er weinig vorderingen zijn tussen bewoners, gemeenten en ondernemers. In het verleden hebben we een SUS-team gehad. Dat had succes. Het is jammer dat dat nu niet wordt gefinancierd. Ik ben zelf meer van de preventieve maatregelen. Maar ik vrees dat ik dan toch ook moet gaan nadenken over maatregelen van uiteraard op het moment dat ondernemers niet met bewoners andere maatregelen willen nemen. Dus ik zou ook de ondernemers oproepen om dit wel echt serieus te nemen, omdat wij hier dan ook wel genoopt worden om over andere dingen na te gaan denken om het daar goed leefbaar te houden. Ik zou in dat kader willen vragen aan de griffie of die misschien een uitvraag aan de commissie wil doen of die ook een schouw willen. Anders moet ik het nu in stemming gaan brengen. Dat vind ik altijd een beetje complex. Een beetje geluisterd naar de discussie over de Gierstraat ben ik het eigenlijk wel eens met de burgemeester, want we gaan nu met zijn allen aan de burgemeester vragen of hij dit en dat wil doen en wat hij er allemaal van vindt. Uiteindelijk zijn de verhoudingen wel zo, dat is misschien een beetje suf uit te leggen naar mensen die hier komen inspreken, de raad stelt beleid vast en de burgemeester voert het uiteindelijk uit.

Nu zitten we in 2024 en kunnen we … Eigenlijk zit hier niemand nog die snapt waarom we tien jaar geleden iets heel raars hebben vastgesteld. Maar hoe je het nou wendt of keert, dat is toch echt de verantwoordelijkheid van degenen die in 2014 in de raad zaten. Nu heeft Louise van Zetten doorgaans, mijn collega, een uitzonderlijk goed geheugen, maar ik kan mij voorstellen dat zij nu misschien minder de behoefte voelt om uit te leggen waarom dat destijds is gebeurd. Maar laten we elkaar ook niet … Dat bedoel ik niet zozeer met een knipoog. Ik voeg er nog even een zin aan toe. Dan hoef je … Ik zal het even toevoegen. Dat bedoel ik niet om een zondebok aan te wijzen. Zo was het niet bedoeld, mevrouw Van Zetten. Het gaat er meer om dat wij dat nu niet meer zo goed weten. Laten we dan binnenkort een keer kijken wat we dan wel willen en de burgemeester met een duidelijke opdracht op pad sturen en niet dit straatje wel, dat straatje niet. Laten we dat dan gewoon in een keer goed doen en in de tussentijd even nadenken hoe we daar verstandig mee omgaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ben blij dat u mevrouw Van Zetten niet als zondebok wilt aanspreken en ook dat u haar … Mag ik even? Mag ik even uitpraten? Ook dat u haar mevrouw Van Zetten noemt en niet bij voornaam, want we noemen elkaar hier bij de achternaam. Maar, mevrouw Van Zetten, uw tijd is om.

Dus ik denk dat mijnheer Wiedemeijer het al recht heeft gezegd waar u misschien op wilde reageren.

26

Mevrouw Van Zetten: Dat kan ik toch zelf wel het beste bepalen. De voorzitter: Maar u heeft daar geen tijd meer voor, dus dan stopt het op een gegeven moment. Mevrouw Van Zetten: Maar wat is dit nou voor manier om hier met elkaar om te gaan? Ik word uitgebreid hier … De voorzitter: Maar dat is rechtgezet. Mevrouw Van Zetten: Jawel. Rechtgezet? Dat vind ik misschien wel helemaal niet. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, we gaan nu stoppen. Uw tijd is om. We gaan even verder. Mevrouw Van Zetten: Ik vind het gewoon toch eigenlijk wel weer een hele rare gang van zaken, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dat mag u vinden. Mevrouw Van Zetten: Mijnheer Wiedemeijer zal ik zo wel eventjes spreken dan. De voorzitter: Doet u dat. Dat kan altijd bij de koffie. Gaat uw gang. Maar, mijnheer Alberts van Forum voor Democratie, gaat uw gang. De heer Alberts: Dank u wel, voorzitter. Op het punt van onderwijs, toch even terug naar de kern van het betoog dat ik vorig jaar september heb gegeven. Om polarisatie tegen te gaan, is het belangrijk dat we mensen, en leerlingen in dit geval, leren om na te denken. Leren om na te denken, hoe na te denken. Is onder andere bijvoorbeeld dat ad hominem, een persoonlijke aanval, de persoon die dat argument brengt, diskwalificeert feitelijk van de inhoudelijke discussie.

Maar is ook dat als ik, hoe extreem gepolariseerd ik bijvoorbeeld tegen de portefeuillehouder sta in bepaalde zaken, als ik nu hier over de tafel was gesprongen en de burgemeester daar fysiek op had aangevallen, dat ik mijn eigen overtuigingskracht volledig was kwijtgeraakt. Ook dat is leren hoe na te denken. Ik denk dat daar de nadruk op, in plaats van welke informatie we geven, zeker een school die een autoriteitspositie heeft, terecht, want die moet vanuit de autoriteitspositie vaardigheden kunnen meegeven aan leerlingen, helpen in begeleiding van de persoonlijke en psychosociale ontwikkeling, maar omgaan met informatie van alles wat er buiten dat bereik ligt, is belangrijker dan het geven van die informatie, met de voorbeelden die ik zojuist heb genoemd. Dat was de kern van mijn eerste betoog om polarisatie tegen te gaan. Daar staan wij als FVD Haarlem nog steeds achter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik nog meer het woord geven in tweede termijn? Geen anderen meer. Dan gaan we naar de beantwoording door de heer Wienen. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Verkeerde knopje. Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van jeugdhonken en voorzieningen, ik denk niet dat dit de plek is om uitgebreid het hele jeugdbeleid langs te gaan lopen.

Er zijn wel degelijk een aantal organisaties die juist in Schalkwijk met een plek, maar wel een plek die onder druk staat overigens, jongeren helpen. Hattrick. Er zijn meer van dit soort plekken, maar vooral ook meer organisaties die met jongeren aan het werk zijn. Misschien is dat nog wel belangrijker. Ik weet niet of het beschikken over een eigen ruimte, of dat altijd het allerbelangrijkste is, zeker in deze tijd. We hebben in de stad nog een aantal van die voorzieningen. Niet in iedere wijk is dat gelijk verdeeld. Daar kan je dan in het jeugdbeleid het nog eens over hebben. Maar het is zeker een aandachtspunt in ieder geval. Ten aanzien van handhaving, ik denk dat de heer Wiedemeijer daar een aantal dingen over gezegd heeft waar ik het mee eens ben. Ik vind toch dat het lastig is om dan redelijk ad hoc te horen

27

van, dit dan toch ook maar niet. Wij doen handhaving juist op dit terrein heel zorgvuldig. Soms ben ik dan een beetje ongeduldig, want dan zeg ik, ik zie nog steeds dat dit niet klopt. Dan zeggen ze, maar we gaan eerst langs, praten, er komt nog een keer een waarschuwing. Dus het is helemaal niet zo dat er hier ongelooflijk hard direct met boetes wordt geslingerd. Aan de andere kant, ik denk dat wij ook moeten uitkijken dat wij de indruk wekken van, weet je, het mag niet, maar we knijpen wel een oogje dicht. Dat is … Dat brengt … Volgens mij brengt uiteindelijk dat nog meer onzekerheid. Mensen willen gewoon weten waar ze aan toe zijn. Daar kunt u voor zorgen. Dus ik zou zeggen, laat ons daar ook vooral op richten. Dan ben ik het met de heer Alberts eens, die argumentum ad hominem, dat zijn precies dingen waar je … De term is denk ik niet direct toegankelijk voor iedereen, maar dat zijn wel precies de dingen waar je het over kunt hebben. Ik zou u aanbevelen om nog eens te kijken naar die Brouwer Prijs en wat daar voor materiaal ontwikkeld wordt, omdat ik denk dat dat echt heel erg zinnig is. Dat gaat over informatie, maar het gaat vooral om de manier waarop je met informatie omgaat, met de inf… De standpunten die je hebt en hoe je een goede discussie met elkaar kunt hebben, zonder dat dat uit de hand loopt. De voorzitter: Goed. Dat was de beantwoording in tweede termijn.

Ik denk dat we het nu moeten gaan afronden. Dit is een stuk wat niet naar de raad gaat, waar wel een motie vreemd is aangekondigd door de Actiepartij over aanpassing van het uitstallingsbeleid. Wij hebben van de burgemeester gehoord dat hij aan de commissie Bestuur heeft gevraagd om maatregelen tegen overlast. Daar komt hij nog op terug in de commissie Bestuur. Maatregelen tegen overlast in de Smedestraat in de avond en in de nacht te bespreken. Er is ook een oproep vanuit de commissie aan de griffie om een schouw te organiseren, om daar samen te gaan kijken, om te kijken welke maatregelen er zijn tegen overlast. Dus hierbij kunnen wij dit agendapunt afsluiten. Er is toch veel langer over gesproken dan we gepland hadden. Maar het was kennelijk nodig om dit zo uitgebreid te bespreken. 10. Sluiting De voorzitter: Ik dank u allen hartelijk voor uw aanwezigheid en we sluiten hierbij de vergadering van de commissie Bestuur. En ik dank de portefeuillehouder. Dank u wel.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13802833/1