CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-B31-9.Reactie op aanvullende reactie appellanten - geanonimiseerd

commissie Ruimte 10 april 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter bespreking: 2024-B31.Uitspraak ABRvS van 10-01-20243.678 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raad

Al'deling bestuutsirechtspraak

Vangtate

Pagina 1 Van 1

GEMEENTE HAAKSBERGEN Zaaknr.:

Z/ZI

Documentnr;

Raad van de gemeente

Ontvangst Datum

Haaksbergen

Postbus 102 7480 AC HAAKSBERGEN

Ijj n lj 2 9 MW'

Ami-liefr

Te bewaren

PAZ

Num.reei<s

Kopie aan:

Datum

UW kenmerk

Ons nummer

28 november

2023

202107635/1/R3

Inlichtingen

Onderwerp

Procedure

Haaksbergen BP 'Buitengebied Haaksbergen, partiele herziening Kalkhovenweg ongenummerd Goorsestraat

en

Beroep

Geachte heer/mevrouw, ik u

Hierbij stuur

ter informatie

Zoals u is meegedeeld, zitting. Aangezien

stukken

die gaan over bovengenoemde

zal de zaak op 7 december

dit bericht geautomatiseerd

procedure.

2023 worden behandeld op een

is aangemaakt,

is dit niet ondertekend.

Hoogachtend, de griffier

4084887033)

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

B1Jcorrespondentie de datum en het nummer

070 426 44 26 van

F 070 365 13 80

deze brief vermelden

wwmraadvanstatenl

AANGETEKEND

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State

de voorzitter Postbus 20019 2500 EA Den Haag

Ermelo,

22 november 2023

Ons kenmerk:

23.00251-8

Uw kenmerk:

202107635/1/R3

Betreft:

Reactie op aanvullende reactie appellanten

[9611,

Haaksbergen, BP 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat'

Geachte voorzitter,

Namens mijn cliënten, d bericht ik u graag als volgt. Bij brief 15 september 2023 gaf namens appellanten een aanvullende reactie, zowel op de door de gemeenteraad als op de namens cliënten ingediende verweerschriften. Deze aanvullende reactie van appellanten vormt reden tot reactie hierop namens cliënten.

Belanghebbendheid Kortgezegd wordt gesteld dat wel zicht op het plangebied zou hebben, de afstand tot het plangebied bedraagt en de afstand tot de woonbestemming binnen het plangebied bedraagt. Het verweer dat geen zicht op het plangebied heeft, wordt als feitelijk onjuist gekwalificeerd. Naar het oordeel van cliënten gaat het primair om de vraag of er sprake is van gevolgen van enige betekenis. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Per abuis is in het initiële verweerschrift namens cliënten de positie van appellant

) omgewisseld.

Dit betekent dat naar het volgende geldt: woont op enige afstand tegenover de planlocatie. Appellant heeft weliswaar zicht op de planlocatie, maar zoals uit afbeelding 1 en 2 blijkt heeft appellant volledig vrij zicht op het gedeelte van het plangebied met de bestemming 'agrarisch met waarden landschap', zoals thans ook het geval is. De planlocatie wordt verder afgeschermd door bomen. De realisatie van de woning, welke met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is in casu van dermate geringe betekenis in de omgeving dat reclamant geen gevolgen van enige betekenis ondervindt. Voor Wevers geldt nog des te meer dat hij een hoge haag op zijn perceel heeft staan, gemarkeerd door een hoge en forse boom op de hoek van zijn perceel. Daardoor zal de woning geheel wegvallen vanuit zijn zicht, zoals [Craeft Advies [06@craeftadvies.nlj[www.craeftadvies.nl]

het oordeel van cliënten voor appellant

[Middelerf148,

3851 SP Ermelo] [lBAN: NL30RA800327792779]

85966401] [BTW-ID: NL863808736801]

blijkt uit de volgende foto (bron: google maps, links de woning van appellant Wevers, middenin de afschermende haag en boom, rechts de locatie voor de Woning (blauwe elektriciteitskast).

Afb.

Woning appellant

onbreen

zicht op bouwdeel plangebied.

woont op enige afstand en heeft in het geheel geen zicht op de planlocatie, zoals uit afbeelding 1 en 2 blijkt. Appellant voldoet derhalve niet aan het zichtcriterium. De realisatie van de woning, welke met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, heeft daarmee geen gevolgen van enige betekenis voor reclamant. De eindconclusie is dan ook dat appellanten zicht hebben op het plangebied maar wegens het ontbreken van gevolgen van enige betekenis niet-belanghebbend moeten worden geacht. Voor zover appellanten menen dat het anders is, zouden ter zitting de feitelijke gevolgen dienen te worden toegelichtl. Voor Van der Kuil geldt naar het oordeel van cliënten dat zij überhaupt niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard wegens het gebrek aan belanghebbendheid. Cliënten zijn van oordeel dat de weergegeven afstanden wat krap bemeten zijn, maar acht dat niet nader van belang.

Afb. Locatie van reclamanten ten opzichte van plangebied, vrije zichtlijnen, ontbrekende gevolgen van enige betekenis.

ABRVS,23 augustus 2017, ECLl:NL:RVS:2017:2271,

[Craeft Advies [Middelerf

[06-

3.2

@craeftadvies.nl][www.craeftadvies.nl]

148, 3851 SP Ermelo] [lBAN: NL30RABOO327792779]

85966401] [BTW-ID: NL863808736801]

Deskundigenadvies 2.1.Aan het bestemmingsplan ligt een advies van 'Cultuurland' ten grondslag. Appellanten stellen dat dit advies het plan niet kan dragen, onder meer omdat het inconsistent zou zijn. Het is naar het oordeel van cliënten niet aan appellanten om te beoordelen of het rapport van Cultuurland het bestemmingsplan kan dragen maar aan de raad. De raad heeft zich

terecht en op goede gronden mogen baseren op de eindconclusie van Cultuurland, luidende: "Het zicht op de open es is (bijna) nietmeer aanwezig. "Reconstructie van de oude esrand is niet realistisch. "De plannen doen geen afbreukaan de ruimtelijke kwaliteit. "De plannen vormen volgens ons dus geen reden om woningbouw op de voorziene locatie uit te sluiten, mits daarbij' rekening wordt gehouden met de volgende punten Voorts verwijs ik u naar het daartoe op pagina onder in het verweerschrift namens cliënten gestelde. 2.3.Appellanten stellen voorts dat de begrippen 'ruimtelijke kwaliteit' en 'cultuurhistorische waarden' op grond van de begripsbepalingen uit het rood-voor-rood-beleid en het bestemmingsplan vereenzelvigd moeten Worden, of maken de begrippen minstens onderdeel uit van elkaars omschrijving. Cliënten vinden in de door appellanten weergegeven begripsomschrijvingen hiervoor geen steun, zeker niet nu de eerste volzin van het begrip 'ruimtelijke kwaliteit' als volgt luidt: "Het begrip ruimtelijke kwaliteit is een subjectief begrip dat moeilijk objectief te maken is. Alleen al gelet op deze definitie is het aan de raad om te bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke kwaliteit. 2.4.Appellanten stellen voorts dat cliënten om de conclusies van Vestegia heen draaien.

Primair is het aan de raad om bij het vaststellen van een bestemmingsplan cultuurhistorische waarden te wegen, en hij zij dat bij wijze van de uitgebreide behandeling van de zienswijzen van appellanten gedaan. Wat cliënten daarvan vinden, is in zoverre niet relevant. Voor zover appellanten daar belang aan hechten wil, het rapport van Cultuurland in acht genomen, een zekere mate van waardering nog niet zeggen dat er sprake is van aantasting door het onderhavige plan, maarjuist door een verbetering ervan, gelet op daarvan onderdeel uitmakende landschapsmaatregelen. Voorwaardelijke verplichting niet realiseerbaar, rechtsonzeker? 3.1.Appellanten stellen dat er niet ingegaan wordt op de beroepsgrond dat de in het plan opgenomen voorwaardelijke verplichting ten aanzien van te nemen landschapsmaatregelen.

De voorwaardelijke verplichting (artikel wordt voor de leesbaarheid hier herhaald: "Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen voon/vaardelijke verplichting' wordt tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe gebouwen overeenkomstig de in artikel 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijvingzonder.' de uitvoering en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conformhet in Bij/age 3 opgenomen beplantingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen jaar na ingebruikname van nieuwe bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen voorwaardelijke verplichting' uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen coformhet in Bijlage 3 opgenomen beplantingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing de sloop van de in Bijlage 4 aangeduide bouwwerken; in afwijking van het bepaalde onder c mogen nieuwe gebouwen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 18 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, uitvoering wordt gegeven aan de sloop van de in Bijlage 4 aangeduide bouwwerken.

[Craeft Advies [Middelerf14B,

[06-

@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl]

3851 SP Ermelo] [lBAN: NL30RABOO327792779]

85966401] [BTW-ID: NL863808736801]

3.2.Appellanten stellen daarover het volgende: De voorwaardelijke verplichting is niet realiseerbaar en in strijd met de rechtszekerheid; Het betreft hier dan het 'dunnen' van een singel, welke singel op grond van een andere eigenaar zou liggen; Daartoe wordt tevens een verklaring van de betreffende eigenaar aangereikt; Een planregel mag geen betrekking hebben op gronden buiten het plangebied; Er is geen beplantingsplan aanwezig, hetgeen in strijd metjurisprudentie zou zijn. Hierna worden de voormelde gronden van een reactie voorzien: Allereerst dient bepaald te worden wat onder 'inrichtingsmaatregelen' wordt verstaan welke strekken ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing (sub immers, dit is wat sub a van de voorwaardelijke verplichting daadwerkelijk regelt. ln artikel 1.50 is geregeld dat hierbij dient te worden ingestoken op situering van de bebouwing en/of door het gebruik van beplanting. ln bijlage 3 zijn de inrichtingsmaatregelen niet als zodanig gedefinieerd en moet derhalve worden aangesloten bij de op pagina 17 opgenomen maatregelen ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing. Het dunnen van de singel maakt daar geen onderdeel van uit, waardoor de voorwaardelijke verplichting primair wel realiseerbaar is en niet ziet op gronden buiten het plangebied.

Ten aanzien van de realiseerbaarheid rechtszekerheid heeft voorts subsidiair te gelden dat in artikel 6.6 sub c een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is opgenomen, waardoor, mocht het sec op de te dunnen singel vastzitten, ook andere landschapsmaatregelen genomen kunnen worden. Daarmee is de voorwaardelijke verplichting noch het bestemmingsplan als zodanig niet onuitvoerbaar. ln aanvulling op het hiervoor behandelde ten aanzien van de singel, welke feitelijk geen onderdeel uitmaakt van de voorgeschreven maatregelen, heeft te doen gelden dat de bomen, ter plaatse van het bestemmingsvlak 'wonen' in het plangebied op, dan wel tegen, de erfgrens staan. Bij de Algemene plaatselijke verordening van Haaksbergen is niet afgeweken van het bepaalde in artikel 5:42 BW, hetgeen betekent dat de bomen privaatrechtelijk bezien daar niet mogen staan. Ook om die reden is de voorwaardelijke verplichting, als de singel er al toe behoord, uitvoerbaar. De verklaring is inconsistent. Allereerst wordt gemeld dat de eigenaresse zich niet wil bemoeien met het geschil in casu, maar middels de verklaring doet ze dat toch. Daarnaast wil zij geen inbreuk op haar eigendomsrechten. Daar is ook helemaal geen sprake van, gelet op het vorengaande (zowel artikel 5:42 BW alsook gelet op de mogelijke alternatieven middels de binnenplanse ahli/ijkingsvergunning).

Gelet op het vorenstaande heeft de planregel geen betrekking op gronden buiten het plangebied. Los van het al dan niet dunnen, ziet de voorwaardelijke verplichting ook op het bestemmingsvlak 'wonen' en niet op iets anders. De door appellanten aangereikte jurisprudentie2 ziet, anders dan appellanten menen, niet zuiver op de verplichting om soort, grootte en hoogte van bomen en/of planten te benoemen, maar op de vraag of een tekening voldoende rechtszekerheid biedt over wat er komen moet. Het bepaalde op pagina 17 onder 'landschappelijke inpassing' alsmede de tekening met tekstaanduídingen op pagina 18 van bijlage 3 behorende bij het bestemmingsplan voldoet daar naar het oordeel van cliënten wel aan. Cliënten reiken daarbij overigens ter volledigheid nog bijgevoegde herbeoordeling en nadere uitwerking aan (productie welke tevens door de vertegenwoordiger van de gemeenteraad is goedgekeurd (productie ABRVS, 24 april 2019, ECLl:NL:RVS:2019:1352,

13.2

(Craeft Advies

@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl]

[Middelerf14B,

[062

3851 SP Ermelo] [IBANI NL30RA800327792779] [KVKI 85966401]

NL863808736801]

Voorts is in de herbeoordeling nog ingegaan op de vraag of het dunnen van bomen essentieel is voor een goede landschappelijke inpassing, hetgeen niet zo blijkt te zijn, getuige het volgende citaat:

"De bestaande houtslnge/ aan de zuidzijde buiten het plangebied en wordt zover bekend niet verwijderd of gedund. Dit doet geen afbreuk aan de landschappelijke inpassing van de beoogde ontwikkeling an sich daar met de voorgestelde lnpasslngsmaatrege/en ten opzichte van de huidige situatie veel landschappelijke en natuurlijke kwaliteit wordt toegevoegd. Strijd met het landschapsontwikkelingsplan 4.1.Cliënten Wijzen primair op al hetgeen reeds behandeld is ten aanzien van de rapporten van Cultuurland en Vestegia. 4.2.Voorts merken cliënten nog op dat appellanten af willen doen aan een kaart, onderdeel uitmakende van de toelichting van het moederplan. Dit moederplan heeft formele rechtskracht en dus mocht de raad zich daarop baseren. Toepassing Rood-voor-Rood beleid 5.1.Ten aanzien van het toepassen

van de maatwerk-optie wijzen cliënten op het nuanceverschil dat zij eerder in het verweer al maakten (vergelijk 'bijzondere' versus 'sommige' gevallen). De aanvullende reactie van appellanten leidt niet tot een ander oordeel. Met betrekking tot een nuanceverschil in sloopmeters, voor zover al waar en onderbouwd, mocht de raad zich baseren op de planologische mogelijkheden in de uitgangssituaties welke veelal gebruikt worden en dus op grond van het gelijkheidsbeginsel toegepast zouden kunnen worden. Hoewel de overblijvende bedrijfsvoering niet aan cliënten is, heeft te doen gelden dat het de raad is die gaat over een goede ruimtelijke ordening, lees een evenwichtige toedeling van functies. Niet aangevoerd is welk belang appellanten hierbij hebben, daar zij in casu al helemaal niet in de nabijheid van die betreffende locatie Wonen. Hierbij geldt eveneens het bepaalde in artikel 8:69a Awb. Ten aanzien van het overige gestelde wordt verwezen naar de verweerschriften.

Provinciale beoordeling en strijd met omgevingsverordening aanzien van de provinciale beoordeling wordt verwezen naar de verweerschriften. 6.2.Cliënten begrijpen de aanvulling van appellanten nu zo, dat de provincie niet bij machte zou zijn om onafhankelijk een voorliggend bestemmingsplan te beoordelen. Ten aanzien van het aspect dat er voldoende ruimte zou zijn om de woning op de slooplocatie te bouwen heeft te doen gelden dat dit, gelet op de behandelde maatwerk-optie, geen eis is, alsook dat appellanten hierbij voorbijgaan aan een goede landschappelijke inpassing op die locatie, iets wat zij gelet op de rest van het beroep zeer van belang vinden. 6.3.Ten aanzien van de Omgevingsverordening wordt door appellanten gewezen op artikel en Het bepaalde in artikel is voldoende behandeld in de verweerschriften. Het bepaalde in artikel en de daarbij behorende 'gebiedskenmerken' met een 'afgeleide instructieregel' is nageleefd door de opgenomen regeling in artikel 4.1 sub g en planregels. (5.1.Ten

Evenredigheid Appellanten verzoeken om een volle toets aan het evenredigheidsbeginsel op grond van de 'Harderwijkuitspraak'. Kortgezegd gaat het hierbij om de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van het plan. Cliënten zien in al het aangevoerde geen reden voor een volle toets, daar de ruimtelijke ordening in zijn algemeenheid en bestemmingsplannen in het bijzonder, bij uitstek discretionair dient te worden ingevuld [Craeft Advies [06@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nlj [Middelerf14B,

3851 SP Ermelo] [lBAN: NL3ORABOO327792779]

85966401] [BTW-ID: NL863808736801]

en het dienovereenkomstig

slechts zou behoren te gaan over de vraag of het plan is en de belangen voldoende zijn gewogen. Dat is naar het oordeel

voldoen de gemotiveerd van cliënten het geval. lVleer specifiek stellen appellanten dat de noodzaak van dit bestemmingsplan bestaat uit de vraa g of er betere alternatieve locaties voor de compensatiewoning zijn en de evenwichtigheid bestaat uit de vraag hoe 'fair' de verdeling van lusten en lasten zijn. Ten aanzien van de noodzakelijkheid van dit bestemmingsplan moet deze vraag niet beoordeeld Worden aan de hand van individueel locatieniveau, maar aan de hand van het toepassen van beleidsmogelijkheden in relatie tot de discretionaire ruimte. Daarbij is de locatietoedeling slechts relevant voor zover dwingende weten regelgeving zich daartoe verzet. Cliënten zien dat casu niet. Dat appellanten de woning liever niet in hun uitzicht wensen, is wat anders dan dat daar discretionair niet toe besloten mag worden. De vraag of de ontwikkeling evenwichtig is wordt door appellanten vertaald naar een frame waarin zij alle nadelen voorgeschoteld krijgen (alleen de lasten). Dit standpunt is onnavolgbaar, gelet op het feit dat men daarbij voorbij gaat aan de landschappelijke verbeteringen die met dit plan worden beoogd op de betreffende locatie alsook de beperkte schaalgrootte van het plan.

De evenwichtigheid moet dan ook niet naar locatie maar op planniveau worden beoordeeld, waarbij er een forse sloop plaatsvindt, op beide locaties wordt geinvesteerd in het landschap, wordt bijgedragen aan de woningvoorraad en zichtlijnen behouden blijven. Ook in het kader van de door appellanten gevraagde volle toets wordt verwezen naar de vermeend zeer ernstige aantasting van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Los van al hetgeen daarover reeds is aangereikt wijzen cliënten nog op onderstaande afbeeldi ng (bron: google maps), waaruit volgt dat ter plaatse absoluut geen sprake van

De aanvullende reactie van appellanten leidt niet tot een andersluidend oordeel dan dat het beroep ongegrond verklaard dient te worden. Erop vertrouwende u hiermee voldoende te hebben

geïnformeerd,

teken ik.

"mtriendelijke f

/ Juridischadviseur Productles:

íßšnvullende landschapsinrichting

Reactie gemeente

[Craeft Advies

[Middelerf14B,

[06@craeftadvies.n|] [www.craeftadvies.n|] 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABOO327792779] [KVKI 85966401] [BTW-ID: NL863808736801]

Tuin-

landschapsarchitectuur

Project 203/232:

Kalkovenweg, Haaksbergen

Geachte betreffende,

Als landschapsontwerper ben ik medio 2018 betrokken geweest bij het opstellen van de landschappelijke inpassing bij de beoogde ontwikkeling van een woning aan de Kalkovenweg te Haaksbergen. Mij is door initiatiefnemer verzocht het landschappelijk inpassingsplan nogmaals te beoordelen. Omgeving

Het plangebied ligt even ten zuidoosten van Haaksbergen aan de kruising Buurserstraat Kalkovenweg. De locatie bestaat uit twee agrarisch bestemde percelen 919 en 920) en wordt omsloten door verschillende groenstructuren; langs de Buurserstraat staat een nog jonge rij eiken. Langs de Kalkovenweg staat ook een rij eiken, deze zijn zeer fors en beeldbepalend voor de omgeving. Ter hoogte van het projectgebied ligt een cluster van (relatief) nieuwe woningen met landelijke uitstraling aan weerszijde van de Kalkovenweg.

Langs de zuidkant van de percelen staat (buiten het plangebied) een houtsingel en langs de westelijke perceelgrens een hoge haag behorende bij de hiernaast gelegen woning. Deze woning ten westen van het plangebied is het laatste huis in een lintbebouwing komende uit de bebouwde kom van Haaksbergen. Langs de noordkant van de Buurserstraot loopt het bebouwingslint iets verder door. Ten noorden en oosten van het plangebied is de omgeving kleinschalig en bosrijk (voormalige heidegronden). Richting het zuidwesten ligt een meer open landschap van de Buurserbeek en de Honesch (oude hoevenlandschap). Dit landschap is ter hoogte van de Buurserstraat en plangebied door de aanwezigheid van de zuidelijk gelegen singel niet beleefbaar.

Uitgangspunten

Door de nieuwe ontwikkeling aan te sluiten bij de woningen als zijnde een knooperf vorm krijgen;

langs de Kalkovenweg kan de ontwikkeling

Door de ontsluiting van de nieuwe ontwikkeling op de Kalkovenweg aan te leggen wordt verkeerstechnisch de meest veilige situatie gerealiseerd; Het landelijk karakter en de natuurwaarde van de omgeving kan worden versterkt door binnen het westelijk deel van het projectgebied een natuurlijk en diverse omgeving te creëren; Een open zichtlijn naar de zuidelijk gelegen Honesch vanaf de Buurserstroat is gewenst. Daartoe is het wenselijk de zuidelijk gelegen houtsingel te dunnen. Door de ligging van deze houtsingel buiten het plangebied heeft de initiatiefnemer hier geen invloed op. Desalniettemin is het wenselijk in het inrichtingsplon rekening te houden met deze potentiële zichtlijn door het plangebied langs deze lijn open te houden. Zo zit het inrichtingsplan de zichtlijn naar de Honesch niet in de weg, mocht de situatie in de toekomst ten aanzien van de houtsingel veranderen: De beoogde ontwikkeling aansluiten karakter en is daarom niet gewenst.

op de lintbebouwing

zou bijdragen

aan een meer verstedelijkt

Tuin~ R

landschapsarchitectuur

Landschappelijk

inpassingsplan

In het oostelijk deel van het plangebied wordt het nieuwe woonerf gerealiseerd. De Woning staat met de voorgevel richting de Buurserstraat maar wordt benaderd via de 'achterzijde' vanaf de Kalkovenweg. Hier staat ook het bijgebouw. l-let bijgebouw sluit daarme de ruimte tussen de nieuwe woning en de bestaande woning ten zuiden ervan waardoor de verschillende bouwvolumes binnen het bestaande ensemble van woningen aaneengesloten blijft en de landschappelijke impact daarvan beperkt blijft. Het nieuwe woonerf wordt verder landschappelijk ingepast met enkele erfbomen, solitaír en in groep. Langs de Buurserstraat wordt een plantsoen aangelegd waardoor de woning zich meer distantieerd van de straat. Tezamen zorgen deze nieuwe groenstructuren ervoor dat het nieuwe woonerf met de bestaande woningen langs de Kalkovenweg in relatie wordt gebracht. De overige ruimte van het plangebied wordt benut om de kwaliteit van het landschap te versterken. De perceelsgrens langs het laatste huis in het woonlint ten zuiden van de Buurserstraat wordt aangezet met een inheemse groensingel met aansluitend daarop een boomgaard. Tussen de boomgaard en het nieuwe woonerf blijft de weide open zodat er een duidelijk onderscheid is tussen bebouwde kom en buitengebied. Het plangebied wordt hier omgevormt tot een natuurlijke, open grasruigte.

De bestaande houtsingel aan de zuidzijde ligt buiten het plangebied en wordt zover bekend niet verwijderd of gedund. Dit doet geen afbreuk aan de landschappelijke inpassing van de beoogde ontwikkeling an sich daar met de voorgestelde inpassingsrnaatregelen ten opzichte van de huidige situatie veel landschappelijke en natuurlijke kwaliteit wordt toegevoegd.

Met vriendelijke groet.

Ontwerpbureau

Luijendijk

Tuin~

land

Huk?gesñuo?e

huuislng h Bemande plangebled

Beoogdesüuo?e

rfbamen als mlmlvïvike mfuwwnmuí begrenzlngwoonerf

nemende buúmñqdbvlum plangehkd

hnpsnrchitectuur

Tuin~

landschapsarchitectuur

Londschoppelijke inpassing

Kastanjebomen

Singel Singel

am am

na

l

amd

Plonllijsl Plantlijst Kalkovenweg

naam 2

Nederlandse naam

communis

Gewone

3 Malus domestica 'Notarisa

Handa

2 Prunus avium

Singel (80stuks) twee ri

naam 20

avellana

15

nosa

Hoogstam

plantalstand, groepsgewi

gemengd

Nederlandse naam Hazelaar Eensti

15 Prunus

'Notarisa

e kers

meidoorn

ntsoen

Sleedoorn

tsoen

10 Viburnum

lus

Gelderse roos

ntsoen

10

ria

Gewone li

ntsoen

1

mbucus nígra

erbes

Gewone vlier

ntsoen

Linde

Aantal

Wetenschappelijke naam 1 Fagus sylvatica

Nederlandsenaam

Bijzonderheden

Beuk

Stamvorm

Kastanjebomen

Aantal

Wetenschappelijke naam 1 Aesculus hippocastanum

2 Aesculus carnea

Struweel (805tuks) twee rijen

Aantal

Wetenschappelijke naam 8 Crataegus monogyna 7 Prunus spinosa

Nederlandsenaam

Bijzonderheden

Witte Paardenkastanje Rode Paardenkastanje

Stamvorm

plantafstand, groepsgewíjs

Stamvorm gemen

d

Nederlandsenaam

Bijzonderheden

Eenstijlige meidoorn Sleedoorn

Bosplantsoen

Bosplantsoen

Bevestiging instemming reactie landschapsplan

Onderwerp: Bevestiging instemming reactie landschapsplan Van: haaksbergen.n|> Datum: 21-11-2023 14:09 Aan: " craeftadvies.nl" <jvijfhuizen@craeftadvies.nl>

Kalkovenweg

Kalkovenweg

Geachte heer Hierbij bevestig ik dat wij ons kunnen vinden in de inhoud van de reactie die u op 07-11-2023 naar ons heeft opgestuurd. Ervan uitgaande u hierbij voorlopig voldoende te hebben geinformeerd. Mocht u naar aanleiding van deze mail nog vragen hebben, dan horen wij dat natuurlijk

graag.

Met vriendelijke groet,

Medewerker RO

Gemeente Haaksbergen Blankenburgerstraat 28 T

57 34 567

E

Postbus 102 7480 AC l Haaksbergen @haaksbergen.nl

wwwhaaksbergm

Op dit bericht is onze disclaimer van kracht. Zie hiervoor www.haaksbergen.n|/disclaimer

Denk aan het milieu voordat u dit bericht print!

lvanl

1-2023 14:28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002231/1