Meicirculaire 2026.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Meicirculaire 2026
Telnr.
14 050
Bijlagen 0
177565-2026
Registratienummer
Openbaar
Classificatie Portefeuillehouder
Wijnja
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 7 Jaar 2026 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I. II. III. IV. V. VI.
de ontvangst voor ‘Uitstel vervanging abonnementstarief’ van € 3.497.000,-- in 2027 voor € 1.867.000,-- te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2027 en voor € 1.630.000,-- te verrekenen met de algemene middelen; de uitname voor ‘Huishoudelijke hulp met vangnet’ van € 15.403.000,-- vanaf 2029 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Kinderopvang pleegouders’ van € 111.000,-- in 2026 en 2027 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de uitname voor ‘Regeling niet beoogde jeugdzorgkosten’ van € 964.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026; de uitname voor ‘Weeffout Jeugdzorg’ van € 165.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de uitname voor ‘Ketensystemen jeugd’ van € 9.000,-- in 2026 t/m 2028 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn , gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027;
Samenvatting
Op 29 mei 2026 is de meicirculaire 2026 gemeentefonds verschenen. Hierna is er op 5 juni en 8 juni nieuwe informatie verschenen die belangrijk is voor de verdeling van de middelen (bevriezen maatstaf minderheden en het niet indexeren van de ‘suppletie nieuwe verdeling’ in 2027). Of die suppletie in 2028 wordt geïndexeerd wordt bekend na de zomer. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2026 tot en met 2031. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe hiermee om te gaan. In het financieel meerjarenbeeld 2027-2030 is grotendeels rekening gehouden met de effecten van de meicirculaire 2026. Waar dit bij de verwerking van de circulaire afwijkt wordt dat toegelicht. Er wordt vanaf 2029 per saldo ruim 1 miljard (prijspeil 2026) onttrokken aan de algemene uitkering voor huishoudelijke hulp (deze taak vervalt). Voor overlast asielzoekers ontvangen we 2,2 miljoen euro in 2026. In 2027 ontvangen we 12 miljoen euro voor klimaat- en energiebeleid. Voor de middelen die we krijgen voor Participatie en Beschermd Wonen hebben we bijstelling ontvangen voor de loon- en prijsontwikkeling. Het financiële effect op de algemene middelen is in ieder van de jaren negatief.
Enerzijds ontvangen we een hoger accres maar dit wordt tenietgedaan door een lagere ruimte onder het plafond BCF en een bijstelling van maatstaven. De ontwikkeling van het aantal inwoners, woonruimten en huishoudens zijn lager dan aanvankelijk was geraamd.
B&W-besluit d.d.: 23 juni 2026.
VII.
VIII. IX. X. XI. XII.
XIII.
XIV. XV. XVI. XVII. XVIII. XIX. XX. XXI. XXII. XXIII. XXIV. XXV. XXVI.
de ontvangst voor ‘Basisregistratie personen’ van € 4.000,-- te verrekenen met de algemene middelen; de kasschuif voor ‘Wet op de lijkbezorging’ van € 47.000,-- van 2026 naar 2027 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Wet handhaving sociale zekerheid’ van € 137.000,-- in 2026 en € 33.000,-vanaf 2027 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Alleenverdienersproblematiek’ van € 209.000,-- in 2026 voor € 177.000,-- te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en voor € 32.000,-- te verrekenen met de algemene middelen en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘IBO Problematische schulden’ van € 482.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Ondersteuning lokale energiehulp’ van € 386.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Lokaal maatwerk asielzoekers’ van € 2.188.000,-- in 2026 voor € 2.088.000,--te verrekenen met het deelprogramma Veiligheid en voor € 100.000,-- te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg dit te verwerken in de begroting 2026
respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Re-integratie jongeren’ van € 203.000,-- in 2026, € 433.000,-- in 2027, € 663.000,-- in 2028, € 893.000,-- in 2029 en € 1.155.000,-- in 2030 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Faciliteitenbesluit opvangcentra’ van € 141.000,-- in 2026 te verrekenen met deelprogramma College, raad en wijken en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Pilot dakloze EU-burgers van € 790.000,-- in 2026 tot en met 2028 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Ondersteuning lokale politieke partijen’ van € 44.000,-- voor € 10.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma College, raad en wijken en voor € 34.000,-- vrij te laten vallen naar de algemene middelen en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Impulsbudget arbeidsmarktregio’s’ van € 97.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Werk en activering en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Aanpak high impact crimes’ van € 368.000,-- in 2026 en 2027 te verrekenen met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor
‘Overheidsbrede dienstverlening’ van € 21.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Cultuur en evenementen en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Wet betaalbare huur’ van € 27.000,-- in 2026 t/m 2028 en € 11.000,-- in 2029 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in de begroting 2027 respectievelijk de begroting 2029; de ontvangst voor ‘Capaciteit decentrale overheden klimaat en energiebeleid’ van € 12.290.000,-in 2027 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in begroting 2027; de ontvangst voor ‘Antidiscriminatie voorzieningen’ van € 34.000,-- in 2027 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Participatie’ van € 1.041.000,-- in 2026, € 1.237.000,-- in 2027, € 1.219.000,-in 2028, € 1.499.000,-- in 2029 en € 1.145.000,-- in 2030 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Beschermd wonen’ van € 3.040.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; de uitname voor ‘Armoedebestrijding kinderen’ van € 19.000,-- vanaf 2027 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te
verwerken in de begroting 2027; de ontvangst voor ‘Kinderen in een AZC’ van € 28.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027;
2
XXVII. de uitname voor ‘Voorschoolse voorzieningen peuters’ van € 2.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met de algemene middelen; XXVIII. de ontvangst voor ‘Vrouwenopvang van € 4.000,-- in 2025 en de uitname van € 9.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; XXIX. de ontvangst voor ‘Maatschappelijke opvang van € 5.000 over 2024 en 2025 en de uitname van € 97.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; XXX. de ontvangst voor ‘Maatschappelijke opvang van € 5.000 over 2024 en 2025 en de uitname van € 97.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; XXXI. de uitname voor ‘Nationaal Actieplan Dakloosheid’ van € 8.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026 respectievelijk de begroting 2027; XXXII. de gemeentebegroting 2026 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen;
Aanleiding en doel
Op 29 mei 2026 is de meicirculaire 2026 gemeentefonds verschenen. Hierna is er op 5 juni en 8 juni nieuwe informatie verschenen die belangrijk is voor de verdeling van de middelen (bevriezen maatstaf minderheden en het niet indexeren van de ‘suppletie nieuw verdeling’ in 2027). Of die suppletie na 2028 wel wordt geïndexeerd wordt bekend na de zomer. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering van het gemeentefonds voor de jaren 2026 tot en met 2031. Alle ontwikkelingen worden toegelicht en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. In dit voorstel worden de uitkomsten van de meicirculaire 2026 vergeleken met de decembercirculaire 2025. In het financieel meerjarenbeeld bij de voorjaarsnota zijn de financiële effecten van deze circulaire al gedeeltelijk verwerkt. Kader
De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Door middel van circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. Argumenten en afwegingen
N.v.t. Maatschappelijk draagvlak en participatie
N.v.t. Financiële consequenties
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De ontwikkeling ervan bepaalt daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten van de meicirculaire 2026 weergegeven. Vervolgens volgt per mutatie een toelichting. Algemene mutaties (bedragen x € 1.000) Accres (bbp-prijs) Accres (bbp-volume) BTW compensatiefonds BTW compensatiefonds – jaarschijf 2025 Overige ontwikkelingen Totaal algemene mutaties
2026 2.800 -3.400 -3.400 -5.500 -9.500
2027 3.000 600 -3.400
2028 4.500 600 -3.400
2029 3.300 -400 -3.400
2030 4.800 -400 -3.400
-3.800 -3.600
-5.800 -6.000
-6.600 -7.100
-4.100 -3.100
3
Accresontwikkeling (bbp-prijs en bbp-volume) Het volumeaccres, gebaseerd op een 8-jaars voortschrijdend gemiddelde bbp-groei, is licht gestegen. In 2026 is het bbpprijsaccres toegenomen van 2,5% naar 2,9% wat leidt tot hogere inkomsten. Ook in 2028 is het verwachte prijsaccres opwaarts bijgesteld van 2,65% naar 2,9%. Deze ontwikkeling van het prijs- en volumeaccres leidt tot voordeel van 2,8 miljoen euro in 2026 oplopend tot 4,4 miljoen euro vanaf 2030. BTW compensatiefonds Sinds 2019 is de systematiek van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds gewijzigd. Een eerste raming van de ruimte onder het plafond BCF in 2025 verschijnt in de septembercirculaire. De uiteindelijke realisatie van de ruimte onder het plafond BCF in 2025 is opgenomen in de meicirculaire 2026. Op basis van de ruimte onder het plafond in de meicirculaire mogen gemeenten in de begroting een structurele stelpost opnemen. Wel adviseert de toezichthouder om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. De ruimte onder het plafond BCF in de meicirculaire 2026 bedraagt 215 miljoen euro. We hielden in onze ramingen al rekening met een onderuitputting van 428 miljoen euro (septembercirculaire 2025). De afname van de ruimte onder het plafond BCF is daarmee 213 miljoen euro. Het aandeel van de gemeente Groningen hierin is -3,4 miljoen euro.
De lagere ruimte onder het plafond BCF met 3,4 miljoen euro komt ten laste van de algemene middelen vanaf 2026. Het nadeel in 2025 bedraagt eveneens 3,4 miljoen euro maar hierbij moet ook nog de afrekening over 2025 worden betrokken. Het totale nadeel van 6,8 miljoen euro is al betrokken bij Voortgangsrapportage 2026-I. Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. Voor de meerjarige ontwikkeling van ons aantal inwoners, huishoudens en woonruimten wordt er aangesloten bij de verwachtingen zoals deze een jaar eerder worden ingeschat. Deze maatstaven bepalen in belangrijke mate de omvang van de algemene uitkering. Over 2026 ontstaat een nadeel van 5,5 miljoen euro doordat diverse hieraan gerelateerde maatstaven minder zijn gegroeid dan was verondersteld. Ten opzichte van de voortgangsrapportage 2026-I betekent dit een aanvullend nadeel van 2,3 miljoen euro (de voortgangsrapportage gaf een verwacht resultaat van -7,2 miljoen euro).
De ROB heeft geadviseerd de suppletie-uitkering ‘nieuwe verdeling’ jaarlijks te indexeren. De minister had aangegeven dit advies over te nemen. In de oorspronkelijk verschenen circulaire was opgenomen dat onze negatieve suppletie zou afnemen van -31,8 miljoen euro naar -30,2 miljoen euro in 2027 en naar -29,9 miljoen euro in 2028. We hadden een omgekeerde ontwikkeling verwacht. In het coalitieakkoord is daarom rekening gehouden met een groei van de negatieve suppletie-uitkering naar -33,4 miljoen euro in 2027 en -33,7 miljoen euro in 2028. Uiteindelijk heeft de minister per brief laten weten dat de indexatie in 2027 niet doorgaat en dat er na de zomer duidelijkheid volgt over de indexatie van deze suppletie in 2028. In de raming van de meicirculaire 2026 sluiten we aan bij de herziene circulaire van 8 juni waarin de suppletie-uitkering op het niveau van 2026 bevroren blijft (-31,8 miljoen euro). De meerjarige overige ontwikkeling vanaf 2027 is geactualiseerd op basis van de meest recente verwachtingen omtrent de ontwikkeling van inwoners, huishoudens en woonruimten. Deze recente cijfers en de doorwerking van lagere aantallen (in realisatie: info CBS) in 2026 leiden tot een neerwaartse bijstelling van de algemene uitkering.
Het resultaat op overige ontwikkelingen bedraagt -3,8 miljoen euro in 2027, -5,8 miljoen euro in 2028, -6,6 miljoen euro in 2029 en -4,1 miljoen euro in 2030. Ten opzichte van het financieel meerjarenbeeld in de voorjaarsbrief is de bijstelling als volgt: Algemene mutaties (bedragen x € 1.000) Overige ontwikkelingen – voorjaarsbrief 2026 Overige ontwikkelingen – meicirculaire 2026 bijstelling
2027 -1.700 -3.800 -2.100
2028 -5.900 -7.700 -1.800
2029 -3.800 -6.600 -2.800
2030 -1.200 -4.100 -2.900
NB: Tegenover het nadeel in 2029 en 2030 is een stelpost opgenomen van +1,9 miljoen euro. Reden dat die stelpost wordt opgenomen is dat de uitname van middelen voor WMO huishoudelijke verzorging plaatsvindt op prijspeil 2026. Eerder in het voorjaar hebben we via de nominale compensatie echter al indexatie verstrekt zodat die loon- en prijsbijstelling vanaf 2029 verlaagd kan worden.
4
Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de afname zijn in principe afweegbaar. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1. Indexatie Wmo demografie 2. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo 2. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo 3. Overgangsrecht levenslang 4. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet 5. Kinderopvang pleegouders 6. Regeling niet beoogde jeugdzorgkosten 7. ‘Weeffout’ Jeugdzorg 8. Ketensystemen jeugd 9. Basisregistratie personen 10. Wet op de lijkbezorging 11. Wet handhaving sociale zekerheid 12. Correctie extrapolatie participatie Totaal taakmutaties
Deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Algemene middelen Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Algemene middelen Welzijn, gezondheid en zorg Werk en inkomen Werk en inkomen
2026
2027
2028
2029
2030
2031 1.125
1.867 1.630 19 -15.403 -15.403 -15.403 111 -964 -165 -9 4 -47 137 -933
111 -165 -9
-165 -9
-165
-165
47 33
33
33
33
3.514
-165
33 163 -141 -15.535 -15.535 -14.228
1. Indexatie Wmo demografie In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van 75 miljoen euro oplopend tot 300 miljoen euro in 2029 beschikbaar gesteld bovenop het reguliere accres. Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van 75 miljoen euro vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op 375 miljoen euro. Bij Voorjaarsnota 2026 is een tranche van 75 miljoen euro vanaf 2031 aan de reeks toegevoegd (totaal 450 miljoen euro). Ons aandeel hierin bedraagt 1,125 miljoen euro. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. De mutatie heeft betrekking op de jaarschijf 2031 en zal daarom worden betrokken bij het opstellen van het financieel perspectief 20282031. 2. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Echter, nu blijkt dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd. Daarom wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 225 miljoen euro voor het jaar 2027 overgeheveld naar het gemeentefonds.
Aangezien de besparing van 225 miljoen euro al was ingeboekt is er over deze middelen geen accres opgebouwd. Daarom wordt het accres incidenteel bijgesteld met 40,7 miljoen euro in 2027. Per saldo ontvangen we 3,497 miljoen euro in 2027. Voorstel: een deel van de ontvangst is benodigd als dekking van de zorgkosten Wmo. Daarom wordt 1,867 miljoen euro verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. De resterende ontvangst van 1,630 miljoen euro wordt verrekend met de algemene middelen. 3. Overgangsrecht levenslang De mutatie betreft een correctie op extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet in 2031. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2031 een bedrag van 1,2 miljoen euro aan het gemeentefonds toegevoegd. We ontvangen 19 duizend euro in 2031.
5
Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. De mutatie heeft betrekking op de jaarschijf 2031 en zal daarom worden betrokken bij het opstellen van het financieel perspectief 20282031. 4. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet Dit betreft maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (1,440 miljard euro). Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien (430 miljoen euro). Per saldo wordt 1,010 miljard uitgenomen. Ons aandeel in de uitname bedraagt 15,403 miljoen euro vanaf 2029. NB: omdat de uitname in 2029 van de middelen voor huishoudelijke hulp plaatsvindt op het prijspeil van 2026 houden we alvast rekening met een stelpost van 1,9 miljoen euro voor loon- en prijsontwikkeling op een concernstelpost. Deze stelpost loopt volgend voorjaar bij het actualiseren van de nominale compensatie weer weg door een lagere toekenning aan de directie. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 5.
Kinderopvang pleegouders Bij Voorjaarsnota 2025 is door de Rijksoverheid extra geld beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Deze bijdrage is bedoeld voor alle pleegouders die gebruik maken van (vormen van formele) kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso), ook in het vrijwillig kader. Pleegouders betalen nu een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang; dit zijn kosten die overblijven na het ontvangen van de eventuele kinderopvangtoeslag. Bij decembercirculaire 2025 is voor 2025 eenmalig 10,7 miljoen euro toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Besloten is voor 2026 en 2027 deze middelen ook toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. We ontvangen 111 duizend euro in 2026 en 2027. Gemeenten en pleegzorgaanbieders spreken met elkaar af hoe pleegouders aanspraak kunnen maken op deze bijdrage. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 6. Regeling niet-beoogde jeugdzorgkosten De specifieke uitkering (SPUK) “Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf” is verlengd voor de zorgkosten over de jaren 2024 en 2025. Voor deze regeling is in 2026 een bedrag van 60 miljoen euro beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van VWS (uit het gemeentefonds).
De uitname bedraagt 964 duizend euro in 2026. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 7. ‘Weeffout’ Jeugdzorg Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-2015 is vastgelegd dat er 90 miljoen euro van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de berekening van de bedragen was geen rekening gehouden dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds 10 miljoen euro structureel teveel overgeheveld. De uitname bedraagt 165 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 8. Ketensystemen jeugd In het Coördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen Middenvelder, Collectieve Opdracht Routeer Voorziening (CORV) en Intelligente Formulieren Module (IFM)/Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ)).
De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen van 950 duizend euro is verhoogd met 258 duizend euro in verband met prijsbijstelling. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten in de jaren 2026 tot en met 2028 jaarlijks 652 duizend euro meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen.
6
Voor 2026 tot en met 2028 komt de totale bijdrage daarmee op 1,9 miljoen euro per jaar (was 1,7 miljoen euro voor de jaren 2024 en 2025). De uitname bedraagt 9 duizend euro in 2026 tot en met 2028. Voor de volgende 3-jaarsperiode vanaf 2029 zal te zijner tijd opnieuw worden bezien of de verdeelsleutel moet worden herijkt. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 9. Basisregistratie Personen – centrale inschrijving Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage voor het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat. Door een wijziging van het aantal inschrijvingen en kosten ten opzichte van de startsituatie wordt er 265 duizend euro ten laste van de decentralisatie-uitkering toegevoegd aan de algemene uitkering. We ontvangen 4 duizend euro in 2026. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 10. Wet op de lijkbezorging De modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is vertraagd. De beoogde invoering van het wetvoorstel Wet bestemming lichaam van overledenen (Wblo) is voorzien op 1 januari 2028. Hierdoor schuiven de in 2026 gereserveerde middelen voor implementatie door naar 2027. Het gaat om een bedrag van 45 miljoen euro. De uitname bedraagt 47 duizend euro in 2026 en dit wordt doorgeschoven naar 2027.
Voorstel: de verschuiving van middelen wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 11. Wet handhaving sociale zekerheid Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid treedt in 2027 in werking. De uitvoeringsconsequenties voor gemeenten zijn inzichtelijk gemaakt met twee artikel 2-onderzoeken. Het ene onderzoek richtte zich op nieuwe of gewijzigde taken in het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid en onderliggende besluiten. Het andere onderzoek richtte zich specifiek op wijzigingen voor het (tussentijdse) maatregelenbesluit. Gemeenten ontvangen een bijdrage in de uitvoeringskosten van het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid. Het betreft een incidentele bijdrage voor 2026 van 6,572 miljoen euro en een structurele jaarlijkse bijdrage van 1,773 miljoen euro vanaf 2027. We ontvangen 137 duizend euro in 2026 en 33 duizend euro vanaf 2027. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 12.
Correctie extrapolatie participatie In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) en Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 uitgevoerd. Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Deze oploop komt voort uit de invoering van de Participatiewet en de bijbehorende instroom van de nieuwe doelgroepen (voorheen Wajong en Wsw). In het extrapolatiejaar 2031 leidt dit tot een correctie van 8,3 miljoen euro. We ontvangen 163 duizend euro in 2031. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. De mutatie heeft betrekking op de jaarschijf 2031 en zal daarom worden betrokken bij het opstellen van het financieel perspectief 2028-2031.
7
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. Mutaties in IU’s en DU’s (bedragen x € 1.000) 13. Alleenverdienersproblematiek 13. Alleenverdienersproblematiek 14. IBO Problematische schulden 15. Ondersteuning lokale energiehulp 16. Lokaal maatwerk asielzoekers 16. Lokaal maatwerk asielzoekers 17. Re-integratie jongeren 18. Faciliteitenbesluit opvangcentra 19. Pilot dakloze EU-burgers 20. Ondersteuning lokale politieke partijen 20. Ondersteuning lokale politieke partijen 21. Impulsbudget arbeidsmarktregio’s 22. Lokale aanpak high impact crimes 23. Overheidsbrede dienstverlening 24. Wet betaalbare huur 25. CDOKE 26. Antidiscriminatie voorzieningen 27. Impulsbudget sociale infrastructuur 28. Participatie 29. Beschermd wonen 30. Armoedebestrijding kinderen 31. Jeugdhulp, kinderen in een AZC 31.
Jeugdhulp, kinderen in een AZC (2025) 32. Voorschoolse voorzieningen peuters 33. Vrouwenopvang 33. Vrouwenopvang (2025) 34. Maatschappelijke opvang 34. Maatschappelijke opvang (2024 en 2025) 35. Nationaal Actieplan Dakloosheid Totaal mutaties IU’s en DU’s
Deelprogramma
2026
Werk en inkomen Algemene middelen Werk en inkomen Wonen Veiligheid Welzijn, gezondheid en zorg Werk en inkomen College, raad en wijken Welzijn, gezondheid en zorg College, raad en wijken Algemene middelen Werk en inkomen Veiligheid Cultuur en evenementen Wonen Wonen Welzijn, gezondheid en zorg Werk en activering Werk en activering Welzijn, gezondheid en zorg Werk en inkomen Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Algemene middelen Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg
177 32 482 386 2.088 100 203 141 790 10 34 97 368 21 27
1.041 3.040 28 28 -2 -9 4 -97 5 -8 8.986
2027
2028
2029
2030
2031
433
663
893
1.155
1.385
790
790
21 27
21 11
21
21
1.237 3.040 -19 28
1.219 3.040 -19 28
1.499 3.040 -19 28
1.145 3.040 -19 28
441 -8 3.040 -19 28
-2 -9
-2 -9
-2 -9
-2 -9
-2 -9
-97
-97
-97
-97
-97
-8 18.133
-8 5.653
-8 5.357
-8 5.254
-8 4.772
368 21 27 12.290 34
13. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden met deze uitkering. Er is totaal 33,5 miljoen euro beschikbaar. Voor de alleenverdienersproblematiek in 2026 is een bijdrage 27,5 miljoen euro beschikbaar. Verder is er een nabetaling van 6 miljoen euro voor 2024. We ontvangen 209 duizend euro in 2026 (hiervan heeft 32 duizend euro betrekking op 2024 als aanvulling). Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdiener-huishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht.
Voorstel: de ontvangst wordt voor 177 duizend euro verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. De ontvangst van 32 duizend euro voor 2024 wordt verrekend met de algemene middelen.
8
14. IBO Problematische schulden Begin 2026 wordt beoogd bestuurlijke afspraken te tekenen tussen alle branches van vastelastenpartners, Divosa, Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) en VNG en het ministerie van SZW. Deze afspraken volgen op de positieve wetsevaluatie van vroegsignalering in 2025. Partijen voeren tot en met 2029 verbetermaatregelen door met als doel om het bereik te verdubbelen en de ongewenste uitval te halveren. Vanuit het ministerie van SZW wordt voor 2026 een bijdrage 21,3 miljoen euro beschikbaar gesteld. Reden is dat de doorontwikkeling van vroegsignalering vanuit de wetsevaluatie een impuls te geven om vroegsignalering beter in te richten. We ontvangen 482 duizend euro in 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 15. Ondersteuning lokale energiehulp Het beoogde doel van deze uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren. Om gemeenten te helpen, hebben het ministerie van SZW, de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG samengewerkt aan een portaal dat op een zorgvuldige en veilige wijze contactgegevens van aanvragers bij het TNE, die hiervoor toestemming hebben gegeven, beschikbaar stelt aan gemeenten.
In combinatie met de ontvangen data maakt dit het mogelijk huishoudens met een hoge energierekening en een laag inkomen gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod. In 2026 is hiervoor 19,7 miljoen euro beschikbaar gesteld. Voor de verdeling van de middelen is het percentage energiearmoede per gemeente gehanteerd. We ontvangen 386 duizend euro in 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Wonen’. 16. Lokaal maatwerk asielzoekers Het organiseren en behouden van draagvlak is belangrijk in de asielopvang. Daarbij is het belangrijk om ook aandacht te hebben voor eventuele negatieve effecten. Lokaal maatwerk kan daarbij helpen. Om gemeenten hierbij te ondersteunen, stelt het Rijk in 2026 in totaal 12,9 miljoen euro beschikbaar. Gemeenten konden hiervoor een aanvraag indienen. We ontvangen 100 duizend euro. De noordelijke regio met ook het aanmeldcentrum in Ter Apel spant zich bovenmatig in voor opvang van asielzoekers. Voor het tegengaan van overlast ontvangen we in aanvulling op bovenstaand bedrag financiering voor de verlenging en uitbreiding van de flexpool boa’s die beschikbaar gesteld kunnen worden binnen onze provincie. Hiervoor ontvangen we 2,088 miljoen euro. Voorstel: we ontvangen de middelen voor de flexpool boa’s in onze hoedanigheid als centrumgemeente.
De mutatie van 2,088 miljoen euro wordt verrekend met het deelprogramma ‘Veiligheid’. De mutatie van 100 duizend euro wordt verrrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 17. Re-integratie jongeren Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. In totaal gaat het om 12,5 miljoen euro in 2026 oplopend tot 44,3 miljoen euro structureel vanaf 2033. De eerste twee hierna genoemde onderwerpen zijn in het kader van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk: - Individuele gemeenten ontvangen vanaf 2026 in totaal 9,9 miljoen euro extra voor het ondersteunen van jongeren bij of gericht op arbeidsinschakeling. Dit is een aanvulling op het bestaande re-integratiebudget. De verdeling van de middelen is op basis van de gemiddelde risicoscore Voortijdige schoolverlaten (vsv) 2021 en 2022 (50%) en het gemiddelde aantal gediplomeerde Mbo’ers (entree en BOL niveau 2) (50%). In afstemming met de VNG wordt deze verdeling vastgezet tot en met 2029; - Centrumgemeenten ontvangen in totaal 2,6 miljoen euro voor hun coördinerende rol op grond van artikel 7a.
Elke centrumgemeente ontvangt een vast bedrag van 75 duizend euro; - Per 2027 komen extra financiële middelen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Bij deze jongeren is vastgesteld dat zij op dit moment geen arbeidsvermogen hebben, maar niet zeker is dat dit arbeidsvermogen ook duurzaam ontbreekt. Het kabinet heeft vanaf 2027 een bedrag van 4,2 miljoen euro oplopend tot structureel 29,3 miljoen euro (vanaf 2033) beschikbaar gesteld voor reintegratiedienstverlening. De middelen worden aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s toegekend. We ontvangen 203 duizend euro in 2026, 433 duizend euro in 2027, 663 duizend euro in 2028, 893 duizend euro in 2029, 1,155 miljoen euro in 2030 1,385 miljoen euro in 2031. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De mutatie wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’.
9
18. Faciliteitenbesluit opvangcentra Vanaf 1 juli 2025 is de juridische grondslag voor deze uitkering gelegen in de Financiële-verhoudingswet. Gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers faciliteren ontvangen nu middelen voor de werkzaamheden in en voor de opvangcentra, maar ook voor noodopvang, onderwijshuisvestingskosten, voorlichtingskosten en aanvullende bekostiging in het kader van het faciliteren van asielopvang waar niet vanuit een andere regeling aan tegemoet wordt gekomen. Hiervoor is in 2026 een bedrag van 11,7 miljoen euro beschikbaar. We ontvangen 141 duizend euro in 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma’College, raad en wijken’. 19. Pilot dakloze EU-burgers Sinds 2022 bestaat de pilot kortdurende opvang niet-rechthebbende EU-burgers (nietrechthebbend in het kader van de Wmo). Deze opvangvoorziening helpt mensen, die niet bij andere vormen van opvang terecht kunnen, met begeleiding terug naar werk of land van herkomst. In de voorjaarsbesluitvorming 2025 is besloten deze voorziening voort te zetten tot en met 2028 en hier additionele middelen voor beschikbaar te stellen. Met deze additionele middelen kunnen nieuwe gemeenten deelnemen. In deze meicirculaire zal de eerste tranche van gemeenten middelen ontvangen voor deze voorziening. Er is in totaal 33,9 miljoen euro beschikbaar.
Het betreft een jaarlijkse bijdrage van 11,3 miljoen euro voor de periode 2026 tot en met 2028. Iedere deelnemende gemeente ontvangt een vaste bijdrage van 175 duizend euro. De resterende middelen worden via het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) over de gemeenten verdeeld. We ontvangen 790 duizend euro in 2026 t/m 2028. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De mutatie wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 20. Ondersteuning lokale politieke partijen Op de huidige begroting van het ministerie van BZK is 8,2 miljoen euro in 2026 beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontbreekt momenteel de vereiste wettelijke grondslag om deze middelen uit te keren. De leden Clemminck – Tijs van der Brink hebben een amendement op de Ontwerpbegroting 2026 ingediend aangaande ondersteuning lokale politieke partijen. Dit amendement betreft een incidentele overboeking van de begroting van BZK naar het gemeentefonds van 5,5 miljoen euro in 2026.
Met verstrekking van deze middelen aan gemeenten middels een decentralisatie-uitkering, worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad te ondersteunen. De verdeling van deze middelen is gebaseerd op het totaal aantal zetels in de gemeenteraad maal het bedrag per zetel. Het bedrag per zetel is afhankelijk van het inwoneraantal van de gemeente. We ontvangen 44 duizend euro in 2026. Voorstel: In totaal hebben de lokale fracties, op basis van de nieuwe gemeenteraad en deze regeling, recht op 10 duizend euro als aanvulling in het exploitatiebudget. Dit wordt verrekend met deelprogramma ‘College, raad en wijken’. De resterende ontvangst van 34 duizend euro valt vrij ten gunste van de algemene middelen. 21. Impulsbudget arbeidsmarktregio’s De arbeidsmarktregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget. Deze middelen maken het mogelijk om gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio. Hiermee kunnen de kaders ontwikkeld worden voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en mogelijke knelpunten in de regionale samenwerking worden opgelost.
Aanvullend op de middelen die in 2025 zijn toegekend wordt er nu voor 2026 eenmalig een totaalbedrag van 3,4 miljoen euro beschikbaar gesteld aan de arbeidsmarktregio’s. Dit budget is in te zetten voor eenmalige kosten die te maken hebben met de regionale inzet voor de landelijke communicatie campagne voor de Werkcentra en de verdere implementatie van de communicatiestrategie. Het totaalbedrag wordt evenredig over de 35 arbeidsmarktregio’s verdeeld. Elke centrumgemeente ontvangt 97 duizend euro. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 22. Versterking lokale aanpak high impact crimes Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) zet zich in voor het veiliger maken van Nederland. Delicten met een grote impact op slachtoffers, hun omgeving en de maatschappij – ook wel high impact crimes (HIC) – tasten het
10
veiligheidsgevoel in de maatschappij sterk aan. Voorbeelden van deze delicten zijn (online) vermogens- en geweldsdelicten. De bestrijding van deze delicten vraagt om een stevige, structurele aanpak, waarbij ook de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving als geheel wordt vergroot. Het totaalbudget is 3,1 miljoen euro in 2026 en 3,3 miljoen euro in 2027. Voor een succesvolle en effectieve aanpak van high impact crimes is het van belang dat er op lokaal niveau een sterke effectieve aanpak is ter voorkoming van (herhaald) daderschap. Daarom ontvangen tien gemeenten een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het versterken van de lokale aanpak en daarmee ook het versterken van de brede aanpak van jeugdcriminaliteit. In 2026 is de bijdrage 2,8 miljoen euro en in 2027 is de bijdrage 3,1 miljoen euro. We ontvangen 368 duizend euro in 2026 en 2027. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Veiligheid’. 23. Overheidsbrede dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) is vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen.
Juli 2025 is de gewijzigde motie van het lid Kathmann over structureel extra middelen voor gemeenten voor de uitvoering van de Informatiepunten Digitale Overheid aangenomen . Voormalig Staatssecretaris Van Marum heeft naar aanleiding van deze motie toegezegd om de eerder doorgevoerde 10% budgetkorting te compenseren. Daartoe wordt structureel jaarlijks 1,7 miljoen euro toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. We ontvangen 21 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Cultuur en evenementen’. 24. Wet betaalbare huur De Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten, stelt een maximum aan de jaarlijkse huurverhogingen voor geliberaliseerde huurovereenkomsten. Gemeenten hebben sinds 1 juli 2024 handhavende bevoegdheden ten aanzien van verhuurders die zich niet aan deze maximering houden. De Wet maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten loopt tot 1 mei 2029. In 2024 en 2025 zijn er middelen uitgekeerd voor de implementatie van de wet en de daaruit volgende toezicht- en handhavingskosten, specifiek voor de jaren 2024 en 2025. In deze circulaire wordt een bijdrage verwerkt van in totaal 3,4 miljoen euro voor de jaren 2026 tot en met 2029.
Het gaat om een bedrag van 1 miljoen euro in 2026, 960 duizend euro in 2027, 1 miljoen euro in 2028 en 416 duizend euro in 2029. We ontvangen 27 duizend euro in 2026 t/m 2028 en 11 duizend euro in 2029. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Wonen’. 25. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Voor 2027 is 671 miljoen euro beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt 583 miljoen euro verdeeld via een verdeelsleutel die op verzoek van de VNG is opgesteld door Andersson Elffers Felix (AEF). Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de verschillende taken die gemeenten hebben en bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Dezelfde verdeelsleutel is ook voor 2026 toegepast. Op voorstel van de VNG, in samenwerking met de RVO, wordt 85,9 miljoen euro van het totaalbudget toegekend voor plannen die gemeenten hebben op gebied van het aardgasvrij maken van wijken, het aanleggen van windparken of zonneweiden of een zero-emissie-zone. We ontvangen 12,29 miljoen euro in 2027. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Wonen’. 26. Antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen bij de preventie van discriminatie op lokaal niveau.
Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Gemeenten krijgen in 2027 (net als in 2024, 2025 en 2026) middelen om méér aan preventie te
11
kunnen doen. Hiervoor is in 2027 in totaal 2,5 miljoen euro beschikbaar. De middelen worden verdeeld op basis van een vast bedrag van 14 cent per inwoner. We ontvangen 34 duizend euro in 2027. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 27. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. In de periode 2026 tot en met 2030 is jaarlijks 33 miljoen euro beschikbaar. Daarna bouwt dit bedrag af naar 20,8 miljoen euro in 2034. In de Voorjaarsnota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begrotingshorizon. Daarvoor wordt de extrapolatie gecorrigeerd met 2,8 miljoen euro. We ontvangen 441 duizend euro in 2031. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt in 2031 verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 28. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2026 (84,1 miljoen euro in 2026, aflopend naar 68,1 miljoen euro in 2031).
Daarnaast wijzigt de budgetverdeling voor de rijksbijdrage beschut werk als gevolg van een nieuwe verdeelsleutel. We ontvangen 1,041 miljoen euro in 2026, 1,237 miljoen euro in 2027, 1,219 miljoen euro in 2028, 1,499 miljoen euro in 2029, 1,145 miljoen euro in 2030 en -8 duizend euro in 2031. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 29. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2026 (66,5 miljoen euro vanaf 2026). Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. We ontvangen 3,040 miljoen euro vanaf 2026. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 30. Armoedebestrijding kinderen Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2027 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2023. We ontvangen 19 duizend euro minder vanaf 2027. Voorstel: De uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 31.
Kinderen in een AZC In paragraaf 2.2.6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Hiervoor is structureel 5,1 miljoen euro beschikbaar. De verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2025 tot en met december 2025. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2026 en verder gehanteerd. We ontvangen 28 duizend euro meer vanaf 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ waarbij de ontvangst voor 2025 wordt verrekend met de jaarschijf 2026. 32. Voorschoolse voorzieningen peuters De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentralisatieuitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2026 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2025. De nadelige bijstelling bedraagt 2 duizend euro per jaar vanaf 2026. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen.
12
33. Vrouwenopvang De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is vanaf uitkeringsjaar 2026 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, regionale centrumfunctie en omgevingsadressendichtheid. De bedragen van 2025 zijn ook gewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2025 door de actualisatie van de maatstaven woonruimten en omgevingsadressendichtheid. We ontvangen 4 duizend euro over 2025. Vanaf 2026 bedraagt de uitname 9 duizend euro. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De mutatie wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’waarbij de mutatie over 2025 wordt verrekend met de jaarschijf 2026. 34. Maatschappelijke opvang De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2024 is ten opzichte van de septembercirculaire 2025 geactualiseerd en definitief. De trimfactor stellen we vast op 1,12014. De trimfactor zorgt ervoor dat het totaal beschikbare bedrag exact wordt uitgekeerd. De verdeling van de middelen maatschappelijke opvang ten opzichte van de septembercirculaire 2025 is geactualiseerd en definitief. De ontvangst bedraagt 5 duizend euro voor 2024 en 2025. Vanaf 2026 wordt de ontvangst met 97 duizend euro verlaagd. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente.
De mutatie wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ waarbij de mutatie over 2024 en 2025 wordt verrekend met de jaarschijf 2026. 35 . Nationaal Actieplan Dakloosheid Voor de verdeling aan centrumgemeenten van de decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid wordt het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) gehanteerd. De verdeling hiervan is geactualiseerd. We ontvangen 8 duizend euro minder vanaf 2026. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De uitname van 8 duizend euro wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. Voorgaande ontwikkelingen leiden tot de volgende begrotingswijzigingen voor de jaarschijf 2026: Programma
Deelprogramma
Beleidsveld
1 . Economie en Ruimte
1.3 Wonen
1.3.1 Stimuleren woningmarkt
27
-27
1 . Economie en Ruimte
1.3.3 Kwaliteit en duurzaamheid 2.2.4 Veiligheid
386
-386
2. Leefomgeving en Veiligheid
1.3 Wonen 2.2 Veiligheid
368
-368
2. Leefomgeving en Veiligheid
2.2 Veiligheid
2.2.5 Veilige leefomgeving
2.088
-2.088
3. Vitaal en Sociaal
3.1 Werk en inkomen 3.1 Werk en inkomen
3.1.1 Werk en activering 3.1.2 Inkomensondersteuning en schulden
1.341
-1.341
3. Vitaal en Sociaal
796
-796
3. Vitaal en Sociaal
3.3 Welzijn, gezondheid en zorg
3.3.2 Publieke gezondheid
3. Vitaal en Sociaal
3.3 Welzijn, gezondheid en zorg
3.3.3 Passende ondersteuning
3. Vitaal en Sociaal
3.3 Welzijn, gezondheid en zorg
3. Vitaal en Sociaal
3.5 Cultuur en evenementen
4. Dienstverlening en bestuur 4. Dienstverlening en bestuur
Lasten
Baten
Saldo
-47
47
2.069
-2.069
3.3.4 Zorg en veiligheid
785
-785
3.5.2 Cultuur beleven
21
-21
4.2 Col l ege, ra a d en wi jken
4.2.1 Col l ege, gemeentera a d en gri ffi e
151
-151
4.3 Al gemene i nkoms ten en pos t onvoorzi en
4.3.1 Al gemene i nkoms ten
Totaal
68
-1.447
-1.515
8.053
-1.447
-9.500
Baten
Saldo
Voorgaande ontwikkelingen leiden tot de volgende begrotingswijzigingen voor de jaarschijf 2027: Programma
Deelprogramma
Beleidsveld
Lasten
1 . Economie en Ruimte
1.3 Wonen
1.3.1 Stimuleren woningmarkt
1 . Economie en Ruimte
1.3 Wonen
1.3.3 Kwaliteit en duurzaamheid
2. Leefomgeving en Veiligheid
2.2 Vei l i ghei d
2.2.4 Vei l i ghei d
3. Vitaal en Sociaal
3.1 Werk en i nkomen
3.1.1 Werk en a ctiveri ng
3. Vitaal en Sociaal
3.1 Werk en i nkomen
3.1.2 Inkomens onders teuni ng en s chul den
3. Vitaal en Sociaal
3.3 Wel zi jn, gezondhei d en zorg
3.3.1 Stimul eri ng s a menl evi ngs opbouw
3. Vitaal en Sociaal
3.3 Welzijn, gezondheid en zorg
3.3.2 Publieke gezondheid
3. Vitaal en Sociaal
3.3 Welzijn, gezondheid en zorg
3.3.3 Passende ondersteuning
3. Vitaal en Sociaal
3.3 Wel zi jn, gezondhei d en zorg
3.3.4 Zorg en vei l i ghei d
3. Vitaal en Sociaal
3.5 Cultuur en evenementen
3.5.2 Cultuur beleven
4. Dienstverlening en bestuur
4.3 Al gemene i nkoms ten en pos t onvoorzi en
4.3.1 Al gemene i nkoms ten
27 12.290 368 1.651 -55 34 47 4.872 676 21 3.495
19.826
16.331
23.426
19.826
-3.600
Totaal
-27 -12.290 -368 -1.651 55 -34 -47 -4.872 -676 -21
13
Herziening verdeelmodel gemeentefonds per 1 januari 2027 Op 28 mei is door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief gestuurd aan de Kamer over de herziening van het verdeelmodel gemeentefonds. In de brief wordt ingegaan op de voorstellen voor aanpassing van het verdeelmodel vanaf 2027. Hierna wordt op ieder van deze voorstellen afzonderlijk ingegaan.
Bovenstaande kaarten zijn als bijlage opgenomen in de brief van de minister van BZK naar de Kamer (28-05-26) met daarin de effecten per gemeente bij (1) actualisatie OZB-tarief en verlaging OEM, (2) definitiewijziging niet westerse migranten, (3) voorgestelde herziening van cluster Jeugd en (4) het ingroeipad.
(1) Berekening maatstaf Huishoudens met een laag inkomen en actualisatie OZB en verlaging verevening OEM In het verdeelmodel is de berekening van de maatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen’ aangepast door te rekenen met procenten in plaats van honderdtallen. Hierdoor fluctueert de ontwikkeling van deze maatstaf minder.
14
Daarnaast zijn de rekentarieven van de Onroerendezaakbelasting (OZB) aangepast aan de werkelijk gemiddelde OZBtarieven en is de verevening van de overige eigen middelen met hetzelfde bedrag verlaagd. Beide mutaties geven geringe mutaties in de verdeling van het gemeentefonds. (2) Maatstaf niet-westerse migranten De maatstaf ‘Niet westerse migranten’ wordt door het CBS niet langer bijgehouden. Het CBS heeft geconcludeerd dat deze hoofdindeling achterhaald is, en door de maatschappij steeds vaker als moeilijk navolgbaar wordt ervaren. Mede daarom heeft het CBS besloten een nieuwe herkomstindeling voor migranten en hun kinderen te ontwikkelen. Door de fondsbeheerders is voorgesteld de maatstaf te vervangen door de maatstaf ‘inwoners van buiten Europa’. Deze nieuwe maatstaf leidt echter tot herverdeeleffecten bij een aantal gemeenten zonder dat daar een inhoudelijke aanleiding voor bestaat. Daarom is besloten de huidige maatstaf in 2027 en 2028 te bevriezen op het niveau van 2026. Een extern bureau zal worden gevraagd om de clusters met deze maatstaf (Participatie, Onderwijs en Openbare orde en veiligheid) opnieuw te schatten. (3) Cluster Jeugd Over de voorgestelde aanpassing van het cluster Jeugd is door zowel de ROB als de VNG negatief geadviseerd. In het nieuwe model zou ‘Eenoudergezinnen’ een belangrijke rol spelen. Het voorstel blijkt onvoldoende kostengeoriënteerd.
Er is een sterk regionaal patroon te herkennen in de aansluitverschillen, zoals blijkt uit de overzichtskaarten van de gevolgen per gemeente. Nagenoeg álle gemeenten in het ene deel van Nederland krijgen met dit verdeelmodel fors méér dan ze uitgeven; nagenoeg alle gemeenten in het andere deel van Nederland krijgen fors minder dan ze uitgeven. (4) Ingroeipad Het nieuwe verdeelmodel is ingegaan vanaf 2023 waarbij het maximale herverdeeleffect is begrensd tot €37,50/inwoner. Dit is gerealiseerd door de introductie van een suppletie-uitkering dat bij gemeenten die een groter voordelig herverdeeleffect hebben dat voordeel afroomt. Voor gemeenten met een groter negatief herverdeeleffect wordt dat nadeel aangezuiverd. De gemeente Groningen kent sinds 2023 een negatieve suppletieuitkering van 31,8 miljoen euro. De fondsbeheerders hebben besloten de bedragen van het ingroeipad tot 2029 te bevriezen op het niveau van 2026. Dit omdat er vervolgonderzoek nodig is en er wordt gehecht aan een zorgvuldig proces. Daarnaast zou de suppletieuitkering, conform advies van de ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur), worden geïndexeerd. Dat zou betekenen dat onze negatieve suppletieuitkering meer negatief zou worden (van 2023 t/m 2026 stond dat bedrag vast: - 31,8 miljoen euro).
Op 8 juni 2026 heeft de minister echter opnieuw een brief gestuurd naar de Kamer waarin werd gesteld dat er voor 2027 geen indexering zou plaatsvinden van de suppletieuitkering. Voor 2028 volgt na de zomer nadere berichtgeving. Overige consequenties
N.v.t. Vervolg
De raad is toegezegd dat de uitkomsten van de meicirculaire 2026 bij de bespreking van de Voorjaarsbrief 2026 beschikbaar zijn. Lange Termijn Agenda
Behandeling gelijktijdig met de Voorjaarsbrief in de raadsvergadering van 1 juli 2026. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
burgemeester, Roelien Kamminga
secretaris, Sander Gerritsen
Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.
15