01-14 Transcript Commissie Bestuur
Tekst van het document
Wij zijn uitgenodigd voor een digitale bijeenkomst waar wij vragen konden stellen en waar wij suggesties voor aanpassingen konden doen. De vier wijkraden in Schalkwijk hebben gehoor gegeven aan deze uitnodiging, er is goed geluisterd naar onze aandachtspunten en die zijn, waar mogelijk, verwerkt in de nieuwe verordening. Begin november kregen wij het bericht dat de ontwerpverordening op wijkraden vrij was gegeven voor inspraak. Omdat onze punten al opgenomen waren, in de nieuwe verordening, hebben wij dus niet meer gereageerd, hebben wij ook onze zienswijze niet meer ingediend. Maar nu wij de agendastukken dus zo zagen vandaag toen dachten wij van, nou lijkt het wel of er alleen maar bezwaren zijn tegen de aangepaste verordening en dat is dus, wat ons betreft, niet het geval. Ik moet wel eerlijk zeggen, het voelt een beetje vreemd om in te spreken als wij het eens zijn met een voorstel maar het leek ons toch wel goed om de commissie te informeren dat er dus ook wijkraden zijn die het eens zijn met de aanpassing in de verordening. Voor ons is in elk geval een leerpunt, als wij in een vroege fase betrokken worden en de mogelijkheid krijgen om mee te denken over een bepaald onderwerp, dat het dan verstandig is om ook te reageren als om inspraak of een zienswijze wordt gevraagd, want dat hadden wij dus niet gedaan. Ik dank u voor uw tijd en uw aandacht.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw ’t Hart. Het is heel verfrissend om eens een keer iemand aan tafel te hebben die het eens is met de verordening. Is er iemand die nog vragen heeft aan mevrouw ’t Hart? Iedereen vindt het fijn om blijdschap te horen. Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Nou, dan ben ik toch wel nieuwsgierig, wat vindt u specifiek de verbeterpunten die nu voorliggen? Mevrouw ’t Hart: Nou, er zijn een aantal verbeterpunten. Wat ik belangrijk vind is dat er een duidelijke functie scheiding is tussen de functies van de voorzitter van de wijkraad en de penningmeester, dat die functies in elk geval niet samen kunnen. Er stonden een aantal heel administratieve voorwaarden voor wijkraden van bijhouden van postlijsten en allemaal … Wat een beetje ouderwets aandoet. Dus dat zijn vooral voor ons belangrijke punten geweest. Ik heb het wel bij me maar het voert te ver om helemaal op detail in te gaan. Maar we hadden een aantal zaken waarvan we ook procedure tijdspanne. Ik zit nog niet zo lang in de wijkraad en ik vond het in het begin ook vaak onduidelijk. Er zijn een aantal stukken, zijn wat verduidelijkt, van wat zijn de precieze procedures. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Windt.
Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel. Nog even een snelle vraag die wat buiten uw inspraakbijdrage omgaat. Ik vroeg me af, is er ook gesproken over bijvoorbeeld een maximum termijn dat mensen lid kunnen zijn van de wijkraad? Omdat af en toe wel eens de klacht is dat mensen daar honderden jaren blijven zitten. Mevrouw ’t Hart: Ja, dat is wel een punt waar wij ons even goed over moeten beraden want er zijn bij ons ook leden in de wijkraad die er al heel lang zitten en die een heel waardevolle bijdrage leveren en het blijkt ook in de praktijk gewoon moeilijk om mensen te vinden, zoals overal, om vrijwilligerswerk te doen. Dus wij zijn wel van, we gaan er wel mee om dat je tot een herbenoeming kunt overgaan. Het is nu heel stellig dat je er maar vier jaar kan zitten. Maar we vinden het wel belangrijk om in de jaarvergaderingen, om daar duidelijk te maken wie zitten in de wijkraad, wie zijn herkiesbaar en waar wij ook oproepen voor nieuwe leden. We hebben ook het afgelopen jaar weer een aantal nieuwe leden erbij gekregen. Dus we krijgen wel steeds nieuwe mensen erbij. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Reenen. De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw ‘t Hart, u bent tevreden over de nieuwe verordening.
Bent u in het algemeen tevreden over het contact met de gemeente? Mevrouw ’t Hart: Ja, dat … Wij hebben goede gesprekken gehad, vooral over de wederzijdse verwachtingen. Wij hebben met de vier wijkraden in Schalkwijk met de burgemeester en de gebiedsverbinder en gebiedsmanager, heet dat geloof ik, hebben wij een convenant waarin staat hoeveel overleg wij hebben en waarover dat overleg gaat. Wat voor mij heel belangrijk is, is om van tevoren ook duidelijk af te spreken, wat wordt er van ons precies verwacht, welke mogelijkheden hebben wij om in te spreken, waar liggen de grenzen, en dat per onderwerp goed af te spreken. Omdat wij ervaren dat er teleurstellingen zijn als mensen denken dat ze te veel of juist te weinig … Teveel energie erin steken en er niks voor terug krijgen of andersom, dat de verwachtingen hoger lagen dan waar wij aan kunnen voldoen. De heer Van Reenen: Dus u vindt wel dat daar nog een verhelderingslag te maken valt. Mevrouw ’t Hart: Ja, nou, ik denk aan beide kanten. Ik denk dat er van de wijkradenkant, dat je duidelijk van tevoren moet stellen, als je in de wijkraad zit, wat je van de gemeente graag zou willen en dat de gemeente duidelijk formuleert wat de gemeente wenst, in dat geval, van de wijkraden. Maar het is natuurlijk, ik denk dat je het in onderling overleg moet overeenkomen.
Je kunt natuurlijk wel alles tot in detail op papier willen regelen, maar mijn ervaring is gewoon dat, je kunt niet alles tot in detail op papier regelen. De heer Van Reenen: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw ’t Hart. Zijn er verder nog vragen? Mijnheer Van de Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, u zei, ik was inderdaad ook nieuwsgierig naar de communicatie want daar hoor ik wel eens vaker klachten over naar de gemeente. Maar u zei het ook over, het is moeilijk vrijwilligers te vinden. Zou u denken dat een belangrijk orgaan als een wijkraad, wat toch echt de voelsprieten in de wijk zijn en daar kan de gemeente handig gebruik van maken, raadsleden ook, dat die misschien een kleine vergoeding zouden krijgen? Zou het dan wat handiger zijn om leden te vinden? De voorzitter: Gaat uw gang.
Mevrouw ’t Hart: Ja, daar heb ik niet zo heel erg over nagedacht. Ik weet niet zozeer of dat het punt is. Wat ik meemaak in de wijkraad waar ik inzit, ik zit in de wijkraad Meerwijk, daar zitten enorme betrokken mensen die dingen willen doen voor de wijk, die dingen signaleren, die onderwerpen signaleren, die dat fijn vinden om dat te doen op een vrijwillige basis. Ik weet niet zo heel goed of het zou helpen als je daar een vergoeding tegenover zou stellen. Ik weet het niet zo goed. Ik zou daar niet meteen ja of nee op durven zeggen. Voor mij is het in elk geval geen reden geweest, voor mij is het heel belangrijk dat ik het gevoel heb dat ik iets kan bijdragen voor de gemeenschap of voor de wijk en dat is eigenlijk het gevoel wat de meeste mensen bij ons in de wijkraad ook hebben. Voor mij geldt het niet en voor de leden bij mij in de wijkraad kan ik moeilijk zeggen maar ik denk het ook niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt: Oké, dank u wel. De voorzitter: Verder geen vragen aan mevrouw ’t Hart? Dan bedank ik u hartelijk en dan is het nu tijd voor de schoonmaakceremonie. En succes met ‘…’ en bedankt voor het inspreken en een fijne avond. Dan is nu aan de beurt de heer Piet de Vries. Goedenavond, hartelijk welkom. Dat is uw stoel, daar kunt u gaan zitten. Het rechterknopje, als u dat indrukt, dan kunt u spreken. U hebt drie minuten spreekt.
Na tweeënhalve minuut ga ik u attenderen op het einde van uw spreektijd. Dus gaat uw gang. De heer De Vries: Ik kies een iets andere invalshoek waarbij ik dus in eerste instantie even terug wil grijpen op het coalitieakkoord van twee jaar geleden. Dus wat dat betreft zitten we ook halverwege de zittingsperiode tot 2022, waar we ook op willen mikken. In het coalitieakkoord van de start van dit college was sprake van meepraten, meedenken en meedoen als het over wijkraden gaat en over medezeggenschap van bewoners in wijken. Daar heb ik destijds al eens kritiek op gehad dat er niet bij staat meebeslissen, terwijl een goed idee van democratie is dat mensen ook op eigen terrein, het gaat dus om wijken, om buurten, ook zelf echt voor het zeggen hebben. Ook duidelijk zeggenschap, dat is een term die wel voorkwam in het coalitieakkoord van de start van dit college. Maar goed, daarna ben ik na gaan denken, na vijf jaar ervaring als voorzitter van de wijkraad Patrimoniumbuurt, daar ben ik heel bewust destijds uitgestapt omdat ik fundamentele kritiek had op het functioneren van wijkraden. Dat had met name betrekking op een punt wat ook wel onderstreept werd door wethouder Botter, namelijk het te weinig representatieve karakter van wijkraden in de huidige samenstelling.
Dat er dus vaak sprake is, ik ben er zelf een voorbeeld van, van wat in de wandeling is gaan heten, usual suspects, dus mensen die meestal redelijk hoog opgeleid zijn en die ervoor kiezen om dus in een wijkraad werkzaam te zijn als vrijwilliger, wat op zich natuurlijk een prima tijdbesteding is maar het heeft te weinig met democratie te maken. Vandaar dat we dus destijds, ook naar aanleiding van een aantal debatten in de Pletterij, overgegaan zijn tot het oprichten van een werkgroep versterking lokale democratie, waar ik ook budget voor gekregen, dus dat was op zich al heel prima, goede start om dus … De voorzitter: Mijnheer De Vries, u hebt nog een halve minuut. De heer De Vries: O, dat gaat snel. Het gaat in ieder geval erom dat er dus een veel fundamentelere kritiek op het functioneren van wijkraden mogelijk is en in die werkgroep hebben met name, wat dat betreft, gekeken naar andere steden zoals Groningen, Rotterdam, waar dus andere vormen van lokale democratie zijn. Ik heb ook niks met het woord nieuwe democratie, ik weet dat dat natuurlijk van start is gegaan daarna, maar op zich vinden wij op de bestaande democratie niks mis behalve dat het versterkt kan worden. Dat betekent zeggenschap, inderdaad, aan de buurten en wijken zelf en daar is tot nu toe nog te weinig sprake van en dat is
bovendien te weinig representatief als het gaat om het spreken namens bewoners van een bepaalde wijk. Daar willen we verbetering in brengen. De voorzitter: Ja, wilt u afronden? De heer De Vries: Ja. Dat is eigenlijk dus de kern van onze boodschap en daarna komt ook nog wel aan de orde op welke manier we ons dat voorstellen als het om de fundamentelere benadering van de wijkraden gaat omdat we ons afvragen of de huidige wijkraden in de huidige samenstelling met de huidige wijkradenverordening wel het juiste instrument zijn, daar zetten we vraagtekens bij, als het gaat om een versterking lokale democratie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Vries. Zijn er vragen voor de heer De Vries? Mijnheer Van Reenen. De heer Van Reenen: Ja, dank u wel, voorzitter. ‘…’ mijnerzijds dus u zou eigenlijk graag willen dat de raad een deel van zijn stemrecht delegeert aan de wijkraad? De heer De Vries: Ja, ik zet dus, heb ik aangegeven, vraagtekens bij het functioneren. We vragen ons af in hoeverre wijkraden het juiste instrument zijn voor het uiting kunnen geven, op wijkniveau, aan wat de bewoners in een wijk echt willen. Tot nu toe is daar, ook op grond van mijn eigen ervaring, te weinig sprake van.
Dus een van de modellen waar we dus kennis van hebben kunnen nemen, we zijn dus onder andere met het budget wat ik beschikbaar had, zijn we naar Groningen geweest, we hebben een excursie daar naartoe gemaakt om te kijken in hoeverre het instrument loting bijvoorbeeld, een betere garantie schept dat er ook inderdaad sprake is van een representatieve vertegenwoordiging van bewoners uit een bepaalde wijk in de wijkraad. En wat ik zei, ik ben daar zelf, heb ik gezegd, een voorbeeld van. Als mensen zich alleen maar zelf aanmelden ja, dan is dat, kun je er donder op zeggen dat dat te weinig representatief is. We hebben daar een schitterend voorbeeld van gezien, in Groningen met name, hoe dat er anders uit kan zien. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Vries. Zijn er nog vragen aan de heer De Vries? Een vervolgvraag. Ga uw gang, de heer Van Reenen. De heer Van Reenen: En u vond dat dus ook echt werken daar, die loting. U vond die loting in Groningen dus ook een goed werkend instrument? De heer De Vries: Ja, ik heb veel kritiek gehoord op het onderdeeltje loting, dat is voor mij ook niet alleen zaligmakend. Maar het gaat mij er juist om, om het wat breder te zien dan alleen, zoals we dat hier in Haarlem invulling hebben gegeven. U kunt ook naar de Rotterdamse modellen kijken, daar zijn dus gemeenteraadsverkiezingen.
Dan is de redenering, als er toch verkiezingen zijn kunnen we ook meteen overgaan tot verkiezingen van wijkraden. Dat is weer een heel ander model. Maar het gaat mij erom om de wat systematischer fundamenteler via, wat mij betreft, een soort onderzoek op het spoor te komen, wat is nu concreet voor Haarlem de meest optimale vorm van echt een versterkte lokale democratie. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog vragen aan de heer De Vries. Mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Ja, mijnheer De Vries, toch wel een vraag over. Voorziet uw visie dan ook in die wijken waar nu geen wijkraad is, dat die er dan wel zouden kunnen komen? De heer De Vries: Ik kan het niet goed verstaan.
De heer Trompetter: Voorziet uw visie er ook in dat wijken die nu geen wijkraad hebben, dat die wel een vorm van bewonersparticipatie krijgen in uw voorstel? De heer De Vries: Ja, goed, dat zou nader onderzocht moeten worden. Ik kan niet op voorhand een soort model presenteren van zo zou het er moeten uitzien. Ons streven, als werkgroep, is er ook naar om dus daar fundamenteler naar te kijken en ik heb dus die voorbeelden genoemd van andere gemeentes. Wat daar uit zou komen dat is een kwestie wat bijvoorbeeld in de vorm van aanbevelingen na een onderzoek naar voren zou kunnen komen maar waar dus de gemeenteraad uiteindelijk een beslissing overneemt. Want dat is ook een veelgehoord misverstand, wij zeggen natuurlijk van nou, de gemeenteraad blijft natuurlijk volop eindverantwoordelijk, dat is verder helemaal geen probleem maar wij zien de democratie in de zin van nou, mensen in hun eigen wijk die zijn de meest deskundige in wat in hun eigen wijk van belang is, dat daar komt. Juist daarvan hebben we dus inderdaad een heel schitterend voorbeeld in Groningen gezien, die mensen weten zelf het beste wat ze dus in eigen wijk aan milieuvragen willen, allerlei voorzieningen die ze willen hebben. Dat kunnen ze zelf keurig beslissen, dat hoeven ze niet over te laten van we praten een beetje mee en de beslissingen vallen ergens anders. Dat kunnen ze zelf. De voorzitter: Dank u wel.
De heer De Vries: Nog een punt erbij, dat is heel wezenlijk, dat is dat die wijkraad in Oosterparkwijk Groningen ook een eigen budget heeft, om even een gedachte te vormen, van 2 t. 2 t, het is een hele grote wijk, moet ik er wel bij zeggen, daar kun je iets mee. Daar beslissen ze zelf maar de eindverantwoordelijkheid blijft bij de gemeenteraad. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Vries. Ik stel voor dat wij naar de volgende inspreker gaan. Dan wil ik u hartelijk bedanken voor uw komst. Als u … De heer Van den Raadt: Voorzitter. De voorzitter: even de boel wil schoonmaken. O, u hebt nog een vraag van de heer Van den Raadt via het beeldscherm. Ga uw gang, mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, dank u wel, mevrouw Klazes. Ja, ik hoor u weer over die wijkraad Groningen praten ‘…’. Maar hoe staat het nu eigenlijk ‘…’ wijkraad? Want die zou ingevoerd worden ‘…’ enthousiast maar ik hoor er eigenlijk niks meer over. De heer De Vries: Sorry, ik heb het niet kunnen verstaan. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, u was niet te verstaan. De heer Van den Raadt: Er staan te veel microfoons open daar want ik hoor het de hele tijd galmen. Nu niet dus nu gaat het waarschijnlijk beter. Wij zijn ook groot voorstander van die Groningse wijkraad, daar zijn we met u geweest als Trots Haarlem. Wij zijn ook voorstander van dat wijkraden meer inspraak krijgen en meer bevoegdheid.
Maar alleen al dat idee van die gelote wijkraad, daar horen we eigenlijk niks meer van. U bent dan de expert en u heeft nog wat budget gekregen maar gaat het nu zoals twee jaar geleden beloofd of blijft het bij beloftes?
De heer De Vries: Ja, nou ja, u bent zelf mee geweest toen naar Groningen. Wat natuurlijk van het grootste belang is om een soort vertaalslag te maken naar Haarlem. We hoeven het niet over te nemen, integendeel. Wat we kunnen doen is gewoon kijken naar evaluatierapporten die er inmiddels gemaakt zijn op grond van inmiddels een paar jaar ervaring in Groningen. Daar kunnen we dus in Haarlem van profiteren dat te zeggen van nou, functioneert het of niet? Dus dan hoeven we niet eens zelf een experiment aan te gaan, zoals dus de nieuwe democratie experimenten hier, wat ook een methode is om te kijken van nou, dat bestaat al een aantal jaren. Onder andere het instrument loting maar dat moet je dus niet als meest essentiële beschouwen. Veel fundamenteler is natuurlijk, mensen hebben een budget, kunnen daarvoor beslissen en leggen eindverantwoording af aan de gemeenteraad. Dat is de gang van zaken en dat zou nader onderzocht moeten worden. We kunnen niet zeggen van dat moeten we meteen gaan doen maar ik pleit er wel voor om precies te bekijken wat daar dus de resultaten ook voor Haarlem voor kunnen zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Vries. Ik wil het graag hierbij laten wat betreft mijnheer De Vries. Dan, als u uw microfoon uit zou willen doen. Dan hebben we nog één … U moet het nog wel even schoonmaken, vrees ik.
Dan hebben we nog een inspreker, dat is de heer Van Eeden en mijnheer Van Eeden moet nog even wachten tot mijnheer De Vries zijn plekje heeft schoongemaakt en de microfoon ook. Dank u wel, fijne avond. Dan wil ik graag de heer Van Eeden vragen om deze kant op te komen. Dank u wel, welkom. Gaat u zitten. Mijnheer De Vries heeft het schoongemaakt voor u. Ja, zo is ‘ie. U hebt drie minuten de tijd en na tweeënhalve minuut krijgt u een seintje. Ga uw gang. De heer Van Eeden: Mevrouw de voorzitter, dames en heren. Ik spreek ook vanuit die vijftien mensen die dat stuk hebben geleverd wat u hebt aangetroffen. Het collegeprogramma dat spreekt zelfs over meebeslissen als het gaat om participatie. Dat klinkt heel goed en dat is heel ambitieus, en vervolgens heeft u een aantal experimenten nieuwe democratie gestart. Er lopen ook heel goede stadsgesprekken, waar de wethouder bij is waarbij de gemeente hulp aanbiedt aan de wijkraden om efficiënter te werken. Dat is allemaal goed, maar wat eraan schort is dat de 50 jaar oude wijkraden een onduidelijke positie hebben. De verwachtingen die botsen regelmatig. Dat zal in een democratie ook altijd wel zo blijven maar het kan beter. Er is veel teleurstelling. Wijkraadsleden en zelfs hele wijkraden kappen ermee.
Ik ga er vanuit dat dat niet uw beleidsdoel is, daarom moet duidelijk worden, één, wat zijn de bevoegdheden van wijkraden, advies, zwaarwegend advies, bindend advies of meebeslissen? Hoe is hun samenstelling, hun representativiteit? Want daar wordt gewoon in de praktijk aan getwijfeld en dat kan ook betwijfeld worden. Op welke informatie hebben ze recht en hoe tijdig? Dat soort zaken zijn niet geregeld, ook niet in deze verordening. Als u ze echt wil laten meebeslissen, welk stukje macht wil de politiek dan wel afstaan? Dat is een debat waard. Zolang dat allemaal in de lucht hangt creëert u uw hoogstens, door wat hulp te bieden aan die wijkraden, efficiëntere teleurstelling. Deze verordening biedt daarvoor dus geen soelaas. Ik pleit er daarom ook voor om onafhankelijk en grondig te laten onderzoeken hoe allerlei geledingen, bestuurders, ambtenaren, wijkraadsleden en de bewoners, de participatie in de praktijk ervaren. Dus het is niet, zoals net werd gesuggereerd door de voorzitter van een van de Schalkwijkse raden, dat de wijkraden moeten worden onderzocht op hun functioneren. Het gaat om de hele constellatie. Dat is geen luxe na 50 jaar. Ik nodig u uit om, als corona het toelaat, in ieder geval daarin, daarover in de Pletterij op, nu geprojecteerd 10 maart, met ons in debat te gaan. Om toch eens wat grondiger naar de hele zaak van de bewonersparticipatie te kijken.
De voorzitter: Prima binnen de tijd. Ik was vergeten u te waarschuwen maar u had het zelf al door. Wie mag ik het woord geven, wie heeft een vraag voor mijnheer Van Eeden? Mijnheer Gün.
De heer Gün: Ja, voorzitter, dank u wel. Mijnheer Van Eeden, dank u wel voor het inspreken en ook voor de brief die u hebt opgestuurd en met ons heeft gedeeld. Ik heb een vraag, met name om hem iets scherper en iets duidelijker te krijgen, want u tekent hem, of hij wordt met name op persoonlijke titel ondertekend door de mensen die u ook zojuist heeft genoemd. Door het aantal mensen wat hem heeft ingediend. Waarom op persoonlijke titel? Want dat triggert bij mij zoiets van, wordt dat dan niet gedeeld door de actieve wijkraden of door niet alle wijkraden? De heer Van Eeden: Niet alle wijkraden. Een aantal wel, een aantal niet. Het beeld is wisselend, wat dat betreft. Ik heb het eerst ook geprobeerd met alle wijkraden in Haarlem en een aantal zijn wel degelijk deze mening toegedaan en met name de Schalkwijkse wijkraden niet omdat die dachten dat er een onderzoek zou moeten komen naar hun functioneren. Dat is een misvatting. Er moet een onderzoek komen naar de totale constellatie, hoe gaan ambtenaren met de wijkraden om? Hoe gaan de wethouders ermee om? Ik weet dat er een Quickscan is geweest van lokale democratie, die hebt u hier behandeld in april vorig jaar en dan kunt u zien dat dat nodig is. Deze verordening is geen antwoord op die situatie in de stad.
In de Quickscan bijvoorbeeld staat een aanbeveling dat de gemeente moet met wijkraden heldere rollen en randvoorwaarden opstellen. Dat zit hier niet in. Er zijn hier maar twee artikelen die gaan over de constellatie. Eén is artikel twee, verkiezingen, die zijn er helemaal niet. Als u zo verkiezing zou houden dan zou u er wat mee te stellen hebben in de gemeente. Het moet echt grondiger worden bekeken dan nu. Er zijn twee artikelen, de ene is dus, wat ik zei, de constellatie. Daardoor ontstaat de representativiteitvraag regelmatig in de stad, wie zijn jullie wel. En de andere zijn de bevoegdheden en de taken. Daar zal je ook eens wat grondiger naar moeten kijken, daar staat nu heel weinig over geformuleerd en wel zeven artikelen over de steentjes die steeds minder zijn geworden. De voorzitter: Mijnheer Gün heeft een aanvullende vraag. De heer Gün: In zoverre, ik had een korte vraag, maak duidelijk in hoeverre dit, deze brief, op persoonlijke titel is of namens alle wijkraden. Nou, daar hebt u antwoord op gegeven, het is op persoonlijke titel dus niet namens alle wijkraden. U hebt ook uitgelegd waarom en we hebben ook vernomen van mevrouw ’t Hart waarom dat dan zo is. Wat vanavond voorligt is de verordening op de wijkraden zelf, we hebben het ook over de nieuwe democratie, daar gaan we het vanavond met de wethouder over hebben dus ik wil u danken voor uw reactie.
De heer Van Eeden: Mag ik daar heel kort op zeggen? Kijk, ik heb niks tegen deze verordening alleen hij regelt niet waar het op aankomt. Dus u moet verder gaan dan deze verordening. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Eeden. Mijnheer IJsbrandy? De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel. Een vraag aan de inspreker. U praat over onderzoek, u praat over betere uitgangspunten. Stelt u zich daarbij voor dat er uiteindelijk een soort ideale blauwdruk komt van hoe een wijkraad in Haarlem zou moeten functioneren of zegt u van nee, er is, wijkraden zijn in essentie bottom up initiatieven van wijken, buurten, communities, mensen die zich daarvoor in willen zetten, die zullen verschillende accenten zetten. Een misschien wat meer op het sociale domein, de andere misschien wat meer op de infrastructuur en wat technischer ingestoken. Daar is nu ruimte voor, iedere wijkraad kan het in principe naar eigen inzicht een beetje regelen. Wilt u daar vanaf? Wilt u meer uniformiteit daarin of, wat is daar het denken?
De heer Van Eeden: Ik zit hier niet als een vertegenwoordiger van enige wijkraad en ik vind dat u best als politiek zou kunnen besluiten om bijvoorbeeld ook de negatieve variant van, luister eens, dit functioneert helemaal niet, dit willen wij gaan uitfaseren. Maar dan moet u wel zeggen wat u anders wil qua bewonersparticipatie. Het komt erop aan dat de politiek zich, naar mijn oordeel, moet uitspreken nadat ze heeft laten onderzoeken wat er in de praktijk gebeurt in Haarlem, zich moet uitspreken over mogelijkheden voor de toekomst. Dat is de uitdaging. Ik zit hier geen wijkraden te propageren. Misschien dat ze wel overbodig zijn en dat je veel meer met digipanels en dat soort zaken moet gaan werken. De voorzitter: Dank u wel. U hebt ook een vraag van de heer Van den Raadt, digitaal. Mijnheer Van den Raadt, kom er maar in. De heer Van den Raadt: Ja, goede dag. Bedankt voor uw inspraak, u zegt altijd wel zinnige dingen en 10 maart kom ik zeker langs. U hebt een goed punt, natuurlijk, dat eigenlijk het geheel bekeken zou moeten worden want het schort natuurlijk ook nog wel eens, inderdaad, wat u zegt, aan hoe gaan dan ambtenaren om met wijkraden. Maar we hebben natuurlijk bijeenkomsten gehad. toen die twee beroemde bijeenkomsten in de bibliotheek, waar eigenlijk iedereen, 80, 90% op één lijn zet van wat zou de functie en de rol van de wijkraad moeten zijn.
Toen werd er door de wethouder toch weer een heel andere conclusie aan het verhaal gegeven waar iedereen eigenlijk verbaasd over was. Dus hebt u het idee dat, als we zo’n conferentie en iedereen weer aan het woord laten, dat er dan ook wezenlijk iets gaat veranderen of dat toch eigenlijk al vastligt hoe het gaat worden omdat de gemeente bepaalt? De voorzitter: Mijnheer Van Eeden. De heer Van Eeden: Niet als je zo maar om de oude eik gaat zitten en daarom is er eerst een behoorlijk bestuurskundig, of wat dan ook, onderzoek nodig naar de hele constellatie in de stad, hoe functioneert dat nou? Hoe functioneren die wijkraden nou en hoe gaan de ambtenaren, hoe gaan de bestuurders daarmee om? Daar is alle aanleiding toe want als u nog even terugdenkt aan de Quickscan lokale democratie van april dan kon u tevreden zijn omdat Haarlem het zeker niet slechter doet dan andere gemeenten in dit opzicht maar dat er wel, zeg maar, 23% van de mensen, van de bewoners die toen meededen, zeggen, we hebben echte invloed. Er zijn er een hele hoop die riepen, inspraak is er echt alleen maar voor de vorm. Dat soort zaken. Er is behoefte aan duidelijke procedures als het gaat om de inspraak. Een groot aantal zegt … Nee, ik moet zeggen, 20-30% zei van, de gemeente gaat goed om met de burgerinitiatieven. De andere niet. Dat waren 1400 burgers die meededen aan dat panel, die zichzelf hebben gemeld.
Dat zijn dus mensen die er heel constructief aan mee willen doen. U mag wat dat betreft toch nog wel eens een keer aan die democratie, lokale democratie, sleutelen door er heel goed naar te kijken. Dat is mijn oproep. En dan ben ik geen propageerder van wijkraden want wie weet moet u andere vormen kiezen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Eeden. Mijnheer Van den Raadt, was dat het, heeft u nog een aanvullende vraag? Dat was het. De heer Van den Raadt: Nee, goede opmerking, dank u wel. We gaan het tegemoet zien. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen aan de heer Van Eeden over dit onderwerp? Nee. Dan wil ik u hartelijk bedanken, fijne avond. Bedankt voor het inspreken. De heer Van Eeden: ‘…’ schoonmaken?
De voorzitter: Jawel, want we krijgen nu een wethouder, u moet extra goed schoonmaken. Ik vind niet dat u echt enorm uw beste hebt gedaan, moet ik eerlijk zeggen. Ja, het is beter, zeker. Oh, het doekje ook nog mee nemen, ook dat nog. De heer Van Eeden: Ik hoop dat hij het er gezond vanaf brengt. De voorzitter: Ja, dat denk ik wel en anders weten we u te vinden, mijnheer Van Eeden. Ja, bedankt, fijne avond. Welkom, wethouder. Dan gaan wij door met de behandeling van dit onderwerp. Wie mag ik als eerste het woord geven? Wethouder. Is er niemand die het woord wenst? Ja, mevrouw Wisse, gaat uw gang. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk vooral vier vraag aan de wethouder. De eerste gaat over de dorpsraad Spaarndam. Die subsidiëren we natuurlijk, moeten we ook vooral zo houden maar in de dorpsraad zitten nu alleen maar vertegenwoordigers uit de helft van Haarlemmermeer en niet uit de Haarlemse helft. Zou het niet zaak zijn, als we die dorpsraad subsidiëren, om ergens een eis te stellen dat de helft van de dorpsraad uit vertegenwoordigers van Haarlemmermeer en de andere helft uit Haarlem bestaat? Mijn andere vraag is, wijkraden kunnen peilen, daar staat een bepaling over in.
Kan de wethouder ons bevestigen dat de wijkraden niet gebruikt worden om gemeentelijke peilingen te doen maar echt alleen als ze zelf het initiatief nemen om te peilen? Derde vraag, wijkraad bestaat uit tenminste drie leden. We hebben al gehoord dat de voorzitter en de penningmeester functie inderdaad niet gelijk door een persoon kunnen worden uitgeoefend maar kan een wijkraad toch uit twee leden bestaan want ze zijn heel erg moeilijk om te vinden, hebben we net gehoord. Dus door de combinatie, wat blijft er dan over. De secretaris met de penningmeester tegelijkertijd. De vierde vraag is de benoemingstermijn. Ook daar hebben we net dus ook gehoord dat het heel erg moeilijk is om wijkraadsteden te vinden. Kan er een bepaling komen dat bijvoorbeeld 12 jaar een wijkraadslid kan blijven zitten en zelfs dan, als er geen vervolg, niemand anders zich verkiesbaar stelt, dat die dan ook nog langer kan blijven zitten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wisse. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Actiepartij dankt het college voor dit stuk waarin een aantal verbeteringen voor de wijkraden staan. Dat in eerste plaats. Over het kaartje, dat is een beetje … Hoe komt het dat de wijk ‘…’ Haarlem heet, terwijl voormalige gemeente Schoten toch het gebiedsdeel is wat wij Haarlem Noord noemen.
Dat is nu een wijk, dat vond ik toch wel heel apart in het kaartje. Hoe kijkt het college aan tegen door een groot aantal mensen op persoonlijke titel gevraagd onderzoek naar het functioneren van het systeem van de wijkraden? Is het college daarbij bereid om daar naar te kijken? Dan heb ik nog een vraag, wat maakt dat de escalatie van gebiedsverbinder, als de mensen er niet uitkomen, direct naar de wethouder gaat en er geen rol is voor de gebiedsmanager et cetera en andere functies? Misschien vraag ik nu naar een bureaucratisering maar dat wil ik dan wel weten, als ik daar naar vraag. Kan de Actiepartij ervan uitgaan dat, na de ingetrokken motie, na toezegging van de wethouder die betrekking heeft op artikel 4, namelijk dat de wijkraden worden betrokken bij ingrijpende wijzigingen in hun gebied, bijvoorbeeld herziening bestemmingsplan, het herinrichten van de weg. Dat dat gewoon ook zo blijft en dat de wijkraden daar actief bij betrokken blijven en ook actief over worden geïnformeerd. Dan een vraag van, er staat dat een wijkraad een huishoudelijk reglement kan hebben. Zou het niet zo moeten zijn dat een wijkraad zelf een huishoudelijk reglement zou moeten opstellen zodat ook duidelijk is hoe zij hun onderlinge zaken regelen. Is een rooster van aftreden nog een punt? Ook in het vervolg, zeg maar, van de PvdA en ‘…’, want die is nu niet beperkt.
Hoe is het gesteld, de laatste vraag, met de verantwoording van de wijkraad budgetten. Wat doet het college met deze verantwoording als het bijvoorbeeld om een etentje gaat van enkele duizenden euro’s, het eind van het jaar. Dank u wel
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Mijnheer Gün. De heer Gün: Ja, voorzitter, dank u wel. Dank aan het college voor de aangepaste verordening. Gekoppeld aan deze verordening gaat de discussie ook heel erg over de rol van de wijkraden in de 21 e eeuw. GroenLinks, laat ik daar duidelijk in zijn, is een voorstander van bewonersparticipatie en dat kan op meerderlei vormen. Zowel door mondige burgers, zij die willen participeren op wat voor manier dan ook, maar ook zien wij wel een toegevoegde waarde van de wijkraden in sommige wijken omdat de mondige bewoners niet in alle wijken evenredig en goed vertegenwoordigd zijn. Daarin speelt de wijkraad een heel belangrijke rol dus ik wil ook via deze weg alle vrijwilligers in de wijkraad bedanken voor de taak die ze op zich hebben genomen. Dat gezegd hebbende kunnen wij ons vinden in de verordening zoals die er nu ligt maar zien wij tegelijkertijd een aantal tekortkomingen. Die tekortkomingen zitten er met name in, en ik heb die vraag ook al aan een van de insprekers gesteld, namelijk dat verwachtingen, wensen en verwachtingen, niet altijd wederzijds met elkaar overeenkomen.
Wat kunnen we eraan doen om die verwachtingen meer op elkaar af te stemmen want in feite, vanuit de vele mails die mij hebben bereikt en de vele brieven die wij als raadsleden hebben ontvangen, blijkt gewoon: een aantal dingen lijken laaghangend fruit en op basis van quick wins, zaken die makkelijk geregeld kunnen worden namelijk, communiceer meer en vooral ook tijdig met elkaar en maak van tevoren helder waar de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het traject wat dan loopt of gaat lopen komen te liggen. Als dat opgenomen zou kunnen worden in de verordening, ik weet niet of dat dan via een RASCI moet gaan of gewoon via samenwerkingsafspraken of dat we daar gewoon mee gaan experimenteren. In de regel, in beleid lijkt het wel goed te zijn, in ieder geval op basis van voornemens, maar in de praktijk blijkt de uitvoering niet goed te lopen. Nou, daar wil ik uw aandacht voor vragen en graag van u vernemen hoe u daar tegenaan kijkt. Verder zitten wij ook een beetje met het ‘…’ aftreden. Partij van de Arbeid en Actiepartij hebben het al genoemd. GroenLinks is voorstander van een maximale termijn van twee periodes, twee keer vier jaar, in totaal acht jaar.
Als blijkt dat er dan echt helemaal niemand meer te vinden is, wat ik weiger te geloven, dan zou je een uitzondering kunnen maken in het kader van de governance afspraken die je dan maakt, dat daar een termijn aan wordt toegevoegd. Maar door het aftreden van het een creëer je ook ruimte voor een ander want vaak wordt er ook wel gedacht, ja, er zit wel iemand 10 jaar, 12 jaar, 15 jaar. Die gaat nog wel een tijdje door, dan hoef ik het lekker niet te doen. Nou, om dat er ook meteen uit te halen, het plaatsmaken van een een kan ruimte creëren voor een ander. Verder hebben we in de verordening, of tenminste, bereiken ook van mensen die niet bij wijkraden betrokken zijn mij het signaal dat zij niet op de hoogte zijn van de verordening en hebben ook gevraagd van joh, er speelt wat, hoe loopt dat, wat zijn mijn rechten en plichten als wijkbewoner die zich niet heeft aangesloten bij een wijkraad. Kortom, kan de wijkraad, en met name op momenten dat mensen het niet eens zijn met een wijkraad of een wijkraadslid over een aantal zaken, willen zij graag terugvallen op de verordening zelf. Mij bereikt de informatie dat die niet zichtbaar is, altijd even goed zichtbaar, via de wijkraad.
Is de wethouder en het college bereid om aan de actieve wijkraden te vragen om die wijkraadverordening in ieder geval zichtbaar te publiceren en inzichtelijk maken voor alle wijkbewoners? Dat gezegd hebbende over de verordening zelf, we hebben begrepen dat er ergens eind q1 nog een … In het kader van de stadsgesprekken nieuwe democratie weer wat gesprekken gevoerd gaan worden. Met name voor die rol van de wijkraad van de 21 e eeuw zijn wij daar wel zeer in geïnteresseerd en zijn we ook benieuwd wanneer de vervolgstappen komen. Met name ook, er wordt een aantal keer geroepen om een onderzoek, ik weet niet of dat een heel uitgebreid, groot, klein onderzoekje moet worden of dat we gewoon echt met elkaar kunnen gaan beginnen met een aantal kleine dingen, gewoon experimenteel, ik zal het geen pilot noemen, maar gewoon een aantal dingen te zaaien en hopen daar mooie dingen uit te oogsten. Hoe kijkt u daar tegenaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gün. Mijnheer Van Reenen.
De heer Van Reenen: Voorzitter, ik had een punt van orde. Ik hoor nu twee keer in mijn WhatsApp dat de commissieleden niet te verstaan zijn op de buitenverbinding dus of ze wat dichter op hun microfoon willen praten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Dank u wel, voorzitter. Ja, heel mooi dat er een nieuwe verordening ligt. D66 is voor bewonersparticipatie en mooi dat dat nu weer nog wat beter wordt geregeld in deze verordening. Ik heb vijf vragen. Het viel mij allereerst op dat in artikel 1C staat dat wijkraadsleden ook van buiten de wijk mogen komen. Ik vroeg me af, waarom is die mogelijkheid überhaupt geschapen? In artikel 2 lid 4 is een hele open norm, dat de wijkraad opgeheven kan worden wanneer de wijkraad niet handelt volgens de verordening. Ik vroeg me af hoe u aankijkt tegen een invulling van die bepaling dat er in elk geval sprake van is, als de wijkraad tenminste twaalf maanden niet de taken die voortvloeien uit artikel 4 lid 5 en 6 heeft uitgeoefend, wanneer de wijkraad tenminste twaalf maanden minder dan drie leden heeft gehad of wanneer het college in twee opeenvolgende jaren de goedkeuring heeft onthouden aan de rekening en verantwoording. Dan artikel 3 lid 4, het is door andere partijen ook al genoemd, waarom gaan wij niet voor een maximum aantal termijnen.
Dat kan zijn twee keer vier jaar, dat kan zijn drie keer vier jaar maar dat volgt ook voort uit allerlei governance codes in Nederland dat je op een gegeven moment gewoon frisse, nieuwe mensen wil hebben om te voorkomen dat het een beetje vastloopt. Hoe kijkt u daar tegenaan? Dan in artikel 6.4, daar viel me op dat de wijkraad wel verantwoording aflegt aan het college maar eigenlijk niet aan de bewoners van de wijk. Waarom is dat niet opgenomen in de verordening, want de wijkraad is er natuurlijk voor de bewoners van de wijk. Naar aanleiding van de insprekers, en ook dat is al door een aantal anderen gevraagd, wat doet de gemeente om wijkraden proactief te informeren over relevante plannen in hun wijk? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Windt. Mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Kort, want het CDA kan voor het grootste gedeelte gewoon instemmen met deze verordening, het ziet er volgens mij goed uit. In navolging op mevrouw Van der Windt die zegt van, volgens de verordening kunnen de wijkraadsleden ook vanuit een andere wijk komen. Maar volgens mij staat er zelfs in dat ze ook vanuit een andere gemeente zitting mogen hebben in de wijkraad. Vooral dat laatste bevreemdde mij toch wel erg en ik vroeg me af wat daar de overwegingen bij zouden zijn.
Het tweede punt, en daar heb ik al eerder om gevraagd, een paar keer eerder om gevraagd en dat was me eigenlijk deze keer toch echt wel toegezegd door de wethouder, ik begrijp nu dat hier een andere wethouder zit dus die kan er persoonlijk dan niet zoveel aan doen maar er zou een duidelijkere kaart komen. Want wat mij stoort aan deze kaart is dat je eigenlijk niet zelf kan opzoeken bij welke wijkraad je hoort. Dus daar zien we nog wel een verbeterslag mogelijk. Dan als derde punt over die maximale termijnen, dat is al een aantal keer genoemd. Ik kan me daar wel in vinden maar ik vind hem toch weer lastig. Want als we kijken naar bijvoorbeeld raadsleden, onze partijen die zeggen vaak wel van ja, je mag maar twee keer of je mag maar drie keer maar de gemeentewet zegt daar natuurlijk helemaal niks over. Dus ik vroeg me af, is dan niet eigenlijk dat maximaal aantal termijnen, is dat dan niet iets van de wijkraad zelf, wat zij zelf mogen beslissen. Dus ik ben nog wel benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Dat waren mijn drie punten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Raadt. Volgende spreker is mijnheer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Goed dat de nieuwe verordening er is, maar wellicht heeft hij enkele schoonheidsfoutjes dus ik vraag de wethouder of hij bereid is toch serieus te kijken naar de opmerkingen die onder andere door De Krim zijn gemaakt. Wijkraden kunnen lastig lijken als er niet of niet
goed naar wijkraden wordt geluisterd. Opgeteld zijn zij een belangrijk, zo niet het belangrijkste oor van de Haarlemmers. En de diversiteit van wijken bepaalt ook in feite de diversiteit van wijkraden en dat vindt OP Haarlem positief. OP Haarlem luistert altijd heel goed naar de wijkraden omdat die ‘…’ de eigen nieren kennen. Daarmee constateren wij ook met meerderen dat wij er niet voor zijn dat mensen uit andere wijken of van buiten Haarlem in een wijkraad zitting nemen. Wij vinden dat de kennis die in een wijk zit zichtbaar moet zijn in de wijkraad. Dat onderdeel van de verordening steunen wij niet. Daar wil ik graag ook nog even de wethouder over horen waarom dit er zo ingebracht is. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Mijnheer Linder. De heer Linder: Bedankt voor het stuk, voor dat er hier duidelijkheid gekomen is. Ik denk dat het prettig is voor, ook voor wijkraden, ook al is men het er misschien niet mee eens, maar dat er in ieder geval duidelijkheid over is hoe het werkt en hoe het functioneert. Ook wij stellen ons in die zin de vraag van ja, waarom, is het niet handig om er een termijn aan vast te hangen? Dat er iets van acht jaar, twee keer vier jaar en iets dergelijks want er zijn toch gewoon geluiden dat er wijkraden zijn waar mensen zitten die al heel lang zitten en er niet af te krijgen zijn.
Verder sluit ik me ook bij mijn collega’s aan, van vind ik het raar dat mensen buiten de wijk, zelfs buiten de gemeente mogen deelnemen aan zo’n wijkraad. Daarom ben ik benieuwd of de wethouder ook kan vertellen, hoe gaan jullie dat implementeren? Als op een gegeven moment die verordening komt en er zijn wijkraden die daar niet aan voldoen, hoe gaat dat precies in zijn werk. Wordt er dan termijn gegeven van nou, tot dan hebben jullie je de tijd om eraan te voldoen of, hoe gaat dat in zijn werk? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Linder. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, Hart voor Haarlem kan zich aansluiten bij veel wat al gezegd is. Wij hechten er wel aan om, laat ik zeggen, de wijkraden toch een behoorlijke mate van vrijheid te geven. De heer Smit zei het net al, er zijn verschillende wijken, er zijn verschillende wijkraden ook qua samenstelling, qua intenties. En dat allemaal in een te strak bureaucratisch kader te willen vangen met een uniform model en set van verwachtingen dat is niet per se bevorderlijk voor de bereidheid ook van mensen om daarmee te doen. Dus daar zit een zekere balans, moet je daar denk ik in zoeken. Als het om het stuk zelf gaat, het is een verordening light. Er zijn wel verordeningen die heel wat gedetailleerder zijn natuurlijk dan deze.
Dus dat is op zich goed want dat geeft ook, in die zin, wat interpretatieruimte. Waar je die alleen niet zou wensen is in de paragraaf die over de financiering gaat want als ik penningmeester van een wijkraad zou zijn en ik zou met deze verordening voor mijn neus moeten proberen uit te rekenen op welk bedrag ik nou recht heb dan gaat me dat niet lukken, vrees ik. Dus ik denk dat in de toelichting van dat stuk nog wel wat verduidelijking kan komen, misschien ook in de vorm van wat rekenvoorbeelden om te zien naar welke parameters moet ik nou kijken en hoe sta ik er dan voor. Dus waar kan een wijkraad nog vinden wat de waarde van al die factoren is zodat ze ook in de zin van toch een beetje kunnen forcasten van waar de financiën heengaan, daar toch iets meer hulp bij krijgen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer IJsbrandy. Is iedereen aan het woord geweest? O, mevrouw Eckhard, gaat uw gang. Mevrouw Eckhard: Dank u, voorzitter. Ik had toevallig gisteren een afspraak met een bewoner uit de Zuidpolder en die meneer had een zeer genuanceerd beeld over de problemen in de wijk en gaf mij daarover een volgende analyse. Er heerst heel veel onvrede in de wijkraad en in de buurt. De wijkraad heeft het idee dat er niet geluisterd wordt naar de zorgen die er zijn. Een belangrijk punt daarbij is dat de gemeente al
jarenlang zijn afspraken niet nakomt. Een ander belangrijk punt is dat er nu in de Zuidpolder op twee plaatsen hotspots zijn ontstaan met overlast, die nu gewoon wordt gedoogd. Dat is een keuze van de gemeente maar het gevolg daarvan is dat er geen vertrouwen en geen draagvlak meer is in de wijkraad. Dat is denk ik toch iets wat de gemeente zich aan moet trekken. Ik denk ook dat ze misschien wel eens gelijk hebben. Als een gemeente op deze manier met wijkraden en met bewoners omgaat dan is het niet vreemd dat je gedesillusioneerde en ontevreden bewoners krijgt. In de verordening op de wijkraden die nu voor ons ligt staan de artikelen waaraan de wijkraden moeten voldoen en staat beschreven hoe de verdeling van de gelden is geregeld. Vooral artikel 4 is een belangrijk artikel. Hierin staan de taken en de bevoegdheden van de wijkraden. Maar waar zijn de taken en bevoegdheden van de gemeente in het omgaan met de wijkraden? Want gevraagd en ongevraagd advies mogen geven is een punt maar de reactie en de overleggen die daarop zouden moeten volgen, die staan helemaal nergens beschreven. Ik vind het dus niet zo gek dat er wijkraden zijn die het gevoel hebben dat er niet geluisterd wordt naar hun meningen en zorgen en ideeën.
Ik zou dus ook graag zien dat er in de definitieve verordening, die terugkomt in de raad, ook de consequenties en afspraken tussen de wijkraden en de gemeente staat beschreven. Dan weten de bewoners van Haarlem en de wijkraden pas echt waar ze aan toe zijn en wat ze kunnen verwachten van hun gemeente. Nou heb ik voor de rest nu naar al die insprekers geluisterd en ik hoor ze heel veel vragen stellen maar ik vraag me dan af, wanneer krijgen die mensen dan een antwoord op die vragen? Hoe wordt dat dan verder voortgezet? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eckhard. Mijnheer Rutten. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. VVD vindt het heel belangrijk dat die discussie over die wijkraden gevoerd wordt, over dat functioneren, over die verhouding et cetera, maar wij zien deze verordening toch wel als een nogal technische aanpassing van iets wat al een aantal jaren ligt die ge-update moest worden naar aanleiding van besluiten over bezuinigingen et cetera. Wat dan handig was geweest, blijf ik op hameren maar is ook naar de griffie, een was-wordt lijst of gewoon dat we kunnen zien welke wijzigingen er precies worden doorgevoerd. Dan is het ook wat simpeler om de discussie te voeren. Dus graag die discussie over die wijkraden in het kader ook van nieuwe democratie, maar deze verordening lijkt, wat ons betreft, heel prima in orde om vast te stellen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rutten. Dan is nu het woord aan de heer Van den Raadt, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, voorzitter, na het vorige onderwerp vragen we ons eigenlijk af of artikel 8 nog correct is want daarnet bij de wethouder Rog werd voorgesteld dat de raad niet meer over het subsidieplafond gaat dus artikel 8 kan er geloof ik al meteen weer uit. Artikel 3.3 dat gaat over wijken waar geen wijkraad is, even kijken, ik zoek hem even op, en dat dan initiatiefnemers voor een nieuwe wijkraad verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop de verkiezing plaatsvindt. Dat klinkt heel mooi een heel vrij maar wij van Trots Haarlem zouden het liever gestructureerd willen zien want dit zou zelfs zo vrij kunnen betekenen dat er een nieuwe wijkraad drie buren bij elkaar zeggen, wij zijn vanaf nu wijkraad. Wij zien liever gewoon dat daar duidelijke richtlijnen zijn voor hoe een verkiezing moet plaatsvinden. Daarom hebben wij er van Trots Haarlem ook geen bezwaar tegen dat iemand heel lang in de wijkraad zit want als iemand heel lang in de wijkraad zit en je hebt die verkiezingen gewoon goed op orde en iedereen houdt zich aan de structuur van die verkiezingen, dan betekent het dus gewoon dat iemand heel goed is en heel vaak herkozen wordt. Dat lijkt me dan prima want dan is het dus kennelijk een persoon die het heel goed doet.
Het is natuurlijk een probleem als je heel lang ergens kan blijven zitten en er worden helemaal geen verkiezingen gehouden of op een manier die totaal niet lijkt op echte verkiezingen. Dus dat zijn onze opmerkingen en inderdaad, het werd daarnet ook aangestipt, ook een groot probleem van Trots Haarlem, hier wordt nu van alles vertelt over wijkraden en die
mensen die doen echt heel goed werk en hoe vaak ben ik niet, in die tien jaar dat ik nu in de gemeentepolitiek zit, bij wijkraden geweest die zeggen van ja, eigenlijk zou de wijkagent komen maar die is er niet. Goed, dan gaan we door naar de gebiedsverbinder. Ja, die is er ook niet, die was er vorige maand ook al niet en ze zegt dat ze volgende maand ook op vakantie is. Dus dan kan je natuurlijk ook nooit echt serieus je werk doen want we vinden op de een of andere manier, en wij van Trots Haarlem helemaal, die wijkraden enorm belangrijk. Maar als je dan gewoon nooit antwoord krijgt of heel slecht antwoord krijgt, mensen die zouden komen, wegblijven zonder zich af te melden. Ja, dan kan je het ook niet raar vinden dat er gewoon weinig mensen te vinden zijn die überhaupt in een wijkraad willen zitten. Dus wij zouden inderdaad graag ook dan wat beloftes willen horen of een paar regels erbij, dat gewoon er minimaal zes keer per jaar een gebiedsverbinder aanwezig is en een wijkagent. Dat daar gewoon ook, die mensen daar de uren voor mogen schrijven, want dat gebeurt dan vaak in hun vrije tijd. Maak gewoon contracten dat ambtenaren gewoon 10% van hun contract, degene die daarover gaan, bij een wijkraad aanwezig kunnen zijn en dat er ook geen excuus is dat er elke keer niemand is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Raadt.
Is iedereen aan de beurt geweest? Dan geef ik nu het woord aan de wethouder. Ga uw gang. Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Dank voor alle bijdragen. Volgens mij zei de VVD het correct, dit is eigenlijk een technisch instrument, deze verordening. De mede nodig dat die aangepast werd vanwege de bezuinigingen. En daar is dus voor gekozen om de niet actieve wijkraden niet mee te tellen zodat de bezuinigingen zeer beperkt blijven voor de bestaande actieve wijkraden. Daarnaast, het instrument is dusdanig, het gaat om de taken en bevoegdheden om erkend te worden en subsidie te krijgen. Maar ik merk dat de discussie hier breder is, tuurlijk, over de rol van de wijkraden, de verhouding tot de gemeente, de communicatie, het laaghangend fruit. Dat hele gesprek hadden we ook willen hebben in maart vorig jaar, de wijkradenconferentie. Maar toen kwam corona dus dat is niet doorgegaan. Dat wil je volgens mij ook in levende lijven hebben. Dat gesprek is nodig, dat hoor ik ook aan de insprekers, dat willen we ook, dat wil wethouder Botter ook. Dus het is ook de bedoeling om dat zo snel mogelijk, als dat weer kan, dat gesprek ook met elkaar te gaan voeren. Ik denk dat dat wezenlijk is, dat we weer, wat mijnheer Van Eeden zegt over de toekomst, de rol, hoe doe je dat.
Die vragen soms, worden we wel serieus genomen, al die aspecten moeten daarin denk ik in zo’n goed gesprek aan bod komen. Dat is dus ook de wens van de gemeente. Het is er in 2020 niet van gekomen mede dankzij corona. Dus eventjes dat onderscheid. Nu ga ik in op een aantal vragen, te beginnen bij de PvdA. Spaarndam. Spaarndam, de wijkraad daar wil zelf ook leden uit Spaarndam West en voert ook gesprekken met bewoners uit West. Bij een wijkraad gaat het bij een peiling op eigen initiatief, dus niet namens of voor de gemeente, niet een gemeentelijke peiling. Het minimale aantal leden is drie, maar er is altijd een inspanning tot meer. Dan een belangrijk punt waar meerdere partijen het over hebben, die maximale termijn. Ik vond het wel interessant, inderdaad, wat het CDA daarover zei. Dat doen wij eigenlijk ook als partijen weer afzonderlijk, doen wij dat net weer anders. Iedereen vindt wel dat er een bepaalde houdbaarheid zit, misschien aan een raadslid of aan de wijkraad dit maar de andere kant van het verhaal is dat wij ook voldoende vrijwilligers willen. Het is ongelooflijk lastig voor wijkraden om voldoende leden te krijgen. Dat hoorde u volgens mij ook van de insprekers, die afweging, die last. Dus het is echt de zoektocht tussen willen we de strakke regeling, twee keer vier jaar en dan wegwezen.
Ik hoorde iemand ook zeggen, dat biedt misschien ook wel weer ruimte maar de praktijk is ook dat besturen van wijkraden niet vol zitten. Dan is het toch wel heel fijn om daar iemand met kennis van zaken te hebben die daar iets langer zit dan de voorgeschreven termijn. Dus dat is ook de afweging. Dat heeft eigenlijk ook te maken met bijvoorbeeld die vraag over waarom nou buiten de wijkraadscontouren maar zelfs buiten de gemeente een … Waarom kan een wijkraad eigenlijk ook van buiten de gemeente soms komen. Ik snap die verbazing daarover. Tegelijkertijd, dat
is ook praktijk. Dat is op dit moment ook zo en dat is ook vanwege die schaarste aan vrijwilligers, aan leden. Dus dat is wel ook de … Het is ook expliciet gevraagd vanuit de wijkraden, of wij dat mogelijk kunnen maken. Dus dan vind ik wel dat je dat zorgvuldig moet wegen. Volgens mij willen wij een goede sparringpartner, veel vrijwilligers en is die begrenzing dus op maximale termijn of is dat … Dan moet je daar goed over nadenken. Ik vond het ook wel interessant wat de heer IJsbrandy zegt over de balans zoeken. Je wilt vrijwilligers, je wilt mensen die zich actief betrekken, die goed ingelezen zijn en die namens een wijk spreken. Dan moeten we ook de balans zoeken dat we dat niet dicht willen regelen. Ik denk dat die hier best wel schuurt, bij deze punten. Nou, dan verder op de Actiepartij. Het onderzoek. Ja, het onderzoek wat eigenlijk door de heer Van Eeden wordt voorgesteld. Kijk, ik vond het wel een terechte vraag van de heer Gün van in hoeverre is hier dan, ik vind dat eigenlijk ook bijna randvoorwaardelijk, is hier draagvlak onder de actieve wijkraden om dit te doen. Het gaat om hun, het gaat niet om de, ik vind het wel nuttig, de input vanuit oudgedienden die zeggen, kijk ‘…’ op die manier nou eens naar. Maar ik vind het eigenlijk wezenlijk dat die wens ook wordt gedragen door de actieve wijkraden. Dat zou de rand voorwaardelijk vinden.
Sterker nog, dus op dit moment, ik hoor ook graag hoe u daarnaar kijkt, natuurlijk, maar eigenlijk zou ik heel graag eerst dat … Ik, het college moet ik dan zeggen, het gesprek willen met de wijkraden over die rol. Daar kan uit voortvloeien, en misschien moeten we met elkaar eens die hele constellatie, zoals de heer Van Eeden zei, met elkaar bespreken maar ik denk dat, ik zou u willen voorstellen dat stappenplan. Dus eerst het gesprek en dan kijken of een onderzoek, in die brede zin, gedragen wordt, wenselijk is en een middel is om samen die samenwerking te verbeteren. Dan Actiepartij gebiedsmanager, waarom niet? Volgens mij gaf u het zelf ook al in een bijzin aan, het wordt ook wel weer wat bureaucratisch. Dat is precies de reden om het ook niet doen. Het is eigenlijk een geschil tussen bewoners en wijkraden, daar moeten ze in eerste instantie zelf ook uitkomen. Dan is die gebiedsverbinder er als een soort van mediator. Nou, lukt dat niet dan de gebiedswethouder, maar eigenlijk wil je dat allemaal niet. En ook nog een stap van verbinder, manager, wethouder vonden wij wat te bureaucratisch aandoen. De voorzitter: Wethouder, u hebt een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, wethouder, u zei van, wij willen eigenlijk dat dan het gesprek komt met die wijkraden en wat willen die wijkraden, dat willen we graag.
Nou goed, die gesprekken zijn in het verleden wel geweest, er waren twee super interessante bijeenkomsten in de bibliotheek in het centrum. Daar zat 90% op één lijn, iedereen was het ermee eens. De vraag was toen van, hoe gaan wijkraden om met burgerinitiatieven? Nou, zij waren dan doorgeefluik en de kennisbron en hoe lopen de hazen, alles kon je bij de wijkraad ophalen. Dan komt de wethouder Van Spijk, die ging toen een samenvatting geven in de gemeenteraad en ik zat te klapperen met mijn oren, want dat was het tegenovergestelde wat daar in die bibliotheek besloten was. Dus als u weer zo’n bijeenkomst gaat doen, laat u dan alstublieft iemand vanuit de wijkraden noteren en die de samenvatting geven, want anders dan kunnen we het hele circus nog een keer overnieuw doen. Dus als u dat doet, wilt u dan die gedachtes meenemen om het goed te laten verlopen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Berkhout: Ja, dat nemen we goed mee, maar het feit dat u zegt dat dat onder wethouder Van Spijk was geeft bij mij aan dat het wel weer tijd is voor een nieuw gesprek met de wijkraden. De voorzitter: Nu zie ik het ook inderdaad. Wethouder, dank u wel. Mijnheer Van Reenen, gaat uw gang. De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter.
Begreep ik overigens – de insprekers en de wethouder aanhorende – goed dat de gebiedswethouder er kennelijk in de beleving van de insprekers nog niet is, maar volgens het stuk gewoon nog moet worden aangewezen?
Wethouder Berkhout: De gebiedswethouder is en staat volgens mij ook goed in het stuk. Dus dat was de inspraakbijdrage van De Krim, maar dat is niet correct. Dus die staat daar wel in opgenomen. Eerlijk gezegd, in algemene zin vond ik dat, maar goed, dat is ook natuurlijk een inspreek … We hebben dat instrument, maar het mag wel gezegd worden dat heel veel wijkraden gebruik hebben gemaakt – kunt u ook zien – bij de zienswijzes van het moment van participatie om samen tot een goede verordening te komen. De Krim heeft daar op dat moment niet voor gekozen en komt nu met een aantal punten. Dat is hun goed recht, maar dat wil ik u wel even meegeven in ieder geval. Dus dat. Dan, Actiepartij verder. Wijkraden worden goed betrokken, goed geïnformeerd. Ja, dat is evident, dat moet bij plannen in de buurt. Naar mijn weten wordt dat ook gedaan. Een etentje voor duizenden euro’s, volgens mij was dat een incident, kreeg ik terug. Maar dat is natuurlijk totaal niet de bedoeling, dat dat declarabel is of iets dergelijks. Dan GroenLinks, toegevoegde waarde van wijkraden. Goed dat u dat … De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ik heb nog een tweetal vragen in de eerste termijn gesteld. Eén vraag is: nu is een huishoudelijk reglement een optie … De heer …: ‘…’ (buiten microfoon).
De heer Trompetter: Nu is een huishoudelijk reglement een optie voor een wijkraad, dus hoe ze hun eigen samenwerking regelen? Zou dat niet iets van een verplichting kunnen zijn? Dat is vraag één. De andere vraag was: hoe komt dat Transvaalbuurt en Indische Buurt-Zuid samen nu Schoten-Haarlem heten in het kaartje? Terwijl Schoten is het gebiedsdeel Haarlem-Noord, voormalige gemeente Schoten. Dus ik vind dat wel heel apart. Wethouder Berkhout: Oké. Nou, bij dat huishoudelijk reglement: nee, geen verplichting. Een beetje in de geest ook met eerder: laten we dat niet met elkaar op die manier dichtregelen. Schoten, als dat verwijst naar het kaartje, volgens mij is dat een verzoek, een nadrukkelijk verzoek van mevrouw De Raadt van het CDA, een duidelijkere kaart. Misschien heeft dat daar ook verband mee, weet ik niet helemaal zeker. Ik heb dat nog even nagevraagd. Die komt eraan, meteen na vaststelling, dus eind januari hebben we de raadsvergadering, begin februari is die duidelijke kaart er. Dus daar ga ik ook even achteraan, dat echt gebeurt. Dus die toezegging bij deze: een duidelijke kaart is cruciaal en daar is het voor nodig. De voorzitter: U heeft nog een vraag van de heer Trompetter. De heer Trompetter: Dus betekent dat de gebiedskaart niet alleen duidelijker wordt, maar dat de wijken ook juist worden omschreven, die erop staan? En niet als Haarlem-Schoten.
Wethouder Berkhout: Nee, dus ik neem aan dat dat met elkaar verband houdt. Dus op die manier, dat moet gewoon helder worden, dat Haarlem-Schoten specifiek – nou, ze luisteren mee – dus volgens mij wordt daar nog even aandacht aan geschonken. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw Eckhardt. Dat kan. Wethouder Berkhout: Ik probeer ook de vragen te beantwoorden. Maar goed, gaat u door. Ik maak het lijstje af van al uw vragen.