CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraak commentaar herijking visie Stadspark namens de Vleermuiswerkgroep Groningen.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 12 mei 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 3: Herijking visie Stadspark, Doorontwikkeling evene0mententerrein Stadspark (raadsvoorstellen 28-4-2021) + beantwoording schriftelijke vragen kosten Drafsport2.860 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Onderwerp: Concept Herijkingsvisie Stadspark, “Stadspark, park voor de stad”, februari 2021 Inspraak commentaar namens de Vleermuiswerkgroep Groningen info@vleermuiswerkgroep.nl 28 maart 2021 Wij sluiten ons graag aan bij het commentaar van Stadsparknatuurlijk d.d. 24-2-2021 te vinden op https://stadsparknatuurlijkgroningengmail.com/2021/02/24/geframed-beeld-van-stadsparkals-uitgestorven-recreatiegebied-kenmerkt-herijkingsvisie-stadspark/. Vanuit onze specifieke kennis over de natuur en de vleermuizen in het stadspark willen wij de volgende punten naar voren brengen dan wel benadrukken. Deze inspraak betreft de Herijkingsvisie over het Stadspark. Dit park vormt een kerngebied in de Gemeentelijke Ecologische Structuur. Het is een van de allergrootste parkgebieden van de stad; dankzij de ouderdom van het park zijn de natuurwaarden van het Stadspark veel belangrijker dan die van min of meer even grote maar veel jongere parken zoals het Roege Bos of het Beijumerbos. Tijd is voor het creëren van natuurwaarden essentieel. Bomen, bodemleven, dieren, planten alles heeft tijd nodig om tot wasdom te komen. Een soort als de Rosse vleermuis kan zich pas vestigen als bomen oud genoeg zijn voor spechtengaten en andere natuurlijke holtes. Het ecologisch belang van het park lijkt in de Herijkingsvisie van ondergeschikt belang.

Pas op pagina 35 van 43 pagina’s aan plannen en voorstellen staat: Natuur is in de GES gebieden leidend (…) Door ecologische monitoring die is uitgevoerd hebben we een goed overzicht van de rijkdom aan planten en dieren in het park (…) Bij de verdere ontwikkeling van het park zal rekening moeten worden gehouden met beschermde diersoorten, zoals vleermuizen en eekhoorns. De resultaten en aanbevelingen van natuurmonitoring rapporten dienen het uitgangspunt en de randvoorwaarden te zijn voor de plannen voor herstel en herijking van het stadspark, niet alleen voor de meest beschermde diersoorten. Na veel zoeken hebben wij een aantal rapporten gevonden die onderdeel en voorwaarden stellend voor de inspraak hadden moeten zijn. Deze zijn echter niet beschikbaar zijn gesteld voor de inspraak. Dat maakt een goed inzicht in consequenties van de plannen voor het park voor burgers onmogelijk. Dit zijn de ontbrekende rapporten: 1. Monitoring in het kader van de Gemeentelijke Ecologische Structuur Groningen 2019. Kerngebied Stadspark (noordzijde) 1e monitoring. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-0002. Definitief 14 februari 2020.

1

2. Monitoring in het kader van de Gemeentelijke Ecologische Structuur Groningen 2020. Kerngebied Stadspark + voorpark – 2e monitoring. Bureau Waardenburg Rapportnr. 20-191. Concept 14 december 2020. (NB dus geen definitieve versie) 3. Quickscan flora en fauna Doorontwikkelen Stadspark Drafbaan te Groningen. Eelerwoude, Projectnr.: 201542. Concept 02 maart 2021. (NB dus geen definitieve versie) 4. Ecologische kansen en knelpunten analyse Doorontwikkeling Stadspark Drafbaan te Groningen. Eelerwoude, Projectnr.: 201542. Concept 02 maart 2021. (NB dus geen definitieve versie) Knelpunten uit Monitoring 2019 (noordzijde Stadspark)

Knelpunten uit Monitoring 2020 (zuidzijde en voorpark Stadspark)

2

De aanbevelingen uit de monitoringsrapporten over de verbetering van de grasgebieden zijn onverenigbaar met het aanwijzen van deze gebieden voor sportactiviteiten in het middengebied, “activiteiten die passen in een park waar ook diverse zoogdieren, vogels, vleermuizen, bomen, planten en paddenstoelen leven”. (Pag. 5 Herijkingsvisie) Verder meldt de Herijkingsvisie dat de herinrichting en het gebruik van de Drafbaan een apart probleem is. Dus het staat niet in de Herijkingsvisie; een separate procedure volgt, die parallel aan- dus los van en naast de herijking - loopt. Alsof het plan om in de drafbaan meermalen per jaar evenementen voor 65.000 tot 75.000 bezoekers te houden, helemaal niets te maken heeft met de Herijkingsvisie waarin wordt voorgesteld extra paden dwars door het park aan te leggen, van een bushalte in het noorden naar de drafbaan in het zuiden. Behalve voor de grote evenementen zou er in het overige deel van het Stadspark ook ruimte zijn voor andere “evenementen, maar deze zijn kleinschaliger en gemoedelijker van aard en vormen daardoor geen noemenswaardige belasting voor de omgeving.” Dit zal ook worden vastgelegd in een locatieprofiel met de omgeving en de gebruikers van het park. Oftewel dit wordt ook buiten de herijkingsvisie gehouden. Kleinschaliger evenementen veroorzaken minder geluidsoverlast voor mensen en dat is blijkbaar het enige criterium.

“Kleinschalige evenementen” betekenen echter voor de natuur van het park slijtage en verstoring. Er zou een behoorlijke evaluatie moeten gemaakt van de festivals als 5 mei en Rapalje (zo’n 10.000 bezoekers), over de slijtage aan paden, bomen, struiken en gazons, verstoring van vogels en vleermuizen en andere kleine zoogdieren, het afval na afloop en het cumulatieve effect van meerdere van zulke “kleinschalige evenementen”, vóórdat kan worden aangenomen dat deze activiteiten geen belasting voor de omgeving inclusief de natuur, planten en dieren, vormen. Van de “concrete” initiatieven genoemd op pagina 20 in de Herijkingsvisie staat de genoemde openlucht-bioscoop kennelijk ook los van de herijkingsprocedure, afgaande op https://www.stadsparkcinema.nl/faq/ Vlak bij de ingang van de Vesta op het oude betonnen basketbalveldje (dat thans regelmatig gebruikt wordt voor fitness groepen) mogen blijkbaar tot 800 personen na zonsondergang naar een film komen kijken. Gezien de omvang van deze groep, het totale gebrek aan fietsparkeergelegenheid in de omgeving (en voor het hele Stadspark in de Herijkingsvisie!) en de staat van het naastliggende grasveld met essen, voorzien wij dat de toch al kwetsbare bomen op dit grasveld en aangrenzend groen weinig meer over zal blijven. Wij zijn van mening dat het achterhouden van de genoemde rapporten zeer schadelijk voor deze inspraakprocedure is.

3

De hele procedure moet over, waarbij - ook voor het algemene publiek - één samenhangende, begrijpelijk beschrijving van de natuurwaarden in het hele park wordt gegeven en de aanbevelingen ter verbetering van het park. De Herijkingsvisie dient daarna en daarop aansluitend een visie te geven over wenselijke veranderingen, met respect voor de natuurwaarden, in het Stadspark. Stadsparknatuurlijk beoordeelt de concept Herijkingsvisie als een lappendeken. Dat is te vriendelijk uit gedrukt. De plannen voor meer vertier en dag- en nachtrecreatie in het park zijn tussen en in de aanwezige natuur en ecologie geprakt op basis een onvolledige kaart en zonder benul van de aanwezige natuurwaarden. Wij hebben de kaart met de lappendeken aan nieuwe plannen en initiatieven in de Herijkingsvisie (pag. 23, hierna H23) voorzien van waarnemingen van de vleermuizen in de hiervoor genoemde monitoringsrapporten. Vleermuizen zijn zeker niet de enige, maar toch een aardige indicator van de natuurkwaliteit van een gebied. Bijlage 1 toont op de kaart van H23 alleen de waarnemingen van vrij bijzondere vleermuizen (Rosse vleermuizen, Laatvliegers, Water- en Meervleermuizen) in het park. Bijlage 2 toont op dezelfde ondergrond de waarnemingen van de Rosse vleermuizen met die van de twee soorten dwergvleermuizen.

Bijlage 3 (onderaan dit document) is een veel gedetailleerdere kaart van de bomen en de waterpartijen in het Stadspark. Wij trekken uit deze gegevens de volgende conclusies: 1. Op pagina 18 en 19 van de Herijkingsvisie wordt het Stadspark in drie zones verdeeld. Daarbij wordt alleen nog de Heemtuin en het noordwestelijk deel als rustig deel van het park met hoge ecologische kwaliteit aangewezen. Dit zou verder ontwikkeld moeten worden als “natuurpark” binnen het Stadspark. Dit is een totale miskenning van het ecologisch belang van het Stadspark als geheel. De Heemtuin is voor sommige soorten planten en dieren zeker interessant, maar niet voor vleermuizen zoals bijlage 1 en 2 laten zien. Er is in deze hoek van het park een gebrek aan loofbomen (idem in het arboretum), er zijn geen grotere open gebieden, geen waterpartijen met water en oevervegetatie e.d. waardoor het Stadspark juist zo’n gevarieerde biodiversiteit heeft. 2. H23 vertoont een aanzienlijke onderschatting van het belang van kleinere waterpartijen. De vijver met watervogels e.d. ten noorden van het huidige hertenkampje ontbreekt bijvoorbeeld, terwijl deze in combinatie met de bomen erom heen duidelijk van belang is voor de vleermuizen. 3.

De verspreiding van Water- en Meervleermuizen laat zien dat het nog steeds slecht gesteld is met de waterkwaliteit (en waarschijnlijk de aanwezigheid van kroos wegens te veel voedingsstoffen en slib op de bodem) in de lange sloten op en rond het park. 4

4. De boompartijen rond het voormalig basketbalveldje en gepland cinematerrein zijn het vaste foerageergebied voor dwergvleermuizen. Bij avondgebruik van dit terrein mogen bomen niet aangelicht worden, matige verlichting alleen op het veldje en alleen vanaf lage armaturen naar beneden schijnend. 5. Meer in het algemeen zouden er rekening houdend met de vleermuizen op de plattegrond van het park contouren van totaal donker (absoluut geen kunstverlichting) moeten worden aangegeven, en delen met beperking van het gebruik van licht (zeker geen bomen aanlichten, geen vuurwerk, zoveel mogelijk amber licht). Wandelpaden waar bij evenementen veel mensen over moeten lopen mogen alleen laag bij de grond en bij voorkeur met amber licht worden beschenen. 6. Als de parkeerplaats aan de Concourslaan wordt opgeheven en vervangen door een skatebaan, dient hiervoor ook een zeer restrictief gericht licht regime aangebracht te worden. 7. Er zijn in de genoemde monitoringsrapporten voor het Stadspark opvallend weinig waarnemingen van dwergvleermuizen op de Concourslaan, bij het viaduct over de westelijke ringweg. Hierover staat een passage in het monitoringsrapport voor Rijkswaterstaat Ecologisch onderzoek Groningen, A7 Ringweg Zuid, JMe-rapport R20.052, d.d. 3 december 2020, pag. 35:

Uit de onderzoeken uit 2013 en 2016 bleek dat grote aantallen gewone dwergvleermuizen en laatvliegers onder het viaduct door of over de weg heen vliegen. In 2020 zijn geen vleermuizen meer waargenomen die onder het viaduct door vlogen. Wel werden circa 15 gewone dwergvleermuizen waargenomen die over een grotere breedte rondom het viaduct de Westelijke ringweg overstaken tussen het groen rondom de Concourslaan en het Stadspark. Daarbij werden objecten zoals verkeersborden zichtbaar gebruikt als geleidende structuren. Gezien de grote breedte waarover vleermuizen overstaken, zijn mogelijk grote aantallen vleermuizen gemist. Waarom het viaduct van de Concourslaan niet meer gebruikt wordt, is onduidelijk. In ieder geval vormt het gedeelte langs de Westelijke Ringweg waar Het Stadspark en het groen rondom de Concourslaan aan elkaar grenzen, een essentiële vliegrouteondersteuning. Aanpassingen aan de Westelijke Ringweg, zoals het verbreden van de rijbaan of het plaatsen van extra verlichting, zorgt mogelijk voor een verstoring van deze vliegroute. De Vleermuiswerkgroep heeft wel een idee over de reden dat de dwergvleermuizen het viaduct zijn gaan mijden.

Bij het viaduct en op het talud van de ringweg stonden een aantal zeer grote populieren, die zonder compenserende maatregelen zijn verwijderd voor de werkzaamheden aan de weg, waardoor de vleermuizen hun oriëntatie en veilige oversteek hier zijn kwijt geraakt. 8. Het Stadspark is van aanzienlijk belang voor Rosse vleermuizen. Deze soort is in de stad als geheel in de laatste 20 jaar hard in aantal achteruitgegaan. In de jaren negentig waren er zeker een paar honderd dieren in meerdere kraamkolonies; de vleermuiswerkgroep schat de populatie in de stad nu op tientallen. Deze soort heeft 5

meerdere verblijfplaatsen in oude bomen nodig om haar kroost te kunnen grootbrengen. Een droomtuin en plukbos in een goed ontwikkeld bosperceel in de zuidwesthoek van het park met een verblijfplaats van Rosse vleermuizen, is dus een slecht idee. Op de plek van het hertenkampje kan dat wel. 9. De monitoring is beperkt gebleven tot de zomer en de herfst. Men heeft dus niet geregistreerd dat in de vleermuiskasten aan de zilverlinden langs het betonpad vanaf de Vesta soms tot 15 Rosse vleermuizen overwinteren. Dat toont des te meer aan hoe belangrijk het Stadspark voor deze soort is. Het grasveld tussen het veldje met geiten (west), de dubbele rij zilverlindes langs het betonpad (noord) en de heuvel (oost) ten noorden van de kinderboerderij zou conform de aanbeveling van het monitoringsrapport verbeterd moeten worden tot een bloemrijk grasland (beperkt maaien en eventueel aanvullen met bollen in het voorjaar). Dit grasveld is daarom niet geschikt voor evenementen. Er wordt met mooi weer al uitvoerig gepicknickt aan de oostzijde van dit grasveld en bij bankjes ten noorden van het kinderspeelterrein. 10. Het advies in de monitoringsrapporten om langs de grote grasvelden een degelijke mantelzoomvegetatie aan te brengen is goed voor allerlei soorten dieren waaronder insecten, vlinders en vogels en is zeker prima voor de vleermuizen. 11.

Wij begrijpen het nut van een bushalte en entree aan de noordzijde, maar dan toch alleen voor voetgangers en schootmobielen. Niet voor gemotoriseerd vervoer, transport voor evenementen en hordes voetgangers die via de op H23 aangegeven noord-zuidroute ’s nachts door het park gaan banjeren. In het belang van andere dieren dan vleermuizen citeren wij uit het hierboven genoemde rapport Ecologische kansen en knelpunten analyse Doorontwikkeling Stadspark Drafbaan etc., pag. 9:

Betreding en menselijke activiteit heeft negatieve effecten op alle soorten. Dit is vanwege de kans op vertrapping naast de mogelijke verstoring die de aanwezigheid van mensen biedt. Vertrapping of beknelling geldt voornamelijk voor grondgebonden dieren en broedende vogels. Verstoring door aanwezigheid geldt voor alle soorten. Vertrapping wordt voornamelijk veroorzaakt doordat dieren in paniek raken of doordat ze aangetrokken worden door het licht en daardoor ‘in de loop’ terecht komen. Dit geldt ook voor verkeersbewegingen. Verkeersbewegingen en betreding kunnen daardoor verstoring en zelfs slachtoffers opleveren onder soorten. 12. Het grote grasveld ten noorden van de parkeerplaats c.q. de toekomstige skatebaan is regelmatig foerageergebied voor Rosse vleermuizen en dient een aaneengesloten donker gebied te blijven. De aanleg van een extra verhard pad door dit grasveld ten behoeve van de geplande noord zuid route betekent een achteruitgang van de kwaliteit van dit foerageergebied. Het aanleggen van een nieuw pad is ook anderszins een slecht plan gezien de aanwezigheid van een verblijfplaats van Rosse vleermuizen op deze route. (En NEE, die vleermuizen kunnen niet zomaar even in een andere boom gaan wonen.) 6

13. In het monitoringsrapport 2019 is een aanbeveling opgenomen om een kast voor bosuilen en kasten voor vliegenvangers aan te brengen. De vleermuiswerkgroep is tegen een kast voor een bosuil. De bosuilen kunnen op Rosse vleermuizen jagen. De aanwezigheid van een bosuil in het Sterrebos heeft waarschijnlijk bijgedragen tot het vertrek van de Rosse vleermuizen uit het Sterrebos. Het zij zoals een bosuil uit zichzelf in het Stadspark gaat wonen; dat hoeft niet speciaal bevorderd te worden. Wij merken op dat vliegenvangers insecteneters zijn. Als men vliegenvangers wil aantrekken dan moet er ook veel meer en betere insectenrijke aanplant in het Stadspark gerealiseerd worden conform de adviezen in de monitoringsrapporten (Betere begroeiing van oevers, mantelzoomvegetatie, bloemrijk grasland. Eventueel ook vroege voorjaarsbollen aanplanten) 14. Het idee om de vijver ten noorden van de grote vijver ter hoogte van Ni Hao in te richten als zwemvijver achten wij om meerdere redenen absurd. In dit verband merken wij op dat er in de Herijkingsvisie geen aandacht voor zwemplekken is voor honden (en het bestrijden van de afkalving van de oevers). Het is onvermijdelijke dat sommige plekken daarvoor geschikter zijn als andere en deze vijver is nu juist een van de meer populaire vijvers.

Zwemmen faciliteren betekent wc’s en hokjes en verkooptentjes ten koste van de rust en de natuurlijke omgeving. En waar willen de planners de stortplaats voor snoeiafval naar toe verplaatsen? Afval. Wij zien in een betere Herijkingsvisie graag een evaluatie van de verspreiding en het bestrijden van afval in het Stadspark, zoals het tot nu ging of gaat, en de te verwachten gevolgen en kosten van het opruimen van afval, achtergelaten door de vele mensen die volgens de Herijkingsvisie in het Stadspark zouden moeten komen. Zie de volle vuilnisbakken bij de kinderspeelplaats na mooi weer. Zo nu en dan verwijderen wij minstens een halve vuilniszak aan blikjes en plastic afval uit de struiken langs het meest noordelijke pad. Door het gebrek aan prullenbakken moet iemand vervolgens een heel eind lopen om die zak afval ergens in een vuilnisbak te kunnen stoppen. Algemeen. Wij sluiten ons aan bij de opmerkingen van Stadsparknatuurlijk over de buitensporige nadruk die in de Herijkingsvisie wordt gelegd op de mening dat het Stadspark niet bekend zou zijn in de stad en er zo weinig mensen komen.

Het is opvallend dat in het rapport Ecologische kansen en knelpuntenanalyse Doorontwikkeling Drafbaan van Eelerwoude op pagina 2 in de alinea boven gewenste ontwikkeling staat: ‘Het park wordt intensief gebruikt, door wandelaars, fietsers en ook gemotoriseerd verkeer...’ Het Noorderplantsoen wordt langzamerhand uitgewoond door stadjers die alle grasvelden gebruiken om gezellig in de zon te zitten. Dat park ligt dan ook ingeklemd tussen wijken waar

7

heel veel mensen, waaronder studenten, in kleine woningen zonder tuin wonen. Die komen vaak lopend uit de omgeving of stoppen met de fiets onderweg naar huis. Het Stadspark ligt in een andere stedelijke omgeving. Allerlei ideeën in de Herijkingsvisie hebben vooral de bedoeling om het Stadspark “vol” en “gezellig” te maken door veel mensen naar het Stadspark te trekken, die vooral op één locatie een paar uur doorbrengen en daarna weer vertrekken. Het laatste jaar heeft laten zien dat er ook heel veel mensen behoefte hebben aan wandelen door een gevarieerd groot park waar rust en natuur centraal staan. Als het om activiteiten gaat, schenkt de Herijkingsvisie schenkt weinig aandacht aan mensen die met de fiets naar het park willen komen en in het park willen sporten of wandelen, met of zonder hond, het interessanter maken van de wandelroutes, de aantrekkelijkheid voor vogels en kleine zoogdieren verbeteren, enzovoort.

8

VWG Bijlage 3. Luchtfoto van het Stadspark met waterpartijen en bomen. Niet alle bomen zijn in kaart gebracht. Let op de opvallende driedubbele rij groene stippen: dit zijn de zilverlinden waarin 10 vleermuiskasten hangen die zeer regelmatig door Rosse vleermuizen gebruikt worden. 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4223/documents/61986