CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

01-14 Transcript Commissie Bestuur

commissie Bestuur 14 januari 2021, gemeente Haarlem47.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

9 alinea's met “actieve”: 45 51 56 81 94 107 110 132 172

De voorzitter: Maar dan heb ik ook toch wel een interruptie nog van de heer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Laat ik de wethouder even bedanken voor de constatering dat hij het kaartje, het gebiedskaartje gaat verfijnen, want dat was de essentie van mijn vraag ook, om te luisteren naar opmerkingen van wijkraden, zoals van De Krim. Dus dank, mijnheer de wethouder, dat dit er scherper en duidelijker uit gaat zien. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder Berkhout: Even kijken. GroenLinks benadrukt nog eventjes de toegevoegde waarde van wijkraden en de vrijwilligers die erin zitten. Kan ik alleen maar bij aansluiten. U maakt ook het onderscheid verordening, u zegt: dat is goed. Maar ik ga het ook, die verwachtingen over dat laaghangend fruit, over die samenwerking, daar kan ik me ook helemaal in vinden. Ik denk dat daar dus ook dat gesprek voor nodig is, voor die rol, voor die taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden. U had het ook met name over de communicatie. Dat kennen we natuurlijk allemaal, niet alleen met deze commissie, maar ook andere commissies, daar horen we die geluiden, dat het schuurt. Dat hoort u als raadsleden, denk ik, ook.

Dus dat, ik vind dat dat wel goed is, om dat met elkaar even in levenden lijve, dus daarom – corona – met elkaar te benoemen, uitspreken en te kijken waar we snel die stappen kunnen zetten. U gaf ook aan die max termijn, twee keer vier jaar. Heb ik net even geprobeerd toe te lichten, dat dat dus, we kunnen dat opleggen en afdwingen, maar dat heeft wel een leegloop bij wijkraden tot gevolg, even heel zwart-wit gesteld. U gaf ook aan: die zichtbaarheid van de verordening, van bewoners. Dat doen wij als gemeente. Wij maken dat zichtbaar op de website, wij hebben dus ook die rol. Dus wij kunnen dat echt ook wel voor bewoners daarin voorzien. Ik hoor u ook vragen: kunnen we dat ook bij de wijkraden neerleggen? Enerzijds is het gewoon: dat kunnen wij zelf als gemeente. Ik denk dat we daar al een hele slag in slaan, net als dat kaartje, ook gewoon die verordening daarbij, zichtbaar op haarlem.nl. Dus dat zou mijn antwoord zijn. Niet direct dat de wijkraden dat ook moeten verplichten. Ook weer misschien in dat kader van niet te veel verplichtingen. U gaf mij eigenlijk de vraag – ik denk dat ik hem al heb antwoord – beginnen versus onderzoek. Maar misschien in algemene zin, ik vind dat beginnen, gewoon met elkaar aan de slag gaan wel aan de hand van is van een goed gesprek met elkaar, vind ik eigenlijk een veel fijnere.

En dan kijken, peilen: is er behoefte, is er draagvlak voor een onderzoek in dat gesprek? Oké, dan gaan we dat als middel inzetten. De voorzitter: Mijnheer Gün. De heer Gün: Voorzitter, ik heb een aantal verdiepende vragen en ook een handreiking, een suggestie. Wilt u dat ik die bewaar voor de tweede termijn of nu het ijzer heet is kunnen we het … De voorzitter: Ik stel voor de tweede termijn, er zijn nog meer mensen die een tweede termijn-bijdrage willen. Gaat u verder, wethouder. Wethouder Berkhout: Even kijken. Dan D66. Werd wat juridisch – ik moet even zoeken wat u precies van mij vroeg – maar u gaf ook aan dat: hoe gaan we nou met die verantwoording afleggen van de wijkraad naar de bewoners toe? Dat is expliciet, volgens mij, dus artikel 4, lid 6, de jaarvergadering. Dat is het vehikel. Ik ga u toch even vragen om in de tweede termijn nog even scherp te krijgen wat u precies nog wilde weten. U had ook een vraag over de max termijn, ik hoop die ook net al te hebben beantwoord. Even kijken, dan het CDA. Daar heeft u een vraag gesteld over dat buiten de gemeente, dat er leden nu in wijkraden zijn die buiten de gemeente komen. Heb ik ook geprobeerd u een toelichting op te geven. Een duidelijkere kaart komt eraan. Max termijn. U gaf ook wel dat spanningsveld van ‘laat dat ook bij wijkraden zelf’ aan. Daar kan ik me eigenlijk

ook wel in vinden. Dan bij de OPHaarlem, net ook gezegd eigenlijk, De Krim heeft niet gebruikgemaakt van de participatie zoals andere wijkraden dat hebben gedaan, hebben gebruik gemaakt van dit moment om daar wat punten aan te stippen. ChristenUnie. Wat – ook een aantal vragen zijn al beantwoord – maar wat als ze niet voldoen aan de verordening, wijkraden? Dan gaan we ze daarop aanspreken, dan geven we ze wat tijd om daaraan te voldoen. Ik kreeg mee, in de praktijk, als ze daar niet aan blijven voldoen dan heffen ze zichzelf meestal op. Dus. Zo gaat dat, dan sterven ze uit. Dan Hart voor Haarlem. Ook hier, denk ik, een terecht punt, gaf ik net ook aan. Die balans van: we willen vrijwilligers, maar we willen ook een duidelijke verordening. Maar die kan doorschieten naar dichtregelen en vrijwilligers met een soort van eisenpakket opstellen, dat het te onaantrekkelijk wordt om dat te doen. Wat ik wel een goeie suggestie vond, eerlijk gezegd, ga ik ook mee terugnemen, is die financiële houvast met voorbeelden van rekenmodellen, of iets dergelijks. Ik denk dat, dat ga ik ook even navragen, of die behoefte er is bij wijkraden of dat daar onduidelijkheid over bestaat. Ik vind dat helemaal geen gek idee, dus die neem ik mee terug. Dan SP.

Maakt zich eigenlijk zorgen over dat er nou, worden er nou wel antwoorden op de vragen gegeven? Maar ook een beetje de problemen in de Zuiderpolder stipt u aan. Daar heb ik van vernomen dat, volgens mij gaat het over het welbekende thema Domus natuurlijk. Daar is dus ook wel, gesprekken zijn er gaande, ook met de gebiedsverbinder. Dat onderwerp leeft. Maar wat ik ook heb vernomen is: de Zuiderpolder is wel tevreden over de verordening. Dus dat zijn volgens mij wel twee verschillende zaken, dat probeerde ik net in het begin van mijn betoog te schetsen. We hebben de verordening – wat de VVD zei: een technisch instrument – en we hebben het gesprek met de wijkraden en waar is ruimte voor verbetering? Ik denk dat uw oproep bij dat tweede echt terechtkomt. In algemene zin moeten we daar dus het gesprek met elkaar over aangaan. Als het de casus Domus betreft is dat natuurlijk nu gaande. Maar ik denk dat ik hem zo eventjes moet duiden. Maar wij herkennen dat wel, maar dus niet als het gaat om de verordening die vanavond voorligt. Dat was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mijnheer Rutten, ik geef u het woord. Gaat uw gang. De heer Rutten: Ja, een korte vraag. U zegt: ik neem dat mee terug.

Betekent dat dat er een nieuw stuk gaat komen of gaan we wel door in het proces? Ten aanzien van die zittingstermijn, die twee keer vier en de vrees voor leegloop. Ik vind die erg kort door de bocht. Het stond natuurlijk, dit is niet gewijzigd in de verordening, dus ik vind dat ook niet nu een punt om nu heel veel tijd aan te besteden. Maar het lijkt me wel goed om dat mee te nemen die discussie straks. Als u dat wilt toezeggen, heel graag. Want de keerzijde van de leegloop is de monopolisering door een heel klein groepje in een wijk, waardoor mensen misschien ook afgeschrikt zijn om te gaan participeren. Ik heb daar ook voorbeelden van meegemaakt. Dus je kan nog toe naar een pas-toeof-leg-uit-situatie, maar ik denk dat de conclusie ‘vrees voor leegloop’ dat niet rechtvaardigt, ik denk dat we even dat hele spectrum moeten bekijken. Dus graag dit meenemen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gün. De heer Gün: Voorzitter, dank u wel. Ik sluit meteen aan, ik had exact dezelfde tekst vanuit de governance comply or explain: pas toe of leg uit. Dat dat het uitgangspunt is en als blijkt dat er geen vervanging mogelijk is dan stel je jezelf voor een derde termijn verkiesbaar, maar dan is het ook duidelijk voor iedereen. Maar dat het een uitgangspunt is, een maximale zittingstermijn, juist ook om de onderliggende reden die de heer Rutten zojuist heeft genoemd.

Daarnaast, u heeft mijn vragen beantwoordt, dank u wel. Die van de maximale termijn heb ik – in aansluiting op de VVD – zojuist beantwoord. Als het gaat om dat laaghangend fruit, een heel groot onderzoek of gewoon lef hebben, de durf hebben om gewoon in kleine stapjes, want dat kan ook tot een goede oplossing leiden, maar dingen gewoon uit te proberen. Hoe kijkt u aan tegen een

gebiedsverbinder, elk wijkraadsoverleg – dat is doorgaans één keer per vier, doe gek zes weken, als het een beetje uitloopt – verplicht aanwezig te laten zijn vanuit de gemeente, om een aantal zaken die lopen toe te lichten of een aantal ontwikkelingen die gaan komen uit te leggen? Want dat is hoe ik het heb meegemaakt in de wijkraden waar ik vanuit mijn partij verantwoordelijk voor ben, daar is gewoon een gebiedsverbinder. Elk overleg aanwezig en er is een ontzettend goede communicatie, verwachtingen worden afgestemd, dus het kan wel. Het enige wat de vraag is, dat u één van uw ambtenaren vraagt om aanwezig te zijn bij een wijkraad om komende ontwikkelingen of lopende ontwikkelingen te bespreken. Een luisterend oor kan nooit kwaad, gaat ook het college helpen om juist die wederzijdse verwachtingen – wat komt er, wat loopt er? – om die goed af te kunnen stemmen. We hebben op de gemeentelijke site daarnaast hebben wij per stadsdeel inzichtelijk welke activiteiten er lopen. Ik weet uit ervaring dat met name nieuwe wijkraadsleden dat vaak niet zo 1, 2, 3 weten te vinden. Ik kan ook niet zeggen dat wij de, nou, we hebben wel ooit de beste website gehad van het land, dat zegt wel wat over de informatievoorziening van de website.

Want het kan beter, hè? We hebben gezegd: doe gewoon een aantal hele duidelijke knoppen en als je daarop klikt krijg je gewoon de informatie te zien die je direct te zien hebt. Het zou bijvoorbeeld helpen om vanuit de gemeente eens een keer iemand langs de wijkraden te laten gaan of de wijkraad te vragen: neem die nieuwe mensen die jullie hebben daar wat meer in mee, want ook daar kan je zien wat er allemaal loopt in een wijk. Dan is het wel verdomd belangrijk dat er een goed plaatje ligt: wat valt er dan in mijn buurt? Misschien kunt u dat plaatje dan ook integreren op de website. Het is een idee, het schoot mij te binnen dankzij het CDA. Dan als laatste de verordening die voorligt. We hebben al gezegd: daar kunnen wij zeker mee akkoord gaan, omdat wij daarin een aantal verbeteringen zien die met name het functioneren van de wijkraad in de huidige vorm wat duidelijker maken in de taakverdeling wat beter. We hebben wel heel veel – en ik heb een drie-, viertal partijen daar ook over gehoord – die rollen van de wijkraden zijn al duidelijk beschreven, maar de rollen van de gemeente iets minder. Ook daarvan heb ik gezegd: dat hoeft niet wat mij betreft per se in beleid of in beton gegoten te worden. Maar ga dat gewoon alstublieft met elkaar ontdekken.

Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden, want er zijn wijkraden waar het niet voortreffelijk loopt, maar wel beter dan een aantal insprekers ons vanavond hebben gepresteerd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gün. Dan hebben nog … Ja, mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. U heeft eigenlijk alle vragen die ik had heeft u beantwoordt, behalve de vraag over de hele open norm, wanneer het college kan besluiten om de wijkraad op te heffen. Ik vroeg me eigenlijk af, u zegt net: ik denk er nog over na om de verordening aan te passen. Niet? Oké. Nou ja, het ging mij om echt te specificeren dat je in een aantal gevallen gewoon als college het niet kan beëindigen, maar zal beëindigen. Dan zit ik dus te denken aan een situatie waarin de wijkraad tenminste 12 maanden geen van de taken – zoals genoemd in artikel 4, lid 5 en lid 6 – heeft uitgeoefend. Of tenminste 12 maanden minder dan 3 leden heeft gehad. Of in een situatie waarin het college het in 2 opeenvolgende jaren de goedkeuring heeft onthouden aan de rekening en verantwoording. Dus dat zijn situaties dat er echt wat aan de hand is, ook langdurig wat aan de hand is en dat het misschien beter is om ook voor iedereen duidelijk te maken: in die situatie maken wij er een einde aan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Mevrouw De Raadt.

Mevrouw De Raadt: Dank u wel, voorzitter, en dank u wel, wethouder, voor het beantwoorden van de vragen. We kunnen het er ook overigens in vinden, wat u zegt over de maximale termijn. Volgens mij zijn we het daarover eens, maar ik denk dat het goed is om het mee te nemen in dat onderzoek wat straks gaat komen en wat breder gaan kijken. In ieder geval, ik zou wel heel benieuwd zijn, want dat is denk ik nu niet geteld, maar

hoe de wijkraden dus zelf denken over zo’n maximale termijn. Dan blij met de toezegging voor die kaart, een duidelijkere kaart. Want ik heb echt twee keer mails van mensen gekregen die aan mij vroegen: bij welke wijkraad hoor ik eigenlijk? Toen stond dit onduidelijke kaartje, wat nu bij de stukken zit, stond toen ook al op de website, maar ik kon het gewoon niet vinden, want zij woonden daar op een grens. Dus ik denk dat dat wel, dat dat gewoon handig is en ook voor een nieuwe aanwas voor de wijkraad, dat je weet bij wie je hoort. Dan heb ik als laatste nog een nabrander, want ik kan me ook wel een beetje vinden in de kritiek die sommige van de insprekers hebben gehad over dat, er zitten wel wat schoonheidsfoutjes in de verordening. Ik zie bijvoorbeeld bij de artikelen, ongeveer de helft van de artikelen hebben kopjes en de andere helft niet. Ik kan me voorstellen dat dat vooral voor mensen in zo’n wijkraad gewoon handiger is als al die artikelen even kopjes krijgen, want dan kan je gewoon makkelijker zoeken in zo’n verordening. Dus als u dat wellicht nog kan aanpassen, dat is niet inhoudelijk, maar technisch, dan is er weer een schoonheidsfoutje opgelost. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Verder nog voor een tweede termijn? Mevrouw Eckhard. Mevrouw Eckhard: Dank u. Ik wil toch nog ingaan op wat de wethouder zei.

Het was natuurlijk inderdaad een bewoner uit de Zuidpolder en door de problemen met de Domus daar reageert hij zo, dat begrijp ik. Maar ik krijg net ook een mailtje van een hele andere wijkraad, inwoner van Haarlem, die zegt: je tekst was top, exact verwoord hoe diverse wijkraadsleden zich voelen. Dus dan denk ik: het komt dus ook voor bij andere wijkraden en dan heeft het helemaal niets met Domus te maken. Als laatste wil ik nog aankaarten: ik heb geen antwoord gehad op mijn vraag hoe de gemeente haar taken en bevoegdheden in artikel vier gaat opnemen. Want wat kunnen de wijkraden nu eigenlijk van de gemeente terugverwachten? Dat staat helemaal nergens in deze verordening. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eckhard. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, dank u wel. Trots Haarlem mist nog even de vraag die we gesteld hebben over artikel 3.3. 3.2 vinden wij heel goed, daar wordt heel duidelijk beschreven: hoe hou je een verkiezing, waar moet het aan voldoen? Zorg dat iedereen op de hoogte is dat die verkiezing er is. Maar dat staat in 3.3: als er nog geen wijkraad is of niet meer, dan mogen mensen zelf bedenken hoe ze die verkiezing doen. Dan denk ik: waarom wordt dat niet wat strakker geregeld? Want zoals we al eerder hebben aangegeven lijkt ons gewoon het belangrijkst in dit geheel dat die verkiezingen gewoon heel duidelijk zijn.

Dan maakt het dus ook niet uit als iemand dus kennelijk heel goed is en 10 keer op rij wordt herkozen. Dat loopt alleen maar spaak als die verkiezingen niet helemaal correct verlopen. Inderdaad, we horen wat opmerkingen bij D66: als dit niet voldaan wordt en dat niet voldaan wordt, dan stekker eruit. Dan hebben wij ook graag, als we die kant opgaan, dat we dan ook krijgen dat als wijkraden een jaar lang geen gebiedsverbinder hebben gezien ze dan stante pede 1 miljoen euro netto uitbetaald krijgen, om maar een beetje druk op de ketel te zetten. Maar de heer Gün had het er ook over, want die ken ik natuurlijk ook van de wijkraden en wij komen dat inderdaad mee, dat er soms geen wijkagenten zijn, geen gebiedsverbinders. Dus als daarstraks dat grote onderzoek naar komt, kom daar dan ook met een knappe oplossing. Ik heb u al aangedragen: hou gewoon 10 procent van het werkcontract open, zodat die mensen niet allemaal in hun vrije tijd nog ‘s avonds ergens naartoe moeten, maar dat dat gewoon onderdeel is van het werk. Dan kan je ook gewoon zeggen: het is je werk, waarom was je er niet? Voor de rest hebben we geloof ik geen opmerkingen meer, dus dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Raadt. Dan is het woord aan u, wethouder.

Wethouder Berkhout: Dank u wel. Dan ga ik nog even in op de vragen uit de tweede termijn. Nee, ik was dus niet van plan het stuk nu nog terug te nemen of iets dergelijks. Het was eventjes een hulpaanbod voor die financiële rekenmodellen in reactie op het voorstel van Hart voor Haarlem, de heer IJsbrandij, maar dat kan dus gewoon, daar hoeft de verordening niet voor aangepast te worden. Dan vond ik het een hele goede suggestie eigenlijk, die max termijn, die eisen we nu niet in deze verordening. Maar wat de VVD eigenlijk zegt: neem dat nou wel in die discussie mee als je dat gesprek aangaat. Want dan horen wij ook hoe de wijkraden daartegenover staan. Ik denk dat dat heel nuttig is. Dan kan je ook dat principe wat de heer Gün ook eigenlijk aangeeft kan je daar ook eventjes neerzetten. Hoe wij ernaar kijken: wat doet zo’n monopolypositie van een wijkraadslid versus wat is de angst voor wijkraden voor leeglopen, want we hebben gewoon geen aanwas? Dat gesprek, ik denk dat je dat moet voeren zonder nu bijvoorbeeld nu nog eventjes na deze commissie twee keer vier jaar in de verordening te zetten, waarbij we niet dat gesprek hebben gevoerd. Dus dat zou ik een goede suggestie vinden voor dat gesprek, maar niet voor de verordening tussen nu en de raad. GroenLinks heeft het over lef, uitproberen, dat ‘laten we aan de slag’.

Dat snap ik, dat is ook eigenlijk, deels is dat volgens mij ook dat actieprogramma Nieuwe Democratie, daar wil ik toch nog eventjes naar verwijzen. Volgens mij is dat voor iedereen ook wel interessant, de gelote wijkraad, hoe staat het daar nu mee? Daar worden nu de uitnodigingen voor verstuurd, dus daar zijn nu volgens mij tachtig mensen voor geloot en daar moeten we er elf actieve voor krijgen, dat is een niet-bestaande wijkraad. Wordt een wijkforum straks, waar zowel de gelote wijkraad als een wijkpanel, dat we daar twee jaar mee gaan experimenteren. Dus er wordt wel voortgang geboekt op dat soort stappen, dat is dus parallel eigenlijk aan de wijkraden. Daarnaast zijn we ook bezig met bestaande wijkraden, hoe we met wijkcontracten om kunnen gaan. Er is bijvoorbeeld, wordt er in Noord ook gesproken over het afgebrande Posthuis, hoe je dat in een soort van right-to-challenge-achtig aspect aan hun kan laten om dat opnieuw op te bouwen. Dat zijn allemaal experimenten, dat is ook nieuw, dat is ook spannend, we laten los. Dus dat is een beetje hoe we ook denken, ik denk wel dat we in de geest van het coalitieakkoord en misschien ook uw oproep. Dan geeft u eventjes aan: gebiedsverbinder, laat die nou gewoon verplicht bij elke wijkraadsvergadering zijn. Kort antwoord daarop: dat kan niet, qua capaciteit. Dat redden wij nu niet.

Sterker nog: dat is ook niet de geest van een wijkraadsvergadering, dat is toch vaak het gesprek van bewoners daar. Het is wel altijd op uitnodiging, dus de huidige lijn is nu: als de wijkraad dat vraagt dan komt die gebiedsverbinder of wijkagent langs. Maar het is wel op uitnodiging en – dat is ook meestal onze ervaring – naar tevredenheid, hoe dat nu gaat. Dus eventjes dat spanningsveld van het verplichten, daar wordt die spannend qua capaciteit, maar het is ook niet nodig, omdat we werken via uitnodiging en via gewoon, we horen dat dat eigenlijk grotendeels naar tevredenheid verloopt. Dan Actiepartij, Haarlem … Ja? De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Gün, gaat uw gang. De heer Gün: Voorzitter, dank u wel. Ik heb even heel stevig het piketpaaltje geslagen van: elke wijkraadsvergadering verplicht een gebiedsverbinder aanwezig. Dat dat niet haalbaar is, dat begrijp ik heel goed. Maar ik hoor u ook zeggen, want dat wist ik niet: op het moment dat wij uitgenodigd worden, dat er een gebiedsverbinder op de agenda staat en wordt uitgenodigd, dan is hij er altijd. Als dat zo is dan wil ik via deze weg ook naar de wijkraadsleden die vanavond luisteren meegeven: als er dan een informatiebehoefte is dan blijkt het dus blijkbaar mogelijk te zijn om een gebied ´…´.

Doe dat dan ook, want wij hebben vanavond meegekregen van de insprekers: ja, we horen zo weinig en we kunnen die verwachtingen, we weten niet wat er speelt. Maar er zijn dus wel mogelijkheden, want u geeft aan: nodig ons uit en we zijn er. De voorzitter: Ja, eens. En die informatievoorziening, ook door de Actiepartij gevraagd, die wordt dus ook wel gewoon proactief gedeeld. Maar over de grote ontwikkelingen, dus dat vinden we ook gewoon een rol. Maar dit is het mechanisme, het is inderdaad goed dat u dat nog eventjes naar de luisteraars thuis bekrachtigd.

Gezondheid. Dan Actiepartij. Ik heb het nog even laten navragen: Haarlem-Schoten wordt aangepast. Dus goed opmerkzaam. Even kijken. Verder ook net eventjes aangegeven. Ook de rol van de gemeente is onduidelijk. Volgens mij verwijst de SP daar ook nog naar, specifiek naar artikel 4, taken en bevoegdheden. Ook daar denk ik dat dat eerst ook even dat onderwerp, dat gesprek moet zijn. Wat is dan de verwachting van de rol van de gemeente? Ik wil dat ook niet tussen nu en twee weken in een soort van artikel nog met ‘…’. Ik ben ook wel benieuwd naar dat: wat verwacht een wijkraad van de gemeente? Wij hebben dit anders opgesteld naar gewoon eventjes de wijkraad, wat ik net zei, de noodzaak van dit technische is erkenning en subsidie. Wat zijn dan de voorwaarden voor een wijkraad? Wat we merken is dat dat gesprek nodig is om wederzijds, of het nou om ‘wie gaat waarover?’, et cetera, dat grotere gesprek, daar komt denk ik ook dat gesprek over de rol van de gemeente naar voren. Dan eventjes D66. Ik heb u nu helder. U geeft eigenlijk een suggestie eigenlijk gaat als het, bij het artikel over het opheffen. Mijn inschatting is dat de artikelen over opheffing voor nu voldoende zijn, maar ook hier dat dat wel goed is om daarover het gesprek met elkaar aan te gaan.

Dus dat zou ik u, dus ik denk dat we die even mee moeten nemen voor ook dat gesprek, als het weer kan, laten we hopen ergens maart, april, mei, juni. Dat dit dan één van die onderwerpen is. Dan het CDA, gaat eigenlijk ook mee in dat verhaal voor de maximale termijn en het voorstel van de VVD, omdat ze gewoon benieuwd zijn hoe de wijkraden zelf daarover nadenken. Ik ga u weer iets toezeggen, die kopjes, dat gaan we gewoon aanpassen, geen probleem. SP tot slot, ik wil dit ook niet bagatelliseren. Ik denk dat het even, u gebruikt het voorbeeld van de Zuiderpolder, ik denk dat daar, dat die casus speelt. U zegt: dat speelt breder. Dat denk ik ook wel, vandaar ook dat gesprek. Dus goed dat u dat nog eventjes nuanceert. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat we dit punt voldoende behandeld hebben. Het is een adviespunt, dus ik wil graag … De heer Van den Raadt: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt heeft nog een korte aanvullende vraag of opmerking. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik ga het voor de derde keer proberen, want ik heb het in elke termijn genoemd.

Artikel 3.3, wat is de achterliggende gedachte om artikel 3.2, als je verkiezingen houdt bij een bestaande wijkraad, om dat heel goed te verwoorden en af te tikken? Dan 3.3, het heel raar losjes te laten: als het er niet is dan ligt het aan de mensen zelf, die zijn dan zelf verantwoordelijk voor de verkiezingen. Dus stel, in mijn wijk is geen wijkraad. Ik denk, ik ga dat doen en dan stel ik als eis dat iedereen familie van mij moet zijn om in die wijkraad te kunnen en dan gaan we verkiezingen houden. Dat is toch heel raar? Maar dat zou dus wel kunnen. Dus waarom deze 3.3? Wethouder Berkhout: Heel kort. 3.3 is er eigenlijk om te benoemen dat het aan de nieuwe initiatiefnemers is en niet aan de oude wijkraad. Dit komt voort uit de juridische procedure in Oost. Maar voor een nieuwe wijkraad geldt vervolgens 3.2. Dus dat ter verduidelijking. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik ga dit onderwerp nu toch echt afsluiten, want we lopen enorm uit. Hoe kan dit stuk … ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Hamerstuk?

‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja, en dat betekent ook dat u akkoord gaat met de afdoening van de toezegging voor wat betreft de dorpsraad Spaarndam? Want die zit hierbij in. Mevrouw Eckhard. Mevrouw Eckhard: Als ik nu hamerstuk zeg, mag ik dan geen amendement meer indienen? De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Nee. Mevrouw Eckhard: Dat wil ik misschien wel. Mag ik daar nog over nadenken, met mijn fractie overleggen? De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Hamerstuk stemverklaring. Dan … Mevrouw Eckhard: Dan wil ik dat graag. De voorzitter: … hamerstuk met stemverklaring. Mocht u nou halverwege denken: ik heb toch eigenlijk niks te melden, meld dat dan even, dan zetten we hem gewoon als hamerstuk op de agenda, dat scheelt weer. Ja? Mevrouw Eckhard: Ik kan het me bijna niet voorstellen. Dank u wel. De voorzitter: Dat graag voor volgende week vrijdag, dan nemen we het mee in het presidium. Goed, hamerstuk, hartstikke mooi. Wij gaan door met … Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Hamerstuk met stemverklaring, precies. Ja, dat zei u eigenlijk al, hè? U heeft gewoon gelijk. 9.

20.10 uur Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: We gaan door met agendapunt 9, excuses. Dat is spreektijd voor belangstellenden over niet op de agenda staande onderwerpen. Wij hebben zoals het er nu naar uitziet een tweetal insprekers, dus de wethouder maakt even zijn plekje schoon en dan ga ik zo meteen het woord geven aan mijnheer Wouters, die komt inspreken over het naleven van de APV, in het bijzonder afdeling 5, artikel 2:20, lid 1 en 2 in de Zijlstraat. De inspreekbijdrage, voor uw informatie, is gekoppeld aan de agenda, dus die kunt u meelezen. Dank u wel, wethouder, fijne avond. Wethouder Berkhout: Fijne avond. De voorzitter: Mijnheer Wouters, als u mij hoort kunt u deze kant op komen. De heer Wouters: Goed, de tijd gaat nu in. Goedenavond, dames en heren, mijn naam is René Wouters, woonachtig en werkzaam in de Zijlstraat, het westelijk gedeelte van de Zijlstraat. Ik ben hier vanavond, ik heb 3 minuten de tijd, dus ik hou het heel kort. De kern van mijn betoog staat al eigenlijk in de inhoud van het mailbericht wat u heeft gehad. Ter aanvulling daarvan kan ik het volgende nog mededelen: ik heb een aantal

metingen gedaan. Het is overigens een situatie die al lang speelt, hoor. Het is een situatie die al vanaf 2017 bij het college geprobeerd is aanhangig te maken, ook middels een petitie van handtekeningen van veel ondernemers. Diverse malen geklaagd over de situatie. Handhaving treedt niet tot weinig op en heeft helaas ook moeten leiden tot 2 keer inschakelen van de ombudsman om überhaupt een reactie te krijgen van de gemeente. De voorzitter: Mijnheer Wouters, kunt u in het kort schetsen wat de situatie is? Voor de mensen die thuis meekijken. De heer Wouters: O, ja. Sorry, ik wist niet dat er ook mensen thuis meekeken. Maar goed. De Zijlstraat is een smalle straat die 8 meter tot 10 meter breed is, 2 trottoirs. Rijdt veel verkeer door de straat, het is een doorgaande route naar de binnenstad, verdere binnenstad van Haarlem. Tot 23:00 uur rijdt er autoverkeer door de straat, na 23:00 uur gaat er een paaltje omhoog, maar ook dan rijden er nog steeds veel auto’s door de straat. Het beeld wordt gedomineerd door met name heel veel geparkeerde fietsen, het is een kluwen van fietsen wat er in de Zijlstraat staat. Nu valt het mee, het is nu coronatijd, maar buiten coronatijd – kan ik u verzekeren – staan er echt honderden fietsen geparkeerd op het trottoir.

Voetgangers kunnen niet meer veilig over het trottoir lopen, die moeten over de rijweg en daar rijden brommers, daar rijden scooters, daar rijden motoren en daar rijden auto’s. Je mag in die straat 50 kilometer per uur rijden, dat is waanzinnig snel als u die smalle straat bekijkt en zeker met alle mensen die minder mobiel zijn, met een scootmobiel rijden of noem het maar op. Ik heb verschillende malen al een blind iemand moeten helpen om over te steken. Mensen met kinderwagens kunnen niet over het trottoir lopen, moeten over de weg lopen, met als risico dat ze aangereden worden of als ze op de weg lopen krijgen ze een scheldpartij van de fietsers, omdat ze in de weg lopen. In ieder geval een hele vervelende situatie, dat is even kort geschetst. Ik kan u even een beeld schetsen van hoeveel auto’s er per dag door de Zijlstraat rijden. Dat zijn er gemiddeld 79 en dat is in deze coronatijd. Buiten de coronatijd is het hoger en in het weekend is het ook hoger. Dat zijn waanzinnig veel auto’s. Er rijden ook veel auto’s, maar ook in ieder geval alle motorvoertuigen op geel kenteken rijden er ook tegen de rijrichting in. Dus het is eenrichtingverkeer, met uitzondering van fietsers. Maar ook auto’s en motoren rijden tegen de richting in de Zijlstraat door, voor 23:00 uur, omdat het paaltje dan nog naar beneden staat.

In ieder geval, we hebben daar heel veel last van, soms kan ik niet eens meer bij mijn deur, omdat de fietsen het barricaderen. Het is echt een heel smal trottoir, het trottoir is 2,5 meter breed. Er staan in totaal 20 fietsenrekken, dus er is een capaciteit voor 40 fietsen. Er wonen 90 gezinnen, dus alleen al op basis van gezinnen is er een capaciteit nodig van zo’n 120 fietsen. Dan hebben we het nog niet over de bezoekers van de Zijlstraat, want de Zijlstraat is een drukke straat, horeca, detailhandel, er zit van alles. Dus er komen zeker nog zo’n 120 fietsen normaliter bij die daar de fiets parkeren. Dus dan staan er zo’n 240 fietsen voor een capaciteit van fietsenrekken van 40 stuks. Dus u begrijpt wel, dat gaat natuurlijk niet goed. Er worden ook brommers gewoon op de rijweg geplaatst, dus ook die hinderen het verkeer. Er worden auto’s geparkeerd, zelfs langer dan een uur, veel langer dan een uur en zelfs wel een heel etmaal, of meerdere etmalen, gewoon op het trottoir. Dus echt helemaal op het trottoir, dus ook dan wordt het trottoir belemmerd. Het is een beetje een wildwesten aan het worden. Dat vind ik jammer, er is een Algemene Politie … De voorzitter: Mijnheer Wouters? De heer Wouters: … Verordening. Ja? Ik heb nog een minuut, hè? De voorzitter: Nee, een halve minuut.

De heer Wouters: Een halve minuut, oké. Ik kon het proberen, hè? Er is een Algemene Politie Verordening die aangeeft: er moet 1,5 meter vrije doorgang zijn op het trottoir, daar moet de horeca zich ook aan houden. Maar het is wel jammer dat de fietsers de fietsen zodanig neerzetten dat er niets meer van die 1,5 meter overblijft en dat je als voetganger dus je op een onveilige manier over de rijweg moet verplaatsen. Het is ook voor de leefomgeving niet echt prettig. Dus even heel kort geschetst de situatie. Dit is in 3 minuten, heel kort, want ik kan er een hele avond over praten. Dus ik hoop dat u heel veel vragen heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wouters. Ik zie de eerste vingers al, dus goed gedaan. Mevrouw Otten, gaat uw gang. Mevrouw Otten: Ik herkende situatie als bijna-bewoner van de Zijlstraat. Maar nu in de coronatijd staat de Zijlstraat nog steeds helemaal vol met fietsen, dus dat kan niet van de horeca zijn. Zijn dat dan de fietsen van de bewoners, weet u dat? Wat doen de bewoners er zelf aan om dat te verminderen? De heer Wouters: Dat zijn voornamelijk veel bewoners die nu de fiets parkeren, want dat zei ik al: er zijn 90 gezinnen, dus zo’n 120 fietsen en er is een capaciteit voor 40 fietsen. Dus ja, dan betekent dat de fietsen voor de rest buiten de fietsenrekken geparkeerd worden, op het trottoir. Nu valt het nog mee, hoor.

Het is nu nog vrij rustig. Mevrouw Otten: Mag ik één aanvullende? Ik zie het verschil niet zo met toen de horeca nog open was en nu. De heer Wouters: Ik versta u niet goed. Mevrouw Otten: Ik zie het verschil namelijk op dit moment niet zo heel erg met toen de horeca nog open was. Dus ik vroeg me af: weet u van wie al die fietsen zijn? Dat viel mij op vandaag. De heer Wouters: In een normaal seizoen dan is het echt heel, heel erg druk, heel erg druk. Dan is er van het trottoir niets meer zien, dan is het echt gedomineerd door een kluwen aan staal. Dat komt ook, er zit een kringloopwinkel of hoe noem je dat, ja, een kringloopwinkel. Dat trekt ook heel veel fietsers aan, de horeca trekken veel fietsers aan. Die zijn nu gesloten, dus wat u nu aan fietsen ziet dat zal misschien een enkele bezoeker zijn, maar voornamelijk van de gezinnen die daar hun fiets parkeren. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. U vraagt eigenlijk om handhaving en u geeft ook aan dat handhaving eigenlijk niet veel plaatsvindt. Maar heeft u daarnaast nog ideeën voor herinrichting of anderzijds, bijvoorbeeld 30 kilometerzone of andere maatregelen, naast handhaving? En dan ook de vraag: hoe zouden dan die fietsen gehandhaafd moeten worden? Dat is een beetje de vraag, als bewoners daar ook heel veel fietsen neerzetten.

De heer Wouters: Nou ja, bij het station kent u de situatie ook hoe die was en hoe die nu is geworden. Dat heeft toch te maken dat er gehandhaafd wordt op fietsen die buiten de rekken of buiten de daarvoor gestelde plaats geparkeerd worden. Dat zie je in Amsterdam ook, hè? Alle fietsen die buiten de fietsenrekken geplaatst worden, worden verwijderd. Er staan ook veel weesfietsen in de Zijlstraat, daar wordt regelmatig over gebeld en dan wordt er weer een partij weggehaald. Maar goed, het is bijna dweilen met de kraan open, want dan staat er weer een batterij fietsen. Een oplossing? Er is tachtig meter parallel aan de Zijlstraat is de Raaks, dat is een brede weg met gescheiden fietspaden, brede trottoirs. Die zou zich beter qua infrastructuur kunnen

worden ingezet voor de doorgang naar de binnenstad dan de Zijlstraat. Dus het zou mooi zijn als de Zijlstraat wat meer een voetgangersgebied zou worden, wat meer groen dan dat we nu zien, een kluwen aan staal. Ik zie een handje omhoog. De heer Van Reenen: Daar wilde ik graag even op reageren, want ik ben zelf fervent gebruiker van dat deel van de Zijlstraat. U zegt: het zou goed zijn als de parallelstraat gebruikt werd als doorgaande weg, maar dat is niet zo het punt waardoor al die fietsen er staan. Die staan er, omdat daar de horeca zit, omdat daar de eetgelegenheden zijn. Dus daar zie ik de oplossing eigenlijk niet in. Wel in andere stalling misschien, ja. De voorzitter: Had u ook een vraag, mijnheer Van Reenen? Of was dit een … De heer Van Reenen: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: O, oké. Ja, het is … De heer Wouters: Kijk, wat we nu zien is dat auto’s veelvuldig dagelijks parkeren, echt volledig op het trottoir. Sinds wanneer is het trottoir een parkeerplaats voor auto’s en scooters en motoren? Het is bedoeld qua infrastructuur als een veilige doorgang voor voetgangers. De Algemene Politie Verordening geeft aan: dat moet een vrije doorgang zijn van anderhalve meter. Daar wordt ook op gehandhaafd. Als de horeca zijn terrasjes zodanig neerzet dat die anderhalve meter niet vrij is, dan krijgen ze daar een boete voor. De voorzitter: Mijnheer Van Reenen.

De heer Van Reenen: Daar heb ik dan wel weer een echte vraag over. De voorzitter: Mijnheer Wouters, ik ga u even in de rede vallen. Ik ben hier de voorzitter en u bent de inspreker. Mijnheer Van Reenen, gaat uw gang. De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter. Daar heb ik dan wel weer een echte vraag over, over die auto’s. Want bij mijn weten zijn beide wegen in principe buiten de laad- en lostijd geen doorgaande wegen en staat er bij beiden een paal. Dus dan blijft mijn vraag: hoe is uw beleving van de tijden waarop dat gebeurt? Die auto’s dan dus. De heer Wouters: Dat gaat de hele dag door. Dat is vanaf ‘s morgens 8:00 uur tot 16:00/17:00 uur ’s middags. Soms, buiten de coronatijd, ook ’s avonds. De heer Van Reenen: En dat is dan dus omdat ze aan één kant wel opengaan, of? De heer Wouters: Ja, dat kan. Ze rijden ook soms achteruit de straat in en dan zetten ze daar de auto neer. En ook motoren. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen? Mijnheer Drost, gaat uw gang. De heer Drost: Ja, ik had een korte vraag. Ik vond uw schets van de situatie in de Zijlstraat heel helder en herkenbaar. Even of ik de vraag nu helder heb aan de commissie. U verzoekt, ik heb u horen verzoeken om handhaving voor auto’s parkeren, fietsen parkeren. Is dat de kern van de oplossing die u ziet voor de drukte in de Zijlstraat?

De heer Wouters: Het zou een goed begin zijn, maar ik denk dat er ook moet nagedacht worden over: hoe krijgen we deze Zijlstraat qua infrastructuur beter op orde? Daar moet goed over nagedacht worden. Dat kan ik nu ook niet bedenken, daar heb je ook weer andere mensen voor nodig, maar handhaving zou in ieder geval helpen. De heer Drost: Even voor de duidelijkheid: ik vraag ook niet aan u de oplossing, hè? Meer: wat is uw verzoek richting deze commissie? De heer Wouters: Ja, ik snap het. De voorzitter: Maar ik snap de verwarring ook wel, want u kunt al voorzitten en u kunt heel goed inspreken. Nou, dan kunt u het waarschijnlijk ook wel oplossen. U heeft nog een digitale vraag. Mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Dank u wel. Allereerst bedankt dat u constateert dat er te weinig handhaving is in Haarlem, daar heeft Trots Haarlem het ook al tachtig jaar over. Maar als u daar die situatie lang in de gaten houdt, ziet u dan ook, want vroeger hadden we niet van die autoluwe gebieden, tegenwoordig wordt het autoluw gemaakt, maar wat dan de oplossing is dat wordt er niet bij verteld. Maar de oplossing kan natuurlijk best zijn dat dan iedereen denkt: nou, dan neem ik maar een fiets. Maar daar is dan geen oplossing voor. Zit u daar verschil in, dat dat recentelijk is toegenomen? Want recentelijk hebben we natuurlijk autoluw.

De heer Wouters: Bedoelt u met recentelijk toegenomen het aantal fietsen of het aantal auto’s? De heer Van den Raadt: Nou, het aantal auto’s zou ook best kunnen, want de bedragen voor het parkeren die schieten natuurlijk ook steeds verder omhoog. Dus dan krijg je misschien steeds meer mensen die dat hele gebeuren proberen te ontwijken. Dus qua autoluw met de fiets en qua parkeren om de parkeertarieven te omzeilen. De heer Wouters: Ik woon zelf vanaf 2015 in de Zijlstraat, dus ik kan maar 5 jaar terugkijken. Binnen de coronatijd waar we nu in zitten zie ik dat het minder druk is dan buiten de coronatijd, vorig jaar was het aanzienlijk drukker. Maar ik heb ook gezien dat in de loop der tijd het parkeerbeleid van een aantal mensen op de straat aan het toenemen is. Dat komt waarschijnlijk ook wel, omdat ik zie handhaving regelmatig voorbijlopen in de straat en die lopen dan ook keurig netjes om de auto’s heen naar kantoor, er wordt niks tegen gedaan. Dat signaal hoef je maar één keer af te geven en dan is een precedent voor andere automobilisten, onder andere. De heer Van den Raadt: Dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog vragen van deze commissie aan deze inspreker? Nee? Oké, dank u wel voor uw komst. Misschien zou u zo vriendelijk willen zijn om uw plekje schoon te maken. Ja, dank u wel. Zo meteen nog een inspreker, of moet ik zeggen een inspreekster.

Dat is mevrouw Van Dijk en die gaat inspreken over een aanvraag voor gastouderschap. Dus blijft u nog even zitten. Mag mijnheer Wouters nog een hele kleine nabrander geven? ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja, dat is waar. U gaat over uw eigen agenda, voorzitter. Gaat uw gang.

De heer Wouters: Ik heb, er is een fietsbeleidsplan – ik weet niet precies hoe het heet – gemaakt, waarin de problematiek van het fietsparkeren in de binnenstad wordt aangegeven in de oplossingen. Ik heb daar tijdig geprobeerd aan te geven: neem daar ook de Zijlstraat in mee. Dat is niet gebeurd, dat is erg jammer. Dus dat was even nog de aanvulling. De voorzitter: We gaan een – dank u wel – we gaan een wethouder op zijn vingers tikken. Dank u wel voor uw tijd. Dag. Dan is het nu tijd voor mevrouw Van Dijk, als zij mij hoort vanuit de antichambre dan wordt ze van harte uitgenodigd om deze kant op te komen. Succes, gaat uw gang. Mevrouw Van Dijk: Goedenavond. Dank u wel dat ik mag spreken, ik ben ‘…’ Van Dijk, ik ben leerkracht basisonderwijs op een basisschool in Haarlem-Zuid. Dat doe ik al tien jaar. Sinds augustus ben ik moeder van ‘…’ geworden. Zoals veel jonge ouders, waar ze tegenaan lopen is de kinderopvang, hele lange wachtlijsten. We waren op zoek naar een gastouder en die schijnen erg schaars te zijn in Haarlem, dus we hebben op het nippertje iets kunnen regelen, dus vorige week ben ik aan het werk gegaan. Met dat tekort in mijn achterhoofd en een paar vrije dagen dat ik niet voor de klas sta dacht ik: gastouderschap, wil ik ook wel, ben ik wel in geïnteresseerd.

Daarvoor moet alleen wel je huis gekeurd worden en je wordt ingeschreven bij het Landelijk Register Kinderopvang. In de gemeente Haarlem kost dat 800 euro. Toen dacht ik wel van: oké, dat is best een hoop geld. Toen ben ik eens gaan kijken: in de gemeentes om Haarlem heen is dat aanzienlijk minder. Bijvoorbeeld in Velsen: 370 euro. Bloemendaal: 355 euro. Amsterdam: 478 euro. In Heemstede is het zelfs gratis. Dus ik vroeg me af, ik had de gemeente gevraagd waarom dat in Haarlem dan zo hoog is. Want de gemeentes krijgen gewoon geld van de overheid om die leges te kunnen betalen, maar dat is niet geoormerkt, heb ik gehoord. Dus de gemeente mag gewoon zelf kiezen waar ze dat aan uitgeven. Dat snap ik dan, maar waar gaat dat geld dan naartoe? Ik heb dus contact gehad met de ombudsman, – ik kreeg daar verder geen antwoord meer op – met de belangenvereniging van de gastouders – Nysa heet dat – en met een aantal gastouderbureaus in Haarlem. Ze krijgen dus, bijvoorbeeld Bureau ViaViela die krijgt ongeveer 20 aanvragen per week van vraagouders, die dus opvang nodig hebben. Er zijn ongeveer 24 gastouders in Haarlem werkzaam bij dit bureau, maar er is nog steeds een heel groot tekort. Door dat dat bedrag zo onwijs hoog is haakt drie vierde van de mensen af om gastouder te worden en het aantal neemt ook helaas af.

Mijn vraag is om de lege-kosten te verlagen in Haarlem ook, want ik denk dat meer mensen gastouder willen worden, de druk op de kinderopvang lager wordt, de wachtlijsten korter. Er zitten ook veel voordelen aan kinderen onderbrengen bij een gastouder: het is meer flexibel, kleinschaliger en het is nu zelfs nog open, in tegenstelling tot de kinderdagverblijven. Zeker ook gunstig voor mensen met een cruciaal beroep op dit moment, sociaal-emotioneel is het beter voor de kinderen. In Amsterdam zijn ze heel erg bezig met de gastouderopvang, om dat onder de aandacht te brengen, om dat te laten groeien. Het zou Haarlem wel sieren als zij daar ook een beetje meer aandacht aan besteden. Ik denk ook dat er meer geld binnenkomt als dat bedrag wat lager wordt, want als je 400 of 200 euro vaker binnenkrijgt dan 800 euro nooit, ik denk dat dat geld oplevert. Er zullen meer gastouders aanmelden en tenslotte natuurlijk wordt Haarlem een hele leuke, nieuwe gastouder rijker. Dank u. Zit ik op mijn tijd? 3 minuten. De voorzitter: U zit keurig op uw tijd. Dank u wel voor het inspreken. Mevrouw Van Dijk: Moet ik nog ergens op drukken? De voorzitter: U mag de microfoon nu even uitdoen, als u wat gaat zeggen mag u hem weer aandoen met hetzelfde knopje. Mijnheer Trompetter, gaat uw gang.

De heer Trompetter: Dank u wel, mevrouw, voor het inspreken. Ik weet niet of wij uw inspraakbijdrage al op papier of digitaal hebben? Zou het kunnen dat wij dat ook kunnen krijgen? Mevrouw Van Dijk: Die informatie die ik net? De heer Trompetter: Ja, graag. Mevrouw Van Dijk: Jazeker. De heer Trompetter: Want ik ben het namelijk niet tegengekomen in de belastingvoorstellen die we vorige ‘…’ hebben behandeld, dus ik ben heel nieuwsgierig naar hoe de wethouder Financiën hierop gaat reageren. Maar goed, ik denk dat mijn collega’s ook die vraag wel even navraag naar willen doen en mee aan de slag willen gaan. In ieder geval dank voor het melden. Mevrouw Van Dijk: Ja, is goed. Ik zal een mooi verslagje maken. De voorzitter: Oké, dan kunt u dat naar de griffie sturen, denk ik. Met even een vermelding erbij graag, richting de commissie Bestuur, en dan komt dat in ieder geval goed. Mijnheer Van Reenen. De heer Van Reenen: Ja, dank u wel voor het inspreken. Ik wil u de vraag stellen of u bij uw kijken naar een andere gemeente ook gemerkt hebt dat als die leges lager zijn er dan ook daadwerkelijk meer gastouders gaan komen. Mevrouw Van Dijk: Ik heb niet geïnformeerd naar andere gemeentes, maar wat ik bij het gastouderbureau wat ik heb gesproken navraag hebben zij dus een behoorlijk groot, dus driekwart mensen die afhaken, onder andere door die hoge legekosten.

De heer Van Reenen: Andersom dus wel. Oké, dank u. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen? Ja, mijnheer Linder. De heer Linder: Ik had nog, bedankt dat u dat onder de aandacht brengt en ook die details naar boven brengt, ook voor het uitzoeken van al die informatie, dus daar kunnen we zeker wat mee. De voorzitter: Dank u wel. Dat was niet echt een vraag, hè? Maar dat geeft niet. Goed, zijn er verder nog vragen voor deze inspreekster? De heer Smit: Ja, voorzitter. De voorzitter: Dit is mijnheer Smit? De heer Smit: Ja, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Nou, mijnheer Smit, kom maar door. De heer Smit: Ik had mij gemeld, hoor. Dank u wel. Mevrouw, de hoge leges die u moet betalen, is u geïnformeerd of daar ook een vorm van dienstverlening van de gemeente tegenover staat? Krijgt u een stuk support of ondersteuning?

Mevrouw Van Dijk: Dat weet ik niet helemaal zeker. Ik weet wel dat er ondersteuning is vanuit het gastouderbureau, maar vanuit de gemeente weet ik eigenlijk alleen dat voor die 800 euro word je dus ingeschreven bij dat register, word je door de GGD gekeurd en dat schijnt een hele hoop geld te kosten. Maar verdere ondersteuning vanuit de gemeente ben ik niet van op de hoogte. De heer Smit: Voorzitter, mag ik nog wat vragen? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Smit. De heer Smit: Suggereert u dat de keuringskosten van de GGD er nog bovenop komen, bovenop die 800 euro? Mevrouw Van Dijk: Nee, ik denk, die 800 euro omvat volgens mij de keuring van de GGD en het aanmelden bij het register. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw. Ook wij nemen uw opmerkingen mee. Dank u. De voorzitter: Dat waren de vragen voor deze inspreekster? Dan wil ik u hartelijk bedanken. U maakt een verslagje met de cijfers die u zojuist heeft genoemd, dat gaat naar het griffiebureau@haarlem.nl en dan krijgen wij die allemaal binnen. Ja? Oké, dank u wel. Misschien zou u ook zo vriendelijk willen zijn om het nog een beetje schoon te maken. Ja, sorry. Dank u wel. Dat moet iedereen, hoor. Dat is … Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: U neemt het heel serieus, zie ik al. Kijk, zo kan het ook. En dan de microfoon en de knopjes, ja. Bedankt. Nou ja, precies, dat is … Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon).

De voorzitter: Dank u wel. Goed, dit was het wat betreft de insprekers. Wij hadden nog een inspreker wat betreft de Bloemenhovekliniek, maar die heeft zich afgemeld, die is ziek. Dan gaan wij door, tenzij er behoefte is aan een korte pauze van 5 minuten. 5 minuten even? Koffietje, theetje. Dan gaan we verder. We doen even een koffietje, Jos. We doen even 5 minuten koffie. Ja. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). Inspreekbijdrage Roy Richters De voorzitter: Goed, dames en heren, wij gaan verder. We hebben een kleine agendaverschuiving, dat heeft te maken met het feit dat een inspreker die pas heel veel verder op de agenda eigenlijk aan de beurt is, we hebben gezegd: kom dan maar nu inspreken. Het gaat over het onderwerp corona, maar hij wil nu alvast – hij of zij, is het een hij of zij, dat weet ik eigenlijk niet – inspreken, dan kan hij of zij naar huis en dan nemen we die inspreekbijdrage mee in het onderwerp. Zijn we daarmee akkoord? De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Dan wil ik graag degene die, het is een hij, dan gaat u zitten hier, dit is uw plekje. Het rechterknopje op de microfoon, dus deze, die is voor u bedoeld, dan kunt u spreken door de microfoon. U

heeft 3 minuten de tijd om in te spreken. Na 2,5 minuut ga ik, als u dreigt uit te lopen, ga ik u even tot de orde roepen. Dus gaat uw gang. De heer Richters: Hij is ingedrukt, dan hoef ik hem niet ingedrukt te houden? De voorzitter: Nee hoor, u mag hem gewoon loslaten. De heer Richters: Dank u. Goedenavond, geachte voorzitter en gewaardeerde leden van de commissie. Ik ben Roy Richters van Havana House uit de Kruisstraat in Haarlem. Ik heb een tabaksspeciaalzaak, al in de familie rond de jaren 30, 1933 om precies te zijn. Onze winkel bestaat bijna 200 jaar, dus ik denk: ik fiets even langs vanavond om mijn ongenoegen te uiten over de willekeur van het sluiten van winkels. Zoals u heeft kunnen lezen in mijn brief van jongstleden woensdag heb ik het idee dat er selectieve discriminatie wordt gevoerd jegens mijn zeer gespecialiseerde winkel, pardon. Per januari moet ik voldoen aan nieuwe regels, opgemaakt door staatssecretaris Paul Blokhuis. Dit houdt in dat ik geen bijverkoop van niet-rookgerelateerde artikelen mag verkopen en daarmee alleen gespecialiseerd ben in tabak, om over de andere restricties nog maar even te zwijgen. Nu het volgende: bij een niet-gespecialiseerde supermarkt mag je wel tabak kopen aan de servicebalie die vaak vlak bij de ingang is gesitueerd en dat brengt veel mensen dicht op elkaar.

Ook de supermarkt heeft al aangegeven dat zij de drukte niet goed kunnen beheersen en dat er veel opstoppingen zijn. In mijn winkel is er genoeg ruimte om dat te waarborgen, wat we al eigenlijk tijdens het begin van de coronatijd hebben gedaan: 2 mensen in de winkel, eentje in de humidor en om beurten afrekenen, wat prima gaat. Komen we bij de SBI-code, wat het belangrijkste verschil maakt. De SBI-code 472, staat ook in mijn begeleidende brief, de code die staat voor detaillisten die essentiële producten verkopen en mogen openblijven, waaronder bijvoorbeeld de slijterij of een chocoladewinkel. Mijn sigarenspeciaalzaak valt ook onder deze code en die mag dan niet open zijn. In mijn ogen klopt dit niet en je kan dus wel drugs en alcohol kopen, normaal in de stad, maar een mooie sigaar of tabak, dat is uitgesloten. Overigens, in de buurlanden zijn alle tabakszaken wel geopend, behalve in Nederland. Dus op basis van gelijkheid en gelijke behandeling zie ik niet in waarom ik morgen mijn deuren nog gesloten moet houden. Mijn zaak is dus geen Primera of Bruna, waar je nog tijdschriften koopt, ansichtkaarten, postzegels, strippenkaarten, ov. Heb ik allemaal niet, alleen maar sec tabak. Maar ik ben gespecialiseerd in tabak en er zijn dus geen extra bewegingen naar mijn winkel op dat gebied. Dat is hetgeen wat ik wilde zeggen.

De voorzitter: O, dat is het? Ik wilde u net nog een halve minuut geven, maar dat is prima. Dank u wel voor het inspreken. Zijn er vragen aan mijnheer Richters? Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Ik snap uw betoog helemaal en ik moet eerlijk zeggen, het stond niet zo op mijn netvlies, maar na uw verhaal begrijp ik het inderdaad niet. Maar ik vraag me af: is dit nou iets wat landelijk is bepaald of is dat iets wat we specifiek in Haarlem hebben? De heer Richters: Ja, dat is volgens mij ook onduidelijk, want ik zie een ander schrijven met een brief van het ministerie naar Haarlem toe dat er – even kijken, waar staat die? – winkels, behalve voor essentiële zaken zoals levensmiddelen, dat die gewoon open kunnen. Mijn SBI-code valt onder levensmiddelen en daar staat voor de rest geen uitzondering bij. De voorzitter: Nog een aanvullende vraag? Mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Ja, een kleine aanvullende vraag. Maar kent u – ik neem aan dat u wel contact heeft met anderen in het land – maar zijn er gemeentes in Nederland die wel tabakszaken openhouden of zijn …

De heer Richters: Ik hoor uit het land inderdaad dat handhaving niet optreedt tegen winkels die wel open zijn. De voorzitter: Mijnheer Aynan, gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag willen dat de burgemeester hierop reageert. De voorzitter: Ja. Mevrouw Eckhard, gaat uw gang. Mevrouw Eckhard: Wie heeft tegen u gezegd dat u dicht moest? De heer Richters: Wij hebben op 19 december, maart hebben wij te horen gekregen … Of er was een aanpassing in de wetgeving dat essentiële winkels open mochten blijven, met uitzondering van de tabak. Die werd afgevuurd, terwijl dus als je essentiële winkels openhoudt, in mijn optiek, dan hoeft een slijterij ook niet open te zijn. Kijk, ik heb geen probleem, als we allemaal dichtgaan, dicht moeten gaan we dicht. Maar de willekeur die dit naar boven haalt, dat vind ik heel raar. Ik denk dat ik als enige speciaalzaak in Haarlem dus geen bijproducten verkoop ten opzichte van tabak, dat ik makkelijk mijn winkel of desnoods afhaal gewoon makkelijk open kan doen. Een coffeeshop staan ze in de rij om softdrugs te halen en bij mij zal er niet eens een rij ontstaan, maar ik help wel de boel ontlasten en de oudere mensen die vaak mij in de winkel komen om hun genot van een pijp of een sigaar aan te reiken. Dat is alles wat ik doe. Dus ik vind het een beetje zwaar. De voorzitter: Mevrouw Otten.

Mevrouw Otten: Heeft u ook contact met andere speciaalzaken in het land en weet u of er meer wordt ingesproken of dat de burgemeesters misschien wat toegezegd hebben? De heer Richters: Ja, wij zijn landelijk met deze brief hebben we daaraan gewerkt en nu zijn naar alle wethouders en burgemeesters verzonden. In de plaatsen waar tabaksspeciaalzaken zitten. Er zijn er nog maar vijftig ongeveer. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Linder. De heer Linder: Mij is nog steeds niet helemaal duidelijk van wie u te horen heeft gekregen dat u dicht moet. Welke stempel stond boven op die brief? Was dat het Rijk, was het Haarlem? De heer Richters: Nee, dat was het Rijk. De heer Linder: Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Smit, kom er maar in. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Begrijp ik uit uw woorden inderdaad dat … Het resoneert geloof ik heel erg nu. De voorzitter: Niet bij ons in ieder geval. De heer Smit: Ik ga proberen … Wat zegt u? De voorzitter: Het resoneert bij ons niet, dus …

De heer Smit: O, gelukkig. Dan ga ik het nog een keer opnieuw doen. Ik begrijp uit uw woorden dat u moet sluiten en dat de coffeeshops open mogen blijven. Als u dat inderdaad beaamt dan ben ik net zo benieuwd als mijnheer Aynan naar de uitleg van de burgemeester. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Daar zat geen vraag, volgens mij. Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Dank voor het inspreken, moedig dat u dat wil doen. Even een vraag: dat discrimineren op die SBI-code, speelt dat ook in andere sectoren? Wat betreft uw branche: wat doet die daaraan in uw sector voor de tabaksspeciaalzaken? Kan u daar een antwoord op geven? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Richters. De heer Richters: De brancheorganisatie, daar staat aan het roer de voorzitter die eigenlijk meer geïnteresseerd is in de Primera open te krijgen, omdat hij daar een oud verleden mee heeft en eigenlijk de tabaksspeciaalzaken ondergesneeuwd ziet worden. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog vragen aan mijnheer Richters? Nee? Wij gaan zo meteen het onderwerp coronamaatregelen behandelen, daarbij zal de burgemeester ook antwoord geven op deze opmerking, als u daar vragen over heeft. U gaat dit thuis volgen, hebben we afgesproken, hè? De heer Richters: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja, u heeft nog een vraag? De heer Richters: Ja.

Ik heb nog één vraag, want dat zou voor deze behandeling komen, het stukje coronabestuur, de vraag aan het coronabestuur. Over de maatregel van de schaatsbaan. Daar wordt ook gevraagd: is dit een lokale maatregel of volgt deze maatregel dwingend uit landelijke en wettelijke regelgeving? Dus ik ben benieuwd wat daar nog een antwoord op is. Dank u wel. De voorzitter: Ik geloof dat die vraag ook automatisch aan de orde komt. Oké. Mevrouw Otten, u heeft nog een nabrander? Gaat uw gang. Mevrouw Otten: Nou, ik vraag me af of de burgemeester bereid is om nu te antwoorden, gezien toch het maatschappelijke verhaal maar zeg maar. De voorzitter: Zeker gaat de burgemeester, ik denk dat de burgemeester daar heel graag bereid toe is, maar ik wil dat wel graag onderbrengen bij het onderwerp wat daarvoor, want we nu eerst een ander onderwerp bespreken. We hebben mijnheer Richters even laten inspreken tussendoor, omdat hij dan naar huis kan. Dan kan hij thuis de verdere afhandeling van deze vergadering volgen en dan komt die vraag gewoon terug op het moment dat we het over corona gaan hebben. Dan zal de burgemeester dat ook adresseren. Mevrouw Otten: Maar ik vroeg specifiek of hij het nu wil beantwoorden.

De voorzitter: Heeft u daar een bepaalde reden voor, waarom het nu moet? Mevrouw Otten: Jazeker, gezien het maatschappelijk belang en de onrust en onduidelijkheid voor ondernemers vind ik dat we best …

De voorzitter: En u denkt dat het over een half uur anders is? Mevrouw Otten: … uit sympathie een beetje tegemoet mogen komen daarin. De voorzitter: Ja, maar de vraag gaat ook beantwoord worden, mevrouw Otten. Ik denk dat u die vraag gewoon kunt stellen straks en dat gaan we over een half uur gaan we dat behandelen bij het onderwerp. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja, maar we hebben afgesproken, mijnheer Richters die kan even tussendoor inspreken bij een onderwerp waar het niet over gaat en dan straks komt het onderwerp waar dit eigenlijk wel bij hoorde. Alleen dan kan mijnheer Richters alvast naar huis. Zo hebben we dat bedacht. Dank u wel voor het inspreken, mijnheer Richters. Misschien zou u zo … O, we hebben geen doekjes meer. Dan hoeft u niet schoon te maken, dan doe ik dat wel even. O, wel? Daar zijn de … De heer Richters: Mag ik u hartelijk danken voor de aandacht en succes vanavond verder. Ik hoop niet dat het heel laat wordt. De voorzitter: Woont u ver weg of niet? De heer Richters: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Goed zo. Dan gaan we heel rustig aan doen, dan wachten we even tot u thuis bent met het beantwoorden van uw vragen, komt helemaal goed. Anders kunt u het altijd nakijken. Dan gaan wij door met de ‘…’, want we lopen enorm achter op de agenda. Wij gaan door met het adviespunt … ‘…’ (buiten microfoon).

De voorzitter: O, gaan we dat nu doen? Nee, deze komt te vervallen. O ja, je hebt gelijk. Dat hadden we ook afgesproken. Overige punten ter bespreking 10. Handhaving maatregelen rondom de abortuskliniek Bloemenhove De voorzitter: Goed, we gaan door met deze gewijzigde – hij doet het weer – deze gewijzigde agenda. Oorspronkelijk stond er bij agendapunt 10 Rapportage Plan van Aanpak Diversiteit & Inclusie. Dat punt wordt verschoven naar een andere vergadering. In plaats daarvan gaan wij spreken over de handhavende maatregelen rondom de abortuskliniek de Bloemenhove aan de Haarlemkant. Daar is een aantal vragen over gesteld. Wie mag ik hier als eerste het woord over geven? Ja, mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het vandaag geagendeerd, omdat er best wel veel onrust is in de stad over deze maatregel. We zitten eigenlijk hier te kijken naar een klassiek geval van botsing van grondrechten. Aan de ene kant de demonstranten die een grondwettelijk recht op demonstratie hebben en aan de andere kant vrouwen die een abortus willen ondergaan en recht hebben op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer en niet mogen worden gehinderd om van hun wettelijke recht gebruik te maken. D66 is voorstander van een vrijheid van betoging, maar ook van de vrijheid om ongehinderd gebruik te maken van abortus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272848/1