CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028

Overige evenementen 14 oktober 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Spreekrecht over Programmabegroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-202840.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Niet gevonden in dit document.

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................... 2 Aanbieding ................................................................................................................ 3 Leeswijzer ................................................................................................................. 6 Financieel- en beleidskader........................................................................................... 7 Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder ............................................ 13 Centrale thema’s ...................................................................................................... 28 0. Bestuur en ondersteuning ....................................................................................... 37 1. Veiligheid ............................................................................................................. 41 2. Verkeer, vervoer en waterstaat ................................................................................. 44 3. Economie ............................................................................................................ 46 4. Onderwijs ............................................................................................................ 48 5.

Sport, cultuur en recreatie ....................................................................................... 50 6. Sociaal Domein ..................................................................................................... 54 7. Volksgezondheid en milieu ...................................................................................... 59 8. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening .................................................................... 63 Paragraaf Lokale heffingen ......................................................................................... 66 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ....................................................... 69 Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen ........................................................................ 79 Paragraaf Financiering ............................................................................................... 82 Paragraaf Bedrijfsvoering ........................................................................................... 86 Paragraaf Verbonden partijen ...................................................................................... 91 Paragraaf Grondbeleid .............................................................................................

100 Paragraaf Taakstellingen en reserveringen ................................................................... 103 Financiële begroting per taakveld ............................................................................... 105 Totaaloverzicht baten en lasten per programma ............................................................ 113 Financiële uitgangspunten ........................................................................................ 118 Incidentele baten en lasten en structureel saldo ............................................................ 120 Bijlage 1 Reserves en voorzieningen ........................................................................... 121 Bijlage 2 Geprognosticeerde balans ............................................................................ 124 Bijlage 3 Algemene dekkingsmiddelen ........................................................................ 125 Bijlage 4 Gemeentefonds .......................................................................................... 126 Bijlage 5 Interbestuurlijk toezicht ............................................................................... 127 Bijlage 6 Trendontwikkeling indicatoren ‘Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling’ ................. 132 Bijlage 7 Publieke daadkracht ambtelijke organisatie ......................................................

136 Bijlage 8 Portefeuilleverdeling ................................................................................... 143 Bijlage 9 Afkortingenlijst .......................................................................................... 144

Aanbieding Aan de leden van de gemeenteraad, Op 19 juni 2024 heeft uw raad de Kadernota 2025-2028 vastgesteld. In de Kadernota 20252028 (link bestand) is een uiteenzetting gegeven van de lokale visie van Haaksbergen, het financieel gemeentelijk dilemma, de betekenis daarvan voor Haaksbergen en de strategie om tot ombuigingen te komen. De Raadsafspraken (link bestand), Toekomstvisie 2030 (link bestand), Structuurvisie 2030 (link bestand) en het meerjarig programma Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling zijn het beleidsfundament voor de gemeente Haaksbergen. Met deze brief bieden wij u de Begroting 2025-2028 aan, waarin wij de in de Kadernota 20252028 door uw raad vastgestelde richtingen uitwerken. Vooruitzichten In de Kadernota 2025-2028 hebben wij uiteengezet dat het realiseren van onze opgaven onder grote financiële druk staat. Alle gemeenten in Nederland hebben te maken met verslechterde financiële ramingen. De oorzaak hiervan is gelegen in de keuze van het Rijk om minder middelen te storten in het Gemeentefonds. Dit staat bekend als het ravijnjaar dat zich vanaf 2026 voordoet. Dit benarde perspectief heeft ertoe geleid dat de VNG op 1 maart 2024 een nieuw begrotingsadvies heeft uitgebracht. Dit advies luidt in het kort: - Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden, indien de korting van € 3.000.000.000 vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht.

Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang. - Presenteer deze gevolgen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk. - Betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen, die aangeeft vooral te focussen op taken in medebewind. We realiseren ons dat dit voor elke gemeente een eigen afweging vraagt, die tot andere keuzes kan leiden. - Beschrijf in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt. De in het begrotingsadvies genoemde € 3.000.000.000 korting op het Gemeentefonds, is in de voorjaarsnota verminderd met het afschaffen van de opschalingskorting. Daarmee resteert een Rijkskorting van € 2.300.000.000. Deze korting heeft tezamen met overige keuzes van Rijksbeleid een forse onbalans tussen taken en middelen voor gemeenten tot gevolg. Het college van de gemeente Enschede heeft op 26 september jl. in gesprek met de Tweede Kamer deze onbalans onderstreept en de noodzaak tot keuzes aan de orde gesteld. De boodschap in de bij dat gesprek behorende memo -waarin ook de positie van onze regio wordt uitgelichtonderstrepen wij volledig.1 De Rijkskorting betekent voor Haaksbergen dat wij ongeveer structureel € 2.300.000 minder krijgen uitgekeerd uit het Gemeentefonds.

Met inachtneming van de Eerste Bestuursrapportage 2024 komt het structurele tekort van Haaksbergen neer op ongeveer € 1.500.000 vanaf 2026. In de Begroting 2025-2028 hebben we de vooruitzichten en de inzichten uit de Kadernota 20252028 nader uitgewerkt. Deze leiden tot twee belangrijke, financiële conclusies: 1. Het voortzetten van beleid resulteert in een positief saldo in 2025; 2. het structurele tekort loopt in 2026-2028 verder op ten opzichte van de Kadernota 20252028.

1 Position paper Gemeente Enschede t.b.v. rondetafelgesprek Financiële positie van gemeenten d.d. 26 september 2024

Oproep: Neem het signaal van gemeenten, toezichthouders en accountants over gemeenten die een financieel ravijn instorten vanaf 2026 serieus. • Draai de forse korting op het gemeentefonds terug. • Kom de belofte van volledige inflatiecompensatie voor gemeenten na. • Zorg voor een jeugdzorgstelsel dat financieel behapbaar is of compenseer voor jeugdzorg tekorten • Als gemeenten het echt met minder geld moeten doen, maak scherpe keuzes op medebewindstaken zodat de taken van gemeenten passend zijn bij beschikbare middelen in het gemeentefonds.

Programmabegroting 2025

3

Consistente lijn: geen hypotheek op de toekomst We worden als gemeente voor moeilijke keuzes gesteld. Enerzijds staat de samenleving niet stil en komen er de komende jaren nieuwe maatschappelijke opgaven en (wettelijke) verplichtingen op ons pad. Deze vragen om nieuw beleid, extra uitvoeringsinzet en financiële impulsen. Anderzijds zijn we genoodzaakt ons voor te bereiden op slechte financiële vooruitzichten. Dat vraagt om zorgvuldige, toekomstbestendige keuzes. Wij gaan daarbij niet over één nacht ijs. Vanaf 2024 hebben wij met uw raad twee uitgangspunten centraal gesteld om de juiste balans te vinden. 1. We willen, gezien de financiële onzekerheden vanaf 2026, geen maatregelen met een groot maatschappelijk effect nemen die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Met andere woorden, de maatregelen moeten indien mogelijk omkeerbaar zijn; 2. Ook willen we op dit moment geen structurele verplichtingen aangaan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. Wij kunnen ons maatschappelijk gezien niet veroorloven een hypotheek op de toekomst te leggen. Daarnaast heeft u met de Kadernota 2025-2028 een strategie vastgesteld om de gemeente op ombuigingen voor te bereiden. In deze begroting houden wij vast aan deze uitgangspunten en de strategie. Geen structurele uitzet van middelen Wij leggen u een beleidsneutrale begroting voor.

In 2025 zetten wij ons huidige beleid voort. Zo zetten wij in op de woningbouwopgave, een toekomstbestendig platteland, een hoogwaardig voorzieningenniveau, verduurzaming en sociale bestaanszekerheid. Met het oog op een positief saldo in 2025 zien wij uitsluitend ruimte om incidenteel, extra investeringen te doen. Zo investeren wij in het inrichten van natuurbegraafplaatsen, dragen wij bij aan de viering van 80 jaar bevrijding en wordt een start gemaakt met het op orde brengen van het gemeentelijk archief. De meerjarenraming biedt geen ruimte om structurele middelen te investeren. Zonder op een begrotingsresultaat over het huidige jaar vooruit te lopen, geven incidentele meevallers en tegenvallers geen ruimte voor een structurele wijziging van (financieel) beleid. Onder meer met het raadsbesluit van 29 mei 2024 tot verlenging van het behoud van zwembad De Wilder en het voeren van actiever grondbeleid doen wij een beroep op onze algemene reserve. Wij doen dat weloverwogen, met het oog op de toekomst en met de nodige zorgvuldigheid. Wij zorgen dat wij financiële buffers overhouden voor het verslechterde financiële perspectief. In overeenstemming met de afspraken van uw raad in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen houden wij een weerstandsratio van 2,0 aan. De buffer in de algemene reserve is met deze begroting 2 maal zo hoog als het benodigd weerstandsvermogen.

Daarbij zien wij noodzaak geld “opzij” te zetten voor de toekomst. Overeenkomstig de Kadernota 2025-2028 roepen wij een bestemmingsreserve voor onderwijshuisvesting in het leven. Goede onderwijshuisvesting is van groot belang voor Haaksbergen en de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeente. Zo is het huidige gebouw van het Assink lyceum ruim 40 jaar oud en aan vervanging toe. In navolging van het haalbaarheidsonderzoek naar toekomstige huisvesting dat wij hebben laten uitvoeren (link raadsinformatiebrief), stellen wij voor een incidenteel bedrag van € 3.948.000 te reserveren voor het Integraal Huisvestingsplan. Wij leggen de raad in navolging van het haalbaarheidsonderzoek de uitvoering van het locatie-onderzoek voor en betrekken daarbij een groeimodel voor het reserveren van middelen ter dekking van kapitaallasten. Wij geven in deze begroting aan wat wij in 2025 willen bereiken. Het uitblijven van mogelijkheden om (structurele) investeringen te doen, is niet zonder maatschappelijke betekenis. Nieuwe ontwikkelingen en wet- en regelgeving vragen om nieuw beleid, extra uitvoeringsinzet en financiële impulsen. In deze begroting geven wij transparant inzicht in de zogenoemde ‘latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden’. Dit zijn zaken die wij omwille van Programmabegroting 2025

4

schaarse middelen niet op kunnen pakken. De consequenties daarvan hebben wij in beeld gebracht. Deze latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden kunnen uitsluitend worden opgepakt, als zij tegen andere taken worden uitgeruild. Ontwikkelingen uit twee perioden van financieel herstel hebben hun weerslag gehad op de ambtelijke organisatie. Bezuinigingen destijds leidden ertoe dat maatschappelijke opgaven niet goed konden worden ingevuld. De formatie van de ambtelijke organisatie van Haaksbergen is in vergelijking met andere gemeenten relatief laag. Nieuwe taken uit wet- en regelgeving en ambities vragen om personele inzet. Ook hier geldt het adagium en de boodschap aan het Rijk: zonder knaken, geen taken.2 Met het raadsprogramma ‘Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling’ blijven wij ons inzetten om de basis op orde te krijgen en maatschappelijke effecten te realiseren. Voorbereiden op ombuigingen Het meerjarenperspectief is door het ravijnjaar niet sluitend. Wij volgen de in Kadernota 20252028 ingezette strategie om ons op ombuigingen voor te bereiden. De ombuigingsstrategie volgt zeven vertrekpunten. Vertrekpunten: 1. We bereiden ombuigingen voor, waartoe wij als gemeente besluiten indien de korting van het Rijk niet wordt teruggedraaid of verzacht. We brengen deze ombuigingen zo goed mogelijk in kaart, maar zetten ze nog niet in gang; 2.

we presenteren de gevolgen van de ombuigingen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk; 3. we streven erna geen maatregelen te nemen met een groot maatschappelijk effect, die niet ongedaan gemaakt kunnen worden; 4. we gaan geen structurele verplichtingen aan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren; 5. we zoeken de ombuigingen, als gevolg van de korting van het Rijk, in de medebewindstaken (met name het fysieke domein, zorg en veiligheid) 6. in lijn met vertrekpunt 5, bereiden we een bezuinigingsopgave van 1‰ van de Rijkskorting voor. Dat komt neer op een korting van circa € 2.300.000 voor Haaksbergen. 7. de bezuiniging op medebewindstaken spitsen zich ook toe op (uitvoerende) taken, die wij in samenwerkingsverbanden hebben belegd. Ter uitvoering van uw opdracht uit de Kadernota 2025-2028 hebben wij de ombuigingsmaatregelen nader in beeld gebracht. De concrete ombuigingsmaatregelen (per vakgebied) zijn in de ‘paragraaf ombuigingen’ opgenomen. Dit is de laatste begroting die aan het ravijnjaar voorafgaat. In de kadernota voor het jaar 2026 moeten wij met uw raad keuzes maken over de ombuigingen. De huidige begroting is daarmee de laatste halte. Tot slot Wij staan voor een financieel gezonde gemeente die er is voor haar inwoners.

Wij voeren evenwichtig beleid: de maatschappelijke consequenties van zaken die we wel en niet op kunnen pakken, brengen wij zorgvuldig in beeld. De gemeente Haaksbergen kent een roerige financiële voorgeschiedenis, maar wij zijn nu financieel gezond. Dat willen we ook blijven. Het Rijk stelt ons voor lastige opgaven die van ons visie en politieke moed vragen. Met deze begroting menen wij uw raad tot verstandige keuzes in positie te brengen. Het college van burgemeester en wethouders, Rob Welten Jan-Herman Scholten Pieter van Zwanenburg Johan Niemans 2

‘Het is heel simpel: taken erbij, knaken erbij’ - Gemeente.nu

Programmabegroting 2025

5

Leeswijzer De voorliggende Begroting 2025-2028 heeft dezelfde opzet als de Begroting 2024-2027. Zowel de individuele bedragen als tellingen in de financiële tabellen sluiten aan op de onderliggende financiële administratie. Echter door afronding op € 1.000 kan het in de presentatie van sommige tabellen lijken dat de tellingen met € 1.000 of € 2.000 afwijken van de som van de individuele bedragen daarboven. Wij passen hier geen handmatige correctie toe om de aansluiting met de financiële administratie te behouden en administratieve handelingen te beperken. Financieel- en beleidskader Hier worden de financiële beleidskaders uitgewerkt. Ook is een overzicht toegevoegd met alle mutaties ten opzichte van de Kadernota 2025-2028. Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder Hier wordt eerst de systematiek rondom de ombuigingen beschreven. Vervolgens wordt aangegeven op basis van de ombuigingsstrategie op welke medebewindstaken de ombuigingen betrekking hebben, hierbij wordt ook inzichtelijk gemaakt welke maatschappelijke effecten dit heeft. Tot slot wordt in dit gedeelte aangegeven welke keuzes rondom nieuw beleid er gemaakt zijn en hoe deze in de gepresenteerde begroting zichtbaar gemaakt zijn. Centrale thema’s Hier zijn een aantal belangrijke thema’s opgenomen, die meerdere programma’s raken. Programma’s Ieder programma is in een apart hoofdstuk opgenomen.

Per programma is het maatschappelijk effect in een doelstelling geformuleerd en wordt ingegaan op wat we willen bereiken en wat we hiervoor doen in 2025. Daarnaast zijn de begrote middelen op programmaniveau opgenomen. Voor een aantal indicatoren heeft de raad nog geen norm vastgesteld. Deze zijn aangegeven met het *-teken. Aan het thema “normering van prestatie-indicatoren” wordt binnen het programma “Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling” aandacht geschonken. Paragrafen De verplichte paragrafen zijn in aparte hoofdstukken opgenomen. Financiële begroting per taakveld De financiële Begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028 is in dit hoofdstuk per taakveld opgenomen. Hierbij wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste ontwikkelingen ten opzichte van de Begroting 2024-2027, na vaststelling van de Eerste bestuursrapportage 2024. Totaaloverzicht baten en lasten per programma Hier is een totaaloverzicht opgenomen van alle baten en lasten per programma. Financiële uitgangspunten In dit hoofdstuk zijn de financiële uitgangspunten opgenomen, op basis waarvan de financiële begroting is opgesteld. Overzicht en toelichting incidentele baten en lasten De incidentele baten en lasten en een toelichting hierop zijn opgenomen in dit hoofdstuk.

Programmabegroting 2025

6

Financieel en beleidskader Het uitgangspunt voor deze begroting is de op 19 juni 2024 vastgestelde Kadernota 2025-2028. In deze kadernota is al aangegeven dat we voor een flinke financiële uitdaging staan en hebben wij al een meerjarig niet sluitende begroting gepresenteerd. Deze begroting is opgesteld volgens het advies dat de VNG op 14 juli 2024 heeft uitgebracht, wat betekend dat wij voor de meerjarenbegroting een reëel beeld presenteren. Dit heeft als gevolg dat wij geen sluitend meerjarig saldo kunnen tonen. In lijn met dit advies presenteren wij in een apart hoofdstuk de ombuigingen, die wij kunnen inzetten om deze tekorten te dempen mochten er vanuit het Rijk geen aanvullende financiële middelen komen. Begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 De begroting sluit in 2025 met een positief resultaat van € 217.000. Meerjarig laat de begroting vanaf 2026 een negatief resultaat zien van € 1.901.000 in 2026, € 1.980.000 in 2027 en in 2028 van € 1.468.000. Van kadernota naar begroting Saldo Kadernota 2025 Mutaties na kadernota 2025 Saldo begroting

bedragen x € 1.000 Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028 21 -1.552 -1.530 -1.520 196 -350 -450 51 217 -1.901 -1.980 -1.468

Algemene reserve De algemene reserve zal per 1 januari 2025 op basis van het saldo uit de raadsinformatiebrief over de meicirculaire naar verwachting € 20.878.000 bedragen. Met de voorliggende begroting neemt de algemene reserve af naar € 9.781.000 per 31 december 2028. De stand van de algemene reserve ligt daarmee precies op het niveau dat nodig is voor de benodigde weerstandscapaciteit. Ontwikkeling algemene reserve Algemene reserve per 1 januari Saldo begroting Begrote onttrekkingen Algemene reserve per 31 december

2025 20.878 217 -4.730 16.365

2026 16.365 -1.901 -1.026 13.438

bedragen x € 1.000 2027 2028 13.438 11.249 -1.980 -1.468 -209 0 11.249 9.781

Mutaties na Kadernota 2025-2028 Het vertrekpunt voor de Begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 is de Kadernota 2025-2028. Onderstaande tabel geeft inzicht in de autonome mutaties die na de Kadernota 2025-2028 zijn doorgevoerd in de voorliggende Begroting 2025 en meerjarenperspectief 20262028. In deze tabel hebben min-bedragen een negatief effect op het saldo en plus-bedragen een positief effect op het saldo. In deze begroting zijn geen beleidsmutaties meegenomen.

Programmabegroting 2025

7

Mutaties Begroting 2025 tov kadernota 2025

A

(Bedragen x € 1.000)

Saldo kadernota

B

2025

2026

2027

2028

21

-1.552

-1.530

-1.520

voordeel

nadeel

nadeel

nadeel

Autonome ontwikkelingen Prijsstijging 1 a

Sociaal Domein

-740

-740

-740

-740

1 b

Salarislasten

-740

-740

-740

-740

1 c

Verbonden partijen

-467

-467

-467

-467

1 d

Werkbudgetten

-13

-13

-13

-13

1 e

Subsidies

-145

-145

-145

-145

1 f

Contractueel

-74

-74

-74

-74

-2.178

-2.178

-2.178

-2.178

2.702

2.275

2.366

2.366

28

115

225

600

Subtotaal dekking prijsstijging

2.730

2.390

2.591

2.966

Effect prijsstijging t.o.v. kadernota

552

212

413

789

Subtotaal prijsstijging Dekking prijsstijging 2

Dekking: stelpost meerjarige loon- en prijsontwikkeling 2025

3

Dekking: indexatie overige baten

Overig autonoom 4

Areaaluitbreiding plantsoenen

-45

-45

-45

-45

5

Afvalexploitatie

85

85

85

85

6

Bijdrage aanpassing beschoeiing Rutbeek & Hulsbeek

-57

0

0

0

7

Hogere eigen bijdrage GR Samen Twente en indexatie

-34

-26

-26

-26

8

In- en uitstroom en gerealiseerde bezuinigingen leerlingenvervoer

295

295

295

295

9

Mutatie afschrijvingskosten

343

126

27

109

10

Ondermijning

-5

-5

-5

-5

11

Ontwikkelingen rente

447

236

194

74

12

Ontwikkelingen Arbeidsparticipatie & Inkomensregelingen

102

106

95

83

13

Ontwikkelingen Begraven

-16

-16

-16

-16

14

Ontwikkelingen burgerzaken

15

Ontwikkelingen Jeugdzorg

16

Ontwikkelingen Lokale heffingen

27

24

22

22

17

Ontwikkelingen Samenkracht en burgerparticipatie

-15

-12

-15

-29

18

Ontwikkelingen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

20

3

3

3

19

Ontwikkelingen WMO

111

107

107

107

20

Ontwikkelingen WSW en beschut werk

-179

-254

-289

-213

21

Rioolexploitatie

30

30

30

30

22

Vennootschapsbelasting

-6

-6

-6

-6

23

Verlengde openstelling De Wilder

-38

-104

-113

0

24

Overige ontwikkelingen

32

32

32

32

Subtotaal overig autonoom

-87

-607

-809

-683

Totaal autonome ontwikkelingen

466

-395

-396

105

315

45

-54

-54

Totaal algemene middelen

315

45

-54

-54

802

-1.901

-1.980

-1.468

voordeel

nadeel

nadeel

nadeel

C

-31

-31

-31

-31

-1.151

-1.151

-1.151

-1.151

Algemene middelen 1

Ontwikkelingen meicirculaire

Saldo

Programmabegroting 2025

8

(Bedragen x € 1.000) D

2025

2026

2027

2028

Knelpunten Overige knelpunten 1

Aanpassen rotonde Wiedenbroek

-15

0

0

0

2

Beleidsmedewerker onderwijshuisvesting

-102

0

0

0

3

Inzet dataspecialist

-96

0

0

0

4

Opleidingsbudget

-30

0

0

0

5

Storting bestemmingsreserve verbouwing archief

-200

0

0

0

6

Storting bestemmingsreserve av-middelen raadszaal

-102

0

0

0

7

Bijdrage 80 jaar vrijheid

-15

0

0

0

8

Motie aangenomen bekostiging Sternet

-25

0

0

0

Subtotaal overige knelpunten

-585

0

0

0

Totaal knelpunten

-585

0

0

0

217

-1.901

-1.980

-1.468

voordeel

voordeel

nadeel

nadeel

Saldo begroting 2024-2027

A Saldo kadernota Uitgangspunt voor de Begroting 2025-2028 is het meerjarig saldo, zoals opgenomen in de Kadernota 2025-2028. B Autonome ontwikkelingen Prijsstijgingen B1. Prijsstijgingen De gehanteerde prijsstijgingen die volgen uit contracten, wettelijke verplichtingen of financiële uitganspunten zijn gebaseerd op verschillende indexcijfers, zoals opgenomen in het hoofdstuk ‘Financiële uitgangspunten’. Voor een nadere toelichting op de prijsstijging per onderwerp verwijzen wij tevens naar dit hoofdstuk. B2. Dekking: stelpost meerjarige loon- en prijsontwikkeling 2025 De stelpost loon- en prijsontwikkeling voor het jaar 2025 is de belangrijkste dekking voor de verwerking van de prijsstijgingen op de posten B1A t/m B1F. B3. Dekking: indexatie overige baten De laatste dekking van de prijsstijgingen is de indexatie van de overige baten. Het gaat hierbij vooral om de OZB. De OZB wordt in 2025 verhoogd met 4,45%, deze verhoging van het OZBtarief is gekoppeld aan de gecombineerde bbp-index. Overig autonoom B4. Areaaluitbreiding plantsoenen In de afgelopen jaren is besloten, bij ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen binnen onze gemeente, bepaalde nieuwe of extra vormen van groenvoorziening bij aan te leggen. Inherent aan deze aanleg is dat deze vervolgens ook onderhouden dient te worden.

Voor deze onvermijdelijke onderhoudskosten zijn ten tijde van het besluit echter nog geen structurele middelen in de begroting opgenomen. Denk hierbij aan de herinrichting van de Molenstraat, de ontwikkelingen in Hoeve Oost, het Stepelerveld en de nieuwe rotonde Veldmaterstraat/ Hengelosestraat, park Wiedenhof. Om dit onderhoud uit te kunnen voeren hebben we volgens raming vanaf 2025 een bedrag van € 45.000 extra nodig. B5. Afvalexploitatie Betreft compensabele BTW die we terugkrijgen via het BTW-compensatiefonds vanwege de toegenomen uitgaven op het taakveld afval. Programmabegroting 2025

9

B6. Bijdrage aanpassing beschoeiing Rutbeek & Hulsbeek In 2025 draagt Haaksbergen eenmalig € 57.000 bij in de kosten die het Recreatieschap Twente moet maken voor herstel beschoeiing vijvers Recreatieschap Twente (Rutbeek, Hulsbeek). Totale kosten bedragen € 1.500.000; alle Twentse gemeente dragen bij. Door het Dagelijks Bestuur van het Recreatieschap is hier al over besloten. B7. Hogere eigen bijdrage GR SamenTwente en indexatie Naast de autonome loon- en prijscompensatie wordt de hogere eigen bijdrage veroorzaakt door een aantal noodzakelijke uitbreidingen, zoals deze ook zijn gepresenteerd tijdens de behandeling van de begroting van de GR SamenTwente in de gemeenteraad: • versterking van de informatiebeveiliging, - management en privacy; • borging continuïteit van forensische dienstverlening; • investering in milieu & gezondheid ter versterking van een gezonde leefomgeving; • versterking van het Meldpunt Woningvervuiling. B8. In- en uitstroom en gerealiseerde bezuinigingen Het voordeel ten opzichte van de kadernota wordt veroorzaakt, doordat in het nieuwe schooljaar minder kinderen gebruik maken van leerlingenvervoer. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat per saldo meer kinderen zijn uitgestroomd of verhuisd dan zijn ingestroomd.

En anderzijds wordt dit veroorzaakt doordat kinderen, die eerder gebruikt maakten van het aangepast leerlingenvervoer (taxi), een andere alternatief hebben gevonden, zoals reizen met het openbaar vervoer of reizen met de fiets naar school. B9. Mutatie afschrijvingskosten Betreft het effect van de actualisatie van de investeringen. In 2025 ontstaat dit voordeel voor het overgrote deel op het taakveld onderwijs, omdat de geplande oplevering van ‘Het Palet’ met een jaar is uitgesteld. B10. Ondermijning Om ondermijning tegen te gaan wordt gebruik gemaakt van een extern bureau waar informatie wordt ingewonnen. B11. Ontwikkelingen rente Een aantal geplande investeringen, zoals ‘het Palet’ en investeringen in rioleringen, zijn uitgesteld, waardoor we voorlopig geen langlopende leningen hoeven af te sluiten om deze te financieren. Ook de vooruitbetaling van de bijdrage van ongeveer € 4.200.000 vanuit de provincie voor de vervanging van de ‘Vloedstegenbrug’ heeft een positief effect op de rentekosten. B12. Arbeidsparticipatie en inkomensregelingen Per saldo ramen we een structureel voordeel op arbeidsparticipatie en inkomensregelingen. De kosten voor arbeidsparticipatie nemen toe.

De Uitvoeringsorganisatie Sociale Zaken Hengelo, Borne en Haaksbergen geeft op basis van inschattingen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Centraal Plan Bureau aan, dat kosten voor activering, scholing en flankerend beleid stijgen. Daar tegenover staan positieve ontwikkelingen in de bijstand (instroom en uitstroom, effecten wijzigingen minimumlonen, mutatie BUIG-gelden). B13. Begraven De kosten voor lijkschouwingen zijn toegenomen (€ 10.000) en er wordt een automatiseringspakket aangeschaft (€ 6.000).

Programmabegroting 2025

10

B14. Ontwikkelingen burgerzaken We brengen dit jaar de budgetten op orde voor Taakveld 0.2 Burgerzaken. Daarbij is ontdekt dat de afdracht van Rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten niet is begroot. In de Begroting 2025-2028 zijn de correcte bedragen opgenomen. Dit leidt ertoe dat de legesopbrengsten van dit taakveld naar beneden moeten worden bijgesteld voor een bedrag van € 31.346. B15. Ontwikkelingen Jeugdzorg Wij zien een stijging in het aantal kinderen dat een beroep doet op Jeugdzorg voorzieningen. De grootste stijging van de lasten zien wij in de ambulante hulpverlening (behandeling en begeleiding) en de opvang in gezinshuizen. Naast de autonome ontwikkelingen worden in 2025 nieuwe contracten afgesloten met de zorgaanbieders. Met name voor wonen en verblijf vallen de tarieven fors hoger uit. De geconstateerde autonome ontwikkeling werkt hierin ook door, waardoor de verwachte financiële impact hoger uitvalt dan was voorzien bij de kadernota. B16. Ontwikkelingen lokale heffingen De post oninbare belastingen wordt naar beneden bijgesteld. Met name de afboekingen vanwege faillissementen vallen de laatste jaren erg mee (€ 17.000). De kosten voor adviezen en diensten van derden vallen iets lager uit (€ 8.000). B17.

Ontwikkelingen Samenkracht en burgerparticipatie Het meerjarenperspectief met betrekking tot maatschappelijke begeleiding volgens de opgave van de Uitvoeringsorganisatie Sociale Zaken Hengelo, Borne en Haaksbergen hebben wij laten aansluiten op het meerjarenperspectief van de gemeente. B18. Ontwikkelingen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen In regionaal verband (GR SamenTwente) worden gezamenlijk activiteiten en projecten uitgevoerd ten behoeve van de jeugdhulpverlening. De gemeente heeft meer inzet kunnen plegen voor deze samenwerking, waardoor een lager bedrag in rekening wordt gebracht. B19. Ontwikkelingen WMO In de eerste helft van 2024 (t/m mei) zien wij een daling in het aantal cliënten. Als gevolg van deze ontwikkeling is de verwachting dat de kosten € 328.000 lager uitvallen. Daartegenover staat dat wij gedurende het jaar een stijging in het aantal cliënten zien, dat een beroep doet op huishoudelijke ondersteuning. In de zwaarte van de afgegeven indicaties zie wij geen grote fluctuaties. De grote stijging ligt in lijn met de landelijke trend, die gezien wordt sinds de invoering van het abonnementstarief halverwege 2019. Dit brengt een nadeel met zich mee van € 217.000. Momenteel wordt landelijk nagedacht over aparte financiering buiten de algemene uitkering van een deel van de Wmo.

Door de uitgaven voor (een deel) van de Wmo apart te zetten, wil men meer zicht krijgen op de financiering van de kosten Wmo. B20. Ontwikkelingen WSW en beschut werk Op WSW en beschut werk ramen we een structureel nadeel voor wat betreft de sociale werkvoorziening. Dit verklaren wij voor het overgrote deel door wijzigingen in de loonkosten WSW en voor kleiner deel door hogere kosten medisch vervoer en aanvulling negatief eigen vermogen Stichting SWB Beschut. B21. Rioolexploitatie Betreft compensabele BTW die we terugkrijgen via het BTW-compensatiefonds vanwege de toegenomen uitgaven op het taakveld riolering.

Programmabegroting 2025

11

B22. Vennootschapsbelasting. Gemeenten dienen voor hun ondernemersactiviteiten vennootschapsbelasting (VPB) te betalen. Het betreft hier bijvoorbeeld inzameling van bedrijfsafval en inkomsten uit reclame-uitingen aan lantaarnpalen. Ook voor de grondexploitaties dienen we VPB af te dragen. Deze komt ten laste van de grexen. Het bedrag dat we verwachten te moeten betalen wordt verhoogd met € 6.000. B23. Verlengde openstelling De Wilder Bij de behandeling van de Kadernota 2024 heeft de gemeenteraad unaniem een motie aangenomen, waarin de gemeenteraad heeft opgeroepen dat wij ons inspannen de voorzieningen te behouden, in het bijzonder door te kijken naar incidentele investeringen in zwembad De Wilder. Optisport verwacht over de jaren 2025, 2026 en 2027 meer subsidie nodig te hebben dan geraamd in het meerjarenperspectief. De raad is akkoord gegaan met het voorstel de bedragen in het meerjarenperspectief te verhogen tot de bedragen die door Optisport zijn geraamd. B24. Overige ontwikkelingen De overige autonome ontwikkelingen bestaan uit verschillende kleine ontwikkelingen verdeeld over de programma’s, waaronder de actualisatie van kapitaallasten. C Algemene middelen Begin juli 2024 is de raad via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de effecten van de Meicirculaire 2024. De effecten zijn in deze begroting verwerkt.

D Knelpunten Voor een toelichting op de knelpunten die zijn opgenomen in de Begroting 2025 verwijzen we naar hoofdstuk “Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder” onderdeel “Latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden”

Programmabegroting 2025

12

Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder 1 Ombuigingsstrategie Het Rijk heeft in 2023 een herijking van het Gemeentefonds aangekondigd. Hiermee komt er een andere systematiek voor het indexeren van het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds wordt in het vervolg via de ‘bbp-systematiek’ (bruto binnenlands product) geïndexeerd. Onderstaand model geeft de kern van de gewijzigde systematiek weer.

Toelichting: links de huidige situatie. Eerst het LPO-accres met de componenten inflatiecorrectie inkoop, inflatiecorrectie loon en reële loonstijging. Dan het volumeaccres met het component volumeontwikkeling demografie en welvaart. Rechts de situatie vanaf 2027 met het prijsdeel bbp en het volumedeel bbp. Deze nieuwe financieringssystematiek betekent voor Haaksbergen dat wij ongeveer structureel € 2.300.000 minder krijgen uitgekeerd uit het Gemeentefonds, zonder dat hiervoor taken verdwijnen. Dit heeft tot gevolg dat wij een structureel tekort zien in onze gemeentelijke financiën vanaf 2026, het zogenaamde “ravijnjaar”. Vanaf 2026 komt het structurele tekort voor Haaksbergen neer op ongeveer € 1.500.000. Doordat Haaksbergen in het recente verleden al tweemaal met financiële problemen te kampen heeft gehad en in deze periode drastische bezuinigingen heeft moeten doorvoeren, is de impact van het “ravijnjaar” voor ons extra groot. Doordat we in deze moeizame periodes zowel op het gebied van formatie als beleid alles tot het basisniveau terug hebben moeten brengen, zullen wij met de inzet van noodgedwongen ombuigingen op bepaalde terreinen onder dit basisniveau uit gaan komen. Dat komt tot uiting in onze dienstverlening, het uitvoeren van onze kernverantwoordelijkheden en het realiseren van onze lokale visie.

Hiermee hebben vrijwel al de in te zetten ombuigingen een direct effect op de samenleving. Vanwege het structurele karakter van het ontstane financiële dilemma en de maatschappelijke impact die het oplossen van dit dilemma met zich meebrengt, moeten wij ons hier nu op voorbereiden. Het realiseren van deze ombuigingen vraagt derhalve om een gedegen strategie. Een strategie die voorziet in een integrale afweging die leidt tot doordachte en gebalanceerde keuzes. Dat is een omvangrijke en ingewikkelde opgave, die niet in één stap te vangen is. In de Kadernota 20252028 (link bestand) is hiervoor onderstaande ombuigingsstrategie vastgesteld, bestaande uit zeven vertrekpunten en twee hoofdlijnen.

Programmabegroting 2025

13

(1) Vertrekpunt is dat we ombuigingen voorbereiden, waartoe wij als gemeente besluiten indien de korting van het Rijk niet wordt teruggedraaid of verzacht. We brengen deze ombuigingen zo goed mogelijk in kaart, maar zetten ze nog niet in gang. Wij nemen het standpunt in dat het belangrijk is voor te sorteren op ombuigingen om zo de regie in handen te houden en te voorkomen dat het stuur ons uit handen wordt genomen. In de kadernota zijn de ombuigingen op hoofdlijnen vastgesteld en in de Begroting 2025-2028 zijn deze nader geconcretiseerd. (2) Het vertrekpunt is dat we de gevolgen van de ombuigingen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk presenteren. Dit houdt in dat we naast het inzichtelijk maken van keuzes met betrekking tot ombuigingen, ook scherp de (maatschappelijke) consequenties in beeld brengen. (3) Vertrekpunt is dat we streven geen maatregelen te nemen met een groot maatschappelijk effect, die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Met andere woorden, de maatregelen moeten indien mogelijk omkeerbaar zijn. Dit vertrekpunt is afkomstig uit de Begroting 2024-2027. In de kadernota is hier een nuancering op aangebracht. De nuance zit in het opnemen van het woord ‘streven’, aangezien het ons onwaarschijnlijk lijkt dat de noodzakelijke keuzes niet zullen leiden tot een groot maatschappelijk effect dat niet ongedaan gemaakt kan worden.

Het betreft dus geen resultaatverplichting, maar een inspanningsverplichting. (4) Vertrekpunt is dat we geen structurele verplichtingen aangaan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. Wij kunnen het ons maatschappelijk gezien niet veroorloven een hypotheek op de toekomst te leggen. Dit vertrekpunt is afkomstig uit de Begroting 2024-2027. Het is geboren uit de financieel kwetsbare positie van de gemeente Haaksbergen als gevolg van het ravijnjaar en onze financiële geschiedenis. Er is geen zich op het volledig dichten van het ravijnjaar. Daarom stellen wij voor dit vertrekpunt te behouden. Met dit vertrekpunt wordt bedoeld dat het aangaan van structurele verplichtingen niet mag bijdragen aan een stijging van toekomstige lasten. ‘Uitruiling’ van lasten, door iets anders te stoppen, behoort wel tot de mogelijkheden. (5) Vertrekpunt is dat we de ombuigingen, als gevolg van de korting van het Rijk, zoeken in de medebewindstaken (met name het fysieke domein, zorg en veiligheid). De VNG heeft een Taskforce Taken en Middelen in het leven geroepen om de VNG te adviseren. De VNG (namens de Taskforce) ziet in essentie drie mogelijkheden om met de kortingen om te gaan: 1. (deels) dichten door het verhogen van de OZB 2. bezuinigingen op autonome taken 3. bezuinigingen op medebewindstaken Ad 1: deze optie wordt door de Taskforce onhaalbaar geacht.

In de praktijk zal dit gemiddeld genomen leiden tot een tariefsverhoging van 60%. Ad 2: deze optie wordt door de Taskforce als hoogst onwenselijk beschouwd. In de praktijk betekent dit dat gemeenten hun autonome taken (beleidsvrijheid van de gemeente) inperken om (onder gefinancierde) medebewindstaken uit te voeren. Juist in de autonome taken kunnen gemeenten het verschil maken. Daarop bezuinigen betekent dat de gemeente feitelijk een uitvoeringsorganisatie van het Rijk wordt. Ad 3: de Taskforce drukt gemeenten op het hart de bezuinigingen te focussen op de medebewindstaken, juist omdat het gaat om een niet-taakgebonden korting. De VNG geeft aan dat dit van elke gemeente een eigen afweging vraagt en daarmee ook per gemeente tot andere keuzes kan leiden. Zie voor een nadere toelichting en context op dit vertrekpunt de brieven en het rapport van de Taskforce Taken en Middelen van de VNG (link brief 1, link rapport en link brief 2). Wij volgen het standpunt en daarmee ook het advies van de VNG de opgelegde korting van het Rijk niet in onze eigen ‘financiële beleidsvrijheid’ te zoeken. Programmabegroting 2025

14

(6) Het vertrekpunt, in lijn met vertrekpunt 5, is dat we specifiek voor Haaksbergen een bezuinigingsopgave van € 2.300.0003 zoeken in de medebewindstaken. De korting van het Rijk betreft in totaal € 2.300.000.000. Wij kunnen de stelregel hanteren dat het effect voor Haaksbergen ongeveer 1‰ van deze korting betreft. Dat komt neer op een korting van circa € 2.300.000 voor Haaksbergen. Wij nemen het standpunt in de opgelegde korting van het Rijk in medebewindstaken te zoeken en niet in onze eigen autonome taken. Het vertrekpunt is daarom dat een bezuiniging van € 2.300.000 in de medebewindstaken wordt gezocht. Wij willen hiermee de gevolgen van de keuzes van het kabinet duidelijk laten zien: de gemeentelijke financiën zijn onvoldoende om het huidige takenpakket op hetzelfde niveau voort te zetten. Daarmee heeft het noodgedwongen doorvoeren van bezuinigingen op medebewindstaken een grote maatschappelijke impact. (7) Vertrekpunt is dat de bezuiniging op medebewindstaken zich evengoed toespitsen op (uitvoerende) taken die wij in samenwerkingsverbanden (onder andere gemeenschappelijke regelingen) hebben belegd en daarmee dus niet enkel ziet op de medebewindstaken die de gemeente in eigen beheer uitvoert. De gemeente Haaksbergen is een netwerkgemeente. Dat betekent dat sommige medebewindstaken in samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

De gemeente blijft verantwoordelijkheid en ook bevoegd gezag voor deze taken. Daarom ligt het in de lijn der logica dat ook de medebewindstaken, die door deze samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd, onderdeel vormen van de bezuinigingsopgave op de medebewindstaken. Met inachtneming van de zeven vertrekpunten, komt de strategie voor ombuigingen in deze Begroting 2025-2028 in essentie neer op twee hoofdlijnen: Hoofdlijn 1: bezuinigen op de medebewindstaken We bezuinigen € 2.300.000 (structureel) op de medebewindstaken.

Hoofdlijn 2: opnemen en/of uitruilen van autonome taken De bezuinigingen op de medebewindstaken leiden tot een positief structureel saldo. Let wel: nieuwe uitgaven kunnen pas worden gedaan, nadat bezuinigingen daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Dat betekent dat Haaksbergen voor het mogelijke surplus (structureel) nieuwe wensen, opgaven en noodzakelijkheden kan opnemen in de begroting. Wil Haaksbergen financieel meer realiseren dan het surplus, dienen deze nieuwe wensen, opgaven en noodzakelijkheden uitgeruild te worden met taken/opgaven die onderdeel zijn van de praktische en theoretische ruimte in de begroting. In de politieke afweging staat dan de vraag centraal welke taken/opgaven Haaksbergen belangrijker vindt (bestaande taken/opgaven of de voorgestelde nieuwe).

3 De omvang van dit bedrag is gebaseerd op de huidige financiële inzichten en berichten vanuit de VNG en het Rijk.

Dit bedrag kan wijzigen naar gelang nieuwe inzichten en/of ontwikkelingen ontstaan.

Programmabegroting 2025

15

2 Ombuigingen medebewindstaken Op basis van de ombuigingsstrategie is, binnen de in de kadernota aangegeven taakstelling per begrotingsprogramma, gekeken op welke medebewindstaken de ombuigingen betrekking hebben. Daarbij is ook inzichtelijk gemaakt welke maatschappelijke effecten daarmee gemoeid gaan. Voor de ombuigingen wordt voor € 2.000.000 invulling gegeven binnen de bestaande begroting en voor € 300.000 is er een taakstelling richting verbonden partijen. Deze ombuigingen kunnen niet zonder maatschappelijke consequenties worden doorgevoerd. In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt hoe de taakstelling in de Kadernota 2025-2028 nader is geconcretiseerd.

De effecten voor de maatschappij, van de binnen de bestaande begroting uit te voeren ombuigingen, beschrijven we hieronder per taakveld geclusterd per domein. In lijn met vertrekpunt 2 van de ombuigingsstrategie vertalen wij de ombuigingen naar de vijf meest significante maatregelen. Deze maatregelen hebben we onderverdeeld in sociaal en fysiek domein. Sociaal domein Binnen de domeinen is per taakveld (of soms cluster van verbonden taakvelden) in kaart gebracht en uitgewerkt waar mogelijkheden gezien worden. Dit aansluitend op de gepresenteerde hoofdlijn uit de kadernota. Binnen het sociaal domein ligt het zwaartepunt van de ombuigingen vooral op de transformatie van Wmo en Jeugd en optimalisatie leerlingenvervoer. Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Voor deze beleidsterreinen is ongeveer € 315.000 aan ombuigingen in beeld gebracht. De hoofdmoot van deze ombuiging is te vinden in herziening van het beleid leerlingenvervoer. Voor een klein deel is deze gevonden in de aanpassing van het beleid rond kinderopvang met sociaal medische indicatie, inclusief versobering van de gemeentelijke vergoeding kinderopvang in het geval van een sociaal medische indicatie, waardoor ouders een (grotere) eigen bijdrage moeten betalen. Ten aanzien van het leerlingenvervoer is het grootste effect dat niet iedere leerling meer standaard met een taxibusje bij huis wordt opgehaald.

Er is sprake zijn van meer maatwerk en beleid dat gericht is op meer zelfstandig (met openbaar vervoer of eigen vervoer) naar school reizen en samenredzaamheid. Het niveau van directe ontzorging op het vlak van vervoer neemt af. Hier staat tegenover dat op termijn leerlingen geen of verminderd last hebben van de dagelijkse nadelen van taxivervoer, kinderen meer zelfstandigheid en zelfredzaamheid ontwikkelen en het in de toekomst een positief effect heeft op de gezondheid van de kinderen. Programmabegroting 2025

16

Wmo Op het terrein van de Wmo is ongeveer € 550.000 aan ombuigingen in beeld gebracht. De effecten zitten hier vooral bij de maatwerkvoorzieningen, hulp bij huishouden en begeleiding. Er wordt meer gekeken vanuit het leidend principe “nodig hebben” en minder vanuit het principe “recht hebben op”. Ook zal bij aanvullende verstrekking van faciliteiten meer eigen inspanning van de inwoner gevraagd worden. Dit betekend dat inwoners zullen merken dat er minder maatwerk wordt verstrekt en standaard meer de norm gaat zijn. En dat er bij toewijzing meer gekeken wordt naar financiële draagkracht en zelfredzaamheid. Moreel appèl is mogelijk. Een inkomens-afhankelijke bijdrage is een juridisch risico indien uitgevoerd voor 1 januari 2026 (motie PvdA). De wetswijziging waarbij een eigen bijdrage wordt ingevoerd, gaat in per 1 januari 2026. Inwoners worden sneller doorverwezen naar voorliggende wetten, zoals de Wet Langdurige Zorg (hierna: WLZ), hetgeen voor de inwoner een hogere eigen bijdrage en minder keuze vrijheid betekent. Daarnaast worden voorzieningen versoberd door meer inzet van informele zorg, algemene voorzieningen of het niet meer beschikbaar zijn van voorzieningen. Een gevolg van deze beleidslijn kan zijn dat er meer bezwaren en juridische procedures komen. Jeugdhulp Ten aanzien van Jeugdhulp is ongeveer € 400.000 aan ombuigingen in beeld gebracht.

De effecten zitten vooral op het terrein van begeleiding, behandeling en wonen en verblijf. De instroom zal beperkt worden en hierbij wordt ingezet op doelmatige en sobere geïndiceerde jeugdhulp. Beoogd is een beweging te maken van wonen en verblijf (bedden) naar ambulante jeugdhulp en van ambulante jeugdhulp naar voorliggende (welzijns)voorzieningen, eigen kracht en burgerkracht. Ook zal uitstroom bevorderd worden. Inwoners zullen merken dat het gemeentelijke traject van indicatiestelling langer gaat duren (als gevolg van een grondiger onderzoek) en er minder snel voor een individuele jeugdhulpvoorziening wordt gekozen. Een gevolg kan zijn dat jeugdigen vaker voor de route huisarts of medisch specialist kiezen. Door de langere doorlooptijden is er ook een risico dat problematiek verergerd en er zwaardere en daarmee duurdere jeugdhulp moet worden ingezet. Een gevolg kan ook zijn dat er meer bezwaren en juridische procedures komen. Overige binnen sociaal domein Ook zijn er ombuigingen in beeld gebracht op het terrein van welzijnswerk, Participatiewet en inclusie. Hier is voor ongeveer € 200.000 aan ombuigingen in beeld gebracht. De inwoner ervaart hier wellicht verschuiving van directe ondersteuning naar preventie. Ook kan individuele aandacht wellicht net wat minder worden ervaren.

Fysiek domein Binnen het fysiek domein ligt het zwaartepunt van de ombuigingen vooral op het gebied van het uitvoerings- en onderhoudsniveau binnen verkeer en vervoer en duurzaamheid. Verkeer en vervoer Ten aanzien van verkeer en vervoer is ongeveer € 200.000 aan ombuigingen in beeld gebracht. Dit betekent een lager uitvoeringsniveau op het gebied van gladheidsbestrijding, straatreiniging en wegenonderhoud. Minder aandacht voor bewustwording op het gebied van verkeersveiligheid, alsook besparingen op energie rond buitenverlichting. Inwoners zullen hierdoor merken dat het vaker voorkomt dat de buitenomgeving minder schoon is. Mankementen en tekortkomingen in de openbare ruimte minder snel opgelost worden en bij extreem weer straten minder goed schoon en toegankelijk zijn. Maar ook dat verlichting minder optimaal wordt ingezet als ze gewend zijn en verkeersdeelnemers minder bewust en veilig verkeersgedrag laten zien. Dit alles zal invloed hebben op het leefniveau en de aantrekkelijkheid van onze gemeente. Ook de tevredenheid en waardering van inwoners zal hierdoor mogelijk afnemen. Richting onze organisatie zal dit leiden tot extra klachten en mogelijk claims. Programmabegroting 2025

17

Wonen en bouwen Op het terrein van wonen en bouwen is circa € 300.000 aan ombuigingen in beeld gebracht. Het effect van het doorvoeren van deze ombuigingen zal zijn dat er geen middelen zijn voor de verduurzamingsopgave waar wij als gemeente voor staan. Een tweede effect zal zijn dat kosten voor initiatiefnemers bij bouwprojecten toenemen. Concreet betekend dit dat inwoners niet meer bijgestaan en/of geadviseerd worden bij het besparen op het gebruik van energie. Ook de ondersteuning bij verduurzaming van de woning verdwijnt hiermee. Strategisch beleid en bijhorende uitvoeringsplannen per wijk komen niet tot stand en hierdoor worden landelijke doelstellingen niet gehaald. Een direct bijkomend effect hiervan is dat energielasten, zowel voor de inwoners als voor de gemeente, een groter deel van de jaarlijkse uitgaven blijft dit geld niet voor andere doeleinden gebruikt kan worden. Door bezuiniging op het gebied van ruimtelijke ordening, moet meer externe kennis ingehuurd worden rondom bouwinitiatieven. De kosten hiervoor zullen via leges bij de initiatiefnemer in rekening worden gebracht en werken daarmee kosten verhogend. 3 ‘Glijpad’ Het realiseren van ombuigingen vergt doorlooptijd. Dit betekent dat het doorvoeren van ombuigingen niet in alle gevallen direct leidt tot een financieel effect. Wij noemen dit het zogenaamde “glijpad”.

Dit kan tot gevolg hebben dat, ondanks het doorvoeren van ombuigingen, de begroting niet sluitend te krijgen is. Om dat te voorkomen is nagedacht over mogelijke oplossingen (‘een methodiek‘) voor dit ‘glijpad’. In de zoektocht naar de ombuigingen is expliciet gekeken naar welke maatregelen ‘direct verzilverbaar’ zijn en welke niet. Direct verzilverbaar wil zeggen dat het uitvoeren van de maatregel direct leidt tot het beoogde financieel effect. Indirect verzilverbaar betekent dat de maatregel niet direct leidt tot het beoogde financieel effect, het zogenaamde ‘glijpad’. Het ‘glijpad’ heeft tot gevolg dat we geen structurele dekking hebben voor het totale tekort dat wij in een jaar hebben. Onderstaand brengen wij een maatregel in beeld die ter dekking van het ‘glijpad’ kan worden ingezet. Het betreft niet een maatregel die in deze begroting wordt ingezet, maar die van betekenis kan zijn als ombuigingen daadwerkelijk moeten worden ingevuld. Het betreft niet de enige optie ter dekking van het ‘glijpad’. Zo zou ook een behoedzaamheidsstelpost ingezet kunnen worden ter dekking van het ‘glijpad’. Maatregel surplus algemene reserve Vanaf het jaar 2024 kunnen gemeenten reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten.

Concreet houdt deze maatregel in dat wij het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) kunnen aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Van dit vrij besteedbare deel, het surplus, mogen gemeenten 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Dit deel wordt als ‘structurele baat’ bestempeld. Deze ‘structurele baat’ telt mee ter bepaling van het reële en structurele begrotingsevenwicht. Het weerstandsvermogen dient naar het oordeel van de toezichthouder (provincie Overijssel) voldoende te zijn. Dit weerstandsvermogen moet gebaseerd zijn op een adequate risicoinventarisatie. De provincie hanteert hiervoor de volgende criteria: 1. Bij de bepaling van het surplus in de (vrije) algemene reserve, worden alle andere onderdelen van het beschikbare weerstandsvermogen (zoals stille reserves, onvoorzien en onbenutte belastingcapaciteit) buiten beschouwing gelaten; 2. een weerstandsratio van 1 te hanteren bij de bepaling van het surplus in de (vrije) algemene reserve, ongeacht of de gemeente een hogere ratio aanhoudt; 3. de gemeente dient in haar paragraaf weerstandsvermogen een adequate risicoinventarisatie met risicokwantificatie op te nemen. Eventueel neemt de gemeente een top 10 op van belangrijkste risico’s en een categorie overig voor de kleinere risico’s; 4.

de solvabiliteit per 1 januari van het betreffende jaar dient 20% of hoger te zijn. Programmabegroting 2025

18

Voldoet een gemeente niet aan deze criteria, wordt de onttrekking aan de algemene reserve niet als structurele baat aangemerkt. Inzet van de algemene reserve voor structurele dekking van lasten, heeft derhalve gevolgen voor de solvabiliteitsratio als ook op het overgebleven surplus binnen de algemene reserve. Om de mogelijkheden voor het inzetten van de algemene reserve ten behoeve van het ‘glijpad’ helder te krijgen, hebben wij in onderstaand overzicht het effect hiervan weergegeven. Hierbij gaan we uit van de huidige begroting en de volgens de meerjarenraming te realiseren ombuigingen. b edragen x € 1.000 Saldo naar ombuigingen Resultaat staande 2025 begroting

2025 217

2026 -1.901

2027 -972

2028 490

0

1.008 -893

950 -22

0

Verzilvering ombuigingen Te dekken te kort

b edragen x € 1.000 Ontwikkeling algemene reserve zonder afdekking resultaat

2025

Algemene reserve per 1 januari Saldo begroting

20.878 217

16.365 -893

13.438 -22

11.249 490

Begrote onttrekkingen Algemene reserve per 31 december

-4.730 16.365

-1.026 14.445

-209 13.207

0 11.739

Benodigd weerstandsvermogen*

5.422

5.422

5.422

5.422

Surplus

10.943

9.023

7.785

6.317

10% Surplus ter dekking Solvabiliteitsratio

1.094 25%

902 24%

779 23%

632 21%

2026

2027

2028

*Bedragen op basis van huidige risicoscore

Het overzicht laat zien dat wij deze maatregel, het inzetten van 10% van het surplus uit de algemene reserve, kunnen inzetten ter dekking van het ‘glijpad’. Hiermee voldoen wij aan de door de provincie gestelde randvoorwaarden. 4 Latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden Ombuigingen (zie hiervoor) zijn nodig om een bestaand structureel financieel tekort op te lossen. Daarvoor kijken we naar bestaande medebewindstaken. Ondertussen blijft de samenleving echter niet stilstaan. Grote maatschappelijke opgaven, ambities en nieuwe verplichtingen vragen aanvullende financiële middelen. Wij noemen dit ‘latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden’. ‘Latent’ omdat deze ontwikkelingen (nog) niet van financieel benodigde middelen zijn voorzien. In de Kadernota 2025-2028 (link bestand) is in hoofdstuk 5 (vanaf pagina 18) op het niveau van begrotingsprogramma inzichtelijk gemaakt wat de financiële omvang van de latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden is. Vervolgens is per begrotingsprogramma op hoofdlijnen toegelicht wat deze latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden inhouden en welke consequenties wij zien als daar geen invulling aan kan worden gegeven.

Programmabegroting 2025

19

Keuzes met betrekking tot de latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden In aanloop naar het opstellen van deze begroting hebben we onszelf de opdracht gegeven het inzicht uit de kadernota nader uit te werken in een compleet overzicht. Dit leidde tot concrete inschattingen van benodigde financiële middelen (zie tabel 1 en 2 hierna). Het complete overzicht alsmede de actuele financiële stand van zaken leiden tot drie belangrijke conclusies: 1. Het begrotingsjaar 2025 resulteert in een positief saldo van incidenteel € 802.000. 2. Op basis van de actuele financiële stand van zaken loopt het structurele tekort in 2026-2028 verder op ten opzichte van de Kadernota 2025-2028. 3. Gelet op de actuele financiële stand van zaken kunnen wij ons maatschappelijk gezien niet veroorloven extra structurele verplichtingen aan te gaan, omdat wij daarmee een hypotheek op de toekomst leggen (vertrekpunt 5 van de ombuigingsstrategie). In hoofdlijn 2 van de ombuigingsstrategie hebben we bepaald dat nieuwe wensen, opgaven en noodzakelijkheden pas mogelijk worden als op basis van de ombuigingen een financieel surplus gerealiseerd wordt. Als nieuwe wensen, opgaven en noodzakelijkheden een hogere prioriteit krijgen dan bestaand beleid, zoeken wij naar uitruil mogelijkheden binnen bestaande taken/opgaven.

Omdat de ombuigingen nog niet ‘in gang worden gezet’, is echter (nog) geen sprake van een structureel surplus. Met het oog op twee (vrije recente) drastische bezuinigingen (in 2017 en 2020) zien wij weinig tot geen mogelijkheden voor eenvoudige uitruiling met bestaande taken/opgaven. In de politieke afweging kan worden bepaald welke taken/opgaven voor Haaksbergen belangrijker zijn (bestaande taken/opgaven of een latente ontwikkeling). Eventueel uitruilen vraagt een integrale beoordeling van de gehele begroting. In de aanloop naar de Kadernota 2026-2029 zal deze beoordeling plaatsvinden. We concludeerden al dat het begrotingsjaar 2025 een positief saldo kent van incidenteel € 802.000. Met het oog op financieel gezond beleid en mogelijk toekomstige tegenvallers, kiezen wij ervoor niet het gehele positieve saldo Afwegingskader van het begrotingsjaar 2025 in te zetten voor de uitvoering van latente ontwikkelingen en ▪ Heeft het enkel een maatschappelijk rendement of ook een financieel rendement? noodzakelijkheden. Het incidentele bedrag dat ▪ Hoe groot is de kans op imagoschade? Geredeneerd overblijft geeft ons de mogelijkheid op incidentele van de invalshoeken: imagoschade als lokale basis latente ontwikkelingen en noodzakelijkoverheid, als betrouwbare samenwerkingspartner (regionaal en daarbuiten) en/of leiden we heden uit te voeren.

In het kader hiernaast is een imagoschade door als slecht werkgever te opereren. afwegingskader opgenomen om tot deze keuzes ▪ In welke mate is er sprake van direct of indirect te komen. Het beantwoorden van deze vragen risico voor de samenleving? helpt in het prioriteren en afwegen van de ▪ Is continuering van de huidige beleidslijn verantwoord? keuzes. De keuzes daarin zijn subjectief en ▪ Is de transparantie en informatieplicht van ons vragen daarmee een duidelijke en transparante openbaar bestuur nog wel geborgd? politieke afweging, die wij hebben gemaakt. ▪ Is er sprake van beperkt risico voor de In tabel 1 is inzichtelijk gemaakt welke latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden op basis van een incidentele investering in 2025 in uitvoering worden gebracht. Voor deze taken/opgaven geldt dat indien geen aanvullende (structurele) middelen gevonden worden, deze taken/opgaven in 2026 in uitvoering stil komen te staan. Op basis van vertrekpunt 2 van de ombuigingsstrategie presenteren wij de gevolgen

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

bedrijfscontinuïteit? Is het mogelijk om het (oude en/of uit te ruilen nieuwe beleid) uit te stellen? Is het niet voldoen aan wettelijke taak verantwoord? Is het schrappen desgewenst omkeerbaar? Is het thema of beleid een concreet afgesproken onderdeel van de raadsafspraken? Wat is het (ogenschijnlijk) minst pijnlijk voor samenleving indien we de taak schrappen? Waarbij wij ons wel realiseren dat het indirect en op lange termijn gaat leiden tot kwaliteitsverlies.

Programmabegroting 2025

20

zo scherp mogelijk. Per latente ontwikkeling/noodzakelijkheid is de consequentie voor de samenleving opgenomen bij het niet uitvoeren van de taak/opgave. Tabel 1 – Incidenteel (niet structureel) financieel doorgevoerde latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden (bedragen x € 1.000) Latente ontwikkeling en noodzakelijkhed en

2025 incidenteel uitvoeren

AV-middelen raadzaal

102 (investering)

Verbouwing archief

200 (investering)

0

Participatie/inwon ersbetrokkenheid

0*

102

Ondermijning (sbeleid)

0*

100

Opleidingsbudget

30

30

(financieel incidenteel verwerkt)

vanaf 2026 structureel benodigd (niet financieel verwerkt) 0

Consequentie samenleving bij niet uitvoeren

Het doel is een toegankelijke, laagdrempelige en transparante lokale politiek. Het is voor onze samenleving op termijn niet meer mogelijk vergaderingen live te volgen. Voordat het zover is, krijgt de samenleving te maken met haperende niet functionerende live streaming. Gemeenteraadsvergaderingen worden onderbroken door technische storingen. Gemeente en gemeenteraadsleden krijgen hoogstwaarschijnlijk te maken met reacties van inwoners. Het doel van de Archiefwet is belangrijke overheidsinformatie te behouden en toegankelijk te maken. Haaksbergen loopt aanzienlijk risico op informatieverlies, waarbij historische gegevens verloren kunnen gaan. Imagoschade en boetes, plus mogelijk verscherpt toezicht door de provincie. De verbindingsfunctionaris tussen de gemeente en de samenleving verdwijnt, waardoor belangenorganisaties, maatschappelijke organisaties, verenigingen en particulieren geen direct aanspreekpunt/contactpersoon hebben. Het ophalen en wegzetten van initiatieven uit de samenleving in de ambtelijke organisatie komt te vervallen. In de ambtelijke organisatie vervalt het advieswerk op participatie richting inwoners, raad, college en ambtelijke organisatie waardoor het participatiebeleid onuitvoerbaar wordt. De dienstverlening in overheidsparticipatie vervalt. Er kan dan geen uitvoering gegeven worden aan het ondermijningsbeleid en het Bibob-beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14635314/1