01-20 transcript vragenuur 20 januari
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN HET VRAGENUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 20 januari 2022
1.
Ingediende raadsvragen 20-01-2022 De voorzitter: Ja. Welkom bij het vragenuurtje van de gemeenteraad van Haarlem. Er zijn een aantal vragen ingediend door verschillende fracties. En ik begin eigenlijk bij de CU bij de heer Frank Visser. Gaat uw gang, mijnheer Visser. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De provincie Noord-Holland heeft in het kader van de doelen van Natuurnetwerk Nederland plannen om boeren uit de binnenduinrand te verwijderen. Hierover is in onze buurtgemeente Velsen veel te doen. Nu blijkt er echter ook een Haarlems belang te zijn. De koeien die grazen in de Haarlemse Hekslootpolder zijn namelijk van een Sandpoortse boer. En als die moet stoppen betekent dat dus ook het einde van de koeien in de Hekslootpolder. Voorzitter, de CU snapt dit niet, want het gaat om een klein aantal koeien en zeker niet over intensieve veehouderij met megastallen. Waarom zou het extensief houden van koeien in onze regio niet samen kunnen gaan met de natuurdoelen zoals dat al jaren zo gaat. Daarom zou ik aan de wethouder landbouw, ik neem aan dat dit mevrouw De Raadt is, willen vragen wat zij gaat doen om de koeien in de Hekslootpolder te behouden. Heeft zij hierover al gesproken met de gedeputeerde van Noord-Holland die verantwoordelijk is voor dit beleid? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vinger van mijnheer Berkhout.
Misschien bent u van landbouw tegenwoordig? De heer Berkhout gaat een antwoord geven. Gaat uw gang. Wethouder Berkhout: Nee, ik denk. Het is meer van, hoe zeg je dat, van de natuur om ons heen. Daar valt dan het klimaat en milieu, dat valt onder mijn verantwoordelijkheid. Ik neem u even mee in het antwoord. De plannen van de provincie over de realisering van Natuurnetwerk Nederland in onder andere de binnenduinrand hebben wel voor wat opschudding gezorgd, zoals u zegt, in de regio. En uit de reacties kan worden opgemaakt dat er boeren zouden worden onteigend om de gebieden voor natuur in te richten. De gedeputeerde, mevrouw Rommel, heeft in een toelichting gezegd dat ze het betreurt dat er zoveel commotie is ontstaan en dat voorop staat dat in overleg met de boeren bekeken wordt hoe de NNN-doelstellingen kunnen worden bereikt. En één van de richtingen die hierbij wordt betrokken of wordt onderzocht is juist het extensiveren van de landbouw of het verder extensiveren van de landbouw, van de veehouderij moet ik zeggen, in de binnenduinrand. En ja, zoals u zegt: hierbij kunnen ook de koeien in de Hekslootpolder gewoon blijven grazen. De voorzitter: Oké. Is dat antwoord voldoende, mijnheer Visser? De heer Visser: Ja, ik hoop vooral die laatste zin, dat dat waarheid zal worden. Dat we met zijn allen nog lang mogen genieten van de Hekslootpolder met koeien.
De voorzitter: Ik denk dat we dat allemaal wel willen. Dank u wel. Dan ga ik over naar de Actiepartij. En dat is een onderwerp over een wat oudere man die uit zijn huis terecht wordt gezet. Er zijn verschillende fracties die er nu vragen over willen stellen. U bent de eerste. En dan hoop ik dat de rest ook zo komt, want dan kunnen we het in één blokje doen. Maar gaat uw gang. U bent gewoon als eerste aangemeld.
1
De heer Hulster: Ja, dank u wel. Een korte inleiding. In de Leidsebuurt in de Oranjestraat woont een meneer die al decennia in een pand woont. En nu blijkt dat dat een gemengde woonbestemming heeft. En dat betekent dat de bank daar geen hypotheek op wil vestigen. En hij wil graag dat die woonbestemming wordt omgezet, dus dat die gemengde woonbestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. En de rechter heeft daar uitspraak over gedaan en gezegd: nou, die man heeft daar inderdaad volgens de rechter het recht toe. Maar de gemeente neemt de uitspraak van de rechter niet over en gaat door met de procedure, waardoor die meneer dreigt uitgezet te worden. Nou is dat een gevoelig punt bij dit college, dus opnieuw zien we hier dat dat aan de gang is. En daarom in de eerste plaats maar de vraag: hoe kijkt het college daar tegenaan? En hoe gaat het college om met de opdracht van de rechtbank om een nieuw besluit te nemen in deze kwestie? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hulster. Eventjes. Trots heeft ook. Ik zie mijnheer Amand tussen die schermen door. Gaat uw gang. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is eigenlijk nog erger eigenlijk. Voordat de termijn afgelopen was gaat de gemeente Haarlem meteen naar de raad van staten. Het is frappant eigenlijk dat de Haarlemse of de ambtenaren eigenlijk niet gekeken hebben. Ze geven wel toestemming om de stoep te verhogen.
De uitrit is verdwenen. Dat moet ook als je een woonbestemming neemt. Waarom gebeurt dat zo? Waarom worden die mensen niet serieus genomen? En de volgende vraag is: iemand die al zijn leven lang daar woont, die wordt zo behandeld. Nou, wie gaat me dat eens uitleggen? En de Haarlemmers thuis ook. De voorzitter: Ik denk dat ik het wel weet, want de burgemeester gaat hierop antwoorden. Er was ook eigenlijk een vraag van Jouw Haarlem van mijnheer Aynan, maar die zie ik nog niet. Dus ik stel voor dat de burgemeester eerst maar gaat beantwoorden en dan kijken we wel hoe laat mijnheer Aynan binnenkomt. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel. Ik doe een poging. Waar het om gaat is dat iemand woont al 35 jaar op het betreffende adres. En daarvan heeft de gemeente gezegd dat het terecht is dat iemand daar dan ook kan blijven wonen. Dus het is helemaal niet de bedoeling dat die daar weg moet. Dat is één. Twee, de vraag was: kunt u het omzetten in een definitieve woonbestemming. Daarvan heeft de gemeente gezegd: dat vinden we ongewenst. Als deze meneer eruit gaat, dan is het niet de bedoeling dat dat vervolgens permanent een woning is. Hij zit daar. Hij zit daar terecht. Dat moet je niet meer gaan veranderen na al die tijd. Gaan wij ook niks aan doen. Maar wij vinden wel dat het terecht is om niet daar een permanente woonbestemming op te leggen.
Wat de rechter gezegd heeft, dat is dat die inderdaad daar kan blijven wonen. En dat doen we ook. Dus dat is geen probleem. En de onderbouwing van het gemeentelijke standpunt zegt de rechter van: dat voldoet niet. Dus wordt dat aangepast. En dan denken wij dat er geen probleem is voor die meneer, want die kan gewoon blijven zitten. En voor de gemeente, omdat de bestemming niet gewijzigd wordt. Dat is ook ongewenst. De voorzitter: Dat is het antwoord? Mijnheer Hulster, een korte vervolgvraag? De heer Hulster: Ja, ik ben toch benieuwd: op grond waarvan besluit de gemeente nu dat deze gemengde woonbestemming niet omgezet kan worden naar een woonbestemming? Wat is het achterliggende beleid waar dat op stoelt? De voorzitter: Uw vraag is helder, denk ik. Mijnheer Wienen, kunt u daar nog een antwoord op geven?
2
Burgemeester Wienen: Ik moet zeggen dat ik dat niet zelf direct op dit moment weet. Maar ik denk de essentie is dat iemand die daar woont gewoon kan blijven wonen. En ik weet op dit moment niet het antwoord wat precies de pro’s en contra’s zijn van een eventuele definitieve bestemming. De voorzitter: Dat snap ik. Misschien, mijnheer Hulster, kunt u dat dan even schriftelijk vragen. Want de burgemeester is natuurlijk niet heel. Hij weet wel veel, maar niet alles. Zullen we dat zo doen? Hij mag er voorlopig wonen. Dat is dan een geruststelling. En dan ga ik verder. Ik zie daar iemand zwaaien. Nou, heel kort, want anders wordt het te laat. De heer Amand: Ja, voorzitter. Wij zijn altijd kort bij Trots, dus dat scheelt een heel eind. Waarom gaat de gemeente geld spenderen aan een verhoging van een stoep terwijl het, zoals u zegt, een uitrit is voor een werkplaats? Dat ga je niet doen. Dat is één. Daar zegt u niks over. Waarom doet u dat? Ten tweede, de meneer heeft een zijdeur die ook naar de aparte opgang gaat. Hoe kan dat? Waarom is dat niet meegenomen in het hele proces? Dat is toch heel vreemd? Dus die meneer kan ook door de zijdeur eruit. De voorzitter: Ik denk dat het verhaal wel duidelijk is. Dat is een herhaling van wat u net zei. Mijnheer Wienen, kunt u hier een antwoord op geven, waarom? Burgemeester Wienen: Nee, want ik heb de details hier niet in beeld.
De voorzitter: Ik zou zeggen: stelt u dan toch nog even een paar technische vragen. Dan komen we er wel achter waarom de gemeente zo handelt. De heer Amand: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. Ja, Hart voor Haarlem. Dat ben ik zelf. Mijnheer IJsbrandy komt die vraag stellen. Want anders denkt u dat ik misschien partijdig zou kunnen zijn. Vervolgens is het de beurt aan de PvdA, maar die zie ik niet. Er is nog niemand van de PvdA? Dan slaan we die nog even over. Ik heb trouwens net bericht gekregen dat mijnheer Aynan zich niet zo lekker voelt. Hij hoopt later aan te schuiven, maar hij laat dit onderwerp nog even passeren. Dan is het vervolgens, kom ik weer bij de Actiepartij. U heeft nog een vraag over de bomenverordening. Gaat uw gang, mijnheer Hulster. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Ja, bewoners kunnen sinds het instellen van de nieuwe bomenverordening via een formulier bomen aanmelden om te beschermen tegen kap. En dat gaat dan, zoals de raad heeft uitgesproken, om bomen die minimaal vijftig jaar oud zijn. Maar op het formulier staat minimaal tachtig jaar oud. Dus de vraag is: wanneer gaat u dat aanpassen? En de tweede vraag is: dit is een formulier wat je ouderwets moet uitprinten, invullen, scannen en moet mailen. Dat lijkt ons een beetje omslachtig.
Dus de vraag is: wanneer komt dit formulier digitaal beschikbaar, zodat mensen dat gewoon eenvoudig op hun computer kunnen invullen? En als ze dat niet willen kunnen ze het natuurlijk altijd nog uitprinten. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het mevrouw De Raadt is die hier antwoord op weet. Gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Ja, het door u genoemde formulier. Die staat nu op de lijst van formulieren die de komende periode worden gedigitaliseerd. En alle inspanningen van de organisatie zijn erop gericht om dit formulier met ingang van 29 maart digitaal online te hebben. De voorzitter: Ja, mijnheer Hulster.
3
De heer Hulster: Ja, de wethouder is niet ingegaan op de vraag over het verschil tussen de vijftig jaar die de raad heeft besloten en de tachtig jaar die op het formulier staat. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: Ja, wethouder. Mevrouw De Raadt: Ja, dat is inderdaad een aanpassing geweest van de raad. En de vraag daarnaast van de raad was om het formulier ook te digitaliseren. Dus we gaan twee in één doen. De voorzitter: Een geruststellend antwoord? Ja. Dan zie ik net. Ja, de PvdA is er nog steeds niet. Maar gelukkig zie ik mijnheer IJsbrandy van Hart voor Haarlem aanschuiven. En dan wil ik u het woord geven, want er zijn een paar uitvallers. Dus we gaan wat sneller dan we hadden gedacht. Gaat uw gang, mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel. Wij hebben twee vragen voor de burgemeester, denk ik. De eerste vraag is rond het Noord-Hollandse archief. Dat blijkt nog steeds gesloten te zijn voor bezoekers, terwijl bibliotheken en aanverwante instellingen wel open zijn. Dus de vraag is wat daar de reden voor is. En de tweede vraag is. De voorzitter: Dat gaan we niet doen. Gewoon per vraag even, anders wordt het verwarrend. Mijnheer Wienen, wat is het antwoord? Burgemeester Wienen: Ja. Bij het Noord-Hollandse archief is bij de lockdowns is de volgende aanpak ingezet. Namelijk: het archief is geopend voor urgente vragen en onderzoek dat niet kan wachten.
En daarnaast wordt er gescand op verzoek en zijn er inlichtingen via mail en chat mogelijk. En wordt niet de bibliotheek gevolgd, maar volgt het NHA de richtlijnen van de Rijksoverheid. En bovendien, in deze situatie ook de regelgeving rond de musea. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, het is natuurlijk altijd bij dit soort instellingen een beetje de vraag onder welk regiem laat je het vallen. Maar gezien het geringe aantal bezoekers wat zich sowieso bij het Noord-Holland archief waarschijnlijk meldt lijkt het wat overdreven om dan de cultuursector te volgen en niet de bibliotheken in dit geval. De voorzitter: Aanvullend nog. Het nationaal archief is wel open voor mensen op de studiezaal. Burgemeester Wienen: Ja, dat klopt. Maar, goed. Dit is de handelwijze die door het Noord-Hollandse archief gevolgd is. Ik ga ervanuit dat we op een hele korte termijn een verandering van regiem hebben, waardoor het weer gewoon helemaal opengaat. Dus we kunnen er nu nog een discussie over hebben, maar dat. Ik weet niet of dat nog heel veel zin heeft. Maar ik kan in ieder geval nog even wijzen van: het nationaal archief is wel open, dus misschien dat je het nog eens zou kunnen overwegen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wienen. Gelijk maar de volgende vraag voor Hart voor Haarlem? Mijnheer IJsbrandy, gaat uw gang. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel.
Dat is een goed bruggetje naar de volgende vraag. Want inderdaad hopen we uiteraard dat het hele coronaregiem binnenkort tot het verleden behoort. Niet te min vonden dertig burgemeester het toch nog steeds een reden om een open brief te schrijven aan het volk, zal ik maar zeggen, en aan de regering. Waarbij ze hun zorgen uitspraken over het huidige regiem en de moeite die het kost om dat te handhaven. Ook het feit dat ze als burgemeesters eigenlijk tegenover hun burgers kwamen te staan in
4
plaats van daarnaast. Nou, verder een heel redelijk betoog over de huidige situatie en hoe ze daarnaar keken. Maar toen ik vanochtend in de krant het lijstje namen langsliep wat daar ondertekend had ontbrak er één opvallende naam. En dat was die van de heer Jos Wienen. Dus onze vraag is waarom de burgemeester van Haarlem ontbrak bij deze lijst? De voorzitter: Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja. De reden waarom ik ontbrak is. Er is gisteren aan een aantal burgemeesters de brief voorgelegd met de vraag: lees hem even door en zeg of je je handtekening zet of niet. Verder was er geen discussie. En ik heb geconstateerd dat er een aantal onjuistheden in de brief staan die maken dat ik denk van: nou, dan zet ik mijn handtekening er niet onder. Ik vind: dan moet je zorgen dat de brief klopt. En los daarvan, ik heb mij duidelijk uitgesproken. Dus de lijn van proberen naar een andere aanpak te komen, die hebben we vorige week ook vanuit de V&G ingezet. En die hebben we ook aan het kabinet laten weten. Is in het veiligheidsberaad aan de orde. Dus de toegevoegde waarde van deze brief vind ik ook niet zo groot. Maar de belangrijkste reden waarom ik niet getekend heb is dat daar gewoon in staat dat oorspronkelijk het coronabeleid een kwestie was van onderop en van eenieder die zelf keek van hoe die ermee om wilde gaan. En dat is onzin. Dat is helemaal niet waar.
Vanaf het allereerste begin zijn er maatregelen opgelegd en ook gehandhaafd. En de handhaving is niet iets wat later door het kabinet er is bijgevoegd of iets dergelijks. En ik vind van: je moet het wel zorgen dat het klopt wat je zegt. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, wat is dan uw inschatting dat de andere burgemeester het toch nodig hebben gevonden om een dergelijke brief uit te sturen? Is dat dan te zien als een beetje een goedkoop gebaar een week voordat het toch allemaal opengaat? Of krijgen ze geen gehoor in Den Haag of bij de minister? Wat zit daar dan achter? Burgemeester Wienen: Ik denk dat daar twee dingen een rol spelen. Veel burgemeesters krijgen erg veel kritiek op de wijze waarop ze de regels handhaven. En hebben er, denk ik, behoefte aan om duidelijk te maken: ja, we zouden het eigenlijk ook wel anders willen. Dus dat is, denk ik, één verklaring. En de tweede verklaring is dat men ook op de één of andere manier het gevoel heeft van: we willen nog eens een keer, want dat is een herhaling, duidelijk maken dat we echt denken dat het beleid op een andere manier vormgegeven kan worden. En ja, als iemand dan dat initiatief neemt en dat gaat in een heel snel tempo, dan zijn er een hoop burgemeesters die het gevoel hebben van: dat is wel de lijn die ik ook voorsta, dus ik teken mee.
En ik heb het gelezen en ik had het gevoel van: het klopt niet helemaal, dus teken ik hier niet mee. Ook omdat ik de toegevoegde waarde niet zo groot vond. De voorzitter: Wil u daar nog wat op zeggen, mijnheer IJsbrandy? De heer IJsbrandy: Nou ja, goed. Dat u dat zo inschat is natuurlijk, daar kunnen we ons allemaal iets bij voorstellen. Maar het is natuurlijk ook een signaal naar de bevolking van Haarlem. En ja, die vragen zich misschien toch af: waarom ontbreekt onze burgemeester? Hebben we wat gemist? Burgemeester Wienen: Ja, dat die zijn zaken goed leest. En wat ik vind heb ik duidelijk geuit, dat heeft ook in de krant gestaan hier in Haarlem, heb ik voor media naar voren gebracht. Dus ik denk niet dat er bij de bevolking van Haarlem verwarring bestaat over waar de burgemeester staat.
5
De voorzitter: Ja. Mevrouw Bijleveld dacht er anders over. Maar daar laat ik het dan maar bij. Dank u wel. Komt er nog iemand? Nee. U bent niet. De PvdA is er niet, dus die vragen kunnen we niet stellen. Tenminste, ze zijn schriftelijk. Maar dat is dan pech, lijkt mij. Heb ik nou iedereen gehad? Want mijnheer Aynan heeft verschillende vragen, maar die komt dus niet. Ja, dan laten we het hierbij. Dan is dit het vragenuurtje. Ik heb toch niemand? Mijnheer Hulster, gaat uw gang. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter, dat u mij de gelegenheid biedt om toch nog een vraag te stellen. We kregen van verschillende kanten signalen dat de testcapaciteit in Haarlem op dit moment onvoldoende is. Dat mensen heel lang moeten wachten. Is het college daarvan op de hoogte? En is het college in gesprek om de testcapaciteit te gaan uitbreiden? De voorzitter: Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja, dat is niet alleen een Haarlems probleem, maar dat zie je in heel Nederland op het ogenblik. Dat de testcapaciteit echt een punt is. Dus wij zijn daarover in gesprek met de GGD en landelijk om te kijken van: hoe kan je dat zo goed mogelijk doen. We organiseren het niet als gemeente. De GGD is de organiserende partij. En het Rijk heeft nog een aantal contracten gesloten met andere partijen. En wij kijken hoe we dat kunnen stimuleren.
De voorzitter: Dat is dan het vragenuurtje van de gemeenteraad van Haarlem op dit moment. Sluiting De voorzitter: Het is nu tien voor zeven. Om tien over zeven begint de commissie beheer. En ik wil u allen danken voor uw komst.
6