Onderzoek geurhinder (anoniem)
Tekst van het document
Benteloseweg 25 in Haaksbergen
Onderzoek geurhinder
Opdrachtgever Naam
:
Postadres
:
Bezoekadres
:
Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle
Postadres
:
Postbus 432, 8000 AK Zwolle
Datum
:
23 oktober 2023, herzien d.d. 5 februari 2024
Status
:
definitief
Projectnummer
:
2242367006
Projectleider
:
Benteloseweg 25, 7482 PN Haaksbergen
Rombou
Opsteller
:
Telefoon
:
088 236 82 36
:
info@rombou.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
INLEIDING Voornemen Vraagstelling Leeswijzer
3 3 3 4
2 2.1 2.2
WETTELIJK KADER Wet geurhinder en veehouderij Activiteitenbesluit
5 5 5
3 3.1 3.2 3.3 3.4
UITGANGSPUNTEN Uitgangspunten veehouderijen Geuremissie en geurimmisie Verschillende beoordelingen Geurbelasting versus geurhinder
6 6 6 6 8
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
GEURBEREKENINGEN Geuremissies Afstanden Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting Beoordeling woon- en leefklimaat Belemmerende werking voor omliggende bedrijven
9 9 11 11 12 13 14
5
CONCLUSIE
15
6
BIJLAGE 1 - BEREKENING VOORGRONDBELASTING
16
7
BIJLAGE 2 - BEREKENING ACHTERGRONDBELASTING
17
8
BIJLAGE 3 - VEEHOUDERIJGEGEVENS
18
2
1 Inleiding 1.1 Voornemen De familie heeft op de locatie Benteloseweg 25 in Haaksbergen een agrarisch bedrijf met een zorgboerderij: Landbouw-, Zorg- en Educatieboerderij “ ”. De wens is om een gedeelte van de bedrijfswoning met huisnummer 25 in gebruik te nemen voor verblijfsrecreatie/logies. Het betreft het westelijk gedeelte van de woning in de rode cirkel. Deze ontwikkeling past goed bij de rest van de activiteiten op de locatie.
Afbeelding 1 – plangebied
De plangebied is weergegeven in afbeelding 1. In de omgeving van het plangebied liggen (intensieve) veehouderijen. Onderdeel van de planwijziging is dit onderzoek geurhinder. 1.2 Vraagstelling Voor de beoordeling van een bestemmingsplan vormt de Wet ruimtelijke ordening het toetsingskader. Daarin is bepaald dat bestemmingen worden aangewezen ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In dat kader moeten voorafgaand aan de vaststelling van het wijzigingsplan de volgende vragen worden beantwoord: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad?
3
Realisatie van de plannen (recreatief verblijf voor gezinnen met kinderen die extra zorg nodig hebben) is mogelijk op basis van artikel 4 van bijlage 2 van het Bor (kruimelregeling, onderdeel 11). Hiermee kan een ander gebruik van gronden of bouwwerken worden toegestaan dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. De binnenplanse afwijking artikel 4.6 kan niet worden toegepast omdat het geen karakteristiek gebouw betreft. Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. Andere activiteiten met een en relevante uitstoot van geur, zijn niet aanwezig in de omgeving. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. Deze wet vormt daarom de basis voor de beoordeling. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgt in hoofdstuk 5 de conclusie.
4
2 Wettelijk kader 2.1 Wet geurhinder en veehouderij In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, normen voor de maximale geurbelasting die veehouderijen mogen veroorzaken en minimale afstanden tussen stallen en geurgevoelige objecten. Deze normen moeten worden toegepast bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een veehouderij. Hoe de geurbelasting en afstanden moeten worden bepaald is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen voor de geurbelasting en de afstand gelden op of tot de rand van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld de gevels van woningen). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Een gemeenteraad is bevoegd om bij gemeentelijke geurverordening te bepalen dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere norm voor de geurbelasting of een andere afstand van toepassing is. De gemeente Haaksbergen heeft geen geurverordening vastgesteld.
2.2 Activiteitenbesluit Voor veehouderijen die onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit vallen zijn normen voor de maximale geurbelasting en de afstandsnormen opgenomen in de artikelen 3.115 tot en met 3.121 van het Activiteitenbesluit. Deze regels zijn vrijwel identiek aan de eisen die op grond van de Wgv aan vergunningplichtige veehouderijen worden gesteld. In het Activiteitenbesluit zijn tevens afstandsnormen opgenomen voor andere agrarische activiteiten waarbij geurhinder kan optreden, zoals het opslag van mest en veevoer. Het meest bepalend voor de handhaving en beoordeling van plannen is de afstand die moet worden aangehouden bij het plaatsen van voorziening voor de opslag van vloeibare mest. In het hiernavolgende hoofdstuk worden de normen en afstanden die in dit onderzoek van toepassing zijn nader toegelicht.
5
3 Uitgangspunten 3.1 Uitgangspunten veehouderijen Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt de vergunde geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de vooren achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. 3.2 Geuremissie en geurimmisie De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van de tijd wordt overschreden. 3.3
Verschillende beoordelingen
3.3.1 Voorgrondbelasting Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een emissiefactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (binnen of buiten de bebouwde kom). De normen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1: Maximale geurbelasting (voorgrondbelasting) volgens artikel 3, eerste lid, Wgv Gebiedstype
Binnen bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
Concentratiegebied
3,0 ouE/m3
14,0 ouE/m3
Geen concentratiegebied
2,0 ouE/m3
8,0 ouE/m3
Het plangebied ligt in het concentratiegebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet en buiten de bebouwde kom. Een voorgrondbelasting van 14,0 ou E/m3 wordt daarom als acceptabel beschouwd. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning versie 2020 verplicht voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend.
6
Voor geurgevoelig objecten bij een andere veehouderij (zoals de bedrijfswoning) geldt de maximale geurbelasting niet, maar gelden er vaste afstandsnormen (zie hieronder). Dat geldt ook voor geurgevoelige objecten die tot 19 maart 2000 nog onderdeel waren van een andere veehouderij. 3.3.2 Afstanden Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen emissiefactoren voor geur zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) moet minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt niet aangemerkt als geurgevoelig object.
Voor bedrijfswoningen die tot een andere veehouderij horen woningen geldt een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1. Dat geldt ook voor geurgevoelige objecten die tot 19 maart 2000 nog onderdeel waren van een andere veehouderij. 3.3.3 Achtergrondbelasting De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. De achtergrondbelasting kan worden berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen voor de beoordeling van vergunningaanvragen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de voorgrondbelasting die elke veehouderij afzonderlijk mag veroorzaken.
In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ kan het bevoegd gezag bij een plan beoordelen of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.
7
3.4 Geurbelasting versus geurhinder In de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Als leidraad geldt hiervoor het volgende: o o
De voorgrondbelasting is minder dan de helft van de achtergrondbelasting: de achtergrondbelasting is bepalend voor de ervaren geurhinder. De voorgrondbelasting is meer dan de helft van de achtergrondbelasting: dan leidt de voorgrondbelasting tot het hoogste geurhinderpercentage.
Deze percentages geurgehinderden kunnen worden gebruikt om de milieukwaliteit te kwalificeren. De milieukwaliteit wordt onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Deze waarden gelden voor een niet-concentratiegebied. Voor concentratiegebieden gelden andere waarden. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Tabel 2: Milieukwaliteit versus percentage geurgehinderden en geurbelasting in concentratiegebied Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting (%) (ouE/m3) (ouE/m3) Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
<5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 35 - 40
0 – 1,5 2–3 4–6 7 – 10 11 – 14 14 – 19 19 - 25 25 - 32
0–3 3–7 8 - 15 15 - 20 20 - 28 28 - 38 38 - 50 50 - 65
8
4 Geurberekeningen 4.1 Geuremissies In de omgeving van het plangebied aan de Benteloseweg 25 ligt een aantal veehouderijen. Voor de beoordeling zijn de omliggende veehouderijen aan de Benteloseweg 6, Goorsestraat 150 / Benteloseweg 7, Benteloseweg 12, Benteloseweg 20, Benteloseweg 33-33a en Brummelhuizerbrink 16 beschouwd. Bij de gemeente Haaksbergen zijn de geldende omgevingsvergunningen (milieu) en Wm-meldingen opgevraagd. Op basis hiervan is per veehouderij bepaald wat het vergunde veebestand is, welke huisvestingssystemen worden toegepast en wat de geuremissie is. 1. Benteloseweg 6, Haaksbergen Op deze locatie, ten zuiden van het plangebied gelegen, wordt vrouwelijk jongvee gehouden. Het Activiteitenbesluit milieubeheer is van toepassing. Op het bedrijf worden 40 stuks vrouwelijk jongvee gehouden. Voor vrouwelijk jongvee zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld. 2. Goorsestraat 150 / Benteloseweg 7, Haaksbergen Ten zuiden van het plangebied, op een afstand van circa 500 meter, ligt een varkenshouderij. Op 28 juli 2009 is een vergunning verleend voor het houden van 2.816 vleesvarkens. De totale geuremissie van dit bedrijf bedraagt 55.542,7 ouE/m3. 3. Benteloseweg 20, Haaksbergen Deze bedrijfslocatie ligt circa 370 meter ten oosten van het plangebied. Het betreft een veehouderij met schapen.
Voor het bedrijf is op 27 augustus 2013 een vergunning verleend voor het houden van 300 schapen. De totale geuremissie van het bedrijf is 2.341 ouE/m3. 4. Benteloseweg 33 – 33a, Haaksbergen Op deze locatie, circa 200 meter ten noordoosten van het plangebied, is een melkrundveehouderij met vleesvarkens aanwezig. Er worden 60 melkkoeien, 40 stuks vrouwelijk jongvee en 3.132 vleesvarkens worden gehouden. Voor het rundvee zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld. De geuremissie van de 3.132 vleesvarkens is 60.112,8 ouE/m3. 5. Brummelhuizerbrink 16, Haaksbergen Deze bedrijfslocatie ligt circa 600 meter ten noordoosten van het plangebied. Het betreft een veehouderij met vleeskalveren. Voor het bedrijf is op 9 november 2016 een vergunning verleend voor het houden van 1.496 vleeskalveren. De totale geuremissie van het bedrijf is 53.257,6 ouE/m3.
9
5
4
3
2
1
Afbeelding 2 – locaties veehouderijen in omgeving het van plangebied
Van de Omgevingsdienst Twente is een lijst met veehouderijen ontvangen. Van deze lijst zijn van een drietal bedrijven de geuremissies opgevraagd. Het betreffen de IPPC-inrichtingen die zijn gelegen aan de Gorsveldweg 20a en Bentelerhaarweg 4 in Bentelo (gemeente Hof van Twente) en aan de Kortenroelofsweg 6-8 in Haaksbergen. Gorsveldweg 20a, vleesvarkensbedrijf met een geuremissie van 115.992 ouE/m3 Bentelerhaarweg 4, pluimveehouderij met rundvee, geuremissie is 26.350 ouE/m3 Kortenroelofsweg 6-8, vleesvarkensbedrijf met een geuremissie van 61.692 ouE/m3 Een overzicht van alle opgenomen bedrijven is als bijlage bijgevoegd.
10
4.2
Afstanden
4.2.1 Dierenverblijven In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van 25 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Binnen 400 meter van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen met dierenverblijven waar dieren zonder geuremissiefactor worden gehouden. Aan de minimale afstandseis van 25 meter, wordt dus ruimschoots voldaan. 4.3 Voorgrondbelasting Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied is de varkenshouderij aan de Benteloseweg 33 – 33a maatgevend voor de huidige voorgrondbelasting. Op basis van de gemelde emissiepunten volgens het milieudossier is een geurberekening uitgevoerd. De geurcontouren zijn berekend met het rekenprogramma V-Stacks Vergunning 2020. De geurberekening is opgenomen in bijlage 1. De toetspunten zijn aangegeven op afbeelding 4. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied (waarvoor een geurnorm van 14 ouE/m3 geldt) bedraagt 13,4 ouE/m3 (zie tabel 3). Dit betreft punt 2 (volgnummer 8 in tabel 3) dat in de rechterbovenhoek van het plangebied is gelegen.
2
1
10
7
6
9
8
5
4
3
Afbeelding 4: Rekenpunten in plangebied
11
Tabel 3: Voorgrondbelasting geur op basis van geldende vergunningen/meldingen
4.4 Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij het onderzoek naar de achtergrondbelasting zijn de veehouderijen in de nabije omgeving van het plangebied betrokken. In paragraaf 4.1 is beschreven welke veehouderijen aanwezig zijn. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied 2020. De berekening is opgenomen als bijlage 3. De achtergrondbelasting is weergegeven in tabel 4. De hoogst berekende achtergrondbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt 10,87 ouE/m3 (punt 2). Uit de geurcontouren (afbeelding 5) volgt dat de geurbelasting in het plangebied wordt bepaald door alle ingevoerde bedrijven met uitzondering van het bedrijf aan de Kortenroelofsweg 6-8 in Haaksbergen.
12
Afbeelding 5: Achtergrondbelasting geur, de contouren geven de cumulatieve geurbelasting in ouE/m3 Tabel 4: Achtergrondbelasting geur op basis van geldende vergunningen/meldingen
4.5 Beoordeling woon- en leefklimaat Uit voorgaande paragrafen blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied: o de voorgrondbelasting op zijn hoogst 13,4 ouE/m3 bedraagt; o de achtergrondbelasting op zijn hoogst 10,87 ouE/m3 bedraagt.
13
De berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied is gelegen tussen de 10,7 en 13,4 ouE/m3. Deze waarden voor de voorgrondbelasting komt volgens tabel 1 in paragraaf 3.4 overeen met een ‘tamelijk slecht’ woon- en leefklimaat. De hoogst berekende waarde voor de achtergrondbelasting van 10,87 ouE/m3 komt ook overeen met een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. Ter plaatse wordt de milieukwaliteit bepaald door de voorgrondbelasting. 4.6 Belemmerende werking voor omliggende bedrijven Een functieverandering van bedrijfswoning naar verblijfsrecreatie heeft geen gevolgen voor de bescherming in het kader van de Wgv. De bescherming van deze woning blijft gelijk. Voor de omliggende bedrijven is hierdoor dus ook geen sprake van een belemmerende werking op eventuele toekomstige ontwikkelingen.
14
5 Conclusie In dit onderzoek is de geurbelasting door omliggende veehouderijen van het perceel met de beoogde bestemming ‘verblijfsrecreatie/logies’ aan de Benteloseweg 25 in Haaksbergen onderzocht. In de omgeving liggen een aantal veehouderijen. Aan de minimale afstanden tot deze veehouderijen wordt (ruimschoots) voldaan. Omdat er door de functieverandering geen sprake is van een andere bescherming, heeft de voorgenomen ontwikkeling geen belemmerende werking op omliggende bedrijven. De milieukwaliteit voor het woon- en leefklimaat wordt bepaald door de voorgrondbelasting. Deze is ‘tamelijk slecht’ (20 – 25% geurgehinderden). De geurbelasting ligt binnen de geurnormen zoals opgenomen in artikel 3 van de Wgv.
15
6 Bijlage 1 - Berekening voorgrondbelasting
16
7 Bijlage 2 - berekening achtergrondbelasting
17
8 Bijlage 3 - veehouderijgegevens
18
Jufferenwal 30
t
088 236 82 36
Postbus 432
e info@rombou.nl
8000 AK Zwolle
i
www.rombou.nl