CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Gemeenschappelijke Regeling Economische Agenda.pdf

gemeenteraad 27 mei 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5d: Voorstel Gemeenschappelijke Regeling Economische Agenda (raadsvoorstel 1-4-26)2.618 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsvoorstel

Onderwerp

Voorstel Gemeenschappelijke Regeling Economische Agenda

Telnr.

14 050

Registratienummer

Bijlagen 4

87766-2026 Openbaar

Classificatie Portefeuillehouder

Bloemhoff

Langetermijn agenda (LTA) Raad

LTA ja: LTA nee:

Geheim

Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)

Maand 6 Jaar 2026 Niet op LTA

Voorgesteld raadsbesluit

De raad besluit: I. toestemming te geven voor het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Perspectief Groningen en Noord-Drenthe; II. kennis te nemen van de reactienota zienswijzen volksvertegenwoordigingen ontwerp GR; III. kennis te nemen van de ontwerp statuten stichting voor de Economische Agenda; IV. kennis te nemen van het concept convenant kassiersfunctie provincie.

Samenvatting

In dit voorstel komt concretisering van de governance van de Economische Agenda samen. De definitieve gemeenschappelijke regeling, de concept-statuten voor de stichting voor de Economische Agenda en het convenant voor de kassiersfunctie van de provincie liggen voor. Uw raad wordt gevraagd vóór 1 juni 2026 toestemming te verlenen voor het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling (bijlage 1) en kennis te nemen van de reactienota op de uitgevoerde zienswijzen ontwerp GR (bijlage 2) , de ontwerp statuten voor de stichting (bijlage 3) en het concept convenant kassiersfunctie provincie (bijlage 4).

B&W-besluit d.d.: 31 maart 2026.

Vervolg voorgesteld raadsbesluit

Aanleiding en doel

De Economische Agenda is maatregel 35 uit de kabinetsreactie ‘Nij Begun – op weg naar erkenning, herstel en perspectief’. Samen met de Sociale Agenda heeft het als doelstelling om in 2055 minimaal het landelijk gemiddelde voor de brede welvaart te bereiken. De Economische Agenda is in juni 2025 door de regionale overheden en de Ministerraad vastgesteld. In hoofdstuk 7 van de Agenda is vastgelegd dat er een openbaar lichaam (gemeenschappelijke regeling) komt met een daaraan gekoppelde stichting. Ook is vastgelegd dat de Agenda in ieder geval elke vijf jaar wordt geconcretiseerd. Samengevat: 1. wordt uw raad gevraagd vóór 1 juni 2026 toestemming te verlenen voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling (GR) Perspectief Groningen en Noord-Drenthe; 2. ontvangt u de reactienota op de ingediende zienswijzen op de ontwerp-GR; 3. ontvangt u de ontwerp-statuten van de stichting voor de Economische Agenda; 4. ontvangt u het concept-convenant voor de kassiersfunctie van de provincie Groningen. Kader

1) De gemeenschappelijke regeling Perspectief Groningen en Noord-Drenthe (bijlage 1) We leggen de definitieve gemeenschappelijke regeling (GR) aan u voor met het voorstel om toestemming te verlenen. Dat is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen nodig voordat wij met de andere deelnemers de GR kunnen treffen. De betrokken volksvertegenwoordigingen zijn in de gelegenheid gesteld om zienswijzen op de ontwerp-GR in te dienen. De zienswijzen en onze reactie treft u aan in de reactienota op de zienswijzen. 2) Reactienota zienswijzen ontwerp GR (bijlage 2) De zienswijzen leiden tot enkele wijzigingen en er zijn ook enkele ambtshalve wijzigingen aangebracht. Dit wordt hierna toegelicht. 3) Ontwerp-statuten stichting voor de Economische Agenda (bijlage 3) Op verzoek van de volksvertegenwoordigingen worden ook de ontwerpstatuten voor de stichting beschikbaar gesteld. Door Trip Advocaten Notarissen zijn de ontwerp-statuten voor de stichting opgesteld zoals die op grond van 2:286 BW opgesteld moeten worden, met dien verstande dat de naam van de stichting op dit moment nog niet bekend is. De doelstelling komt er samengevat op neer dat de stichting beleidsvoorbereidend en adviserend werkt. Uitvoering van taken is mogelijk voor zover het daartoe opdracht of mandaat krijgt van het bestuur van Perspectief Groningen en Noord-Drenthe en binnen de kaders die gelden.

Omdat het de bedoeling is dat de stichting in opdracht van Perspectief Groningen en Noord-Drenthe werkt, is in de ontwerp-statuten geborgd dat het openbaar lichaam die opdracht via quasiinbesteden kan doen. Er hoeft dan niet (Europees) aanbesteed te worden. Een voorwaarde voor quasi-inbesteden is dat de opdrachtnemer minimaal 80% van de activiteiten voor de opdrachtgever uitoefent. Dit is geborgd in de ontwerpstatuten (artikel 2 ontwerp-statuten). Het bestuur bestaat uit zes tot negen leden. De bestuursleden met deskundigheid van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. Dit zittingsduur is vier jaar, waarbij een bestuurder één keer herbenoemd kan worden (artikel 4). Bij aanvang kan het bestuur tijdelijk, maximaal één jaar, beginnen met drie leden (slotbepalingen). Wanneer de stichting wordt ontbonden komt het eventueel batig liquidatiesaldo toe aan Perspectief Groningen en NoordDrenthe (artikel 13). Het bestuur mag reglementen vaststellen waarin onderwerpen worden geregeld die niet in de statuten staan (artikel 11). Voor het vaststellen, wijzigen of opheffen van reglementen is toestemming nodig van Perspectief Groningen en NoordDrenthe (artikel 11 in combinatie met artikel 12). De ontwerp-statuten betreffen weliswaar specifiek de stichting voor de Economische Agenda, maar hebben een sterk formeel en standaardkarakter.

Het geeft de verhouding weer tussen openbaar lichaam en de stichting zoals dat ook in de

2

GR en de toelichting daarop is gegeven. De ontwerp-statuten maken daarmee niet veel méér inzichtelijk dan de GR en de toelichting daarop doen. Meer duidelijkheid is op dit moment echter niet te geven. Het bestuur van Perspectief Groningen en Noord-Drenthe moet bepalen welke opdrachten of welk mandaat de stichting precies krijgt. Het algemeen bestuur krijgt in de GR de bevoegdheid en de taak om de stichting op te richten (artikel 6, eerste lid in combinatie met artikel 16 GR). Het besluit om de stichting op te richten wordt genomen nadat de betrokken volksvertegenwoordigingen in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen (artikel 77a, tweede lid Wgr). Deze procedure kan dus pas starten wanneer het openbaar lichaam is opgericht en het algemeen bestuur een ontwerpbesluit over de stichting heeft genomen. Dat besluit kan in juli, vlak voor het zomerreces genomen worden indien de vereiste toestemming is verkregen en de GR is getroffen, zie onder argumenten 2.2. Dan start de gelegenheid om wensen en bedenkingen naar voren te brengen na het zomerreces. Met de coördinerend griffiers wordt besproken dit binnen zes weken af te ronden omdat volksvertegenwoordigingen op dat moment – direct na het zomerreces – al sinds 1 april de beschikking hebben over de ontwerp-statuten en zich kunnen voorbereiden op het formuleren van wensen en bedenkingen.

De periode loopt volgens het voorstel van 17 augustus tot en met 28 september 2026. 4) Convenant kassiersfunctie provincie (bijlage 4) De provincie wil de kassiersfunctie invullen en daarvoor zijn afspraken met de andere deelnemers nodig in de vorm van een convenant. Het Rijk stelt de middelen beschikbaar via een decentralisatie-uitkering (DU). Een DU kan niet rechtstreeks aan het openbaar lichaam worden overgemaakt. De provincie Groningen is bereid om kassier te zijn. Dat wil zeggen dat de middelen worden ontvangen en zonder inhoudelijke toets en zonder verantwoordelijkheid voor de besteding van de middelen wordt overgemaakt aan het openbaar lichaam. Provincie draagt geen risico of aansprakelijkheid. De kosten die de provincie maakt om de kassiersfunctie te vervullen komen ten laste van het openbaar lichaam. Dit wordt in het convenant kassiersfunctie Perspectief Groningen en Noord-Drenthe met de andere deelnemers afgesproken. Na de afstemming tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de provincie over het inregelen van een financieringscyclus waardoor er geen sprake zal van voorfinanciering door de provincie, kan het convenant door alle deelnemers worden getekend. Provinciale staten hebben verzocht om de beschikking over het convenant.

Om alle volksvertegenwoordigingen gelijktijdig dezelfde informatie te geven (zienswijze 3) wordt het convenant aan alle volksvertegenwoordigingen beschikbaar gesteld. Dit voorstel ligt gelijktijdig voor bij de andere regionale overheden. Argumenten en afwegingen

Beslispunt 1. Toestemming verlenen voor de gemeenschappelijke regeling Perspectief Groningen en Noord-Drenthe. Argumenten 1.1 De reactienota op de zienswijzen van volksvertegenwoordigingen geeft aan welke zienswijzen leiden tot aanpassingen of waarom ze niet leiden tot aanpassingen. Van 9 januari tot en met 6 maart 2026 konden volksvertegenwoordigingen zienswijzen naar voren brengen op de ontwerp-GR. Om volksvertegenwoordigingen zo goed mogelijk te informeren over de GR zijn er toelichtingen gegeven op 13 januari (raden en staten), 21 januari (algemeen bestuur Hunze en Aa’s) en 18 februari 2026 (algemeen bestuur Noorderzijlvest) en is de mogelijkheid geboden om vragen te stellen en is een reactienota op de vragen verzonden. Provinciale staten en de gemeenteraden hebben zienswijzen naar voren gebracht. Daarbij is aangesloten op de zienswijzen die het regioberaad voorstelde (zienswijzen 1 t/m 9) met aanscherpingen of aanvullingen (zienswijzen 10 t/m 29). De algemeen besturen van de Waterschappen hebben besloten geen zienswijze in te dienen.

3

We hebben met waardering kennisgenomen van de zienswijzen en de inzet van het regioberaad om hierin te faciliteren. De zienswijzen laten uw grote betrokkenheid en inzet zien om de doelstellingen van de Economische Agenda te realiseren. De zienswijzen raken aan voor de uitvoeringsstructuur wezenlijke zaken; het belang van controleerbaarheid van werkzaamheden in de uitvoeringsstructuur, de betrokkenheid van inwoners en het belang van evaluatie. Wij onderschrijven het belang van deze punten. In de bijgevoegde reactienota zijn de zienswijzen beoordeeld vanuit de vraag of de gemeenschappelijke regeling, of de toelichting daarop, aangepast moet worden. Het gaat daarbij nadrukkelijk om een technisch-juridische weging en de reactienota is daarmee vooral een technisch document. In de reactienota is gemotiveerd wanneer de zienwijze geen aanleiding heeft gegeven tot een aanpassing van de ontwerp-GR. In sommige gevallen leidt de zienswijze niet tot een aanpassing van de ontwerp-GR, maar kan wel op een andere wijze tegemoet worden gekomen aan de zienswijze. Op die punten is ook een motivatie gegeven.

De zienswijzen hebben geleid tot de volgende aanpassingen: a) de zienswijzetermijn in de GR te wijzigen van acht naar twaalf weken dit is een aanpassing van artikel 10, tweede lid en artikel 25, derde lid (zienswijze 4); b) de bepaling over participatie aan te scherpen waardoor het minder vrijblijvend is dit is een aanpassing van artikel 11 en de toelichting (zienswijze 5); c) de samenstelling van het dagelijks bestuur in de GR vast te leggen dit is een aanpassing van artikel 12, eerste lid en de toelichting (zienswijze 6, 17, 22, 23, 25 en 28); d) de criteria objectiviteit en onpartijdigheid zijn overgenomen in de toelichting op de GR dit is een aanpassing van de toelichting op artikel 13 (zienswijze 7). Daarnaast wordt voorgesteld om tegemoet te komen aan de zienswijze (7) om de ontwerp-statuten beschikbaar te stellen voor volksvertegenwoordigingen ten tijde van de toestemmingsprocedure. Dit vraagt geen aanpassing van de GR of de toelichting daarop. Voor de motivering wordt verder verwezen naar de reactienota. 1.2 Enkele ambtshalve wijzigingen zijn nodig om de GR te verbeteren In de ontwerp-GR en de toelichting daarop staan enkele schrijffouten die worden hersteld. In de ontwerp-GR werd zowel in artikel 15, derde lid als in artikel 18, derde lid bepaald dat de voorzitter en de secretaris-directeur stukken ondertekenen die uitgaan van het algemeen en dagelijks bestuur.

Omdat artikel 15 dit al regelt, is artikel 18, derde lid vervallen. Daarnaast is in artikel 9, vierde lid abusievelijk niet opgenomen dat een lid van het algemeen bestuur ook ter verantwoording kan worden geroepen door de desbetreffende volksvertegenwoordiging. Daarom wordt voorgesteld dit te herstellen zodat artikel 9, vierde lid als volgt komt te luiden: “Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer waaruit het afkomstig is of de desbetreffende volksvertegenwoordiging ter verantwoording worden geroepen voor het door dit lid gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is bepaald.” 1.3 De colleges en dagelijks besturen kunnen de GR treffen op voorwaarde dat daarvoor toestemming is verkregen van de desbetreffende volksvertegenwoordigingen Deze GR betreft een zogenaamde ‘collegeregeling’, de regeling wordt getroffen door colleges van de provincie Groningen, de gemeenten in Groningen, Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze en de dagelijks besturen van waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) schrijft de procedure voor. Een deel van de procedure is nu doorlopen: volksvertegenwoordigingen zijn in de gelegenheid gesteld zienswijzen op de ontwerp-GR naar voren te brengen.

Het vervolg is dat de GR wordt getroffen, maar dat kan alleen nadat toestemming daarvoor is verkregen van de betrokken volksvertegenwoordigingen. Toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 73, vierde lid Wgr).

4

1.4 U wordt verzocht om vóór 1 juni 2026 toestemming te verlenen U heeft een wettelijke termijn van dertien weken om toestemming te verlenen. Deze termijn kan met maximaal dertien weken worden verdaagd (artikel 10:31 en 10:32 Algemene wet bestuursrecht). Toestemming is van rechtswege verkregen wanneer niet-tijdig is besloten over toestemming of niet-tijdig is verdaagd (artikel 10:31 in combinatie met artikel 4:20b Algemene wet bestuursrecht). In dit geval vragen we of u toestemming wilt geven vóór 1 juni 2026. Na de verkregen toestemming volgt nog het formele treffen van de GR door de deelnemers en het bekendmaken van de GR. Dan is de GR opgericht en kunnen formele belangrijke zaken geregeld worden. Dat is deels praktisch van aard zoals het inschrijven van het openbaar lichaam bij de Kamer van Koophandel of het verkrijgen van een bankrekening. De eerste constituerende vergadering door het algemeen bestuur kan dan plaatsvinden zodat bijvoorbeeld reglementen van orde vastgesteld kunnen worden, maar ook het ontwerpbesluit voor het oprichten van de stichting. Ook de organisatie kan dan formeel vormkrijgen. Wanneer de toestemming vóór 1 juni 2026 wordt verkregen kan er samengevat nog voor, tijdens en direct na het zomerreces gewerkt worden aan het operationeel krijgen van het openbaar lichaam. Daardoor kan sneller gestart worden met de uitvoering.

Kanttekeningen 1.1 Volksvertegenwoordigingen worden verzocht om vóór 1 juni 2026 toestemming te verlenen, maar kunnen de volledige termijn van 13 weken benutten Zoals hiervoor is aangegeven, is de formele termijn voor het verlenen van toestemming 13 weken. Het verzoek is om de toestemming vóór 1 juni 2026 te verlenen. Het betreft echter nadrukkelijk een verzoek; volksvertegenwoordigingen kunnen de volledige termijn benutten. In dat geval is het niet mogelijk om voor het zomerreces een eerste vergadering van het algemeen bestuur te beleggen en verschuift de planning voor het operationaliseren van het openbaar lichaam. 1.2 Er volgt een separaat voorstel voor het vaststellen van subsidieregelingen Het openbaar lichaam Perspectief Groningen en Noord-Drenthe moet ook het instrument subsidies kunnen toepassen. Dit is in de GR opgenomen als bevoegdheid (artikel 6), maar vraagt nog een nadere uitwerking. De planning is om de uitwerking vóór 1 juli 2026 ter besluitvorming voor te leggen. 1.3 Er volgt een separate wijzigingsprocedure voor de governance Sociale Agenda Indien wordt besloten om de Sociale Agenda ook onder te brengen in het openbaar lichaam Perspectief Groningen en Noord-Drenthe is hiervoor een wijziging van de GR nodig. Dit proces start nadat de GR is getroffen. Op die manier kan het openbaar lichaam operationeel gemaakt worden voor de uitvoering van de Economische Agenda.

De wijzigingsprocedure is hetzelfde als voor het treffen van de GR. Volksvertegenwoordigingen krijgen dus de gelegenheid om zienswijzen op de ontwerp-wijziging naar voren te brengen en moeten toestemming verlenen voordat colleges en dagelijks besturen de GR kunnen wijzigen. Rol raad Op grond van artikel 73 Wet gemeenschappelijke regelingen wordt u gevraagd om toestemming te verlenen voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling Perspectief Groningen en Noord-Drenthe. Maatschappelijk draagvlak en participatie

Voor de GR wordt de formele procedure uit de Wet gemeenschappelijke regelingen doorlopen, zie argument 1.1. Financiële consequenties

Geen. Overige consequenties

Indien besluitvorming niet voor 1 juni plaatsvindt verschuift de planning voor het operationaliseren van het openbaar lichaam.

5

Vervolg

Extra bijeenkomst op 14 april 2026 Op 14 april 2026 wordt een extra bijeenkomst gehouden om nieuwe raadsleden te informeren over de achtergrond en context, het proces zoals dat tot nu toe doorlopen is, de GR en het ontwerp-MUP. De uitnodiging volgt nog en is gericht aan alle betrokken volksvertegenwoordigers, dus niet alleen aan nieuwe raadsleden. Lange Termijn Agenda

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,

burgemeester, Roelien Kamminga

secretaris, Sander Gerritsen

Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5421/documents/93013